Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten
- b). Indien de krijgsmacht of de civiele dienst tegen het indienen van een eis of het instellen van hoger beroep alleen daarom geen bezwaar maakt omdat een autoriteit van de Bondsrepubliek op het hoogste niveau heeft verklaard zulks van essentieel belang te achten, en op grond van de eis of het hoger beroep extra kosten in het rechtsgeding ontstaan, wordt van geval tot geval overeengekomen of en in hoeverre de als gevolg van dit rechtsgeding vastgestelde verplichtingen ten laste van de staat van herkomst of van de Bondsrepubliek komen.
- c). De kosten die voortvloeien uit een rechtszaak en die niet zijn begrepen in de kosten die door de rechtbank zijn vastgesteld, worden door de staat van herkomst betaald, indien de krijgsmacht of de civiele dienst van te voren toestemming heeft gegeven de kosten te maken.
- a). Geschillen voortvloeiende uit levering van goederen en diensten die op het grondgebied van de Bondsrepubliek uit hoofde van rechtstreeks door de autoriteiten van een krijgsmacht of een civiele dienst gesloten contracten geleverd zijn, worden beslecht door Duitse rechtbanken of door een onafhankelijk scheidsgerecht. Indien de Duitse rechtbanken het geschil moeten beslechten, wordt de eis ingediend tegen de Bondsrepubliek, die in eigen naam in het belang van de staat van herkomst in de zaak optreedt. Het tweede, vierde en vijfde lid van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing wat betreft de verhoudingen tussen de Bondsrepubliek en de staat van herkomst.
- b). De regelingen die tussen de Bondsrepubliek en een staat van herkomst zijn getroffen hebben evenwel voorrang boven de bepalingen vermeld onder a.
Artikel 45
Voor zover een krijgsmacht haar oefenprogramma niet kan uitvoeren op de haar voor uitsluitend gebruik ter beschikking gestelde onroerende goederen, zonder aan de oefeningsdoeleinden afbreuk te doen, heeft de krijgsmacht op grond van dit artikel het recht, onder voorbehoud van toestemming van de Bondsminister van Defensie, buiten deze onroerende goederen manoeuvres en andere oefeningen uit te voeren in de mate die nodig is ter vervulling van haar verdedigingstaak. De beslissing van de Bondsminister van Defensie wordt genomen nadat naar behoren rekening is gehouden met alle aspecten die voortvloeien uit multilaterale of bilaterale overeenkomsten waarbij de Bondsrepubliek en één of meer Staten van herkomst partij zijn, met inbegrip van de door de Geallieerde Opperbevelhebber in Europa of andere autoriteiten van de Noordatlantische Verdragsorganisatie of de bevoegde Europese autoriteiten vastgestelde oefeningseisen. Voor het uitvoeren van of de deelneming aan manoeuvres of andere oefeningen in overeenstemming met dit artikel door onderdelen van de krijgsmacht die voor dit doel naar de Bondsrepubliek komen, is de toestemming van de bevoegde Duitse autoriteiten vereist. De procedures voor kennisgeving, coördinering en goedkeuring van manoeuvres en andere oefeningen worden geregeld in een afzonderlijke overeenkomst.
Op het uitvoeren van manoeuvres en andere oefeningen in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel zijn de desbetreffende bepalingen van de Duitse wetgeving van toepassing, in het bijzonder de Bondswet inzake rekwisitie (Bundesleistungsgesetz) van 27 september 1961, zoals gewijzigd. Op verzoek van de autoriteiten van een krijgsmacht verstrekken de Duitse militaire autoriteiten informatie over deze bepalingen of doen zij deze verstrekken. De bevoegde Duitse autoriteiten voeren tijdig besprekingen met de autoriteiten van de Staten van herkomst over verwachte fundamentele wijzigingen in Duitse wettelijke bepalingen die wezenlijk afbreuk kunnen doen aan het uitvoeren van manoeuvres en andere oefeningen.
Artikel 46
Een krijgsmacht heeft op grond van dit artikel het recht, onder voorbehoud van toestemming van de bevoegde Duitse autoriteiten, in het luchtruim van de Bondsrepubliek manoeuvres en andere oefeningen uit te voeren in de mate die nodig is ter vervulling van haar verdedigingstaak. De beslissing van de bevoegde Duitse autoriteiten wordt genomen nadat naar behoren rekening is gehouden met alle aspecten die voortvloeien uit multilaterale of bilaterale overeenkomsten waarbij de Bondsrepubliek en één of meer Staten van herkomst partij zijn, met inbegrip van de door de Geallieerde Opperbevelhebber in Europa of andere autoriteiten van de Noordatlantische Verdragsorganisatie of de bevoegde Europese autoriteiten vastgestelde oefeningseisen.
Op het uitvoeren van manoeuvres en andere oefeningen in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel zijn de Duitse voorschriften inzake het binnenvliegen en het gebruik van het Duitse luchtruim en inzake het gebruik van luchtvaartinstallaties en -inrichtingen die vallen binnen het kader van de Normen en Aanbevolen Werkwijzen van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie van toepassing, alsmede de toepasselijke procedures betreffende kennisgeving, goedkeuring en coördinering als vervat in de desbetreffende wetten, voorschriften en bekendmakingen. De bevoegde Duitse autoriteiten voeren tijdig besprekingen met de autoriteiten van de Staten van herkomst over verwachte wijzigingen in Duitse voorschriften of administratieve bepalingen betreffende het binnenvliegen en het gebruik van het Duitse luchtruim en het gebruik van luchtvaartinstallaties en -inrichtingen. De Overeenkomstsluitende Partijen wenden zich tot de op dit terrein bevoegde organisaties om die wijzigingen te bespreken.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
De bepalingen van artikel 45 zijn zowel van toepassing op landingen buiten de luchtvaartterreinen als op parachutesprongen of het afwerpen van voorwerpen per parachute op terreinen die niet voor permanent gebruik ter beschikking van een krijgsmacht zijn gesteld.
Artikel 47
Terzake van de levering van goederen en diensten doet de Bondsrepubliek aan een krijgsmacht en aan een civiele dienst een behandeling ten deel vallen die niet minder gunstig is dan die welke de Duitse strijdkrachten ontvangen.
Met het oog op de maatregelen die eventueel ingevolge het bepaalde in artikel IX van het N.A.V.O.-Status Verdrag, tweede lid, tweede volzin, noodzakelijk blijken, delen de autoriteiten van een krijgsmacht en van een civiele dienst aan de Duitse autoriteiten - indien deze dit verzoeken - hun behoeften op bepaalde gebieden van de bevoorrading mede.
Een krijgsmacht of een civiele dienst kan zich de goederen en diensten die zij c.q. hij nodig heeft hetzij rechtstreeks, hetzij – na voorafgaande afspraak – door bemiddeling van de bevoegde Duitse autoriteiten verschaffen. De uitvoering van vervoersdiensten is geregeld in artikel 57 van deze Overeenkomst.
Indien de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst zich rechtstreeks goederen en diensten verschaffen,
- a). kunnen zij de bij hen gebruikelijke procedure volgen, mits met inachtneming van de in de Bondsrepubliek geldende beginselen met betrekking tot aanschaffingen voor de openbare diensten, welke beginselen zijn neergelegd in de voorschriften inzake de mededinging, preferente inschrijvers en de prijzen die van toepassing zijn op aanschaffingen voor de openbare diensten.
- b). bestellen zij de Duitse autoriteiten in kennis van de aard en de omvang van de bestelling, de naam van de leverancier en de overeengekomen prijs, tenzij het bestellingen van ondergeschikt belang betreft.
