← Geldende tekst · Geschiedenis

Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1992 (Aansprakelijkheidsverdrag 1992)

Geldende tekst a fecha 2003-11-01

De Staten, Partijen bij dit Verdrag,

zich bewust van de gevaren van verontreiniging, verbonden aan het vervoer van olie in bulk over de wereldzeeën,

overtuigd van de noodzaak waarborgen te scheppen voor een passende vergoeding aan personen die schade lijden door verontreiniging veroorzaakt door het ontsnappen of doen wegvloeien van olie uit schepen,

de wens koesterende eenvormige internationale regels en procedures te aanvaarden voor het nemen van beslissingen in kwesties van aansprakelijkheid en het verschaffen van een passende vergoeding in zodanige gevallen,

zijn overeengekomen als volgt:

Artikel I

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel II

Dit Verdrag is uitsluitend van toepassing op:

Artikel III
1.

De eigenaar van het schip op het tijdstip van het voorval, of, zo het voorval bestaat uit een opeenvolging van feiten, op het tijdstip van het eerste feit, is, behoudens het bepaalde in het tweede en het derde lid van dit artikel, aansprakelijk voor schade door verontreiniging, veroorzaakt door het schip als gevolg van het voorval.

2.

De eigenaar is niet aansprakelijk voor schade door verontreiniging, indien hij bewijst dat de schade:

3.

Indien de eigenaar bewijst dat de schade door verontreiniging geheel of gedeeltelijk het gevolg is van een handelen of nalaten van de persoon, die de schade heeft geleden, met het opzet de schade te veroorzaken, of van de schuld van die persoon, kan de eigenaar geheel of gedeeltelijk worden ontheven van zijn aansprakelijkheid tegenover die persoon.

4.

Geen vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging kan tegen de eigenaar worden ingesteld anders dan in overeenstemming met dit Verdrag. Onverminderd het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel kan noch op grond van dit Verdrag, noch op enige andere grond, een vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging worden ingesteld tegen:

tenzij de schade het gevolg is van hun persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.

5.

Geen bepaling in dit Verdrag maakt inbreuk op enig recht van verhaal van de eigenaar tegenover derden.

Artikel IV

Wanneer zich een voorval voordoet waarbij twee of meer schepen zijn betrokken en er ten gevolge daarvan schade door verontreiniging is ontstaan, zijn de eigenaren van alle betrokken schepen, tenzij zij ingevolge artikel III van aansprakelijkheid zijn ontheven, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die redelijkerwijs niet te scheiden is.

Artikel V
1.

De eigenaar van een schip kan zijn aansprakelijkheid uit hoofde van dit Verdrag per voorval beperken tot een totaal bedrag dat als volgt wordt berekend:

met dien verstande evenwel dat dit bedrag in geen geval in totaal 89.770.000 rekeneenheden te boven kan gaan.

2.

De eigenaar is niet gerechtigd zijn aansprakelijkheid ingevolge dit Verdrag te beperken indien wordt bewezen dat de schade door verontreiniging het gevolg is van zijn persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.

3.

Ten einde zich te kunnen beroepen op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde beperking, moet de eigenaar een fonds vormen tot een bedrag gelijk aan het maximum van zijn aansprakelijkheid bij de rechterlijke of andere bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat binnen wiens grondgebied een vordering op grond van artikel IX wordt ingesteld, of, indien geen vordering wordt ingesteld, bij een rechterlijke of andere bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat binnen wiens grondgebied een vordering op grond van artikel IX kan worden ingesteld. Het fonds kan worden gevormd door het storten van de geldsom of door het stellen van een bankgarantie of iedere andere garantie welke aanvaardbaar is volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar het fonds wordt gevormd en welke door de rechterlijke of andere bevoegde autoriteit genoegzaam wordt geacht.

4.

Het fonds wordt verdeeld onder de schuldeisers in evenredigheid met de bedragen van hun erkende vorderingen.

5.

Indien vóór de verdeling van het fonds de eigenaar of een van zijn ondergeschikten of lasthebbers, of een persoon die hem een verzekering of andere zekerheid heeft verschaft, in verband met het voorval een vergoeding terzake van schade door verontreiniging hebben betaald, treden deze personen bij wege van subrogatie, tot het bedrag dat zij hebben betaald, in de rechten die de door hen schadeloos gestelde persoon op grond van dit Verdrag zou hebben gehad.

