Wijzigingsgeschiedenis
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen
3 versions
· 2010-07-01
2010-07-01
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrij
2009-05-23
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrij
Wijzigingen op 2009-05-23
@@ -228,7 +228,7 @@
6. De uitdrukking „dividenden”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit aandelen, winstaandelen of winstbewijzen, „Kuxen”, oprichtersaandelen of andere rechten - met uitzondering van schuldvorderingen - die aanspraak geven op een aandeel in de winst, alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de belastingwetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is, met inkomsten uit aandelen worden gelijkgesteld.
7. De bepalingen van het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de dividenden, inwoner van een van de beide Staten, in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een vaste inrichting heeft en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2003-01-26&g=2003-01-26) van toepassing.
7. De bepalingen van het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de dividenden, inwoner van een van de beide Staten, in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een vaste inrichting heeft en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-05-23&g=2009-05-23) van toepassing.
8. Indien een lichaam dat inwoner is van een van de beide Staten voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Staat, mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden betaald door het lichaam aan personen die geen inwoner zijn van die andere Staat, noch de niet-uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet-uitgedeelde winst, zelfs indien de betaalde dividenden of de niet-uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn.
@@ -236,9 +236,9 @@
1. Interest afkomstig uit een van de beide Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat, is slechts in die andere Staat belastbaar.
2. De uitdrukking „interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen, waaronder begrepen de aan zodanige leningen, obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen. In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt. De uitdrukking omvat evenwel niet de in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2003-01-26&g=2003-01-26), bedoelde winstaandelen.
3. De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing, indien de genieter van de interest, die inwoner is van een van de beide Staten, in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is, een vaste inrichting heeft en de vordering uit hoofde waarvan de interest verschuldigd is, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2003-01-26&g=2003-01-26) van toepassing.
2. De uitdrukking „interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen, waaronder begrepen de aan zodanige leningen, obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen. In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt. De uitdrukking omvat evenwel niet de in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2009-05-23&g=2009-05-23), bedoelde winstaandelen.
3. De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing, indien de genieter van de interest, die inwoner is van een van de beide Staten, in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is, een vaste inrichting heeft en de vordering uit hoofde waarvan de interest verschuldigd is, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-05-23&g=2009-05-23) van toepassing.
4. Indien, tengevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de betaalde interest, in aanmerking nemende de schuldvordering ter zake waarvan zij wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de schuldeiser zou zijn overeengekomen, vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van de beide Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag.
@@ -246,7 +246,7 @@
1. Indien een inwoner van een van de beide Staten winstaandelen verkrijgt uit een deelneming als stille vennoot in een onderneming waarvan de leiding zich in de andere Staat bevindt, mogen deze winstaandelen in die andere Staat worden belast, indien met de deelneming niet een deelneming in het vermogen van de onderneming gepaard gaat.
2. Op winstaandelen uit deelnemingen als stille vennoot waarmede een deelneming in het vermogen van de onderneming gepaard gaat, zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2003-01-26&g=2003-01-26) van toepassing.
2. Op winstaandelen uit deelnemingen als stille vennoot waarmede een deelneming in het vermogen van de onderneming gepaard gaat, zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-05-23&g=2009-05-23) van toepassing.
##### Artikel 13. Royalty's
@@ -256,17 +256,17 @@
3. De uitdrukking „royalty's”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap - daaronder begrepen films -, van een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze, dan wel voor het gebruik van, of het recht van gebruik van, nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting, of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap.
4. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de royalty's, die inwoner is van een van de beide Staten, in de andere Staat waaruit de royalty's afkomstig zijn, een vaste inrichting heeft en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty's verschuldigd zijn, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2003-01-26&g=2003-01-26) van toepassing.
4. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de royalty's, die inwoner is van een van de beide Staten, in de andere Staat waaruit de royalty's afkomstig zijn, een vaste inrichting heeft en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty's verschuldigd zijn, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-05-23&g=2009-05-23) van toepassing.
5. Indien, tengevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de betaalde royalty's, in aanmerking nemende het gebruik, het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de schuldeiser zou zijn overeengekomen, vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de beide Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag.
##### Artikel 14. Vermogenswinsten
1. Voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2003-01-26&g=2003-01-26), mogen worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen.
1. Voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2009-05-23&g=2009-05-23), mogen worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen.
2. Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende zaken deel uitmakende van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de beide Staten in de andere Staat heeft, of van roerende zaken behorende tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de beide Staten in de andere Staat tot zijn beschikking heeft voor de uitoefening van een vrij beroep - daaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting (alleen of te zamen met de gehele onderneming) of van het vaste middelpunt - mogen in die andere Staat worden belast.
