← Geldende tekst · Geschiedenis

Administratief Akkoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 19 juli 1979 te 's-Gravenhage tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Portugal ondertekende Verdrag inzake sociale zekerheid

Geldende tekst a fecha 1981-01-01

Ter uitvoering van de artikelen 17, tweede lid, 31, derde lid, 36, eerste lid, en 37 van het op 19 juli 1979 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Portugal inzake sociale zekerheid (hierna aangeduid met de term „Verdrag”), hebben de bevoegde Nederlandse en Portugese autoriteiten in gemeen overleg de volgende bepalingen vastgesteld:

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Akkoord hebben de in artikel 1 van het Verdrag omschreven termen de hun in genoemd artikel toegekende betekenis.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit Akkoord worden als verbindingsorganen aangewezen:

Artikel 3
1.

In het in artikel 8, letter a) i), van het Verdrag bedoelde geval reikt de hierna genoemde instelling van het land, waarvan de wetgeving van toepassing blijft, de werknemer op verzoek een detacheringsbewijs uit waarin wordt verklaard dat op hem de wetgeving van dit land van toepassing blijft.

2.

Dit bewijsstuk wordt opgemaakt:

3.

Wanneer verscheidene werknemers tegelijkertijd naar het andere land worden uitgezonden, teneinde er gezamenlijk arbeid te verrichten en er tegelijkertijd uit terug keren, kan met één bewijsstuk voor al deze werknemers worden volstaan.

4.

In het in artikel 8, letter a) ii) van het Verdrag bedoelde geval richt de werkgever, zo mogelijk voor het einde van de eerste periode van 12 maanden, een verzoek om verlenging van detachering aan de instelling welke het eerste bewijsstuk heeft uitgereikt; laatstbedoelde instelling vraagt door tussenkomst van het Portugese verbindingsorgaan de goedkeuring van de bevoegde autoriteit van het land waar de tijdelijke werkzaamheden worden verricht en reikt, nadat de goedkeuring is verkregen, een tweede bewijsstuk uit.

Artikel 4
1.

De werknemer die overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van het Verdrag zijn keuzerecht uitoefent, deelt dit mede aan de aangewezen instelling van het land voor de wetgeving waarvan hij heeft gekozen, terwijl hij tegelijkertijd zijn werkgever op de hoogte stelt. Deze instelling reikt de werknemer een bewijsstuk uit waaruit blijkt dat op hem bedoelde wetgeving van toepassing is en stelt de instelling van het andere land hiervan in kennis.

2.

Voor de toepassing van het vorige lid wordt aangewezen:

3.

De keuze wordt van kracht op de datum waarop de werknemer door de diplomatieke zending, de consulaire post, onderscheidenlijk de ambtenaar van deze zending of post in dienst wordt genomen.

TITEL II. BIJZONDERE BEPALINGEN

Hoofdstuk 1. Ziekte en Moederschap

Artikel 5

Voor de toepassing van dit Hoofdstuk wordt onder „orgaan van de woonplaats" en „orgaan van de verblijfplaats" verstaan:

Artikel 6
1.

Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 11 van het Verdrag, legt de werknemer aan het bevoegde orgaan een verklaring over waarin zijn vermeld de tijdvakken van verzekering welke krachtens de wetgeving waaraan hij voorheen laatstelijk onderworpen is geweest, zijn vervuld.

2.

De verklaring wordt op verzoek van de werknemer verstrekt:

3.

Indien de werknemer de verklaring niet overlegt, vraagt het bevoegde orgaan deze aan het genoemde orgaan van het andere land.

Verstrekkingen

Artikel 7
1.

Om krachtens artikel 12, eerste lid, van het Verdrag in aanmerking te komen voor verstrekkingen laat de werknemer zich bij het orgaan van de woonplaats inschrijven, onder overlegging van een verklaring waaruit blijkt dat hij recht heeft op verstrekkingen. Deze verklaring wordt afgegeven door het bevoegde orgaan. Indien de werknemer bedoelde verklaring niet overlegt, vraagt het orgaan van de woonplaats deze aan het bevoegde orgaan. Deze verklaring blijft geldig zolang het orgaan van de woonplaats geen bericht heeft ontvangen dat de verklaring is ingetrokken.

2.

Om krachtens artikel 12, tweede lid, van het Verdrag in aanmerking te komen voor verstrekkingen, laten de gezinsleden zich bij het orgaan van de woonplaats inschrijven onder overlegging van de volgende stukken:

3.

Het orgaan van de woonplaats stelt het bevoegde orgaan in kennis van elke inschrijving waartoe het overeenkomstig het bepaalde in de voorgaande leden is overgegaan.

4.

