Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
„Nominale waarde” betekent, met betrekking op thans nog uitstaande kortlopende credieten, het totaalbedrag aan dergelijke kortlopende credieten volgens de laatste aan de respectievelijke buitenlandse banken-comité's ter beschikking staande gegevens. Voor de omrekening in Duitse valuta moet dit bedrag worden omgerekend tegen de officiële middenkoers in de Bondsrepubliek op de eerste werkdag voorafgaande aan de dag van de omrekening.
2. Duur van de overeenkomst1)Zie Bijlage IIIa.
(1). Voorzover niet anders bepaald is, treden de bepalingen van deze overeenkomst op ...… 1952 in werking; zij blijven van kracht gedurende een periode van 12 kalendermaanden gerekend vanaf genoemde datum. Echter kan de overeenkomst door de buitenlandse bank-comité's vervroegd worden opgezegd in elk der volgende gevallen:
- (i). Indien in de Bondsrepubliek een moratorium wordt afgekondigd, dat betrekking heeft op enigerlei verplichting van Duitse debiteuren tegenover buitenlandse banken-crediteuren krachtens deze overeenkomst, of
- (ii). Indien in de toekomst internationale beslissingen of maatregelen van regeringswege van financiële, politieke of economische aard een toestand doen ontstaan, die naar de opvatting van de meerderheid der buitenlandse bank-comité's de toepassing van deze overeenkomst ernstig in gevaar brengt, of
- (iii). Indien de buitenlandse bank-comité's na hierop de aandacht van het Duitse Comité te hebben gevestigd, zouden vaststellen dat een der in de inleiding (7) vervatte voorwaarden niet nagekomen is.
(2). Een dergelijke opzegging laat de rechten en verplichtingen, welke vóór het tijdstip der opzegging uit deze overeenkomst zijn voortgevloeid, onaangetast. Zij behoort, om effectief te zijn, schriftelijk te worden medegedeeld, of door middel van een telegram of radiogram (onder opgave van het tijdstip waarop de overeenkomst beëindigd zal worden). De mededeling moet namens de meerderheid van de buitenlandse banken-comité's ondertekend zijn en gericht zijn aan de Bank voor Internationale Betalingen en aan het Duitse Comité. Het niet doen van een dergelijke mededeling aan het Duitse Comité maakt de opzegging echter niet krachteloos.
(3). De afkondiging van een algemeen moratorium ten aanzien van het buitenland in de Bondsrepubliek, in welke vorm ook, brengt ipso facto de beëindiging van de overeenkomst met zich mede.
3. Instandhouding van de credieten, enz.
(1). Zolang deze overeenkomst van kracht is wordt het recht van iedere buitenlandse bank-crediteur op terugbetaling van kortlopende credieten, in verband waarmede hij tot deze overeenkomst toegetreden is, opgeschort tot aan het aflopen van deze overeenkomst, voorzover een dergelijke buitenlandse bank-crediteur niet op grond van enigerlei bepaling van deze overeenkomst aanspraak heeft op eerdere betaling. Iedere Duitse debiteur verklaart, door toetreding tot deze overeenkomst, ermede accoord te gaan dat alle kortlopende credieten, in verband waarmede hij toegetreden is, bij het aflopen van deze overeenkomst integraal vervallen en betaalbaar zijn in de desbetreffende buitenlandse valuta, onder aftrek van eventuele reducties, die op grond van enigerlei bepaling van deze overeenkomst zullen zijn toegepast vóór het aflopen daarvan.
(2). Noch de toepassing van deze overeenkomst, noch enigerlei der daarin vervatte bepalingen mag op enigerlei wijze de rechten en de verplichtingen van een buitenlandse bank-crediteur of van zijn Duitse debiteur met betrekking tot een kortlopend crediet aantasten, voorzover zij voortvloeien uit:
- (i). Een handeling of het nalaten van een handeling ten gunste van de buitenlandse bank-crediteur door de Duitse schuldenaar in de periode tussen de beëindiging van de laatste vroegere overeenkomst, die van toepassing was op het desbetreffende kortlopende crediet en het in werking treden van deze overeenkomst, of
- (ii). De uitoefening van enigerlei aan de buitenlandse bank-crediteur gedurende de in de vorige alinea genoemde periode toekomend recht of bevoegdheid.
Toetreding door de buitenlandse bank-crediteur tot deze overeenkomst met betrekking tot een kortlopend crediet geldt als een erkenning en bevestiging van elke door zijn Duitse debiteur ten gunste van de belanghebbende buitenlandse bank-crediteur in overeenstemming met de voorgaande paragraaf (i) genomen maatregelen; deze erkenning wordt geacht van kracht te zijn vanaf het tijdstip, waarop bedoelde maatregelen genomen werden.
(3). De in de vorige alinea bedoelde erkenning heeft geen betrekking op betalingen door Duitse debiteuren in Duitse valuta, met uitzondering van dergelijke betalingen, welke met uitdrukkelijke toestemming van de buitenlandse bank-crediteur aan deze of voor zijn rekening zijn gedaan.
(4). Ten aanzien van kortlopende credieten of gedeelten daarvan, waarvoor een Duitse bank-debiteur overeenkomstig artikel 7, paragraaf 1 van de overeenkomst van 1939 (of van overeenkomstige bepalingen van een latere overeenkomst) een „eigene Wechsel” of een schriftelijke garantie van zijn cliënt moest afgeven, moet hij na toetreding tot deze overeenkomst aan de buitenlandse bankcrediteur een nieuwe „eigene Wechsel” afgeven of (indien de buitenlandse bank-crediteur zulks wenst) een nieuwe schriftelijke garantie, die niet vroeger gedateerd mag zijn dan deze overeenkomst; hij moet deze voor de buitenlandse bank-crediteur onder zich houden of aan deze toezenden, overeenkomstig de voorschriften van genoemde paragraaf (of overeenkomstige bepalingen). In een dergelijke schriftelijke garantie moet de cliënt zich verbinden, de Duitse bank-debiteur in de door deze gewenste vorm en in de gewenste mate schadeloos te zullen stellen, indien deze bank-debiteur vrijwillig het desbetreffende kortlopende crediet of een deel daarvan overeenkomstig artikel 10 van deze overeenkomst in Duitse Valuta terugbetaalt.
(5). Iedere Duitse bank-debiteur of Duitse handels- of industriële debiteur is gehouden voor zijn rekening op de vervaldag wissels, die door een buitenlandse bank-crediteur zijn geaccepteerd, te voldoen.
(6). Iedere buitenlandse bank-crediteur, die een kortlopend crediet heeft in een andere valuta dan die van zijn eigen land, kan te allen tijde gedurende het van kracht zijn van deze overeenkomst, door een schriftelijke mededeling aan zijn Duitse debiteur, een dergelijk crediet omzetten in de valuta van het land van de buitenlandse bank-crediteur. Deze omzetting moet vervolgens worden uitgevoerd in de boeken van de buitenlandse bank-crediteur en van de Duitse debiteur; het in de nieuwe valuta uitgedrukte bedrag van het kortlopende crediet moet, op basis van de officiële middenkoers op het tijdstip van de mededeling tussen de Duitse valuta en de valuta, waarin het crediet oorspronkelijk luidde enerzijds, en tussen de Duitse valuta en de nieuwe valuta anderzijds, berekend worden.
4. Schuldreductie (voorlopig niet van kracht)
Iedere buitenlandse bank-crediteur heeft het recht drie maanden na het tot stand komen van deze overeenkomst en vervolgens na verloop van telkens drie kalendermaanden gedurende de looptijd van deze overeenkomst definitieve terugbetaling te eisen van ... % van het totaalbedrag van de hem door zijn Duitse debiteuren bij het in werking treden van deze overeenkomst verschuldigde kortlopende credieten, met het oog waarop de toetreding heeft plaats gevonden. Deze terugbetaling moet geschieden in de valuta van het land van inwoning van de buitenlandse bank-crediteur en het recht op terugbetaling van de gezamenlijke kortlopende credieten met ... % kan door de buitenlandse bank-crediteur worden uitgeoefend door toepassing van dit recht op terugbetaling van de gezamenlijke credieten naar zijn keuze op de door een of meer van zijn Duitse debiteuren verschuldigde kortlopende credieten. De buitenlandse bank-crediteur heeft het recht, zijn rechten op terugbetaling uit te oefenen ten aanzien van een bepaalde schuld van een bepaalde Duitse debiteur.
(N.B. Voor de betalingsmodaliteiten zullen eventueel verdere bepalingen nodig zijn.)
5. Recommercialisatie
(1). De Bank Deutscher Länder zal periodiek aan de buitenlandse bank-crediteuren mededelen, dat een bepaald percentage (hierna genoemd „vastgesteld percentage”) van de gezamenlijke kortlopende credieten van iedere buitenlandse bank-crediteur, die op het tijdstip van het afsluiten dezer overeenkomst verschuldigd zijn, gerecommercialiseerd wordt.
(2). Daarna kan iedere buitenlandse bank-crediteur binnen 3 maanden na een dergelijke mededeling met banken of andere firma's in de Bondsrepubliek (die volgens de definities van deze overeenkomst Duitse debiteuren zijn of kunnen worden) overeenkomsten treffen over het openen van nieuwe „Kreditlinien” (hierna genoemd „Ersatzlinien”) tot het beloop van het vastgestelde percentage van zijn in de voorgaande alinea bedoelde gezamenlijke kortlopende credieten.
(3). Na het tot stand komen van een dergelijke overeenkomst deelt de buitenlandse bank-crediteur aan de Bank Deutscher Länder mede, dat het in het voornemen ligt de desbetreffende ,,Ersatzlinien” te openen tegen definitieve terugbetaling van een gelijk bedrag aan bepaaldelijk aangewezen kortlopende credieten of gedeelten daarvan (hierna genoemd „nader aangewezen schuld”), verschuldigd door een Duitse debiteur (hierna genoemd „nader aangewezen debiteur”), die door de buitenlandse bank-crediteur is aangewezen. De Bank Deutscher Länder heeft het recht, aan de overeenkomst haar toestemming te onthouden, indien zij er niet van overtuigd is, dat de nieuwe debiteur voldoende gebruik kan maken van de „Ersatzlinie”; dit geldt niet indien de Ersatzlinie verleend wordt aan een Duitse bank voor buitenlandse handel (Aussenhandelsbank).
(4). Indien de Bank Deutscher Länder tegen de overeenkomst tot recommercialisatie geen bezwaar maakt overeenkomstig de voorgaande paragraaf, deelt de buitenlandse bank-crediteur aan de nader aangewezen debiteur mede dat hij de nader aangewezen schuld moet terugbetalen. De debiteur moet daarop zo snel mogelijk de terugbetaling in buitenlandse valuta door bemiddeling van de Bank Deutscher Länder verrichten. Na de terugbetaling kan van de Ersatzlinie gebruik worden gemaakt.
(5). Een buitenlandse bank-crediteur, die een zekerheid heeft ontvangen voor een aangewezen schuld, zal de nader aangewezen debiteur kennis geven van zijn bereidheid om bij een gedeeltelijke terugbetaling tegen die terugbetaling een evenredig deel der zekerheid vrij te geven, tenzij de zekerheid ondeelbaar is, of de overeenkomst tussen de partijen iets anders behaalt. Laat de buitenlandse bankcrediteur na een dergelijke mededeling te doen, dan is hij niet gerechtigd de terugbetaling van de desbetreffende schuld te eisen.
(6). Een buitenlandse bank-crediteur, die een crediet voor gezamenlijke rekening in de zin van artikel 7 van de Duitse credietovereenkomst van 1931 heeft geopend of daaraan heeft deelgenomen, en die op grond van nog bestaande, de onderlinge rechtsbetrekkingen tussen partijen regelende afspraken het recht heeft, in verband met zijn deelname een afzonderlijke terugbetaling te eisen, mag geen terugbetaling van de schuld van een Duitse handels- of industriële debiteur eisen, als hij niet gelijktijdig terugbetaling verlangt van tenminste een evenredig deel der schuld van de Duitse bank-debiteur uit hoofde van het gemeenschappelijk crediet, indien althans de betrokken Duitse bank-debiteur tot deze overeenkomst toegetreden is.
