Overeenkomst tussen bepaalde Europese Regeringen en de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek betreffende de uitvoering van het Ariane draagraketprogramma
Preambule
De Regeringen van de Lid Staten van de Europese Ruimteconferentie die deze Overeenkomst hebben ondertekend (hierna te noemen de „Deelnemers”) en de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek, opgericht krachtens het op 14 juni 1962 voor ondertekening opengestelde Verdrag (hierna onderscheidenlijk te noemen „de Organisatie” en „het Verdrag”),
Herinnerende aan de door de Europese Ruimteconferentie (ERC) op 20 december 1972 aangenomen Resolutie, krachtens welke de ERC in beginsel haar goedkeuring hecht aan het binnen een gemeenschappelijk Europees kader doen uitvoeren en beheren van het project voor de ontwikkeling van een draagraket, voorgesteld door de Franse Regering na het laten varen van het project Europa III, en in overweging nemend de besluiten, genomen door de Europese Ruimteconferentie tijdens haar vergadering van 31 juli 1973;
Overwegende dat het Europese Ruimte-Agentschap, bedoeld in genoemde Resolutie (hierna te noemen „het Agentschap”) bestemd is te voorzien in het gemeenschappelijk Europese kader voor dit tijdelijk aan de zorgen van de Organisatie toevertrouwde programma,
Overwegende dat het een Europees belang is in het begin van de tachtiger jaren van deze eeuw te kunnen beschikken over een eigen economisch concurrerend vermogen voor het plaatsen van satellieten, in het bijzonder applicatiesatellieten, in een baan om de aarde,
Overwegende dat het voor de Europese Staten nuttig zou zijn, de op het gebied van draagraketten verworven bekwaamheden op peil te houden en gebruik te maken van de in die Staten ter beschikking staande ruimtetechnologie,
Gelet op het door de Franse Regering aan de Ministers van de Europese Ruimteconferentie overgelegde verslag van 15 april 1973,
Gelet op de door de vertegenwoordigers van de bovengenoemde Regeringen in de Raad van de Organisatie afgelegde Verklaring van 1 augustus 1973 (ESRO/C/LIX/Dec. 1),
Gelet op de door de Raad van de Organisatie tijdens zijn 59ste vergadering aangenomen Resolutie, waarbij werd ingestemd met het verzoek om uitvoering van dit programma binnen het kader van de Organisatie, in afwachting van de oprichting van het Europese Ruimte-Agentschap (ESRO/C/LIX/Res. 1),
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I
De Deelnemers verbinden zich tot het krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst uitvoeren van de eerste fase van een programma, dat ten doel heeft de ontwikkeling, met inbegrip van geschiktheidsproeven, van een drager voor satellieten, genaamd Ariane, bestemd voor het plaatsen van nuttige ladingen in de orde van grootte van 1500 kg in een overgangsbaan en, met behulp van een daartoe geschikte apogeummotor, voor het plaatsen van satellieten in de orde van grootte van 750 kg in een geostationaire baan. Dit programma omvat een tweede fase, die de produktie van deze draagraket ten doel heeft en waarover op een later tijdstip een beslissing zal worden genomen.
Artikel II
De ontwikkelingsfase van het in artikel I bedoelde programma wordt uitgevoerd in het kader van het Agentschap bedoeld in de Resolutie van de ERC van 20 december 1972. In afwachting van de oprichting van dit Agentschap wordt deze fase uitgevoerd in het kader van de Organisatie, overeenkomstig de bepalingen van de Bijlagen bij deze Overeenkomst.
Tenzij in deze Overeenkomst of in de in het derde lid van dit artikel bedoelde Overeenkomst anders is bepaald, wordt deze fase van het programma uitgevoerd overeenkomstig de in de Organisatie van kracht zijnde regels en procedures.
De deelnemers dragen, door tussenkomst van de Organisatie, aan het Nationale Centrum voor Ruimteonderzoek (CNES), een door de Franse Regering ingesteld Frans overheidsorgaan, de uitvoering op van de eerste fase van het in artikel I bedoelde programma, en zij dragen het namens hen uit te voeren toezicht op aan de Organisatie. De Organisatie en het CNES sluiten een Overeenkomst tot het vaststellen van de gedetailleerde regelingen voor hun samenwerking, nodig voor het bereiken van de doeleinden van deze Overeenkomst.
