← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Geldende tekst a fecha 2005-04-01

De Verdragsluitende Staten,

Geleid door de wens bij te dragen aan de vooruitgang van de wetenschap en de technologische kennis,

Geleid door de wens de wettelijke bescherming van uitvindingen te vervolmaken,

Geleid door de wens het verkrijgen van bescherming voor uitvindingen, wanneer deze bescherming wordt aangevraagd in meer dan één land, te vereenvoudigen en goedkoper te maken,

Geleid door de wens het publiek gemakkelijker en sneller toegang te verschaffen tot de technische gegevens, vervat in documenten die nieuwe uitvindingen beschrijven,

Geleid door de wens de economische ontwikkeling van ontwikkelingslanden te bevorderen en te bespoedigen door het nemen van maatregelen die zijn gericht op de verhoging van de doeltreffendheid van hun ter bescherming van uitvindingen uitgevaardigde nationale zowel als regionale wettelijke stelsels, door gemakkelijk toegankelijke gegevens te verstrekken over de beschikbaarheid van technologische oplossingen die kunnen worden toegepast op hun bijzondere behoeften en door de toegang tot de voortdurend in omvang toenemende moderne technologische kennis te vergemakkelijken,

De overtuiging toegedaan, dat samenwerking tussen de naties het bereiken van deze doeleinden ten zeerste zal vergemakkelijken,

Hebben het onderhavige Verdrag gesloten.

Inleidende bepalingen

Artikel 1. Oprichting van een Unie

(1). De Staten die partij zijn bij dit Verdrag (hierna te noemen „de Verdragsluitende Staten”) vormen een Unie voor samenwerking bij de indiening, het nieuwheidsonderzoek en de beoordeling van aanvragen voor de bescherming van uitvindingen en voor het verlenen van bijzondere technische diensten. De Unie zal bekend staan onder de naam Internationale Unie voor samenwerking inzake octrooien.

(2). Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag worden uitgelegd als een beperking van de rechten voorzien in het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van enig onderdaan of inwoner van enig land dat partij is bij laatstgenoemd Verdrag.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag en het Reglement en tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald:

HOOFDSTUK I. Internationale aanvrage en internationaal nieuwheidsonderzoek

Artikel 3. De internationale aanvrage

(1). Aanvragen voor de bescherming van uitvindingen in de Verdragsluitende Staten kunnen worden ingediend als internationale aanvragen ingevolge dit Verdrag.

(2). Een internationale aanvrage dient, zoals aangegeven in dit Verdrag en het Reglement, een verzoekschrift, een beschrijving, één of meer conclusies, één of meer tekeningen (indien nodig) en een uittreksel te bevatten.

(3). Het uittreksel is alleen bedoeld als technische informatie en kan niet in aanmerking komen voor enig ander doel, in het bijzonder niet voor de uitlegging van de omvang van de gevraagde bescherming.

(4). De internationale aanvrage dient:

Artikel 4. Het verzoekschrift

(1). Het verzoekschrift bevat:

(2). Iedere aanwijzing is onderworpen aan de betaling van de voorgeschreven taks binnen de voorgeschreven termijn.

(3). Tenzij de aanvrager om een van de andere soorten van bescherming als genoemd in artikel 43 verzoekt, betekent de aanwijzing dat de verlangde bescherming bestaat uit de verlening van een octrooi door of voor de aangewezen Staat. Voor de toepassing van dit lid is artikel 2, (ii) niet van toepassing.

(4). Het niet vermelden in het verzoekschrift van de naam van en de andere voorgeschreven gegevens betreffende de uitvinder heeft geen gevolgen in een aangewezen Staat welks nationale wetgeving het verstrekken van zodanige gegevens vereist, doch toestaat dat zij worden verstrekt op een later tijdstip dan dat van de indiening van een nationale aanvrage. Het niet verstrekken van de genoemde gegevens in een afzonderlijke kennisgeving heeft geen gevolgen in een aangewezen Staat welks nationale wetgeving het verstrekken van de genoemde gegevens niet vereist.

Artikel 5. De beschrijving

De beschrijving dient de uitvinding voldoende duidelijk en volledig weer te geven om door een deskundige te kunnen worden toegepast.

Artikel 6. De conclusies

De conclusie of conclusies omschrijven datgene waarvoor bescherming wordt gevraagd. De conclusies dienen duidelijk en beknopt te zijn. Zij dienen volledig steun te vinden in de beschrijving.

Artikel 7. De tekeningen

(1). Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, onder (ii), zijn tekeningen vereist indien zij nodig zijn voor het begrijpen van de uitvinding.

(2). Indien, zonder dat zulks nodig is voor het begrijpen van de uitvinding, de aard van de uitvinding door tekeningen kan worden toegelicht:

Artikel 8. Beroep op een recht van voorrang

(1). De internationale aanvrage kan een verklaring bevatten, zoals voorgeschreven in het Reglement, waarin een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan op grond van één of meer aanvragen, die eerder zijn ingediend in of voor een land dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.

Artikel 9. De aanvrager

(1). Elke inwoner of onderdaan van een Verdragsluitende Staat kan een internationale aanvrage indienen.

(2). De Algemene Vergadering kan besluiten de inwoners en onderdanen van een land, dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, maar dat geen Partij is bij het onderhavige Verdrag, toe te staan internationale aanvragen in te dienen.

(3). De begrippen woonplaats en nationaliteit en de toepassing van deze begrippen ingeval er meer dan één aanvrager is of ingeval de aanvragers niet dezelfde zijn voor alle aangewezen Staten, worden omschreven in het Reglement.

Artikel 10. Het ontvangende bureau

De internationale aanvrage wordt ingediend bij het voorgeschreven ontvangende bureau, dat de aanvrage zal controleren en verder behandelen zoals bepaald in dit Verdrag en in het Reglement.

Artikel 11. Dagtekening van depot en rechtsgevolgen van de internationale aanvrage

(1). Het ontvangende bureau kent als dagtekening van het internationale depot de datum van ontvangst van de internationale aanvrage toe, mits dat bureau heeft vastgesteld, dat op het tijdstip van ontvangst:

(3). Onverminderd artikel 64, vierde lid, zijn aan internationale aanvragen die voldoen aan de vereisten, opgesomd in het eerste lid, onder (i) tot en met (iii) en waaraan een dagtekening van het internationale depot is toegekend de rechtsgevolgen verbonden van een regelmatige nationale aanvrage in elke aangewezen Staat met ingang van de dagtekening van het internationale depot die als de werkelijke dagtekening van het depot in elke aangewezen Staat geldt.

(4). Een internationale aanvrage die voldoet aan de vereisten, opgesomd in het eerste lid onder (i) tot en met (iii), is gelijkwaardig aan een regelmatig nationaal depot in de zin van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.

Artikel 12. Toezending van de internationale aanvrage aan het Internationale Bureau en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

(1). Eén exemplaar van de internationale aanvrage wordt bewaard door het ontvangende bureau („archiefexemplaar”), één exemplaar („oorspronkelijk exemplaar”) wordt toegezonden aan het Internationale Bureau en een ander exemplaar („exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek”) wordt, zoals bepaald in het Reglement, toegezonden aan de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, bedoeld in artikel 16.

(2). Het oorspronkelijke exemplaar wordt beschouwd als het rechtsgeldige exemplaar van de internationale aanvrage.

(3). De internationale aanvrage wordt als ingetrokken beschouwd, indien het oorspronkelijke exemplaar niet binnen de voorgeschreven termijn door het Internationale Bureau is ontvangen.

Artikel 13. Beschikbaarheid van een afschrift van de internationale aanvrage voor de aangewezen bureaus

(1). Elk aangewezen bureau kan het Internationale Bureau verzoeken om toezending van een afschrift van de internationale aanvrage vooruitlopend op de mededeling, voorzien in artikel 20 en het Internationale Bureau zendt een zodanig afschrift zo spoedig mogelijk na het verstrijken van een jaar na de datum van voorrang toe aan het aangewezen bureau.

Artikel 14. Bepaalde gebreken in de internationale aanvrage

(2). Indien de internationale aanvrage verwijst naar tekeningen die in feite niet in die aanvrage zijn opgenomen, geeft het ontvangende bureau de aanvrager daarvan kennis en de aanvrager kan het bureau binnen de voorgeschreven termijn die tekeningen verstrekken en indien hij zulks doet is de dagtekening van het internationale depot de datum waarop de tekeningen door het ontvangende bureau worden ontvangen. In het andere geval wordt een verwijzing naar de genoemde tekeningen als ongedaan beschouwd.

(4). Indien het ontvangende bureau, na de internationale aanvrage een dagtekening van internationaal depot te hebben toegekend, binnen de voorgeschreven termijn vaststelt, dat op dat tijdstip niet aan een van de eisen opgesomd in artikel 11, eerste lid, onder (i) tot en met (iii), was voldaan, wordt genoemde aanvrage als ingetrokken beschouwd en verklaart het ontvangende bureau dit.

Artikel 15. Het internationale nieuwheidsonderzoek

(1). Elke internationale aanvrage wordt aan een internationaal nieuwheidsonderzoek onderworpen.

(2). Het internationale nieuwheidsonderzoek heeft ten doel de van belang zijnde stand van de techniek na te gaan.

(3). Het internationale nieuwheidsonderzoek geschiedt op grond van de conclusies, met inachtneming van de beschrijving en de mogelijke tekeningen.

(4). De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bedoeld in artikel 16 tracht zoveel van de van belang zijnde stand van de techniek te vinden als haar mogelijkheden toelaten en raadpleegt in elk geval de in het Reglement aangegeven documentatie.

Artikel 16. De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

(1). Het internationale nieuwheidsonderzoek wordt verricht door een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek die een nationaal bureau of een intergouvernementele organisatie kan zijn, zoals het Internationaal Octrooi Instituut, tot welks taken behoort het opstellen van verslagen omtrent nieuwheidsonderzoek in de literatuur naar de stand van de techniek met betrekking tot uitvindingen die het voorwerp van aanvragen zijn.

(2). Indien er, hangende de oprichting van één enkele Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, verscheidene instanties voor internationaal nieuwheidsonderzoek zijn, wijst elk ontvangend bureau, overeenkomstig de bepalingen van de van toepassing zijnde overeenkomst, bedoeld in het derde lid, onder b), de Instantie of Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek aan die bevoegd zijn tot het nieuwheidsonderzoek van bij een zodanig bureau ingediende internationale aanvragen.

Artikel 17. Procedure voor de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

(1). De procedure voor de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek wordt geregeld door de bepalingen van dit Verdrag, het Reglement en de overeenkomst die het Internationale Bureau, met inachtneming van dit Verdrag en het Reglement, met de genoemde Instantie sluit.

Artikel 18. Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek

(1). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek wordt binnen de voorgeschreven termijn en in de voorgeschreven vorm opgesteld.

(2). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek wordt, zodra het is opgesteld, door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek toegezonden aan de aanvrager en aan het Internationale Bureau.

(3). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), wordt vertaald zoals bepaald in het Reglement. De vertalingen worden gemaakt door of onder verantwoordelijkheid van het Internationale Bureau.

Artikel 19. Wijziging van de conclusies die aan het Internationale Bureau zijn voorgelegd

(1). De aanvrager is, na ontvangst van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, bevoegd éénmaal de conclusies van de internationale aanvrage te wijzigen door binnen de voorgeschreven termijn bij het Internationale Bureau wijzigingen in te dienen. Tegelijkertijd kan hij een korte verklaring indienen, zoals bepaald in het Reglement, waarin de wijzigingen worden toegelicht en de gevolgen worden aangegeven die zodanige wijzigingen zouden kunnen hebben voor de beschrijving en de tekeningen.

(2). De wijzigingen mogen niet buiten het kader van de uiteenzetting in de internationale aanvrage, zoals zij is ingediend, vallen.

(3). Indien de nationale wetgeving van een aangewezen Staat wijzigingen toestaat die buiten het kader van de genoemde uiteenzetting vallen heeft het niet voldoen aan het tweede lid geen gevolgen in die Staat.

Artikel 20. Toezending aan aangewezen bureaus

(2). Indien de conclusies zijn gewijzigd ingevolge artikel 19, eerste lid, wordt toegezonden hetzij de volledige tekst zowel van de ingediende als van de gewijzigde conclusies, hetzij de volledige tekst van de conclusies zoals die is ingediend met vermelding van de wijzigingen, en voorts de eventuele verklaring bedoeld in artikel 19, eerste lid.

(3). Op verzoek van het aangewezen bureau of van de aanvrager zendt de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek genoemd bureau, onderscheidenlijk de aanvrager, afschriften toe van de literatuurplaatsen, aangehaald in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, zoals bepaald in het Reglement.

Artikel 21. Internationale publikatie

(1). Het Internationale Bureau publiceert de internationale aanvragen.

(3). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a) wordt gepubliceerd zoals voorgeschreven in het Reglement.

(4). De taal en de vorm van de internationale publikatie en andere bijzonderheden worden geregeld in het Reglement.

(5). Er vindt geen internationale publikatie plaats, indien de internationale aanvrage is ingetrokken of als ingetrokken wordt beschouwd voordat de technische voorbereidingen voor publikatie zijn voltooid.

(6). Indien de internationale aanvrage uitdrukkingen of tekeningen bevat die naar het oordeel van het Internationale Bureau in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde of indien naar zijn oordeel de internationale aanvrage kleinerende opmerkingen bevat, zoals omschreven in het Reglement, kan het zodanige uitdrukkingen, tekeningen en opmerkingen uit haar publikaties weglaten, met vermelding van de plaats en het aantal woorden of tekeningen dat is weggelaten en kan het op verzoek afzonderlijke afschriften van de weggelaten passages verstrekken.

Artikel 22. Afschrift, vertaling en taks aan aangewezen bureaus
1.

Uiterlijk tot het tijdstip waarop 30 maanden vanaf de datum van voorrang zijn verstreken, verstrekt de aanvrager elk aangewezen bureau een afschrift van de internationale aanvrage (tenzij de toezending voorzien in artikel 20 reeds heeft plaatsgevonden) en een vertaling daarvan (zoals voorgeschreven) en betaalt hij de (eventuele) nationale taks. Wanneer de nationale wetgeving van de aangewezen Staat de vermelding van de naam van en andere voorgeschreven gegevens betreffende de uitvinder vereist, maar toelaat dat deze gegevens worden verstrekt op een later tijdstip dan dat van de indiening van een nationale aanvrage, verstrekt de aanvrager, tenzij de gegevens in het verzoekschrift waren vervat, deze uiterlijk tot het tijdstip waarop 30 maanden vanaf de datum van voorrang zijn verstreken, aan het nationale bureau van of optredend voor die Staat.

2.

Wanneer de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek een verklaring ingevolge artikel 17, tweede lid, onderdeel a, aflegt, dat er geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek zal worden opgesteld, is de termijn voor het verrichten van de handelingen bedoeld in het eerste lid van dit artikel gelijk aan die voorzien in het eerste lid.

3.

In de nationale wetgevingen kunnen, voor het verrichten van de handelingen bedoeld in het eerste of het tweede lid, termijnen worden vastgesteld die later verstrijken dan de in deze leden bepaalde termijn.

Artikel 23. Uitstel van de nationale procedure

(1). Een aangewezen bureau behandelt of beoordeelt de internationale aanvrage niet vóór het verstrijken van de ingevolge artikel 22 geldende termijn.

(2). Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid kan een aangewezen bureau, op uitdrukkelijk verzoek van de aanvrager, de internationale aanvrage te allen tijde behandelen of beoordelen.

Artikel 24. Mogelijk te niet gaan van de rechtsgevolgen in aangewezen Staten

(1). Onverminderd - in het onder (ii) genoemde geval - de bepalingen van artikel 25, gaan de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage zoals bepaald in artikel 11, derde lid, in een aangewezen Staat te niet met dezelfde gevolgen als de intrekking van een nationale aanvrage in die Staat:

(2). Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan elk aangewezen bureau de rechtsgevolgen bepaald in artikel 11, derde lid, handhaven zelfs indien zodanige rechtsgevolgen niet behoeven te worden gehandhaafd krachtens artikel 25, tweede lid.