(7). Geen consortium kan als zodanig gebruik maken van de rechten die aan een buitenlandse bank-crediteur krachtens dit artikel toegekend worden. Eventuele rechten van de afzonderlijke deelnemers aan het consortium die hun toekomen hetzij in geval van uittreden uit het consortium, hetzij op grond van overeenkomsten met het consortium, om voor zich alleen terugbetaling op grond van dit artikel te verlangen, worden door dit artikel niet aangetast.
(8). „Ersatzlinien”, mogen slechts gebruikt worden door het trekken van wissels, die de financiering van de handel tussen de Bondsrepubliek en andere landen dienen, doch niet met het doel deviezen te creëren of ter financiering van zaken, die doelmatiger gefinancierd kunnen worden met binnenlandse credieten. Echter zal een buitenlandse bank-crediteur niet verplicht zijn een wissel te accepteren voor een transactie, die te dien tijde verboden is of niet goedgekeurd wordt door de bevoegde instanties in het land van de buitenlandse crediteur, of die door de bankinstellingen in het betrokken land normaliter niet gefinancierd zouden worden door middel van een accept-crediet. In geval van verschil van mening over de vraag of een wissel aan deze voorwaarden voldoet, dient deze vraag te worden beslecht in onderling overleg tussen de belanghebbende buitenlandse bankencommissie en het Duitse Comité. Alle uitstaande wissels moeten door de Duitse debiteur telkens op de vervaldag contant in de valuta, waarin het crediet luidt, worden afgedekt, en de aldus beschikbaar gekomen credietbedragen mogen slechts wederom in overeenstemming met dit artikel worden gebruikt. Voor de hier bedoelde contante betaling mag de Duitse debiteur de opbrengst van een nieuwe wissel aanwenden, doch slechts onder de volgende voorwaarden, te weten:
- (i). Dat de nieuwe wissel aan de buitenlandse bank-crediteur zo mogelijk een week, doch tenminste 4 werkdagen voor de vervaldag van de wissel, die zal vervallen, wordt aangeboden, zulks onder mededeling dat de opbrengst bestemd is tot afdekking van de wissel, die zal vervallen;
- (ii). Dat de nieuwe wissel voldoet aan de vereisten van dit artikel;
- (iii). Dat de buitenlandse bank-crediteur de nieuwe wissel heeft geaccepteerd voor de vervaldag van de wissel, die vervallen zal. Wordt een aldus aangeboden nieuwe wissel door de buitenlandse bank-crediteur niet geaccepteerd op grond van het feit dat deze niet voldoet aan de vereisten van dit artikel, dan is de Duitse debiteur verplicht de wissel, die vervallen zal, stipt op de vervaldag door overmaking van contanten af te dekken. In een dergelijk geval mag hij door bemiddeling van het Duitse Comité bij de betrokken buitenlandse bankken-comité's in beroep gaan, en indien bedoelde comité's het erover eens zijn, dat de nieuwe wissel voldoet aan de vereisten van dit artikel, dan is de buitenlandse bank-crediteur verplicht deze te accepteren.
(9). Laat een buitenlandse bank-crediteur na, binnen 3 maanden na iedere mededeling omtrent een vastgesteld percentage, van zijn rechten tot recommercialisatie geheel of gedeeltelijk gebruik te maken, dan vervalt zijn recht (zonder dat hierdoor echter het recht van deze buitenlandse bank-crediteur op verdere recommercialisaties na mededeling van een nieuw vastgesteld percentage wordt aangetast).
(10). De Bank Deutscher Länder zal al het mogelijke doen om te bereiken, dat een zekere hoeveelheid zaken voor de recommercialisatie ter beschikking zal zijn.
(11). Een buitenlandse bank-crediteur die een Ersatzlinie heeft geopend, en de debiteur, aan wie een dergelijk crediet wordt verleend zijn, wat deze Ersatzlinien betreft, onderworpen aan alle bepalingen van deze overeenkomst. Verklaringen betreffende de toetreding met betrekking hierop moeten worden uitgewisseld, zodra de buitenlandse bank-crediteur terugbetaling van de desbetreffende aangewezen schuld verkregen heeft.
(12). Indien naar de mening van de Bank Deutscher Länder een Ersatzlinie niet voldoende wordt gebruikt in het belang van de Duitse economie, dan kan de Bank Deutscher Länder van de buitenlandse bank-crediteur verlangen, dat hij dat deel van het crediet, dat nog niet verbruikt is ter beschikking stelt van andere, door de buitenlandse bank-crediteur uitgekozen en niet door de Bank Deutscher Länder afgewezen banken of bankinstellingen of handels- of industrieondernemingen of -vennootschappen in de Bondsrepubliek (die Duitse debiteuren zijn of zullen worden). In een dergelijk geval vervalt de oorspronkelijke Ersatzlinie pro tanto, en het nieuwe crediet vormt tot een gelijk bedrag een nieuwe Ersatzlinie; de buitenlandse bankcrediteur is, evenals de nieuwe Duitse debiteur, wat betreft de nieuwe Ersatzlinie, onderworpen aan alle bepalingen van deze overeenkomst, terzake waarvan verklaringen van toetreding moeten worden uitgewisseld. Laat de buitenlandse bank-crediteur het na ten genoege van de Bank Deutscher Länder een nieuwe Duitse debiteur aan te wijzen, dan kan deze een nieuwe Duitse debiteur voorstellen; weigert de buitenlandse bank-crediteur de voorgestelde nieuwe Duitse debiteur te aanvaarden dan moet over de gegrondheid van deze weigering, op verzoek van de Bank Deutscher Länder beslist worden door overleg tussen het Duitse Comité en het bevoegde buitenlandse bankencomité; komen deze comité's niet tot overeenstemming dan beslist de arbitrage-commissie.
6. Zekerheidsstellingen
- (a). Indien
- (i). een Duitse bank-debiteur van een van zijn cliënten voor te diens beschikking gestelde credieten als dekking enigerlei zekerheid heeft ontvangen, ongeacht of dit een algemene of een bijzondere zekerheidsstelling is (met inbegrip van garanties en borgen), en
- (ii). de aan de desbetreffende cliënt verleende credieten, al of niet met zekerheidsstellingen, voortvloeien uit een kortlopend crediet, dat de Duitse bank-debiteur opgenomen heeft bij een of meer buitenlandse bank-crediteuren,dan moet de Duitse bank-debiteur de zekerheid, die hij dan onder zich heeft, in haar geheel of voor een evenredig deel als „Treuhänder” voor de belanghebbende buitenlandse bank-crediteuren bewaren op dezelfde voorwaarden, waarop hij deze zekerheid zelf heeft, overeenkomstig de wettelijke voorschriften voor „Treuhänder”. Dit „Treuhänderschaft” laat het recht van de Duitse bankdebiteur om de daarvoor in aanmerking komende door hem dan gehouden zekerheden overeenkomstig het bestaande bankgebruik te behandelen, onaangetast.
- (b). Indien tot executie van het tot zekerheid gestelde moet worden overgegaan, moet de opbrengst tussen de Duitse bank-debiteur en de buitenlandse banken-crediteuren voorzover dit mogelijk is verdeeld worden overeenkomstig de bepalingen die op grond van de overeenkomst van 1930 voor een dergelijke verdeling zouden gelden.
- (c). Telkens als hun dit noodzakelijk voorkomt ter bescherming van hun eigen belangen en ter bescherming van de belangen van de buitenlandse bank-crediteur, moeten de Duitse banken-debiteuren ook verder zekerheidsstellingen van hun klanten eisen en tot passende hoogte in stand houden.
- (d). Iedere Duitse bank-debiteur moet aan zijn buitenlandse banken-crediteuren schriftelijk bevestigen, dat hij voor hen zekerheden volgens de bepalingen van dit artikel als „Treuhänder” bewaart en voorts moet hij aan zijn buitenlandse banken-crediteuren op hun algemeen of speciaal verzoek per 30 Juni en 31 December opgemaakte staten doen toekomen, waaruit zal blijken: (i) de in procenten geschatte omvang, waarin de in paragraaf (a) van dit lid bedoelde kortlopende credieten door zekerheden zijn gedekt, (ii) het totaal bedrag der door de Duitse bank-debiteur aan de buitenlandse bankcrediteur, aan wie de staat gericht is, verschuldigde kortlopende credieten, (iii) de geschatte waarde van het aandeel van de buitenlandse bank-crediteur in de in (i) bedoelde zekerheden en (iv) bijzonderheden aangaande de bedoelde zekerheden, waaruit de aard daarvan zal blijken en de omvang waarin zekerheden met betrekking tot de verplichtingen van iedere afzonderlijke cliënt worden aangehouden. Deze staten moeten afgegeven worden volgens een model, vast te stellen in overleg tussen het Duitse Comité en de buitenlandse banken-comité's.
(2). Voor kortlopende credieten voor rekening van Duitse handels- of industriële debiteuren moet de Duitse handels- of industriële debiteur ter dekking zekerheid stellen ten behoeve van de buitenlandse bank-crediteur, en wel:
- (a). Indien en voorzover de Duitse handels- of industriële debiteur verplicht was op grond van een overeenkomst, bestaande overeenkomstig de laatste der vroegere, op het desbetreffende kortlopende crediet toepasselijke overeenkomst, een zekerheid te stellen, moet hij gedurende de looptijd van deze overeenkomst ook verder een soortgelijke zekerheid, en in dezelfde omvang, stellen.
- (b). Indien en voorzover het stellen van een zekerheid in overeenstemming is met het bedrijf van de Duitse handels- of industriële debiteur en de zekerheid gegeven kan worden zonder de positie van andere crediteuren in gevaar te brengen.
(3). Een Duitse debiteur moet onverwijld aan ieder van zijn buitenlandse banken-crediteuren op diens verlangen een exemplaar doen toekomen van zijn laatste goedgekeurde balans en verdere bijzonderheden verstrekken over zijn financiële toestand, welke de buitenlandse bank-crediteur redelijkerwijze kan vergen.
(4). Een buitenlands bank-crediteur kan met toestemming van de de Bank Deutscher Länder elke zekerheid, die op het tijdstip van het tot stand komen van deze overeenkomst met betrekking tot een kortlopend crediet bestond, buiten het gebied van de Bondsrepubliek realiseren en de netto-opbrengst daarvan (na betaling van alle kosten ontstaan door de realisering) gebruiken ter definitieve vermindering of ter delging van het desbetreffende kortlopende crediet. Hierbij wordt vooropgesteld, dat hij verplicht is de in het belang van de Duitse debiteur billijkerwijze te verkrijgen beste voorwaarden te bedingen.
7. Overdracht van kortlopende credieten door de crediteuren
Een buitenlandse bank-crediteur heeft het recht elk kortlopend crediet of een gedeelte daarvan (i) over te dragen aan een andere buitenlandse bank-crediteur of (ii) aan iedere voor dit doel door het buitenlandse banken-comité van het land van de crediteur in kwestie en door het Duitse Comité goedgekeurde andere persoon, firma of vennootschap, mits
- (a). een zodanige overdracht geen wijziging ten gevolge heeft van de voorwaarden, die golden voor het crediet of een gedeelte daarvan, tenzij de betrokken Duitse debiteur zijn toestemming daaraan hecht;
- (b). terstond na het tot stand komen van een dergelijke overdracht de vereiste verklaringen van toetreding tussen de nieuwe crediteur en de Duitse debiteur worden uitgewisseld;
- (c). iedere zodanige overdracht aan een buitenlandse bank-crediteur of aan een der andere hierboven bedoelde personen, firma's of vennootschappen in het land van een der andere buitenlandse bankencomité's bovendien aan de toestemming van de Bank Deutscher Länder onderworpen wordt.
Is eenmaal de overdracht tot stand gekomen en zijn de vereiste verklaringen van toetreding uitgewisseld, dan heeft de nieuwe crediteur dezelfde rechten en verplichtingen met betrekking tot het kortlopend crediet of een gedeelte daarvan als ware hij de oorspronkelijke crediteur.
8. Verwisseling van debiteur
Iedere buitenlandse bank-crediteur kan op ieder gewenst tijdstip gedurende de looptijd van deze overeenkomst met toestemming van de Duitse debiteur (die hiervoor vooraf de toestemming van de Bank Deutscher Länder moet vragen) maatregelen nemen met betrekking tot de overdracht van de verplichtingen, voortvloeiend uit een door een Duitse debiteur verschuldigd kortlopend crediet (waaronder niet te verstaan is een „Ersatzlinie” in de zin van artikel 5 van deze overeenkomst) op een andere bankier, een andere bankinstelling of een andere handels- of industriële firma of vennootschap in de Bondsrepubliek (die Duitse debiteur zijn of kunnen worden). Is de overdracht tot stand gekomen, dan zijn de buitenlandse bank-crediteur en de nieuwe Duitse debiteur met betrekking tot het crediet onderworpen aan alle bepalingen van deze overeenkomst, en de daarop betrekking hebbende verklaringen van toetreding moeten worden uitgewisseld.
