← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag inzake Octrooirecht

Geldende tekst a fecha 2000-06-01
Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, wordt verstaan onder:

Artikel 2. Algemene beginselen
1.

[Gunstiger vereisten] Het staat een Verdragsluitende Partij vrij eisen te stellen die, vanuit het standpunt van de aanvragers en eigenaren, gunstiger zijn dan de in dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering bedoelde eisen, anders dan artikel 5.

2.

[Geen beperking van materieel octrooirecht] Geen enkele bepaling uit dit Verdrag of het Reglement van Uitvoering is bedoeld om te worden uitgelegd als beperking van de vrijheid van een Verdragsluitende Partij de door haar gewenste vereisten ingevolge het toepasselijke materiële recht inzake octrooien op te leggen.

Artikel 3. Aanvragen en octrooien waarop het Verdrag van toepassing is
1.

[Aanvragen]

2.

[Octrooien] De bepalingen van dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering zijn van toepassing op nationale en regionale uitvindingsoctrooien, en op nationale en regionale aanvullingsoctrooien, die zijn verleend met rechtsgevolgen voor een Verdragsluitende Partij.

Artikel 4. Uitzondering voor veiligheid

Geen enkele bepaling in dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering beperkt de vrijheid van een Verdragsluitende Partij maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht voor de waarborging van essentiële veiligheidsbelangen.

Artikel 5. Datum van indiening
1.

[Onderdelen van een aanvraag]

2.

[Taal]

3.

[Kennisgeving] Indien de aanvraag niet voldoet aan een of meer van de door de Verdragsluitende Partij ingevolge het eerste en tweede lid gehanteerde vereisten, geeft het bureau de aanvrager zo spoedig mogelijk daarvan kennis, en stelt hem daarbij in de gelegenheid te voldoen aan die vereisten en commentaar te leveren binnen de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven termijn.

4.

[Achteraf voldoen aan de vereisten]

5.

[Kennisgeving inzake ontbrekend deel van beschrijving of tekening] Indien, bij het vaststellen van de datum van indiening, het bureau ontdekt dat een deel van de beschrijving blijkt te ontbreken in de aanvraag, of dat de aanvraag verwijst naar een tekening die blijkt te ontbreken in de aanvraag, geeft het bureau de aanvrager daarvan onverwijld kennis.

6.

[Datum van indiening wanneer ontbrekend deel van beschrijving of tekening wordt ingediend]

7.

[Vervanging van beschrijving en tekeningen door verwijzing naar een eerder ingediende aanvraag]

8.

[Uitzonderingen] Geen enkele bepaling uit dit artikel beperkt:

Artikel 6. Aanvraag
1.

[Vorm of inhoud van aanvraag] Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, verlangt geen enkele Verdragsluitende Partij dat wordt voldaan aan vereisten met betrekking tot de vorm of inhoud van een aanvraag die afwijken van of een aanvulling zijn op:

2.

[Aanvraagformulier]

3.

[Vertaling] Een Verdragsluitende Partij kan een vertaling verlangen van elk deel van de aanvraag dat niet in een door haar bureau aanvaarde taal is gesteld. Een Verdragsluitende Partij kan ook van de delen van de aanvraag, als voorgeschreven door het Reglement van Uitvoering, die zijn gesteld in een door het bureau aanvaarde taal, een vertaling in een andere door dat bureau aanvaarde taal verlangen.

4.

[Taksen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat voor de aanvraag taksen worden betaald. Een Verdragsluitende Partij kan de bepalingen van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien inzake de betaling van aanvraagtaksen toepassen.

5.

[Voorrangsbewijs] Wanneer de voorrang op grond van een eerdere aanvraag wordt ingeroepen, kan een Verdragsluitende Partij verlangen dat een afschrift van de eerdere aanvraag en een vertaling, indien de eerdere aanvraag niet is gesteld in een door het bureau aanvaarde taal, worden ingediend in overeenstemming met de vereisten voorgeschreven door het Reglement van Uitvoering.

6.

[Bewijs] Een Verdragsluitende Partij kan alleen verlangen dat ten aanzien van aangelegenheden als bedoeld in het eerste of tweede lid of in een verklaring van voorrang, of van een vertaling als bedoeld in het derde of vijfde lid, bewijs wordt ingediend bij haar bureau tijdens de behandeling van de aanvraag indien dat bureau redelijke twijfel heeft ten aanzien van de waarheid van die aangelegenheid of de juistheid van die vertaling.

7.

[Kennisgeving] Indien niet wordt voldaan aan een of meer van de door de Verdragsluitende Partij ingevolge het eerste tot en met zesde lid gehanteerde vereisten, geeft het bureau de aanvrager daarvan kennis, en stelt hem daarbij in de gelegenheid te voldoen aan die vereisten en commentaar te leveren binnen de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven termijn.

8.

[Niet voldoen aan vereisten]

Artikel 7. Vertegenwoordiging
1.

[Gemachtigden]

2.

[Verplichte vertegenwoordiging]

3.

[Benoeming van gemachtigde] Een Verdragsluitende Partij aanvaardt dat de benoeming van de gemachtigde aan het bureau wordt medegedeeld op de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven wijze.

4.

[Verbod van andere vereisten] Geen enkele Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan andere formele vereisten wordt voldaan dan die welke zijn genoemd in het eerste tot en met het derde lid ten aanzien van aangelegenheden die in die leden worden geregeld, behoudens wanneer in dit Verdrag anders is bepaald of in het Reglement van Uitvoering anders is voorgeschreven.

5.

[Kennisgeving] Wanneer aan een of meerdere door de Verdragsluitende Partij ingevolge het eerste tot en met het derde lid gehanteerde vereisten niet wordt voldaan, geeft het bureau de tot de aanvraag gemachtigde persoon, de aanvrager, de eigenaar of de andere belanghebbende hiervan kennis, waarbij hem de gelegenheid wordt geboden binnen de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven termijn alsnog aan dergelijke vereisten te voldoen en commentaar te leveren.

6.

[Niet voldoen aan vereisten] Wanneer niet wordt voldaan aan een of meer van de door de Verdragsluitende Partij ingevolge het eerste tot en met het derde lid gehanteerde vereisten binnen de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven termijn, kan de Verdragsluitende Partij de in haar wetgeving geldende sanctie opleggen.

Artikel 8. Mededelingen; adressen
1.

[Vorm en wijze van verzending van mededelingen]

2.

[Taal van de mededelingen] Tenzij in dit Verdrag of het Reglement van Uitvoering anders wordt bepaald, kan een Verdragsluitende Partij verlangen dat een mededeling wordt gesteld in een door het bureau aanvaarde taal.

3.

