Wijzigingsgeschiedenis
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Qatar tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen
2 versions
· 2009-12-25
2009-12-25
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Reg
Wijzigingen op 2009-12-25
@@ -202,7 +202,7 @@
4. De uitdrukking „dividenden”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit aandelen, niet zijnde schuldvorderingen, die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is, op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen.
5. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2008-04-24&g=2008-04-24) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24) van toepassing.
5. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2009-12-25&g=2009-12-25) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25) van toepassing.
6. Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat, voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat, mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald, behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort, noch de niet-uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet-uitgedeelde winst van het lichaam, zelfs indien de betaalde dividenden of de niet-uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn.
@@ -214,7 +214,7 @@
2. De uitdrukking „interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen, waaronder begrepen de aan zodanige leningen, obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen. In rekening gebrachte boetes voor te late betaling worden voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt.
3. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2008-04-24&g=2008-04-24) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24) naargelang van het geval, van toepassing.
3. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2009-12-25&g=2009-12-25) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25) naargelang van het geval, van toepassing.
4. Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de interest, gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag.
@@ -228,7 +228,7 @@
3. De uitdrukking „royalty’s”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, waaronder begrepen bioscoopfilms en films, banden of schijven voor radio- of televisieuitzendingen, een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze, of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap.
4. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty’s, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty’s afkomstig zijn, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in de andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty’s worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2008-04-24&g=2008-04-24) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24) naargelang van het geval, van toepassing.
4. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty’s, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty’s afkomstig zijn, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in de andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty’s worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2009-12-25&g=2009-12-25) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25) naargelang van het geval, van toepassing.
5. Royalty’s worden geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat indien zij worden betaald door een inwoner van die Staat. Indien evenwel de persoon die de royalty’s betaalt, ongeacht of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet, in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft, en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty’s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort en deze royalty’s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt, worden deze royalty’s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd.
@@ -236,7 +236,7 @@
##### Artikel 13. Vermogenswinsten
1. Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=6&z=2008-04-24&g=2008-04-24) en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden belast.
1. Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=6&z=2009-12-25&g=2009-12-25) en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden belast.
2. Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt waarover een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat beschikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid, waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting (afzonderlijk of met de gehele onderneming) of van dat vaste middelpunt, mogen in die andere Staat worden belast.
@@ -256,7 +256,7 @@
##### Artikel 15. Niet-zelfstandige arbeid
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=16&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=18&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=19&z=2008-04-24&g=2008-04-24) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=20&z=2008-04-24&g=2008-04-24), zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=16&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=18&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=19&z=2009-12-25&g=2009-12-25) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=20&z=2009-12-25&g=2009-12-25), zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.
2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar, indien:
@@ -276,15 +276,15 @@
##### Artikel 17. Artiesten en sportbeoefenaars
1. Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=15&z=2008-04-24&g=2008-04-24), mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest, zoals een toneelspeler, een film-, radio- of televisie-artiest of een musicus, of als sportbeoefenaar, uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat, worden belast in die andere Staat.
2. Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht, niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen, maar aan een andere persoon, mogen die voordelen of inkomsten, niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=15&z=2008-04-24&g=2008-04-24), worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht.
1. Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=15&z=2009-12-25&g=2009-12-25), mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest, zoals een toneelspeler, een film-, radio- of televisie-artiest of een musicus, of als sportbeoefenaar, uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat, worden belast in die andere Staat.
2. Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht, niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen, maar aan een andere persoon, mogen die voordelen of inkomsten, niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=15&z=2009-12-25&g=2009-12-25), worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht.
3. Voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit werkzaamheden die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat zoals bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, worden in die andere Staat vrijgesteld van belasting indien het bezoek aan die andere Staat geheel of grotendeels wordt bekostigd uit de openbare middelen van een van de Verdragsluitende Staten, een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan, of plaatsvindt in het kader van een culturele overeenkomst of regeling tussen de Regeringen van de Verdragsluitende Staten.
##### Artikel 18. Pensioenen en lijfrenten
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=19&z=2008-04-24&g=2008-04-24), mogen pensioenen, lijfrenten en andere soortgelijke beloningen, afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat in de eerstbedoelde Staat worden belast. De voorgaande volzin is eveneens van toepassing op uit hoofde van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat inzake sociale zekerheid betaalde pensioenen en overige uitkeringen.