De toekenning van verstrekkingen is afhankelijk van de geldigheid van de in het eerste en tweede lid, alinea (i) bedoelde verklaring.

5.

De werknemer of diens gezinsleden dienen het orgaan van de woonplaats in kennis te stellen van iedere verandering in hun omstandigheden, waardoor het recht op verstrekkingen kan worden gewijzigd, in het bijzonder van iedere beëindiging of verandering van dienstbetrekking van de werknemer of iedere overbrenging van de woon- of verblijfplaats van hemzelf of van een gezinslid.

6.

Het orgaan van de woonplaats deelt, zodra het hiervan kennis heeft gekregen, aan het bevoegde orgaan iedere verandering mede, waardoor het recht op verstrekkingen van de werknemer of van zijn gezinsleden kan vervallen.

7.

Het orgaan van de woonplaats verleent zijn goede diensten aan het bevoegde orgaan, met het oog op het uitoefenen van verhaal op degene die ten onrechte verstrekkingen heeft genoten.

Artikel 8

In het in artikel 14 van het Verdrag bedoelde geval verzoekt het bevoegde orgaan zonodig het orgaan van de laatste woonplaats om inlichtingen met betrekking tot het tijdvak waarover onmiddellijk voor het verblijf of de overbrenging van de woonplaats naar het bevoegde land verstrekkingen zijn verleend.

Artikel 9
1.

Om gedurende een tijdelijk verblijf in het andere dan het bevoegde land in aanmerking te komen voor verstrekkingen, eventueel met inbegrip van opname in een ziekenhuis, legt de in artikel 15, eerste lid, van het Verdrag bedoelde werknemer aan het orgaan van de verblijfplaats een door het bevoegde orgaan, zo mogelijk voordat hij het bevoegde land verlaat, afgegeven verklaring over, waaruit blijkt, dat hij recht heeft op deze verstrekkingen. In deze verklaring wordt met name de duur vermeld waarover verstrekkingen mogen worden verleend. Indien de werknemer deze verklaring niet overlegt, vraagt het orgaan van de verblijfplaats deze aan het bevoegde orgaan.

2.

Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden gedurende hun tijdelijk verblijf in het andere dan het woonland of het bevoegde land.

3.

Het eerste lid is eveneens van toepassing in de in artikel 8, letters a) en b), eerste zin, en artikel 13, van het Verdrag bedoelde gevallen.

Artikel 10
1.

Bij opneming in een ziekenhuis in de gevallen bedoeld in de artikelen 13 en 15, eerste en zesde lid, van het Verdrag, geeft het orgaan van de woon- of verblijfplaats binnen drie dagen na de datum waarop het hiervan kennis heeft gekregen, aan het bevoegde orgaan bericht van de datum van opneming in een ziekenhuis of een andere geneeskundige inrichting, alsmede van de vermoedelijke duur van de opneming; bij vertrek uit het ziekenhuis of de andere geneeskundige inrichting geeft het orgaan van de verblijfplaats binnen dezelfde termijn het bevoegde orgaan bericht van de datum van vertrek.

2.

Ter verkrijging van de machtiging waarvan het verlenen van de in artikel 15, vierde lid, van het Verdrag bedoelde verstrekkingen afhankelijk is, richt het orgaan van de woon- of verblijfplaats een verzoek aan het bevoegde orgaan. Laatstbedoeld orgaan kan hiertegen onder opgave van redenen binnen vijftien dagen, gerekend van de verzending van dit verzoek af, eventueel verzet aantekenen; indien na afloop van deze termijn bij het orgaan van de woonplaats geen verzet is aangetekend, kent het de verstrekkingen toe.

3.

Wanneer de in artikel 15, vierde lid, van het Verdrag bedoelde verstrekkingen in onmiskenbare spoedgevallen zonder machtiging van het bevoegde orgaan moeten worden verleend, stelt het orgaan van de woon- of verblijfplaats bedoeld orgaan hiervan onmiddellijk op de hoogte.

4.

De onmiskenbare spoedgevallen in de zin van artikel 15, vierde lid, van het Verdrag zijn die gevallen, waarin het verlenen van de verstrekking niet kan worden uitgesteld zonder het leven of de gezondheid van de betrokkene ernstig in gevaar te brengen. In het geval waarin een prothese of een kunstmiddel door een ongeval is gebroken of beschadigd, is het om de onmiskenbare spoed vast te stellen, voldoende de noodzaak van het herstel of de vernieuwing van het desbetreffende kunst- of hulpmiddel aan te tonen.

5.

De bevoegde verbindingsorganen stellen de lijst van verstrekkingen samen, waarop artikel 15, vierde lid, van het Verdrag van toepassing is.

Artikel 11
1.

Om in het land van zijn nieuwe woonplaats recht op verstrekkingen te behouden, legt de in artikel 15, tweede lid, van het Verdrag bedoelde werknemer aan het orgaan van zijn nieuwe woonplaats een verklaring over, waarbij het bevoegde orgaan hem toestaat na de overbrenging van zijn woonplaats het recht op verstrekkingen te behouden. Bedoeld orgaan geeft in deze verklaring eventueel de maximumduur aan waarover volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving verstrekkingen mogen worden verleend.

Het bevoegde orgaan kan op verzoek van de werknemer of van het orgaan van zijn nieuwe woonplaats, de verklaring ook na de overbrenging van de woonplaats van de werknemer uitreiken, wanneer deze om gerechtvaardigde redenen niet tevoren kon worden opgesteld.

2.

Wat betreft het verlenen van verstrekkingen door het orgaan van de nieuwe woonplaats, is artikel 10 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12
1.

Om in het land van de woonplaats in aanmerking te komen voor verstrekkingen, laten de in artikel 16, tweede lid, van het Verdrag bedoelde pensioengerechtigde, alsmede zijn gezinsleden zich inschrijven bij het orgaan van de woonplaats onder overlegging van de volgende stukken:

2.

Het orgaan van de woonplaats stelt het bevoegde orgaan in kennis van elke inschrijving waartoe het overeenkomstig het eerste lid is overgegaan.

3.

De toekenning van verstrekkingen is afhankelijk van de geldigheid van de in het eerste lid, alinea (i) bedoelde verklaring.

4.

De pensioengerechtigde dient het orgaan van zijn woonplaats in kennis te stellen van iedere verandering in zijn omstandigheden, waardoor zijn recht op verstrekkingen kan worden gewijzigd, in het bijzonder van iedere schorsing of intrekking van zijn pensioen en van iedere overbrenging van zijn woonplaats of van die van zijn gezinsleden.

5.

Het orgaan van de woonplaats deelt, zodra het hiervan kennis heeft gekregen, aan het bevoegde orgaan, iedere verandering mede, waardoor het recht op verstrekkingen van de pensioengerechtigde of van zijn gezinsleden kan vervallen.

6.

Het orgaan van de woonplaats verleent zijn goede diensten aan het bevoegde orgaan, met het oog op het uitoefenen van verhaal op degene die ten onrechte verstrekkingen heeft genoten.

Artikel 13

Voor het verlenen van verstrekkingen aan pensioengerechtigden, alsmede aan hun gezinsleden gedurende een tijdelijk verblijf als bedoeld in artikel 16, derde lid, van het Verdrag, zijn de artikelen 9 en 10 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14
1.

Indien de in artikel 9 voorgeschreven formaliteiten niet gedurende het tijdelijk verblijf konden worden vervuld, worden de gemaakte kosten op verzoek van de werknemer of de pensioengerechtigde door het bevoegde orgaan vergoed tegen de tarieven die door het orgaan van de verblijfplaats worden toegepast.

2.

Het orgaan van de verblijfplaats dient het bevoegde orgaan dat zulks verzoekt de nodige inlichtingen over deze tarieven te verstrekken.

Uitkeringen

Artikel 15
1.

De werknemer die aanspraak maakt op uitkeringen krachtens de Nederlandse ziekteverzekering voor een hem tijdens zijn verblijf op het grondgebied van Portugal overkomen arbeidsongeschiktheid, dient zijn aanvraag onmiddellijk in bij het orgaan van de woon- of verblijfplaats, naar gelang het geval, waarbij hij een door de behandelende arts afgegeven geneeskundige verklaring voegt. Deze verklaring vermeldt de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid alsmede de diagnose en prognose.

2.

De werknemer die aanspraak maakt op uitkeringen krachtens de Portugese ziekteverzekering voor een hem tijdens zijn verblijf op het grondgebied van Nederland overkomen arbeidsongeschiktheid, dient zijn aanvraag onmiddellijk in bij het districtskantoor van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor, dat bevoegd is voor de woon- of verblijfplaats, naar gelang het geval.

Artikel 16
1.

Het orgaan van de woon- of verblijfplaats, naar gelang het geval, voert de medische en administratieve controle uit overeenkomstig de regels welke gelden voor degenen, die bij dat orgaan verzekerd zijn.

2.

In het in artikel 15, eerste lid, bedoelde geval stelt het orgaan van de woon- of verblijfplaats, naar gelang het geval, het bevoegde orgaan onverwijld in kennis van de indiening van de aanvraag om uitkeringen, onder vermelding van de datum waarop de aanvraag is ingediend, alsmede van de naam en het adres van de werkgever en doet het bevoegde orgaan de geneeskundige verklaring toekomen die bij de aanvraag was gevoegd.

3.

In het in artikel 15, tweede lid, bedoelde geval laat het orgaan van de woon- of verblijfplaats, naargelang het geval, betrokkene onverwijld door zijn controlerend arts onderzoeken. Het terzake binnen drie dagen na de datum van de controle opgestelde rapport, wordt onverwijld aan het bevoegde orgaan toegezonden met de informatie betreffende de indiening van de aanvraag om uitkeringen. Deze informatie bevat in het bijzonder de datum waarop de aanvraag is ingediend, alsmede de naam en het adres van de werkgever.

4.

Het orgaan van de woon- of verblijfplaats, naar gelang het geval, zendt het bevoegde orgaan regelmatig de medische en administratieve rapporten toe, welke naar aanleiding van de krachtens het eerste lid ingestelde controle zijn opgesteld.

5.

Wanneer de controlerend arts vaststelt dat de werknemer in staat is of zal zijn de arbeid te hervatten, stelt het orgaan van de woon- of verblijfplaats, naar gelang het geval, hem onmiddellijk in kennis van het einde van de arbeidsongeschiktheid en doet het bevoegde orgaan onverwijld een afschrift van deze kennisgeving toekomen, waarbij het rapport van de controlerend arts wordt gevoegd.

6.

Wanneer het bevoegde orgaan besluit de uitkeringen te weigeren of te beëindigen stelt het de werknemer onmiddellijk van zijn besluit in kennis en zendt tegelijkertijd een afschrift ervan aan het orgaan van de woon- of verblijfplaats. In dit geval beëindigt laatstbedoeld orgaan de controlemaatregelen.

Artikel 17
1.

De werknemer die in het andere dan het bevoegde land woont of verblijft, is onderworpen aan de controlevoorschriften van het orgaan van de woon- of verblijfplaats, naar gelang het geval.

2.

Wanneer het orgaan van de woon- of verblijfplaats vaststelt dat de werknemer de controlevoorschriften niet in acht heeft genomen, stelt het het bevoegde orgaan daarvan onmiddellijk in kennis, waarbij het de aard van de overtreding weergeeft en tevens de gevolgen vermeldt welke voor een eigen verzekerde aan een dergelijke overtreding zijn verbonden.

3.

Wanneer de werknemer die een geneeskundige behandeling ondergaat zich naar het bevoegde land wil begeven, stelt hij het orgaan van de woon- of verblijfplaats, naar gelang het geval, hiervan in kennis. Dit orgaan laat door een controlerende arts vaststellen of de verplaatsing al dan niet schadelijk is voor de gezondheidstoestand van de werknemer of voor het ondergaan van zijn geneeskundige behandeling. Het orgaan van de woon- of verblijfplaats deelt het oordeel van zijn controlerende arts zo spoedig mogelijk aan het bevoegde orgaan en de werknemer mede.

Artikel 18

Het bevoegde orgaan stelt de uitkeringen met behulp van alle daartoe aangewezen middelen betaalbaar, met name per internationale postwissel. Deze uitkeringen kunnen echter, indien het orgaan van de woon- of verblijfplaats hiermede instemt, door dit orgaan voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend. In dit geval stelt het bevoegde orgaan het orgaan van de woon- of verblijfplaats op de hoogte van het bedrag van de uitkeringen, de data van betaalbaarstelling en de maximale uitkeringsduur.

Financiële bepalingen

Artikel 19
1.

Het werkelijke bedrag van de uitgaven ter zake van de krachtens de artikelen 12, eerste lid, 13, 15, eerste, tweede en zesde lid, en 16, derde lid, van het Verdrag verleende verstrekkingen, worden door de bevoegde organen aan de organen welke bedoelde verstrekkingen hebben verleend, vergoed, zoals zij uit de boekhouding van laatstbedoelde organen blijken.

2.

Voor de vergoeding kunnen geen hogere tarieven in rekening worden gebracht dan die welke gelden voor de verstrekkingen, verleend aan werknemers die onderworpen zijn aan de wetgeving welke wordt toegepast door het orgaan, dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde verstrekkingen heeft verleend.

Artikel 20
1.

De uitgaven voor de krachtens artikel 12, tweede lid, van het Verdrag verleende verstrekkingen worden ieder kalenderjaar op vaste bedragen gewaardeerd.

2.

Het door de Nederlandse organen verschuldigde vaste bedrag wordt vastgesteld door de gemiddelde jaarlijkse kosten per gezin te vermenigvuldigen met het gemiddelde jaarlijkse aantal gezinnen waarmede rekening moet worden gehouden. De gemiddelde jaarlijkse kosten per gezin zijn gelijk aan het gemiddelde per gezin van de uitgaven voor het totaal van de door de Portugese organen verleende verstrekkingen aan alle gezinnen van verzekerden die aan de Portugese wetgeving onderworpen zijn.

3.

Het door de Portugese organen verschuldigde vaste bedrag wordt vastgesteld door de gemiddelde jaarlijkse kosten per gezinslid te vermenigvuldigen met het gemiddelde jaarlijkse aantal gezinsleden waarmede rekening moet worden gehouden. De gemiddelde jaarlijkse kosten per gezinslid zijn gelijk aan het gemiddelde van de uitgaven voor het totaal van de door de Nederlandse organen verleende verstrekkingen aan alle verzekerden die aan de Nederlandse wetgeving onderworpen zijn.

Artikel 21
1.

De uitgaven voor de krachtens artikel 16, tweede lid, van het Verdrag verleende verstrekkingen worden voor ieder kalenderjaar op vaste bedragen gewaardeerd.

2.

Voor Nederland wordt het vaste bedrag verkregen door de gemiddelde jaarlijkse kosten per pensioengerechtigde en gezinslid van deze gerechtigde te vermenigvuldigen met het gemiddelde jaarlijkse aantal pensioengerechtigden en hun gezinsleden, dat in aanmerking moet worden genomen. De gemiddelde kosten per pensioengerechtigde en gezinslid van deze gerechtigde zijn gelijk aan het gemiddelde per pensioengerechtigde en gezinslid van deze gerechtigde van de uitgaven voor het totaal van de door de Nederlandse organen verleende verstrekkingen aan alle verzekerden die aan de Nederlandse wetgeving onderworpen zijn.

3.

Voor Portugal wordt het vaste bedrag verkregen door de gemiddelde jaarlijkse kosten per pensioengerechtigde en gezinslid van deze gerechtigde te vermenigvuldigen met het gemiddelde jaarlijkse aantal pensioengerechtigden en hun gezinsleden, dat in aanmerking moet worden genomen. De gemiddelde kosten per pensioengerechtigde en gezinslid van deze gerechtigde zijn gelijk aan het gemiddelde per pensioengerechtigde en gezinslid van deze gerechtigde van de uitgaven voor het totaal van de door de Portugese organen verleende verstrekkingen aan alle pensioengerechtigden, met inbegrip van hun gezinsleden, die aan de Portugese wetgeving onderworpen zijn.

Artikel 22

De verbindingsorganen kunnen, met toestemming van de bevoegde autoriteiten, andere wijzen van vergoeding dan die welke zijn voorzien in de artikelen 19, 20 en 21 overeenkomen voor alle verstrekkingen of voor een deel daarvan.

Artikel 23
1.

De in artikel 17 van het Verdrag bedoelde vergoedingen worden betaald door tussenkomst van de bevoegde verbindingsorganen.

2.

De in het vorige lid bedoelde organen kunnen overeenkomen dat de in de artikelen 20 en 21 bedoelde bedragen met een percentage voor administratiekosten worden verhoogd.

3.

Voor de toepassing van de artikelen 20 en 21 sluiten de bevoegde verbindingsorganen overeenkomsten inzake de eventuele verlening van voorschotten.

Hoofdstuk 2. Uitkeringen bij invaliditeit

Artikel 24

Om in het in artikel 20 van het Verdrag bedoelde geval in aanmerking te komen voor uitkeringen bij invaliditeit, moet de belanghebbende een aanvraag indienen bij het orgaan van zijn woonplaats, dat de aanvraag alsdan aan het bevoegde orgaan van het andere land doorzendt en er de volgende gegevens en inlichtingen bijvoegt:

Hoofdstuk 3. Ouderdoms- en overlevingsuitkeringen

Indienen en behandelen van aanvragen

Artikel 25
1.

De in Portugal of in Nederland wonende werknemer of nagelaten betrekking van een werknemer die in aanmerking wenst te komen voor een uitkering krachtens de wetgeving van het andere land, richt zijn aanvraag tot het bevoegde orgaan van het land waarin hij woont.

2.

Wanneer de belanghebbende op het grondgebied van een derde Staat woont, richt hij zijn aanvraag tot het bevoegde orgaan van het land krachtens de wetgeving waarvan de werknemer laatstelijk verzekerd is geweest.

3.

De aanvragen worden ingediend op formulieren welke zijn voorzien bij de wetgeving van het land waar de aanvraag volgens de vorige leden van dit artikel moet worden ingediend.

4.

De aanvrager dient, voor zover mogelijk, het orgaan of de organen van beide landen te vermelden, waarbij de werknemer is aangesloten geweest. Bovendien verstrekt hij alle inlichtingen welke het bevoegde orgaan verlangt, op daartoe ontworpen bijzondere formulieren.

5.

Wanneer een ander dan het in het eerste of tweede lid van dit artikel bedoelde orgaan een aanvraag ontvangen heeft, moet het deze aanvraag onverwijld aan het in het eerste of tweede lid van dit artikel bedoelde orgaan doorzenden onder vermelding van de datum waarop de aanvraag is ingediend. Deze datum wordt beschouwd als datum van indiening bij laatstbedoeld orgaan.

Artikel 26
1.

Voor de behandeling van de aanvragen om uitkeringen maken de bevoegde organen van beide landen gebruik van een contactformulier. Dit formulier bevat met name de noodzakelijke persoonsgegevens, een opsomming en een samenvatting van de door de verzekerde krachtens de wetgevingen waaraan hij onderworpen is geweest vervulde tijdvakken van verzekering.

2.

De toezending van dit formulier aan het bevoegde orgaan van het andere land komt in de plaats van het toezenden van bewijsstukken.

Artikel 27
1.

Het bevoegde orgaan van het land van de woonplaats vermeldt op het in het vorige artikel bedoelde formulier de tijdvakken van verzekering, welke krachtens de door dit orgaan toegepaste wetgeving zijn vervuld en zendt twee exemplaren van dit formulier aan het bevoegde orgaan van het andere land.

2.

Dit orgaan vult het formulier aan door het vermelden van:

3.

Vervolgens zendt het een exemplaar van het aldus aangevulde formulier terug naar het orgaan van de woonplaats onder toevoeging van twee exemplaren van de definitieve beslissing. Het vermeldt eveneens de rechtsmiddelen en de beroepstermijnen, welke in de betrokken wetgeving zijn voorzien.

Artikel 28
1.

Het bevoegde orgaan van het land van de woonplaats stelt de aanvrager in kennis van de genomen beslissingen door middel van een in de taal van de aanvrager opgestelde samenvatting, waarbij de door de desbetreffende organen genomen beslissingen zijn gevoegd. In deze samenvatting worden eveneens de rechtsmiddelen en beroepstermijnen vermeld, welke in de wetgevingen van de beide landen zijn voorzien. De beroepstermijnen gaan eerst in na de dag waarop de aanvrager de samenvatting heeft ontvangen.

2.

Vervolgens deelt het aan het bevoegde orgaan van het andere land de datum mede waarop het beide beslissingen ter kennis van de aanvrager heeft gebracht, onder bijvoeging van een afschrift van zijn eigen beslissing en van de samenvatting.

Artikel 29

In gevallen waarin vertraging kan optreden betaalt het bevoegde orgaan van het land van de woonplaats belanghebbende een terugvorderbaar voorschot, dat zo dicht mogelijk het bedrag benadert dat vermoedelijk zal worden vastgesteld, rekeninghoudende met de bepalingen van het Verdrag.

Artikel 30

Voor de toepassing van artikel 27 van het Verdrag geschiedt de omrekening van de in verschillende nationale munteenheden luidende bedragen tegen de officiële wisselkoers welke geldig is op de dag waarop deze bepaling moet worden toegepast.

Betaalbaarstelling van de uitkeringen

Artikel 31
1.

Onverminderd het bepaalde in het tweede lid worden de uitkeringen rechtstreeks betaalbaar gesteld door het orgaan dat deze verschuldigd is, ongeacht de woonplaats van de rechthebbende in een van beide landen. Wanneer het periodieke uitkeringen betreft, worden de betalingen gedaan per bank, per post of in contanten op de vervaldagen welke in de door dat orgaan toegepaste wetgeving zijn voorzien. Daarentegen worden de achterstallige betalingen aan het bevoegde orgaan van het land van de woonplaats overgemaakt.

2.

Indien het orgaan dat de uitkeringen verschuldigd is deze niet rechtstreeks aan de rechthebbenden die in het andere land wonen betaalt, worden de betalingen op verzoek van het orgaan dat de uitkeringen verschuldigd is, nadat zulks is overeengekomen, gedaan door het orgaan van de woonplaats van de rechthebbende of door het bevoegde verbindingsorgaan.

Hoofdstuk 4. Werkloosheid

Artikel 32
1.

Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 29 van het Verdrag legt de werkloze aan het bevoegde orgaan een verklaring over waarin zijn vermeld de tijdvakken van verzekering of van arbeid, welke krachtens de wetgeving waaraan hij voorheen laatstelijk onderworpen is geweest, zijn vervuld.

2.

De verklaring wordt op verzoek van de werkloze uitgereikt door het ter zake van de werkloosheidsverzekering bevoegde orgaan van het andere land, waar hij voorheen laatstelijk werkzaam is geweest. Indien de belanghebbende de verklaring niet overlegt, vraagt het bevoegde orgaan deze aan het betrokken orgaan.

Artikel 33

Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 31 van het Verdrag, legt de werkloze aan het orgaan van zijn nieuwe woonplaats een verklaring over waaruit blijkt dat hij aan de door de wetgeving van het land waar hij laatstelijk gewerkt heeft gestelde voorwaarden voor het recht op uitkeringen voldoet. Deze verklaring welke op verzoek van de werkloze voor de overbrenging van zijn woonplaats wordt uitgereikt door het bevoegde orgaan van het land waar hij laatstelijk gewerkt heeft, vermeldt met name de maximale duur waarover deze uitkeringen voor rekening van bedoeld land kunnen worden verleend. Een afschrift wordt aan het bevoegde orgaan van het andere land gezonden. Indien de werkloze deze verklaring niet overlegt of indien het bevoegde orgaan geen afschrift van bedoelde verklaring heeft ontvangen, vraagt dit orgaan deze aan het bevoegde orgaan van het land waar de werkloze laatstelijk heeft gewerkt.

Artikel 34
1.

Het bevoegde orgaan van de nieuwe woonplaats van de werkloze verleent de in artikel 31, tweede lid, van het Verdrag bedoelde uitkeringen volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving, alsof hij krachtens deze wetgeving recht op bedoelde uitkeringen had. Het stelt het orgaan van het land waar de werkloze laatstelijk gewerkt heeft, in kennis van de aanvangsdatum van de verlening van de uitkeringen, alsmede van het bedrag van deze uitkeringen.

2.

Het orgaan van het land waar de werkloze laatstelijk heeft gewerkt dient het orgaan dat de uitkeringen heeft verleend het werkelijke bedrag van deze uitkeringen, zoals dit uit zijn boekhouding blijkt, te vergoeden.

3.

De bevoegde verbindingsorganen kunnen in onderlinge overeenstemming andere wijzen van vergoeding overeenkomen, onder voorbehoud van de goedkeuring van de bevoegde autoriteiten van beide landen.

Hoofdstuk 5. Gezinsbijslagen

Artikel 35
1.

Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 32 van het Verdrag legt de belanghebbende aan het bevoegde orgaan een verklaring over waarin zijn vermeld de tijdvakken van verzekering, welke krachtens de wetgeving waaraan hij voorheen laatstelijk onderworpen was, zijn vervuld.

2.

De verklaring wordt op verzoek van de belanghebbende afgegeven door het orgaan van het andere land dat voorheen laatstelijk bevoegd was. Indien de belanghebbende bedoelde verklaring niet overlegt, vraagt het bevoegde orgaan deze aan het betrokken orgaan.

Artikel 36

De belanghebbende die een aanvraag om gezinsbijslagen indient ten behoeve van kinderen die in het andere dan het bevoegde land wonen of worden opgevoed, legt een verklaring omtrent de gezinssamenstelling over welke door de bevoegde autoriteiten van de burgerlijke stand van dit land is verstrekt.

Artikel 37

De gezinsbijslagen worden overeenkomstig de voorschriften van de toepasselijke wetgeving en op de in deze wetgeving voorziene vervaldagen uitbetaald.

Hoofdstuk 6. Arbeidsongevallen en beroepsziekten

Artikel 38
1.

De uitkeringen welke zijn verschuldigd aan de rechthebbenden die zich in Nederland bevinden, worden rechtstreeks door het orgaan dat de uitkeringen verschuldigd is, betaald op de in de door dit orgaan toegepaste wetgeving voorziene vervaldagen.

2.

Het bepaalde in dit akkoord met betrekking tot verstrekkingen in geval van ziekte is van overeenkomstige toepassing op de verlening van verstrekkingen in geval van arbeidsongeval of beroepsziekte.

TITEL III. DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 39
1.

Voor de in het Verdrag voorziene samentelling van tijdvakken van verzekering, welke krachtens de wetgevingen van beide landen zijn vervuld, passen de bevoegde organen de volgende regels toe:

2.

Indien krachtens het eerste lid, letter a), van dit artikel voor de samentelling geen rekening wordt gehouden met tijdvakken van verzekering, vervuld op grond van een vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering krachtens de wetgeving inzake ouderdoms- en of overlevingsverzekering van een land, worden de premies welke voor deze tijdvakken zijn betaald, geacht bestemd te zijn ter verhoging van de krachtens genoemde wetgeving verschuldigde uitkeringen.

Artikel 40
1.