[Internationale standaardformulieren] Onverminderd het eerste lid, letter a, en behoudens het eerste lid, letter b, en artikel 6, tweede lid, letter b, aanvaardt een Verdragsluitende Partij de presentatie van de inhoud van een mededeling op een formulier dat overeenkomt met een internationaal standaardformulier ten aanzien van mededelingen voor zover het Reglement van Uitvoering daarin voorziet.

4.

[Ondertekening van de mededelingen]

5.

[Vermeldingen in mededelingen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een mededeling een of meerdere vermeldingen bevat als voorgeschreven in het Reglement van Uitvoering.

6.

[Correspondentieadres, gekozen woonplaats en overig adres] Een Verdragsluitende Partij kan, onverminderd de bepalingen in het Reglement van Uitvoering, verlangen dat een aanvrager, eigenaar of andere belanghebbende in de mededeling vermeldt:

7.

[Kennisgeving] Wanneer niet wordt voldaan aan een of meer van de door de Verdragsluitende Partij ingevolge het eerste tot en met het zesde lid gehanteerde vereisten ten aanzien van mededelingen, geeft het bureau de aanvrager, eigenaar of andere belanghebbende hiervan kennis, waarbij hem de gelegenheid wordt geboden te voldoen aan een dergelijk vereiste en commentaar te leveren, binnen de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven termijn.

8.

[Niet voldoen aan vereisten] Wanneer niet wordt voldaan aan een van de door de Verdragsluitende Partij ingevolge het eerste tot en met het zesde lid gehanteerde vereisten binnen de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven termijn, kan de Verdragsluitende Partij, onverminderd de artikelen 5 en 10, en onder voorbehoud van in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven uitzonderingen, de in haar wetgeving voorziene sanctie opleggen.

Artikel 9. Kennisgevingen
1.

[Afdoende kennisgeving] Elke kennisgeving uit hoofde van dit Verdrag of van het Reglement van Uitvoering dat door het bureau aan een correspondentieadres of een gekozen woonplaats zoals bedoeld in artikel 8, zesde lid, of aan enig in het Reglement van Uitvoering bedoeld overig adres wordt gezonden ten behoeve van de onderhavige bepaling, en die voldoet aan de bepalingen ten aanzien van die kennisgeving, vormt een afdoende kennisgeving voor de toepassing van dit Verdrag en van het Reglement van Uitvoering.

2.

[Verzuim contactgegevens in te dienen] Niets in dit Verdrag en in het Reglement van Uitvoering verplicht een Verdragsluitende Partij een kennisgeving te richten aan een aanvrager, eigenaar of andere belanghebbende, indien de contactgegevens van die aanvraagr, eigenaar of andere belanghebbende niet bij het bureau zijn ingediend.

3.

[Verzuim kennisgeving te doen] Onverminderd artikel 10, eerste lid, ontslaat, wanneer een bureau een aanvrager, eigenaar of andere belanghebbende geen kennisgeving doet van een verzuim ten aanzien van enig vereiste uit hoofde van dit Verdrag of van het Reglement van Uitvoering, deze achterwege gelaten kennisgeving de aanvrager, eigenaar of andere belanghebbende niet van de verplichting aan dat vereiste te voldoen.

Artikel 10. Geldigheid van het octrooi; intrekking
1.

[Geldigheid van het octrooi niet aangetast wanneer niet wordt voldaan aan bepaalde vormvereisten] Wanneer niet wordt voldaan aan een of meerdere van de in artikel 6, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en artikel 8, eerste tot en met vierde lid, bedoelde vormvereisten met betrekking tot een aanvraag, kan dit geen grond zijn voor intrekking of ongeldigverklaring van een octrooi, hetzij geheel of gedeeltelijk, tenzij het niet voldoen aan het vormvereiste uit een opzettelijk frauduleus oogmerk voortkomt.

2.

[Gelegenheid tot het leveren van commentaar, wijzigingen of verbeteringen ingeval van een voorgenomen intrekking of ongeldigverklaring] Een octrooi mag niet, geheel of ten dele, worden ingetrokken of ongeldig worden verklaard zonder dat de eigenaar in de gelegenheid wordt gesteld binnen een redelijke termijn commentaar te leveren op de beoogde intrekking of ongeldigverklaring, en wettelijk toegestane wijzigingen en verbeteringen aan te brengen.

3.

[Geen verplichting ten aanzien van bijzondere procedures] Het eerste en tweede lid levert geen verplichting op gerechtelijke procedures in te stellen voor de handhaving van octrooirechten, anders dan die welke gelden voor de handhaving van het recht in het algemeen.

Artikel 11. Uitstel ten aanzien van termijnen
1.

[Verlenging van termijnen] Een Verdragsluitende Partij kan voorzien in verlenging, voor het in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven tijdvak, van een door het bureau vastgestelde termijn voor een handeling in een procedure voor het bureau met betrekking tot een aanvraag of een octrooi, indien daartoe een verzoekschrift aan het bureau wordt gericht in overeenstemming met de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven vereisten, en het verzoekschrift, naar keuze van de Verdragsluitende Partij, wordt ingediend:

2.

[Verdere behandeling] Wanneer een aanvrager of eigenaar heeft verzuimd een door het bureau van een Verdragsluitende Partij voor een handeling in een procedure voor het bureau, ten aanzien van een aanvraag of een octrooi, gestelde termijn in acht te nemen, en die Verdragsluitende Partij niet voorziet in een verlenging van een termijn ingevolge het eerste lid, sub ii, zorgt de Verdragsluitende Partij voor de verdere behandeling ten aanzien van de aanvraag of het octrooi en, indien nodig, voor het herstel van de rechten van de aanvrager of eigenaar ten aanzien van die aanvraag of dat octrooi, indien:

3.

[Uitzonderingen] Van geen enkele Verdragsluitende Partij wordt verlangd dat zij het in het eerste of tweede lid bedoelde uitstel verleent ten aanzien van de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven uitzonderingen.

4.

[Taksen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat ten aanzien van een verzoekschrift uit hoofde van het eerste of tweede lid een taks wordt betaald.

5.

[Verbod van andere vereisten] Geen enkele Verdragsluitende Partij kan verlangen dat wordt voldaan aan andere vereisten dan die welke in het eerste tot en met het vierde lid zijn bedoeld, ten aanzien van het in het eerste of tweede lid bedoelde uitstel, tenzij in dit Verdrag of in het Reglement van Uitvoering anders wordt bepaald.

6.

[Gelegenheid tot het leveren van commentaar in geval van een voorgenomen weigering] Een verzoekschrift uit hoofde van het eerste of tweede lid kan niet worden geweigerd zonder dat de aanvrager of eigenaar in de gelegenheid wordt gesteld binnen een redelijke termijn commentaar te leveren op de voorgenomen weigering.

Artikel 12. Herstel van de rechten nadat het bureau heeft vastgesteld dat de nodige zorg is betracht of dat het verzuim onopzettelijk was
1.