Indien de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst zich goederen en diensten verschaffen door bemiddeling van de Duitse autoriteiten
- a). delen de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst hun behoeften tijdig en in bijzonderheden mede aan de Duitse autoriteiten, onder vermelding met name van de technische specificaties en de bijzondere voorwaarden inzake aflevering en betaling;
- b). worden de contracten met betrekking tot goederen en diensten gesloten tussen de Duitse autoriteiten en de leveranciers; de Duitse wettelijke en administratieve voorschriften inzake aanschaffingen voor de openbare dienst zijn van toepassing;
- c). staan de Duitse autoriteiten - onverminderd hun uitsluitende bevoegdheid tegenover de leverancier - aan de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst toe, deel te nemen aan het sluiten en uitvoeren van contracten voorzover dit nodig is om hun belangen voldoende tot hun recht te doen komen; in het bijzonder worden geen contracten gesloten of gewijzigd zonder schriftelijke toestemming van de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst; de afname van goederen en diensten geschiedt gemeenschappelijk, tenzij anders overeengekomen is;
- d). betaalt de staat van herkomst aan de Bondsrepubliek terug:
- i). alle uitgaven die volgens de Duitse wetgeving met betrekking tot aanschaffingen voor de openbare dienst ten laste komen van de Bondsrepubliek, met dien verstande dat uitgaven tengevolge van een buitengerechtelijk akkoord alleen worden terugbetaald indien de krijgsmacht in het sluiten van het akkoord heeft toegestemd;
- ii). onverplichte betalingen gedaan met toestemming van de krijgsmacht;
- iii). uitgaven voortvloeiende uit maatregelen door de Duitse autoriteiten in noodgevallen genomen ter bescherming van de belangen van de krijgsmacht of van de civiele dienst, voorzover deze uitgaven niet ten laste gebracht kunnen worden van de leverancier;
- e). stellen de autoriteiten van de krijgsmacht en van de civiele dienst de noodzakelijke geldmiddelen zo tijdig beschikbaar, dat de talingen op de vervaldagen kunnen plaatsvinden;
- f). zijn de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst gerechtigd om op een nader overeen te komen wijze de bescheiden met betrekking tot betalingen verricht door de daartoe bevoegde Duitse instanties te verifiëren;
- g). de details van de in dit lid onder a, c, d, e en f bedoelde procedures worden geregeld bij administratieve overeenkomsten tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst, in het bijzonder ter verzekering van een uitvoering van de aanschaffingsprocedure binnen de gestelde termijn.
Artikel 48
- a). Aan de behoeften van een krijgsmacht of van een civiele dienst aan onroerende goederen wordt slechts voldaan in overeenstemming met het NAVO-Status Verdrag en de bepalingen van dit Verdrag.
- b). De behoeften van een krijgsmacht of van een civiele dienst aan onroerende goederen worden door middel van periodiek in te dienen schema's ter kennis gebracht van de autoriteiten van de Bondsrepubliek. Buiten deze schema's delen de autoriteiten van een krijgsmacht slechts in noodgevallen hun behoeften aan onroerende goederen mede. Deze mededelingen behelzen door de krijgsmacht vastgestelde gedetailleerde gegevens die in het bijzonder betrekking ben op de bij benadering aangegeven ligging van het gebied, de omvang, het voorgestelde gebruik, de geschatte duur van de behoefte en de data waarop de onroerende goederen ter beschikking moeten worden gesteld.
- c). De autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst sluiten met de Duitse autoriteiten overeenkomsten inzake de voorziening in hun behoeften aan onroerende goederen. Deze overeenkomsten strekken zich tevens uit tot de toegang tot de onroerende goederen (wegen, spoorwegen of waterwegen) en, bij voorkomende gevallen, tot de kosten bedoeld in artikel 63, vijfde lid onder b. De Duitse autoriteiten voeren de ingevolge deze overeenkomsten te treffen maatregelen uit.
- d). De Duitse autoriteiten wijzen op verzoek de ondernemingen die verantwoordelijk zijn voor de levering aan een krijgsmacht of een civiele dienst van water, gas en elektriciteit of voor de afvoer van afvalwater, met welke ondernemingen contracten kunnen worden gesloten. Voorzover aan de behoeften van een krijgsmacht of van een civiele dienst niet kan worden voldaan door middel van contracten tussen de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst en de betrokken ondernemingen, wordt inzake de voldoening deze behoeften een overeenkomst gesloten tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst, indien laatstgenoemden zulks verzoeken. De Duitse autoriteiten nemen passende maatregelen om de nakoming van deze overeenkomst te verzekeren, zo nodig door het sluiten van contracten.
De Bondsrepubliek waarborgt dat de aan een krijgsmacht of civiele dienst binnen het kader van de bepalingen van het Krijgsmachtenverdrag voor haar gebruik ter beschikking gestelde onroerende goederen die bij de inwerkingtreding van dit Verdrag nog in haar bezit zijn, ter beschikking blijven van de krijgsmacht of de civiele dienst totdat deze goederen op grond van het vijfde lid onder a en b van dit artikel dienen te worden teruggegeven. Het vorenstaande is niet van toepassing op onroerende goederen bestemd voor openbaar vervoer of voor de hiervoor gebruikte bevoorradingsinrichtingen of voor de posterijen en de telecommunicatiedienst; deze onroerende goederen worden teruggegeven voorzover niet anders is overeengekomen tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht,
- a). Met betrekking tot de overeenkomstig het eerste lid aan een krijgsmacht of een civiele dienst beschikbaar te stellen onroerende goederen worden speciale schriftelijke overeenkomsten (Überlassungsvereinbarungen) gesloten; deze overeenkomsten bevatten gegevens betreffende de omvang, de aard, de plaats, de toestand en de inventaris van de onroerende goederen, alsmede bijzonderheden betreffende het gebruik ervan. De onroerende goederen worden uitsluitend aan de krijgsmacht of de civiele dienst die de goederen heeft aangevraagd, voor bezetting en gebruik ter beschikking gesteld voorzover niet anders is overeengekomen tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst.
- b). Het onder a gestelde van dit lid is van overeenkomstige toepassing op onroerende goederen die overeenkomstig het tweede lid beschikking blijven van een krijgsmacht of een civiele dienst,
Een krijgsmacht of een civiele dienst is verantwoordelijk voor de uitvoering van de herstel- en onderhoudswerkzaamheden die nodig zijn om de ter beschikking gestelde goederen in goede staat van onderhoud te houden, tenzij met betrekking tot de tegen betaling ter beschikking gestelde onroerende goederen in de overeenkomsten gesloten ingevolge het derde lid onder a, anders is bepaald.
De volgende bepalingen zijn van toepassing op de teruggave van onroerende goederen door een krijgsmacht of een civiele dienst.
- a).
- i). De autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst controleren voortdurend hun behoeften aan onroerende goederen, teneinde te verzekeren dat het aantal en de omvang van de door hen gebruikte onroerende goederen beperkt worden tot het minimaal vereiste. Bovendien verifiëren zij op verzoek van de Duitse autoriteiten hun behoeften in individuele gevallen. Behoudens eventuele bijzondere overeenkomsten inzake de duur van het gebruik worden onroerende goederen die niet langer nodig zijn of waarvoor andere onroerende goederen die aan de behoeften van de krijgsmacht of de civiele dienst voldoen ter beschikking zijn gesteld, na voorafgaande kennisgeving onverwijld aan de Duitse autoriteiten teruggegeven.
- ii). Het gestelde in i is van overeenkomstige toepassing indien een krijgsmacht of een civiele dienst niet meer het gehele onroerende goed nodig heeft en een gedeeltelijke teruggave mogelijk is.