3. Niettegenstaande de bepaling van het tweede lid, zijn voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en van schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, zomede van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen. De bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=8&z=2003-01-26&g=2003-01-26), vinden hierbij toepassing.
3. Niettegenstaande de bepaling van het tweede lid, zijn voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en van schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, zomede van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen. De bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=8&z=2009-05-23&g=2009-05-23), vinden hierbij toepassing.
4. Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere zaken dan die genoemd in de voorgaande leden zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan de vervreemder inwoner is.
@@ -280,7 +280,7 @@
##### Artikel 16. Niet-zelfstandige arbeid
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2003-01-26&g=2003-01-26), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2003-01-26&g=2003-01-26), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2003-01-26&g=2003-01-26) en [21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=21&z=2003-01-26&g=2003-01-26), zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2009-05-23&g=2009-05-23) en [21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=21&z=2009-05-23&g=2009-05-23), zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.
2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een in de andere Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar, indien:
@@ -300,15 +300,15 @@
##### Artikel 18. Artiesten en sportbeoefenaars
1. Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2003-01-26&g=2003-01-26), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2003-01-26&g=2003-01-26) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2003-01-26&g=2003-01-26), mogen voordelen of inkomsten, verkregen door een inwoner van een van de Staten als artiest, zoals een toneelspeler, film-, radio-, of televisie-artiest of een musicus, of als sportbeoefenaar, uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Staat, worden belast in die andere Staat.
2. Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht, niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen, maar aan een andere persoon, mogen die voordelen of inkomsten, niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2003-01-26&g=2003-01-26), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2003-01-26&g=2003-01-26) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2003-01-26&g=2003-01-26), worden belast in de Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht.
3. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn voordelen of inkomsten, verkregen uit werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, die zijn uitgevoerd krachtens een tussen de Staten overeengekomen culturele overeenkomst of regeling of verkregen door een niet op het maken van winst gerichte organisatie, als zodanig erkend in een onderlinge overlegprocedure krachtens [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2003-01-26&g=2003-01-26) van dit Verdrag, of door een artiest of sportbeoefenaar ter zake van aan een dergelijke organisatie verleende diensten, vrijgesteld van belasting in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht.
1. Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2009-05-23&g=2009-05-23) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2009-05-23&g=2009-05-23), mogen voordelen of inkomsten, verkregen door een inwoner van een van de Staten als artiest, zoals een toneelspeler, film-, radio-, of televisie-artiest of een musicus, of als sportbeoefenaar, uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Staat, worden belast in die andere Staat.
2. Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht, niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen, maar aan een andere persoon, mogen die voordelen of inkomsten, niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2009-05-23&g=2009-05-23) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2009-05-23&g=2009-05-23), worden belast in de Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht.
3. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn voordelen of inkomsten, verkregen uit werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, die zijn uitgevoerd krachtens een tussen de Staten overeengekomen culturele overeenkomst of regeling of verkregen door een niet op het maken van winst gerichte organisatie, als zodanig erkend in een onderlinge overlegprocedure krachtens [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2009-05-23&g=2009-05-23) van dit Verdrag, of door een artiest of sportbeoefenaar ter zake van aan een dergelijke organisatie verleende diensten, vrijgesteld van belasting in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht.
##### Artikel 19. Pensioenen
Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 20, tweede lid, sub a, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2003-01-26&g=2003-01-26) zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking, slechts in die Staat belastbaar.
Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 20, tweede lid, sub a, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2009-05-23&g=2009-05-23) zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking, slechts in die Staat belastbaar.
##### Artikel 20. Overheidsfuncties en sociale zekerheid
@@ -324,7 +324,7 @@
- b. Deze pensioenen zijn echter alleen in de andere Staat belastbaar, indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat.
3. De bepalingen van de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2003-01-26&g=2003-01-26), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2003-01-26&g=2003-01-26), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2003-01-26&g=2003-01-26) en [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2003-01-26&g=2003-01-26) zijn van toepassing op salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen en op pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf, uitgeoefend door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan.
3. De bepalingen van de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2009-05-23&g=2009-05-23) en [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2009-05-23&g=2009-05-23) zijn van toepassing op salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen en op pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf, uitgeoefend door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan.
4. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede en derde lid, mogen pensioenen en andere beloningen, betaald aan een inwoner van een van de Staten krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van de andere Staat, in die andere Staat worden belast.
@@ -342,11 +342,11 @@
##### Artikel 23. Vermogen
1. Vermogen, voor zover bestaande uit onroerende goederen, zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2003-01-26&g=2003-01-26), mag worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen.
1. Vermogen, voor zover bestaande uit onroerende goederen, zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2009-05-23&g=2009-05-23), mag worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen.
2. Vermogen, voor zover bestaande uit roerende zaken die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting van een onderneming, of uit roerende zaken die behoren tot een vast middelpunt gebezigd voor de uitoefening van een vrij beroep, mag worden belast in de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gelegen.
3. Schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, zomede roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen. De bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=8&z=2003-01-26&g=2003-01-26), vinden hierbij toepassing.
3. Schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, zomede roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen. De bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=8&z=2009-05-23&g=2009-05-23), vinden hierbij toepassing.
4. Alle andere bestanddelen van het vermogen van een inwoner van een van de beide Staten zijn slechts in die Staat belastbaar.
@@ -356,9 +356,9 @@
1. Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, alle bestanddelen van het inkomen of het vermogen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Oostenrijk mogen worden belast.
2. Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen betreffende de verliescompensatie in zijn nationale voorschriften tot het vermijden van dubbele belasting, verleent Nederland een vermindering op het overeenkomstig het eerste lid van dit artikel berekende belastingbedrag. Deze vermindering is gelijk aan dat gedeelte van het belastingbedrag dat tot dat belastingbedrag in dezelfde verhouding staat, als het bedrag van de bestanddelen van het inkomen of het vermogen die in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag zijn begrepen en die volgens de artikelen 6, 7, 10, zevende lid, 11, derde lid, 13, vierde lid, 14, eerste en tweede lid, 15, 16, eerste lid, 17, eerste lid, 20, eerste lid, sub a, tweede lid, sub a, en vierde lid, en 23, eerste en tweede lid, van dit Verdrag in Oostenrijk mogen worden belast, staat tot het bedrag van het inkomen of het vermogen dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag vormt.
Nederland verleent voorts een vermindering op het overeenkomstig het eerste lid berekende belastingbedrag voor die bestanddelen van het inkomen die volgens de artikelen 10, tweede lid, 12, eerste lid, 13, tweede lid, 14, vijfde lid, en 18, eerste en tweede lid, in Oostenrijk mogen worden belast en die in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze vermindering is het laagste van de volgende bedragen:
2. Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen betreffende de verliescompensatie in zijn nationale voorschriften tot het vermijden van dubbele belasting, verleent Nederland een vermindering op het overeenkomstig het eerste lid van dit artikel berekende belastingbedrag. Deze vermindering is gelijk aan dat gedeelte van het belastingbedrag dat tot dat belastingbedrag in dezelfde verhouding staat, als het bedrag van de bestanddelen van het inkomen of het vermogen die in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag zijn begrepen en die volgens de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [10, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [14, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [20, eerste lid, sub a, tweede lid, sub a, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2009-05-23&g=2009-05-23), en [23, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=IV&artikel=23&z=2009-05-23&g=2009-05-23), van dit Verdrag in Oostenrijk mogen worden belast, staat tot het bedrag van het inkomen of het vermogen dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag vormt.
Nederland verleent voorts een vermindering op het overeenkomstig het eerste lid berekende belastingbedrag voor die bestanddelen van het inkomen die volgens de [artikelen 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-05-23&g=2009-05-23), en [18, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2009-05-23&g=2009-05-23), in Oostenrijk mogen worden belast en die in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze vermindering is het laagste van de volgende bedragen:
- a). het bedrag dat gelijk is aan de in Oostenrijk geheven belasting;
@@ -366,7 +366,7 @@
3. Indien een inwoner van Oostenrijk inkomen verkrijgt of vermogen bezit dat overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Nederland mag worden belast, stelt Oostenrijk, behoudens de bepalingen van het vierde lid, dat inkomen of vermogen vrij van belasting; Oostenrijk mag evenwel bij het berekenen van de belasting over het overige inkomen of vermogen van die inwoner het belasting tarief toepassen, dat van toepassing zou zijn geweest, indien het vrijgestelde inkomen of vermogen niet was vrijgesteld.
4. Indien een inwoner van Oostenrijk inkomen verkrijgt dat overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 10, tweede lid, 12, eerste lid, 13, tweede lid, en 14, vijfde lid, in Nederland mag worden belast, verleent Oostenrijk een vermindering op de belasting naar het inkomen van die inwoner tot een bedrag dat gelijk is aan de in Nederland betaalde belasting. Deze vermindering overschrijdt echter niet dat deel van de belasting, zoals deze berekend is voor het verlenen van de vermindering, dat aan het uit Nederland verkregen inkomen kan worden toegerekend.
4. Indien een inwoner van Oostenrijk inkomen verkrijgt dat overeenkomstig de bepalingen van de [artikelen 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-05-23&g=2009-05-23), en [18, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2009-05-23&g=2009-05-23), in Nederland mag worden belast, verleent Oostenrijk een vermindering op de belasting naar het inkomen van die inwoner tot een bedrag dat gelijk is aan de in Nederland betaalde belasting. Deze vermindering overschrijdt echter niet dat deel van de belasting, zoals deze berekend is voor het verlenen van de vermindering, dat aan het uit Nederland verkregen inkomen kan worden toegerekend.