De administratieve en medische controle van in Nederland wonende rechthebbenden op uitkeringen krachtens de Portugese wetgeving, wordt op verzoek van het bevoegde orgaan uitgeoefend door tussenkomst van:

2.

De administratieve en medische controle van in Portugal wonende rechthebbenden op uitkeringen krachtens de Nederlandse wetgeving, wordt op verzoek van het bevoegde orgaan uitgeoefend door tussenkomst van de „Caixa Central de Segurança Social dos Trabalhadores Migrantes”.

3.

Bij de aan de bevoegde organen gezonden inlichtingen en met name bij de medische rapporten wordt een vertaling in de Franse of Engelse taal gevoegd.

4.

Ieder bevoegd orgaan behoudt evenwel het recht de rechthebbende door een arts van zijn keuze te doen onderzoeken.

Artikel 41

Wanneer uit de in artikel 40 bedoelde controle blijkt dat de rechthebbende op prestaties beroepswerkzaamheden uitoefent of dat hij inkomsten geniet welke de voorgeschreven grens overschrijden of dat hij het werk heeft hervat, wordt een rapport aan het bevoegde orgaan dat om de controle heeft verzocht, gezonden. Dit rapport vermeldt in het bijzonder de aard van de verrichte werkzaamheden, het bedrag van de verdiensten of inkomsten, welke de belanghebbende gedurende het laatstelijk verstreken kwartaal genoot, de normale beloning, welke in hetzelfde gebied werd genoten door een werknemer van de beroepsgroep waartoe de belanghebbende behoorde in het beroep dat hij uitoefende voor hij invalide werd, alsmede in voorkomend geval het oordeel van een medisch deskundige omtrent de gezondheidstoestand van de belanghebbende.

Artikel 42

De bevoegde organen van beide landen kunnen elkaar te allen tijde verzoeken over te gaan tot verificatie of controle van feiten en handelingen waardoor volgens hun eigen wetgeving het door hen erkende recht op prestaties kan worden gewijzigd, geschorst of ingetrokken.

Artikel 43

De kosten die voortvloeien uit administratieve controle en geneeskundig onderzoek, observaties, reizen en allerlei verificaties, nodig voor de verlening van prestaties of voor de herziening daarvan, worden aan het met deze controle of verificaties belaste orgaan, op basis van het door dit orgaan toegepaste tarief, vergoed.

Artikel 44

Wanneer de belanghebbende na schorsing van de uitkeringen welke hij genoot, opnieuw recht op uitkeringen verkrijgt, terwijl hij op het grondgebied van het andere land woont, wisselen de betrokken organen alle nodig geachte inlichtingen uit met het oog op de hervatting van de betaling van deze uitkeringen.

Artikel 45

Alle uitkeringen worden aan de rechthebbenden uitbetaald zonder aftrek van porti of bankkosten.

Artikel 46

De bevoegde organen van beide landen kunnen het bewijs van in leven zijn, het bewijs van de burgerlijke stand en alle andere, voor het vaststellen van het recht op uitkeringen of het voortzetten daarvan noodzakelijke documenten opvragen, hetzij rechtstreeks bij de rechthebbende, hetzij door bemiddeling van het orgaan van de woonplaats.

Artikel 47

Voor de toepassing van artikel 40 van het Verdrag vermeldt de autoriteit, het orgaan of de rechterlijke instantie welke de aanvraag, de verklaring of het beroepschrift heeft ontvangen, dat had moeten worden ingediend bij een autoriteit, orgaan of rechterlijke instantie van het andere land, de datum waarop de aanvraag, de verklaring of het beroepschrift is ontvangen.

Artikel 48

Alle geschillen met betrekking tot de toepassing van dit Akkoord zullen worden opgelost door een commissie, samengesteld uit op het terrein van de sociale zekerheid bevoegde vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten, die zich kunnen laten bijstaan door deskundigen. De commissie komt beurtelings in het ene en in het andere land bijeen.

Artikel 49
1.

De verbindingsorganen kunnen, in gemeen overleg, noodzakelijke formulieren voor verklaringen, aanvragen en andere documenten, benodigd voor de toepassing van het Verdrag en dit Akkoord, vaststellen.

2.

Bovendien kunnen zij in gemeen overleg aanvullende maatregelen van administratieve aard voor de toepassing van dit Akkoord nemen.

Artikel 50

Dit Akkoord treedt op dezelfde dag in werking als het Verdrag en heeft dezelfde werkingsduur.

FAIT en double exemplaire en langue française à Lisbonne, le 9 Mai 1980.

Pour les autorités compétentes néerlandaises,

(s.) J. L. R. HUYDECOPER

Pour l'autorité compétente portugaise,

(s.) A. J. DE CASTRO BAGAO FELIX