- b). Behoudens het gestelde onder a houden de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst naar behoren rekening met verzoeken van de Duitse autoriteiten om teruggave van een speciaal onroerend goed wanneer het, gelet op de gemeenschappelijke verdedigingstaak, duidelijk is dat het Duitse belang bij het gebruik van een dergelijk onroerend goed overheerst.
- c). Onroerende goederen die na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor een bepaalde termijn aan een krijgsmacht of een civiele dienst ter beschikking zijn gesteld, worden na afloop van die termijn teruggegeven, mits deze tijdsduur werd vastgesteld overeenkomstig de verklaringen door de autoriteiten van de krijgsmacht of civiele dienst verstrekt op het tijdstip dat zij hun behoefte aan onroerende goederen mededeelden; de tijdsduur van het gebruik mag worden verlengd voorzover de eigenaar of andere rechthebbende er in toestemt dan wel vordering is toegestaan ingevolge de Duitse vorderings (Leistungs) wetgeving.
- d). Onroerende goederen die na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst aan een krijgsmacht of een civiele dienst ter beschikking zijn gesteld en ten aanzien waarvan een autoriteit die belast is met de onteigening krachtens de Wet inzake de verwerving van terreinen een voorlopige bezitstoewijzing (vorzeitige Besitzeinweisung) heeft afgegeven, worden teruggegeven indien deze eigendomstoewijzing wordt ingetrokken.
- e). Voorwerpen die te zamen met onroerende goederen zijn gevorderd en die zich nog in deze onroerende goederen bevinden worden gelijk met de onroerende goederen teruggegeven, tenzij de eigenaar met een andere regeling instemt.
Artikel 49
De programma's betreffende de bouwplannen die noodzakelijk zijn om in de behoeften van een krijgsmacht of een civiele dienst te voorzien, worden door de autoriteiten van de krijgsmacht of civiele dienst toegezonden aan de inzake het Bondsbouwprogramma bevoegde Duitse autoriteiten.
De bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd door de inzake het Bondsbouwprogramma bevoegde Duitse autoriteiten overeenkomstig de geldende Duitse wettelijke bepalingen en administratieve voorschriften en overeenkomstig bijzondere administratieve overeenkomsten.
In afwijking van de bepalingen van het tweede lid van dit artikel kunnen de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst, overeenkomstig bijzondere administratieve overeenkomsten die bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst bestaan of die daarna worden gesloten of gewijzigd, in overleg met de Duitse autoriteiten:
- a. herstel- en onderhoudswerken,
- b. bouwwerken die bijzondere veiligheidsmaatregelen vereisen,
- c. bouwwerken van zeer geringe omvang en, met instemming van de Duitse autoriteiten
- d. bouwwerken van geringe omvang,
- e. bij uitzondering, bouwwerken in andere gevallen uitvoeren met hun eigen personeel of door deze rechtstreeks uit te besteden aan aannemers. Bij de uitvoering van deze werken leven de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst de Duitse bouw- en milieuvoorschriften na en dragen zij er zorg voor, in samenwerking met de in het tweede lid van dit artikel bedoelde Duitse autoriteiten, dat de noodzakelijke vergunningen worden verkregen. Voorts houden zij rekening met de beginselen die in de Bondsrepubliek met betrekking tot openbare werken van toepassing zijn.
Vervallen.
De vorm en de omvang van het in het derde lid van dit artikel bedoelde overleg worden overeengekomen tussen de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst en de Duitse autoriteiten.
Indien de in het tweede lid van dit artikel bedoelde werkzaamheden ten behoeve van een krijgsmacht of van een civiele dienst worden uitgevoerd door de Duitse autoriteiten,
- a). kunnen de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst wanneer zij zulks noodzakelijk achten deelnemen aan het ontwerpen van de plannen of zelf de plannen en bestekken verstrekken;
- b). wordt de wijze van gunning en, in het geval van onderhandse aanbesteding, het aantal en de namen van de uit te nodigen aannemers, overeengekomen tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst;
- c). geschiedt de gunning eerst nadat de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst hun schriftelijke goedkeuring hebben gegeven;
- d). wordt aan de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst toegestaan deel te nemen aan inspecties van bouwwerken en hebben zij toegang tot bouwplannen en alle daarop betrekking hebbende bescheiden en afrekeningen;
- e). verstrekken de Duitse autoriteiten, tenzij anders is overeengekomen, aan de aannemers slechts dan een verklaring van een genoeguitvoering van belangrijke onderdelen van het werk indien de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst daarmee instemmen; in het bijzonder moeten de Duitse autoriteiten de schriftelijke goedkeuring van de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst verkrijgen alvorens de aannemer van zijn contractuele verplichtingen te ontslaan;
- f). betaalt de staat van herkomst de Bondsrepubliek terug
- i). alle uitgaven die volgens de Duitse wetgeving met betrekking tot de aanschaffingen voor de openbare dienst ten laste komen van de Bondsrepubliek, met dien verstande dat uitgaven tengevolge van een buitengerechtelijk akkoord alleen worden terugbetaald indien de krijgsmacht in het sluiten van dit akkoord heeft toegestemd;
- ii). onverplichte betalingen gedaan met toestemming van de krijgsmacht;
- iii). uitgaven voortvloeiende uit maatregelen door de Duitse autoriteiten in noodgevallen genomen ter bescherming van de belangen van de krijgsmacht of van de civiele dienst, voor zover deze uitgaven niet ten laste gebracht kunnen worden van de aannemer;
- g). stellen de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst de noodzakelijke geldmiddelen zo tijdig beschikbaar dat de betalingen op de vervaltermijnen kunnen plaatsvinden;
- h). zijn de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst gerechtigd om op een nader overeen te komen wijze de bescheiden met betrekking tot betalingen verricht door de daartoe bevoegde Duitse instanties te verifiëren;
- i). stellen de staten van herkomst de Duitse autoriteiten overeenkomstig administratieve overeenkomsten, schadeloos ten aanzien van bijzondere diensten door de laatstgenoemden in verband met de uitvoering van de bouwwerkzaamheden (bouwplannen, toezicht en inspectie) geleverd.
Artikel 50
Tot de inrichting en inboedel behorende goederen die eigendom zijn van de Bondsrepubliek kunnen binnen het grondgebied van de Bondsrepubliek van een bij een krijgsmacht of een civiele dienst in gebruik zijnd onroerend goed naar een ander worden overgebracht, met inachtneming van de volgende beperkingen:
- a). Voorwerpen van deze aard - met inbegrip van die welke zijn aangeschaft ten laste van de middelen ter bestrijding van de bezettingskosten, van de begroting van de Bondsrepubliek Duitsland of van middelen voor het onderhoud van de krijgsmachten - die in de bouwkosten van de bij een krijgsmacht of een civiele dienst in gebruik zijnde onroerende goederen waren begrepen, worden slechts met toestemming van de Duitse autoriteiten van zodanige onroerende goederen verwijderd.
- b). De toestemming van de Duitse autoriteiten dient eveneens te worden verkregen voordat tot de inrichting en inboedel behorende goederen die bevestigd zijn aan, of speciaal gemaakt zijn voor, een bepaald onroerend goed, worden verwijderd. Het vorenstaande is niet van toepassing indien zodanige voorwerpen werden aangeschaft ten laste van de middelen ter bestrijding van de bezettingskosten, van de begroting van de Bondsrepubliek Duitsland of van middelen ter bestrijding van onderhoudskosten; de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst stellen de Duitse autoriteiten echter tijdig van hun voornemen in kennis teneinde laatstgenoemde autoriteiten in voorkomend geval in staat te stellen een andere oplossing voor te stellen.
