Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee
- (i). alle kosten gemaakt vóór de aanvang van de commerciële produke die rechtstreeks samenhangen met de ontwikkeling van het produktieve vermogen van het door het contract bestreken gebied en de daarmede samenhangende werkzaamheden voor exploitatie krachtens het contract in alle andere gevallen dan die aangegeven in letter n, in overeenstemming met de algemeen erkende boekhoudbeginselen, met inbegrip van onder meer de kosten van uitrusting en materieel, schepen, be- en verwerkingsinstallaties, bouwwerkzaamheden, gebouwen, grond, wegen, prospectie en exploratie van het door het contract bestreken gebied, van onderzoek en ontwikkeling, rente, vereiste huurcontracten, licenties en rechten; en
- (ii). soortgelijke uitgaven als die vervat in (i) hierboven, gemaakt na de aanvang van de commerciële produktie en nodig ter uitvoering van het werkplan, behalve die welke tot de exploitatiekosten moeten worden gerekend.
- i. De inkomsten uit de vervreemding van kapitaalgoederen en de marktwaarde van die kapitaalgoederen die niet langer nodig zijn voor de exploitatie krachtens het contract en die niet worden verkocht, worden in mindering gebracht op de ontginningskosten van de contractant tijdens het desbetreffende boekjaar. Wanneer deze minderingen groter zijn dan de ontginningskosten van de contractant, wordt dit verschil geteld bij de bruto opbrengst van de contractant.
- j. De ontginningskosten van de contractant, gemaakt voor de aanvang van de commerciële produktie, bedoeld in de letters h (i) en n (iv) worden afgeschreven in tien gelijke termijnen vanaf de datum van aanvang van de commerciële produktie. De ontginningskosten van de contractant, gemaakt na de aanvang van de commerciële produktie, bedoeld in de letters h (ii) en n (iv), worden afgeschreven in tien of minder gelijke jaarlijkse termijnen, ten einde de volledige afschrijving ervan aan het einde van het contract te verzekeren.
- k. „Exploitatiekosten van de contractant” betekent alle kosten, gemaakt na de aanvang van de commerciële produktie bij de exploitatie van het produktief vermogen van het door het contract bestreken gebied en de daarmede samenhangende werkzaamheden voor exploitatie krachtens het contract, in overeenstemming met algemeen erkende boekhoudbeginselen, met inbegrip van onder meer, de jaarlijkse vaste heffing of de cijns, naargelang welke van beide de hoogste is, uitgaven voor lonen, salarissen, toelagen aan werknemers, materialen, diensten, vervoer, be- en verwerkingskosten en afzetkosten, rente, betalingen aan openbare nutsbedrijven, bescherming van het mariene milieu, algemene en administratieve kosten die uitdrukkelijk samenhangen met de exploitatie krachtens het contract en netto exploitatieverliezen die worden overgeheveld zoals hierin nader aangegeven. Netto exploitatieverliezen kunnen twee achtereenvolgende jaren worden overgeheveld, behalve in de laatste twee jaar van het contract, in welk geval zij kunnen worden overgeheveld naar de voorgaande twee jaar.
- l. Indien de contractant zich bezighoudt met de diepzeemijnbouw en het vervoer van metaalknollen en de produktie van gedeeltelijk bewerkte en van be- en verwerkte metalen, betekent „ontginningskosten van de diepzeemijnbouwsector” het gedeelte van de ontginningskosten van de contractant dat rechtstreeks samenhangt met de diepzeemijnbouw van de rijkdommen van het door het contract bestreken gebied, in overeenstemming met algemeen erkende boekhoudbeginselen en met de financiële regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit, met inbegrip van onder meer, de aanvraagheffing, de jaarlijkse vaste heffing en waar van toepassing, de kosten van prospectie in en exploratie van het door het contract bestreken gebied en een gedeelte van de kosten van onderzoek en ontwikkeling.
- m. ,,Rendement op investering” in enig boekjaar betekent de verhouding tussen de netto opbrengst in dat jaar en de ontginningskosten van de diepzeemijnbouwsector. Voor de berekening van deze verhouding omvatten de ontginningskosten van de diepzeemijnbouwsector, uitgaven voor nieuwe of vervangende uitrusting in de diepzeemijnbouwsector, verminderd met de oorspronkelijke kosten van de vervangen uitrusting.
- n. Indien de contractant zich alleen met diepzeemijnbouw bezighoudt:
- (i). betekent „netto opbrengst” alle netto opbrengsten van de contractant;
- (ii). heeft de „netto opbrengst van de contractant” de betekenis zoals omschreven in letter f;
- (iii). betekent „bruto opbrengst van de contractant” de bruto opbrengst uit de verkoop van metaalknollen en alle andere gelden die overeenkomstig de financiële regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit redelijkerwijze kunnen worden toegerekend aan de exploitatie krachtens het contract;
- (iv). betekent „ontginningskosten van de contractant” alle kosten, gemaakt vóór de aanvang van de commerciële produktie zoals vervat in letter h (i), en alle kosten, gemaakt na de aanvang van de commerciële produktie zoals vervat in letter h (ii), die rechtstreeks samenhangen met de diepzeemijnbouw van de rijkdommen van het door het contract bestreken gebied, in overeenstemming met algemeen erkende boekhoudbeginselen;
- (v). betekent „exploitatiekosten van de contractant” de exploitatiekosten van de contractant zoals vervat in letter k, die rechtstreeks samenhangen met de diepzeemijnbouw van de rijkdommen van het door het contract bestreken gebied, in overeenstemming met algemeen erkende boekhoudbeginselen;
- (vi). betekent „rendement op investering” in enig boekjaar de verhouding tussen de netto opbrengst van de contractant in dat jaar en de ontginningskosten van de contractant. Voor de berekening van deze verhouding omvatten de ontginningskosten van de contractant uitgaven voor nieuwe of vervangende uitrusting, verminderd met de oorspronkelijke kosten van de vervangen uitrusting.
- o. De in de letters h, k, l en n bedoelde kosten met betrekking tot door de contractant betaalde rente, worden in mindering gebracht voor zover, in alle omstandigheden, de Autoriteit ingevolge artikel 4, eerste lid van deze Bijlage, de verhouding tussen vreemd en eigen vermogen en de rentepercentages goedkeurt als redelijk, bestaand goed koopmansgebruik in aanmerking genomen.
- p. De in dit lid bedoelde kosten worden niet uitgelegd als omvattende betalingen van inkomstenbelasting door maatschappijen of van soortgelijke heffingen, opgelegd door Staten met betrekking tot de activiteiten van de contractant.
- a. „Be- en verwerkte metalen” als bedoeld in het vijfde en zesde lid, betekent de metalen in de meest gangbare vorm waarin zij gewoonlijk op internationale termijnmarkten worden verhandeld. Hiertoe geeft de Autoriteit in haar financiële regels, voorschriften en procedures de desbetreffende internationale termijnmarkt aan. Voor de metalen die niet op zulke markten worden verhandeld betekent „be- en verwerkte metalen” de metalen in de meest gangbare vorm waarin zij gewoonlijk worden verhandeld in representatieve transacties tussen niet gelieerde partijen.
- b. Indien de Autoriteit niet op andere wijze de hoeveelheid be- en verwerkte metalen voortgebracht uit de metaalknollen gewonnen uit het door het contract bedoeld in het vijfde lid, letter b, en het zesde lid, letter b, bestreken gebied kan bepalen, wordt de hoeveelheid bepaald op basis van het metaalgehalte van de knollen, het bewerkingsrendement voor de extractie van de metalen en andere van belang zijnde factoren, zulks overeenkomstig de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit en in overeenstemming met algemeen erkende boekhoudbeginselen.
Indien een internationale termijnmarkt een representatief prijsstellingsmechanisme voor be- en verwerkte metalen, metaalknollen en gedeeltelijk bewerkte metalen uit de knollen biedt, wordt de gemiddelde prijs op die markt gehanteerd. In alle andere gevallen bepaalt de Autoriteit, na raadpleging van de contractant, een billijke prijs voor deze produkten overeenkomstig het negende lid.
- a. Alle kosten, uitgaven, opbrengsten en inkomsten en alle bepalingen van prijs en waarde, bedoeld in dit artikel zijn het resultaat van transacties op de vrije markt of transacties tussen niet-gelieerde partijen. Bij gebreke daarvan, worden zij door de Autoriteit bepaald, na raadpleging van de contractant, als waren zij het resultaat van transacties op de vrije markt of tussen niet-gelieerde partijen, met inachtneming van desbetreffende transacties op andere markten.
- b. Ten einde naleving van en handhaving van de bepalingen van dit lid te verzekeren, wordt de Autoriteit geleid door de beginselen, aangenomen voor, en de uitlegging gegeven aan transacties tussen niet-gelieerde partijen door de Commissie inzake Transnationale Ondernemingen van de Verenigde Naties, de Groep deskundigen inzake belastingverdragen tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen en andere internationale organisaties en geeft zij, in haar regels, voorschriften en procedures, eenvormige en internationaal aanvaardbare boekhoudregels en procedures aan, alsook de methode voor keuze door de contractant van onafhankelijke accountants die voor de Autoriteit aanvaardbaar zijn, teneinde de accountantscontrole te verrichten volgens deze regels, voorschriften en procedures.
De contractant stelt de accountants, overeenkomstig de financiële regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit, de financiële gegevens ter beschikking die nodig zijn om vast te stellen of het bepaalde in dit artikel is nageleefd.
Alle kosten, uitgaven, opbrengsten en inkomsten, en alle prijzen en waarden, bedoeld in dit artikel, worden bepaald overeenkomstig algemeen erkende boekhoudbeginselen en de financiële regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit.