6.

Het recht van subrogatie, bedoeld in het vijfde lid van dit artikel kan ook worden uitgeoefend door andere dan de daarin genoemde personen met betrekking tot enige vergoeding voor schade door verontreiniging die zij mochten hebben betaald, maar alleen voor zover een zodanige subrogatie is geoorloofd volgens de toepasselijke nationale wetgeving.

7.

Wanneer de eigenaar of enige andere persoon aantoont dat hij gedwongen zou kunnen worden op een later tijdstip geheel of ten dele een zodanige schadevergoeding te betalen terzake waarvan hij, indien de vergoeding zou zijn betaald vóór de verdeling van het fonds, ingevolge het vijfde of het zesde lid van dit artikel bij wege van subrogatie rechten zou hebben verkregen, dan kan de rechterlijke of andere bevoegde autoriteit bevelen dat voorlopig een bedrag wordt terzijde gesteld dat voldoende is om het deze persoon mogelijk te maken op een later tijdstip zijn rechten tegen het fonds geldend te maken.

8.

Vorderingen die betrekking hebben op door de eigenaar vrijwillig en binnen de grenzen der redelijkheid gedane uitgaven en gebrachte offers ter voorkoming of beperking van schade door verontreiniging staan in rang gelijk met andere vorderingen op het fonds.

10.

Voor de toepassing van dit artikel is de brutotonnage van het schip de brutotonnage berekend overeenkomstig de voorschriften voor de meting vervat in Bijlage I van het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, 1969.

11.

De verzekeraar of persoon die financiële zekerheid stelt heeft het recht tot het vormen van een fonds in overeenstemming met dit artikel op dezelfde voorwaarden en met dezelfde rechtsgevolgen als ware het door de eigenaar gevormd. Een zodanig fonds kan zelfs worden gevormd indien, ingevolge het bepaalde in het tweede lid, de eigenaar niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, maar de vorming daarvan laat dan de rechten van de schuldeisers tegenover de eigenaar onverlet.

Artikel VI
1.

Indien na een voorval de eigenaar overeenkomstig artikel V een fonds heeft gevormd en gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken,

2.

Het voorgaande is evenwel alleen van toepassing indien de schuldeiser toegang heeft tot de rechtbank die het fonds beheert en het fonds daadwerkelijk beschikbaar is tot voldoening van zijn vordering.

Artikel VII
1.

De eigenaar van een in een Verdragsluitende Staat teboekgesteld schip dat meer dan 2000 ton olie in bulk als lading vervoert, is gehouden een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie of een door een internationaal schadefonds afgegeven certificaat in stand te houden tot dekking van zijn aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging volgens dit Verdrag, tot een bedrag gelijk aan het maximum van zijn aansprakelijkheid ingevolge het eerste lid van artikel V.

2.

Een certificaat houdende verklaring dat een overeenkomst van verzekering of een andere financiële zekerheid in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag van kracht is, wordt aan elk schip afgegeven, nadat de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat heeft vastgesteld dat aan de eisen van het eerste lid is voldaan. Met betrekking tot een schip teboekgesteld in een Verdragsluitende Staat wordt zulk een certificaat afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van de Staat waar het schip is teboekgesteld; met betrekking tot een schip dat niet in een Verdragsluitende Staat is teboekgesteld, kan het worden afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat. Dit certificaat heeft de vorm van het aangehechte model en bevat de navolgende gegevens:

3.

Het certificaat wordt gesteld in de officiële taal of de officiële talen van de Staat waar het wordt afgegeven. Indien de gebruikte taal noch de Franse, noch de Engelse is, moet de tekst een vertaling in een van deze talen bevatten.

4.

Het certificaat moet zich aan boord van het schip bevinden en een afschrift moet worden nedergelegd bij de autoriteiten die het register houden waarin het schip staat teboekgesteld of, indien het schip niet in een Verdragsluitende Staat is teboekgesteld, bij de autoriteiten van de Staat die het certificaat afgeeft of waarmerkt.