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=19&z=2009-12-25&g=2009-12-25), mogen pensioenen, lijfrenten en andere soortgelijke beloningen, afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat in de eerstbedoelde Staat worden belast. De voorgaande volzin is eveneens van toepassing op uit hoofde van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat inzake sociale zekerheid betaalde pensioenen en overige uitkeringen.
2. De uitdrukking „lijfrente” betekent een vaste som, periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen, hetzij gedurende het leven, hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak, ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen, welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat.
@@ -304,7 +304,7 @@
- b. Deze pensioenen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar, indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat.
3. De bepalingen van de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=15&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=16&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=17&z=2008-04-24&g=2008-04-24) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=18&z=2008-04-24&g=2008-04-24) zijn van toepassing op salarissen, lonen, pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald ter zake van diensten verleend in het kader van een op winst gericht bedrijf, uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel, een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of een bij wet ingesteld orgaan daarvan.
3. De bepalingen van de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=15&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=16&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=17&z=2009-12-25&g=2009-12-25) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=18&z=2009-12-25&g=2009-12-25) zijn van toepassing op salarissen, lonen, pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald ter zake van diensten verleend in het kader van een op winst gericht bedrijf, uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel, een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of een bij wet ingesteld orgaan daarvan.
##### Artikel 20. Docenten en onderzoekers
@@ -322,11 +322,11 @@
1. Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat, van waaruit ook afkomstig, die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld, zijn slechts in die Staat belastbaar.
2. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten, niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=6&z=2008-04-24&g=2008-04-24), indien de genieter van die inkomsten, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in de andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een vast middelpunt aldaar, en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2008-04-24&g=2008-04-24) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24) naargelang van het geval, van toepassing.
2. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten, niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=6&z=2009-12-25&g=2009-12-25), indien de genieter van die inkomsten, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in de andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een vast middelpunt aldaar, en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2009-12-25&g=2009-12-25) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25) naargelang van het geval, van toepassing.
##### Artikel 23. Werkzaamheden buitengaats
1. De bepalingen van dit artikel vinden toepassing niettegenstaande enigerlei andere bepalingen van dit Verdrag. Dit artikel is echter niet van toepassing indien werkzaamheden buitengaats van een persoon voor die persoon een vaste inrichting vormen ingevolge de bepalingen van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=5&z=2008-04-24&g=2008-04-24) of een vast middelpunt ingevolge de bepalingen van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24).
1. De bepalingen van dit artikel vinden toepassing niettegenstaande enigerlei andere bepalingen van dit Verdrag. Dit artikel is echter niet van toepassing indien werkzaamheden buitengaats van een persoon voor die persoon een vaste inrichting vormen ingevolge de bepalingen van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=5&z=2009-12-25&g=2009-12-25) of een vast middelpunt ingevolge de bepalingen van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25).
2. In dit artikel betekent de uitdrukking „werkzaamheden buitengaats” werkzaamheden die buitengaats worden verricht in verband met de exploratie, winning of exploitatie van de in een Verdragsluitende Staat gelegen zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen.
@@ -340,7 +340,7 @@
4. Voor de toepassing van het derde lid van dit artikel wordt de uitdrukking „werkzaamheden buitengaats” evenwel niet geacht te omvatten:
- a. een van de activiteiten of een combinatie daarvan als bedoeld in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=5&z=2008-04-24&g=2008-04-24);
- a. een van de activiteiten of een combinatie daarvan als bedoeld in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=5&z=2009-12-25&g=2009-12-25);
- b. sleep- of ankerwerkzaamheden door schepen die in de eerste plaats voor dat doel zijn ontworpen alsmede andere door zulke schepen verrichte activiteiten;
@@ -350,31 +350,31 @@
6. Niettegenstaande de tweede volzin van het eerste lid van dit artikel, mogen salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking in verband met werkzaamheden buitengaats die worden verricht door middel van een vaste inrichting of een vast middelpunt in de andere Verdragsluitende Staat, voor zover de dienstbetrekking in die andere Staat buitengaats wordt uitgeoefend, in die andere Staat worden belast.