Artikel III
De in artikel I gestelde doelen van het programma, te weten een beschrijving van de draagraket en een beschrijving van de ontwikkelingsfase van het programma, zijn neergelegd in Bijlage A bij deze Overeenkomst. De beslissing inzake het overgaan tot de produktiefase van het programma zal worden genomen overeenkomstig het bepaalde in artikel V.
Het doel van de definitiefase van de ontwikkelingsfase is het vaststellen van het gedetailleerde bestek voor de draagraket op basis van de technische gegevens in Bijlage A bij deze Overeenkomst, het opstellen van een gedetailleerd ontwikkelingsplan, het geven van opdrachten aan industrieën en het aanpassen van de financiële bijdragen van iedere Deelnemer aan het programma, overeenkomstig de in artikel X van deze Overeenkomst omschreven procedure.
De elementen van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde uitvoerige analyse maken de uitvoering van de ontwikkelingsfase mogelijk. Die fase zal zijn voltooid met de na afloop van de proefvluchten vast te stellen geschiktheid van de draagraket.
Artikel IV
Een Programmaraad, bestaande uit vertegenwoordigers van de Deelnemers, is verantwoordelijk voor het programma en neemt alle desbetreffende beslissingen overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst.
In aangelegenheden die van invloed zijn op dit en op enig ander programma van de Organisatie, treedt de Programmaraad op als adviesorgaan van de Raad van de Organisatie, aan wie hij alle nodige aanbevelingen in zodanige aangelegenheden doet.
De Programmaraad neemt alle beslissingen betreffende het programma in overeenstemming met deze Overeenkomst en hij heeft met name de volgende taken:
- a). het toezichthouden op de uitvoering van het programma en in het bijzonder op de in het ontwikkelingsplan omschreven ontwikkelingsfase, op basis van door het CNES opgestelde en door de Directeur-Generaal van de Organisatie aan de Programmaraad overgelegde verslagen,
- b). het toezichthouden op de totale prestatie van de draagraket en op de voor het programma kenmerkende bepalingen voor de kwaliteitszorg zoals die zijn opgesteld door het CNES, op basis van door het CNES opgestelde en door de Directeur-Generaal van de Organisatie aan de Programmaraad voorgelegde verslagen,
- c). het zich op de hoogte houden van de verdeling van werkopdrachten onder de verschillende Deelnemers en het gedurende de uitvoering van de ontwikkelingsfase van het programma optreden als instantie van beroep, indien een Deelnemer bezwaar wenst te maken tegen een door het CNES gemaakte keuze van een aannemer,
- d). het goedkeuren van het door het CNES voorgelegde rapport inzake de geschiktheid tot vliegen van de draagraket,
- e). het vastleggen van de voorwaarden en bedingen voor het deelnemen aan deze fase van het programma door Staten die geen lid zijn van de Organisatie, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van artikel XVII van deze Overeenkomst,
- f). het waarborgen dat de Organisatie zorgt voor een doeltreffende coördinatie met de potentiële gebruikers van de draagraket en de kenmerken van de technische raakpunten tussen draagraket en nuttige ladingen vaststelt en beschrijft.
De Programmaraad kan de adviesorganen instellen die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn taak.
Behalve waar in deze Overeenkomst anders is bepaald, worden de besluiten van de Programmaraad genomen met een eenvoudige meerderheid van stemmen van de Deelnemers.
Artikel V
De Programmaraad verschaft de gegevens die nodig zijn voor de door de Deelnemers te nemen beslissing over te gaan tot de produktiefase van het programma. Diegenen onder de Deelnemers die hebben verklaard dat zij wensen deel te nemen aan de produktiefase, sluiten een nieuwe Overeenkomst ter vastlegging van de inhoud van deze fase, van de financiële regelingen voor haar uitvoering en van de verdeling der werkzaamheden. Deze laatste dient zoveel mogelijk overeen te komen met die, welke is vastgesteld met betrekking tot de ontwikkelingsfase.
