Wijzigingsgeschiedenis

Algemeen Postverdrag

3 versions · 2010-01-01
2010-01-01
Algemeen Postverdrag — arts. 1, 2, 3 y 40 más

Wijzigingen op 2010-01-01

@@ -8,195 +8,47 @@
##### Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1. Ten behoeve van het Algemeen Postverdrag worden de navolgende termen als volgt gedefinieerd:
- 1.1. algemene postdienst: permanente verzorging voor cliënten van kwalitatief hoogwaardige postale basisdiensten, op elk punt op het grondgebied van een land, tegen betaalbare prijzen;
- 1.2. dichte postzending: zak of aantal zakken of andere van een etiket, loodzegel of stempel voorziene recipiënten die poststukken bevatten;
- 1.3. doorvoerzendingen à découvert: doorvoer, via een tussenliggend land, van zendingen waarvan het aantal of het gewicht geen vervaardiging van een dichte postzending rechtvaardigt voor het land van bestemming;
- 1.4. poststuk: overkoepelende term waarmee elk van de verzendingen door de post wordt bedoeld (briefpostzending, postpakket, postwissel, enzovoort);
- 1.5. eindkosten: door de verzendende postdienst aan de postdienst van bestemming verschuldigde vergoeding ter compensatie van de kosten die verband houden met de verwerking van de briefpostzendingen die in het land van bestemming worden ontvangen;
- 1.6. doorvoervergoedingen: vergoeding voor de diensten die door een vervoersinstantie van het doorkruiste land worden geleverd (postdienst, andere dienst of een combinatie van beide) met betrekking tot de doorvoer van de postzendingen over land, over zee en/of door de lucht;
- 1.7. territoriaal bestellingsquotum: door de verzendende postdienst aan de postdienst van bestemming verschuldigde vergoeding ter compensatie van de kosten die verband houden met de verwerking van een postpakket in het land van bestemming;
- 1.8. territoriaal doorvoerquotum: vergoeding verschuldigd voor de diensten die door een vervoersinstantie van het doorkruiste land worden geleverd (postdienst, andere dienst of een combinatie van beide) met betrekking tot de doorvoer van de postzendingen over land en/of door de lucht, voor het door zijn grondgebied voeren van een postpakket;
- 1.9. maritiem quotum: vergoeding verschuldigd voor de diensten die door een vervoersinstantie worden geleverd (postdienst, andere dienst of een combinatie van beide) die deelneemt aan het vervoer over zee van een postpakket.
Vervallen
##### Artikel 2. Aanwijzing van de instantie of instanties belast met het vervullen van de verplichtingen die uit de toetreding tot het Postverdrag voortvloeien
1. De lidstaten doen binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres aan het Internationaal Bureau kennisgeving van de naam en het adres van het overheidsorgaan dat belast is met het toezicht op de postzaken. Bovendien brengen de lidstaten het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres op de hoogte van de naam en het adres van de marktdeelnemer of marktdeelnemers die officieel zijn aangewezen voor de verzorging van de postdiensten en het vervullen van de verplichtingen die op zijn of hun grondgebieden uit de Akten van de Unie voortvloeien. Tussen twee Congressen in moet elke wijziging betreffende de officieel aangewezen marktdeelnemers en de overheidsinstanties zo snel mogelijk ter kennis van het Internationaal Bureau worden gebracht.
Vervallen
##### Artikel 3. Algemene postdienst
1. Teneinde het concept van de eenheid van het postgebied van de Unie te versterken, zien de lidstaten erop toe dat alle gebruikers/cliënten het recht genieten op een algemene postdienst die overeenkomt met een aanbieding van kwalitatief hoogwaardige postale basisdiensten, die permanent en op elk punt op hun grondgebied tegen betaalbare prijzen worden aangeboden.
2. Te dien einde stellen de lidstaten, in het kader van hun nationale postwetgeving of via andere gebruikelijke middelen, de reikwijdte van de desbetreffende postale diensten vast alsmede de voorwaarden betreffende kwaliteit en betaalbare prijzen, met inachtneming van zowel de behoeften van de bevolking als hun nationale omstandigheden.
3. De lidstaten zien erop toe dat de aangeboden postdiensten en de kwaliteitsnormen door de met de algemene postdienst belaste instanties worden geëerbiedigd.
4. De lidstaten zien erop toe dat de algemene postdienst op levensvatbare wijze wordt verzorgd, zodat het duurzame bestaan ervan wordt gewaarborgd.
Vervallen
##### Artikel 4. Vrijheid van doorvoer
1. Het beginsel van de vrijheid van doorvoer wordt uiteengezet in artikel 1 van de Constitutie. Dit beginsel brengt voor elke postdienst de verplichting met zich mee de gesloten depêches en de briefpostzendingen à découvert die door een andere postdienst worden bezorgd, steeds te verzenden langs de snelste weg en met behulp van de veiligste middelen die de dienst voor zijn eigen zendingen gebruikt. Dit beginsel is eveneens van toepassing op verkeerd bezorgde zendingen of depêches.
2. De lidstaten die niet deelnemen aan de uitwisseling van brieven met bederfelijke biologische stoffen of radioactieve stoffen, mogen de doorvoer van zulke zendingen à découvert over hun grondgebied weigeren. Hetzelfde geldt voor zendingen van briefpost, andere post, briefkaarten en braillestukken. Dat is eveneens van toepassing op drukwerk, tijdschriften, periodieken, petits paquets en M-zakken waarvan de inhoud niet aan de wettelijke bepalingen voldoet die van toepassing zijn op de voorwaarden voor hun publicatie of circulatie in het land van doorvoer.
3. Voor de over land en over zee te vervoeren postpakketten is de vrijheid van doorvoer beperkt tot het grondgebied van de landen die aan die dienst deelnemen.
4. Vrijheid van doorvoer van luchtpostpakketten is gegarandeerd binnen het gehele grondgebied van de Unie. Niettemin kunnen de lidstaten die niet aan de dienst van postpakketten deelnemen, niet verplicht worden mee te werken aan de verzending van de luchtpostpakketten per land- en/of zeepost.
5. Indien een lidstaat de bepalingen inzake de vrijheid van doorvoer niet naleeft, hebben de andere lidstaten het recht de postale diensten met dit land af te schaffen.
Vervallen
##### Artikel 5. Eigendom van poststukken. Onttrekking. Wijziging of verbetering van het adres. Nazending. Terugzending naar de afzender van onbestelbare stukken
1. Zolang een poststuk niet bij de rechthebbende is besteld, blijft dit eigendom van de afzender, behalve indien het in beslag is genomen krachtens de wetgeving van het land van herkomst of van bestemming en, in het geval van toepassing van artikel 15.2.1.1 of 15.3, naar gelang van de wetgeving van het land van doorvoer.
2. De afzender van een poststuk kan dit uit die dienst laten terugtrekken of het adres ervan laten wijzen of verbeteren. De porten en andere voorwaarden worden voorgeschreven in de Regelingen.
3. De lidstaten zorgen voor de nazending van poststukken ingeval van wijziging van het adres van de geadresseerde, en voor de terugzending naar de afzender van onbestelbare stukken. De porten en andere voorwaarden worden vermeld in de Reglementen.
Vervallen
##### Artikel 6. Porten
1. De porten voor de verschillende internationale en bijzondere postale diensten worden door de postdiensten vastgelegd in overeenstemming met de grondbeginselen van het Verdrag en de Regelingen. De porten dienen in principe te worden vastgesteld in verhouding tot de kosten van het leveren van deze diensten.
2. De postdienst van het land van herkomst bepaalt de frankeertarieven voor het vervoer van de briefpostzendingen en postpakketten. De frankeertarieven zijn inclusief de afgifte van de zendingen ten huize van de geadresseerde, voor zover de bestelling van dergelijke zendingen in het land van bestemming tot de dienstverlening behoort.
3. De toegepaste porten, met inbegrip van die welke ter informatie in de Akten zijn vermeld, dienen minimaal gelijk te zijn aan die welke worden toegepast voor zendingen in het binnenlandse verkeer met dezelfde kenmerken (categorie, volume, verwerkingstermin, enz.).
4. Het is de postdiensten toegestaan alle in de Akten voorkomende porten te overschrijden.
5. Boven de onder 3 vastgestelde minimale limiet voor porten hebben de postdiensten de mogelijkheid op hun binnenlandse wetgeving gebaseerde lagere porten toe te staan voor briefpostzendingen en postpakketten die in hun land worden afgegeven. Zij hebben met name de mogelijkheid voorkeurstarieven toe te kennen aan hun cliënten met een aanzienlijk postverkeer.
6. Het is verboden aan cliënten andere porten in rekening te brengen dan die waarin is voorzien door de Akten.
7. Behalve in de gevallen waarin door de Akten is voorzien, behoudt elke postdienst de porten die hij heeft geheven.
Vervallen
##### Artikel 7. Vrijstelling van porten
1. Beginsel
- 1.1. De gevallen van portvrijdom, als vrijstelling van de frankering, worden uitdrukkelijk in het Verdrag vermeld. In de Regelingen kunnen evenwel bepalingen worden vastgelegd voor zowel de vrijstelling van frankering als de vrijstelling van betaling van doorvoerkosten, eindkosten en bestellingsquota voor briefpostzendingen en postpakketten met betrekking tot de postale dienst die door de postdiensten en de beperkte Unies worden verzonden. Daarnaast worden de briefpostzendingen en postpakketten die door het Internationaal Bureau van de UPU naar de beperkte Unies en de postdiensten worden verzonden, beschouwd als verzendingen met betrekking tot de postale dienst en worden deze vrijgesteld van alle porten. De dienst van herkomst is evenwel bevoegd luchtrechten te heffen voor deze laatste zendingen.
2. Krijgsgevangenen en civiel geïnterneerden
- 2.1. Vrijgesteld van alle porten, met uitzondering van luchtrechten, zijn briefpostzendingen, postpakketten en zendingen van financiële postale diensten aan of door krijgsgevangenen verzonden, hetzij rechtstreeks hetzij door bemiddeling van de in de Regelingen van het Postverdrag en de in het Verdrag inzake postale financiële diensten vermelde kantoren. De in een neutraal land opgenomen en geïnterneerde oorlogvoerenden worden met de eigenlijke krijgsgevangenen gelijkgesteld voor zover het de toepassing van voornoemde bepalingen betreft.
- 2.2. Het in 2.1 bepaalde geldt eveneens voor briefpostzendingen, postpakketten en zendingen van financiële postale diensten die afkomstig zijn uit andere landen en zijn geadresseerd aan of verzonden door de geïnterneerde burgers, bedoeld in het op 12 augustus 1949 te Genève gesloten Verdrag betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd hetzij rechtstreeks, hetzij door bemiddeling van de in de Regelingen van het Postverdrag en de in het Verdrag inzake postale financiële diensten vermelde kantoren.
- 2.3. De in de Regelingen van het Postverdrag en van het Verdrag inzake postale financiële diensten vermelde bureaus genieten eveneens portvrijdom voor briefpostzendingen, postpakketten en zendingen van financiële postale diensten met betrekking tot de in 2.1 en 2.2 bedoelde personen die zij hetzij rechtstreeks, hetzij via bemiddeling verzenden of ontvangen.
- 2.4. Pakketten tot 5 kilogram worden in portvrijdom aangenomen. Het maximumgewicht is 10 kilogram voor zendingen waarvan de inhoud ondeelbaar is en voor zendingen die, met het oog op de verdeling onder de gevangenen, aan een kamp of de vertrouwenspersoon daarvan zijn gericht.
- 2.5. In het kader van de vereffening van de rekeningen tussen de postdiensten wordt voor dienstpakketten en pakketten van of voor krijgsgevangenen en civiel geïnterneerden geen quotum toegekend, met uitzondering van de kosten van luchtvervoer die op de luchtpostpakketten van toepassing zijn.
3. Braillestukken
- 3.1. Braillestukken zijn vrijgesteld van elk port, met uitzondering van luchtrechten.
Vervallen
##### Artikel 8. Postzegels
1. De benaming „postzegel” wordt uit hoofde van dit Postverdrag beschermd en is uitsluitend voorbehouden aan de zegels die voldoen aan voorwaarden van dit artikel en van de Regelingen.