9. Het openen van nieuwe credieten
(1). Indien een buitenlandse bank-crediteur gedurende de looptijd van deze overeenkomst ten behoeve van de Duitse volkshuishouding nieuwe credieten in vreemde valuta ter beschikking stelt door aan een Duitse bank, een Duitse bankinstelling of een Duitse handels- of industriële onderneming of -vennootschap een nieuw crediet (waaronder niet te verstaan is een „Ersatzlinie” in de zin van artikel 5 van deze overeenkomst) in niet-Duitse valuta ter financiering van de handel tussen de Bondsrepubliek en andere landen ter beschikking te stellen, dan brengt iedere oorspronkelijke en latere gebruikmaking van dat crediet een recht mede op terugbetaling overeenkomstig dit artikel ten belope van 3 % van het gebruikte bedrag voor elke 3 maanden van de in gebruikneming. Een dergelijk nieuw crediet is niet aan deze overeenkomst onderworpen.
(2). Voor de toepassing van dit artikel moet onder „gebruikmaking” worden begrepen het accepteren van een wissel, het geven van een voorschot in contanten en, bij een geconfirmeerd crediet, de opening van een dergelijk crediet.
(3). Deze rechten op terugbetaling kunnen door de buitenlandse bank-crediteur naar zijn keuze worden uitgeoefend door toepassing op door een of meer van zijn Duitse debiteuren verschuldigde kortlopende credieten of gedeelten daarvan.
(4). Na elke dergelijke gebruikmaking kan de buitenlandse bankcrediteur de Duitse debiteur of debiteuren, ten opzichte van wier kortlopende credieten of gedeelten daarvan hij de bedoelde rechten op terugbetaling wil uitoefenen, een desbetreffende mededeling doen toekomen; een doorslag van deze mededeling moet gelijktijdig door de buitenlandse bank-crediteur, met bijzonderheden over het nieuwe crediet en de gebruikmaking daarvan, toegezonden worden aan de Bank Deutscher Länder. De desbetreffende Duitse debiteur moet zo snel mogelijk door bemiddeling van de Bank Deutscher Länder zorg dragen voor de definitieve terugbetaling in buitenlandse valuta van het in de mededeling van de crediteur vermelde bedrag.
(5). De bepalingen van de leden (5), (6) en (7) van artikel 5 van deze overeenkomst gelden mutatis mutandis als in dit artikel geïncorporeerd.
(6). Laat een Duitse debiteur na een vordering tot terugbetaling binnen redelijke tijd op te volgen, dan heeft de buitenlandse bankcrediteur het recht om het desbetreffende recht op terugbetaling of gedeelten daarvan in overeenstemming met de voorgaande bepalingen uit te oefenen op andere kortlopende credieten.
10. Terugbetaling in Duitse valuta
(1). Iedere Duitse debiteur kan op verzoek van zijn buitenlandse bank-crediteur terugbetaling van een bepaald kortlopend crediet of een gedeelte daarvan overeenkomen in Duitse valuta - overeenkomstig de hierna volgende bepalingen omgerekend - en wel in dezelfde mate als waarin de betrokken Duitse debiteur op 24 Mei 1952 een dergelijke terugbetaling vrijwillig had kunnen doen krachtens de aan de Bank Deutscher Länder gerichte richtlijnen (50) 6 van de Geallieerde banken-commissie van 26 Juni 1950.
(2). De omrekening van buitenlandse valuta in Duitse valuta geschiedt tegen de officiële middenkoers geldend in de Bondsrepubliek op de werkdag vóór de dag waarop de betaling in Duitse valuta plaats vindt.
(3). Iedere dergelijke betaling betekent, na aanvaarding door de buitenlandse bank-crediteur, een definitieve terugbetaling van het bedrag in buitenlandse valuta van het kortlopend crediet of een gedeelte van het kortlopend crediet, omgerekend op basis van de omrekeningsvoet bedoeld in lid (2) van dit artikel.
(4). Tegoeden in Duitse valuta, ontstaan uit terugbetalingen van kortlopende credieten overeenkomstig dit artikel of overeenkomstig artikel 11a, zullen kunnen worden gebruikt en zullen overdraagbaar zijn, voorzover zulks het geval is krachtens bepalingen van de Geallieerde wetten, verordeningen, richtlijnen en vergunningen (met inbegrip van door de Bank Deutscher Länder verleende algemene en speciale vergunningen), die op 24 Mei 1952 in de Bondsrepubliek van kracht waren, of voorzover overige bepalingen van de Bank Deutscher Länder zulks toelaten. Echter mag geen voorschrift van de Bank Deutscher Länder met betrekking tot de overdracht en de aanwending van tegoeden in Duitse valuta, voorzover het buitenlandse banken-crediteuren betreft een ongunstiger resultaat voor deze crediteuren hebben of hun rechten meer beperken dan bedoelde wetten, verordeningen, richtlijnen en vergunningen.
11. Provisies en renten
Vanaf het tijdstip van het tot stand komen van deze overeenkomst moeten alle provisies en disconto-kosten, binnen het kader van het gewone bankgebruik evenals zegels op wissels vooruit, en rente maandelijks worden voldaan in de valuta waarin het desbetreffende crediet loopt. Het is gewenst dat de berekening van provisies en renten gehouden wordt binnen redelijke grenzen, die aangepast zijn aan de omstandigheden; zou over de hoogte hiervan een meningsverschil ontstaan tussen een buitenlandse bank-crediteur en een Duitse debiteur, dan kan de kwestie voorgelegd worden aan de onderscheidene Centrale Banken.
11a. Achterstallige renten
Rente op kortlopende credieten wordt op de voet van 4 % berekend over de tijd vanaf de dag der laatste betaling van de rente aan de buitenlandse bank-crediteur of vanaf de dag van het aflopen van de laatste der vroegere, hierop van toepassing zijnde overeenkomsten (steeds vanaf de laatste datum) tot aan de dag van de totstandkoming van deze overeenkomst. Naar keuze van de buitenlandse bank-crediteur zullen zij
- (i). hetzij vanaf het tijdstip van de totstandkoming van deze overeenkomst toegevoegd worden aan de hoofdsom van het desbetreffende kortlopende crediet en zullen dan met betrekking tot het toetreden tot deze overeenkomst en met betrekking tot alle andere doeleinden van deze overeenkomst een deel vormen van het kortlopende crediet,
- (ii). of worden uitgesteld en in de desbetreffende buitenlandse valuta vervallen bij de beëindiging van deze overeenkomst, onverminderd echter dat te allen tijde vóór die beëindiging aan de buitenlandse bank-crediteur, overeenkomstig artikel 10 van deze overeenkomst, het totaal der uitgestelde rente of een gedeelte daarvan in Duitse mark betaald kan worden (omgerekend tegen de officiële middenkoers geldend in de Bondsrepubliek één werkdag voor die der betaling).
Iedere buitenlandse bank-crediteur moet gelijktijdig met het toezenden van zijn verklaring van toetreding aan zijn Duitse debiteur mededelen, welke van deze opties hij wenst toe te passen; indien dit niet geschiedt, zal de crediteur geacht worden van zijn optierecht (i) gebruik te hebben gemaakt.
12. Evenredige verdeling van de betalingen en het als zekerheid gestelde door de Duitse banken
(1). Indien een Duitse debiteur, die zowel een schuld heeft aan een buitenlandse bank-crediteur als aan een Duitse bank-debiteur, gedurende de looptijd van deze overeenkomst of binnen 3 maanden na afloop van die looptijd insolvent geworden is, of heeft verzocht om opening van een schikkingsprocedure of heeft getracht tot een andere regeling van soortgelijke aard te komen met alle of enkele van zijn crediteuren, of failliet is verklaard, dan is de Duitse bankdebiteur gehouden om alle terugbetalingen, die hij van de Duitse debiteur heeft ontvangen gedurende de laatste 4 maanden voordat een dergelijk feit zich voordoet, evenals al het tot zekerheid strekkende (waaronder mede begrepen garanties en borgtochten), dat hij gedurende de looptijd van deze overeenkomst van hem heeft verkregen, ponds-pondsgewijze met de buitenlandse bank-crediteur te verdelen.
(2). De faillissementscurator, iedere Duitse persoon, die belast is met het uitvoeren van de schikking of de regeling van hogerbedoelde aard, alsmede de Duitse bank-debiteur, zijn gehouden alle belanghebbende buitenlandse banken-crediteuren volledige inlichtingen te verstrekken aangaande hogerbedoelde terugbetalingen en zekerheidsstellingen.
13. Instandhouding van de aansprakelijkheid van garanten, borgen enz.
(1). Geen garant, borg, endossant of verzekeraar van een crediet in de Bondsrepubliek zal met betrekking tot een kortlopend crediet van zijn verplichtingen, die voortvloeien uit de garantie, het zijn van borg, het endossement of de verzekering ontheven zijn omdat krachtens deze overeenkomst of ten gevolge daarvan een uitstel of een wijziging in de vorm van het kortlopende crediet of een deel daarvan (met inbegrip van de wijziging bedoeld in artikel 19 van deze overeenkomst) is gekomen. Evenmin zal degene, die in de Bondsrepubliek voor een kortlopend crediet onvoorwaardelijk of voorwaardelijk als debiteur aansprakelijk is, bevrijd worden door het feit dat een derde een gedeeltelijke betaling doet op het desbetreffende crediet, of door het feit dat krachtens deze overeenkomst of tengevolge daarvan een wijziging in de vorm van het kortlopend crediet of een gedeelte daarvan komt. Indien de verplichting van een Duitse debiteur gegarandeerd is of verzekerd door een garant, borg of credietverzekeraar buiten de Bondsrepubliek, die zich met het uitstel of met een wijziging in de vorm van de verplichting niet accoord verklaart, dan zullen de voordelen voortvloeiend uit deze overeenkomst de Duitse debiteur niet toekomen.
(2). Indien een lid van een firma, die een Duitse bank-debiteur of een Duitse handels- of industriële debiteur is, tijdens de looptijd van deze overeenkomst ophoudt lid te zijn door overlijden of op enige andere grond, dan geldt iedere verplichting, voortvloeiende uit een overeenkomstig deze overeenkomst lopend kortlopend crediet als een verplichting die ten tijde van dat ophouden bestond. De persoonlijke aansprakelijkheid van een dergelijke persoon of, in geval van zijn overlijden, de aansprakelijkheid van zijn nalatenschap voor verplichtingen van de firma, die bestonden op het tijdstip van dat ophouden, zal zich uitstrekken tot iedere verplichting voortvloeiend uit een dergelijk kortlopend crediet, zolang dat overeenkomstig deze overeenkomst in stand wordt gehouden.
14. Faillissement, insolventie of contractbreuk; voorts de gevolgen voor een Duitse debiteur van het verlies der voordelen uit hoofde van deze overeenkomst
(1). Indien te eniger tijd gedurende de looptijd van deze overeenkomst een Duitse debiteur failliet gaat of insolvent wordt, dan verliest hij terstond, zonder meer alle rechten en voordelen uit hoofde van deze overeenkomst. Indien een buitenlandse bank-crediteur gedurende de looptijd van deze overeenkomst stelt, dat een Duitse debiteur insolvent is geworden, en indien deze bewering wordt bestreden, dan heeft elke partij het recht het geschil ter beslissing voor te leggen aan de Arbitrage-commissie. Tot aan de beslissing van bedoelde Arbitrage-commissie dient de buitenlandse bank-crediteur zich van iedere maatregel tegen de Duitse debiteur te onthouden.
(2). Indien een Duitse debiteur gedurende de looptijd van deze overeenkomst bij de bevoegde rechterlijke instantie een aanvraag indient tot opening van een schikkingsprocedure of tracht te komen tot een regeling van soortgelijke aard met alle of enkele van zijn crediteuren dan kan iedere buitenlandse bank-crediteur van deze debiteur te allen tijde voor het verbindend verklaren van de schikking of een andere regeling door de bevoegde rechterlijke instantie aan de desbetreffende debiteur doen weten dat hij deze overeenkomst tussen hem en de crediteur opzegt met het gevolg, dat de debiteur daardoor de rechten en voordelen uit deze overeenkomst verliest.