Artikel 25. Beoordeling door aangewezen bureaus
Artikel 26. Gelegenheid tot verbetering ten overstaan van de aangewezen bureaus

Een aangewezen bureau mag een internationale aanvrage niet afwijzen op de grond dat niet aan de vereisten van dit Verdrag en van het Reglement is voldaan zonder de aanvrager eerst in de gelegenheid te stellen genoemde aanvrage te verbeteren in de mate en overeenkomstig de procedure in de nationale wetgeving bepaald voor dezelfde of vergelijkbare omstandigheden ten aanzien van nationale aanvragen.

Artikel 27. Nationale vereisten

(1). Geen nationale wetgeving mag de eis stellen dat wordt voldaan aan vereisten betreffende de vorm of de inhoud van de internationale aanvrage die afwijken van of toegevoegd worden aan de vereisten die in dit Verdrag en in het Reglement zijn gesteld.

(2). De bepalingen van het eerste lid zijn niet van invloed op de toepassing van het bepaalde in artikel 7, tweede lid, en sluiten evenmin uit dat een nationale wetgeving, zodra de behandeling van de internationale aanvrage in het aangewezen bureau is begonnen, eist dat worden verstrekt:

(3). Indien ten opzichte van een aangewezen Staat de aanvrager overeenkomstig de nationale wetgeving van die Staat niet bevoegd is om een nationale aanvrage in te dienen omdat hij niet de uitvinder is, kan de internationale aanvrage door het aangewezen bureau worden afgewezen.

(4). Indien de nationale wetgeving ten aanzien van de vorm of de inhoud van nationale aanvragen eisen stelt, die, vanuit het standpunt van de aanvragers, gunstiger zijn dan de bij dit Verdrag en het Reglement ten aanzien van internationale aanvragen gestelde eisen, kunnen het nationale bureau, de rechterlijke colleges en andere bevoegde organen van of optredend voor de aangewezen Staat op internationale aanvragen de eerstgenoemde eisen toepassen in plaats van de laatstgenoemde, behalve indien de aanvrager aandringt op de toepassing op zijn internationale aanvrage van de bij dit Verdrag en het Reglement gestelde eisen.

(5). Niets in dit Verdrag en het Reglement mag zo worden uitgelegd, dat daardoor iets wordt voorgeschreven dat de vrijheid van elke Verdragsluitende Staat zou beperken om de materiële vereisten voor octrooieerbaarheid voor te schrijven die hij wenst. In het bijzonder dienen de bepalingen van dit Verdrag en het Reglement betreffende de omschrijving van de stand van de techniek uitsluitend de internationale procedure en iedere Verdragsluitende Staat is derhalve vrij om, bij de bepaling van de octrooieerbaarheid van een uitvinding waarvoor in een internationale aanvrage uitsluitende rechten worden verlangd, de maatstaven van zijn nationale wetgeving toe te passen ten aanzien van de stand van de techniek en andere vereisten voor de octrooieerbaarheid, voor zover die geen voorschrift inhouden ten aanzien van de vorm en de inhoud van aanvragen.

(6). De nationale wetgeving kan eisen dat de aanvrager bewijs levert ten aanzien van bij die wetgeving voorgeschreven materiële vereisten voor de octrooieerbaarheid.

(7). Elk ontvangend bureau of, wanneer de behandeling van de internationale aanvrage in het aangewezen bureau is begonnen, dat bureau, kan de nationale wetgeving toepassen voor zover deze betrekking heeft op de verplichte vertegenwoordiging van de aanvrager door een gemachtigde die gerechtigd is aanvragers voor het genoemde bureau te vertegenwoordigen en/of op de verplichte aanwijzing van een adres in de aangewezen Staat voor het ontvangen van kennisgevingen.

(8). Niets in dit Verdrag en het Reglement mag worden uitgelegd als een beperking van de vrijheid van een Verdragsluitende Staat om maatregelen toe te passen die noodzakelijk worden geacht voor het bewaren van zijn nationale veiligheid of om, ter bescherming van de algemene economische belangen van die Staat, het recht van zijn eigen inwoners of onderdanen internationale aanvragen in te dienen, te beperken.

Artikel 28. Wijzigingen van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen ten overstaan van aangewezen bureaus

(1). De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld de conclusies, de beschrijving en de tekeningen ten overstaan van elk aangewezen bureau binnen de voorgeschreven termijn te wijzigen. Een aangewezen bureau verleent geen octrooi of weigert niet een octrooi te verlenen, voordat een zodanige termijn is verstreken, behalve met de uitdrukkelijke toestemming van de aanvrager.

(2). De wijzigingen mogen niet buiten het kader van de uiteenzetting in de ingediende internationale aanvrage vallen, tenzij de nationale wetgeving van de aangewezen Staat het toelaat.

(3). De wijzigingen dienen op alle punten waarin dit Verdrag en het Reglement niet voorzien, in overeenstemming te zijn met de nationale wetgeving van de aangewezen Staat.

(4). Indien een aangewezen bureau een vertaling van de internationale aanvrage verlangt, dienen de wijzigingen in de taal van de vertaling te zijn gesteld.

Artikel 29. Rechtsgevolgen van de internationale publikatie

(1). Voor zover het de bescherming van enig recht van de aanvrager in een aangewezen Staat betreft, zijn de rechtsgevolgen in die Staat van de internationale publikatie van een internationale aanvrage, onverminderd het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid, dezelfde als die welke de nationale wetgeving van de aangewezen Staat verbindt aan de verplichte nationale publikatie van niet beoordeelde nationale aanvragen als zodanig.

(2). Indien de taal waarin de internationale publikatie is gesteld een andere is dan de taal waarin publikaties krachtens de nationale wetgeving in de aangewezen Staat worden gesteld, kan genoemde nationale wetgeving bepalen dat de rechtsgevolgen bedoeld in het eerste lid alleen intreden vanaf het tijdstip waarop:

(3). De nationale wetgeving van een aangewezen Staat kan bepalen dat, wanneer de internationale publikatie op verzoek van de aanvrager is verricht voordat 18 maanden zijn verstreken te rekenen van de datum van voorrang, de rechtsgevolgen bedoeld in het eerste lid slechts zullen intreden na het verstrijken van 18 maanden te rekenen van de datum van voorrang.

(4). De nationale wetgeving van een aangewezen Staat kan bepalen dat de rechtsgevolgen bedoeld in het eerste lid slechts zullen intreden vanaf de datum waarop een afschrift van de internationale aanvrage gepubliceerd ingevolge artikel 21 bij het nationale bureau van of optredend voor deze Staat is ontvangen. Het genoemde bureau maakt de datum van ontvangst zo spoedig mogelijk bekend in zijn mededelingenblad.

Artikel 30. Vertrouwelijke aard van de internationale aanvrage

(3). Het bepaalde in het tweede lid, onder a), is van toepassing op elk ontvangend bureau behalve voor zover het toezendingen ingevolge artikel 12, eerste lid, betreft.

(4). Voor de toepassing van dit artikel omvat de uitdrukking „toegang” alle middelen waardoor derden kennis kunnen verkrijgen, met inbegrip van individuele mededeling en algemene bekendmaking, met dien verstande evenwel dat een nationaal bureau een internationale aanvrage of de vertaling daarvan niet vóór de internationale publikatie algemeen openbaar maakt of, indien de internationale publikatie niet heeft plaats gevonden na het verstrijken van 20 maanden te rekenen van de datum van voorrang, vóór het verstrijken van 20 maanden vanaf genoemde datum van voorrang.

HOOFDSTUK II. Internationale voorlopige beoordeling

Artikel 31. Verzoek om internationale voorlopige beoordeling

(1). Op verzoek van de aanvrager wordt zijn internationale aanvrage onderworpen aan een internationale voorlopige beoordeling zoals voorzien in de onderstaande bepalingen en in het Reglement.

(3). Het verzoek tot een internationale voorlopige beoordeling wordt gescheiden van de internationale aanvrage ingediend. Het verzoek dient de voorgeschreven gegevens te bevatten en in de voorgeschreven taal en vorm te zijn gesteld.

(5). Het verzoek is onderworpen aan de betaling van de voorgeschreven taksen binnen de voorgeschreven termijn.

(7). Elk gekozen bureau wordt in kennis gesteld van zijn verkiezing.

Artikel 32. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

(1). De internationale voorlopige beoordeling wordt verricht door de Instantie voor Internationale Voorlopige Beoordeling.

(2). In het geval van verzoeken zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder a), wordt door het ontvangende bureau en, in het geval van verzoeken als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder b), wordt (worden) door de Algemene Vergadering, overeenkomstig de van toepassing zijnde overeenkomst tussen de betrokken Instantie of Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en het Internationale Bureau, de Instantie of Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling aangewezen die bevoegd zijn de voorlopige beoordeling te verrichten.

(3). Het bepaalde in artikel 1.6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

Artikel 33. De internationale voorlopige beoordeling

(1). Het doel van de internationale voorlopige beoordeling is een voorlopig oordeel zonder verplichting te formuleren over de vragen of de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, nieuw lijkt, op uitvinderswerkzaamheid lijkt te berusten, (niet voor de hand lijkt te liggen) en vatbaar lijkt voor toepassing op het gebied van de nijverheid.

(2). Voor de internationale voorlopige beoordeling wordt een uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, als nieuw beschouwd indien zij niet bekend is uit de stand van de techniek zoals omschreven in het Reglement.

(3). Voor de internationale voorlopige beoordeling wordt een uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, beschouwd op uitvinderswerkzaamheid te berusten indien zij, met inachtneming van de stand van de techniek zoals omschreven in het Reglement niet, op het voorgeschreven toepasselijke tijdstip, voor een deskundige voor de hand ligt.

(4). Voor de internationale voorlopige beoordeling wordt aangenomen dat een uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, vatbaar is voor toepassing op het gebied van de nijverheid, indien zij, al naar haar aard, kan worden vervaardigd of toegepast (in technologische zin) op enig gebied van de nijverheid. „Nijverheid” wordt opgevat in de ruimste zin, zoals in het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.

(5). De hiervoor beschreven maatstaven gelden alleen voor de internationale voorlopige beoordeling. Een Verdragsluitende Staat kan bijkomende of andere maatstaven toepassen voor de beslissing of de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, in die Staat al dan niet octrooieerbaar is.

(6). Bij de internationale voorlopige beoordeling wordt rekening gehouden met alle in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek aangehaalde literatuurplaatsen. Er kan rekening worden gehouden met alle andere literatuurplaatsen die in het desbetreffende geval van belang worden geacht.

Artikel 34. Procedure voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

(1). De procedure voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling wordt geregeld door de bepalingen van dit Verdrag, van het Reglement en van de overeenkomst die het Internationale Bureau, met inachtneming van dit Verdrag en van het Reglement, met de genoemde Instantie sluit.

Artikel 35. Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling

(1). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling wordt opgesteld binnen de voorgeschreven termijn en in de voorgeschreven vorm.

(2). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling bevat geen verklaring over de vraag of de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, al dan niet octrooieerbaar is of lijkt overeenkomstig de nationale wetgeving. Het verklaart, met inachtneming van het bepaalde in het derde lid, ten aanzien van elke conclusie, of zij lijkt te voldoen aan de maatstaven van nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen) en het vatbaar zijn voor toepassing op het gebied van de nijverheid, zoals deze voor de internationale voorlopige beoordeling zijn omschreven in artikel 33, eerste tot en met vierde lid. De verklaring gaat vergezeld van de aanhaling van de literatuurplaatsen waarvan wordt aangenomen dat zij de uiteengezette gevolgtrekking staven met de toelichtingen die de omstandigheden van de zaak mogelijk vereisen. De verklaring gaat tevens vergezeld van eventuele andere opmerkingen zoals bepaald in het Reglement.

Artikel 36. Toezending, vertaling en mededeling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling

(1). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling, te zamen met de voorgeschreven bijlagen, wordt toegezonden aan de aanvrager en aan het Internationale Bureau.

(4). Het bepaalde in artikel 20, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op afschriften van elke literatuurplaats die in het verslag van internationale voorlopige beoordeling en niet in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is aangehaald.

Artikel 37. Intrekking van het verzoek of de keuze

(1). De aanvrager kan alle of een gedeelte der keuzen intrekken.

(2). Indien de keuze van alle gekozen Staten is ingetrokken, wordt het verzoek als ingetrokken beschouwd.

Artikel 38. Vertrouwelijke aard van de internationale voorlopige beoordeling

(1). Noch het Internationale Bureau noch de Instantie voor de internationale voorlopige beoordeling geeft, tenzij daartoe verzocht of gemachtigd door de aanvrager, te eniger tijd toegang in de zin en met het voorbehoud van artikel 30, vierde lid, tot het dossier van de internationale voorlopige beoordeling aan personen of instanties, behalve aan de gekozen bureaus wanneer het verslag van de internationale voorlopige beoordeling eenmaal is opgesteld.

(2). Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en in de artikelen 36, eerste en derde lid, en 37, derde lid, onder b) verstrekken noch het Internationale Bureau, noch de Instantie voor de internationale voorlopige beoordeling, tenzij daartoe verzocht of gemachtigd door de aanvrager, inlichtingen over het al dan niet uitbrengen van een verslag van de internationale voorlopige beoordeling of over het al dan niet intrekken van het verzoek of van een keuze.

Artikel 39. Afschrift, vertaling en taks voor de gekozen bureaus

(2). Het rechtsgevolg voorzien in artikel 11, derde lid, houdt in de gekozen Staat op te bestaan met dezelfde gevolgen als de intrekking van een nationale aanvrage in die Staat indien de aanvrager nalaat, binnen de termijn van toepassing krachtens het eerste lid, onder a) of b), de handelingen te verrichten bedoeld in het eerste lid, onder a).

(3). Een gekozen bureau kan het rechtsgevolg, voorzien in artikel 11, derde lid, handhaven, zelfs indien de aanvrager niet voldoet aan de eisen genoemd in het eerste lid, onder a) of b).

Artikel 40. Uitstel van de nationale beoordeling en andere behandelingen

(1). Indien de keuze van een Verdragsluitende Staat is verricht vóór het verstrijken van de 19de maand, te rekenen van de datum van voorrang, is het bepaalde in artikel 23 niet van toepassing op die Staat en gaat het nationale bureau van of optredend voor die Staat, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, niet over tot de beoordeling en tot andere behandeling van de internationale aanvrage vóór het verstrijken van de krachtens artikel 39 geldende termijn.

(2). Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid kan een gekozen bureau, op uitdrukkelijk verzoek van de aanvrager, te allen tijde overgaan tot de beoordeling en de andere behandeling van de internationale aanvrage.

Artikel 41. Wijziging van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen voor gekozen bureaus

(1). De aanvrager dient in de gelegenheid te worden gesteld binnen de voorgeschreven termijn de conclusies, de beschrijving en de tekeningen voor elk gekozen bureau te wijzigen. Een gekozen bureau verleent geen octrooi of weigert niet een octrooi te verlenen, voordat deze termijn is verstreken, behalve met de uitdrukkelijke toestemming van de aanvrager.

(2). De wijzigingen mogen niet buiten het kader van de uiteenzetting in de ingediende internationale aanvrage vallen, tenzij de nationale wetgeving van de gekozen Staat het toestaat.

(3). De wijzigingen dienen op alle punten waarin dit Verdrag en het Reglement niet voorzien, in overeenstemming te zijn met de nationale wetgeving van de gekozen Staat.

(4). Indien een gekozen bureau een vertaling van de internationale aanvrage verlangt, dienen de wijzigingen in de taal van de vertaling te zijn gesteld.

Artikel 42. Resultaten van de nationale beoordeling in gekozen bureaus

Een gekozen bureau dat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling ontvangt, mag niet verlangen, dat de aanvrager afschriften van of inlichtingen over de inhoud verstrekt van bescheiden die verband houden met de beoordeling van dezelfde internationale aanvrage in enig ander gekozen bureau.