2. De postzegel:
- 2.1. wordt uitsluitend door een bevoegde uitgevende instantie uitgegeven, overeenkomstig de Akten van de UPU; de uitgifte van postzegels behelst het in omloop brengen ervan;
- 2.2. is een teken van soevereiniteit en vormt:
- 2.2.1. een bewijs van de frankering die overeenkomt met de intrinsieke waarde ervan, wanneer deze in overeenstemming met de Akten van de Unie op een poststuk wordt aangebracht;
- 2.2.2. een bron van aanvullende inkomsten voor de postdiensten, als filatelistisch object;
- 2.3. moet in omloop zijn op het oorspronkelijke grondgebied van de uitgevende postdienst voor gebruik ten behoeve van frankering of filatelie.
3. Als teken van de soevereiniteit bevat de postzegel:
- 3.1. de naam van de lidstaat of van het grondgebied waar de uitgevende postdienst onder valt, in Latijnse letters;
- 3.1.1. facultatief, het officiële embleem van de lidstaat waar de uitgevende postdienst onder valt;
- 3.1.2. in beginsel, de nominale waarde ervan in Latijnse letters of Arabische cijfers;
- 3.1.3. facultatief, de vermelding „Posterijen” in Latijnse of andere letters.
4. De staatsemblemen, de officiële controletekens en de emblemen van intergouvernementele organisaties die op de postzegels voorkomen, worden beschermd uit hoofde van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de intellectuele eigendom.
5. De onderwerpen en motieven van de postzegels moeten:
- 5.1. overeenkomen met de geest van de preambule van de Constitutie van de Wereldpostunie en met de beslissingen die door de organen van de Unie zijn genomen;
- 5.2. nauw verband houden met de culturele identiteit van het land van de uitbrengende postdienst of een bijdrage leveren aan het uitdragen van de cultuur of aan de handhaving van de vrede;
- 5.3. in geval van herdenking van belangrijke personen uit of bijzondere gebeurtenissen in het buitenland voor het land of het grondgebied van de uitgevende postdienst, een nauwe band met het genoemde land of grondgebied hebben;
- 5.4. gespeend zijn van politieke of beledigende kenmerken ten aanzien van een persoon of land;
- 5.5. van bijzonder belang zijn voor het land waar de uitgevende postdienst onder valt of voor deze postdienst zelf.
6. Als voorwerp van intellectuele eigendomsrechten kan de postzegel het volgende bevatten:
- 6.1. de vermelding van het recht van de uitgevende postdienst de betrokken eigendomsrechten te gebruiken, te weten:
- 6.1.1. de auteursrechten, door middel van plaatsing van het copyright-teken (©), de aanduiding van de eigenaar van de auteursrechten alsmede de vermelding van het jaar van uitgifte;
- 6.1.2. het merk dat is geregistreerd op het grondgebied van de lidstaat waaronder de uitgevende postdienst valt, door middel van plaatsing van het teken voor het geregistreerde handelsmerk (®) achter de naam van het merk;
- 6.2. de naam van de kunstenaar;
- 6.3. de naam van de drukker.
7. Frankeerstempels, afdrukken van frankeermachines en afdrukken van drukpersen of andere druk- of stempelwijzen die voldoen aan de bepalingen van de Akten van de Wereldpostunie, mogen uitsluitend met toestemming van de postdienst worden gebruikt.
Vervallen
##### Artikel 9. Postveiligheid
1. De lidstaten nemen op alle niveaus van de postexploitatie een strategie aan voor activiteiten op het gebied van veiligheid en passen deze toe, teneinde het vertrouwen van het publiek in de postdiensten te behouden en te vergroten, zulks in het belang van alle betrokkenen. Een dergelijke strategie moet voorzien in de uitwisseling van informatie met betrekking tot de handhaving van de veiligheid en de beveiliging van het vervoer en de doorvoer van dépêches tussen de lidstaten.
Vervallen
##### Artikel 10. Milieu
1. De lidstaten moeten op alle niveaus van de postexploitatie een dynamische milieustrategie ontwikkelen en uitvoeren en in het kader van de postale diensten de voorlichting op het gebied van milieuvraagstukken bevorderen.
Vervallen
##### Artikel 11. Overtredingen
1. Poststukken
- 1.1. De lidstaten verplichten zich ertoe alle nodige maatregelen te nemen om de navolgende handelingen te voorkomen en de daders ervan te vervolgen en te bestraffen:
- 1.1.1. het insluiten in poststukken van verdovende middelen, psychotrope stoffen of explosieven, ontvlambare en andere gevaarlijke stoffen waarvoor insluiting niet uitdrukkelijk door het Postverdrag wordt toegestaan;
- 1.1.2. het insluiten in poststukken van voorwerpen van pedofiele of pornografische aard waarin kinderen voorkomen.
2. Frankering in het algemeen en frankeermiddelen in het bijzonder
- 2.1. De lidstaten verplichten zich ertoe alle nodige maatregelen te nemen ter voorkoming, beteugeling en bestraffing van overtredingen met betrekking tot de in dit Verdrag bedoelde frankeermiddelen, te weten:
- 2.1.1. in roulatie zijnde of uit de roulatie genomen postzegels;
- 2.1.2. frankeermerken;
- 2.1.3. afdrukken van frankeermachines en afdrukken van drukpersen;
- 2.1.4. internationale antwoordcoupons.
- 2.2. Ten behoeve van dit Verdrag wordt onder een overtreding met betrekking tot frankeermiddelen verstaan een van de volgende handelingen, begaan met het oogmerk de pleger ervan of een derde op onrechtmatige wijze te verrijken. Het volgende dient strafbaar te worden gesteld:
- 2.2.1. het vervalsen, imiteren of namaken van frankeermiddelen, of elke andere onrechtmatige of strafbare daad die verband houdt met de ongeoorloofde vervaardiging ervan;
- 2.2.2. het gebruiken, in omloop brengen, in de handel brengen, distribueren, verspreiden, vervoeren, presenteren of tentoonstellen, met inbegrip van voor publicitaire doeleinden, van vervalste, geïmiteerde of nagemaakte frankeermiddelen;
- 2.2.3. het ten behoeve van postale doeleinden gebruiken of in omloop brengen van frankeermiddelen die reeds eerder zijn gebruikt;
- 2.2.4. pogingen tot het begaan van een van de bovengenoemde overtredingen.
3. Wederkerigheid
- 3.1. Wat de sancties betreft, mag geen enkel onderscheid worden gemaakt tussen de onder 2 bedoelde handelingen, of het nu gaat om nationale of buitenlandse frankeermiddelen; op deze bepaling kunnen geen voorwaarden inzake wettelijke wederkerigheid of wederkerigheid op grond van een verdrag worden toegepast.
Vervallen
## DEEL II. REGELS DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP BRIEFPOST EN POSTPAKKETTEN
@@ -204,393 +56,71 @@
##### Artikel 12. Basisdiensten
1. De lidstaten verzorgen de toelating, verwerking, het vervoer en de bestelling van briefpostzendingen.
2. De briefpostzendingen omvatten:
- 2.1. prioritaire of niet-prioritaire zendingen tot 2 kilogram;
- 2.2. brieven, postkaarten, drukwerk en petits paquets tot 2 kilogram;
- 2.3. braillestukken tot 7 kilogram;
- 2.4. bijzondere zakken die nieuwsbladen, tijdschriften, boeken en vergelijkbaar drukwerk bevatten, gericht aan dezelfde geadresseerde en aan dezelfde bestemming, „M-zakken” genoemd, tot 30 kilogram.
3. De briefpostzendingen worden gerangschikt naar de snelheid van behandeling of de inhoud ervan, overeenkomstig de Regeling Brievenpost.
4. Op sommige categorieën briefpostzendingen zijn facultatief hogere gewichtslimieten dan de onder 2 genoemde limieten van toepassing, volgens de in de Regeling Brievenpost vermelde voorwaarden.
5. De lidstaten verzorgen eveneens de toelating, de verwerking, het vervoer en de bestelling van postpakketten tot 20 kg, hetzij door de bepalingen van het Postverdrag te volgen, hetzij, in het geval van uitgaande pakketten en na sluiting van een bilateraal akkoord, door gebruikmaking van elk ander voor hun cliënt voordeliger middel.
6. Op sommige categorieën postpakketten zijn facultatief gewichtslimieten van meer dan 20 kg van toepassing, volgens de in de Regeling Postpakketten vermelde voorwaarden.
7. Elk land waarvan de postdienst geen vervoer van pakketten verzorgt, mag de bepalingen van het Verdrag doen uitvoeren door transportondernemingen. Het mag deze dienst tevens beperken tot pakketten die afkomstig zijn van of bestemd zijn voor de plaatsen die door die ondernemingen worden aangedaan.
8. In afwijking van het bepaalde onder 5 zijn de landen die vóór 1 januari 2001 geen partij waren bij de Regeling Postpakketten niet verplicht de postpakketdienst te verzorgen.
Vervallen
##### Artikel 13. Aanvullende diensten
1. De lidstaten verzorgen de navolgende verplichte aanvullende diensten:
- 1.1. aantekendienst voor uitgaande lucht- en prioritaire briefpostzendingen;
- 1.2. aantekendienst voor niet-prioritaire uitgaande briefpostzendingen en zendingen over land of zee voor bestemmingen waarvoor geen prioritaire of luchtpostdienst bestaat;
- 1.3. aantekendienst voor alle binnenkomende briefpostzendingen.
2. De verzorging van een aantekendienst voor uitgaande niet-prioritaire briefpostzendingen en briefpostzendingen over land of zee voor bestemmingen waarvoor geen prioritaire of luchtpostdienst bestaat, is facultatief.
3. De lidstaten kunnen de navolgende facultatieve aanvullende diensten verzorgen in het kader van de betrekkingen tussen de postdiensten die zijn overeengekomen deze diensten te verzorgen:
- 3.1. postdienst met waardeaangifte voor briefpostzendingen en pakketten;
- 3.2. postdienst met bewijs van afgifte voor briefpostzendingen;
- 3.3. postdienst met rembourszending voor briefpostzendingen en pakketten;
- 3.4. postdienst met expressezendingen voor briefpostzendingen en pakketten;
- 3.5. postdienst voor het in handen afgeven van aangetekende briefpostzendingen, van zendingen met bewijs van afgifte of van zendingen met waardeaangifte;
- 3.6. postdienst voor port- en rechtvrije zendingen voor briefpostzendingen en pakketten;
- 3.7. postdienst voor breekbare pakketten en pakketten die een bijzondere behandeling behoeven;
- 3.8. „Consignment”-consolidatiedienst voor gegroepeerde zendingen van één afzender die voor het buitenland zijn bestemd.
4. De drie navolgende aanvullende diensten omvatten tegelijkertijd verplichte en facultatieve aspecten:
- 4.1. dienst internationaal antwoordnummer (CCRI), die voornamelijk facultatief is; alle postdiensten zijn echter verplicht de retourdienst te verzorgen van deze zendingen;
- 4.2. dienst internationale antwoordcoupons; deze coupons kunnen worden uitgewisseld in elke lidstaat, maar de verkoop ervan is facultatief;
- 4.3. ontvangstbevestigingen voor aangetekende briefpostzendingen of briefpostzendingen met bewijs van afgifte, pakketten en zendingen met waardeaangifte; alle postdiensten accepteren ontvangstbevestigingen voor binnenkomende zendingen; de verzorging van een ontvangstbevestiging voor uitgaande zendingen is echter facultatief.
5. Deze diensten en de bijbehorende heffingen worden beschreven in de Regelingen.
6. Indien voor de hieronder vermelde diensten in het binnenlandse stelsel bijzondere heffingen gelden, zijn de postdiensten bevoegd dezelfde heffingen te vragen voor internationale zendingen, volgens de in de Regelingen genoemde voorwaarden:
- 6.1. bestelling van petits paquets van meer dan 500 g;
- 6.2. terpostbezorging van een briefpostzending op het uiterste tijdstip;
- 6.3. terpostbezorging buiten de normale openingsuren van de loketten;
- 6.4. bij de afzender thuis ophalen;
- 6.5. afhalen van een briefpostzending buiten de normale openingsuren van de loketten;
- 6.6. poste-restante;
- 6.7. opslag van briefpostzendingen van meer dan 500 g, en van postpakketten;
- 6.8. aflevering van pakketten in antwoord op het bericht van aankomst;
- 6.9. dekking tegen het risico van overmacht.