[Verzoekschrift] Een Verdragsluitende Partij zorgt ervoor dat, wanneer een aanvrager of eigenaar een termijn voor een handeling in een procedure voor het bureau niet in acht heeft genomen, en dit verzuim het verlies van rechten ten aanzien van een aanvraag of octrooi tot rechtstreeks gevolg heeft, het bureau de rechten van de aanvrager of eigenaar ten aanzien van de desbetreffende aanvraag of het desbetreffende octrooi herstelt, indien:

2.

[Uitzonderingen] Van geen enkele Verdragsluitende Partij wordt verlangd dat rechten uit hoofde van het eerste lid worden hersteld ten aanzien van de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven uitzonderingen.

3.

[Taksen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat ten aanzien van een verzoekschrift uit hoofde van het eerste lid een taks wordt betaald.

4.

[Bewijzen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een verklaring of andere bewijzen ter ondersteuning van de in het eerste lid, onder iii, bedoelde redenen bij het bureau worden ingediend binnen een door het bureau vastgestelde termijn.

5.

[Gelegenheid tot het leveren van commentaar in geval van een voorgenomen weigering] Een verzoekschrift uit hoofde van het eerste lid kan niet, geheel of ten dele, worden geweigerd zonder dat de verzoekende partij in de gelegenheid wordt gesteld binnen een redelijke termijn commentaar te leveren op de voorgenomen weigering.

Artikel 13. Verbetering of toevoeging van een beroep op voorrang; herstel van het recht van voorrang
1.

[Verbetering of toevoeging van een beroep op voorrang] Behoudens wanneer in het Reglement van Uitvoering anders wordt voorgeschreven, zorgt een Verdragsluitende Partij voor de verbetering of toevoeging van een beroep op voorrang ten aanzien van een aanvraag (de „vervolgaanvraag”), indien:

2.

[Verlate indiening van de vervolgaanvraag]

3.

[Verzuim een afschrift van een eerdere aanvraag in te dienen] Een Verdragsluitende Partij zorgt ervoor dat, wanneer een afschrift van een eerdere ingevolge artikel 6, vijfde lid, vereiste aanvraag niet binnen de in het Reglement van Uitvoering ingevolge artikel 6 voorgeschreven termijn bij het bureau is ingediend, het bureau het recht van voorrang herstelt, indien:

4.

[Taksen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat ten aanzien van een verzoekschrift uit hoofde van het eerste tot en met het derde lid een taks wordt betaald.

5.

[Bewijzen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een verklaring of andere bewijzen ter ondersteuning van de in het tweede lid, onder iii, bedoelde redenen bij het bureau worden ingediend binnen een door het bureau vastgestelde termijn.

6.

[Gelegenheid tot het leveren van commentaar in geval van een voorgenomen weigering] Een verzoekschrift uit hoofde van het eerste tot en met het derde lid kan niet, geheel of ten dele, worden geweigerd zonder dat de verzoekende partij in de gelegenheid wordt gesteld binnen een redelijke termijn commentaar te leveren op de voorgenomen weigering.

Artikel 14. Reglement van Uitvoering
1.

[Inhoud]

2.

[Wijziging van het Reglement van Uitvoering] Behoudens het derde lid is voor elke wijziging van het Reglement van Uitvoering drie vierde van de uitgebrachte stemmen vereist.

3.

[Vereiste van unanimiteit]

4.

[Verschillen tussen het Verdrag en het Reglement van Uitvoering] In geval van een verschil tussen de bepalingen van dit Verdrag en die van het Reglement van Uitvoering, zijn de eerste doorslaggevend.

Artikel 15. Verhouding tot het Verdrag van Parijs
1.

[Verplichting tot naleving van het Verdrag van Parijs] Elke Verdragsluitende Partij leeft de bepalingen van het Verdrag van Parijs na ten aanzien van octrooien.

2.

[Verplichtingen en rechten uit hoofde van het Verdrag van Parijs]

Artikel 16. De gevolgen van herzieningen, wijzigingen en aanpassingen van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
1.

[Toepasselijkheid van herzieningen, wijzigingen en aanpassingen van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien] Onverminderd het tweede lid is elke herziening, aanpassing of wijziging van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien gedaan na 2 juni 2000, die in overeenstemming is met de artikelen van dit Verdrag, van toepassing ten behoeve van dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering, indien de Algemene Vergadering daartoe beslist, in het desbetreffende geval, met een meerderheid van drie vierde van de uitgebrachte stemmen.

2.

[Niet-toepasselijkheid van overgangsbepalingen van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien] Elke bepaling van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, uit hoofde waarvan een herziene, gewijzigde of aangepaste bepaling van dat Verdrag niet van toepassing is op een Staat die partij is bij dat Verdrag, op het bureau van een dergelijke Staat of op het bureau dat optreedt voor een dergelijke Staat, is, zolang de bepaling onverenigbaar blijft met de nationale wetgeving van die Staat of dat bureau, niet van toepassing ten aanzien van dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering.

Artikel 17. Algemene Vergadering
1.

[Samenstelling]

2.

[Functies] De Algemene Vergadering:

3.

[Quorum]

4.

[Besluitneming binnen de Algemene Vergadering]

5.

[Meerderheid]

6.

[Bijeenkomsten] De Algemene Vergadering komt eenmaal in de twee jaar in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal.

7.

[Reglement van orde] De Algemene Vergadering stelt haar eigen reglement van orde vast, met inbegrip van regels voor de bijeenroeping van buitengewone vergaderingen.

Artikel 18. Internationaal Bureau
1.

[Administratieve taken]

2.

[Bijeenkomsten anders dan zittingen van de Algemene Vergadering] De Directeur-Generaal roept de door de Algemene Vergadering ingestelde commissies en werkgroepen bijeen.

3.

[Rol van het Internationaal Bureau bij de Algemene Vergadering en bij andere vergaderingen]

4.

[Conferenties]

5.

[Overige taken] Het Internationaal Bureau voert alle overige aan hem met betrekking tot dit Verdrag opgedragen taken uit.

Artikel 19. Herzieningen
1.

[Herziening van het Verdrag] Onverminderd het tweede lid, kan dit Verdrag worden herzien door middel van een conferentie van de Verdragsluitende Partijen. De Algemene Vergadering besluit tot bijeenroeping van een herzieningsconferentie.

2.

[Herziening of wijziging van sommige bepalingen van het Verdrag] Artikel 17, tweede en zesde lid, kunnen worden gewijzigd hetzij door middel van een herzieningsconferentie, hetzij door de Algemene Vergadering overeenkomstig de bepalingen van het derde lid.

3.

[Wijziging van sommige bepalingen door de Algemene Vergadering]

Artikel 20. Partij worden bij het Verdrag
1.