7. Indien aan de hand van bewijsstukken wordt aangetoond dat in Qatar belasting is betaald over of door Qatar vrijstelling is verleend met betrekking tot de bestanddelen van het inkomen die ingevolge [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2008-04-24&g=2008-04-24) in verband met het derde lid van dit artikel, ingevolge [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24) in verband met het vijfde lid van dit artikel of ingevolge [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=15&z=2008-04-24&g=2008-04-24) in verband met het derde of vijfde lid van dit artikel of ingevolge het zesde lid van dit artikel in Qatar mogen worden belast, verleent Nederland een vermindering van zijn belasting die wordt berekend overeenkomstig de regels die zijn neergelegd in [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=24&z=2008-04-24&g=2008-04-24).
7. Indien aan de hand van bewijsstukken wordt aangetoond dat in Qatar belasting is betaald over of door Qatar vrijstelling is verleend met betrekking tot de bestanddelen van het inkomen die ingevolge [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2009-12-25&g=2009-12-25) in verband met het derde lid van dit artikel, ingevolge [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25) in verband met het vijfde lid van dit artikel of ingevolge [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=15&z=2009-12-25&g=2009-12-25) in verband met het derde of vijfde lid van dit artikel of ingevolge het zesde lid van dit artikel in Qatar mogen worden belast, verleent Nederland een vermindering van zijn belasting die wordt berekend overeenkomstig de regels die zijn neergelegd in [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=24&z=2009-12-25&g=2009-12-25).
##### Artikel 24. Vermijding van dubbele belasting
1. Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Qatar mogen worden belast of slechts in Qatar belastbaar zijn.
2. Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens [artikel 6, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=6&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 10, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=11&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=12&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 13, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=15&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 19, eerste lid (onderdeel a) en tweede lid (onderdeel a)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=19&z=2008-04-24&g=2008-04-24), en [artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=22&z=2008-04-24&g=2008-04-24), van dit Verdrag in Qatar mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, verleent Nederland voor deze bestanddelen van het inkomen vrijstelling van belasting. Deze vrijstelling wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting. Te dien einde worden bedoelde bestanddelen van het inkomen geacht te zijn begrepen in het bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.
3. Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor de bestanddelen van het inkomen die volgens [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=12&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=16&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 17, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=17&z=2008-04-24&g=2008-04-24), en [artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=18&z=2008-04-24&g=2008-04-24), van dit Verdrag in Qatar mogen worden belast, in zoverre deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze vermindering is gelijk aan de in Qatar over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting, maar bedraagt, indien de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting daarin voorzien, niet meer dan het bedrag van de vermindering die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen van het inkomen zouden zijn geweest die uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.
2. Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens [artikel 6, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=6&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 10, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=11&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=12&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 13, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=15&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 19, eerste lid (onderdeel a) en tweede lid (onderdeel a)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=19&z=2009-12-25&g=2009-12-25), en [artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=22&z=2009-12-25&g=2009-12-25), van dit Verdrag in Qatar mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, verleent Nederland voor deze bestanddelen van het inkomen vrijstelling van belasting. Deze vrijstelling wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting. Te dien einde worden bedoelde bestanddelen van het inkomen geacht te zijn begrepen in het bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.
3. Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor de bestanddelen van het inkomen die volgens [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=12&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=16&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 17, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=17&z=2009-12-25&g=2009-12-25), en [artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=18&z=2009-12-25&g=2009-12-25), van dit Verdrag in Qatar mogen worden belast, in zoverre deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze vermindering is gelijk aan de in Qatar over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting, maar bedraagt, indien de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting daarin voorzien, niet meer dan het bedrag van de vermindering die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen van het inkomen zouden zijn geweest die uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.
Dit lid zal een tegemoetkoming nu of in de toekomst verleend uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting niet beperken, echter uitsluitend voor zover het de berekening van het bedrag van de vermindering op de Nederlandse belasting betreft die betrekking heeft op de som van inkomsten afkomstig uit meer dan een land en de voortwenteling van de belasting betaald in Qatar op bedoelde bestanddelen van het inkomen naar de volgende jaren.
4. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid, verleent Nederland een vermindering op de Nederlandse belasting voor de in Qatar betaalde belasting op bestanddelen van het inkomen die volgens [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 10, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=11&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=12&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24), en [artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=22&z=2008-04-24&g=2008-04-24), van dit Verdrag in Qatar mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, indien en voor zover Nederland uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting een vermindering verleent op de Nederlandse belasting voor de in een ander land over die bestanddelen van het inkomen geheven belasting. Voor de berekening van deze vermindering zijn de bepalingen van het derde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
4. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid, verleent Nederland een vermindering op de Nederlandse belasting voor de in Qatar betaalde belasting op bestanddelen van het inkomen die volgens [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 10, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=11&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=12&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25), en [artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=22&z=2009-12-25&g=2009-12-25), van dit Verdrag in Qatar mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, indien en voor zover Nederland uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting een vermindering verleent op de Nederlandse belasting voor de in een ander land over die bestanddelen van het inkomen geheven belasting. Voor de berekening van deze vermindering zijn de bepalingen van het derde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
5. In het geval van Qatar wordt dubbele belasting als volgt vermeden: Indien een inwoner van Qatar inkomsten verwerft die in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag in Nederland mogen worden belast, verleent Qatar een aftrek op de belasting over inkomsten van die inwoner tot een bedrag dat gelijk is aan de belasting op inkomsten betaald in Nederland, mits deze aftrek niet hoger is dan het deel van de belasting berekend voordat de aftrek is verleend die is toe te rekenen aan de bestanddelen van het inkomen die in Nederland zijn verkregen.
6. De [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2008-04-24&g=2008-04-24) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2008-04-24&g=2008-04-24) beletten Nederland niet uit hoofde van zijn nationale belastingwetgeving een natuurlijke persoon een conserverende aanslag op te leggen en in te vorderen in verband met een aanmerkelijk belang van deze persoon in een lichaam, die is opgelegd aan deze natuurlijke persoon in verband met het ophouden van deze persoon inwoner van Nederland te zijn. De voorgaande volzin is uitsluitend van toepassing voor zover het gehele bedrag van de aanslag of een deel ervan nog openstaat en het vijfde lid is van dienovereenkomstige toepassing.
6. De [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2009-12-25&g=2009-12-25) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2009-12-25&g=2009-12-25) beletten Nederland niet uit hoofde van zijn nationale belastingwetgeving een natuurlijke persoon een conserverende aanslag op te leggen en in te vorderen in verband met een aanmerkelijk belang van deze persoon in een lichaam, die is opgelegd aan deze natuurlijke persoon in verband met het ophouden van deze persoon inwoner van Nederland te zijn. De voorgaande volzin is uitsluitend van toepassing voor zover het gehele bedrag van de aanslag of een deel ervan nog openstaat en het vijfde lid is van dienovereenkomstige toepassing.
##### Artikel 25. Non-discriminatie
1. Onderdanen van een Verdragsluitende Staat worden in de andere Verdragsluitende Staat niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van die andere Staat onder dezelfde omstandigheden, in het bijzonder met betrekking tot woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen. Deze bepaling is, niettegenstaande het bepaalde in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=1&z=2008-04-24&g=2008-04-24), ook van toepassing op personen die geen inwoner zijn van een of van beide Verdragsluitende Staten.
1. Onderdanen van een Verdragsluitende Staat worden in de andere Verdragsluitende Staat niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van die andere Staat onder dezelfde omstandigheden, in het bijzonder met betrekking tot woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen. Deze bepaling is, niettegenstaande het bepaalde in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=1&z=2009-12-25&g=2009-12-25), ook van toepassing op personen die geen inwoner zijn van een of van beide Verdragsluitende Staten.
2. De belastingheffing van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft, is in die andere Staat niet ongunstiger dan de belastingheffing van ondernemingen van die andere Staat die dezelfde werkzaamheden uitoefenen. Deze bepaling mag niet aldus worden uitgelegd, dat zij een Verdragsluitende Staat verplicht aan inwoners van de andere Verdragsluitende Staat bij de belastingheffing de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit hoofde van de samenstelling van het gezin of gezinslasten te verlenen, die eerstbedoelde Staat aan zijn eigen inwoners verleent.