Vervallen
##### Artikel 14. E-mail, EMS, geïntegreerde logistiek en nieuwe diensten
1. De postdiensten kunnen onderling overeenkomen deel te nemen aan de navolgende diensten die in de Regelingen worden beschreven:
- 1.1. e-mail, een dienst waarbij gebruik wordt gemaakt van elektronische verzending van de berichten;
- 1.2. EMS, een expresse-postdienst bestemd voor documenten en goederen die, voor zover mogelijk, de snelste postdienst langs fysieke weg vormt; de postdiensten zijn bevoegd deze dienst te verzorgen op basis van een standaard multilateraal EMS-akkoord of op basis van bilaterale akkoorden;
- 1.3. de geïntegreerde logistieke dienst, die volledig beantwoordt aan de behoeften van de clientèle op het gebied van logistiek en die de fasen voor en na de fysieke verzending van de goederen en documenten behelst;
- 1.4. het elektronische poststempel, dat op afdoende wijze het bestaan van een elektronisch feit bevestigt, in een bepaalde vorm, op een bepaald moment, en waaraan een of meerdere partijen hebben deelgenomen.
2. In onderling overleg mogen de postdiensten een nieuwe vorm van dienstverlening instellen waarin niet uitdrukkelijk door de Akten van de Unie is voorzien. De porten voor de nieuwe dienstverlening worden door elke betrokken postdienst vastgesteld met inachtneming van de exploitatiekosten van de dienstverlening.
Vervallen
##### Artikel 15. Niet-toegelaten zendingen. Verbodsbepalingen
1. Algemene bepalingen
- 1.1. Zendingen die niet voldoen aan de bij het Verdrag en de Regelingen vereiste voorwaarden worden niet toegelaten. Zendingen die worden verstuurd met het oog op een frauduleuze handeling of het opzettelijk verzuim de volledige verschuldigde bedragen te betalen, worden evenmin toegelaten.
- 1.2. De uitzonderingen op de in dit artikel genoemde verboden zijn in de Regelingen vervat.
- 1.3. Alle postdiensten hebben de mogelijkheid de in dit artikel genoemde verboden, die onmiddellijk na de opneming ervan in het desbetreffende voorschrift kunnen worden toegepast, uit te breiden.
2. Verboden die gelden voor alle categorieën zendingen
- 2.1. Het insluiten van de hieronder genoemde voorwerpen in alle categorieën zendingen is verboden:
- 2.1.1. verdovende middelen en psychotrope stoffen;
- 2.1.2. obscene of immorele voorwerpen;
- 2.1.3. voorwerpen waarvan de invoer of de circulatie in het land van bestemming verboden is;
- 2.1.4. voorwerpen die, vanwege hun aard of verpakking, een gevaar kunnen vormen voor de beambten of voor het grote publiek of de andere zendingen of postuitrusting of de eigendommen van derden kunnen bevuilen of beschadigen;
- 2.1.5. documenten met het karakter van een actuele en persoonlijke briefwisseling tussen andere personen dan de afzender en de geadresseerde of de bij hen wonende personen.
3. Explosieve, ontvlambare of radioactieve stoffen en andere gevaarlijke stoffen
- 3.1. Het insluiten van explosieve, ontvlambare of andere gevaarlijke stoffen alsmede radioactieve stoffen in alle categorieën zendingen is verboden.
- 3.2. Bij uitzondering worden de navolgende stoffen toegelaten:
- 3.2.1. de in artikel 16.1 bedoelde radioactieve stoffen die worden verzonden in briefpostzendingen en postpakketten;
- 3.2.2. de in artikel 16.2 bedoelde bederfelijke biologische stoffen die worden verzonden in briefpostzendingen;
4. Levende dieren
- 4.1. Het insluiten van levende dieren is in alle categorieën zendingen verboden.
- 4.2. Bij uitzondering worden de navolgende dieren toegelaten in briefpostzendingen anders dan zendingen met waardeaangifte:
- 4.2.1. bijen, bloedzuigers en zijderupsen;
- 4.2.2. parasieten en verdelgers van schadelijke insecten, bestemd voor de beheersing van deze insecten en uitgewisseld tussen officieel erkende instellingen;
- 4.2.3. vliegen van de drosophilidae-familie die worden gebruikt voor biomedisch onderzoek tussen officieel erkende instellingen.
- 4.3. Bij uitzondering worden de navolgende dieren in pakketten toegelaten:
- 4.3.1. levende dieren waarvan het vervoer per post in de postvoorschriften van de betrokken landen wordt toegestaan.
5. Insluiting van correspondentie in pakketten
- 5.1. Het insluiten van de hieronder genoemde voorwerpen in postpakketten is verboden:
- 5.1.1. documenten met het karakter van een actuele en persoonlijke briefwisseling;
- 5.1.2. correspondentie van welke aard ook tussen andere personen dan de afzender en de geadresseerde of de bij hen wonende personen.
6. Muntstukken, bankbiljetten en andere waardevolle voorwerpen
- 6.1. Het is verboden muntstukken, bankbiljetten, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen in te sluiten:
- 6.1.1. in briefpostzendingen zonder waardeaangifte;
- 6.1.1.1. wanneer de nationale wetgeving van het land van herkomst en het land van bestemming dit toestaat, mogen deze voorwerpen echter wel aangetekend in een gesloten enveloppe worden verzonden;
- 6.1.2. in pakketten zonder waardeaangifte, behalve wanneer de nationale wetgeving van het land van herkomst en van het land van bestemming dit toestaat;
- 6.1.3. in pakketten zonder waardeaangifte in het verkeer tussen twee landen die waardeaangifte accepteren;
- 6.1.3.1. bovendien kan elke postdienst de insluiting verbieden van baren goud in pakketten met of zonder waardeaangifte afkomstig van of met een bestemming op zijn grondgebied of in doorvoer à découvert over zijn grondgebied; elke postdienst kan beperkingen stellen aan de werkelijke waarde van deze zendingen.
7. Drukwerken en braillestukken
- 7.1. Drukwerken en braillestukken:
- 7.1.1. mogen niet van een vermelding zijn voorzien en mogen geen correspondentie bevatten;
- 7.1.2. mogen geen postzegel of een al dan niet ongeldig gemaakte frankeermethode bevatten, en geen papieren die een waarde vertegenwoordigen, behalve in het geval de zending een kaart, envelop of van tevoren gefrankeerde band bevat met het oog op de retourzending ervan, waarop het adres van de afzender van de zending of van diens vertegenwoordiger in het land van terpostbezorging of van bestemming van de oorspronkelijke zending is afgedrukt.
8. Behandeling van zendingen die ten onrechte zijn toegelaten
- 8.1. Zendingen die ten onrechte zijn toegelaten, worden behandeld overeenkomstig de Regelingen. Zendingen die de in 2.1.1, 2.1.2 en 3.1 bedoelde voorwerpen bevatten, worden echter in geen geval naar de bestemming verzonden, noch bij de geadresseerden besteld, noch teruggestuurd naar de plaats van herkomst. Indien de in 2.1.1 en 3.1 bedoelde voorwerpen worden ontdekt in doorvoerzendingen, worden deze laatste behandeld overeenkomstig de nationale wetgeving van het land van doorvoer.
Vervallen
##### Artikel 16. Toegelaten radioactieve stoffen en biologische stoffen
1. Onder de volgende voorwaarden worden radioactieve stoffen toegelaten in briefpostzendingen en in postpakketten, in het kader van de betrekkingen tussen de postdiensten die zich bereid hebben verklaard dergelijke zendingen toe te laten, hetzij in hun wederzijds verkeer, hetzij in één richting:
- 1.1. de radioactieve stoffen worden geconditioneerd en verpakt overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Regelingen,
- 1.2. wanneer deze stoffen worden verzonden in briefpostzendingen, zijn zij onderworpen aan het tarief van prioritaire zendingen of aangetekende brieven;
- 1.3. de in briefpostzendingen of postpakketten ingesloten radioactieve stoffen moeten via de snelst mogelijke weg, normaliter per luchtpost, worden verzonden onder voorbehoud van betaling van de desbetreffende luchtrechten;
- 1.4. radioactieve stoffen mogen slechts door officieel gemachtigde afzenders ter post worden bezorgd.
2. Onder de volgende voorwaarden worden biologische stoffen toegelaten in briefpostzendingen:
- 2.1. Bederfelijke biologische stoffen, besmettelijke stoffen en vast koolzuurgas (koolzuursneeuw), wanneer dit wordt gebruikt voor het koelen van besmettelijke stoffen, mogen slechts per post worden verzonden in het kader van uitwisselingen tussen officieel erkende bevoegde laboratoria. Deze gevaarlijke stoffen kunnen in de post worden toegelaten ter verzending per vliegtuig, mits de nationale wetgeving, de geldende technische instructies van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) en de IATA-voorschriften inzake gevaarlijke goederen zulks toestaan.
- 2.2. Bederfelijke biologische stoffen en besmettelijke stoffen geconditioneerd en verpakt overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Regeling zijn onderworpen aan het tarief van prioritaire zendingen of het tarief van brieven en moeten worden aangetekend. Het is toegestaan de postverwerking van deze zendingen te onderwerpen aan de betaling van een toeslag.
- 2.3. Toelating van bederfelijke biologische stoffen en besmettelijke stoffen is beperkt tot het verkeer tussen de lidstaten waarvan de postdiensten zich akkoord hebben verklaard deze zendingen aan te nemen, hetzij in hun wederzijds verkeer, hetzij in één richting.
- 2.4. Deze stoffen moeten via de snelst mogelijke weg, normaliter per luchtpost, worden verzonden onder voorbehoud van betaling van de desbetreffende luchtrechten, en genieten prioriteit bij de bestelling.
Vervallen
##### Artikel 17. Klachten
1. Elke postdienst is verplicht de klachten betreffende een zending die bij zijn dienst of bij een andere postdienst ter post is bezorgd, in behandeling te nemen, mits dergelijke klachten worden ingediend binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag na de terpostbezorging van de zending. De termijn van zes maanden heeft betrekking op de relatie tussen de indieners van de klacht en de postdiensten en heeft geen betrekking op het doorgeven van klachten tussen de postdiensten.
- 1.1. De inbehandelingname van klachten betreffende het niet-ontvangen van een normale briefpostzending is echter niet verplicht. De postdiensten die klachten met betrekking tot de niet-ontvangst van normale briefpostzendingen in behandeling nemen, kunnen hun onderzoek beperken tot naspeuringen bij de dienst onbestelbare post.
2. De klachten worden in behandeling genomen onder de in de Regeling bedoelde voorwaarden.
3. De behandeling van klachten is kosteloos. De bijkomende kosten als gevolg van een verzoek om verzending via de EMS-dienst komen in beginsel echter ten laste van de verzoeker.
Vervallen
##### Artikel 18. Douanecontrole. Douanerechten en andere rechten
1. De postdienst van het land van herkomst en die van het land van bestemming zijn gemachtigd, overeenkomstig de wetgeving van hun land, zendingen aan douanecontrole te onderwerpen.
2. Zendingen die ter controle aan de douane worden voorgelegd, kunnen door de postdienst worden belast met een toeslag voor aanbieding bij de douane waarvan het indicatieve bedrag in de Regelingen wordt vastgelegd. Deze toeslag wordt slechts voor aanbieding bij de douane en voor inklaring geheven voor de zendingen die zijn belast met douanerechten of soortgelijke rechten.
3. De postdiensten die toestemming hebben verkregen voor het verrichten van de inklaring namens de cliënten zijn gemachtigd van de cliënten een op de werkelijke kosten van de handeling gebaseerde toeslag te heffen.
4. De postdiensten zijn gemachtigd van de afzenders c.q. de geadresseerden van de zendingen douanerechten en eventuele andere rechten te heffen.
Vervallen
##### Artikel 19. Uitwisseling van gesloten depêches met militaire eenheden
1. Gesloten depêches kunnen worden uitgewisseld via de landmacht-, marine- of luchtmachtdiensten van andere landen:
- 1.1. tussen de postkantoren van een van de lidstaten en de bevelhebbers van de aan de Verenigde Naties ter beschikking gestelde militaire eenheden;
- 1.2. tussen de bevelhebbers van deze militaire eenheden;
- 1.3. tussen de postkantoren van een van de lidstaten en de bevelhebbers van marine- of luchtmachtdivisies, oorlogsschepen of militaire vliegtuigen van hetzelfde land die in het buitenland zijn gestationeerd;
- 1.4. tussen de bevelhebbers van marine-, luchtmacht- of landmachtdivisies, oorlogsschepen of militaire vliegtuigen van hetzelfde land.