De Deelnemers trachten gedurende de produktiefase de tijdens de ontwikkelingsfase opgezette industriële installaties in stand te houden en zij doen niets dat het gebruik van deze installaties zou kunnen belemmeren, ongeacht of zij al dan niet Deelnemers zijn in de nieuwe Overeenkomst.
Artikel VI
De uitgaven voortvloeiende uit de uitvoering van de ontwikkelingsfase van het programma krachtens deze Overeenkomst worden gedragen door de Deelnemers overeenkomstig de bepalingen van Bijlage B bij deze Overeenkomst.
De Deelnemers komen overeen op basis van een financieel raam van 380.391.165 r.e. bij te dragen aan:
- a). de in paragraaf 1, letter a, van Bijlage B bij deze Overeenkomst omschreven directe uitgaven betreffende de ontwikkelingsfase van het programma, op basis van een bedrag van 2060 miljoen Franse frank, vertegenwoordigende een bedrag van 370.891.165 r.e. op basis van de op 1 januari 1973 geldende omrekeningskoers (1 r.e. is gelijk aan 5,55419 Franse frank);
- b). de interne uitgaven van de Organisatie, bedoeld in paragraaf 1, letter b, van Bijlage B bij deze Overeenkomst, ten bedrage van 2.500.000 r.e.; en
- c). de uitgaven voortvloeiende uit het onderhoud van speciaal ingerichte of aan de Organisatie beschikbaar gestelde installaties voor de uitvoering van het programma krachtens het tweede lid van artikel XII, op basis van een bedrag van 7 miljoen r.e.
De kosten van het project-team en van het assisterende technische personeel van het CNES komen ten laste van de Franse Regering.
De Deelnemers dragen aan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde uitgaven bij overeenkomstig de verdeelsleutel, vervat in Bijlage B bij deze Overeenkomst en met inachtneming van het bepaalde in artikel VII. Derhalve bedraagt, indien het bepaalde in het tweede lid van artikel VII wordt toegepast op de in het tweede lid, letter a, van dit artikel bedoelde uitgaven, de totale bijdrage van de Deelnemers 454.569.398 r.e., zulks niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid en het tweede lid, letter b, van artikel VIL
De jaarlijkse begrotingen voor de ontwikkelingsfase van het programma worden goedgekeurd door de Programmaraad met een twee derde meerderheid van stemmen van de Deelnemers, die tevens ten minste twee derde van de in paragraaf 2.3 van Bijlage B bedoelde stemmen vertegenwoordigen, tot het financiële plafond bedoeld in het tweede lid van dit artikel. De Deelnemers verbinden zich ertoe de Organisatie de nodige fondsen te verschaffen voor de uitvoering van het programma overeenkomstig de procedures en tijdschema's, gegeven in Bijlage B bij deze Overeenkomst; deze tijdschema's dienen jaarlijks op hetzelfde tijdstip als de begroting te worden bijgewerkt en voorgelegd aan de Programmaraad.
Artikel VII
Ten einde, in geval van veranderingen in het prijspeil, het in het tweede lid van artikel VI bedoelde financiële raam te kunnen herzien, komen de Deelnemers - tenzij anders bepaald in paragraaf 2.4 van Bijlage B bij deze Overeenkomst - overeen:
- a). op de bijdrage van ieder land dat bijdraagt aan de in het tweede lid, letter a van artikel VI bedoelde uitgaven, herzieningsformules toe te passen met gebruikmaking van de ter zake dienende door de Organisatie aanvaarde nationale indexcijfers; en
- b). op de bijdrage van ieder land dat bijdraagt aan de in het tweede lid, letter b en c van artikel VI bedoelde uitgaven, de normale in de Organisatie geldende regels toe te passen.
Indien naar het oordeel van de Programmaraad het in het tweede lid, letter a van artikel VI bedoelde bedrag aan uitgaven om andere redenen dan veranderingen in het prijspeil dient te worden herzien, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- a). Indien de bijkomende uitgaven 20 pct. van dit bedrag - zo nodig herzien krachtens het bepaalde in het eerste lid van dit artikel - niet te boven gaan, zijn de Deelnemers verplicht aan de bijkomende uitgaven bij te dragen in verhouding tot hun bijdragen zoals vastgelegd in Bijlage B bij deze Overeenkomst.
