Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
De Verdragsluitende Staten,
Geleid door de wens bij te dragen aan de vooruitgang van de wetenschap en de technologische kennis,
Geleid door de wens de wettelijke bescherming van uitvindingen te vervolmaken,
Geleid door de wens het verkrijgen van bescherming voor uitvindingen, wanneer deze bescherming wordt aangevraagd in meer dan één land, te vereenvoudigen en goedkoper te maken,
Geleid door de wens het publiek gemakkelijker en sneller toegang te verschaffen tot de technische gegevens, vervat in documenten die nieuwe uitvindingen beschrijven,
Geleid door de wens de economische ontwikkeling van ontwikkelingslanden te bevorderen en te bespoedigen door het nemen van maatregelen die zijn gericht op de verhoging van de doeltreffendheid van hun ter bescherming van uitvindingen uitgevaardigde nationale zowel als regionale wettelijke stelsels, door gemakkelijk toegankelijke gegevens te verstrekken over de beschikbaarheid van technologische oplossingen die kunnen worden toegepast op hun bijzondere behoeften en door de toegang tot de voortdurend in omvang toenemende moderne technologische kennis te vergemakkelijken,
De overtuiging toegedaan, dat samenwerking tussen de naties het bereiken van deze doeleinden ten zeerste zal vergemakkelijken,
Hebben het onderhavige Verdrag gesloten.
Inleidende bepalingen
Artikel 1. Oprichting van een Unie
(1). De Staten die partij zijn bij dit Verdrag (hierna te noemen „de Verdragsluitende Staten”) vormen een Unie voor samenwerking bij de indiening, het nieuwheidsonderzoek en de beoordeling van aanvragen voor de bescherming van uitvindingen en voor het verlenen van bijzondere technische diensten. De Unie zal bekend staan onder de naam Internationale Unie voor samenwerking inzake octrooien.
(2). Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag worden uitgelegd als een beperking van de rechten voorzien in het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van enig onderdaan of inwoner van enig land dat partij is bij laatstgenoemd Verdrag.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag en het Reglement en tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald:
- (i). wordt onder „aanvrage” verstaan een aanvrage voor de bescherming van een uitvinding; verwijzingen naar een „aanvrage” gelden als verwijzingen naar aanvragen voor octrooien van uitvinding, uitvinderscertificaten, gebruikscertificaten, gebruiksmodellen, aanvullingsoctrooien of aanvullingscertificaten, aanvullingen bij uitvinderscertificaten en aanvullingen bij gebruikscertificaten;
- (ii). gelden verwijzingen naar een „octrooi” als verwijzingen naar octrooien van uitvinding, uitvinderscertificaten, gebruikscertificaten, gebruiksmodellen, aanvullingsoctrooien of aanvullingscertificaten, aanvullingen bij uitvinderscertificaten en aanvullingen bij gebruikscertificaten;
- (iii). wordt onder „nationaal octrooi” verstaan een door een nationale instantie verleend octrooi;
- (iv). wordt onder „regionaal octrooi” verstaan een octrooi verleend door een nationale of een intergouvernementele instantie die bevoegd is octrooien te verlenen die in meer dan in één Staat rechtskracht hebben;
- (v). wordt onder „regionale aanvrage” verstaan een aanvrage om een regionaal octrooi;
- (vi). gelden verwijzingen naar een „nationale aanvrage” als verwijzingen naar andere dan ingevolge dit Verdrag ingediende aanvragen om nationale octrooien en regionale octrooien;
- (vii). wordt onder „internationale aanvrage” verstaan een ingevolge dit Verdrag ingediende aanvrage;
- (viii). gelden verwijzingen naar een „aanvrage” als verwijzingen naar internationale aanvragen en nationale aanvragen;
- (ix). gelden verwijzingen naar een „octrooi” als verwijzingen naar nationale octrooien en regionale octrooien;
- (x). gelden verwijzingen naar de „nationale wetgeving” als verwijzingen naar de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat, of, indien het een regionale aanvrage of een regionaal octrooi betreft, als verwijzingen naar het verdrag dat voorziet in de indiening van regionale aanvragen of de verlening van regionale octrooien;
- (xi). wordt onder „datum van voorrang” voor de berekening van termijnen verstaan:
- a). indien de internationale aanvrage een beroep op een recht van voorrang ingevolge artikel 8 bevat, de dagtekening van het depot van de aanvrage waarop het beroep op recht van voorrang berust;
- b). indien de internationale aanvrage een beroep op meer dan één recht van voorrang ingevolge artikel 8 bevat, de dagtekening van het depot van de eerste aanvrage waarop het beroep op recht van voorrang berust;
- c). indien de internationale aanvrage geen beroep op een recht van voorrang ingevolge artikel 8 bevat, de dagtekening van het internationale depot van een zodanige aanvrage;
- (xii). wordt onder „nationaal bureau” verstaan de overheidsinstantie van een Verdragsluitende Staat die belast is met de verlening van octrooien; verwijzingen naar een „nationaal bureau” gelden tevens als verwijzingen naar enige intergouvernementele instantie die door meer dan één Staat is belast met de taak regionale octrooien te verlenen, mits ten minste één van deze Staten een Verdragsluitende Staat is en mits de genoemde Staten deze instantie hebben gemachtigd de verplichtingen op zich te nemen en de bevoegdheden uit te oefenen waarin dit Verdrag en het Reglement ten aanzien van nationale bureaus voorzien;
- (xiii). wordt onder „aangewezen bureau” verstaan het nationale bureau van of optredend voor de Staat, door de aanvrager ingevolge Hoofdstuk I van dit Verdrag aangewezen;
- (xiv). wordt onder „gekozen bureau” verstaan het nationale bureau van of optredend voor de Staat, door de aanvrager ingevolge Hoofdstuk II van dit Verdrag gekozen;
- (xv). wordt onder „ontvangend bureau” verstaan het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie waarbij de internationale aanvrage is ingediend;
- (xvi). wordt onder „Unie” verstaan de Internationale Unie voor samenwerking inzake octrooien;
- (xvii). wordt onder „Algemene Vergadering” verstaan de Algemene Vergadering van de Unie;
- (xviii). wordt onder „Organisatie” verstaan de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom;
- (xix). wordt onder „Internationaal Bureau” verstaan het Internationale Bureau van de Organisatie en, zolang deze blijven voortbestaan, de Verenigde Internationale Bureaus voor de Bescherming van de Intellectuele Eigendom (BIRPI);
- (xx). wordt onder „Directeur-Generaal” verstaan de Directeur-Generaal van de Organisatie en, zolang de BIRPI blijft voortbestaan, de Directeur van de BIRPI.
HOOFDSTUK I. Internationale aanvrage en internationaal nieuwheidsonderzoek
Artikel 3. De internationale aanvrage
(1). Aanvragen voor de bescherming van uitvindingen in de Verdragsluitende Staten kunnen worden ingediend als internationale aanvragen ingevolge dit Verdrag.
(2). Een internationale aanvrage dient, zoals aangegeven in dit Verdrag en het Reglement, een verzoekschrift, een beschrijving, één of meer conclusies, één of meer tekeningen (indien nodig) en een uittreksel te bevatten.
(3). Het uittreksel is alleen bedoeld als technische informatie en kan niet in aanmerking komen voor enig ander doel, in het bijzonder niet voor de uitlegging van de omvang van de gevraagde bescherming.
(4). De internationale aanvrage dient:
- (i). gesteld te zijn in een voorgeschreven taal;
- (ii). te voldoen aan de vormvoorschriften;
- (iii). te voldoen aan het voorgeschreven vereiste van eenheid van uitvinding;
- (iv). onderworpen te zijn aan de betaling van de voorgeschreven taksen.
Artikel 4. Het verzoekschrift
(1). Het verzoekschrift bevat:
- (i). een verzoek dat de internationale aanvrage overeenkomstig dit Verdrag wordt behandeld;
- (ii). de aanwijzing van de Verdragsluitende Staat of Staten waarin bescherming voor de uitvinding wordt verlangd op de grondslag van de internationale aanvrage („aangewezen Staten”); indien voor een aangewezen Staat een regionaal octrooi kan worden verkregen en de aanvrager liever een regionaal octrooi dan een nationaal octrooi wenst te verkrijgen, dient zulks in het verzoekschrift te worden vermeld; indien, ingevolge een verdrag betreffende een regionaal octrooi, de aanvrager zijn aanvrage niet kan beperken tot bepaalde Staten die partij zijn bij dat verdrag, worden de aanwijzing van één van deze Staten en de vermelding van de wens ter verkrijging van het regionale octrooi behandeld als een aanwijzing van alle Staten die partij zijn bij dat verdrag; indien, ingevolge de nationale wetgeving van de aangewezen Staat, de aanwijzing van die Staat als een aanvrage om een regionaal octrooi geldt, wordt de aanwijzing van genoemde Staat behandeld als een vermelding van de wens ter verkrijging van het regionale octrooi;
- (iii). de naam van en andere voorgeschreven gegevens betreffende de aanvrager en de mogelijke gemachtigde;
- (iv). de titel van de uitvinding;
- (v). de naam van en andere voorgeschreven gegevens betreffende de uitvinder, indien de nationale wetgeving van ten minste één van de aangewezen Staten vereist dat deze gegevens worden verstrekt op het tijdstip van indiening van een nationale aanvrage. In andere gevallen kunnen de genoemde gegevens worden verstrekt hetzij in het verzoekschrift, hetzij in afzonderlijke kennisgevingen gericht tot elk aangewezen bureau welks nationale wetgeving het verstrekken van de genoemde gegevens vereist, doch toestaat dat zij worden verstrekt op een later tijdstip dan dat van de indiening van een nationale aanvrage.
(2). Iedere aanwijzing is onderworpen aan de betaling van de voorgeschreven taks binnen de voorgeschreven termijn.
(3). Tenzij de aanvrager om een van de andere soorten van bescherming als genoemd in artikel 43 verzoekt, betekent de aanwijzing dat de verlangde bescherming bestaat uit de verlening van een octrooi door of voor de aangewezen Staat. Voor de toepassing van dit lid is artikel 2, (ii) niet van toepassing.
(4). Het niet vermelden in het verzoekschrift van de naam van en de andere voorgeschreven gegevens betreffende de uitvinder heeft geen gevolgen in een aangewezen Staat welks nationale wetgeving het verstrekken van zodanige gegevens vereist, doch toestaat dat zij worden verstrekt op een later tijdstip dan dat van de indiening van een nationale aanvrage. Het niet verstrekken van de genoemde gegevens in een afzonderlijke kennisgeving heeft geen gevolgen in een aangewezen Staat welks nationale wetgeving het verstrekken van de genoemde gegevens niet vereist.
Artikel 5. De beschrijving
De beschrijving dient de uitvinding voldoende duidelijk en volledig weer te geven om door een deskundige te kunnen worden toegepast.
Artikel 6. De conclusies
De conclusie of conclusies omschrijven datgene waarvoor bescherming wordt gevraagd. De conclusies dienen duidelijk en beknopt te zijn. Zij dienen volledig steun te vinden in de beschrijving.
Artikel 7. De tekeningen
(1). Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, onder (ii), zijn tekeningen vereist indien zij nodig zijn voor het begrijpen van de uitvinding.
(2). Indien, zonder dat zulks nodig is voor het begrijpen van de uitvinding, de aard van de uitvinding door tekeningen kan worden toegelicht:
- (i). kan de aanvrager zodanige tekeningen bij de indiening in de internationale aanvrage opnemen,
- (ii). kan een aangewezen bureau verlangen dat de aanvrager binnen de voorgeschreven termijn zodanige tekeningen bij hem indient.
Artikel 8. Beroep op een recht van voorrang
(1). De internationale aanvrage kan een verklaring bevatten, zoals voorgeschreven in het Reglement, waarin een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan op grond van één of meer aanvragen, die eerder zijn ingediend in of voor een land dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.
- a). Onverminderd het bepaalde onder b) zijn de vereisten voor en de rechtsgevolgen van een ingevolge het eerste lid gedaan beroep op een recht van voorrang die, welke zijn voorzien in artikel 4 van de Akte van Stockholm van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.
- b). De internationale aanvrage waarvoor een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang op grond van een of meer aanvragen, die eerder in of voor een Verdragsluitende Staat zijn ingediend, kan de aanwijzing van die Staat bevatten. Indien in de internationale aanvrage een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang op grond van een of meer nationale aanvragen, ingediend in of voor een aangewezen Staat of indien een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang van een internationale aanvrage waarin slechts één Staat is aangewezen, worden de vereisten voor en de rechtsgevolgen van het beroep op het recht van voorrang in die Staat geregeld door de nationale wetgeving van die Staat.
Artikel 9. De aanvrager
(1). Elke inwoner of onderdaan van een Verdragsluitende Staat kan een internationale aanvrage indienen.
(2). De Algemene Vergadering kan besluiten de inwoners en onderdanen van een land, dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, maar dat geen Partij is bij het onderhavige Verdrag, toe te staan internationale aanvragen in te dienen.
(3). De begrippen woonplaats en nationaliteit en de toepassing van deze begrippen ingeval er meer dan één aanvrager is of ingeval de aanvragers niet dezelfde zijn voor alle aangewezen Staten, worden omschreven in het Reglement.
Artikel 10. Het ontvangende bureau
De internationale aanvrage wordt ingediend bij het voorgeschreven ontvangende bureau, dat de aanvrage zal controleren en verder behandelen zoals bepaald in dit Verdrag en in het Reglement.
Artikel 11. Dagtekening van depot en rechtsgevolgen van de internationale aanvrage
(1). Het ontvangende bureau kent als dagtekening van het internationale depot de datum van ontvangst van de internationale aanvrage toe, mits dat bureau heeft vastgesteld, dat op het tijdstip van ontvangst:
- (i). de aanvrager niet wegens zijn woonplaats of nationaliteit klaarblijkelijk onbevoegd is een internationale aanvrage bij het ontvangende bureau in te dienen;
- (ii). de internationale aanvrage in de voorgeschreven taal is gesteld;
- (iii). de internationale aanvrage ten minste de volgende elementen bevat:
- a). een aanduiding dat zij als een internationale aanvrage is bedoeld;
- b). de aanwijzing van ten minste één Verdragsluitende Staat;
- c). de naam van de aanvrager, zoals voorgeschreven;
- d). een deel dat op het eerste gezicht een beschrijving lijkt te zijn;
- e). een deel dat op het eerste gezicht een conclusie of de conclusies lijkt te zijn.
- a). Indien het ontvangende bureau vaststelt dat de internationale aanvrage op het tijdstip van ontvangst niet voldeed aan de vereisten opgesomd in het eerste lid, verzoekt het de aanvrager, zoals bepaald in het Reglement, de vereiste verbetering(en) in te dienen.
- b). Indien de aanvrager aan het verzoek voldoet, zoals bepaald in het Reglement, kent het ontvangende bureau als dagtekening van het internationale depot de datum van ontvangst van de vereiste verbetering toe.
(3). Onverminderd artikel 64, vierde lid, zijn aan internationale aanvragen die voldoen aan de vereisten, opgesomd in het eerste lid, onder (i) tot en met (iii) en waaraan een dagtekening van het internationale depot is toegekend de rechtsgevolgen verbonden van een regelmatige nationale aanvrage in elke aangewezen Staat met ingang van de dagtekening van het internationale depot die als de werkelijke dagtekening van het depot in elke aangewezen Staat geldt.
(4). Een internationale aanvrage die voldoet aan de vereisten, opgesomd in het eerste lid onder (i) tot en met (iii), is gelijkwaardig aan een regelmatig nationaal depot in de zin van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.
Artikel 12. Toezending van de internationale aanvrage aan het Internationale Bureau en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
(1). Eén exemplaar van de internationale aanvrage wordt bewaard door het ontvangende bureau („archiefexemplaar”), één exemplaar („oorspronkelijk exemplaar”) wordt toegezonden aan het Internationale Bureau en een ander exemplaar („exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek”) wordt, zoals bepaald in het Reglement, toegezonden aan de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, bedoeld in artikel 16.
(2). Het oorspronkelijke exemplaar wordt beschouwd als het rechtsgeldige exemplaar van de internationale aanvrage.
(3). De internationale aanvrage wordt als ingetrokken beschouwd, indien het oorspronkelijke exemplaar niet binnen de voorgeschreven termijn door het Internationale Bureau is ontvangen.
Artikel 13. Beschikbaarheid van een afschrift van de internationale aanvrage voor de aangewezen bureaus
(1). Elk aangewezen bureau kan het Internationale Bureau verzoeken om toezending van een afschrift van de internationale aanvrage vooruitlopend op de mededeling, voorzien in artikel 20 en het Internationale Bureau zendt een zodanig afschrift zo spoedig mogelijk na het verstrijken van een jaar na de datum van voorrang toe aan het aangewezen bureau.
- a). De aanvrager kan te allen tijde een afschrift van zijn internationale aanvrage aan een aangewezen bureau toezenden.
- b). De aanvrager kan te allen tijde het Internationale Bureau verzoeken een afschrift van zijn internationale aanvrage toe te zenden aan een aangewezen bureau en het Internationale Bureau zendt een zodanig afschrift zo spoedig mogelijk toe aan het aangewezen bureau.
- c). Een nationaal bureau kan het Internationale Bureau mededelen dat het geen afschriften wenst te ontvangen zoals voorgeschreven onder b), in welk geval het bepaalde onder b) niet van toepassing is ten aanzien van dat bureau.
Artikel 14. Bepaalde gebreken in de internationale aanvrage
- a). Het ontvangende bureau onderzoekt of de internationale aanvrage één van de volgende gebreken bevat, d.w.z.:
- (i). zij is niet ondertekend zoals voorgeschreven in het Reglement;
- (ii). zij bevat niet de voorgeschreven gegevens betreffende de aanvrager;
- (iii). zij bevat geen titel;
- (iv). zij bevat geen uittreksel;
- (v). zij voldoet niet in de mate als voorzien in het Reglement aan de gestelde vormvoorschriften.
- b). Indien het ontvangende bureau één van de genoemde gebreken vaststelt, verzoekt het de aanvrager de internationale aanvrage binnen de voorgeschreven termijn te verbeteren, bij gebreke waarvan die aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd en het ontvangende bureau dit verklaart.
(2). Indien de internationale aanvrage verwijst naar tekeningen die in feite niet in die aanvrage zijn opgenomen, geeft het ontvangende bureau de aanvrager daarvan kennis en de aanvrager kan het bureau binnen de voorgeschreven termijn die tekeningen verstrekken en indien hij zulks doet is de dagtekening van het internationale depot de datum waarop de tekeningen door het ontvangende bureau worden ontvangen. In het andere geval wordt een verwijzing naar de genoemde tekeningen als ongedaan beschouwd.
- a). Indien het ontvangende bureau vaststelt dat de taksen voorgeschreven ingevolge artikel 3, vierde lid, onder (iv), niet binnen de voorgeschreven termijnen zijn betaald of geen taks voorgeschreven ingevolge artikel 4, tweede lid, is betaald met betrekking tot welke aangewezen Staat ook, wordt de internationale aanvrage als ingetrokken beschouwd en verklaart het ontvangende bureau dit.
- b). Indien het ontvangende bureau vaststelt, dat de ingevolge artikel 4, tweede lid, voorgeschreven taks met betrekking tot een of meer, maar niet alle, aangewezen Staten binnen de voorgeschreven termijn is betaald, wordt de aanwijzing van Staten waarvoor de taks niet binnen de voorgeschreven termijn is betaald, als ingetrokken beschouwd en verklaart het ontvangende bureau dit.
(4). Indien het ontvangende bureau, na de internationale aanvrage een dagtekening van internationaal depot te hebben toegekend, binnen de voorgeschreven termijn vaststelt, dat op dat tijdstip niet aan een van de eisen opgesomd in artikel 11, eerste lid, onder (i) tot en met (iii), was voldaan, wordt genoemde aanvrage als ingetrokken beschouwd en verklaart het ontvangende bureau dit.
Artikel 15. Het internationale nieuwheidsonderzoek
(1). Elke internationale aanvrage wordt aan een internationaal nieuwheidsonderzoek onderworpen.
(2). Het internationale nieuwheidsonderzoek heeft ten doel de van belang zijnde stand van de techniek na te gaan.
(3). Het internationale nieuwheidsonderzoek geschiedt op grond van de conclusies, met inachtneming van de beschrijving en de mogelijke tekeningen.
(4). De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bedoeld in artikel 16 tracht zoveel van de van belang zijnde stand van de techniek te vinden als haar mogelijkheden toelaten en raadpleegt in elk geval de in het Reglement aangegeven documentatie.
- a). Indien de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staat zulks toelaat, kan de aanvrager die een nationale aanvrage indient bij het nationale bureau van of optredend voor een zodanige Staat, met inachtneming van de bepalingen van deze wetgeving, verzoeken met betrekking tot een zodanige aanvrage een nieuwheidsonderzoek te verrichten dat gelijksoortig is met een internationaal nieuwheidsonderzoek („nieuwheidsonderzoek van internationaal type”).
- b). Indien de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staat zulks toelaat kan het nationale bureau van of optredend voor een zodanige Staat een bij hem ingediende nationale aanvrage aan een nieuwheidsonderzoek van internationaal type onderwerpen.
- c). Het nieuwheidsonderzoek van internationaal type wordt verricht door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, bedoeld in artikel 16, die bevoegd zou zijn voor een internationaal nieuwheidsonderzoek indien de nationale aanvrage een internationale aanvrage zou zijn en zou zijn ingediend bij het bureau bedoeld onder a) en b). Indien de nationale aanvrage is gesteld in een taal, waarin de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek zich niet in staat acht die aanvrage te behandelen, wordt het nieuwheidsonderzoek van internationaal type verricht op basis van een vertaling die door de aanvrager is opgesteld in een voor internationale aanvragen voorgeschreven taal die de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek op zich heeft genomen voor internationale aanvragen te aanvaarden. De nationale aanvrage en de eventueel vereiste vertaling worden ingediend in de voor internationale aanvragen voorgeschreven vorm.
Artikel 16. De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
(1). Het internationale nieuwheidsonderzoek wordt verricht door een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek die een nationaal bureau of een intergouvernementele organisatie kan zijn, zoals het Internationaal Octrooi Instituut, tot welks taken behoort het opstellen van verslagen omtrent nieuwheidsonderzoek in de literatuur naar de stand van de techniek met betrekking tot uitvindingen die het voorwerp van aanvragen zijn.
(2). Indien er, hangende de oprichting van één enkele Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, verscheidene instanties voor internationaal nieuwheidsonderzoek zijn, wijst elk ontvangend bureau, overeenkomstig de bepalingen van de van toepassing zijnde overeenkomst, bedoeld in het derde lid, onder b), de Instantie of Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek aan die bevoegd zijn tot het nieuwheidsonderzoek van bij een zodanig bureau ingediende internationale aanvragen.
- a). Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek worden aangewezen door de Algemene Vergadering. Nationale bureaus en intergouvernementele organisaties die voldoen aan de vereisten vermeld onder c) kunnen worden aangewezen tot Instantie voor internationaal nieuwheidsonderzoek.
- b). De aanwijzing is afhankelijk van de instemming van het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie dat (die) moet worden aangewezen en van de sluiting van een overeenkomst, onderworpen aan de goedkeuring van de Algemene Vergadering, tussen een zodanig bureau of een zodanige organisatie en het Internationale Bureau. De overeenkomst omschrijft de rechten en verplichtingen van de partijen, in het bijzonder de formele verbintenis van genoemd bureau of genoemde organisatie om alle gemeenschappelijke regels van het internationaal nieuwheidsonderzoek toe te passen en in acht te nemen.
- c). Het Reglement bepaalt de minimumvereisten, in het bijzonder ten aanzien van de personeelssterkte en het documentatiemateriaal, waaraan een bureau of organisatie moet voldoen voordat het of zij kan worden aangewezen en waaraan het of zij moet blijven voldoen zolang de aanwijzing van kracht blijft.
- d). De aanwijzing geldt voor een vaste termijn en kan met nieuwe termijnen worden verlengd.
- e). Voordat de Algemene Vergadering een besluit neemt over de aanwijzing van een nationaal bureau of een intergouvernementele organisatie, of over de verlenging van een zodanige aanwijzing, of voordat een zodanige aanwijzing laat vervallen, hoort de Algemene Vergadering het betrokken bureau of de betrokken organisatie en wint zij het advies in van de Commissie voor technische samenwerking genoemd in artikel 56, zodra deze Commissie in het leven is geroepen.
Artikel 17. Procedure voor de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
(1). De procedure voor de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek wordt geregeld door de bepalingen van dit Verdrag, het Reglement en de overeenkomst die het Internationale Bureau, met inachtneming van dit Verdrag en het Reglement, met de genoemde Instantie sluit.
- a). Indien de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van oordeel is verklaart genoemde Instantie dit en stelt zij de aanvrager en het Internationale Bureau ervan in kennis dat er geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek zal worden opgesteld.
- (i). dat de internationale aanvrage betrekking heeft op een onderwerp waarover de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek niet ingevolge het Reglement een nieuwheidsonderzoek behoeft te verrichten, of
- (ii). dat de beschrijving, de conclusies of de tekeningen niet voldoen aan de voorgeschreven vereisten en wel in die mate dat geen zinvol nieuwheidsonderzoek verricht zou kunnen worden,
- b). Indien een van de omstandigheden genoemd onder a) alleen in verband met bepaalde conclusies aanwezig wordt geacht, vermeldt het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dit met betrekking tot zodanige conclusies, terwijl voor de andere conclusies genoemd verslag wordt opgesteld zoals bepaald in artikel 18.
- a). Indien de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van oordeel is dat de internationale aanvrage niet voldoet aan het vereiste van eenheid van uitvinding zoals neergelegd in het Reglement, verzoekt zij de aanvrager extra taksen te betalen. De Instantie voor internationaal nieuwheidsonderzoek stelt het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek op voor die delen van de internationale aanvrage die betrekking hebben op de uitvinding die als eerste in de conclusies is genoemd („hoofduitvinding”) en, mits de vereiste extra taksen binnen de voorgeschreven termijn zijn betaald, voor die delen van de internationale aanvrage die betrekking hebben op uitvindingen waarvoor de genoemde taksen zijn betaald.
- b). De nationale wetgeving van een aangewezen Staat kan bepalen dat, indien het nationale bureau van die Staat het onder a) bedoelde verzoek van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek gerechtvaardigd acht en indien de aanvrager niet alle extra taksen heeft betaald, die delen van de internationale aanvrage waarvoor bijgevolg geen nieuwheidsonderzoek is verricht, voor zover het de gevolgen in die Staat betreft, als ingetrokken worden beschouwd, tenzij door de aanvrager aan het nationale bureau van die Staat een speciale taks wordt betaald.
Artikel 18. Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek
(1). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek wordt binnen de voorgeschreven termijn en in de voorgeschreven vorm opgesteld.
(2). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek wordt, zodra het is opgesteld, door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek toegezonden aan de aanvrager en aan het Internationale Bureau.
(3). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), wordt vertaald zoals bepaald in het Reglement. De vertalingen worden gemaakt door of onder verantwoordelijkheid van het Internationale Bureau.
Artikel 19. Wijziging van de conclusies die aan het Internationale Bureau zijn voorgelegd
(1). De aanvrager is, na ontvangst van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, bevoegd éénmaal de conclusies van de internationale aanvrage te wijzigen door binnen de voorgeschreven termijn bij het Internationale Bureau wijzigingen in te dienen. Tegelijkertijd kan hij een korte verklaring indienen, zoals bepaald in het Reglement, waarin de wijzigingen worden toegelicht en de gevolgen worden aangegeven die zodanige wijzigingen zouden kunnen hebben voor de beschrijving en de tekeningen.
(2). De wijzigingen mogen niet buiten het kader van de uiteenzetting in de internationale aanvrage, zoals zij is ingediend, vallen.
(3). Indien de nationale wetgeving van een aangewezen Staat wijzigingen toestaat die buiten het kader van de genoemde uiteenzetting vallen heeft het niet voldoen aan het tweede lid geen gevolgen in die Staat.
Artikel 20. Toezending aan aangewezen bureaus
- a). De internationale aanvrage, vergezeld van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek (met inbegrip van de aanduidingen bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder b) of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), wordt toegezonden aan elk aangewezen bureau, zoals bepaald in het Reglement, tenzij het aangewezen bureau geheel of gedeeltelijk afstand doet van het voldoen aan een zodanig vereiste.
- b). Eveneens wordt toegezonden de vertaling (zoals voorgeschreven) van het genoemde verslag of de genoemde verklaring.
(2). Indien de conclusies zijn gewijzigd ingevolge artikel 19, eerste lid, wordt toegezonden hetzij de volledige tekst zowel van de ingediende als van de gewijzigde conclusies, hetzij de volledige tekst van de conclusies zoals die is ingediend met vermelding van de wijzigingen, en voorts de eventuele verklaring bedoeld in artikel 19, eerste lid.
(3). Op verzoek van het aangewezen bureau of van de aanvrager zendt de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek genoemd bureau, onderscheidenlijk de aanvrager, afschriften toe van de literatuurplaatsen, aangehaald in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, zoals bepaald in het Reglement.
Artikel 21. Internationale publikatie
(1). Het Internationale Bureau publiceert de internationale aanvragen.
- a). Onverminderd de uitzonderingen bepaald onder b) en in artikel 64, derde lid, geschiedt de internationale publikatie van de internationale aanvrage onverwijld na het verstrijken van 18 maanden te rekenen van de datum van voorrang van die aanvrage.
- b). De aanvrager kan het Internationale Bureau verzoeken zijn internationale aanvrage op enig tijdstip voor het verstrijken van de termijn bedoeld onder a) te publiceren. Het Internationale Bureau handelt dienovereenkomstig, zoals bepaald in het Reglement.
(3). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a) wordt gepubliceerd zoals voorgeschreven in het Reglement.
(4). De taal en de vorm van de internationale publikatie en andere bijzonderheden worden geregeld in het Reglement.
(5). Er vindt geen internationale publikatie plaats, indien de internationale aanvrage is ingetrokken of als ingetrokken wordt beschouwd voordat de technische voorbereidingen voor publikatie zijn voltooid.
(6). Indien de internationale aanvrage uitdrukkingen of tekeningen bevat die naar het oordeel van het Internationale Bureau in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde of indien naar zijn oordeel de internationale aanvrage kleinerende opmerkingen bevat, zoals omschreven in het Reglement, kan het zodanige uitdrukkingen, tekeningen en opmerkingen uit haar publikaties weglaten, met vermelding van de plaats en het aantal woorden of tekeningen dat is weggelaten en kan het op verzoek afzonderlijke afschriften van de weggelaten passages verstrekken.
Artikel 22. Afschrift, vertaling en taks aan aangewezen bureaus
Uiterlijk tot het tijdstip waarop 30 maanden vanaf de datum van voorrang zijn verstreken, verstrekt de aanvrager elk aangewezen bureau een afschrift van de internationale aanvrage (tenzij de toezending voorzien in artikel 20 reeds heeft plaatsgevonden) en een vertaling daarvan (zoals voorgeschreven) en betaalt hij de (eventuele) nationale taks. Wanneer de nationale wetgeving van de aangewezen Staat de vermelding van de naam van en andere voorgeschreven gegevens betreffende de uitvinder vereist, maar toelaat dat deze gegevens worden verstrekt op een later tijdstip dan dat van de indiening van een nationale aanvrage, verstrekt de aanvrager, tenzij de gegevens in het verzoekschrift waren vervat, deze uiterlijk tot het tijdstip waarop 30 maanden vanaf de datum van voorrang zijn verstreken, aan het nationale bureau van of optredend voor die Staat.
Wanneer de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek een verklaring ingevolge artikel 17, tweede lid, onderdeel a, aflegt, dat er geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek zal worden opgesteld, is de termijn voor het verrichten van de handelingen bedoeld in het eerste lid van dit artikel gelijk aan die voorzien in het eerste lid.
In de nationale wetgevingen kunnen, voor het verrichten van de handelingen bedoeld in het eerste of het tweede lid, termijnen worden vastgesteld die later verstrijken dan de in deze leden bepaalde termijn.
Artikel 23. Uitstel van de nationale procedure
(1). Een aangewezen bureau behandelt of beoordeelt de internationale aanvrage niet vóór het verstrijken van de ingevolge artikel 22 geldende termijn.
(2). Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid kan een aangewezen bureau, op uitdrukkelijk verzoek van de aanvrager, de internationale aanvrage te allen tijde behandelen of beoordelen.
Artikel 24. Mogelijk te niet gaan van de rechtsgevolgen in aangewezen Staten
(1). Onverminderd - in het onder (ii) genoemde geval - de bepalingen van artikel 25, gaan de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage zoals bepaald in artikel 11, derde lid, in een aangewezen Staat te niet met dezelfde gevolgen als de intrekking van een nationale aanvrage in die Staat:
- (i). indien de aanvrager zijn internationale aanvrage of de aanwijzing van die Staat intrekt;
- (ii). indien de internationale aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd krachtens artikel 12, derde lid, 14, eerste lid, onder b), 14, derde lid, onder d) of 14, vierde lid, of indien de aanwijzing van die Staat als ingetrokken wordt beschouwd krachtens artikel 14, derde lid, onder b);
- (iii). indien de aanvrager nalaat binnen de geldende termijn de handelingen te verrichten bedoeld in artikel 22.
(2). Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan elk aangewezen bureau de rechtsgevolgen bepaald in artikel 11, derde lid, handhaven zelfs indien zodanige rechtsgevolgen niet behoeven te worden gehandhaafd krachtens artikel 25, tweede lid.
Artikel 25. Beoordeling door aangewezen bureaus
- a). Indien het ontvangende bureau heeft geweigerd een dagtekening van internationaal depot toe te kennen of heeft verklaard dat de internationale aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd, of indien het Internationale Bureau een gevolgtrekking ingevolge artikel 12, derde lid, heeft gemaakt, zendt het Internationale Bureau onverwijld, op verzoek van de aanvrager, afschriften van enig document dat zich in het dossier bevindt, aan een door de aanvrager genoemd aangewezen bureau.
- b). Indien het ontvangende bureau heeft verklaard, dat de aanwijzing van een bepaalde Staat als ingetrokken wordt beschouwd, zendt het Internationale Bureau onverwijld, op verzoek van de aanvrager, afschriften van enig document dat zich in het dossier bevindt, aan het nationale bureau van die Staat.
- c). Het verzoek op grond van het bepaalde onder a) of b) wordt voorgelegd binnen de voorgeschreven termijn.
- a). Onverminderd het bepaalde onder b), besluit elk aangewezen bureau, mits binnen de voorgeschreven termijn de (eventuele) nationale taks is betaald en de passende vertaling (zoals voorgeschreven) is verstrekt, of de weigering, verklaring of gevolgtrekking bedoeld in het eerste lid gerechtvaardigd was ingevolge de bepalingen van dit Verdrag en van het Reglement en, indien het tot de gevolgtrekking komt dat de weigering of verklaring voortvloeide uit een vergissing of een verzuim van het ontvangende bureau of dat de gevolgtrekking voortvloeide uit een vergissing of een verzuim van het Internationale Bureau, behandelt het de internationale aanvrage, voor zover het gevolgen in de Staat van het aangewezen bureau betreft, alsof een zodanige vergissing of een zodanig verzuim zich niet had voorgedaan.
- b). Indien het oorspronkelijke exemplaar het Internationale Bureau heeft bereikt na het verstrijken van de termijn, voorgeschreven ingevolge artikel 12, derde lid, wegens een vergissing of een verzuim van de aanvrager, is het bepaalde onder a) alleen van toepassing onder de omstandigheden bedoeld in artikel 48, tweede lid.
Artikel 26. Gelegenheid tot verbetering ten overstaan van de aangewezen bureaus
Een aangewezen bureau mag een internationale aanvrage niet afwijzen op de grond dat niet aan de vereisten van dit Verdrag en van het Reglement is voldaan zonder de aanvrager eerst in de gelegenheid te stellen genoemde aanvrage te verbeteren in de mate en overeenkomstig de procedure in de nationale wetgeving bepaald voor dezelfde of vergelijkbare omstandigheden ten aanzien van nationale aanvragen.
Artikel 27. Nationale vereisten
(1). Geen nationale wetgeving mag de eis stellen dat wordt voldaan aan vereisten betreffende de vorm of de inhoud van de internationale aanvrage die afwijken van of toegevoegd worden aan de vereisten die in dit Verdrag en in het Reglement zijn gesteld.
(2). De bepalingen van het eerste lid zijn niet van invloed op de toepassing van het bepaalde in artikel 7, tweede lid, en sluiten evenmin uit dat een nationale wetgeving, zodra de behandeling van de internationale aanvrage in het aangewezen bureau is begonnen, eist dat worden verstrekt:
- (i). indien de aanvrager een rechtspersoon is, de naam van een functionaris die bevoegd is die rechtspersoon te vertegenwoordigen,
- (ii). documenten die geen deel van de internationale aanvrage uitmaken, maar die het bewijs vormen van stellingen of verklaringen in die aanvrage gedaan, met inbegrip van de bevestiging van de internationale aanvrage door de handtekening van de aanvrager wanneer die aanvrage, zoals ingediend, was ondertekend door zijn vertegenwoordiger of gemachtigde.
(3). Indien ten opzichte van een aangewezen Staat de aanvrager overeenkomstig de nationale wetgeving van die Staat niet bevoegd is om een nationale aanvrage in te dienen omdat hij niet de uitvinder is, kan de internationale aanvrage door het aangewezen bureau worden afgewezen.
(4). Indien de nationale wetgeving ten aanzien van de vorm of de inhoud van nationale aanvragen eisen stelt, die, vanuit het standpunt van de aanvragers, gunstiger zijn dan de bij dit Verdrag en het Reglement ten aanzien van internationale aanvragen gestelde eisen, kunnen het nationale bureau, de rechterlijke colleges en andere bevoegde organen van of optredend voor de aangewezen Staat op internationale aanvragen de eerstgenoemde eisen toepassen in plaats van de laatstgenoemde, behalve indien de aanvrager aandringt op de toepassing op zijn internationale aanvrage van de bij dit Verdrag en het Reglement gestelde eisen.
(5). Niets in dit Verdrag en het Reglement mag zo worden uitgelegd, dat daardoor iets wordt voorgeschreven dat de vrijheid van elke Verdragsluitende Staat zou beperken om de materiële vereisten voor octrooieerbaarheid voor te schrijven die hij wenst. In het bijzonder dienen de bepalingen van dit Verdrag en het Reglement betreffende de omschrijving van de stand van de techniek uitsluitend de internationale procedure en iedere Verdragsluitende Staat is derhalve vrij om, bij de bepaling van de octrooieerbaarheid van een uitvinding waarvoor in een internationale aanvrage uitsluitende rechten worden verlangd, de maatstaven van zijn nationale wetgeving toe te passen ten aanzien van de stand van de techniek en andere vereisten voor de octrooieerbaarheid, voor zover die geen voorschrift inhouden ten aanzien van de vorm en de inhoud van aanvragen.
(6). De nationale wetgeving kan eisen dat de aanvrager bewijs levert ten aanzien van bij die wetgeving voorgeschreven materiële vereisten voor de octrooieerbaarheid.
(7). Elk ontvangend bureau of, wanneer de behandeling van de internationale aanvrage in het aangewezen bureau is begonnen, dat bureau, kan de nationale wetgeving toepassen voor zover deze betrekking heeft op de verplichte vertegenwoordiging van de aanvrager door een gemachtigde die gerechtigd is aanvragers voor het genoemde bureau te vertegenwoordigen en/of op de verplichte aanwijzing van een adres in de aangewezen Staat voor het ontvangen van kennisgevingen.
(8). Niets in dit Verdrag en het Reglement mag worden uitgelegd als een beperking van de vrijheid van een Verdragsluitende Staat om maatregelen toe te passen die noodzakelijk worden geacht voor het bewaren van zijn nationale veiligheid of om, ter bescherming van de algemene economische belangen van die Staat, het recht van zijn eigen inwoners of onderdanen internationale aanvragen in te dienen, te beperken.
Artikel 28. Wijzigingen van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen ten overstaan van aangewezen bureaus
(1). De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld de conclusies, de beschrijving en de tekeningen ten overstaan van elk aangewezen bureau binnen de voorgeschreven termijn te wijzigen. Een aangewezen bureau verleent geen octrooi of weigert niet een octrooi te verlenen, voordat een zodanige termijn is verstreken, behalve met de uitdrukkelijke toestemming van de aanvrager.
(2). De wijzigingen mogen niet buiten het kader van de uiteenzetting in de ingediende internationale aanvrage vallen, tenzij de nationale wetgeving van de aangewezen Staat het toelaat.
(3). De wijzigingen dienen op alle punten waarin dit Verdrag en het Reglement niet voorzien, in overeenstemming te zijn met de nationale wetgeving van de aangewezen Staat.
(4). Indien een aangewezen bureau een vertaling van de internationale aanvrage verlangt, dienen de wijzigingen in de taal van de vertaling te zijn gesteld.
Artikel 29. Rechtsgevolgen van de internationale publikatie
(1). Voor zover het de bescherming van enig recht van de aanvrager in een aangewezen Staat betreft, zijn de rechtsgevolgen in die Staat van de internationale publikatie van een internationale aanvrage, onverminderd het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid, dezelfde als die welke de nationale wetgeving van de aangewezen Staat verbindt aan de verplichte nationale publikatie van niet beoordeelde nationale aanvragen als zodanig.
(2). Indien de taal waarin de internationale publikatie is gesteld een andere is dan de taal waarin publikaties krachtens de nationale wetgeving in de aangewezen Staat worden gesteld, kan genoemde nationale wetgeving bepalen dat de rechtsgevolgen bedoeld in het eerste lid alleen intreden vanaf het tijdstip waarop:
- (i). een vertaling in laatstgenoemde taal is gepubliceerd zoals bepaald bij de nationale wetgeving, of
- (ii). een vertaling in laatstgenoemde taal ter inzage voor het publiek beschikbaar is gesteld, zoals bepaald in de nationale wetgeving, of
- (iii). een vertaling in de laatstgenoemde taal door de aanvrager is toegezonden aan de feitelijke of vermoedelijke onbevoegde gebruiker van de uitvinding waarvoor in de internationale aanvrage uitsluitende rechten zijn verlangd, of
- (iv). de beide handelingen genoemd onder (i) en (iii) of de beide handelingen genoemd onder (ii) en (iii) hebben plaatsgevonden.
(3). De nationale wetgeving van een aangewezen Staat kan bepalen dat, wanneer de internationale publikatie op verzoek van de aanvrager is verricht voordat 18 maanden zijn verstreken te rekenen van de datum van voorrang, de rechtsgevolgen bedoeld in het eerste lid slechts zullen intreden na het verstrijken van 18 maanden te rekenen van de datum van voorrang.
(4). De nationale wetgeving van een aangewezen Staat kan bepalen dat de rechtsgevolgen bedoeld in het eerste lid slechts zullen intreden vanaf de datum waarop een afschrift van de internationale aanvrage gepubliceerd ingevolge artikel 21 bij het nationale bureau van of optredend voor deze Staat is ontvangen. Het genoemde bureau maakt de datum van ontvangst zo spoedig mogelijk bekend in zijn mededelingenblad.
Artikel 30. Vertrouwelijke aard van de internationale aanvrage
- a). Onverminderd het bepaalde onder b) geven het Internationale Bureau en de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek aan geen persoon of instantie toegang tot de internationale aanvrage voordat de internationale publikatie van die aanvrage is verricht, tenzij zulks is verzocht of daartoe machtiging is verleend door de aanvrager.
- b). Het bepaalde onder a) is niet van toepassing op toezendingen aan de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, op de toezendingen ingevolge artikel 13 en op mededelingen ingevolge artikel 20.
- a). Een nationaal bureau geeft aan derden geen toegang tot de internationale aanvrage, tenzij zulks is verzocht of daartoe machtiging is verleend door de aanvrager, vóór de eerste van de onderstaande tijdstippen:
- (i). de datum van de internationale publikatie van de internationale aanvrage,
- (ii). de datum van ontvangst van de mededeling van de internationale aanvrage ingevolge artikel 20,
- (iii). de datum van ontvangst van een afschrift van de internationale aanvrage ingevolge artikel 22.
- b). Het bepaalde onder a) belet een nationaal bureau niet derden ervan in kennis te stellen dat het is aangewezen of dit feit bekend te maken. Een zodanige inlichting of bekendmaking mag evenwel slechts de volgende gegevens bevatten: identificatie van het ontvangende bureau, naam van de aanvrager, datum van de internationale indiening, nummer van de internationale aanvrage en titel van de uitvinding.
- c). Het bepaalde onder a) belet een aangewezen bureau niet de gerechtelijke autoriteiten toegang tot de internationale aanvrage te geven.
(3). Het bepaalde in het tweede lid, onder a), is van toepassing op elk ontvangend bureau behalve voor zover het toezendingen ingevolge artikel 12, eerste lid, betreft.
(4). Voor de toepassing van dit artikel omvat de uitdrukking „toegang” alle middelen waardoor derden kennis kunnen verkrijgen, met inbegrip van individuele mededeling en algemene bekendmaking, met dien verstande evenwel dat een nationaal bureau een internationale aanvrage of de vertaling daarvan niet vóór de internationale publikatie algemeen openbaar maakt of, indien de internationale publikatie niet heeft plaats gevonden na het verstrijken van 20 maanden te rekenen van de datum van voorrang, vóór het verstrijken van 20 maanden vanaf genoemde datum van voorrang.
HOOFDSTUK II. Internationale voorlopige beoordeling
Artikel 31. Verzoek om internationale voorlopige beoordeling
(1). Op verzoek van de aanvrager wordt zijn internationale aanvrage onderworpen aan een internationale voorlopige beoordeling zoals voorzien in de onderstaande bepalingen en in het Reglement.
- a). Een aanvrager die, zoals omschreven in het Reglement, inwoner of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat die gebonden is door Hoofdstuk II en wiens internationale aanvrage is ingediend bij het ontvangende bureau van of optredend voor die Staat kan een verzoek tot een internationale voorlopige beoordeling indienen.
- b). De Algemene Vergadering kan besluiten, dat personen bevoegd tot het indienen van internationale aanvragen wordt toegestaan een verzoek te doen tot een internationale voorlopige beoordeling, zelfs indien zij inwoners of onderdanen zijn van een Staat die geen partij is bij dit Verdrag of die niet is gebonden door Hoofdstuk II.
(3). Het verzoek tot een internationale voorlopige beoordeling wordt gescheiden van de internationale aanvrage ingediend. Het verzoek dient de voorgeschreven gegevens te bevatten en in de voorgeschreven taal en vorm te zijn gesteld.
- a). Het verzoek vermeldt de Verdragsluitende Staat of Staten waarin de aanvrager voornemens is de resultaten van de internationale voorlopige beoordeling te gebruiken („gekozen Staten”). Bijkomende Verdragsluitende Staten kunnen later worden gekozen. De keuze kan alleen betrekking hebben op reeds krachtens artikel 4 aangewezen Verdragsluitende Staten.
- b). Aanvragers bedoeld in het tweede lid, onder a), kunnen elke Verdragsluitende Staat kiezen die gebonden is door Hoofdstuk II. Aanvragers bedoeld in het tweede lid onder b), kunnen alleen die door Hoofdstuk II gebonden Verdragsluitende Staten kiezen, die hebben verklaard dat zij bereid zijn door zodanige aanvragers te worden gekozen.
(5). Het verzoek is onderworpen aan de betaling van de voorgeschreven taksen binnen de voorgeschreven termijn.
- a). Het verzoek wordt ingediend bij de bevoegde Instantie voor de internationale voorlopige beoordeling bedoeld in artikel 32.
- b). Latere keuzen worden voorgelegd aan het Internationale Bureau.
(7). Elk gekozen bureau wordt in kennis gesteld van zijn verkiezing.
Artikel 32. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
(1). De internationale voorlopige beoordeling wordt verricht door de Instantie voor Internationale Voorlopige Beoordeling.
(2). In het geval van verzoeken zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder a), wordt door het ontvangende bureau en, in het geval van verzoeken als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder b), wordt (worden) door de Algemene Vergadering, overeenkomstig de van toepassing zijnde overeenkomst tussen de betrokken Instantie of Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en het Internationale Bureau, de Instantie of Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling aangewezen die bevoegd zijn de voorlopige beoordeling te verrichten.
(3). Het bepaalde in artikel 1.6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
Artikel 33. De internationale voorlopige beoordeling
(1). Het doel van de internationale voorlopige beoordeling is een voorlopig oordeel zonder verplichting te formuleren over de vragen of de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, nieuw lijkt, op uitvinderswerkzaamheid lijkt te berusten, (niet voor de hand lijkt te liggen) en vatbaar lijkt voor toepassing op het gebied van de nijverheid.
(2). Voor de internationale voorlopige beoordeling wordt een uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, als nieuw beschouwd indien zij niet bekend is uit de stand van de techniek zoals omschreven in het Reglement.
(3). Voor de internationale voorlopige beoordeling wordt een uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, beschouwd op uitvinderswerkzaamheid te berusten indien zij, met inachtneming van de stand van de techniek zoals omschreven in het Reglement niet, op het voorgeschreven toepasselijke tijdstip, voor een deskundige voor de hand ligt.
(4). Voor de internationale voorlopige beoordeling wordt aangenomen dat een uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, vatbaar is voor toepassing op het gebied van de nijverheid, indien zij, al naar haar aard, kan worden vervaardigd of toegepast (in technologische zin) op enig gebied van de nijverheid. „Nijverheid” wordt opgevat in de ruimste zin, zoals in het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.
(5). De hiervoor beschreven maatstaven gelden alleen voor de internationale voorlopige beoordeling. Een Verdragsluitende Staat kan bijkomende of andere maatstaven toepassen voor de beslissing of de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, in die Staat al dan niet octrooieerbaar is.
(6). Bij de internationale voorlopige beoordeling wordt rekening gehouden met alle in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek aangehaalde literatuurplaatsen. Er kan rekening worden gehouden met alle andere literatuurplaatsen die in het desbetreffende geval van belang worden geacht.
Artikel 34. Procedure voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
(1). De procedure voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling wordt geregeld door de bepalingen van dit Verdrag, van het Reglement en van de overeenkomst die het Internationale Bureau, met inachtneming van dit Verdrag en van het Reglement, met de genoemde Instantie sluit.
- a). De aanvrager heeft het recht mondeling en schriftelijk in contact te treden met de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- b). De aanvrager heeft het recht de conclusies, de beschrijving en de tekeningen op de voorgeschreven wijze en binnen de voorgeschreven termijn te wijzigen, voordat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling wordt opgesteld. De wijziging mag niet buiten het kader van de uiteenzetting in de ingediende internationale aanvrage vallen.
- c). De aanvrager ontvangt ten minste één schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, tenzij deze Instantie van mening is dat aan alle onderstaande vereisten is voldaan:
- (i). de uitvinding voldoet aan de maatstaven vermeld in artikel 33, eerste lid,
- (ii). de internationale aanvrage voldoet aan de eisen van dit Verdrag en van het Reglement voor zover nagegaan door deze Instantie,
- (iii). er bestaat geen voornemen tot het maken van opmerkingen ingevolge artikel 35, tweede lid, laatste zin.
- d). De aanvrager kan reageren op het schriftelijke oordeel.
- a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van oordeel is dat de internationale aanvrage niet voldoet aan de eis van eenheid van uitvinding zoals vermeld in het Reglement, kan zij de aanvrager verzoeken naar keuze de conclusies te beperken om zo te voldoen aan de eis, of aanvullende taksen te betalen.
- b). De nationale wetgeving van een gekozen Staat kan bepalen dat, indien de aanvrager verkiest de conclusies te beperken overeenkomstig het bepaalde onder a), die delen van de internationale aanvrage die, tengevolge van de beperking, niet aan een internationale voorlopige beoordeling zullen worden onderworpen, voor zover het rechtsgevolgen in die Staat betreft, als ingetrokken worden beschouwd, tenzij de aanvrager een bijzondere taks betaalt aan het nationale bureau van die Staat.
- c). Indien de aanvrager niet binnen de voorgeschreven termijn voldoet aan het verzoek bedoeld onder a), stelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een verslag op van de internationale voorlopige beoordeling over die delen van de internationale aanvrage die betrekking hebben op wat de hoofduitvinding lijkt te zijn en vermeldt zij de van belang zijnde feiten in het genoemde verslag. De nationale wetgeving van een gekozen Staat kan bepalen dat, wanneer zijn nationale bureau het verzoek van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling gerechtvaardigd acht, die delen van de internationale aanvrage die geen betrekking hebben op de hoofduitvinding, voor zover het rechtsgevolgen in die Staat betreft, als ingetrokken worden beschouwd, tenzij de aanvrager een bijzondere taks betaalt aan dat bureau.
- a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van oordeel is dat gaat de genoemde Instantie niet in op de vragen bedoeld in artikel 33, eerste lid, en stelt zij de aanvrager in kennis van haar oordeel en de daaraan ten grondslag liggende redenen.
- (i). de internationale aanvrage betrekking heeft op een onderwerp waarover de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet krachtens het Reglement een internationale voorlopige beoordeling behoeft te geven en in dat bijzondere geval besluit een zodanige beoordeling niet te geven, of
- (ii). de beschrijving, de conclusies of de tekeningen zo onduidelijk zijn of de conclusies dusdanig onvoldoende ondersteund worden door de beschrijving dat geen zinvol oordeel kan worden gevormd over de nieuwheid, de uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen) of het vatbaar zijn voor toepassing op het gebied van de nijverheid van de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd,
- b). Indien een van de omstandigheden bedoeld onder a) slechts aanwezig wordt bevonden ten aanzien van, of in verband met bepaalde conclusies, is het bepaalde onder a) alleen op die conclusies van toepassing.
Artikel 35. Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling
(1). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling wordt opgesteld binnen de voorgeschreven termijn en in de voorgeschreven vorm.
(2). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling bevat geen verklaring over de vraag of de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, al dan niet octrooieerbaar is of lijkt overeenkomstig de nationale wetgeving. Het verklaart, met inachtneming van het bepaalde in het derde lid, ten aanzien van elke conclusie, of zij lijkt te voldoen aan de maatstaven van nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen) en het vatbaar zijn voor toepassing op het gebied van de nijverheid, zoals deze voor de internationale voorlopige beoordeling zijn omschreven in artikel 33, eerste tot en met vierde lid. De verklaring gaat vergezeld van de aanhaling van de literatuurplaatsen waarvan wordt aangenomen dat zij de uiteengezette gevolgtrekking staven met de toelichtingen die de omstandigheden van de zaak mogelijk vereisen. De verklaring gaat tevens vergezeld van eventuele andere opmerkingen zoals bepaald in het Reglement.
- a). Indien, op het tijdstip van opstelling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de Instantie voor de internationale voorlopige beoordeling van oordeel is dat een van de omstandigheden zoals bedoeld in artikel 34, vierde lid, onder a), bestaat, dient dit verslag haar oordeel en de daaraan ten grondslag liggende redenen te vermelden. Het bevat geen verklaring zoals bepaald in het tweede lid.
- b). Indien een omstandigheid ingevolge artikel 34, vierde lid, onder b) wordt bevonden te bestaan, dient het verslag van de internationale voorlopige beoordeling ten aanzien van de betrokken conclusies de verklaring zoals voorzien onder a) te bevatten, terwijl het, ten aanzien van de andere conclusies, de verklaring zoals voorzien in het tweede lid dient te bevatten.
Artikel 36. Toezending, vertaling en mededeling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling
(1). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling, te zamen met de voorgeschreven bijlagen, wordt toegezonden aan de aanvrager en aan het Internationale Bureau.
- a). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en de bijlagen worden vertaald in de voorgeschreven talen.
- b). Elke vertaling van genoemd verslag wordt gemaakt door of onder de verantwoordelijkheid van het Internationale Bureau, terwijl elke vertaling van de genoemde bijlagen door de aanvrager wordt gemaakt.
- a). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling, te zamen met de vertaling daarvan (zoals voorgeschreven) en de bijlagen (in de oorspronkelijke taal) worden door het Internationale Bureau toegezonden aan elk gekozen bureau.
- b). De voorgeschreven vertaling van de bijlagen wordt binnen de voorgeschreven termijn door de aanvrager toegezonden aan de gekozen bureaus.
(4). Het bepaalde in artikel 20, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op afschriften van elke literatuurplaats die in het verslag van internationale voorlopige beoordeling en niet in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is aangehaald.
Artikel 37. Intrekking van het verzoek of de keuze
(1). De aanvrager kan alle of een gedeelte der keuzen intrekken.
(2). Indien de keuze van alle gekozen Staten is ingetrokken, wordt het verzoek als ingetrokken beschouwd.
- a). Elke intrekking wordt ter kennis gebracht van het Internationale Bureau.
- b). Het Internationale Bureau brengt deze intrekkingen ter kennis van de betrokken gekozen bureaus en de betrokken Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- a). Onverminderd het bepaalde onder b) wordt de intrekking van het verzoek of van de keuze van een Verdragsluitende Staat, tenzij de nationale wetgeving van die Staat anders bepaalt, beschouwd als intrekking van de internationale aanvrage voor zover het die Staat betreft.
- b). Intrekking van het verzoek of van de keuze wordt niet beschouwd als intrekking van de internationale aanvrage, indien deze intrekking geschiedt vóór het verstrijken van de ingevolge artikel 22 geldende termijn; elke Verdragsluitende Staat kan evenwel in zijn nationale wetgeving bepalen dat het voorgaande alleen geldt indien zijn nationale bureau binnen genoemde termijn een exemplaar van de internationale aanvrage, te zamen met een vertaling (zoals voorgeschreven) en de nationale taks heeft ontvangen.
Artikel 38. Vertrouwelijke aard van de internationale voorlopige beoordeling
(1). Noch het Internationale Bureau noch de Instantie voor de internationale voorlopige beoordeling geeft, tenzij daartoe verzocht of gemachtigd door de aanvrager, te eniger tijd toegang in de zin en met het voorbehoud van artikel 30, vierde lid, tot het dossier van de internationale voorlopige beoordeling aan personen of instanties, behalve aan de gekozen bureaus wanneer het verslag van de internationale voorlopige beoordeling eenmaal is opgesteld.
(2). Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en in de artikelen 36, eerste en derde lid, en 37, derde lid, onder b) verstrekken noch het Internationale Bureau, noch de Instantie voor de internationale voorlopige beoordeling, tenzij daartoe verzocht of gemachtigd door de aanvrager, inlichtingen over het al dan niet uitbrengen van een verslag van de internationale voorlopige beoordeling of over het al dan niet intrekken van het verzoek of van een keuze.
Artikel 39. Afschrift, vertaling en taks voor de gekozen bureaus
- a). Indien de keuze van een Verdragsluitende Staat is gedaan vóór het verstrijken van de 19de maand, te rekenen van de datum van voorrang, is het bepaalde in artikel 22 niet van toepassing op deze Staat en verstrekt de aanvrager een afschrift van de internationale aanvrage (tenzij de mededeling krachtens artikel 20 reeds heeft plaatsgevonden en een vertaling daarvan (zoals voorgeschreven) en betaalt hij de (eventuele) nationale taks aan elk gekozen bureau vóór het verstrijken van dertig maanden, te rekenen van de datum van voorrang.
- b). Elke nationale wetgeving kan voor het verrichten van de handelingen bedoeld onder a) termijnen vaststellen die later verstrijken dan de onder a) bepaalde termijn.
(2). Het rechtsgevolg voorzien in artikel 11, derde lid, houdt in de gekozen Staat op te bestaan met dezelfde gevolgen als de intrekking van een nationale aanvrage in die Staat indien de aanvrager nalaat, binnen de termijn van toepassing krachtens het eerste lid, onder a) of b), de handelingen te verrichten bedoeld in het eerste lid, onder a).
(3). Een gekozen bureau kan het rechtsgevolg, voorzien in artikel 11, derde lid, handhaven, zelfs indien de aanvrager niet voldoet aan de eisen genoemd in het eerste lid, onder a) of b).
Artikel 40. Uitstel van de nationale beoordeling en andere behandelingen
(1). Indien de keuze van een Verdragsluitende Staat is verricht vóór het verstrijken van de 19de maand, te rekenen van de datum van voorrang, is het bepaalde in artikel 23 niet van toepassing op die Staat en gaat het nationale bureau van of optredend voor die Staat, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, niet over tot de beoordeling en tot andere behandeling van de internationale aanvrage vóór het verstrijken van de krachtens artikel 39 geldende termijn.
(2). Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid kan een gekozen bureau, op uitdrukkelijk verzoek van de aanvrager, te allen tijde overgaan tot de beoordeling en de andere behandeling van de internationale aanvrage.
Artikel 41. Wijziging van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen voor gekozen bureaus
(1). De aanvrager dient in de gelegenheid te worden gesteld binnen de voorgeschreven termijn de conclusies, de beschrijving en de tekeningen voor elk gekozen bureau te wijzigen. Een gekozen bureau verleent geen octrooi of weigert niet een octrooi te verlenen, voordat deze termijn is verstreken, behalve met de uitdrukkelijke toestemming van de aanvrager.
(2). De wijzigingen mogen niet buiten het kader van de uiteenzetting in de ingediende internationale aanvrage vallen, tenzij de nationale wetgeving van de gekozen Staat het toestaat.
(3). De wijzigingen dienen op alle punten waarin dit Verdrag en het Reglement niet voorzien, in overeenstemming te zijn met de nationale wetgeving van de gekozen Staat.
(4). Indien een gekozen bureau een vertaling van de internationale aanvrage verlangt, dienen de wijzigingen in de taal van de vertaling te zijn gesteld.
Artikel 42. Resultaten van de nationale beoordeling in gekozen bureaus
Een gekozen bureau dat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling ontvangt, mag niet verlangen, dat de aanvrager afschriften van of inlichtingen over de inhoud verstrekt van bescheiden die verband houden met de beoordeling van dezelfde internationale aanvrage in enig ander gekozen bureau.
HOOFDSTUK III. Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 43. Het verzoeken om bepaalde soorten van bescherming
Ten aanzien van elke aangewezen of gekozen Staat waarvan de wetgeving voorziet in het verlenen van uitvinderscertificaten, gebruikscertificaten, gebruiksmodellen, aanvullingsoctrooien of aanvullingscertificaten, aanvullingen van uitvinderscertificaten of aanvullingen van gebruikscertificaten, kan de aanvrager, zoals voorgeschreven in het Reglement, vermelden dat zijn internationale aanvrage bedoeld is voor het verlenen, voor zover het die Staat betreft, van een uitvinderscertificaat, een gebruikscertificaat, of een gebruiksmodel, en niet van een octrooi of dat zij bedoeld is voor het verlenen van een aanvullingsoctrooi of aanvullingscertificaat, een aanvulling van een uitvinderscertificaat of een aanvulling van een gebruikscertificaat; de daaruit voortvloeiende rechtsgevolgen worden beheerst door de keuze van de aanvrager. Voor de toepassing van dit artikel en van enige ingevolge dit artikel gegeven regel, is artikel 2, onder (ii), niet van toepassing.
Artikel 44. Het verzoeken om twee soorten van bescherming
Ten aanzien van elke aangewezen of gekozen Staat, waarvan de wetgeving toestaat, dat een aanvrage dienend voor het verlenen van een octrooi of van een van de andere soorten van bescherming genoemd in artikel 43, tevens dient voor de verlening van een van de andere genoemde soorten van bescherming, kan, zoals voorgeschreven in het Reglement, de aanvrager de twee soorten van bescherming vermelden die hij beoogt en de daaruit voortvloeiende rechtsgevolgen worden beheerst door de vermeldingen van de aanvrager. Voor de toepassing van dit artikel is artikel 2, onder (ii), niet van toepassing.
Artikel 45. Regionale octrooiverdragen
(1). Elk verdrag dat voorziet in de verlening van regionale octrooien („regionaal octrooiverdrag”) en dat alle personen, die overeenkomstig artikel 9 bevoegd zijn internationale aanvragen in te dienen, het recht toekent aanvragen voor zodanige octrooien in te dienen, kan bepalen, dat internationale aanvragen waarbij een Staat wordt aangewezen of gekozen, die zowel bij het regionale octrooiverdrag als bij dit Verdrag partij is, kunnen worden ingediend als aanvragen voor regionale octrooien.
(2). De nationale wetgeving van genoemde aangewezen of gekozen Staat kan bepalen, dat een aanwijzing of keuze van een zodanige Staat in de internationale aanvrage de rechtsgevolgen heeft van een vermelding van de wens tot het verkrijgen van een regionaal octrooi ingevolge het regionale octrooiverdrag.
Artikel 46. Onjuiste vertaling van de internationale aanvrage
Indien, wegens een onjuiste vertaling van de internationale aanvrage, de omvang van een octrooi, verleend op die aanvrage, ruimer is dan de omvang van de internationale aanvrage in haar oorspronkelijke taal, kunnen de bevoegde instanties van de betrokken Verdragsluitende Staat met terugwerkende kracht de omvang van het octrooi dienovereenkomstig beperken en het van nul en gener waarde verklaren voor zover zijn omvang ruimer is geweest dan de omvang van de internationale aanvrage in haar oorspronkelijke taal.
Artikel 47. Termijnen
(1). De bijzonderheden voor de berekening van de termijnen genoemd in dit Verdrag worden geregeld in het Reglement.
- a). Alle termijnen vastgesteld in de Hoofdstukken I en II van dit Verdrag kunnen, buiten een herziening ingevolge artikel 60, worden gewijzigd bij besluit van de Verdragsluitende Staten.
- b). Zodanige besluiten worden met eenparigheid van stemmen genomen, hetzij in de Algemene Vergadering hetzij door een schriftelijke stemming.
- c). De bijzonderheden van de procedure worden geregeld in het Reglement.
Artikel 48. Uitstel voor het in acht nemen van bepaalde termijnen
(1). Indien een in dit Verdrag of in het Reglement gestelde termijn niet in acht wordt genomen wegens onderbreking in de postdiensten of onvermijdelijk verlies of vertraging in de post, wordt de termijn beschouwd als in acht te zijn genomen in de gevallen en behoudens de bewijzen en andere vereisten voorgeschreven in het Reglement.
- a). Een Verdragsluitende Staat kan, voor zover het die Staat betreft, op grond van door zijn nationale wetgeving toegelaten redenen, uitstel voor het in acht nemen van een termijn toestaan.
- b). Een Verdragsluitende Staat kan, voor zover het die Staat betreft, op grond van andere redenen dan die bedoeld onder a) uitstel voor het in acht nemen van termijnen toestaan.
Artikel 49. Recht tot optreden voor internationale instanties
Elke advocaat, octrooigemachtigde of andere persoon die het recht heeft op te treden voor het nationale bureau waarbij de internationale aanvrage werd ingediend, is gerechtigd ten aanzien van deze aanvrage op te treden voor het Internationale Bureau en de bevoegde Instantie voor internationaal nieuwheidsonderzoek en de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
HOOFDSTUK IV. Technische diensten
Artikel 50. Diensten voor inlichtingen inzake octrooien
(1). Het Internationale Bureau kan diensten verlenen door het verstrekken van technische en andere ter zake dienende inlichtingen waarover het beschikt op grond van gepubliceerde documenten, voornamelijk octrooien en gepubliceerde aanvragen (in dit artikel de „inlichtingendiensten” genoemd).
(2). Het Internationale Bureau kan deze inlichtingendiensten rechtstreeks verlenen dan wel door middel van een of meer instanties voor internationaal nieuwheidsonderzoek of andere nationale of internationale gespecialiseerde instellingen waarmede het Internationale Bureau een overeenkomst kan sluiten.
(3). De inlichtingendiensten dienen op zodanige wijze te functioneren dat zij het met name voor Verdragsluitende Staten die ontwikkelingslanden zijn, gemakkelijk maken technische kennis en technologie, met inbegrip van de beschikbare gepubliceerde „know-how”, te verwerven.
(4). De inlichtingendiensten staan ter beschikking van de Regeringen van Verdragsluitende Staten en hun onderdanen en inwoners. De Algemene Vergadering kan besluiten deze diensten ook aan anderen ter beschikking te stellen.
- a). Elke dienst aan Regeringen van Verdragsluitende Staten wordt verleend tegen kostprijs, met dien verstande dat indien het de Regering betreft van een Verdragsluitende Staat die een ontwikkelingsland is, de dienst wordt verleend tegen minder dan de kostprijs, indien het verschil kan worden gedekt uit winsten gemaakt op diensten, verleend aan anderen dan Regeringen van Verdragsluitende Staten of uit de middelen bedoeld in artikel 51, vierde lid.
- b). Onder de kostprijs bedoeld onder a) dient te worden verstaan de kosten die uitgaan boven die welke normaal verbonden zijn aan het verrichten van de diensten door een nationaal bureau of de vervulling van de verplichtingen door een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
(6). De bijzonderheden betreffende de uitvoering van het bepaalde in dit artikel worden geregeld door besluiten van de Algemene Vergadering en, binnen de door de Algemene Vergadering vast te stellen grenzen, van de werkgroepen die de Algemene Vergadering voor dit doel kan instellen.
(7). Wanneer zij dit nodig acht beveelt de Algemene Vergadering methoden aan voor het verschaffen van aanvullende fondsen ter aanvulling op die genoemd in het vijfde lid.
Artikel 51. Technische bijstand
(1). De Algemene Vergadering stelt een Commissie voor technische bijstand in (in dit artikel „de Commissie” genoemd).
- a). De leden van de Commissie worden gekozen uit de Verdragsluitende Staten, die daarbij goede aandacht schenken aan het vertegenwoordigd zijn van ontwikkelingslanden.
- b). De Directeur-Generaal verzoekt, op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie, vertegenwoordigers van intergouvernementele organisaties die zich bezighouden met technische bijstand aan ontwikkelingslanden, deel te nemen aan de werkzaamheden van de Commissie.
- a). De taak van de Commissie behelst het organiseren van en het toezicht houden op de technische bijstand aan Verdragsluitende Staten die ontwikkelingslanden zijn, bij de ontwikkeling van hun afzonderlijke of regionale octrooistelsels.
- b). De technische bijstand omvat onder meer de opleiding van specialisten, het uitlenen van deskundigen en de verschaffing van uitrusting, zowel voor demonstraties als voor gebruik.
(4). Het Internationale Bureau tracht overeenkomsten te sluiten met enerzijds internationale financieringsorganisaties en intergouvernementele organisaties, in het bijzonder de Verenigde Naties, de organen van de Verenigde Naties en de Gespecialiseerde Organisaties die banden hebben met de Verenigde Naties en zich bezighouden met technische bijstand en, anderzijds, met de Regeringen van de Staten die de technische bijstand ontvangen, voor de financiering van projecten uit hoofde van dit artikel.
(5). De bijzonderheden betreffende de uitvoering van het bepaalde in dit artikel worden geregeld door besluiten van de Algemene Vergadering en, binnen de door de Algemene Vergadering vast te stellen grenzen, van de werkgroepen die de Algemene Vergadering hiertoe kan instellen.
Artikel 52. Betrekkingen met andere bepalingen van het Verdrag
Het bepaalde in dit Hoofdstuk laat de financiële bepalingen neergelegd in enig ander Hoofdstuk van dit Verdrag onverlet. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op dit Hoofdstuk, noch op de toepassing daarvan.
HOOFDSTUK V. Administratieve bepalingen
Artikel 53. Algemene Vergadering
- a). Behoudens het bepaalde in artikel 57, achtste lid, bestaat de Algemene Vergadering uit de Verdragsluitende Staten.
- b). De Regering van elke Verdragsluitende Staat is vertegenwoordigd door een afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
- a). De Algemene Vergadering:
- (i). neemt alle vraagstukken in behandeling betreffende de instandhouding en de ontwikkeling van de Unie en de toepassing van dit Verdrag;
- (ii). verricht de taken die haar in het bijzonder zijn opgedragen krachtens andere bepalingen van dit Verdrag:
- (iii). verstrekt aan het Internationale Bureau richtlijnen betreffende de voorbereiding van de herzieningsconferenties;
- (iv). bestudeert en hecht haar goedkeuring aan de rapporten en werkzaamheden van de Directeur-Generaal met betrekking tot de Unie en geeft hem alle van belang zijnde richtlijnen met betrekking tot vraagstukken ter zake van de competentie van de Unie;
- (v). bestudeert en hecht haar goedkeuring aan de rapporten en werkzaamheden van de Uitvoerende Commissie, ingesteld ingevolge het negende lid, en geeft richtlijnen aan deze Commissie;
- (vi). stelt het programma en de driejaarlijkse begroting van de Unie vast en keurt haar afrekeningen goed;
- (vii). stelt het financiële reglement van de Unie vast;
- (viii). roept de commissies en werkgroepen in het leven die zij dienstig acht voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie;
- (ix). beslist welke andere Staten dan Verdragsluitende Staten en, onverminderd het bepaalde in het achtste lid, welke intergouvernementele en internationale niet-gouvernementele organisaties als waarnemers tot haar vergaderingen worden toegelaten;
- (x). verricht alle andere handelingen die dienstig zijn ter verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie en verricht alle overige taken die in dit Verdrag besloten liggen.
- b). Aangaande de vraagstukken die eveneens andere door de Organisatie beheerde Unies raken, doet de Algemene Vergadering uitspraak na het advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie te hebben ingewonnen.
(3). Een afgevaardigde mag slechts één Staat vertegenwoordigen en slechts uit naam van deze Staat zijn stem uitbrengen.
(4). Elke Verdragsluitende Staat heeft één stem.
- a). Het quorum wordt gevormd door de helft van de Verdragsluitende Staten.
- b). Wanneer er geen quorum aanwezig is kan de Algemene Vergadering besluiten nemen, maar, met uitzondering van die welke haar eigen procedure betreffen, worden al deze besluiten rechtens eerst uitvoerbaar indien het quorum en de vereiste meerderheid zijn bereikt door middel van een schriftelijke stemming zoals bepaald in het Reglement.
- a). Onverminderd het bepaalde in de artikelen 47, tweede lid, onder b), 58, tweede lid, onder b), 58, derde lid, en 61, tweede lid, onder b), worden besluiten van de Algemene Vergadering genomen met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
- b). Onthouding geldt niet als stem.
(7). Ten aanzien van vraagstukken die uitsluitend van belang zijn voor de Staten die zijn gebonden door Hoofdstuk II wordt elke verwijzing naar Verdragsluitende Staten in het vierde, het vijfde en het zesde lid beschouwd als uitsluitend geldend voor Staten die zijn gebonden door Hoofdstuk II.
(8). Elke intergouvernementele organisatie die als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is aangewezen, wordt als waarnemer tot de Vergadering toegelaten.
(9). Indien het aantal Verdragsluitende Staten groter is dan veertig, stelt de Algemene Vergadering een Uitvoerende Commissie in. Elke verwijzing naar de Uitvoerende Commissie in dit Verdrag en in het Reglement dient te worden uitgelegd als verwijzing naar een zodanige Commissie wanneer deze eenmaal is ingesteld.
(10). Tot het tijdstip waarop de Uitvoerende Commissie is ingesteld hecht de Algemene Vergadering, binnen de grenzen van het programma en de driejaarlijkse begroting, haar goedkeuring aan de door de Directeur-Generaal opgestelde jaarlijkse programma's en begrotingen.
- a). De Algemene Vergadering komt eenmaal in de twee jaar in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal en, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, gedurende dezelfde periode en te zelfder plaatse als de Algemene Vergadering van de Organisatie.
- b). De Algemene Vergadering komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal, ingevolge het verzoek van de Uitvoerende Commissie of ingevolge het verzoek van een/vierde van de Verdragsluitende Staten.
(12). De Algemene Vergadering stelt haar reglement van orde vast.
Artikel 54. Uitvoerende Commissie
(1). Wanneer de Algemene Vergadering een Uitvoerende Commissie heeft ingesteld is deze Commissie onderworpen aan de hierna gegeven bepalingen.
- a). De Uitvoerende Commissie is, onverminderd het bepaalde in artikel 57, achtste lid, samengesteld uit Staten, door de Algemene Vergadering gekozen uit de Staten die lid zijn van de Algemene Vergadering.
- b). De Regering van elke Staat die lid is van de Uitvoerende Commissie is vertegenwoordigd door een afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
(3). Het aantal Staten dat lid is van de Uitvoerende Commissie is gelijk aan een/vierde van het aantal Staten dat lid is van de Algemene Vergadering. Bij de berekening van het aantal zetels wordt het overschot na deling van het aantal door vier buiten beschouwing gelaten.
(4). Bij de verkiezing van de leden van de Uitvoerende Commissie houdt de Algemene Vergadering rekening met een billijke geografische verdeling.
- a). Elk lid van de Uitvoerende Commissie is in functie vanaf de sluiting van de zitting van de Algemene Vergadering tijdens welke het werd gekozen tot de sluiting van de volgende gewone zitting van de Algemene Vergadering.
- b). Ten hoogste twee/derde van de zittende leden van de Uitvoerende Commissie is herkiesbaar.
- c). De Algemene Vergadering stelt de wijze van verkiezing en eventuele herverkiezing van de leden van de Uitvoerende Commissie vast.
- a). De Uitvoerende Commissie:
- (i). stelt de ontwerp-agenda voor de Algemene Vergadering op;
- (ii). legt aan de Algemene Vergadering voorstellen voor betreffende de door de Directeur-Generaal opgestelde ontwerpen voor een programma en een tweejaarlijkse begroting van de Unie;
- (iii). vervallen;
- (iv). legt aan de Algemene Vergadering de van geëigende toelichtingen voorziene periodieke rapporten voor van de Directeur-Generaal alsmede de jaarlijkse rapporten over het nazien van de rekeningen;
- (v). neemt alle maatregelen die met het oog op de uitvoering van het programma van de Unie door de Directeur-Generaal nodig zijn overeenkomstig de besluiten van de Algemene Vergadering en met inachtneming van al hetgeen zich tussen twee gewone zittingen van de Algemene Vergadering kan voordoen;
- (vi). verricht alle overige taken die haar in het kader van dit Verdrag worden opgedragen.
- (b). Aangaande de vraagstukken die eveneens andere door de Organisatie beheerde Unies raken doet de Uitvoerende Commissie uitspraak na het advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie te hebben ingewonnen.
- a). De Uitvoerende Commissie komt eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal, bij voorkeur gedurende dezelfde periode en te zelfder plaatse als de Coördinatiecommissie van de Organisatie.
- b). De Uitvoerende Commissie komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal, hetzij op diens eigen initiatief, hetzij ingevolge een verzoek van de voorzitter der Commissie of van een/vierde van haar leden.
- a). Elke Staat die lid is van de Uitvoerende Commissie heeft één stem.
- b). Het quorum wordt gevormd door de helft van de leden van de Uitvoerende Commissie.
- c). De besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen.
- d). Onthouding geldt niet als stem.
- e). Een afgevaardigde kan slechts één enkele Staat vertegenwoordigen en kan slechts uit naam van deze Staat zijn stem uitbrengen.
(9). De Verdragsluitende Staten die geen lid zijn van de Uitvoerende Commissie, alsook intergouvernementele organisaties die zijn aangewezen tot Instantie voor internationaal nieuwheidsonderzoek of voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kunnen haar vergaderingen bijwonen als waarnemers.
(10). De Uitvoerende Commissie stelt haar reglement van orde vast.
Artikel 55. Het Internationale Bureau
(1). De administratieve taken betreffende de Unie worden verricht door het Internationale Bureau.
(2). Het Internationale Bureau voorziet in het secretariaat van de verschillende organen van de Unie.
(3). De Directeur-Generaal is de hoogste functionaris van de Unie en tevens haar vertegenwoordiger.
(4). Het Internationale Bureau geeft een mededelingenblad uit en andere publikaties zoals bepaald in het Reglement of door de Algemene Vergadering.
(5). Het Reglement bevat een nadere omschrijving van de diensten die de nationale bureaus moeten verrichten om het Internationale Bureau en de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bij te staan in de uitvoering van hun taken krachtens dit Verdrag.
(6). De Directeur-Generaal en ieder door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering, van de Uitvoerende Commissie en van alle andere commissies of werkgroepen die krachtens dit Verdrag of het Reglement zijn ingesteld. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.
- a). Het Internationale Bureau bereidt volgens de aanwijzingen van de Algemene Vergadering en in samenwerking met de Uitvoerende Commissie de herzieningsconferenties voor.
- b). Het Internationale Bureau kan bij de voorbereiding van de herzieningsconferenties het advies inwinnen van intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties.
- c). De Directeur-Generaal en de door hem aangewezen personen nemen zonder stemrecht deel aan de beraadslagingen tijdens de herzieningsconferenties.
(8). Het Internationale Bureau voert alle overige aan hem opgedragen taken uit.
Artikel 56. Commissie voor Technische Samenwerking
(1). De Algemene Vergadering stelt een Commissie voor Technische Samenwerking in (in dit artikel „de Commissie” genoemd).
- a). De Algemene Vergadering bepaalt de samenstelling van de Commissie en benoemt haar leden en schenkt daarbij goede aandacht aan een billijke vertegenwoordiging van de ontwikkelingslanden.
- b). De Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zijn ambtshalve lid van de Commissie. Ingeval zulk een Instantie het nationale bureau van een Verdragsluitende Staat is, kan deze Staat daarnaast niet op andere wijze in de Commissie zijn vertegenwoordigd.
- c). Indien het aantal Verdragsluitende Staten zulks toelaat, is het totale aantal leden van de Commissie meer dan het dubbele van het aantal ambtshalve zittende leden.
- d). De Directeur-Generaal nodigt, op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie, vertegenwoordigers van belanghebbende organisaties uit tot deelneming aan voor hen van belang zijnde besprekingen.
(3). Het doel van de Commissie is, door adviezen en aanbevelingen, bij te dragen tot:
- (i). de voortdurende verbetering van de diensten, waarin door dit Verdrag wordt voorzien,
- (ii). het verzekeren, zolang er meer dan een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en meer dan een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, van de grootste mate van eenvormigheid in hun documentatiemateriaal en arbeidsmethoden en de grootste mate van een eenvormig hoge kwaliteit van hun verslagen, en
- (iii). op initiatief van de Algemene Vergadering of de Uitvoerende Commissie, de oplossing van de technische vraagstukken, die in het bijzonder verband houden met de instelling van een enkele Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
(4). Elke Verdragsluitende Staat en elke belanghebbende internationale organisatie kan zich schriftelijk tot de Commissie wenden inzake vraagstukken die tot de bevoegdheid van de Commissie behoren.
(5). De Commissie kan haar meningen en aanbevelingen richten tot de Directeur-Generaal of, via hem, tot de Algemene Vergadering, de Uitvoerende Commissie en alle of enkele van de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, en alle of enkele van de ontvangende bureaus.
- a). In alle gevallen zendt de Directeur-Generaal aan de Uitvoerende Commissie de teksten toe van alle meningen en aanbevelingen van de Commissie. Hij kan deze teksten van commentaar voorzien.
- b). De Uitvoerende Commissie kan haar oordeel geven over elke mening, aanbeveling of andere activiteit van de Commissie en kan de Commissie verzoeken vraagstukken die tot haar competentie behoren te bestuderen en daarover verslag uit te brengen. De Uitvoerende Commissie kan de meningen, de aanbevelingen en het verslag van de Commissie, voorzien van passend commentaar, aan de Algemene Vergadering voorleggen.
(7). Tot het tijdstip waarop de Uitvoerende Commissie is ingesteld, gelden de verwijzingen in het zesde lid naar de Uitvoerende Commissie als verwijzingen naar de Algemene Vergadering.
(8). De bijzonderheden van de procedure van de Commissie worden geregeld door de besluiten van de Algemene Vergadering.
Artikel 57. Financiën
- a). De Unie heeft een begroting.
- b). De begroting van de Unie omvat de eigen inkomsten en uitgaven van de Unie, en haar bijdrage aan de begroting van de gemeenschappelijke uitgaven van de Unies, die worden beheerd door de Organisatie.
- c). Als gemeenschappelijke uitgaven der Unies worden beschouwd de uitgaven die niet uitsluitend ten laste van de Unie komen maar tevens van een of meer andere Unies. Het aandeel van de Unie in deze gemeenschappelijke uitgaven is evenredig aan het belang dat deze uitgaven voor haar vertegenwoordigen.
(2). De begroting van de Unie wordt vastgesteld met inachtneming van de vereisten tot coördinatie met de begrotingen van de andere door de Organisatie beheerde Unies.
(3). Onverminderd de bepalingen van het vijfde lid wordt de begroting van de Unie gefinancierd uit de volgende bronnen van inkomsten:
- (i). de taksen en gelden verschuldigd voor diensten verleend door het Internationale Bureau in verband met de Unie;
- (ii). de verkoop van en de royalties op publikaties van het Internationale Bureau betreffende de Unie;
- (iii). giften, legaten en subsidies;
- (iv). huuropbrengsten, renten en overige inkomsten.
(4). De bedragen van de aan het Internationale Bureau verschuldigde taksen en gelden en de prijzen van zijn publikaties worden zo vastgesteld dat zij, onder normale omstandigheden, voldoende zijn om alle onkosten van het Internationale Bureau in verband met de uitvoering van dit Verdrag te dekken.
- a). Indien een boekjaar sluit met een tekort, betalen de Verdragsluitende Staten, met inachtneming van het bepaalde onder b) en c), bijdragen om dit tekort te dekken.
- b). De grootte van de bijdrage van elke Verdragsluitende Staat wordt bepaald door de Algemene Vergadering, met inachtneming van het aantal internationale aanvragen dat uit elk van de Staten in het betrokken jaar is binnengekomen.
- c). Indien andere middelen om een tekort of een gedeelte daarvan voorlopig te dekken worden verkregen, kan de Algemene Vergadering besluiten dat dit tekort wordt overgeboekt naar het volgende jaar en dat de Verdragsluitende Staten niet wordt gevraagd bijdragen te betalen.
- d). Indien de financiële situatie van de Unie zulks toelaat kan de Algemene Vergadering besluiten dat krachtens het bepaalde onder a) betaalde bijdragen worden terugbetaald aan de Verdragsluitende Staten die deze hebben betaald.
- e). Een Verdragsluitende Staat die niet binnen twee jaar na de door Algemene Vergadering vastgestelde vervaldatum zijn bijdrage krachtens het bepaalde onder b) heeft betaald kan in geen der organen Unie zijn stemrecht uitoefenen. Elk orgaan van de Unie kan evenwel zulk een Staat vergunnen zijn stemrecht in dat orgaan te blijven uitoefenen, zolang het ervan overtuigd is dat de achterstalligheid wordt veroorzaakt door uitzonderlijke en onvermijdelijke omstandigheden.
(6). Indien de begroting niet is vastgesteld voor de aanvang van het nieuwe begrotingsjaar, wordt de begroting van het voorgaande jaar aangehouden volgens de werkwijze voorzien in het financieel reglement.
- a). De Unie bezit een operationeel fonds, gevormd door een eenmalige storting van elke Verdragsluitende Staat. Indien het fonds ontoereikend blijkt, treft de Algemene Vergadering regelingen voor bijstorting. Indien een deel van het fonds niet langer nodig is, wordt het terugbetaald.
- b). Het bedrag van de eerste storting door iedere Verdragsluitende Staat aan genoemd fonds of van zijn deelneming in de bijstorting wordt bepaald door de Algemene Vergadering op grond van overeenkomstige beginselen als die genoemd in het vijfde lid, onder b).
- c). De betalingsvoorwaarden worden vastgesteld door de Algemene Vergadering op voorstel van de Directeur-Generaal en na ingewonnen advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie.
- d). Elke terugbetaling is evenredig aan de door elke Verdragsluitende Staat betaalde bedragen met inachtneming van de tijdstippen waarop zij zijn betaald.
- a). In de overeenkomst betreffende de zetelvestiging, gesloten met de Staat op wiens grondgebied de Organisatie haar zetel heeft, wordt bepaald dat, telkens wanneer het operationele fonds niet toereikend is, die Staat voorschotten verstrekt. Het bedrag van deze voorschotten en de voorwaarden waarop zij worden verstrekt, vormen telkenmale het onderwerp van afzonderlijke overeenkomsten tussen deze Staat en de Organisatie. Zolang deze Staat gehouden is voorschotten te verstrekken, beschikt hij van rechtswege over een zetel in de Algemene Vergadering en in de Uitvoerende Commissie.
- b). De Staat bedoeld onder a) en de Organisatie hebben elk het recht de verplichting tot het verstrekken van voorschotten schriftelijk op te zeggen. De opzegging wordt van kracht drie jaar na afloop van het jaar waarin de kennisgeving is gedaan.
(9). Het nazien der rekeningen wordt verricht, op de wijze voorzien in het financieel reglement, door een of meer Verdragsluitende Staten of door onafhankelijke accountants. Zij worden, met hun instemming, aangewezen door de algemene Vergadering.
Artikel 58. Reglement
(1). Het als bijlage bij dit Verdrag gevoegde Reglement bevat regels betreffende:
- (i). aangelegenheden ten aanzien waarvan dit Verdrag uitdrukkelijk verwijst naar het Reglement of uitdrukkelijk bepaalt dat daaromtrent regels zijn of worden opgesteld,
- (ii). administratieve vereisten, aangelegenheden of procedures,
- (iii). bijzonderheden die van nut zijn voor de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag.
- a). De Algemene Vergadering kan het Reglement wijzigen.
- b). Onverminderd het bepaalde in het derde lid zijn voor wijzigingen drie vierde van het aantal uitgebrachte stemmen vereist.
- a). Het Reglement bevat de Regels die kunnen worden gewijzigd,
- (i). uitsluitend bij eenparigheid van stemmen, of
- (ii). uitsluitend indien geen van de Verdragsluitende Staten, waarvan het nationale bureau als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of voor de Internationale Voorlopige Beoordeling optreedt, deze afwijst en, indien een zodanige Instantie een intergouvernementele organisatie is, indien de Verdragsluitende Staat die lid van die organisatie is, en hiertoe door de andere Lid-Staten binnen het bevoegde orgaan van een zodanige organisatie is gemachtigd, niet een afwijzend standpunt inneemt.
- b). Voor de toekomstige uitsluiting van zulke Regels van het geldende vereiste is vereist dat aan de voorwaarden genoemd onder a), sub (i), onderscheidenlijk onder a), sub (ii), is voldaan.
- c). Voor toekomstige opneming van een Regel in een van beide categorieën, genoemd onder a), is eenparigheid van stemmen vereist.
(4). Het Reglement voorziet in de opstelling, onder toezicht van de Algemene Vergadering, van Administratieve Instructies door de Directeur-Generaal.
(5). In geval van strijdigheid tussen de bepalingen van het Verdrag en die van het Reglement hebben de bepalingen van het Verdrag voorrang.
HOOFDSTUK VI. Geschillen
Artikel 59. Geschillen
Onverminderd artikel 64, vijfde lid, kan elk geschil tussen twee of meer Verdragsluitende Staten betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag of van het Reglement, dat niet door onderhandelingen wordt beslecht, door een der betrokken Staten worden voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof door middel van een verzoek overeenkomstig het Statuut van het Hof, tenzij de betrokken Staten een andere wijze ter beslechting van het geschil overeenkomen. Het Internationale Bureau dient door de eisende Verdragsluitende Staat in kennis te worden gesteld van het aan het Hof voorgelegde geschil; het Internationale Bureau stelt de andere Verdragsluitende Staten hiervan in kennis.
HOOFDSTUK VII. Herziening en wijziging
Artikel 60. Herziening van het Verdrag
(1). Dit Verdrag kan van tijd tot tijd worden herzien door een bijzondere conferentie van de Verdragsluitende Staten.
(2). Tot bijeenroeping van een herzieningsconferentie wordt besloten door de Algemene Vergadering.
(3). Intergouvernementele organisaties die zijn aangewezen als Instantie voor internationaal nieuwheidsonderzoek of voor de Internationale Voorlopige Beoordeling worden als waarnemer tot een herzieningsconferentie toegelaten.
(4). De artikelen 53, vijfde, negende en elfde lid, 54, 55, vierde tot en met achtste lid, 56 en 57 kunnen worden gewijzigd door een herzieningsconferentie of overeenkomstig het bepaalde in artikel 61.
Artikel 61. Wijziging van enige bepalingen van het Verdrag
- a). Voorstellen tot wijziging van de artikelen 53, vijfde, negende en elfde lid, 54, 55, vierde tot en met achtste lid, 56 en 57 kunnen worden ingediend door iedere Staat die lid is van de Algemene Vergadering, door de Uitvoerende Commissie of door de Directeur-Generaal.
- b). Deze voorstellen worden door de Directeur-Generaal ten minste zes maanden voordat zij aan het onderzoek der Algemene Vergadering worden onderworpen, medegedeeld aan de Verdragsluitende Staten.
- a). De wijzigingen van de in het eerste lid genoemde artikelen worden door de Algemene Vergadering aangenomen.
- b). Voor deze aanneming is drie/vierde van de uitgebrachte stemmen vereist.
- a). De wijzigingen van de in het eerste lid genoemde artikelen worden van kracht een maand na ontvangst door de Directeur-Generaal van de schriftelijke verklaringen van aanvaarding, verricht overeenkomstig hun onderscheiden constitutionele procedures, door drie/vierde van de Staten die lid waren van de Algemene Vergadering op het tijdstip waarop deze de wijzigingen aannam.
- b). Een aldus aanvaarde wijziging van de genoemde artikelen bindt alle Staten die lid zijn van de Algemene Vergadering op het tijdstip waarop de wijziging van kracht wordt, met dien verstande dat wijzigingen die de financiële verplichtingen van de Verdragsluitende Staten verzwaren slechts die Staten binden die te kennen hebben gegeven deze wijzigingen te aanvaarden.
- c). Wijzigingen aanvaard overeenkomstig het bepaalde onder a) binden alle Staten die lid van de Algemene Vergadering worden na de datum waarop de wijziging van kracht werd overeenkomstig het bepaalde onder a).
HOOFDSTUK VIII. Slotbepalingen
Artikel 62. Partij worden bij het Verdrag
(1). Een Staat die lid is van de Internationale Unie tot Bescherming van de Industriële Eigendom kan partij worden bij dit Verdrag door:
- (i). ondertekening gevolgd door de nederlegging van een akte van bekrachtiging, of
- (ii). nederlegging van een akte van toetreding.
(2). De akten van bekrachtiging of toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.
(3). De bepalingen van artikel 24 van de Akte van Stockholm bij het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom zijn van toepassing op het onderhavige Verdrag.
(4). Het derde lid mag op generlei wijze zo worden uitgelegd, dat het de erkenning of stilzwijgende aanvaarding door een Verdragsluitende Staat inhoudt van de feitelijke situatie betreffende een gebied waarop dit Verdrag door een andere Verdragsluitende Staat op grond van dat derde lid van toepassing is verklaard.
Artikel 63. Inwerkingtreding van het Verdrag
- a). Behoudens de bepalingen van het derde lid treedt dit Verdrag in werking drie maanden nadat acht Staten hun akten van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd, mits ten minste vier van deze Staten elk voldoen aan een van de onderstaande vereisten:
- (i). het aantal in de Staat ingediende aanvragen heeft volgens de meest recente jaarlijkse statistieken, gepubliceerd door het Internationale Bureau, de 40.000 overschreden,
- (ii). de onderdanen of inwoners van de Staat hebben volgens de meest recente jaarlijkse statistieken, gepubliceerd door het Internationale Bureau, ten minste 1000 aanvragen in een ander land ingediend,
- (iii). het nationale bureau van de Staat heeft, volgens de meest recente jaarlijkse statistieken, gepubliceerd door het Internationale Bureau, ten minste 10.000 aanvragen ontvangen van onderdanen of inwoners van andere landen.
- b). Voor de toepassing van dit lid omvat het woord „aanvragen” geen aanvragen voor gebruiksmodellen.
(2). Onverminderd het bepaalde in het derde lid wordt een Staat die geen partij bij dit Verdrag wordt bij de inwerkingtreding krachtens het eerste lid, door dit Verdrag gebonden drie maanden na de datum waarop deze Staat zijn akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.
(3). De bepalingen van Hoofdstuk II en de overeenkomstige bepalingen van het aan dit Verdrag gehechte Reglement worden evenwel eerst van toepassing op de datum waarop drie Staten die elk voldoen aan ten minste een van de in het eerste lid aangegeven vereisten, partij bij dit Verdrag zijn geworden zonder overeenkomstig artikel 64, eerste lid, te verklaren dat zij zich niet gebonden achten door de bepalingen van Hoofdstuk II. Die datum kan evenwel niet voor de datum van de eerste inwerkingtreding ingevolge het eerste lid liggen.
Artikel 64. Voorbehouden
- a). Elke Staat kan verklaren dat hij niet is gebonden door de bepalingen van Hoofdstuk II.
- b). Staten die een verklaring afleggen als bedoeld onder a) zijn niet gebonden door de bepalingen van Hoofdstuk II en de overeenkomstige bepalingen van het Reglement.
- a). Een Staat die geen verklaring ingevolge het eerste lid, onder a), heeft afgelegd, kan verklaren dat:
- (i). hij niet is gebonden door de bepalingen van artikel 39, eerste lid ten aanzien van het verschaffen van een afschrift van de internationale aanvrage en een vertaling daarvan (zoals voorgeschreven),
- (ii). de verplichting de nationale behandeling uit te stellen, zoals voorzien in artikel 40, niet de openbaarmaking van de internationale aanvrage of een vertaling daarvan, door of via zijn nationale bureau belet, met dien verstande evenwel, dat hij niet is vrijgesteld van de verplichtingen, voorzien in de artikelen 30 en 38.
- b). Staten die een zodanige verklaring afleggen zijn dienovereenkomstig gebonden.
- a). Een Staat kan verklaren dat, voor zover het hem betreft, internationale openbaarmaking van internationale aanvragen niet vereist is.
- b). Indien, na het verstrijken van 18 maanden van de datum van voorrang, de internationale aanvrage de aanwijzing bevat van alleen die Staten die verklaringen hebben afgelegd als bedoeld onder a), wordt de internationale aanvrage niet openbaar gemaakt krachtens artikel 21, tweede lid.
- c). Indien het bepaalde onder b) van toepassing is, wordt de internationale aanvrage niettemin door het Internationale Bureau openbaar gemaakt:
- (i). op verzoek van de aanvrager, zoals voorzien in het Reglement,
- (ii). indien een nationale aanvrage of een octrooi, gebaseerd op de internationale aanvrage, openbaar wordt gemaakt door of voor het nationale bureau van enige aangewezen Staat die een verklaring als bedoeld onder a) heeft afgelegd, onverwijld na een zodanige openbaarmaking maar niet vóór het verstrijken van 18 maanden te rekenen van de datum van voorrang.
- a). Elke Staat waarvan de nationale wetgeving aan zijn octrooien gevolgen wat betreft de stand van de techniek verbindt vanaf de datum voor de openbaarmaking, maar niet voor de bepaling van de stand van de techniek, de datum van voorrang waarop men zich beroept ingevolge het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom, gelijkstelt met de werkelijke datum van indiening in die Staat, kan verklaren dat de indiening buiten die Staat van een internationale aanvrage, waarin die Staat is aangewezen, niet gelijk wordt gesteld aan een werkelijke indiening in die Staat voor de bepaling van de stand van de techniek.
- b). Een Staat die een verklaring als bedoeld onder a) aflegt, is in zoverre niet gebonden door het bepaalde in artikel 11, derde lid.
- c). Een Staat die een verklaring als bedoeld onder a) aflegt, geeft tegelijkertijd schriftelijk aan met ingang van welke datum en onder welke voorwaarden de gevolgen voor de stand van de techniek van internationale aanvragen, waarin die Staat wordt aangewezen, in die Staat van kracht worden. Deze verklaring kan te allen tijde worden gewijzigd door een kennisgeving gericht tot de Directeur-Generaal.
(5). Elke Staat kan verklaren, dat hij zich niet gebonden acht door artikel 59. Ten aanzien van geschillen tussen een Verdragsluitende Staat die een zodanige verklaring heeft afgelegd en een andere Verdragsluitende Staat zijn de bepalingen van artikel 59 niet van toepassing.
- a). Een verklaring volgens dit artikel dient schriftelijk te worden afgelegd. Zij kan worden afgelegd op het tijdstip van de ondertekening van dit Verdrag, op het tijdstip van de nederlegging van de akte van bekrachtiging of toetreding, of, behalve in het geval genoemd in het vijfde lid, op elk later tijdstip door middel van een tot de Directeur-Generaal gerichte kennisgeving. In het geval van genoemde kennisgeving wordt de verklaring van kracht zes maanden na de dag waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen en heeft zij geen invloed op internationale aanvragen die zijn ingediend voor het verstrijken van deze termijn van zes maanden.
- b). Een verklaring afgelegd volgens dit artikel kan te allen tijde worden ingetrokken door middel van een tot de Directeur-Generaal gerichte kennisgeving. Een zodanige intrekking wordt van kracht drie maanden na de dag waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen en in het geval van de intrekking van een krachtens het derde lid afgelegde verklaring heeft zij geen invloed op internationale aanvragen die zijn ingediend voor het verstrijken van deze termijn van drie maanden.
(7). Ten aanzien van dit Verdrag zijn geen andere voorbehouden dan die ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid toegestaan.
Artikel 65. Geleidelijke toepassing
(1). Indien de overeenkomst met een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of voor de Internationale Voorlopige Beoordeling als overgangsmaatregel voorziet in beperkingen van het aantal of de aard van de internationale aanvragen die een zodanige Instantie op zich neemt te behandelen, neemt de Algemene Vergadering de noodzakelijke maatregelen voor de geleidelijke toepassing van dit Verdrag en van het Reglement ten aanzien van bepaalde categorieën internationale aanvragen. Deze bepaling is eveneens van toepassing op verzoeken voor een nieuwheidsonderzoek van internationaal type ingevolge artikel 15, vijfde lid.
(2). De Algemene Vergadering stelt de data vast met ingang waarvan, behoudens het bepaalde in het eerste lid, internationale aanvragen kunnen worden ingediend en verzoeken om internationale voorlopige beoordeling kunnen worden ingediend. Deze data liggen uiterlijk zes maanden nadat dit Verdrag in werking is getreden overeenkomstig de bepalingen van artikel 63, eerste lid, onderscheidenlijk nadat Hoofdstuk II van toepassing is geworden ingevolge artikel 63, derde lid.
Artikel 66. Opzegging
(1). Een Verdragsluitende Staat kan dit Verdrag opzeggen door middel van een aan de Directeur-Generaal gerichte kennisgeving,
(2). De opzegging wordt van kracht zes maanden nadat de Directeur-Generaal de genoemde kennisgeving heeft ontvangen. Zij heeft geen invloed op de gevolgen van de internationale aanvrage in de Staat die de opzegging doet, indien de internationale aanvrage is ingediend en, indien de Staat die de opzegging doet was gekozen, de keuze is gedaan voor het verstrijken van genoemde termijn van zes maanden.
Artikel 67. Ondertekening en talen
- a). Dit Verdrag wordt ondertekend in een enkel oorspronkelijk exemplaar, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
- b). Officiële teksten worden vastgesteld door de Directeur-Generaal, na raadpleging van de betrokken Regeringen, in de Duitse, de Japanse de Portugese, de Russische en de Spaanse taal en in andere door de Algemene Vergadering aan te wijzen talen.
(2). Dit Verdrag staat open voor ondertekening te Washington tot 31 december 1970.
Artikel 68. Depositaris
(1). Het oorspronkelijke exemplaar van dit Verdrag wordt, wanneer het niet langer open staat voor ondertekening, nedergelegd bij de Directeur-Generaal.
(2). De Directeur-Generaal verstrekt twee door hem voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van dit Verdrag en van het daaraan gehechte Reglement aan de Regeringen van alle Staten die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom en, op verzoek, aan de Regeringen van andere Staten.
(3). De Directeur-Generaal doet dit Verdrag registreren bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.
(4). De Directeur-Generaal verstrekt twee door hem voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van alle wijzigingen van dit Verdrag en van het Reglement aan de Regeringen van alle Verdragsluitende Staten en, op verzoek, aan de Regeringen van andere Staten.
Artikel 69. Kennisgevingen
De Directeur-Generaal stelt de Regeringen van alle Staten die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom in kennis van:
- (i). ondertekeningen ingevolge artikel 62,
- (ii). nederlegging van akten van bekrachtiging of toetreding ingevolge artikel 62,
- (iii). de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag en de datum met ingang waarvan Hoofdstuk II van toepassing is overeenkomstig artikel 63, derde lid,
- (iv). alle verklaringen afgelegd ingevolge artikel 64, eerste tot en met vijfde lid,
- (v). intrekkingen van verklaringen, verricht ingevolge artikel 64, zesde lid, onder b),
- (vi). opzeggingen ontvangen ingevolge artikel 66, en
- (vii). verklaringen afgelegd ingevolge artikel 31, vierde lid.
DEEL A. Inleidende regels
Regel 1. Afkortingen
1.1. Betekenis van afkortingen
- a). In dit Reglement wordt onder het woord „Verdrag” verstaan het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien.
- b). In dit Reglement verwijzen de woorden „Hoofdstuk” en „artikel” naar het aangegeven Hoofdstuk of artikel van het Verdrag.
Regel 2. Betekenis van bepaalde woorden
2.1. „Aanvrager”
Het woord „aanvrager” wordt zo uitgelegd dat het ook de gemachtigde of andere vertegenwoordiger van de aanvrager aanduidt, behalve daar waar het tegendeel duidelijk blijkt uit de bewoordingen of de aard van de bepaling of het zinsverband waarin het woord is gebruikt zoals, in het bijzonder, wanneer de bepaling verwijst naar de woonplaats of de nationaliteit van de aanvrager.
2.2. „Gemachtigde”
Het woord „gemachtigde” wordt zo uitgelegd, dat het een gemachtigde aanduidt die is benoemd ingevolge Regel 90.1, tenzij het tegendeel duidelijk blijkt uit de bewoordingen of de aard van de bepaling of het zinsverband waarin het woord is gebruikt.
2.2bis. „Gemeenschappelijke vertegenwoordiger”
De uitdrukking „gemeenschappelijke vertegenwoordiger” wordt zo uitgelegd, dat zij een aanvrager aanduidt die ingevolge Regel 90.2 is benoemd of wordt beschouwd als de gemeenschappelijke vertegenwoordiger.
2.3. „Ondertekening”
Het woord „ondertekening” wordt zo verstaan dat, indien de nationale wetgeving toegepast door het ontvangende bureau of de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of voor de Internationale Voorlopige Beoordeling het gebruik van een zegel in plaats van een ondertekening vereist, het woord, voor zover dat bureau of die Instantie betreft, zegel betekent.
DEEL B. Regels betreffende hoofdstuk I van het Verdrag
Regel 3. Het verzoekschrift (vorm)
3.1. Vorm van het verzoekschrift
Het verzoekschrift dient te worden gesteld op een gedrukt formulier of te worden ingediend in de vorm van een computeruitdraai.
3.2. Beschikbaarheid van formulieren
Exemplaren van het gedrukte formulier worden gratis aan de aanvragers verstrekt door het ontvangende bureau of, indien het ontvangende bureau zulks wenst, door het Internationale Bureau.
3.3. Controlelijst
- a). Het verzoekschrift bevat een lijst die aangeeft:
- (i). het totale aantal bladen waaruit de internationale aanvrage bestaat en het aantal bladen van elk onderdeel van de internationale aanvrage: verzoekschrift, beschrijving (waarin apart het aantal bladen wordt aangegeven van een eventueel sequentie-opsommingsdeel in de beschrijving), conclusies, tekeningen, uittreksel;
- (ii). indien van toepassing, dat de internationale aanvrage zoals ingediend vergezeld gaat van een volmacht (d.w.z. een document waarin een gemachtigde of gemeenschappelijke vertegenwoordiger wordt benoemd), een afschrift van een algemene volmacht, een voorrangsbewijs, een sequentie-opsomming in elektronische vorm, een document betreffende de betaling van taksen of eventuele andere bescheiden (aan te geven in de controlelijst);
- (iii). het nummer van die figuur van de tekeningen die volgens het voorstel van de aanvrager het uittreksel dient te vergezellen wanneer het uittreksel wordt gepubliceerd; in uitzonderlijke gevallen kan de aanvrager meer dan een figuur voorstellen.
- b). De lijst wordt ingevuld door de aanvrager, bij gebreke waarvan het ontvangende bureau de nodige vermeldingen invult, met dien verstande dat het nummer bedoeld in paragraaf a iii niet door het ontvangende bureau mag worden ingevuld.
3.4. Nadere bijzonderheden
Onverminderd Regel 3.3 worden de nadere bijzonderheden van het gedrukte formulier voor het verzoekschrift en van een in de vorm van een computeruitdraai ingediend verzoekschrift voorgeschreven in de Administratieve Instructies.
Regel 4. Het verzoekschrift (inhoud)
4.1. Inhoud, verplicht en naar keuze; ondertekening
- a). Het verzoekschrift bevat:
- (i). een verzoek,
- (ii). de titel van de uitvinding,
- (iii). gegevens betreffende de aanvrager en de gemachtigde, indien er een gemachtigde is,
- (iv). gegevens betreffende de uitvinder, indien de nationale wetgeving van ten minste een van de aangewezen Staten voorschrijft dat de naam van de uitvinder wordt medegedeeld op het tijdstip van indiening van een nationale aanvrage.
- b). Het verzoekschrift bevat in voorkomend geval:
- (i). een beroep op een recht van voorrang,
- (ii). een verwijzing naar een eerder internationaal nieuwheidsonderzoek, een eerder nieuwheidsonderzoek van internationaal type of een eerder ander nieuwheidsonderzoek,
- (iii). een verwijzing naar een hoofdaanvrage of hoofdoctrooi,
- (iv). een aanduiding van de door de aanvrager gekozen bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
- c). Het verzoekschrift kan bevatten:
- i. gegevens betreffende de uitvinder wanneer de nationale wetgeving van geen der aangewezen Staten vereist dat de naam van de uitvinder wordt verstrekt op het tijdstip van indiening van een nationale aanvrage;
- ii. een verzoek gericht aan het ontvangende bureau om het voorrangsbewijs gereed te maken en te verzenden aan het Internationale Bureau indien de aanvrage, waarvoor een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang, ingediend werd bij het nationale bureau of de intergouvernementele instantie die het ontvangende bureau is,
- iii. verklaringen als bedoeld in Regel 4.17.
- d). Het verzoekschrift dient te zijn ondertekend.
4.2. Het verzoek
Het verzoek dient de volgende strekking te hebben en bij voorkeur in de volgende bewoordingen te zijn gesteld: „Ondergetekende verzoekt dat de onderhavige internationale aanvrage zal worden behandeld overeenkomstig het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien”.
4.3. Titel van de uitvinding
De titel van de uitvinding dient kort (bij voorkeur tussen twee en zeven woorden wanneer zij in het Engels is gesteld of in deze taal is vertaald) en nauwkeurig te zijn.
4.4. Namen en adressen
- a). De namen van natuurlijke personen dienen te worden aangegeven met de familienaam en de voorna(a)m(en) van de persoon, waarbij de familienaam voorafgaat aan de voorn(a)m(en).
- b). De namen van rechtspersonen dienen te worden aangegeven met hun volledige officiële benaming.
- c). Adressen dienen zodanig te worden aangegeven dat zij voldoen aan de gebruikelijke vereisten voor een snelle postbestelling op het aangegeven adres en dienen in elk geval te bestaan uit alle desbetreffende administratieve eenheden tot en met het eventuele huisnummer. Wanneer de nationale wetgeving van de aangewezen Staat de vermelding van het huisnummer niet vereist, heeft het nalaten van de vermelding van een zodanig nummer in die Staat geen rechtsgevolgen. Ten behoeve van een snelle communicatie met de aanvrager, wordt aanbevolen adressen van telexen, telefoon- en faxnummers of overeenkomstige gegevens van andere soortgelijke communicatiemiddelen van de aanvrager of, indien van toepassing, van de gemachtigde of de gemeenschappelijke vertegenwoordiger te vermelden.
- d). Voor elke aanvrager, uitvinder of gemachtigde kan slechts één adres worden aangegeven maar, indien geen gemachtigde werd aangewezen om de aanvrager of alle aanvragers, wanneer er meer dan één is, te vertegenwoordigen, dan kan de aanvrager of, indien er meer dan één aanvrager is, de gemeenschappelijke vertegenwoordiger naast elk ander adres vermeld in het verzoekschrift nog één adres aangeven waarnaar de kennisgevingen moeten worden gezonden.
4.5. De aanvrager
- a). Het verzoekschrift bevat:
- i. de naam
- ii. het adres en
- iii. de nationaliteit en de woonplaats van de aanvrager, of indien er meerdere aanvragers zijn, van ieder van hen.
- b). De nationaliteit van de aanvrager dient te worden aangegeven door de naam van de Staat waarvan hij onderdaan is.
- c). De woonplaats van de aanvrager dient te worden aangegeven door de naam van de Staat waarvan hij inwoner is.
- d). Bij verschillende aangewezen Staten mogen in het verzoekschrift verschillende aanvragers zijn vermeld. In dit geval dienen in het verzoekschrift de aanvrager of aanvragers per aangewezen Staat of groep aangewezen Staten te zijn vermeld.
- e). Wanneer de aanvrager is geregistreerd bij het nationale bureau dat optreedt als ontvangend bureau, kan het verzoekschrift het nummer of de andere aanduiding vermelden waaronder de aanvrager daar is geregistreerd.
4.6. De uitvinder
- a). Wanneer Regel 4.1 a iv of c i van toepassing is, dient het verzoekschrift de naam en het adres van de uitvinder te vermelden of, indien er meer dan een uitvinder is, van ieder van hen.
- b). Indien de aanvrager de uitvinder is dient het verzoekschrift in plaats van de vermelding ingevolge paragraaf a) een verklaring hieromtrent te bevatten.
- c). Het verzoekschrift kan voor verschillende aangewezen Staten verschillende personen als uitvinder vermelden wanneer de vereisten van de nationale wetgevingen van de aangewezen Staten in dit opzicht niet gelijk zijn. In zulk een geval dient het verzoekschrift een afzonderlijke verklaring te bevatten voor elke aangewezen Staat of groep Staten waarin een bepaalde persoon of dezelfde persoon als de uitvinder dient te worden beschouwd of waarin bepaalde personen of dezelfde personen als de uitvinder dienen te worden beschouwd.
4.7. De gemachtigde
- a. Indien een gemachtigde is benoemd dient het verzoekschrift zulks te vermelden en zijn naam en adres aan te geven.
- b. Wanneer de gemachtigde is geregistreerd bij het nationale bureau dat optreedt als ontvangend bureau, kan het verzoekschrift het nummer of de andere aanduiding vermelden waaronder de gemachtigde daar is geregistreerd.
4.8. Gemeenschappelijke vertegenwoordiger
Indien een gemeenschappelijke vertegenwoordiger is benoemd dient het verzoekschrift zulks te vermelden.
4.9. Aanwijzing van Staten, soorten van bescherming, nationale en regionale octrooien
- a. De indiening van een verzoekschrift houdt in:
- i. de aanwijzing van alle Verdragsluitende Staten die op de datum van internationale indiening door het Verdrag worden gebonden;
- ii. een aanduiding dat de internationale aanvrage, ten aanzien van elke aangewezen Staat waarop artikel 43 of 44 van toepassing is, de verlening van elk soort bescherming betreft die door middel van de aanwijzing van die Staat beschikbaar is;
- iii. een aanduiding dat de internationale aanvrage, ten aanzien van elke aangewezen Staat waarop artikel 45, eerste lid, van toepassing is, de verlening van een regionaal octrooi betreft en tevens, tenzij artikel 45, tweede lid, van toepassing is, een nationaal octrooi.
- b. Indien, onverminderd paragraaf a. i., op 1 oktober 2002 de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat bepaalt dat de indiening van een internationale aanvrage die de aanwijzing van die Staat omvat en waarin een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan van een eerdere nationale aanvrage met rechtsgevolgen in die Staat waardoor de eerdere nationale aanvrage ophoudt rechtsgevolgen te hebben, hetgeen dezelfde gevolgen heeft als intrekking van de eerdere nationale aanvrage, kan elk verzoekschrift, zo lang als die nationale wetgeving zulks blijft bepalen, een vermelding bevatten dat die Staat niet wordt aangewezen, op voorwaarde dat het aangewezen bureau het Internationaal Bureau uiterlijk op 1 januari 2003 ervan in kennis stelt dat deze paragraaf van toepassing is op aanwijzingen van die Staat. Het Internationaal Bureau publiceert de ontvangen kennisgeving onverwijld in het mededelingenblad.
4.10. Beroep op een recht van voorrang
- a. In een verklaring bedoeld in artikel 8, eerste lid, („beroep op een recht van voorrang”) kan een beroep worden gedaan op een recht van voorrang op grond van een of meer eerdere aanvragen die zijn ingediend hetzij in of voor een land dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, hetzij in of voor een Lid van de Wereldhandelsorganisatie dat niet partij is bij dat Verdrag. Elk beroep op een recht van voorrang dient, onverminderd Regel 26bis.1, te worden gedaan in het verzoekschrift; het dient te bestaan uit een vermelding dat de voorrang op grond van een eerdere aanvrage wordt ingeroepen en dient aan te geven:
- i. de datum waarop de eerdere aanvrage is ingediend, zijnde een datum binnen het tijdvak van 12 maanden voorafgaand aan de datum van internationale indiening;
- ii. het nummer waaronder de eerdere aanvrage is ingediend;
- iii. wanneer de eerdere aanvrage een nationale aanvrage is, het land dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom of het Lid van de Wereldhandelsorganisatie dat niet partij is bij dat Verdrag, waar de aanvrage is ingediend;
- iv. wanneer de eerdere aanvrage een regionale aanvrage is, de instantie belast met de verlening van regionale octrooien ingevolge het regionale verdrag inzake octrooien dat van toepassing is;
- v. wanneer de eerdere aanvrage een internationale aanvrage is, het ontvangende bureau waarbij zij is ingediend.
- b. In aanvulling op de ingevolge paragraaf a onder iv of v vereiste gegevens:
- i. wanneer de eerdere aanvrage een regionale aanvrage of een internationale aanvrage is, kan het beroep op een recht van voorrang een of meer landen vermelden die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom waarvoor die eerdere aanvrage is ingediend;
- ii. wanneer de eerdere aanvrage een regionale aanvrage is en ten minste een van de landen die partij zijn bij het verdrag inzake regionale octrooien noch partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom noch Lid is van de Wereldhandelsorganisatie, geeft het beroep op een recht van voorrang ten minste een land aan dat partij is bij dat Verdrag of een Lid van die Organisatie waarvoor die eerdere aanvrage is ingediend.
- c. Voor de toepassing van de paragrafen a en b, is artikel 2, onder vi, niet van toepassing.
- d. Indien op 29 september 1999 de paragrafen a en b, zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2000, niet verenigbaar zijn met het nationale recht toegepast door een aangewezen bureau, blijven deze paragrafen, zoals zij van kracht zijn tot 31 december 1999, na die datum van toepassing ten aanzien van dat aangewezen bureau zolang de genoemde paragrafen, als gewijzigd, onverenigbaar blijven met dat recht, mits het betreffende bureau het Internationale Bureau daarvan uiterlijk 31 oktober 1999 in kennis stelt. De ontvangen informatie wordt onverwijld door het Internationale Bureau bekendgemaakt in het mededelingenblad.
4.11. Verwijzing naar eerder nieuwheidsonderzoek, voortzetting of gedeeltelijke voortzetting, of hoofdaanvrage of verleend hoofdoctrooi
- a. Indien
- i. ingevolge artikel 15, vijfde lid, om een internationaal nieuwheidsonderzoek of nieuwheidsonderzoek van internationaal type is verzocht;
- ii. de aanvrager verlangt dat de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek geheel of gedeeltelijk baseert op de uitkomsten van een onderzoek anders dan een internationaal nieuwheidsonderzoek of een nieuwheidsonderzoek van internationaal type, door het nationaal bureau dat of de intergouvernementele organisatie die de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is en bevoegd is voor de internationale aanvrage;
- iii. de aanvrager voornemens is ingevolge Regel 49bis. 1.a. of b. aan te geven dat hij verlangt dat de internationale aanvrage in elke aangewezen Staat wordt behandeld als een aanvrage om een aanvullingsoctrooi, een aanvullingscertificaat, een aanvulling bij een uitvinderscertificaat of een aanvulling bij een gebruikscertificaat; of
- iv. de aanvrager ingevolge Regel 49bis. 1 d beoogt aan te geven dat hij verlangt dat de internationale aanvrage in elke aangewezen staat wordt behandeld als een aanvrage om voortzetting of gedeeltelijke voortzetting van een eerdere aanvrage; dient zulks in het verzoekschrift te worden aangegeven en, in voorkomend geval, dient daarin tevens de aanvrage ter zake waarvan het eerdere onderzoek is gedaan te worden aangegeven, of dient het nieuwheidsonderzoek anders te worden aangegeven, of dient de betrokken hoofdaanvrage, het hoofdoctrooi of een ander verleend hoofd-recht te worden aangegeven.
- b. Het opnemen in het verzoekschrift van een vermelding ingevolge paragraaf a iii of iv laat de werking van Regel 4.9 onverlet.
4.12. Vervallen.
4.13. Vervallen.
4.14. Vervallen.
4.14bis. Keuze van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
Indien er meer dan één Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is die bevoegd is het nieuwheidsonderzoek betreffende de internationale aanvrage te verrichten, dient de aanvrager de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van zijn keuze in het verzoekschrift te vermelden.
4.15. Ondertekening
- a. Behoudens het in paragraaf b bepaalde, dient het verzoekschrift door de aanvrager te zijn ondertekend, of, indien er meer aanvragers zijn, door alle aanvragers.
- b. Wanneer door meer dan één aanvrager een internationale aanvrage wordt ingediend waarin een Staat wordt aangewezen waarvan de nationale wetgeving voorschrijft dat de nationale aanvragen moeten worden ingediend door de uitvinder en wanneer een aanvrager voor die aangewezen Staat die een uitvinder is, heeft geweigerd het verzoekschrift te ondertekenen of na naarstige pogingen niet kon worden gevonden of bereikt, behoeft het verzoekschrift niet te worden ondertekend door die aanvrager indien het door ten minste één aanvrager is ondertekend en een verklaring wordt overgelegd waarin, ten genoegen van het ontvangende bureau, het ontbreken van de desbetreffende handtekening wordt toegelicht.
4.16. Transcriptie of vertaling van bepaalde woorden
- a). Wanneer een naam of adres in andere lettertekens is geschreven dan die van het Latijnse alfabet, dienen beide ook te worden vermeld in lettertekens van het Latijnse alfabet, hetzij alleen in transcriptie, hetzij door vertaling in het Engels. De aanvrager beslist welke woorden alleen zullen worden getranscribeerd en welke woorden zullen worden vertaald.
- b). De naam van een land, geschreven in andere lettertekens dan die van het Latijnse alfabet, dient ook te worden aangegeven in het Engels.
4.17. Verklaringen betreffende nationale vereisten bedoeld in Regel 51bis.1 a i tot en met v.
Het verzoekschrift kan, ten behoeve van de in een of meer aangewezen Staten toegepaste wetgeving, een of meer van de volgende verklaringen bevatten, in de bewoordingen als voorgeschreven in de Administratieve Instructies:
- i. een verklaring betreffende de identiteit van de uitvinder, zoals bedoeld in regel 51bis.1 a i;
- ii. een verklaring betreffende het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een octrooi aan te vragen en verleend te krijgen, zoals bedoeld in Regel 51bis.1 a ii;
- iii. een verklaring betreffende het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een beroep te doen op een recht van voorrang op grond van de eerdere aanvrage, zoals bedoeld in Regel 51bis.1 a iii;
- iv. een verklaring van uitvinderschap, zoals bedoeld in Regel 51bis.1 a iv, die dient te worden ondertekend zoals voorgeschreven in de Administratieve Instructies;
- v. een verklaring betreffende onschadelijke openbaarmaking of een op gebrek aan nieuwheid te maken uitzondering, zoals bedoeld in regel 51bis.1 a v.
4.18. Andere vermeldingen
- a. Het verzoekschrift dient geen andere vermeldingen te bevatten dan die aangegeven in de Regels 4.1 tot en met 4.17, met dien verstande dat de Administratieve Instructies het opnemen in het verzoekschrift van andere vermeldingen, aangegeven in de Administratieve Instructies, kunnen toestaan maar niet verplicht stellen.
- b. Indien het verzoekschrift andere vermeldingen bevat dan die aangegeven in de Regels 4.1 tot en met 4.17 of toegestaan door de Administratieve Instructies ingevolge paragraaf a, schrapt het ontvangende bureau deze ambtshalve.
Regel 5. De beschrijving
5.1. Indeling van de beschrijving
- a). De beschrijving dient eerst de titel van de uitvinding aan te geven zoals vermeld in het verzoekschrift en dient:
- (i). het technische gebied aan te geven waarop de uitvinding betrekking heeft;
- (ii). de technologische achtergrond aan te geven die, voor zover de aanvrager bekend, als nuttig kan worden beschouwd voor het begrip, het nieuwheidsonderzoek en de beoordeling van de uitvinding, en bij voorkeur de literatuurplaatsen waarin deze technologische kennis is vermeld, aan te halen;
- (iii). de uitvinding waarvoor bescherming wordt gevraagd, uiteen te zetten in zodanige bewoordingen dat het technische vraagstuk (zelfs indien het als zodanig niet uitdrukkelijk is uiteengezet) en de oplossing ervan kunnen worden begrepen, en de mogelijke voordelige gevolgen van de uitvinding tegen de technologische achtergrond aan te geven;
- (iv). een korte beschrijving van de figuren in de mogelijke tekeningen te geven;
- (v). tenminste een uiteenzetting te geven van de beste wijze die door de aanvrager wordt overwogen om de uitvinding waarvoor bescherming wordt gevraagd in praktijk te brengen; dit moet, waar dienstig, worden gedaan aan de hand van voorbeelden en met verwijzing naar de mogelijke tekeningen; wanneer de nationale wetgeving van de aangewezen Staat niet de beschrijving van de beste wijze vereist, maar genoegen neemt met de beschrijving van een wijze (ongeacht of het al of niet de beste is die wordt overwogen), heeft het nalaten van een beschrijving van de overwogen beste wijze in die Staat geen rechtsgevolgen;
- (vi). wanneer dit niet duidelijk uit de beschrijving of de aard van de uitvinding blijkt, uitdrukkelijk de manier aan te geven waarop de uitvinding in de nijverheid kan worden geëxploiteerd en de manier waarop zij kan worden vervaardigd en toegepast, of indien zij alleen kan worden toegepast, de manier waarop zij kan worden toegepast; de uitdrukking „nijverheid” dient te worden verstaan in de ruimste zin zoals in het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom.
- b). De indeling en volgorde aangegeven onder paragraaf a) dienen te worden aangehouden behalve wanneer, wegens de aard van de uitvinding, een andere indeling of volgorde zou leiden tot een beter begrip en een grotere beknoptheid.
- c). Onverminderd het bepaalde onder paragraaf b) dient elk van de delen bedoeld onder paragraaf d) bij voorkeur te worden voorafgegaan door een passend opschrift zoals voorgesteld in de Administratieve Instructies.
5.2. Openbaarmaking van een nucleotide- of aminozuur-sequentie
- a. Wanneer de internationale aanvrage een openbaarmaking van een of meer nucleotide- of aminozuur-sequenties bevat, dient de beschrijving een sequentie-opsomming te bevatten die aan de in de Administratieve Instructies bedoelde norm voldoet en conform die norm wordt gepresenteerd als een apart onderdeel van de beschrijving.
- b. Wanneer het sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving vrije tekst bevat als gedefinieerd in de in de Administratieve Instructies bedoelde norm, dient die vrije tekst ook te verschijnen in het hoofddeel van de beschrijving en in de taal daarvan.
Regel 6. De conclusies
6.1. Aantal en nummering van de conclusies
- a). Het aantal conclusies dient redelijk te zijn, gezien de aard van de uitvinding, waarvoor bescherming wordt gevraagd.
- b). Indien er meer dan één conclusie is, dienen zij doorlopend te worden genummerd in Arabische cijfers.
- c). De wijze van nummering in geval van wijziging van de conclusies wordt geregeld in de Administratieve Instructies.
6.2. Verwijzingen naar andere delen van de internationale aanvrage
- a). Behalve wanneer dit absoluut noodzakelijk is, dienen de conclusies ten aanzien van de technische kenmerken van de uitvinding niet te steunen op verwijzingen naar de beschrijving of de tekeningen. In het bijzonder dienen zij niet te steunen op verwijzingen zoals: „zoals beschreven in deel.... van de beschrijving” of „zoals geïllustreerd in figuur .... van de tekeningen.”
- b). Wanneer de internationale aanvrage tekeningen bevat dienen de in de conclusies genoemde technische kenmerken bij voorkeur te worden gevolgd door de op deze kenmerken betrekking hebbende verwijzingstekens. Wanneer zij gebruikt worden dienen de verwijzingstekens bij voorkeur tussen haakjes te worden geplaatst. Indien de opneming van verwijzingstekens een sneller begrip van een conclusie niet speciaal vergemakkelijkt, dient zij achterwege te worden gelaten. Een aangewezen bureau kan de verwijzingstekens verwijderen ten behoeve van publikatie door dit bureau.
6.3. Wijze van opstellen van de conclusies
- a). De omschrijving van het onderwerp waarvoor bescherming wordt gevraagd, dient te worden gegeven aan de hand van de technische kenmerken van de uitvinding.
- b). Wanneer het ter zake dienende is moeten de conclusies bevatten:
- (i). een uiteenzetting van die technische kenmerken van de uitvinding die nodig zijn voor de omschrijving van het onderwerp waarop de conclusies betrekking hebben maar die, te zamen, behoren tot de bekende stand van de techniek,
- (ii). een beschrijving van de kenmerken - voorafgegaan door de woorden „daardoor gekenmerkt dat”, „gekenmerkt door”, „waarin de verbetering omvat” of andere woorden met dezelfde strekking - waarin de technische kenmerken beknopt worden uiteengezet waarvoor, te zamen met de kenmerken uiteengezet onder (i), bescherming wordt gewenst.
- c). Wanneer de nationale wetgeving van de aangewezen Staat de wijze van opstellen van de conclusies, bepaald onder paragraaf b), niet vereist, heeft het niet volgen van die wijze van opstellen geen rechtsgevolgen in die Staat, mits de feitelijk gevolgde wijze van opstellen van de conclusies voldoet aan de nationale wetgeving van die Staat.
6.4. Afhankelijke conclusies
- a). Een conclusie die alle kenmerken van een of meer andere conclusies omvat (conclusie in afhankelijke vorm, hierna te noemen „afhankelijke conclusie”) dient zulks te doen door een verwijzing, indien mogelijk aan het begin, naar de andere conclusie of conclusies en vervolgens de bijkomende kenmerken te vermelden waarop de conclusie betrekking heeft. Afhankelijke conclusies die verwijzen naar meer dan één andere conclusie („meervoudig afhankelijke conclusies”), dienen alleen in de vorm van een alternatief naar zodanige conclusies te verwijzen. Meervoudig afhankelijke conclusies mogen geen grondslag vormen voor een andere meervoudig afhankelijke conclusie. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat optreedt als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, niet toestaat dat meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een wijze die afwijkt van hetgeen is aangegeven in de voorafgaande twee zinnen, kan het niet-volgen van die wijze van opstellen uitlopen op een vermelding ingevolge artikel 17, tweede lid, onder b), in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek. Het niet-volgen van genoemde wijze van opstellen heeft geen rechtsgevolgen in een aangewezen Staat indien de feitelijk gevolgde wijze van opstellen van de conclusies voldoet aan de nationale wetgeving van die Staat.
- b). Onder een afhankelijke conclusie dient te worden verstaan een conclusie die alle beperkingen omvat welke zijn neergelegd in de conclusie waarnaar zij verwijst of, indien de afhankelijke conclusie een meervoudig afhankelijke conclusie is, alle beperkingen, opgenomen in de conclusie in samenhang waarmee zij wordt beschouwd.
- c). Alle afhankelijke conclusies die terugverwijzen naar een enkele voorgaande conclusie en alle afhankelijke conclusies die terugverwijzen naar meer dan één voorgaande conclusie, dienen voor zover mogelijk en op de meest praktische wijze te worden ondergebracht in één groep.
6.5. Gebruiksmodellen
Een aangewezen Staat waar de verlening van een gebruiksmodel wordt gevraagd op basis van een internationale aanvrage kan, in plaats van de Regels 6.1 tot en met 6.4, ten aanzien van de in die Regels geregelde aangelegenheden, de bepalingen van zijn nationale wetgeving betreffende gebruiksmodellen toepassen, wanneer de behandeling van de internationale aanvrage in die Staat eenmaal is begonnen, met dien verstande dat de aanvrager ten minste 2 maanden na het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn zal worden toegestaan om zijn aanvrage aan te passen aan de vereisten van genoemde bepalingen in de nationale wetgeving.
Regel 7. De tekeningen
7.1. Vloeischema's en diagrammen
Vloeischema's en diagrammen worden als tekeningen beschouwd.
7.2. Termijnen
De termijn genoemd in artikel 7, tweede lid, onder (ii), dient in de gegeven omstandigheden redelijk te zijn en in elk geval niet korter te zijn dan 2 maanden vanaf de datum van het schriftelijke verzoek waarbij de indiening van tekeningen of bijkomende tekeningen ingevolge genoemde bepaling wordt verlangd.
Regel 8. Het uittreksel
8.1. Inhoud en vorm van het uittreksel
- a). Het uittreksel dient te bestaan uit:
- (i). een samenvatting van de uiteenzetting zoals neergelegd in de beschrijving, de conclusies en mogelijke tekeningen; de samenvatting dient het technische gebied aan te geven waarop de uitvinding ligt en te worden opgesteld op een wijze die een duidelijk begrip van het technische probleem, de kern van de oplossing van dat probleem door de uitvinding en de voornaamste toepassing(en) van de uitvinding mogelijk maakt;
- (ii). wanneer van toepassing, de chemische formule die, van alle in de internationale aanvrage opgenomen formules, de uitvinding het beste kenmerkt.
- b). Het uittreksel dient zo beknopt te zijn als de uiteenzetting toelaat (bij voorkeur 50 tot 150 woorden, indien zij in het Engels is gesteld of vertaald).
- c). Het uittreksel dient geen verklaringen te bevatten over de beweerde verdiensten of de waarde van de uitvinding waarvoor bescherming wordt gevraagd of over de vermoedelijke toepassing.
- d). Elk technisch hoofdkenmerk vermeld in het uittreksel en geïllustreerd door een tekening in de internationale aanvrage dient te worden gevolgd door een tussen haakjes geplaatst verwijzingsteken.
8.2. Figuur
- a). Indien de aanvrager niet de opgave genoemd in Regel 3.3 a) (iii) verstrekt of indien de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek vaststelt dat (een) andere figu(u)r(en) dan door de aanvrager voorgesteld uit alle figuren van alle tekeningen de uitvinding beter zou(den) kenschetsen, dient zij, onverminderd het bepaalde onder paragraaf b), de figu(u)r(en) aan te geven die het uittreksel moet(en) vergezellen wanneer dit wordt gepubliceerd door het Internationale Bureau. In zo'n geval gaat het uittreksel vergezeld van de aldus door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek aangegeven figu(u)r(en). Anders gaat het uittreksel, onverminderd het bepaalde onder paragraaf b), vergezeld van de door de aanvrager voorgestelde figu(u)r(en).
- b). Indien de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bemerkt dat geen van de figuren van de tekeningen nuttig is voor het begrijpen van het uittreksel, stelt zij het Internationale Bureau daarvan in kennis. In zo'n geval gaat het uittreksel, wanneer het wordt gepubliceerd door het Internationale Bureau, niet vergezeld van enige figuur van de tekeningen, zelfs wanneer de aanvrager een voorstel heeft gedaan ingevolge Regel 3.3 a) (iii).
8.3. Leidende beginselen bij de opstelling
Het uittreksel dient zo te zijn opgesteld dat het doeltreffend kan dienen als een uitgangspunt voor een nauwkeurig nieuwheidsonderzoek op het bepaalde technische gebied, vooral door de wetenschapsman, ingenieur of onderzoeker te helpen bij het vormen van een oordeel over de vraag of het nodig is de internationale aanvrage zelf te raadplegen.
Regel 9. Uitdrukkingen, enz. die niet moeten worden gebruikt
9.1. Begripsomschrijving
De internationale aanvrage dient niet te bevatten:
- (i). uitdrukkingen of tekeningen die in strijd zijn met de goede zeden;
- (ii). uitdrukkingen of tekeningen die in strijd zijn met de openbare orde;
- (iii). kleinerende opmerkingen over de produkten of werkwijzen van een bepaalde andere persoon dan de aanvrager of de verdiensten of geldigheid van aanvragen of octrooien van zodanige personen (het louter vergelijken met de bestaande techniek wordt op zichzelf niet als kleinerend beschouwd);
- (iv). een verklaring of andere inhoud die onder de omstandigheden kennelijk niet ter zake of onnodig is.
9.2. Vaststelling van niet-naleving
Het ontvangende bureau en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek kunnen niet-naleving van de voorschriften van Regel 9.1 vaststellen en de aanvrager voorstellen dat hij zijn internationale aanvrage dienovereenkomstig vrijwillig verbetert. Indien de niet-naleving is vastgesteld door het ontvangende bureau, stelt dit de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en het Internationale Bureau daarvan in kennis; indien de niet-naleving is vastgesteld door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek stelt deze het ontvangende bureau en het Internationale Bureau daarvan in kennis.
9.3. Verwijzing naar artikel 21, zesde lid
De „kleinerende opmerkingen” genoemd in artikel 21, zesde lid, hebben de betekenis zoals omschreven in Regel 9.1 (iii).
Regel 10. Terminologie en tekens
10.1. Terminologie en tekens
- a). Gewichten en maten dienen volgens het metrieke stelsel te worden aangegeven of, indien zij eerst worden aangegeven volgens een ander stelsel, ook in het metrieke stelsel te worden aangegeven.
- b). Temperaturen dienen te worden aangegeven in graden Celsius, of, indien zij eerst worden aangegeven op een andere wijze, ook in graden Celsius te worden aangegeven.
- c). Vervallen.
- d). Voor aanduidingen van warmte, energie, licht, geluid en magnetisme, evenals voor wiskundige formules en elektrische eenheden dienen de regels van de internationale praktijk te worden gevolgd; voor chemische formules dienen de symbolen, atoomgewichten en moleculaire formules die algemeen gebruikelijk zijn, te worden gebruikt.
- e). In het algemeen dienen alleen die technische termen, tekens en symbolen te worden gebruikt die in de techniek algemeen zijn aanvaard.
- f). Wanneer de internationale aanvrage of de vertaling daarvan in het Chinees, het Engels of het Japans is gesteld, dient het begin van een decimale breuk te worden aangegeven door een punt, terwijl, wanneer de internationale aanvrage of de vertaling daarvan in een andere taal dan het Chinees, het Engels of het Japans is gesteld, dit dient te worden aangegeven door een komma.
10.2. Eenvormigheid
In een bepaalde internationale aanvrage dienen overal dezelfde terminologie en dezelfde tekens te worden gebruikt.
Regel 11. Vormvoorschriften voor de internationale aanvrage
11.1. Aantal exemplaren
- a). Onverminderd het bepaalde onder paragraaf b) dienen de internationale aanvrage en elk in de controlelijst (Regel 3.3 (ii)) genoemd document in een enkel exemplaar te worden ingediend.
- b). Een ontvangend bureau kan verlangen dat de internationale aanvrage en elk in de controlelijst (Regel 3.3 a) (ii)) genoemd document, ehalve het ontvangstbewijs voor de betaalde taksen of de cheque voor etaling van de taksen, in twee of drie exemplaren worden ingediend. In dat geval is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor het nagaan van de gelijkluidendheid van het tweede en derde exemplaar met het oorspronkelijke exemplaar.
11.2. Geschiktheid voor reproduktie
- a). Alle onderdelen van de internationale aanvrage (d.w.z. de aanvrage, de beschrijving, de conclusies, de tekeningen en het uittreksel) dienen zo te worden overgelegd dat zij in elk gewenst aantal exemplaren rechtstreeks kunnen worden gereproduceerd door middel van fotografie, elektrostatische werkwijzen, foto-offset en microfilm.
- b). Alle bladen dienen ongekreukt en ongescheurd te zijn; zij mogen niet gevouwen zijn.
- c). Elk blad dient slechts aan één kant te zijn gebruikt.
- d). Onverminderd Regel 11.10 d) en 11.13 j) dient elk blad in rechtopstaande stand te worden gebruikt (d.w.z. de korte zijden bovenaan en onderaan).
11.3. Te gebruiken materiaal
Alle onderdelen van de internationale aanvrage dienen op buigzaam, sterk, wit, glad, niet glanzend en duurzaam papier te zijn gesteld.
11.4. Afzonderlijke bladen, enz.
- a). Elk onderdeel (aanvrage, beschrijving, conclusies, tekeningen, uittreksel) van de internationale aanvrage dient te beginnen op een nieuw blad.
- b). Alle bladen van de internationale aanvrage dienen zo aan elkaar te zijn gehecht, dat zij gemakkelijk kunnen worden omgeslagen bij de raadpleging en gemakkelijk gescheiden en weer samengevoegd kunnen worden, indien zij losgemaakt zijn voor reproduktie.
11.5. Formaat van de bladen
Het formaat van de bladen dient A4 (29,7 cm x 21 cm) te zijn. Een ontvangend bureau kan evenwel internationale aanvragen op bladen van andere afmetingen aanvaarden, mits het oorspronkelijke exemplaar, zoals toegezonden aan het Internationale Bureau en, indien de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek zulks verlangt, het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek, volgens formaat A4 zijn.
11.6. Marges
- a). De minimum marges van de bladen waarop de beschrijving, de conclusies en het uittreksel zijn gesteld, dienen als volgt te zijn:
- –. bovenaan: 2 cm
- –. links: 2,5 cm
- –. rechts: 2,5 cm
- –. onderaan: 2 cm
- b). Het aanbevolen maximum voor de onder paragraaf a) genoemde marges is als volgt:
- -. bovenaan: 4 cm
- -. links: 4 cm
- -. rechts: 3 cm
- -. onderaan: 3 cm
- c). Op bladen met tekeningen dient de te gebruiken bladspiegel niet groter te zijn dan 26,2 x 17,0 cm. De bladen mogen geen rand rond de te gebruiken of gebruikte bladspiegel hebben. De minimum marges dienen als volgt te zijn:
- -. bovenaan: 2,5 cm
- -. links: 2,5 cm
- -. rechts: 1,5 cm
- -. onderaan: 1,0 cm
- d). De marges genoemd onder de paragrafen a) tot en met c) zijn van toepassing op bladen van formaat A 4, zodat, zelfs indien het ontvangend bureau andere formaten aanvaardt, het oorspronkelijke exemplaar op formaat A 4 en, wanneer verlangd, het exemplaar voor nieuwheidsonderzoek op formaat A 4, bovengenoemde marges zullen hebben.
- e). Behoudens het in paragraaf f en in Regel 11.8 b bepaalde, moeten de marges van de internationale aanvrage bij de indiening geheel onbeschreven zijn.
- f). De bovenmarge mag in de linkerhoek een vermelding van de dossieraanduiding van de aanvrager bevatten, mits deze dossieraanduiding binnen 1,5 cm van de bovenkant van het blad is vermeld. Het aantal tekens van de dossieraanduiding van de aanvrager mag niet groter zijn dan het in de Administratieve Instructies vastgelegde maximum.
11.7. Nummering van de bladen
- a). Alle bladen van de internationale aanvrage dienen doorlopend te worden genummerd in Arabische cijfers.
- b). De nummers dienen in het midden bovenaan of onderaan de bladzijde te worden geplaatst, maar niet in de marge.
11.8. Nummering van regels
- a). Sterk aanbevolen wordt, elke vijfde regel van elk blad van de beschrijving en van elk blad van de conclusies te nummeren.
- b). De nummers dienen in de rechterhelft van de linkermarge te staan.
11.9. Schrift van de tekst
- a). De aanvrage, de beschrijving, de conclusies en het uittreksel dienen in machineschrift of gedrukt te zijn.
- b). Alleen grafische symbolen en tekens, chemische of wiskundige formules en bepaalde karakters in het Chinees of het Japans kunnen, zo nodig, met de hand worden geschreven of getekend.
- c). De tekst dient op anderhalve regelafstand te zijn getypt.
- d). De gehele tekst dient te zijn weergegeven in letters waarvan de hoofdletters ten minste 0,21 cm hoog zijn en een donkere, onuitwisbare kleur hebben, voldoend aan de vereisten neergelegd in Regel 11.2.
- e). Wat de regelafstand in getypte teksten en het formaat van de letters betreft, is het in de paragrafen c en d bepaalde niet van toepassing op teksten in het Chinees of het Japans.
11.10. In de tekst opgenomen tekeningen, formules en tabellen
- a). De aanvrage, de beschrijving, de conclusies en het uittreksel dienen geen tekeningen te bevatten.
- b). De beschrijving, de conclusies en het uittreksel kunnen chemische of wiskundige formules bevatten.
- c). De beschrijving en het uittreksel kunnen tabellen bevatten; een conclusie kan alleen tabellen bevatten indien het onderwerp van de conclusie het gebruik van tabellen wenselijk maakt.
- d). Tabellen en chemische of wiskundige formules kunnen overdwars op het blad worden geplaatst indien zij niet op bevredigende wijze rechtopstaand kunnen worden weergegeven; bladen waarop tabellen of chemische of wiskundige formules overdwars worden weergegeven, dienen zo te zijn ingedeeld, dat de bovenkant van de tabellen of formules zich aan de linkerzijde van het blad bevindt.
11.11. Woorden in tekeningen
- a). De tekeningen dienen geen tekst te bevatten, behalve een enkel woord of woorden, wanneer volstrekt onmisbaar, zoals „water”, „stoom”, „open”, „dicht”, „doorsnede over AB” en, in het geval van elektrische schakelingen en blokschema's of vloeischemadiagrammen, enkele korte trefwoorden die onmisbaar zijn voor het begrijpen van de tekening.
- b). De gebruikte woorden dienen zo te worden geplaatst, dat zij bij vertaling kunnen worden overgeplakt zonder de lijnen van de tekeningen te raken.
11.12. Veranderingen, enz.
Elk blad dient redelijk vrij te zijn van doorhalingen en vrij van veranderingen en boven elkaar geschreven en tussengeschreven woorden. Niet-naleving van deze Regel kan worden toegestaan, indien er geen sprake is van twijfel aan de rechtsgeldigheid van de inhoud en kan worden voldaan aan de vereisten voor goede reproduktie.
11.13. Bijzondere vereisten voor tekeningen
- a). Tekeningen dienen te worden uitgevoerd in duurzame, zwarte, voldoende dichte en donkere, gelijkmatig en duidelijk aangegeven lijnen en streepjes zonder kleur.
- b). Doorsneden dienen te worden aangegeven door schuine arceringen die de duidelijke leesbaarheid van verwijzingstekens en hoofdlijnen niet mogen belemmeren.
- c). De schaal van de tekeningen en de duidelijkheid van de grafische uitvoering ervan dient zodanig te zijn, dat bij een fotografische reproduktie op twee/derde van de ware grootte alle details zonder moeite kunnen worden onderscheiden.
- d). Wanneer, in uitzonderlijke gevallen, op een tekening de schaal wordt gegeven, dient deze grafisch te zijn aangegeven.
- e). Alle cijfers, letters en verwijzingslijnen op de tekeningen moeten eenvoudig en duidelijk zijn. Haakjes, cirkels of aanhalingstekens mogen niet te zamen met cijfers en letters worden gebruikt.
- f). Alle lijnen in de tekeningen dienen gewoonlijk te worden getrokken met behulp van tekeninstrumenten.
- g). Elk onderdeel van elke figuur dient in de juiste verhouding te zijn tot elk ander element in de figuur, behalve wanneer het gebruik van een andere verhouding onmisbaar is voor de duidelijkheid van de figuur.
- h). De hoogte van de cijfers en letters mag niet kleiner zijn dan 0,32 cm. Voor de letters in tekeningen dient het Latijnse en, waar gebruikelijk, het Griekse alfabet te worden gebruikt.
- i). Hetzelfde blad tekeningen kan meer dan één figuur bevatten. Wanneer figuren op twee of meer bladen in feite één enkele volledige guur vormen, dienen de figuren op de verschillende bladen zo te zijn geplaatst, dat de volledige figuur kan worden gevormd zonder dat een deel van de op de verschillende bladen voorkomende figuren wordt bedekt.
- j). De verschillende figuren dienen op een blad of bladen te worden geplaatst zonder ruimteverspilling, bij voorkeur rechtopstaand en duidelijk gescheiden. Wanneer de figuren niet rechtopstaand zijn geplaatst, dienen zij overdwars te worden weergegeven, met het bovenste deel van de figuren gericht naar de linkerzijde van het blad.
- k). De verschillende figuren dienen doorlopend te worden genummerd in Arabische cijfers, onafhankelijk van de nummering van de bladen.
- l). In de beschrijving niet vermelde verwijzingstekens mogen niet in de tekeningen voorkomen en omgekeerd.
- m). Dezelfde kenmerken dienen, wanneer zij worden aangegeven door verwijzingstekens, in de gehele internationale aanvrage door dezelfde tekens te worden aangegeven.
- n). Indien de tekeningen een groot aantal verwijzingstekens bevatten, wordt sterk aanbevolen er een afzonderlijk blad aan te hechten waarin alle verwijzingstekens en de kenmerken waarop zij betrekking hebben worden opgesomd.
11.14. Latere documenten
De Regels 10 en 11.1 tot en met 11.13 zijn ook van toepassing op documenten – bijvoorbeeld verbeterde bladzijden, gewijzigde conclusies, vertalingen – die worden overgelegd na de indiening van de internationale aanvrage.
Regel 12. Taal van de internationale aanvrage en vertaling ten behoeve van internationaal nieuwheidsonderzoek en internationale publicatie
12.1. Voor het indienen van internationale aanvragen geaccepteerde talen
- a. Een internationale aanvrage dient te worden ingediend in een taal die het ontvangende bureau voor dat doel accepteert.
- b. Elke ontvangend bureau zal voor het indienen van internationale aanvragen ten minste één taal accepteren die zowel:
- i. wordt geaccepteerd door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, of, indien van toepassing, door ten minste een van de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, die bevoegd is het internationale nieuwheidsonderzoek voor de bij dat ontvangende bureau ingediende internationale aanvragen te verrichten; als
- ii. een taal van publicatie is.
- c. Niettegenstaande het in paragraaf a bepaalde, dient het verzoekschrift te worden ingediend in een taal van publicatie die het ontvangende bureau voor de toepassing van deze paragraaf accepteert.
- d. Niettegenstaande het in paragraaf a bepaalde dient de tekst in het in Regel 5.2 a bedoelde sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving conform de in de Administratieve Instructies genoemde norm te worden aangeboden.
12.2. Taal van de veranderingen in de internationale aanvrage
- a. Een wijziging van de internationale aanvrage dient, onverminderd het bepaalde in de Regels 46.3, 55.3 en 66.9, in de taal te zijn gesteld waarin de aanvrage wordt ingediend.
- b. Een verbetering krachtens Regel 91.1 van een kennelijke fout in de internationale aanvrage dient in de taal te zijn gesteld waarin de aanvrage wordt ingediend, met dien verstande dat:
- i. wanneer een vertaling van de internationale aanvrage krachtens Regel 12.3 a, 12.4 a of 55.2 a vereist is, de in Regel 91.1 e ii en iii bedoelde verbeteringen zowel in de taal van de aanvrage als in de taal van die vertaling worden ingediend;
- ii. wanneer een vertaling van het verzoekschrift krachtens Regel 26.3ter c, vereist is, de in Regel 91.1 e i bedoelde verbeteringen alleen in de taal van die vertaling behoeven te worden ingediend.
- c. Een verbetering krachtens Regel 26 van een gebrek in de internationale aanvrage dient in de taal te zijn gesteld waarin de aanvrage wordt ingediend. Een verbetering krachtens Regel 26 van een gebrek in een krachtens Regel 12.3 of 55.2 a verstrekte vertaling van de internationale aanvrage of in een krachtens Regel 26.3ter c verstrekte vertaling van het verzoekschrift dient in de taal van de vertaling te zijn gesteld.
12.3. Vertaling ten behoeve van internationaal nieuwheidsonderzoek
- a. Wanneer de taal waarin de internationale aanvrage wordt ingediend niet wordt geaccepteerd door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek die het internationale nieuwheidsonderzoek moet verrichten, dient de aanvrager binnen een maand na de datum van ontvangst van de internationale aanvrage door het ontvangende bureau, dat bureau een vertaling te verstrekken van de internationale aanvrage in een taal die zowel:
- i. door die Instantie wordt geaccepteerd, als
- ii. taal van publicatie is, als
- iii. krachtens Regel 12.1 a wordt geaccepteerd door het ontvangende bureau, tenzij de internationale aanvrage wordt ingediend in een taal van publicatie.
- b. Het in paragraaf a bepaalde is niet van toepassing op het verzoekschrift of op een sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving.
- c. Wanneer de aanvrager, op het moment dat het ontvangende bureau hem de kennisgeving stuurt ingevolge Regel 20.5 c, de krachtens paragraaf a vereiste vertaling niet heeft verstrekt, zal het ontvangende bureau de aanvrager, bij voorkeur samen met die kennisgeving, uitnodigen om:
- i. de vereiste vertaling binnen de in paragraaf a gestelde termijn te verstrekken;
- ii. ingeval de vereiste vertaling niet is verstrekt binnen de in paragraaf a gestelde termijn, deze te verstrekken en, indien van toepassing, de in paragraaf e genoemde taks wegens te late verstrekking te betalen, binnen een maand na de datum van de uitnodiging of binnen twee maanden na de datum van ontvangst van de internationale aanvrage door het ontvangende bureau, naargelang van welke periode het laatst verstrijkt.
- d. Wanneer het ontvangende bureau een uitnodiging ingevolge paragraaf c tot de aanvrager heeft gericht, en de aanvrager niet binnen de in paragraaf c ii genoemde termijn de vereiste vertaling heeft verstrekt en de eventueel vereiste taks wegens te late verstrekking heeft betaald, wordt de internationale aanvrage als ingetrokken beschouwd en maakt het ontvangende bureau dat bekend. Een vertaling of betaling die het ontvangende bureau ontvangt voordat het de bekendmaking krachtens de vorige zin doet en voordat er 15 maanden vanaf de datum van voorrang zijn verstreken, wordt beschouwd als ontvangen voor het verstrijken van die termijn.
- e. Het ontvangende bureau kan verstrekking van een vertaling na de termijn genoemd in paragraaf a. afhankelijk stellen van betaling ten gunste van het bureau, van een taks wegens te late verstrekking ter hoogte van 25% van de internationale indieningstaks bedoeld in punt 1 van de Taksenschaal, waarbij de taks voor elk blad boven de dertig bladzijden van de internationale aanvrage buiten beschouwing blijft.
12.4. Vertaling ten behoeve van internationale publicatie
- a. Wanneer de taal waarin de internationale aanvrage wordt ingediend geen taal van publicatie is en krachtens regel 12.3 a geen vertaling vereist is, dient de aanvrager binnen 14 maanden na de datum van voorrang bij het ontvangende bureau een vertaling van de internationale aanvrage in te dienen in een taal van publicatie die het ontvangende bureau voor de toepassing van deze paragraaf accepteert.
- b. Het in paragraaf a bepaalde is niet van toepassing op het verzoekschrift of op een sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving.
- c. Wanneer de aanvrager niet binnen de in paragraaf a genoemde termijn de krachtens die paragraaf vereiste vertaling heeft verstrekt, nodigt het ontvangende bureau de aanvrager uit de vereiste vertaling te verstrekken en, indien van toepassing, binnen 16 maanden na de datum van voorrang de krachtens paragraaf e vereiste taks wegens te late verstrekking te betalen. Een vertaling die het ontvangende bureau ontvangt voordat het de uitnodiging krachtens de vorige volzin verzendt, wordt beschouwd als ontvangen voor het verstrijken van de termijn krachtens paragraaf a.
- d. Wanneer de aanvrager niet binnen de termijn krachtens paragraaf c de vereiste vertaling heeft verstrekt en geen taks wegens te late verstrekking heeft betaald, wordt de internationale aanvrage als ingetrokken beschouwd en maakt het ontvangende bureau dat bekend. Een vertaling en betaling die het ontvangende bureau ontvangt voordat het de bekendmaking krachtens de vorige zin doet en voordat er 17 maanden vanaf de datum van voorrang zijn verstreken, worden beschouwd als ontvangen voor het verstrijken van die termijn.
- e. Het ontvangende bureau kan verstrekking van een vertaling na het verstrijken van de termijn genoemd in paragraaf a. afhankelijk stellen van betaling ten gunste van het bureau, van een taks wegens late verstrekking ter hoogte van 25% van de internationale indieningstaks bedoeld in punt 1 van de Taksenschaal, waarbij de taks voor elk blad boven de dertig bladzijden van de internationale aanvrage buiten beschouwing blijft.
Regel 13. Eenheid van uitvinding
13.1. Vereiste
De internationale aanvrage dient betrekking te hebben op slechts één uitvinding of op een groep van uitvindingen die zodanig onderling verbonden zijn dat zij op één enkele algemene uitvindersgedachte berusten („vereiste van eenheid van uitvinding”).
13.2. Omstandigheden waarin wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding
Wanneer in een en dezelfde internationale aanvrage de conclusies zijn gericht op een groep van uitvindingen, wordt slechts aan het in Regel 13.1 bedoelde vereiste van eenheid van uitvinding voldaan wanneer er een technisch verband bestaat tussen die uitvindingen bestaande uit één of meer dezelfde of overeenkomstige bijzondere technische kenmerken. Onder de term „bijzondere technische kenmerken” wordt verstaan de technische kenmerken die bepalend zijn voor een bijdrage die elk van de uitvindingen waarop de conclusies zijn gericht, als een geheel beschouwd, vormt ten opzichte van de stand van de techniek.
13.3. Wijze van concluderen niet bepalend voor de eenheid van uitvinding
Om te bepalen of een groep van uitvindingen zodanig onderling zijn verbonden dat zij op één enkele algemene uitvindingsgedachte berusten, doet het niet ter zake of de uitvindingen zijn vervat in afzonderlijke conclusies dan wel als varianten zijn opgenomen in één enkele conclusie.
13.4. Afhankelijke conclusies
Onverminderd Regel 13.1 is het toegestaan in dezelfde internationale aanvrage een redelijk aantal afhankelijke conclusies op te nemen, gericht op bijzondere vormen van de uitvinding waarop een onafhankelijke conclusie is gericht, zelfs wanneer de kenmerken van een afhankelijke conclusie op zich zelf als een uitvinding zouden kunnen worden beschouwd.
13.5. Gebruiksmodellen
Een aangewezen Staat waarin de verlening van een gebruiksmodel wordt verzocht op basis van een internationale aanvrage kan, in plaats van de Regels 13.1 tot en met 13.4, ten aanzien van de in deze Regels geregelde aangelegenheden de bepalingen van zijn nationale wetgeving betreffende gebruiksmodellen toepassen, wanneer de behandeling van de internationale aanvrage in die Staat eenmaal is begonnen, met dien verstande dat de aanvrager ten minste 2 maanden vanaf het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn wordt toegestaan om zijn aanvrage aan te passen aan de vereisten van genoemde bepalingen van de nationale wetgeving.
Regel 13bis. Uitvindingen met betrekking tot biologisch materiaal
13bis.1. Begripsomschrijving
Voor de toepassing van deze regel wordt onder „verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal” verstaan de gegevens die in een internationale aanvrage worden verstrekt met betrekking tot het depot van biologisch materiaal bij een instituut voor bewaarneming of met betrekking tot het aldus gedeponeerde biologisch materiaal.
13bis.2. Verwijzingen (algemeen)
Elke verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal geschiedt overeenkomstig deze regel en indien aldus geschied, wordt zij beschouwd te voldoen aan de vereisten van de nationale wetgeving van elke aangewezen Staat.
13bis.3. Verwijzingen: inhoud; nalaten een verwijzing of vermelding op te nemen
- a). Een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal dient te vermelden:
- (i). de naam en het adres van het instituut voor bewaarneming waarbij het depot heeft plaatsgevonden;
- (ii). de datum van het depot van het biologisch materiaal bij dat instituut;
- (iii). het inschrijvingsnummer dat door dat instituut aan het depot is toegekend; en
- (iv). eventuele bijkomende gegevens die het Internationale Bureau ter kennis zijn gebracht ingevolge Regel 13bis.7 a)(i), mits het vereiste deze gegevens te vermelden ten minste twee maanden voor de indiening van de internationale aanvrage in het mededelingenblad is bekendgemaakt overeenkomstig Regel 13bis.7 c).
- b). Het nalaten een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal op te nemen of het nalaten in een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal een vermelding overeenkomstig paragraaf a op te nemen, heeft geen gevolgen in een aangewezen Staat waarvan de nationale wetgeving een zodanige verwijzing of vermelding in een nationale aanvrage niet vereist.
13bis.4. Verwijzingen: Tijdslimiet voor de verstrekking van vermeldingen
- a. Met inachtneming van paragraaf b en c, indien een of meer van de in Regel 13bis 3 a genoemde vermeldingen niet zijn opgenomen in een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal in de internationale aanvrage zoals ingediend, maar zijn verstrekt aan het Internationaal Bureau:
- i. binnen 16 maanden na de datum van voorrang wordt deze vermelding door een aangewezen bureau beschouwd als op tijd verstrekt;
- ii. na het verstrijken van 16 maanden na de datum van voorrang wordt deze vermelding door een aangewezen bureau beschouwd als verstrekt op de laatste dag van die termijn indien het Internationaal Bureau deze vermelding ontvangt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond.
- b. Indien de nationale wetgeving die van toepassing is op een aangewezen bureau dat voor nationale aanvragen vereist, kan dat bureau eisen dat de in Regel 13bis 3 a genoemde vermeldingen eerder worden verstrekt dan binnen 16 maanden na de datum van voorrang, onder de voorwaarde dat het Internationaal Bureau van dat vereiste in kennis is gesteld ingevolge Regel 13bis 7 a ii en dat vereiste tenminste twee maanden voor de indiening van de internationale aanvrage in overeenstemming met Regel 13bis 7 c heeft gepubliceerd in het mededelingenblad.
- c. Wanneer de aanvrager ingevolge artikel 21, tweede lid, onder b verzoekt om eerdere publicatie, kan een aangewezen bureau een vermelding die niet is verstrekt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond beschouwen als niet op tijd verstrekt.
- d. Het Internationaal Bureau stelt de aanvrager in kennis van de datum waarop het een krachtens paragraaf a verstrekte vermelding heeft ontvangen, en zal
- i. indien de vermelding werd ontvangen voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond, die datum in de ingevolge Regel 48 gepubliceerde brochure vermelden en de relevante gegevens uit de vermelding in de brochure opnemen;
- ii. indien de vermelding werd ontvangen nadat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond, de aangewezen bureaus in kennis stellen van die datum en de relevante gegevens uit de vermelding.
13bis.5. Verwijzingen en vermeldingen met het oog op een of meer aangewezen Staten; verschillende depots voor verschillende aangewezen Staten; depots bij andere instituten voor bewaarneming dan ter kennis zijn gebracht
- a. Een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal wordt geacht te zijn gedaan met het oog op alle aangewezen Staten, tenzij zij uitdrukkelijk wordt gedaan met het oog op slechts bepaalde aangewezen Staten; hetzelfde geldt voor de in de verwijzing opgenomen vermeldingen.
- b. Voor verschillende aangewezen Staten kunnen verwijzingen naar verschillende depots van het biologisch materiaal worden gedaan.
- c. Een aangewezen bureau kan een depot verricht bij een ander instituut voor bewaarneming dan een dat ingevolge Regel 13bis 7 b ter kennis van het bureau is gebracht buiten beschouwing laten.
13bis.6. Verstrekking van monsters
- a). Vervallen.
- b). Ingevolge de artikelen 23 en 40 vindt, behalve met machtiging van de aanvrager, geen verstrekking plaats van monsters van het gedeponeerde biologisch materiaal waarnaar in een internationale aanvrage wordt verwezen, vóór het verstrijken van de toepasselijke termijnen na welke ingevolge bedoelde artikelen een nationale behandeling kan aanvangen. Wanneer de aanvrager evenwel de handelingen verricht, bedoeld in de artikelen 22 of 39 na de internationale publicatie doch vóór het verstrijken van bedoelde termijnen, kan het verstrekken van monsters van het gedeponeerde biologisch materiaal plaatsvinden, zodra genoemde handelingen zijn verricht. Niettegenstaande de voorgaande bepaling kan het verstrekken van monsters van het gedeponeerde biologisch materiaal plaatsvinden ingevolge de door een aangewezen bureau toe te passen nationale wetgeving zodra ingevolge die wetgeving de internationale publicatie de werking heeft van de verplichte nationale publicatie van een niet-beoordeelde nationale aanvrage.
13bis.7. Nationale vereisten: Kennisgeving en publicatie
- a). Een nationaal bureau kan het Internationaal Bureau in kennis stellen van een vereiste in de nationale wetgeving:
- i. dat in de kennisgeving genoemde gegevens, naast die bedoeld in Regel 13bis 3 a i, ii en iii, dienen te worden opgenomen in een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal in een nationale aanvrage;
- ii. dat een of meer van de vermeldingen, bedoeld in Regel 13bis 3 a dienen te worden opgenomen in een nationale aanvrage zoals ingediend of dienen te worden verstrekt op een in de kennisgeving genoemd tijdstip dat eerder valt dan 16 maanden na de datum van voorrang.
- b). Elk nationaal bureau stelt het Internationaal Bureau in kennis van de instituten voor bewaarneming bij wie de nationale wetgeving het verrichten van depots van biologisch materiaal ten behoeve van de octrooiprocedure voor dat bureau toestaat, of, indien de nationale wetgeving niet in zodanige depots voorziet of deze niet toestaat, van dat feit.
- c). Het Internationale Bureau maakt onverwijld in het mededelingenblad bekend de vereisten waarvan het in kennis is gesteld ingevolge paragraaf a) en informatie waarvan het in kennis is gesteld ingevolge paragraaf b).
Regel 13ter. Sequentie-opsommingen van nucleotiden en/of aminozuren
13ter.1. Procedure bij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
- a. Wanneer de internationale aanvrage de openbaarmaking van een of meer nucleotide- en/of aminozuursequenties bevat, kan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek de aanvrager uitnodigen haar ten behoeve van het nieuwheidsonderzoek een sequentie-opsomming in elektronische vorm te verstrekken die voldoet aan de in de Administratieve Instructies bedoelde norm, tenzij zij reeds over een dergelijke opsomming in elektronische vorm kan beschikken in een vorm en op een wijze die voor haar aanvaardbaar is, en haar, indien van toepassing, binnen een in de uitnodiging vastgestelde termijn de in paragraaf c bedoelde taks wegens te late verstrekking te betalen.
- b. Wanneer ten minste een deel van de internationale aanvrage is ingediend op papier en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van oordeel is dat de beschrijving niet voldoet aan Regel 5.2 a, kan zij de aanvrager uitnodigen ten behoeve van het internationaal nieuwheidsonderzoek, een sequentie-opsomming in papiervorm te verstrekken die voldoet aan de in de Administratieve Instructies bedoelde norm, tenzij zij reeds over een sequentie-opsomming in papiervorm kan beschikken in een vorm en op een wijze die voor haar aanvaardbaar is, ongeacht of de aanvrager uit hoofde van paragraaf a al dan niet is uitgenodigd een sequentie-opsomming in elektronische vorm te verstrekken en, indien van toepassing, binnen een in de uitnodiging vastgestelde termijn de in paragraaf c bedoelde taks wegens te late verstrekking te betalen.
- c. De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek kan de verstrekking van een sequentie-opsomming naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a of b afhankelijk stellen van betaling ten gunste van de Instantie van een taks wegens te late verstrekking waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, hetgeen evenwel niet meer zal bedragen dan 25% van het in punt 1 van de Taksenschaal bedoelde bedrag van de internationale indieningstaks, waarbij de taks voor elk blad van de internationale aanvrage boven de 30 bladen buiten beschouwing blijft, mits een taks wegens te late verstrekking verlangd kan worden hetzij ingevolge paragraaf a, hetzij ingevolge paragraaf b, maar niet beide.
- d. Wanneer de aanvrager verzuimt binnen de in de uitnodiging overeenkomstig paragraaf a of b vastgestelde termijn de verlangde sequentie-opsomming te verstrekken en een eventueel verlangde taks wegens te late verstrekking te betalen, is de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek uitsluitend verplicht een nieuwheidsonderzoek te verrichten met betrekking tot de internationale aanvrage voor zover een zinvol onderzoek mogelijk is zonder de sequentie-opsomming.
- e. Een sequentie-opsomming die niet is opgenomen in de internationale aanvrage zoals ingediend, ongeacht of deze is verstrekt naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge paragraaf a of b of anderszins, maakt geen deel uit van de internationale aanvrage, maar deze paragraaf belet de aanvrager niet de beschrijving met betrekking tot de sequentie-opsomming met inachtneming van artikel 34, tweede lid, onder b, te wijzigen.
- f. Wanneer de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van oordeel is dat de beschrijving niet voldoet aan Regel 5.2 b, nodigt zij de aanvrager uit de vereiste verbetering in te dienen. Regel 26.4 is van overeenkomstige toepassing op een door de aanvrager aangeboden verbetering. De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek zendt de verbetering toe aan het ontvangende bureau en aan het Internationale Bureau.
13ter.2. Procedure bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
Regel 13ter 1 is van overeenkomstige toepassing op de procedure bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
13ter.3. Sequentie-opsomming voor het aangewezen bureau
Een aangewezen bureau mag niet van de aanvrager verlangen hem een sequentie-opsomming te verstrekken anders dan een sequentie-opsomming die voldoet aan de in de Administratieve Instructies bedoelde norm.
Regel 14. De toezendingstaks
14.1. De toezendingstaks
- a). Een ontvangend bureau kan verlangen, dat de aanvrager aan en ten behoeve van dat bureau een taks betaalt voor de inontvangstneming van de internationale aanvrage, de toezending van exemplaren aan het Internationale Bureau en de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en het verrichten van alle andere taken die het, in zijn hoedanigheid van ontvangend bureau, moet verrichten in verband met de internationale aanvrage („toezendingstaks”).
- b). Het bedrag van de eventuele toezendingstaks wordt vastgesteld door het ontvangende bureau.
- c). De toezendingstaks dient binnen een maand na de datum van ontvangst van de internationale aanvrage te worden betaald. Het te betalen bedrag is het bedrag dat van toepassing is op die datum van ontvangst.
Regel 15. De internationale indieningstaks
15.1. De internationale indieningstaks
Elke internationale aanvrage is onderworpen aan de betaling van een taks ten gunste van het Internationaal Bureau (“internationale indieningstaks”), te innen door het ontvangende bureau.
15.2. Bedrag
- a. Het bedrag van de internationale indieningstaks is vermeld in de Taksenschaal.
- b. De internationale indieningstaks dient te worden betaald in de valuta of een van de valuta's die door het ontvangende bureau zijn voorgeschreven (“voorgeschreven valuta”), met dien verstande dat deze taks, wanneer zij door het ontvangende bureau wordt overgemaakt naar het Internationaal Bureau, vrij inwisselbaar dient te zijn in Zwitserse valuta. Het bedrag van de internationale indieningstaks wordt voor elk ontvangend bureau dat betaling van die taks voorschrijft in een andere valuta dan de Zwitserse valuta, door de Directeur-Generaal vastgesteld na overleg met het ontvangende bureau van, of ingevolge Regel 19.1 b. optredend voor, de Staat waarvan de officiële valuta dezelfde is als de voorgeschreven valuta. Het op die manier vastgestelde bedrag zal het equivalent in ronde bedragen zijn van het in de Taksenschaal genoemde bedrag in Zwitserse valuta. Het wordt door het Internationaal Bureau bekendgemaakt aan elk ontvangend bureau dat betaling in die voorgeschreven valuta voorschrijft en in het mededelingenblad gepubliceerd.
- c. Wanneer het bedrag van de internationale indieningstaks vermeld in de Taksenschaal wordt gewijzigd, wordt het daarmee overeenkomende bedrag in de voorgeschreven valuta vanaf dezelfde datum toegepast als het bedrag vermeld in de gewijzigde Taksenschaal.
- d. Wanneer de wisselkoers tussen de Zwitserse valuta en een voorgeschreven valuta anders wordt dan de laatst toegepaste wisselkoers, stelt de Directeur-Generaal het nieuwe bedrag vast in de voorgeschreven valuta, conform door de Algemene Vergadering gegeven richtlijnen. Het nieuw vastgestelde bedrag wordt twee maanden na de datum van publicatie in het mededelingenblad van toepassing, met dien verstande dat het in de tweede zin van paragraaf b. genoemde ontvangende bureau en de Directeur-Generaal een datum kunnen overeenkomen binnen de genoemde periode van twee maanden, in welk geval het genoemde bedrag vanaf die datum van toepassing zal zijn.
15.3. Vervallen.
15.4. Termijn voor betaling; te betalen bedrag
De internationale indieningstaks dient binnen een maand na de datum van ontvangst van de internationale aanvrage te worden betaald. Het te betalen bedrag is het bedrag dat van toepassing is op die datum van ontvangst.
15.5. Vervallen.
15.6. Terugbetaling
Het ontvangende bureau betaalt de internationale indieningstaks aan de aanvrager terug:
- i. indien de vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid, negatief uitvalt,
- ii. indien de internationale aanvrage wordt ingetrokken of wordt geacht te zijn ingetrokken vóór de toezending van het oorspronkelijke exemplaar aan het Internationaal Bureau, of
- iii. indien vanwege voorschriften met betrekking tot nationale veiligheid de internationale aanvrage niet als zodanig wordt behandeld.
Regel 16. De taks voor het nieuwheidsonderzoek
16.1. Het recht een taks te vragen
- a). Elke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek kan verlangen, dat de aanvrager te haren gunste een taks („taks voor het nieuwheidsonderzoek”) betaalt voor het verrichten van het internationale nieuwheidsonderzoek en voor het vervullen van alle andere taken die door het Verdrag en dit Reglement aan Instanties voor Nieuwheidsonderzoek zijn opgedragen.
- b). De taks voor het nieuwheidsonderzoek wordt geïnd door het ontvangende bureau. Genoemde taks is betaalbaar in de valuta of een van de valuta's die door dat bureau zijn voorgeschreven („ontvangend bureau-valuta”), met dien verstande dat, indien een ontvangend bureau-valuta niet die valuta of een van die valuta's is waarin de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek de genoemde taks heeft vastgesteld („vastgestelde valuta”), deze taks bij overmaking door het ontvangende bureau aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek vrij inwisselbaar dient te zijn in de valuta van de Staat waarin de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek haar zetel heeft („zetel-valuta”). Het bedrag van de taks voor nieuwheidsonderzoek in een ontvangend bureau-valuta, niet zijnde de vastgestelde valuta, wordt door de Directeur-Generaal vastgesteld na overleg met het ontvangende bureau van, of krachtens Regel 19.1 b optredend voor, de staat waarvan de officiële valuta dezelfde is als de ontvangend bureau-valuta. De op die manier vastgestelde bedragen zijn de equivalenten in ronde bedragen van de door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek in de zetel-valuta vastgestelde bedragen. Zij worden door het Internationaal Bureau bekendgemaakt aan elk ontvangend bureau dat betaling in die ontvangend bureau-valuta voorschrijft en in het mededelingenblad gepubliceerd.
- c). Dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
- d). Wanneer de wisselkoers tussen de zetel-valuta en een ontvangend bureau-valuta, niet zijnde de vastgestelde valuta of valuta's, anders wordt dan de laatst toegepaste wisselkoers, stelt de Directeur-Generaal het nieuwe bedrag vast in genoemde ontvangend bureau-valuta, conform door de Vergadering gegeven richtlijnen. Het nieuw vastgestelde bedrag wordt twee maanden na de datum van publicatie in het mededelingenblad van toepassing, met dien verstande dat een in de derde zin van paragraaf b genoemd ontvangend bureau en de Directeur-Generaal een datum kunnen overeenkomen binnen de genoemde periode van twee maanden, in welk geval het genoemde bedrag voor dat kantoor vanaf die datum van toepassing zal zijn.
- e). Dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
- f). Met betrekking tot de termijn voor betaling van de taks voor nieuwheidsonderzoek en het te betalen bedrag zijn de bepalingen van Regel 15.4 inzake de internationale indieningstaks van overeenkomstige toepassing.
16.2. Terugbetaling
Het ontvangende bureau betaalt de taks voor het nieuwheidsonderzoek aan de aanvrager terug:
- i. indien de vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid, negatief uitvalt,
- ii. indien de internationale aanvrage wordt ingetrokken of wordt geacht te zijn ingetrokken vóór de toezending van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, of
- iii. indien vanwege voorschriften met betrekking tot nationale veiligheid de internationale aanvrage niet als zodanig wordt behandeld.
16.3. Gedeeltelijke terugbetaling
Indien in de internationale aanvrage een recht van voorrang wordt ingeroepen op grond van een eerdere internationale aanvrage, die het voorwerp is geweest van een internationaal nieuwheidsonderzoek door dezelfde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, betaalt die Instantie de in verband met de latere internationale aanvrage gestorte taks voor het nieuwheidsonderzoek terug in de mate en op de voorwaarden bepaald in de overeenkomst ingevolge artikel 16, derde lid, onder b), indien het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek betreffende de latere internationale aanvrage geheel of gedeeltelijk gebaseerd zou kunnen worden op de resultaten van het internationale nieuwheidsonderzoek dat omtrent de eerdere internationale aanvrage is verricht.
Regel 16bis. Verlenging van de termijnen voor de betaling van taksen
16bis.1. Uitnodiging door het ontvangende bureau
- a. Wanneer het ontvangende bureau op het tijdstip waarop taksen verschuldigd zijn ingevolge de Regels 14.1 c, 15.4 en 16.1 f, vaststelt dat geen enkele taks is betaald, of dat het betaalde bedrag niet voldoende is om de toezendingstaks, de internationale indieningstaks en de taks voor het nieuwheidsonderzoek te dekken, nodigt het ontvangende bureau met inachtneming van paragraaf d de aanvrager uit het bedrag dat noodzakelijk is om deze taksen te dekken alsnog te voldoen, indien van toepassing tezamen met de taks wegens te late betaling ingevolge Regel 16bis 2, zulks binnen de termijn van een maand na de datum van de uitnodiging.
- b. Vervallen.
- c. Wanneer het ontvangende bureau een uitnodiging ingevolge paragraaf a tot de aanvrager heeft gericht, en de aanvrager niet binnen de in die paragraaf genoemde termijn het verschuldigde bedrag volledig heeft voldaan, indien van toepassing met inbegrip van de taks wegens te late betaling ingevolge Regel 16bis 2, zal het ontvangende bureau, met inachtneming van paragraaf e:
- i. de verklaring daaromtrent ingevolge artikel 14, derde lid, opstellen en
- ii. handelen zoals voorzien in Regel 29.
- d. Een betaling die het ontvangende bureau ontvangt voordat dat bureau de uitnodiging ingevolge paragraaf a. verzendt, wordt geacht te zijn ontvangen voor het verstrijken van de in Regel 14.1 c., 15.4 of 16.1 f. genoemde termijn, naar gelang van het geval.
- e. Een betaling die het ontvangende bureau ontvangt voordat dat bureau de toepasselijke verklaring ingevolge artikel 14, derde lid, afgeeft, wordt geacht te zijn ontvangen voor het verstrijken van de in paragraaf a. genoemde termijn.
16bis.2. Taks wegens te late betaling
- a. De betaling van taksen naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge Regel 16bis. 1 a. kan door het ontvangende bureau worden onderworpen aan de betaling van een taks wegens te late betaling ten gunste van dat bureau. Deze taks bedraagt:
- i. 50% van het bedrag van de onbetaalde taksen dat in de uitnodiging is genoemd, of,
- ii. indien het ingevolge i. berekende bedrag lager is dan de toezendingstaks, een bedrag gelijk aan de toezendingstaks.
- b. Het bedrag van de taks wegens te late betaling mag evenwel niet hoger zijn dan 50% van de internationale indieningstaks bedoeld in punt 1 van de Taksenschaal, waarbij de taks voor elk blad boven de dertig bladzijden van de internationale aanvrage buiten beschouwing blijft.
Regel 17. Het voorrangsbewijs
17.1. Verplichting een afschrift van een eerdere nationale of internationale aanvrage over te leggen
- a. Wanneer ingevolge artikel 8 de voorrang op grond van een eerdere nationale of internationale aanvrage wordt ingeroepen, dient een afschrift van die eerdere aanvrage, gewaarmerkt door de instantie waarbij zij was ingediend (“het voorrangsbewijs”), tenzij reeds bij het ontvangende bureau ingediend, tezamen met de internationale aanvrage waarin de voorrang wordt ingeroepen, en met inachtneming van de paragrafen b. en b-bis., uiterlijk 16 maanden na de datum van voorrang door de aanvrager aan het Internationaal Bureau of aan het ontvangende bureau te worden overgelegd, met dien verstande dat een afschrift van genoemde eerdere aanvrage dat het Internationaal Bureau ontvangt na het verstrijken van die termijn wordt geacht door dat bureau te zijn ontvangen op de laatste dag van die termijn indien het bureau het ontvangt vóór de datum van internationale publicatie van de internationale aanvrage.
- b. Wanneer het voorrangsbewijs door het ontvangende bureau wordt afgegeven, kan de aanvrager, in plaats van het voorrangsbewijs over te leggen, het ontvangende bureau verzoeken het voorrangsbewijs op te stellen en toe te zenden aan het Internationaal Bureau. Een dergelijk verzoek dient niet later te worden gedaan dan 16 maanden na de datum van voorrang en kan door het ontvangende bureau worden onderworpen aan de betaling van een taks.
- b-bis. Wanneer het ontvangende bureau of het Internationaal Bureau, in overeenstemming met de Administratieve Instructies, via een digitale bibliotheek kan beschikken over het voorrangsbewijs, kan de aanvrager, naar gelang van het geval, in plaats van het voorrangsbewijs over te leggen:
- i. het ontvangende bureau verzoeken het voorrangsbewijs op te vragen uit een dergelijke digitale bibliotheek en het te verzenden aan het Internationaal Bureau; of
- ii. het Internationaal Bureau verzoeken het voorrangsbewijs op te vragen uit een dergelijke digitale bibliotheek. Een dergelijk verzoek dient uiterlijk 16 maanden na de datum van voorrang te worden gedaan en kan door het ontvangende bureau of het Internationaal Bureau worden onderworpen aan de betaling van een taks.
- c. Indien aan geen van de vereisten van de drie voorgaande paragrafen is voldaan, kan een aangewezen bureau met inachtneming van paragraaf d, het beroep op het recht van voorrang buiten beschouwing laten, mits een aangewezen bureau het beroep op het recht van voorrang niet buiten beschouwing laat voordat de aanvrager in de gelegenheid is gesteld het voorrangsbewijs binnen een onder de omstandigheden redelijke termijn te verstrekken.
- d. Een aangewezen bureau mag een beroep op het recht van voorrang ingevolge paragraaf c. niet buiten beschouwing laten, indien de eerdere aanvrage bedoeld in paragraaf a. bij dat bureau in de hoedanigheid van nationaal bureau is ingediend of indien het, in overeenstemming met de Administratieve Instructies, via een digitale bibliotheek over het voorrangsbewijs kan beschikken.
17.2. Beschikbaarheid van afschriften
- a). Wanneer de aanvrager heeft voldaan aan Regel 17.1 a, b of b-bis verstrekt het Internationale Bureau, op het daartoe strekkende verzoek van het aangewezen bureau, onverwijld maar niet voor de internationale publicatie van de internationale aanvrage, een afschrift van het voorrangsbewijs aan dat bureau. Dat bureau mag de aanvrager niet zelf om een afschrift vragen. De aanvrager is niet verplicht vóór het verstrijken van de desbetreffende termijn krachtens artikel 22 een vertaling te verstrekken aan het aangewezen bureau. Indien de aanvrager voorafgaand aan de internationale publicatie van de internationale aanvrage een uitdrukkelijk verzoek krachtens artikel 23, tweede lid, doet aan het aangewezen bureau, verstrekt het Internationale Bureau na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek van het aangewezen bureau onverwijld een afschrift van het voorrangsbewijs aan dat bureau.
- b). Het Internationale Bureau stelt geen afschriften van het voorrangsbewijs ter beschikking van het publiek voor de internationale publikatie van de internationale aanvrage.
- c). Wanneer de internationale aanvrage is gepubliceerd ingevolge artikel 21, verstrekt het Internationaal Bureau een ieder, op diens verzoek, een afschrift van het voorrangsbewijs tegen vergoeding van de kosten, tenzij, vóór die publicatie:
- i. de internationale aanvrage werd ingetrokken,
- ii. het desbetreffende beroep op een recht van voorrang werd ingetrokken of, ingevolge Regel 26bis 2 b, als niet gedaan werd beschouwd.
Regel 18. De aanvrager
18.1. Woonplaats en nationaliteit
- a. Onverminderd het in de paragrafen b en c bepaalde, is de vraag of een aanvrager inwoner of onderdaan is van de Verdragsluitende Staat waarvan hij beweert inwoner of onderdaan te zijn, afhankelijk van de nationale wetgeving van die Staat en wordt hierover beslist door het ontvangende bureau.
- b. In elk geval,
- i. wordt het hebben van een daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel in een Verdragsluitende Staat als bewijs van woonplaats in die Staat beschouwd, en
- ii. wordt een rechtspersoon, opgericht volgens de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat, als onderdaan van die Staat beschouwd.
- c. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau dat als ontvangend bureau fungeert, verzoekt het Internationale Bureau, in de in de Administratieve Instructies genoemde omstandigheden, het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de betrokken Verdragsluitende Staat te beslissen over de in paragraaf a bedoelde vraag. Het Internationale Bureau stelt de aanvrager van een eventueel verzoek hiertoe in kennis. De aanvrager dient de mogelijkheid te hebben rechtstreeks aan het nationale bureau argumenten voor te leggen. Het nationale bureau beslist onverwijld over deze vraag.
18.2. Vervallen.
18.3. Meer dan één aanvrager
Indien er meer dan één aanvrager is, bestaat het recht tot het indienen van een internationale aanvrage indien ten minste één van hen ingevolge artikel 9 bevoegd is een internationale aanvrage in te dienen.
18.4. Gegevens over voorwaarden met betrekking tot aanvragers op grond van nationale wetgeving
- a). De internationale aanvrage kan verschillende aanvragers vermelden voor verschillende aangewezen Staten mits ten aanzien van elke aangewezen Staat ten minste één van de voor die Staat vermelde aanvragers ingevolge artikel 9 bevoegd is een internationale aanvrage in te dienen.
- b). Indien aan het vereiste van paragraaf a) niet is voldaan ten aanzien van een aangewezen Staat, wordt de aanwijzing van die Staat als niet gedaan beschouwd.
- c). Het internationale Bureau publiceert van tijd tot tijd gegevens over de verschillende nationale wetgevingen met betrekking tot de vraag wie bevoegd is (uitvinder, rechtsopvolger van de uitvinder, rechthebbende op de uitvinding of anderen) een nationale aanvrage in te dienen en voegt aan deze gegevens een waarschuwing toe dat de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage in een aangewezen Staat kunnen afhangen van het feit of de in de internationale aanvrage voor die Staat als aanvrager vermelde persoon een persoon is die, ingevolge de nationale wetgeving van die Staat, bevoegd is een nationale aanvrage in te dienen.
Regel 19. Het bevoegde ontvangende bureau
19.1. Waar in te dienen
- a). Behoudens het in paragraaf b bepaalde, wordt de internationale aanvrage, naar keuze van de aanvrager, ingediend,
- i. bij het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner is,
- ii. bij het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager onderdaan is, of
- iii. ongeacht de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner of onderdaan is, bij het Internationale Bureau.
- b). Een Verdragsluitende Staat kan met een andere Verdragsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie overeenkomen, dat het nationale bureau van laatstgenoemde Staat of de intergouvernementele organisatie voor alle of enkele aangelegenheden in plaats van het nationale bureau van de eerstgenoemde Staat optreedt als ontvangend bureau voor aanvragers die inwoner of onderdaan van die eerstgenoemde Staat zijn. Niettegenstaande een zodanige overeenkomst wordt het nationale bureau van de eerstgenoemde Staat beschouwd als het bevoegde ontvangende bureau voor de toepassing van artikel 15, vijfde lid.
- c). In verband met besluiten genomen ingevolge artikel 9, tweede lid, wijst de Algemene Vergadering aan het nationale bureau dat, of de intergouvernementele organisatie die zal optreden als ontvangend bureau voor aanvragen van inwoners of onderdanen van door de Algemene Vergadering aangegeven Staten. Voor een zodanige aanwijzing is de voorafgaande toestemming van het genoemde nationaal bureau of de genoemde intergouvernementele organisatie vereist.
19.2. Meer dan één aanvrager
Indien er meer dan één aanvrager is:
- i. wordt aan de vereisten van Regel 19.1 geacht te zijn voldaan indien het nationale bureau waarbij de internationale aanvrage is ingediend, het nationale bureau is van, of dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat waarvan ten minste één van de aanvragers inwoner of onderdaan is;
- ii. kan de internationale aanvrage worden ingediend bij het Internationale Bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, indien ten minste één van de aanvragers inwoner of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat.
19.3. Bekendmaking van delegatie van de taken van het ontvangende bureau
- a). Van een overeenkomst zoals bedoeld in Regel 19.1b) wordt door de Verdragsluitende Staat die de taken van het ontvangende bureau delegeert aan het nationale bureau van of optredend voor een andere gsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie, onverwijld kennis gegeven aan het Internationale Bureau.
- b). Het Internationale Bureau maakt de kennisgeving onverwijld na ontvangst bekend in het mededelingenblad.
19.4. Toezending aan het Internationaal Bureau als ontvangend bureau
- a. Wanneer een internationale aanvrage wordt ingediend bij een nationaal bureau dat ingevolge het Verdrag optreedt als ontvangend bureau, maar
- i. dat nationale bureau ingevolge Regel 19.1 of 19.2 niet bevoegd is om die internationale aanvrage te ontvangen, of
- ii. die internationale aanvrage niet in een taal is gesteld die ingevolge Regel 12.1 a door dat nationale bureau wordt geaccepteerd, maar in een taal die ingevolge die Regel door het Internationaal Bureau als ontvangende bureau wordt geaccepteerd, of
- iii. dat nationale bureau en het Internationaal Bureau, om redenen anders dan die welke in i en ii zijn genoemd en met toestemming van de aanvrager, overeenkomen dat de procedure ingevolge deze Regel van toepassing is, dan wordt die internationale aanvrage, met inachtneming van paragraaf b, geacht te zijn ontvangen door dat bureau namens het Internationaal Bureau als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii.
- b. Wanneer ingevolge paragraaf a een internationale aanvrage door een nationaal bureau wordt ontvangen namens het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, zendt dat nationale bureau de internationale aanvrage onverwijld toe aan het Internationale Bureau, tenzij voorschriften inzake de nationale veiligheid zulks beletten. Deze toezending kan door het nationale bureau afhankelijk worden gesteld van de betaling van een taks, ten gunste van dat bureau, die gelijk is aan de toezendingstaks die dat bureau int ingevolge Regel 14. De aldus toegezonden internationale aanvrage wordt geacht te zijn ontvangen door het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, op de datum van ontvangst van de internationale aanvrage door dat nationale bureau.
- c. Voor de toepassing van de Regels 14.1 c., 15.4 en 16.1 f. wordt, wanneer de internationale aanvrage ingevolge paragraaf b. is verzonden aan het Internationaal Bureau, de datum waarop de internationale aanvrage daadwerkelijk door het Internationaal Bureau werd ontvangen beschouwd als de datum van ontvangst van de internationale aanvrage. Voor de toepassing van deze paragraaf is de laatste zin van paragraaf b. niet van toepassing.
Regel 20. Ontvangst van de internationale aanvrage
20.1. Datum en nummer
- a). Bij ontvangst van bescheiden die een internationale aanvrage lijken te zijn, tekent het ontvangende bureau op onuitwisbare wijze de datum van de werkelijke ontvangst aan op het verzoekschrift van elk ontvangen exemplaar en het nummer van de internationale aanvrage op elk blad van elk ontvangen exemplaar.
- b). De plaats op elk blad waar de datum of het nummer dient te worden aangetekend, en andere bijzonderheden, worden nader aangegeven in de Administratieve Instructies.
20.2. Ontvangst op verschillende dagen
- a). In gevallen waarin alle bladen behorende tot dezelfde, zich als zodanig voordoende, internationale aanvrage niet op dezelfde dag door het ontvangende bureau worden ontvangen, dient dat bureau de op het aanvraagformulier aangetekende datum te verbeteren (waarbij de eerdere datum of data die reeds was (waren) aangetekend evenwel leesbaar moet(en) blijven) zodat het de dag aangeeft waarop de bescheiden die de internationale aanvrage aanvulden, zijn ontvangen, met dien verstande dat
- (i). de genoemde bescheiden, wanneer aan de aanvrager niet ingevolge artikel 11, tweede lid, onder a), een uitnodiging tot verbetering was gezonden, zijn ontvangen binnen dertig dagen na de datum waarop voor de eerste maal bladen werden ontvangen;
- (ii). de genoemde bescheiden, wanneer aan de aanvrager ingevolge artikel 11, tweede lid, onder a), een uitnodiging tot verbetering was gezonden, worden ontvangen binnen de termijn die ingevolge Regel 20.6 van toepassing is;
- (iii). in het geval van artikel 14, tweede lid, de ontbrekende tekeningen worden ontvangen binnen 30 dagen vanaf de datum waarop de onvolledige bescheiden waren ingediend;
- (iv). het ontbreken of later ontvangen van een blad met het uittreksel of een gedeelte daarvan niet op zich zelf een verbetering van de op het aanvraagformulier aangetekende datum vereist.
- b). Op een blad dat wordt ontvangen op een dag die ligt na de datum waarop voor het eerst bladen werden ontvangen, wordt door het ontvangende bureau de datum aangetekend waarop het werd ontvangen.
20.3. Verbeterde internationale aanvrage
In het geval bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder b), dient het ontvangende bureau de op het aanvraagformulier aangetekende datum te verbeteren (waarbij de reeds aangetekende eerdere datum of data evenwel leesbaar moet(en) blijven), zodat het de dag aangeeft waarop de laatste vereiste verbetering is ontvangen.
20.3bis. Vervallen.
20.4. Vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid
- a). Onverwijld na de ontvangst van de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage, bepaalt het ontvangende bureau of de bescheiden voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid.
- b). Voor toepassing van artikel 11, eerste lid, sub (iii), onder c), is het voldoende de naam van de aanvrager te vermelden op een wijze die het mogelijk maakt zijn identiteit vast te stellen, zelfs wanneer de naam verkeerd is gespeld, de voornamen niet volledig zijn vermeld of, in geval van rechtspersonen, de naamsaanduiding afgekort of onvolledig is.
- c). Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onder ii, is het voldoende dat het deel dat een beschrijving lijkt te zijn (niet zijnde een sequentie-opsommingsdeel daarvan) en het deel dat een conclusie of conclusies lijkt te zijn, zijn gesteld in een door het ontvangende bureau ingevolge Regel 12 1 a geaccepteerde taal.
- d). Indien paragraaf c op 1 oktober 1997 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is paragraaf c niet van toepassing op dat ontvangende bureau zolang deze bepaling niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationaal Bureau hiervan in kennis stelt voor 31 december 1997. De ontvangen informatie wordt door het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk gepubliceerd in het mededelingenblad.
20.5. Positieve vaststelling
- a). Indien de vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid, positief uitvalt, stempelt het ontvangende bureau op het verzoekschrift de naam van het ontvangende bureau en de woorden „PCT International Application” of „Demande internationale PCT”. Indien de officiële taal van het ontvangende bureau Engels noch Frans is, kunnen de woorden „International Application” of „Demande internationale” vergezeld gaan van een vertaling van deze woorden in de officiële taal van het ontvangende bureau.
- b). Het exemplaar waarvan het verzoekschrift aldus is gestempeld, is het oorspronkelijke exemplaar van de internationale aanvrage.
- c). Het ontvangende bureau stelt de aanvrager onverwijld in kennis van het nummer van de internationale aanvrage en de datum van de internationale indiening. Tegelijkertijd zendt het een afschrift van de kennisgeving die aan de aanvrager is gezonden, aan het Internationale Bureau, behalve wanneer het het oorspronkelijke exemplaar heeft gezonden aan of tegelijkertijd zendt aan het Internationale Bureau ingevolge Regel 22.1 a).
20.6. Uitnodiging tot verbetering
- a). De uitnodiging tot verbetering ingevolge artikel 11, tweede lid, dient het in artikel 11, eerste lid, opgenomen vereiste aan te geven waaraan naar het oordeel van het ontvangende bureau niet is voldaan.
- b). Het ontvangende bureau zendt de uitnodiging onverwijld per post toe aan de aanvrager en stelt een onder de gegeven omstandigheden redelijke termijn vast voor het indienen van de verbetering. De termijn mag niet korter zijn dan 10 dagen en niet langer dan een maand te rekenen van de datum van de uitnodiging. Indien een zodanige termijn verstrijkt na het verstrijken van een jaar na de datum van indiening van een aanvrage op grond waarvan voorrang wordt ingeroepen, kan het ontvangende bureau deze omstandigheid onder de aandacht van de aanvrager brengen.
20.7. Negatieve vaststelling
Indien het ontvangende bureau niet binnen de voorgeschreven termijn een antwoord ontvangt op zijn uitnodiging tot verbetering, of indien de door de aanvrager aangeboden verbetering nog steeds niet voldoet aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, dient het:
- (i). onverwijld de aanvrager kennis te geven, dat zijn aanvrage niet wordt en niet zal worden behandeld als een internationale aanvrage, alsmede de redenen daarvoor,
- (ii). het Internationale Bureau kennis te geven, dat het nummer dat het op de bescheiden heeft aangetekend niet als een nummer van een internationale aanvrage zal worden gebruikt,
- (iii). de bescheiden die de als internationaal bedoelde aanvrage vormen en daarop betrekking hebbende correspondentie te bewaren zoals bepaald in Regel 93.1 en
- (iv). een afschrift van de genoemde bescheiden te zenden aan het Internationale Bureau, wanneer het Internationale Bureau, op grond van een verzoek van de aanvrager ingevolge artikel 25, eerste lid, zulk een afschrift nodig heeft en daar speciaal om vraagt.
20.8. Vergissing van het ontvangende bureau
Indien het ontvangende bureau later ontdekt of op grond van het antwoord van de aanvrager beseft, dat het ten onrechte een uitnodiging tot verbetering heeft gedaan, aangezien was voldaan aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, toen de bescheiden werden ontvangen, dient het te handelen zoals bepaald in Regel 20.5.
20.9. Gewaarmerkt afschrift voor de aanvrager
Tegen betaling van een taks verstrekt het ontvangende bureau de aanvrager op diens verzoek gewaarmerkte afschriften van de internationale aanvrage zoals ingediend en van daarin aangebrachte verbeteringen.
Regel 21. Het maken van afschriften
21.1. Verantwoordelijkheid van het ontvangende bureau
- a). Wanneer de internationale aanvrage in één exemplaar moet worden ingediend, is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor het maken van het ingevolge artikel 12, eerste lid, vereiste archiefexemplaar en het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek.
- b). Wanneer de internationale aanvrage in twee exemplaren moet worden ingediend, is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor het maken van het archiefexemplaar.
- c). Indien de internationale aanvrage in minder exemplaren is ingediend dan het ingevolge Regel 11.1 b) vereiste aantal is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor de onverwijlde vervaardiging van het aantal exemplaren en heeft het het recht voor het verrichten van deze taak een taks vast te stellen en deze van de aanvrager te innen.
Regel 22. Toezending van het oorspronkelijke exemplaar en de vertaling
22.1. Procedure
- a). Indien de vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid, positief uitvalt en tenzij voorschriften betreffende de nationale veiligheid beletten, dat de internationale aanvrage als zodanig wordt behandeld, zendt het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar toe aan het Internationale Bureau. Deze toezending geschiedt onverwijld na ontvangst van de internationale aanvrage of, indien een controle voor de bescherming van de nationale veiligheid moet worden verricht, zodra de vereiste toestemming is verkregen. In elk geval zendt het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar zo tijdig toe dat het het Internationale Bureau bereikt bij het verstrijken van de 13de maand vanaf de datum van voorrang. Indien de toezending per post geschiedt, dient het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar uiterlijk 5 dagen voor het verstrijken van de 13de maand vanaf de datum van voorrang te verzenden.
- b). Indien het Internationale Bureau een afschrift van de kennisgeving ingevolge Regel 20.5 c) heeft ontvangen, maar na het verstrijken van 13 maanden, te rekenen van de datum van voorrang, niet in het bezit is van het oorspronkelijke exemplaar, brengt het het ontvangende bureau in herinnering dat het onverwijld het oorspronkelijke exemplaar dient toe te zenden aan het Internationale Bureau.
- c). Indien het Internationale Bureau een afschrift van de kennisgeving ingevolge Regel 20.5 c) heeft ontvangen, maar na het verstrijken van 14 maanden, te rekenen van de datum van voorrang, niet in het bezit is van het oorspronkelijke exemplaar, stelt het de aanvrager en het ontvangende bureau daarvan in kennis.
- d). Na het verstrijken van 14 maanden, te rekenen van de datum van voorrang, kan de aanvrager het ontvangende bureau verzoeken een afschrift van zijn internationale aanvrage te waarmerken als zijnde gelijkluidend aan de ingediende internationale aanvrage en kan hij een dergelijk gewaarmerkt afschrift toezenden aan het Internationale Bureau.
- e). Een waarmerking ingevolge paragraaf d) is kosteloos en kan slechts op een van de volgende gronden worden geweigerd:
- (i). het afschrift welke het ontvangende bureau is verzocht te waarmerken, is niet gelijkluidend aan de ingediende internationale aanvrage;
- (ii). voorschriften betreffende de nationale veiligheid beletten, dat de internationale aanvrage als zodanig wordt behandeld;
- (iii). het ontvangende bureau heeft reeds het oorspronkelijke exemplaar toegezonden aan het Internationale Bureau en dit Bureau heeft het ontvangende bureau ervan in kennis gesteld dat het het oorspronkelijke exemplaar heeft ontvangen.
- f). Tenzij het Internationale Bureau het oorspronkelijke exemplaar heeft ontvangen, of tot het het oorspronkelijke exemplaar ontvangt, wordt het ingevolge paragraaf e) gewaarmerkte en door het Internationale Bureau ontvangen afschrift beschouwd als zijnde het oorspronkelijke exemplaar.
- g). Indien, bij het aflopen van de termijn van toepassing ingevolge artikel 22, de aanvrager de handelingen als bedoeld in dat artikel heeft verricht, maar het aangewezen bureau niet in kennis is gesteld door het Internationale Bureau van de ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar, brengt het aangewezen bureau het Internationale Bureau daarvan op de hoogte. Indien het Internationale Bureau niet in het bezit is van het oorspronkelijke exemplaar, stelt het onverwijld de aanvrager en het ontvangende bureau daarvan in kennis, tenzij het deze ingevolge paragraaf c) daarvan reeds op de hoogte heeft gesteld.
- h). Wanneer de internationale aanvrage moet worden gepubliceerd in de taal van een ingevolge Regel 12.3 of 12.4 verstrekte vertaling, wordt die vertaling door het ontvangende bureau aan het Internationaal Bureau toegezonden, tezamen met het oorspronkelijke exemplaar ingevolge paragraaf a of, indien het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar reeds ingevolge die paragraaf aan het Internationaal Bureau heeft verzonden, zo spoedig mogelijk na ontvangst van de vertaling.
22.2. Vervallen.
22.3. Termijn ingevolge artikel 12, derde lid
De termijn genoemd in artikel 12, derde lid, beloopt 3 maanden te rekenen van de datum van de kennisgeving gezonden door het Internationale Bureau aan de aanvrager ingevolge Regel 22.1 c) of g).
Regel 23. Toezending van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek, de vertaling en de sequentie-opsomming
23.1. Procedure
- a. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage niet vereist is ingevolge Regel 12.3 a, dient het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek uiterlijk op de dag waarop het oorspronkelijke exemplaar wordt toegezonden aan het Internationaal Bureau, door het ontvangende bureau te worden toegezonden aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, tenzij er geen taks voor het nieuwheidsonderzoek is betaald. In laatstbedoeld geval wordt het zo spoedig mogelijk na de betaling van de taks voor het nieuwheidsonderzoek toegezonden.
- b. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage ingevolge Regel 12.3 wordt verstrekt, dient een exemplaar van die vertaling en van het verzoekschrift, die tezamen worden beschouwd als het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek ingevolge artikel 12, eerste lid, door het ontvangende bureau te worden toegezonden aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, tenzij er geen taks voor het nieuwheidsonderzoek is betaald. In laatstbedoeld geval wordt een exemplaar van de genoemde vertaling en van het verzoekschrift zo spoedig mogelijk na de betaling van de taks voor het nieuwheidsonderzoek toegezonden.
- c. Een sequentie-opsomming in elektronische vorm die voor de toepassing van Regel 13ter is verstrekt, maar ingediend is bij het ontvangende bureau in plaats van bij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek wordt door dat bureau onverwijld doorgezonden naar die Instantie.
Regel 24. Ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar door het Internationaal Bureau
24.1. Vervallen.
24.2. Kennisgeving van ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar
- a. Het Internationaal Bureau stelt onverwijld: in kennis van de ontvangst alsmede de datum van ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar. De kennisgeving duidt de internationale aanvrage aan met haar nummer, de datum van internationale indiening en de naam van de aanvrager en vermeldt de datum van indiening van elke eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen. De kennisgeving aan de aanvrager omvat tevens een lijst van de aangewezen bureaus, en in het geval van een aangewezen bureau dat verantwoordelijk is voor het verlenen van regionale octrooien, van de Verdragsluitende Staten die voor een dergelijk regionaal octrooi zijn aangewezen.
- i. de aanvrager,
- ii. het ontvangende bureau, en
- iii. de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek (tenzij deze het Internationale Bureau heeft laten weten dat zij geen kennisgeving wenst te ontvangen)
- b. Vervallen.
- c. Indien het oorspronkelijke exemplaar is ontvangen na het verstrijken van de in Regel 22.3 bepaalde termijn, stelt het Internationale Bureau de aanvrager, het ontvangende bureau en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek hiervan onverwijld in kennis.
Regel 25. Ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
25.1. Kennisgeving van ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek
De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek stelt onverwijld het Internationale Bureau, de aanvrager en - tenzij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek dezelfde is als het ontvangende bureau - het ontvangende bureau, in kennis van het feit en de datum van ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek.
Regel 26. Controle en verbetering van bepaalde onderdelen van de internationale aanvrage bij het ontvangende bureau
26.1. Controletermijn
- a). Het ontvangende bureau doet de uitnodiging tot verbetering bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder b), zo spoedig mogelijk, bij voorkeur binnen een maand na de ontvangst van de internationale aanvrage.
- b). Indien het ontvangende bureau een uitnodiging doet tot verbetering van het gebrek genoemd in artikel 14, eerste lid, onder a) sub (iii) of (iv) (ontbreken van de titel of het uittreksel) stelt het de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek daarvan in kennis.
26.2. Termijn voor verbetering
De termijn genoemd in artikel 14, eerste lid, onder b), dient naar de omstandigheden redelijk te zijn en in elk geval afzonderlijk door het ontvangende bureau te worden bepaald. Hij dient niet korter te zijn dan een maand te rekenen van de datum van de uitnodiging tot verbetering. Hij kan worden verlengd door het ontvangende bureau op elk moment voordat een beslissing is genomen.
26.2bis. Controle van de vormvoorschriften ingevolge artikel 14, eerste lid, onder a., sub i. en ii.
- a. Voor de toepassing van artikel 14, eerste lid, onder a., sub i., volstaat het wanneer er meer dan een aanvrager is, dat het verzoekschrift door een van hen wordt ondertekend.
- b. Voor de toepassing van artikel 14, eerste lid, onder a., sub ii., volstaat het, wanneer er meer dan een aanvrager is, dat de ingevolge Regel 4.5, paragraaf a. ii. en iii. vereiste gegevens worden verstrekt betreffende een van hen die ingevolge Regel 19.1 bevoegd is de internationale aanvrage in te dienen bij het ontvangende bureau.
26.3. Controle van de vormvoorschriften ingevolge artikel 14, eerste lid, onder a, sub v
- a. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend in een taal van publicatie, controleert het ontvangende bureau:
- i. of de internationale aanvrage voldoet aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften alleen voor zover dat noodzakelijk is voor een redelijk eenvormige internationale publicatie;
- ii. of een ingevolge Regel 12.3 verstrekte vertaling voldoet aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften voor zover dat noodzakelijk is voor een bevredigende reproductie;
- b. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend in een taal waarin zij niet wordt gepubliceerd, controleert het ontvangende bureau:
- i. of de internationale aanvrage voldoet aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften voor zover dat noodzakelijk is voor een bevredigende reproductie;
- ii. of een ingevolge Regel 12.3 of 12.4 verstrekte vertaling en de tekeningen voldoen aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften voor zover dat noodzakelijk is voor een redelijk eenvormige internationale publicatie.
26.3bis. Uitnodiging ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b, tot herstel van gebreken ingevolge Regel 11
Het ontvangende bureau behoeft de uitnodiging ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b, tot verbetering van het gebrek ingevolge Regel 11 niet te doen wanneer aan de in die Regel genoemde vormvoorschriften is voldaan in de ingevolge Regel 26.3 vereiste mate.
26.3ter. Uitnodiging tot herstel van gebreken ingevolge artikel 3, vierde lid, i
- a. Wanneer het uittreksel of de tekst bij de tekeningen wordt ingediend in een taal anders dan de taal van de beschrijving en de conclusies, zal het ontvangende bureau, tenzij de aanvrager uitnodigen een vertaling van het uittreksel of de tekst bij de tekeningen te verstrekken in de taal waarin de internationale aanvrage moet worden gepubliceerd. De Regels 26.1 a, 26.2, 26.3, 26.3bis, 26.5 en 29.1 zijn van overeenkomstige toepassing.
- i. een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 12.3 a, of
- ii. het uittreksel of de tekst bij de tekeningen is gesteld in de taal waarin de internationale aanvrage moet worden gepubliceerd,
- b. Indien paragraaf a op 1 oktober 1997 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is paragraaf a niet van toepassing op dat ontvangende bureau zolang deze bepaling niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationaal Bureau hiervan in kennis stelt voor 31 december 1997. De ontvangen informatie wordt door het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk gepubliceerd in het mededelingenblad.
- c. Wanneer het verzoekschrift niet voldoet aan Regel 12.1 c nodigt het ontvangende bureau de aanvrager uit een vertaling in te dienen om aan die Regel te voldoen. De Regels 3, 26.1 a, 26.2, 26.5 en 29.1 zijn van overeenkomstige toepassing.
- d. Indien paragraaf c op 1 oktober 1997 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is paragraaf c niet van toepassing op dat ontvangende bureau zolang deze bepaling niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationaal Bureau hiervan in kennis stelt voor 31 december 1997. De ontvangen informatie wordt door het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk gepubliceerd in het mededelingenblad.
26.4. Procedure
Aan het ontvangende bureau aangeboden verbeteringen kunnen worden aangegeven in een aan dat bureau gerichte brief indien de verbetering zodanig is dat zij van de brief kan worden overgebracht in het oorspronkelijke exemplaar zonder dat de duidelijkheid en de rechtstreekse reproduceerbaarheid van het blad waarop de verbetering wordt overgebracht nadelig worden beïnvloed; anders wordt van de aanvrager geëist dat hij een vervangend blad overlegt waarin de verbetering is opgenomen en in de begeleidende brief bij het vervangende blad dient de aandacht te worden gevestigd op de verschillen tussen het vervangen en het vervangende blad.
26.5. Beslissing van het ontvangende bureau
Het ontvangende bureau beslist of de aanvrager de verbetering binnen de termijn ingevolge Regel 26.2 heeft overgelegd en, indien de verbetering binnen die termijn is overgelegd, of de aldus verbeterde internationale aanvrage al dan niet als ingetrokken dient te worden beschouwd, onder voorwaarde dat geen internationale aanvrage wordt beschouwd als ingetrokken wegens niet-voldoen aan de vormvoorschriften genoemd in Regel 11, indien zij aan deze voorschriften voldoet in die mate als noodzakelijk is voor een redelijk eenvormige internationale publikatie.
26.6. Ontbrekende tekeningen
- a). Indien, zoals bepaald in artikel 14, tweede lid, de internationale aanvrage verwijst naar tekeningen die in feite niet aan de aanvrage zijn gehecht, vermeldt het ontvangende bureau zulks in genoemde aanvrage.
- b). De datum waarop de aanvrager de kennisgeving bedoeld in artikel 14, tweede lid, ontvangt, is niet van invloed op de ingevolge Regel 20.2 a) (iii) vastgestelde termijn.
Regel 26bis. Verbetering of aanvulling van een beroep op een recht van voorrang
26bis 1. Verbetering of aanvulling van een beroep op een recht van voorrang
- a. De aanvrager kan een beroep op een recht van voorrang verbeteren of aanvullen door een aan het ontvangende bureau of het Internationale bureau overgelegde kennisgeving binnen een termijn van 16 maanden vanaf de datum van voorrang of, wanneer de verbetering of aanvulling een wijziging van de datum van voorrang tot gevolg zou hebben, een periode van 16 maanden vanaf de gewijzigde datum van voorrang, naargelang van welke periode van 16 maanden het eerst is verstreken, met dien verstande dat die kennisgeving kan worden overgelegd tot het verstrijken van een periode van vier maanden na de datum van internationale indiening. De verbetering van een beroep op een recht van voorrang kan het toevoegen van een in Regel 4.10 genoemde vermelding inhouden.
- b. Een in paragraaf a bedoelde kennisgeving die het ontvangende Bureau of het Internationaal Bureau ontvangt nadat de aanvrager een verzoek om vroegtijdige publicatie ingevolge artikel 21, tweede lid, onder b, heeft ingediend, wordt geacht niet te zijn overgelegd, tenzij dat verzoek wordt ingetrokken voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond.
- c. Wanneer de verbetering of aanvulling van een beroep op een recht van voorrang een wijziging in de datum van voorrang met zich meebrengt, wordt een termijn die wordt berekend vanaf de eerder geldende datum van voorrang en die nog niet is verstreken, berekend vanaf de gewijzigde datum van voorrang.
26bis.2. Uitnodiging tot herstel van gebreken in een beroep op een recht van voorrang
- a. Wanneer het ontvangende bureau of, indien het ontvangende bureau dit verzuimt, het Internationaal Bureau van oordeel is dat een beroep op een recht van voorrang niet voldoet aan de voorschriften van Regel 4.10, of dat een vermelding in een beroep op een recht van voorrang niet dezelfde is als de dienovereenkomstige vermelding in het voorrangsbewijs, nodigt het ontvangende bureau c.q. het Internationaal Bureau de aanvrager uit het beroep op een recht van voorrang te verbeteren.
- b. Indien, naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge paragraaf a, de aanvrager niet voor het verstrijken van de in Regel 26bis 1 a genoemde termijn een kennisgeving overlegt ter verbetering van het beroep op een recht van voorrang, zodat dit voldoet aan de voorschriften van Regel 4.10, wordt dat beroep op een recht van voorrang voor de toepassing van de procedure krachtens het Verdrag geacht niet te zijn gedaan, en zal het ontvangende bureau c.q. het Internationaal Bureau dit bekendmaken en de aanvrager hiervan op de hoogte brengen, met dien verstande dat een beroep op een recht van voorrang niet zal worden beschouwd als niet gedaan enkel omdat de vermelding van het nummer van de eerdere aanvrage als genoemd in Regel 4.10 a ii ontbreekt, of omdat een vermelding in het beroep op een recht van voorrang niet dezelfde is als de dienovereenkomstige vermelding in het voorrangsbewijs.
- c. Wanneer het ontvangende bureau of het Internationaal Bureau de bekendmaking heeft gedaan ingevolge paragraaf b, publiceert het Internationaal Bureau, naar aanleiding van een verzoek van de aanvrager dat het Internationaal Bureau heeft ontvangen vóór de afronding van de technische voorbereidingen voor internationale publicatie, en behoudens betaling van de bijzondere taks waarvan het bedrag wordt vastgesteld in de Administratieve Instructies, tezamen met de internationale aanvrage, informatie inzake het beroep op een recht van voorrang dat werd beschouwd als niet gedaan. Een exemplaar van dat verzoek dient te worden opgenomen in de toezending krachtens artikel 20 wanneer voor die toezending niet een exemplaar van de brochure wordt gebruikt of wanneer de internationale aanvrage niet uit hoofde van artikel 64, derde lid, wordt gepubliceerd.
Regel 26ter. Verbetering of aanvulling van verklaringen ingevolge regel 4.17
26ter.1. Verbetering of aanvulling van verklaringen
De aanvrager kan een verklaring zoals bedoeld in Regel 4.17 verbeteren of aan het verzoekschrift toevoegen bij een kennisgeving gericht aan het Internationale Bureau binnen een termijn van zestien maanden na de voorrangsdatum, met dien verstande dat een door het Internationaal Bureau na het verstrijken van die termijn ontvangen kennisgeving geacht wordt te zijn ontvangen op de laatste dag van die termijn indien zij daar binnenkomt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn voltooid.
26ter.2. Behandeling van verklaringen
- a. Wanneer het ontvangende bureau of het Internationale Bureau bemerkt dat een verklaring als bedoeld in Regel 4.17 niet is geformuleerd zoals vereist of, in het geval van de verklaring van uitvinderschap bedoeld in regel 4.17 iv niet is ondertekend zoals vereist, kan het ontvangende bureau of het Internationale Bureau, naar gelang van het geval, de aanvrager uitnodigen de verklaring te verbeteren binnen een termijn van 16 maanden na de voorrangsdatum.
- b. Wanneer het Internationale Bureau een verklaring of verbetering ingevolge Regel 26ter.1 ontvangt, na het verstrijken van de termijn ingevolge Regel 26 ter.1, stelt het Internationale Bureau de aanvrager daarvan dienovereenkomstig in kennis en handelt het zoals is bepaald in de Administratieve Instructies.
Regel 27. Niet-betaling van taksen
27.1. Taksen
- a. Voor de toepassing van artikel 14, derde lid, onder a. wordt onder „ingevolge artikel 3, vierde lid, sub iv. voorgeschreven taksen” verstaan: de toezendingstaks (Regel 14), de taks voor internationale indiening (Regel 15.1), de taks voor het nieuwheidsonderzoek (Regel 16) en, indien vereist, de taks wegens te late betaling (Regel 16bis. 2).
- b. Voor de toepassing van artikel 14, derde lid, onder a. en b., wordt onder „de ingevolge artikel 4, tweede lid, voorgeschreven taks” verstaan: de taks voor internationale indiening (Regel 15.1) en, indien vereist, de taks wegens late betaling (Regel 16bis. 2).
Regel 28. Gebreken vastgesteld door het Internationale Bureau
28.1. Vaststelling van bepaalde gebreken
- a). Indien, naar het oordeel van het Internationale Bureau de internationale aanvrage enig gebrek vertoont genoemd in artikel 14, eerste lid, onder a), sub (i), (ii) of (v), brengt het Internationale Bureau dit gebrek onder de aandacht van het ontvangende bureau.
- b). Het ontvangende bureau handelt, tenzij het niet instemt met dit oordeel, zoals bepaald in artikel 14, eerste lid, onder b), en Regel 26.
Regel 29. Internationale aanvragen die als ingetrokken worden beschouwd
29.1. Vaststelling door het ontvangende bureau
Indien het ontvangende bureau ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b., en Regel 26.5 (nalaten bepaalde gebreken te herstellen), of ingevolge artikel 14, derde lid, onder a. (niet-betaling van de ingevolge Regel 27.1 a. voorgeschreven taksen), of ingevolge artikel 14, vierde lid (latere vaststelling dat niet voldaan is aan de vereisten genoemd in artikel 11, eerste lid, sub i. tot en met iii.), of ingevolge Regel 12.3 d. of 12.4 d. (niet-verstrekking van een vereiste vertaling of, wanneer van toepassing, niet-betaling van een taks wegens te late verstrekking), of ingevolge Regel 92.4 g. i. (niet-verstrekking van het origineel van een document), verklaart dat de internationale aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd:
- (i). zendt het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar (tenzij reeds toegezonden) en de door de aanvrager aangeboden verbeteringen toe aan het Internationale Bureau;
- (ii). stelt het ontvangende bureau de aanvrager en het Internationale Bureau onverwijld in kennis van genoemde verklaring en doet het Internationale Bureau op zijn beurt kennisgeving aan elk aangewezen bureau dat reeds van zijn aanwijzing in kennis is gesteld;
- (iii). zendt het ontvangende bureau het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek niet toe zoals bepaald in Regel 23, of, indien dit exemplaar reeds werd toegezonden, stelt het de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek in kennis van de genoemde verklaring;
- (iv). wordt van het Internationale Bureau niet verlangd, dat het de aanvrager in kennis stelt van de ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar
29.2. Vervallen.
29.3. Het brengen van bepaalde feiten onder de aandacht van het ontvangende bureau
Indien het Internationale Bureau of de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van oordeel is dat het ontvangende bureau een vaststelling ingevolge artikel 14, vierde lid, dient te verrichten brengt het of zij de desbetreffende feiten onder de aandacht van het ontvangende bureau.
29.4. Kennisgeving van het voornemen een verklaring ingevolge artikel 14, vierde lid, af te leggen
Voordat het ontvangende bureau een verklaring ingevolge artikel 14, vierde lid, aflegt, dient het de aanvrager in kennis te stellen van zijn voornemen een zodanige verklaring af te leggen en van de daartoe strekkende redenen. De aanvrager kan, indien hij niet instemt met de voorlopige vaststelling van het ontvangende bureau, binnen een maand na de kennisgeving zijn argumenten dienaangaande indienen.
Regel 30. Termijn ingevolge artikel 14, vierde lid
30.1. Termijn
De termijn bedoeld in artikel 14, vierde lid, beloopt 4 maanden, te rekenen van de datum van de internationale indiening.
Regel 31. Afschriften vereist ingevolge artikel 13
31.1. Verzoek om afschriften
- a). Verzoeken ingevolge artikel 13, eerste lid, kunnen betrekking hebben op alle, enkele soorten, of afzonderlijke internationale aanvragen waarin het nationale bureau dat het verzoek doet is aangewezen. Verzoeken om alle of enkele soorten van deze internationale aanvragen moeten elk jaar worden herhaald door middel van een vóór 30 november van het voorgaande jaar door dat bureau aan het Internationale Bureau gerichte kennisgeving.
- b). Voor verzoeken ingevolge artikel 13, tweede lid, onder b) is een taks verschuldigd ter dekking van de kosten voor het maken en per post toezenden van het afschrift.
31.2. Vervaardigen van afschriften
Het vervaardigen van de ingevolge artikel 13 vereiste afschriften behoort tot de verantwoordelijkheid van het Internationale Bureau.
Regel 32. Uitbreiding van de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage tot bepaalde opvolgerstaten
32.1. Uitbreiding van de internationale aanvrage tot een opvolgerstaat
- a. De rechtsgevolgen van een internationale aanvrage waarvan de datum van internationale indiening valt in de in paragraaf b omschreven periode, kunnen worden uitgebreid tot een Staat („de opvolgerstaat”) waarvan het grondgebied vóór de onafhankelijkheid van die Staat deel uitmaakte van het grondgebied van een in de internationale aanvrage aangewezen Verdragsluitende Staat die vervolgens is opgehouden te bestaan (de „voorgangerstaat”), op voorwaarde dat de opvolgerstaat Verdragsluitende Staat is geworden door middel van de nederlegging bij de Directeur-Generaal van een verklaring van voortgezette gebondenheid, ertoe strekkende dat het Verdrag wordt toegepast door de opvolgerstaat.
- b. Het in paragraaf a bedoelde tijdvak begint op de dag volgend op de laatste dag van het bestaan van de voorgangerstaat en eindigt twee maanden na de datum waarop de in paragraaf a bedoelde verklaring door de Directeur-Generaal ter kennis is gebracht van de Regeringen van de Staten die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom. Wanneer de onafhankelijkheidsdatum van de opvolgerstaat echter eerder valt dan de datum van de dag volgend op de laatste dag van het bestaan van de voorgangerstaat, kan de opvolgerstaat verklaren dat bedoeld tijdvak begint op de datum van haar onafhankelijkheid; deze verklaring dient te worden afgegeven te zamen met de in paragraaf a bedoelde verklaring en de onafhankelijkheidsdatum dient daarin te zijn genoemd.
- c. Gegevens over internationale aanvragen waarvan de indieningsdatum valt binnen de ingevolge paragraaf b. van toepassing zijnde periode en waarvan de rechtsgevolgen worden uitgebreid tot de opvolgerstaat, worden door het Internationaal Bureau gepubliceerd in het mededelingenblad.
32.2. Rechtsgevolgen van de uitbreiding tot de opvolgerstaat
- a. Wanneer de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage in overeenstemming met Regel 32.1 worden uitgebreid tot de opvolgerstaat,
- i. wordt de opvolgerstaat beschouwd als te zijn aangewezen in de internationale aanvrage, en
- ii. wordt de ingevolge de artikelen 22 of 39, eerste lid, geldende termijn met betrekking tot die Staat verlengd tot het verstrijken van ten minste zes maanden te rekenen vanaf de datum van publicatie van de gegevens ingevolge Regel 32.1 c.
- b. De opvolgerstaat kan een termijn vaststellen die later verstrijkt dan de in paragraaf a ii voorziene termijn. Het Internationaal Bureau publiceert de informatie inzake dergelijke termijnen in het mededelingenblad.
Regel 33. Stand van de techniek die voor het internationale nieuwheidsonderzoek van belang is
33.1. Stand van de techniek die voor het internationale nieuwheidsonderzoek van belang is
- a). Voor de toepassing van artikel 15, tweede lid, bestaat de van belang zijnde stand van de techniek uit alles wat waar ook ter wereld ter beschikking van het publiek is gesteld door middel van schriftelijke publikatie (met inbegrip van tekeningen en andere illustraties) en dat van belang kan zijn bij de beslissing of de uitvinding waarvoor bescherming wordt gevraagd, al dan niet nieuw is en of zij al dan niet op uitvinderswerkzaamheid berust (d.w.z. al dan niet voor de hand ligt) mits het ter beschikking stellen aan het publiek heeft plaatsgevonden vóór de datum van de internationale indiening.
- b). Wanneer enige schriftelijke publikatie verwijst naar een mondelinge uiteenzetting, een gebruik, een tentoonstelling of een ander middel waardoor de inhoud van de schriftelijke publikatie ter beschikking van het publiek is gesteld en dit ter beschikking van het publiek stellen heeft plaatsgevonden op een datum voorafgaande aan de internationale indiening, dient het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dit feit en de datum waarop het heeft plaatsgevonden afzonderlijk te vermelden indien de terbeschikkingstelling van de schriftelijke publikatie aan het publiek heeft plaatsgevonden op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de datum van de internationale indiening.
- c). Een bekendgemaakte aanvrage of een octrooi waarvan de datum van bekendmaking dezelfde is als, of later valt dan, maar waarvan de datum van indiening of, indien van toepassing, de datum van de voorrang waarop men zich beroept, voorafgaat aan de datum van internationale indiening van de aan een nieuwheidsonderzoek onderworpen internationale aanvrage, en die een voor de toepassing van artikel 15, tweede lid, van belang zijnde stand van de techniek zou vormen indien zij was gepubliceerd vóór de datum van internationale indiening, dient speciaal te worden vermeld in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek.
33.2. Gebieden die het internationale nieuwheidsonderzoek moet bestrijken
- a). Het internationale nieuwheidsonderzoek bestrijkt al die technische gebieden en dient te worden verricht op de grondslag van al die systematische zoeksystemen die materiaal kunnen bevatten dat voor de uitvinding van belang is.
- b). Derhalve dient niet alleen de techniek waarbij de uitvinding kan worden ingedeeld te worden bezien, maar ook overeenkomstige technieken, ongeacht waarbij zij zijn ingedeeld.
- c). De vraag welke technieken in een bepaald geval als overeenkomstig moeten worden beschouwd, dient te worden bezien in het licht van wat de onontbeerlijk wezenlijke functie of het wezenlijke gebruik van de uitvinding lijkt te zijn en niet alleen de specifieke functies die uitdrukkelijk in de internationale aanvrage zijn vermeld.
- d). Het internationale nieuwheidsonderzoek dient alle onderwerpen te omvatten die algemeen worden erkend als gelijkwaardig te zijn aan het onderwerp van de uitvinding waarvoor bescherming wordt gevraagd, voor alle of bepaalde kenmerken daarvan, zelfs indien het onderwerp van de in de internationale aanvrage beschreven uitvinding in haar bijzonderheden daarvan verschilt.
33.3. Gerichtheid van het internationale nieuwheidsonderzoek
- a). Het internationale nieuwheidsonderzoek dient te worden verricht op basis van de conclusies, met inachtneming van de beschrijving en de (eventuele) tekeningen en met bijzondere nadruk op de inventieve idee waarop de conclusies zijn gericht.
- b). Voor zover mogelijk en redelijk dient het internationale nieuwheidsonderzoek het gehele onderwerp te bestrijken waarop de conclusies zijn gericht of waarop zij naar redelijke verwachting zullen zijn gericht, nadat zij zijn gewijzigd.
Regel 34. Minimumdocumentatie
34.1. Begripsomschrijving
- a). De begripsomschrijvingen vervat in artikel 2, sub (i) en (ii), zijn voor deze Regel niet van toepassing.
- b). De documentatie bedoeld in artikel 15, vierde lid („minimumdocumentatie”) dient te bestaan uit:
- (i). de „nationale octrooibescheiden” zoals nader aangegeven in paragraaf c),
- (ii). de gepubliceerde internationale (PCT) aanvragen, de gepubliceerde regionale aanvragen om octrooien en om uitvinderscertificaten en de gepubliceerde regionale octrooien en uitvinderscertificaten,
- (iii). ander niet tot de octrooiliteratuur behorend gepubliceerd materiaal waarover de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek overeenstemming bereiken en dat door het Internationale Bureau dient te worden bekendgemaakt in een lijst wanneer die overeenstemming voor de eerste maal is bereikt en na elke wijziging.
- c). Onverminderd het bepaalde onder de paragrafen d en e zijn de „nationale octrooibescheiden” de volgende:
- (i). de octrooien verleend in en na 1920 door Frankrijk, het vroegere Reichspatentamt van Duitsland, Japan, de voormalige Sovjet-Unie, Zwitserland (alleen in de Franse en de Duitse taal), het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika,
- (ii). de octrooien verleend door de Bondsrepubliek Duitsland en de Russische Federatie,
- (iii). de mogelijke octrooiaanvragen gepubliceerd in en na 1920 in de landen genoemd sub (i) en (ii),
- (iv). de door de voormalige Sovjet-Unie afgegeven uitvinderscertificaten,
- (v). de door Frankrijk afgegeven gebruikscertificaten en de in Frankrijk gepubliceerde aanvragen voor gebruikscertificaten,
- (vi). de octrooien die na 1920 zijn verleend door en de octrooiaanvragen die zijn gepubliceerd in enig ander land en zijn gesteld in de Engelse, de Franse, de Duitse of de Spaanse taal en waarin geen voorrang wordt ingeroepen, met dien verstande dat het nationale bureau van het betrokken land deze documenten ordent en ter beschikking stelt van elke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
- d). Wanneer een aanvrage eens of meer dan eens opnieuw wordt gepubliceerd (bijvoorbeeld een „Offenlegungsschrift” als „Auslegeschrift”), is een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek niet verplicht alle versies in haar documentatie te bewaren; elke Instantie is derhalve bevoegd niet meer dan één versie te bewaren. Wanneer bovendien een aanvrage is toegestaan en verleend in de vorm van een octrooi of een gebruikscertificaat (Frankrijk), is een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek niet verplicht zowel de aanvrage als het octrooi of het gebruikscertificaat (Frankrijk) in haar documentatie te bewaren; derhalve is elke zodanige Instantie bevoegd alleen de aanvrage dan wel het octrooi of het gebruikscertificaat (Frankrijk) te bewaren.
- e). Een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek waarvan de officiële taal of waarvan een van de officiële talen niet Japans, Russisch of Spaans is, is bevoegd in haar documentatie niet de octrooibescheiden van onderscheidenlijk Japan, de Russische Federatie en de voormalige Sovjet-Unie alsmede de octrooibescheiden in de Spaanse taal, op te nemen, waarvan uittreksels in de Engelse taal niet algemeen beschikbaar zijn. Met betrekking tot Engelse uittreksels die algemeen beschikbaar komen na de datum van inwerkingtreding van dit Reglement is de opneming van de octrooibescheiden waarop de uittreksels betrekking hebben vereist uiterlijk zes maanden nadat deze uittreksels algemeen beschikbaar zijn geworden. In geval van een onderbreking van het maken van uittreksels in het Engels op technische gebieden waar de Engelse uittreksels voordien algemeen beschikbaar waren, neemt de Algemene Vergadering passende maatregelen om te voorzien in het zo spoedig mogelijke herstel van deze diensten op de genoemde gebieden.
- f). Voor de toepassing van deze Regel worden aanvragen die alleen ter inzage van het publiek zijn gelegd, niet als gepubliceerde aanvragen beschouwd.
Regel 35. De bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
35.1. Wanneer slechts één enkele Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bevoegd is
Elk ontvangend bureau stelt, overeenkomstig de bepalingen van de van toepassing zijnde overeenkomst bedoeld in artikel 16, derde lid, onder b), het Internationale Bureau ervan in kennis, welke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bevoegd is voor het nieuwheidsonderzoek van de bij het bureau ingediende internationale aanvragen en het Internationale Bureau maakt deze gegevens onverwijld bekend.
35.2. Wanneer meer dan één Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bevoegd is
- a). Een ontvangend bureau kan, overeenkomstig de bepalingen van de van toepassing zijnde overeenkomst bedoeld in artikel 16, derde lid, onder b), meer dan één Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek aangeven:
- (i). door hen alle bevoegd te verklaren voor alle bij het bureau ingediende internationale aanvragen en de keuze over te laten aan de aanvrager, of
- (ii). door één of meer van die Instanties bevoegd te verklaren voor bepaalde, bij het bureau ingediende soorten internationale aanvragen en één of meer andere bevoegd te verklaren voor andere bij het bureau ingediende internationale aanvragen, met dien verstande dat voor die soorten internationale aanvragen waarvoor meer dan één Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bevoegd wordt verklaard, de keuze aan de aanvrager wordt overgelaten.
- b). Een ontvangend bureau dat gebruik maakt van de onder paragraaf a) bepaalde mogelijkheid stelt onverwijld het Internationale Bureau hiervan in kennis en het Internationale Bureau maakt deze gegevens onverwijld bekend.
35.3. Wanneer het Internationale Bureau fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii
- a. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, is een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bevoegd het nieuwheidsonderzoek van die internationale aanvrage te verrichten indien zij daartoe bevoegd zou zijn wanneer de internationale aanvrage zou zijn ingediend bij een ontvangend bureau bevoegd ingevolge Regel 19.1 a i of ii, b of c, dan wel Regel 19.2 i.
- b. Wanneer ingevolge paragraaf a meer dan één Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bevoegd is, wordt de keuze aan de aanvrager overgelaten.
- c. De Regels 35.1 en 35.2 zijn niet van toepassing op het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii.
Regel 36. Minimumvereisten voor de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
36.1. Omschrijving van de minimumvereisten
De in artikel 16, derde lid, onder c., bedoelde minimumvereisten zijn de volgende:
- (i). het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie moet ten minste 100 personeelsleden met een volledige dagtaak in dienst hebben die over voldoende technische bekwaamheden beschikken om nieuwheidsonderzoeken te verrichten;
- (ii). dat bureau of die organisatie moet ten minste de in Regel 34 bedoelde minimumdocumentatie in zijn of haar bezit hebben, of hiertoe toegang hebben, op de juiste wijze gerangschikt voor doeleinden van nieuwheidsonderzoek op papier, in microvorm of opgeslagen op elektronische gegevensdragers;
- (iii). dat bureau of die organisatie moet beschikken over personeel dat in staat is het nieuwheidsonderzoek op de vereiste technische gebieden te verrichten en dat over de talenkennis beschikt om althans die talen te begrijpen waarin de in Regel 34 bedoelde minimumdocumentatie is gesteld of vertaald;
- (iv). dat bureau of die organisatie moet zijn aangewezen als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
Regel 37. Ontbrekende of onjuiste titel
37.1. Ontbreken van een titel
Indien de internationale aanvrage geen titel bevat en het ontvangende bureau aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek heeft medegedeeld dat het de aanvrager heeft uitgenodigd, dit gebrek te verbeteren, gaat de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek over tot het internationale nieuwheidsonderzoek, tenzij en totdat zij een mededeling ontvangt dat genoemde aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd.
37.2. Vaststelling van de titel
Indien de internationale aanvrage geen titel bevat en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek geen mededeling van het ontvangende bureau heeft ontvangen dat de aanvrager is uitgenodigd een titel te verstrekken of indien genoemde instantie vaststelt dat de titel niet voldoet aan Regel 4.3 stelt zij zelf een titel vast. Die titel wordt vastgesteld in de taal waarin de internationale aanvrage zal worden gepubliceerd of, indien een vertaling in een andere taal ingevolge Regel 23.1 b is toegezonden en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek dat wenst, in de taal van die vertaling.
Regel 38. Ontbrekend of onjuist uittreksel
38.1. Ontbreken van een uittreksel
Indien de internationale aanvrage geen uittreksel bevat en het ontvangende bureau aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek heeft medegedeeld dat het de aanvrager heeft uitgenodigd, dit gebrek te herstellen, gaat de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek over tot het internationale nieuwheidsonderzoek, tenzij en totdat zij een mededeling ontvangt dat genoemde aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd.
38.2. Opstelling van het uittreksel
- a. Indien de internationale aanvrage geen uittreksel bevat en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek geen mededeling van het ontvangende bureau heeft ontvangen dat de aanvrager is uitgenodigd een uittreksel te verstrekken of indien genoemde instantie vaststelt dat het uittreksel niet voldoet aan Regel 8, stelt zij zelf een uittreksel op. Dat uittreksel wordt opgesteld in de taal waarin de internationale aanvrage zal worden gepubliceerd of, indien een vertaling in een andere taal krachtens Regel 23.1 b is toegezonden en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek dat wenst, in de taal van die vertaling.
- b. De aanvrager kan, binnen een maand na de datum van verzending van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, commentaar leveren op het door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde uittreksel. Wanneer die Instantie het door haar opgestelde uittreksel wijzigt, dient zij het Internationale Bureau van de wijziging in kennis te stellen.
Regel 39. Onderwerpen ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a), sub (i)
39.1. Begripsomschrijving
Van een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek mag niet worden verlangd, dat zij het nieuwheidsonderzoek betreffende een internationale aanvrage verricht, indien en voor zover het onderwerp op een van de onderstaande gebieden ligt:
- (i). natuurwetenschappelijke en wiskundige theorieën,
- (ii). planten- of dierenrassen of werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten en dieren die geen microbiologische werkwijzen en hierdoor verkregen voortbrengselen zijn,
- (iii). stelsels, regels of methoden voor de bedrijfsvoering, voor het uitsluitend verrichten van geestelijke handelingen of voor het spelen,
- (iv). methoden voor de behandeling van het menselijke of het dierlijke lichaam door chirurgische ingrepen of geneeskundige behandeling, alsmede methoden voor het stellen van een diagnose,
- (v). enkele presentatie van gegevens,
- (vi). programma's voor rekenautomaten, voor zover de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek niet is uitgerust voor het onderzoek naar de stand van de techniek betreffende zodanige programma's.
Regel 40. Gebrek aan eenheid van uitvinding (internationaal nieuwheidsonderzoek)
40.1. Uitnodiging tot betaling van bijkomende taksen; termijn
In de uitnodiging om bijkomende taksen te betalen zoals voorzien in artikel 17, derde lid, onder a, dient
- i. aangegeven te worden op welke gronden de internationale aanvrage geacht wordt niet te voldoen aan de vereiste eenheid van uitvinding;
- ii. de aanvrager uitgenodigd te worden de bijkomende taksen te voldoen binnen een maand na de datum van de uitnodiging, en dient het te betalen bedrag van die taksen vermeld te worden; en
- iii. de aanvrager, indien van toepassing, te worden uitgenodigd binnen een maand na de datum van de uitnodiging de in Regel 40.2 e bedoelde protesttaks te betalen en dient het te betalen bedrag te worden vermeld.
40.2. Bijkomende taksen
- a. Het bedrag voor de bijkomende taksen verschuldigd voor een nieuwheidsonderzoek ingevolge artikel 17, derde lid, onder a, wordt bepaald door de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
- b. De ingevolge artikel 17, derde lid, onder a, verschuldigde bijkomende taksen dienen rechtstreeks te worden betaald aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
- c. Een aanvrager kan de bijkomende taksen onder protest betalen, dat wil zeggen, vergezeld van een met redenen omklede uiteenzetting dat de internationale aanvrage voldoet aan de vereiste eenheid van uitvinding of dat het bedrag van de vereiste bijkomende taksen buitensporig hoog is. Een zodanig protest dient te worden onderzocht door een in het kader van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek ingesteld toetsingsorgaan, dat, voor zover het het protest gerechtvaardigd acht, beveelt dat de bijkomende taksen geheel of gedeeltelijk aan de aanvrager dienen te worden terugbetaald. Op verzoek van de aanvrager worden de tekst van het protest en van de beslissing dienaangaande tezamen met het verslag omtrent het internationale nieuwheidsonderzoek ter kennis van de aangewezen bureaus gebracht. De aanvrager dient een vertaling daarvan over te leggen tezamen met de vertaling van de internationale aanvrage, vereist ingevolge artikel 22.
- d. In het in paragraaf c bedoelde toetsingsorgaan kan de persoon zitting hebben die de beslissing nam waarop het protest betrekking heeft, met dien verstande dat deze niet het enige lid van het orgaan mag zijn.
- e. De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek kan het onderzoek naar aanleiding van een protest zoals bedoeld in paragraaf c afhankelijk stellen van de betaling ten gunste van de Instantie van een protesttaks. Indien de aanvrager verzuimt binnen de termijn ingevolge Regel 40.1 iii de vereiste protesttaks te betalen, wordt het protest geacht niet te zijn aangetekend en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek zal dienaangaande een verklaring doen uitgaan. De protesttaks wordt aan de aanvrager terugbetaald indien het in paragraaf c bedoelde toetsingsorgaan van oordeel is dat het protest volledig gerechtvaardigd was.
Regel 41. Eerder nieuwheidsonderzoek, anders dan een internationaal nieuwheidsonderzoek
41.1. Verplichting resultaten te gebruiken; terugbetaling van taks
Indien in de aanvrage, in de vorm bepaald in Regel 4.11, is verwezen naar een nieuwheidsonderzoek van internationaal type, verricht op de voorwaarden neergelegd in artikel 15, vijfde lid, of naar een nieuwheidsonderzoek anders dan een internationaal nieuwheidsonderzoek of een nieuwheidsonderzoek van internationaal type, dient de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek voor zover mogelijk de resultaten van genoemd nieuwheidsonderzoek te gebruiken bij de opstelling van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek van de internationale aanvrage. De Instantie Nieuwheidsonderzoek betaalt de taks voor nieuwheidsonderzoek terug in de mate en op de voorwaarden bepaald in de overeenkomst ingevolge artikel 16, derde lid, onder b), of in een mededeling, gericht aan het Internationale Bureau en door dit bureau bekendgemaakt in het mededelingeblad, indien het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek geheel of gedeeltelijk kon worden gebaseerd op de resultaten van het genoemde onderzoek.
Regel 42. Termijn voor internationaal nieuwheidsonderzoek
42.1. Termijn voor internationaal nieuwheidsonderzoek
De termijn voor de opstelling van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), is 3 maanden te rekenen van de datum van ontvangst van het exemplaar voor nieuwheidsonderzoek door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, of 9 maanden te rekenen van de datum van voorrang, afhankelijk van welke van beide termijnen het laatst verstrijkt.
Regel 43. Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek
43.1. Gegevens
Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek die het verslag heeft opgesteld aan te geven door de naam van deze Instantie te vermelden, en de internationale aanvrage door het nummer van de internationale aanvrage, de naam van de aanvrager en de datum van de internationale indiening te vermelden.
43.2. Data
Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient gedateerd te zijn en dient de datum te vermelden waarop het internationale nieuwheidsonderzoek daadwerkelijk was voltooid. Het dient ook de indieningsdatum te vermelden van elke eerdere aanvrage op grond waarvan een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan of, indien een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan op grond van meer dan één eerdere aanvrage, de indieningsdatum van de eerste daarvan.
43.3. Classificatie
- a). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient de classificatie van het onderwerp te bevatten tenminste overeenkomstig de Internationale Classificatie van Octrooien.
- b). Deze classificatie wordt verricht door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
43.4. Taal
Elk verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek en elke verklaring afgelegd ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a, dient te zijn gesteld in de taal waarin de internationale aanvrage waarop het (zij) betrekking heeft, wordt gepubliceerd of, indien een vertaling in een andere taal krachtens Regel 23.1 b is toegezonden en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek dat wenst, in de taal van die vertaling
43.5. Aanhalingen
- a). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient de aanhalingen van de van belang geachte literatuurplaatsen te bevatten.
- b). De wijze van vermelding van een aangehaalde literatuurplaats wordt geregeld in de Administratieve Instructies.
- c). Aanhalingen die van bijzonder belang zijn dienen speciaal te worden aangegeven.
- d). Aanhalingen die niet voor alle conclusies van belang zijn, dienen te worden aangehaald met betrekking tot de conclusie of conclusies waarvoor zij van belang zijn.
- e). Indien slechts bepaalde passages uit de aangehaalde literatuurplaats van belang of van bijzonder belang zijn, dienen zij te worden aangegeven, bijvoorbeeld door de bladzijde, de kolom, of de regels aan te geven waar de passage staat. Indien de gehele literatuurplaats van belang is, maar enkele passages van bijzonder belang zijn, dienen deze passages te worden aangegeven, tenzij dit niet te verwezenlijken is.
43.6. Onderzochte gebieden
- a). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient de classificatie-aanduiding te geven van de onderzochte gebieden. Indien deze aanduiding geschiedt op basis van een andere classificatie dan de Internationale Classificatie van Octrooien, dient de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek de gebruikte classificatie te publiceren.
- b). Indien het internationale nieuwheidsonderzoek zich uitstrekte tot octrooien, uitvinderscertificaten, gebruikscertificaten, gebruiksmodellen, aanvullingsoctrooien of aanvullingscertificaten, aanvullingen van uitvinderscertificaten, aanvullingen van gebruikscertificaten of gepubliceerde aanvragen voor een van deze soorten van bescherming, van Staten, tijdvakken of talen die niet zijn begrepen in de minimumdocumentatie zoals omschreven in Regel 34, dient het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, wanneer doenlijk, de soorten documenten, Staten, tijdvakken en talen waarover het zich uitstrekte, te vermelden. Voor de toepassing van deze paragraaf is artikel 2, sub (ii) niet van toepassing.
- c). Indien het internationale nieuwheidsonderzoek was gebaseerd op, of was uitgebreid tot een electronisch gegevensbestand, kan het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek de naam van het gegevensbestand vermelden en, wanneer dit nuttig voor anderen en uitvoerbaar wordt geacht, de gehanteerde termen bij het nieuwheidsonderzoek.
43.7. Opmerkingen betreffende eenheid van uitvinding
Indien de aanvrager bijkomende taksen voor het internationale nieuwheidsonderzoek heeft betaald, dient het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dit te vermelden. Bovendien dient het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, wanneer het internationale nieuwheidsonderzoek alleen voor de hoofduitvinding is verricht of niet op alle uitvindingen betrekking had (artikel 17, derde lid, a, aan te geven voor welke delen van de internationale aanvrage het internationale nieuwheidsonderzoek wel en voor welke delen het niet is verricht.
43.8. Bevoegde functionaris
Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient de naam te vermelden van de voor het verslag verantwoordelijke functionaris van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
43.9. Andere onderwerpen
Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient geen andere onderwerpen te bevatten dan die genoemd in de Regels 33.1 b en c, 43.1 tot en met 43.3, 43.5 tot en met 43.8 en 44.2 en de vermelding genoemd in artikel 17, tweede lid, onder b, met dien verstande dat de Administratieve Instructies kunnen toestaan dat in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek andere onderwerpen worden opgenomen die zijn genoemd in de Administratieve Instructies. Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient geen oordelen, redeneringen, argumenten of toelichtingen te bevatten en de Administratieve Instructies staan het opnemen daarvan niet toe.
43.10. Vorm
De vormvoorschriften betreffende het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek worden voorgeschreven in de Administratieve Instructies.
Regel 43bis. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
43bis.1. Schriftelijk oordeel
- a. Onverminderd Regel 69.1 bbis stelt de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek tegelijk met het opstellen van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of de in artikel 17, tweede lid, onder a, bedoelde verklaring, een schriftelijk oordeel op inzake: Het schriftelijk oordeel gaat tevens vergezeld van eventuele andere opmerkingen waarin dit Reglement voorziet.
- i. de vraag of de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd nieuw lijkt, een inventieve stap inhoudt (niet voor de hand ligt) en industrieel toepasbaar is;
- ii. de vraag of de internationale aanvrage voldoet aan de vereisten van het Verdrag en dit Reglement voor zover gecontroleerd door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
- b. Ten behoeve van het opstellen van het schriftelijk oordeel zijn de artikelen 33, tweede tot en met zesde lid, en 35, tweede en derde lid, alsmede de Regels 43.4, 64, 65, 66,1 e., 66.7, 67, 70.2 b. en d., 70.3, 70.4 ii., 70.5 a., 70.6 tot en met 70.10, 70.12, 70.14 en 70.15 a. van overeenkomstige toepassing.
- c. Het schriftelijk oordeel bevat een bericht aan de aanvrager, dat indien verzocht wordt om een internationale voorlopige beoordeling, het schriftelijk oordeel ingevolge Regel 66.1bis. a maar onverminderd Regel 66.1bis. b. zal worden aangemerkt als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationale Voorlopige Beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a, in welk geval de aanvrager verzocht wordt voor het verstrijken van de termijn ingevolge Regel 54bis. 1 a. een schriftelijk antwoord, waar nodig vergezeld van wijzigingen, te zenden aan deze Instantie.
Regel 44. Toezending van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, schriftelijk oordeel, etc.
44.1. Exemplaren van verslag of verklaring en schriftelijk oordeel
De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek zendt op dezelfde dag een afschrift van het internationale nieuwheidsonderzoek of van de in artikel 17, tweede lid, onder a, bedoelde verklaring en van het ingevolgeRegel 43bis 1 opgestelde schriftelijke oordeel aan het Internationale Bureau en aan de aanvrager.
44.2. Titel of uittreksel
Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dient te verklaren dat de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek haar goedkeuring hecht aan de titel en het uittreksel zoals overgelegd door de aanvrager, dan wel vergezeld te gaan van de tekst van de titel en/of het uittreksel zoals ingevolge de Regels 37 en 38 opgesteld door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
44.3. Afschriften van aangehaalde literatuurplaatsen
- a). Het in artikel 20, derde lid, bedoelde verzoek kan op elk tijdstip worden ingediend gedurende 7 jaar vanaf de datum van internationale indiening waarop het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek betrekking heeft.
- b). De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek kan verlangen, dat de partij (aanvrager of aangewezen bureau) die het verzoek indient, haar de kosten voor het maken en per post verzenden van de afschriften vergoedt. Het tarief van de kosten voor het maken van afschriften wordt bepaald in de in artikel 16, derde lid, onder b) genoemde overeenkomsten tussen de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en het Internationale Bureau.
- c). Vervallen.
- d). Een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek kan de verplichtingen genoemd in de paragrafen a en b vervullen door bemiddeling van een ander tegenover haar verantwoordelijk bureau.
Regel 44bis. Internationaal Voorlopig Verslag inzake octrooieerbaarheid door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
44bis.1. Opstelling van verslag; toezending aan de aanvrager
- a. Tenzij een verslag van de internationale voorlopige beoordeling is of dient te worden opgesteld, stelt het Internationaal Bureau namens de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek een verslag (in deze Regel aangeduid als „het verslag”) op aangaande de zaken bedoeld in Regel 43bis. 1 a. De inhoud van het verslag is gelijk aan die van het ingevolge Regel 43bis. 1 opgestelde schriftelijke oordeel.
- b. Het verslag heeft als titel „Internationaal voorlopig verslag inzake octrooieerbaarheid (Hoofdstuk I van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien)” en bevat de vermelding dat het ingevolge deze Regel namens de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is opgesteld door het Internationaal Bureau.
- c. Het Internationale Bureau zendt onverwijld een afschrift van het krachtens paragraaf a opgestelde verslag toe aan de aanvrager.
44bis.2. Toezending aan de aangewezen bureaus
- a. Wanneer een verslag is opgesteld ingevolge Regel 44bis. 1, zendt het Internationaal Bureau het in overeenstemming met Regel 93bis. 1 toe aan elk aangewezen bureau, evenwel niet voor het verstrijken van 30 maanden na de datum van voorrang.
- b. Wanneer de aanvrager een uitdrukkelijk verzoek indient bij een aangewezen bureau ingevolge artikel 23, tweede lid, zendt het Internationaal Bureau op verzoek van dat bureau of van de aanvrager onverwijld een exemplaar van het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijke oordeel toe aan dat bureau.
44bis.3. Vertaling voor aangewezen bureaus
- a. Een aangewezen Staat kan, indien ingevolge Regel 44bis. 1 een verslag is afgegeven in een andere taal dan de officiële van zijn nationaal bureau, een vertaling ervan in het Engels verlangen. Van een dergelijk verzoek wordt kennisgeving gedaan aan het Internationaal Bureau, dat het onverwijld publiceert in het mededelingenblad.
- b. Indien een vertaling ingevolge paragraaf a wordt verlangd, wordt deze vervaardigd door of onder de verantwoordelijkheid van het Internationaal Bureau.
- c. Het Internationaal Bureau doet een exemplaar van de vertaling aan alle betrokken aangewezen bureaus en aan de aanvrager toekomen tegelijk met de toezending van het verslag aan die bureaus.
- d. In het geval bedoeld in Regel 44bis. 2 b wordt het ingevolge Regel 43bis. 1 opgestelde schriftelijke oordeel op verzoek van het betrokken aangewezen bureau door of onder de verantwoordelijkheid van het Internationaal Bureau vertaald in het Engels. Het Internationaal Bureau doet binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om een vertaling een exemplaar van de vertaling toekomen aan het betrokken aangewezen bureau en doet op hetzelfde tijdstip een exemplaar toekomen aan de aanvrager.
44bis.4. Commentaar op de vertaling
De aanvrager kan schriftelijk commentaar indienen aangaande de juistheid van de in Regel 44bis. 3 b. of d. bedoelde vertaling en een exemplaar daarvan toezenden aan elk van de betrokken aangewezen bureaus en aan het Internationaal Bureau.
Regel 44ter. Vertrouwelijk karakter van schriftelijk oordeel, verslag, vertaling en commentaar
44ter.1. Vertrouwelijk karakter
- a. Voor het verstrijken van 30 maanden vanaf de datum van voorrang verlenen het Internationaal Bureau en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, tenzij op verzoek van of daartoe gemachtigd door de aanvrager, geen persoon of instantie toegang:
- i. tot het ingevolge Regel 43bis. 1 opgestelde schriftelijke oordeel, een ingevolge Regel 44bis. 3 d. opgestelde vertaling ervan of tot door de aanvrager ingevolge Regel 44bis. 4 toegezonden schriftelijk commentaar inzake een dergelijke vertaling;
- ii. indien een verslag ingevolge Regel 44bis. 1 is afgegeven, tot dat verslag, een ingevolge Regel 44bis. 3 sub b. vervaardigde vertaling ervan of tot door de aanvrager ingevolge Regel 44bis. 4 toegezonden schriftelijk commentaar inzake een dergelijke vertaling.
- b. Voor de toepassing van paragraaf a wordt verstaan onder „toegang” alle middelen waarmee derden kennis kunnen nemen, met inbegrip van individuele toezending en algemene publicatie.
Regel 45. Vertaling van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek
45.1. Talen
Verslagen van het internationale nieuwheidsonderzoek en verklaringen zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), dienen, wanneer zij niet in het Engels zijn gesteld, in het Engels te worden vertaald.
Regel 46. Wijziging van conclusies bij het Internationale Bureau
46.1. Termijn
De in artikel 19 bedoelde termijn beloopt 2 maanden, te rekenen van de datum waarop de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek aan het Internationale Bureau en aan de aanvrager toezendt, of 16 maanden te rekenen vanaf de datum van voorrang, afhankelijk van welke van beide termijnen het laatste verstrijkt, met dien verstande dat een wijziging ingevolge artikel 19 aangebracht, die is ontvangen door het Internationale Bureau na het verstrijken van de van toepassing zijnde termijn, wordt beschouwd als te zijn ontvangen door dat Bureau op de laatste dag van die termijn, indien zij het Bureau bereikt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publikatie zijn voltooid.
46.2. Waar in te dienen
Wijzigingen ingevolge artikel 19 dienen rechtstreeks bij het Internationale Bureau te worden ingediend.
46.3. Taal van de wijzigingen
Indien de internationale aanvrage is ingediend in een andere taal dan de taal waarin zij wordt gepubliceerd, dient een ingevolge artikel 19 aangebrachte wijziging te zijn gesteld in de taal waarin de aanvrage wordt gepubliceerd.
46.4. Verklaring
- a). De verklaring bedoeld in artikel 19, eerste lid, dient te zijn gesteld in de taal waarin de internationale aanvrage wordt gepubliceerd en dient niet langer te zijn dan 500 woorden, indien zij in het Engels is gesteld of in die taal is vertaald. De verklaring dient als zodanig te worden aangeduid door een opschrift, waarbij bij voorkeur de woorden worden gebruikt „Verklaring bedoeld in artikel 19, eerste lid” of een equivalent daarvan in de taal van de verklaring.
- b). De verklaring dient geen kleinerende opmerkingen te bevatten over het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of over het belang van in dat verslag genoemde aanhalingen. Alleen in verband met een wijziging van een bepaalde conclusie kan er verwezen worden naar aanhalingen in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, die van belang zijn voor die conclusie.
46.5. Vorm van de wijzigingen
Van de aanvrager wordt verlangd dat hij een vervangend blad overlegt voor elk blad conclusies dat, wegens een wijziging of wijzigingen ingevolge artikel 19, verschilt van het oorspronkelijk ingediende blad. De begeleidende brief bij de vervangende bladen dient de aandacht te vestigen op de verschillen tussen de vervangen en de vervangende bladen. Voor zover een wijziging leidt tot het vervallen van een gehele bladzijde, dient deze wijziging in een brief te worden medegedeeld.
Regel 47. Toezending aan de aangewezen bureaus
47.1. Procedure
- a). De in artikel 20 voorziene toezending aan elk aangewezen bureau dient via het Internationaal Bureau te geschieden in overeenstemming met Regel 93bis. 1, echter, onverminderd Regel 47.4, niet voorafgaand aan de internationale publicatie van de internationale aanvrage.
- a-bis). Het Internationaal Bureau stelt elk aangewezen bureau in overeenstemming met Regel 93bis. 1 in kennis van de ontvangst en de datum van ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar en van een eventueel voorrangsbewijs.
- a-ter). In de kennisgeving ingevolge paragraaf a-bis zijn de verklaringen opgenomen bedoeld in Regel 4.17 i tot en met iv, en de verbeteringen daarvan ingevolge Regel 26ter.1, die zijn ontvangen door het Internationale Bureau voor het verstrijken van de termijn ingevolge Regel 26ter.1, mits het aangewezen bureau het Internationale Bureau heeft meegedeeld dat de toepasselijke nationale wetgeving het verstrekken van documenten of bewijs vereist met betrekking tot de aangelegenheid waarop de verklaring betrekking heeft.
- b). Wijzigingen die het Internationaal Bureau binnen de termijn ingevolge Regel 46.1 heeft ontvangen en die nog niet waren toegezonden als voorzien in artikel 20, worden onverwijld aan de aangewezen bureaus toegezonden door het Internationaal Bureau en laatstgenoemd Bureau stelt de aanvrager hiervan in kennis.
- c). Direct na het verstrijken van de termijn van 28 maanden vanaf de voorrangsdatum zendt het Internationaal Bureau een kennisgeving aan de aanvrager met vermelding van:
- i. de aangewezen bureaus die hebben verzocht om de in artikel 20 voorziene toezending ingevolge Regel 93bis. 1 en de datum van de mededeling aan die bureaus; en
- ii. de aangewezen bureaus die niet hebben verzocht om de in artikel 20 voorziene toezending ingevolge Regel 93bis. 1.
- c-bis). De in paragraaf c bedoelde kennisgeving wordt aanvaard door de aangewezen bureaus:
- i. in het geval van een aangewezen bureau als bedoeld in paragraaf c. i., als afdoende bewijs dat de in artikel 20 voorziene toezending heeft plaatsgevonden op de in de kennisgeving vermelde datum;
- ii. in het geval van een aangewezen bureau als bedoeld in paragraaf c. ii., als afdoende bewijs dat de Verdragsluitende Staat waarvoor dat bureau optreedt als aangewezen bureau niet verlangt dat de aanvrager ingevolge artikel 22 een afschrift van de internationale aanvrage verstrekt.
- d). Elk aangewezen bureau ontvangt, wanneer het zulks verlangt, de verslagen van het internationale nieuwheidsonderzoek en de verklaringen bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), ook in de vertaling bedoeld in Regel 45.1
- e). Wanneer een aangewezen bureau, voor het verstrijken van de termijn van 28 maanden vanaf de voorrangsdatum, het Internationaal Bureau niet heeft verzocht om de in artikel 20 voorziene toezending in overeenstemming met Regel 93bis. 1, wordt dat uitgelegd als zou de Verdragsluitende Staat waarvoor dat bureau optreedt als aangewezen bureau, het Internationaal Bureau er ingevolge Regel 49.1 (a-bis.) van in kennis hebben gesteld dat hij niet verlangt dat de aanvrager ingevolge artikel 22 een afschrift van de internationale aanvrage verschaft.
47.2. Afschriften
De voor toezending vereiste afschriften worden gemaakt door het Internationaal Bureau. Nadere vereisten inzake de voor toezending vereiste afschriften kunnen worden vastgelegd in de Administratieve Instructies.
47.3. Talen
- a. De internationale aanvrage die wordt toegezonden ingevolge artikel 20, dient te zijn gesteld in de taal van publicatie.
- b. Wanneer de taal waarin de internationale aanvrage wordt gepubliceerd verschilt van de taal waarin zij is ingediend, verstrekt het Internationaal Bureau aan een aangewezen bureau, op verzoek van dat bureau, een afschrift van die aanvrage in de taal waarin zij werd ingediend.
47.4. Uitdrukkelijk verzoek ingevolge artikel 23, tweede lid, voorafgaand aan internationale publicatie
Wanneer de aanvrager voorafgaand aan de internationale publicatie van de internationale aanvrage een uitdrukkelijk verzoek ingevolge artikel 23, tweede lid, indient bij het aangewezen bureau, verricht het Internationaal Bureau op verzoek van de aanvrager of het aangewezen bureau onverwijld de in artikel 20 voorziene toezending aan dat bureau.
Regel 48. Internationale publicatie
48.1. Vorm
- a). De internationale aanvrage dient te worden gepubliceerd in de vorm van een brochure.
- b). De bijzonderheden betreffende de vorm van de brochure en de methode van reproduktie worden geregeld in de Administratieve Instructies.
48.2. Inhoud
- a). De brochure dient te bevatten:
- (i). een genormaliseerde voorpagina,
- (ii). de beschrijving,
- (iii). de conclusies,
- (iv). de mogelijke tekeningen,
- (v). onverminderd het bepaalde onder paragraaf g), het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of de verklaring ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a); de publikatie van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek in de brochure zal evenwel niet en te omvatten het deel van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dat alleen weergeeft gegevens als bedoeld in Regel 43 die al op de voorpagina van de brochure voorkomen.
- (vi). een verklaring ingediend ingevolge artikel 19, eerste lid, tenzij het Internationale Bureau vaststelt, dat de verklaring niet voldoet aan de bepalingen van Regel 46.4.
- (vii). een verzoek tot verbetering bedoeld in de derde zin van Regel 91.1(f),
- (viii). de relevante gegevens uit vermeldingen met betrekking tot gedeponeerd biologisch materiaal, los van de beschrijving verstrekt ingevolge Regel 13bis, tezamen met een vermelding van de datum waarop het Internationaal Bureau deze vermeldingen heeft ontvangen,
- (ix). informatie betreffende een beroep op een recht van voorrang dat ingevolge Regel 26bis.2 b geacht wordt niet te zijn gedaan, waarvan om publicatie wordt verzocht ingevolge Regel 26bis.2 c,
- (x). een verklaring zoals bedoeld in Regel 4.17 v, en een verbetering daarvan ingevolge Regel 26ter.1, die door het Internationale Bureau is ontvangen voor het verstrijken van de termijn ingevolge Regel 26ter.1.
- b). Onverminderd het bepaalde onder paragraaf c dient de voorpagina te bevatten:
- (i). gegevens uit het aanvraagformulier en de andere gegevens die in de Administratieve Instructies zijn voorgeschreven,
- (ii). een figuur of figuren wanneer de internationale aanvrage tekeningen bevat, tenzij Regel 8.2 b) van toepassing is,
- (iii). het uittreksel; indien het uittreksel in het Engels en in een andere taal is gesteld, dient de Engelse tekst voorop te staan,
- (iv). een vermelding dat het verzoekschrift een verklaring bevat als bedoeld in regel 4.17, die door het Internationale Bureau is ontvangen voor het verstrijken van de termijn ingevolge Regel 26ter.1.
- c). Wanneer een verklaring ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a) is afgelegd, dient op de voorpagina zeer duidelijk naar dit feit te worden verwezen en behoeft deze geen tekening of uittreksel te bevatten.
- d). De figuur of figuren bedoeld onder paragraaf b)(ii) dienen te worden gekozen zoals bepaald in Regel 8.2. Deze figuur of figuren kunnen op de voorpagina in verkleinde vorm worden gereproduceerd.
- e). Indien er op de voorpagina niet voldoende ruimte is voor het hele onder paragraafb)(iii) bedoelde uittreksel, dient dit uittreksel te worden afgedrukt op de achterzijde van de voorpagina. Hetzelfde geldt voor de vertaling van het uittreksel, wanneer deze vertaling dient te worden gepubliceerd ingevolge Regel 48.3c).
- f). Indien de conclusies ingevolge artikel 19 zijn gewijzigd, bevat de publikatie de volledige tekst van de conclusies zoals ingediend en zoals gewijzigd, dan wel de volledige tekst van de conclusies zoals ingediend met vermelding van de wijziging. Een verklaring zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, dient eveneens te worden opgenomen, tenzij het Internationale Bureau vaststelt dat de verklaring niet voldoet aan de bepalingen van Regel 46.4. De datum van ontvangst van de gewijzigde conclusies door het Internationale Bureau dient te worden vermeld.
- g). Indien, op het tijdstip waarop de technische voorbereidingen voor de internationale publikatie zijn voltooid, het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek nog niet beschikbaar is (bijvoorbeeld wegens publikatieop verzoek van de aanvrager zoals bepaald in de artikelen 21, tweede lid, onder b), en 64, derde lid, onder c), sub (i)), dient de brochure in plaats van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, een vermelding te bevatten dat dit verslag niet beschikbaar was en dat de brochure (die dan ook het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek bevat) opnieuw zal worden gepubliceerd, dan wel dat het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek (wanneer het beschikbaar komt) afzonderlijk zal worden gepubliceerd.
- h). Indien, op het tijdstip waarop de technische voorbereidingen voor de internationale publikatie zijn voltooid, de termijn voor wijziging van de conclusies ingevolge artikel 19 niet is verstreken, dient de brochure dit feit te vermelden en aan te geven dat, indien de conclusies ingevolge artikel 19 mochten worden gewijzigd, onverwijld na zodanige wijziging de brochure (met de conclusies zoals gewijzigd) opnieuw zal worden gepubliceerd, dan wel dat een verklaring met alle wijzigingen zal worden gepubliceerd. In het laatste geval dienen ten minste de voorpagina en de conclusies opnieuw te worden gepubliceerd en, indien een verklaring ingevolge artikel 19, eerste lid, is ingediend, dient deze verklaring eveneens te worden gepubliceerd, tenzij het Internationale Bureau vaststelt dat de verklaring niet voldoet aan de bepalingen van Regel 46.4.
- i). De Administratieve Instructies dienen de gevallen te bepalen waarin de verschillende mogelijkheden genoemd onder de paragrafen g) en h) van toepassing zijn. Deze bepaling is afhankelijk van de omvang en de ingewikkelheid van de wijzigingen en/of omvang van de internationale aanvrage en de kostenfactoren.
48.3. Talen van publicatie
- a). Indien de internationale aanvrage is ingediend in het Chinees, het Duits, het Engels, het Frans, het Japans, het Russisch of het Spaans, („talen van publicatie”), wordt deze aanvrage gepubliceerd in de taal waarin zij werd ingediend.
- b). Indien de internationale aanvrage niet is ingediend in een taal van publicatie en een vertaling in een taal van publicatie is verstrekt ingevolge Regel 12.3 of 12.4, wordt deze aanvrage gepubliceerd in de taal van die vertaling.
- c). Indien de internationale aanvrage wordt gepubliceerd in een andere taal dan het Engels dienen het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, voor zover dit wordt gepubliceerd ingevolge Regel 48.2 a) (v), of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), en het uittreksel zowel in die taal als in het Engels te worden gepubliceerd. De vertalingen dienen te worden gemaakt onder de verantwoordelijkheid van het Internationale Bureau.
48.4. Vervroegde publikatie op verzoek van de aanvrager
- a). Wanneer de aanvrager verzoekt om publikatie ingevolge de rtikelen 21, tweede lid, onder b) en 64, derde lid, onder c), sub (i), en het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), nog niet beschikbaar is voor publikatie te zamen met de internationale aanvrage, int het internationale Bureau een speciale publikatietaks waarvan het bedrag in de Admitieve Instructies wordt vastgesteld.
- b). Publikatie ingevolge de artikelen 21, tweede lid, onder b) en 64, derde lid, onder c), sub (i), dient te worden verricht door het Internationale Bureau en wel onverwijld nadat de aanvrager daarom heeft verzocht en, wanneer ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) een bijzondere taks is verschuldigd, na ontvangst van deze taks.
48.5. Kennisgeving van nationale publikatie
Wanneer de publikatie van de internationale aanvrage door het Internationale Bureau wordt beheerst door artikel 64, derde lid, onder c), sub (ii), dient het betrokken nationale bureau, onverwijld na het verrichten van de in die bepaling bedoelde nationale publikatie, het Internationale Bureau van deze nationale publikatie in kennis te stellen.
48.6. Aankondiging van bepaalde feiten
- a). Indien een kennisgeving ingevolge Regel 29.1 ii. het Internationaal Bureau bereikt op een later tijdstip dan dat waarop het de internationale publicatie van de internationale aanvrage kon voorkomen, dient het Internationaal Bureau onverwijld een aankondiging in het mededelingenblad te plaatsen waarin de voornaamste inhoud van deze kennisgeving wordt weergegeven.
- b). Vervallen.
- c). Indien de internationale aanvrage, de aanwijzing van een aangewezen Staat of het beroep op een recht van voorrang ingevolge Regel 90bis wordt ingetrokken nadat de technische voorbereidingen voor de internationale publikatie zijn voltooid, dient een kennisgeving van de intrekking te worden gepubliceerd in het mededelingenblad.
Regel 49. Afschrift, vertaling en taks ingevolge artikel 22
49.1. Kennisgeving
- a). Een Verdragsluitende Staat die verlangt dat ingevolge artikel 22 een vertaling wordt verstrekt of een nationale taks wordt betaald, of beide, geeft het Internationale Bureau kennis van:
- (i). de talen waaruit en de taal waarin hij vertaling verlangt,
- (ii). het bedrag van de nationale taks.
- a-bis). Een Verdragsluitende Staat die niet verlangt dat ingevolge artikel 22 door de aanvrager een afschrift van de internationale aanvrage wordt verstrekt (zelfs indien de toezending van het afschrift van de internationale aanvrage door het Internationale Bureau ingevolge Regel 47 niet heeft plaatsgevonden voor het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn) stelt het Internationale Bureau daarvan in kennis.
- a-ter). Een Verdragsluitende Staat die, indien hij een aangewezen Staat is, ingevolge artikel 24, tweede lid, de rechtsgevolgen bepaald in artikel 11, derde lid, handhaaft, zelfs indien een afschrift van de internationale aanvrage niet is verstrekt door de aanvrager voor het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn, stelt het Internationale Bureau daarvan in kennis.
- b). Een kennisgeving ontvangen door het Internationale Bureau ingevolge het bepaalde onder de paragrafen a), a-bis) of a-ter) wordt door het Internationale Bureau onverwijld bekendgemaakt in het mededelingenblad.
- c). Indien de onder paragraaf a) gestelde vereisten later veranderen, dienen deze veranderingen door de Verdragsluitende Staat ter kennis te worden gebracht van het Internationale Bureau en dit Bureau maakt de kennisgeving onverwijld bekend in het mededelingenblad. Indien de verandering inhoudt dat vertaling is vereist in een taal die vóór de verandering niet was vereist, geldt deze verandering slechts ten aanzien van internationale aanvragen die meer dan 2 maanden na de bekendmaking van de kennisgeving in het mededelingenblad worden ingediend. In de andere gevallen wordt de datum waarop een verandering ingaat, bepaald door de Verdragsluitende Staat.
49.2. Talen
De taal waarin een vertaling kan worden verlangd, moet een officiële taal van het aangewezen bureau zijn. Indien er meer dan één officiële taal is, kan geen vertaling worden geëist, indien de internationale aanvrage in een van deze talen is gesteld. Indien er meer dan één officiële taal is en een vertaling moet worden verstrekt, kan de aanvrager een van deze talen kiezen. Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van deze paragraaf kan, indien er meer dan één officiële taal is, maar de nationale wetgeving het gebruik van een dezer talen voorschrijft voor vreemdelingen, een vertaling in die taal worden geëist.
49.3. Verklaringen ingevolge artikel 19; vermeldingen ingevolge Regel 13bis.4
Voor de toepassing van artikel 22 en van de onderhavige Regel worden een ingevolge artikel 19, eerste lid, afgelegde verklaring en een vermelding verstrekt ingevolge Regel 13bis.4, onverminderd het bepaalde in Regel 49.5 c) en h), als een deel van de internationale aanvrage beschouwd.
49.4. Gebruik van een nationaal formulier
Geen aanvrager behoeft een nationaal formulier te gebruiken voor het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen.
49.5. Inhoud en vormvoorschriften van de vertaling
- a). Voor de toepassing van artikel 22 dient de vertaling van de internationale aanvrage te bevatten de beschrijving (onverminderd paragraaf a-bis), de conclusies, de tekst bij de tekeningen en het uittreksel. Indien het aangewezen bureau daarom verzoekt, dient de vertaling, onverminderd het bepaalde in de paragrafen b, c-bis en e, tevens
- (i). het verzoekschrift te bevatten,
- (ii). zowel de oorspronkelijke als de gewijzigde conclusies te bevatten, indien de conclusies ingevolge artikel 19 zijn gewijzigd; alsmede
- (iii). vergezeld te gaan van een afschrift van de tekeningen.
- a-bis). Een aangewezen bureau mag de aanvrager niet vragen om een vertaling van tekst in het sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving indien dit sequentie-opsommingsdeel voldoet aan Regel 12.1 d en indien de beschrijving voldoet aan Regel 5.2 b.
- b). Een aangewezen bureau dat het verstrekken van een vertaling van het verzoekschrift verlangt, dient afschriften van het formulier van het verzoekschrift in de taal van de vertaling kosteloos aan de aanvragers te verschaffen. Vorm en inhoud van het formulier van het verzoekschrift in de taal van de vertaling dienen niet af te wijken van die van het verzoekschrift ingevolge de Regels 3 en 4; het formulier in de taal van de vertaling dient in het bijzonder geen gegevens te vragen die niet in het oorspronkelijke verzoekschrift zijn opgenomen. Het gebruik van het formulier van het verzoekschrift in de taal van de vertaling dient vrij te zijn.
- c). Wanneer de aanvrager geen vertaling verstrekt van een ingevolge artikel 19, eerste lid, afgelegde verklaring, kan het aangewezen bureau een dergelijke verklaring buiten beschouwing laten.
- c-bis). Wanneer de aanvrager aan een aangewezen bureau dat ingevolge paragraaf a ii een vertaling verlangt van zowel de conclusies zoals ingediend als de conclusies zoals gewijzigd, slechts één van de twee verlangde vertalingen verstrekt, kan het aangewezen bureau de conclusies waarvan geen vertaling is verstrekt buiten beschouwing laten of de aanvrager uitnodigen de ontbrekende vertaling te verstrekken binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is en in de uitnodiging is vastgesteld. Wanneer het aangewezen bureau verkiest de aanvrager uit te nodigen de ontbrekende vertaling te verstrekken en deze niet is verstrekt binnen de in de uitnodiging vastgestelde termijn, kan het aangewezen bureau de conclusies waarvan geen vertaling is verstrekt buiten beschouwing laten of de internationale aanvrage als ingetrokken beschouwen.
- d). Indien een tekening tekst bevat, dient de vertaling van die tekst verstrekt te worden, hetzij in de vorm van een afschrift van de oorspronkelijke tekening met de vertaling geplakt op de originele tekst, hetzij in de vorm van een opnieuw uitgevoerde tekening.
- e). Een aangewezen bureau dat ingevolge paragraaf a het verstrekken van een afschrift van de tekeningen verlangt, dient, wanneer de aanvrager niet binnen de termijn bepaald in artikel 22 dit afschrift heeft verstrekt, de aanvrager uit te nodigen dit afschrift te verstrekken binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is en in de uitnodiging is vastgesteld.
- f). De uitdrukking „Fig.” behoeft in geen enkele taal vertaald te worden.
- g). Wanneer een afschrift van de tekeningen of een opnieuw uitgevoerde tekening die is verstrekt ingevolge paragraaf d) of e), onverenigbaar is met de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften, kan het aangewezen bureau de aanvrager verzoeken het gebrek binnen een termijn die naar de omstandigheden redelijk is en opgenomen is in het verzoek, te verbeteren.
- h). Wanneer de aanvrager geen vertaling heeft verstrekt van het uittreksel of een ingevolge Regel 13bis.4 verstrekte vermelding, nodigt het aangewezen bureau de aanvrager uit de vertaling alsnog te verstrekken, indien het zulks noodzakelijk acht, binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is en in de uitnodiging is vastgesteld.
- i). Gegevens inzake een vereiste en de handelwijze van aangewezen bureaus, met betrekking tot de tweede zin van paragraaf a), wordendoor het Internationale Bureau in het mededelingenblad bekendgemaakt.
- j). Een aangewezen bureau mag niet verlangen dat de vertaling van de internationale aanvrage voldoet aan andere vormvoorschriften dan die welke voorgeschreven zijn voor de oorspronkelijke internationale aanvrage.
- k). Wanneer een titel door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is vastgesteld ingevolge Regel 37.2, dient de vertaling de titel te bevatten zoals vastgesteld door die Instantie.
- l). Indien paragraaf c-bis of paragraaf k op 12 juli 1991 niet verenigbaar is met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, is de desbetreffende bepaling niet van toepassing op dat aangewezen bureau zolang deze niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 31 december 1991. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
49.6. Herstel van rechten indien verzuimd is de in artikel 22 bedoelde handelingen te verrichten
- a. Indien de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage voorzien in artikel 11, derde lid, zijn vervallen, omdat de aanvrager verzuimd heeft binnen de desbetreffende termijn de in artikel 22 bedoelde handelingen te verrichten, herstelt het aangewezen bureau de aanvrager op diens verzoek en met inachtneming van het gestelde in de paragrafen b tot en met e van deze regel, in zijn rechten met betrekking tot die internationale aanvrage, indien het oordeelt dat de vertraging bij de inachtneming van die termijn onopzettelijk is ontstaan, of, naar keuze van het aangewezen bureau, dat die termijn niet in acht is genomen ondanks het betrachten van in de gegeven omstandigheden geboden zorgvuldigheid.
- b. Het verzoek krachtens paragraaf a wordt ingediend bij het aangewezen bureau en de in artikel 22 bedoelde handelingen dienen te worden verricht binnen de termijn die het eerst verstrijkt:
- i. twee maanden na de datum waarop de oorzaak van de niet-inachtneming van de desbetreffende termijn krachtens artikel 22 is weggenomen; of
- ii. twaalf maanden na de datum waarop de desbetreffende termijn krachtens artikel 22 verstrijkt; mits de aanvrager het verzoek op een later tijdstip mag indienen indien zulks wordt toegestaan door het van toepassing zijnde en door het aangewezen bureau toegepaste nationale recht.
- c. In het verzoek krachtens paragraaf a worden de redenen vermeld voor het niet in acht nemen van de desbetreffende termijn krachtens artikel 22.
- d. Het van toepassing zijnde, door het aangewezen bureau toegepaste nationale recht kan voorschrijven dat:
- i. een taks wordt betaald ter zake van een verzoek krachtens paragraaf a;
- ii. een verklaring of andere bewijzen worden ingediend ter staving van de in paragraaf c bedoelde redenen.
- e. Het aangewezen bureau wijst geen verzoeken krachtens paragraaf a af zonder de aanvrager in de gelegenheid te stellen binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn bezwaar te maken tegen de beoogde afwijzing.
- f. Indien de paragrafen a tot en met e op 1 oktober 2002 niet verenigbaar zijn met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, zijn deze paragrafen niet van toepassing op dat aangewezen bureau zolang zij niet verenigbaar zijn met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationaal Bureau hiervan in kennis stelt voor 1 januari 2003. De ontvangen informatie wordt door het Internationaal Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
Regel 49bis. Vermeldingen ten aanzien van de beoogde bescherming ten behoeve van nationale behandeling
49bis.1. Keuze van bepaalde soorten bescherming
- a. Indien de aanvrager verlangt dat de internationale aanvrage in een aangewezen Staat waarop artikel 43 van toepassing is, niet wordt behandeld als een aanvrage om de verlening van een octrooi, maar om de verlening van een ander soort bescherming bedoeld in dat artikel, meldt de aanvrager bij het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen dit aan het aangewezen bureau.
- b. Indien de aanvrager verlangt dat de internationale aanvrage in een aangewezen Staat waarop artikel 44 van toepassing is, wordt behandeld als een aanvrage om verlening van meer dan een soort bescherming bedoeld in artikel 43, meldt de aanvrager, bij het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen, dit aan het aangewezen bureau en geeft, indien van toepassing, aan welke soort bescherming primair wordt verlangd en welke subsidiair.
- c. In de in paragrafen a en b bedoelde gevallen, indien de aanvrager verlangt dat de internationale aanvrage in een aangewezen Staat wordt behandeld als een aanvrage om een aanvullingsoctrooi, een aanvullingscertificaat, een aanvulling van een uitvinderscertificaat of een aanvulling van een gebruikscertificaat, vermeldt de aanvrager bij het verrichten van de handelingen bedoeld in artikel 22, de desbetreffende hoofdaanvrage, het hoofdoctrooi of een ander verleend hoofdrecht.
- d. Indien de aanvrager verlangt dat de internationale aanvrage in een aangewezen Staat wordt behandeld als een aanvrage om voortzetting of gedeeltelijke voortzetting van een eerdere aanvrage, meldt de aanvrager bij het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen, dit aan het aangewezen bureau en vermeldt daarbij de desbetreffende hoofdaanvrage.
- e. Wanneer de aanvrager bij het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen geen uitdrukkelijke melding ingevolge paragraaf a heeft gedaan, maar de door hem betaalde nationale taks bedoeld in artikel 22 overeenkomt met de nationale taks voor een specifiek soort bescherming, wordt de betaling van die taks beschouwd als melding van de wens van de aanvrager dat de internationale aanvrage dient te worden behandeld als een aanvrage om dat soort bescherming en stelt het aangewezen bureau de aanvrager daarvan in kennis.
49bis.2. Tijdstip voor meldingen
- a. Aangewezen bureaus mogen niet verlangen dat de aanvrager, vóór het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen, meldingen doet als bedoeld in Regel 49bis.1, of, indien van toepassing, meldt of hij verlening van een nationaal octrooi of een regionaal octrooi verlangt.
- b. De aanvrager kan, indien zulks is toegestaan krachtens de nationale wetgeving die moet worden toegepast door het betrokken aangewezen bureau, op een later tijdstip een dergelijke melding doen of, indien van toepassing, van de ene soort bescherming overstappen op de andere.
Regel 50. Bevoegdheid ingevolge artikel 22, derde lid
50.1. Uitoefening van bevoegdheid
- a). Een Verdragsluitende Staat die een termijn toestaat welke later verstrijkt dan de in artikel 22, eerste of tweede lid, bepaalde termijnen, dient het Internationale Bureau de vastgestelde termijnen mede te delen.
- b). Een door het Internationale Bureau ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) ontvangen mededeling wordt door het Internationale Bureau onverwijld bekendgemaakt in het mededelingenblad.
- c). Mededelingen over de verkorting van de voordien vastgestelde termijn hebben rechtsgevolgen voor de internationale aanvragen, ingediend na het verstrijken van 3 maanden na de datum waarop de mededeling door het Internationale Bureau is bekendgemaakt.
- d). Mededelingen over de verlenging van de voordien vastgestelde termijn worden van kracht op het tijdstip van de bekendmaking door het Internationale Bureau in het mededelingenblad ten aanzien van internationale aanvragen die op dat tijdstip aanhangig zijn of die na de datum van deze bekendmaking zijn ingediend, dan wel, indien de Verdragsluitende Staat die de mededeling doet een latere datum vaststelt, met ingang van die latere datum.
Regel 51. Beoordeling door aangewezen bureaus
51.1. Termijn voor indiening van het verzoek afschriften te zenden
De termijn bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder c, is twee maanden, te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving gezonden aan de aanvrager ingevolge de Regels 20.7 i, 24.2 c of 29.1 ii.
51.2. Afschrift van de kennisgeving
Wanneer de aanvrager, nadat hij een negatieve beslissing ingevolge artikel 11, eerste lid, heeft ontvangen, het Internationale Bureau ingevolge artikel 25, eerste lid, verzoekt, afschriften van het dossier van de beweerde internationale aanvrage toe te zenden aan een bureau dat hij heeft gepoogd aan te wijzen, dient hij aan zijn verzoek een afschrift te hechten van de kennisgeving bedoeld in Regel 20.7 (i).
51.3. Termijn voor betaling van de nationale taks en verstrekking van een vertaling
De termijn bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a) verstrijkt op hetzelfde tijdstip als de termijn voorgeschreven in Regel 51.1.
Regel 51bis. Bepaalde ingevolge artikel 27 toegestane nationale vereisten
51bis.1. Bepaalde toegestane nationale vereisten
- a). Onverminderd Regel 51bis. 2 kan het door het aangewezen bureau toe te passen nationale recht, in overeenstemming met artikel 27, vereisen dat de aanvrager in het bijzonder verstrekt:
- i. een document inzake de identiteit van de uitvinder,
- ii. een document inzake het recht van de aanvrager een octrooi aan te vragen of verleend te krijgen ,
- iii. een document met een bewijs van het recht van de aanvrager om een beroep te doen op een recht van voorrang op grond van een eerdere aanvrage wanneer de aanvrager niet de aanvrager is die de eerdere aanvrage heeft ingediend of wanneer de naam van de aanvrager gewijzigd is sinds de datum waarop de eerdere aanvrage werd ingediend,
- iv. wanneer de internationale aanvrage een Staat aanwijst waarvan de nationale wetgeving de eis stelt dat nationale aanvragen worden ingediend door de uitvinder, een document met een eed of verklaring van uitvinderschap,
- v. een bewijs betreffende onschadelijke openbaarmaking of een op gebrek aan nieuwheid te maken uitzondering, zoals openbaarmaking als gevolg van misbruik, openbaarmaking bij bepaalde tentoonstellingen en openbaarmaking door de aanvrager gedurende een bepaald tijdvak;
- vi. bevestiging van de internationale aanvrage door ondertekening door een aanvrager voor de aangewezen Staat die het verzoekschrift niet ondertekend heeft;
- vii. ontbrekende vermeldingen die vereist zijn ingevolge Regel 4.5 a ii. en iii. ten aanzien van een aanvrager voor de aangewezen Staat.
- b). De nationale wetgeving toe te passen door het aangewezen bureau kan, in overeenstemming met artikel 27, zevende lid, verplicht stellen:
- (i). dat de aanvrager wordt vertegenwoordigd door een gemachtigde die gerechtigd is aanvragers voor dat bureau te vertegenwoordigen en/of dat hij een adres in de aangewezen Staat heeft voor het ontvangen van kennisgevingen,
- (ii). dat de gemachtigde, voorzover die er is, die de aanvrager vertegenwoordigt, naar behoren door de aanvrager is benoemd.
- c). De nationale wetgeving toe te passen door het aangewezen bureau kan, in overeenstemming met artikel 27, eerste lid, de eis stellen dat de internationale aanvrage, de vertaling daarvan of enig ander document daarop betrekking hebbend, in meer dan één afschrift wordt verstrekt.
- d). De nationale wetgeving toe te passen door het aangewezen bureau kan, in overeenstemming met artikel 27, tweede lid, onder ii, de eis stellen dat de vertaling van de internationale aanvrage zoals door de aanvrager verstrekt ingevolge artikel 22:
- i. door de aanvrager of de persoon die de internationale aanvrage heeft vertaald wordt bevestigd in een verklaring dat de vertaling, naar zijn beste weten, volledig en waarheidsgetrouw is;
- ii. door een openbare autoriteit of beëdigd vertaler wordt gelegaliseerd, maar slechts wanneer het aangewezen bureau redelijkerwijs de nauwkeurigheid van de vertaling kan betwijfelen.
- e). De nationale wetgeving, toe te passen door het aangewezen bureau kan, in overeenstemming met artikel 27, de eis stellen dat de aanvrager een vertaling van het voorrangsbewijs verstrekt, met dien verstande dat deze vertaling alleen mag worden geëist wanneer de geldigheid van het beroep op een recht van voorrang van betekenis is om te bepalen of de betrokken uitvinding octrooieerbaar is.
- f). Indien op 17 maart 2000 de in paragraaf e vermelde voorwaarde onverenigbaar is met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, is die voorwaarde niet van toepassing ten aanzien van dat bureau zolang die voorwaarde onverenigbaar met die wetgeving blijft, mits het bedoelde bureau het Internationale Bureau vóór 30 november 2000 daarover inlicht. De ontvangen inlichtingen worden door het Internationaal Bureau terstond gepubliceerd in het mededelingenblad.
51bis.2. Bepaalde omstandigheden waarin documenten of bewijs niet mogen worden vereist behoeven te zijn
- a. Wanneer de toepasselijke nationale wetgeving niet de eis stelt dat nationale aanvragen worden ingediend door de uitvinder, stelt het aangewezen bureau, tenzij het redelijkerwijs de waarachtigheid van de betrokken vermeldingen of verklaring betwijfelt, niet de eis van een document of bewijs:
- i. inzake de identiteit van de uitvinder (Regel 51bis.1 a i), indien vermeldingen betreffende de uitvinder, in overeenstemming met Regel 4.6 zijn opgenomen in het verzoekschrift of indien een verklaring inzake de identiteit van de uitvinder in overeenstemming met Regel 4.17 i is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau;
- ii. inzake het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een octrooi aan te vragen en verleend te krijgen (Regel 51bis.1 a ii), indien een verklaring inzake die aangelegenheid in overeenstemming met Regel 4.17 ii is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau;
- iii. inzake het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een beroep te doen op het recht van voorrang op grond van een eerdere aanvrage (Regel 51bis.1 a iii), indien een verklaring inzake die aangelegenheid in overeenstemming met Regel 4.17 iii is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau.
- b. Wanneer de toepasselijke nationale wetgeving de eis stelt dat nationale aanvragen worden ingediend door de uitvinder, stelt het aangewezen bureau, tenzij het redelijkerwijs de waarachtigheid van de betrokken vermeldingen of verklaring betwijfelt, niet de eis van een document of bewijs:
- i. inzake de identiteit van de uitvinder (Regel 51bis.1 a i) (anders dan een document met een eed of verklaring van uitvinderschap (Regel 51bis.1 a iv)), indien vermeldingen betreffende de uitvinder, in overeenstemming met Regel 4.6, zijn opgenomen in het verzoekschrift;
- ii. inzake het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een beroep te doen op een recht van voorrang op grond van een eerdere aanvrage (Regel 51bis.1 a iii), indien een verklaring inzake die aangelegenheid in overeenstemming met Regel 4.17 iii is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau;
- iii. met een eed of verklaring van uitvinderschap (Regel 51bis.1 a iv), indien een verklaring van uitvinderschap in overeenstemming met Regel 4.17 iv is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau.
- c. Indien op 17 maart 2000 paragraaf a, met betrekking tot enig onderdeel van die paragraaf, onverenigbaar is met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, is paragraaf a niet van toepassing ten aanzien van dat bureau met betrekking tot dat onderdeel zolang deze paragraaf onverenigbaar met die wetgeving blijft, mits het bedoelde bureau het Internationale Bureau vóór 30 november 2000 daarover inlicht. De ontvangen inlichtingen worden door het Internationale Bureau terstond gepubliceerd in het mededelingenblad.
51bis.3. Mogelijkheid om te voldoen aan nationale vereisten
- a. Wanneer aan een van de vereisten bedoeld in Regel 51bis.1 a i tot en met iv en c tot en met e, of aan een ander vereiste van de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving dat dat bureau kan toepassen in overeenstemming met artikel 27, eerste of tweede lid, niet reeds is voldaan gedurende hetzelfde tijdvak waarbinnen moet worden voldaan aan de vereisten ingevolge artikel 22, nodigt het aangewezen bureau de aanvrager uit aan het vereiste te voldoen binnen een termijn die niet korter is dan twee maanden gerekend vanaf de datum van de uitnodiging. Ieder aangewezen bureau mag verlangen dat de aanvrager een taks betaalt voor het voldoen aan nationale vereisten in antwoord op de uitnodiging.
- b. Wanneer aan een vereiste van de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving dat dat bureau kan toepassen in overeenstemming met artikel 27, zesde of zevende lid, niet reeds is voldaan gedurende hetzelfde tijdvak waarbinnen moet worden voldaan aan de vereisten ingevolge artikel 22, heeft de aanvrager de mogelijkheid om aan het vereiste te voldoen na het verstrijken van dat tijdvak.
- c. Indien op 17 maart 2000 paragraaf a onverenigbaar is met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving met betrekking tot de in die paragraaf bedoelde termijn, is genoemde paragraaf niet van toepassing ten aanzien van dat bureau met betrekking tot die termijn zolang de bedoelde paragraaf onverenigbaar blijft met die wetgeving, mits het genoemde bureau het Internationale Bureau vóór 30 november 2000 daarover inlicht. De ontvangen inlichtingen worden door het Internationale Bureau terstond gepubliceerd in het mededelingenblad.
Regel 52. Wijziging van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen voor aangewezen bureaus
52.1. Termijn
- a). In een aangewezen Staat waar de behandeling of beoordeling zonder speciaal verzoek begint, dient de aanvrager, indien hij zulks wenst, het recht ingevolge artikel 28 uit te oefenen binnen een maand nadat aan de vereisten ingevolge artikel 22 is voldaan, met dien verstande dat, indien de toezending ingevolge Regel 47.1 niet vóór het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn is gedaan, hij genoemd recht dient uit te oefenen uiterlijk vier maanden na deze datum van verstrijken. In beide gevallen kan de aanvrager dit recht op elk later tijdstip uitoefenen, indien de nationale wetgeving van de genoemde Staat zulks toestaat.
- b). In een aangewezen Staat waarin de nationale wetgeving bepaalt dat de beoordeling slechts op speciaal verzoek begint, dient de termijn waarbinnen of het tijdstip waarop de aanvrager het recht ingevolge artikel 28 kan uitoefenen dezelfde of hetzelfde te zijn als die welke bij de nationale wetgeving is bepaald voor de indiening van wijzigingen in het geval van beoordeling, op speciaal verzoek, van nationale aanvragen, met dien verstande dat deze termijn niet mag zijn verstreken vóór, of dit tijdstip niet mag vallen vóór, het verstrijken van de ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) van toepassing zijnde termijn.
DEEL C. Voorschriften betreffende hoofdstuk II van het Verdrag
Regel 53. Het verzoek
53.1. Vorm
- a. Het verzoek dient te worden gesteld op een gedrukt formulier of te worden ingediend in de vorm van een computeruitdraai. De nadere bijzonderheden van het gedrukte formulier en het in de vorm van een computeruitdraai ingediende verzoek worden voorgeschreven in de Administratieve Instructies.
- b. Exemplaren van gedrukte formulieren voor het verzoek worden kosteloos verstrekt door het ontvangende bureau of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
53.2. Inhoud
- a). Het verzoek dient te bevatten:
- (i). een verzoek,
- (ii). gegevens betreffende de aanvrager en de gemachtigde, indien er een gemachtigde is,
- (iii). gegevens over de internationale aanvrage waarop zij betrekking heeft,
- (iv). een verklaring inzake wijzigingen, indien van toepassing.
- b). Het verzoek dient te zijn ondertekend.
53.3. Het verzoek
Het verzoek dient de volgende strekking te hebben en bij voorkeur als volgt te luiden: „Verzoek ingevolge artikel 31 van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien: De ondergetekende verzoekt dat de hieronder nader aangegeven internationale aanvrage zal worden onderworpen aan een internationale voorlopige beoordeling overeenkomstig het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien”.
53.4. De aanvrager
Ten aanzien van de gegevens betreffende de aanvrager zijn de Regels 4.4 en 4.16 van toepassing en is Regel 4.5 van overeenkomstige toepassing.
53.5. De gemachtigde of gemeenschappelijke vertegenwoordiger
Indien er een gemachtigde of een gemeenschappelijke vertegenwoordiger is benoemd, dient het verzoek zulks te vermelden. Regels 4.4 en 4.16 zijn van toepassing en Regel 4.7 is van overeenkomstige toepassing.
53.6. Gegevens over de internationale aanvrage
De internationale aanvrage dient te worden aangegeven door de naam en het adres van de aanvrager, de titel van de uitvinding, de datum van de internationale indiening (indien deze de aanvrager bekend is) en het nummer van de internationale aanvrage of, wanneer dit nummer de aanvrager niet bekend is, de naam van het ontvangende bureau waarbij de internationale aanvrage werd ingediend.
53.7. Keuze van Staten
Het indienen van een verzoek geldt als de keuze van alle Verdragsluitende Staten die zijn aangewezen en gebonden zijn door Hoofdstuk II van het Verdrag.
53.8. Ondertekening
- a. Behoudens het in paragraaf b bepaalde, dient het verzoek te zijn ondertekend door de aanvrager, of, indien er meer aanvragers zijn, door alle aanvragers die het verzoek doen.
- b. Wanneer door meer dan één aanvrager een verzoek wordt ingediend waarin een Staat wordt gekozen waarvan de nationale wetgeving voorschrijft dat de nationale aanvragen moeten worden ingediend door de uitvinder en wanneer een aanvrager voor die gekozen Staat die een uitvinder is, heeft geweigerd het verzoek te ondertekenen of na naarstige pogingen niet kon worden gevonden of bereikt, behoeft het verzoek niet te worden ondertekend door die aanvrager („de betrokken aanvrager”) indien het door ten minste één aanvrager is ondertekend en
- i. een verklaring wordt overgelegd waarin, ten genoegen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, het ontbreken van de handtekening van de betrokken aanvrager wordt toegelicht, of
- ii. de betrokken aanvrager het verzoekschrift niet heeft ondertekend, maar aan de vereisten van Regel 4.15 b werd voldaan.
53.9. Verklaring betreffende wijzigingen
- a. Indien wijzigingen ingevolge artikel 19 zijn aangebracht, dient de verklaring betreffende wijzigingen aan te geven of, met het oog op de internationale voorlopige beoordeling, de aanvrager wenst dat die wijzigingen
- i. in aanmerking worden genomen, in welk geval een afschrift van de wijzigingen bij voorkeur met het verzoek moet worden ingediend, of
- ii. worden geacht te zijn achterhaald door een wijziging ingevolge artikel 34.
- b. Indien geen wijzigingen ingevolge artikel 19 zijn aangebracht en de termijn voor de indiening van zodanige wijzigingen niet is verstreken, kan in de verklaring worden aangeven dat, indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling tegelijkertijd met het internationale nieuwheidsonderzoek overeenkomstig Regel 69.1 b wenst aan te vangen, de aanvrager de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling wenst uit te stellen overeenkomstig Regel 69.1 d.
- c. Indien er wijzigingen ingevolge artikel 34 worden ingediend met het verzoek, dient dit in de verklaring te worden vermeld.
Regel 54. De aanvrager die bevoegd is een verzoek te doen
54.1. Woonplaats en nationaliteit
- a. Behoudens het in paragraaf b bepaalde, worden de woonplaats en de nationaliteit van de aanvrager voor de toepassing van artikel 31, tweede lid, bepaald overeenkomstig Regel 18.1 a en b.
- b. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling verzoekt, in de in de Administratieve Instructies genoemde omstandigheden, het ontvangende bureau of, indien de internationale aanvrage werd ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau, het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de betrokken Verdragsluitende Staat te beslissen over de vraag of de aanvrager inwoner of onderdaan is van de Verdragsluitende Staat waarvan hij beweert inwoner of onderdaan te zijn. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling stelt de aanvrager van een eventueel verzoek hiertoe in kennis. De aanvrager dient de mogelijkheid te hebben rechtstreeks aan het betrokken bureau argumenten voor te leggen. Het betrokken bureau beslist onverwijld over deze vraag.
54.2. Het recht om een verzoek te doen
Het recht om een verzoek te doen ingevolge artikel 31, tweede lid, bestaat indien de aanvrager die het verzoek doet of, indien er twee of meer aanvragers zijn, ten minste een van hen, domicilie heeft of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat die is gebonden door Hoofdstuk II, en de internationale aanvrage is ingediend bij een ontvangend bureau van, of bij een bureau dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat die is gebonden door Hoofdstuk II.
54.3. Internationale aanvragen ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau
Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, wordt voor de toepassing van artikel 31, tweede lid, a, het Internationale Bureau geacht op te treden voor de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner of onderdaan is.
54.4. De aanvrager die niet bevoegd is een verzoek te doen
Indien de aanvrager niet gerechtigd een verzoek te doen of, in het geval van meer dan één aanvrager, indien geen van hen gerechtigd is een verzoek te doen ingevolge Regel 54.2, wordt het verzoek als niet ingediend beschouwd.
Regel 54bis. Termijn voor het indienen van een verzoek
54bis.1. Termijn voor het indienen van een verzoek
- a. Een verzoek kan te allen tijde worden gedaan voor het verstrijken van de als laatste verstrijkende van de volgende termijnen:
- i. drie maanden na de datum van verzending aan de aanvrager van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek en het schriftelijke oordeel opgesteld ingevolge Regel 43bis. 1 of van de in artikel 17, tweede lid, onder a. bedoelde verklaring; of
- ii. 22 maanden na de datum van voorrang.
- b. Verzoeken ingediend na het verstrijken van de ingevolge paragraaf a toepasselijke termijn worden aangemerkt als zijnde niet ingediend en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling geeft een dienovereenkomstige verklaring af.
Regel 55. Talen (internationale voorlopige beoordeling)
55.1. Taal van het verzoek
Het verzoek dient te zijn gesteld in de taal van de internationale aanvrage of, indien de internationale aanvrage is ingediend in een andere taal dan die waarin zij wordt gepubliceerd, in de taal van de publikatie. Indien er echter een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 55.2, dient het verzoek te zijn gesteld in de taal van die vertaling.
55.2. Vertaling van de internationale aanvrage
- a. Wanneer noch de taal waarin de internationale aanvrage wordt ingediend, noch de taal waarin de internationale aanvrage wordt gepubliceerd, door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die de internationale voorlopige beoordeling moet uitvoeren wordt geaccepteerd, dient de aanvrager, onverminderd paragraaf b, tezamen met het verzoek een vertaling van de internationale aanvrage te verstrekken in een taal die zowel:
- i. door die Instantie wordt geaccepteerd, als
- ii. een taal van publicatie is.
- b. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage in een in paragraaf a bedoelde taal ingevolge Regel 23.1 b aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is toegezonden en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling deel uitmaakt van hetzelfde nationale bureau of dezelfde intergouvernementele organisatie als de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, behoeft de aanvrager geen vertaling ingevolge paragraaf a te verstrekken. In dat geval wordt, tenzij de aanvrager een vertaling verstrekt ingevolge paragraaf a, de internationale voorlopige beoordeling verricht op basis van de ingevolge Regel 23.1 b toegezonden vertaling.
- c. Indien niet wordt voldaan aan het vereiste ingevolge paragraaf a en paragraaf b niet van toepassing is, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager uit de vereiste vertaling te verstrekken binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is. De termijn dient niet korter te zijn dan een maand te rekenen van de datum van de uitnodiging. De termijn kan door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te allen tijde worden verlengd voordat een beslissing wordt genomen.
- d. Indien de aanvrager binnen de in paragraaf c genoemde termijn aan de uitnodiging gevolg geeft, wordt de genoemde eis als verwezenlijkt beschouwd. Indien de aanvrager dat nalaat, wordt het verzoek beschouwd als niet ingediend en zal de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling dit bekendmaken.
55.3. Vertaling van wijzigingen
- a. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 55.2, dienen wijzigingen waarnaar wordt verwezen in de verklaring betreffende wijzigingen ingevolge Regel 53.9 en die de aanvrager in aanmerking wenst te doen nemen voor de internationale voorlopige beoordeling, alsmede wijzigingen ingevolge artikel 19 die ingevolge Regel 66.1 c in aanmerking moeten worden genomen, te zijn gesteld in de taal van die vertaling. Wanneer deze wijzigingen zijn of worden ingediend in een andere taal, dient ook een vertaling te worden verstrekt.
- b. Wanneer de vereiste vertaling van een in paragraaf a bedoelde wijziging niet wordt verstrekt, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager uit de ontbrekende vertaling te verstrekken binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is. De termijn dient niet korter te zijn dan een maand te rekenen van de datum van de uitnodiging. De termijn kan door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te allen tijde worden verlengd voordat een beslissing wordt genomen.
- c. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf b bedoelde termijn aan de uitnodiging gevolg geeft, wordt de wijziging niet in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling.
Regel 56. Latere keuzen
Vervallen
Regel 57. De behandelingstaks
57.1. Vereiste van betaling
Voor elk verzoek om een internationale voorlopige beoordeling is een taks ten gunste van het Internationale Bureau („behandelingstaks”) verschuldigd, te innen door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling waarbij het verzoek is ingediend.
57.2. Bedrag
- a). Het bedrag van de behandelingstaks is vermeld in de Taksenschaal.
- b). Vervallen.
- c). De behandelingstaks dient te worden betaald in de valuta of een van de valuta’s die door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zijn voorgeschreven (,,voorgeschreven valuta’’), met dien verstande dat zij, wanneer zij door die Instantie worden overgemaakt naar het Internationaal Bureau, vrij inwisselbaar dienen te zijn in Zwitserse valuta. Het bedrag van de behandelingstaks wordt, in elke voorgeschreven valuta, voor elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die betaling van de behandelingstaks voorschrijft in een andere valuta dan de Zwitserse valuta, door de Directeur-Generaal vastgesteld na overleg met het bureau waarmee overleg plaatsvindt ingevolge Regel 15.2 b met betrekking tot die valuta, of, bij gebreke van zo’n bureau, met de instantie die betaling in die valuta voorschrijft. Het op die manier vastgestelde bedrag zal het equivalent in ronde bedragen zijn van het in de taksenschaal genoemde bedrag in Zwitserse valuta. Het wordt door het Internationaal Bureau bekendgemaakt aan elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die betaling in die voorgeschreven valuta voorschrijft en in het mededelingenblad gepubliceerd.
- d). Wanneer het in de Taksenschaal vermelde bedrag wordt gewijzigd, worden de overeenkomstige bedragen in de voorgeschreven valuta van kracht met ingang van dezelfde datum als het in de gewijzigde Taksenschaal vermelde bedrag.
- e). Wanneer de wisselkoers tussen de Zwitserse valuta en een voorgeschreven valuta gaat verschillen van de laatst toegepaste wisselkoers, stelt de Directeur-Generaal het nieuwe bedrag in de voorgeschreven valuta vast volgens door de Algemene Vergadering gestelde richtlijnen. Het nieuw vastgestelde bedrag wordt twee maanden na de datum van de bekendmaking daarvan in het mededelingenblad van kracht met dien verstande, dat de betrokken Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en de Directeur-Generaal een datum kunnen overeenkomen die binnen genoemde periode van twee maanden valt, in welk geval bedoeld bedrag voor dat bureau met ingang van die datum van kracht wordt.
57.3. Termijn voor betaling; te betalen bedrag
- a. Onverminderd het bepaalde onder de paragrafen b en c dient de behandelingstaks te worden betaald binnen een maand na de datum waarop het verzoek is ingediend of 22 maanden na de datum van voorrang, naar gelang van welke termijn het laatst verstrijkt.
- b. Onverminderd het bepaalde onder paragraaf c dient, wanneer het verzoek ingevolge Regel 59.3 verzonden is aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, de behandelingstaks te worden betaald binnen een maand na de datum van ontvangst door die Instantie of 22 maanden na de datum van voorrang, naar gelang van welke termijn het laatst verstrijkt.
- c. Wanneer, in overeenstemming met Regel 69.1 b de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling gelijktijdig met het internationale nieuwheidsonderzoek wenst te starten, nodigt deze Instantie de aanvrager uit de behandelingstaks binnen 1 maand na de datum van de uitnodiging te betalen.
- d. Het bedrag van de behandelingstaks is het bedrag dat van toepassing is op de datum van betaling.
57.4. Vervallen.
57.5. Vervallen.
57.6. Terugbetaling
De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling betaalt de behandelingstaks aan de aanvrager terug:
- i. indien het verzoek wordt ingetrokken voordat het door die Instantie is toegezonden aan het Internationale Bureau, of
- ii. indien het verzoek ingevolge Regel 54.4 of 54bis. 1 b. als niet ingediend wordt beschouwd.
Regel 58. De taks voor voorlopige beoordeling
58.1. Het recht een taks te vragen
- a. Elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan verlangen dat de aanvrager te haren gunste een taks betaalt („taks voor voorlopige beoordeling”) voor het verrichten van de internationale voorlopige beoordeling en voor het vervullen van alle andere taken die ingevolge het Verdrag en dit Reglement aan Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zijn opgedragen.
- b. Het bedrag van de taks voor voorlopige beoordeling, indien verschuldigd, wordt vastgesteld door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Met betrekking tot de termijn voor betaling van de taks voor voorlopige beoordeling en het te betalen bedrag zijn de bepalingen van Regel 57.3 inzake de behandelingstaks van overeenkomstige toepassing.
- c. De taks voor voorlopige beoordeling dient rechtstreeks aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te worden betaald. Wanneer deze Instantie een nationaal bureau is, dient de taks te worden betaald in de door dat bureau voorgeschreven valuta en wanneer de Instantie een intergouvernementele organisatie is, dient de taks te worden betaald in de valuta van de Staat waarin de intergouvernementele organisatie is gevestigd of in een andere valuta die vrij inwisselbaar is in de valuta van de genoemde Staat.
58.2. Vervallen.
58.3. Terugbetaling
De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling deelt het Internationale Bureau mede of zij, en zo ja, in welke mate en onder welke voorwaarden, een bedrag dat als taks voor voorlopige beoordeling is betaald zal terugbetalen, indien het verzoek als niet ingediend wordt beschouwd, en het Internationale Bureau zal zodanige mededeling onverwijld publiceren.
Regel 58bis. Verlenging van de termijnen voor de betaling van taksen
58.bis.1. Uitnodiging door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
- a. Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat:
- i. het aan haar betaalde bedrag niet voldoende is om de behandelingstaks en de taks voor de voorlopige beoordeling te dekken; of
- ii. op het moment waarop zij verschuldigd zijn ingevolge de Regels 57.3 en 58.1 b aan haar geen taksen zijn betaald; nodigt de Instantie de aanvrager uit het benodigde bedrag te betalen teneinde die taksen te dekken, tezamen met de eventuele taks wegens te late betaling ingevolge Regel 58bis. 2, binnen de termijn van een maand na de datum van de uitnodiging.
- b. Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een uitnodiging ingevolge paragraaf a heeft toegezonden en de aanvrager niet binnen de in die paragraaf genoemde termijn het verschuldigde bedrag volledig heeft voldaan, met inbegrip van de eventuele taks wegens te late betaling ingevolge Regel 58bis 2, zal het verzoek, onverminderd paragraaf c, als niet ingediend worden beschouwd en zal de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling dat bekendmaken.
- c. Een betaling die de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling ontvangt voordat die Instantie de uitnodiging ingevolge paragraaf a verzendt, wordt beschouwd als ontvangen voor het verstrijken van de in Regel 57.3 c.q. 58.1 b genoemde termijn.
- d. Een betaling die de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling ontvangt voordat die Instantie overgaat tot de handelingen ingevolge paragraaf b, wordt beschouwd als ontvangen voor het verstrijken van de in paragraaf a genoemde termijn.
58bis 2. Taks wegens te late betaling
- a. De betaling van taksen naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge Regel 58bis 1 a kan door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling worden onderworpen aan de betaling van een taks wegens te late betaling ten gunste van die Instantie. Deze taks bedraagt:
- i. 50% van het bedrag van onbetaalde taksen dat in de uitnodiging is genoemd, of,
- ii. indien het ingevolge i berekende bedrag minder is dan de behandelingstaks, een bedrag gelijk aan de behandelingstaks.
- b. Het bedrag van de taks wegens te late betaling mag echter niet hoger zijn dan het dubbele van het bedrag van de behandelingstaks.
Regel 59. De bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
59.1. Verzoeken ingevolge artikel 31, tweede lid, a
- a. Met betrekking tot verzoeken gedaan ingevolge artikel 31, tweede lid, a, dient elk ontvangend bureau van, of dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat die is gebonden door de bepalingen van Hoofdstuk II, overeenkomstig de van toepassing zijnde overeenkomst bedoeld in artikel 32, tweede en derde lid, het Internationale Bureau mede te delen welke Instantie(s) voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd is (zijn) voor de internationale voorlopige beoordeling van internationale aanvragen die bij dat bureau zijn ingediend. Het Internationale Bureau maakt deze inlichtingen onverwijld bekend. Wanneer meer dan één Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd is, zijn de bepalingen van Regel 35.2 van overeenkomstige toepassing.
- b. Wanneer de internationale aanvrage werd ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, is Regel 35.3 a en b, van overeenkomstige toepassing. Het in paragraaf a van de onderhavige Regel bepaalde is niet van toepassing op het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii.
59.2. Verzoeken ingevolge artikel 31, tweede lid, onder b)
Met betrekking tot verzoeken gedaan ingevolge artikel 31, tweede lid, onder b), geeft de Algemene Vergadering, bij het aanwijzen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die bevoegd is voor internationale aanvragen ingediend bij een nationaal bureau dat een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, de voorkeur aan die Instantie; indien het nationale bureau geen Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, dient de Algemene Vergadering de voorkeur te geven aan de door dat bureau aanbevolen Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
59.3. Toezending van een verzoek aan de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
- a. Indien het verzoek wordt ingediend bij een ontvangend bureau, een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, of een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die niet bevoegd is voor de internationale voorlopige beoordeling van de desbetreffende internationale aanvrage, zal dat bureau of die Instantie de datum van ontvangst op het verzoek vermelden en het, tenzij het besluit over te gaan tot de handelingen ingevolge paragraaf f, zo spoedig mogelijk aan het Internationaal Bureau toezenden.
- b. Indien het verzoek wordt ingediend bij het Internationaal Bureau, vermeldt het Internationaal Bureau de datum van ontvangst op het verzoek.
- c. Wanneer het verzoek aan het Internationaal Bureau wordt toegezonden ingevolge paragraaf a of bij dit Bureau wordt ingediend ingevolge paragraaf b, zal het Internationaal Bureau onverwijld:
- i. indien er slechts één bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, het verzoek aan die Instantie toezenden en de aanvrager daarvan op de hoogte brengen, of
- ii. indien twee of meer Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd zijn, de aanvrager uitnodigen binnen de ingevolge Regel 54bis. 1 a toepasselijke termijn of 15 dagen na de datum van de uitnodiging, naargelang van welke datum het laatst is, aan te geven aan welke bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling het verzoek moet worden toegezonden.
- d. Wanneer een vermelding als vereist ingevolge paragraaf c ii wordt verstrekt, zendt het Internationaal Bureau het verzoek zo spoedig mogelijk aan de door de aanvrager aangewezen bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Wanneer deze vermelding niet wordt verstrekt, wordt het verzoek beschouwd als niet ingediend en zal het Internationaal Bureau dit bekendmaken.
- e. Wanneer het verzoek ingevolge paragraaf c wordt toegezonden aan een bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, wordt het beschouwd als ontvangen namens die Instantie op de ingevolge paragraaf a dan wel b erop vermelde datum, en wordt het aldus toegezonden verzoek beschouwd als op die datum door die Instantie ontvangen.
- f. Wanneer een bureau of Instantie waarbij het verzoek ingevolge paragraaf a is ingediend besluit dat verzoek rechtstreeks aan de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling toe te zenden, zijn de paragrafen c tot en met e van overeenkomstige toepassing.
Regel 60. Bepaalde gebreken in het verzoek
60.1. Gebreken in het verzoek
- a. Onverminderd het bepaalde onder de paragrafen a-bis en a-ternodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, indien het verzoek niet voldoet aan de vereisten neergelegd in de Regels 53.1, 53.2 a i tot en met iii, 53.2 b, 53.3 tot en met 53.8 en 55.1, de aanvrager uit de gebreken te verbeteren binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn. Die termijn mag niet korter zijn dan een maand na de datum van de uitnodiging. De termijn kan te allen tijde voordat een besluit is genomen worden verlengd door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- a-bis. Voor de toepassing van Regel 53.4 volstaat het, wanneer er meer dan een aanvrager is, dat de gegevens bedoeld in Regel 4.5 a ii. en iii. ten aanzien van een van hen worden verstrekt die ingevolge Regel 54.2 het recht heeft een verzoek in te dienen.
- a-ter. Voor de toepassing van Regel 53.8 volstaat het, indien er meer dan een aanvrager is, dat het verzoek door een van hen wordt ondertekend.
- b. Indien de aanvrager binnen de in paragraaf a genoemde termijn gevolg geeft aan het verzoek, wordt het verzoek beschouwd als ontvangen op de feitelijke datum van indiening, mits de internationale aanvrage aan de hand van het ingediende verzoek kan worden achterhaald; in het andere geval wordt het verzoek beschouwd als ontvangen op de datum waarop de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de verbetering ontvangt.
- c. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf a bedoelde termijn gevolg geeft aan de uitnodiging, wordt het verzoek als niet ingediend beschouwd en wordt dit bekendgemaakt door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- d. Vervallen.
- e. Indien het gebrek wordt ontdekt door het Internationale Bureau, brengt het het gebrek ter kennis van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, die vervolgens handelt zoals voorzien in de paragrafen a tot en met c.
- f. Indien het verzoek geen verklaring betreffende wijzigingen bevat, handelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling als bepaald in de Regels 66.1 en 69.1 a of b.
- g. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat er wijzigingen ingevolge artikel 34 worden ingediend met het verzoek (Regel 53.9 c), maar er in feite geen wijzigingen zijn ingediend ingevolge artikel 34, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager uit de wijzigingen in te dienen binnen een in de uitnodiging vastgestelde termijn en handelt zij als bepaald in Regel 69.1 e.
Regel 61. Kennisgeving van het verzoek en de keuzen
61.1. Kennisgeving aan het Internationale Bureau en de aanvrager
- a). De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vermeldt op het verzoek de datum van ontvangst of, wanneer van toepassing, de datum bedoeld in Regel 60.1 b. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zal zo spoedig mogelijk hetzij het verzoek aan het Internationaal Bureau toezenden en een afschrift in haar dossiers bewaren, hetzij een afschrift aan het Internationaal Bureau toezenden en het verzoek in haar dossiers bewaren.
- b). De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling stelt de aanvrager onverwijld in kennis van de datum van ontvangst van het verzoek. Indien het verzoek ingevolge de Regels 54.4, 55.2 d, 58bis. 1 b of 60.1 c als niet-ingediend wordt beschouwd, stelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager en het Internationale Bureau daarvan in kennis.
61.2. Kennisgeving aan de gekozen bureaus
- a). De kennisgeving bedoeld in artikel 31, zevende lid, wordt verricht door het Internationale Bureau.
- b). De kennisgeving dient het nummer en de datum van indiening van de internationale aanvrage te vermelden, alsmede de naam van de aanvrager, de datum van indiening van de aanvrage op grond waarvan het recht van voorrang wordt ingeroepen (indien een recht van voorrang wordt ingeroepen) en de datum van ontvangst van het verzoek door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- c). De kennisgeving wordt aan het gekozen bureau gezonden te zamen met de in artikel 20 bedoelde toezending. Van keuzen die na deze toezending plaatsvinden, wordt onverwijld kennisgeving gedaan nadat deze zijn geschied.
- d). Wanneer de aanvrager voorafgaand aan de internationale publicatie van de internationale aanvrage een uitdrukkelijk verzoek ingevolge artikel 40, tweede lid, indient bij een gekozen bureau, voert het Internationaal Bureau op verzoek van de aanvrager of het gekozen bureau onverwijld de in artikel 20 voorziene toezending uit aan dat bureau.
61.3. Mededeling aan de aanvrager
Het Internationale Bureau doet de aanvrager schriftelijk mededeling van de in Regel 61.2 bedoelde kennisgeving en van de gekozen bureaus die in kennis zijn gesteld ingevolge artikel 31, zevende lid.
61.4. Publicatie in het mededelingenblad
Onverwijld na de indiening van het verzoek doch niet voor de internationale publicatie van de internationale aanvrage, publiceert het Internationaal Bureau in het mededelingenblad informatie over het verzoek en de betrokken gekozen Staten, zoals voorzien in de Administratieve Instructies.
Regel 62. Afschrift van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en van wijzigingen ingevolge artikel 19 voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
62.1. Afschrift van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en van wijzigingen aangebracht voordat het verzoek wordt ingediend
Na ontvangst van een verzoek, of van een afschrift daarvan, van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, doet het Internationaal Bureau haar onverwijld toekomen:
- i. een afschrift van het schriftelijk oordeel opgesteld ingevolge Regel 43bis.1, tenzij het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is opgetreden, tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling; en
- ii. een afschrift van een wijziging ingevolge artikel 19, en een eventuele verklaring als bedoeld in dat artikel, tenzij de Instantie heeft aangegeven dat zij een dergelijk afschrift reeds heeft ontvangen.
62.2. Wijzigingen aangebracht nadat het verzoek is ingediend
Indien op het tijdstip van indiening van wijzigingen ingevolge artikel 19 reeds een verzoek is ingediend, behoort de aanvrager op het tijdstip waarop hij de wijzigingen indient bij het Internationaal Bureau, bij voorkeur ook bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een afschrift van die wijzigingen en een eventuele in dat artikel bedoelde verklaring in te dienen. In elk geval zendt het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk een afschrift van die wijzigingen en verklaring toe aan die Instantie.
Regel 62bis. Vertaling voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
62bis.1. Vertaling en commentaar
- a. Op verzoek van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling wordt het ingevolge Regel 43bis. 1 opgestelde schriftelijke oordeel, wanneer het niet in de Engelse taal of een andere door die Instantie aanvaarde taal is opgesteld, door of onder de verantwoordelijkheid van het Internationaal Bureau vertaald in het Engels.
- b. Het Internationaal Bureau doet binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om een vertaling een afschrift van de vertaling toekomen aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en doet tegelijkertijd een afschrift toekomen aan de aanvrager.
- c. De aanvrager kan schriftelijk commentaar leveren inzake de juistheid van de vertaling en een afschrift daarvan zenden aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en aan het Internationaal Bureau.
Regel 63. Minimumvereisten voor de Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
63.1. Omschrijving van de minimumvereisten
De in artikel 32, derde lid, bedoelde minimumvereisten zijn de volgende:
- (i). het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie moet ten minste 100 personeelsleden met een volledige dagtaak in dienst hebben die over voldoende technische bekwaamheden beschikken om beoordelingen te verrichten;
- (ii). dat bureau of die organisatie moet onmiddellijk kunnen beschikken over ten minste de minimumdocumentatie bedoeld in Regel 34, op de juiste wijze gerangschikt voor beoordelingen;
- (iii). dat bureau of die organisatie moet beschikken over personeel dat in staat is de beoordelingen op de vereiste technische gebieden te verrichten en dat over de talenkennis beschikt om althans die talen te begrijpen waarin de in Regel 34 bedoelde minimumdocumentatie is gesteld of vertaald;
- (iv). dat bureau of die organisatie moet zijn aangewezen als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
Regel 64. Stand van de techniek voor de internationale voorlopige beoordeling
64.1. Stand van de techniek
- a). Voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, wordt alles wat, waar ook ter wereld, ter beschikking van het publiek is gesteld door middel van schriftelijke publikatie (met inbegrip van tekeningen en andere illustraties) als stand van de techniek beschouwd, mits dit ter beschikking stellen van het publiek plaatsvond voor de van belang zijnde datum.
- b). Voor de toepassing van het bepaalde onder paragraaf a) is de van belang zijnde datum:
- (i). onverminderd het bepaalde sub (ii), de datum van internationale indiening van de internationale aanvrage ten aanzien waarvan een internationale voorlopige beoordeling wordt verricht;
- (ii). wanneer voor de in internationale voorlopige beoordeling zijnde internationale aanvrage een rechtsgeldig beroep op voorrang wordt gedaan op grond van een eerdere aanvrage, de indieningsdatum van die eerdere aanvrage.
64.2. Niet-schriftelijke openbaarmakingen
In gevallen waarin het ter beschikking stellen van het publiek plaatsvond door middel van een mondelinge uiteenzetting, een gebruik, een tentoonstelling of op andere niet-schriftelijke wijze („niet-schriftelijke openbaarmaking”) voor de van belang zijnde datum als omschreven in Regel 64.1 b en de datum van deze niet-schriftelijke openbaarmaking is aangegeven in een schriftelijke publikatie die ter beschikking van het publiek is gesteld op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de van belang zijnde datum, wordt de niet-schriftelijke openbaarmaking voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, niet tot de stand van de techniek gerekend. Niettemin dient het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de aandacht op deze niet-schriftelijke openbaarmaking te vestigen op de in Regel 70.9 voorgeschreven wijze.
64.3. Bepaalde gepubliceerde literatuurplaatsen
In gevallen waarin een aanvrage die, of een octrooi dat voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, zou behoren tot de stand van de techniek, indien zij of het zou zijn gepubliceerd voor de in Regel 64.1 bedoelde van belang zijnde datum, werd gepubliceerd op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de van belang zijnde datum, doch werd ingediend voor de van belang zijnde datum of daarbij een beroep werd gedaan op een recht van voorrang ten aanzien van een eerdere aanvrage die was ingediend voor de van belang zijnde datum, wordt deze gepubliceerde aanvrage of dit gepubliceerde octrooi voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, niet tot de stand van de techniek gerekend. Niettemin dient het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de aandacht op deze aanvrage of dit octrooi te vestigen op de in Regel 70.10 voorgeschreven wijze.
Regel 65. Uitvinderswerkzaamheid of niet voor de hand liggen
65.1. Samenhang met de stand van de techniek
Voor de toepassing van artikel 33, derde lid, wordt bij de internationale voorlopige beoordeling rekening gehouden met de samenhang tussen een bepaalde conclusie en de stand van de techniek in zijn geheel. Er dient rekening te worden gehouden met de samenhang van de conclusie niet alleen met afzonderlijke literatuurplaatsen of afzonderlijk daarvan beschouwde delen, maar ook met haar samenhang met combinaties van deze literatuurplaatsen of delen van literatuurplaatsen, wanneer deze combinaties voor een deskundige voor de hand liggen.
65.2. Van belang zijnde datum
Voor de toepassing van artikel 33, derde lid, is de van belang zijnde datum voor de beoordeling van uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen) de in Regel 64.1 voorgeschreven datum.
Regel 66. Procedure voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
66.1. Grondslag van de internationale voorlopige beoordeling
- a. Behoudens het in de paragrafen b tot en met d bepaalde, wordt de internationale voorlopige beoordeling gebaseerd op de internationale aanvrage zoals ingediend.
- b. De aanvrager kan wijzigingen ingevolge artikel 34 indienen bij de indiening van het verzoek of, onverminderd Regel 66.4bis, totdat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling wordt opgesteld.
- c. Wijzigingen ingevolge artikel 19 die zijn aangebracht voordat het verzoek werd ingediend, worden in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling, tenzij deze worden vervangen, of worden geacht te zijn achterhaald, door een wijziging ingevolge artikel 34.
- d. Wijzigingen ingevolge artikel 19 die zijn aangebracht nadat het verzoek werd ingediend en wijzigingen ingevolge artikel 34 die zijn ingediend bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, worden, onverminderd Regel 66.4bis, in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling.
- e. Conclusies met betrekking tot uitvindingen ten aanzien waarvan geen verslag van een internationaal nieuwheidsonderzoek is opgesteld, behoeven niet het voorwerp te vormen van de internationale voorlopige beoordeling.
66.1bis. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
- a. Onverminderd paragraaf b., wordt het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijke oordeel beschouwd als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a.
- b. Een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan het Internationaal Bureau ervan in kennis stellen dat op de voor haar te voeren procedure paragraaf a. niet van toepassing is ter zake van schriftelijke oordelen ingevolge Regel 43bis.1, opgesteld door de in de kennisgeving vermelde Instantie of Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, met dien verstande dat deze kennisgeving niet van toepassing is op gevallen waarin het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die is opgetreden als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Het Internationaal Bureau publiceert een dergelijke kennisgeving onverwijld in het mededelingenblad.
- c. Wanneer het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijk oordeel, uit hoofde van een kennisgeving ingevolge paragraaf b., niet wordt aangemerkt als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a., stelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager dienovereenkomstig schriftelijk daarvan in kennis.
- d. Een ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgesteld schriftelijk oordeel, dat uit hoofde van een kennisgeving ingevolge paragraaf b., niet wordt aangemerkt als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a., wordt desalniettemin door de Instantie voor de Internationale Voorlopige beoordeling in aanmerking genomen in de procedure ingevolge Regel 66.2 a.
66.2. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
- a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling dient genoemde Instantie de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling optreedt, niet toestaat dat er meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een andere wijze dan voorgeschreven in de tweede en derde volzin van Regel 6.4 a, kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, ingeval de conclusies niet op die wijze worden ingediend, artikel 34, vierde lid, b, toepassen. In dat geval dient zij de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen.
- (i). van oordeel is dat er sprake is van een van de in artikel 34, vierde lid, bedoelde omstandigheden,
- (ii). van oordeel is dat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling negatief dient te zijn ten aanzien van enige conclusie omdat de uitvinding waarvoor daarin bescherming wordt gevraagd niet nieuw lijkt te zijn, niet op uitvinderswerkzaamheid lijkt te berusten (niet voor de hand lijkt te liggen) of niet vatbaar lijkt voor toepassing op het gebied van de nijverheid,
- (iii). opmerkt dat er een gebrek is in de vorm of de inhoud van de internationale aanvrage ingevolge het Verdrag of dit Reglement,
- (iv). van oordeel is dat een wijziging verder gaat dan de openbaarmaking in de internationale aanvrage zoals ingediend,
- (v). het verslag van de internationale voorlopige beoordeling vergezeld wenst te doen gaan van opmerkingen over de duidelijkheid van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen of de vraag of de conclusies ten volle door de beschrijving worden ondersteund, dient genoemde Instantie de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet toestaat dat meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een wijze die afwijkt van hetgeen is aangegeven in de tweede en derde zin van Regel 6.4 a), kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, ingeval van niet-volgen van die wijze van opstellen, artikel 34, vierde lid, onder b) toepassen. In zo'n geval stelt het de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis,
- (vi). van oordeel is dat een conclusie betrekking heeft op een uitvinding ten aanzien waarvan geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is opgesteld en heeft besloten geen internationale voorlopige beoordeling te verrichten ten aanzien van die conclusie, of
- (vii). van oordeel is dat er geen sequentie-opsomming van nucleotiden en/of aminozuren beschikbaar is in zodanige vorm dat er een zinvolle internationale voorlopige beoordeling kan worden verricht,
- b). De kennisgeving dient een volledige uiteenzetting te geven van de redenen voor het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- c). In de kennisgeving wordt de aanvrager uitgenodigd een schriftelijk antwoord in te dienen, waar passend vergezeld van wijzigingen.
- d). In de kennisgeving wordt een termijn vastgesteld voor het antwoord. De termijn dient redelijk te zijn gegeven de omstandigheden. De termijn bedraagt gewoonlijk twee maanden vanaf de datum van de kennisgeving. In geen geval mag de termijn korter zijn dan een maand na de bedoelde datum. De termijn dient ten minste twee maanden na de bedoelde datum te zijn wanneer het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek tegelijkertijd met de kennisgeving wordt verzonden. De termijn mag, onverminderd paragraaf e. niet langer zijn dan drie maanden na de bedoelde datum.
- e). De termijn voor het beantwoorden van de kennisgeving kan worden verlengd indien de aanvrager voor het verstrijken ervan daarom verzoekt.
66.3. Formeel antwoord aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
- a). De aanvrager kan aan de in Regel 66.2 c) bedoelde uitnodiging van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling gehoor geven door wijzigingen aan te brengen, of - indien hij het niet eens is met het oordeel van die Instantie - door argumenten aan te voeren, al naar het geval, dan wel beide doen.
- b). Een antwoord dient rechtstreeks bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te worden ingediend.
66.4. Bijkomende gelegenheid voor het indienen van wijzigingen of het aanvoeren van argumenten
- a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een of meer bijkomende schriftelijke oordelen wenst te geven, kan zij zulks doen; in dit geval zijn de Regels 66.2 en 66.3 van toepassing.
- b). Op verzoek van de aanvrager kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling hem één of meer bijkomende gelegenheden bieden om wijzigingen in te dienen of argumenten aan te voeren.
66.4bis. In aanmerking nemen van wijzigingen en argumenten
Wijzigingen of argumenten behoeven door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet in aanmerking te worden genomen voor een schriftelijk oordeel of het verslag van de internationale voorlopige beoordeling indien deze worden ontvangen nadat die Instantie is begonnen met het opstellen van dat oordeel of verslag.
66.5. Wijziging
Een andere verandering dan de rechtzetting van duidelijke fouten in de conclusies, de beschrijving of de tekeningen, met inbegrip van het schrappen van conclusies, het weglaten van passages in de beschrijving of het weglaten van bepaalde tekeningen, wordt als een wijziging beschouwd.
66.6. Informele contacten met de aanvrager
De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan te allen tijde informeel, telefonisch, schriftelijk of door middel van persoonlijke gesprekken contact met de aanvrager onderhouden. De genoemde Instantie beslist naar eigen goeddunken, of zij meer dan één persoonlijk onderhoud wenst toe te staan, indien de aanvrager daarom verzoekt, dan wel of zij wenst te antwoorden op een informele schriftelijke mededeling van de aanvrager.
66.7. Afschrift en vertaling van een eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen
- a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een afschrift nodig heeft van de eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen in de internationale aanvrage, dient het Internationaal Bureau dat desgevraagd onverwijld te verstrekken. Indien dat afschrift niet wordt verstrekt aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, omdat de aanvrager verzuimd heeft te voldoen aan de vereisten van Regel 17.1 en indien de eerdere aanvrage niet was ingediend bij die Instantie in haar hoedanigheid van nationaal bureau of indien het voorrangsbewijs voor die Instantie niet beschikbaar is via een digitale bibliotheek in overeenstemming met de Administratieve Instructies, kan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling worden opgesteld als zou geen voorrang zijn ingeroepen.
- b). Indien de aanvrage op grond waarvan in de internationale aanvrage een recht van voorrang is ingeroepen in een andere taal is gesteld dan de taal of een van de talen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan die Instantie, wanneer de geldigheid van het beroep op een recht van voorrang van betekenis is voor het formuleren van het in artikel 33, eerste lid, bedoelde oordeel, de aanvrager uitnodigen een vertaling in die taal of een van die talen te verstrekken binnen 2 maanden te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging. Indien de vertaling niet wordt verstrekt binnen die termijn, kan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling worden opgesteld alsof het recht van voorrang niet was ingeroepen.
66.8. Vorm van de wijzigingen
- a. Onverminderd paragraaf b wordt van de aanvrager verlangd dat hij een vervangend blad indient voor elk blad van de internationale aanvrage dat wegens wijziging verschilt van het eerder ingediende blad. De begeleidende brief bij de vervangende bladen dient de aandacht te vestigen op de verschillen tussen de vervangen en de vervangende bladen en bij voorkeur ook de redenen voor de wijziging te verklaren.
- b. Wanneer de wijziging bestaat in het schrappen van passages of in kleine veranderingen of toevoegingen, kan het in paragraaf a genoemde vervangende blad een afschrift van het desbetreffende blad van de internationale aanvrage met de veranderingen of toevoegingen zijn, mits de duidelijkheid en de mogelijkheid tot directe verveelvoudiging van dat blad niet nadelig worden beïnvloed. Voor zover een wijziging leidt tot het vervallen van een geheel blad, wordt deze wijziging medegedeeld in een brief die bij voorkeur ook de redenen voor de wijziging verklaart.
66.9. Taal van de wijzigingen
- a. Indien de internationale aanvrage is ingediend in een andere taal dan de taal waarin zij is gepubliceerd, dient elke wijziging, evenals elke in Regel 66.8 genoemde brief, onverminderd de paragrafen b en c, te worden ingediend in de taal van publicatie.
- b. Indien de internationale voorlopige beoordeling overeenkomstig Regel 55.2 wordt verricht op basis van een vertaling van de internationale aanvrage, dient elke wijziging, alsmede elke brief bedoeld in paragraaf a, te worden ingediend in de taal van die vertaling.
- c. Onverminderd het in Regel 55.3 bepaalde, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, indien een wijziging of een brief niet wordt ingediend in een ingevolge paragraaf a of b vereiste taal, de aanvrager uit, indien zulks gelet op de termijn voor het opstellen van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling uitvoerbaar is, de wijziging of de brief te verstrekken in de vereiste taal binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is.
- d. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf c bedoelde termijn gevolg geeft aan de uitnodiging om een wijziging in de vereiste taal te verstrekken, wordt de wijziging niet in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf c bedoelde termijn gevolg geeft aan de uitnodiging om een in paragraaf a bedoelde brief te verstrekken in de vereiste taal, behoeft de desbetreffende wijziging niet in aanmerking te worden genomen voor de internationale voorlopige beoordeling.
Regel 67. Onderwerpen ingevolge artikel 34, vierde lid, onder a) sub (i)
67.1. Begripsomschrijving
Van een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling mag niet worden verlangd, dat zij een internationale voorlopige beoordeling verricht van een internationale aanvrage, indien en voor zover het onderwerp op een van de onderstaande gebieden ligt:
- (i). natuurwetenschappelijke en wiskundige theorieën,
- (ii). planten- of dierenrassen of werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten en dieren, die geen microbiologische werkwijzen en hierdoor verkregen voortbrengselen zijn,
- (iii). stelsels, regels of methoden voor de bedrijfsvoering, voor het verrichten van uitsluitend geestelijke handelingen of voor het spelen,
- (iv). methoden voor de behandeling van het menselijke of het dierlijke lichaam door chirurgische ingrepen of geneeskundige behandeling, alsmede methoden voor het stellen van een diagnose,
- (v). enkele presentatie van gegevens,
- (vi). programma's voor rekenautomaten voor zover de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet is uitgerust voor het verrichten van een internationale voorlopige beoordeling van zodanige programma's.
Regel 68. Gebrek aan eenheid van uitvinding (internationale voorlopige beoordeling)
68.1. Geen uitnodiging tot beperking of betaling
Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat niet is voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding en verkiest de aanvrager niet uit te nodigen de conclusies te beperken of bijkomende taksen te betalen, zet zij de internationale voorlopige beoordeling voort, behoudens artikel 34, vierde lid, b, en Regel 66.1 e, ten aanzien van de gehele internationale aanvrage, maar vermeldt zij in elk schriftelijk oordeel en het verslag van de internationale voorlopige beoordeling dat zij van oordeel is dat niet is voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding en geeft zij de redenen daarvoor aan.
68.2. Uitnodiging tot beperking of betaling
Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat niet is voldaan aan de vereiste eenheid van uitvinding en verkiest de aanvrager uit te nodigen, naar zijn keuze, de conclusies te beperken of aanvullende taksen te betalen, dient in de uitnodiging:
- i. ten minste een mogelijkheid tot beperking te worden aangegeven die naar het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling in overeenstemming zou zijn met het van toepassing zijnde vereiste;
- ii. aangegeven te worden op welke gronden de internationale aanvrage geacht wordt niet te voldoen aan de vereiste eenheid van uitvinding;
- iii. de aanvrager te worden uitgenodigd binnen een maand na de datum van de uitnodiging te voldoen aan de uitnodiging;
- iv. het bedrag van de te betalen vereiste bijkomende taksen te worden aangegeven, mocht de aanvrager daartoe besluiten; en
- v. dient de aanvrager, indien van toepassing, te worden uitgenodigd binnen een maand na de datum van de uitnodiging de in Regel 68.3 e bedoelde protesttaks te betalen en dient het te betalen bedrag te worden vermeld.
68.3. Bijkomende taksen
- a. Het bedrag voor de bijkomende taksen verschuldigd voor een internationale voorlopige beoordeling ingevolge artikel 34, derde lid, onder a, wordt bepaald door de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- b. De ingevolge artikel 34, derde lid, onder a, verschuldigde bijkomende taksen voor de internationale voorlopige beoordeling dienen rechtstreeks te worden betaald aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- c. Een aanvrager kan de bijkomende taksen onder protest betalen, dat wil zeggen, vergezeld van een met redenen omklede uiteenzetting dat de internationale aanvrage voldoet aan de vereiste eenheid van uitvinding of dat het bedrag van de vereiste bijkomende taksen buitensporig hoog is. Een zodanig protest dient te worden onderzocht door een in het kader van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling ingesteld toetsingsorgaan, dat, voorzover het het protest gerechtvaardigd acht, beveelt dat de bijkomende taksen geheel of gedeeltelijk aan de aanvrager dienen te worden terugbetaald. Op verzoek van de aanvrager worden de tekst van het protest en van de beslissing dienaangaande als bijlage bij het verslag omtrent de internationale voorlopige beoordeling ter kennis van de gekozen bureaus gebracht.
- d. In het in paragraaf c bedoelde toetsingsorgaan kan de persoon zitting hebben die de beslissing nam waarop het protest betrekking heeft, met dien verstande dat deze niet het enige lid van het orgaan mag zijn.
- e. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan het onderzoek naar aanleiding van een protest zoals bedoeld in paragraaf c afhankelijk stellen van de betaling ten gunste van de Instantie van een protesttaks. Indien de aanvrager verzuimt binnen de termijn ingevolge Regel 68.2 v de vereiste protesttaks te betalen, wordt het protest geacht niet te zijn aangetekend en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zal dienaangaande een verklaring doen uitgaan. De protesttaks wordt aan de aanvrager terugbetaald indien het in paragraaf c bedoelde toetsingsorgaan van oordeel is dat het protest volledig gerechtvaardigd was.
68.4. Procedure in geval van onvoldoende beperking van de conclusies
Indien de aanvrager de conclusies beperkt, doch niet voldoende om te voldoen aan het vereiste van eenheid van uitvinding, handelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zoals bepaald in artikel 34, derde lid, onder c).
68.5. Hoofduitvinding
In geval van twijfel welke uitvinding de hoofduitvinding is voor de toepassing van artikel 34, derde lid, onder c), wordt de als eerste in de conclusies genoemde uitvinding als de hoofduitvinding beschouwd.
Regel 69. Aanvang van en termijn voor de internationale voorlopige beoordeling
69.1. Aanvang van de internationale voorlopige beoordeling
- a. Onverminderd de paragrafen b tot en met e vangt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling aan zodra zij beschikt over al het volgende: met dien verstande dat de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling niet aanvangt voor het verstrijken van de toepasselijke termijn ingevolge Regel 54bis 1 a, tenzij de aanvrager uitdrukkelijk verzoekt om eerdere aanvang.
- i. het verzoek;
- ii. het (volledige) verschuldigde bedrag voor de behandelingstaks en de taks voor de voorlopige beoordeling, met inbegrip van, indien van toepassing, de taks wegens te late betaling ingevolge Regel 58bis. 2; en
- iii. hetzij het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, hetzij de verklaring door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a, dat er geen verslag van een internationaal nieuwheidsonderzoek zal worden opgesteld en het schriftelijk oordeel opgesteld ingevolge Regel 43bis 1;
- b. Indien het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die optreedt als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, kan de internationale voorlopige beoordeling, indien het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie zulks wenst en met inachtneming van de paragrafen d. en e., op hetzelfde tijdstip aanvangen als het internationale nieuwheidsonderzoek.
- b-bis. Indien, in overeenstemming met paragraaf b, het nationaal bureau dat of de intergouvernementele organisatie die optreedt als zowel de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek als de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, de internationale voorlopige beoordeling gelijktijdig met het internationale nieuwheidsonderzoek wenst aan te vangen en oordeelt dat aan alle in artikel 34, tweede lid, onder c., i. tot en met iii. genoemde voorwaarden is voldaan, behoeft dat nationaal bureau of die intergouvernementele organisatie, in zijn of haar hoedanigheid van Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, geen schriftelijk oordeel ingevolge Regel 43bis. 1 op te stellen.
- c. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat wijzigingen ingevolge artikel 19 in aanmerking moeten worden genomen (Regel 53.9 a i), begint de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet met de internationale voorlopige beoordeling voordat zij een afschrift van de desbetreffende wijzigingen heeft ontvangen.
- d. Indien in de verklaring inzake wijzigingen wordt vermeld dat de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling dient te worden uitgesteld (Regel 53.9 b), vangt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling niet aan vóór de zich het eerst voordoende van de volgende situaties:
- i. voordat zij een afschrift van de wijzigingen ingevolge artikel 19 heeft ontvangen;
- ii. voordat zij een kennisgeving van de aanvrager heeft ontvangen dat hij geen wijzigingen ingevolge artikel 19 wenst door te voeren; of
- iii. het verstrijken van de toepasselijke termijn ingevolge Regel 46.1
- e. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat er wijzigingen ingevolge artikel 34 worden ingediend met het verzoek (Regel 53.9 c), maar er in feite geen wijzigingen ingevolge artikel 34 zijn ingediend, begint de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet met de internationale voorlopige beoordeling voordat zij de wijzigingen heeft ontvangen of voordat de termijn vastgesteld in de in Regel 60.1 g bedoelde uitnodiging is verstreken, naar gelang van welke datum het eerst valt.
69.2. Termijn voor de internationale voorlopige beoordeling
De termijn voor het opstellen van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is van een van de volgende tijdvakken degene die het laatst verstrijkt:
- i. 28 maanden te rekenen van de datum van voorrang, of
- ii. zes maanden, te rekenen vanaf het tijdstip ingevolge Regel 69.1 voor de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling; of
- iii. zes maanden te rekenen van de datum van ontvangst door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van de ingevolge Regel 55.2 verstrekte vertaling,
Regel 70. Internationaal Voorlopig Verslag inzake octrooieerbaarheid door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling (verslag van de internationale voorlopige beoordeling)
70.1. Begripsomschrijving
Voor de toepassing van deze Regel wordt onder „verslag” verstaan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling.
70.2. Grondslag van het verslag
- a). Indien de conclusies zijn gewijzigd wordt verslag uitgebracht over de gewijzigde conclusies.
- b). Indien op grond van Regel 66.7 a) of b) het verslag wordt opgesteld alsof er geen voorrang was ingeroepen, dient het verslag zulks te vermelden.
- c). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van oordeel is dat een wijziging verder gaat dan hetgeen in de ingediende internationale aanvrage is geopenbaard, dient het verslag te worden opgesteld alsof deze wijziging niet was aangebracht en dient het verslag zulks te vermelden. Die Instantie dient ook de redenen aan te geven waarom zij van oordeel is dat de wijziging verder gaat dan hetgeen is geopenbaard.
- d). Indien conclusies betrekking hebben op uitvindingen ten aanzien waarvan geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is opgesteld en deze derhalve niet het voorwerp van internationale voorlopige beoordeling zijn geweest, dient dit in het verslag van de internationale voorlopige beoordeling te worden vermeld.
70.3. Vermeldingen
Het verslag dient de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die het heeft opgesteld aan te geven door de naam van deze Instantie te vermelden, en de internationale aanvrage door het nummer van de internationale aanvrage, de naam van de aanvrager en de datum van de internationale indiening te vermelden.
70.4. Data
Het verslag dient te vermelden:
- (i). de datum waarop het verzoek is ingediend, en
- (ii). de datum van het verslag; deze datum dient de datum te zijn waarop het verslag werd voltooid.
70.5. Classificatie
- a). Het verslag dient de classificatie te herhalen die ingevolge Regel 43.3 was toegekend, indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling met deze classificatie instemt.
- b). Indien dit niet het geval is, dient de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling in het verslag de classificatie aan te geven, tenminste overeenkomstig de Internationale Classificatie van Octrooien, die zij juist acht.
70.6. Verklaring ingevolge artikel 35, tweede lid
- a). De verklaring bedoeld in artikel 35, tweede lid, dient te bestaan uit de woorden „JA” of „NEEN” of het equivalent daarvan in de taal van het verslag, of een passend teken zoals bepaald in de Administratieve Instructies en zij dient vergezeld te gaan van de eventuele aanhalingen, toelichtingen en opmerkingen bedoeld in de laatste zin van artikel 35, tweede lid.
- b). Indien aan een van de drie maatstaven genoemd in artikel 35, tweede lid (d.w.z. nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen), vatbaar zijn voor toepassing op het gebied van de nijverheid) niet is voldaan, dient de verklaring negatief te zijn. Indien in zulk een geval aan een der maatstaven, afzonderlijk beschouwd, is voldaan, dient het verslag de maatstaf of maatstaven waaraan is voldaan aan te geven.
70.7. Aanhalingen ingevolge artikel 35, tweede lid
- a). In het verslag dienen de literatuurplaatsen te worden aangehaald die van belang worden geacht ter staving van de ingevolge artikel 35, tweede lid, afgelegde verklaringen, ongeacht of deze documenten al dan niet worden aangehaald in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek. Documenten die worden aangehaald in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dienen alleen in het verslag te worden aangehaald wanneer zij door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling als relevant worden beschouwd.
- b). De bepalingen van Regel 43.5 b) en e) zijn ook van toepassing op het verslag.
70.8. Toelichtingen ingevolge artikel 35, tweede lid
De Administratieve Instructies dienen richtlijnen te bevatten voor de gevallen waarin de toelichtingen bedoeld in artikel 35, tweede lid, wel of niet dienen te worden gegeven en de vorm van zulke toelichtingen. Deze richtlijnen dienen te zijn gebaseerd op de volgende beginselen:
- (i). er dienen toelichtingen te worden gegeven wanneer de verklaring betreffende een conclusie negatief is;
- (ii). er dienen toelichtingen te worden gegeven wanneer de verklaring positief is, tenzij de reden voor het aanhalen van een literatuurplaats gemakkelijk voorstelbaar is op basis van raadpleging van de aangehaalde literatuurplaats;
- (iii). over het algemeen dienen toelichtingen te worden gegeven, indien het geval bedoeld in de laatste zin van Regel 70.6 b) zich voordoet.
70.9. Niet-schriftelijke openbaarmakingen
Niet-schriftelijke openbaarmakingen waarnaar in het verslag uit hoofde van Regel 64.2 wordt verwezen dienen te worden vermeld door het aangeven van de soort, de datum waarop de schriftelijke uiteenzetting, verwijzend naar de niet-schriftelijke openbaarmaking, ter beschikking van het publiek is gesteld en de datum waarop de niet-schriftelijke openbaarmaking in het publiek geschiedde.
70.10. Bepaalde openbaar gemaakte literatuurplaatsen
Een openbaar gemaakte aanvrage of een octrooi waarnaar in het verslag uit hoofde van Regel 64.3 wordt verwezen, dient als zodanig te worden vermeld en vergezeld te gaan van een vermelding van haar datum van publikatie, van haar indieningsdatum en de mogelijke ingeroepen datum van voorrang. Ten aanzien van de datum van voorrang van zulk een document kan het verslag aangeven dat deze datum, naar het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, niet rechtsgeldig is ingeroepen.
70.11. Vermelding van wijzigingen
Indien wijzigingen zijn aangebracht ten overstaan van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, dient dit feit in het verslag te worden vermeld. Wanneer een wijziging heeft geleid tot het vervallen van een geheel blad, dient ook dit feit nader te worden aangegeven.
70.12. Vermelding van bepaalde gebreken en andere zaken
Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van oordeel is dat op het tijdstip waarop zij het verslag opstelt:
- (i). de internationale aanvrage een van de gebreken bevat bedoeld in Regel 66.2 a) (iii), dient zij dit oordeel en de redenen daarvoor op te nemen in het verslag;
- (ii). de internationale aanvrage aanleiding geeft tot een van de opmerkingen bedoeld in Regel 66.2 a) (v), kan zij dit oordeel opnemen in het verslag en indien zij zulks doet, dient zij in het verslag tevens de gronden voor dit oordeel aan te geven;
- (iii). er sprake is van de in artikel 34, vierde lid, bedoelde omstandigheden, dient zij dit oordeel en de redenen daarvoor aan te geven in het verslag;
- (iv). er geen sequentie-opsomming van nucleotiden en/of aminozuren beschikbaar is in zodanige vorm dat er een zinvolle internationale voorlopige beoordeling kan worden verricht, dient zij dit in het verslag te vermelden.
70.13. Opmerkingen betreffende de eenheid van uitvinding
Indien de aanvrager bijkomende taksen voor de internationale voorlopige beoordeling heeft betaald of indien de internationale aanvrage of de internationale voorlopige beoordeling ingevolge artikel 34, derde lid, is beperkt, dient het verslag dit aan te geven. Bovendien dient het verslag, wanneer de internationale voorlopige beoordeling ten aanzien van beperkte conclusies (artikel 34, derde lid, a) of alleen ten aanzien van de hoofduitvinding (artikel 34, derde lid, c) is verricht, aan te geven welke delen van de internationale aanvrage wel en welke delen niet het voorwerp van de internationale voorlopige beoordeling zijn geweest. Het verslag dient de in Regel 68.1 bedoelde vermeldingen te bevatten wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling heeft verkozen de aanvrager niet uit te nodigen de conclusies te beperken of bijkomende taksen te betalen.
70.14. Bevoegde functionaris
Het verslag dient de naam te vermelden van de voor het verslag verantwoordelijke functionaris van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
70.15. Vorm, titel
- a. De vormvereisten voor het verslag worden voorgeschreven in de Administratieve Instructies.
- b. Het verslag heeft als titel „Internationaal voorlopig verslag inzake octrooieerbaarheid (Hoofdstuk II van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien)” onder vermelding dat het het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is, opgesteld door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
70.16. Bijlagen bij het verslag
- a. Vervangende bladen ingevolge Regel 66.8 a of b, vervangende bladen die wijzigingen ingevolge artikel 19 bevatten en vervangende bladen die ingevolge Regel 91.1 e iii goedgekeurde verbeteringen van kennelijke fouten bevatten, dienen, tenzij zij zijn vervangen door latere vervangende bladen of wijzigingen die resulteren in het vervallen van gehele bladen ingevolge Regel 66.8 b, als bijlagen aan het verslag te worden gehecht. Wijzigingen ingevolge artikel 19 die worden geacht te zijn achterhaald door een wijziging ingevolge artikel 34 en brieven ingevolge Regel 66.8 dienen niet als bijlagen te worden aangehecht.
- b. Onverminderd paragraaf a wordt tevens elk daarin bedoeld vervangen of achterhaald vervangend blad gehecht aan het verslag indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van mening is dat de betreffende wijziging buiten het kader van de uiteenzetting in de ingediende internationale aanvrage valt en het verslag gegevens bevat als bedoeld in Regel 70.2 c. In dat geval wordt het vervangen of achterhaalde vervangend blad voorzien van de aantekeningen bedoeld in de Administratieve Instructies.
70.17. Talen van het verslag en de bijlagen
Het verslag en iedere bijlage dienen te zijn gesteld in de taal waarin de internationale aanvrage waarop zij betrekking hebben, wordt gepubliceerd of, indien de internationale voorlopige beoordeling overeenkomstig Regel 55.2 wordt verricht op basis van een vertaling van de internationale aanvrage, in de taal van die vertaling.
Regel 71. Toezending van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling
71.1. Ontvangers
De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zendt op dezelfde dag een exemplaar van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en van de mogelijke bijlagen daarbij toe aan het Internationale Bureau en een exemplaar aan de aanvrager.
71.2. Afschriften van aangehaalde literatuurplaatsen
- a). Het verzoek ingevolge artikel 36, vierde lid, kan op elk tijdstip worden ingediend gedurende 7 jaar te rekenen van de datum van internationale indiening van de internationale aanvrage waarop het verslag betrekking heeft.
- b). De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan verlangen dat de partij (aanvrager of gekozen bureau) die het verzoek overlegt, haar de kosten voor het maken en per post verzenden van de afschriften betaalt. Het tarief van de kosten voor het maken van afschriften wordt bepaald in de in artikel 32, tweede lid, bedoelde overeenkomsten tussen de Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en het Internationale Bureau.
- c). Vervallen.
- d). Een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan de verplichtingen bedoeld in de paragrafen a en b vervullen door bemiddeling van een ander bureau dat tegenover haar verantwoordelijk is.
Regel 72. Vertaling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
72.1. Talen
- a). Een gekozen Staat kan verlangen dat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling, opgesteld in een andere taal dan de officiële taal of één van de officiële talen van zijn nationale bureau, wordt vertaald in het Engels.
- b). Dit verlangen dient ter kennis te worden gebracht van het Internationale Bureau, dat het onverwijld bekendmaakt in het mededelingenblad.
72.2. Afschrift van de vertaling voor de aanvrager
Het Internationale Bureau zendt een afschrift van de in Regel 72.1 a bedoelde vertaling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling toe aan de aanvrager op het tijdstip waarop het die vertaling doet toekomen aan het betrokken gekozen bureau of de betrokken gekozen bureaus.
72.2bis. Vertaling van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgesteld ingevolge Regel 43bis. 1
In het geval bedoeld in Regel 73.2 b. ii. wordt het door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek ingevolge Regel 43bis. 1 opgestelde schriftelijke oordeel op verzoek van het betrokken gekozen bureau door of onder de verantwoordelijkheid van het Internationaal Bureau vertaald in het Engels. Het Internationaal Bureau doet binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om een vertaling een afschrift van de vertaling aan het betrokken gekozen bureau toekomen en doet tegelijkertijd een afschrift toekomen aan de aanvrager.
72.3. Commentaar op de vertaling
De aanvrager kan schriftelijk commentaar leveren op de juistheid van de vertaling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling of van het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijk oordeel en zendt een afschrift van het commentaar aan elk van de betrokken gekozen bureaus en aan het Internationaal Bureau.
Regel 73. Toezending van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling of van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
73.1. Het maken van afschriften
Het Internationale Bureau maakt de afschriften van de ingevolge artikel 36, derde lid, onder a), toe te zenden documenten.
73.2. Toezending aan de gekozen bureaus
- a. Het Internationaal Bureau verzorgt de toezending voorzien in artikel 36, derde lid, onder a. aan elk gekozen bureau in overeenstemming met Regel 93bis. 1, echter niet voor het verstrijken van de termijn van 30 maanden na de datum van voorrang.
- b. Indien de aanvrager een uitdrukkelijk verzoek ingevolge artikel 40, tweede lid, indient bij een gekozen bureau, zal het Internationaal Bureau op verzoek van dat bureau of van de aanvrager,
- i. indien het verslag van de internationale voorlopige beoordeling ingevolge Regel 71.1 reeds verzonden is aan het Internationaal Bureau, onverwijld de in artikel 36, derde lid, onder a. voorziene toezending verzorgen aan dat bureau;
- ii. indien het verslag van de internationale voorlopige beoordeling ingevolge Regel 71.1 niet verzonden is aan het Internationaal Bureau, onverwijld een afschrift van de ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijke beoordeling toezenden aan dat bureau.
- c. Wanneer de aanvrager het verzoek of een keuze danwel alle keuzes heeft ingetrokken, vindt, indien het Internationaal Bureau het verslag van de internationale voorlopige beoordeling heeft ontvangen, de in paragraaf a. voorziene toezending aan het gekozen bureau of de gekozen bureaus waarop de intrekking van toepassing is desalniettemin plaats.
Regel 74. Vertaling van bijlagen bij het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en toezending daarvan
74.1. Inhoud van de vertaling en termijn voor toezending daarvan
- a. Wanneer het gekozen bureau verlangt dat ingevolge artikel 39, eerste lid, een vertaling van de internationale aanvrage wordt verstrekt, dient de aanvrager, binnen de ingevolge artikel 39, eerste lid, geldende termijn, een vertaling toe te zenden van elk in regel 70.16 bedoeld vervangend blad dat als bijlage aan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is gehecht, tenzij dit blad is gesteld in de taal van de vereiste vertaling van de internationale aanvrage. Dezelfde termijn geldt wanneer het verstrekken van een vertaling van de internationale aanvrage aan het gekozen bureau, wegens een verklaring afgelegd ingevolge artikel 64, tweede lid, a, i, dient te geschieden binnen de ingevolge artikel 22 geldende termijn.
- b. Wanneer het gekozen bureau niet verlangt dat ingevolge artikel 39, eerste lid, een vertaling van de internationale aanvrage wordt verstrekt, kan dat bureau van de aanvrager verlangen dat deze, binnen de ingevolge dat artikel geldende termijn, van elk in Regel 70.16 bedoeld vervangend blad dat als bijlage aan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is gehecht en dat niet in die taal is gesteld, een vertaling verstrekt in de taal waarin de internationale aanvrage werd gepubliceerd.
Regel 75. Intrekking van het verzoek of van keuzen
Vervallen
Regel 76. Vertaling van het voorrangsbewijs
76.1. Kennisgeving
Vervallen.
76.2. Vervallen.
76.3. Vervallen.
76.4. Termijn voor vertaling van het voorrangsbewijs
Van de aanvrager wordt niet verlangd dat hij een gekozen bureau een vertaling van het voorrangsbewijs verstrekt vóór het verstrijken van de ingevolge artikel 39 van toepassing zijnde termijn.
76.5. Toepassing van bepaalde regels op procedures bij gekozen bureaus
De Regels 13ter 3, 22.1 g, 47.1, 49, 49bis en 51bis zijn van toepassing, met dien verstande dat:
- (i). elke verwijzing in hogergenoemde Regels naar het aangewezen bureau of naar de aangewezen Staat wordt uitgelegd als een verwijzing naar het gekozen bureau, respectievelijk de gekozen Staat;
- (ii). elke verwijzing in genoemde regels naar artikel 22 of artikel 24, tweede lid, wordt uitgelegd als een verwijzing naar artikel 39, eerste lid, respectievelijk artikel 39, derde lid;
- (iii). in Regel 49.1 c) de woorden „internationale aanvragen die .....worden ingediend.” worden vervangen door de woorden „een verzoek dat ..... wordt ingediend.”;
- (iv). voor de toepassing van artikel 39, eerste lid, indien een verslag van de internationale voorlopige beoordeling is opgesteld, een vertaling van een wijziging ingevolge artikel 19 alleen vereist is indien de wijziging als bijlage aan dat verslag is gehecht;
- (v). de verwijzing in Regel 47.1 a naar Regel 47.4 wordt uitgelegd als een verwijzing naar Regel 61.2 d.
Regel 77. Bevoegdheid ingevolge artikel 39, eerste lid, onder b)
77.1. Uitoefening van bevoegdheid
- a). Een Verdragsluitende Staat die een termijn toestaat welke op een ter tijdstip verstrijkt dan de in artikel 39, eerste lid, onder a) bepaalde termijn, dient het Internationale Bureau in kennis te stellen van de aldus vastgestelde termijn.
- b). Een door het Internationale Bureau ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) ontvangen kennisgeving wordt onverwijld door het Internationale Bureau bekendgemaakt in het mededelingenblad.
- c). Kennisgevingen betreffende de verkorting van de voordien vastgestelde termijn gelden met betrekking tot verzoeken ingediend na het verstrijken van 3 maanden te rekenen van de datum waarop de kennisgeving door het Internationale Bureau is bekendgemaakt.
- d). Kennisgevingen betreffende de verlenging van de voordien vastgestelde termijn worden van kracht bij bekendmaking door het Internationale Bureau in het mededelingenblad ten aanzien van op dat tijdstip aanhangige of na de datum van deze bekendmaking overgelegde verzoeken dan wel, indien de Verdragsluitende Staat die de kennisgeving doet, een latere datum vaststelt, met ingang van die latere datum.
Regel 78. Wijziging van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen voor gekozen bureaus
78.1. Termijn
- a. Wanneer de aanvrager dat wenst, oefent hij het recht ingevolge artikel 41 om de conclusies, de beschrijving en de tekeningen te wijzigen bij het betrokken gekozen bureau uit binnen een maand nadat is voldaan aan de vereisten ingevolge artikel 39, eerste lid, onder a., met dien verstande dat indien de toezending van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling ingevolge artikel 36, eerste lid, niet heeft plaatsgevonden bij het verstrijken van de ingevolge artikel 39 geldende termijn, hij dit recht uiterlijk vier maanden na deze datum van verstrijken dient uit te oefenen. In beide gevallen kan de aanvrager dit recht op elk later tijdstip uitoefenen, indien de nationale wetgeving van de genoemde Staat zulks toestaat.
- b. In een gekozen Staat waarvan de nationale wetgeving bepaalt dat de beoordeling slechts begint op speciaal verzoek, kan de nationale wetgeving bepalen dat de termijn waarbinnen of het tijdstip waarop de aanvrager het recht ingevolge artikel 41 kan uitoefenen dezelfde of hetzelfde is als de termijn die of het tijdstip dat door de nationale wetgeving is bepaald voor de indiening van wijzigingen in het geval van de beoordeling, op speciaal verzoek, van nationale aanvragen, met dien verstande dat deze termijn niet mag verstrijken voor, of dit tijdstip niet mag vallen voor het verstrijken van de ingevolge paragraaf a. geldende termijn.
78.2. Vervallen.
78.3. Gebruiksmodellen
De bepalingen van de Regels 6.5 en 13.5 zijn van overeenkomstige toepassing voor gekozen bureaus. Indien de keuze werd verricht voor het verstrijken van de 19de maand te rekenen van de datum van voorrang, wordt de verwijzing naar de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn vervangen door een verwijzing naar de ingevolge artikel 39 van toepassing zijnde termijn.
DEEL D. Regels betreffende hoofdstuk III van het Verdrag
Regel 79. Tijdrekening
79.1. De weergave van data
Aanvragers, nationale bureaus, ontvangende bureaus, Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en het Internationale Bureau geven voor de toepassing van het Verdrag en het Reglement data weer in de Christelijke jaartelling en de Gregoriaanse tijdrekening of, indien zij andere jaartellingen en tijdrekeningen gebruiken, dienen zij deze ook aan te geven in de Christelijke jaartelling en de Gregoriaanse tijdrekening.
Regel 80. Berekening van termijnen
80.1. In jaren aangegeven tijdvakken
Wanneer een tijdvak is aangegeven ais een jaar of een bepaald aantal jaren, begint de berekening op de dag volgend op de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis plaats heeft gevonden en verstrijkt het tijdvak in het desbetreffend daarop volgende jaar in de maand met dezelfde naam en op de dag met hetzelfde rangnummer als de maand en de dag waarop de genoemde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat indien de desbetreffende daarop volgende maand geen dag met hetzelfde rangnummer heeft, het tijdvak verstrijkt op de laatste dag van die maand.
80.2. In maanden aangegeven tijdvakken
Wanneer een tijdvak is aangegeven als een maand of een bepaald aantal maanden, begint de berekening op de dag volgend op de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden en verstrijkt het tijdvak in de desbetreffende daarop volgende maand op de dag die hetzelfde rangnummer heeft als de dag waarop genoemde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat indien de desbetreffende daarop volgende maand geen dag met hetzelfde rangnummer heeft, het tijdvak verstrijkt op de laatste dag van die maand.
80.3. In dagen aangegeven tijdvakken
Wanneer een tijdvak is aangegeven in een bepaald aantal dagen begint de berekening op de dag volgend op de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden en verstrijkt het tijdvak op de dag waarop de laatste dag van de telling is bereikt.
80.4. Plaatselijke data
- a). De datum die in aanmerking wordt genomen als de begindatum voor de berekening van een tijdvak is de datum ter plaatse op het tijdstip waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.
- b). De datum waarop een tijdvak verstrijkt is de datum ter plaatse waar het vereiste document moet worden ingediend of de vereiste taks betaald.
80.5. Verstrijken op een dag die geen werkdag is of op een officiële feestdag
Indien het tijdvak waarbinnen een document of een taks een nationaal bureau of een intergouvernementele organisatie moet bereiken verstrijkt op een dag
- i. waarop dat bureau of die organisatie niet voor het publiek open is voor het afhandelen van officiële aangelegenheden;
- ii. waarop gewone post niet wordt bezorgd in de plaats waarin dat bureau of die organisatie is gevestigd;
- iii. die, indien dat bureau of die organisatie gevestigd is op meer dan een plaats, een officiële feestdag is op ten minste een van de plaatsen waar dat kantoor of die organisatie gevestigd is, en dat in de omstandigheden voorzien in het nationale recht dat door dat bureau of die organisatie ten aanzien van nationale aanvragen wordt toegepast, in zo'n geval het tijdvak verstrijkt op de volgende dag; of
- iv. die, indien dat bureau de overheidsinstantie van een Verdragsluitende Partij is belast met het verlenen van octrooien, in dat deel van die Verdragsluitende Staat een officiële feestdag is en dat in de gevallen waarin door het door dat bureau ten aanzien van nationale aanvragen toegepaste recht wordt voorzien, in zo'n geval het tijdvak verstrijkt op de volgende dag;
verstrijkt het tijdvak op de eerstvolgende dag waarop geen van de vier genoemde omstandigheden zich meer voordoet.
80.6. Datum van documenten
Wanneer een tijdvak begint op de datum van de dagtekening van een document of brief, afkomstig van een nationaal bureau of een intergouvernementele organisatie, wordt een betrokken partij in staat gesteld te bewijzen, dat genoemd document of genoemde brief op een latere dan de daarop vermelde datum per post is verzonden, in welk geval de datum van de werkelijke verzending per post, voor de berekening van het tijdvak, wordt beschouwd als de datum waarop het tijdvak begint. Ongeacht de datum waarop zulk een document of brief per post werd verzonden, beschouwt het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie, indien de aanvrager het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie het voor het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie overtuigende bewijs levert dat het document of de brief meer dan 7 dagen na de daarop vermelde datum werd ontvangen, het tijdvak dat begint op de datum van het document of de brief, te zijn verlengd met het aantal dagen dat het document of de brief later werd ontvangen dan zeven dagen na de daarop vermelde datum.
80.7. Einde van de werkdag
- a). Een op een bepaalde dag verstrijkend tijdvak verstrijkt op het tijdstip waarop het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie waarbij het document moet worden ingediend of waaraan de taks moet worden betaald, zijn of haar werkzaamheden op die dag beëindigt.
- b). Een bureau of organisatie kan van het bepaalde onder paragraaf a) afwijken door het tijdvak te verlengen tot middernacht op de betrokken dag.
Regel 81. Wijziging van in het Verdrag vastgestelde termijnen
81.1. Voorstel
- a). Een Verdragsluitende Staat of de Directeur-Generaal kan ingevolge artikel 47, tweede lid, een wijziging voorstellen.
- b). Door een Verdragsluitende Staat gedane voorstellen dienen te worden ingediend bij de Directeur-Generaal.
81.2. Besluit door de Algemene Vergadering
- a). Wanneer het voorstel wordt voorgelegd aan de Algemene Vergadering, dient de Directeur-Generaal de tekst daarvan aan alle Verdragsluitende Staten toe te zenden ten minste 2 maanden vóór de zitting van de Algemene Vergadering op de agenda waarvan het voorstel is geplaatst.
- b). Tijdens de bespreking van het voorstel in de Algemene Vergadering kan het voorstel worden gewijzigd of kunnen daaruit voortvloeiende amendementen worden voorgesteld.
- c). Het voorstel wordt als aangenomen beschouwd, indien geen der op het tijdstip van de stemming aanwezige Verdragsluitende Staten tegen het voorstel stemt.
81.3. Schriftelijke stemming
- a). Wanneer gekozen wordt voor schriftelijke stemming, wordt het voorstel verwerkt in een schriftelijke mededeling van de Directeur-Generaal aan de Verdragsluitende Staten, waarin zij worden uitgenodigd hun stem schriftelijk uit te brengen.
- b). In de uitnodiging wordt de termijn bepaald waarbinnen het antwoord met de schriftelijk uitgebrachte stem het Internationale Bureau moet bereiken. Die termijn dient niet korter te zijn dan 3 maanden te rekenen van de datum van de uitnodiging.
- c). Antwoorden moeten positief of negatief zijn. Voorstellen tot wijziging of opmerkingen worden niet als stem beschouwd.
- d). Het voorstel wordt als aangenomen beschouwd, indien geen der Verdragsluitende Staten zich tegen de wijziging verzet en indien ten minste de helft van de Verdragsluitende Staten mededeling doet van goedkeuring, geen mening te hebben of van onthouding.
Regel 82. Storingen in het postverkeer
82.1. Vertraging of verlies van in bestelling zijnde post
- a). Een betrokken partij kan bewijs aanbieden dat hij het document of de brief 5 dagen vóór het verstrijken van de termijn per post heeft verzonden. Behalve in gevallen waarin land- en zeepost gewoonlijk binnen 2 dagen na verzending op haar bestemming aankomt, of wanneer geen luchtpostdienst beschikbaar is, kan bewijs alleen worden aangeboden, indien de verzending per luchtpost is geschied. In elk geval kan bewijs alleen worden aangeboden, indien de verzending geschiedde per door de postdiensten aangetekende post.
- b). Indien de verzending, overeenkomstig het in paragraaf a bepaalde, van een document of brief ten genoegen van het nationale bureau dat of de intergouvernementele organisatie die de geadresseerde is, wordt bewezen, wordt de vertraging in aankomst niet aangerekend of, indien het document of de brief in de post verloren is gegaan, wordt vervanging daarvan door een nieuw exemplaar toegestaan, mits de betrokken partij ten genoegen van genoemd bureau of genoemde organisatie bewijst dat het als vervanging aangeboden document of de als vervanging aangeboden brief identiek is met het verloren gegane document of de verloren gegane brief.
- c). In de gevallen bedoeld onder paragraaf b) dient het bewijs van verzending binnen de voorgeschreven termijn en, wanneer het document of de brief verloren is gegaan, ook het vervangende document of de vervangende brief alsmede het bewijs van de volkomen gelijkheid ervan met het document dat of de brief die verloren is gegaan, te worden overgelegd binnen een maand na de datum waarop de betrokken partij de vertraging of het verlies heeft vastgesteld - of zou hebben behoren vast te stellen - en in geen geval later dan 6 maanden na het verstrijken van de in het bepaalde geval van toepassing zijnde termijn.