2. Briefpostzendingen die zijn opgenomen in de in 1 genoemde depêches mogen uitsluitend geadresseerd zijn aan, of afkomstig zijn van de leden van de militaire eenheden of van de staf- en bemanningsleden van de schepen of vliegtuigen van bestemming of herkomst. De daarvoor geldende tarieven en verzendingsvoorwaarden worden aan de hand van het binnenlandse reglement vastgesteld door de postdienst van het land dat de militaire eenheid ter beschikking heeft gesteld, of waartoe de schepen of vliegtuigen behoren.
3. Tenzij anders is overeengekomen, is de postdienst van het land dat de militaire eenheid ter beschikking heeft gesteld, of waartoe de oorlogsschepen of militaire vliegtuigen behoren, aan de betrokken postdiensten de doorvoervergoedingen, de eindkosten en de kosten voor het luchtvervoer verschuldigd.
Vervallen
##### Artikel 20. Normen en doelstellingen inzake de kwaliteit van de dienstverlening
1. De postdiensten moeten hun normen en doelstellingen inzake de bestelling van binnenkomende briefpostzendingen en pakketten vastleggen en openbaar maken.
2. Deze normen en doelstellingen, vermeerderd met de tijd die normaliter nodig is voor de inklaring, mogen niet minder gunstig zijn dan die welke worden toegepast voor vergelijkbare zendingen in hun binnenlandse dienst.
3. De postdiensten van herkomst moeten eveneens normen vastleggen en publiceren voor het volledige traject van prioritaire zendingen en briefpostzendingen per luchtpost alsmede voor pakketten en economische pakketten/over land of zee vervoerde pakketten.
4. De postdiensten evalueren de toepassing van de kwaliteitsnormen op het gebied van dienstverlening.
Vervallen
### HOOFDSTUK 2. AANSPRAKELIJKHEID
##### Artikel 21. Aansprakelijkheid van de postdiensten. Schadevergoedingen
1. Algemeen
- 1.1. Met uitzondering van de in artikel 22 bedoelde gevallen, zijn de postdiensten aansprakelijk voor:
- 1.1.1. verlies, ontvreemding of beschadiging van aangetekende zendingen, van gewone pakketten en zendingen met waardeaangifte;
- 1.1.2. verlies van zendingen met bewijs van afgifte;
- 1.1.3. de terugzending van een pakket wanneer geen reden voor de onbestelbaarheid ervan wordt gegeven.
- 1.2. De postdiensten aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het gaat om andere pakketten dan de in 1.1.1 en 1.1.2 genoemde pakketten.
- 1.3. In elk ander geval waarin niet door dit Verdrag wordt voorzien, aanvaarden de postdiensten geen aansprakelijkheid.
- 1.4. Wanneer het verlies of de volledige beschadiging van een aangetekende zending, van een gewoon pakket of van een zending met waardeaangifte het gevolg is van overmacht die geen aanleiding tot schadevergoeding geeft, heeft de afzender recht op teruggave van de betaalde toeslagen, met uitzondering van de verzekeringstoeslag.
- 1.5. De bedragen van de te betalen schadevergoeding mogen niet hoger zijn dan de in de Regeling Brievenpost en de Regeling Postpakketten vermelde bedragen.
- 1.6. In geval van aansprakelijkheid worden indirecte schade of gederfde winsten niet in aanmerking genomen bij het te betalen schadevergoedingsbedrag.
- 1.7. Alle bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de postdiensten zijn strikt, dwingend en uitputtend. De aansprakelijkheid van de postdiensten blijft in elk geval – ook bij grove schuld (grove fout) – beperkt tot de in het Postverdrag en de Regelingen vastgestelde limieten.
2. Aangetekende zendingen
- 2.1. De afzender van een aangetekende zending heeft bij verlies, volledige ontvreemding of volledige beschadiging daarvan recht op een schadevergoeding vastgelegd in de Regeling Brievenpost. Indien de afzender een bedrag eist dat lager is dan het in de Regeling Brievenpost bepaalde bedrag, mogen de postdiensten dit lagere bedrag uitkeren en op basis hiervan door de eventuele andere betrokken postdiensten worden vergoed.
- 2.2. In geval van gedeeltelijke ontvreemding of gedeeltelijke beschadiging van een aangetekende zending heeft de afzender in principe recht op een vergoeding die overeenkomt met het werkelijke bedrag van de ontvreemding of de beschadiging.
3. Zendingen met bewijs van afgifte
- 3.1. Bij verlies, volledige ontvreemding of volledige beschadiging van een zending met bewijs van afgifte, heeft de afzender uitsluitend recht op terugbetaling van de betaalde porten.
4. Gewone pakketten
- 4.1. In geval van verlies, volledige ontvreemding of volledige beschadiging van een gewoon pakket heeft de afzender recht op een in de Regeling Postpakketten vastgestelde vergoeding. Indien de afzender een bedrag eist dat lager is dan het in de Regeling Postpakketten bepaalde bedrag, mogen de postdiensten dit lagere bedrag uitkeren en op basis hiervan door de eventuele andere betrokken postdiensten worden vergoed.
- 4.2. In geval van gedeeltelijke ontvreemding of gedeeltelijke beschadiging van een gewoon pakket heeft de afzender in principe recht op een vergoeding die overeenkomt met het werkelijke bedrag van de ontvreemding of de beschadiging.
- 4.3. De postdiensten kunnen overeenkomen in hun wederzijdse betrekkingen het in de Regeling Postpakketten vastgestelde bedrag toe te passen, zonder inachtneming van het gewicht van het pakket.
5. Zendingen met waardeaangifte
- 5.1. Bij verlies, volledige ontvreemding of volledige beschadiging van een zending met waardeaangifte, heeft de afzender recht op een schadevergoeding die in principe overeenkomt met het bedrag, in BTR, van de aangegeven waarde.
- 5.2. In geval van gedeeltelijke ontvreemding of gedeeltelijke beschadiging van een zending met waardeaangifte heeft de afzender recht op een vergoeding die in principe overeenkomt met het werkelijke bedrag van de ontvreemding of de beschadiging. Dit bedrag mag echter in geen geval hoger zijn dan het bedrag, in BTR, van de aangegeven waarde.
6. In de in 4 en 5 bedoelde gevallen wordt de schadevergoeding berekend volgens de in BTR omgezette marktprijs van gelijksoortige voorwerpen of goederen op de plaats en het tijdstip waarop de zending voor vervoer werd aangenomen. Bij ontbreken van een marktprijs wordt de schadevergoeding berekend volgens de gewone waarde van op dezelfde gronden geschatte voorwerpen of goederen.
7. Wanneer vanwege verlies, volledige ontvreemding of volledige beschadiging van een aangetekende zending, van een gewoon pakket of van een zending met waardeaangifte een schadevergoeding verschuldigd is, heeft de afzender of, naar gelang van het geval, de geadresseerde bovendien recht op terugbetaling van de betaalde porten en rechten, met uitzondering van de toeslag voor aantekenen of waardeaangifte. Hetzelfde geldt voor aangetekende zendingen, gewone pakketten of zendingen met waardeaangifte die door de geadresseerden worden geweigerd als gevolg van de slechte staat ervan, indien deze aan de postdienst toe te rekenen is en deze hiervoor aansprakelijk is.
8. In afwijking van het in 2, 4 en 5 bepaalde heeft de geadresseerde recht op schadevergoeding na inontvangstname van een aangetekende zending, een gewoon pakket of een zending met waardeaangifte die of dat ontvreemd of beschadigd is.
9. De postdienst van herkomst heeft het recht aan de afzenders in zijn land de schadevergoedingen uit te betalen welke zijn voorzien in de in zijn land geldende wetgeving inzake aangetekende zendingen en pakketten zonder waardeaangifte, mits deze niet lager zijn dan die welke zijn vastgesteld in 2.1 en 4.1. Hetzelfde geldt voor de postdienst van bestemming wanneer de schadevergoeding aan de geadresseerde wordt betaald. De in 2.1 en 4.1 vastgestelde bedragen blijven echter van toepassing:
- 9.1. indien tegen de verantwoordelijke postdienst bezwaar wordt aangetekend;
- 9.2. indien de afzender ten gunste van de geadresseerde afziet van zijn rechten of omgekeerd.
10. Op dit artikel is, behoudens in geval van een bilaterale overeenkomst, geen enkel voorbehoud betreffende de betaling van de schadevergoeding aan de postdiensten van toepassing.
Vervallen
##### Artikel 22. Niet-aansprakelijkheid van de postdiensten
1. De postdiensten zijn niet langer aansprakelijk voor aangetekende zendingen, zendingen met bewijs van afgifte, pakketten en zendingen met waardeaangifte zodra zij deze hebben besteld overeenkomstig de voorschriften van hun regelingen inzake dergelijke zendingen. Zij zijn echter nog wel aansprakelijk:
- 1.1. wanneer ontvreemding of beschadiging wordt vastgesteld, hetzij vóór, hetzij tijdens de bestelling van de zending;
- 1.2. wanneer de geadresseerde, of in geval van terugzending de afzender, een voorbehoud maakt bij de inontvangstname van een gedeeltelijk ontvreemde of beschadigde zending, wanneer het binnenlandse reglement dit toestaat;
- 1.3. wanneer de aangetekende zending werd besteld in een brievenbus, wanneer het binnenlandse reglement dit toestaat, en de geadresseerde verklaart deze niet te hebben ontvangen;
- 1.4. wanneer de geadresseerde, of in geval van terugzending de afzender, van een pakket of een zending met waardeaangifte, niettegenstaande het feit dat hij daarvoor op de voorgeschreven wijze voor ontvangst heeft getekend, onverwijld aan de postdienst die hem de zending heeft uitgereikt te kennen geeft dat hij schade heeft vastgesteld. De betrokkene dient aan te tonen dat de ontvreemding of beschadiging niet na de bestelling heeft plaatsgehad; de term „onverwijld” moet worden uitgelegd overeenkomstig de nationale wetgeving.
2. De postdiensten zijn niet aansprakelijk:
- 2.1. in geval van overmacht, onder voorbehoud van artikel 13.6.9;
- 2.2. wanneer zij, zonder dat hun aansprakelijkheid op een andere manier wordt bewezen, geen rekenschap kunnen afleggen voor de zendingen als gevolg van vernieling van de dienstbescheiden die voortvloeit uit een geval van overmacht;
- 2.3. wanneer de schade is veroorzaakt door een fout of nalatigheid van de afzender of voortvloeit uit de aard van de inhoud;
- 2.4. wanneer het zendingen betreft die vallen onder de verbodsbepalingen van artikel 15;
- 2.5. in geval van inbeslagname krachtens de wetgeving van het land van bestemming, na kennisgeving door de postdienst van dat land;
- 2.6. wanneer het gaat om zendingen met waardeaangifte waarbij een frauduleuze aangifte is gedaan van een waarde die hoger is dan de werkelijke waarde van de inhoud;
- 2.7. wanneer de afzender binnen de termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van terpostbezorging van de zending, geen klacht heeft ingediend;
- 2.8. wanneer het pakketten van krijgsgevangenen of civiel geïnterneerden betreft;
- 2.9. wanneer wordt vermoed dat de afzender heeft gehandeld met frauduleuze opzet met het oogmerk een schadevergoeding te ontvangen.
3. De postdiensten aanvaarden geen aansprakelijkheid uit hoofde van douaneaangiften, in welke vorm dan ook, of beslissingen die door de douanediensten worden genomen bij de verificatie van de aan douanecontrole onderworpen zendingen.
Vervallen
##### Artikel 23. Aansprakelijkheid van de afzender
1. De afzender van een zending is aansprakelijk voor de door de beambten van de posterijen geleden letselschade en voor alle schade aan andere poststukken alsmede aan de uitrusting van de posterijen die te wijten is aan het verzenden van niet voor vervoer toegelaten voorwerpen of aan het niet nakomen van de voorwaarden voor toelating.
2. In geval van schade veroorzaakt aan andere poststukken, is de afzender voor elke beschadigde zending binnen dezelfde grenzen aansprakelijk als de postdiensten.
3. De afzender blijft aansprakelijk, zelfs indien het kantoor van terpostbezorging de zending aanvaardt.
4. Wanneer de voorwaarden voor ontvangst door de verzender zijn geaccepteerd, is deze evenwel niet aansprakelijk voor zover de postdiensten of vervoerders bij de verwerking van de zendingen na de acceptatie ervan schuld of nalatigheid kan worden verweten.