Betalingen aan de Autoriteit ingevolge het vijfde en zesde lid, worden verricht in vrij te gebruiken valuta’s, of valuta’s die vrij voorhanden zijn en daadwerkelijk kunnen worden gebruikt op de voornaamste wisselmarkten dan wel naar keuze van de contractant, in het equivalent van be- en verwerkte metalen tegen de marktwaarde. De marktwaarde wordt bepaald overeenkomstig het vijfde lid, letter b. De vrij te gebruiken valuta’s en valuta’s die vrij voorhanden zijn en daadwerkelijk kunnen worden gebruikt op de voornaamste wisselmarkten worden omschreven in de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit overeenkomstig de geldende internationale monetaire praktijk.
Alle financiële verplichtingen van de contractant jegens de Autoriteit, alsmede al zijn heffingen, kosten, uitgaven, opbrengsten en inkomsten, bedoeld in dit artikel, worden aangepast door deze uit te drukken in constante waarde ten opzichte van een referentiejaar.
De Autoriteit kan, met inachtneming van aanbevelingen van de Commissie voor Economische Planning en de Juridische en technische Commissie, regels, voorschriften en procedures aannemen, die voorzien in stimulansen -op eenvormige en non-discriminatoire basis- voor contractanten ter bevordering van de in het eerste lid vervatte doelstellingen.
In het geval van een geschil tussen de Autoriteit en een contractant over de uitlegging of toepassing van de financiële voorwaarden van een contract, kan elk der partijen het geschil voorleggen aan bindende commerciële arbitrage, tenzij beide partijen overeenkomen het geschil langs andere weg te regelen, zulks overeenkomstig artikel 188, tweede lid.
Artikel 14. Overdracht van gegevens
De exploitant draagt, overeenkomstig de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit en de voorwaarden en bedingen van het werkplan, met door de Autoriteit bepaalde tussenpozen, alle gegevens aan haar over die zowel noodzakelijk als van belang zijn voor de doeltreffende uitoefening van de bevoegdheden en taken van de voornaamste organen van de Autoriteit met betrekking tot het door het werkplan bestreken gebied.
Overgedragen gegevens met betrekking tot het door het werkplan bestreken gebied, die geacht worden tot de industriële eigendom te behoren, mogen alleen worden gebruikt voor de in dit artikel uiteengezette doelen. Gegevens nodig voor de formulering door de Autoriteit van regels, voorschriften en procedures betreffende de bescherming van het mariene milieu en de veiligheid, behalve gegevens over het ontwerp van de uitrusting, worden niet geacht tot de industriële eigendom te behoren.
Gegevens overgedragen aan de Autoriteit door onderzoekers, aanvragers van contracten of contractanten, die geacht worden tot de industriële eigendom te behoren, worden door de Autoriteit niet medegedeeld aan de Onderneming of aan iemand buiten de Autoriteit, doch gegevens inzake de gereserveerde gebieden kunnen aan de Onderneming worden medegedeeld. Deze door zodanige personen aan de Onderneming overgedragen gegevens worden niet door de Onderneming medegedeeld aan de Autoriteit of aan iemand buiten de Autoriteit.
Artikel 15. Opleidingsprogramma’s
De contractant stelt praktische programma's op voor de opleiding van personeel van de Autoriteit en van ontwikkelingsstaten, met inbegrip van de deelneming van zulk personeel aan alle werkzaamheden in het Gebied dat door het contract wordt bestreken, zulks overeenkomstig artikel 144, tweede lid.
Artikel 16. Uitsluitend recht tot exploratie en exploitatie
Ingevolge Deel XI en haar regels, voorschriften en procedures verleent de Autoriteit de exploitant het uitsluitende recht tot exploratie en exploitatie van het door het werkplan bestreken gebied met betrekking tot een nader aangegeven categorie rijkdommen en verzekert zij dat geen ander lichaam in hetzelfde gebied werkzaam is ten aanzien van een andere categorie rijkdommen op een wijze die de exploitatie door de exploitant zou kunnen hinderen. De exploitant is verzekerd van bescherming van zijn contractuele rechten overeenkomstig artikel 153, zesde lid.
Artikel 17. Regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit
De Autoriteit neemt overeenkomstig artikel 160, tweede lid, letter f, onder (ii), en artikel 162, tweede lid, letter o, onder (ii), regels, voorschriften en procedures aan en past deze eenvormig toe, ter uitoefening van haar taken zoals vervat in Deel XI inzake onder meer de onderstaande aangelegenheden:
- a. administratieve procedures betreffende prospectie, exploratie en exploitatie in het Gebied;
- b. werkzaamheden:
- (i). omvang van gebied;
- (ii). duur van de werkzaamheden;
- (iii). vereisten inzake prestatienormen, met inbegrip van de verzekeringen ingevolge artikel 4, zesde lid, letter c, van deze Bijlage;
- (iv). categorieën rijkdommen;
- (v). het afstand doen van gebieden;
- (vi). verslagen over voortgang der werkzaamheden;
- (vii). overlegging van gegevens;
- (viii). inspectie en controle van werkzaamheden;
- (ix). het voorkomen van hinder voor andere werkzaamheden in het mariene milieu;
- (x). overdracht van rechten en verplichtingen door een contractant;
- (xi). procedures voor de overdracht van technologie aan ontwikkelingsstaten overeenkomstig artikel 144 en voor rechtstreekse deelneming door deze Staten;
- (xii). normen en gebruiken voor de diepzeemijnbouw met inbegrip van die betreffende bedrijfsveiligheid, behoud van de rijkdommen en bescherming van het mariene milieu;
- (xiii). begripsomschrijving van commerciële produktie;
- (xiv). normen waaraan aanvragers dienen te voldoen;
- c. financiële aangelegenheden:
- (i). vaststelling van eenvormige en non-discriminatoire regels voor berekening van de kosten en voor de boekhouding en van de methode van keuze van de accountants;
- (ii). verdeling van de opbrengsten van de werkzaamheden;
- (iii). de stimulansen, bedoeld in artikel 13 van deze Bijlage;
- d. tenuitvoerlegging van ingevolge artikel 151, tiende lid, en artikel 164, tweede lid, letter d, genomen besluiten.
De regels, voorschriften en procedures inzake de volgende punten dienen ten volle aan de onderstaande objectieve maatstaven te voldoen:
- a. Omvang van de gebieden: De Autoriteit bepaalt de passende omvang van de gebieden voor exploratie, die tot tweemaal zo groot kunnen zijn als die voor exploitatie, ten einde intensieve exploratiewerkzaamheden mogelijk te maken. De omvang van het gebied wordt zo berekend, dat wordt voldaan aan de vereisten van artikel 8 van deze Bijlage inzake de reservering van gebieden, alsmede aan gestelde produktienormen verenigbaar met artikel 151 overeenkomstig de voorwaarden van het contract, met inachtneming van de stand van de technologie die dan beschikbaar is voor diepzeemijnbouw en de desbetreffende fysische kenmerken van de gebieden. De gebieden mogen niet kleiner of groter zijn dan nodig is om aan dit doel te beantwoorden.
- b. Duur van de werkzaamheden:
- (i). Voor prospectie wordt geen termijn gesteld;
- (ii). De exploratiefase dient lang genoeg te zijn om een grondig onderzoek van het desbetreffende gebied, het ontwerp en de constructie van de mijnbouwuitrusting voor het gebied en het ontwerp en de constructie van kleine en middelgrote installaties voor be- en verwerking met het oog op de beproeving van diepzeemijnbouw- en be- en verwerkingssystemen mogelijk te maken;
- (iii). De duur van de exploitatie dient samen te hangen met de economische levensduur van het mijnbouwproject, met inachtneming van factoren zoals de uitputting van het erts, de nuttige levensduur van diepzeemijnbouwuitrustingen installaties voor be- en verwerking en de commerciële levensvatbaarheid. De exploitatiefase dient lang genoeg te zijn om commerciële winning van delfstoffen uit het gebied mogelijk te maken en dient een redelijke termijn te omvatten voor de constructie van systemen voor diepzeemijnbouw en be- en verwerking op commerciële schaal, tijdens welke termijn commerciële produktie niet vereist is. De totale duur van de exploitatie dient echter ook kort genoeg te zijn om de Autoriteit een mogelijkheid te bieden de voorwaarden en bedingen van het werkplan te wijzigen op het tijdstip waarop zij verlenging overweegt overeenkomstig de regels, voorschriften en procedures die zij na goedkeuring van het werkplan heeft aanvaard.
- c. Prestatienormen: De Autoriteit dient te eisen dat tijdens de exploratiefase door de exploitant periodieke uitgaven worden verricht die in redelijke overeenstemming zijn met de omvang van het door het werkplan bestreken gebied en de uitgaven die verwacht kunnen worden van een bona fide exploitant die voornemens is het gebied in commerciële produktie te nemen binnen de door de Autoriteit vastgestelde termijnen. De vereiste uitgaven mogen niet worden vastgesteld op een niveau dat mogelijke exploitanten met minder kostbare technologie dan gewoonlijk in gebruik is zou afschrikken. De Autoriteit stelt een maximum tussenpoos vast, nadat de exploratiefase is voltooid en de exploitatiefase begint, om te komen tot commerciële produktie. Bij de bepaling van deze tussenpoos dient de Autoriteit te bedenken, dat de constructie van omvangrijke diepzeemijnbouw- en be- en verwerkingssystemen niet kan worden aangevangen dan na de beëindiging van de exploratiefase en de aanvang van de exploitatiefase. De tussenpoos voor het in commerciële produktie nemen van een gebied dient derhalve mede te zijn gebaseerd op de tijdsduur die voor deze constructie nodig is na de voltooiing van de exploratiefase; voorts dienen redelijke termijnen te worden aangehouden voor de onvermijdelijke vertragingen in het tijdschema van constructie. Wanneer de commerciële produktie is bereikt, verlangt de Autoriteit dat de exploitant, binnen redelijke grenzen en met inachtneming van alle desbetreffende factoren, gedurende het gehele tijdvak van het werkplan de commerciële produktie handhaaft.
- d. Categorieën rijkdommen: Bij de bepaling van de categorieën rijkdommen met betrekking waartoe een werkplan kan worden goedgekeurd, baseert de Autoriteit zich onder meer op de volgende feiten: Niets in deze letter belet de Autoriteit een werkplan goed te keuren met betrekking tot meer dan een categorie rijkdommen in hetzelfde gebied voor dezelfde aanvrager.