- b). Bijkomende uitgaven die 20 pct. van het bovengenoemde bedrag te boven gaan, worden gedragen door de Franse Regering mits de overschrijding niet meer beloopt dan 35 pct.
- c). Een Deelnemer mag zich niet uit het programma terugtrekken zolang het bepaalde in de letters a en b van dit lid nog van kracht is.
- d). Indien de bijkomende uitgaven meer bedragen dan 35 pct. van het in het tweede lid, letter a, van artikel VI bedoelde bedrag aan directe uitgaven, indien nodig herzien overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, hetzij wegens de feitelijke omstandigheden, hetzij in overeenstemming met de door de Programmaraad aanvaarde ramingen, houden de hierboven genoemde verplichtingen van de Franse Regering op te bestaan en plegen de Deelnemers onderling overleg over de toekomst van het programma.
- e). De Franse Regering onderwerpt de in letter b van dit lid bedoelde verplichting aan een nader onderzoek, indien de Organisatie niet langer in staat is haar te voorzien van de nodige middelen voor de uitvoering van het programma door het in gebreke blijven van een of meer Deelnemers.
Artikel VIII
Intellectuele eigendomsrechten, voortvloeiende uit de uitvoering van de ontwikkelingsfase van het programma, evenals toegang tot technische gegevens die aldus worden verkregen, zijn voorbehouden aan de Deelnemers, maar de Organisatie heeft het recht daar kosteloos gebruik van te maken voor het geheel van haar programma's.
Artikel IX
De Deelnemers stellen via de Organisatie aan het CNES de vastleggings- en betalingskredieten, welke nodig zijn voor de uitvoering van het programma overeenkomstig de door de Programmaraad goedgekeurde begroting en overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 2.4 van Bijlage B van deze Overeenkomst, ter beschikking.
De bijdragen van de Deelnemers worden door de Organisatie afgeroepen op basis van de gangbare regels, overeenkomstig de bepalingen van Bijlage B bij deze Overeenkomst.
Artikel X
Het CNES sluit de contracten die nodig zijn voor de uitvoering van de ontwikkelingsfase van het programma. Bij het plaatsen van contracten en subcontracten voor de uitvoering van deze fase wordt voorrang gegeven aan uitvoering van de werkzaamheden op het grondgebied van de Deelnemers en vervolgens aan de uitvoering op het grondgebied van andere Staten die lid zijn van de Organisatie of, nadien, van het Agentschap.
Het CNES legt, voor het einde der definitiefase, aan de Programmaraad de verdeling der werkzaamheden op basis van de in paragraaf 2.1 van Bijlage B vermelde bijdragen voor. De verdeling heeft betrekking op de werkzaamheden van vaststaand technologisch belang overeenkomstig de door de Programmaraad aangenomen definitie, welke werkzaamheden 80 pet. vertegenwoordigen van het in het tweede lid, letter a) van artikel VI, bedoelde bedrag aan rechtstreekse uitgaven.
Het CNES verstrekt aan de Deelnemers contracten waarvan de waarde in verhouding staat tot de bijdragen van de Deelnemers in de kosten van de hierboven omschreven werkzaamheden. Indien ten aanzien van een of verscheidene Deelnemers dit doel niet kan worden bereikt, wordt de bijdrage van de betrokken Deelnemer vóór het einde van de definitiefase naar verhouding verminderd. Indien door een dergelijke vermindering een tekort aan middelen voor de ontwikkelingsfase ontstaat, is de Franse Regering verantwoordelijk voor de aanvulling daarvan.
Met betrekking tot de in het tweede lid, letter a) van artikel VII genoemde bijkomende uitgaven, dient het CNES bij het plaatsen van de contracten al het mogelijke te doen om het billijke werkaandeel van de Deelnemers niet aan te tasten en een zo rechtvaardige werkverdeling als redelijkerwijs mogelijk te bereiken, daarbij rekening houdende met de bijzondere aard van het werk, de moeilijkheid van het toepassen van dezelfde regels voor de werkverdeling en de noodzaak tot het handhaven van een ongestoord verloop van de uitvoering der ontwikkelingsfase.