[Staten] Elke Staat die partij is bij het Verdrag van Parijs of die lid is van de Organisatie, en ten aanzien waarvan octrooien kunnen worden verleend, hetzij door het eigen bureau van de desbetreffende Staat of door tussenkomst van het bureau van een andere Staat of intergouvernementele organisatie, kan Partij worden bij dit Verdrag.

2.

[Intergouvernementele organisaties] Elke intergouvernementele organisatie kan Partij worden bij dit Verdrag indien ten minste één lidstaat van die intergouvernementele organisatie partij is bij het Verdrag van Parijs of lid is van de Organisatie, en de intergouvernementele organisatie verklaart dat zij, in overeenstemming met haar interne procedures, naar behoren gemachtigd is Partij te worden bij dit Verdrag, en verklaart dat:

Onverminderd het bepaalde in het derde lid, wordt een dergelijke verklaring afgelegd op het tijdstip van de nederlegging van de akte van bekrachtiging of toetreding.

3.

[Regionale octrooiorganisaties] De Europese Octrooiorganisatie, het Euraziatisch Octrooibureau (EAPO) en de Regionale Organisatie voor de Industriële Eigendom in Afrika (ARIPO), die de in het tweede lid, onder i of ii, bedoelde verklaring hebben afgelegd tijdens de Diplomatieke Conferentie die dit Verdrag heeft aangenomen, kunnen als intergouvernementele organisatie Partij worden bij dit Verdrag, indien zij, op het tijdstip van de nederlegging van hun akte van bekrachtiging of toetreding verklaren dat zij, overeenkomstig hun interne procedures, naar behoren gemachtigd zijn Partij bij dit Verdrag te worden.

4.

[Bekrachtiging of toetreding] Elke Staat of intergouvernementele organisatie die voldoet aan de vereisten van het eerste, tweede of derde lid lid, kan:

Artikel 21. Inwerkingtreding; data van vankrachtwording van bekrachtigingen en toetredingen
1.

[Inwerkingtreding van dit Verdrag] Dit Verdrag treedt in werking drie maanden nadat tien akten van bekrachtiging of toetreding door Staten zijn nedergelegd bij de Directeur-Generaal.

2.

[Data van vankrachtwording van bekrachtigingen en toetredingen] Dit Verdrag is bindend voor:

Artikel 22. Toepassing van het Verdrag op bestaande aanvragen en octrooien
1.

[Beginsel] Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, past een Verdragsluitende Partij de bepalingen van dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering, met uitzondering van de artikelen 5 en 6, eerste en tweede lid, en de met deze artikelen samenhangende bepalingen van het Reglement, toe op lopende aanvragen, en op van kracht zijnde octrooien, op de datum waarop dit Verdrag de desbetreffende Verdragsluitende Partij ingevolge artikel 21 bindt.

2.

[Procedures] Geen enkele Verdragsluitende Partij is verplicht de bepalingen van dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering toe te passen op enige procedure in een rechtszaak ten aanzien van in het eerste lid bedoelde aanvragen en octrooien, indien een dergelijke procedure is aangevangen voor de datum waarop dit Verdrag die Verdragsluitende Partij ingevolge artikel 21 bindt.

Artikel 23. Voorbehouden
1.

[Voorbehoud] Een Staat of intergouvernementele organisatie kan door middel van een voorbehoud verklaren dat de bepalingen van artikel 6, eerste lid, niet van toepassing zijn op een vereiste dat betrekking heeft op de eenheid van uitvinding en dat, uit hoofde van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, op een internationale aanvraag van toepassing is.

2.

[Modaliteiten] Elk voorbehoud ingevolge het eerste lid wordt gemaakt in een verklaring bij de akte van bekrachtiging van of toetreding tot dit Verdrag van de Staat of intergouvernementele organisatie die het voorbehoud maakt.

3.

[Intrekking] Elk voorbehoud ingevolge het eerste lid kan te allen tijde worden ingetrokken.

4.

[Verbod van andere voorbehouden] Ten aanzien van dit Verdrag kan geen ander voorbehoud worden gemaakt dan hetwelk ingevolge het eerste lid is toegestaan.

Artikel 24. Opzegging van het Verdrag
1.

[Kennisgeving] Elke Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag opzeggen door een aan de Directeur-Generaal te richten kennisgeving.

2.

[Vankrachtwording] De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen of op elke in de kennisgeving aangegeven latere datum. De opzegging heeft, ten aanzien van de Verdragsluitende Partij die het Verdrag opzegt, geen enkel gevolg voor de toepassing van dit Verdrag op aanvragen die in behandeling zijn of op octrooien die van kracht zijn op het moment van de vankrachtwording van de opzegging.

Artikel 25. Talen van het Verdrag
1.

[Authentieke teksten]

2.

[Officiële teksten] Een officiële tekst in een andere dan de in het eerste lid bedoelde talen wordt vastgesteld door de Directeur-Generaal, na raadpleging van de betrokken partijen. Voor de toepassing van dit lid wordt onder betrokken partij verstaan een Staat die Partij is bij het Verdrag, of in aanmerking komt om Partij te worden bij het Verdrag ingevolge artikel 20, eerste lid, van wie de officiële taal of een van de officiële talen in het geding is, en de Europese Octrooiorganisatie, het Euraziatische Octrooibureau en de Regionale Organisatie voor de Industriële Eigendom in Afrika en elke andere intergouvernementele organisatie die Partij is bij het Verdrag, of Partij kan worden bij het Verdrag, indien één van haar officiële talen in het geding is.

3.

[Doorslaggevend karakter van authentieke teksten] In geval van verschillen van mening met betrekking tot de interpretatie van authentieke en officiële teksten, zijn de authentieke teksten doorslaggevend.

Artikel 26. Ondertekening van het Verdrag

Dit Verdrag blijft gedurende een jaar na de aanneming ervan op de zetel van de Organisatie openstaan ter ondertekening door een Staat die in aanmerking komt om ingevolge artikel 20, eerste lid, Partij te worden bij het Verdrag, en door de Europese Octrooiorganisatie, het Euraziatische Octrooibureau en de Regionale Organisatie voor de Industriële Eigendom in Afrika.

Artikel 27. Depositaris; registratie
1.

[Depositaris] De Directeur-Generaal is de depositaris van dit Verdrag.

2.

[Registratie] De Directeur-Generaal registreert dit Verdrag bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.

Regel 1. Definities
1.

[„Verdrag”; „artikel”]

2.

[In het Verdrag omschreven definities] De in artikel 1 voor de toepassing van het Verdrag omschreven definities hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van het Reglement van Uitvoering.

Regel 2. Details met betrekking tot de in artikel 5 bedoelde datum van indiening
1.

[Termijn ingevolge artikel 5, derde lid en vierde lid, letter b] Onverminderd het tweede lid, bedragen de termijnen bedoeld in artikel 5, derde lid en vierde lid, letter b, niet minder dan twee maanden, te rekenen vanaf de datum van de in artikel 5, derde lid, bedoelde kennisgeving.