5.

Een verzekering of een andere financiële zekerheid voldoet niet aan de bepalingen van dit artikel, indien zij, om andere redenen dan het verstrijken van haar geldigheidsduur zoals vermeld in het certificaat ingevolge het tweede lid van dit artikel, kan vervallen alvorens drie maanden zijn verlopen sedert de datum waarop aan de autoriteiten bedoeld in het vierde lid van dit artikel mededeling is gedaan van haar beëindiging, tenzij het certificaat bij deze autoriteiten is ingeleverd, dan wel binnen bedoelde termijn een nieuw certificaat is afgegeven. Het vorenstaande is eveneens van toepassing op alle wijzigingen die ten gevolge hebben dat de verzekering of zekerheid niet langer voldoet aan de bepalingen van dit artikel.

6.

Onverminderd het in dit artikel bepaalde stelt de Staat waar het schip is teboekgesteld de voorwaarden vast betreffende de afgifte en geldigheid van het certificaat.

7.

Certificaten, afgegeven of gewaarmerkt onder het gezag van een Verdragsluitende Staat overeenkomstig het tweede lid, worden voor de toepassing van dit Verdrag erkend door andere Verdragsluitende Staten, als bezittende dezelfde geldigheid als door deze afgegeven of gewaarmerkte certificaten, zelfs indien zij zijn afgegeven of gewaarmerkt met betrekking tot een schip dat niet in een Verdragsluitende Staat is teboekgesteld. Een Verdragsluitende Staat kan te allen tijde verzoeken om overleg met de Staat die de afgifte of waarmerking verricht, indien hij reden heeft aan te nemen dat de in het certificaat genoemde verzekeraar of degene die de garantie heeft gesteld financieel niet in staat is te voldoen aan de hem door dit Verdrag opgelegde verplichtingen.

8.

Vorderingen tot vergoeding van schade door verontreiniging kunnen rechtstreeks worden ingesteld tegen de verzekeraar of persoon die financiële zekerheid stelt ter dekking van de aansprakelijkheid van de eigenaar wegens schade door verontreiniging. In dit geval kan de verweerder, zelfs indien de eigenaar overeenkomstig artikel V, tweede lid, niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, zich beroepen op de in artikel V, eerste lid, omschreven beperking van aansprakelijkheid. Hij mag voorts zich beroepen op de verweermiddelen (anders dan het faillissement of de liquidatie van de eigenaar) waarop de eigenaar zelf een beroep zou hebben kunnen doen. Voorts kan de verweerder een beroep doen op het verweer dat de schade door verontreiniging het gevolg is van opzettelijk wangedrag van de eigenaar zelf, maar de verweerder kan zich niet beroepen op enig ander verweermiddel dat hij zou hebben kunnen aanvoeren in een door de eigenaar tegen hem aangespannen rechtsgeding. De verweerder heeft steeds het recht te vorderen dat de eigenaar mede in het geding wordt betrokken.

9.

Gelden uit een verzekering of andere financiële zekerheid, welke ingevolge het eerste lid van dit artikel wordt in stand gehouden, zijn uitsluitend beschikbaar voor de voldoening van vorderingen ingevolge dit Verdrag.

10.

Een Verdragsluitende Staat staat niet toe dat onder zijn vlag varende schepen waarop dit artikel van toepassing is, voor de handelsvaart worden gebezigd, tenzij een certificaat is afgegeven ingevolge het tweede of het twaalfde lid van dit artikel.

11.

Onverminderd het in dit artikel bepaalde moet elke Verdragsluitende Staat er zorg voor dragen dat in zijn nationale wetgeving wordt voorgeschreven dat verzekering of andere zekerheid tot de in het eerste lid van dit artikel genoemde omvang verplicht is voor elk schip, waar ook teboekgesteld, dat een haven op zijn grondgebied binnenloopt of verlaat, dan wel aankomt bij of vertrekt van een buitengaats doch binnen zijn territoriale zee gelegen laad- of losinstallatie, wanneer het schip daadwerkelijk meer dan 2.000 ton olie in bulk als lading vervoert.

12.