Artikel 51
Roerende goederen die zijn aangeschaft ten laste van de middelen ter bestrijding van de bezettingskosten, van de begroting van de Bondsrepubliek Duitsland of van middelen ter bestrijding van onderhoudskosten worden, wanneer de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst vaststellen dat zij die goederen niet meer nodig hebben, overgedragen aan de Duitse autoriteiten, te hunner beschikking.
In afwijking van het gestelde in het eerste lid kunnen overeenkomsten worden gesloten met betrekking tot de verkoop of andere wijzen van tegeldemaking van deze roerende goederen. De nettoopbrengsten van deze tegeldemaking komen ten bate van de Bondsrepubliek.
Roerende goederen als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts uit het grondgebied van de Bondsrepubliek worden verwijderd indien zulks noodzakelijk is in verband met de vervulling van de verdedigingstaak van de Noordatlantische Verdragsorganisatie. Onder voorbehoud van het gestelde in het vierde lid wordt de verwijdering beheerst door de volgende bepalingen:
- a). Voordat de verwijdering plaatsvindt wordt hiervan aan de Duitse autoriteiten mededeling gedaan; in spoedgevallen vindt de mededeling achteraf plaats.
- b). Mededeling aan de Duitse autoriteiten is niet vereist in het geval van
- i). verwijdering van voorwerpen met een geringe aanschaffingswaarde;
- ii). tijdelijke verwijdering van voorwerpen in verband met manoeuvres of andere handelingen van een krijgsmacht die veelvuldige en herhaalde overschrijdingen van de grenzen van de Bondsrepubliek vereisen.
Elke verwijdering van goederen bedoeld in het eerste lid in verband met de verplaatsing van onderdelen van een krijgsmacht, die tot doel heeft de krijgsmacht te verkleinen of geheel terug te trekken wordt geregeld in een bijzondere overeenkomst.
Het eerste en tweede lid van dit artikel blijven van kracht in de gevallen dat verwijdering uit het grondgebied van de Bondsrepubliek plaatsvindt; zij zijn eveneens van toepassing wanneer de roerende goederen bedoeld in het eerste lid niet meer noodzakelijk zijn voor de vervulling van de verdedigingstaak van de N.A.V.O.
Tot de inrichting en inboedel behorende goederen die deel uitmaken van onroerende goederen en zijn aangeschaft ten laste van de middelen ter bestrijding van de bezettingskosten of van de begroting van de Bondsrepubliek Duitsland of van middelen ter bestrijding van onderhoudskosten, worden niet uit het grondgebied van de Bondsrepubliek verwijderd.
De bijzonderheden worden bij administratieve overeenkomsten geregeld.
Artikel 52
Indien een staat van herkomst voornemens is onroerende goederen of andere vermogensbestanddelen die rechtens eigendom zijn van de Bondsrepubliek of van een Land (rechtlich im Eigentum des Bundes oder eines Landes stehend) en die de krijgsmacht of de civiele dienst voor gebruik ter beschikking zijn gesteld, geheel of gedeeltelijk terug te geven, wordt een overeenkomst gesloten tussen de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst en de Duitse autoriteiten met betrekking tot de eventuele op het tijdstip van teruggave bestaande restwaarde van verbeteringen welke de staat van herkomst ten laste van eigen fondsen heeft aangebracht. De Bondsrepubliek betaalt de overeengekomen restwaarde aan de staat van herkomst terug. Het gestelde in de eerste en tweede volzin is eveneens van toepassing op uitrusting en voorraden die de staat van herkomst uit eigen middelen heeft aangeschaft en die ingevolge overeenkomst bij deze onroerende goederen moeten achterblijven.
Betaling ingevolge het eerste lid wordt niet verricht tot het bedrag waarvoor ingevolge artikel 41 schadevergoeding voor schade door de staat van herkomst toegebracht aan onroerende goederen of andere vermogensbestanddelen moet worden betaald of zou moeten zijn betaald, indien geen afstand van de vordering tot schadevergoeding was gedaan dan wel indien de staat van herkomst niet van haar aansprakelijkheid voor zodanige vorderingen ingevolge genoemd artikel was bevrijd.
Een staat van herkomst is niet verplicht aangebrachte verbeteringen, uitrustingsgoederen of voorraden van onroerende goederen of andere voorwerpen die rechtens eigendom zijn van de Bondsrepubliek of van een Land (rechtlich im Eigentum des Bundes oder eines Landes stehend) te verwijderen. Indien de onroerende goederen of andere voorwerpen rechtens eigendom zijn van een Land, vrijwaart de Bondsrepubliek de staat van herkomst voor de aansprakelijkheid voor alle vorderingen die aan het Land ingevolge de Duitse wetgeving, op grond van de omstandigheid dat deze verwijdering niet plaatsvindt, toekomen.
Een staat van herkomst dient geen vordering in met betrekking tot de restwaarde van verbeteringen aangebracht aan goederen bedoeld in het eerste lid of met betrekking tot verbeteringen van goederen die voor het gebruik van de krijgsmacht of de civiele dienst om niet ter beschikking zijn gesteld en die eigendom zijn van rechtspersonen waarin de Bondsrepubliek of een Land financieel deelnemen, indien de verbeteringen zijn bekostigd uit middelen die door de Bondsrepubliek of een Land aan de staat van herkomst ter beschikking zijn gesteld. Het vorenstaande tast de verrekening van de restwaarde van die verbeteringen met de schadeloosstelling voor schade toegebracht tijdens het gebruik van deze goederen door de krijgsmacht of de civiele dienst of bij de verwijdering van deze verbeteringen, niet aan.
Artikel 53
Een krijgsmacht en een civiele dienst kunnen binnen hun voor uitsluitend gebruik ter beschikking gestelde onroerende goederen alle noodzakelijke maatregelen nemen ten behoeve van een genoegzame vervulling van hun verdedigingsverplichtingen. Op het gebruik van die onroerende goederen is het Duitse recht van toepassing, tenzij in deze Overeenkomst en in andere internationale overeenkomsten anders is bepaald en voor zover het niet de organisatie, het interne functioneren en de leiding van de krijgsmacht en zijn civiele dienst, de leden daarvan en hun gezinsleden, en andere interne aangelegenheden die geen voorzienbare gevolgen hebben voor rechten van derden, naburige gemeenschappen of het algemeen belang, betreft. De bevoegde Duitse autoriteiten en de autoriteiten van een krijgsmacht plegen overleg en werken samen om eventuele verschillen van mening bij te leggen.
De eerste volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op maatregelen met betrekking tot het luchtruim boven de onroerende goederen, mits de maatregelen die het luchtverkeer zouden kunnen hinderen slechts worden genomen in overleg met de Duitse autoriteiten.
De bepalingen van artikel 57, zevende lid blijven van kracht.
2bis. Het gebruik van militaire oefenterreinen, lokale militaire oefenterreinen en schietbanen door eenheden die voor oefen- en opleidingsdoeleinden naar de Bondsrepubliek zijn overgebracht dient vooraf te worden aangekondigd ter goedkeuring door de bevoegde Duitse autoriteiten. Het gebruik wordt geacht te zijn goedgekeurd indien de Duitse autoriteiten daartegen geen bezwaar maken binnen 45 dagen na de ontvangst van de aankondiging. Voor eenheden van een aankondigende Staat met een personeelssterkte tot 200 man die organiek behoren tot een in de Bondsrepubliek gestationeerde eenheid, of die zijn bedoeld ter versterking van in de Bondsrepubliek gestationeerde eenheden, is enkel de aankondiging voldoende. Voor de toepassing van dit artikel kan worden volstaan met een aankondiging aan Duitse autoriteiten tijdens planningsconferenties. Er kunnen aanvullende akkoorden worden gesloten.