HOOFDSTUK III. Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 43. Het verzoeken om bepaalde soorten van bescherming

Ten aanzien van elke aangewezen of gekozen Staat waarvan de wetgeving voorziet in het verlenen van uitvinderscertificaten, gebruikscertificaten, gebruiksmodellen, aanvullingsoctrooien of aanvullingscertificaten, aanvullingen van uitvinderscertificaten of aanvullingen van gebruikscertificaten, kan de aanvrager, zoals voorgeschreven in het Reglement, vermelden dat zijn internationale aanvrage bedoeld is voor het verlenen, voor zover het die Staat betreft, van een uitvinderscertificaat, een gebruikscertificaat, of een gebruiksmodel, en niet van een octrooi of dat zij bedoeld is voor het verlenen van een aanvullingsoctrooi of aanvullingscertificaat, een aanvulling van een uitvinderscertificaat of een aanvulling van een gebruikscertificaat; de daaruit voortvloeiende rechtsgevolgen worden beheerst door de keuze van de aanvrager. Voor de toepassing van dit artikel en van enige ingevolge dit artikel gegeven regel, is artikel 2, onder (ii), niet van toepassing.

Artikel 44. Het verzoeken om twee soorten van bescherming

Ten aanzien van elke aangewezen of gekozen Staat, waarvan de wetgeving toestaat, dat een aanvrage dienend voor het verlenen van een octrooi of van een van de andere soorten van bescherming genoemd in artikel 43, tevens dient voor de verlening van een van de andere genoemde soorten van bescherming, kan, zoals voorgeschreven in het Reglement, de aanvrager de twee soorten van bescherming vermelden die hij beoogt en de daaruit voortvloeiende rechtsgevolgen worden beheerst door de vermeldingen van de aanvrager. Voor de toepassing van dit artikel is artikel 2, onder (ii), niet van toepassing.

Artikel 45. Regionale octrooiverdragen

(1). Elk verdrag dat voorziet in de verlening van regionale octrooien („regionaal octrooiverdrag”) en dat alle personen, die overeenkomstig artikel 9 bevoegd zijn internationale aanvragen in te dienen, het recht toekent aanvragen voor zodanige octrooien in te dienen, kan bepalen, dat internationale aanvragen waarbij een Staat wordt aangewezen of gekozen, die zowel bij het regionale octrooiverdrag als bij dit Verdrag partij is, kunnen worden ingediend als aanvragen voor regionale octrooien.

(2). De nationale wetgeving van genoemde aangewezen of gekozen Staat kan bepalen, dat een aanwijzing of keuze van een zodanige Staat in de internationale aanvrage de rechtsgevolgen heeft van een vermelding van de wens tot het verkrijgen van een regionaal octrooi ingevolge het regionale octrooiverdrag.

Artikel 46. Onjuiste vertaling van de internationale aanvrage

Indien, wegens een onjuiste vertaling van de internationale aanvrage, de omvang van een octrooi, verleend op die aanvrage, ruimer is dan de omvang van de internationale aanvrage in haar oorspronkelijke taal, kunnen de bevoegde instanties van de betrokken Verdragsluitende Staat met terugwerkende kracht de omvang van het octrooi dienovereenkomstig beperken en het van nul en gener waarde verklaren voor zover zijn omvang ruimer is geweest dan de omvang van de internationale aanvrage in haar oorspronkelijke taal.

Artikel 47. Termijnen

(1). De bijzonderheden voor de berekening van de termijnen genoemd in dit Verdrag worden geregeld in het Reglement.

Artikel 48. Uitstel voor het in acht nemen van bepaalde termijnen

(1). Indien een in dit Verdrag of in het Reglement gestelde termijn niet in acht wordt genomen wegens onderbreking in de postdiensten of onvermijdelijk verlies of vertraging in de post, wordt de termijn beschouwd als in acht te zijn genomen in de gevallen en behoudens de bewijzen en andere vereisten voorgeschreven in het Reglement.

Artikel 49. Recht tot optreden voor internationale instanties

Elke advocaat, octrooigemachtigde of andere persoon die het recht heeft op te treden voor het nationale bureau waarbij de internationale aanvrage werd ingediend, is gerechtigd ten aanzien van deze aanvrage op te treden voor het Internationale Bureau en de bevoegde Instantie voor internationaal nieuwheidsonderzoek en de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

HOOFDSTUK IV. Technische diensten

Artikel 50. Diensten voor inlichtingen inzake octrooien

(1). Het Internationale Bureau kan diensten verlenen door het verstrekken van technische en andere ter zake dienende inlichtingen waarover het beschikt op grond van gepubliceerde documenten, voornamelijk octrooien en gepubliceerde aanvragen (in dit artikel de „inlichtingendiensten” genoemd).

(2). Het Internationale Bureau kan deze inlichtingendiensten rechtstreeks verlenen dan wel door middel van een of meer instanties voor internationaal nieuwheidsonderzoek of andere nationale of internationale gespecialiseerde instellingen waarmede het Internationale Bureau een overeenkomst kan sluiten.

(3). De inlichtingendiensten dienen op zodanige wijze te functioneren dat zij het met name voor Verdragsluitende Staten die ontwikkelingslanden zijn, gemakkelijk maken technische kennis en technologie, met inbegrip van de beschikbare gepubliceerde „know-how”, te verwerven.

(4). De inlichtingendiensten staan ter beschikking van de Regeringen van Verdragsluitende Staten en hun onderdanen en inwoners. De Algemene Vergadering kan besluiten deze diensten ook aan anderen ter beschikking te stellen.

(6). De bijzonderheden betreffende de uitvoering van het bepaalde in dit artikel worden geregeld door besluiten van de Algemene Vergadering en, binnen de door de Algemene Vergadering vast te stellen grenzen, van de werkgroepen die de Algemene Vergadering voor dit doel kan instellen.

(7). Wanneer zij dit nodig acht beveelt de Algemene Vergadering methoden aan voor het verschaffen van aanvullende fondsen ter aanvulling op die genoemd in het vijfde lid.

Artikel 51. Technische bijstand

(1). De Algemene Vergadering stelt een Commissie voor technische bijstand in (in dit artikel „de Commissie” genoemd).

(4). Het Internationale Bureau tracht overeenkomsten te sluiten met enerzijds internationale financieringsorganisaties en intergouvernementele organisaties, in het bijzonder de Verenigde Naties, de organen van de Verenigde Naties en de Gespecialiseerde Organisaties die banden hebben met de Verenigde Naties en zich bezighouden met technische bijstand en, anderzijds, met de Regeringen van de Staten die de technische bijstand ontvangen, voor de financiering van projecten uit hoofde van dit artikel.

(5). De bijzonderheden betreffende de uitvoering van het bepaalde in dit artikel worden geregeld door besluiten van de Algemene Vergadering en, binnen de door de Algemene Vergadering vast te stellen grenzen, van de werkgroepen die de Algemene Vergadering hiertoe kan instellen.

Artikel 52. Betrekkingen met andere bepalingen van het Verdrag

Het bepaalde in dit Hoofdstuk laat de financiële bepalingen neergelegd in enig ander Hoofdstuk van dit Verdrag onverlet. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op dit Hoofdstuk, noch op de toepassing daarvan.

HOOFDSTUK V. Administratieve bepalingen

Artikel 53. Algemene Vergadering

(3). Een afgevaardigde mag slechts één Staat vertegenwoordigen en slechts uit naam van deze Staat zijn stem uitbrengen.

(4). Elke Verdragsluitende Staat heeft één stem.

(7). Ten aanzien van vraagstukken die uitsluitend van belang zijn voor de Staten die zijn gebonden door Hoofdstuk II wordt elke verwijzing naar Verdragsluitende Staten in het vierde, het vijfde en het zesde lid beschouwd als uitsluitend geldend voor Staten die zijn gebonden door Hoofdstuk II.

(8). Elke intergouvernementele organisatie die als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is aangewezen, wordt als waarnemer tot de Vergadering toegelaten.

(9). Indien het aantal Verdragsluitende Staten groter is dan veertig, stelt de Algemene Vergadering een Uitvoerende Commissie in. Elke verwijzing naar de Uitvoerende Commissie in dit Verdrag en in het Reglement dient te worden uitgelegd als verwijzing naar een zodanige Commissie wanneer deze eenmaal is ingesteld.

(10). Tot het tijdstip waarop de Uitvoerende Commissie is ingesteld hecht de Algemene Vergadering, binnen de grenzen van het programma en de driejaarlijkse begroting, haar goedkeuring aan de door de Directeur-Generaal opgestelde jaarlijkse programma's en begrotingen.

(12). De Algemene Vergadering stelt haar reglement van orde vast.

Artikel 54. Uitvoerende Commissie

(1). Wanneer de Algemene Vergadering een Uitvoerende Commissie heeft ingesteld is deze Commissie onderworpen aan de hierna gegeven bepalingen.

(3). Het aantal Staten dat lid is van de Uitvoerende Commissie is gelijk aan een/vierde van het aantal Staten dat lid is van de Algemene Vergadering. Bij de berekening van het aantal zetels wordt het overschot na deling van het aantal door vier buiten beschouwing gelaten.

(4). Bij de verkiezing van de leden van de Uitvoerende Commissie houdt de Algemene Vergadering rekening met een billijke geografische verdeling.

(9). De Verdragsluitende Staten die geen lid zijn van de Uitvoerende Commissie, alsook intergouvernementele organisaties die zijn aangewezen tot Instantie voor internationaal nieuwheidsonderzoek of voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kunnen haar vergaderingen bijwonen als waarnemers.

(10). De Uitvoerende Commissie stelt haar reglement van orde vast.

Artikel 55. Het Internationale Bureau

(1). De administratieve taken betreffende de Unie worden verricht door het Internationale Bureau.

(2). Het Internationale Bureau voorziet in het secretariaat van de verschillende organen van de Unie.

(3). De Directeur-Generaal is de hoogste functionaris van de Unie en tevens haar vertegenwoordiger.

(4). Het Internationale Bureau geeft een mededelingenblad uit en andere publikaties zoals bepaald in het Reglement of door de Algemene Vergadering.

(5). Het Reglement bevat een nadere omschrijving van de diensten die de nationale bureaus moeten verrichten om het Internationale Bureau en de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bij te staan in de uitvoering van hun taken krachtens dit Verdrag.

(6). De Directeur-Generaal en ieder door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering, van de Uitvoerende Commissie en van alle andere commissies of werkgroepen die krachtens dit Verdrag of het Reglement zijn ingesteld. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.

(8). Het Internationale Bureau voert alle overige aan hem opgedragen taken uit.

Artikel 56. Commissie voor Technische Samenwerking

(1). De Algemene Vergadering stelt een Commissie voor Technische Samenwerking in (in dit artikel „de Commissie” genoemd).

(3). Het doel van de Commissie is, door adviezen en aanbevelingen, bij te dragen tot:

(4). Elke Verdragsluitende Staat en elke belanghebbende internationale organisatie kan zich schriftelijk tot de Commissie wenden inzake vraagstukken die tot de bevoegdheid van de Commissie behoren.

(5). De Commissie kan haar meningen en aanbevelingen richten tot de Directeur-Generaal of, via hem, tot de Algemene Vergadering, de Uitvoerende Commissie en alle of enkele van de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, en alle of enkele van de ontvangende bureaus.

(7). Tot het tijdstip waarop de Uitvoerende Commissie is ingesteld, gelden de verwijzingen in het zesde lid naar de Uitvoerende Commissie als verwijzingen naar de Algemene Vergadering.

(8). De bijzonderheden van de procedure van de Commissie worden geregeld door de besluiten van de Algemene Vergadering.

Artikel 57. Financiën

(2). De begroting van de Unie wordt vastgesteld met inachtneming van de vereisten tot coördinatie met de begrotingen van de andere door de Organisatie beheerde Unies.

(3). Onverminderd de bepalingen van het vijfde lid wordt de begroting van de Unie gefinancierd uit de volgende bronnen van inkomsten:

(4). De bedragen van de aan het Internationale Bureau verschuldigde taksen en gelden en de prijzen van zijn publikaties worden zo vastgesteld dat zij, onder normale omstandigheden, voldoende zijn om alle onkosten van het Internationale Bureau in verband met de uitvoering van dit Verdrag te dekken.

(6). Indien de begroting niet is vastgesteld voor de aanvang van het nieuwe begrotingsjaar, wordt de begroting van het voorgaande jaar aangehouden volgens de werkwijze voorzien in het financieel reglement.

(9). Het nazien der rekeningen wordt verricht, op de wijze voorzien in het financieel reglement, door een of meer Verdragsluitende Staten of door onafhankelijke accountants. Zij worden, met hun instemming, aangewezen door de algemene Vergadering.

Artikel 58. Reglement

(1). Het als bijlage bij dit Verdrag gevoegde Reglement bevat regels betreffende:

(4). Het Reglement voorziet in de opstelling, onder toezicht van de Algemene Vergadering, van Administratieve Instructies door de Directeur-Generaal.

(5). In geval van strijdigheid tussen de bepalingen van het Verdrag en die van het Reglement hebben de bepalingen van het Verdrag voorrang.

HOOFDSTUK VI. Geschillen

Artikel 59. Geschillen

Onverminderd artikel 64, vijfde lid, kan elk geschil tussen twee of meer Verdragsluitende Staten betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag of van het Reglement, dat niet door onderhandelingen wordt beslecht, door een der betrokken Staten worden voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof door middel van een verzoek overeenkomstig het Statuut van het Hof, tenzij de betrokken Staten een andere wijze ter beslechting van het geschil overeenkomen. Het Internationale Bureau dient door de eisende Verdragsluitende Staat in kennis te worden gesteld van het aan het Hof voorgelegde geschil; het Internationale Bureau stelt de andere Verdragsluitende Staten hiervan in kennis.

HOOFDSTUK VII. Herziening en wijziging

Artikel 60. Herziening van het Verdrag

(1). Dit Verdrag kan van tijd tot tijd worden herzien door een bijzondere conferentie van de Verdragsluitende Staten.

(2). Tot bijeenroeping van een herzieningsconferentie wordt besloten door de Algemene Vergadering.

(3). Intergouvernementele organisaties die zijn aangewezen als Instantie voor internationaal nieuwheidsonderzoek of voor de Internationale Voorlopige Beoordeling worden als waarnemer tot een herzieningsconferentie toegelaten.

(4). De artikelen 53, vijfde, negende en elfde lid, 54, 55, vierde tot en met achtste lid, 56 en 57 kunnen worden gewijzigd door een herzieningsconferentie of overeenkomstig het bepaalde in artikel 61.

Artikel 61. Wijziging van enige bepalingen van het Verdrag

HOOFDSTUK VIII. Slotbepalingen

Artikel 62. Partij worden bij het Verdrag

(1). Een Staat die lid is van de Internationale Unie tot Bescherming van de Industriële Eigendom kan partij worden bij dit Verdrag door:

(2). De akten van bekrachtiging of toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.

(3). De bepalingen van artikel 24 van de Akte van Stockholm bij het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom zijn van toepassing op het onderhavige Verdrag.

(4). Het derde lid mag op generlei wijze zo worden uitgelegd, dat het de erkenning of stilzwijgende aanvaarding door een Verdragsluitende Staat inhoudt van de feitelijke situatie betreffende een gebied waarop dit Verdrag door een andere Verdragsluitende Staat op grond van dat derde lid van toepassing is verklaard.

Artikel 63. Inwerkingtreding van het Verdrag

(2). Onverminderd het bepaalde in het derde lid wordt een Staat die geen partij bij dit Verdrag wordt bij de inwerkingtreding krachtens het eerste lid, door dit Verdrag gebonden drie maanden na de datum waarop deze Staat zijn akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.

(3). De bepalingen van Hoofdstuk II en de overeenkomstige bepalingen van het aan dit Verdrag gehechte Reglement worden evenwel eerst van toepassing op de datum waarop drie Staten die elk voldoen aan ten minste een van de in het eerste lid aangegeven vereisten, partij bij dit Verdrag zijn geworden zonder overeenkomstig artikel 64, eerste lid, te verklaren dat zij zich niet gebonden achten door de bepalingen van Hoofdstuk II. Die datum kan evenwel niet voor de datum van de eerste inwerkingtreding ingevolge het eerste lid liggen.

Artikel 64. Voorbehouden

(5). Elke Staat kan verklaren, dat hij zich niet gebonden acht door artikel 59. Ten aanzien van geschillen tussen een Verdragsluitende Staat die een zodanige verklaring heeft afgelegd en een andere Verdragsluitende Staat zijn de bepalingen van artikel 59 niet van toepassing.