(3). Indien te eniger tijd gedurende de looptijd van deze overeenkomst een buitenlandse bank-crediteur stelt, dat een Duitse debiteur inbreuk heeft gemaakt op enigerlei bepaling van deze overeenkomst en dat hij heeft nagelaten, hoewel daartoe uitgenodigd deze inbreuk goed te maken binnen 2 weken na ontvangst van de formele mededeling van de buitenlandse bank-crediteur, dan kan de buitenlandse bank-crediteur het geschil ter beslissing voorleggen aan de Arbitragecommissie. Gebeurt dit, dan mag, tot aan de beslissing van de Arbitrage-commissie geen der partijen enigerlei stappen in zulk een zaak ondernemen. Indien de uitspraak van de Arbitrage-commissie ten nadele van de Duitse debiteur luidt en deze nalaat aan de uitspraak binnen 2 weken na de bekendmaking daarvan te voldoen dan verliest hij zonder meer alle rechten of voordelen uit hoofde van deze overeenkomst met betrekking tot het door de desbetreffende buitenlandse bank-crediteur te zijner beschikking gehouden kortlopende crediet.
(4). Indien een Duitse debiteur te eniger tijd zijn rechten of voordelen uit hoofde van deze overeenkomst op grond van enigerlei bepaling van het voorgaande lid van dit artikel verliest dan worden bij het begin van de faillissements- of schikkingsprocedure, bij het intreden der insolventie of van andere regelingen van soortgelijke aard met alle of enkele van zijn crediteuren, zijn verplichtingen tegenover al zijn buitenlandse banken-crediteuren, of in geval van een inbreuk op het contract zijn verplichtingen tegenover de door deze inbreuk getroffen buitenlandse bank-crediteur, terstond opeisbaar en betaalbaar en het staat vervolgens de in aanmerking komende buitenlandse bank(en)-crediteur(en) vrij een vervolging te doen instellen en een vonnis te doen voltrekken met betrekking tot hun rechten tegenover de Duitse debiteur, alsmede van alle rechtsmiddelen gebruik te maken die te hunner beschikking zouden staan indien zij woonachtig waren in de Bondsrepubliek.
(5). Het feit dat een Duitse debiteur de voordelen uit deze overeenkomst heeft verloren laat de rechten van een derde, die ten tijde van dat verlies bestonden, onaangetast; met name blijven de rechten onaangetast van zijn buitenlandse bank-crediteur tegenover de Deutsche Golddiskontbank met betrekking tot een garantie voor kortlopende credieten, waarvoor de desbetreffende debiteur aansprakelijk was.
(6). Indien een Duitse debiteur te eniger tijd om enigerlei andere reden dan het openen van een gerechtelijke schikkingsprocedure de rechten of voordelen uit hoofde van deze overeenkomst verliest op grond van een krachtens lid (2) van dit artikel plaatsgevonden hebbende opzegging verliest, dan zijn de bepalingen van artikel 16 van deze overeenkomst niet van toepassing op de verplichtingen van de debiteur met betrekking tot de desbetreffende schuld.
15. Instandhouding van credieten voor langere periodes
Iedere buitenlandse bank-crediteur kan met zijn Duitse debiteur regelingen treffen over de instandhouding van zijn kortlopende credieten of enige daarvan voor een langere periode dan in artikel 2 van deze overeenkomst is voorzien of wel over de vervanging van deze credieten door andere, die voor een langere periode dan voorzien in genoemd artikel in stand zullen worden gehouden. Wordt een dergelijke regeling getroffen dan zullen, nadat de toestemming van de Bank Deutscher Länder verkregen is, de aldus verlengde of vervangen kortlopende credieten ophouden onderworpen te zijn aan deze overeenkomst.
16. Verstrekking van vreemde valuta's
De Bank Deutscher Länder verplicht zich te allen tijde gedurende de looptijd van deze overeenkomst de vreemde valuta's te verstrekken die nodig zijn om aan de Duitse debiteur het nakomen van zijn verplichtingen, die voortvloeien uit deze overeenkomst, mogelijk te maken en voor welke de verstrekking van vreemde valuta's noodzakelijk is.
17. Raadgevend Comité
(1). Teneinde periodiek met de Duitse Commissie en met de Bank Deutscher Länder overleg te plegen en teneinde de buitenlandse banken-comité's op de hoogte te houden van vragen, die zich gedurende de looptijd van de overeenkomst voordoen en tevens teneinde verdere met de bepalingen van deze overeenkomst in overeenstemming zijnde plichten waar te nemen die het, hetzij door de overeenkomst zelf of door de buitenlandse banken-comité's worden toegewezen, kan te allen tijde door de voorzitter van het gezamenlijke comité van vertegenwoordigers van de buitenlandse banken-comité's een zitting worden bijeengeroepen van een raadgevend comité, dat bestaat uit afgevaardigden van de buitenlandse banken-comité's; hij moet zulk een zitting steeds dan bijeen roepen wanneer hem daarom wordt verzocht door het Duitse Comité of door een van de buitenlandse banken-comité's. Ieder buitenlands banken-comité, dat deze overeenkomst tekent is gerechtigd een afgevaardigde te benoemen. Iedere zitting die ingevolge of in overeenstemming met dit artikel is belegd kan door een mededeling van de voorzitter van vorenbedoeld gezamenlijk comité weder worden afgelast of uitgesteld.
(2). Behoudens de hiernavolgende bepalingen worden alle beslissingen van de afgevaardigden genomen door stemming van de aanwezige afgevaardigden, die een meerderheid van de buitenlandse banken-comité's moeten vertegenwoordigen, op voorwaarde, dat deze meerderheid der buitenlandse banken-comité's ten minste 50 % vertegenwoordigt van het nominale bedrag van de te dien tijde nog lopende kortlopende credieten.
(3). Het aldus aangewezen comité kan bij eenparigheid van stemmen van de bij een zitting tegenwoordige afgevaardigden en met de goedkeuring van het Duitse Comité de bepalingen van deze overeenkomst interpreteren en van geval tot geval wijzigen. Echter mag er geen wijziging worden aangebracht, die de rechten der partijen bij deze overeenkomst, of van hen die er toe toegetreden zijn, essentieel verandert. Het constateren door het aldus aangewezen comité en door het Duitse Comité, dat een dergelijke wijziging bedoelde rechten niet wezenlijk verandert is voor alle partijen bij de overeenkomst en voor degenen die ertoe toetreden bindend.
(4). Indien het te eniger tijd op grond van de dan in de Bondsrepubliek van kracht zijnde wetten voor een buitenlandse bank-crediteur mogelijk is, de terugbetaling van een kortlopend crediet of een gedeelte daarvan in Duitse valuta te vragen, dan kan het Raadgevend Comité bij eenparig besluit van de ter vergadering aanwezige afgevaardigden (of door schriftelijke toestemming van alle afgevaardigden zonder dat een officiële vergadering plaats heeft) de artikelen 10 en 11a van deze overeenkomst zodanig wijzigen, dat de debiteur tot de desbetreffende betaling in Duitse valuta verplicht is, en wel indien en voorzover een buitenlandse bank-crediteur zulks verlangt, onder voorbehoud echter van eventueel in de Bondsrepubliek met betrekking tot dergelijke betalingen bestaande beperkingen. ledere dergelijke wijziging is bindend voor alle partijen bij deze overeenkomst en voor degenen, die daartoe toetreden.
18. Beleggingen in Duitse valuta in het kader van vroegere overeenkomsten
Vanaf het tijdstip van het tot stand komen van deze overeenkomst moeten renten en opbrengsten van beleggingen, verkregen met registermarktegoeden overeenkomstig artikel 10 van een der vroegere overeenkomsten, behandeld worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 10 (5) (g) van de overeenkomst van 1939, op voorwaarde dat de voet, waartegen deze renten en opbrengsten worden getransfereerd, de rentevoet die op dat ogenblik voor kortlopende credieten betaald moet worden aan buitenlandse banken-crediteuren van hetzelfde crediteur-land, niet te boven gaat.
19. Vervaltermijn van de credieten
Alle verplichtingen, die voortvloeien uit onder deze overeenkomst vallende kortlopende credieten worden opeisbaar en betaalbaar bij afloop of beëindiging van deze overeenkomst. De buitenlandse bankencrediteuren hebben dan het recht, de rekeningen van de Duitse debiteuren te belasten met een bedrag ter hoogte van alle voor rekening van deze Duitse debiteuren geaccepteerde wissels, ook dan, wanneer die wissels eerst later vervallen. Echter mogen renten slechts berekend worden vanaf de vervaldag der wissels. Met betrekking tot geconfirmeerde credieten heeft de buitenlandse bank-crediteur het recht het totaal-bedrag van alle wissels, die getrokken zijn op grond van zulk een crediet, voor afloop van deze overeenkomst, te debiteren als een werkelijke verplichting, ongeacht het feit, dat die wissels op bedoeld tijdstip nog niet voor acceptering waren gepresenteerd. Dat gedeelte van een geconfirmeerd crediet, waarvan nog geen gebruik gemaakt is kan worden gedebiteerd als een voorwaardelijke verplichting; echter mogen geen renten in rekening worden gebracht, voordat de wissels vervallen of voordat de buitenlandse bank-crediteur effectief voorschotten in contanten heeft gegeven in verband met een dergelijk crediet.
20. Arbitrage
(1). Eventuele geschillen, die tussen buitenlandse banken-crediteuren enerzijds en Duitse debiteuren1)Zie Bijlage IIIa.of de Bank Deutscher Länder anderzijds ontstaan over de interpretatie van deze overeenkomst of over andere vragen, die voortvloeien uit deze overeenkomst moeten worden voorgelegd aan een Arbitrage-commissie, in te stellen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.
(2). De Arbitrage-commissie wordt als volgt ingesteld:
- (a). De Bank voor Internationale Betalingen benoemt 3 personen tot vaste leden van de Commissie; één daarvan wordt tot voorzitter van de Commissie, een tweede tot plv. voorzitter benoemd; laatstbedoelde heeft tot taak bij afwezigheid van de voorzitter de vergaderingen van de Commissie te leiden.
- (b). De Bank voor Internationale Betalingen benoemt bovendien nog 3 personen als plv. leden van de Arbitrage-commissie die, ter vervanging van één of meer der vaste leden, ter beschikking moeten staan voor het geval dat laatstbedoelde personen tijdelijk wegens ziekte of om andere redenen verhinderd zijn aan de zittingen van de Commissie deel te nemen. Hierbij moet bepaald worden ter vervanging van welke vaste leden de verschillende plaatsvervangende leden zullen optreden. Een plaatsvervangend lid mag aan de zittingen van de Commissie slechts deelnemen bij afwezigheid en als plaatsvervanger van het desbetreffende vaste lid.
(3). Het reglement van de Arbitrage-commissie moet o.m. de volgende voorschriften bevatten:
- (a). De ondertekenaars van deze overeenkomst (d.w.z. de buitenlandse banken-comité's, het Duitse Comité en de Bank Deutscher Länder) moeten ten minste 10 dagen vóór de behandeling in kennis gesteld worden van de dagen waarop de behandeling van een vraag, die aan de Arbitrage-commissie door een der ondertekenaars is voorgelegd, zal plaats vinden, en iedere ondertekenaar heeft de rechten van een partij in het proces, overeenkomstig de bepalingen van de volgende paragraaf.
- (b). Alle bij een aan de Arbitrage-commissie voorgelegd geschil belanghebbende partijen hebben het recht zich bij de behandeling te laten vertegenwoordigen door een vertegenwoordiger, een advocaat of een andere gevolmachtigde en om hun argumenten pro of contra de vraag die behandeld moet worden, schriftelijk voor te leggen overeenkomstig de procedure die door de Arbitrage-commissie wordt voorgeschreven.
- (c). De Arbitrage-commissie moet van geval tot geval de tijdstippen waarop en de plaatsen waar de zittingen zullen plaats vinden, vaststellen en alle ondertekenaars van deze overeenkomst daarvan tijdig in kennis stellen.