Vervallen
##### Artikel 24. Betaling van schadevergoeding
1. Onder voorbehoud van het recht van verhaal op de verantwoordelijke postdienst, dient de schadevergoeding door de postdienst van herkomst of, naar gelang van het geval, de postdienst van bestemming te worden betaald en rust op deze dienst de verplichting tot terugbetaling van de porten en rechten.
2. De afzender mag ten gunste van de geadresseerde afzien van zijn recht op schadevergoeding. Omgekeerd mag de geadresseerde van zijn recht op schadevergoeding afzien ten gunste van de afzender. De afzender of de geadresseerde mag een derde machtigen om de schadevergoeding in ontvangst te nemen, indien de nationale wetgeving dat toestaat.
Vervallen
##### Artikel 25. Eventuele terugvordering van de schadevergoeding van de afzender of de geadresseerde
1. Indien, na betaling van een schadevergoeding, een tevoren als verloren beschouwde aangetekende zending, een pakket of zending met waardeaangifte, of een gedeelte van de inhoud daarvan wordt teruggevonden, wordt de afzender of, naar gelang van het geval, de geadresseerde ervan op de hoogte gebracht dat de zending gedurende een periode van drie maanden te zijner beschikking wordt gehouden tegen terugbetaling van het bedrag van de betaalde schadevergoeding. Tevens wordt hem gevraagd aan wie de zending dient te worden afgegeven. In geval van weigering of wanneer niet binnen de gestelde termijn wordt gereageerd, wordt dezelfde procedure gevolgd ten aanzien van de geadresseerde of, naar gelang van het geval, de afzender, die dezelfde termijn krijgt om te reageren.
2. Zien de afzender en de geadresseerde af van inontvangstname van de zending of reageren zij niet binnen de in 1 vastgestelde termijn, dan wordt deze eigendom van de postdienst of de postdiensten die de schade heeft respectievelijk hebben gedragen.
3. Wordt een zending met waardeaangifte later teruggevonden en blijkt de waarde van de inhoud lager te zijn dan het bedrag van de betaalde schadevergoeding, dan dient de afzender of, naar gelang van het geval, de geadresseerde het bedrag van deze schadevergoeding tegen afgifte van de zending terug te betalen, onverminderd de gevolgen die voortvloeien uit de frauduleuze waardeaangifte.
Vervallen
##### Artikel 26. Wederkerigheid die van toepassing is op de voorbehouden inzake aansprakelijkheid
1. In afwijking van het bepaalde in de artikelen 22 tot en met 25 heeft elke lidstaat die zich het recht voorbehoudt geen schadevergoeding uit hoofde van de aansprakelijkheid te betalen, geen recht op een dergelijke schadevergoeding door een andere lidstaat die de aansprakelijkheid overeenkomstig de bepalingen van de bovengenoemde artikelen wel aanvaardt.
Vervallen
### HOOFDSTUK 3. BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR BRIEFPOST
##### Artikel 27. Terpostbezorging van briefpostzendingen in het buitenland
1. Geen enkele lidstaat is verplicht briefpostzendingen te verzenden of bij de geadresseerden te bestellen die op zijn grondgebied woonachtige afzenders in het buitenland ter post bezorgen of doen bezorgen, met de bedoeling gebruik te maken van de aldaar geldende voordeligere tarieven.
2. De bepalingen in 1 worden zonder onderscheid toegepast op briefpostzendingen die in het land van de afzender worden gereedgemaakt om vervolgens over de grens te worden vervoerd, en op briefpostzendingen die in het buitenland worden samengesteld.
3. De postdienst van bestemming heeft het recht van de afzender of, bij diens afwezigheid, van de postdienst van terpostbezorging, betaling te eisen van de binnenlandse tarieven. Indien noch de afzender, noch de postdienst van terpostbezorging deze tarieven binnen een door de postdienst van bestemming gestelde termijn wil betalen, mag deze postdienst de zendingen terugsturen naar de postdienst van terpostbezorging met het recht op vergoeding van de kosten van terugzending, ofwel de zendingen overeenkomstig zijn eigen wetgeving behandelen.
4. Geen enkele lidstaat is verplicht de briefpostzendingen die de afzenders in grote hoeveelheden in een ander land dan dat waar ze verblijf houden ter post hebben bezorgd of laten bezorgen, te verzenden of bij de geadresseerden te bestellen indien het bedrag van de te heffen eindkosten minder hoog blijkt dan het bedrag dat zou zijn geheven indien de zendingen ter post zouden zijn bezorgd in het land van verblijf van de afzenders. De postdienst van bestemming heeft het recht van de postdienst van terpostbezorging een vergoeding te eisen met betrekking tot de gemaakte kosten. Deze mag echter niet hoger zijn dan het hoogste bedrag van de volgende twee formules: hetzij 80% van het binnenlandse tarief dat op soortgelijke zendingen van toepassing is, hetzij 0,14 BTR per zending plus 1 BTR per kilogram. Indien de postdienst van terpostbezorging weigert het gevorderde bedrag binnen een door de postdienst van bestemming gestelde termijn te betalen, mag deze de zendingen terugsturen naar de postdienst van terpostbezorging met het recht op vergoeding van de kosten van terugzending, ofwel de zendingen overeenkomstig zijn eigen wetgeving behandelen.
Vervallen
## DEEL III. VERGOEDING
@@ -598,380 +128,134 @@
##### Artikel 28. Eindkosten. Algemene bepalingen
1. Onder voorbehoud van de in de Regelingen voorgeschreven uitzonderingen heeft elke postdienst die van een andere postdienst briefpostzendingen ontvangt, het recht van de postdienst van verzending een vergoeding te vragen voor de door de ontvangen internationale post veroorzaakte kosten.
2. Voor de toepassing van de bepalingen betreffende de vergoeding voor eindkosten worden de postdiensten geclassificeerd als landen en grondgebieden van het doelsysteem of landen en grondgebieden die recht hebben deel uit te maken van het overgangssysteem, overeenkomstig de daartoe door het Congres bij Resolutie C 12/2004 opgestelde lijst. In de bepalingen inzake eindkosten worden de landen en grondgebieden „landen” genoemd.
3. De bepalingen van dit Verdrag betreffende de betaling van eindkosten zijn overgangsbepalingen die leiden tot de aanneming van een betalingssysteem dat rekening houdt met de bijzondere kenmerken van elk land.
4. Toegang tot het binnenlandse stelsel.
- 4.1. Elke postdienst stelt aan de andere postdiensten alle tarieven en voorwaarden ter beschikking die hij in zijn nationale stelsel, onder dezelfde voorwaarden, zijn nationale cliënten aanbiedt.
- 4.2. Een verzendende postdienst kan, onder vergelijkbare omstandigheden, de postdienst van het doelsysteem verzoeken dezelfde voorwaarden te mogen genieten als die welke deze postdienst stelt ten aanzien van zijn nationale cliënten voor gelijkwaardige zendingen.
- 4.3. De postdiensten van het overgangssysteem moeten vermelden of zij toegang toestaan onder de in 4.1 vermelde voorwaarden.
- 4.3.1. Wanneer een postdienst van een overgangssysteem verklaart toegang toe te staan onder de in zijn binnenlandse stelsel gestelde voorwaarden, is deze toestemming zonder onderscheid van toepassing op alle postdiensten van de Unie.
- 4.4. Het is aan de postdienst van bestemming om te besluiten of door de postdienst van herkomst aan de voorwaarden voor de toegang tot zijn binnenlandse stelsel wordt voldaan.
5. De tarieven van de eindkosten van partijenpost mogen niet hoger zijn dan de gunstigste tarieven die door de postdienst van bestemming worden toegepast krachtens bilaterale of multilaterale regelingen betreffende eindkosten. Het is de taak van de postdienst van bestemming te beoordelen of de postdienst van herkomst al dan niet heeft voldaan aan de voorwaarden voor toegang.
6. De vergoeding van de eindkosten wordt gebaseerd op de kwaliteit van de dienstverlening in het land van bestemming. De Postraad is derhalve bevoegd premies op de in de artikelen 29 en 30 bedoelde vergoeding toe te kennen ter aanmoediging van de deelname aan het controlesysteem en ter compensatie van de postdiensten die hun kwaliteitsdoel bereiken. De Postraad kan ook boetes vaststellen in geval van ontoereikende kwaliteit, maar de vergoeding kan niet minder bedragen dan de in de artikelen 29 en 30 genoemde minimumvergoeding.
7. Elke postdienst mag geheel of gedeeltelijk afzien van de in 1 bedoelde vergoeding.
8. De betrokken postdiensten mogen op basis van een bilaterale of multilaterale overeenkomst andere vergoedingssystemen voor de verrekening van eindkosten toepassen.
Vervallen
##### Artikel 29. Eindkosten. Bepalingen die van toepassing zijn op uitwisselingen tussen de landen van het doelsysteem
1. De vergoeding voor briefpostzendingen, met inbegrip van partijenpost, met uitsluiting van M-zakken, wordt vastgesteld door middel van toepassing van de bedragen per zending en per kilogram die de verwerkingskosten in het land van bestemming weergeven; deze kosten moeten in verhouding staan tot de binnenlandse tarieven. De berekening van de bedragen vindt plaats onder de in de Regeling Brievenpost vermelde voorwaarden.
2. De bedragen per zending en per kilogram worden als volgt berekend op basis van een percentage van de heffing voor een prioritaire brief van 20 gram in het binnenlandse stelsel
- 2.1. voor 2006: 62%;
- 2.2. voor 2007: 64%;
- 2.3. voor 2008: 66%;
- 2.4. voor 2009: 68%.
3. De bedragen mogen niet hoger zijn dan:
- 3.1. voor 2006: 0,226 BTR per zending en 1,768 BTR per kilogram;
- 3.2. voor 2007: 0,231 BTR per zending en 1,812 BTR per kilogram;
- 3.3. voor 2008: 0,237 BTR per zending en 1,858 BTR per kilogram;
- 3.4. voor 2009: 0,243 BTR per zending en 1,904 BTR per kilogram.
4. Voor het tijdvak 2006 tot en met 2009 mogen de toe te passen bedragen niet lager zijn dan 0,147 BTR per zending en 1,491 BTR per kilogram. Voor zover de verhoging van de bedragen niet meer bedraagt dan 100% van de heffing voor een prioritaire brief van 20 gram in het binnenlandse stelsel van het betrokken land, zijn de minimumbedragen als volgt:
- 4.1. voor 2006: 0,151 BTR per zending en 1,536 BTR per kilogram;
- 4.2. voor 2007: 0,154 BTR per zending en 1,566 BTR per kilogram;
- 4.3. voor 2008: 0,158 BTR per zending en 1,598 BTR per kilogram;
- 4.4. voor 2009: 0,161 BTR per zending en 1,630 BTR per kilogram.
5. Het voor M-zakken toe te passen bedrag is 0,793 BTR per kilogram.
- 5.1. Voor de vergoeding van de eindkosten worden M-zakken van minder dan 5 kilogram beschouwd als wegende 5 kilogram.
6. Een aanvullende vergoeding van 0,5 BTR per zending wordt voorzien voor aangetekende zendingen en een aanvullende vergoeding van 1 BTR per zending wordt voorzien voor zendingen met waardeaangifte.
7. De bepalingen tussen landen van het doelsysteem zijn van toepassing op elk land van het overgangssysteem dat verklaart zich bij het doelsysteem te willen aansluiten. De Postraad kan de overgangsbepalingen in de Regeling Brievenpost vastleggen.
8. Op dit artikel is, behoudens bilaterale overeenkomst, geen voorbehoud mogelijk.
Vervallen
##### Artikel 30. Eindkosten. Bepalingen die van toepassing zijn op poststromen vanuit en tussen landen van het overgangssysteem
1. Vergoeding
- 1.1. De vergoeding voor briefpostzendingen, met uitsluiting van M-zakken, bedraagt 0,147 BTR per zending en 1,491 BTR per kilogram.
- 1.1.1. Voor stromen van minder dan 100 ton per jaar worden beide componenten omgezet in een totaalbedrag van 3,727 BTR per kilogram op basis van een mondiaal gemiddeld aantal van 15,21 zendingen per kilogram.
- 1.1.2. Voor stromen van meer dan 100 ton per jaar wordt het bedrag van 3,727 BTR per kilogram toegepast indien noch de postdienst van bestemming, noch de postdienst van herkomst om herziening van het bedrag verzoekt op basis van het werkelijke aantal zendingen per kilogram van de betrokken stroom. Bovendien wordt dit bedrag toegepast wanneer het werkelijke aantal zendingen per kilogram tussen 13 en 17 ligt.