2ter. Bijzonderheden betreffende het gebruik van militaire oefenterreinen, luchtverdedigingsterreinen, lokale militaire oefenterreinen en schietbanen, alsmede de in lid 2bis bedoelde aankondiging en goedkeuring, worden geregeld in op federaal niveau te sluiten administratieve overeenkomsten.
De krijgsmacht of de civiele dienst draagt er bij de uitvoering van de maatregelen bedoeld in het eerste lid zorg voor, dat de Duitse autoriteiten binnen de onroerende goederen de noodzakelijke maatregelen kunnen nemen teneinde de Duitse belangen te waarborgen.
De Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst werken samen teneinde een soepele toepassing van de maatregelen bedoeld in het eerste, tweede en derde lid te verzekeren.
De bijzonderheden van deze samenwerking zijn uitgewerkt in het vijfde tot en met het zevende lid van het op dit artikel betrekking hebbende onderdeel van het Protocol van ondertekening,
Wanneer onroerende goederen gezamenlijk worden gebruikt door een krijgsmacht of een civiele dienst en de Duitse strijdkrachten of Duitse civiele diensten worden de met betrekking tot dit gebruik nodige regelingen vastgelegd in administratieve overeenkomsten of bijzondere overeenkomsten waarbij zowel met de positie van de Bondsrepubliek als ontvangende Staat als met de verdedigingsverplichtingen van de krijgsmacht naar behoren rekening wordt gehouden.
Teneinde een krijgsmacht of een civiele dienst in staat te stellen hun verdedigingsverplichtingen op genoegzame wijze te vervullen, nemen de Duitse autoriteiten op verzoek van de krijgsmacht passende maatregelen
- a). ter vaststelling van gebieden waarin de rechten van de grondeigenaar kunnen worden beperkt (Schutzbereiche),
- b). voor de controle op of de beperking van de bebouwing, de beplanting en het verkeer in de omgeving van onroerende goederen die voor gebruik ter beschikking zijn gesteld van de krijgsmacht.
Artikel 53A
Voor zover het Duitse recht van toepassing is in verband met het gebruik van de in artikel 53 van deze Overeenkomst bedoelde onroerende goederen, en dit voorschrijft dat een bijzondere vergunning, machtiging of enige andere vorm van officiële toestemming moet worden verkregen, dienen de Duitse autoriteiten, in samenwerking en in overleg met de autoriteiten van een krijgsmacht, de benodigde aanvragen in en voeren zij de desbetreffende administratieve en gerechtelijke procedures namens de krijgsmacht.
Het eerste lid van dit artikel is ook van toepassing wanneer de beslissing wordt aangevochten door een derde, wanneer van maatregelen of voorzieningen melding moet worden gedaan, en ingeval de procedures ambtshalve worden ingesteld, in het bijzonder om de openbare veiligheid en orde te waarborgen, of ingeval deze op aandringen van een derde worden ingesteld. In deze gevallen dienen de Duitse federale autoriteiten die namens de krijgsmacht handelen, de belangen van de krijgsmacht te verdedigen. Indien een ingevolge het eerste lid van dit artikel aangevraagde vergunning wordt afgewezen of op een later tijdstip wordt gewijzigd of ongeldig verklaard overeenkomstig het Duitse recht, plegen de autoriteiten van de krijgsmacht en de Duitse autoriteiten overleg om op een andere wijze in de behoeften van de krijgsmacht te voorzien die verenigbaar is met de vereisten van het Duitse recht.
De autoriteiten van de krijgsmacht nemen strikt de voorwaarden en vereisten in acht van een rechtskracht hebbende beslissing die is gegeven in overeenstemming met het eerste en tweede lid van dit artikel. Zij werken nauw samen met de Duitse autoriteiten om te verzekeren dat deze verplichting wordt nagekomen. Bedoelde beslissing kan niet het voorwerp vormen van executie.
Artikel 54
Voor zover in dit lid niet anders is bepaald, zijn de Duitse voorschriften en procedures ter voorkoming en bestrijding van besmettelijke ziekten bij mensen, dieren en planten, alsmede ter voorkoming van de verbreiding en ter bestrijding van voor planten schadelijke insekten, van toepassing op een krijgsmacht of een civiele dienst. Een krijgsmacht mag op de in de vorige volzin bedoelde gebieden haar eigen voorschriften en procedures toepassen binnen de onroerende goederen die haar voor gebruik ter beschikking zijn gesteld, of aan haar leden, leden van haar civiele dienst en gezinsleden, mits noch de volksgezondheid (öffentliche Gesundheit), noch de plantenteelt daardoor in gevaar worden gebracht.
De autoriteiten van een krijgsmacht en de Duitse autoriteiten delen elkander terstond mede het uitbreken of vermoedelijk uitbreken, de ontwikkeling en de afloop van een besmettelijke ziekte, alsmede de genomen maatregelen.
Indien de autoriteiten van een krijgsmacht het noodzakelijk achten om ten behoeve van de bescherming van de gezondheid maatregelen te treffen in de omgeving van voor haar gebruik ter beschikking gestelde onroerende goederen, sluiten zij terzake van de uitvoering van deze maatregelen overeenkomsten met de Duitse autoriteiten.
Indien de Duitse wetgeving de invoer van bepaalde artikelen verbiedt, kunnen deze artikelen met goedkeuring van de Duitse autoriteiten en mits noch de volksgezondheid noch de plantenteelt daardoor in gevaar wordt gebracht, door de autoriteiten van een krijgsmacht worden ingevoerd.
De Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht sluiten overeenkomsten inzake de categorieën artikelen waarvan de invoer door de Duitse autoriteiten in de zin van dit artikel is goedgekeurd.
De autoriteiten van een krijgsmacht kunnen met goedkeuring van de Duitse autoriteiten, het onderzoek en de controle van de door hen ingevoerde artikelen uitvoeren.
Zij dragen er zorg voor dat noch de volksgezondheid noch de plantenteelt als gevolg van de invoer van die artikelen in gevaar wordt gebracht.
Artikel 54A
De Staten van herkomst beseffen en erkennen het belang van milieubescherming in verband met alle activiteiten van hun krijgsmachten in de Bondsrepubliek.
Onverminderd de inachtneming en toepassing van het Duitse recht op grond van deze Overeenkomst, toetsen de autoriteiten van een krijgsmacht en van een civiele dienst zo spoedig mogelijk de milieuvriendelijkheid van alle plannen. In dit verband inventariseren, analyseren en evalueren zij de mogelijke effecten van voor het milieu ingrijpende plannen op mensen, dieren, planten, bodem, water, lucht, klimaat en landschap, met inbegrip van hun onderlinge wisselwerking, alsmede op het cultureel erfgoed en andere zaken. Deze toetsing heeft tot doel belasting van het milieu te vermijden en, indien schadelijke effecten onvermijdelijk zijn, deze te compenseren met passende (herstel)maatregelen. In dit verband kunnen de autoriteiten van een krijgsmacht en van een civiele dienst de hulp inroepen van Duitse civiele en militaire autoriteiten.