3. Behalve indien de bepalingen van [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=9&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=11&z=2008-04-24&g=2008-04-24), of [artikel 12, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=12&z=2008-04-24&g=2008-04-24), van toepassing zijn, zijn interest, royalty’s en andere uitgaven betaald door een onderneming van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat, bij de vaststelling van de belastbare winst van die onderneming onder dezelfde voorwaarden aftrekbaar als wanneer zij betaald waren aan een inwoner van de eerstbedoelde Staat.
3. Behalve indien de bepalingen van [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=9&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=11&z=2009-12-25&g=2009-12-25), of [artikel 12, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=12&z=2009-12-25&g=2009-12-25), van toepassing zijn, zijn interest, royalty’s en andere uitgaven betaald door een onderneming van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat, bij de vaststelling van de belastbare winst van die onderneming onder dezelfde voorwaarden aftrekbaar als wanneer zij betaald waren aan een inwoner van de eerstbedoelde Staat.
4. Ondernemingen van een Verdragsluitende Staat, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, in het bezit is van of wordt beheerst door een of meer inwoners van de andere Verdragsluitende Staat, worden in de eerstbedoelde Staat niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen waaraan andere soortgelijke ondernemingen van de eerstbedoelde Staat zijn of kunnen worden onderworpen.
@@ -396,11 +396,11 @@
- b. wordt een pensioenregeling voor de belastingheffing in een Staat erkend indien de bijdragen aan de regeling in die Staat in aanmerking komen voor een fiscale faciliëring.
7. De bepalingen van dit artikel zijn, niettegenstaande de bepalingen van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=2&z=2008-04-24&g=2008-04-24), van toepassing op belastingen van elke soort en benaming.
7. De bepalingen van dit artikel zijn, niettegenstaande de bepalingen van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=2&z=2009-12-25&g=2009-12-25), van toepassing op belastingen van elke soort en benaming.
##### Artikel 26. Regeling voor onderling overleg
1. Indien een persoon van oordeel is dat de maatregelen van een of van beide Verdragsluitende Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag, kan hij, ongeacht de rechtsmiddelen waarin de nationale wetgeving van die Staten voorziet, zijn geval voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat waarvan hij inwoner is, of, indien zijn geval valt onder [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=25&z=2008-04-24&g=2008-04-24), aan die van de Verdragsluitende Staat waarvan hij onderdaan is. Het geval moet worden voorgelegd binnen twee jaar nadat de maatregel die leidt tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het Verdrag, voor het eerst te zijner kennis is gebracht.
1. Indien een persoon van oordeel is dat de maatregelen van een of van beide Verdragsluitende Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag, kan hij, ongeacht de rechtsmiddelen waarin de nationale wetgeving van die Staten voorziet, zijn geval voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat waarvan hij inwoner is, of, indien zijn geval valt onder [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=25&z=2009-12-25&g=2009-12-25), aan die van de Verdragsluitende Staat waarvan hij onderdaan is. Het geval moet worden voorgelegd binnen twee jaar nadat de maatregel die leidt tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het Verdrag, voor het eerst te zijner kennis is gebracht.
2. De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing te komen, de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat te regelen teneinde een belastingheffing die niet in overeenstemming is met het Verdrag te vermijden. De overeengekomen regeling wordt uitgevoerd niettegenstaande de verjaringstermijnen in de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staten.
@@ -416,13 +416,13 @@
worden onopgeloste kwesties die voortvloeien uit de zaak op verzoek van de persoon voorgelegd voor arbitrage. Deze onopgeloste kwesties worden evenwel niet voorgelegd voor arbitrage indien een rechterlijke instantie of administratiefrechtelijk lichaam van een van beide Staten er reeds over beslist heeft. De arbitrale uitspraak is bindend voor beide Verdragsluitende Staten en wordt ten uitvoer gelegd ongeacht eventuele termijnen in het nationale recht van de Staten, tenzij de betrokken persoon de gezamenlijke regeling voor de tenuitvoerlegging van de arbitrale uitspraak niet aanvaardt. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van dit lid.
6. Indien toepassing van [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=3&z=2008-04-24&g=2008-04-24), betreffende de uitlegging van een uitdrukking die niet wordt omschreven in dit Verdrag of verschillen in de omschrijving van een bestanddeel van het inkomen of van een persoon zou leiden tot dubbele belasting of dubbele vrijstelling, komen de bevoegde autoriteiten tot een oplossing teneinde dubbele belasting of dubbele vrijstelling te vermijden.