- d). Een nationaal bureau dat, of een intergouvernementele organisatie die het Internationale Bureau te kennen geeft dat het c.q. zij hiertoe overgaat, dient, wanneer van een andere bezorgdienst dan de postdiensten gebruik wordt gemaakt om een document of brief te verzenden, het in de paragrafen a tot en met c bepaalde toe te passen alsof het de postdienst betrof. In dat geval is de laatste volzin van paragraaf a niet van toepassing, maar kan het bewijs alleen worden geleverd indien gegevens betreffende de verzending werden opgetekend door de bezorgdienst op het tijdstip van verzending. De kennisgeving kan een vermelding bevatten dat zij alleen van toepassing is op verzendingen waarbij gebruik wordt gemaakt van bepaalde bezorgdiensten of bezorgdiensten die voldoen aan bepaalde criteria. Het Internationale Bureau publiceert de aldus kenbaar gemaakte informatie in het mededelingenblad.
- e). Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie kan handelen overeenkomstig paragraaf d:
- i. zelfs indien, wanneer van toepassing, de bezorgdienst waarvan gebruik werd gemaakt, niet behoorde tot die welke waren genoemd, of niet voldeed aan de criteria die waren genoemd in de desbetreffende kennisgeving ingevolge paragraaf d, of
- ii. zelfs indien dat bureau of die organisatie het Internationale Bureau niet een kennisgeving ingevolge paragraaf d heeft gezonden.
82.2. Onderbreking in het postverkeer
- a). Een betrokken partij kan bewijs aanbieden dat op een dag in de 10 dagen voorafgaand aan de dag van het verstrijken van de termijn, de postdiensten waren onderbroken wegens oorlog, revolutie, burgerlijke ongeregeldheden, staking, een natuurramp of een andere soortgelijke reden in de plaats waar de betrokken partij woont of zijn zaken drijft of verblijft.
- b). Indien deze omstandigheden ten genoegen van het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie die de geadresseerde is, zijn aangetoond, wordt vertraging in aankomst niet aangerekend, mits de betrokken partij ten genoegen van het genoemde bureau of de genoemde organisatie aantoont, dat hij de verzending per post verrichtte binnen 5 dagen nadat het postverkeer werd hervat. De bepalingen van Regel 82.1 c) zijn van overeenkomstige toepassing.
Regel 82bis. Het niet-aanrekenen door de aangewezen of gekozen Staat van vertraging bij het nakomen van bepaalde termijnen
82bis. 1. Betekenis van „termijn” in artikel 48, tweede lid
De verwijzing naar „een termijn” in artikel 48, tweede lid, wordt uitgelegd als omvattend een verwijzing:
- (i). naar een in het Verdrag of in dit Reglement vastgestelde termijn;
- (ii). naar een termijn vastgesteld door het ontvangende bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling of het Internationale Bureau of toe te passen door het ontvangende bureau ingevolge zijn nationale wetgeving;
- (iii). naar een termijn vastgesteld door, of in de nationale wetgeving toe te passen door, het aangewezen of gekozen bureau, voor het verrichten van een handeling door de aanvrager ten overstaan van dat bureau.
82bis.2. Herstel van rechten en andere bepalingen waarop artikel 48, tweede lid, van toepassing is
De bepalingen van de nationale wetgeving waarnaar wordt verwezen in artikel 48, tweede lid, betreffende het niet-aanrekenen, door de aangewezen of gekozen Staat, van enige vertraging bij het nakomen van een termijn, zijn die bepalingen die voorzien in herstel van rechten, teruggave, „restitutio in integrum” of verdere behandeling ondanks het niet voldoen aan een termijn, en elke andere bepaling die voorziet in de verlenging van de termijnen of het niet-aanrekenen van vertragingen bij het nakomen van termijnen.
Regel 82ter. Verbetering van fouten gemaakt door het ontvangende bureau of door het Internationaal Bureau
82ter.1. Fouten betreffende de datum van de internationale indiening en het beroep op een recht van voorrang
Indien de aanvrager ten genoegen van een aangewezen of gekozen bureau aantoont dat de datum van de internationale indiening onjuist is vanwege een fout gemaakt door het ontvangende bureau of dat het beroep op een recht van voorrang door het ontvangende bureau of het Internationaal Bureau abusievelijk als niet gedaan wordt beschouwd, en indien de fout van dien aard is dat indien gemaakt door het aangewezen of gekozen bureau zelf, dat bureau deze fout ingevolge de nationale wetgeving of de nationale praktijk zou verbeteren, dient genoemd bureau de fout te verbeteren en de internationale aanvrage te behandelen alsof daaraan de verbeterde datum van de internationale indiening was gegeven, of alsof het beroep op een recht van voorrang niet was beschouwd als niet gedaan.
Regel 83. Recht op te treden voor internationale instanties
83.1. Bewijs van het recht
Het Internationale Bureau, de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en de bevoegde Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kunnen overlegging verlangen van het bewijs van het recht op te treden als bedoeld in artikel 49.
83.1bis. Wanneer het Internationale Bureau het ontvangende bureau is
- a. Een persoon die het recht heeft op te treden voor het nationale bureau van, of dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager, of indien er meer aanvragers zijn, een van de aanvragers inwoner of onderdaan is, is bevoegd met betrekking tot de internationale aanvrage op te treden voor het Internationale Bureau in de hoedanigheid van ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii.
- b. Een persoon die het recht heeft op te treden voor het Internationale Bureau in de hoedanigheid van ontvangend bureau met betrekking tot een internationale aanvrage, is bevoegd met betrekking tot die aanvrage op te treden voor het Internationale Bureau in iedere andere hoedanigheid en voor de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
83.2. Mededeling
- a). Het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie, waarvoor de betrokken persoon beweert een recht tot optreden te hebben deelt, op verzoek, aan het Internationale Bureau, de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling mede of deze persoon het recht heeft voor hem of haar op te treden.
- b). Deze mededeling is bindend voor, al naar het geval, het Internationale Bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
DEEL E. Regels betreffende hoofdstuk V van het Verdrag
Regel 84. Kosten van delegaties
84.1. Door Regeringen gedragen kosten
De kosten van elke delegatie die aan de werkzaamheden van een bij of ingevolge het Verdrag ingesteld orgaan deelneemt, worden gedragen door de Regering die haar heeft aangewezen.
Regel 85. Ontbreken van het quorum in de Algemene Vergadering
85.1. Schriftelijke stemming
In het geval bepaald in artikel 53, vijfde lid, onder b), brengt het Internationale Bureau de besluiten van de Algemene Vergadering (anders dan die welke de procedure van de Algemene Vergadering zelf betreffen) ter kennis van de Verdragsluitende Staten die niet vertegenwoordigd waren en verzoekt hun binnen een termijn van 3 maanden te rekenen van de datum van de kennisgeving schriftelijk hun stem uit te brengen of hun onthouding kenbaar te maken. Indien na afloop van deze termijn het aantal Verdragsluitende Staten die aldus hun stem hebben uitgebracht of hun onthouding hebben kenbaar gemaakt, het aantal Verdragsluitende Staten bereikt dat aan het quorum der vergadering ontbrak, zullen deze besluiten rechtens uitvoerbaar worden, mits tezelfdertijd de vereiste meerderheid verkregen blijft.
Regel 86. Het mededelingenblad
86.1. Inhoud en vorm
- a. Het mededelingenblad bedoeld in artikel 55, vierde lid, bevat:
- (i). voor elke gepubliceerde internationale aanvrage, de in de Administratieve Instructies genoemde gegevens, overgenomen van de voorpagina van de ingevolge Regel 48 gepubliceerde brochure, de eventueel op deze voorpagina voorkomende tekening en het uittreksel,
- (ii). het overzicht van alle taksen te betalen aan de ontvangende bureaus, het Internationale Bureau en de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en voor de Internationale Voorlopige Beoordeling,
- (iii). kennisgevingen waarvan de publikatie vereist is ingevolge het Verdrag of dit Reglement.
- (iv). inlichtingen, indien en voor zover aan het Internationale Bureau door de aangewezen of gekozen bureaus verstrekt, over de vraag of aan de vereisten bepaald in de artikelen 22 of 39 is voldaan ten aanzien van internationale aanvragen waarin het betrokken bureau is aangewezen of gekozen,
- (v). andere nuttige inlichtingen voorgeschreven in de Administratieve Instructies, mits de toegang tot deze gegevens niet ingevolge het Verdrag of dit Reglement is verboden.
- b. De in paragraaf a bedoelde informatie wordt in twee vormen ter beschikking gesteld:
- i. als een mededelingenblad op papier, dat de in de Administratieve Instructies genoemde gegevens, overgenomen van de voorpagina van de ingevolge Regel 48 gepubliceerde brochure, („bibliografische gegevens”) bevat, alsmede de in paragraaf a ii tot en met v bedoelde zaken;
- ii. als een mededelingenblad in elektronische vorm, dat de bibliografische gegevens, de eventuele tekening van genoemde voorpagina, en het uittreksel bevat.
86.2. Talen; toegang tot het mededelingenblad
- a). Het mededelingenblad op papier wordt gepubliceerd in een tweetalige uitgave (Engels en Frans). Het wordt ook gepubliceerd in uitgaven in andere talen, mits de kosten van publicatie worden gedekt door verkoop of subsidies.
- b). De Algemene Vergadering kan opdracht geven tot de publikatie van het mededelingenblad in andere talen dan die bedoeld onder paragraaf d).
- c). Het in Regel 86.1 b ii bedoelde mededelingenblad in elektronische vorm wordt tegelijkertijd in het Engels en Frans ter beschikking gesteld via in de Administratieve Instructies genoemde elektronische wegen en middelen. Het Internationaal Bureau zorgt voor de vertalingen in het Engels en Frans. Het Internationaal Bureau zorgt ervoor dat het mededelingenblad in elektronische vorm beschikbaar is op of zo snel mogelijk na de datum van publicatie van de brochure die de internationale aanvrage bevat.
86.3. Tijdstippen van verschijning
De tijdstippen van verschijning van het mededelingenblad worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
86.4. Verkoop
De abonnementsprijs en andere verkoopprijzen van het mededelingenblad worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
86.5. Titel
De titel van het mededelingenblad wordt vastgesteld door de Directeur-Generaal.
86.6. Nadere bijzonderheden
Nadere bijzonderheden betreffende het mededelingenblad kunnen worden bepaald in de Administratieve Instructies.
Regel 87. Exemplaren van publikaties
87.1. Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en Voorlopige Beoordeling
Elke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of Voorlopige Beoordeling heeft het recht, gratis twee exemplaren te ontvangen van elke gepubliceerde internationale aanvrage, van het mededelingenblad en van iedere andere publikatie van algemeen belang uitgegeven door het Internationale Bureau in verband met het Verdrag of dit Reglement.
87.2. Nationale bureaus
- a). Elk nationaal bureau heeft het recht, gratis een exemplaar te ontvangen van elke gepubliceerde internationale aanvrage, van het mededelingenblad en van iedere andere publikatie van algemeen belang uitgegeven door het Internationale Bureau in verband met het Verdrag of dit Reglement.
- b). De in paragraaf a bedoelde publikaties worden toegezonden op speciaal verzoek. Indien een publikatie in meer dan één taal beschikbaar is, dient (dienen) in het verzoek de gewenste taal of talen te worden vermeld.
Regel 88. Wijziging van het Reglement
88.1. Eenparigheid van stemmen vereist
Voor de wijziging van de volgende bepalingen van dit Reglement is vereist dat geen Staat die het recht heeft in de Algemene Vergadering zijn stem uit te brengen, tegen de voorgestelde wijziging stemt:
- (i). Regel 14.1 (Toezendingstaks),
- (ii). vervallen,
- (iii). Regel 22.3 (Termijn ingevolge artikel 12, derde lid),
- (iv). Regel 33 (Stand van de techniek die voor het internationale nieuwheidsonderzoek van belang is),
- (v). Regel 64 (Stand van de techniek voor de internationale voorlopige beoordeling),
- (vi). Regel 81 (Wijziging van in het Verdrag vastgestelde termijnen),
- (vii). deze paragraaf (d.w.z. Regel 88.1).
88.2. Vervallen.
88.3. Vereiste van geen verzet van bepaalde Staten
Voor de wijziging van de volgende bepalingen van dit Reglement is vereist dat geen in artikel 58, derde lid, onder a), sub (iii) bedoelde Staat die het recht heeft in de Algemene Vergadering zijn stem uit te brengen, tegen de voorgestelde wijziging stemt:
- (i). Regel 34 (Minimumdocumentatie),
- (ii). Regel 39 (Onderwerpen ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a), sub (i)),
- (iii). Regel 67 (Onderwerpen ingevolge artikel 34, vierde lid, onder a), sub (i)),
- (iv). deze paragraaf (d.w.z. Regel 88.3).
88.4. Procedure
Voorstellen tot wijziging van een bepaling genoemd in de Regels 88.1 of 88.3 dienen, indien in de Algemene Vergadering over het voorstel moet worden beslist, aan alle Verdragsluitende Staten ten minste 2 maanden voor de opening van die zitting van de Algemene Vergadering die een beslissing ten aanzien van het voorstel dient te nemen, te worden toegezonden.
Regel 89. Administratieve Instructies
89.1. Draagwijdte
- a). De Administratieve Instructies bevatten bepalingen:
- (i). over aangelegenheden ten aanzien waarvan dit Reglement uitdrukkelijk naar deze Instructies verwijst,
- (ii). over bijzonderheden ten aanzien van de toepassing van dit Reglement.
- b). De Administratieve Instructies mogen niet in strijd zijn met de bepalingen van het Verdrag, met dit Reglement of met overeenkomsten gesloten door het Internationale Bureau met een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
89.2. Bron
- a). De Administratieve Instructies worden opgesteld en uitgevaardigd door de Directeur-Generaal na overleg met de ontvangende bureaus en de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- b). Zij kunnen door de Directeur-Generaal worden gewijzigd na overleg met de bureaus of instanties die rechtstreeks bij de voorgestelde wijziging betrokken zijn.
- c). De Algemene Vergadering kan de Directeur-Generaal verzoeken de Administratieve Instructies te wijzigen en de Directeur-Generaal handelt dienovereenkomstig.
89.3. Publikatie en inwerkingtreding
- a). De Administratieve Instructies en wijzigingen daarin worden in het mededelingenblad bekendgemaakt.
- b). Elke publikatie dient de datum aan te geven waarop de bekendgemaakte bepalingen in werking treden. De data kunnen verschillen voor verschillende bepalingen, met dien verstande dat geen bepaling vóór haar bekendmaking in het mededelingenblad in werking kan treden.
DEEL F. Regels betreffende verscheidene hoofdstukken van het Verdrag
Regel 89bis. Indiening, behandeling en toezending van internationale aanvragen en andere documenten in elektronische vorm of met elektronische middelen
89bis 1. Internationale aanvragen
- a. Met inachtneming van de paragrafen b tot en met e kunnen internationale aanvragen in elektronische vorm of met elektronische middelen worden ingediend en behandeld, in overeenstemming met de Administratieve Instructies; het ontvangende bureau dient echter ook het indienen van internationale aanvragen op papier toe te staan.
- b. Dit Reglement is van overeenkomstige toepassing op internationale aanvragen die in elektronische vorm of met elektronische middelen worden ingediend, met inachtneming van eventuele bijzondere bepalingen in de Administratieve Instructies.
- c. In de Administratieve Instructies zijn de bepalingen en vereisten opgenomen met betrekking tot de indiening en behandeling van internationale aanvragen die geheel of gedeeltelijk in elektronische vorm of met elektronische middelen worden ingediend, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, bepalingen en vereisten met betrekking tot ontvangstbevestiging, procedures inzake het toekennen van een internationale datum van indiening, vormvoorschriften en de gevolgen van het niet nakomen daarvan, het ondertekenen van documenten, de middelen voor het waarmerken van documenten en het legaliseren van de identiteit van partijen die communiceren met bureaus en instanties, en de werking van artikel 12 met betrekking tot het archiefexemplaar, het oorspronkelijke exemplaar en het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek, en zij kunnen verschillende bepalingen en vereisten bevatten met betrekking tot internationale aanvragen die in verschillende talen worden ingediend.
- d. Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie is niet verplicht internationale aanvragen die in elektronische vorm of met elektronische middelen zijn ingediend in ontvangst te nemen of te behandelen, tenzij het (zij) het Internationaal Bureau te kennen heeft gegeven dat het (zij) daartoe bereid is in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van de Administratieve Instructies. Het Internationaal Bureau zal de aldus bekendgemaakte informatie publiceren in het mededelingenblad.
- e. Een ontvangend bureau dat het Internationaal Bureau ingevolge paragraaf d een kennisgeving heeft doen toekomen kan niet weigeren een in elektronische vorm of met elektronische middelen ingediende internationale aanvrage die voldoet aan de toepasselijke voorschriften van de Administratieve Instructies in behandeling te nemen.
89bis 2. Andere documenten
Regel 89bis 1 is van overeenkomstige toepassing op andere documenten en correspondentie inzake internationale aanvragen.
89bis 3. Toezending tussen bureaus
Wanneer het Verdrag, dit Reglement of de Administratieve Instructies bepalen dat internationale aanvragen, kennisgevingen, mededelingen, correspondentie of andere documenten door een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie aan een ander bureau of andere organisatie moeten worden toegezonden, kan die toezending, wanneer zowel de afzender als de ontvanger daarmee instemmen, in elektronische vorm of met elektronische middelen plaatsvinden.
Regel 89ter. Afschriften in elektronische vorm van op papier ingediende documenten
89ter 1. Afschriften in elektronische vorm van op papier ingediende documenten
Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie kan bepalen dat, wanneer een internationale aanvrage of ander document inzake een internationale aanvrage op papier is ingediend, een afschrift daarvan in elektronische vorm overeenkomstig de Administratieve Instructies door de aanvrager kan worden verstrekt.
Regel 90. Gemachtigden en gemeenschappelijke vertegenwoordigers
90.1. Benoeming tot gemachtigde
- a. Een persoon die het recht heeft op te treden voor het nationale bureau waarbij de internationale aanvrage wordt ingediend of, wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau, die het recht heeft met betrekking tot de internationale aanvrage op te treden voor het Internationale Bureau dat als ontvangend bureau fungeert, kan door de aanvrager tot zijn gemachtigde worden benoemd om hem te vertegenwoordigen voor het ontvangende bureau, het Internationale Bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- b. Een persoon die het recht heeft op te treden voor het nationale bureau dat of de intergouvernementele organisatie die als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek fungeert, kan door de aanvrager tot zijn gemachtigde worden benoemd om hem speciaal voor die Instantie te vertegenwoordigen.
- c. Een persoon die het recht heeft op te treden voor het nationale bureau dat of de intergouvernementele organisatie die als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling fungeert, kan door de aanvrager tot zijn gemachtigde worden benoemd om hem speciaal voor die Instantie te vertegenwoordigen.
- d. Een ingevolge paragraaf a benoemde gemachtigde kan, tenzij in het document waarin hij wordt benoemd anders is bepaald, één of meer plaatsvervangers benoemen om de aanvrager als gemachtigde van de aanvrager te vertegenwoordigen:
- i. voor het ontvangende bureau, het Internationale Bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, mits een aldus tot plaatsvervanger benoemde persoon het recht heeft op te treden voor het nationale bureau waarbij de internationale aanvrage werd ingediend of met betrekking tot de internationale aanvrage op te treden voor het Internationale Bureau dat als ontvangend bureau fungeert, naar gelang het geval;
- ii. speciaal voor de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoor-deling, mits een aldus tot plaatsvervanger benoemde persoon het recht heeft op te treden voor het nationale bureau dat of de intergouvernementele organisatie die als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling fungeert, naar gelang het geval.
90.2. Gemeenschappelijke vertegenwoordiger
- a. Wanneer er meer dan een aanvrager is en de aanvragers niet een gemachtigde hebben benoemd die hen allen vertegenwoordigt ingevolge Regel 90.1 a (een „gemeenschappelijke gemachtigde”), kan een van de aanvragers die ingevolge artikel 9 bevoegd is een internationale aanvrage in te dienen door de andere aanvragers tot hun gemeenschappelijke vertegenwoordiger worden benoemd.
- b. Wanneer er meer dan een aanvrager is en niet door alle aanvragers een gemeenschappelijke gemachtigde is benoemd ingevolge Regel 90.1 a of een gemeenschappelijke vertegenwoordiger ingevolge paragraaf a, wordt de in het verzoekschrift als eerste genoemde aanvrager die ingevolge Regel 19.1 bevoegd is een internationale aanvrage in te dienen bij het ontvangende bureau beschouwd als de gemeenschappelijke vertegenwoordiger van alle aanvragers.
90.3. Rechtsgevolgen van handelingen verricht door of met betrekking tot gemachtigden en gemeenschappelijke vertegenwoordigers
- a. Een handeling verricht door of met betrekking tot een gemachtigde heeft het rechtsgevolg van een handeling verricht door of met betrekking tot de betrokken aanvrager(s).
- b. Indien er meer dan één gemachtigde is die dezelfde aanvrager(s) vertegenwoordigt, heeft een handeling verricht door of met betrekking tot één van die gemachtigden het rechtsgevolg van een handeling verricht door of met betrekking tot bedoelde aanvrager(s).
- c. Behoudens Regel 90bis.5 a, tweede volzin, heeft een handeling verricht door of met betrekking tot een gemeenschappelijke vertegenwoordiger of diens gemachtigde het rechtsgevolg van een handeling verricht door of met betrekking tot alle aanvragers.
90.4. Wijze van benoeming van een gemachtigde of gemeenschappelijke vertegenwoordiger
- a. Om een gemachtigde te benoemen moet de aanvrager het verzoekschrift, het verzoek of een afzonderlijke volmacht ondertekenen. Wanneer er meer dan één aanvrager is, moet elke aanvrager, om een gemeenschappelijke gemachtigde of gemeenschappelijke vertegenwoordiger te benoemen, naar keuze, het verzoekschrift, het verzoek of een afzonderlijke volmacht ondertekenen.
- b. Behoudens Regel 90.5, moet een afzonderlijke volmacht worden ingediend bij het ontvangende bureau of bij het Internationale Bureau, met dien verstande dat indien er bij volmacht een gemachtigde wordt benoemd ingevolge Regel 90.1 b, c, of d ii, deze volmacht moet worden ingediend bij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, naar gelang het geval.
- c. Indien de afzonderlijke volmacht niet is ondertekend, of indien de vereiste afzonderlijke volmacht ontbreekt, of indien de aanduiding van de naam en het adres van de benoemde persoon niet voldoet aan Regel 4.4, wordt de volmacht als niet-bestaand beschouwd, tenzij het gebrek wordt hersteld.
- d. Onverminderd paragraaf e., kan elk ontvangend bureau, elke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en het Internationaal Bureau ontheffing verlenen van het vereiste ingevolge paragraaf b. dat er een afzonderlijke volmacht moet worden ingediend, in welk geval paragraaf c. niet van toepassing is.
- e. Wanneer de gemachtigde of gemeenschappelijke vertegenwoordiger een kennisgeving van intrekking indient als bedoeld in de Regels 90bis. 1 tot en met 90bis. 4, wordt geen ontheffing ingevolge paragraaf d. verleend van het vereiste ingevolge paragraaf b. dat er een afzonderlijke volmacht moet worden ingediend.
90.5. Algemene volmacht
- a. De benoeming van een gemachtigde met betrekking tot een bepaalde internationale aanvrage kan geschieden door in het verzoekschrift, het verzoek of een afzonderlijke kennisgeving te verwijzen naar een bestaande afzonderlijke volmacht waarbij die gemachtigde wordt benoemd om de aanvrager te vertegenwoordigen met betrekking tot een internationale aanvrage die de aanvrager zou kunnen indienen („algemene volmacht”), mits:
- i. de algemene volmacht is gedeponeerd in overeenstemming met paragraaf b, en
- ii. een afschrift hiervan wordt gehecht aan het verzoekschrift, het verzoek of de afzonderlijke kennisgeving, naar gelang het geval; dit afschrift behoeft niet te worden ondertekend.
- b. De algemene volmacht dient te worden gedeponeerd bij het ontvangende bureau, met dien verstande dat indien daarin een gemachtigde wordt benoemd ingevolge Regel 90.1 b, c of d ii, deze volmacht dient te worden ingediend bij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, naar gelang het geval.
- c. Elk ontvangend bureau, elke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan afzien van het vereiste ingevolge paragraaf a ii dat aan het verzoekschrift, het verzoek of de afzonderlijke kennisgeving, naar gelang van het geval, een afschrift van de algemene volmacht wordt gehecht.
- d. Niettegenstaande paragraaf c, indien de gemachtigde bij het ontvangende bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een kennisgeving van intrekking indient zoals bedoeld in de Regels 90bis. 1 tot en met 90bis. 4, dient aan dat bureau of die instantie een afschrift van de algemene volmacht te worden toegezonden.
90.6. Herroeping en bedanking
- a. Een benoeming van een gemachtigde of gemeenschappelijke vertegenwoordiger kan worden herroepen door degenen die de benoeming hebben verricht of door hun rechtsopvolgers, in welk geval een benoeming van een plaatsvervanger ingevolge Regel 90.1 d door die gemachtigde ook als herroepen wordt beschouwd. Een benoeming van een plaatsvervanger ingevolge Regel 90.1 d kan ook door de betrokken aanvrager worden herroepen.
- b. De benoeming van een gemachtigde ingevolge Regel 90.1 a heeft, tenzij anders is aangegeven, tot gevolg dat een eerdere benoeming van een gemachtigde ingevolge die regel wordt herroepen.
- c. De benoeming van een gemeenschappelijke vertegenwoordiger heeft, tenzij anders is aangegeven, tot gevolg dat een eerdere benoeming van een gemeenschappelijke vertegenwoordiger wordt herroepen.
- d. Een gemachtigde of gemeenschappelijke vertegenwoordiger kan zijn benoeming bedanken door middel van een door hem ondertekende kennisgeving.
- e. Regel 90.4 b en c is van overeenkomstige toepassing op een document dat een herroeping of bedanking ingevolge deze Regel inhoudt.
Regel 90bis. Intrekkingen
90bis.1. Intrekking van de internationale aanvraag
- a. De aanvrager kan de internationale aanvrage te allen tijde intrekken vóór het verstrijken van dertig maanden te rekenen van de datum van voorrang.
- b. De intrekking wordt van kracht na ontvangst van een kennisgeving die de aanvrager, naar keuze, heeft gericht tot het Internationale Bureau, het ontvangende bureau of, indien artikel 39, eerste lid, van toepassing is, tot de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- c. Er vindt geen internationale publikatie van de internationale aanvrage plaats indien de door de aanvrager verzonden of door het ontvangende bureau dan wel de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling doorgezonden kennisgeving van intrekking het Internationale Bureau bereikt voordat de technische voorbereidingen voor de internationale publikatie zijn voltooid.
90bis.2. Intrekking van aanwijzingen
- a. De aanvrager kan de aanwijzing van een aangewezen Staat te allen tijde intrekken vóór het verstrijken van dertig maanden te rekenen van de datum van voorrang. Intrekking van de aanwijzing van een Staat die gekozen is brengt de intrekking van de desbetreffende keuze ingevolge regel 90bis.4 met zich mee.
- b. Wanneer een Staat is aangewezen met het oog op de verkrijging van zowel een nationaal als een regionaal octrooi, wordt de intrekking van de aanwijzing van die Staat slechts opgevat als intrekking van de aanwijzing met het oog op de verkrijging van een nationaal octrooi, tenzij anders is aangegeven.
- c. Intrekking van de aanwijzingen van alle aangewezen Staten wordt aangemerkt als intrekking van de internationale aanvrage ingevolge Regel 90bis.1.
- d. De intrekking wordt van kracht na ontvangst van een kennisgeving die de aanvrager, naar keuze, heeft gericht tot het Internationale Bureau, het ontvangende bureau of, indien artikel 39, eerste lid, van toepassing is, tot de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- e. Er vindt geen internationale publikatie van de aanwijzing plaats indien de door de aanvrager verzonden of door het ontvangende bureau dan wel de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling doorgezonden kennisgeving van intrekking het Internationale Bureau bereikt voordat de technische voorbereidingen voor de internationale publikatie zijn voltooid.
90bis.3. Intrekking van een beroep op een recht van voorrang
- a. De aanvrager kan een beroep op een recht van voorrang, gedaan in een internationale aanvrage ingevolge artikel 8, eerste lid, te allen tijde intrekken vóór het verstrijken van dertig maanden te rekenen van de datum van voorrang.
- b. Wanneer de internationale aanvrage meer dan één beroep op een recht van voorrang bevat, kan de aanvrager het in paragraaf a bedoelde recht uitoefenen ten aanzien van één of meer of alle ingeroepen rechten.
- c. De intrekking wordt van kracht na ontvangst van een kennisgeving die de aanvrager, naar keuze, heeft gericht tot het Internationale Bureau, het ontvangende bureau of, indien artikel 39, eerste lid, van toepassing is, tot de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- d. Wanneer de intrekking van een beroep op een recht van voorrang leidt tot verandering van de datum van voorrang, wordt een termijn die is berekend vanaf de oorspronkelijke datum van voorrang en die nog niet is verstreken, behoudens het in paragraaf e bepaalde, berekend vanaf de datum van voorrang die uit de wijziging voortvloeit.
- e. In geval van de in artikel 21, tweede lid, a, bedoelde termijn kan het Internationale Bureau niettemin overgaan tot de internationale publikatie op grond van bedoelde termijn zoals berekend vanaf de oorspronkelijke datum van voorrang, indien de door de aanvrager verzonden of door het ontvangende bureau dan wel de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling doorgezonden kennisgeving van intrekking het Internationale Bureau bereikt nadat de technische voorbereidingen voor de internationale publikatie zijn voltooid.
90bis.4. Intrekking van het verzoek om een internationale voorlopige beoordeling of van keuzen
- a. De aanvrager kan het verzoek om een internationale voorlopige beoordeling of één of alle keuzen te allen tijde intrekken vóór het verstrijken van 30 maanden te rekenen van de datum van voorrang.
- b. De intrekking wordt van kracht na ontvangst van een door de aanvrager aan het Internationale Bureau gerichte kennisgeving.
- c. Indien de kennisgeving van intrekking door de aanvrager wordt ingediend bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, tekent die Instantie de datum van ontvangst aan op de kennisgeving en zendt zij deze onverwijld door naar het Internationale Bureau. De kennisgeving wordt geacht bij het Internationale Bureau te zijn ingediend op de aangetekende datum.
90bis.5. Ondertekening
- a. Een in de Regels 90bis. 1 tot en met 90bis. 4 bedoelde kennisgeving van intrekking dient, behoudens het in paragraaf b. bepaalde, door de aanvrager, of indien er meer dan een aanvrager is, door alle aanvragers te worden ondertekend. Een aanvrager die ingevolge Regel 90.2 b. als de gemeenschappelijke vertegenwoordiger wordt beschouwd, is, behoudens het in paragraaf b. bepaalde, niet gerechtigd een dergelijke kennisgeving namens de andere aanvragers te ondertekenen.
- b. Indien meer dan een aanvrager een internationale aanvrage indient waarbij een Staat wordt aangewezen waarvan de nationale wetgeving voorschrijft dat de nationale aanvragen moeten worden ingediend door de uitvinder en wanneer een aanvrager voor die aangewezen Staat die uitvinder is na naarstige pogingen niet kon worden gevonden of bereikt, behoeft een kennisgeving van intrekking als bedoeld in de Regels 90bis. 1 tot en met 90bis. 4 niet te worden ondertekend door die aanvrager („de betrokken aanvrager”), indien deze door ten minste een aanvrager is ondertekend en
- i. een verklaring wordt overgelegd waarin, ten genoegen van het ontvangende bureau, het Internationale Bureau of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, naar gelang het geval, het ontbreken van de handtekening van de betrokken aanvrager wordt toegelicht, of
- ii. in het geval van een kennisgeving van intrekking als bedoeld in Regel 90bis.1 b, 90bis.2 d of 90bis.3 c de betrokken aanvrager het verzoekschrift niet heeft ondertekend, maar aan de vereisten van Regel 4.15 b werd voldaan, of
- iii. in het geval van een kennisgeving van intrekking als bedoeld in Regel 90bis. 4 b. de betrokken aanvrager het verzoek niet heeft ondertekend, maar aan de vereisten van Regel 53.8 b. werd voldaan.
90bis.6. Gevolg van een intrekking
- a. De intrekking ingevolge Regel 90bis van de internationale aanvrage, een aanwijzing, een beroep op een recht van voorrang, het verzoek of een keuze heeft geen gevolg bij een aangewezen of gekozen bureau waar de behandeling of beoordeling van de internationale aanvrage reeds is begonnen ingevolge artikel 23, tweede lid, of artikel 40, tweede lid.
- b. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingetrokken ingevolge Regel 90bis.1, wordt de internationale behandeling van de internationale aanvrage beëindigd.
- c. Wanneer het verzoek of alle keuzen worden ingetrokken ingevolge Regel 90bis.4, wordt de behandeling van de internationale aanvrage door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling beëindigd.
90bis.7. Bevoegdheid ingevolge artikel 37, vierde lid, b
- a. Een Verdragsluitende Staat waarvan de nationale wetgeving bepalingen vervat zoals bedoeld in het tweede gedeelte van artikel 37, vierde lid, onder b, stelt het Internationale Bureau hiervan schriftelijk in kennis.
- b. De in paragraaf a bedoelde kennisgeving wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad en is van kracht ten aanzien van internationale aanvragen die meer dan een maand na de datum van bedoelde publikatie worden ingediend.
Regel 91. Kennelijke fouten in documenten
91.1. Verbeteringen
- a). Onverminderd het bepaalde onder paragrafen b) tot en met g-quater) kunnen kennelijke fouten in de internationale aanvrage of in andere door de aanvrager ingediende bescheiden worden verbeterd.
- b). Fouten die te wijten zijn aan het feit dat iets anders dan wat kennelijk werd bedoeld in de internationale aanvrage of andere bescheiden is geschreven, worden als kennelijke fouten beschouwd. De verbetering zelf dient duidelijk te zijn in de zin dat iedereen onmiddellijk zou beseffen dat niets anders zou kunnen zijn bedoeld dan wat als verbetering wordt aangeboden.
- c). Het weglaten van gehele onderdelen of bladen van de internationale aanvrage, zelfs indien kennelijk voortvloeiend uit onnadenkendheid in het stadium van bijvoorbeeld het kopiëren of tot een document bijeenvoegen van de bladen, kan niet worden verbeterd.
- d). Verbetering kan worden aangebracht op verzoek van de aanvrager. De instantie die heeft ontdekt wat een kennelijke fout lijkt te zijn, kan de aanvrager uitnodigen een verzoek tot verbetering in te dienen zoals bepaald onder de paragrafen e tot en met g-quater. Regel 26.4 is van overeenkomstige toepassing op de wijze waarop om verbeteringen wordt verzocht.
- e). Een verbetering wordt alleen aangebracht met de uitdrukkelijke machtiging:
- i. dit onderdeel is nog niet in werking getreden,
- ii. dit onderdeel is nog niet in werking getreden,
- iii. van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling indien de fout zich bevindt in een ander deel van de internationale aanvrage dan het verzoekschrift of in een aan die Instantie overgelegd document,
- iv. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
- f). Een instantie die machtiging tot een verbetering verleent of weigert, dient de aanvrager onverwijld op de hoogte te stellen van de machtiging of van de weigering en, in geval van weigering, van de redenen daartoe. De instantie die een machtiging tot een verbetering verleent, dient onverwijld het Internationale Bureau daarvan op de hoogte te stellen. Wanneer de machtiging tot verbetering werd geweigerd, dient het Internationale Bureau, op een verzoek van de aanvrager gedaan voor het ingevolge paragraaf g-bis), g-ter) of g-quater) van belang zijnde tijdstip en behoudens het betalen van een speciale taks waarvan het bedrag wordt vastgesteld in de Administratieve Instructies, het verzoek tot verbetering te zamen met de internationale aanvrage te publiceren. Een afschrift van het verzoek tot verbetering dient opgenomen te worden in de toezending ingevolge artikel 20, wanneer niet een afschrift van de brochure wordt gebruikt voor die toezending of wanneer de internationale aanvrage niet wordt gepubliceerd krachtens artikel 64, derde lid.
- g). De machtiging tot verbetering genoemd in paragraaf e) is, onverminderd het bepaalde in de paragrafen g-bis), g-ter) en g-quater), effectief:
- (i). wanneer zij wordt verleend door het ontvangende bureau of door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, indien haar kennisgeving aan het Internationale Bureau dat Bureau bereikt vóór het verstrijken van 17 maanden te rekenen vanaf de datum van voorrang;
- (ii). wanneer zij wordt verleend door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, indien zij wordt verleend vóór de opstelling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling;
- (iii). wanneer zij wordt verleend door het Internationale Bureau, indien zij wordt verleend vóór het verstrijken van 17 maanden te rekenen vanaf de datum van voorrang.
- g-bis). Indien de ingevolge paragraaf g) (i) gedane kennisgeving het Internationale Bureau bereikt of indien de machtiging tot de ingevolge paragraaf g) (iii) aangebrachte verbetering door het Internationale Bureau wordt verleend na het verstrijken van 17 maanden te rekenen vanaf de datum van voorrang maar voordat de technische voorbereidingen voor de internationale publikatie zijn voltooid, is de machtiging effectief en dient de verbetering opgenomen te worden in hogergenoemde publikatie.
- g-ter). Wanneer de aanvrager het Internationale Bureau heeft verzocht zijn internationale aanvrage te publiceren vóór het verstrijken van 18 maanden te rekenen vanaf de datum van voorrang, dient, ten einde de machtiging effectief te doen zijn, een kennisgeving gedaan ingevolge paragraaf g) (i) het Internationale Bureau te bereiken en een machtiging tot de aangebrachte verbetering ingevolge paragraaf g) (iii) door het Internationale Bureau verleend te zijn, niet later dan ten tijde van het voltooien van de technische voorbereidingen voor de internationale publikatie.
- g-quater). Wanneer de internationale aanvrage niet wordt gepubliceerd krachtens artikel 64, derde lid, dient, ten einde de machtiging effectief te doen zijn, een kennisgeving gedaan ingevolge paragraaf g) (i) het Internationale Bureau te bereiken en een machtiging tot de ingevolge paragraaf g) (iii) aangebrachte verbetering door het Internationale Bureau verleend te zijn niet later dan ten tijde van de toezending van de internationale aanvrage ingevolge artikel 20.
Regel 92. Briefwisseling
92.1. Brief en ondertekening vereist
- a). Bescheiden die door de aanvrager worden ingediend in de loop van de internationale procedure voorzien in het Verdrag en dit Reglement, anders dan de internationale aanvrage zelf, dienen, indien zij niet in de vorm van een brief zijn, vergezeld te gaan van een brief waarin de internationale aanvrage waarop de bescheiden betrekking hebben, wordt aangegeven. De brief dient door de aanvrager te zijn ondertekend.
- b). Indien aan de onder paragraaf a) bepaalde vereisten niet is voldaan, wordt de aanvrager van de niet-naleving in kennis gesteld en uitgenodigd het verzuim binnen een in de uitnodiging gestelde termijn te herstellen. De aldus gestelde termijn dient, de omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk te zijn; zelfs wanneer de aldus gestelde termijn later verstrijkt dan de termijn die geldt voor het verstrekken van het document (of zelfs wanneer de laatstgenoemde termijn reeds is verstreken) dient zij niet korter te zijn dan 10 dagen en niet langer dan een maand te rekenen van de verzending per post van de uitnodiging. Indien het verzuim wordt hersteld binnen de in de uitnodiging gestelde termijn, wordt het buiten beschouwing gelaten; anders wordt de aanvrager ervan in kennis gesteld dat het document buiten beschouwing is gelaten.
- c). Indien over het hoofd is gezien dat niet aan de onder paragraaf a) bepaalde vereisten is voldaan, en het document in beschouwing is genomen in de internationale behandeling, wordt de niet-naleving buiten beschouwing gelaten.
92.2. Talen
- a). Onverminderd het bepaalde in de Regels 55.1 en 66.9 en in paragraaf b van deze Regel, dient een brief of document, door de aanvrager ingediend bij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, in dezelfde taal te zijn gesteld als de internationale aanvrage waarop hij of het betrekking heeft. Wanneer er echter een vertaling van de internationale aanvrage is toegezonden ingevolge Regel 23.1 b of verstrekt ingevolge Regel 55.2, dient de taal van de vertaling te worden gebruikt.
- b). Brieven van de aanvrager aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kunnen zijn gesteld in een andere taal dan de internationale aanvrage, mits genoemde Instantie machtigt tot het gebruik van die taal.
- c). Vervallen.
- d). Brieven van de aanvrager aan het Internationale Bureau dienen in het Engels of het Frans te zijn gesteld.
- e). Brieven of kennisgevingen van het Internationale Bureau, aan de aanvrager of aan een nationaal bureau dienen in het Engels of het Frans te zijn gesteld.
92.3. Verzending per post door nationale bureaus en intergouvernementele organisaties
Documenten of brieven die afkomstig zijn van of zijn doorgezonden door een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie en een gebeurtenis vormen op de datum waarvan een termijn ingevolge dit Verdrag of Reglement begint te lopen, dienen per luchtpost te worden verzonden, met dien verstande dat de gewone post kan worden gebruikt in plaats van luchtpost in de gevallen waarin de gewone post gewoonlijk op haar bestemming aankomt binnen twee dagen na de verzending of wanneer er geen luchtpost beschikbaar is.
92.4. Gebruik van telegraaf, telex, fax, enz.
- a. Een document dat de internationale aanvrage vormt en elk later document dat, of elke latere briefwisseling die daarop betrekking heeft, kan, niettegenstaande de Regels 11.14 en 92.1 a, maar onverminderd het in paragraaf h bepaalde, worden toegezonden, voor zover mogelijk, per telegraaf, telex, fax of ander soortgelijk communicatiemiddel dat resulteert in het indienen van een gedrukt of geschreven document.
- b. Een handtekening op een document dat per fax is toegezonden, wordt voor de toepassing van dit Verdrag en dit Reglement erkend als geldige handtekening.
- c. Wanneer de aanvrager heeft getracht een document toe te zenden via één van de in paragraaf a bedoelde communicatiemiddelen, maar het ontvangen document geheel of ten dele onleesbaar is of een gedeelte van het document niet is ontvangen, wordt het document als niet ontvangen beschouwd in zoverre het ontvangen document onleesbaar is of de poging tot toezending is mislukt. Het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie stelt de aanvrager hiervan onverwijld in kennis.
- d. Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie kan verlangen dat van een document dat is toegezonden via één van de in paragraaf a bedoelde communicatiemiddelen het origineel en een begeleidend schrijven waarin deze eerdere toezending wordt vermeld, worden verstrekt binnen 14 dagen te rekenen van de datum van toezending, mits het Internationale Bureau van dit vereiste in kennis is gesteld en het Internationale Bureau informatie hierover heeft gepubliceerd in het mededelingenblad. In de kennisgeving dient te worden aangegeven of dit vereiste alle of slechts bepaalde soorten documenten betreft.
- e. Wanneer de aanvrager verzuimt het origineel van een document te verstrekken zoals vereist ingevolge paragraaf d, kan het betrokken nationale bureau of de betrokken intergouvernementele organisatie, afhankelijk van het soort document dat is toegezonden en met inachtneming van de Regels 11 en 26.3, met dien verstande dat, indien het toegezonden document gebreken bevat of laat zien dat het origineel gebreken bevat, ten aanzien waarvan het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie een uitnodiging tot herstel kan doen uitgaan, het bureau of de organisatie een dergelijke uitnodiging kan doen uitgaan naast, of in plaats van, het onder i of ii bedoelde.
- i. afzien van het in paragraaf d bedoelde vereiste, of
- ii. de aanvrager uitnodigen, binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is en die in de uitnodiging is vastgesteld, het origineel van het toegezonden document alsnog te verstrekken,
- f. Wanneer het verstrekken van een origineel van een document niet vereist is ingevolge paragraaf d, maar het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie het noodzakelijk acht het origineel van genoemd document te ontvangen, kan het of zij een uitnodiging doen uitgaan als bedoeld in paragraaf e ii.
- g. Indien de aanvrager geen gevolg geeft aan een uitnodiging ingevolge paragraaf e ii of paragraaf f:
- i. wordt, wanneer het desbetreffende document de internationale aanvrage is, de internationale aanvrage als ingetrokken beschouwd en geeft het ontvangende bureau een hiertoe strekkende verklaring af;
- ii. wordt, wanneer het desbetreffende document volgt op de internationale aanvrage, het document als niet ingediend beschouwd.
- h. Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie is niet verplicht een document dat wordt toegezonden via een in paragraaf a bedoeld communicatiemiddel in ontvangst te nemen, tenzij het of zij het Internationale Bureau te kennen heeft gegeven dat het of zij bereid is een dergelijk document in ontvangst te nemen via dat communicatiemiddel en het Internationale Bureau informatie hierover heeft gepubliceerd in het mededelingenblad.
Regel 92bis. Registratie van wijzigingen in bepaalde vermeldingen in het verzoek of het verzoekschrift
92bis.1. Registratie van wijzigingen door het Internationaal Bureau
- a). Op verzoek van de aanvrager of van het ontvangende bureau registreert het Internationale Bureau wijzigingen in de volgende vermeldingen in het verzoek of het verzoekschrift:
- (i). persoon, naam, woonplaats, nationaliteit of adres van de aanvrager,
- (ii). persoon, naam of adres van de gemachtigde, de gemeenschappelijke vertegenwoordiger of de uitvinder.
- b). Het Internationaal Bureau registreert de verzochte wijziging niet indien het verzoek om registratie door hem is ontvangen na het verstrijken van 30 maanden na de datum van voorrang.
Regel 93. Het bewaren van documenten en dossiers
93.1. Het ontvangende bureau
Elk ontvangend bureau bewaart de documenten betreffende elke internationale aanvrage of beweerde internationale aanvrage, met inbegrip van het archief exemplaar, ten minste 10 jaar te rekenen van de datum van internationale indiening of, wanneer er geen datum van internationale indiening is toegekend, te rekenen van de datum van ontvangst.
93.2. Het Internationale Bureau
- a). Het Internationale Bureau bewaart het dossier, met inbegrip van het oorspronkelijke exemplaar, van internationale aanvragen ten minste 30 jaar te rekenen van de datum van ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar.
- b). De basisdocumenten van het Internationale Bureau dienen voor onbepaalde tijd te worden bewaard.
93.3. De Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en Voorlopige Beoordeling
Elke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling dient het dossier van elke internationale aanvrage die zij ontvangt, ten minste 10 jaar te rekenen van de datum van internationale indiening te bewaren.
93.4. Reproducties
Voor de toepassing van deze Regel kunnen documenten, afschriften en dossiers worden bewaard als fotografische, elektronische of andere reproducties, op voorwaarde dat de reproducties zodanig zijn dat wordt voldaan aan de verplichtingen inzake het bewaren van documenten, afschriften en dossiers ingevolge Regel 93.1 tot en met 93.3.
Regel 93bis. Wijze van toezending van documenten
93bis.1. Toezending op verzoek; toezending via digitale bibliotheek
- a. Wanneer het Verdrag, dit Reglement of de Administratieve Instructies voorzien in de toezending, kennisgeving of verzending („toezending”) van een internationale aanvrage, kennisgeving, mededeling, correspondentie of ander document „(„document”) door het Internationaal Bureau aan een aangewezen of gekozen bureau, geschiedt de toezending alleen op verzoek van het betrokken bureau en op het tijdstip aangegeven door dat bureau. Een dergelijk verzoek kan worden gedaan met betrekking tot individueel omschreven documenten of een omschreven categorie of omschreven categorieën documenten.
- b. De toezending ingevolge paragraaf a. wordt, wanneer zulks is overeengekomen door het Internationaal Bureau en het betrokken aangewezen of gekozen bureau, geacht te hebben plaatsgevonden op het tijdstip waarop het Internationaal Bureau het document in overeenstemming met de Administratieve Instructies in elektronische vorm in een digitale bibliotheek ter beschikking stelt van het aangewezen of gekozen bureau, waar dat bureau gerechtigd is dat document op te halen.
Regel 94. Toegang tot dossiers
94.1. Toegang tot het door het Internationaal Bureau gehouden dossier
- a. Op verzoek van de aanvrager of van een door de aanvrager gemachtigde persoon verstrekt het Internationaal Bureau, tegen vergoeding van de daaraan verbonden kosten, afschriften van elk document dat in zijn dossier aanwezig is.
- b. Op verzoek van enig persoon, maar niet vóór de internationale publicatie van de internationale aanvrage, en met inachtneming van artikel 38 en Regel 44ter. 1, verstrekt het Internationaal Bureau, tegen vergoeding van de daaraan verbonden kosten, afschriften van elk document dat in zijn dossier aanwezig is.
- c. Indien zulks is verzocht door een gekozen bureau, verstrekt het Internationaal Bureau namens het gekozen bureau afschriften van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling ingevolge paragraaf b.. Het Internationaal Bureau publiceert de gegevens van een dergelijk verzoek onverwijld in het mededelingenblad.
94.2. Toegang tot het door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling gehouden dossier
Op verzoek van de aanvrager of van een door de aanvrager gemachtigde persoon of, zodra het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is opgesteld, een gekozen bureau, verstrekt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, tegen vergoeding van de daaraan verbonden kosten, afschriften van elk document dat in haar dossier aanwezig is.
94.3. Toegang tot het door het gekozen bureau gehouden dossier
Indien de nationale wetgeving die van toepassing is op een gekozen bureau toegang voor derden tot het dossier van een nationale aanvrage toestaat, kan dat bureau toegang verlenen tot documenten inzake de internationale aanvrage, met inbegrip van documenten inzake de internationale voorlopige beoordeling, die in zijn dossier aanwezig zijn, tot in dezelfde mate als die waarin de nationale wetgeving voor toegang tot het dossier van een nationale aanvrage voorziet, maar niet vóór de internationale publicatie van de internationale aanvrage. Het verstrekken van afschriften van documenten kan worden onderworpen aan vergoeding van de daaraan verbonden kosten.
Regel 95. Beschikbaarheid van vertalingen
95.1. Verstrekken van afschriften van vertalingen
- a). Op verzoek van het Internationale Bureau dient elk aangewezen of gekozen bureau het Internationale Bureau een afschrift te verstrekken van de vertaling van de internationale aanvrage die de aanvrager aan dat aangewezen of gekozen bureau heeft verstrekt.
- b). Het Internationale Bureau kan, op verzoek en tegen vergoeding van de kosten, een persoon afschriften van de ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) ontvangen vertalingen verstrekken.
Regel 96. De taksenschaal
96.1. Taksenschaal als bijlage bij het Reglement
De bedragen van de in de Regels 15 en 57 bedoelde taksen worden uitgedrukt in Zwitserse valuta. Zij worden vastgesteld in de Taksenschaal, die als bijlage bij dit Reglement is gevoegd en daarvan een wezenlijk bestanddeel vormt.
Taksenschaal
| Taksen | Taksen | Taksen | Bedragen | Bedragen |
|---|---|---|---|---|
| 1. | Internationale indieningstaks: (Regel 15.2) | Internationale indieningstaks: (Regel 15.2) | 1.400 | Zwitserse frank vermeerderd met 15 Zwitserse frank voor elk blad van de internationale aanvrage boven de 30 bladen |
| 2. | Behandelingstaks: (Regel 57.2) | Behandelingstaks: (Regel 57.2) | 200 | Zwitserse frank |
| Verminderingen | Verminderingen | Verminderingen | ||
| 3. | De internationale indieningstaks wordt met het onderstaande bedrag verminderd, indien de internationale aanvrage in overeenstemming met en in de mate die is voorzien in de Administratieve Instructies, wordt ingediend: | De internationale indieningstaks wordt met het onderstaande bedrag verminderd, indien de internationale aanvrage in overeenstemming met en in de mate die is voorzien in de Administratieve Instructies, wordt ingediend: | De internationale indieningstaks wordt met het onderstaande bedrag verminderd, indien de internationale aanvrage in overeenstemming met en in de mate die is voorzien in de Administratieve Instructies, wordt ingediend: | De internationale indieningstaks wordt met het onderstaande bedrag verminderd, indien de internationale aanvrage in overeenstemming met en in de mate die is voorzien in de Administratieve Instructies, wordt ingediend: |
| a. | op papier, tezamen met een kopie daarvan in elektronische vorm: | 100 | Zwitserse frank | |
| b. | in elektronische vorm, indien de tekst van de beschrijving, conclusies en het uittreksel niet in tekencodeformaat is opgesteld: | 200 | Zwitserse frank | |
| c. | in elektronische vorm, indien de tekst van de beschrijving, conclusies en het uittreksel in tekencodeformaat is opgesteld: | 300 | Zwitserse frank |
-
- De internationale indieningstaks (indien van toepassing verminderd overeenkomstig punt 3) en de behandelingstaks worden verminderd met 75% indien de internationale aanvrage wordt ingediend door: met dien verstande dat, indien er verscheidene aanvragers zijn, ieder moet voldoen aan de criteria vervat in hetzij onderdeel a hetzij onderdeel b.
- a. een aanvrager die een natuurlijke persoon is en onderdaan en inwoner van een staat waarvan het nationale inkomen per hoofd van de bevolking lager is dan USD 3.000 (volgens de cijfers van het gemiddelde nationale inkomen per hoofd van de bevolking die door de Verenigde Naties worden gebruikt ter bepaling van haar contributieschaal voor de verschuldigde contributies voor de jaren 1995, 1996 en 1997); of
- b. een aanvrager, ongeacht of het een natuurlijke persoon is, die onderdaan en inwoner is van een staat die door de Verenigde Naties wordt aangemerkt als een minstontwikkeld land;
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Treaty.
DONE at Washington, on June 19, 1970.