Artikel 54B
De autoriteiten van een krijgsmacht en van een civiele dienst dragen er zorg voor dat voor de aandrijving van luchtvaartuigen, vaartuigen en motorrijtuigen slechts brandstoffen, smeermiddelen en additieven worden gebruikt die volgens de Duitse milieuvoorschriften in geringe mate vervuilend zijn, voor zover dit gebruik verenigbaar is met de technische vereisten van die luchtvaartuigen, vaartuigen en motorrijtuigen. Voorts dragen zij er zorg voor dat ten aanzien van personen- en bedrijfsvoertuigen, met name bij nieuwe, de Duitse voorschriften inzake de beperking van geluidshinder en de emissie van uitlaatgassen in acht worden genomen, voor zover zulks niet onevenredig bezwarend is. De bevoegde Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst plegen overleg en werken nauw samen bij de toepassing van deze bepalingen en het toezicht daarop.
Artikel 55
- a). Verdedigingswerken die voor de uitvoering van NAVO-plannen ten behoeve van de gemeenschappelijke verdediging noodzakelijk zijn binnen de gebieden voor de verdediging waarvan de autoriteiten van een krijgsmacht verantwoordelijk zijn, worden, overeenkomstig tussen de autoriteiten van de krijgsmacht en de autoriteiten van de Bondsrepubliek bereikte overeenstemming, ontworpen en uitgevoerd.
- b). De werken worden door de Duitse autoriteiten in overleg met de autoriteiten van de krijgsmacht uitgevoerd.
Indien echter een bijzondere noodzaak voor geheimhouding of beveiliging aanwezig is, heeft de krijgsmacht het recht, na passend overleg en op plaatsen waarover met de autoriteiten van de Bondsrepubliek overeenstemming is bereikt, deze werken met eigen personeel of met niet-Duitse deskundigen uit te voeren.
De autoriteiten van de Bondsrepubliek en de autoriteiten van een krijgsmacht werken samen om te verzekeren dat de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de verdedigingsbehoefte op een bevredigende wijze en tijdig worden voorbereid en uitgevoerd.
Artikel 56
- a). De Duitse arbeidswetgeving, met inbegrip van de arbeidsomstandighedenwetgeving (Arbeitsschutzrecht), zoals die geldt voor burgerpersoneel in dienst bij de Duitse strijdkrachten, met uitzondering van dienstreglementen (Dienstordnungen), de overeenkomsten tot het verrichten van diensten (Dienstvereinbarungen) en tariefregelingen, is van toepassing op de indienstneming van burgerpersoneel bij een krijgsmacht of een civiele dienst, tenzij in dit artikel en de op dit artikel betrekking hebbende paragraaf in het Protocol van Ondertekening anders is bepaald.
- b). Indien iemand solliciteert bij een autoriteit van een krijgsmacht of van een civiele dienst, is uitsluitend hij ervoor verantwoordelijk om, indien zulks wordt geëist, het bewijs te leveren dat hij niet is veroordeeld voor enig strafbaar feit. Indien de sollicitant geen verklaring van goed gedrag (polizeiliches Führungszeugnis) kan verkrijgen, verstrekken de Duitse autoriteiten hem, overeenkomstig de bepalingen van de Duitse wetgeving, een uittreksel uit het strafregister, indien hij een verklaring toont van de krijgsmacht of de civiele dienst dat hij heeft gesolliciteerd naar een betrekking en indien de afgifte van een dergelijk uittreksel geen wezenlijke Duitse belangen in gevaar brengt.
- c). Vervallen.
- d). Voor overplaatsingen om reden van dienst binnen de Bondsrepubliek is de schriftelijke toestemming van de burgerwerknemer nodig; zulk een toestemming kan op elk moment gegeven worden.
- e). Vervallen.
- f). De burgerwerknemers die in dienstbetrekking zijn bij een krijgsmacht of een civiele dienst worden niet geacht in dienstbetrekking te zijn bij de Duitse openbare dienst.
- (a). De tweede volzin van artikel 9, eerste lid, van de ontslagbeschermingswet (Kündigingsschutzgesetz) is van toepassing, met dien verstande dat de aanvraag van de werkgever ook kan worden gegrond op het feit dat militaire belangen die een bijzondere bescherming verdienen, zich verzetten tegen voortzetting van het dienstverband. De hoogste commandant kan de militaire belangen die een bijzondere bescherming verdienen aannemelijk maken (Glaubhaftmachung); in dat geval geschiedt de behandeling voor het bevoegde gerecht achter gesloten deuren. Indien de onthulling van de gronden het risico met zich meebrengt dat de veiligheid van de Staat van herkomst of van zijn krijgsmacht ernstig wordt geschaad, kan de hoogste commandant van de krijgsmacht, in overleg met de Chef van de Bondskanselarij, zulks aannemelijk maken door middel van een formele verklaring.
- (b). De hoogste commandant in de zin van dit lid is de hoogste in de Bondsrepubliek Duitsland geplaatste autoriteit die administratief verantwoordelijk is voor de dienst, waarbij de ontslagen persoon een betrekking vervulde.
- (c). Dit lid is niet van toepassing op leden van ondernemingsraden (Betriebs vertretungen).
De Duitse wetgeving betreffende de sociale verzekering, met inbegrip van ongevallenverzekering, werkloosheidsverzekering en kindertoelage, is van toepassing op werknemers in dienst van een krijgsmacht of een civiele dienst.
De Bondsrepubliek is de verzekeraar voor wat de ongevallenverzekering betreft.
Duitse burgerwerknemers in dienst van een krijgsmacht of van een civiele dienst worden alleen toegelaten in functies van niet-militaire aard, met inbegrip van burgerbewakingsdiensten.
De Duitse autoriteiten stellen in overeenstemming met de autoriteiten van een krijgsmacht of een civiele dienst vast:
- a). de arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van lonen, salarissen en indeling in beroepsgroepen, die dienen als grondslag voor afzonderlijke arbeidsovereenkomsten, en sluiten tariefovereenkomsten af;
- b). de wijze van uitbetaling.
De autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst hebben, met betrekking tot de arbeidskrachten, met inbegrip van de leden van civiele dienstorganisaties, het recht van indienstneming, plaatsing, opleiding, overplaatsing, ontslag en aanvaarding van dienstopzeggingen.
- a). De autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst stellen het aantal en de aard van de benodigde arbeidsplaatsen vast en delen die arbeidsplaatsen in overeenkomstig de krachtens het vijfde lid, letter a, vastgestelde beroepsgroepen. De personen die zulke betrekkingen zullen vervullen, worden door de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst ingedeeld in de passende loon- of salarisgroepen.
- b). Vervallen.
Geschillen voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst of uit sociale verzekering zijn onderworpen aan de Duitse rechtspraak. Acties tegen de werkgever worden ingesteld tegen de Bondsrepubliek. Acties namens de werkgever worden ingesteld door de Bondsrepubliek.
De Duitse wetgeving betreffende personeelsvertegenwoordiging zoals deze geldt voor de burgerwerknemers van de Duitse krijgsmacht zijn van toepassing op de werknemersvertegenwoordiging van burgerwerknemers bij een krijgsmacht of een civiele dienst, tenzij anders is bepaald in het op dit artikel betrekking hebbende onderdeel van het Protocol van Ondertekening.
Indien de Duitse autoriteiten administratief werk verrichten in verband met het in dienst nemen van arbeidskrachten voor een krijgsmacht of een civiele dienst en in verband met hun beloning, worden de feitelijke kosten van dit administratieve werk vergoed door de krijgsmacht. De procedures hiervoor worden geregeld in afzonderlijke overeenkomsten tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van elke krijgsmacht. Bij de verrichting van het administratieve werk worden, in overleg met de desbetreffende autoriteiten van de krijgsmacht, de beginselen van economische efficiëntie in acht genomen.