Is met betrekking tot een schip dat in eigendom toebehoort aan een Verdragsluitende Staat geen verzekering afgesloten of geen financiële zekerheid gesteld, dan zijn de desbetreffende bepalingen van dit artikel op dat schip niet van toepassing, maar het schip moet wel zijn voorzien van een certificaat, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Staat waar het is teboekgesteld, houdende de verklaring dat het schip eigendom is van de Staat en dat de aansprakelijkheid voor het schip gedekt is binnen de grenzen van artikel V, eerste lid. Dit certificaat wordt zoveel mogelijk opgesteld volgens het in het tweede lid van dit artikel voorgeschreven model.

Artikel VIII

Het recht op schadevergoeding krachtens dit Verdrag vervalt wanneer niet binnen drie jaar na de datum waarop de schade is ontstaan een rechtsvordering is ingesteld. In geen geval kan echter een rechtsvordering worden ingesteld nadat zes jaar zijn verstreken na de datum van het voorval dat de schade heeft veroorzaakt. Indien dit voorval wordt gevormd door een opeenvolging van feiten, loopt de termijn van zes jaar van de datum van het eerste feit.

Artikel IX
1.

Indien een voorval schade door verontreiniging heeft veroorzaakt op het grondgebied van één of meer Verdragsluitende Staten, de territoriale zee of een gebied zoals bedoeld in artikel II daaronder begrepen, dan wel preventieve maatregelen zijn genomen ter voorkoming of beperking van schade door verontreiniging op dit grondgebied, de territoriale zee of het gebied daaronder begrepen, dan kunnen vorderingen tot schadevergoeding slechts worden ingesteld bij de rechter van die Verdragsluitende Staat of Staten. Van het instellen van zodanige vordering moet aan de verweerder binnen redelijke termijn kennis worden gegeven.

2.

Iedere Verdragsluitende Staat draagt er zorg voor dat zijn gerechten bevoegd zijn kennis te nemen van deze vorderingen tot schadevergoeding.

3.

Nadat het fonds overeenkomstig het bepaalde in artikel V is gevormd, is de rechter van de Staat waar het fonds is gevormd bij uitsluiting bevoegd te beslissen in alle aangelegenheden betreffende de toedeling en verdeling van het fonds.

Artikel X
1.

Beslissingen van een uit hoofde van artikel IX bevoegde rechter welke voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn in de Staat waar zij zijn gegeven en waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat worden erkend in elke andere Verdragsluitende Staat, tenzij:

2.

Een beslissing welke ingevolge het eerste lid van dit artikel is erkend, is vatbaar voor tenuitvoerlegging in iedere Verdragsluitende Staat, zodra de in die Staat vereiste formaliteiten zijn vervuld. Deze formaliteiten mogen niet leiden tot een hernieuwd onderzoek van de zaak.

Artikel XI
1.

De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van toepassing op oorlogsschepen of andere schepen in eigendom van of geëxploiteerd door een Staat ten tijde dat zij alleen worden gebruikt in dienst van de overheid voor andere dan handelsdoeleinden.

2.

Met betrekking tot schepen die eigendom zijn van een Verdragsluitende Staat en die gebruikt worden voor handelsdoeleinden, kan elke Staat in rechte worden aangesproken voor de rechter die ingevolge artikel IX bevoegd is, en doet afstand van beroep op enig verweer dat is gegrond op zijn hoedanigheid van soevereine Staat.

Artikel XII

Dit Verdrag gaat boven andere internationale overeenkomsten die op de datum waarop dit Verdrag is opengesteld voor ondertekening, van kracht zijn of openstaan voor ondertekening, bekrachtiging of toetreding, doch uitsluitend voor zover deze overeenkomsten daarmede in strijd zouden zijn; de bepalingen van dit Verdrag laten nochtans de uit bedoelde internationale overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen van Verdragsluitende Staten tegenover niet-Verdragsluitende Staten onverlet.