(7). Ten aanzien van dit Verdrag zijn geen andere voorbehouden dan die ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid toegestaan.

Artikel 65. Geleidelijke toepassing

(1). Indien de overeenkomst met een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of voor de Internationale Voorlopige Beoordeling als overgangsmaatregel voorziet in beperkingen van het aantal of de aard van de internationale aanvragen die een zodanige Instantie op zich neemt te behandelen, neemt de Algemene Vergadering de noodzakelijke maatregelen voor de geleidelijke toepassing van dit Verdrag en van het Reglement ten aanzien van bepaalde categorieën internationale aanvragen. Deze bepaling is eveneens van toepassing op verzoeken voor een nieuwheidsonderzoek van internationaal type ingevolge artikel 15, vijfde lid.

(2). De Algemene Vergadering stelt de data vast met ingang waarvan, behoudens het bepaalde in het eerste lid, internationale aanvragen kunnen worden ingediend en verzoeken om internationale voorlopige beoordeling kunnen worden ingediend. Deze data liggen uiterlijk zes maanden nadat dit Verdrag in werking is getreden overeenkomstig de bepalingen van artikel 63, eerste lid, onderscheidenlijk nadat Hoofdstuk II van toepassing is geworden ingevolge artikel 63, derde lid.

Artikel 66. Opzegging

(1). Een Verdragsluitende Staat kan dit Verdrag opzeggen door middel van een aan de Directeur-Generaal gerichte kennisgeving,

(2). De opzegging wordt van kracht zes maanden nadat de Directeur-Generaal de genoemde kennisgeving heeft ontvangen. Zij heeft geen invloed op de gevolgen van de internationale aanvrage in de Staat die de opzegging doet, indien de internationale aanvrage is ingediend en, indien de Staat die de opzegging doet was gekozen, de keuze is gedaan voor het verstrijken van genoemde termijn van zes maanden.

Artikel 67. Ondertekening en talen

(2). Dit Verdrag staat open voor ondertekening te Washington tot 31 december 1970.

Artikel 68. Depositaris

(1). Het oorspronkelijke exemplaar van dit Verdrag wordt, wanneer het niet langer open staat voor ondertekening, nedergelegd bij de Directeur-Generaal.

(2). De Directeur-Generaal verstrekt twee door hem voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van dit Verdrag en van het daaraan gehechte Reglement aan de Regeringen van alle Staten die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom en, op verzoek, aan de Regeringen van andere Staten.

(3). De Directeur-Generaal doet dit Verdrag registreren bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.

(4). De Directeur-Generaal verstrekt twee door hem voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van alle wijzigingen van dit Verdrag en van het Reglement aan de Regeringen van alle Verdragsluitende Staten en, op verzoek, aan de Regeringen van andere Staten.

Artikel 69. Kennisgevingen

De Directeur-Generaal stelt de Regeringen van alle Staten die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom in kennis van:

DEEL A. Inleidende regels

Regel 1. Afkortingen

1.1. Betekenis van afkortingen

Regel 2. Betekenis van bepaalde woorden

2.1. „Aanvrager”

Het woord „aanvrager” wordt zo uitgelegd dat het ook de gemachtigde of andere vertegenwoordiger van de aanvrager aanduidt, behalve daar waar het tegendeel duidelijk blijkt uit de bewoordingen of de aard van de bepaling of het zinsverband waarin het woord is gebruikt zoals, in het bijzonder, wanneer de bepaling verwijst naar de woonplaats of de nationaliteit van de aanvrager.

2.2. „Gemachtigde”

Het woord „gemachtigde” wordt zo uitgelegd, dat het een gemachtigde aanduidt die is benoemd ingevolge Regel 90.1, tenzij het tegendeel duidelijk blijkt uit de bewoordingen of de aard van de bepaling of het zinsverband waarin het woord is gebruikt.

2.2bis. „Gemeenschappelijke vertegenwoordiger”

De uitdrukking „gemeenschappelijke vertegenwoordiger” wordt zo uitgelegd, dat zij een aanvrager aanduidt die ingevolge Regel 90.2 is benoemd of wordt beschouwd als de gemeenschappelijke vertegenwoordiger.

2.3. „Ondertekening”

Het woord „ondertekening” wordt zo verstaan dat, indien de nationale wetgeving toegepast door het ontvangende bureau of de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of voor de Internationale Voorlopige Beoordeling het gebruik van een zegel in plaats van een ondertekening vereist, het woord, voor zover dat bureau of die Instantie betreft, zegel betekent.

DEEL B. Regels betreffende hoofdstuk I van het Verdrag

Regel 3. Het verzoekschrift (vorm)

3.1. Vorm van het verzoekschrift

Het verzoekschrift dient te worden gesteld op een gedrukt formulier of te worden ingediend in de vorm van een computeruitdraai.

3.2. Beschikbaarheid van formulieren

Exemplaren van het gedrukte formulier worden gratis aan de aanvragers verstrekt door het ontvangende bureau of, indien het ontvangende bureau zulks wenst, door het Internationale Bureau.

3.3. Controlelijst

3.4. Nadere bijzonderheden

Onverminderd Regel 3.3 worden de nadere bijzonderheden van het gedrukte formulier voor het verzoekschrift en van een in de vorm van een computeruitdraai ingediend verzoekschrift voorgeschreven in de Administratieve Instructies.

Regel 4. Het verzoekschrift (inhoud)

4.1. Inhoud, verplicht en naar keuze; ondertekening

4.2. Het verzoek

Het verzoek dient de volgende strekking te hebben en bij voorkeur in de volgende bewoordingen te zijn gesteld: „Ondergetekende verzoekt dat de onderhavige internationale aanvrage zal worden behandeld overeenkomstig het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien”.

4.3. Titel van de uitvinding

De titel van de uitvinding dient kort (bij voorkeur tussen twee en zeven woorden wanneer zij in het Engels is gesteld of in deze taal is vertaald) en nauwkeurig te zijn.

4.4. Namen en adressen

4.5. De aanvrager

4.6. De uitvinder

4.7. De gemachtigde

4.8. Gemeenschappelijke vertegenwoordiger

Indien een gemeenschappelijke vertegenwoordiger is benoemd dient het verzoekschrift zulks te vermelden.

4.9. Aanwijzing van Staten, soorten van bescherming, nationale en regionale octrooien

4.10. Beroep op een recht van voorrang

4.11. Verwijzing naar eerder nieuwheidsonderzoek, voortzetting of gedeeltelijke voortzetting, of hoofdaanvrage of verleend hoofdoctrooi

4.12. Vervallen.

4.13. Vervallen.

4.14. Vervallen.

4.14bis. Keuze van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

Indien er meer dan één Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is die bevoegd is het nieuwheidsonderzoek betreffende de internationale aanvrage te verrichten, dient de aanvrager de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van zijn keuze in het verzoekschrift te vermelden.

4.15. Ondertekening

4.16. Transcriptie of vertaling van bepaalde woorden

4.17. Verklaringen betreffende nationale vereisten bedoeld in Regel 51bis.1 a i tot en met v.

Het verzoekschrift kan, ten behoeve van de in een of meer aangewezen Staten toegepaste wetgeving, een of meer van de volgende verklaringen bevatten, in de bewoordingen als voorgeschreven in de Administratieve Instructies:

4.18. Andere vermeldingen

Regel 5. De beschrijving

5.1. Indeling van de beschrijving

5.2. Openbaarmaking van een nucleotide- of aminozuur-sequentie

Regel 6. De conclusies

6.1. Aantal en nummering van de conclusies

6.2. Verwijzingen naar andere delen van de internationale aanvrage

6.3. Wijze van opstellen van de conclusies

6.4. Afhankelijke conclusies

6.5. Gebruiksmodellen

Een aangewezen Staat waar de verlening van een gebruiksmodel wordt gevraagd op basis van een internationale aanvrage kan, in plaats van de Regels 6.1 tot en met 6.4, ten aanzien van de in die Regels geregelde aangelegenheden, de bepalingen van zijn nationale wetgeving betreffende gebruiksmodellen toepassen, wanneer de behandeling van de internationale aanvrage in die Staat eenmaal is begonnen, met dien verstande dat de aanvrager ten minste 2 maanden na het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn zal worden toegestaan om zijn aanvrage aan te passen aan de vereisten van genoemde bepalingen in de nationale wetgeving.

Regel 7. De tekeningen

7.1. Vloeischema's en diagrammen

Vloeischema's en diagrammen worden als tekeningen beschouwd.

7.2. Termijnen

De termijn genoemd in artikel 7, tweede lid, onder (ii), dient in de gegeven omstandigheden redelijk te zijn en in elk geval niet korter te zijn dan 2 maanden vanaf de datum van het schriftelijke verzoek waarbij de indiening van tekeningen of bijkomende tekeningen ingevolge genoemde bepaling wordt verlangd.

Regel 8. Het uittreksel

8.1. Inhoud en vorm van het uittreksel

8.2. Figuur

8.3. Leidende beginselen bij de opstelling

Het uittreksel dient zo te zijn opgesteld dat het doeltreffend kan dienen als een uitgangspunt voor een nauwkeurig nieuwheidsonderzoek op het bepaalde technische gebied, vooral door de wetenschapsman, ingenieur of onderzoeker te helpen bij het vormen van een oordeel over de vraag of het nodig is de internationale aanvrage zelf te raadplegen.

Regel 9. Uitdrukkingen, enz. die niet moeten worden gebruikt

9.1. Begripsomschrijving

De internationale aanvrage dient niet te bevatten:

9.2. Vaststelling van niet-naleving

Het ontvangende bureau en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek kunnen niet-naleving van de voorschriften van Regel 9.1 vaststellen en de aanvrager voorstellen dat hij zijn internationale aanvrage dienovereenkomstig vrijwillig verbetert. Indien de niet-naleving is vastgesteld door het ontvangende bureau, stelt dit de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en het Internationale Bureau daarvan in kennis; indien de niet-naleving is vastgesteld door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek stelt deze het ontvangende bureau en het Internationale Bureau daarvan in kennis.

9.3. Verwijzing naar artikel 21, zesde lid

De „kleinerende opmerkingen” genoemd in artikel 21, zesde lid, hebben de betekenis zoals omschreven in Regel 9.1 (iii).

Regel 10. Terminologie en tekens

10.1. Terminologie en tekens

10.2. Eenvormigheid

In een bepaalde internationale aanvrage dienen overal dezelfde terminologie en dezelfde tekens te worden gebruikt.

Regel 11. Vormvoorschriften voor de internationale aanvrage

11.1. Aantal exemplaren

11.2. Geschiktheid voor reproduktie

11.3. Te gebruiken materiaal

Alle onderdelen van de internationale aanvrage dienen op buigzaam, sterk, wit, glad, niet glanzend en duurzaam papier te zijn gesteld.

11.4. Afzonderlijke bladen, enz.

11.5. Formaat van de bladen

Het formaat van de bladen dient A4 (29,7 cm x 21 cm) te zijn. Een ontvangend bureau kan evenwel internationale aanvragen op bladen van andere afmetingen aanvaarden, mits het oorspronkelijke exemplaar, zoals toegezonden aan het Internationale Bureau en, indien de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek zulks verlangt, het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek, volgens formaat A4 zijn.

11.6. Marges

11.7. Nummering van de bladen

11.8. Nummering van regels

11.9. Schrift van de tekst

11.10. In de tekst opgenomen tekeningen, formules en tabellen

11.11. Woorden in tekeningen

11.12. Veranderingen, enz.

Elk blad dient redelijk vrij te zijn van doorhalingen en vrij van veranderingen en boven elkaar geschreven en tussengeschreven woorden. Niet-naleving van deze Regel kan worden toegestaan, indien er geen sprake is van twijfel aan de rechtsgeldigheid van de inhoud en kan worden voldaan aan de vereisten voor goede reproduktie.

11.13. Bijzondere vereisten voor tekeningen

11.14. Latere documenten

De Regels 10 en 11.1 tot en met 11.13 zijn ook van toepassing op documenten – bijvoorbeeld verbeterde bladzijden, gewijzigde conclusies, vertalingen – die worden overgelegd na de indiening van de internationale aanvrage.

Regel 12. Taal van de internationale aanvrage en vertaling ten behoeve van internationaal nieuwheidsonderzoek en internationale publicatie

12.1. Voor het indienen van internationale aanvragen geaccepteerde talen

12.2. Taal van de veranderingen in de internationale aanvrage

12.3. Vertaling ten behoeve van internationaal nieuwheidsonderzoek

12.4. Vertaling ten behoeve van internationale publicatie

Regel 13. Eenheid van uitvinding

13.1. Vereiste

De internationale aanvrage dient betrekking te hebben op slechts één uitvinding of op een groep van uitvindingen die zodanig onderling verbonden zijn dat zij op één enkele algemene uitvindersgedachte berusten („vereiste van eenheid van uitvinding”).

13.2. Omstandigheden waarin wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding

Wanneer in een en dezelfde internationale aanvrage de conclusies zijn gericht op een groep van uitvindingen, wordt slechts aan het in Regel 13.1 bedoelde vereiste van eenheid van uitvinding voldaan wanneer er een technisch verband bestaat tussen die uitvindingen bestaande uit één of meer dezelfde of overeenkomstige bijzondere technische kenmerken. Onder de term „bijzondere technische kenmerken” wordt verstaan de technische kenmerken die bepalend zijn voor een bijdrage die elk van de uitvindingen waarop de conclusies zijn gericht, als een geheel beschouwd, vormt ten opzichte van de stand van de techniek.

13.3. Wijze van concluderen niet bepalend voor de eenheid van uitvinding

Om te bepalen of een groep van uitvindingen zodanig onderling zijn verbonden dat zij op één enkele algemene uitvindingsgedachte berusten, doet het niet ter zake of de uitvindingen zijn vervat in afzonderlijke conclusies dan wel als varianten zijn opgenomen in één enkele conclusie.

13.4. Afhankelijke conclusies

Onverminderd Regel 13.1 is het toegestaan in dezelfde internationale aanvrage een redelijk aantal afhankelijke conclusies op te nemen, gericht op bijzondere vormen van de uitvinding waarop een onafhankelijke conclusie is gericht, zelfs wanneer de kenmerken van een afhankelijke conclusie op zich zelf als een uitvinding zouden kunnen worden beschouwd.

13.5. Gebruiksmodellen

Een aangewezen Staat waarin de verlening van een gebruiksmodel wordt verzocht op basis van een internationale aanvrage kan, in plaats van de Regels 13.1 tot en met 13.4, ten aanzien van de in deze Regels geregelde aangelegenheden de bepalingen van zijn nationale wetgeving betreffende gebruiksmodellen toepassen, wanneer de behandeling van de internationale aanvrage in die Staat eenmaal is begonnen, met dien verstande dat de aanvrager ten minste 2 maanden vanaf het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn wordt toegestaan om zijn aanvrage aan te passen aan de vereisten van genoemde bepalingen van de nationale wetgeving.

Regel 13bis. Uitvindingen met betrekking tot biologisch materiaal

13bis.1. Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze regel wordt onder „verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal” verstaan de gegevens die in een internationale aanvrage worden verstrekt met betrekking tot het depot van biologisch materiaal bij een instituut voor bewaarneming of met betrekking tot het aldus gedeponeerde biologisch materiaal.

13bis.2. Verwijzingen (algemeen)

Elke verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal geschiedt overeenkomstig deze regel en indien aldus geschied, wordt zij beschouwd te voldoen aan de vereisten van de nationale wetgeving van elke aangewezen Staat.

13bis.3. Verwijzingen: inhoud; nalaten een verwijzing of vermelding op te nemen

13bis.4. Verwijzingen: Tijdslimiet voor de verstrekking van vermeldingen

13bis.5. Verwijzingen en vermeldingen met het oog op een of meer aangewezen Staten; verschillende depots voor verschillende aangewezen Staten; depots bij andere instituten voor bewaarneming dan ter kennis zijn gebracht

13bis.6. Verstrekking van monsters

13bis.7. Nationale vereisten: Kennisgeving en publicatie

Regel 13ter. Sequentie-opsommingen van nucleotiden en/of aminozuren

13ter.1. Procedure bij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

13ter.2. Procedure bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

Regel 13ter 1 is van overeenkomstige toepassing op de procedure bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

13ter.3. Sequentie-opsomming voor het aangewezen bureau

Een aangewezen bureau mag niet van de aanvrager verlangen hem een sequentie-opsomming te verstrekken anders dan een sequentie-opsomming die voldoet aan de in de Administratieve Instructies bedoelde norm.