Artikel 57
- a. Een krijgsmacht, een civiele dienst, hun leden en gezinsleden zijn, onder voorbehoud van goedkeuring van de Bondsregering, gerechtigd de Bondsrepubliek binnen te komen met voertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen en zich daarin binnen en boven het grondgebied van de Bondsrepubliek te verplaatsen; transporten en andere verplaatsingen die vallen binnen het kader van de Duitse wettelijke bepalingen, met inbegrip van deze Overeenkomst en andere internationale overeenkomsten waarbij de Bondsrepubliek en één of meer Staten van herkomst partij zijn, alsmede daarmede verband houdende technische akkoorden en procedures, worden geacht te zijn goedgekeurd. Voor zover bijzondere en uitzonderlijke vergunningen en ontheffingen van de wettelijke bepalingen inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn vereist voor militaire verplaatsingen en transporten, worden deze verkregen door de bevoegde diensten van de Duitse strijdkrachten.
- b. De bevoegde diensten van de Duitse strijdkrachten coördineren de behartiging van de militaire belangen van de krijgsmachten in verkeerszaken bij de civiele autoriteiten. Zij coördineren tevens de uitvoering van militaire verkeersbewegingen van de Staten van herkomst met elkaar en met het civiele verkeer. De aard en de omvang van die coördinatie wordt geregeld tussen de autoriteiten van de krijgsmachten en de Duitse strijdkrachten. Indien zulke regelingen niet worden getroffen, melden de krijgsmachten militaire bewegingen over de weg en per spoor aan de bevoegde diensten van de Duitse strijdkrachten. Ten aanzien van het militaire luchtverkeer zijn de gewone procedures van toepassing.
De exploitatierechten van de Duitse spoorwegen blijven onaangetast. Het gebruik van eigen goederenwagens en personenrijtuigen van een krijgsmacht, alsmede de toelating van eigen locomotieven van de krijgsmacht, wordt beheerst door contracten inzake gebruik of administratieve overeenkomsten gesloten tussen de autoriteiten van de krijgsmacht en de Duitse spoorwegautoriteiten.
Een krijgsmacht, een civiele dienst, hun leden en gezinsleden nemen, tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald, de Duitse verkeersvoorschriften in acht, met inbegrip van de voorschriften inzake het gedrag op de plaats van een ongeval, alsmede de voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen. Op de naleving van deze voorschriften wordt toegezien door de bevoegde autoriteiten. Ten einde de controle op de naleving van deze voorschriften te vergemakkelijken, kan dit toezicht gezamenlijk worden uitgeoefend. De uitoefening van dit toezicht kan worden geregeld in lokale akkoorden. Bestaande akkoorden blijven van kracht, tenzij deze worden herzien.
- a. Een krijgsmacht mag van de Duitse wegenverkeersvoorschriften afwijken in overeenstemming met het Duitse recht. In geval van toekomstige wijzigingen in de Duitse wegenverkeerswetten of -voorschriften, vinden afwijkingen wegens militaire noodzaak plaats in overeenstemming met de tussen de autoriteiten van een krijgsmacht en de bevoegde Duitse autoriteiten overeengekomen procedures.
- b. Tussen de autoriteiten van een krijgsmacht en de Duitse autoriteiten worden overeenkomsten gesloten over de aanwijzing en het gebruik van een wegennet voor militair verkeer met motorrijtuigen en aanhangwagens, waarvan de afmetingen, de asdruk, het totaalgewicht of aantal de door de Duitse wegenverkeersvoorschriften gestelde beperkingen overschrijden. Het rijden met zodanige motorrijtuigen en aanhangwagens op wegen niet gelegen binnen het overeengekomen wegennet geschiedt slechts met toestemming van de bevoegde Duitse autoriteiten. De toestemming van de bevoegde Duitse autoriteiten is niet vereist in geval van ongevallen, rampen, of de noodtoestand, dan wel krachtens voorafgaande overeenstemming tussen de betrokken autoriteiten.
De autoriteiten van de Staat van herkomst nemen de fundamentele Duitse verkeersveiligheidsvoorschriften in acht. Binnen dit kader kunnen zij hun eigen normen betreffende het ontwerp, de bouw en de uitrusting van voertuigen, aanhangwagens, binnenvaartuigen of luchtvaartuigen toepassen. De Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht werken nauw samen bij de toepassing van deze bepaling.
Een krijgsmacht en een civiele dienst mogen burgerluchtvaartterreinen en andere landingsterreinen, die hun niet voor uitsluitend gebruik ter beschikking zijn gesteld, voor het landen met militaire luchtvaartuigen slechts gebruiken in noodgevallen of in overeenstemming met administratieve of andere overeenkomsten, gesloten met de bevoegde Duitse autoriteiten.
Vervallen.
Het geheel van de door de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmachten ontwikkelde en toegepaste luchtverkeerscontrole en de daarbij behorende verbindingsmedia worden gecoördineerd voor zover dit vereist is ter verzekering van de luchtverkeersveiligheid en de gemeenschappelijke verdediging.
Artikel 58
Een krijgsmacht, een civiele dienst, hun leden en gezinsleden zijn gerechtigd gebruik te maken van Duitse openbare en particuliere vervoermiddelen en vervoersdiensten, die voor het openbare vervoer in de Bondsrepubliek bestemd zijn. Tenzij anders is overeengekomen, is de uitoefening van dit recht onderworpen aan de algemeen voor het verkeer geldende voorschriften.
- a). De tarieven die voor een krijgsmacht en een civiele dienst gelden voor het gebruik van de in het eerste lid bedoelde vervoermiddelen en vervoersdiensten, zijn niet minder gunstig dan die welke gelden voor de Duitse strijdkrachten. Deze tarieven worden door de bevoegde Duitse autoriteiten in overeenstemming met de Duitse verkeerswetgeving vastgesteld of goedgekeurd. De autoriteiten van de krijgsmacht hebben het recht deel te nemen aan de onderhandelingen met de vervoerders inzake de militaire tarieven. Indien zich met betrekking tot vervoersdiensten ten behoeve van een krijgsmacht en haar civiele dienst bijzondere omstandigheden voordoen, waarin de militaire tarieven niet voorzien, herzien de Duitse autoriteiten, na onderhandelingen tussen de autoriteiten van de krijgsmacht en de vervoerders, de militaire tarieven binnen de grenzen van hun wettelijke bevoegdheden op redelijke wijze.
- b). De militaire tarieven worden berekend op basis van een vereenvoudigd schema dat rekening houdt met de specifieke aard van het militaire vervoer en dat de praktische toepassing van de tarieven door een krijgsmacht of een civiele dienst vergemakkelijkt.
- c). De toepassing van de militaire tariefschalen dient in het geheel genomen voor een krijgsmacht of een civiele dienst niet tot een minder gunstige uitkomst te leiden, dan de toepassing van de openbare tariefschalen, met inbegrip van in aanmerking komende bijzondere tarieven.
De Bondsrepubliek neemt verzoeken van een krijgsmacht om oprichting van aanvullende installaties en inrichtingen of verandering in bestaande installaties en inrichtingen in welwillende overweging, indien niet op andere wijze in de behoeften van de krijgsmacht aan vervoer kan worden voorzien.
De Duitse autoriteiten nemen binnen het kader van hun bevoegdheden zo nodig gepaste maatregelen om te verzekeren, dat in de behoeften van een krijgsmacht aan ketelwagens en aan slaap- en restauratierijtuigen op redelijke voorwaarden wordt voorzien door contractuele regelingen tussen de autoriteiten van de krijgsmacht en de ondernemingen die zulke diensten op commerciële basis ter beschikking van andere gebruikers stellen.
Artikel 59
- a). Een krijgsmacht kan veldpostkantoren voor het post- en telegraaf verkeer van de krijgsmacht, de civiele dienst, hun leden en gezinsleden, instellen en doen functioneren.