De contracten betreffende de werkzaamheden van minder technologisch belang, zoals infrastructuurwerkzaamheden of leveringen van verbruiksartikelen, worden geplaatst op basis van mededinging. Te dien einde verzoekt het CNES om inschrijvingen door firma's, waarvan de namen hem zijn verstrekt door de Deelnemers.
Bij de vaststelling van de geografische spreiding van de contracten onder de Deelnemers worden de contracten betreffende de werkzaamheden uitgevoerd op het grondgebied van een Staat die geen lid is van de Organisatie buiten beschouwing gelaten.
De contractuele bepalingen zijn gebaseerd op de door het CNES toegepaste regels en procedures. De Organisatie bepaalt evenwel de inhoud van de clausules die de nakoming van de artikelen VIII en XII van deze Overeenkomst waarborgen.
Overeenkomstig het Protocol inzake de Voorrechten en Immuniteiten van de Organisatie nemen de Deelnemers alle nodige stappen tot het waarborgen van vrijstelling of, indien nodig, terugbetaling van belastingen en douaneheffingen met betrekking tot krachtens deze Overeenkomst geplaatste contracten.
Artikel XI
De Franse Regering garandeert de betaling van bedragen die:
- a). worden bijgedragen aan het programma - onder het hoofd „Andere inkomsten” - door een Lid-Staat van de Organisatie die geen ondertekenaar is van deze Overeenkomst, maar waarmee zij een bilaterale overeenkomst heeft gesloten, die verenigbaar is met de bepalingen van deze Overeenkomst, voor de uitvoering van werkzaamheden voor de ontwikkelingsfase van het programma,
- b). vermeld staan onder het hoofd „Andere Landen” in de tabel van Bijlage B, paragraaf 2, tot het tijdstip waarop daarin op andere wijze is voorzien.
Onder geen enkele omstandigheid mag een onder letter a) van dit artikel bedoelde bilaterale overeenkomst verplichtingen scheppen ten aanzien van de andere Deelnemers aan het Programma.
Niettemin heeft voor de toepassing van het eerste lid van artikel X van deze Overeenkomst een zodanige Lid-Staat dezelfde status als een Deelnemer aan de ontwikkelingsfase van het programma.
Artikel XII
De Organisatie, optredend namens de Deelnemers, is de eigenares van de onderdelen van de Ariane drager, van de voor zijn ontwikkeling benodigde installaties en uitrusting en van de binnen het kader van het programma geproduceerde lanceerinstallaties.
Deelnemers die eigenaar zijn van installaties die gebruikt kunnen worden ten behoeve van het Ariane programma verbinden zich ertoe deze beschikbaar te stellen voor genoemd programma, op financiële voorwaarden die beperkt zijn tot terugbetaling van de marginale kosten.
De elementen, installaties en uitrusting bedoeld in het eerste lid worden beschikbaar gesteld aan de Deelnemers optredend in het kader van hun eigen programma's of in dat van een programma van de Organisatie, voor zover hun gebruik ten dienste van het Ariane programma zulks toelaat. De voor een zodanig gebruik van de Deelnemers verlangde betalingen omvatten geen amortisatie van deze eigendommen. De Programmaraad stelt de daarop betrekking hebbende voorwaarden en bedingen vast.
De Organisatie stelt deze eigendommen beschikbaar aan niet in het derde lid van dit artikel genoemde derden, voor zover hun gebruik ten dienste van het Ariane-programma en ten dienste van de eigen behoefte van de Deelnemers zulks toelaat, en op de door de Programmaraad vast te stellen financiële voorwaarden.
Inzake overdracht van verworven elementen, installaties en uitrusting wordt beslist door de Programmaraad, in overleg met de Raad van de Organisatie.
Artikel XIII
Zodra de Ariane draagraket operationeel is verklaard, wordt hij beschikbaar gesteld aan de Organisatie en de Deelnemers voor hun eigen behoeften, in overeenstemming met een beslissing van de Deelnemers, genomen hetzij door de Programmaraad, hetzij door nieuwe instellingen, opgericht binnen het kader van het in artikel II genoemde Agentschap en in overeenstemming met de bepalingen van de in het eerste lid van artikel V bedoelde nieuwe Overeenkomst. De voor het lanceren benodigde installaties van de Franse Regering worden eveneens beschikbaar gesteld aan de Organisatie en de Deelnemers, overeenkomstig de in het tweede lid van artikel XII vervatte bepalingen.