Regel 14. De toezendingstaks

14.1. De toezendingstaks

Regel 15. De internationale indieningstaks

15.1. De internationale indieningstaks

Elke internationale aanvrage is onderworpen aan de betaling van een taks ten gunste van het Internationaal Bureau (“internationale indieningstaks”), te innen door het ontvangende bureau.

15.2. Bedrag

15.3. Vervallen.

15.4. Termijn voor betaling; te betalen bedrag

De internationale indieningstaks dient binnen een maand na de datum van ontvangst van de internationale aanvrage te worden betaald. Het te betalen bedrag is het bedrag dat van toepassing is op die datum van ontvangst.

15.5. Vervallen.

15.6. Terugbetaling

Het ontvangende bureau betaalt de internationale indieningstaks aan de aanvrager terug:

Regel 16. De taks voor het nieuwheidsonderzoek

16.1. Het recht een taks te vragen

16.2. Terugbetaling

Het ontvangende bureau betaalt de taks voor het nieuwheidsonderzoek aan de aanvrager terug:

16.3. Gedeeltelijke terugbetaling

Indien in de internationale aanvrage een recht van voorrang wordt ingeroepen op grond van een eerdere internationale aanvrage, die het voorwerp is geweest van een internationaal nieuwheidsonderzoek door dezelfde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, betaalt die Instantie de in verband met de latere internationale aanvrage gestorte taks voor het nieuwheidsonderzoek terug in de mate en op de voorwaarden bepaald in de overeenkomst ingevolge artikel 16, derde lid, onder b), indien het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek betreffende de latere internationale aanvrage geheel of gedeeltelijk gebaseerd zou kunnen worden op de resultaten van het internationale nieuwheidsonderzoek dat omtrent de eerdere internationale aanvrage is verricht.

Regel 16bis. Verlenging van de termijnen voor de betaling van taksen

16bis.1. Uitnodiging door het ontvangende bureau

16bis.2. Taks wegens te late betaling

Regel 17. Het voorrangsbewijs

17.1. Verplichting een afschrift van een eerdere nationale of internationale aanvrage over te leggen

17.2. Beschikbaarheid van afschriften

Regel 18. De aanvrager

18.1. Woonplaats en nationaliteit

18.2. Vervallen.

18.3. Meer dan één aanvrager

Indien er meer dan één aanvrager is, bestaat het recht tot het indienen van een internationale aanvrage indien ten minste één van hen ingevolge artikel 9 bevoegd is een internationale aanvrage in te dienen.

18.4. Gegevens over voorwaarden met betrekking tot aanvragers op grond van nationale wetgeving

Regel 19. Het bevoegde ontvangende bureau

19.1. Waar in te dienen

19.2. Meer dan één aanvrager

Indien er meer dan één aanvrager is:

19.3. Bekendmaking van delegatie van de taken van het ontvangende bureau

19.4. Toezending aan het Internationaal Bureau als ontvangend bureau

Regel 20. Ontvangst van de internationale aanvrage

20.1. Datum en nummer

20.2. Ontvangst op verschillende dagen

20.3. Verbeterde internationale aanvrage

In het geval bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder b), dient het ontvangende bureau de op het aanvraagformulier aangetekende datum te verbeteren (waarbij de reeds aangetekende eerdere datum of data evenwel leesbaar moet(en) blijven), zodat het de dag aangeeft waarop de laatste vereiste verbetering is ontvangen.

20.3bis. Vervallen.

20.4. Vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid

20.5. Positieve vaststelling

20.6. Uitnodiging tot verbetering

20.7. Negatieve vaststelling

Indien het ontvangende bureau niet binnen de voorgeschreven termijn een antwoord ontvangt op zijn uitnodiging tot verbetering, of indien de door de aanvrager aangeboden verbetering nog steeds niet voldoet aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, dient het:

20.8. Vergissing van het ontvangende bureau

Indien het ontvangende bureau later ontdekt of op grond van het antwoord van de aanvrager beseft, dat het ten onrechte een uitnodiging tot verbetering heeft gedaan, aangezien was voldaan aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, toen de bescheiden werden ontvangen, dient het te handelen zoals bepaald in Regel 20.5.

20.9. Gewaarmerkt afschrift voor de aanvrager

Tegen betaling van een taks verstrekt het ontvangende bureau de aanvrager op diens verzoek gewaarmerkte afschriften van de internationale aanvrage zoals ingediend en van daarin aangebrachte verbeteringen.

Regel 21. Het maken van afschriften

21.1. Verantwoordelijkheid van het ontvangende bureau

Regel 22. Toezending van het oorspronkelijke exemplaar en de vertaling

22.1. Procedure

22.2. Vervallen.

22.3. Termijn ingevolge artikel 12, derde lid

De termijn genoemd in artikel 12, derde lid, beloopt 3 maanden te rekenen van de datum van de kennisgeving gezonden door het Internationale Bureau aan de aanvrager ingevolge Regel 22.1 c) of g).

Regel 23. Toezending van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek, de vertaling en de sequentie-opsomming

23.1. Procedure

Regel 24. Ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar door het Internationaal Bureau

24.1. Vervallen.

24.2. Kennisgeving van ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar

Regel 25. Ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

25.1. Kennisgeving van ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek

De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek stelt onverwijld het Internationale Bureau, de aanvrager en - tenzij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek dezelfde is als het ontvangende bureau - het ontvangende bureau, in kennis van het feit en de datum van ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek.

Regel 26. Controle en verbetering van bepaalde onderdelen van de internationale aanvrage bij het ontvangende bureau

26.1. Controletermijn

26.2. Termijn voor verbetering

De termijn genoemd in artikel 14, eerste lid, onder b), dient naar de omstandigheden redelijk te zijn en in elk geval afzonderlijk door het ontvangende bureau te worden bepaald. Hij dient niet korter te zijn dan een maand te rekenen van de datum van de uitnodiging tot verbetering. Hij kan worden verlengd door het ontvangende bureau op elk moment voordat een beslissing is genomen.

26.2bis. Controle van de vormvoorschriften ingevolge artikel 14, eerste lid, onder a., sub i. en ii.

26.3. Controle van de vormvoorschriften ingevolge artikel 14, eerste lid, onder a, sub v

26.3bis. Uitnodiging ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b, tot herstel van gebreken ingevolge Regel 11

Het ontvangende bureau behoeft de uitnodiging ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b, tot verbetering van het gebrek ingevolge Regel 11 niet te doen wanneer aan de in die Regel genoemde vormvoorschriften is voldaan in de ingevolge Regel 26.3 vereiste mate.

26.3ter. Uitnodiging tot herstel van gebreken ingevolge artikel 3, vierde lid, i

26.4. Procedure

Aan het ontvangende bureau aangeboden verbeteringen kunnen worden aangegeven in een aan dat bureau gerichte brief indien de verbetering zodanig is dat zij van de brief kan worden overgebracht in het oorspronkelijke exemplaar zonder dat de duidelijkheid en de rechtstreekse reproduceerbaarheid van het blad waarop de verbetering wordt overgebracht nadelig worden beïnvloed; anders wordt van de aanvrager geëist dat hij een vervangend blad overlegt waarin de verbetering is opgenomen en in de begeleidende brief bij het vervangende blad dient de aandacht te worden gevestigd op de verschillen tussen het vervangen en het vervangende blad.

26.5. Beslissing van het ontvangende bureau

Het ontvangende bureau beslist of de aanvrager de verbetering binnen de termijn ingevolge Regel 26.2 heeft overgelegd en, indien de verbetering binnen die termijn is overgelegd, of de aldus verbeterde internationale aanvrage al dan niet als ingetrokken dient te worden beschouwd, onder voorwaarde dat geen internationale aanvrage wordt beschouwd als ingetrokken wegens niet-voldoen aan de vormvoorschriften genoemd in Regel 11, indien zij aan deze voorschriften voldoet in die mate als noodzakelijk is voor een redelijk eenvormige internationale publikatie.

26.6. Ontbrekende tekeningen

Regel 26bis. Verbetering of aanvulling van een beroep op een recht van voorrang

26bis 1. Verbetering of aanvulling van een beroep op een recht van voorrang

26bis.2. Uitnodiging tot herstel van gebreken in een beroep op een recht van voorrang

Regel 26ter. Verbetering of aanvulling van verklaringen ingevolge regel 4.17

26ter.1. Verbetering of aanvulling van verklaringen

De aanvrager kan een verklaring zoals bedoeld in Regel 4.17 verbeteren of aan het verzoekschrift toevoegen bij een kennisgeving gericht aan het Internationale Bureau binnen een termijn van zestien maanden na de voorrangsdatum, met dien verstande dat een door het Internationaal Bureau na het verstrijken van die termijn ontvangen kennisgeving geacht wordt te zijn ontvangen op de laatste dag van die termijn indien zij daar binnenkomt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn voltooid.

26ter.2. Behandeling van verklaringen

Regel 27. Niet-betaling van taksen

27.1. Taksen

Regel 28. Gebreken vastgesteld door het Internationale Bureau

28.1. Vaststelling van bepaalde gebreken

Regel 29. Internationale aanvragen die als ingetrokken worden beschouwd

29.1. Vaststelling door het ontvangende bureau

Indien het ontvangende bureau ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b., en Regel 26.5 (nalaten bepaalde gebreken te herstellen), of ingevolge artikel 14, derde lid, onder a. (niet-betaling van de ingevolge Regel 27.1 a. voorgeschreven taksen), of ingevolge artikel 14, vierde lid (latere vaststelling dat niet voldaan is aan de vereisten genoemd in artikel 11, eerste lid, sub i. tot en met iii.), of ingevolge Regel 12.3 d. of 12.4 d. (niet-verstrekking van een vereiste vertaling of, wanneer van toepassing, niet-betaling van een taks wegens te late verstrekking), of ingevolge Regel 92.4 g. i. (niet-verstrekking van het origineel van een document), verklaart dat de internationale aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd:

29.2. Vervallen.

29.3. Het brengen van bepaalde feiten onder de aandacht van het ontvangende bureau

Indien het Internationale Bureau of de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van oordeel is dat het ontvangende bureau een vaststelling ingevolge artikel 14, vierde lid, dient te verrichten brengt het of zij de desbetreffende feiten onder de aandacht van het ontvangende bureau.

29.4. Kennisgeving van het voornemen een verklaring ingevolge artikel 14, vierde lid, af te leggen

Voordat het ontvangende bureau een verklaring ingevolge artikel 14, vierde lid, aflegt, dient het de aanvrager in kennis te stellen van zijn voornemen een zodanige verklaring af te leggen en van de daartoe strekkende redenen. De aanvrager kan, indien hij niet instemt met de voorlopige vaststelling van het ontvangende bureau, binnen een maand na de kennisgeving zijn argumenten dienaangaande indienen.

Regel 30. Termijn ingevolge artikel 14, vierde lid

30.1. Termijn

De termijn bedoeld in artikel 14, vierde lid, beloopt 4 maanden, te rekenen van de datum van de internationale indiening.

Regel 31. Afschriften vereist ingevolge artikel 13

31.1. Verzoek om afschriften

31.2. Vervaardigen van afschriften

Het vervaardigen van de ingevolge artikel 13 vereiste afschriften behoort tot de verantwoordelijkheid van het Internationale Bureau.

Regel 32. Uitbreiding van de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage tot bepaalde opvolgerstaten

32.1. Uitbreiding van de internationale aanvrage tot een opvolgerstaat

32.2. Rechtsgevolgen van de uitbreiding tot de opvolgerstaat

Regel 33. Stand van de techniek die voor het internationale nieuwheidsonderzoek van belang is

33.1. Stand van de techniek die voor het internationale nieuwheidsonderzoek van belang is

33.2. Gebieden die het internationale nieuwheidsonderzoek moet bestrijken

33.3. Gerichtheid van het internationale nieuwheidsonderzoek

Regel 34. Minimumdocumentatie

34.1. Begripsomschrijving

Regel 35. De bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

35.1. Wanneer slechts één enkele Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bevoegd is

Elk ontvangend bureau stelt, overeenkomstig de bepalingen van de van toepassing zijnde overeenkomst bedoeld in artikel 16, derde lid, onder b), het Internationale Bureau ervan in kennis, welke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bevoegd is voor het nieuwheidsonderzoek van de bij het bureau ingediende internationale aanvragen en het Internationale Bureau maakt deze gegevens onverwijld bekend.

35.2. Wanneer meer dan één Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bevoegd is

35.3. Wanneer het Internationale Bureau fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii

Regel 36. Minimumvereisten voor de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

36.1. Omschrijving van de minimumvereisten

De in artikel 16, derde lid, onder c., bedoelde minimumvereisten zijn de volgende:

Regel 37. Ontbrekende of onjuiste titel

37.1. Ontbreken van een titel

Indien de internationale aanvrage geen titel bevat en het ontvangende bureau aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek heeft medegedeeld dat het de aanvrager heeft uitgenodigd, dit gebrek te verbeteren, gaat de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek over tot het internationale nieuwheidsonderzoek, tenzij en totdat zij een mededeling ontvangt dat genoemde aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd.

37.2. Vaststelling van de titel

Indien de internationale aanvrage geen titel bevat en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek geen mededeling van het ontvangende bureau heeft ontvangen dat de aanvrager is uitgenodigd een titel te verstrekken of indien genoemde instantie vaststelt dat de titel niet voldoet aan Regel 4.3 stelt zij zelf een titel vast. Die titel wordt vastgesteld in de taal waarin de internationale aanvrage zal worden gepubliceerd of, indien een vertaling in een andere taal ingevolge Regel 23.1 b is toegezonden en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek dat wenst, in de taal van die vertaling.

Regel 38. Ontbrekend of onjuist uittreksel

38.1. Ontbreken van een uittreksel

Indien de internationale aanvrage geen uittreksel bevat en het ontvangende bureau aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek heeft medegedeeld dat het de aanvrager heeft uitgenodigd, dit gebrek te herstellen, gaat de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek over tot het internationale nieuwheidsonderzoek, tenzij en totdat zij een mededeling ontvangt dat genoemde aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd.

38.2. Opstelling van het uittreksel

Regel 39. Onderwerpen ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a), sub (i)

39.1. Begripsomschrijving

Van een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek mag niet worden verlangd, dat zij het nieuwheidsonderzoek betreffende een internationale aanvrage verricht, indien en voor zover het onderwerp op een van de onderstaande gebieden ligt:

Regel 40. Gebrek aan eenheid van uitvinding (internationaal nieuwheidsonderzoek)

40.1. Uitnodiging tot betaling van bijkomende taksen; termijn

In de uitnodiging om bijkomende taksen te betalen zoals voorzien in artikel 17, derde lid, onder a, dient

40.2. Bijkomende taksen

Regel 41. Eerder nieuwheidsonderzoek, anders dan een internationaal nieuwheidsonderzoek

41.1. Verplichting resultaten te gebruiken; terugbetaling van taks

Indien in de aanvrage, in de vorm bepaald in Regel 4.11, is verwezen naar een nieuwheidsonderzoek van internationaal type, verricht op de voorwaarden neergelegd in artikel 15, vijfde lid, of naar een nieuwheidsonderzoek anders dan een internationaal nieuwheidsonderzoek of een nieuwheidsonderzoek van internationaal type, dient de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek voor zover mogelijk de resultaten van genoemd nieuwheidsonderzoek te gebruiken bij de opstelling van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek van de internationale aanvrage. De Instantie Nieuwheidsonderzoek betaalt de taks voor nieuwheidsonderzoek terug in de mate en op de voorwaarden bepaald in de overeenkomst ingevolge artikel 16, derde lid, onder b), of in een mededeling, gericht aan het Internationale Bureau en door dit bureau bekendgemaakt in het mededelingeblad, indien het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek geheel of gedeeltelijk kon worden gebaseerd op de resultaten van het genoemde onderzoek.

Regel 42. Termijn voor internationaal nieuwheidsonderzoek

42.1. Termijn voor internationaal nieuwheidsonderzoek

De termijn voor de opstelling van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), is 3 maanden te rekenen van de datum van ontvangst van het exemplaar voor nieuwheidsonderzoek door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, of 9 maanden te rekenen van de datum van voorrang, afhankelijk van welke van beide termijnen het laatst verstrijkt.

Regel 43. Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek

43.1. Gegevens

Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek die het verslag heeft opgesteld aan te geven door de naam van deze Instantie te vermelden, en de internationale aanvrage door het nummer van de internationale aanvrage, de naam van de aanvrager en de datum van de internationale indiening te vermelden.

43.2. Data

Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient gedateerd te zijn en dient de datum te vermelden waarop het internationale nieuwheidsonderzoek daadwerkelijk was voltooid. Het dient ook de indieningsdatum te vermelden van elke eerdere aanvrage op grond waarvan een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan of, indien een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan op grond van meer dan één eerdere aanvrage, de indieningsdatum van de eerste daarvan.

43.3. Classificatie

43.4. Taal

Elk verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek en elke verklaring afgelegd ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a, dient te zijn gesteld in de taal waarin de internationale aanvrage waarop het (zij) betrekking heeft, wordt gepubliceerd of, indien een vertaling in een andere taal krachtens Regel 23.1 b is toegezonden en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek dat wenst, in de taal van die vertaling

43.5. Aanhalingen

43.6. Onderzochte gebieden

43.7. Opmerkingen betreffende eenheid van uitvinding

Indien de aanvrager bijkomende taksen voor het internationale nieuwheidsonderzoek heeft betaald, dient het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dit te vermelden. Bovendien dient het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, wanneer het internationale nieuwheidsonderzoek alleen voor de hoofduitvinding is verricht of niet op alle uitvindingen betrekking had (artikel 17, derde lid, a, aan te geven voor welke delen van de internationale aanvrage het internationale nieuwheidsonderzoek wel en voor welke delen het niet is verricht.

43.8. Bevoegde functionaris

Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient de naam te vermelden van de voor het verslag verantwoordelijke functionaris van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.

43.9. Andere onderwerpen

Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient geen andere onderwerpen te bevatten dan die genoemd in de Regels 33.1 b en c, 43.1 tot en met 43.3, 43.5 tot en met 43.8 en 44.2 en de vermelding genoemd in artikel 17, tweede lid, onder b, met dien verstande dat de Administratieve Instructies kunnen toestaan dat in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek andere onderwerpen worden opgenomen die zijn genoemd in de Administratieve Instructies. Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient geen oordelen, redeneringen, argumenten of toelichtingen te bevatten en de Administratieve Instructies staan het opnemen daarvan niet toe.

43.10. Vorm

De vormvoorschriften betreffende het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek worden voorgeschreven in de Administratieve Instructies.

Regel 43bis. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

43bis.1. Schriftelijk oordeel

Regel 44. Toezending van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, schriftelijk oordeel, etc.

44.1. Exemplaren van verslag of verklaring en schriftelijk oordeel

De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek zendt op dezelfde dag een afschrift van het internationale nieuwheidsonderzoek of van de in artikel 17, tweede lid, onder a, bedoelde verklaring en van het ingevolgeRegel 43bis 1 opgestelde schriftelijke oordeel aan het Internationale Bureau en aan de aanvrager.

44.2. Titel of uittreksel

Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient te verklaren dat de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek haar goedkeuring hecht aan de titel en het uittreksel zoals overgelegd door de aanvrager, dan wel vergezeld te gaan van de tekst van de titel en/of het uittreksel zoals ingevolge de Regels 37 en 38 opgesteld door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.

44.3. Afschriften van aangehaalde literatuurplaatsen

Regel 44bis. Internationaal Voorlopig Verslag inzake octrooieerbaarheid door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

44bis.1. Opstelling van verslag; toezending aan de aanvrager

44bis.2. Toezending aan de aangewezen bureaus

44bis.3. Vertaling voor aangewezen bureaus

44bis.4. Commentaar op de vertaling

De aanvrager kan schriftelijk commentaar indienen aangaande de juistheid van de in Regel 44bis. 3 b. of d. bedoelde vertaling en een exemplaar daarvan toezenden aan elk van de betrokken aangewezen bureaus en aan het Internationaal Bureau.

Regel 44ter. Vertrouwelijk karakter van schriftelijk oordeel, verslag, vertaling en commentaar

44ter.1. Vertrouwelijk karakter

Regel 45. Vertaling van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek

45.1. Talen

Verslagen van het internationale nieuwheidsonderzoek en verklaringen zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), dienen, wanneer zij niet in het Engels zijn gesteld, in het Engels te worden vertaald.

Regel 46. Wijziging van conclusies bij het Internationale Bureau

46.1. Termijn

De in artikel 19 bedoelde termijn beloopt 2 maanden, te rekenen van de datum waarop de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek aan het Internationale Bureau en aan de aanvrager toezendt, of 16 maanden te rekenen vanaf de datum van voorrang, afhankelijk van welke van beide termijnen het laatste verstrijkt, met dien verstande dat een wijziging ingevolge artikel 19 aangebracht, die is ontvangen door het Internationale Bureau na het verstrijken van de van toepassing zijnde termijn, wordt beschouwd als te zijn ontvangen door dat Bureau op de laatste dag van die termijn, indien zij het Bureau bereikt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publikatie zijn voltooid.

46.2. Waar in te dienen

Wijzigingen ingevolge artikel 19 dienen rechtstreeks bij het Internationale Bureau te worden ingediend.

46.3. Taal van de wijzigingen

Indien de internationale aanvrage is ingediend in een andere taal dan de taal waarin zij wordt gepubliceerd, dient een ingevolge artikel 19 aangebrachte wijziging te zijn gesteld in de taal waarin de aanvrage wordt gepubliceerd.

46.4. Verklaring

46.5. Vorm van de wijzigingen

Van de aanvrager wordt verlangd dat hij een vervangend blad overlegt voor elk blad conclusies dat, wegens een wijziging of wijzigingen ingevolge artikel 19, verschilt van het oorspronkelijk ingediende blad. De begeleidende brief bij de vervangende bladen dient de aandacht te vestigen op de verschillen tussen de vervangen en de vervangende bladen. Voor zover een wijziging leidt tot het vervallen van een gehele bladzijde, dient deze wijziging in een brief te worden medegedeeld.

Regel 47. Toezending aan de aangewezen bureaus

47.1. Procedure

47.2. Afschriften

De voor toezending vereiste afschriften worden gemaakt door het Internationaal Bureau. Nadere vereisten inzake de voor toezending vereiste afschriften kunnen worden vastgelegd in de Administratieve Instructies.

47.3. Talen

47.4. Uitdrukkelijk verzoek ingevolge artikel 23, tweede lid, voorafgaand aan internationale publicatie

Wanneer de aanvrager voorafgaand aan de internationale publicatie van de internationale aanvrage een uitdrukkelijk verzoek ingevolge artikel 23, tweede lid, indient bij het aangewezen bureau, verricht het Internationaal Bureau op verzoek van de aanvrager of het aangewezen bureau onverwijld de in artikel 20 voorziene toezending aan dat bureau.

Regel 48. Internationale publicatie

48.1. Vorm

48.2. Inhoud

48.3. Talen van publicatie

48.4. Vervroegde publikatie op verzoek van de aanvrager

48.5. Kennisgeving van nationale publikatie

Wanneer de publikatie van de internationale aanvrage door het Internationale Bureau wordt beheerst door artikel 64, derde lid, onder c), sub (ii), dient het betrokken nationale bureau, onverwijld na het verrichten van de in die bepaling bedoelde nationale publikatie, het Internationale Bureau van deze nationale publikatie in kennis te stellen.

48.6. Aankondiging van bepaalde feiten

Regel 49. Afschrift, vertaling en taks ingevolge artikel 22

49.1. Kennisgeving

49.2. Talen

De taal waarin een vertaling kan worden verlangd, moet een officiële taal van het aangewezen bureau zijn. Indien er meer dan één officiële taal is, kan geen vertaling worden geëist, indien de internationale aanvrage in een van deze talen is gesteld. Indien er meer dan één officiële taal is en een vertaling moet worden verstrekt, kan de aanvrager een van deze talen kiezen. Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van deze paragraaf kan, indien er meer dan één officiële taal is, maar de nationale wetgeving het gebruik van een dezer talen voorschrijft voor vreemdelingen, een vertaling in die taal worden geëist.

49.3. Verklaringen ingevolge artikel 19; vermeldingen ingevolge Regel 13bis.4

Voor de toepassing van artikel 22 en van de onderhavige Regel worden een ingevolge artikel 19, eerste lid, afgelegde verklaring en een vermelding verstrekt ingevolge Regel 13bis.4, onverminderd het bepaalde in Regel 49.5 c) en h), als een deel van de internationale aanvrage beschouwd.

49.4. Gebruik van een nationaal formulier

Geen aanvrager behoeft een nationaal formulier te gebruiken voor het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen.

49.5. Inhoud en vormvoorschriften van de vertaling

49.6. Herstel van rechten indien verzuimd is de in artikel 22 bedoelde handelingen te verrichten

Regel 49bis. Vermeldingen ten aanzien van de beoogde bescherming ten behoeve van nationale behandeling

49bis.1. Keuze van bepaalde soorten bescherming

49bis.2. Tijdstip voor meldingen

Regel 50. Bevoegdheid ingevolge artikel 22, derde lid

50.1. Uitoefening van bevoegdheid

Regel 51. Beoordeling door aangewezen bureaus

51.1. Termijn voor indiening van het verzoek afschriften te zenden

De termijn bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder c, is twee maanden, te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving gezonden aan de aanvrager ingevolge de Regels 20.7 i, 24.2 c of 29.1 ii.

51.2. Afschrift van de kennisgeving

Wanneer de aanvrager, nadat hij een negatieve beslissing ingevolge artikel 11, eerste lid, heeft ontvangen, het Internationale Bureau ingevolge artikel 25, eerste lid, verzoekt, afschriften van het dossier van de beweerde internationale aanvrage toe te zenden aan een bureau dat hij heeft gepoogd aan te wijzen, dient hij aan zijn verzoek een afschrift te hechten van de kennisgeving bedoeld in Regel 20.7 (i).

51.3. Termijn voor betaling van de nationale taks en verstrekking van een vertaling

De termijn bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a) verstrijkt op hetzelfde tijdstip als de termijn voorgeschreven in Regel 51.1.

Regel 51bis. Bepaalde ingevolge artikel 27 toegestane nationale vereisten

51bis.1. Bepaalde toegestane nationale vereisten

51bis.2. Bepaalde omstandigheden waarin documenten of bewijs niet mogen worden vereist behoeven te zijn

51bis.3. Mogelijkheid om te voldoen aan nationale vereisten

Regel 52. Wijziging van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen voor aangewezen bureaus

52.1. Termijn

DEEL C. Voorschriften betreffende hoofdstuk II van het Verdrag

Regel 53. Het verzoek

53.1. Vorm

53.2. Inhoud

53.3. Het verzoek

Het verzoek dient de volgende strekking te hebben en bij voorkeur als volgt te luiden: „Verzoek ingevolge artikel 31 van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien: De ondergetekende verzoekt dat de hieronder nader aangegeven internationale aanvrage zal worden onderworpen aan een internationale voorlopige beoordeling overeenkomstig het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien”.

53.4. De aanvrager

Ten aanzien van de gegevens betreffende de aanvrager zijn de Regels 4.4 en 4.16 van toepassing en is Regel 4.5 van overeenkomstige toepassing.

53.5. De gemachtigde of gemeenschappelijke vertegenwoordiger

Indien er een gemachtigde of een gemeenschappelijke vertegenwoordiger is benoemd, dient het verzoek zulks te vermelden. Regels 4.4 en 4.16 zijn van toepassing en Regel 4.7 is van overeenkomstige toepassing.

53.6. Gegevens over de internationale aanvrage

De internationale aanvrage dient te worden aangegeven door de naam en het adres van de aanvrager, de titel van de uitvinding, de datum van de internationale indiening (indien deze de aanvrager bekend is) en het nummer van de internationale aanvrage of, wanneer dit nummer de aanvrager niet bekend is, de naam van het ontvangende bureau waarbij de internationale aanvrage werd ingediend.

53.7. Keuze van Staten

Het indienen van een verzoek geldt als de keuze van alle Verdragsluitende Staten die zijn aangewezen en gebonden zijn door Hoofdstuk II van het Verdrag.

53.8. Ondertekening

53.9. Verklaring betreffende wijzigingen

Regel 54. De aanvrager die bevoegd is een verzoek te doen

54.1. Woonplaats en nationaliteit

54.2. Het recht om een verzoek te doen

Het recht om een verzoek te doen ingevolge artikel 31, tweede lid, bestaat indien de aanvrager die het verzoek doet of, indien er twee of meer aanvragers zijn, ten minste een van hen, domicilie heeft of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat die is gebonden door Hoofdstuk II, en de internationale aanvrage is ingediend bij een ontvangend bureau van, of bij een bureau dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat die is gebonden door Hoofdstuk II.

54.3. Internationale aanvragen ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau

Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, wordt voor de toepassing van artikel 31, tweede lid, a, het Internationale Bureau geacht op te treden voor de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner of onderdaan is.

54.4. De aanvrager die niet bevoegd is een verzoek te doen

Indien de aanvrager niet gerechtigd een verzoek te doen of, in het geval van meer dan één aanvrager, indien geen van hen gerechtigd is een verzoek te doen ingevolge Regel 54.2, wordt het verzoek als niet ingediend beschouwd.

Regel 54bis. Termijn voor het indienen van een verzoek

54bis.1. Termijn voor het indienen van een verzoek

Regel 55. Talen (internationale voorlopige beoordeling)

55.1. Taal van het verzoek

Het verzoek dient te zijn gesteld in de taal van de internationale aanvrage of, indien de internationale aanvrage is ingediend in een andere taal dan die waarin zij wordt gepubliceerd, in de taal van de publikatie. Indien er echter een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 55.2, dient het verzoek te zijn gesteld in de taal van die vertaling.

55.2. Vertaling van de internationale aanvrage

55.3. Vertaling van wijzigingen

Regel 56. Latere keuzen

Vervallen

Regel 57. De behandelingstaks

57.1. Vereiste van betaling

Voor elk verzoek om een internationale voorlopige beoordeling is een taks ten gunste van het Internationale Bureau („behandelingstaks”) verschuldigd, te innen door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling waarbij het verzoek is ingediend.

57.2. Bedrag

57.3. Termijn voor betaling; te betalen bedrag

57.4. Vervallen.

57.5. Vervallen.

57.6. Terugbetaling

De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling betaalt de behandelingstaks aan de aanvrager terug:

Regel 58. De taks voor voorlopige beoordeling

58.1. Het recht een taks te vragen

58.2. Vervallen.

58.3. Terugbetaling

De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling deelt het Internationale Bureau mede of zij, en zo ja, in welke mate en onder welke voorwaarden, een bedrag dat als taks voor voorlopige beoordeling is betaald zal terugbetalen, indien het verzoek als niet ingediend wordt beschouwd, en het Internationale Bureau zal zodanige mededeling onverwijld publiceren.

Regel 58bis. Verlenging van de termijnen voor de betaling van taksen

58.bis.1. Uitnodiging door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

58bis 2. Taks wegens te late betaling

Regel 59. De bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

59.1. Verzoeken ingevolge artikel 31, tweede lid, a

59.2. Verzoeken ingevolge artikel 31, tweede lid, onder b)

Met betrekking tot verzoeken gedaan ingevolge artikel 31, tweede lid, onder b), geeft de Algemene Vergadering, bij het aanwijzen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die bevoegd is voor internationale aanvragen ingediend bij een nationaal bureau dat een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, de voorkeur aan die Instantie; indien het nationale bureau geen Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, dient de Algemene Vergadering de voorkeur te geven aan de door dat bureau aanbevolen Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

59.3. Toezending van een verzoek aan de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

Regel 60. Bepaalde gebreken in het verzoek

60.1. Gebreken in het verzoek

Regel 61. Kennisgeving van het verzoek en de keuzen

61.1. Kennisgeving aan het Internationale Bureau en de aanvrager

61.2. Kennisgeving aan de gekozen bureaus

61.3. Mededeling aan de aanvrager

Het Internationale Bureau doet de aanvrager schriftelijk mededeling van de in Regel 61.2 bedoelde kennisgeving en van de gekozen bureaus die in kennis zijn gesteld ingevolge artikel 31, zevende lid.