- (d). De Arbitrage-commissie moet in het kort schriftelijk de overwegingen uiteenzetten van iedere genomen beslissing, onverschillig of deze al dan niet met eenparigheid van stemmen is genomen. Deze overwegingen kunnen, indien daartoe met algemene stemmen door de Commissie wordt besloten, achterwege blijven, tenzij een der partijen voor de behandeling om schriftelijke vastlegging van de overwegingen heeft verzocht. Worden geen schriftelijke overwegingen gegeven, dan moet in de beslissing worden vastgelegd, dat de Commissie met algemene stemmen een desbetreffend besluit genomen heeft en dat geen der partijen een verzoek als hierboven bedoeld, heeft ingediend.
- (e). Indien de Arbitrage-commissie zich met betrekking tot de beslissing over een aan haar voorgelegd geschil niet competent verklaart of indien de bevoegde gewone rechterlijke instantie in het land van een der bij de procedure belanghebbende partijen zich onbevoegd acht op grond van het feit, dat de Commissie bevoegd zou zijn, of indien het geschil geheel of ten dele terugverwezen wordt naar de Commissie, dan moet in beide gevallen de Commissie over het geschil beslissen.
21. Onkosten
De kosten en uitgaven die ontstaan en samenhangen met de voorbereiding, de toepassing en de uitvoering van deze overeenkomst komen, met inbegrip van de uitgaven die ontstaan zijn voor de buitenlandse banken-comité's voor rechtsbijstand of uit andere hoofde voor het tot stand komen van deze overeenkomst (doch niet vroeger dan 1 November 1950) en die ontstaan zijn gedurende de looptijd van de overeenkomst, ten laste van de Duitse debiteuren. Het Duitse Comité moet zorg dragen voor de betaling van al deze kosten, uitgaven en remuneraties.
22. Toetreding
(1). Toetreding tot deze overeenkomst wordt door iedere buitenlandse bank-crediteur bewerkstelligd door zijn Duitse debiteur of debiteuren binnen 2 maanden na het van kracht worden van deze overeenkomst van zijn verklaring van toetreding in kennis te stellen door middel van een brief in duplo onder gebruikmaking van een model, dat verkrijgbaar is bij de buitenlandse banken-comité's in de desbetreffende buitenlandse crediteur-landen. In de brief moeten de kortlopende credieten, waarvoor de Duitse debiteur of debiteuren aansprakelijk zijn en waarop de toetreding betrekking heeft, in het kort worden aangegeven. ledere Duitse debiteur moet binnen 4 dagen na ontvangst van een verklaring van toetreding van een van zijn buitenlandse banken-crediteuren aan deze een brief toezenden waarin hij, onder gebruikmaking van een model, dat bij de Bank Deutscher Länder of een Landeszentralbank verkrijgbaar is, zijn toetreding bevestigt1)Zie Bijlage IIIa.. De buitenlandse bank-crediteur kan van zijn toetreding ook per telegram mededeling doen, doch dan moet hij dit op de hierboven aangegeven wijze bevestigen.
(2). Iedere buitenlandse bank-crediteur die vroeger deelnam aan een konsortial Kredit, heeft het recht tot deze overeenkomst toe te treden in Verband met zijn deelneming.
(3). Na de toetreding worden de buitenlands bank-crediteur en de Duitse debiteur met betrekking tot de hierbedoelde kortlopende credieten partijen bij deze overeenkomst. Vanaf dat ogenblik hebben zij de rechten en krijgen zij de verplichtingen, bedoeld in deze overeenkomst voor de buitenlandse banken-crediteuren en voor de Duitse debiteuren.
(4). Elk buitenlands banken-comité kan met toestemming van het Duitse Comité de termijn verlengen, waarbinnen de afzonderlijke buitenlandse banken-crediteuren van het betrokken land toe kunnen treden tot de overeenkomst. Indien echter een persoon, een firma of een vennootschap in de Bondsrepubliek tijdens de looptijd van deze overeenkomst met betrekking tot een kortlopend crediet of een gedeelte daarvan aansprakelijk wordt bij wege van erfopvolging, of indien overeenkomstig artikel 5, artikel 7, of artikel 8 van deze overeenkomst nieuwe verklaringen van toetreding worden uitgewisseld, dan kan de toetreding met betrekking tot een dergelijk crediet of een deel van dat crediet plaatsvinden zonder vorenbedoelde toestemming, binnen redelijke tijd nadat de erfopvolging of een andere belangrijke gebeurtenis heeft plaatsgevonden.
(5). Indien een kortlopend crediet of een gedeelte daarvan, hetwelk verleend is aan een bank-debiteur, die niet gevestigd is in de Bondsrepubliek of die door zijn buitenlandse bank-crediteur niet meer kan worden opgespoord of geïdentificeerd, en voor wie een cliënt van zulk een Duitse bank-debiteur die gewoonlijk gevestigd is in de Bondsrepubliek, eveneens aansprakelijk is, dan moet deze cliënt (op verlangen van de buitenlandse bank-crediteur) met betrekking tot een dergelijk crediet of een deel daarvan tot de overeenkomst toetreden; de bepalingen van deze overeenkomst zijn dan op dit crediet gelijkelijk van toepassing als indien het oorspronkelijk rechtstreeks aan de cliënt was verleend.
(6). Indien een kortlopend crediet of een gedeelte daarvan, dat verleend is aan een handels- of industriële debiteur, die niet in de Bondsrepubliek gevestigd is, of die door zijn buitenlandse bankcrediteur niet meer kan worden opgespoord of geïdentificeerd, en met betrekking waartoe een in de Bondsrepubliek woonachtige persoon mede aansprakelijk is als garant, borg, endossant of crediet-verzekeraar, moet deze persoon op verlangen van de buitenlandse bankcrediteur, met betrekking tot een dergelijk crediet of een deel daarvan, tot deze overeenkomst toetreden; op dat crediet zijn dan de bepalingen van deze overeenkomst gelijkelijk van toepassing als indien het oorspronkelijk rechtstreeks aan dezelfde persoon was verleend.
(7). Indien een Duitse bank, handels- of industriële onderneming door erfopvolging hoofd-debiteur wordt van een kortlopend crediet of een gedeelte daarvan krachtens of ingevolge een Duitse wet (bv. Durchführungsverordnung Nr 35 bij het Wahrungsgesetz Nr 63 of Gesetz über den Niederlassungsbereich von Kreditinstituten van 29 Maart 1952) dan kan de buitenlandse bank-crediteur ten aanzien van een dergelijke firma tot deze overeenkomst toetreden met betrekking tot een dergelijk crediet of een deel daarvan; de betrokken firma moet van haar zijde op de in de overeenkomst voorgeschreven wijze en met dienovereenkomstig effect haar toetreding bevestigen. Deze bepaling vindt ook toepassing in geval van erfopvolging terzake van een kortlopend crediet of een gedeelte daarvan, wanneer deze erfopvolging in overeenstemming is met de thans in de Bondsrepubliek van kracht zijnde wetten (bv. artikel 7 (3) van de wet op het Niederlassungsbereich von Kreditinstituten van 29 Maart 1952). Door de toetreding van een Duitse debiteur-opvolger met betrekking tot een kortlopend crediet of een deel daarvan houdt de desbetreffende toetreding van een Duitse crediteur-voorganger op van kracht te zijn en effect te hebben (tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald).
(8). Zijn of worden op grond van de tegenwoordig in de Bondsrepubliek van kracht zijnde wetten (bv. Durchführungsverordnung Nr 35 bij het Wahrungsgesetz Nr 63 of Gesetz über den Niederlassungsbereich von Kreditinstituten van 29 Maart 1952) een of meer bankinstellingen-opvolgers gezamenlijk met de oorspronkelijke Duitse bank-debiteur voor een schuld aansprakelijk met betrekking tot een kortlopend crediet of een deel daarvan, dan moeten (behoudens de bepalingen van de twee volgende alinea's) deze bankinstelling of deze bankinstellingen eveneens met betrekking tot een dergelijk crediet of een deel daarvan toetreden tot deze overeenkomst; in dit geval blijft echter de toetreding van de oorspronkelijke Duitse bankdebiteur ten volle van kracht.
(9). Indien een kortlopend crediet of een deel daarvan verleend is aan een Duitse bank-debiteur, en indien met betrekking daarop eveneens een buiten het gebied van de Bondsrepubliek woonachtige cliënt van deze bank-debiteur aansprakelijk is, dan is noch de Duitse bank-debiteur noch enige andere bankinstelling die gezamenlijk met de desbetreffende debiteur aansprakelijk is, verplicht om enigerlei maatregel, op grond van de bepalingen van deze overeenkomst, te treffen met betrekking tot dit crediet of een gedeelte daarvan (afgezien van de toetreding als erkenning van het bestaan en het bedrag van het crediet of een gedeelte daarvan), voorzover en tot zolang niet de buitenlandse bank-crediteur ook zonder deze overeenkomst gerechtigd was om in de Bondsrepubliek de betaling van de desbetreffende schuld naar Duits recht af te dwingen.
(10). Indien een kortlopend crediet, voortvloeiend uit een oorspronkelijk voorschot in contanten, niet omgezet is in een acceptcrediet, en de betaling daarvan door de buitenlandse bank-crediteur (op grond van de tegenwoordig in de Bondsrepubliek van kracht zijnde wetten, bv. de Durchführungsverordnung Nr 35 bij het Urnstellungsgesetz Nr 63 of artikel 7 (2) van het „Gesetz über den Niederlassungsbereich von Kreditinstituten” van 29 Maart 1952) binnen de Bondsrepubliek slechts tot een evenredig deel kan worden afgedwongen dan zijn de Duitse bank-debiteur en iedere bankinstelling, die mede aansprakelijk is met hem, niet verplicht, op grond van de bepalingen van deze overeenkomst met betrekking tot het aandeel, waarvan de buitenlandse bank-crediteur op het ogenblik de betaling niet kan afdwingen, maatregelen te nemen, buiten de toetreding als erkenning van het bestaan en het bedrag van het crediet, zolang niet de buitenlandse bank-crediteur ook zonder deze overeenkomst gerechtigd zou zijn, in de Bondsrepubliek de betaling van de desbetreffende schuld naar Duits recht af te dwingen.
23. Deutsche Golddiskontbank
(1). Geen der bepalingen van deze overeenkomst zal de verplichtingen van de Deutsche Golddiskontbank of de rechten van een buitenlandse bank-crediteur tegen haar beperken, zoals deze rechten zijn vastgelegd of vervat in de laatste vroegere overeenkomst, die van toepassing is op een bepaald kortlopend crediet; artikel 23 van de overeenkomst van 1939 moet worden geacht te zijn geïnsereerd in deze overeenkomst (met ingang van de dag waarop zij tot stand komt); echter moeten in de tekst van dat artikel de volgende wijzigingen worden aangebracht:
- (a). Lid 3 van dat artikel zal zo moeten worden gewijzigd, dat de woorden „deze overeenkomst” in lid 5 (h) van artikel 23 van de overeenkomst van 1933 worden vervangen door de woorden „één van de vroegere overeenkomsten”.
- (b). Lid 4 van dat artikel moet zo worden gewijzigd dat de woorden „artikel 23 van de overeenkomsten van 1932, 1933, 1934, 1935, 1936, 1937 en 1938” vervangen worden door de woorden „artikel 23 van een vroegere overeenkomst”.
- (c). De leden 5 en 7 moeten worden geschrapt.
(2). De liquidateur van de Deutsche Golddiskontbank aanvaardt door ondertekening van deze overeenkomst de bepaling van lid 1 van dit artikel. Tevens erkent hij ten aanzien van iedere afzonderlijke buitenlandse bank-crediteur, die een kortlopend crediet of een deel van een kortlopend crediet heeft, waarvan de betaling tot nog toe gegarandeerd werd door de Deutsche Golddiskontbank, en met betrekking waartoe de toetreding tot deze overeenkomst plaats vindt, dat de aansprakelijkheid uit hoofde van deze garantie ten volle van kracht blijft voorzover het desbetreffende crediet of een gedeelte daarvan nog niet betaald of gedelgd is.