- 1.1.3. Wanneer een van de postdiensten verzoekt om toepassing van het werkelijke aantal zendingen per kilo, vindt de berekening van de vergoeding van de desbetreffende stroom plaats volgens het in de Regeling Brievenpost bedoelde herzieningsmechanisme.
- 1.1.4. De herziening naar beneden van het totale in 1.1.2 bedoelde bedrag kan niet door een land van het doelsysteem worden ingeroepen tegen een land van het overgangssysteem, tenzij dit laatste land om een herziening in tegengestelde richting verzoekt.
- 1.2. Het voor M-zakken toe te passen bedrag is 0,793 BTR per kilogram.
- 1.2.1. Voor de vergoeding van de eindkosten worden M-zakken van minder dan 5 kilogram beschouwd als wegende 5 kilogram.
- 1.3. Een aanvullende vergoeding van 0,5 BTR per zending wordt voorzien voor aangetekende zendingen en een aanvullende vergoeding van 1 BTR per zending wordt voorzien voor zendingen met waardeaangifte.
2. Mechanisme voor de harmonisatie van de systemen
- 2.1. Wanneer een postdienst van het doelsysteem die een poststroom van meer dan 50 ton per jaar ontvangt, vaststelt dat het jaarlijkse gewicht van deze stroom de onder de in de Regeling Brievenpost vermelde voorwaarden berekende drempel overschrijdt, kan hij op de post die deze drempel overschrijdt het in artikel 29 bedoelde vergoedingensysteem toepassen, mits hij het herzieningsmechanisme niet heeft toegepast.
- 2.2. Wanneer een postdienst van het overgangssysteem die in een jaar een poststroom van meer dan 50 ton van een ander land van het overgangssysteem ontvangt, vaststelt dat het jaarlijkse gewicht van deze stroom de onder de in de Regeling Brievenpost vermelde voorwaarden berekende drempel overschrijdt, kan hij op de post die deze drempel overschrijdt het in artikel 31 bedoelde vergoedingssupplement toepassen, mits hij het herzieningsmechanisme niet heeft toegepast.
3. Partijenpost
- 3.1. De vergoeding voor partijenpost bestemd voor landen van het doelsysteem wordt vastgesteld door middel van toepassing van de in artikel 29 bedoelde bedragen per zending en per kilogram.
- 3.2. De postdiensten van het overgangssysteem kunnen, voor de ontvangen partijenpost, een vergoeding vragen van 0,147 BTR per zending en 1,491 BTR per kilogram.
4. Op dit artikel is, behoudens bij bilaterale overeenkomst, geen voorbehoud mogelijk.
Vervallen
##### Artikel 31. Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening
1. Behalve voor M-zakken en partijenpost geldt voor de eindkosten die door alle landen en grondgebieden moeten worden betaald aan de landen die door de Sociaal-Economische Raad in de categorie minstontwikkelde landen zijn ingedeeld, een toeslag die overeenkomt met 16,5% van het bedrag van 3,727 BTR per kilogram als vermeld in artikel 30, ter aanvulling van het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in de minstontwikkelde landen. Tussen de minstontwikkelde landen vinden dergelijke betalingen niet plaats.
2. De lidstaten van de Wereldpostunie en de grondgebieden die in de Unie zijn opgenomen zijn gerechtigd bij de Raad van Bestuur een gemotiveerd verzoek in te dienen om hun land of grondgebied te laten aanmerken als land of grondgebied dat aanvullende middelen nodig heeft. De TRAC 1-landen (voormalige ontwikkelingslanden) kunnen bij de Raad van Bestuur een verzoek indienen om in aanmerking te komen voor het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening, onder dezelfde omstandigheden als de minstontwikkelde landen. Bovendien hebben de landen die door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) zijn ingedeeld in de categorie netto bijdragende landen de bevoegdheid bij de Raad van Bestuur een verzoek in te dienen om in aanmerking te komen voor het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening, onder dezelfde omstandigheden als de landen die voor TRAC 1 in aanmerking komen. De verzoeken waaraan uit hoofde van dit artikel een gunstig gevolg wordt gegeven, worden van kracht op de eerste dag van het kalenderjaar volgend op het besluit van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur bestudeert het verzoek en besluit, op basis van strenge beoordelingscriteria, of een land in het kader van het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening, naar gelang van het geval, al dan niet kan worden beschouwd als een minstontwikkeld land of als een land dat voor TRAC 1 in aanmerking komt. De Raad van Bestuur herziet en actualiseert jaarlijks de lijst van lidstaten van de Wereldpostunie en van de grondgebieden die in de Unie zijn opgenomen.
3. Behalve voor M-zakken en partijenpost geldt voor de eindkosten die door de door het Congres in de categorie industrielanden ingedeelde landen en grondgebieden ten behoeve van de vergoeding van eindkosten moeten worden betaald aan landen en grondgebieden die door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) zijn ingedeeld in de categorie landen niet zijnde minstontwikkelde landen die voor TRAC 1-middelen in aanmerking komen, een toeslag die overeenkomt met 8% van het bedrag van 3,727 BTR per kilogram als vermeld in artikel 30, ter aanvulling van het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in het land van deze laatste categorie.
4. Behalve voor M-zakken en partijenpost geldt voor de eindkosten die door de door het Congres in de categorie industrielanden ingedeelde landen en grondgebieden ten behoeve van de vergoeding van eindkosten moeten worden betaald aan landen en grondgebieden die door hetzelfde Congres zijn ingedeeld in de categorie ontwikkelingslanden anders dan die vermeld in 1 en 3, een toeslag die overeenkomt met 1% van het bedrag van 3,727 BTR per kilogram als vermeld in artikel 30, ter aanvulling van het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening.
5. De landen en grondgebieden die TRAC 1-middelen mogen gebruiken, kunnen de kwaliteit van hun dienstverlening trachten te verbeteren door middel van regionale of multinationale projecten ten behoeve van de minstontwikkelde landen of landen met een laag inkomen. Deze projecten zouden rechtstreeks ten goede moeten komen aan alle partijen die bijdragen aan de financiering ervan via het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening.
6. Het is in het bijzonder de bedoeling dat de regionale projecten de concretisering van de UPU-programma’s ten gunste van de verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening alsmede de instelling van analytische boekhoudsystemen in de ontwikkelingslanden bevorderen. De Postraad neemt uiterlijk in 2006 speciale procedures aan voor de financiering van deze projecten.
Vervallen
##### Artikel 32. Doorvoervergoedingen
1. Gesloten depêches en doorvoerzendingen à découvert die tussen twee postdiensten of tussen twee kantoren van hetzelfde land via de diensten van één of meer andere postdiensten (derde diensten) worden uitgewisseld, zijn onderworpen aan de betaling van doorvoervergoedingen. Deze vormen een vergoeding voor de dienstverlening in de vorm van doorvoer over land, over zee of door de lucht.
Vervallen
### HOOFDSTUK 2. OVERIGE BEPALINGEN
##### Artikel 33. Basistarief en bepalingen met betrekking tot de kosten van luchtvervoer
1. Het basistarief voor luchtvervoer dat bij de verrekening tussen de postdiensten wordt toegepast, wordt goedgekeurd door de Postraad. Het tarief wordt door het Internationaal Bureau volgens een in de Regeling Brievenpost bepaalde formule berekend.
2. De berekening van de kosten van luchtvervoer van gesloten depêches, prioritaire zendingen, luchtpostzendingen en luchtpostpakketten à découvert in doorvoer, alsmede de daarop betrekking hebbende wijzen van aftrek, worden beschreven in de Regeling Brievenpost en de Regeling Postpakketten.
3. De transportkosten voor het gehele luchttraject komen ten laste van:
- 3.1. de postdienst van het land van herkomst, wanneer het gesloten dépêches betreft, ook wanneer deze dépêches worden doorgevoerd via één of meerdere tussengeschakelde postdiensten;
- 3.2. de postdienst die de zendingen aan een andere postdienst overdraagt, wanneer het open prioritaire en luchtpostzendingen in doorvoer betreft, met inbegrip van die welke verkeerd werden verzonden.
4. Dezelfde regelingen zijn van toepassing op zendingen die vrijgesteld zijn van territoriale en maritieme doorvoervergoedingen, indien deze per vliegtuig worden verzonden.
5. Elke postdienst van bestemming die binnen de grenzen van zijn eigen land het luchtvervoer van internationale post verzorgt, heeft recht op terugbetaling van de extra kosten voor dit vervoer, mits de gewogen gemiddelde afstand van de afgelegde trajecten meer dan 300 km bedraagt. De Postraad kan de gewogen gemiddelde afstand vervangen door een ander relevant criterium. Behoudens een overeenkomst die voorziet in kosteloos vervoer, dienen de kosten identiek te zijn voor alle uit het buitenland afkomstige prioritaire en luchtpostzendingen, ongeacht het al dan niet doorzenden ervan per luchtpost.
6. Wanneer de vereffening van de door de postdienst van bestemming geheven eindkosten specifiek gebaseerd is op de binnenlandse kosten of tarieven, vindt geen extra vergoeding voor binnenlandse luchtvervoerkosten plaats.
7. Met het oog op de berekening van de gewogen gemiddelde afstand, sluit de postdienst van bestemming het gewicht uit van alle depêches waarvoor de berekening van de vergoeding van de eindkosten specifiek gebaseerd is op de binnenlandse kosten of op de tarieven van de postdienst van bestemming.
Vervallen
##### Artikel 34. Territoriale en maritieme quota van postpakketten
1. Pakketten die worden uitgewisseld tussen twee postdiensten zijn onderworpen aan territoriale bestellingsquota voor elk land en voor elk pakket, berekend door het in de Regeling vastgestelde basistarief per pakket en het basistarief per kilogram te combineren.
- 1.1. Met inachtneming van de bovengenoemde basistarieven kan de postdiensten bovendien worden toegestaan aanvullende tarieven te verkrijgen per pakket en per kilogram, overeenkomstig de in de Regeling vervatte bepalingen.
- 1.2. De in 1 en 1.1 bedoelde quota komen ten laste van de postdienst van het land van herkomst, tenzij in de Regeling Postpakketten wordt afgeweken van dit beginsel.
- 1.3. De territoriale bestellingsquota dienen voor het gehele grondgebied van elk land gelijk te zijn.
2. Pakketten die worden uitgewisseld tussen twee postdiensten of tussen twee kantoren van hetzelfde land met gebruikmaking van de landdiensten van een of meer andere postdiensten, zijn onderworpen aan territoriale doorvoerquota die afhankelijk van de afstandstrap in de Regeling worden vastgesteld, ten gunste van de landen waarvan de diensten deelnemen aan het territoriale vervoer.
- 2.1. Voor pakketten in doorvoer à découvert mogen de tussengeschakelde postdiensten een in de Regeling vastgesteld forfaitair quotum per zending vorderen.
- 2.2. De territoriale doorvoerquota komen ten laste van de postdienst van het land van herkomst, tenzij in de Regeling Postpakketten wordt afgeweken van dit beginsel.
3. Elk van de landen waarvan de diensten deelnemen aan het maritiem vervoer van pakketten mag de maritieme quota vorderen. Deze quota komen ten laste van de postdienst van het land van herkomst, tenzij in de Regeling Postpakketten wordt afgeweken van dit beginsel.
- 3.1. Voor elke ondernomen maritieme dienst wordt het maritieme quotum vastgesteld in de Regeling Postpakketten, al naar gelang de van toepassing zijnde afstandstrap.
- 3.2. De postdiensten mogen het overeenkomstig 3.1 berekende maritieme quotum verhogen met maximaal 50%. Zij mogen het quotum naar eigen goeddunken verlagen.
Vervallen
##### Artikel 35. Bevoegdheid van de Postraad het bedrag van de kosten en quota vast te stellen
1. De Postraad is bevoegd de navolgende kosten en quota vast te stellen, die door de postdiensten overeenkomstig de in de Regelingen vervatte voorwaarden moeten worden betaald:
- 1.1. doorvoerkosten voor de verwerking en het vervoer van brievenpost-dépêches door ten minste een derde land;
- 1.2. basistarief en kosten van luchtvervoer die op luchtpost van toepassing zijn;
- 1.3. territoriale bestellingsquota voor de verwerking van binnenkomende pakketten;
- 1.4. territoriale doorvoerquota voor de verwerking en het vervoer van pakketten door een derde land;
- 1.5. maritieme quota voor het maritiem vervoer van pakketten.