61.4. Publicatie in het mededelingenblad

Onverwijld na de indiening van het verzoek doch niet voor de internationale publicatie van de internationale aanvrage, publiceert het Internationaal Bureau in het mededelingenblad informatie over het verzoek en de betrokken gekozen Staten, zoals voorzien in de Administratieve Instructies.

Regel 62. Afschrift van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en van wijzigingen ingevolge artikel 19 voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

62.1. Afschrift van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en van wijzigingen aangebracht voordat het verzoek wordt ingediend

Na ontvangst van een verzoek, of van een afschrift daarvan, van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, doet het Internationaal Bureau haar onverwijld toekomen:

62.2. Wijzigingen aangebracht nadat het verzoek is ingediend

Indien op het tijdstip van indiening van wijzigingen ingevolge artikel 19 reeds een verzoek is ingediend, behoort de aanvrager op het tijdstip waarop hij de wijzigingen indient bij het Internationaal Bureau, bij voorkeur ook bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een afschrift van die wijzigingen en een eventuele in dat artikel bedoelde verklaring in te dienen. In elk geval zendt het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk een afschrift van die wijzigingen en verklaring toe aan die Instantie.

Regel 62bis. Vertaling voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

62bis.1. Vertaling en commentaar

Regel 63. Minimumvereisten voor de Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

63.1. Omschrijving van de minimumvereisten

De in artikel 32, derde lid, bedoelde minimumvereisten zijn de volgende:

Regel 64. Stand van de techniek voor de internationale voorlopige beoordeling

64.1. Stand van de techniek

64.2. Niet-schriftelijke openbaarmakingen

In gevallen waarin het ter beschikking stellen van het publiek plaatsvond door middel van een mondelinge uiteenzetting, een gebruik, een tentoonstelling of op andere niet-schriftelijke wijze („niet-schriftelijke openbaarmaking”) voor de van belang zijnde datum als omschreven in Regel 64.1 b en de datum van deze niet-schriftelijke openbaarmaking is aangegeven in een schriftelijke publikatie die ter beschikking van het publiek is gesteld op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de van belang zijnde datum, wordt de niet-schriftelijke openbaarmaking voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, niet tot de stand van de techniek gerekend. Niettemin dient het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de aandacht op deze niet-schriftelijke openbaarmaking te vestigen op de in Regel 70.9 voorgeschreven wijze.

64.3. Bepaalde gepubliceerde literatuurplaatsen

In gevallen waarin een aanvrage die, of een octrooi dat voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, zou behoren tot de stand van de techniek, indien zij of het zou zijn gepubliceerd voor de in Regel 64.1 bedoelde van belang zijnde datum, werd gepubliceerd op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de van belang zijnde datum, doch werd ingediend voor de van belang zijnde datum of daarbij een beroep werd gedaan op een recht van voorrang ten aanzien van een eerdere aanvrage die was ingediend voor de van belang zijnde datum, wordt deze gepubliceerde aanvrage of dit gepubliceerde octrooi voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, niet tot de stand van de techniek gerekend. Niettemin dient het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de aandacht op deze aanvrage of dit octrooi te vestigen op de in Regel 70.10 voorgeschreven wijze.

Regel 65. Uitvinderswerkzaamheid of niet voor de hand liggen

65.1. Samenhang met de stand van de techniek

Voor de toepassing van artikel 33, derde lid, wordt bij de internationale voorlopige beoordeling rekening gehouden met de samenhang tussen een bepaalde conclusie en de stand van de techniek in zijn geheel. Er dient rekening te worden gehouden met de samenhang van de conclusie niet alleen met afzonderlijke literatuurplaatsen of afzonderlijk daarvan beschouwde delen, maar ook met haar samenhang met combinaties van deze literatuurplaatsen of delen van literatuurplaatsen, wanneer deze combinaties voor een deskundige voor de hand liggen.

65.2. Van belang zijnde datum

Voor de toepassing van artikel 33, derde lid, is de van belang zijnde datum voor de beoordeling van uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen) de in Regel 64.1 voorgeschreven datum.

Regel 66. Procedure voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

66.1. Grondslag van de internationale voorlopige beoordeling

66.1bis. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

66.2. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

66.3. Formeel antwoord aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

66.4. Bijkomende gelegenheid voor het indienen van wijzigingen of het aanvoeren van argumenten

66.4bis. In aanmerking nemen van wijzigingen en argumenten

Wijzigingen of argumenten behoeven door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet in aanmerking te worden genomen voor een schriftelijk oordeel of het verslag van de internationale voorlopige beoordeling indien deze worden ontvangen nadat die Instantie is begonnen met het opstellen van dat oordeel of verslag.

66.5. Wijziging

Een andere verandering dan de rechtzetting van duidelijke fouten in de conclusies, de beschrijving of de tekeningen, met inbegrip van het schrappen van conclusies, het weglaten van passages in de beschrijving of het weglaten van bepaalde tekeningen, wordt als een wijziging beschouwd.

66.6. Informele contacten met de aanvrager

De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan te allen tijde informeel, telefonisch, schriftelijk of door middel van persoonlijke gesprekken contact met de aanvrager onderhouden. De genoemde Instantie beslist naar eigen goeddunken, of zij meer dan één persoonlijk onderhoud wenst toe te staan, indien de aanvrager daarom verzoekt, dan wel of zij wenst te antwoorden op een informele schriftelijke mededeling van de aanvrager.

66.7. Afschrift en vertaling van een eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen

66.8. Vorm van de wijzigingen

66.9. Taal van de wijzigingen

Regel 67. Onderwerpen ingevolge artikel 34, vierde lid, onder a) sub (i)

67.1. Begripsomschrijving

Van een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling mag niet worden verlangd, dat zij een internationale voorlopige beoordeling verricht van een internationale aanvrage, indien en voor zover het onderwerp op een van de onderstaande gebieden ligt:

Regel 68. Gebrek aan eenheid van uitvinding (internationale voorlopige beoordeling)

68.1. Geen uitnodiging tot beperking of betaling

Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat niet is voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding en verkiest de aanvrager niet uit te nodigen de conclusies te beperken of bijkomende taksen te betalen, zet zij de internationale voorlopige beoordeling voort, behoudens artikel 34, vierde lid, b, en Regel 66.1 e, ten aanzien van de gehele internationale aanvrage, maar vermeldt zij in elk schriftelijk oordeel en het verslag van de internationale voorlopige beoordeling dat zij van oordeel is dat niet is voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding en geeft zij de redenen daarvoor aan.

68.2. Uitnodiging tot beperking of betaling

Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat niet is voldaan aan de vereiste eenheid van uitvinding en verkiest de aanvrager uit te nodigen, naar zijn keuze, de conclusies te beperken of aanvullende taksen te betalen, dient in de uitnodiging:

68.3. Bijkomende taksen

68.4. Procedure in geval van onvoldoende beperking van de conclusies

Indien de aanvrager de conclusies beperkt, doch niet voldoende om te voldoen aan het vereiste van eenheid van uitvinding, handelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zoals bepaald in artikel 34, derde lid, onder c).

68.5. Hoofduitvinding

In geval van twijfel welke uitvinding de hoofduitvinding is voor de toepassing van artikel 34, derde lid, onder c), wordt de als eerste in de conclusies genoemde uitvinding als de hoofduitvinding beschouwd.

Regel 69. Aanvang van en termijn voor de internationale voorlopige beoordeling

69.1. Aanvang van de internationale voorlopige beoordeling

69.2. Termijn voor de internationale voorlopige beoordeling

De termijn voor het opstellen van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is van een van de volgende tijdvakken degene die het laatst verstrijkt:

Regel 70. Internationaal Voorlopig Verslag inzake octrooieerbaarheid door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling (verslag van de internationale voorlopige beoordeling)

70.1. Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze Regel wordt onder „verslag” verstaan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling.

70.2. Grondslag van het verslag

70.3. Vermeldingen

Het verslag dient de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die het heeft opgesteld aan te geven door de naam van deze Instantie te vermelden, en de internationale aanvrage door het nummer van de internationale aanvrage, de naam van de aanvrager en de datum van de internationale indiening te vermelden.

70.4. Data

Het verslag dient te vermelden:

70.5. Classificatie

70.6. Verklaring ingevolge artikel 35, tweede lid

70.7. Aanhalingen ingevolge artikel 35, tweede lid

70.8. Toelichtingen ingevolge artikel 35, tweede lid

De Administratieve Instructies dienen richtlijnen te bevatten voor de gevallen waarin de toelichtingen bedoeld in artikel 35, tweede lid, wel of niet dienen te worden gegeven en de vorm van zulke toelichtingen. Deze richtlijnen dienen te zijn gebaseerd op de volgende beginselen:

70.9. Niet-schriftelijke openbaarmakingen

Niet-schriftelijke openbaarmakingen waarnaar in het verslag uit hoofde van Regel 64.2 wordt verwezen dienen te worden vermeld door het aangeven van de soort, de datum waarop de schriftelijke uiteenzetting, verwijzend naar de niet-schriftelijke openbaarmaking, ter beschikking van het publiek is gesteld en de datum waarop de niet-schriftelijke openbaarmaking in het publiek geschiedde.

70.10. Bepaalde openbaar gemaakte literatuurplaatsen

Een openbaar gemaakte aanvrage of een octrooi waarnaar in het verslag uit hoofde van Regel 64.3 wordt verwezen, dient als zodanig te worden vermeld en vergezeld te gaan van een vermelding van haar datum van publikatie, van haar indieningsdatum en de mogelijke ingeroepen datum van voorrang. Ten aanzien van de datum van voorrang van zulk een document kan het verslag aangeven dat deze datum, naar het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, niet rechtsgeldig is ingeroepen.

70.11. Vermelding van wijzigingen

Indien wijzigingen zijn aangebracht ten overstaan van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, dient dit feit in het verslag te worden vermeld. Wanneer een wijziging heeft geleid tot het vervallen van een geheel blad, dient ook dit feit nader te worden aangegeven.

70.12. Vermelding van bepaalde gebreken en andere zaken

Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van oordeel is dat op het tijdstip waarop zij het verslag opstelt:

70.13. Opmerkingen betreffende de eenheid van uitvinding

Indien de aanvrager bijkomende taksen voor de internationale voorlopige beoordeling heeft betaald of indien de internationale aanvrage of de internationale voorlopige beoordeling ingevolge artikel 34, derde lid, is beperkt, dient het verslag dit aan te geven. Bovendien dient het verslag, wanneer de internationale voorlopige beoordeling ten aanzien van beperkte conclusies (artikel 34, derde lid, a) of alleen ten aanzien van de hoofduitvinding (artikel 34, derde lid, c) is verricht, aan te geven welke delen van de internationale aanvrage wel en welke delen niet het voorwerp van de internationale voorlopige beoordeling zijn geweest. Het verslag dient de in Regel 68.1 bedoelde vermeldingen te bevatten wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling heeft verkozen de aanvrager niet uit te nodigen de conclusies te beperken of bijkomende taksen te betalen.

70.14. Bevoegde functionaris

Het verslag dient de naam te vermelden van de voor het verslag verantwoordelijke functionaris van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

70.15. Vorm, titel

70.16. Bijlagen bij het verslag

70.17. Talen van het verslag en de bijlagen

Het verslag en iedere bijlage dienen te zijn gesteld in de taal waarin de internationale aanvrage waarop zij betrekking hebben, wordt gepubliceerd of, indien de internationale voorlopige beoordeling overeenkomstig Regel 55.2 wordt verricht op basis van een vertaling van de internationale aanvrage, in de taal van die vertaling.

Regel 71. Toezending van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling

71.1. Ontvangers

De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zendt op dezelfde dag een exemplaar van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en van de mogelijke bijlagen daarbij toe aan het Internationale Bureau en een exemplaar aan de aanvrager.

71.2. Afschriften van aangehaalde literatuurplaatsen

Regel 72. Vertaling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

72.1. Talen

72.2. Afschrift van de vertaling voor de aanvrager

Het Internationale Bureau zendt een afschrift van de in Regel 72.1 a bedoelde vertaling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling toe aan de aanvrager op het tijdstip waarop het die vertaling doet toekomen aan het betrokken gekozen bureau of de betrokken gekozen bureaus.

72.2bis. Vertaling van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgesteld ingevolge Regel 43bis. 1

In het geval bedoeld in Regel 73.2 b. ii. wordt het door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek ingevolge Regel 43bis. 1 opgestelde schriftelijke oordeel op verzoek van het betrokken gekozen bureau door of onder de verantwoordelijkheid van het Internationaal Bureau vertaald in het Engels. Het Internationaal Bureau doet binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om een vertaling een afschrift van de vertaling aan het betrokken gekozen bureau toekomen en doet tegelijkertijd een afschrift toekomen aan de aanvrager.

72.3. Commentaar op de vertaling

De aanvrager kan schriftelijk commentaar leveren op de juistheid van de vertaling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling of van het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijk oordeel en zendt een afschrift van het commentaar aan elk van de betrokken gekozen bureaus en aan het Internationaal Bureau.

Regel 73. Toezending van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling of van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

73.1. Het maken van afschriften

Het Internationale Bureau maakt de afschriften van de ingevolge artikel 36, derde lid, onder a), toe te zenden documenten.

73.2. Toezending aan de gekozen bureaus

Regel 74. Vertaling van bijlagen bij het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en toezending daarvan

74.1. Inhoud van de vertaling en termijn voor toezending daarvan

Regel 75. Intrekking van het verzoek of van keuzen

Vervallen

Regel 76. Vertaling van het voorrangsbewijs

76.1. Kennisgeving

Vervallen.

76.2. Vervallen.

76.3. Vervallen.

76.4. Termijn voor vertaling van het voorrangsbewijs

Van de aanvrager wordt niet verlangd dat hij een gekozen bureau een vertaling van het voorrangsbewijs verstrekt vóór het verstrijken van de ingevolge artikel 39 van toepassing zijnde termijn.

76.5. Toepassing van bepaalde regels op procedures bij gekozen bureaus

De Regels 13ter 3, 22.1 g, 47.1, 49, 49bis en 51bis zijn van toepassing, met dien verstande dat:

Regel 77. Bevoegdheid ingevolge artikel 39, eerste lid, onder b)

77.1. Uitoefening van bevoegdheid

Regel 78. Wijziging van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen voor gekozen bureaus

78.1. Termijn

78.2. Vervallen.

78.3. Gebruiksmodellen

De bepalingen van de Regels 6.5 en 13.5 zijn van overeenkomstige toepassing voor gekozen bureaus. Indien de keuze werd verricht voor het verstrijken van de 19de maand te rekenen van de datum van voorrang, wordt de verwijzing naar de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn vervangen door een verwijzing naar de ingevolge artikel 39 van toepassing zijnde termijn.

DEEL D. Regels betreffende hoofdstuk III van het Verdrag

Regel 79. Tijdrekening

79.1. De weergave van data

Aanvragers, nationale bureaus, ontvangende bureaus, Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en het Internationale Bureau geven voor de toepassing van het Verdrag en het Reglement data weer in de Christelijke jaartelling en de Gregoriaanse tijdrekening of, indien zij andere jaartellingen en tijdrekeningen gebruiken, dienen zij deze ook aan te geven in de Christelijke jaartelling en de Gregoriaanse tijdrekening.