- (i). dat voor bepaalde rijkdommen het gebruik van soortgelijke mijnbouwmethoden vereist is; en
- (ii). dat sommige rijkdommen tegelijkertijd kunnen worden ontgonnen, zonder nodeloze onderlinge hinder voor exploitanten die verschillende rijkdommen in hetzelfde gebied ontginnen.
- e. Het afstand doen van gebieden: De exploitant heeft het recht te allen tijde zonder sanctie afstand te doen van al zijn rechten of van een deel daarvan in het door een werkplan bestreken gebied.
- f. Bescherming van het mariene milieu: Er worden regels, voorschriften en procedures opgesteld ter verzekering van de doeltreffende bescherming van het mariene milieu tegen schadelijke gevolgen die rechtstreeks voortvloeien uit werkzaamheden in het Gebied of uit be- en verwerking aan boord van een schip direct boven een mijngebied, van uit dat mijngebied gewonnen delfstoffen, met inachtneming van de mate waarin zulke schadelijke gevolgen rechtstreeks kunnen voortvloeien uit het boren, het baggeren, het verrichten van kernboringen (voor het nemen van monsters) en het uitgraven en uit het vrijkomen, storten en lozen in het mariene milieu van sediment, afval of andere afvalvloeistoffen.
- g. Commerciële produktie: De commerciële produktie wordt geacht te zijn aangevangen indien een exploitant zich bezig houdt met voortdurende grootscheepse winningswerkzaamheden die een hoeveelheid materiaal opleveren die voldoende is om duidelijk aan te geven dat het hoofddoel veeleer grootscheepse produktie is dan produktie, bedoeld voor de vergaring van informatie, analyse of de beproeving van uitrusting of installaties.
Artikel 18. Sancties
De rechten van een contractant krachtens een contract kunnen alleen in de volgende gevallen worden opgeschort of beëindigd:
- a. indien de contractant, ondanks waarschuwingen van de Autoriteit, zijn werkzaamheden op zodanige wijze heeft verricht dat zulks heeft geleid tot ernstige, voortdurende en opzettelijke schendingen van de fundamentele voorwaarden van het contract, van Deel XI en van de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit; of
- b. indien de contractant nagelaten heeft een voor hem geldende definitieve bindende beslissing van het lichaam ter regeling van geschillen, na te leven.
In het geval van een schending van het contract die niet valt onder het eerste lid, letter a, of in plaats van opschorting of beëindiging krachtens het eerste lid, letter a, kan de Autoriteit aan de contractant geldstraffen opleggen naar evenredigheid van de ernst van de schending.
Behalve voor bevelen in een noodsituatie krachtens artikel 162, tweede lid, letter w, mag de Autoriteit een besluit tot oplegging van geldstraffen, of tot opschorting of beëindiging, niet uitvoeren totdat de contractant een redelijke mogelijkheid is geboden van de hem ingevolge Deel XI, afdeling 5, ten dienste staande rechtsmiddelen volledig gebruik te maken.
Artikel 19. Herziening van een contract
Wanneer er zich omstandigheden hebben voorgedaan of zich vermoedelijk zullen voordoen waarin, naar de mening van een der partijen, het contract onbillijk zou worden, of het onuitvoerbaar of onmogelijk zou worden de in het contract of in Deel XI uiteengezette doelstellingen te verwezenlijken, treden de partijen in onderhandeling, om het contract dienovereenkomstig te wijzigen.
Overeenkomstig artikel 153, derde lid, gesloten contracten kunnen slechts worden gewijzigd met de instemming van de partijen.
Artikel 20. Overdracht van rechten en verplichtingen
De op grond van een contract ontstane rechten en verplichtingen kunnen alleen met toestemming van de Autoriteit en overeenkomstig haar regels, voorschriften en procedures worden overgedragen. De Autoriteit onthoudt niet op onredelijke wijze haar toestemming aan de overdracht, indien de voorgestelde concessionair in alle opzichten een aanvrager is die aan de voorwaarden voldoet en hij alle verplichtingen op zich neemt van degene die de overdracht verricht en indien bij de overdracht niet aan de concessionair een werkplan wordt verstrekt, waarvan de goedkeuring verboden is krachtens artikel 6, derde lid, letter c, van deze Bijlage.
Artikel 21. Toepasselijke wet
Op het contract zijn van toepassing de voorwaarden van het contract, de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit, Deel XI en andere regelen van het internationaal recht die niet strijdig zijn met dit Verdrag.
Elk definitief vonnis, uitgesproken door een rechtbank of hof, dat krachtens dit Verdrag rechtsmacht heeft, met betrekking tot de rechten en verplichtingen van de Autoriteit en van de contractant is uitvoerbaar op het grondgebied van elke Staat die Partij is.
Geen enkele Staat die Partij is, mag aan een contractant voorwaarden opleggen die onverenigbaar zijn met Deel XI. De toepassing evenwel door een Staat die Partij is, op contractanten waarvoor hij borg staat, of op schepen die zijn vlag voeren, van milieuvoorschriften of andere wetten en voorschriften die strenger zijn dan die vervat in de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit, aangenomen ingevolge artikel 17, tweede lid, letter f, van deze Bijlage, wordt niet onverenigbaar met Deel XI geacht.
Artikel 22. Verantwoordelijkheid
De contractant is verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade voortvloeiend uit onjuist handelen bij het verrichten van zijn werkzaamheden, waarbij rekening wordt gehouden met het aandeel van de Autoriteit daarin, op grond van haar handelingen of nalatigheden. Evenzo is de Autoriteit verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade, voortvloeiend uit onjuist optreden in de uitoefening van haar bevoegdheden en functies, met inbegrip van schendingen ingevolge artikel 168, tweede lid, waarbij rekening wordt gehouden met het aandeel van de contractant daarin, op grond van diens handelingen of nalatigheden. In alle gevallen dient de schadevergoeding overeen te komen met de werkelijk geleden schade.
Artikel 1. Doelstellingen
De Onderneming is het orgaan van de Autoriteit dat ingevolge artikel 153, tweede lid, letter a, rechtstreeks werkzaamheden verricht in het Gebied, alsook voorziet in het vervoer, de be- en verwerking en de afzet van uit het Gebied gewonnen delfstoffen.
Bij de verwezenlijking van haar doelstellingen en de uitoefening van haar functies handelt de Onderneming overeenkomstig dit Verdrag en de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit.
Bij de ontginning van de rijkdommen van het Gebied ingevolge het eerste lid, handelt de Onderneming, onder voorbehoud van het bepaalde in dit Verdrag, op basis van verantwoorde commerciële beginselen.
Artikel 2. Betrekkingen met de Autoriteit
Ingevolge artikel 170 handelt de Onderneming overeenkomstig het algemeen beleid van de Vergadering en de richtlijnen van de Raad.
Onder voorbehoud van het bepaalde in het eerste lid, handelt de Onderneming geheel zelfstandig.
Geen enkele bepaling in dit Verdrag legt de Onderneming aansprakelijkheid op voor de handelingen of verplichtingen van de Autoriteit, of legt de Autoriteit aansprakelijkheid op voor de handelingen of verplichtingen van de Onderneming.
Artikel 3. Beperking van aansprakelijkheid
Onverminderd het bepaalde in artikel 11, derde lid, van deze Bijlage is een lid van de Autoriteit niet aansprakelijk, uitsluitend op grond van zijn lidmaatschap, voor de handelingen of verplichtingen van de Onderneming.
Artikel 4. Structuur van de Onderneming
De Onderneming heeft een Raad van Bestuur, een Directeur-Generaal en het voor de uitoefening van haar functies nodige personeel.
Artikel 5. Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur bestaat uit 15 leden, door de Vergadering gekozen overeenkomstig artikel 160, tweede lid, letter c. Bij de verkiezing van de leden van de Raad wordt naar behoren aandacht besteed aan het beginsel van een billijke geografische verdeling. Bij de indiening van voordrachten van kandidaten voor verkiezing tot lid van de Raad van Bestuur, houden de leden van de Autoriteit rekening met de noodzaak, kandidaten voor te dragen die voldoen aan de hoogste normen van deskundigheid, en bevoegd zijn op de desbetreffende terreinen, ten einde de levensvatbaarheid en het welslagen van de Onderneming te verzekeren.
De leden van de Raad worden gekozen voor vier jaar en zijn herkiesbaar; er dient naar behoren aandacht te worden besteed aan het beginsel van een roulering van het lidmaatschap.
De leden van de Raad blijven in functie totdat hun opvolgers zijn gekozen. Indien de functie van een lid van de Raad openvalt, kiest de Vergadering, overeenkomstig artikel 160, tweede lid, letter c, een nieuw lid voor het resterende gedeelte van de ambtstermijn van zijn voorganger.
De leden van de Raad handelen in hun persoonlijke hoedanigheid. Bij de vervulling van hun taken vragen noch ontvangen zij instructies van enige regering of van enige andere bron. Elk lid van de Autoriteit eerbiedigt de onafhankelijkheid van de leden van de Raad en onthoudt zich van alle pogingen, deze te beïnvloeden in de kwijting van hun taken.
Elk lid van de Raad van Bestuur ontvangt een bezoldiging, betaald uit de financiële middelen van de Onderneming. Het bedrag van de bezoldiging wordt vastgesteld door de Vergadering op aanbeveling van de Raad.
De Raad van Bestuur verricht zijn werkzaamheden gewoonlijk ter plaatse van de hoofdzetel van de Onderneming en komt zo vaak bijeen als de aangelegenheden van de Onderneming vereisen.
Twee derde van de leden van de Raad van Bestuur vormen een quorum.
Elk lid van de Raad van Bestuur heeft één stem. In alle aan de Raad van Bestuur voorgelegde aangelegenheden wordt beslist door een meerderheid van zijn leden. Indien een lid een belangenconflict inzake een aan de Raad van Bestuur voorgelegde aangelegenheid heeft, onthoudt hij zich van stemming in die aangelegenheid.