6. Indien toepassing van [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=3&z=2009-12-25&g=2009-12-25), betreffende de uitlegging van een uitdrukking die niet wordt omschreven in dit Verdrag of verschillen in de omschrijving van een bestanddeel van het inkomen of van een persoon zou leiden tot dubbele belasting of dubbele vrijstelling, komen de bevoegde autoriteiten tot een oplossing teneinde dubbele belasting of dubbele vrijstelling te vermijden.
##### Artikel 27. Uitwisseling van inlichtingen
1. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten wisselen de inlichtingen uit die nodig zijn voor het uitvoeren van de bepalingen van dit Verdrag of voor de administratie of tenuitvoerlegging van de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staten met betrekking tot belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, voor zover heffing uit hoofde daarvan niet in strijd is met dit Verdrag.
2. Alle uit hoofde van het eerste lid door een Verdragsluitende Staat ontvangen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die volgens de nationale wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke lichamen en het uit hoofde van [artikel 26, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=26&z=2008-04-24&g=2008-04-24), ingestelde scheidsgerecht) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de in het eerste lid bedoelde belastingen, of het toezicht daarop. Deze personen of autoriteiten mogen van de inlichtingen alleen voor deze doeleinden gebruik maken. Zij mogen de inlichtingen bekendmaken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.
2. Alle uit hoofde van het eerste lid door een Verdragsluitende Staat ontvangen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die volgens de nationale wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke lichamen en het uit hoofde van [artikel 26, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=26&z=2009-12-25&g=2009-12-25), ingestelde scheidsgerecht) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de in het eerste lid bedoelde belastingen, of het toezicht daarop. Deze personen of autoriteiten mogen van de inlichtingen alleen voor deze doeleinden gebruik maken. Zij mogen de inlichtingen bekendmaken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.
3. In geen geval worden de bepalingen van de voorgaande leden zo uitgelegd dat zij een Verdragsluitende Staat de verplichting opleggen:
@@ -468,17 +468,17 @@
Bij de ondertekening van het Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, heden gesloten tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Qatar, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van het Verdrag vormen.
##### I. Ad [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=8&z=2008-04-24&g=2008-04-24) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2008-04-24&g=2008-04-24)
1. Voor de toepassing van de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=8&z=2008-04-24&g=2008-04-24) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2008-04-24&g=2008-04-24) wordt de plaats van de werkelijke leiding van de huidige Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V. (KLM N.V.) geacht in Nederland te zijn gelegen, zolang Nederland de uitsluitende heffingsbevoegdheid heeft ter zake van KLM N.V. uit hoofde van de op 16 maart 1973 te Parijs ondertekende Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol, zoals gewijzigd bij het Protocol van 7 april 2004.
##### I. Ad [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=8&z=2009-12-25&g=2009-12-25) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2009-12-25&g=2009-12-25)
1. Voor de toepassing van de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=8&z=2009-12-25&g=2009-12-25) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2009-12-25&g=2009-12-25) wordt de plaats van de werkelijke leiding van de huidige Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V. (KLM N.V.) geacht in Nederland te zijn gelegen, zolang Nederland de uitsluitende heffingsbevoegdheid heeft ter zake van KLM N.V. uit hoofde van de op 16 maart 1973 te Parijs ondertekende Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol, zoals gewijzigd bij het Protocol van 7 april 2004.
2. Het bepaalde in het eerste lid is eveneens van toepassing indien de luchtvervoeractiviteiten van de huidige KLM N.V. geheel of grotendeels zouden worden voortgezet door een andere persoon die wordt beschouwd inwoner van Nederland te zijn.
##### II. Ad [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=4&z=2008-04-24&g=2008-04-24)
##### II. Ad [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=4&z=2009-12-25&g=2009-12-25)
Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Verdragsluitende Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarin het schip zijn thuishaven heeft, mits de natuurlijke persoon in die Verdragsluitende Staat aan belasting is onderworpen.