2.

[Uitzondering op de termijn ingevolge artikel 5, vierde lid, letter b] Wanneer geen kennisgeving ingevolge artikel 5, derde lid, is gedaan omdat geen gegevens zijn ingediend die het bureau in staat stellen met de aanvrager in contact te treden, bedraagt de in artikel 5, vierde lid, letter b, bedoelde termijn ten minste twee maanden, te rekenen vanaf de datum waarop een of meerdere in artikel 5, eerste lid, letter a, bedoelde onderdelen voor het eerst door het bureau zijn ontvangen.

3.

[Termijnen ingevolge artikel 5, zesde lid, letters a en b] De in artikel 5, zesde lid, letters a en b bedoelde termijnen bedragen:

4.

[Vereisten ingevolge artikel 5, zesde lid, letter b] Onverminderd Regel 4, punt 3, kan elke Verdragsluitende Partij verlangen dat, ten behoeve van de vaststelling van de datum van indiening ingevolge artikel 5, zesde lid, letter b:

5.

[Vereisten ingevolge artikel 5, zevende lid, letter a]

6.

[Uitzonderingen ingevolge artikel 5, achtste lid, onder ii] De in artikel 5, achtste lid, onder ii, bedoelde typen aanvragen zijn:

Regel 3. Details betreffende de toepassing ingevolge artikel 6, eerste, tweede en derde lid
1.

[Verdere vereisten ingevolge artikel 6, eerste lid, onder iii]

2.

[Aanvraagformulier ingevolge artikel 6, tweede lid, letter b] Een Verdragsluitende Partij aanvaardt de presentatie van de in artikel 6, tweede lid, letter a, bedoelde inhoud:

3.

[Vereisten ingevolge artikel 6, derde lid] Een Verdragsluitende Partij kan, ingevolge artikel 6, derde lid, een vertaling verlangen van de titel, de vorderingen en het uittreksel van een aanvraag gesteld in een door het bureau aanvaarde taal, naar andere door dat bureau aanvaarde talen.

Regel 4. Beschikbaarheid van een eerdere aanvraag ingevolge artikel 6, vijfde lid, en regel 2, punt 4, of van een eerder ingediende aanvraag ingevolge Regel 2, punt 5, letter b
1.

[Afschrift van een eerdere aanvraag ingevolge artikel 6, vijfde lid] Onverminderd het derde lid, kan een Verdragsluitende Partij verlangen dat een afschrift van de eerdere in artikel 6, vijfde lid, bedoelde aanvraag bij het bureau wordt ingediend binnen een termijn die ten minste 16 maanden bedraagt, te rekenen vanaf de datum van die eerdere aanvraag of, wanneer sprake is van meer dan één dergelijke eerdere aanvraag, te rekenen vanaf de eerste datum van indiening van die eerdere aanvragen.

2.

[Waarmerking] Onverminderd punt 3, kan een Verdragsluitende Partij verlangen dat het in punt 1 bedoelde afschrift en de datum van indiening van de eerdere aanvraag als juist worden gewaarmerkt door het bureau waarbij de eerdere aanvraag is ingediend.

3.

[Beschikbaarheid van een eerdere aanvraag of van een eerder ingediende aanvraag] Geen enkele Verdragsluitende Partij verlangt indiening van een afschrift of een gewaarmerkt afschrift van de eerdere aanvraag of waarmerking van de datum van indiening als bedoeld in punt 1 en 2 en in Regel 2, punt 4, of een afschrift of gewaarmerkt afschrift van de eerder ingediende aanvraag als bedoeld in Regel 2, punt 5, letter b, wanneer de eerdere aanvraag of de eerder ingediende aanvraag bij haar bureau is ingediend, of voor dat bureau beschikbaar is bij een digitale bibliotheek die met dat doel door het bureau wordt aanvaard.

4.

[Vertaling] Wanneer de eerdere aanvraag niet is gesteld in een door het bureau aanvaarde taal en de geldigheid van het beroep op voorrang relevant is voor de vaststelling of octrooi kan worden verleend voor de betrokken uitvinding, kan de Verdragsluitende Partij van de aanvrager verlangen dat, op verzoek van het bureau of van de bevoegde autoriteit, een vertaling van de in punt 1 bedoelde eerdere aanvraag wordt ingediend door de aanvraagr binnen een termijn van ten minste twee maanden, te rekenen vanaf de datum van dat verzoek, en ten minste binnen de termijn die ingevolge dat punt mogelijk van toepassing is.

Regel 5. Bewijs ingevolge artikel 6, zesde lid, en artikel 8, vierde lid, letter c, en Regel 7, punt 4, Regel 15, punt 4, Regel 16, punt 6, Regel 17, punt 6, en Regel 18, punt 4

Wanneer het bureau de aanvrager, eigenaar of andere persoon ervan kennis geeft dat ingevolge artikel 6, zesde lid, of artikel 8, vierde lid, letter c, of Regel 7, punt 4, Regel 15, punt 4, Regel 16, punt 6, Regel 17, punt 6, of Regel 18, punt 4, bewijs vereist is, wordt in de kennisgeving de reden vermeld waarom het bureau twijfelt aan de waarheid van de aangelegenheid, de aanduiding of de handtekening, of de juistheid van de vertaling, naar gelang hetgeen het geval is.

Regel 6. Termijnen betreffende de aanvraag ingevolge artikel 6, zevende en achtste lid
1.

[Termijnen ingevolge artikel 6, zevende en achtste lid] Onverminderd punten 2 en 3, bedragen de in artikel 6, zevende en achtste lid bedoelde termijnen ten minste twee maanden, te rekenen vanaf de datum van de in artikel 6, zevende lid, bedoelde kennisgeving.

2.

[Uitzondering op de termijn ingevolge artikel 6, achtste lid] Onverminderd punt 3 bedraagt de in artikel 6, achtste lid bedoelde termijn, wanneer een kennisgeving ingevolge artikel 6, zevende lid, niet is gedaan omdat geen gegevens zijn ingediend die het bureau in staat stellen in contact te treden met de aanvrager, ten minste drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop een of meerdere van de in artikel 5, eerste lid, letter a, bedoelde onderdelen voor het eerst door het bureau zijn ontvangen.

3.

[Termijnen ingevolge artikel 6, zevende en achtste lid, betreffende de betaling van aanvraagtaks in overeenstemming met het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien] Wanneer ingevolge artikel 6, vierde lid, te betalen taksen ten aanzien van de indiening van de aanvraag niet worden betaald, kan een Verdragsluitende Partij, ingevolge artikel 6, zevende en achtste lid, termijnen voor betaling vaststellen, ook voor late betaling, die hetzelfde zijn als die welke van toepassing zijn ingevolge het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien met betrekking tot de basistaks-component van de internationale taks.

