Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
(2). De crediteur kan tot 31 December 1953 verlangen, dat de debiteur in plaats van de onder lid (1) bedoelde betaling naar het buitenland, binnen drie maanden na zijn desbetreffend verzoek, het verschuldigde bedrag in D. mark betaalt. Aan crediteuren en debiteuren wordt het overgelaten in bijzondere omstandigheden, in onderling overleg, deze termijn met nog eens drie maanden te verlengen.
(3). Na 31 December 1953 kan de crediteur betaling van de vordering in D. mark alleen met goedkeuring van de debiteur verlangen.
(4). In bijzondere gevallen kunnen crediteur en debiteur, onder voorbehoud van goedkeuring door de bevoegde instanties, een afwijkende regeling treffen.
Artikel 32. Gemeenschappelijke bepalingen voor oude handelsvorderingen (artikel 1(1) tot en met (9))
(1). Achterstallige renten
Indien over een vordering rente verschuldigd is, zal het bedrag van de tot 31 December 1952 achterstallige rente, zonder bijberekening van samengestelde interest, op de volgende basis worden vastgesteld:
- (a). bedroeg de jaarlijkse rente tot nu toe 4 % of minder, dan blijft deze rente gehandhaafd;
- (b). bedroeg de jaarlijkse rente tot nu toe meer dan 4 %, dan wordt deze tot twee derden doch tot niet minder dan 4 % per jaar gereduceerd. Het gereduceerde bedrag aan achterstallige rente wordt aan de hoofdsom toegevoegd.
(2). Toekomstige renten
Voor het tijdvak van 1 Januari 1953 tot 31 December 1957 zal geen rente verschuldigd zijn.
Indien over de vordering gedurende de periode voor 1 Januari 1953 rente verschuldigd was, zal het op 1 Januari 1958 of later nog niet geamortiseerde bedrag der vordering rente dragen vanaf deze datum. Het rentepercentage zal 75 % bedragen van de verschuldigde rente.
Het nieuwe rentepercentage zal echter minstens 4 %, en hoogstens 6 % per jaar bedragen. Wanneer tot nu toe een rente van 4 % per jaar of minder verschuldigd was, blijft deze onveranderd. De rente zal aan het eind van elk jaar, tezamen met het amortisatiebedrag, naar het buitenland worden betaald.
(3). Speciale geblokkeerde rekening (Sonderdepot)
- (a). Voor zover vorderingen behoren tot de categorieën, bedoeld in artikel 1(1) tot en met (7), kan de crediteur, indien hij bewijzen kan dat zijn vordering gevaar loopt, in plaats van betaling volgens de artikelen 26, 27, 28 of 31, van de debiteur betaling verlangen op een speciale geblokkeerde D. mark-rekening op zijn naam bij een instelling, die moet worden aangewezen door de bevoegde Duitse instanties. Indien de debiteur, in verband met een dergelijk verzoek, een beroep doet op de hardheidsclausule (zie artikel 11), zal hij eerst gehouden zijn aan het verzoek van de crediteur tot storting te voldoen, wanneer het beroep van de debiteur op de hardheidsclausule definitief is afgewezen.
- (b). De debiteur kan het bedrag van een schuld, die tot de hierboven sub (a) bedoelde categorieën behoort, ten gunste van de crediteur op zulk een rekening storten, wanneer kan worden bewezen dat
- (aa). de debiteur erfgenaam of executeur-testamentair van de oorspronkelijke debiteur is en de nalatenschap zal worden verdeeld;
- (bb). de debiteur een maatschappij is, en deze in liquidatie is getreden;
- (cc). de curator van de debiteur, of de persoon, die voor hem een accoord aanbiedt, overgaat tot het doen van uitkeringen.
- (c). De betaling op een geblokkeerde rekening, overeenkomstig de bovenbedoelde voorschriften, bevrijdt de debiteur van zijn schuld. De crediteur wordt in dit geval, wat betreft de betaling naar het buitenland, op dezelfde wijze behandeld, alsof het op meerbedoelde rekening betaalde bedrag (met inbegrip van rente, indien de instelling, waar het bedrag is gedeponeerd, rente vergoedt) nog in handen van de debiteur was.
- (d). De crediteur heeft te allen tijde het recht te verlangen, dat een op een dergelijke rekening gestort bedrag naar zijn rekening in D. mark (zie artikel 18) wordt overgebracht.
(4). Vorderingen tot een gering bedrag
De bevoegde Duitse instanties zullen ten aanzien van vorderingen tot geringe bedragen verzoeken van beide partijen om goedkeuring voor een vluggere betaling naar het buitenland in welwillende overweging nemen.
(5). Betalingen voor goederen en diensten, ten aanzien waarvan de crediteur bewijst, dat de storting op zijn rekening zonder zijn goedkeuring heeft plaats gevonden
Een crediteur, die bewijst, dat een storting op zijn bank- of postgirorekening voor levering van goederen of diensten (artikel 1) zonder zijn toestemming heeft plaats gevonden, zal door het feit van de storting op zulk een rekening het recht op behandeling van de storting volgens Hoofdstuk C niet verliezen.
Hoofdstuk D. Regeling van vorderingen uit het particuliere kapitaalverkeer (artikel 2)
Artikel 33
Vorderingen uit het kapitaalverkeer in D. mark, met inbegrip van die vorderingen, die in goudmark of in Rijksmark met goud-clausule luiden en die niet een specifiek buitenlands karakter hebben (zie artikel 6), kunnen ook verder worden betaald volgens de overeengekomen rente- en amortisatie-voorwaarden, in overeenstemming met de op het tijdstip der betaling in de Bondsrepubliek Duitsland en in Berlijn (West) geldende deviezenbepalingen. Volgens de op het ogenblik geldende bepalingen kan betaling alleen in D. mark geschieden.
Artikel 34
Vorderingen uit het kapitaalverkeer, die in niet-Duitse valuta luiden, met inbegrip van die vorderingen, die in goudmark of Rijksmark met goud-clausule luiden doch een specifiek buitenlands karakter dragen, (zie artikel 6), zullen als volgt worden geregeld:
- (1). Voor zover de debiteur betalingen heeft gedaan aan de Konversionskasse für deutsche Auslandsschulden, worden de bedragen, welke onbetaald zijn gebleven van hoofdsom en rente, vastgesteld volgens de bepalingen van artikel 9.
- (2). Indien rente verschuldigd is, zal het bedrag van de tot 31 December 1952 achterstallige rente, zonder bijberekening van samengestelde interest, op de volgende basis worden vastgesteld:
- (a). bedroeg de jaarlijkse rente tot nu toe 4 % of minder, dan blijft deze rente gehandhaafd;
- (b). bedroeg de jaarlijkse rente tot nu toe meer dan 4 %, dan wordt deze tot twee derden doch tot niet minder dan 4 % per jaar gereduceerd.
- (3). Het volgens de leden (1) en (2) vastgestelde bedrag aan achterstallige rente wordt toegevoegd aan de nog onbetaalde vordering. De aldus ontstane nieuwe hoofdsom zal vanaf 1 Januari 1953 een rente dragen, die 75 % zal bedragen van de bij de inwerkingtreding van deze regeling geldende rentevoet. De nieuwe rente zal echter bedragen. Was tot nu toe een rente van 4 % of minder verschuldigd, dan blijft deze rente gehandhaafd. De rente zal minstens halfjaarlijks naar het buitenland worden betaald.
- (a). bij in obligaties belichaamde vorderingen minstens 4 % per jaar en hoogstens 5¼ % per jaar,
- (b). bij andere vorderingen minstens 4 % per jaar en hoogstens 6 % per jaar
- (4). Bij vorderingen, die het voorwerp zijn geweest van een echte conversie, vormt de rente, die bij de echte conversie overeengekomen is, de basis voor de berekening van eventuele reducties overeenkomstig de leden (2) en (3). Reducties op de rentevoet, die voor een bepaald tijdvak gelden, worden slechts in aanmerking genomen voor het tijdvak, waarvoor zij zijn vastgesteld.
- (5). Bij vorderingen, die het voorwerp zijn geweest van een onechte conversie, vormt de rente, die zonder deze conversie zou hebben gegolden, de basis voor de berekening van eventuele reducties overeenkomstig de leden (2) en (3).
- (6). De nieuwe hoofdsom zal vanaf 1 Januari 1958 als volgt door betaling naar het buitenland worden geamortiseerd: De rente zal telkens over de nog uitstaande hoofdsom worden berekend.
- (a). in de eerste vijf jaar (1 Januari 1958 tot 31 December 1962) met 3 % per jaar;
- (b). in de volgende vijf jaar (1 Januari 1963 tot 31 December 1967) met 8 % per jaar;
- (c). in de daaropvolgende drie jaar (1 Januari 1968 tot 31 December 1970) met 15 % per jaar.
- (7). De crediteur kan tot 30 Juni 1953 verlangen, dat de achterstallige rente, berekend overeenkomstig de leden (2) en (4), niet overeenkomstig lid (3) bij de hoofdsom wordt gevoegd, doch wordt vereffend door betaling in D. mark. De debiteur zal deze betaling binnen zes maanden na het desbetreffend verzoek doen geschieden.
- (8). Indien het om kleine bedragen gaat, kunnen partijen in bijzondere gevallen, met toestemming van de bevoegde Duitse instanties, in onderling overleg afwijkende bepalingen vaststellen, voor de terugbetaling.
- (9). Crediteuren en debiteuren kunnen, met inachtneming van de in de Bondsrepubliek Duitsland of in Berlijn (West) geldende deviezenbepalingen, overeenkomen, dat de vordering geheel of gedeeltelijk in D. mark zal worden betaald.
- (10). De bevoegde Duitse instanties behouden zich het recht voor, in gevallen van hardheid, verzoeken van de partijen om goedkeuring van afwijkende bepalingen voor de terugbetaling in welwillende overweging te nemen.
- (11). Buitenlandse crediteuren van vorderingen als bedoeld in artikel 2, lid (2) (b) kunnen betaling in D. mark verlangen van de tot 31 December 1952 vervallen rente, zonder de korting bedoeld in lid (2) van dit artikel, indien zij deze betaling aannemen als voldoening van hun vordering.
- (12). Indien noodzakelijk, kunnen voor de regeling van vorderingen uit obligaties en coupons, die onder dit voorstel voor een regeling vallen, de in Bijlage II van de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden neergelegde principes worden aangewend ter aanvulling van dit voorstel voor een regeling.
Hoofdstuk E. Achterstallige inkomsten uit investeringen (artikel 3)
Artikel 35
De betaling geschiedt in D. mark, overeenkomstig de in de Bondsrepubliek Duitsland en in Berlijn (West) geldende deviezenbepalingen.
Hoofdstuk F. Andere geldvorderingen (artikel 4)
Artikel 36
Deze vorderingen zullen worden geregeld overeenkomstig de bepalingen van de categorie van vorderingen, waartoe zij behoren, of waarmede zij naar hun aard het meest overeenkomen. In twijfelgevallen zal rekening worden gehouden met de bepalingen, die in het algemeen in de betalingsovereenkomsten worden opgenomen.
Artikel 1
(1). Het Tribunaal van Arbitrage voor de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden (hierna genoemd Tribunaal van Arbitrage) bestaat uit acht permanente leden, welke als volgt worden benoemd:
- (a). drie leden door de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland;
- (b). één lid door de Regering van de Franse Republiek;
- (c). één lid door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland;
- (d). één lid door de Regering van de Verenigde Staten van Amerika;
- (e). een voorzitter en een vice-voorzitter, die benoemd zullen worden gemeenschappelijk door de regeringen die gerechtigd zijn de andere permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage te benoemen. Indien deze regeringen niet binnen vier maanden na het in werking treden van de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden (hierna genoemd Overeenkomst) het eens worden over de benoeming van de voorzitter en vice-voorzitter of van een van beiden, zal de President van het Internationale Gerechtshof de benoeming of de benoemingen doen op verzoek van de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland op grond van de haar hierbij door de Partijen bij de Overeenkomst verleende machtiging.
(2). Wanneer een Partij bij de Overeenkomst, met uitzondering van de in lid 1 van dit Artikel genoemde regeringen, partij is in een procedure voor het Tribunaal van Arbitrage, is deze Partij gerechtigd voor deze procedure een supplementair lid te benoemen. Wanneer meer dan één Partij bij deze Overeenkomst dit recht zou hebben, wordt dit lid door hen gemeenschappelijk benoemd.
(3). De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland is gerechtigd een supplementair lid te benoemen voor die procedures, waaraan een volgens lid 2 van dit Artikel benoemd supplementair lid deelneemt.
(4). Van de eerste benoemingen van de permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage moet binnen twee maanden na het in werking treden van de Overeenkomst aan de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland mededeling worden gedaan. Van de benoemingen ter vervulling van vacatures moet binnen één maand na het ontstaan daarvan mededeling worden gedaan.
(5). Partijen bij de Overeenkomst, die een supplementair lid volgens lid 2 van dit Artikel benoemen, moeten de benoeming aan het Tribunaal van Arbitrage mededelen binnen één maand, nadat de procedure, in verband waarmede de benoeming plaats vindt, bij het Tribunaal aanhangig is gemaakt. Wanneer de benoeming van zulk een supplementair lid niet binnen dit tijdvak aan het Tribunaal van Arbitrage is medegedeeld, zal de procedure worden gevoerd, zonder dat daaraan supplementaire leden medewerken.
(6). De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland zal de benoeming van een supplementair lid, volgens lid 3 van dit Artikel, aan het Tribunaal van Arbitrage mededelen binnen één maand gerekend vanaf de dag, waarop de mededeling over de benoeming van een supplementair lid, volgens lid 2 van dit Artikel, door het Tribunaal van Arbitrage is ontvangen. Wanneer de benoeming van zulk een supplementair lid niet binnen dit tijdvak aan het Tribunaal van Arbitrage is medegedeeld, zal de procedure worden gevoerd, zonder dat dit supplementaire lid daaraan medewerkt.
Artikel 2
(1). De permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage worden voor vijf jaar benoemd. Zij kunnen eenmaal of meerdere malen voor vijf jaar worden herbenoemd.
(2). Wanneer de voorzitter of vice-voorzitter komt te overlijden, zijn functie neerlegt of verhinderd is zijn functie uit te oefenen, zal de opvolger door de regeringen, die gerechtigd zijn de andere permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage te benoemen, gemeenschappelijk benoemd worden. Indien deze regeringen niet binnen één maand na het vacant worden van de zetel het over de opvolger eens zijn geworden, zal de President van het Internationale Gerechtshof worden verzocht de benoeming te doen overeenkomstig Artikel 1 lid 1 letter (e) van dit Statuut.
(3). Wanneer een ander permanent lid als de voorzitter of vicevoorzitter komt te overlijden, zijn functie neerlegt of verhinderd is zijn functie uit te oefenen, zal de regering, die dit lid benoemd heeft, binnen twee maanden na het vacant worden van de zetel een opvolger benoemen, die de functie zal uitoefenen gedurende de rest van de tijd, waarvoor het lid, dat hij vervangt, was benoemd.
(4). Wanneer een permanent lid tijdelijk niet in staat is aan de zittingen van het Tribunaal van Arbitrage deel te nemen, kan de regering, die dit lid heeft benoemd, een plaatsvervanger benoemen om hem gedurende zijn afwezigheid te vervangen.
(5). Indien de ambtsperiode van een permanent lid verstreken is, of deze zijn functie neerlegt, moet hij toch tot de benoeming van zijn opvolger de plichten verbonden aan zijn functie blijven uitoefenen. Ook na deze benoeming moet het uitgetreden lid zijn taak ten aanzien van lopende procedures, waaraan hij heeft medegewerkt, blijven uitoefenen, totdat deze definitief zijn afgedaan, tenzij de voorzitter van het Tribunaal van Arbitrage een andere regeling treft.
(6). Permanente leden kunnen vóór de afloop van de termijn, voor welke zij in functie zijn, alleen van hun functie worden ontheven nadat terzake overeenstemming tussen de in Artikel 1 lid 1 van dit Statuut genoemde regeringen is bereikt; ten aanzien van leden, die door de President van het Internationale Gerechtshof zijn benoemd, is daarenboven diens toestemming nodig.
Artikel 3
(1). Alle leden van het Tribunaal van Arbitrage moeten voldoen aan de vereisten, welke in hun land worden gesteld voor de uitoefening van hoge rechterlijke ambten of juristen zijn of andere deskundigen met erkende bekwaamheid op het gebied van het internationale recht.
(2). De leden van het Tribunaal van Arbitrage mogen van geen enkele regering instructies vragen of aanvaarden. Zij mogen noch werk doen, dat met de juiste vervulling van hun plichten onverenigbaar is, noch mogen zij medewerken aan de beslissing in een zaak, waarbij zij vroeger in een andere hoedanigheid betrokken waren of waarbij zij een direct belang hebben.
- (a). Gedurende en na hun ambtsperiode zullen de leden van het Tribunaal van Arbitrage, die niet van Duitse nationaliteit zijn, niet onderworpen zijn aan eventuele gerechtelijke vervolging voor handelingen, die zij in de uitoefening van hun functie hebben verricht Leden van het Tribunaal van Arbitrage, die wel van Duitse nationaliteit zijn, zullen in zoverre niet onderworpen zijn aan eventuele gerechtelijke vervolging voor handelingen, die zij in de uitoefening van hun functie hebben verricht, als dit het geval is ten aanzien van rechters, die zitting hebben in Duitse rechtbanken in de Bondsrepubliek Duitsland.
- (b). De leden van het Tribunaal van Arbitrage, die niet van Duitse nationaliteit zijn, genieten binnen het gebied van de Bondsrepubliek Duitsland dezelfde voorrechten en immuniteiten als aan de leden van de diplomatieke missies toekomen.
Artikel 4
(1). Het Tribunaal van Arbitrage behandelt in plenaire zitting de aanhangige zaken. Aan de plenaire zittingen nemen in principe alle permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage deel alsmede de supplementaire leden, die voor het geschil in kwestie of voor de aan het Tribunaal van Arbitrage voorgelegde aangelegenheid zijn benoemd; de voorzitter en de vice-voorzitter mogen echter niet gelijktijdig aan de zitting deelnemen. Het Tribunaal van Arbitrage mag een beslissing nemen, wanneer minstens vijf leden aanwezig zijn. Een plenaire zitting zal bestaan uit:
- (a). de voorzitter of, bij zijn afwezigheid, de vice-voorzitter;
- (b). een gelijk aantal permanente leden, die door de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland zijn benoemd, en die door andere Partijen bij de Overeenkomst zijn benoemd;
- (c). de supplementaire leden, die gerechtigd zijn aan de zitting deel te nemen.
(2). Bij afwezigheid van de voorzitter neemt de vice-voorzitter zijn bevoegdheden en plichten waar.
Artikel 5
De zetel van het Tribunaal van Arbitrage is in de Bondsrepubliek Duitsland gelegen; de plaats van de zetel zal nog worden bepaald in een aanvullende administratieve overeenkomst, welke tussen de regeringen, die gerechtigd zijn de permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage te benoemen, zal worden afgesloten.
Artikel 6
Het Tribunaal van Arbitrage zal voor de interpretatie van de Overeenkomst en de Bijlagen de algemeen erkende regels van internationaal recht toepassen.
Artikel 7
- (a). De officiële talen van het Tribunaal van Arbitrage zijn Engels, Frans en Duits. De voorzitter kan echter met toestemming van de partijen bepalen, dat in een bepaald geval bij een procedure slechts één of twee der genoemde talen zullen worden gebruikt.
- (b). De beslissingen van het Tribunaal van Arbitrage zullen in de drie talen worden gegeven.
(2). De regeringen worden in hun kwaliteit van partijen in een procedure voor het Tribunaal van Arbitrage vertegenwoordigd door gemachtigden, die kunnen worden bijgestaan door advocaten.
(3). De procedure bestaat uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte. Van de mondelinge behandeling kan op verzoek van de partijen in de procedure worden afgezien.
(4). Het Tribunaal van Arbitrage beslist met meerderheid van stemmen. De uitspraken worden schriftelijk gegeven; zij bevatten een uiteenzetting van de feiten en de gronden voor de beslissing, alsmede eventueel de afwijkende mening van een lid.
Artikel 8
(1). De salarissen en toelagen van de voorzitter en de vice-voorzitter worden voor de helft betaald door de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en voor de andere helft voor gelijke delen door de andere regeringen, die gerechtigd zijn permanente leden te benoemen.
(2). De salarissen en toelagen van de andere leden van het Tribunaal van Arbitrage worden betaald door de regering, die het lid benoemd heeft; wanneer verschillende regeringen een lid gemeenschappelijk hebben benoemd, dragen zij gelijkelijk bij in de kosten.
(3). De middelen noodzakelijk ter dekking van de overige kosten van het Tribunaal van Arbitrage zullen door de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland worden verschaft.
(4). De administratie en de accommodatie van het Tribunaal van Arbitrage alsmede de aanstelling en salariëring van het personeel worden in een aanvullende administratieve overeenkomst geregeld, welke tussen de regeringen, die gerechtigd zijn de permanente leden van het Tribunaal te benoemen, zal worden afgesloten.
Artikel 9
Het Tribunaal van Arbitrage stelt zelf zijn procesgang vast, die in overeenstemming moet zijn met de bepalingen van dit Statuut en van de Overeenkomst.
Artikel 1
(1). De Gemengde Commissie (hierna genoemd commissie) voor de interpretatie van Bijlage IV van de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden (hierna genoemd Overeenkomst) bestaat uit de 8 permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage, opgericht volgens Artikel 28 van de Overeenkomst, en de supplementaire leden, die van geval tot geval volgens de leden 2 en 3 van dit artikel worden benoemd; elke regering, die een permanent lid voor het Tribunaal van Arbitrage heeft benoemd, mag echter in plaats van dit permanente lid een andere persoon in de commissie benoemen. (De leden van de commissie, die permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage zijn, of die in de commissie in plaats van permanente leden van het Tribunaal worden benoemd, worden hierna aangeduid met „permanente leden van de commissie”.)
(2). Wanneer de regering van een crediteurland, dat niet tot benoeming van permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage gerechtigd is, of een persoon, die de nationaliteit van dat land bezit of daar gevestigd is, partij is in een procedure voor de commissie, dan heeft die regering het recht een supplementair lid voor deze procedure te benoemen. Komen meerdere regeringen voor dit recht in aanmerking, dan kunnen zij gemeenschappelijk een supplementair lid benoemen.
(3). De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland is gerechtigd een supplementair lid te benoemen voor procedures, waaraan een volgens lid 2 van dit artikel benoemd supplementair lid deelneemt.
(4). Van de benoeming van een permanent lid van de commissie, dat in plaats van een permanent lid van het Tribunaal van Arbitrage wordt benoemd, moet binnen 2 maanden na het in werking treden van deze Overeenkomst aan de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland mededeling worden gedaan. Van benoemingen ter vervulling van vacatures van leden, die volgens de bepalingen van dit lid zijn benoemd, moet binnen een maand na het ontstaan van de vacatures mededeling worden gedaan.
(5). Partijen bij de Overeenkomst, die een supplementair lid volgens lid 2 van dit artikel benoemen, moeten de benoeming aan de commissie mededelen binnen 1 maand, nadat de procedure, in verband waarmede de benoeming plaats heeft, bij haar aanhangig is gemaakt. Wanneer de benoeming van zulk een supplementair lid niet binnen dit tijdvak is medegedeeld, zal de procedure worden gevoerd zonder dat daaraan supplementaire leden medewerken.
(6). De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland zal de benoeming van een supplementair lid volgens lid 3 van dit artikel aan de commissie mededelen binnen 1 maand, gerekend vanaf de dag, waarop de mededeling over de benoeming van een supplementair lid volgens lid 2 van dit artikel bij de commissie is binnengekomen. Wanneer de benoeming van zulk een supplementair lid niet binnen dit tijdvak aan de commissie is medegedeeld, zal de procedure worden gevoerd zonder dat dit supplementaire lid daaraan medewerkt.
Artikel 2
Voor de permanente leden van de commissie gelden met betrekking tot de duur van de functie, herbenoeming, benoeming van opvolgers en plaatsvervangers, uitoefening van de functie na bedanken of afloop van de ambtsperiode en ontheffing, dezelfde bepalingen, als gelden voor permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage volgens Artikel 2 van het Statuut voor het Tribunaal (Bijlage IX van de Overeenkomst).
Artikel 3
(1). Alle leden van de commissie moeten voldoen aan de vereisten, die in hun land worden gesteld voor de uitoefening van hoge rechterlijke ambten, of juristen zijn of andere deskundigen met erkende bekwaamheid op het gebied van het internationale recht.
(2). De leden van de commissie mogen van geen enkele regering instructies vragen of aanvaarden. Zij mogen noch werk doen, dat met de juiste vervulling van hun plichten onverenigbaar is, noch mogen zij medewerken aan de beslissing in een zaak, waarbij zij vroeger in een andere hoedanigheid betrokken waren of waarbij zij een direct belang hebben.
- (a). Gedurende en na hun ambtsperiode zullen de leden van de commissie, die niet van Duitse nationaliteit zijn, niet onderworpen zijn aan eventuele gerechtelijke vervolging voor handelingen, welke zij in de uitoefening van hun functie hebben verricht. Leden van de commissie die wel van Duitse nationaliteit zijn, zullen in zoverre niet onderworpen zijn aan eventuele gerechtelijke vervolging voor handelingen, die zij in de uitoefening van hun functie hebben verricht, als zulks het geval is ten aanzien van rechters, die zitting hebben in Duitse rechtbanken in de Bondsrepubliek Duitsland.
- (b). De leden van de commissie, die niet van Duitse nationaliteit zijn, genieten binnen het gebied van de Bondsrepubliek Duitsland dezelfde voorrechten en immuniteiten als aan leden van diplomatieke missies toekomen.
Artikel 4
De bij de commissie aanhangige zaken worden behandeld door 3 permanente leden en de supplementaire leden, indien deze voor de procedure zijn benoemd. De volgende permanente leden van de commissie werken in een procedure mede:
- (a). Een voorzitter, die is hetzij de voorzitter van het Tribunaal van Arbitrage, hetzij, bij zijn afwezigheid of ingevolge zijn instructies, de vice-voorzitter van het Tribunaal;
- (b). Een lid, dat door de voorzitter wordt benoemd uit de door de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland benoemde permanente leden van de commissie;
- (c). Een lid, dat door de voorzitter wordt benoemd uit de andere permanente leden van de commissie; echter moet in procedures waarbij een der partijen is het permanente lid, benoemd door de regering van dat land, medewerken. Indien volgens deze bepaling meer dan één permanent lid het recht zou hebben om mede te werken, bepaalt de voorzitter wie van hen zitting zal nemen.
- (i). een regering van een crediteurland, dat het recht heeft een permanent lid te benoemen, of
- (ii). een persoon, die onderdaan is van zulk een land of daar gevestigd is,
Artikel 5
De commissie heeft haar zetel in dezelfde plaats als het Tribunaal van Arbitrage.
Artikel 6
De commissie zal voor de interpretatie van Bijlage IV van de Overeenkomst de algemeen erkende regels van internationaal recht toepassen.
Artikel 7
- (a). De officiële talen van de commissie zijn Engels, Frans en Duits. De voorzitter kan echter met toestemming van de partijen bepalen, dat in een bepaald geval bij een procedure slechts een of twee der genoemde talen zullen worden gebruikt.
- (b). De beslissingen van de commissie zullen in de drie talen worden gegeven.
(2). De regeringen worden in hun kwaliteit van partijen in een procedure voor de commissie vertegenwoordigd door gemachtigden, die kunnen worden bijgestaan door advocaten. Particuliere personen kunnen zich door een advocaat laten vertegenwoordigen.
(3). De procedure bestaat uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte; van de mondelinge behandeling kan op verzoek van de partijen in de procedure worden afgezien.
(4). De commissie beslist met meerderheid van stemmen. De uitspraken worden schriftelijk gegeven; zij bevatten een uiteenzetting van de feiten en de gronden voor de beslissing, alsmede eventueel de afwijkende mening van een lid.
(5). De commissie kan in elke voor haar aanhangige procedure een kwestie, die naar haar mening voor de interpretatie van Bijlage IV van de Overeenkomst van principiële betekenis is, aan het Tribunaal van Arbitrage ter beslissing voorleggen. In dat geval zal de commissie de procedure schorsen, tot het Tribunaal van Arbitrage zijn beslissing heeft gegeven.
(6). Wanneer een Partij bij de Overeenkomst van een uitspraak van de commissie overeenkomstig Artikel 31 lid 7 van de Overeenkomst in hoger beroep gaat bij het Tribunaal van Arbitrage, moet zij hiervan aan de commissie schriftelijk mededeling doen.
(7). Voorzover de commissie niet anders bepaalt, draagt elke partij in een procedure haar eigen kosten.
Artikel 8
(1). De salarissen en toelagen van een permanent lid van de commissie, dat in plaats van een permanent lid van het Tribunaal van Arbitrage in de commissie is benoemd, zullen, evenals die van de supplementaire leden, worden betaald door de regeringen, die de desbetreffende leden hebben benoemd.
(2). Voor de kosten, die van de partijen bij de procedure worden gevorderd, zal een tarief worden vastgesteld bij een aanvullende administratieve overeenkomst, welke tussen de regeringen, die gerechtigd zijn permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage te benoemen, zal worden afgesloten.
(3). Andere kosten van de commissie, die niet door dit tarief worden gedekt, worden door de Bondsrepubliek Duitsland gedragen.
(4). De commissie zal met betrekking tot haar administratie, accommodatie en personeel gebruik maken van de administratieve outillage van het Tribunaal van Arbitrage. Andere speciale administratieve maatregelen voor de commissie zullen in de aanvullende administratieve overeenkomst, bedoeld in lid 2 van dit artikel, worden geregeld.
Artikel 9
De commissie stelt zelf haar procesgang vast, die in overeenstemming moet zijn met de bepalingen van dit Statuut en van de Overeenkomst.
(Note. The headings given to the Articles of the Agreement are for reference only and are not intended in any way to govern the construction of the Agreement.)
In witness whereof the undersigned, having been duly authorised thereto by their respective Governments, have signed the present Agreement, to which are attached Annexes I to X inclusive.
Done at London this twenty-seventh day of February, nineteen hundred and fifty-three, in three original texts, in the English, French and German languages respectively, all three texts being equally authoritative, which shall be deposited in the archives of the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland which shall transmit certified copies thereof to each signatory and acceding Government.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)