##### III. Ad [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=4&z=2008-04-24&g=2008-04-24)
##### III. Ad [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=4&z=2009-12-25&g=2009-12-25)
Indien:
@@ -488,21 +488,21 @@
is het vierde lid niet van toepassing, tenzij in onderlinge overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten bepaald wordt dat het voornaamste doel of een van de voornaamste doelen van de overbrenging van de plaats van de werkelijke leiding werd ingegeven door zakelijke overwegingen te goeder trouw.
##### IV. Ad [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=5&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=6&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2008-04-24&g=2008-04-24) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=23&z=2008-04-24&g=2008-04-24)
##### IV. Ad [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=5&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=6&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2009-12-25&g=2009-12-25) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=23&z=2009-12-25&g=2009-12-25)
Het is wel te verstaan dat rechten tot exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als vaste activa die zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat op wiens zeebodem en de ondergrond daarvan deze rechten betrekking hebben, alsmede dat deze rechten geacht worden te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die Staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij of voordelen uit vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.
##### V. Ad [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=23&z=2008-04-24&g=2008-04-24)
Vergoedingen voor technische diensten, waaronder begrepen studies of onderzoeken van wetenschappelijke, geologische of technische aard, of voor diensten van adviserende of toezichthoudende aard, worden aangemerkt als vergoedingen waarop de bepalingen van de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2008-04-24&g=2008-04-24), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2008-04-24&g=2008-04-24) of [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=23&z=2008-04-24&g=2008-04-24) van toepassing zijn.
##### VI. Ad [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2008-04-24&g=2008-04-24)
1. Niettegenstaande [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2008-04-24&g=2008-04-24), heft de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam inwoner is geen belasting over door dat lichaam betaalde dividenden, indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een pensioenfonds of een collectief beleggingsfonds is als bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=4&z=2008-04-24&g=2008-04-24).
2. Indien Nederland na de datum van ondertekening van dit Verdrag in een verdrag tot het vermijden van dubbele belasting gesloten tussen Nederland en een derde Staat zou instemmen met een lager tarief voor dividenden dan voorzien in [artikel 10, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2008-04-24&g=2008-04-24), is het lagere tarief automatisch van toepassing op inwoners van Qatar vanaf het tijdstip waarop het lagere tarief in werking treedt voor inwoners van die derde Staat.
##### VII. Ad [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2008-04-24&g=2008-04-24) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2008-04-24&g=2008-04-24)
##### V. Ad [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=23&z=2009-12-25&g=2009-12-25)
Vergoedingen voor technische diensten, waaronder begrepen studies of onderzoeken van wetenschappelijke, geologische of technische aard, of voor diensten van adviserende of toezichthoudende aard, worden aangemerkt als vergoedingen waarop de bepalingen van de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=7&z=2009-12-25&g=2009-12-25), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=14&z=2009-12-25&g=2009-12-25) of [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=23&z=2009-12-25&g=2009-12-25) van toepassing zijn.
##### VI. Ad [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2009-12-25&g=2009-12-25)
1. Niettegenstaande [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2009-12-25&g=2009-12-25), heft de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam inwoner is geen belasting over door dat lichaam betaalde dividenden, indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een pensioenfonds of een collectief beleggingsfonds is als bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=4&z=2009-12-25&g=2009-12-25).
2. Indien Nederland na de datum van ondertekening van dit Verdrag in een verdrag tot het vermijden van dubbele belasting gesloten tussen Nederland en een derde Staat zou instemmen met een lager tarief voor dividenden dan voorzien in [artikel 10, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2009-12-25&g=2009-12-25), is het lagere tarief automatisch van toepassing op inwoners van Qatar vanaf het tijdstip waarop het lagere tarief in werking treedt voor inwoners van die derde Staat.
##### VII. Ad [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=10&z=2009-12-25&g=2009-12-25) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003166&artikel=13&z=2009-12-25&g=2009-12-25)
Het is wel te verstaan dat inkomsten uit aandelen die worden ontvangen in verband met de (gedeeltelijke) liquidatie van een lichaam of een inkoop van eigen aandelen door een lichaam worden behandeld als inkomsten uit aandelen en niet als vermogenswinsten. De voorgaande volzin is niet van toepassing op de (gedeeltelijke) vervreemding of opheffing van een vaste inrichting of vast middelpunt in de andere Verdragsluitende Staat.
2008-04-24
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de
original version
Tekst op deze datum