Regel 7. Details inzake machtiging ingevolge artikel 7
1.

[Andere procedures ingevolge artikel 7, tweede lid, letter a, onder iii] De in artikel 7, tweede lid, letter a, iii, bedoelde andere procedures waarvoor een Verdragsluitende Partij niet de benoeming van een gemachtigde kan verlangen, zijn:

2.

[Benoeming van een gemachtigde ingevolge artikel 7, derde lid]

3.

[Vertaling van de volmacht] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat, indien de volmacht niet is gesteld in een door het bureau aanvaarde taal, deze vergezeld gaat van een vertaling.

4.

[Bewijs] Een Verdragsluitende Partij kan alleen verlangen dat bij het bureau bewijs wordt ingediend wanneer het bureau redelijke grond voor twijfel heeft omtrent de waarheid van een aanduiding in één van de mededelingen zoals bedoeld in punt 2, letter a.

5.

[Termijnen ingevolge artikel 7, vijfde en zesde lid] Onverminderd punt 6 bedragen de in artikel 7, vijfde en zesde lid, bedoelde termijnen ten minste twee maanden, te rekenen vanaf de datum van de in artikel 7, vijfde lid, bedoelde kennisgeving.

6.

[Uitzondering op de in artikel 7, zesde lid, bedoelde termijn] Wanneer een in artikel 7, vijfde lid, bedoelde kennisgeving niet is gedaan omdat gegevens die het bureau in staat stellen in contact te treden met de aanvrager, de eigenaar of een andere belanghebbende niet zijn ingediend, bedraagt de in artikel 7, zesde lid, bedoelde termijn ten minste drie maanden, te rekenen vanaf de datum van aanvang van de in artikel 7, vijfde lid, bedoelde procedure.

Regel 8. Indiening van mededelingen ingevolge artikel 8, eerste lid
1.

[Op papier ingediende mededelingen]

2.

[Mededelingen ingediend in elektronische vorm of door middel van elektronische media]

3.

[In elektronische vorm of door middel van elektronische media ingediende afschriften van op papier ingediende mededelingen]

Regel 9. Details betreffende de handtekening ingevolge artikel 8, vierde lid
1.

[Vermeldingen die de handtekening vergezellen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de handtekening van een natuurlijke persoon die ondertekent, vergezeld gaat van:

2.

[Datum van ondertekening] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een handtekening vergezeld gaat van een vermelding van de datum waarop de ondertekening is verricht. Wanneer deze vermelding vereist is, maar niet is gedaan, is de datum waarop de ondertekening wordt geacht te zijn verricht de datum waarop de mededeling voorzien van handtekening door het bureau is ontvangen of, indien de Verdragsluitende Partij zulks toestaat, een eerdere datum dan de laatstgenoemde datum.

3.

[Ondertekening van een mededeling op papier] Wanneer een mededeling aan het bureau van een Verdragsluitende Partij op papier gesteld is en een handtekening vereist is:

4.

[Ondertekening van mededelingen ingediend in elektronische vorm of door middel van elektronische media bestaande uit een grafische voorstelling] Wanneer een Verdragsluitende Partij de indiening van mededelingen in elektronische vorm of door middel van elektronische media toestaat, beschouwt zij een dergelijke mededeling als ondertekend indien een grafische weergave van een door die Verdragsluitende Partij ingevolge punt 3 aanvaarde handtekening op die mededeling, zoals ontvangen door het bureau van die Verdragsluitende Partij, voorkomt.

5.

[Ondertekening van mededelingen ingediend in elektronische vorm of door middel van elektronische media niet bestaande uit een grafische weergave van de handtekening]

6.

[Uitzondering op de waarmerking van de handtekening ingevolge artikel 8, vierde lid, letter b] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat handtekeningen bedoeld in punt 5 worden bevestigd door middel van een door die Verdragsluitende Partij aangegeven procedure voor de waarmerking van handtekeningen in elektronische vorm.

Regel 10. Details betreffende vermeldingen ingevolge artikel 8, vijfde, zesde en achtste lid
1.

[Vermeldingen ingevolge artikel 8, vijfde lid]

2.

[Correspondentieadres en gekozen woonplaats] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het correspondentieadres bedoeld in artikel 8, zesde lid, onder i, en de gekozen woonplaats bedoeld in artikel 8, zesde lid, onder ii, zijn gelegen op een door die Verdragsluitende Partij voorgeschreven grondgebied.

3.

[Adres ingeval geen gemachtigde is gesteld] Wanneer geen gemachtigde is gesteld en een aanvrager, eigenaar of andere belanghebbende als zijn adres een adres op een ingevolge punt 2 door de Verdragsluitende Partij voorgeschreven grondgebied heeft opgegeven, beschouwt die Verdragsluitende Partij dat adres als het in artikel 8, zesde lid, onder i, bedoelde correspondentieadres of als de in artikel 8, zesde lid, onder ii, bedoelde gekozen woonplaats, zoals verlangd door de Verdragsluitende Partij, tenzij die aanvrager, eigenaar of andere belanghebbende ingevolge artikel 8, zesde lid, uitdrukkelijk een ander adres vermeldt.

4.

[Adres ingeval een gemachtigde is gesteld] Wanneer een gemachtigde is gesteld, beschouwt de Verdragsluitende Partij het adres van die gemachtigde als het in artikel 8, zesde lid, onder i, bedoelde correspondentieadres of als de in artikel 8, zesde lid, onder ii, bedoelde gekozen woonplaats, zoals verlangd door de Verdragsluitende Partij, tenzij die aanvrager, eigenaar of andere belanghebbende ingevolge artikel 8, zesde lid, uitdrukkelijk een ander adres vermeldt.

5.

[Sancties in verband met niet-naleving van de vereisten ingevolge artikel 8, achtste lid] Geen enkele Verdragsluitende Partij kan een aanvraag weigeren omdat niet is voldaan aan een vereiste met betrekking tot het opgeven van een registratienummer of andere aanduiding ingevolge punt 1, a, onder iii, en letter b, onder iii.

Regel 11. Termijnen betreffende mededelingen ingevolge artikel 8, zevende en achtste lid
1.

[Termijnen ingevolge artikel 8, zevende en achtste lid] Onverminderd punt 2, bedragen de in artikel 8, zevende en achtste lid, bedoelde termijnen ten minste twee maanden, te rekenen vanaf de datum van de in artikel 8, zevende lid, bedoelde kennisgeving.

2.

[Uitzondering op de termijn ingevolge artikel 8, achtste lid] Wanneer een kennisgeving ingevolge artikel 8, zevende lid, niet is gedaan omdat aanwijzingen die het bureau in staat stellen in contact te treden met de aanvrager, eigenaar of andere belanghebbende niet zijn verschaft, bedraagt de in artikel 8, achtste lid, bedoelde termijn ten minste drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de in artikel 8, zevende lid, bedoelde mededeling door het bureau is ontvangen.