De beslissing over de voorwaarden waarop de vluchteenheden van de Ariane draagraket voor vreedzame doeleinden kunnen worden overgedragen aan derde Staten of aan internationale organisaties, benevens de voorwaarden waarop voor zodanige staten en organisaties lanceringen kunnen worden uitgevoerd, worden genomen met een twee derde meerderheid van de stemmen der Deelnemers, zulks behoudens het bepaalde in de in het eerste lid van artikel V bedoelde nieuwe Overeenkomst.
Het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel is ook van toepassing op de levering van elementen, secundaire assemblages en samenstellende delen, ontwikkeld voor de ontwikkelingsfase van het programma.
Artikel XIV
De Deelnemers stellen de Organisatie schadeloos voor elke verplichting die deze aangaat, indien haar internationale aansprakelijkheid in het geding komt ten gevolge van de uitvoering van de ontwikkelingsfase van het programma.
Elke door de Organisatie ten aanzien van de ontwikkelingsfase van het programma ontvangen schadeloosstelling wordt geboekt als inkomsten op de jaarlijkse begrotingen bedoeld in het vierde lid van artikel VI.
Artikel XV
Elk geschil dat zich voordoet tussen twee of meer Deelnemers of tussen een van hen en de Organisatie betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst en dat niet in onderling overleg kan worden geregeld, wordt op verzoek van een der partijen bij het geschil voorgelegd aan een scheidsman, die moet worden benoemd door de President van het Internationaal Gerechtshof. De scheidsman mag geen onderdaan zijn van een Staat die partij is bij het geschil en evenmin permanent in die Staat zijn gevestigd.
De Partijen bij de Overeenkomst die geen partij zijn bij het geschil hebben het recht deel te nemen aan de procedure en de beslissing van de scheidsman is bindend voor alle Deelnemers, ongeacht of zij al dan niet aan de procedure hebben deelgenomen.
Artikel XVI
Deze Overeenkomst staat van 15 oktober 1973 tot 30 november 1973 open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Europese Ruimteconferentie.
Staten worden partij bij de Overeenkomst door
- -. hetzij ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring,
- -. hetzij nederlegging van een akte van bekrachtiging of goedkeuring bij de Regering van de Franse Republiek, indien de Overeenkomst werd ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring.
Deze Overeenkomst treedt in werking wanneer zij is ondertekend door de Organisatie en wanneer de Staten die te zamen 75 pct. van het totaal van het in paragraaf 2.3. van Bijlage B bedoelde stemgewicht uitbrengen, partij zijn geworden bij deze Overeenkomst overeenkomstig het tweede lid van dit artikel.
Voor de toepassing van het derde lid van dit artikel wordt de nederlegging bij de depot-Regering van een verklaring van voorlopige toepassing van de Overeenkomst en tot het zo spoedig mogelijk verkrijgen van bekrachtiging of goedkeuring, beschouwd als de nederlegging van een akte van bekrachtiging of goedkeuring.
De Regering van een Lid-Staat van de Organisatie die de Overeenkomst op 30 november 1973 nog niet heeft ondertekend, kan na die datum partij worden, mits de andere Regeringen die partij bij de Overeenkomst zijn daarmede instemmen. In zulk een geval moet de betrokken Regering een akte van toetreding nederleggen bij de Regering van de Franse Republiek; zij kan ook het bepaalde in het vierde lid van dit artikel toepassen, ten einde partij bij deze Overeenkomst te worden.
De Programmaraad beslist met eenparigheid van stemmen over de aan de toetredende Staat te stellen voorwaarden van deelneming.
Artikel XVII
De Regering van een Staat die geen lid is van de Organisatie kan bij de Raad van de Organisatie een verzoek indienen om toetreding tot het programma.
De Programmaraad spreekt zich met eenparigheid van stemmen uit over de ontvankelijkheid van het verzoek. Indien het verzoek ontvankelijk is verklaard, wordt het voorgelegd aan de Raad voor een met eenparigheid van stemmen te nemen beslissing. De Programmaraad bepaalt met eenparigheid van stemmen de voorwaarden voor deelneming van de toetredende Staat.