24. Betalingen die een andere oorsprong hebben
Indien een buitenlandse bank-crediteur na tot deze overeenkomst te zijn toegetreden, met betrekking tot enigerlei lopende schuld van een debiteur binnen het gebied, dat op 31 December 1937 tot het Duitse Rijk behoorde, betaling aanneemt van enig geldbedrag uit een andere bron als die van bedoelde debiteur, en indien hij dat bedrag volgens de wet of om andere redenen of ingevolge zijn eigen wens moet verrekenen met kortlopende credieten, die onder deze overeenkomst vallen, dan zal de buitenlandse bank-crediteur deze gelden aanwenden ter definitieve terugbetaling van de schuld uit hoofde van het kortlopende crediet of eventueel voor de kortlopende credieten met betrekking waartoe hij het bedrag heeft ontvangen; heeft hij het bedrag niet ontvangen met betrekking tot een bepaald kortlopend crediet of bepaalde kortlopende credieten, dan moet de buitenlandse bank-crediteur het bedrag verrekenen met kortlopende credieten, die hij zelf aanwijst tenzij de buitenlandse bank-crediteur nog andere credieten van bedoelde soort (mits geen kortlopende credieten) ter beschikking houdt, waartegen hij de gelden van rechtswege kan verrekenen en naar zijn keuze verrekent.
Onmiddellijk na de besteding van deze gelden ter reductie van een of meerdere kortlopende credieten moet de buitenlandse bank-crediteur daarvan mededeling doen aan de belanghebbende Duitse debiteur resp. de belanghebbende Duitse debiteuren en aan het Duitse Comité alsmede aan zijn eigen buitenlandse banken-comité; de schuld met betrekking tot het kortlopende crediet of de kortlopende credieten, waartegen deze gelden aldus zijn verrekend, is daarna definitief terugbetaald.
25. Ondertekening en verkorte titel van deze overeenkomst
(1). De originelen van deze overeenkomst, voorzien van de handtekeningen van het Duitse Comité, van de Bank Deutscher Länder en van de desbetreffende buitenlandse banken-comité's moeten door bemiddeling van de desbetreffende Centrale Banken ter goede bewaring voor alle belanghebbende partijen worden toegezonden aan de Bank voor Internationale Betalingen.
(2). De onderhavige overeenkomst kan worden aangehaald als „DE DUITSE CREDIETOVEREENKOMST VAN 1952”.
26. Kennisgevingen
In de bepalingen van deze overeenkomst bedoelde schriftelijke mededelingen of kennisgevingen met inbegrip van de als officieel aangeduide zullen worden geacht behoorlijk te zijn gedaan indien ze per post, per telegram of per radiogram (port betaald) gericht zijn aan een door de ontvangst daarvan gerechtigde opgegeven adres of aan dat adres zijn afgeleverd. Indien de tot ontvangst gerechtigde geen bijzonder adres opgeeft, dan moet de kennisgeving gericht worden aan het gewone adres waar hij zijn bedrijf uitoefent.
27
[Vervallen]
28. Titels
De titels dienen uitsluitend voor het doel aanhaling te vergemakkelijken; zij hebben voor de interpretatie van deze overeenkomst geen betekenis.
29. Vereiste handtekeningen
Deze overeenkomst treedt in werking zodra zij door het Duitse Comité en de Bank Deutscher Länder ondertekend is, en ondertekend en (voor zoveel nodig) bekrachtigd is door de buitenlandse bankencomité's, die buitenlandse banken-crediteuren vertegenwoordigen wier kortlopende credieten, gerekend naar de nominale waarde, 75 % vertegenwoordigen van de uitstaande kortlopende credieten.
INHOUD
Hoofdstuk A. Omschrijving van de vorderingen
Artikel:
Vorderingen uit het goederen- en dienstenverkeer.
Vorderingen uit het particuliere kapitaalverkeer.
Inkomsten uit investeringen.
Andere geldvorderingen.
Uitzonderingen.
Hoofdstuk B. Algemene beginselen
Omzetting in Duitse mark.
Vorderingen in vreemde valuta met goud-clausule.
Omrekening van vorderingen in vreemde valuta in Duitse mark.
Konversionskasse für Deutsche Auslandsschulden.
Betalingen bij de Deutsche Verrechnungskasse.
Hardheidsclausule.
Rechtsopvolging ten aanzien van vorderingen en schulden.
Verandering van crediteur.
Toetreding tot de schuldenregeling; deviezenbepalingen; verplichtingen van debiteuren.
Regeling van geschillen.
Gemengde Commissie.
Scheidsgerecht.
Betaling in Duitse mark.
Gebruik van geblokkeerde Duitse mark-tegoeden.
Invloed van de regeling op vorderingen.
Valuta-optie-clausules zonder goud-clausule.
Concessies ten gunste van de debiteur.
Echte conversies.
Valuta, waarin betaald moet worden.
Wetten voor de certificatie van Duitse effecten.
Hoofdstuk C. Regeling van oude handelsvorderingen
Vorderingen uit hoofde van de levering van goederen.
Vorderingen uit hoofde van vooruitbetalingen voor levering van goederen en diensten.
Lonen, salarissen, pensioenen, die berusten op arbeidsovereenkomst; commissies.
Verplichtingen uit sociale verzekering.
Vorderingen uit het particuliere verzekeringsverkeer.
Andere oude handelsvorderingen.
Gemeenschappelijke bepalingen voor oude handelsvorderingen.
Hoofdstuk D. Regeling van vorderingen uit het particuliere kapitaalverkeer
Vorderingen in Duitse valuta.
Vorderingen in niet Duitse valuta.
Hoofdstuk E. Achterstallige inkomsten uit investeringen
Hoofdstuk F. Andere geldvorderingen
Bijlage IVa. Gemeenschappelijke verklaring van de Duitse en de Zwitserse delegatie bij de onderhandelingen over de regeling van de „Schweizer Frankengrundschulden”.
Hoofdstuk A. Omschrijving van de vorderingen
Artikel 1
Geldvorderingen uit het internationale goederen- en dienstenverkeer, en geldvorderingen van soortgelijke aard, op particuliere en publiekrechtelijke debiteuren, die voor 8 Mei 1945 zijn vervallen (oude handelsvorderingen).
Het betreft hier met name:
- (1). vorderingen uit hoofde van de levering van goederen,
- (2). vorderingen uit hoofde van vooruitbetalingen voor levering van goederen en diensten,
- (3). nevenkosten van het goederenverkeer, voor zover zij niet in de factuur zijn opgenomen; hieronder vallen ook vrachten e.d.,
- (4). vorderingen uit diensten, voor zover zij niet in andere leden van dit artikel vervat zijn; hieronder zijn mede begrepen vergoedingen aan commissarissen en trustees,
- (5). vorderingen uit hoofde van rechten op industriële eigendom, auteursrechten, technische hulp, en dergelijke vorderingen,
- (6). aanspraken op schadevergoeding in verband met het goederenen dienstenverkeer, die voor 8 Mei 1945 zijn ontstaan en vervallen,
- (7). lonen, salarissen, pensioenen, die berusten op een arbeidsovereenkomst, en commissies,
- (8). verplichtingen uit sociale verzekering,
- (9). vorderingen uit het particuliere verzekeringsverkeer.
Vorderingen, die niet uitdrukkelijk onder de cijfers (1) tot en met (9) zijn genoemd, maar duidelijk behoren tot de categorie van de in dit artikel geregelde vorderingen uit het internationale goederen- en dienstenverkeer, moeten onder de desbetreffende cijfers worden gerangschikt.
Artikel 2
De volgende vorderingen, welke voor 8 Mei 1945 zijn ontstaan uit het kapitaalverkeer, met inbegrip van verschuldigde renten, op particuliere debiteuren:
- (1). vorderingen luidende in Duitse valuta, zonder goud- of valutaclausule;
- (2). vorderingen, luidende in vreemde valuta of in Duitse valuta met een goud- of valutaclausule, voor zover zij
- (a). door natuurlijke personen verschuldigd zijn en niet zijn aangegaan in naam van een firma, behorende aan de debiteur, ongeacht looptijd en bedrag, of
- (b). verschuldigd zijn door Duitse firma's en toekomen aan natuurlijke personen, rechtspersonen of groepen van personen, die direct of indirect eigenaars van de desbetreffende Duitse firma's zijn, onverschillig of de vorderingen in niet-verhandelbare obligaties luiden of in een andere vorm zijn belichaamd, of
- (c). een looptijd hebben, die oorspronkelijk was bepaald op minder dan vijf jaar, of
- (d). oorspronkelijk lager waren dan het bedrag van U.S. $ 40.000 of de tegenwaarde daarvan (tegen de wisselkoers van 1 Juli 1952), ongeacht de looptijd;
- (3). vorderingen, die niet uitdrukkelijk onder de cijfers (1) en (2) zijn genoemd, maar duidelijk behoren tot de categorie van de in dit artikel geregelde vorderingen uit het kapitaalverkeer en niet vallen onder de voorstellen voor een regeling, vervat in de Bijlagen I tot III van de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden;
- (4). bij wijze van uitzondering: vorderingen uit hypotheken en grondrenten (Grund- und Rentenschulden), wanneer de debiteur of de eigenaar van de grond een gemeente of een ander overheidslichaam is, en zij niet een deel vormen van een overeenkomst van lening. Voor de „Frankengrundschulden” volgens de Duits-Zwitserse verdragen van 6 December 1920 en 25 Maart 1923 wordt naar Bijlage IVa verwezen.
Artikel 3
Opbrengsten voor 8 Mei 1945 ten gunste van buitenlandse crediteuren uit investeringen in het gebied van de Bondsrepubliek Duitsland of Berlijn (West), voor zover deze opbrengsten niet in een andere Bijlage van de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden of in deze zelf behandeld worden.
Het betreft hier met name:
- (1). dividenden op aandelen, die binnen de Bondsrepubliek Duitsland of Berlijn (West) zijn uitgegeven;
- (2). winsten;
- (3). huren en pachten.
Artikel 4
Geldvorderingen, ontstaan voor 8 Mei 1945, die niet zijn genoemd in andere Bijlagen van de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden, of in de artikelen 1 tot en met 3 van dit voorstel voor een regeling, doch die naar hun aard behoren onder dit voorstel voor een regeling.
Artikel 5. Uitzonderingen
Van deze regeling zijn voorlopig uitgesloten vorderingen op de stad Berlijn en op openbare nutsbedrijven, in Berlijn gelegen of door Berlijn gecontroleerd.
Hoofdstuk B. Algemene Beginselen
Artikel 6. Omzetting in Duitse mark
(1). Vorderingen, luidende in Rijksmark worden geregeld, nadat de buitenlandse crediteur er zijn goedkeuring aan heeft gehecht, dat zijn vordering in dezelfde verhouding in D. mark wordt omgezet als een dergelijke vordering van een binnenlandse crediteur. Dit is ook van toepassing op geldvorderingen, die in goudmark of Rijksmark met goud-clausule luiden, doch geen specifiek buitenlands karakter in de zin van het volgende lid (2) hebben. De Duitse deviezenautoriteiten zullen voortaan de nodige goedkeuring verlenen voor een omzetting volgens de Wet op de Munthervorming (Umstellungsgesetz), of voor een nieuwe vaststelling volgens de wetgeving op balansen in D. mark, voor zover de crediteur recht heeft op de omzetting of nieuwe vaststelling.
(2). Overeengekomen is, dat dergelijke in goudmarken of Rijksmarken met goud-clausule uitgedrukte geldvorderingen uit kapitaalverkeer en hypotheken, die een specifiek buitenlands karakter dragen, zullen worden omgerekend in D. mark in de verhouding 1 : 1.
De definitie van de criteria voor het begrip „specifiek buitenlands karakter” bij dergelijke geldvorderingen zal het onderwerp vormen van verdere onderhandelingen (zie Bijlage VII). Beide partijen behouden zich het recht voor, hun houding nader te bepalen ten aanzien van de vraag, in welke gevallen en op welke wijze het bovenbedoelde principe kan worden toegepast. Aan de Duitse delegatie wordt overgelaten te beslissen, op welke wijze de oplossing, die zal worden gevonden, kan worden gevoegd in het kader van de Duitse wetgeving inzake de munthervorming en inzake de „Kriegs- und Nachkriegs-Lastenausgleich”.
Bovenbedoelde onderhandelingen tussen een Duitse delegatie en vertegenwoordigers van crediteuren zullen niet later dan 31 October 1952 plaats vinden.