Regel 80. Berekening van termijnen

80.1. In jaren aangegeven tijdvakken

Wanneer een tijdvak is aangegeven ais een jaar of een bepaald aantal jaren, begint de berekening op de dag volgend op de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis plaats heeft gevonden en verstrijkt het tijdvak in het desbetreffend daarop volgende jaar in de maand met dezelfde naam en op de dag met hetzelfde rangnummer als de maand en de dag waarop de genoemde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat indien de desbetreffende daarop volgende maand geen dag met hetzelfde rangnummer heeft, het tijdvak verstrijkt op de laatste dag van die maand.

80.2. In maanden aangegeven tijdvakken

Wanneer een tijdvak is aangegeven als een maand of een bepaald aantal maanden, begint de berekening op de dag volgend op de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden en verstrijkt het tijdvak in de desbetreffende daarop volgende maand op de dag die hetzelfde rangnummer heeft als de dag waarop genoemde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat indien de desbetreffende daarop volgende maand geen dag met hetzelfde rangnummer heeft, het tijdvak verstrijkt op de laatste dag van die maand.

80.3. In dagen aangegeven tijdvakken

Wanneer een tijdvak is aangegeven in een bepaald aantal dagen begint de berekening op de dag volgend op de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden en verstrijkt het tijdvak op de dag waarop de laatste dag van de telling is bereikt.

80.4. Plaatselijke data

80.5. Verstrijken op een dag die geen werkdag is of op een officiële feestdag

Indien het tijdvak waarbinnen een document of een taks een nationaal bureau of een intergouvernementele organisatie moet bereiken verstrijkt op een dag

verstrijkt het tijdvak op de eerstvolgende dag waarop geen van de vier genoemde omstandigheden zich meer voordoet.

80.6. Datum van documenten

Wanneer een tijdvak begint op de datum van de dagtekening van een document of brief, afkomstig van een nationaal bureau of een intergouvernementele organisatie, wordt een betrokken partij in staat gesteld te bewijzen, dat genoemd document of genoemde brief op een latere dan de daarop vermelde datum per post is verzonden, in welk geval de datum van de werkelijke verzending per post, voor de berekening van het tijdvak, wordt beschouwd als de datum waarop het tijdvak begint. Ongeacht de datum waarop zulk een document of brief per post werd verzonden, beschouwt het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie, indien de aanvrager het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie het voor het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie overtuigende bewijs levert dat het document of de brief meer dan 7 dagen na de daarop vermelde datum werd ontvangen, het tijdvak dat begint op de datum van het document of de brief, te zijn verlengd met het aantal dagen dat het document of de brief later werd ontvangen dan zeven dagen na de daarop vermelde datum.

80.7. Einde van de werkdag

Regel 81. Wijziging van in het Verdrag vastgestelde termijnen

81.1. Voorstel

81.2. Besluit door de Algemene Vergadering

81.3. Schriftelijke stemming

Regel 82. Storingen in het postverkeer

82.1. Vertraging of verlies van in bestelling zijnde post

82.2. Onderbreking in het postverkeer

Regel 82bis. Het niet-aanrekenen door de aangewezen of gekozen Staat van vertraging bij het nakomen van bepaalde termijnen

82bis. 1. Betekenis van „termijn” in artikel 48, tweede lid

De verwijzing naar „een termijn” in artikel 48, tweede lid, wordt uitgelegd als omvattend een verwijzing:

82bis.2. Herstel van rechten en andere bepalingen waarop artikel 48, tweede lid, van toepassing is

De bepalingen van de nationale wetgeving waarnaar wordt verwezen in artikel 48, tweede lid, betreffende het niet-aanrekenen, door de aangewezen of gekozen Staat, van enige vertraging bij het nakomen van een termijn, zijn die bepalingen die voorzien in herstel van rechten, teruggave, „restitutio in integrum” of verdere behandeling ondanks het niet voldoen aan een termijn, en elke andere bepaling die voorziet in de verlenging van de termijnen of het niet-aanrekenen van vertragingen bij het nakomen van termijnen.

Regel 82ter. Verbetering van fouten gemaakt door het ontvangende bureau of door het Internationaal Bureau

82ter.1. Fouten betreffende de datum van de internationale indiening en het beroep op een recht van voorrang

Indien de aanvrager ten genoegen van een aangewezen of gekozen bureau aantoont dat de datum van de internationale indiening onjuist is vanwege een fout gemaakt door het ontvangende bureau of dat het beroep op een recht van voorrang door het ontvangende bureau of het Internationaal Bureau abusievelijk als niet gedaan wordt beschouwd, en indien de fout van dien aard is dat indien gemaakt door het aangewezen of gekozen bureau zelf, dat bureau deze fout ingevolge de nationale wetgeving of de nationale praktijk zou verbeteren, dient genoemd bureau de fout te verbeteren en de internationale aanvrage te behandelen alsof daaraan de verbeterde datum van de internationale indiening was gegeven, of alsof het beroep op een recht van voorrang niet was beschouwd als niet gedaan.

Regel 83. Recht op te treden voor internationale instanties

83.1. Bewijs van het recht

Het Internationale Bureau, de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en de bevoegde Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kunnen overlegging verlangen van het bewijs van het recht op te treden als bedoeld in artikel 49.

83.1bis. Wanneer het Internationale Bureau het ontvangende bureau is

83.2. Mededeling

DEEL E. Regels betreffende hoofdstuk V van het Verdrag

Regel 84. Kosten van delegaties

84.1. Door Regeringen gedragen kosten

De kosten van elke delegatie die aan de werkzaamheden van een bij of ingevolge het Verdrag ingesteld orgaan deelneemt, worden gedragen door de Regering die haar heeft aangewezen.

Regel 85. Ontbreken van het quorum in de Algemene Vergadering

85.1. Schriftelijke stemming

In het geval bepaald in artikel 53, vijfde lid, onder b), brengt het Internationale Bureau de besluiten van de Algemene Vergadering (anders dan die welke de procedure van de Algemene Vergadering zelf betreffen) ter kennis van de Verdragsluitende Staten die niet vertegenwoordigd waren en verzoekt hun binnen een termijn van 3 maanden te rekenen van de datum van de kennisgeving schriftelijk hun stem uit te brengen of hun onthouding kenbaar te maken. Indien na afloop van deze termijn het aantal Verdragsluitende Staten die aldus hun stem hebben uitgebracht of hun onthouding hebben kenbaar gemaakt, het aantal Verdragsluitende Staten bereikt dat aan het quorum der vergadering ontbrak, zullen deze besluiten rechtens uitvoerbaar worden, mits tezelfdertijd de vereiste meerderheid verkregen blijft.

Regel 86. Het mededelingenblad

86.1. Inhoud en vorm

86.2. Talen; toegang tot het mededelingenblad

86.3. Tijdstippen van verschijning

De tijdstippen van verschijning van het mededelingenblad worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.

86.4. Verkoop

De abonnementsprijs en andere verkoopprijzen van het mededelingenblad worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.

86.5. Titel

De titel van het mededelingenblad wordt vastgesteld door de Directeur-Generaal.

86.6. Nadere bijzonderheden

Nadere bijzonderheden betreffende het mededelingenblad kunnen worden bepaald in de Administratieve Instructies.

Regel 87. Exemplaren van publikaties

87.1. Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en Voorlopige Beoordeling

Elke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of Voorlopige Beoordeling heeft het recht, gratis twee exemplaren te ontvangen van elke gepubliceerde internationale aanvrage, van het mededelingenblad en van iedere andere publikatie van algemeen belang uitgegeven door het Internationale Bureau in verband met het Verdrag of dit Reglement.

87.2. Nationale bureaus

Regel 88. Wijziging van het Reglement

88.1. Eenparigheid van stemmen vereist

Voor de wijziging van de volgende bepalingen van dit Reglement is vereist dat geen Staat die het recht heeft in de Algemene Vergadering zijn stem uit te brengen, tegen de voorgestelde wijziging stemt:

88.2. Vervallen.

88.3. Vereiste van geen verzet van bepaalde Staten

Voor de wijziging van de volgende bepalingen van dit Reglement is vereist dat geen in artikel 58, derde lid, onder a), sub (iii) bedoelde Staat die het recht heeft in de Algemene Vergadering zijn stem uit te brengen, tegen de voorgestelde wijziging stemt:

88.4. Procedure

Voorstellen tot wijziging van een bepaling genoemd in de Regels 88.1 of 88.3 dienen, indien in de Algemene Vergadering over het voorstel moet worden beslist, aan alle Verdragsluitende Staten ten minste 2 maanden voor de opening van die zitting van de Algemene Vergadering die een beslissing ten aanzien van het voorstel dient te nemen, te worden toegezonden.

Regel 89. Administratieve Instructies

89.1. Draagwijdte

89.2. Bron

89.3. Publikatie en inwerkingtreding

DEEL F. Regels betreffende verscheidene hoofdstukken van het Verdrag

Regel 89bis. Indiening, behandeling en toezending van internationale aanvragen en andere documenten in elektronische vorm of met elektronische middelen

89bis 1. Internationale aanvragen

89bis 2. Andere documenten

Regel 89bis 1 is van overeenkomstige toepassing op andere documenten en correspondentie inzake internationale aanvragen.

89bis 3. Toezending tussen bureaus

Wanneer het Verdrag, dit Reglement of de Administratieve Instructies bepalen dat internationale aanvragen, kennisgevingen, mededelingen, correspondentie of andere documenten door een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie aan een ander bureau of andere organisatie moeten worden toegezonden, kan die toezending, wanneer zowel de afzender als de ontvanger daarmee instemmen, in elektronische vorm of met elektronische middelen plaatsvinden.

Regel 89ter. Afschriften in elektronische vorm van op papier ingediende documenten

89ter 1. Afschriften in elektronische vorm van op papier ingediende documenten

Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie kan bepalen dat, wanneer een internationale aanvrage of ander document inzake een internationale aanvrage op papier is ingediend, een afschrift daarvan in elektronische vorm overeenkomstig de Administratieve Instructies door de aanvrager kan worden verstrekt.

Regel 90. Gemachtigden en gemeenschappelijke vertegenwoordigers

90.1. Benoeming tot gemachtigde

90.2. Gemeenschappelijke vertegenwoordiger

90.3. Rechtsgevolgen van handelingen verricht door of met betrekking tot gemachtigden en gemeenschappelijke vertegenwoordigers

90.4. Wijze van benoeming van een gemachtigde of gemeenschappelijke vertegenwoordiger

90.5. Algemene volmacht

90.6. Herroeping en bedanking

Regel 90bis. Intrekkingen

90bis.1. Intrekking van de internationale aanvraag

90bis.2. Intrekking van aanwijzingen

90bis.3. Intrekking van een beroep op een recht van voorrang

90bis.4. Intrekking van het verzoek om een internationale voorlopige beoordeling of van keuzen

90bis.5. Ondertekening

90bis.6. Gevolg van een intrekking

90bis.7. Bevoegdheid ingevolge artikel 37, vierde lid, b

Regel 91. Kennelijke fouten in documenten

91.1. Verbeteringen

Regel 92. Briefwisseling

92.1. Brief en ondertekening vereist

92.2. Talen

92.3. Verzending per post door nationale bureaus en intergouvernementele organisaties

Documenten of brieven die afkomstig zijn van of zijn doorgezonden door een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie en een gebeurtenis vormen op de datum waarvan een termijn ingevolge dit Verdrag of Reglement begint te lopen, dienen per luchtpost te worden verzonden, met dien verstande dat de gewone post kan worden gebruikt in plaats van luchtpost in de gevallen waarin de gewone post gewoonlijk op haar bestemming aankomt binnen twee dagen na de verzending of wanneer er geen luchtpost beschikbaar is.

92.4. Gebruik van telegraaf, telex, fax, enz.

Regel 92bis. Registratie van wijzigingen in bepaalde vermeldingen in het verzoek of het verzoekschrift

92bis.1. Registratie van wijzigingen door het Internationaal Bureau

Regel 93. Het bewaren van documenten en dossiers

93.1. Het ontvangende bureau

Elk ontvangend bureau bewaart de documenten betreffende elke internationale aanvrage of beweerde internationale aanvrage, met inbegrip van het archief exemplaar, ten minste 10 jaar te rekenen van de datum van internationale indiening of, wanneer er geen datum van internationale indiening is toegekend, te rekenen van de datum van ontvangst.

93.2. Het Internationale Bureau

93.3. De Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en Voorlopige Beoordeling

Elke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling dient het dossier van elke internationale aanvrage die zij ontvangt, ten minste 10 jaar te rekenen van de datum van internationale indiening te bewaren.

93.4. Reproducties

Voor de toepassing van deze Regel kunnen documenten, afschriften en dossiers worden bewaard als fotografische, elektronische of andere reproducties, op voorwaarde dat de reproducties zodanig zijn dat wordt voldaan aan de verplichtingen inzake het bewaren van documenten, afschriften en dossiers ingevolge Regel 93.1 tot en met 93.3.

Regel 93bis. Wijze van toezending van documenten

93bis.1. Toezending op verzoek; toezending via digitale bibliotheek

Regel 94. Toegang tot dossiers

94.1. Toegang tot het door het Internationaal Bureau gehouden dossier

94.2. Toegang tot het door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling gehouden dossier

Op verzoek van de aanvrager of van een door de aanvrager gemachtigde persoon of, zodra het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is opgesteld, een gekozen bureau, verstrekt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, tegen vergoeding van de daaraan verbonden kosten, afschriften van elk document dat in haar dossier aanwezig is.

94.3. Toegang tot het door het gekozen bureau gehouden dossier

Indien de nationale wetgeving die van toepassing is op een gekozen bureau toegang voor derden tot het dossier van een nationale aanvrage toestaat, kan dat bureau toegang verlenen tot documenten inzake de internationale aanvrage, met inbegrip van documenten inzake de internationale voorlopige beoordeling, die in zijn dossier aanwezig zijn, tot in dezelfde mate als die waarin de nationale wetgeving voor toegang tot het dossier van een nationale aanvrage voorziet, maar niet vóór de internationale publicatie van de internationale aanvrage. Het verstrekken van afschriften van documenten kan worden onderworpen aan vergoeding van de daaraan verbonden kosten.

Regel 95. Beschikbaarheid van vertalingen

95.1. Verstrekken van afschriften van vertalingen

Regel 96. De taksenschaal

96.1. Taksenschaal als bijlage bij het Reglement

De bedragen van de in de Regels 15 en 57 bedoelde taksen worden uitgedrukt in Zwitserse valuta. Zij worden vastgesteld in de Taksenschaal, die als bijlage bij dit Reglement is gevoegd en daarvan een wezenlijk bestanddeel vormt.

Taksenschaal
Taksen Taksen Taksen Bedragen Bedragen
1. Internationale indieningstaks: (Regel 15.2) Internationale indieningstaks: (Regel 15.2) 1.400 Zwitserse frank vermeerderd met 15 Zwitserse frank voor elk blad van de internationale aanvrage boven de 30 bladen
2. Behandelingstaks: (Regel 57.2) Behandelingstaks: (Regel 57.2) 200 Zwitserse frank
Verminderingen Verminderingen Verminderingen
3. De internationale indieningstaks wordt met het onderstaande bedrag verminderd, indien de internationale aanvrage in overeenstemming met en in de mate die is voorzien in de Administratieve Instructies, wordt ingediend: De internationale indieningstaks wordt met het onderstaande bedrag verminderd, indien de internationale aanvrage in overeenstemming met en in de mate die is voorzien in de Administratieve Instructies, wordt ingediend: De internationale indieningstaks wordt met het onderstaande bedrag verminderd, indien de internationale aanvrage in overeenstemming met en in de mate die is voorzien in de Administratieve Instructies, wordt ingediend: De internationale indieningstaks wordt met het onderstaande bedrag verminderd, indien de internationale aanvrage in overeenstemming met en in de mate die is voorzien in de Administratieve Instructies, wordt ingediend:
a. op papier, tezamen met een kopie daarvan in elektronische vorm: 100 Zwitserse frank
b. in elektronische vorm, indien de tekst van de beschrijving, conclusies en het uittreksel niet in tekencodeformaat is opgesteld: 200 Zwitserse frank
c. in elektronische vorm, indien de tekst van de beschrijving, conclusies en het uittreksel in tekencodeformaat is opgesteld: 300 Zwitserse frank

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Treaty.

DONE at Washington, on June 19, 1970.