Artikel XII bis. Overgangsbepalingen

De volgende overgangsbepalingen zijn van toepassing in het geval van een Staat die op het tijdstip van een voorval Partij is bij zowel dit Verdrag als het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969:

Artikel XII ter. Slotbepalingen

De slotbepalingen van dit Verdrag zijn de artikelen 12 tot en met 18 van het Protocol van 1992 tot wijziging van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969. Verwijzingen in dit Verdrag naar Verdragsluitende Staten dienen te worden uitgelegd als verwijzingen naar de Verdragsluitende Staten bij dat Protocol.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 12. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
1.

Dit Protocol staat open voor ondertekening te Londen van 15 januari 1993 tot en met 14 januari 1994 door alle Staten.

2.

Onverminderd het bepaalde in het vierde lid kan een Staat Partij bij dit Protocol worden door:

3.

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

4.

Een Verdragsluitende Staat bij het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971, hierna te noemen het Fondsverdrag, 1971, kan dit Protocol slechts bekrachtigen, aanvaarden, goedkeuren of ertoe toetreden indien hij tegelijkertijd het Protocol van 1992 tot wijziging van dat Verdrag bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt, tenzij hij het Fondsverdrag, 1971, opzegt met ingang van de datum waarop dit Protocol voor die Staat in werking treedt.

5.

Een Staat die Partij is bij dit Protocol maar geen Partij is bij het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, is gebonden door de bepalingen van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, zoals gewijzigd bij dit Protocol, met betrekking tot andere Staten die hierbij Partij zijn, maar is niet gebonden door de bepalingen van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, met betrekking tot Staten die daarbij Partij zijn.

6.

Akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding die zijn nedergelegd nadat een wijziging van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, zoals gewijzigd bij dit Protocol, in werking is getreden, worden geacht van toepassing te zijn op het aldus gewijzigde Verdrag, zoals gewijzigd door bedoelde wijziging.

Artikel 13. Inwerkingtreding
1.

Dit Protocol treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop tien Staten, waaronder vier Staten met elk niet minder dan een miljoen brutotonnage van tankschepen, akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

2.

Iedere Verdragsluitende Staat bij het Fondsverdrag, 1971, kan evenwel, op het tijdstip van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot dit Protocol, verklaren dat deze akte niet eerder van kracht wordt beschouwd voor de toepassing van dit artikel dan aan het einde van het tijdvak van zes maanden genoemd in artikel 31 van het Protocol van 1992 bij het Fondsverdrag, 1971. Een Staat die geen Verdragsluitende Staat bij het Fondsverdrag, 1971, is, doch die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot het Protocol van 1992 tot wijziging van het Fondsverdrag, 1971, nederlegt, kan ook tegelijkertijd een verklaring overeenkomstig dit lid afleggen.

3.

Iedere Staat die een verklaring overeenkomstig het voorgaande lid heeft afgelegd, kan deze te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie. Een zodanige intrekking wordt van kracht op de datum waarop de kennisgeving wordt ontvangen, met dien verstande dat deze Staat geacht wordt zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot dit Protocol op die datum te hebben nedergelegd.

4.

Ten aanzien van elke Staat die dit Protocol bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt nadat aan de in het eerste lid gestelde eisen voor inwerkingtreding is voldaan, treedt dit Protocol in werking twaalf maanden na de datum van nederlegging door die Staat van de daartoe strekkende akte.

Artikel 14. Herziening en wijziging
1.

De Organisatie kan een conferentie tot herziening of wijziging van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, bijeenroepen.

2.

De Organisatie roept een conferentie van de Verdragsluitende Staten bijeen tot herziening of wijziging van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, op verzoek van ten minste een derde van de Verdragsluitende Staten.

Artikel 15. Wijzigingen van de beperkingsbedragen
1.

Op verzoek van ten minste een vierde van de Verdragsluitende Staten worden voorstellen tot wijziging van de aansprakelijkheidsgrenzen, neergelegd in artikel V, eerste lid, van het Verdrag, zoals gewijzigd bij dit Protocol, door de Secretaris-Generaal toegezonden aan alle Leden van de Organisatie en aan alle Verdragsluitende Staten.

2.

Elke voorgestelde en zoals hierboven aangegeven toegezonden wijziging wordt voorgelegd aan de Juridische Commissie van de Organisatie ter overweging op een datum tenminste zes maanden na de datum van toezending.

3.