### HOOFDSTUK VI. Bijzondere bepalingen
@@ -418,7 +418,7 @@
1. Dit Verdrag kan, hetzij in zijn geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot de landen Suriname en de Nederlandse Antillen of tot een van die landen, indien het desbetreffende land belastingen heft die in wezen gelijksoortig zijn aan de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is. Zulk een uitbreiding wordt van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, daaronder begrepen voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, nader vast te stellen en overeen te komen bij diplomatieke notawisseling.
2. Tenzij anders is overeengekomen, wordt door de opzegging van het Verdrag op de voet van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=VII&artikel=31&z=2003-01-26&g=2003-01-26) niet tevens de toepasselijkheid van het Verdrag op het land waartoe het ingevolge dit artikel is uitgebreid, beëindigd.
2. Tenzij anders is overeengekomen, wordt door de opzegging van het Verdrag op de voet van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=VII&artikel=31&z=2009-05-23&g=2009-05-23) niet tevens de toepasselijkheid van het Verdrag op het land waartoe het ingevolge dit artikel is uitgebreid, beëindigd.
### HOOFDSTUK VII. Slotbepalingen
@@ -434,21 +434,21 @@
Bij de ondertekening van het Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, heden tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk gesloten, zijn de gevolmachtigden die dit Slotprotocol hebben ondertekend, de volgende bepalingen overeengekomen, welke een integrerend deel vormen van het Verdrag.
##### I. Ad [Artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2003-01-26&g=2003-01-26):
##### I. Ad [Artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2009-05-23&g=2009-05-23):
Het Verdrag vindt geen toepassing op internationale organisaties, op hun organen en functionarissen, en op personen deel uitmakende van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een derde Staat, die in een van de beide Staten verblijven of aldaar hun zetel hebben en aldaar niet voor hun gehele inkomen en hun gehele vermogen aan de belastingheffing zijn onderworpen.
##### II. Ad [Artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2003-01-26&g=2003-01-26), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2003-01-26&g=2003-01-26) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2003-01-26&g=2003-01-26):
Verzoeken om teruggaaf van belasting die in strijd met de bepalingen van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2003-01-26&g=2003-01-26), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2003-01-26&g=2003-01-26) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2003-01-26&g=2003-01-26) is geheven, moeten worden ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
##### III. Ad [Artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2003-01-26&g=2003-01-26)
- a. Het is wel verstaan dat, wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2003-01-26&g=2003-01-26), is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting.
- b. Het is wel verstaan dat voor de berekening van de vermindering vermeld in [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2003-01-26&g=2003-01-26), de waarde van de in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=IV&artikel=23&z=2003-01-26&g=2003-01-26), bedoelde vermogensbestandddelen wordt verminderd met de waarde van de schulden verzekerd door hypotheek op dat vermogen en de waarde van de in artikel 23, tweede lid, bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van de tot de vaste inrichting of het vaste middelpunt behorende schulden.
- c. Het in [artikel 24, tweede lid, letter a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2003-01-26&g=2003-01-26), bedoelde bedrag van de in Oostenrijk geheven belasting wordt voor de in [artikel 14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2003-01-26&g=2003-01-26), genoemde voordelen naar het gemiddeld toegepaste tarief berekend.
##### II. Ad [Artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-05-23&g=2009-05-23) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2009-05-23&g=2009-05-23):
Verzoeken om teruggaaf van belasting die in strijd met de bepalingen van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2009-05-23&g=2009-05-23), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-05-23&g=2009-05-23) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2009-05-23&g=2009-05-23) is geheven, moeten worden ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
##### III. Ad [Artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2009-05-23&g=2009-05-23)
- a. Het is wel verstaan dat, wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2009-05-23&g=2009-05-23), is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting.
- b. Het is wel verstaan dat voor de berekening van de vermindering vermeld in [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2009-05-23&g=2009-05-23), de waarde van de in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=IV&artikel=23&z=2009-05-23&g=2009-05-23), bedoelde vermogensbestandddelen wordt verminderd met de waarde van de schulden verzekerd door hypotheek op dat vermogen en de waarde van de in artikel 23, tweede lid, bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van de tot de vaste inrichting of het vaste middelpunt behorende schulden.
- c. Het in [artikel 24, tweede lid, letter a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2009-05-23&g=2009-05-23), bedoelde bedrag van de in Oostenrijk geheven belasting wordt voor de in [artikel 14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004204&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-05-23&g=2009-05-23), genoemde voordelen naar het gemiddeld toegepaste tarief berekend.
##### IV. Ad Artikel 27:
2003-01-26
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oosten
original version
Tekst op deze datum