Artikel 7. Vorderingen in vreemde valuta met goud-clausule
Voor de regeling van deze vorderingen zullen de volgende beginselen mutatis mutandis worden toegepast:
Schulden, luidende in goud-dollars of in Zwitserse goud-francs, worden omgerekend op basis van 1 goud-dollar = 1 U.S. dollar en 1 Zwitserse goud-franc = 1 Zwitserse franc. De nieuwe overeenkomsten luiden in courante U.S.-dollars of Zwitserse francs.
Andere schulden met goud-clausules (uitgezonderd in Duitse valuta luidende schulden met goud-clausules - zie artikel 6, lid 2) zijn alleen betaalbaar in de valuta van het land, waar de lening opgenomen is of de uitgifte heeft plaats gevonden (verder genoemd valuta van uitgifte). Het verschuldigde bedrag zal worden berekend als de tegenwaarde van een bedrag in U.S.-dollars volgens de wisselkoers, geldend op het tijdstip, waarop het bedrag betaald moet worden. Dit dollarbedrag wordt verkregen door het nominale bedrag om te rekenen in U.S.-dollars tegen de wisselkoers, geldend op het tijdstip van de opneming of uitgifte van de lening. Het aldus berekende bedrag in de valuta van uitgifte mag echter niet lager zijn dan wanneer het zou zijn berekend volgens de wisselkoers, geldend op 1 Augustus 1952.
Artikel 8. Omrekening van vorderingen in vreemde valuta in Duitse mark
Vorderingen in vreemde valuta zullen worden omgerekend in D. mark op basis van de pariteiten, geldend op de dag voor de betaling, zoals medegedeeld aan het Internationale Monetaire Fonds. Wanneer geen pariteit is vastgesteld, volgt omrekening tegen de middenkoers van de Bank Deutscher Länder op de dag voor de betaling.
Artikel 9. Konversionskasse für Deutsche Auslandsschulden
I. De Duitse delegatie was van mening, dat de Duitse debiteur tot het totale bedrag van zijn betalingen aan de Konversionskasse definitief van zijn schuld bevrijd was. De vertegenwoordigers van crediteuren waren evenwel van mening, dat als regel zulke betalingen aan de Konversionskasse volgens het in hun land geldend recht niet als bevrijdend voor de Duitse debiteur erkend zouden worden.
In het verlangen, een einde te maken aan vruchteloze juridische discussies, zijn beide partijen overeengekomen een practische oplossing te zoeken, welke het mogelijk zal maken de aanspraken zonder onnodige formaliteiten te regelen.
De Duitse delegatie en de vertegenwoordigers van buitenlandse crediteuren zijn derhalve, onder handhaving van hun juridische standpunten, het volgende overeengekomen:
- (1). De Duitse debiteur verplicht zich de vordering van de crediteur volgens de nieuwe voorwaarden van de regeling te betalen, ongeacht de door hem aan de Konversionskasse gedane betalingen, voor zover de crediteur Bij effecten, waarop het „Bereinigungsgesetz für Deutsche Auslandsbonds” van toepassing is, zal deze regeling slechts betrekking hebben op die obligaties en coupons, welke erkend zijn op grond van die wet, en eventuele over de toepassing van die wet gesloten overeenkomsten met het land van emissie, of waarvoor de crediteur volgens die wet een declaratoire beslissing (Feststellungsbescheid) heeft gekregen.
- (a). van de Konversionskasse het bedrag, overeenkomende met het door de debiteur gestorte, niet werkelijk heeft ontvangen of
- (b). een betaling of prestatie van de Konversionskasse op grond van een betaling door de debiteur gedaan, heeft geweigerd, omdat de crediteur de betaling of prestatie niet als voldoening van de schuld wilde erkennen.
- (2). De bedragen zullen uit de Duitse openbare kas aan de debiteuren worden vergoed.
- (3). Voor de betalingen aan de Konversionskasse gedaan, die niet vallen onder (1), is de debiteur van zijn schuld bevrijd.
II. Onder voorbehoud van de algemene bepalingen hierboven onder I bedoeld, wordt het volgende bepaald:
- (a). De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland verbindt zich de aansprakelijkheid voor de volledige betaling in de verschuldigde valuta's aan de buitenlandse crediteuren over te nemen voor die bedragen, die door debiteuren in het Saargebied in de Konversionskasse zijn gestort, en met betrekking tot welke de buitenlandse crediteuren noch betaling in buitenlandse valuta hebben ontvangen, noch op andere wijze zijn voldaan.
- (b). De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland verbindt zich de aansprakelijkheid voor de betaling in de verschuldigde valuta's aan de buitenlandse crediteuren over te nemen voor 60 % van die bedragen, die door debiteuren in Oostenrijk, Frankrijk, België en Luxemburg in de Konversionskasse zijn gestort, en met betrekking tot welke de buitenlandse crediteuren noch betaling in buitenlandse valuta hebben ontvangen, noch op andere wijze zijn voldaan.
- (c). De Bondsregering zal voor eind December 1952 met de vertegenwoordigers van buitenlandse crediteuren onderhandelingen beginnen met betrekking tot de uitvoering van deze verplichtingen.
Artikel 10. Betalingen bij de Deutsche Verrechnungskasse
De partijen bij de onderhandelingen hebben de stortingen, door de Duitse debiteuren gedaan bij de Deutsche Verrechnungskasse, welke niet zijn uitbetaald aan de crediteuren, besproken.
In verband met de verscheidenheid van de overeenkomsten tussen Duitsland en de andere landen, welke nog afgewikkeld moeten worden, zijn crediteuren en debiteuren van mening, dat de nog niet opgeloste kwesties moeten worden opgelost door intergouvernementele onderhandelingen tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de desbetreffende landen.
Artikel 11. Hardheidsclausule
Indien en voor zover de financiële positie van een debiteur door oorlog, oorlogsgevolgen of andere buitengewone omstandigheden zo is achteruitgegaan, dat de nakoming van zijn verplichtingen overeenkomstig de voorwaarden en binnen de termijnen, neergelegd in dit voorstel voor een regeling, van de debiteur niet kan worden gevergd, zullen hem faciliteiten worden verleend. Bij deze faciliteiten zal rekening worden gehouden met de billijkheid en de bijzondere omstandigheden van de debiteur. Zij zullen in overeenstemming zijn met de concessies, die de debiteur op dezelfde gronden volgens Duits recht, in het bijzonder volgens de wetgeving voor de hulp aan debiteuren (Vertragshilferecht), van een Duitse crediteur heeft verkregen of zou kunnen verkrijgen.
Wanneer crediteuren en debiteuren niet tot overeenstemming komen, beslist het bevoegde Duitse gerecht. De crediteur kan tegen de gerechtelijke uitspraak in eerste instantie naar zijn keuze, of de hem naar Duits recht toekomende rechtsmiddelen aanwenden, of binnen een periode van dertig dagen na de betekening van de uitspraak in eerste instantie, zich wenden tot het volgens artikel 17 gevormde scheidsgerecht. De beslissing van het scheidsgerecht is bindend.
Artikel 12. Rechtsopvolging ten aanzien van vorderingen en schulden
(1). Wanneer een buitenlandse crediteur vorderingen van een andere buitenlandse crediteur door erfopvolging heeft verkregen of in de toekomst verkrijgt, wordt zulk een vordering in het kader van dit voorstel voor een regeling behandeld, alsof de oorspronkelijke crediteur er nog toe gerechtigd was. Hetzelfde geldt voor analoge gevallen van rechtsopvolging op grond van de wet.
(2). Als rechtsopvolger van de debiteur is aansprakelijk degene, die volgens een wet of bindende verordening de schuld moet overnemen of volgens overeenkomst overgenomen heeft.
Artikel 13. Verandering van crediteur
(1). De crediteur kan het totaal bedrag van zijn vordering, waarvan hij betaling naar het buitenland kan verlangen, overdragen aan een andere buitenlander, mits de overdracht
- (a). geschiedt aan een persoon, gevestigd in hetzelfde valutagebied,
- (b). geen verandering van de voorwaarden, die voor de vordering gelden, ten gevolge heeft,
- (c). niet direct of indirect tot afwikkeling van de schulden leidt.
De bevoegde Duitse instanties zullen hun goedkeuring aan de overdracht hechten, wanneer aan de voorwaarden, genoemd in (a) tot en met (c) is voldaan. Zij zullen daarenboven goed gefundeerde verzoeken van een buitenlandse crediteur om goedkeuring van de overdracht van een gedeelte van zijn vordering in welwillende overweging nemen.
Bij de verkrijging van de vordering krijgt de nieuwe crediteur dezelfde rechten en verplichtingen als de oorspronkelijke crediteur. Wanneer de nieuwe crediteur van de debiteur regeling van de schuld in Duitse mark verlangt, worden op zijn geblokkeerd tegoed, na afloop van een termijn van drie maanden sedert de verandering van crediteur, de bepalingen toegepast voor „oorspronkelijke geblokkeerde tegoeden”.
(2). Voor de overdracht van vorderingen, ten aanzien waarvan de crediteur slechts betaling in D. mark kan verlangen, zijn de bepalingen van toepassing betreffende het gebruik en de overdracht van dergelijke vorderingen, die op dat ogenblik van kracht zijn in het gebied van de Bondsrepubliek en in Berlijn (West) (zie art. 19.).
Artikel 14. Toetreding van de crediteur en van de debiteur tot de schuldenregeling; deviezenbepalingen; verplichtingen van debiteuren
(1). Crediteuren en debiteuren, die overeenkomstig de bepalingen van dit voorstel voor een regeling een vordering en een schuld wensen te regelen, moeten daarover schriftelijke verklaringen uitwisselen. De verklaring van toetreding door de crediteur kan ook worden afgegeven door een in het land van de crediteur voor dat doel in het leven geroepen instelling.
(2). De geldende Duitse en buitenlandse deviezenbepalingen zijn van toepassing op de verhouding tussen crediteur en debiteur, waarbij rekening dient te worden gehouden met de speciale faciliteiten en toezeggingen, die in dit voorstel voor een regeling zijn neergelegd.
(3). Wanneer de debiteur weigert een verklaring af te geven, terwijl de crediteur verklaart zich gebonden te achten door zijn eigen verklaring van toetreding tegenover de debiteur, zullen de Duitse deviezenautoriteiten op zijn verzoek aan de crediteur, binnen de grenzen van zijn verklaring van toetreding, alle noodzakelijke deviezenvergunningen verlenen.
Deze deviezenvergunningen moeten het de crediteur mogelijk maken zijn debiteur in rechte aan te spreken en zijn vordering te innen, in de omvang en op de wijze, als in het voorstel voor een regeling is bepaald ten aanzien van zulke vorderingen.
Voor zover de crediteur na executie niet voldaan is, kan hij zijn verklaring van toetreding tegenover de debiteur herroepen.
De verlening van de deviezenvergunning houdt geen beslissing in ten aanzien van het bestaan en het bedrag der vordering.
(4). Wanneer de crediteur betaling in D. mark verlangt, moet hij schriftelijk tegenover de debiteur verklaren, dat hij de betaling als voldoening van zijn vordering aanneemt.
(5). Wanneer de crediteur betaling naar het buitenland kan verlangen en verlangt, moet de debiteur alle maatregelen nemen, die volgens de geldende Duitse deviezenbepalingen noodzakelijk zijn, om de betaalmiddelen in buitenlandse valuta te verkrijgen.
Artikel 15. Regeling van geschillen
Voor zover in dit voorstel voor een regeling niet uitdrukkelijk anders is bepaald, worden geschillen tussen crediteuren en debiteuren over het bestaan en het bedrag van de vorderingen beslist door het gerecht, of door het tussen partijen overeengekomen scheidsgerecht, dat volgens de rechtsverhouding tussen partijen competent is.
Artikel 16. Gemengde Commissie
Een Gemengde Commissie, die zal bestaan uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de crediteurlanden enerzijds en van de Duitse Bondsregering anderzijds, alsmede uit een voorzitter, zal worden gevormd ten einde over meningsverschillen betreffende de uitlegging van de regeling te beslissen.
Aanbevolen wordt, de Commissie bevoegd te doen zijn in kwesties van fundamentele betekenis voor de uitlegging van deze regeling, welke haar door de regeringen worden voorgelegd, te beslissen.
Wanneer een regering van mening is, dat een kwestie, die voor het scheidsgerecht (artikel 17) aanhangig is, van fundamentele betekenis is, wordt aanbevolen, dat die regering zal kunnen verlangen, dat het scheidsgerecht de kwestie naar de Gemengde Commissie verwijst. Het scheidsgerecht moet hetzelfde recht hebben.