Regel 12. Details betreffende uitstel ten aanzien van termijnen ingevolge artikel 11
1.

[Vereisten ingevolge artikel 11, eerste lid]

2.

[Tijdvak en termijn ingevolge artikel 11, eerste lid]

3.

[Vereisten ingevolge artikel 11, tweede lid, onder i] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het in artikel 11, tweede lid, bedoelde verzoekschrift:

4.

[Termijn voor de indiening van een verzoek ingevolge artikel 11, tweede lid, onder ii] De in artikel 11, tweede lid, onder ii, bedoelde termijn verstrijkt niet eerder dan twee maanden na een kennisgeving door het bureau dat de aanvrager of eigenaar de door het bureau vastgestelde termijn niet in acht heeft genomen.

5.

[Uitzonderingen ingevolge artikel 11, derde lid]

Regel 13. Details betreffende het herstel van rechten nadat het bureau ingevolge artikel 12 heeft vastgesteld dat de nodige zorg is betracht of dat het verzuim onopzettelijk was
1.

[Vereisten ingevolge artikel 12, eerste lid, onder i] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een in artikel 12, eerste lid, onder i, bedoeld verzoekschrift wordt ondertekend door de aanvrager of eigenaar.

2.

[Termijn ingevolge artikel 12, eerste lid, onder ii] De termijn voor het indienen van een verzoekschrift, en voor het voldoen aan de vereisten, ingevolge artikel 12, eerste lid, ii, is die van de volgende termijnen welke het eerst verstrijkt:

3.

[Uitzonderingen ingevolge artikel 12, tweede lid] De in artikel 12, tweede lid, bedoelde uitzonderingen betreffen de gevallen waarin een termijn niet in acht wordt genomen:

Regel 14. Details betreffende een verbetering of toevoeging van een beroep op voorrang en herstel van het recht van voorrang, ingevolge artikel 13
1.

[Uitzondering ingevolge artikel 13, eerste lid] Geen enkele Verdragsluitende Partij is verplicht te voorzien in de verbetering of toevoeging van een beroep op voorrang ingevolge artikel 13, eerste lid, wanneer het in artikel 13, eerste lid, onder i, bedoelde verzoekschrift wordt ontvangen nadat de aanvrager een verzoekschrift heeft ingediend voor vroegtijdige publicatie of versnelde behandeling, tenzij dat verzoekschrift voor vroegtijdige publicatie of voor versnelde behandeling wordt ingetrokken voordat de technische voorbereidingen voor publicatie van de aanvraag zijn voltooid.

2.

[Vereisten ingevolge artikel 13, eerste lid, onder i] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een in artikel 13, eerste lid, onder i, bedoeld verzoekschrift wordt ondertekend door de aanvraagr.

3.

[Termijn ingevolge artikel 13, eerste lid, onder ii] De in artikel 13, eerste lid, onder ii, bedoelde termijn is niet korter dan de termijn die ingevolge het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien van toepassing is op een internationale aanvraag voor de indiening van een beroep op voorrang na de indiening van een internationale aanvraag.

4.

[Termijnen ingevolge artikel 13, tweede lid]

5.

[Vereisten ingevolge artikel 13, tweede lid, onder i] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een in artikel 13, tweede lid, onder i, bedoeld verzoekschrift:

6.

[Vereisten ingevolge artikel 13, derde lid]

7.

[Termijn ingevolge artikel 13, derde lid, onder iii] De in artikel 13, derde lid, onder iii, bedoelde termijn verstrijkt twee maanden voor het verstrijken van de in de regel 4, punt 1, voorgeschreven termijn.

Regel 15. Verzoekschrift tot inschrijving van een wijziging van naam of adres
1.

[Verzoekschrift] Wanneer geen wijziging plaatsvindt ten aanzien van de persoon van de aanvrager of eigenaar, maar een wijziging optreedt in zijn naam of adres, aanvaardt een Verdragsluitende Partij dat een verzoekschrift tot inschrijving van de wijziging wordt ingediend in een door de aanvrager of eigenaar ondertekende mededeling die de volgende gegevens bevat:

2.

[Taksen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat ten aanzien van een in punt 1 bedoeld verzoekschrift een taks wordt betaald.

3.

[Enkel verzoekschrift]

4.

[Bewijzen] Een Verdragsluitende Partij kan alleen verlangen dat bewijzen bij het bureau worden overgelegd wanneer het bureau redelijke grond voor twijfel heeft omtrent de waarheid van een in het verzoekschrift vervatte opgave.

5.

[Verbod van andere vereisten] Geen enkele Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan andere dan de in de punten 1 tot en met 4 bedoelde formele vereisten wordt voldaan ten aanzien van het in punt 1 bedoelde verzoekschrift, behoudens wanneer in het Verdrag anders is bepaald of in deze Regels anders is voorgeschreven. In het bijzonder kan geen overlegging van een certificaat betreffende de wijziging worden verlangd.

6.

[Kennisgeving] Wanneer niet wordt voldaan aan een of meer van de door de Verdragsluitende Partij ingevolge de punten 1 tot en met 4 gehanteerde vereisten, geeft het bureau de aanvrager of eigenaar hiervan kennis, waarbij hem de gelegenheid wordt geboden aan de vereisten te voldoen, en commentaar te leveren, binnen ten minste twee maanden, te rekenen vanaf de datum van kennisgeving.

7.

[Niet voldoen aan vereisten]

8.

[Wijziging van de naam of het adres van de gemachtigde, of van het correspondentieadres of de gekozen woonplaats] De punten 1 tot en met 7 zijn mutatis mutandis van toepassing op wijzigingen van de naam of het adres van de gemachtigde, en op wijzigingen betreffende het correspondentieadres of de gekozen woonplaats.

Regel 16. Verzoekschrift tot inschrijving van een wijziging van de aanvrager of eigenaar
1.

[Verzoekschrift tot inschrijving van een wijziging van de aanvrager of eigenaar]

2.

[Bewijsstukken van de reden van de wijziging van aanvrager of eigenaar]

3.

[Vertaling] Een Verdragsluitende Partij kan van elk ingevolge punt 2 ingediend document dat niet in een door het bureau aanvaarde taal is gesteld, een vertaling verlangen.

4.

[Taksen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een taks wordt betaald ten aanzien van een in punt 1 bedoeld verzoekschrift.

5.

[Enkel verzoekschrift] Een enkel verzoekschrift is voldoende, zelfs wanneer de wijziging betrekking heeft op meer dan één aanvraag of octrooi van dezelfde persoon, of op één of meer aanvragen en één of meer octrooien van dezelfde persoon, mits de wijziging van aanvrager of eigenaar hetzelfde is voor alle betrokken aanvragen en octrooien, en de nummers van alle betrokken aanvragen en octrooien in het verzoekschrift worden vermeld. Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat, wanneer dat enkele verzoekschrift op papier is ingediend of in een andere door het bureau toegestane vorm, daarvan een apart afschrift wordt verstrekt voor elke aanvraag en elk octrooi waarop het betrekking heeft.