Ieder lid van de Autoriteit kan de Raad van Bestuur om inlichtingen verzoeken ten aanzien van die werkzaamheden van de Raad van Bestuur die dat lid inzonderheid raken. De Raad van Bestuur tracht zulke inlichtingen te verstrekken.
Artikel 6. Bevoegdheden en functies van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur leidt de werkzaamheden van de Onderneming. Onder voorbehoud van het bepaalde in dit Verdrag oefent de Raad van Bestuur de bevoegdheden uit die nodig zijn om de doelstellingen van de Onderneming te verwezenlijken, met inbegrip van de bevoegdheid:
- a. uit zijn leden een Voorzitter te kiezen;
- b. zijn reglement van orde vast te stellen;
- c. overeenkomstig artikel 153, derde lid, en artikel 162, tweede lid, letter j, officiële schriftelijke werkplannen op te stellen en aan de Raad voor te leggen;
- d. werkplannen en programma’s uit te werken voor het verrichten van de werkzaamheden, aangegeven in artikel 170;
- e. overeenkomstig artikel 151, tweede tot en met zevende lid, aanvragen voor produktievergunningen op te stellen en voor te leggen aan de Raad;
- f. te machtigen tot het voeren van onderhandelingen betreffende verwerving van technologie, met inbegrip van de onderhandelingen bedoeld in Bijlage III, artikel 5, derde lid, letters a, c en d, en de resultaten van zulke onderhandelingen goed te keuren;
- g. de voorwaarden en bedingen vast te stellen, en te machtigen tot het voeren van onderhandelingen, betreffende „joint ventures” en andere vormen van overeenkomsten tot gezamenlijke onderneming, bedoeld in Bijlage III, de artikelen 9 en 11, en de resultaten van zulke onderhandelingen goed te keuren;
- h. aan de Vergadering aan te bevelen, welk deel van het netto inkomen van de Onderneming moet worden ingehouden als haar reserve, overeenkomstig artikel 160, tweede lid, letter f, en artikel 10 van deze Bijlage;
- i. de jaarlijkse begroting van de Onderneming goed te keuren;
- j. te machtigen tot de aankoop van goederen en diensten overeenkomstig artikel 12, derde lid, van deze Bijlage;
- k. aan de Raad een jaarverslag voor te leggen overeenkomstig artikel 9 van deze Bijlage;
- l. ontwerp-regels aan de Raad voor te leggen, ter goedkeuring door de Vergadering, met betrekking tot de organisatie, het beheer, de benoeming en het ontslag van het personeel van de Onderneming en voorschriften ter uitvoering van deze regels aan te nemen;
- m. gelden te lenen en de onderpanden of andere zekerheden te verstrekken door de Raad van Bestuur te bepalen overeenkomstig artikel 11, tweede lid, van deze Bijlage;
- n. gedingen aan te spannen, overeenkomsten en transacties aan te gaan en alle andere handelingen te verrichten overeenkomstig artikel 13 van deze Bijlage;
- o. onder voorbehoud van goedkeuring door de Raad, niet-discretionaire bevoegdheden te delegeren aan zijn commissies of aan de Directeur-Generaal.
Artikel 7. Directeur-Generaal en personeel van de Onderneming
Op aanbeveling van de Raad en uit de voordracht van de Raad van Bestuur kiest de Vergadering de Directeur-Generaal van de Onderneming, die geen lid van de Raad van Bestuur is. De Directeur-Generaal bekleedt zijn functie voor een vastgestelde termijn, die niet langer is dan vijf jaar, en kan worden herkozen voor volgende ambtstermijnen.
De Directeur-Generaal is de wettelijke vertegenwoordiger en hoogste functionaris van de Onderneming en is rechtstreeks verantwoordelijk jegens de Raad van Bestuur voor de leiding van de werkzaamheden van de Onderneming. Hij is verantwoordelijk voor de organisatie, het beheer, de aanstelling en het ontslag van het personeel van de Onderneming overeenkomstig de regels en voorschriften, bedoeld in artikel 6, letter (1), van deze Bijlage. Hij neemt, zonder stemrecht, deel aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur en kan, zonder stemrecht, deelnemen aan de bijeenkomsten van de Vergadering en de Raad, wanneer deze organen aangelegenheden betreffende de Onderneming behandelen.
De allerbelangrijkste overweging bij de aanwerving en indienstneming van het personeel en bij de vaststelling van hun arbeidsvoorwaarden is de noodzaak, de hoogste normen van efficiëntie en van technische bekwaamheid te waarborgen. Onder dit voorbehoud wordt naar behoren aandacht besteed aan het belang van de aanwerving van het personeel op een billijke geografische grondslag.
Bij de uitoefening van hun taken ontvangen noch verzoeken de Directeur-Generaal en het personeel instructies van enige regering of van enige andere bron buiten de Onderneming. Zij onthouden zich van handelingen die afbreuk zouden kunnen doen aan hun positie als internationale ambtenaren van de Onderneming die alleen jegens de Onderneming verantwoordelijk zijn. Elke Staat die Partij is, verbindt zich ertoe, het uitsluitend internationale karakter van het dienstverband van de Directeur-Generaal en het personeel te eerbiedigen en niet te pogen hen te beïnvloeden bij het nakomen van hun verantwoordelijkheden.
De verplichtingen, vervat in artikel 168, tweede lid, gelden eveneens voor het personeel van de Onderneming.
Artikel 8. Plaats van vestiging
De Onderneming heeft haar hoofdkantoor ter plaatse van de zetel van de Autoriteit. De Onderneming kan andere kantoren en installaties vestigen op het grondgebied van een Staat die Partij is, met de instemming van die Staat.
Artikel 9. Verslagen en financiële overzichten
De Onderneming legt uiterlijk drie maanden na het einde van elk boekjaar aan de Raad, voor bestudering door de Raad, een jaarverslag voor dat een door accountants gecontroleerd overzicht van haar rekeningen bevat, en zendt periodiek beknopte overzichten aan de Raad van haar financiële positie en een winst- en verliesrekening, waaruit de resultaten van haar werkzaamheden blijken.
De Onderneming publiceert haar jaarverslag, alsmede de andere verslagen die zij passend acht.
Alle verslagen en financiële overzichten, bedoeld in dit artikel, worden gezonden aan de leden van de Autoriteit.
Artikel 10. Verdeling van netto inkomen
Onder voorbehoud van het derde lid, verricht de Onderneming betalingen aan de Autoriteit ingevolge Bijlage III, artikel 13, of het equivalent daarvan.
Op aanbeveling van de Raad van Bestuur bepaalt de Vergadering, welk deel van het netto inkomen van de Onderneming zal worden opzij gelegd voor de vorming van een reserve. Het saldo wordt overgedragen aan de Autoriteit.
Gedurende een aanvangsperiode die de Onderneming nodig heeft om financieel zelfstandig te worden, en die niet langer mag zijn dan 10 jaar vanaf de aanvang van de commerciële produktie door de Onderneming, stelt de Vergadering de Onderneming vrij van de betalingen, bedoeld in het eerste lid, en laat zij het gehele netto inkomen van de Onderneming in haar reserves.
Artikel 11. Financiën
De financiële middelen van de Onderneming omvatten:
- a. de overeenkomstig artikel 173, tweede lid, letter b, van de Autoriteit ontvangen bedragen;
- b. door Staten die Partij zijn verstrekte vrijwillige bijdragen ter financiering van werkzaamheden van de Onderneming;
- c. door de Onderneming overeenkomstig het tweede en derde lid geleende bedragen;
- d. inkomen van de Onderneming uit haar werkzaamheden;
- e. andere aan de Onderneming ter beschikking gestelde middelen ten einde deze in staat te stellen zo spoedig mogelijk haar werkzaamheden aan te vangen en haar taken te vervullen.
- a. De Onderneming is bevoegd middelen te lenen en het door haar te bepalen onderpand of andere zekerheid te verstrekken. Alvorens haar obligaties in het openbaar te verkopen op de financiële markt of in de valuta van een Staat die Partij is, dient de Onderneming de goedkeuring van die Staat te verkrijgen. Het totale bedrag van de leningen wordt door de Raad goedgekeurd op aanbeveling van de Raad van Bestuur.
- b. Staten die Partij zijn stellen alles in het werk, in de mate van het redelijke, om aanvragen door de Onderneming voor leningen op kapitaalmarkten en van internationale financiële instellingen te steunen.
- a. De Onderneming worden de financiële middelen verstrekt die nodig zijn voor de exploratie en exploitatie van één mijngebied en voor het vervoer, de be- en verwerking en de afzet van de daaruit gewonnen delfstoffen, en het daaruit verkregen nikkel, koper, kobalt en mangaan, en om haar aanvankelijke administratieve kosten te dekken. Het bedrag van genoemde financiële middelen, en de criteria en factoren voor de aanpassing van dit bedrag, worden door de Voorbereidende Commissie aangegeven in de ontwerpen van de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit.
- b. Alle Staten die Partij zijn stellen de Onderneming een bedrag ter beschikking gelijk aan de helft van de in letter a bedoelde financiële middelen, in de vorm van langlopende renteloze leningen, overeenkomstig de contributieschaal voor de gewone begroting van de Verenigde Naties, die van kracht is op het tijdstip waarop de contributies moeten worden betaald, aangepast ten einde rekening te houden met de Staten die geen lid van de Verenigde Naties zijn. Door de Onderneming aangegane schulden bij het bijeenbrengen van de andere helft van de financiële middelen worden door alle Staten die Partij zijn gegarandeerd overeenkomstig dezelfde schaal.
- c. Indien het totaal van de financiële bijdragen van de Staten die Partij zijn, minder is dan de ingevolge letter a aan de Onderneming te verschaffen financiële middelen, beziet de Vergadering tijdens haar eerste zitting de omvang van het tekort en neemt zij bij consensus maatregelen aan om in dit tekort te voorzien, met inachtneming van de verplichting van Staten die Partij zijn ingevolge de letters a en b en de aanbevelingen van de Voorbereidende Commissie.
- d.