Artikel 17. Scheidsgerecht
Het in artikel 11 bedoelde scheidsgerecht bestaat uit een door de crediteur en een door de debiteur benoemde scheidsrechter. De twee scheidsrechters kiezen een voorzitter. Indien zij het over de persoon niet eens kunnen worden, verzoeken zij de Voorzitter van de Internationale Kamer van Koophandel hem te benoemen.
De scheidsrechters moeten in hun eigen land de bevoegdheid hebben om het ambt van rechter te bekleden; voor de voorzitter is dit niet noodzakelijk.
Het scheidsgerecht regelt zelf de procedure. Het zal ook beslissen, welke partij de kosten moet dragen.
De Duitse delegatie zal de Bondsregering adviseren er zorg voor te dragen, dat in gevallen, waarin de partijen niet in staat zijn een voorschot voor kosten te geven, of de vastgestelde te betalen, de voldoening van die kosten op een andere gepaste wijze wordt geregeld.
Het scheidsgerecht kan op verzoek van beide partijen ook beslissen in andere geschillen tussen crediteuren en debiteuren.
Nadere bepalingen met betrekking tot het in dit artikel bedoelde scheidsgerecht zullen worden vastgesteld bij de intergouvernementele onderhandelingen over de uitvoering van de aanbevelingen van de schuldenconferentie.
Artikel 18. Betaling in Duitse mark
Onder betaling in D. mark in de zin van deze regeling wordt verstaan de betaling in Duitse valuta op een rekening, die de buitenlandse crediteur op zijn naam heeft staan of voor zich laat openen bij een financiële instelling in het gebied van de Bondsrepubliek Duitsland of in Berlijn (West). De rekening is onderworpen aan de geldende Duitse deviezenbepalingen.
Het verlenen van speciale vergunningen voor andere wijzen van betaling wordt hiermede niet uitgesloten.
Artikel 19. Gebruik van geblokkeerde Duitse mark-tegoeden
(1). Aan de buitenlandse crediteur van een „oorspronkelijk tegoed” in Duitse valuta is het toegestaan dit te gebruiken binnen het raam van de bestaande bepalingen, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze regeling in de Bondsrepubliek Duitsland en in Berlijn (West) van kracht zijn; bovendien heeft hij het recht een dergelijk tegoed over te dragen aan een andere persoon buiten Duitsland.
(2). De buitenlandse crediteur van een „verkregen tegoed” (erworbenes Guthaben) in Duitse valuta zal ook in de toekomst zijn tegoed aan een andere persoon buiten Duitsland mogen overdragen.
De buitenlandse crediteur van zulk een tegoed zal ook in de toekomst zijn tegoed in hoofdzaak mogen gebruiken voor investeringen op lange termijn in Duitsland.
(3). De bevoegde Duitse autoriteiten zullen die regelingen treffen, die noodzakelijk zijn om beschikkingen over het tegoed in Duitse valuta in strijd met de wet te voorkomen en om andere misbruiken, die nadelig zijn voor de Duitse volkshuishouding of voor de gezamenlijke crediteuren, uit te sluiten. Een bepaald gebruik, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling toegestaan is op grond van een algemene vergunning, kan, ter verzekering van de controle, afhankelijk worden gesteld van een speciale vergunning, zonder dat hierdoor de algemene mogelijkheden van gebruik worden beperkt.
(4). De bevoegde Duitse autoriteiten zullen er naar streven faciliteiten te verlenen voor het gebruik van geblokkeerde D. mark-tegoeden, voor zover de deviezenpositie zulks toelaat. Hun doel zal zijn de procedure voor het afgeven van vergunningen zoveel mogelijk te vereenvoudigen.
(5). Voor het bespreken van algemene kwesties, die met het gebruik van geblokkeerde D. mark-tegoeden samenhangen, zal de Bondsregering een commissie van advies vormen, die zal bestaan uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de voornaamste crediteurlanden enerzijds en van de Bondsregering anderzijds.
Artikel 20. Invloed van de regeling op vorderingen
Voor zover niet anders is bepaald, zal deze regeling als zodanig de vorderingen, waarop zij betrekking heeft, niet wijzigen.
Artikel 21. Valuta-optie-clausules zonder goud-clausule
De beslissing omtrent de valuta, waarin vorderingen met een valuta-optie-clausule (zonder goud-clausule) moeten worden betaald, blijft voorbehouden aan intergouvernementele overeenkomsten.
Artikel 22. Concessies ten gunste van de debiteur
De crediteuren zijn van mening, dat de voordelen uit de concessies, die zij in het kader van deze regeling doen, de debiteuren ten goede moeten komen.
Artikel 23. Echte conversies
(1). Een wijziging in de voorwaarden van een schuldverhouding wordt als een echte conversie beschouwd, indien zij heeft plaats gevonden voor 9 Juni 1933 of indien zij op of na 9 Juni 1933 heeft plaats gevonden als gevolg van vrije onderhandelingen dan wel wegens insolventie of dreigende insolventie van de debiteur.
(2). Aangenomen wordt, dat er geen sprake is van echte conversie op grond van vrije onderhandelingen, wanneer de crediteur op het tijdstip van de conversie door de Duitse Treuhänder voor vijandelijk vermogen of door een dergelijke door een Duitse instantie zonder zijn toestemming benoemde persoon, vertegenwoordigd was.
(3). Bij vorderingen uit obligaties is er ook dan geen echte conversie, indien zij zich uitsluitend beperkt heeft tot het aannemen door de crediteur van een door de debiteur gedaan eenzijdig aanbod.
(4). De debiteur moet bewijzen, dat het een echte conversie betreft.
(5). Bij kerkelijke leningen wordt elke conversie als een echte conversie beschouwd.
Artikel 24. Valuta, waarin betaald moet worden
Bepalingen over de valuta, waarin geldvorderingen moeten worden betaald, blijven aan intergouvernementele overeenkomsten voorbehouden.
Artikel 25. Wetten voor de certificatie van Duitse effecten
Deze regeling vindt geen toepassing op obligaties en coupons, die op grond van de Duitse wet op de certificatie van effecten van 19 Augustus 1949 (Wirtschaftsgesetzbl. S. 295) en de wet op de certificatie van Duitse „Auslandsbonds” van Augustus 1952 moeten worden gecertificeerd, zolang deze obligaties en coupons niet zijn gecertificeerd volgens de bepalingen van deze wetten en eventuele overeenkomsten, gesloten met het land van emissie met betrekking tot deze wetten.
Hoofdstuk C. Regeling van oude handelsvorderingen (artikel 1)
Artikel 26. Vorderingen uit hoofde van de levering van goederen (artikel 1 (1))
(1). De crediteur heeft het recht van de debiteur betaling naar het buitenland te verlangen, en wel:
- (a). van één derde van het verschuldigde bedrag vanaf het begin van het jaar 1953;
- (b). van de resterende twee derden van het verschuldigde bedrag, in tien gelijke jaarlijkse termijnen, vanaf 1 Januari 1954.
(2). De crediteur kan tot 31 December 1953 verlangen, dat de debiteur, in plaats van de onder lid (1) (b) bedoelde betaling naar het buitenland, binnen drie maanden na zijn desbetreffend verzoek het restant van zijn vordering (twee derden van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag) in D. mark betaalt. Aan crediteuren en debiteuren wordt overgelaten in onderling overleg deze termijn met nog eens drie maanden te verlengen, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
(3). Na 31 December 1953 kan de crediteur betaling van het restant van zijn vordering in D. mark alleen met goedvinden van de debiteur verlangen.
Artikel 27. Vorderingen uit hoofde van vooruitbetalingen voor levering van goederen en diensten (artikel 1 (2))
(1). Crediteuren en debiteuren dienen, voor zover noodzakelijk met goedkeuring van de bevoegde instanties, overeenstemming te bereiken over een regeling, die voor hun geval passend is.
(2). Wanneer het niet mogelijk is, tot overeenstemming te komen, heeft de crediteur het recht van de debiteur betaling van het verschuldigde bedrag naar het buitenland te verlangen in tien gelijke jaarlijkse termijnen, te beginnen met 1 October 1953.
(3). De crediteur kan tot 31 December 1953 verlangen, dat de debiteur, in plaats van de onder lid (2) bedoelde betaling naar het buitenland, binnen drie maanden na zijn desbetreffend verzoek, het gehele bedrag zijner vordering in D. mark betaalt. Aan crediteuren en debiteuren wordt het overgelaten in bijzondere omstandigheden, in onderling overleg deze termijn met nog eens drie maanden te verlengen.
(4). Na 31 December 1953 kan de crediteur betaling van de vordering in D. mark alleen met goedkeuring van de debiteur verlangen.
Artikel 28. Lonen, salarissen, pensioenen, die berusten op een arbeidsovereenkomst; commissies (artikel 1 (7))
(1). De crediteur kan van de debiteur betaling van het verschuldigde bedrag naar het buitenland verlangen in vijf gelijke jaarlijkse termijnen, te beginnen met 1 Januari 1953.
Bij deze regeling kunnen, op verzoek van de rechthebbende, of van een particuliere organisatie van een overheidsinstelling, waaraan de rechthebbende op de vereiste wijze volmacht heeft gegeven om voor hem te handelen, gericht tot de bevoegde Duitse instanties, ook die bedragen betrokken worden, waarvan bewezen kan worden, dat zij tijdelijk door de rechthebbende of zijn werkgever te zijnen gunste op een rekening bij een financiële instelling, gevestigd in het gebied van de Bondsrepubliek of in Berlijn (West), waren gestort.
Aan de bevoegde Duitse autoriteiten blijft het recht voorbehouden de mogelijkheid van een vluggere betaling naar het buitenland in gevallen van hardheid in welwillende overweging te nemen.
(2). De crediteur kan te allen tijde verlangen, dat de debiteur het resterende bedrag, hetwelk nog niet naar het buitenland is overgemaakt, binnen drie maanden na zijn desbetreffend verzoek, in D. mark betaalt.
Artikel 29. Verplichtingen uit sociale verzekering (artikel 1 (8))
Deze zijn reeds het voorwerp van bilaterale onderhandelingen en verdragen, of kunnen het in de toekomst worden. Aanbevolen wordt, de achterstallige betalingen in deze verdragen op te nemen.
Artikel 30. Vorderingen uit het particuliere verzekeringsverkeer (artikel 1 (9))
(1). Vorderingen en schulden van beide partijen uit alle soorten verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten of -verdragen, of verband houdend met zulke overeenkomsten of verdragen, kunnen het voorwerp van bilaterale onderhandelingen vormen.
Zulke vorderingen en schulden kunnen slechts geldend gemaakt worden overeenkomstig de desbetreffende bilaterale overeenkomsten.
(2). Indien zulke bilaterale overeenkomsten voor de directe verzekering niet bestaan of niet zijn afgesloten voor 31 Maart 1953, worden aanspraken van buitenlandse verzekeringnemers of verzekeringsmaatschappijen in de Bondsrepubliek Duitsland en in Berlijn (West) volgens de volgende bepalingen geregeld:
- (a). vorderingen uit overeenkomsten van levensverzekering, volgens de voorschriften van de artikelen 33 en 34;
- (b). vorderingen uit overeenkomsten van schade-, ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekeringen:
- (aa). indien de verzekeringsovereenkomst is afgesloten voor verzekering van vermogenswaarden, die in de Bondsrepubliek Duitsland of in Berlijn (West) gelegen zijn, vindt betaling in D. mark plaats volgens de in de Bondsrepubliek Duitsland en Berlijn (West) geldende deviezenbepalingen;
- (bb). vorderingen uit andere overeenkomsten van schade-, ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekeringen, worden volgens de voorschriften van artikel 31 geregeld;
- (c). vorderingen uit alle soorten verzekeringsovereenkomsten voor betaling van pensioenen, volgens de bepalingen van artikel 28.
Bijzonderheden van de bepalingen in lid (2) zullen nog in de overeenkomst worden geregeld.
Artikel 31. Andere oude handelsvorderingen (artikel 1 (3), (4), (5) en (6))
(1). De crediteur kan van de debiteur betaling van het verschuldigde bedrag naar het buitenland verlangen in tien gelijke jaarlijkse betalingen, te beginnen met 1 Juli 1953.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)