Alle Verdragsluitende Staten bij het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, zoals gewijzigd bij dit Protocol, ongeacht of zij Lid van de Organisatie zijn, zijn gerechtigd deel te nemen aan de werkzaamheden van de Juridische Commissie ter overweging en aanneming van wijzigingen.

4.

Wijzigingen worden aangenomen met een tweederde meerderheid van de Verdragsluitende Staten die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de Juridische Commissie, welke is uitgebreid zoals bepaald in het derde lid, mits ten minste de helft van de Verdragsluitende Staten aanwezig is op het tijdstip van de stemming.

5.

Wanneer de Commissie een voorstel tot wijziging van de grenzen bespreekt, houdt zij rekening met de ervaring opgedaan bij voorvallen en in het bijzonder met het bedrag van de daaruit voortvloeiende schade, met wijzigingen in geldswaarden, en de gevolgen van de voorgestelde wijziging voor de kosten van verzekering. Zij houdt voorts rekening met de samenhang van de grenzen van artikel V, eerste lid, van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, zoals gewijzigd bij dit Protocol en die in artikel 4, vierde lid, van het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1992.

7.

Elke wijziging aangenomen overeenkomstig het vierde lid wordt door de Organisatie ter kennis gebracht van alle Verdragsluitende Staten. De wijziging wordt geacht te zijn aanvaard aan het einde van een tijdvak van achttien maanden na de datum van kennisgeving, tenzij binnen dat tijdvak niet minder dan een vierde van de Staten die Verdragsluitende Staten waren op het tijdstip van aanneming van de wijziging door de Juridische Commissie de Organisatie hebben medegedeeld dat zij de wijziging niet aanvaarden, in welk geval de wijziging is verworpen en deze niet van kracht wordt.

8.

Een wijziging die geacht wordt te zijn aanvaard overeenkomstig het zevende lid, treedt in werking achttien maanden na aanvaarding ervan.

9.

Alle Verdragsluitende Staten zijn gebonden door de wijziging, tenzij zij ten minste zes maanden voordat de wijziging in werking treedt dit Protocol opzeggen overeenkomstig artikel 16, eerste en tweede lid. Deze opzegging wordt van kracht wanneer de wijziging in werking treedt.

10.

Wanneer een wijziging door de Juridische Commissie is aangenomen, maar het tijdvak van achttien maanden voor de aanvaarding ervan nog niet is verstreken, is een Staat die gedurende dat tijdvak Verdragsluitende Staat wordt, door de wijziging gebonden indien deze in werking treedt. Een Staat die na dat tijdvak Verdragsluitende Staat wordt, is gebonden door een wijziging die overeenkomstig het zevende lid is aanvaard. In de gevallen bedoeld in dit lid wordt een Staat gebonden door een wijziging wanneer deze wijziging in werking treedt, of wanneer dit Protocol voor die Staat in werking treedt, indien deze datum later valt.

Artikel 16. Opzegging
1.

Een Partij kan dit Protocol, na de datum waarop het voor die Partij in werking is getreden, te allen tijde opzeggen.

2.

Opzegging geschiedt door nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

3.

Een opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de nederlegging van de akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie of na een langere termijn wanneer zulks in die akte is bepaald.

4.

Wat de Partijen bij dit Protocol betreft, wordt opzegging door een van hen van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, overeenkomstig artikel XVI daarvan niet op enigerlei wijze uitgelegd als een opzegging van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, zoals gewijzigd bij dit Protocol.

5.

Opzegging van het Protocol van 1992 tot wijziging van het Fondsverdrag, 1971, door een Staat die Partij blijft bij het Fondsverdrag, 1971, wordt geacht een opzegging te zijn van dit Protocol. Die opzegging wordt van kracht op de datum waarop de opzegging van het Protocol van 1992 tot wijziging van het Fondsverdrag, 1971, van kracht wordt overeenkomstig artikel 34 van dat Protocol.

Artikel 17. Depositaris
1.

Dit Protocol en alle ingevolge artikel 15 aanvaarde wijzigingen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

2.

De Secretaris-Generaal van de Organisatie:

3.