- (i). Elke Staat die Partij is deponeert, binnen 60 dagen na de inwerngtreding van dit Verdrag of binnen 30 dagen na de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding, naar gelang welke van beide het laatst valt, bij de Onderneming niet-verhandelbare renteloze promessen tot het bedrag van het aandeel van die Staat in de renteloze leningen ingevolge letter b.
- (ii). De Raad van Bestuur stelt, op de vroegst mogelijke datum nadat dit Verdrag in werking treedt, en daarna jaarlijks of met andere passende tussenpozen, een overzicht op van de omvang van en de tijdstippen waarop hij gelden nodig heeft voor zijn administratieve kosten en voor werkzaamheden door de Onderneming verricht overeenkomstig artikel 170 en artikel 12 van deze Bijlage.
- (iii). De Staten die Partij zijn worden daarop via de Autoriteit door de Onderneming in kennis gesteld van hun onderscheiden aandeel in de financiële middelen als vastgesteld overeenkomstig het derde lid, letter b, die nodig zijn voor zulke kosten. De Onderneming int de bedragen van promessen die nodig zijn om de uitgaven, bedoeld in het overzicht te dekken met inachtneming van de renteloze leningen.
- (iv). De Staten die Partij zijn stellen, bij ontvangst van de kennisgeving, hun onderscheiden aandeel in de schuldgaranties aan de Onderneming ter beschikking overeenkomstig letter b.
- e.
- (i). Indien de Onderneming zulks verzoekt, kunnen Staten die Partij zijn schuldgaranties verschaffen naast die verschaft overeenkomstig de contributieschaal bedoeld in letter b.
- (ii). Een Staat die Partij is, kan in plaats van schuldgaranties een vrijwillige bijdrage verstrekken aan de Onderneming tot een bedrag gelijk aan dat aandeel in de schulden dat hij anders zou moeten garanderen.
- f. Terugbetaling van rentedragende leningen heeft voorrang boven terugbetaling van renteloze leningen. Terugbetaling van renteloze leningen geschiedt overeenkomstig een tijdschema, aangenomen door de Vergadering, op aanbeveling van de Raad en op advies van de Raad van Bestuur. Bij de uitoefening van deze functie wordt de Raad van Bestuur geleid door de desbetreffende bepalingen in de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit, waarin rekening wordt gehouden met het allesoverheersende belang de doeltreffende werking van de Onderneming te verzekeren en inzonderheid, haar financiële onafhankelijkheid te waarborgen.
- g. Aan de Onderneming ter beschikking gestelde financiële middelen bestaan uit vrij te gebruiken valuta’s of valuta’s die vrij beschikbaar zijn en daadwerkelijk bruikbaar op de belangrijkste wisselmarkten. Deze valuta’s worden omschreven in de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit overeenkomstig de geldende internationale monetaire praktijk. Behalve zoals bepaald in het tweede lid, handhaaft een Staat die Partij is geen beperkingen, of legt deze op, aan het bezit, het gebruik of de inwisseling door de Onderneming van deze financiële middelen.
- h. „Schuldgarantie” betekent een belofte van een Staat die Partij is aan de crediteuren van de Onderneming tot betaling, pro rata overeenkomstig de desbetreffende verdeelsleutel, van de financiële verplichtingen van de Onderneming die worden gedekt door de garantie, na kennisgeving door de crediteuren aan de Staat die Partij is van een niet nakoming van haar verplichtingen door de Onderneming. De procedures voor de betaling van deze verplichtingen dienen in overeenstemming te zijn met de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit.
De financiële middelen, activa en uitgaven van de Onderneming worden gescheiden gehouden van die van de Autoriteit. Dit artikel belet de Onderneming niet, regelingen met de Autoriteit te treffen aangaande voorzieningen, personeel en diensten en regelingen voor vergoeding van administratieve kosten, door een van de twee partijen ten behoeve van de andere betaald.
De archieven, boeken en rekeningen van de Onderneming, met inbegrip van haar financiële jaaroverzichten, worden jaarlijks gecontroleerd door een onafhankelijke accountant, benoemd door de Raad.
Artikel 12. Werkzaamheden
De Onderneming legt aan de Raad projecten over voor het verrichten van werkzaamheden overeenkomstig artikel 170. Deze projecten omvatten een formeel schriftelijk werkplan voor werkzaamheden in het Gebied overeenkomstig artikel 153, derde lid, en alle andere inlichtingen en gegevens die van tijd tot tijd vereist kunnen zijn voor de beoordeling daarvan door de Juridische en Technische Commissie en de goedkeuring door de Raad.
Na goedkeuring door de Raad voert de Onderneming het project uit op basis van het formele schriftelijke werkplan, bedoeld in het eerste lid.
- a. Indien de Onderneming niet de goederen en diensten bezit die nodig zijn voor haar werkzaamheden, kan zij deze verwerven. Hiertoe doet de Onderneming verzoeken om inschrijving uitgaan en sluit zij contracten met inschrijvers die de gunstigste combinatie van kwaliteit, prijs en levertijd bieden.
- b. Indien er meer dan één bod is, dat zulk een combinatie biedt, wordt het contract gesloten overeenkomstig:
- (i). het beginsel van non-discriminatie op basis van politieke of andere overwegingen die geen verband houden met het spoedig en doelmatig chten van de werkzaamheden;
- (ii). door de Raad goedgekeurde richtlijnen met betrekking tot de voorkeur die moet worden toegekend aan goederen en diensten afkomstig uit ontwikkelingsstaten met name die zonder zeekust en met een ongunstige geografische ligging.
- c. De Raad van Bestuur kan regels aannemen ter vaststelling van de bijzondere omstandigheden waarin in het belang van de Onderneming kan worden afgezien van de vereiste van het doen uitgaan van verzoeken om het doen van een bod.
De Onderneming heeft het eigendomsrecht op alle door haar geproduceerde delfstoffen en bewerkte stoffen.
De Onderneming verkoopt haar produkten op non-discriminatoire grondslag. Zij geeft geen niet-commerciële kortingen.
Onverminderd de algemene of bijzondere bevoegdheden aan de Onderneming toegekend ingevolge andere bepalingen van dit Verdrag, oefent de Onderneming die bevoegdheden uit, die nodig zijn voor het verrichten van haar werkzaamheden.
De Onderneming mengt zich niet in de politieke aangelegenheden van Staten die Partij zijn, en evenmin wordt zij bij haar besluiten beïnvloed door het staatkundig karakter van de betrokken Staat die Partij is. Alleen commerciële overwegingen zijn van belang voor haar besluiten en deze overwegingen worden onpartijdig afgewogen ten einde de in artikel 1 van deze Bijlage genoemde doelstellingen te verwezenlijken.
Artikel 13. Juridische status, voorrechten en immuniteiten
Ten einde de Onderneming in staat te stellen, functies uit te oefenen, worden haar op het grondgebied van de Staten die Partij zijn, de status, voorrechten en immuniteiten neergelegd in dit artikel, toegekend. Ter toepassing van dit beginsel kunnen de Onderneming en de Staten die Partij zijn, waar nodig bijzondere overeenkomsten sluiten.
De Onderneming bezit de juridische bevoegdheid die nodig is voor de uitoefening van haar functies en de verwezenlijking van haar doelstellingen en inzonderheid de bevoegdheid:
- a. contracten, gezamenlijke regelingen of andere regelingen, met inbegrip van overeenkomsten met Staten en internationale organisaties, aan te gaan;
- b. roerende en onroerende goederen te verwerven, te huren, te houden en te vervreemden;
- c. partij te zijn in een gerechtelijke procedure.
- a. Tegen de Onderneming kan alleen een proces worden aangespannen voor een rechter die bevoegd is op het grondgebied van een Staat die Partij is en waar de Onderneming:
- (i). een kantoor of installaties heeft;
- (ii). een vertegenwoordiger heeft benoemd voor het in ontvangst nemen van de betekening van een exploot;
- (iii). een contract voor de levering van goederen of de verlening van diensten heeft gesloten;
- (iv). waardepapieren heeft uitgegeven; en
- (v). zich anderszins bezighoudt met commerciële activiteiten.
- b. De eigendommen en activa van de Onderneming, waar ook gelegen en door wie ook gehouden, genieten immuniteit van elke vorm van beslaglegging of andere wijze van executie vóór de uitspraak van een definitief vonnis tegen de Onderneming.
- a. De eigendommen en activa van de Onderneming, waar ook gelegen en door wie ook gehouden, genieten immuniteit van vordering, verbeurdverklaring, onteigening of elke andere vorm van beslaglegging voortvloeiend uit een maatregel van de uitvoerende of wetgevende macht.
- b. De eigendommen en activa van de Onderneming, waar ook gelegen en door wie ook gehouden, zijn vrij van discriminatoire beperkingen, verordeningen, controles en moratoria van welke aard ook.
- c. De Onderneming en haar werknemers eerbiedigen de plaatselijke wetten en voorschriften in elke Staat of elk grondgebied, waar de Onderneming of haar werknemers zaken doen of anderszins optreden.
- d. De Staten die Partij zijn verzekeren dat de Onderneming alle rechten, voorrechten en immuniteiten geniet, door hen toegekend aan lichamen die commerciële activiteiten verrichten op hun grondgebied. Deze rechten, voorrechten en immuniteiten worden de Onderneming toegekend op een niet minder gunstige grondslag dan die waarop zij worden toegekend aan lichamen die zich bezighouden met soortgelijke commerciële activiteiten. Indien de Staten die Partij zijn bijzondere voorrechten verschaffen aan ontwikkelingsstaten of hun handelslichamen, geniet de Onderneming deze voorrechten op een soortgelijke preferentiële grondslag.
- e. De Staten die Partij zijn kunnen bijzondere stimulansen, rechten, voorrechten en immuniteiten aan de Onderneming verschaffen zonder de verplichting zulke stimulansen, rechten, voorrechten en immuniteiten te verschaffen aan andere handelslichamen.
De Onderneming onderhandelt met de gastheerlanden waar haar kantoren en installaties zijn gevestigd over vrijstelling van directe en indirecte belastingen.
Elke Staat die Partij is, neemt de maatregelen die nodig zijn om in zijn eigen wetgeving uitvoering te geven aan de in deze Bijlage vervatte beginselen en stelt de Onderneming in kennis van de specifieke maatregelen die hij heeft genomen.
De Onderneming kan afstand doen van de voorrechten en immuniteiten, toegekend ingevolge dit artikel of in de bijzondere overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, in de mate en op de voorwaarden door haar te bepalen.
AFDELING 1. CONCILIATIE OVEREENKOMSTIG AFDELING 1 VAN DEEL XV
Artikel 1. Opening van de procedure
Indien de partijen bij een geschil overeenkomstig artikel 284 zijn overeengekomen het te onderwerpen aan conciliatie krachtens deze afdeling, kan een van de partijen de procedure beginnen door middel van een schriftelijke kennisgeving, gericht aan de andere partij of partijen bij het geschil.
Artikel 2. Lijst van conciliatoren
Een lijst van conciliatoren wordt opgesteld en bijgehouden door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Elke Staat die Partij is, is bevoegd vier conciliatoren aan te wijzen, die ieder, wat onpartijdigheid, deskundigheid en integriteit betreft, in hoog aanzien dienen te staan. De namen van de aldus aangewezen personen vormen de lijst.
Indien het aantal conciliatoren, door een Staat die Partij is aangewezen en op de lijst voorkomend, op enig tijdstip kleiner is dan vier, is die Staat bevoegd de noodzakelijke verdere aanwijzingen te verrichten.
De naam van een conciliator blijft op de lijst totdat deze daarvan is afgevoerd door de Staat die Partij is die de aanwijzing verrichtte, met dien verstande dat deze conciliator zitting blijft hebben in elke conciliatiecommissie waarin hij is benoemd tot de beëindiging van de procedure voor die commissie.
Artikel 3. Samenstelling van de conciliatiecommissie
Tenzij de partijen anderszins overeenkomen, wordt de conciliatiecommissie als volgt samengesteld:
- a. Onder voorbehoud van letter g, bestaat de conciliatiecommissie uit vijf leden.
- b. De partij die de procedure begint benoemt twee conciliatoren, die bij voorkeur worden gekozen van de in artikel 2 van deze Bijlage bedoelde lijst en van wie een de nationaliteit van die partij kan bezitten, tenzij de partijen anderszins overeenkomen. Deze benoemingen worden in de in artikel 1 van deze Bijlage bedoelde kennisgeving opgenomen.
- c. De andere partij bij het geschil benoemt binnen 21 dagen na de ontvangst van de in artikel 1 van deze Bijlage bedoelde kennisgeving twee conciliatoren op de in letter b voorziene manier. Indien de benoemingen niet binnen die termijn geschieden, kan de partij die de procedure begint binnen een week na afloop van die termijn, ofwel de procedure beëindigen door middel van een aan de andere partij gerichte kennisgeving, ofwel de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken de benoemingen te verrichten overeenkomstig letter e.
- d. Binnen 30 dagen nadat de vier conciliatoren zijn benoemd, benoemen dezen een vijfde conciliator, die wordt gekozen van de in artikel 2 van deze Bijlage bedoelde lijst en die als voorzitter zal optreden. Indien de benoeming niet binnen die termijn geschiedt, kan elk van de partijen binnen een week na afloop van die termijn de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken de benoeming te verrichten overeenkomstig letter e.
- e. Binnen 30 dagen na de ontvangst van een verzoek krachtens letter c of d verricht de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties de noodzakelijke benoemingen uit de personen die op de in artikel 2 van deze Bijlage bedoelde lijst staan in overleg met de partijen bij het geschil.
- f. Elke vacature wordt vervuld op de voor de oorspronkelijke benoeming voorgeschreven manier.
- g. Twee of meer partijen die het erover eens zijn dat zij gelijke belangen hebben, benoemen gezamenlijk twee conciliatoren. Wanneer twee of meer partijen verschillende belangen hebben of het er niet over eens kunnen worden of zij gelijke belangen hebben, benoemen zij ieder voor zich conciliatoren.
- h. Wanneer meer dan twee partijen verschillende belangen hebben of het er niet over eens kunnen worden of zij gelijke belangen hebben, passen zij zo ver als mogelijk de letters a tot en met f toe.
Artikel 4. Procedure
De conciliatiecommissie stelt haar eigen procedure vast, tenzij de partijen anderszins overeenkomen. Met toestemming van de partijen bij het geschil kan de commissie elke Staat die Partij is uitnodigen haar mondeling of schriftelijk zijn mening te laten weten. De besluiten van de commissie betreffende procedurele zaken, het rapport en de aanbevelingen worden genomen bij meerderheid van de leden.
Artikel 5. Minnelijke schikking
De commissie kan de aandacht van de partijen vestigen op elke maatregel die een minnelijke schikking zou kunnen vergemakkelijken.
Artikel 6. Functies van de commissie
De commissie hoort de partijen, onderzoekt hun aanspraken en tegenwerpingen en doet voorstellen aan de partijen om tot een minnelijke schikking te komen.
Artikel 7. Rapport
De commissie brengt binnen 12 maanden na de instelling ervan rapport uit. Het rapport geeft elk bereikt akkoord weer en, bij gebreke van een akkoord, de bevindingen van de commissie op alle feitelijke punten of rechtspunten met betrekking tot het onderwerp van geschil alsmede de aanbevelingen die de commissie passend acht met het oog op een minnelijke schikking. Het rapport wordt bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegd en wordt door deze onmiddellijk overgebracht aan de partijen bij het geschil.
Het rapport van de commissie, met inbegrip van de bevindingen of aanbevelingen ervan, is niet bindend voor de partijen.
Artikel 8. Beëindiging van de procedure
De conciliatieprocedure is geëindigd wanneer een regeling is bereikt, wanneer de partijen de aanbevelingen van het rapport hebben aanvaard of een partij deze heeft verworpen door middel van een schriftelijke, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving, of wanneer een termijn van drie maanden is verlopen vanaf de datum van overbrenging van het rapport aan de partijen.
Artikel 9. Vergoedingen en kosten
De vergoedingen en kosten van de commissie worden gedragen door de partijen bij het geschil.
Artikel 10. Recht van de partijen om de procedure te wijzigen
De partijen bij een geschil kunnen bij een uitsluitend op dat geschil toepasselijk akkoord elke bepaling van deze Bijlage wijzigen.
AFDELING 2. VERPLICHTE ONDERWERPING AAN CONCILIATIE INGEVOLGE AFDELING 3 VAN DEEL XV
Artikel 11. Opening van de procedure
Iedere partij bij een geschil dat overeenkomstig Deel XV, afdeling 3, kan worden onderworpen aan conciliatie volgens de in deze afdeling bedoelde procedure, kan de procedure beginnen door middel van een schriftelijke kennisgeving, gericht aan de andere partij of partijen bij het geschil.
Iedere partij bij het geschil, die de in het eerste lid genoemde kennisgeving heeft ontvangen, is verplicht zich te onderwerpen aan deze procedure.
Artikel 12. Ontstentenis van antwoord of weigering zich aan de procedure te onderwerpen
Het feit dat een of meer van de partijen bij het geschil niet antwoordt op de kennisgeving van opening van de procedure of zich niet aan de procedure onderwerpt, vormt geen belemmering voor de procedure.
Artikel 13. Bevoegdheid
Een verschil van mening over de vraag of een krachtens deze afdeling ingestelde commissie bevoegd is, wordt beslist door deze commissie.
Artikel 14. Toepassing van afdeling 1
De artikelen 2 tot en met 10 van afdeling 1 van deze Bijlage zijn van toepassing met inachtneming van het bepaalde in deze afdeling.
Artikel 1. Algemene bepalingen
Het Internationale Hof voor het Recht van de Zee is ingesteld en functioneert overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en dit Statuut.
De zetel van het Hof is gevestigd in de Vrije Hanzestad Hamburg in de Bondsrepubliek Duitsland.
Het Hof kan elders zitting houden en zijn functies uitoefenen, wanneer het dit wenselijk acht.
De voorlegging van een geschil aan het Hof wordt beheerst door de bepalingen van de Delen XI en XV.
AFDELING 1. ORGANISATIE VAN HET HOF
Artikel 2. Samenstelling
Het Hof bestaat uit 21 onafhankelijke leden, gekozen uit personen die, wat onpartijdigheid en integriteit betreft, in hoog aanzien staan en erkend zijn als deskundig op het gebied van het zeerecht.
In het Hof dienen de voornaamste rechtsstelsels van de wereld te zijn vertegenwoordigd en dient een billijke geografische spreiding te zijn gewaarborgd.
Artikel 3. Lidmaatschap
Twee leden van het Hof kunnen niet de nationaliteit van dezelfde Staat bezitten. Een persoon die met het oog op het lidmaatschap van het Hof als onderdaan van meer dan een Staat zou kunnen worden beschouwd, wordt geacht onderdaan te zijn van de Staat waarin hij zijn burgerlijke en politieke rechten pleegt uit te oefenen.
Er moeten ten minste drie leden zijn van elke geografische groep als ingesteld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Artikel 4. Aanwijzingen en verkiezingen
Iedere Staat die Partij is, kan niet meer dan twee personen aanwijzen die de in artikel 2 van deze Bijlage genoemde eigenschappen bezitten. De leden van het Hof worden gekozen van de lijst van de aldus aangewezen personen.
Ten minste drie maanden voor de datum van de verkiezing richt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties bij de eerste verkiezing en de Griffier van het Hof bij een volgende verkiezing een schriftelijke uitnodiging aan de Staten die Partij zijn om hun aanwijzingen voor lidmaatschap van het Hof binnen twee maanden bij hem in te dienen. De Secretaris-Generaal of de Griffier stelt een alfabetische lijst op van de aldus aangewezen personen, waarbij de Staten die Partij zijn worden aangegeven die dezen hebben aangewezen, en legt de lijst voor aan de Staten die Partij zijn vóór de zevende dag van de laatste maand voorafgaand aan de datum van de verkiezing.
De eerste verkiezing wordt gehouden binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.
De leden van het Hof worden gekozen bij geheime stemming. De verkiezingen worden gehouden tijdens een bijeenkomst van de Staten die Partij zijn, bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties bij de eerste verkiezing en volgens een door de Staten die Partij zijn overeengekomen procedure bij een volgende verkiezing. Twee derde van de Staten die Partij zijn vormt een quorum op die bijeenkomst. De als lid van het Hof gekozen personen zijn diegenen die het grootste aantal stemmen behalen alsmede een twee derde meerderheid van de stemmen van de Staten die Partij zijn die aanwezig zijn en aan de stemming deelnemen, mits een dergelijke meerderheid de meerderheid van de Staten die Partij zijn omvat.
Artikel 5. Ambtstermijn
De leden van het Hof worden gekozen voor negen jaar en zijn herkiesbaar; de ambtstermijnen van zeven van de leden gekozen bij de eerste verkiezing lopen echter af na drie jaar en die van zeven andere leden na zes jaar.
De leden van het Hof, van wie de ambtstermijn afloopt na de bovengenoemde beginperioden van drie en zes jaar, worden bij loting aangewezen door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties terstond na de eerste verkiezing.
De leden van het Hof blijven in functie tot hun vervanging. Ook na hun vervanging doen zij de behandeling van de zaken waarmee zij zijn begonnen voor hun vervanging, nog af.
In geval van aftreden van een lid van het Hof moet het bericht van aftreden worden gericht tot de Voorzitter van het Hof. De zetel valt open op het moment van ontvangst van dat bericht.
Artikel 6. Vacatures
Vacatures worden vervuld volgens de methode, gevolgd bij de eerste verkiezing, onder voorbehoud van de volgende bepaling: binnen een maand na het ontstaan van de vacature gaat de Griffier over tot de in artikel 4 van deze Bijlage voorziene uitnodiging, en de datum van de verkiezing wordt vastgesteld door de Voorzitter van het Hof na raadpleging van de Staten die Partij zijn.
Een lid van het Hof dat is gekozen ter vervanging van een lid wiens ambtstermijn niet is afgelopen, blijft in functie voor de rest van de ambtstermijn van zijn voorganger.
Artikel 7. Onverenigbare functies
Een lid van het Hof mag geen politieke of bestuurlijke functie vervullen of mag zich niet actief verbinden met, of financieel belang hebben bij enige activiteit van een onderneming die zich bezighoudt met de exploratie of exploitatie van de rijkdommen van de zee of de zeebodem of met een andere commerciële vorm van gebruik van de zee of de zeebodem.
Een lid van het Hof mag in generlei zaak de functie van vertegenwoordiger, raadsman of advocaat vervullen.
In geval van twijfel beslist het Hof bij meerderheid van de andere aanwezige leden.
Artikel 8. Voorwaarden voor de deelneming van de leden in een bepaalde zaak
Een lid van het Hof mag niet deelnemen aan de regeling van een zaak waarin hij voordien is opgetreden als vertegenwoordiger, raadsman of advocaat van een van de partijen, als lid van een nationaal of internationaal hof of een nationale of internationale commissie, of in enige andere functie.
Indien een lid van het Hof om een bijzondere reden meent niet te moeten deelnemen aan de regeling van een bepaalde zaak, deelt hij dit aan de Voorzitter van het Hof mee.
Indien de Voorzitter meent dat een van de leden van het Hof om een bijzondere reden niet moet zitting nemen in een bepaalde zaak, geeft hij dit lid hiervan kennis.
4.
Artikel 9. Gevolg van het niet meer voldoen aan de vereiste voorwaarden
Indien de andere leden van het Hof unaniem van mening zijn dat een lid niet meer voldoet aan de vereiste voorwaarden, verklaart de Voorzitter van het Hof diens zetel open.
Artikel 10. Voorrechten en immuniteiten
De leden van het Hof genieten in de uitoefening van hun functie diplomatieke voorrechten en immuniteiten.
Artikel 11. Plechtige verklaring
Ieder lid van het Hof legt, alvorens in functie te treden, in openbare zitting de plechtige verklaring af, dat hij zijn taak onpartijdig en overeenkomstig zijn geweten zal uitoefenen.
Artikel 12. Voorzitter, Vice-Voorzitter en Griffier
Het Hof kiest voor de tijd van drie jaar zijn Voorzitter en zijn Vice-Voorzitter; zij zijn herkiesbaar.
Het Hof benoemt zijn Griffier en kan zo nodig voorzien in de benoeming van andere ambtenaren.
De Voorzitter en de Griffier houden verblijf in de plaats waar het Hof is gevestigd.
Artikel 13. Quorum
Alle beschikbare leden van het Hof nemen zitting; een quorum van 11 gekozen leden is vereist om het Hof te vormen.
Met inachtneming van artikel 17 van deze Bijlage bepaalt het Hof welke leden beschikbaar zijn om van een bepaald geschil kennis te nemen, in aanmerking nemend de noodzaak van een goed functioneren van de in de artikelen 14 en 15 van deze Bijlage voorziene kamers.
Het Hof spreekt zich uit over alle daaraan voorgelegde geschillen en verzoeken, tenzij artikel 14 van deze Bijlage van toepassing is of de partijen verzoeken dat wordt gehandeld overeenkomstig artikel 15 van deze Bijlage.
Artikel 14. Kamer inzake geschillen betreffende de zeebodem
Een Kamer inzake geschillen betreffende de zeebodem wordt ingesteld in overeenstemming met de bepalingen van afdeling 4 van deze Bijlage. De rechtsmacht, de bevoegdheden en de functies ervan zijn vastgesteld in Deel XI, afdeling 5.
Artikel 15. Bijzondere Kamers
Het Hof kan, naargelang het dit noodzakelijk acht, uit drie of meer van zijn gekozen leden samengestelde kamers vormen om zich bezig te houden met bepaalde soorten geschillen.
Het Hof vormt een kamer om zich bezig te houden met een bepaald aan het Hof voorgelegd geschil indien de partijen dit verzoeken. De samenstelling van een dergelijke kamer wordt vastgesteld door het Hof met goedkeuring van de partijen.
Ten einde een spoedige behandeling van zaken te bevorderen, vormt het Hof ieder jaar een kamer van vijf van zijn gekozen leden, die zich kan uitspreken in kort geding. Twee andere leden worden bovendien aangewezen ter vervanging van de leden die verhinderd zijn deel te nemen aan een bepaalde zaak.
De in dit artikel voorziene kamers spreken zich uit over geschillen indien de partijen dit verzoeken.
Een uitspraak door een van de kamers, voorzien in dit artikel en in artikel 14 van deze Bijlage, wordt beschouwd als door het Hof gedaan.
Artikel 16. Regels van het Hof
Het Hof stelt een reglement vast voor de uitoefening van zijn functies. Met name regelt het de procedure.
Artikel 17. Nationaliteit van de leden
De leden van het Hof met de nationaliteit van een partij bij een geschil behouden het recht aan de zaak deel te nemen.
Indien in het Hof bij de behandeling van een geschil een lid zitting heeft met de nationaliteit van een van de partijen, kan iedere andere partij een persoon uitkiezen om eraan deel te nemen als lid van het Hof.
Indien in het Hof bij de behandeling van een geschil geen lid zitting heeft met de nationaliteit van de partijen, kan ieder van die partijen een persoon uitkiezen om eraan deel te nemen als lid van het Hof.
Dit artikel is van toepassing op de kamers, genoemd in de artikelen 14 en 15 van deze Bijlage. In dergelijke gevallen verzoekt de Voorzitter in overleg met de partijen zoveel leden van het Hof die de kamer vormen als nodig is, hun plaats af te staan aan de leden van het Hof met de nationaliteit van de betrokken partijen en bij gebreke van deze of in geval van verhindering aan de speciaal door de partijen gekozen leden.
Wanneer verschillende partijen gemeenschappelijk optreden, gelden zij voor de toepassing van de voorafgaande bepalingen slechts als een enkele. In geval van twijfel beslist het Hof.
De leden, gekozen overeenkomstig het tweede, derde en vierde lid, moeten voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 2, 8 en 11 van deze Bijlage. Zij nemen deel aan de beslissing op voet van volkomen gelijkheid met hun ambtgenoten.
Artikel 18. Bezoldiging
Ieder gekozen lid van het Hof ontvangt een jaarlijkse toelage en, voor elke dag dat het lid zijn functie uitoefent, een bijzondere toelage, mits in enig jaar het totale aan hem te betalen bedrag aan bijzondere toelage het bedrag van de jaarlijkse toelage niet te boven gaat.
De Voorzitter ontvangt een bijzondere jaarlijkse toelage.
De Vice-Voorzitter ontvangt een bijzondere toelage voor elke dag dat hij de functie van Voorzitter waarneemt.
De krachtens artikel 17 van deze Bijlage gekozen leden, niet gekozen leden van het Hof, ontvangen een vergoeding voor elke dag dat zij hun functie uitoefenen.
De bezoldigingen, toelagen en vergoedingen worden van tijd tot tijd vastgesteld tijdens bijeenkomsten van de Staten die Partij zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de hoeveelheid werk van het Hof. Zij kunnen niet worden verminderd gedurende de ambtsperiode.
De bezoldiging van de Griffier wordt vastgesteld tijdens bijeenkomsten van de Staten die Partij zijn, op voorstel van het Hof.
In tijdens bijeenkomsten van de Staten die Partij zijn aangenomen regelingen worden de voorwaarden vastgesteld waarop pensioenen worden toegekend aan leden van het Hof en aan de Griffier, alsmede de voorwaarden waarop de leden van het Hof en de Griffier terugbetaling van hun reiskosten ontvangen.
De bezoldigingen, toelagen en vergoedingen zijn vrijgesteld van alle belastingen.