2. De herziening, die kan plaatsvinden dankzij een methode waarbij de postdiensten die de diensten verrichten een billijke vergoeding wordt gegarandeerd, moet gebaseerd zijn op betrouwbare en representatieve economische en financiële gegevens. Een eventuele wijziging waartoe kan worden besloten, wordt van kracht op een door de Postraad te bepalen datum.
Vervallen
## DEEL IV. SLOTBEPALINGEN
##### Artikel 36. Voorwaarden voor goedkeuring van voorstellen betreffende het Verdrag en de Regelingen
1. Voor de tenuitvoerlegging van de bij het Congres ingediende voorstellen betreffende dit Verdrag dienen deze te zijn goedgekeurd door de meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde lidstaten die hun stem uitbrengen. Ten tijde van de stemming moet ten minste de helft van de lidstaten die bij het Congres vertegenwoordigd zijn en stemgerechtigd zijn, aanwezig zijn.
2. Voor de tenuitvoerlegging van de voorstellen betreffende de Regeling Brievenpost en betreffende de Regeling Postpakketten dienen deze te zijn goedgekeurd door de meerderheid van de stemgerechtigde leden van de Postraad.
3. Voor de tenuitvoerlegging van de tussen twee Congressen in ingediende voorstellen betreffende dit Verdrag en het Slotprotocol daarbij dienen deze het volgende aantal stemmen op zich te verenigen:
- 3.1. twee derde van de stemmen, waarbij ten minste de helft van de stemgerechtigde lidstaten van de Unie aan de stemming hebben deelgenomen, indien het wijzigingen betreft;
- 3.2. de meerderheid van de stemmen indien het de uitlegging van de bepalingen betreft.
4. Niettegenstaande het in 3.1 bepaalde, heeft elke lidstaat waarvan de nationale wetgeving nog onverenigbaar is met de voorgestelde wijziging het recht, binnen negentig dagen nadat deze ter kennis werd gebracht, door middel van een schriftelijke verklaring aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Bureau aan te geven dat hij die wijziging onmogelijk kan aanvaarden.
Vervallen
##### Artikel 37. Tijdens het Congres gemaakte voorbehouden
1. Elk voorbehoud dat onverenigbaar is met het voorwerp en het doel van de Unie is niet toegestaan.
2. Als stelregel geldt dat de lidstaten die de andere lidstaten niet van hun mening kunnen overtuigen voor zover mogelijk moeten trachten zich bij de mening van de meerderheid aan te sluiten. Voorbehouden mogen uitsluitend worden gemaakt indien dit absoluut noodzakelijk is en moeten op gepaste wijze met redenen worden omkleed.
3. Een voorbehoud op de artikelen van dit Verdrag moet aan het Congres worden voorgelegd in de vorm van een schriftelijk voorstel in een van de werktalen van het Internationaal Bureau, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement van orde van het Congres.
4. Om van kracht te worden, moet het aan het Congres voorgelegde voorbehoud worden goedgekeurd door de meerderheid die per geval voor de wijziging van het artikel waarop het voorbehoud betrekking heeft, benodigd is.
5. In beginsel wordt het voorbehoud toegepast op basis van wederkerigheid tussen de lidstaat die het voorbehoud heeft gemaakt en de overige lidstaten.
6. Het voorbehoud op dit Verdrag wordt in het Slotprotocol ervan opgenomen op basis van het door het Congres goedgekeurde voorstel.
Vervallen
##### Artikel 38. Inwerkingtreding en duur van dit Verdrag
1. Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 2006 en blijft van kracht tot de inwerkingtreding van de Akten van het volgende Congres.
Vervallen
Bij de ondertekening van het heden gesloten Algemeen Postverdrag zijn de ondergetekende gevolmachtigden het volgende overeengekomen:
##### Artikel I. Eigendom van poststukken. Onttrekking. Wijziging of verbetering van het adres
1. De bepalingen van artikel 5.1 en 2 zijn niet van toepassing op Antigua en Barbuda, (het Koninkrijk) Bahrein, Barbados, Belize, Botswana, Brunei Darussalam, Canada, China, de Dominicaanse Republiek, Egypte, Fiji, Gambia, Grenada, Guyana, Hongkong, Ierland, Jamaica, Kenia, Kiribati, Koeweit, Lesotho, Malawi, Maleisië, Mauritius, Nauru, Nieuw-Zeeland, Nigeria, Papoea-Nieuw-Guinea, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, de Salomonseilanden, Samoa, de Seychellen, Sierra Leone, Singapore, Swaziland, (de Verenigde Republiek) Tanzania, Trinidad en Tobago, Tuvalu, Uganda, Vanuatu, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Overzeese Gebiedsdelen van het Verenigd Koninkrijk en Zambia.
2. De bepalingen van artikel 5.1 en 2 zijn evenmin van toepassing op Denemarken, (de Islamitische Republiek) Iran en Oostenrijk, waar het terugtrekken van briefpostzendingen of wijzigen van het adres daarvan op verzoek van de afzender niet wordt toegestaan door de wetgeving, zodra de geadresseerde op de hoogte is gebracht van de binnenkomst van een aan hem geadresseerde zending.
3. Artikel 5.1 is niet van toepassing op Australië, Ghana en Zimbabwe.
4. Artikel 5.2 is niet van toepassing op de Bahama’s, Irak, de Democratische Volksrepubliek Korea en op Myanmar, waar het terugtrekken van briefpostzendingen of wijzigen van het adres daarvan op verzoek van de afzender niet wordt toegestaan door de wetgeving.
5. Artikel 5.2 is niet van toepassing op (de Verenigde Staten van) Amerika.
6. Artikel 5.2 is van toepassing op Australië voor zover het verenigbaar is met de nationale wetgeving van dat land.
7. In afwijking van artikel 5.2 hebben de Democratische Republiek Congo, El Salvador, (de Republiek) Panama, de Filipijnen en Venezuela het recht postpakketten niet te retourneren zodra de geadresseerde heeft verzocht om inklaring ervan door de douane, aangezien dit onverenigbaar is met de wetgeving van deze landen.
Vervallen
##### Artikel II. Porten
1. Indien de nationale wetgeving dit toelaat, is het de postdiensten van Australië, Canada en Nieuw-Zeeland, in afwijking van artikel 6, toegestaan andere postheffingen in rekening te brengen dan die waarin in de Regelingen is voorzien.
Vervallen
##### Artikel III. Uitzondering op de vrijstelling van postheffingen ten gunste van braillestukken
1. In afwijking van artikel 7 mogen de postdiensten van Indonesië, Saint Vincent en de Grenadines en van Turkije, die in hun binnenlandse dienst geen portvrijdom voor braillestukken toestaan, porten en toeslagen voor bijzondere diensten heffen, mits die niet meer bedragen dan die van hun binnenlandse dienst.
2. In afwijking van artikel 7 mogen de postdiensten van (de Verenigde Staten van) Amerika, Australië, Canada, Duitsland, Japan, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en Zwitserland de toeslagen voor bijzondere diensten heffen die in hun binnenlandse dienst op braillestukken van toepassing zijn.
Vervallen
##### Artikel IV. Basisdiensten
1. Onverminderd de bepalingen van artikel 12 keurt Australië de uitbreiding van de basisdiensten tot postpakketten niet goed.
2. De bepalingen van artikel 12.2.4 zijn niet van toepassing op Groot-Brittannië, waar de nationale wetgeving een lagere gewichtslimiet oplegt. De wetgeving inzake volksgezondheid en veiligheid beperkt het gewicht van postzakken tot 20 kilogram.
Vervallen
##### Artikel V. Petits paquets
1. In afwijking van artikel 12 is het de postdienst van Afghanistan toegestaan het maximumgewicht van inkomende en uitgaande petits paquets te beperken tot 1 kg.
Vervallen
##### Artikel VI. Zendingen met bericht van ontvangst
1. De postdienst van Canada is gerechtigd artikel 13.1.1 niet toe te passen aangezien deze postdienst de dienst van bericht van ontvangst in zijn binnenlandse verkeer niet op pakketten toepast.
Vervallen
##### Artikel VII. Dienst internationaal antwoordnummer (CCRI)
1. In afwijking van artikel 13.4.1 verzorgt de postdienst van Bulgarije (de Republiek) de dienst internationaal antwoordnummer na onderhandelingen met de desbetreffende postdienst.
Vervallen
##### Artikel VIII. Verbodsbepalingen (briefpost)
1. Bij wijze van uitzondering aanvaarden de postdiensten van Libanon en de Democratische Volksrepubliek Korea geen aangetekende zendingen die muntstukken, muntbiljetten, waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen bevatten. Wat betreft de aansprakelijkheid in geval van ontvreemding of beschadiging van aangetekende zendingen, en wat betreft zendingen die glazen voorwerpen of breekbare voorwerpen bevatten, behoeft deze postdienst zich niet strikt te houden aan het in de Regeling Brievenpost bepaalde.
2. Bij wijze van uitzondering aanvaarden de postdiensten van Bolivia, de Volksrepubliek China, met uitzondering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong, Irak, Nepal, Pakistan, Saudi-Arabië, Sudan en Vietnam geen aangetekende zendingen die muntstukken, bankbiljetten, muntbiljetten of andere waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen bevatten.
3. De postdienst van Myanmar behoudt zich het recht voor geen zendingen met waardeaangifte te aanvaarden die de in artikel 15.5 genoemde waardevolle voorwerpen bevatten, omdat de nationale wetgeving het aannemen van dergelijke zendingen verbiedt.
4. De postdienst van Nepal aanvaardt geen aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte die bankbiljetten of muntstukken bevatten, tenzij daartoe bijzondere overeenkomsten zijn afgesloten.
5. De postdienst van Oezbekistan aanvaardt geen aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte die muntstukken, bankbiljetten, cheques, postzegels of buitenlands geld bevatten en wijst alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging van dit soort zendingen.
6. De postdienst van (de Islamitische Republiek) Iran aanvaardt geen zendingen die voorwerpen bevatten die in strijd zijn met de islamitische godsdienst.
7. De postdienst van de Filipijnen behoudt zich het recht voor geen briefpostzendingen (gewone, aangetekende of met waardeaangifte) te aanvaarden die muntstukken, muntbiljetten of andere waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen bevatten.
8. De postdienst van Australië aanvaardt geen poststukken die baren goud of bankbiljetten bevatten. Bovendien aanvaardt zij geen aangetekende postzendingen met bestemming Australië noch doorvoerzendingen à découvert die waardevolle voorwerpen bevatten, zoals sieraden, edelmetalen, edelstenen of halfedelstenen, aandelen, muntstukken of andere waardepapieren. Zij wijst alle aansprakelijkheid af ten aanzien van zendingen die in strijd met dit voorbehoud worden gepost.
9. De postdienst van (de Volksrepubliek) China, met uitsluiting van de Speciale Administratieve Regio Hongkong, aanvaardt overeenkomstig haar nationale regelingen geen zendingen met waardeaangifte die muntstukken, bankbiljetten, muntbiljetten, andere waarden aan toonder of reischeques bevatten.
10. De postdiensten van Letland en Mongolië behouden zich het recht voor geen gewone zendingen, aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte te aanvaarden die muntstukken, bankbiljetten, waarden aan toonder en reischeques bevatten, aangezien hun nationale wetgeving zich hiertegen verzet.
11. De postdienst van Brazilië behoudt zich het recht voor geen gewone post, aangetekende post of post met waardeaangifte te aanvaarden die muntstukken, in omloop zijnde bankbiljetten en andere waarden aan toonder bevat.
12. De postdienst van Vietnam behoudt zich het recht voor geen brieven te aanvaarden die voorwerpen en handelswaar bevatten.
Vervallen
##### Artikel IX. Verbodsbepalingen (postpakketten)
1. De postdiensten van Myanmar en Zambia zijn gerechtigd pakketten met waardeaangifte die de in artikel 15.6.1.3.1 bedoelde waardevolle voorwerpen bevatten niet te aanvaarden, aangezien hun nationale reglement zich daartegen verzet.
2. Bij wijze van uitzondering aanvaarden de postdiensten van Libanon en Sudan geen pakketten die muntstukken, muntbiljetten of waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen of andere waardevolle voorwerpen of vloeistoffen of gemakkelijk condenseerbare elementen, of glazen voorwerpen of vergelijkbare of breekbare voorwerpen bevatten. Deze postdiensten behoeven zich niet te houden aan de hierop betrekking hebbende bepalingen van de Regeling Postpakketten.