Artikel XVIII
De Deelnemers kunnen met eenparigheid van stemmen besluiten het programma te beëindigen. In een zodanig geval wordt, voor het verwerven van de onderdelen, installaties en uitrusting die voor de uitvoering van de ontwikkelingsfase van dit programma zijn verworven, voorrang verleend aan een Deelnemer, die op zich heeft genomen dit programma of een daarmede verband houdend programma voor eigen rekening voort te zetten.
Artikel XIX
De Organisatie stelt de depot-Regering in kennis van de beëindiging van deze Overeenkomst. Deze Regering geeft daarvan kennis aan de Deelnemers.
Artikel XX
Een Deelnemer die zich krachtens het bepaalde in het tweede lid, letter c, van artikel VII uit het programma wenst terug te trekken, stelt de Organisatie hiervan in kennis. De terugtrekking wordt van kracht op de datum van de kennisgeving, zulks onder voorbehoud van de volgende bepalingen:
- a). de zich terugtrekkende Deelnemer is gehouden op de overeengekomen wijze zijn bijdragen te betalen uit hoofde van de lopende of de voorgaande jaarlijkse begroting (en);
- b). de zich terugtrekkende Deelnemer blijft gehouden zijn aandeel bij te dragen aan de betalingskredieten, overeenkomend met de goedgekeurde betalingsverplichtingen, aangegaan op grond van de begroting van het lopende of het (de) voorgaande financiële jaar (jaren) en die betrekking hebben op de ontwikkelingsfase;
- c). de zich terugtrekkende Deelnemer blijft lid van de Programmaraad tot hij aan zijn verplichtingen krachtens de letters a) en b) hierboven heeft voldaan. Hij heeft slechts stemrecht in aangelegenheden die rechtstreeks verband houden met deze verplichtingen.
De zich terugtrekkende Deelnemer behoudt de rechten welke hij verwerft voor de datum waarop zijn terugtrekking van kracht wordt. Uit handelingen en ontwikkelingen waartoe wordt besloten na zijn terugtrekking ontstaan geen verdere rechten of verplichtingen ten aanzien van dat deel van het programma waaraan hij niet langer bijdraagt, tenzij en voor zover anders is overeengekomen tussen de overblijvende Deelnemers en de zich terugtrekkende Deelnemer. De bepalingen van artikel XVII van het Verdrag tot oprichting van de Organisatie zijn mutatis mutandis van toepassing.
Indien een niet-Lid-Staat die overeenkomstig het bepaalde in artikel XVII tot het programma is toegetreden, zich uit het programma wenst terug te trekken, is het bepaalde in dit artikel mutatis mutandis van toepassing.
Artikel XXI
De Bijlagen A en B bij deze Overeenkomst maken een integrerend deel daarvan uit.
Artikel XXII
Deze Overeenkomst kan worden gewijzigd op verzoek van een Deelnemer of van de Organisatie. Wijzigingen worden van kracht wanneer alle partijen de depot-Regering van hun goedkeuring in kennis hebben gesteld.
De Bijlagen bij deze Overeenkomst kunnen worden gewijzigd door de Programmaraad overeenkomstig de bepalingen vervat in de herzieningsclausule van die Bijlagen.
Artikel XXIII
Zodra deze Overeenkomst in werking is getreden, laat de Regering van de Franse Republiek haar registreren bij het Secretariaat van de Verenigde Naties, zulks overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.
Artikel XXIV
De Regering van de Franse Republiek treedt op als depositaris van deze Overeenkomst en stelt de Deelnemers en de Organisatie in kennis van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst en van wijzigingen daarvan en van de nederlegging van alle akten van bekrachtiging, goedkeuring en toetreding en van verklaringen tot voorlopige toepassing van de Overeenkomst.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned representatives, having been duly authorised thereto, have signed this Arrangement.
DONE at Neuilly-sur-Seine, this twenty-first day of September nineteen hundred and seventy three, in the English, French and German languages, all three texts being equally authoritative, in a single copy, which shall be deposited in the archives of the Government of the French Republic, which shall transmit certified copies to each of the Participants and to the Organisation.