← Geldende tekst · Geschiedenis

Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentale plat

Geldende tekst a fecha 1992-06-03

De Staten-Partijen bij dit Protocol,

Als partijen bij het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van de zeevaart,

Erkennend dat de redenen waarom het Verdrag werd opgesteld ook gelden voor vaste platforms op het continentale plat,

Rekening houdend met de bepalingen van dat Verdrag,

Bevestigend dat aangelegenheden die niet door dit Protocol worden geregeld, beheerst blijven door de regelen en beginselen van algemeen internationaal recht,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1
1.

De bepalingen van de artikelen 5 en 7 en van de artikelen 10 tot en met 16 van het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart (hierna te noemen „het Verdrag”) zijn mutatis mutandis ook van toepassing op de strafbare feiten genoemd in artikel 2 van dit Protocol, indien bedoelde strafbare feiten worden gepleegd aan boord van of zijn gericht tegen vaste platforms op het continentale plat.

2.

Ingeval dit Protocol niet van toepassing is op grond van het eerste lid, is het niettemin van toepassing indien de dader of de vermoedelijke dader wordt aangetroffen op het grondgebied van een andere Staat-Partij dan de Staat in de binnenwateren of de territoriale zee waarvan het vaste platform zich bevindt.

3.

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder „vast platform”: een kunstmatig eiland, installatie of inrichting die permanent met de zeebodem is verbonden ten behoeve van de exploratie of exploitatie van rijkdommen of voor andere economische doeleinden.

Artikel 2
1.

Aan een strafbaar feit maakt zich schuldig hij die wederrechtelijk en opzettelijk:

2.

Aan een strafbaar feit maakt zich eveneens schuldig hij die:

Artikel 3
1.

Elke Staat-Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om zijn rechtsmacht vast te leggen met betrekking tot de in artikel 2 genoemde strafbare feiten, wanneer het strafbare feit wordt gepleegd:

2.

Een Staat-Partij kan eveneens zijn rechtsmacht met betrekking tot genoemde strafbare feiten vastleggen, wanneer:

3.

Elke Staat-Partij die de in het tweede lid bedoelde rechtsmacht heeft vastgelegd, stelt de Secretaris-Generaal van de Internationale Maritieme Organisatie (hierna te noemen „de Secretaris-Generaal”) daarvan in kennis. Indien een Staat-Partij daarna deze wetgeving intrekt, stelt hij de Secretaris-Generaal daarvan in kennis.

4.

Elke Staat-Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om zijn rechtsmacht vast te leggen met betrekking tot de in artikel 2 genoemde strafbare feiten ingeval de vermoedelijke dader zich op zijn grondgebied bevindt en hij deze niet uitlevert aan een Staat-Partij die zijn rechtsmacht heeft vastgelegd in overeenstemming met het eerste en het tweede lid van dit artikel.

5.

Dit Protocol sluit geen enkele krachtens de nationale wetgeving uitgeoefende rechtsmacht in strafrechtelijke aangelegenheden uit.

Artikel 4

De regelen van internationaal recht met betrekking tot vaste platforms gelegen op het continentale plat worden op generlei wijze door dit Protocol aangetast.

Artikel 5
1.

Dit Protocol staat voor ondertekening open te Rome op 10 maart 1988 en op de zetel van de Internationale Maritieme Organisatie (hierna te noemen „de Organisatie”) van 14 maart 1988 tot 9 maart 1989 door alle Staten die het Verdrag hebben ondertekend. Daarna blijft het openstaan voor toetreding.

2.

Staten kunnen van hun instemming door dit Protocol te worden gebonden doen blijken door middel van:

3.

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door middel van nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal.

4.

Slechts een Staat die het Verdrag zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring heeft ondertekend, of het heeft bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd, dan wel daartoe is toegetreden, kan Partij bij dit Protocol worden.

Artikel 6
1.

Dit Protocol treedt in werking negentig dagen na de datum waarop drie Staten het hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd. Dit Protocol treedt evenwel niet in werking voordat het Verdrag in werking is getreden.

2.

Voor een Staat die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot dit Protocol heeft nedergelegd nadat aan de voorwaarden voor inwerkingtreding is voldaan, treedt de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding in werking negentig dagen na de datum van nederlegging.

Artikel 7
1.

Dit Protocol kan door elke Staat-Partij te allen tijde worden opgezegd na het verstrijken van een jaar na de datum waarop het Protocol voor die Staat in werking is getreden.

2.

Opzegging geschiedt door middel van nederlegging van een akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal.

3.

Een opzegging wordt van kracht één jaar, of zoveel later als aangegeven in de akte van opzegging, na de ontvangst van de akte van opzegging door de Secretaris-Generaal.

4.

Opzegging van het Verdrag door een Staat-Partij wordt beschouwd als opzegging van het Protocol door die Partij.

Artikel 8
1.

Door de Organisatie kan een conferentie worden belegd met het oog op herziening of wijziging van dit Protocol.

2.

Op verzoek van een derde der Staten-Partijen, of van vijf Staten-Partijen, naargelang van welk aantal het grootst is, belegt de Secretaris-Generaal een conferentie van de Staten-Partijen bij dit Protocol ter herziening of wijziging van dit Protocol.

3.

Een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding die is nedergelegd na de datum van inwerkingtreding van een wijziging van dit Protocol wordt geacht van toepassing te zijn op het gewijzigde Protocol.

Artikel 9
1.

Dit Protocol wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal.

2.

De Secretaris-Generaal:

3.

Terstond na inwerkingtreding van dit Protocol zendt de Depositaris een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift hiervan aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel 10
1.

Dit Protocol is opgesteld in één oorspronkelijk exemplaar in de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde elke tekst gelijkelijk authentiek.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective Governments for that purpose, have signed this Protocol.

DONE at Rome this tenth day of March one thousand nine hundred and eighty-eight.