6.

[Bewijzen] Een Verdragsluitende Partij kan alleen verlangen dat bewijzen, of aanvullende bewijzen in geval van punt 2, bij het bureau worden ingediend wanneer dat bureau redelijke grond voor twijfel heeft omtrent de waarheid van een in het verzoekschrift of in deze regel bedoelde documenten vervatte opgave, of omtrent de juistheid van een in punt 3 bedoelde vertaling.

7.

[Verbod van andere vereisten] Geen enkele Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan andere formele vereisten moet worden voldaan dan die welke zijn genoemd in punt 1 tot en met 6 ten aanzien van het in deze Regel bedoelde verzoekschrift, behoudens wanneer in dit Verdrag anders is bepaald of in het Reglement van Uitvoering anders is voorgeschreven.

8.

[Kennisgeving; niet voldoen aan vereisten] De punten 6 en 7 van Regel 15 zijn mutatis mutandis van toepassing wanneer niet wordt voldaan aan een of meerdere van de ingevolge de punten 1 tot en met 5 toegepaste vereisten, of wanneer bewijzen, of aanvullende bewijzen vereist zijn ingevolge punt 6.

9.

[Uitsluiting betreffende het uitvinderschap] Een Verdragsluitende Partij kan de toepassing van deze Regel met betrekking tot wijzigingen van het uitvinderschap uitsluiten. De criteria voor de vaststelling van het uitvinderschap worden bepaald in de toepasselijke wetgeving.

Regel 17. Verzoekschrift om inschrijving van een licentie of van een veiligheidsbelang
1.

[Verzoekschrift om inschrijving van een licentie]

2.

[Bewijsstukken van de licentie]

3.

[Vertaling] Een Verdragsluitende Partij kan van elk ingevolge punt 2 ingediend document dat niet in een door het bureau aanvaarde taal is gesteld, een vertaling verlangen.

4.

[Taksen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een taks wordt betaald ten aanzien van een in punt 1 bedoeld verzoekschrift.

5.

[Enkel verzoekschrift] Regel 16, punt 5, is mutatis mutandis van toepassing op verzoekschriften voor inschrijving van een licentie.

6.

[Bewijzen] Regel 16, punt 6, is mutatis mutandis van toepassing op verzoekschriften voor inschrijving van een licentie.

7.

[Verbod van andere vereisten] Geen enkele Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan andere formele vereisten moet worden voldaan dan die welke zijn genoemd in de punten 1 tot en met 6 ten aanzien van het in deze Regel bedoelde verzoekschrift, behoudens wanneer in dit Verdrag anders is bepaald of in het Reglement van Uitvoering anders is voorgeschreven.

8.

[Kennisgeving; niet voldoen aan vereisten] De punten 6 en 7 van Regel 15 zijn mutatis mutandis van toepassing wanneer niet wordt voldaan aan een of meerdere van de ingevolge de punten 1 tot en met 5 gehanteerde vereisten, of wanneer bewijzen, of aanvullende bewijzen vereist zijn ingevolge punt 6.

9.

[Verzoekschrift om inschrijving van een veiligheidsbelang of annulering van de inschrijving van een licentie of van een veiligheidsbelang] De punten 1 tot en met 8 zijn mutatis mutandis van toepassing op verzoekschriften tot:

Regel 18. Verzoek om verbetering van een fout
1.

[Verzoekschrift]

2.

[Taksen]

3.

[Enkel verzoekschrift] Regel 16, punt 5, is mutatis mutandis van toepassing op verzoekschriften om verbetering van een fout, mits de fout en de verzochte verbetering hetzelfde zijn voor alle betrokken aanvragen en octrooien.

4.

[Bewijzen] Een Verdragsluitende Partij kan alleen verlangen dat bewijzen ter ondersteuning van het verzoekschrift bij het bureau worden overgelegd wanneer dat bureau redelijke grond voor twijfel heeft ten aanzien van de vraag of de vermeende fout werkelijk een fout is, of wanneer het redelijke grond voor twijfel heeft omtrent de waarheid van een opgave of element vervat in, of een document overgelegd in verband met, het verzoekschrift om verbetering van een fout.

5.

[Verbod van andere vereisten] Geen enkele Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan andere formele vereisten wordt voldaan dan die welke zijn genoemd in de punten 1 tot en met 4 ten aanzien van het in punt 1 bedoelde verzoekschrift, behoudens wanneer in dit Verdrag anders is bepaald of in het Reglement van Uitvoering anders is voorgeschreven.

6.

[Kennisgeving; niet voldoen aan vereisten] De punten 6 en 7 van Regel 15 zijn mutatis mutandis van toepassing wanneer niet wordt voldaan aan één of meerdere van de ingevolge de punten 1 tot en met 3 gehanteerde vereisten, of wanneer bewijzen vereist zijn ingevolge punt 4.

7.

[Uitsluitingen]

Regel 19. Wijze van identificatie van een aanvraag zonder het aanvraagnummer
1.

[Wijze van identificatie] Wanneer vereist is dat een aanvraag wordt geïdentificeerd aan de hand van het aanvraagnummer, maar een dergelijk nummer nog niet is afgegeven of bij de belanghebbende of diens gemachtigde niet bekend is, wordt de aanvraag beschouwd als geïdentificeerd indien een van de volgende gegevens, naar keuze van die persoon, wordt verstrekt:

2.

[Verbod van andere vereisten] Geen enkele Verdragsluitende Partij kan verlangen dat andere wijzen van identificatie dan die welke in punt 1 zijn genoemd, ter beschikking worden gesteld ter identificatie van een aanvraag wanneer het aanvraagnummer hiervan nog niet is verstrekt of bij de belanghebbenden of diens gemachtigde niet bekend is.

Regel 20. Opstelling van internationale standaardformulieren
1.

[Internationale standaardformulieren] De Algemene Vergadering stelt ingevolge artikel 14, eerste lid, letter c, internationale standaardformulieren op in elk van de in artikel 25, eerste lid, bedoelde talen, ten aanzien van:

2.

[Wijzigingen bedoeld in Regel 3, punt 2, onder i] De Algemene Vergadering stelt de wijzigingen van het in Regel 3, punt 2, onder i, bedoelde aanvraagformulier van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien op.

3.

[Voorstellen door het Internationaal Bureau] Het Internationaal Bureau legt de Algemene Vergadering voorstellen voor met betrekking tot:

Regel 21. Vereiste van unanimiteit ingevolge artikel 14, derde lid

Voor de opstelling of wijziging van de volgende Regels is unanimiteit vereist: