Wijzigingsgeschiedenis

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

2 versions · 2010-07-01
2010-07-01
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Lux

Wijzigingen op 2010-07-01

@@ -210,7 +210,7 @@
5. De uitdrukking „dividenden”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit aandelen, winstaandelen of winstbewijzen, „parts de mine”, oprichtersaandelen of andere rechten op een aandeel in de winst, alsmede inkomsten uit schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst en inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de belastingwetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is, met inkomsten uit aandelen worden gelijkgesteld.
6. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de dividenden, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een vaste inrichting heeft en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=7&z=1992-09-27&g=1992-09-27) van toepassing.
6. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de dividenden, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een vaste inrichting heeft en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van toepassing.
7. Indien een lichaam dat inwoner is van een van de Staten, voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Staat, mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden betaald door het lichaam aan personen die geen inwoner zijn van die andere Staat, noch de niet-uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet-uitgedeelde winst, zelfs indien de betaalde dividenden of de niet-uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn.
@@ -222,9 +222,9 @@
2. De bevoegde autoriteiten van de Staten treffen in onderlinge overeenstemming een regeling voor de wijze waarop de Staat waaruit de interest afkomstig is van zijn belastingheffing afziet.
3. De uitdrukking „interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit overheidsleningen, obligaties of schuldbewijzen, al dan niet verzekerd door hypotheek, en schuldvorderingen van welke aard ook, alsmede alle andere inkomsten die door de belastingwetgeving van de Staat waaruit de inkomsten afkomstig zijn, met inkomsten uit geldlening worden gelijkgesteld. De uitdrukking omvat evenwel niet de inkomsten uit de in [artikel 10, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=1992-09-27&g=1992-09-27), bedoelde schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst.
4. De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing, indien de genieter van de interest, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is een vaste inrichting heeft en de vordering uit hoofde waarvan de interest verschuldigd is, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=7&z=1992-09-27&g=1992-09-27) van toepassing.
3. De uitdrukking „interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit overheidsleningen, obligaties of schuldbewijzen, al dan niet verzekerd door hypotheek, en schuldvorderingen van welke aard ook, alsmede alle andere inkomsten die door de belastingwetgeving van de Staat waaruit de inkomsten afkomstig zijn, met inkomsten uit geldlening worden gelijkgesteld. De uitdrukking omvat evenwel niet de inkomsten uit de in [artikel 10, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-07-01&g=2010-07-01), bedoelde schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst.
4. De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing, indien de genieter van de interest, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is een vaste inrichting heeft en de vordering uit hoofde waarvan de interest verschuldigd is, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van toepassing.
5. Indien, tengevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de betaalde interest, in aanmerking nemende de schuldvordering ter zake waarvan zij wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de schuldeiser zou zijn overeengekomen, vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag.
@@ -240,17 +240,17 @@
5. Indien, tengevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de betaalde royalty's, in aanmerking nemende het gebruik, het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de schuldeiser zou zijn overeengekomen, vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag.
##### Artikel 13. Beperking van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=1992-09-27&g=1992-09-27) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=1992-09-27&g=1992-09-27)
Internationale organisaties, hun organen en functionarissen, alsmede personen die deel uitmaken van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een derde Staat, die zich op het grondgebied van een van de Staten bevinden, hebben in de andere Staat geen recht op de verminderingen of vrijstellingen van belasting voorzien in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=1992-09-27&g=1992-09-27) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=12&z=1992-09-27&g=1992-09-27), met betrekking tot uit die andere Staat afkomstige dividenden, interest en royalty's, indien die inkomsten in de eerstbedoelde Staat niet aan een belasting naar het inkomen zijn onderworpen.
##### Artikel 13. Beperking van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2010-07-01&g=2010-07-01)
Internationale organisaties, hun organen en functionarissen, alsmede personen die deel uitmaken van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een derde Staat, die zich op het grondgebied van een van de Staten bevinden, hebben in de andere Staat geen recht op de verminderingen of vrijstellingen van belasting voorzien in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2010-07-01&g=2010-07-01), met betrekking tot uit die andere Staat afkomstige dividenden, interest en royalty's, indien die inkomsten in de eerstbedoelde Staat niet aan een belasting naar het inkomen zijn onderworpen.
##### Artikel 14. Vermogenswinsten
1. Voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=6&z=1992-09-27&g=1992-09-27), mogen worden belast in de Staat waarin deze goederen zijn gelegen.
1. Voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2010-07-01&g=2010-07-01), mogen worden belast in de Staat waarin deze goederen zijn gelegen.
2. Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende zaken, deel uitmakende van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten in de andere Staat heeft, of van roerende zaken behorende tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de Staten in de andere Staat tot zijn beschikking heeft voor de uitoefening van een vrij beroep - daaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting (alleen of te zamen met de gehele onderneming) of van het vaste middelpunt - mogen in die andere Staat worden belast.
3. Niettegenstaande de bepaling van het tweede lid, mogen voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en van schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, zomede van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, worden belast in de Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen, zulks met inachtneming van de bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=8&z=1992-09-27&g=1992-09-27).
3. Niettegenstaande de bepaling van het tweede lid, mogen voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en van schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, zomede van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, worden belast in de Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen, zulks met inachtneming van de bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=8&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
4. Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere zaken dan die genoemd in de voorgaande leden zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan de vervreemder inwoner is.
@@ -264,7 +264,7 @@
##### Artikel 16. Niet-zelfstandige arbeid
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=17&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=17&z=1992-09-27&g=1992-09-27) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=20&z=1992-09-27&g=1992-09-27) zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2010-07-01&g=2010-07-01) zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.
2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een in de andere Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar, indien:
@@ -284,17 +284,17 @@
##### Artikel 18. Artiesten en sportbeoefenaars
Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=15&z=1992-09-27&g=1992-09-27) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=1992-09-27&g=1992-09-27) mogen voordelen of inkomsten, verkregen door beroepsartiesten, zoals toneelspelers, film-, radio- of televisieartiesten en musici, alsmede door sportbeoefenaars, uit hun persoonlijke werkzaamheden als zodanig, worden belast in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht.
Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2010-07-01&g=2010-07-01) mogen voordelen of inkomsten, verkregen door beroepsartiesten, zoals toneelspelers, film-, radio- of televisieartiesten en musici, alsmede door sportbeoefenaars, uit hun persoonlijke werkzaamheden als zodanig, worden belast in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht.
##### Artikel 19. Pensioenen
Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=1992-09-27&g=1992-09-27), zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking, slechts in die Staat belastbaar.
Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2010-07-01&g=2010-07-01), zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking, slechts in die Staat belastbaar.
##### Artikel 20. Overheidsfuncties
1. Beloningen, daaronder begrepen pensioenen, betaald door, of uit fondsen in het leven geroepen door een van de Staten, zijn staatkundige onderdelen, plaatselijke publiekrechtelijke lichamen of andere publiekrechtelijke rechtspersonen, aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat, aan dat onderdeel, dat plaatselijke publiekrechtelijke lichaam of die andere publiekrechtelijke rechtspersoon in de uitoefening van overheidsfuncties, mogen in die Staat worden belast.
2. De bepalingen van de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=17&z=1992-09-27&g=1992-09-27) en [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=19&z=1992-09-27&g=1992-09-27) zijn evenwel van toepassing op beloningen of pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf, uitgeoefend door een van de Staten, zijn staatkundige onderdelen, plaatselijke publiekrechtelijke lichamen of andere publiekrechtelijke rechtspersonen.
2. De bepalingen van de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2010-07-01&g=2010-07-01) zijn evenwel van toepassing op beloningen of pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf, uitgeoefend door een van de Staten, zijn staatkundige onderdelen, plaatselijke publiekrechtelijke lichamen of andere publiekrechtelijke rechtspersonen.
##### Artikel 21. Overige inkomensbestanddelen
@@ -304,11 +304,11 @@
##### Artikel 22
1. Vermogen, voor zover bestaande uit onroerende goederen zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=6&z=1992-09-27&g=1992-09-27), mag worden belast in de Staat waarin deze goederen zijn gelegen.
1. Vermogen, voor zover bestaande uit onroerende goederen zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2010-07-01&g=2010-07-01), mag worden belast in de Staat waarin deze goederen zijn gelegen.
2. Vermogen, voor zover bestaande uit roerende zaken die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting van een onderneming, of uit roerende zaken die behoren tot een vast middelpunt gebezigd voor de uitoefening van een vrij beroep, mag worden belast in de Staat waarin de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gelegen.
3. Schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd, en schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, zomede roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, mogen worden belast in de Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen, zulks met inachtneming van de bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=8&z=1992-09-27&g=1992-09-27).
3. Schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd, en schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, zomede roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, mogen worden belast in de Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen, zulks met inachtneming van de bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=8&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
4. Alle andere bestanddelen van het vermogen van een inwoner van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar.
@@ -318,21 +318,21 @@
1. Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen of het vermogen te begrijpen die, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, in Luxemburg mogen worden belast.
2. Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen betreffende de verliescompensatie in de eigen voorschriften tot het vermijden van dubbele belasting, verleent Nederland een vermindering op het overeenkomstig het eerste lid van dit artikel berekende belastingbedrag, tot een bedrag gelijk aan dat gedeelte van dat belastingbedrag dat tot dat belastingbedrag in dezelfde verhouding staat, als het bedrag van de bestanddelen van het inkomen of het vermogen die volgens de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=6&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=7&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=8&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=9&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [10, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=9&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=12&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [14, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=14&z=1992-09-27&g=1992-09-27); [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=15&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=17&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=18&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=20&z=1992-09-27&g=1992-09-27) en [22, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=IV&artikel=22&z=1992-09-27&g=1992-09-27), van dit Verdrag in Luxemburg mogen worden belast, staat tot het bedrag van het inkomen of het vermogen dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag vormt.
Voor de bestanddelen van het inkomen die volgens [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=1992-09-27&g=1992-09-27), in Luxemburg mogen worden belast en die in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag zijn begrepen, verleent Nederland op de aldus berekende belasting een vermindering ter grootte van het laagste van de volgende bedragen:
2. Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen betreffende de verliescompensatie in de eigen voorschriften tot het vermijden van dubbele belasting, verleent Nederland een vermindering op het overeenkomstig het eerste lid van dit artikel berekende belastingbedrag, tot een bedrag gelijk aan dat gedeelte van dat belastingbedrag dat tot dat belastingbedrag in dezelfde verhouding staat, als het bedrag van de bestanddelen van het inkomen of het vermogen die volgens de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=8&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=9&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [10, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=9&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [14, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2010-07-01&g=2010-07-01); [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [22, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=IV&artikel=22&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van dit Verdrag in Luxemburg mogen worden belast, staat tot het bedrag van het inkomen of het vermogen dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag vormt.
Voor de bestanddelen van het inkomen die volgens [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-07-01&g=2010-07-01), in Luxemburg mogen worden belast en die in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag zijn begrepen, verleent Nederland op de aldus berekende belasting een vermindering ter grootte van het laagste van de volgende bedragen:
- a). het bedrag dat gelijk is aan de in Luxemburg geheven belasting;
- b). het bedrag dat gelijk is aan dat gedeelte van het overeenkomstig het eerste lid van dit artikel berekende bedrag van de Nederlandse belasting, dat tot dat belastingbedrag in dezelfde verhouding staat als het bedrag van de genoemde bestanddelen van het inkomen staat tot het bedrag van het inkomen dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag vormt.
3. Indien een inwoner van Luxemburg inkomen verkrijgt of vermogen bezit dat overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Nederland mag worden belast, stelt Luxemburg, behoudens de bepalingen van het vierde lid, dat inkomen of vermogen vrij van belasting; Luxemburg mag evenwel, bij het berekenen van de belasting over het overige inkomen of vermogen van die inwoner, het belastingtarief toepassen, dat van toepassing zou zijn geweest, indien het vrijgestelde inkomen of vermogen niet was vrijgesteld. Deze vrijstelling geldt evenwel niet voor voordelen, verkregen uit een vervreemding als bedoeld is in [artikel 14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=14&z=1992-09-27&g=1992-09-27).
4. Indien een inwoner van Luxemburg inkomen verkrijgt dat overeenkomstig de bepalingen van [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=1992-09-27&g=1992-09-27), in Nederland mag worden belast, verleent Luxemburg een vermindering op de belasting naar het inkomen van die inwoner tot een bedrag dat gelijk is aan de in Nederland betaalde belasting. Deze vermindering overschrijdt evenwel niet dat deel van de belasting, zoals deze berekend is vóór het verlenen van de vermindering, dat aan het uit Nederland verkregen inkomen kan worden toegerekend.
3. Indien een inwoner van Luxemburg inkomen verkrijgt of vermogen bezit dat overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Nederland mag worden belast, stelt Luxemburg, behoudens de bepalingen van het vierde lid, dat inkomen of vermogen vrij van belasting; Luxemburg mag evenwel, bij het berekenen van de belasting over het overige inkomen of vermogen van die inwoner, het belastingtarief toepassen, dat van toepassing zou zijn geweest, indien het vrijgestelde inkomen of vermogen niet was vrijgesteld. Deze vrijstelling geldt evenwel niet voor voordelen, verkregen uit een vervreemding als bedoeld is in [artikel 14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
4. Indien een inwoner van Luxemburg inkomen verkrijgt dat overeenkomstig de bepalingen van [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-07-01&g=2010-07-01), in Nederland mag worden belast, verleent Luxemburg een vermindering op de belasting naar het inkomen van die inwoner tot een bedrag dat gelijk is aan de in Nederland betaalde belasting. Deze vermindering overschrijdt evenwel niet dat deel van de belasting, zoals deze berekend is vóór het verlenen van de vermindering, dat aan het uit Nederland verkregen inkomen kan worden toegerekend.
5. Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner van Nederland is aan een lichaam dat inwoner van Luxemburg is, zijn in Luxemburg vrijgesteld van belasting, echter slechts voor zover zij krachtens de Luxemburgse wetgeving zouden zijn vrijgesteld, indien beide lichamen inwoner van Luxemburg waren. In dat geval zijn de bepalingen van het voorgaande lid niet van toepassing.
6. Indien een inwoner van een van de Staten voordelen verkrijgt die overeenkomstig de bepalingen van [artikel 14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=14&z=1992-09-27&g=1992-09-27), in de andere Staat mogen worden belast, verleent die andere Staat een vermindering op zijn belasting over die voordelen tot een bedrag dat gelijk is aan de belasting van de eerstbedoelde Staat die op die voordelen betrekking heeft.
6. Indien een inwoner van een van de Staten voordelen verkrijgt die overeenkomstig de bepalingen van [artikel 14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2010-07-01&g=2010-07-01), in de andere Staat mogen worden belast, verleent die andere Staat een vermindering op zijn belasting over die voordelen tot een bedrag dat gelijk is aan de belasting van de eerstbedoelde Staat die op die voordelen betrekking heeft.
### HOOFDSTUK VI. Bijzondere bepalingen
@@ -364,15 +364,21 @@
##### Artikel 26. Uitwisseling van inlichtingen
1. De bevoegde autoriteiten van de beide Staten zullen zodanige inlichtingen uitwisselen als nodig zijn om uitvoering te geven aan dit Verdrag, in het bijzonder om fraude en het ontgaan van belasting te voorkomen. De bevoegde autoriteiten zijn niet verplicht inlichtingen te verstrekken die niet zijn af te leiden uit de stukken en documenten, waarover de bevoegde autoriteiten beschikken, maar uitgebreide onderzoekingen noodzakelijk zouden maken. Elke aldus uitgewisselde inlichting zal geheim worden gehouden en niet ter kennis worden gebracht van andere personen of autoriteiten dan die belast met de vaststelling of invordering van de belastingen die het onderwerp van dit Verdrag uitmaken.
2. In geen geval zullen de bepalingen van het eerste lid aldus worden uitgelegd dat zij een van de Staten de verplichting opleggen:
- a). maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of het gebruik van die of van de andere Staat;
- b). bijzonderheden te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in de normale gang van zaken in de administratie van die of van de andere Staat;
- c). inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde.
1. De bevoegde autoriteiten van de beide Staten wisselen de inlichtingen uit die naar verwachting relevant zijn voor het uitvoeren van de bepalingen van dit Verdrag of voor de administratie of de tenuitvoerlegging van de nationale wetgeving met betrekking tot belastingen van elke soort en benaming die worden geheven ten behoeve van de Staten of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan, voor zover de heffing van die belastingen niet in strijd is met het Verdrag. De uitwisseling van inlichtingen wordt niet beperkt door de artikelen 1 en 2.
2. Alle uit hoofde van het eerste lid door een van de Staten ontvangen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die volgens de nationale wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke lichamen) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de in het eerste lid bedoelde belastingen, of het toezicht daarop. Deze personen of autoriteiten mogen van de inlichtingen alleen voor deze doeleinden gebruikmaken. Zij mogen de inlichtingen bekendmaken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.
3. In geen geval worden de bepalingen van de voorgaande leden zo uitgelegd dat zij een van de Staten de verplichting opleggen:
- a). bestuurlijke maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of de bestuurlijke praktijk van die of van de andere Staat;
- b). inlichtingen te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in de normale gang van zaken in het bestuur van die of van de andere Staat;
- c). inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde (ordre public).
4. Indien inlichtingen worden verzocht door een van de Staten in overeenstemming met dit artikel, wendt de andere Staat zijn maatregelen inzake het verzamelen van inlichtingen aan om de verlangde inlichtingen te verkrijgen, ongeacht het feit dat de andere Staat ten behoeve van zijn eigen belastingheffing niet over dergelijke inlichtingen behoeft te beschikken. Op de in de vorige zin vervatte verplichting zijn de beperkingen van het derde lid van toepassing, maar deze beperkingen mogen in geen geval zodanig worden uitgelegd dat het een van de Staten toegestaan is, uitsluitend op grond van het feit dat hij geen nationaal belang heeft bij dergelijke inlichtingen, te weigeren inlichtingen te verstrekken.
5. De bepalingen van het derde lid mogen in geen geval zodanig worden uitgelegd dat het een van de Staten toegestaan is het verschaffen van inlichtingen te weigeren uitsluitend op grond van het feit dat de betreffende gegevens berusten bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde, of een persoon die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreedt, dan wel omdat deze betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.
##### Artikel 27. Studenten
@@ -390,7 +396,7 @@
1. Dit Verdrag kan, hetzij in zijn geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot de landen Suriname en de Nederlandse Antillen of tot een van die landen, indien het desbetreffende land belastingen heft die in wezen gelijksoortig zijn aan de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is. Zulk een uitbreiding zal van kracht worden met ingang van de dag en met inachtneming van de wijzigingen en voorwaarden, daaronder begrepen voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, nader vast te stellen en overeen te komen bij diplomatieke notawisseling.
2. Tenzij anders is overeengekomen, zal de opzegging van het Verdrag op de voet van [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=VII&artikel=32&z=1992-09-27&g=1992-09-27) niet tevens de toepasselijkheid van het Verdrag op het land waartoe het ingevolge dit artikel is uitgebreid, beëindigen.
2. Tenzij anders is overeengekomen, zal de opzegging van het Verdrag op de voet van [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=VII&artikel=32&z=2010-07-01&g=2010-07-01) niet tevens de toepasselijkheid van het Verdrag op het land waartoe het ingevolge dit artikel is uitgebreid, beëindigen.
### HOOFDSTUK VII. Slotbepalingen
@@ -408,31 +414,31 @@
Bij de ondertekening van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen zijn de gevolmachtigden die dit Protocol hebben ondertekend, de volgende bepalingen overeengekomen, welke een integrerend deel vormen van het Verdrag:
##### I. Ad [Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=II&artikel=4&z=1992-09-27&g=1992-09-27)
##### I. Ad [Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=II&artikel=4&z=2010-07-01&g=2010-07-01)
Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waarin het schip zijn thuishaven heeft.
##### II. Ad [Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=II&artikel=4&z=1992-09-27&g=1992-09-27)
De bepalingen van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=II&artikel=4&z=1992-09-27&g=1992-09-27), vinden geen toepassing op honoraire consuls.
##### III. Ad [Artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=1992-09-27&g=1992-09-27) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=12&z=1992-09-27&g=1992-09-27)
Verzoeken om teruggaaf van belasting die in strijd met de bepalingen van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=1992-09-27&g=1992-09-27), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=1992-09-27&g=1992-09-27) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=12&z=1992-09-27&g=1992-09-27) is geheven, moeten bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, worden ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
##### IV. Ad [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=1992-09-27&g=1992-09-27)
Voor de toepassing van [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=1992-09-27&g=1992-09-27), worden de leden van de raad van bestuur (conseil d'administration) of van de raad van toezicht (conseil de surveillance) van een lichaam dat inwoner van Luxemburg is, zomede de bestuurders en commissarissen van een lichaam dat inwoner van Nederland is, geacht hun werkzaamheden in Luxemburg, onderscheidenlijk in Nederland te verrichten.
##### II. Ad [Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=II&artikel=4&z=2010-07-01&g=2010-07-01)
De bepalingen van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=II&artikel=4&z=2010-07-01&g=2010-07-01), vinden geen toepassing op honoraire consuls.
##### III. Ad [Artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2010-07-01&g=2010-07-01)
Verzoeken om teruggaaf van belasting die in strijd met de bepalingen van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2010-07-01&g=2010-07-01) is geheven, moeten bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, worden ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
##### IV. Ad [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2010-07-01&g=2010-07-01)
Voor de toepassing van [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2010-07-01&g=2010-07-01), worden de leden van de raad van bestuur (conseil d'administration) of van de raad van toezicht (conseil de surveillance) van een lichaam dat inwoner van Luxemburg is, zomede de bestuurders en commissarissen van een lichaam dat inwoner van Nederland is, geacht hun werkzaamheden in Luxemburg, onderscheidenlijk in Nederland te verrichten.
De bepalingen van het tweede lid van dat artikel vinden geen toepassing.
##### V. Ad [Artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=V&artikel=23&z=1992-09-27&g=1992-09-27)
Het is wel te verstaan dat, voor wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=V&artikel=23&z=1992-09-27&g=1992-09-27), is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting, onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting.
##### VI. Ad [Artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=1992-09-27&g=1992-09-27)
De verplichting tot het uitwisselen van inlichtingen strekt zich niet uit tot inlichtingen die verkregen zijn van banken of van daarmede gelijkgestelde instellingen. De uitdrukking „daarmede gelijkgestelde instellingen” omvat onder andere verzekeringsmaatschappijen.
##### V. Ad [Artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2010-07-01&g=2010-07-01)
Het is wel te verstaan dat, voor wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004123&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2010-07-01&g=2010-07-01), is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting, onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting.
##### VI. Ad Artikel 26
Vervallen
TEN BLIJKE WAARVAN de bovengenoemde gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend en er hun zegels aan hebben gehecht.
1992-09-27
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom
original version Tekst op deze datum