Artikel 19. Kosten van het Hof
De kosten van het Hof worden gedragen door de Staten die Partij zijn en door de Autoriteit onder de voorwaarden en op de wijze als wordt vastgesteld tijdens bijeenkomsten van de Staten die Partij zijn.
Indien een ander lichaam dan een Staat die Partij is of de Autoriteit, partij is bij een aan het Hof voorgelegd geschil, stelt dit de bijdrage van deze partij aan de kosten van het Hof vast.
AFDELING 2. BEVOEGDHEID
Artikel 20. Toegang tot het Hof
Het Hof is toegankelijk voor de Staten die Partij zijn.
Het Hof is toegankelijk voor andere lichamen dan Staten die Partij zijn in elk uitdrukkelijk in Deel XI voorzien geval of bij elk geschil, voorgelegd krachtens elke andere overeenkomst die aan het Hof een rechtsmacht verleent welke door alle partijen bij het geschil wordt aanvaard.
Artikel 21. Rechtsmacht
De rechtsmacht van het Hof strekt zich uit over alle geschillen en alle verzoeken die eraan worden voorgelegd in overeenstemming met dit Verdrag, alsmede over alle gevallen die uitdrukkelijk worden genoemd in enige andere overeenkomst welke rechtsmacht verleent aan het Hof.
Artikel 22. Verwijzing van geschillen met betrekking tot andere overeenkomsten
Indien alle partijen bij een verdrag dat reeds in werking is getreden en het door dit Verdrag bestreken onderwerp betreft, aldus overeenkomen, kan elk geschil betreffende de uitlegging of toepassing van dat verdrag worden voorgelegd aan het Hof overeenkomstig het overeengekomene.
Artikel 23. Toepasselijk recht
Het Hof beslist alle geschillen en verzoeken overeenkomstig artikel 293.
AFDELING 3. PROCEDURE
Artikel 24. Aanvang van de procedure
Geschillen worden naar gelang van het geval aan het Hof voorgelegd hetzij door middel van een kennisgeving van een compromis terzake, hetzij door middel van een verzoek, gericht tot de Griffier. In beide gevallen worden het onderwerp van het geschil en de partijen aangegeven.
De Griffier brengt het compromis of het verzoek onmiddellijk ter kennis van alle betrokkenen.
De Griffier brengt het compromis of het verzoek eveneens ter kennis van alle Staten die Partij zijn.
Artikel 25. Voorlopige maatregelen
Overeenkomstig artikel 290 hebben het Hof en de Kamer inzake geschillen betreffende de zeebodem de bevoegdheid voorlopige maatregelen voor te schrijven.
Indien het Hof niet zitting houdt of geen voldoende aantal leden beschikbaar is om een quorum te vormen, worden de voorlopige maatregelen voorgeschreven door de krachtens artikel 15, derde lid, van deze Bijlage gevormde kamer van kortgeding. Niettegenstaande het bepaalde in artikel 15, vierde lid, van deze Bijlage kunnen deze voorlopige maatregelen worden voorgeschreven op verzoek van ieder van de partijen bij het geschil. Zij zijn onderworpen aan beoordeling en herziening door het Hof.
Artikel 26. Zitting
De zitting wordt geleid door de Voorzitter of, indien deze is verhinderd, door de Vice-Voorzitter; in geval van verhindering van beiden wordt de zitting geleid door de in dienstjaren oudste van de aanwezige rechters van het Hof.
De zitting is openbaar, tenzij het Hof anders beslist of tenzij de partijen vragen, dat geen publiek wordt toegelaten.
Artikel 27. Regeling van het proces
Het Hof geeft voorschriften voor de regeling van het proces en de vaststelling van de vorm waarin en de termijnen waarbinnen iedere partij haar slotconclusie moet nemen; het Hof neemt alle maatregelen nodig voor de bewijslevering.
Artikel 28. Niet-verschijning
Wanneer een van de partijen niet verschijnt of zijn middelen niet doet gelden, kan de andere partij het Hof verzoeken de zaak voort te zetten en een uitspraak te doen. De afwezigheid van een partij of het feit dat een partij zijn middelen niet doet gelden vormt geen beletsel voor de voortgang van de procedure. Alvorens een uitspraak te doen, moet het Hof zich ervan vergewissen niet alleen dat het bevoegd is in het geschil, maar ook dat de vordering feitelijk en rechtens gegrond is.
Artikel 29. Vereiste meerderheid
De beslissingen van het Hof worden genomen bij meerderheid van de aanwezige leden.
Wanneer de stemmen staken, geeft de stem van de Voorzitter of van het lid dat in zijn plaats optreedt, de doorslag.
Artikel 30. Uitspraak
De uitspraak is met redenen omkleed.
De uitspraak vermeldt de namen van de leden van het Hof, die eraan hebben deelgenomen.
Indien de uitspraak geheel of ten dele niet de eenstemmige mening van de leden van het Hof weergeeft, heeft ieder lid het recht aan de uitspraak een uiteenzetting van zijn individuele mening toe te voegen.
De uitspraak wordt ondertekend door de Voorzitter en door de Griffier. De uitspraak wordt in openbare zitting voorgelezen, nadat de partijen bij het geschil hiervan behoorlijk in kennis zijn gesteld.
Artikel 31. Verzoek tot tussenkomst
Wanneer een Staat die Partij is van oordeel is dat in een geschil een rechtsbelang voor hem is betrokken, kan hij een verzoek richten tot het Hof om te mogen tussenkomen.
Het Hof beslist over dit verzoek.
Indien een verzoek om te mogen tussenkomen is toegestaan, is de beslissing van het Hof met betrekking tot het geschil bindend voor de tussenkomende Staat, voor zover de beslissing betrekking heeft op zaken, betreffende welke die Staat is tussengekomen.
Artikel 32. Recht op tussenkomst in kwesties van uitlegging of toepassing
Wanneer een kwestie van uitlegging of toepassing van dit Verdrag aan de orde is, stelt de Griffier onverwijld alle Staten die Partij zijn hiervan in kennis.
Wanneer ingevolge artikel 21 en 22 van deze Bijlage een kwestie van uitlegging of toepassing van een internationale overeenkomst aan de orde is, stelt de Griffier onverwijld alle partijen bij die overeenkomst hiervan in kennis.
Iedere in het eerste en tweede lid genoemde partij heeft het recht om tussen te komen in het proces; indien deze partij van deze bevoegdheid gebruik maakt, is de in het vonnis gegeven uitlegging eveneens bindend voor deze partij.
Artikel 33. Definitieve en bindende aard van beslissingen
De beslissing van het Hof is definitief en wordt nagekomen door alle partijen bij het geschil.
De beslissing is slechts bindend voor de partijen en voor de zaak waarvoor de beslissing is gegeven.
In geval van meningsverschil over de betekenis of de draagwijdte van de beslissing is het Hof bevoegd, een uitlegging ervan te geven op verzoek van ieder van de partijen.
Artikel 34. Proceskosten
Tenzij het Hof anders beslist, draagt iedere partij de eigen proceskosten.
AFDELING 4. KAMER INZAKE GESCHILLEN BETREFFENDE DE ZEEBODEM
Artikel 35. Samenstelling
De in artikel 14 van deze Bijlage genoemde Kamer inzake geschillen betreffende de zeebodem bestaat uit 11 leden, uit de gekozen leden van het Hof bij meerderheid van hen gekozen.
Bij de keuze van de leden van de Kamer dienen de voornaamste rechtsstelsels van de wereld te zijn vertegenwoordigd en dient een billijke geografische spreiding te zijn gewaarborgd.
De leden van de Kamer worden elke drie jaar gekozen en kunnen voor een tweede ambtstermijn worden gekozen.
De Kamer kiest uit haar leden de Voorzitter, die zijn functie uitoefent voor de duur van de ambtstermijn waarvoor de Kamer is gekozen.
Indien een zaak aanhangig is aan het einde van enige periode van drie jaar waarvoor de Kamer is gekozen, handelt deze de zaak af in haar oorspronkelijke samenstelling.
Indien in de Kamer een vacature ontstaat, kiest het Hof uit zijn gekozen leden een opvolger, die in functie blijft voor de rest van de ambtstermijn van zijn voorganger.
Een quorum van zeven door het Hof gekozen leden is vereist om de Kamer te vormen.
Artikel 36. Kamers ad hoc
De Kamer inzake geschillen betreffende de zeebodem vormt een uit drie van haar leden bestaande kamer ad hoc om een bepaald geschil te behandelen dat aan haar is voorgelegd overeenkomstig artikel 188, eerste lid, letter b. De samenstelling van deze kamer wordt vastgesteld door de Kamer inzake geschillen betreffende de zeebodem met de goedkeuring van de partijen.
Indien de partijen het niet eens worden over de samenstelling van een kamer ad hoc, benoemt iedere partij bij het geschil een lid en wordt het derde lid door hen benoemd in onderlinge overeenstemming. Indien de partijen het daarover niet eens kunnen worden of indien een van de partijen geen benoeming doet, verricht de Voorzitter van de Kamer inzake geschillen betreffende de zeebodem onverwijld de benoeming of de benoemingen uit de leden ervan, na overleg met de partijen.
De leden van een kamer ad hoc mogen niet in dienst zijn of de nationaliteit bezitten van een van de partijen bij het geschil.
Artikel 37. Toegang tot de Kamer
De Kamer is toegankelijk voor de Staten die Partij zijn, de Autoriteit en de andere in afdeling 5 van Deel XI genoemde lichamen.
Artikel 38. Toepasselijk recht
Behalve artikel 293 past de Kamer toe:
- a. de regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit, aangenomen overeenkomstig dit Verdrag; en
- b. de bepalingen van contracten betreffende werkzaamheden in het Gebied, in kwesties met betrekking tot die contracten.
Artikel 39. Uitvoerbaarheid van beslissingen van de Kamer
De beslissingen van de Kamer zijn uitvoerbaar op het grondgebied van de Staten die Partij zijn op dezelfde wijze als vonnissen of bevelen van de hoogste rechterlijke instantie van de Staat die Partij is op het grondgebied waarvan om de uitvoering wordt gevraagd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)