Zodra dit Protocol in werking treedt, wordt de tekst door de Secretaris-Generaal van de Organisatie toegezonden aan het Secretariaat van de Verenigde Naties ter registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

Artikel 18. Talen

Dit Protocol is opgesteld in een enkel oorspronkelijk exemplaar in de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel XIII
1.

Dit Verdrag staat open voor ondertekening tot 31 december 1970 en staat daarna open voor toetreding.

2.

Lid-Staten van de Verenigde Naties of van een der Gespecialiseerde Organisaties of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, dan wel Staten die partij zijn bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof kunnen partij worden bij dit Verdrag door:

Artikel XIV
1.

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door de nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

2.

Alle akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, nedergelegd na de inwerkingtreding van een wijziging op dit Verdrag ten aanzien van alle Verdragsluitende Staten, of na de voltooiing van alle maatregelen, vereist voor de inwerkingtreding van de wijziging ten aanzien van deze Verdragsluitende Staten, worden geacht van toepassing te zijn op het aldus gewijzigde Verdrag.

Artikel XV
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de negentigste dag na de datum waarop de Regeringen van acht Staten waaronder vijf Staten, elk met niet minder dan 1.000.000 B.R.T. tankertonnage, het hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, dan wel akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

2.

Ten aanzien van elke Staat die dit Verdrag daarna bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt, treedt het Verdrag in werking op de negentigste dag na nederlegging door die Staat van de daartoe strekkende akte.

Artikel XVI
1.

Een Verdragsluitende Staat mag dit Verdrag na de datum waarop het voor die Staat in werking is getreden te allen tijde opzeggen.

2.

Opzegging geschiedt door nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

3.

Een opzegging wordt van kracht een jaar na de nederlegging van de akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie of na een langere termijn, wanneer zulks in die akte is bepaald.

Artikel XVII
1.

De Verenigde Naties, ingeval zij het gezagsorgaan zijn dat het beheer over een gebied uitoefent, of een Verdragsluitende Staat die verantwoordelijk is voor de internationale betrekkingen van een gebied, plegen zo spoedig mogelijk overleg met de daarvoor in aanmerking komende autoriteiten van een zodanig gebied, of nemen andere passende maatregelen ten einde dit Verdrag van toepassing te doen zijn op dat gebied en kunnen de Secretaris-Generaal van de Organisatie te allen tijde schriftelijk mededelen dat dit Verdrag ook op dat gebied van toepassing zal zijn.

2.

Te rekenen van de datum van ontvangst van deze kennisgeving of van een andere in deze kennisgeving bepaalde datum, is dit Verdrag van toepassing op het daarin genoemde gebied.

3.

De Verenigde Naties of een Verdragsluitende Staat die een verklaring krachtens het eerste lid van dit artikel hebben afgelegd, kunnen te allen tijde na de datum waarop dit Verdrag aldus op een gebied van toepassing wordt, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie verklaren dat dit Verdrag ophoudt van toepassing te zijn op het in de kennisgeving genoemde gebied.

4.

Dit Verdrag houdt op van toepassing te zijn op het in de kennisgeving genoemde gebied een jaar na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Organisatie of na een langere termijn, wanneer zulks in die kennisgeving is bepaald.

Artikel XVIII
1.

De Organisatie kan een Conferentie tot herziening of wijziging van dit Verdrag bijeenroepen.

2.

De Organisatie roept een Conferentie van de Verdragsluitende Staten bijeen tot herziening of wijziging van dit Verdrag op het verzoek van ten minste een derde van de Verdragsluitende Staten.

Artikel XIX
1.

Dit Verdrag wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

2.

De Secretaris-Generaal van de Organisatie:

Artikel XX

Zodra dit Verdrag in werking treedt wordt de tekst door de Secretaris-Generaal van de Organisatie toegezonden aan het Secretariaat van de Verenigde Naties ter registratie en publicatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

Artikel XXI

Dit Verdrag is, in een enkel exemplaar, opgesteld in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek. Officiële vertalingen in de Russische en Spaanse taal worden vervaardigd en nedergelegd bij het ondertekende origineel.

DONE AT LONDON, this twenty-seventh day of November one thousand nine hundred and ninety-two.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective Governments for that purpose, have signed this Protocol.