3. De postdienst van Brazilië is gerechtigd pakketten met waardeaangifte die in omloop zijnde muntstukken en muntbiljetten bevatten, alsmede waarden aan toonder, niet te aanvaarden, aangezien zijn nationale reglement zich daartegen verzet.
4. De postdienst van Ghana is gerechtigd pakketten met waardeaangifte die in omloop zijnde muntstukken en muntbiljetten bevatten niet te aanvaarden, aangezien zijn nationale reglement zich daartegen verzet.
5. Naast de in artikel 15 genoemde voorwerpen aanvaardt de postdienst van Saudi-Arabië geen pakketten die muntstukken, muntbiljetten of andere waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen of andere waardevolle voorwerpen bevatten. Deze postdienst aanvaardt evenmin pakketten die allerlei soorten geneesmiddelen bevatten, tenzij zij vergezeld gaan van een medisch recept dat afkomstig is van een officiële bevoegde autoriteit, producten die bestemd zijn voor het doven van vuur, chemische vloeistoffen of voorwerpen die strijdig zijn met de beginselen van de islamitische godsdienst.
6. Naast de in artikel 15 vermelde voorwerpen aanvaardt de postdienst van Oman geen pakketten die:
- 6.1. allerlei soorten geneesmiddelen bevatten, tenzij zij vergezeld gaan van een recept dat afkomstig is van een officiële bevoegde autoriteit;
- 6.2. producten die bestemd zijn voor het doven van vuur of chemische vloeistoffen bevatten;
- 6.3. voorwerpen bevatten die strijdig zijn met de beginselen van de islamitische godsdienst.
7. De postdienst van (de Islamitische Republiek) Iran is gerechtigd naast de in artikel 15 vermelde voorwerpen geen pakketten te aanvaarden die artikelen bevatten die strijdig zijn met de beginselen van de islamitische godsdienst.
8. De postdienst van de Filipijnen is gerechtigd geen pakketten te aanvaarden die muntstukken, muntbiljetten of waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen of andere waardevolle voorwerpen of vloeistoffen of gemakkelijk condenseerbare elementen, of glazen voorwerpen of vergelijkbare of breekbare voorwerpen bevatten.
9. De postdienst van Australië aanvaardt geen poststukken die baren goud of bankbiljetten bevatten.
10. De postdienst van (de Volksrepubliek) China aanvaardt geen gewone pakketten die muntstukken, muntbiljetten of waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen of andere waardevolle voorwerpen bevatten. Bovendien worden, behoudens ten aanzien van de Speciale Administratieve Regio Hongkong, ook geen pakketten met waardeaangifte aanvaard die muntstukken, muntbiljetten, andere waarden aan toonder of reischeques bevatten.
11. De postdienst van Mongolië behoudt zich het recht voor, overeenkomstig zijn nationale wetgeving, geen pakketten te aanvaarden die muntstukken, bankbiljetten, aandelen aan toonder en reischeques bevatten.
12. De postdienst van Letland aanvaardt geen gewone pakketten, noch pakketten met waardeaangifte die muntstukken, bankbiljetten, andere waarden (cheques) aan toonder of buitenlandse deviezen bevatten, en wijst alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging met betrekking tot dergelijke zendingen.
Vervallen
##### Artikel X. Aan douanerechten onderworpen voorwerpen
1. Onder verwijzing naar artikel 15 aanvaarden de postdiensten van de volgende landen geen zendingen met waardeaangifte die aan douanerechten onderworpen voorwerpen bevatten: Bangladesh en El Salvador.
2. Onder verwijzing naar artikel 15 aanvaarden de postdiensten van de volgende landen geen gewone of aangetekende brieven die aan douanerechten onderworpen voorwerpen bevatten: Afghanistan, Albanië, Azerbeidzjan, Belarus, Cambodja, Chili, Colombia, Cuba, El Salvador, Estland, Italië, Democratische Volksrepubliek Korea, Letland, Nepal, Oekraïne, Oezbekistan, Peru, San Marino, Turkmenistan en Venezuela.
3. Onder verwijzing naar artikel 15 aanvaarden de postdiensten van de volgende landen geen gewone brieven die aan douanerechten onderworpen voorwerpen bevatten: Benin, Burkina Faso, Djibouti, (de Republiek) Ivoorkust, Mali en Mauritanië.
4. Niettegenstaande het in 1 tot en met 3 bepaalde worden serum- en vaccinzendingen, alsmede zendingen met dringend noodzakelijke en moeilijk verkrijgbare geneesmiddelen, te allen tijde toegelaten.
Vervallen
##### Artikel XI. Klachten
1. In afwijking van artikel 17.3 behouden de postdiensten van (de Republiek) Bulgarije, Egypte, de Filipijnen, de Volksrepubliek Korea, Gabon, Griekenland, (de Islamitische Republiek) Iran, Kaapverdië, Kirgizstan, Mongolië, Myanmar, Oekraïne, Oezbekistan, Saudi-Arabië, Sudan, (de Arabische Republiek) Syrië, Tsjaad, Turkmenistan, de Overzeese Gebiedsdelen van het Verenigd Koninkrijk, en Zambia zich het recht voor van hun cliënten een reclameringstoeslag te heffen voor briefpostzendingen.
2. In afwijking van artikel 17.3 behouden de postdiensten van Argentinië, Azerbeidzjan, Oostenrijk, Slowakije en (de Republiek) Tsjechië zich het recht voor een bijzondere toeslag te heffen wanneer na een naar aanleiding van een klacht ingesteld onderzoek blijkt dat deze klacht ongegrond was.
3. De postdiensten van Afghanistan, (de Republiek) Bulgarije, (de Republiek) Congo, Egypte, Gabon, (de Islamitische Republiek) Iran, Kaapverdië, Kirgizstan, Mongolië, Myanmar, Oekraïne, Oezbekistan, Saudi-Arabië, Sudan, Suriname, (de Arabische Republiek) Syrië, Turkmenistan en Zambia behouden zich het recht voor van hun cliënten een reclameringstoeslag te heffen voor postpakketten.
4. In afwijking van artikel 17.3 behouden de postdiensten van (de Verenigde Staten van) Amerika, Brazilië en van (de Republiek) Panama zich het recht voor van hun klanten een reclameringstoeslag te heffen voor briefpostzendingen en postpakketten die worden afgegeven in de landen die een dergelijke heffing toepassen uit hoofde van de bepalingen onder 1 tot en met 3.
Vervallen
##### Artikel XII. Recht voor aanbieding bij de douane
1. De postdienst van Gabon behoudt zich het recht voor van zijn cliënten een recht voor aanbieding bij de douane te heffen.
2. De postdiensten van (de Republiek) Congo en Zambia behouden zich het recht voor van hun cliënten ten aanzien van pakketten een recht voor aanbieding bij de douane te heffen.
Vervallen
##### Artikel XIII. Terpostbezorging van briefpostzendingen in het buitenland
1. De postdiensten van (de Verenigde Staten van) Amerika, Australië, Griekenland, Nieuw-Zeeland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland behouden zich het recht voor, in verhouding tot de kosten van de veroorzaakte werkzaamheden, een toeslag te heffen van elke postdienst die aan genoemde postdiensten uit hoofde van artikel 27.4, voorwerpen terugzendt die aanvankelijk niet door hun diensten als poststukken werden verzonden.
2. In afwijking van artikel 27.4 behoudt de postdienst van Canada zich het recht voor van de postdienst van herkomst een vergoeding te heffen waarmee zij ten minste de kosten die de behandeling van dergelijke zendingen met zich meebrengt, kan dekken.
3. Krachtens artikel 27.4 is het de postdienst van bestemming toegestaan van de postdienst van terpostbezorging een passende vergoeding te eisen voor de bestelling van briefpostzendingen die in grote hoeveelheden in het buitenland zijn gepost. Australië en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland behouden zich het recht voor deze betaling te beperken tot het bedrag dat overeenstemt met het binnenlandse tarief van het land van bestemming dat op vergelijkbare zendingen van toepassing is.
4. Krachtens artikel 27.4 is het de postdienst van bestemming toegestaan van de postdienst van terpostbezorging een passende vergoeding te eisen voor de bestelling van briefpostzendingen die in grote hoeveelheden in het buitenland zijn gepost. De volgende landen behouden zich het recht voor deze betaling te beperken tot de grenzen die voor partijenpost in de Regeling voor partijenpost worden toegestaan: (de Verenigde Staten van) Amerika, Bahama’s, Barbados, Brunei Darussalam, (de Volkrepubliek) China, Grenada, Guyana, India, Maleisië, Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba, Nepal, Nieuw-Zeeland, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Singapore, Sri Lanka, Suriname, Thailand, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en de Overzeese Gebiedsdelen van het Verenigd Koninkrijk.
5. Niettegenstaande het voorbehoud in 4 behouden de volgende landen zich het recht voor de bepalingen van artikel 27 van het Verdrag in hun geheel toe te passen op de post die van de lidstaten van de Unie wordt ontvangen: Argentinië, Benin, Brazilië, Burkina Faso, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Egypte, Frankrijk, Griekenland, Guinee, Israël, Italië, (de Republiek) Ivoorkust, Japan, Jordanië, Kameroen, Libanon, Luxemburg, Mali, Marokko, Mauritanië, Monaco, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Saudi-Arabië, Senegal, (de Arabische Republiek) Syrië en Togo.
6. Voor de toepassing van artikel 27.4 behoudt de postdienst van Duitsland zich het recht voor aan de postdienst van het land van terpostbezorging van zendingen een vergoeding te vragen van een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat deze postdienst zou hebben ontvangen van de postdienst van het land waar de afzender verblijft.
7. Onverminderd de in artikel XIII gemaakte voorbehouden behoudt (de Volksrepubliek) China zich het recht voor de betalingen uit hoofde van de bestelling van grote hoeveelheden in het buitenland ter post bezorgde briefpostzendingen te beperken tot de in het Verdrag van de Wereldpostunie en in de Regeling Brievenpost voor partijenpost toegestane limieten.
Vervallen
##### Artikel XIV. Buitengewone territoriale bestellingsquota
1. In afwijking van artikel 34 behoudt de postdienst van Afghanistan zich het recht voor een supplementair buitengewoon territoriaal bestellingsquotum van BTR 7,50 per pakket te heffen.
Vervallen
##### Artikel XV. Bijzondere tarieven
1. De postdiensten van (de Verenigde Staten van) Amerika, België en Noorwegen zijn gerechtigd voor luchtpostpakketten hogere territoriale quota te heffen dan voor land- en/of zeepostpakketten.
2. De postdienst van Libanon is gerechtigd voor pakketten tot 1 kilogram de toeslag te heffen die geldt voor pakketten van 1 tot 3 kilogram.
3. De postdienst van (de Republiek) Panama is gerechtigd een toeslag van 0,20 BTR per kilogram te heffen voor land- en/of zeepostpakketten in doorvoer die per luchtpost worden vervoerd (S.A.L.).
Vervallen
EN FOI DE QUOI, les Plénipotentiaires des Gouvernements des Pays-membres ont dressé le présent Protocole additionnel, qui aura la même force et la même valeur que si ses dispositions étaient insérées dans le texte même de la Constitution, et ils l’ont signé en un exemplaire qui est déposé auprès du Directeur général du Bureau international. Une copie en sera remise à chaque Partie par le Bureau international de l’Union postale universelle.
FAIT à Bucarest, le 5 octobre 2004.
## DEEL I. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS BETREFFENDE DE INTERNATIONALE POSTDIENST
### HOOFDSTUK ENIG. ALGEMENE BEPALINGEN
## DEEL II. REGELS DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP BRIEFPOST EN POSTPAKKETTEN
### HOOFDSTUK 1. DIENSTVERLENING
### HOOFDSTUK 2. AANSPRAKELIJKHEID
### HOOFDSTUK 3. BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR BRIEFPOST
## DEEL III. VERGOEDING
### HOOFDSTUK 1. BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR BRIEFPOST
### HOOFDSTUK 2. OVERIGE BEPALINGEN
## DEEL IV. SLOTBEPALINGEN
2004-10-05
Algemeen Postverdrag — arts. 22, 1, 2 y 41 más
2004-10-05
Algemeen Postverdrag
original version Tekst op deze datum