- b). De veldpostkantoren kunnen met name open of gesloten postzendingen van de krijgsmacht, de civiele dienst, hun leden en gezinsleden
- i). in het gebied van de Bondsrepubliek invoeren;
- ii). verzenden naar bestemmingen buiten het grondgebied van de Bondsrepubliek en naar andere veldpostkantoren binnen het grondgebied van de Bondsrepubliek;
- iii). binnen het gebied van de Bondsrepubliek vervoeren.
- c). De postwisseldienst is beperkt tot het verkeer tussen de veldpostkantoren onderling en tussen deze postkantoren en andere postkantoren van de betrokken staat van herkomst.
De veldpostkantoren kunnen open of gesloten postzendingen van de krijgsmacht, de civiele dienst, hun leden en gezinsleden aan de Duitse Bondsposterijen verzenden of van die posterijen ontvangen. Internationale overeenkomsten die van kracht zijn tussen de Bondsrepubliek en de betrokken staat van herkomst, zijn van toepassing op het postverkeer tussen de veldpostkantoren en de Duitse Bondsposterijen, tenzij tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht bijzondere overeenkomsten worden gesloten inzake de posttarieven of bijzondere diensten. Wisselkantoren worden opgericht met wederzijds goedvinden.
Postzendingen, die bij veldpostkantoren ter post worden bezorgd, kunnen met postzegels van de betrokken staat van herkomst worden gefrankeerd.
Indien een onderdeel van een krijgsmacht geen eigen veldpostkantoor heeft, kunnen dat onderdeel, zijn civiele dienst en de leden en gezinsleden hiervan gebruik maken van de veldpostdienst van een andere krijgsmacht. Indien een zodanig gebruik van blijvende aard of langere duur moet zijn, worden de Duitse Bondsposterijen daaromtrent zo spoedig mogelijk ingelicht.
Artikel 60
Voorzover dit artikel niet anders bepaalt, maken een krijgsmacht, een civiele dienst, hun leden en gezinsleden gebruik van de openbare verreberichtgevingsdiensten van de Bondsrepubliek. Op dit gebruik zijn de geldende Duitse voorschriften van toepassing, voorzover bij administratieve overeenkomsten niet anders is overeengekomen. Bij de toepassing van deze voorschriften wordt een krijgsmacht geen minder gunstige behandeling toegekend dan de Duitse strijdkrachten genieten.
Voor zover zulks voor militaire doeleinden vereist is, kan een krijgsmacht:
- a). inrichtingen voor telecommunicatie (met uitzondering van radiozendinstallaties) binnen de bij haar in gebruik zijnde onroerende goederen;
- b). na raadpleging van de betrokken Duitse autoriteiten, radiostations voor vaste diensten,
- c). installaties ten behoeve van mobiele radio-installaties en peilinstallaties,
- d). andere radio-ontvangstinrichtingen,
- e). tijdelijke inrichtingen voor telecommunicatie van allerlei aard voor oefeningsdoeleinden, manoeuvres en noodgevallen, overeenkomstig de met de Duitse autoriteiten overeengekomen procedures, aanleggen, in bedrijf hebben en in stand houden.
- a). Een krijgsmacht kan met toestemming van de Duitse autoriteiten buiten de onroerende goederen welke zij gebruikt, lijnverbindingen en de daartoe bestemde apparatuur installeren, in werking brengen en houden en instandhouden indien
- i). daarvoor dwingende redenen van militaire veiligheid bestaan, of
- ii). de Duitse autoriteiten ofwel niet in staat zijn tot, ofwel afzien van, de beschikbaarstelling van de gevraagde inrichtingen.
- b). Bij administratieve overeenkomsten wordt een procedure vastgesteld, die het mogelijk maakt de toestemming van de Duitse autoriteiten snel te verkrijgen.
- a). Een krijgsmacht kan het gebruik en de instandhouding van inrichtingen voor verreberichtgeving die ingevolge de vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst geldende voorschriften in gebruik genomen zijn, bestendigen.
- b). Vervallen.
- a). Een krijgsmacht is gerechtigd zijn eigen radio- en televisiezendinstallaties in bedrijf te hebben ten behoeve van de krijgsmacht, de civiele dienst, hun leden en gezinsleden, met dien verstande dat de uitzendingen van deze militaire installaties de functionering van de Duitse omroep niet buitenmate hindert. Bestaande installaties van deze soort kunnen in werking blijven indien aan deze voorwaarde wordt voldaan. Nieuwe zendinstallaties mogen slechts worden ingericht en in bedrijf gehouden met toestemming van de Duitse autoriteiten.
- b). Een krijgsmacht, een civiele dienst, hun leden en gezinsleden kunnen radio- en televisie-ontvangtoestellen vrij van rechten en zonder persoonlijke vergunningen installeren en in bedrijf hebben, mits deze geen elektromagnetische storing voor de radioverbindingsdiensten veroorzaken.
De bepalingen van het vijfde lid van de bij dit artikel behorende afdeling van het Protocol van Ondertekening zijn van toepassing op radiofrequenties en hun specifieke kenmerkende gegevens.
- a. Door een krijgsmacht geïnstalleerde inrichtingen voor telecommunicatie kunnen worden aangesloten op het openbare telecommunicatienet van de Bondsrepubliek.
- b. Inrichtingen voor telecommunicatie van een krijgsmacht die op het openbare telecommunicatienet van de Bondsrepubliek worden aangesloten, alsook radio-installaties, moeten voldoen aan de in de Duitse wetgeving vastgelegde fundamentele vereisten. Gedurende een overgangstermijn wordt rekening gehouden met bestaande bijzonderheden. De overgangstermijn wordt niet beëindigd zonder onderlinge overeenstemming tussen de krijgsmachten en de Duitse autoriteiten.
- c. Uitzonderingen op het in letter b van dit lid verwoorde beginsel zijn slechts toegestaan Hieruit voortvloeiende aansprakelijkheidsvraagstukken worden geregeld in overeenstemming met de bepalingen van bestaande overeenkomsten.
- i. voor inrichtingen voor telecommunicatie die de krijgsmacht reeds in bezit heeft of die reeds zijn aangeschaft bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst van 18 maart 1993 tot wijziging van deze Overeenkomst, of
- ii. op grond van bijzondere overeenkomsten tussen de krijgsmacht en de Bondsminister van Post en Telecommunicatie.
- a). Bij de installatie en het in bedrijf hebben van inrichtingen voor telecommunicatie neemt een krijgsmacht de bepalingen van het Internationale Verdrag betreffende de Telecommunicatie van Nairobi van 6 november 1982, of een eventueel daarvoor in de plaats tredend verdrag alsmede overige internationale overeenkomsten op het gebied van de telecommunicatie die de Bondsrepubliek binden, in acht.
- b). Een krijgsmacht is evenwel gebonden aan de onder a genoemde bepalingen voorzover de Duitse strijdkrachten daarvan op grond van voorschriften van de Bondsrepubliek zijn vrijgesteld.
- c). Bij het in de toekomst aangaan van internationale overeenkomsten op het gebied van de verreberichtgeving, houden de Duitse autoriteiten, na overleg met een krijgsmacht, voldoende rekening met de behoefte van die krijgsmacht op het gebied van de verreberichtgeving.
- a). Een krijgsmacht neemt alle maatregelen welke redelijkerwijs van haar verwacht kunnen worden om storingen van de Duitse verreberichtgevingsdiensten door inrichtingen voor verreberichtgeving of andere elektrische installaties van de krijgsmacht te voorkomen of op te heffen.
- b). De Duitse autoriteiten nemen, binnen het kader van de Duitse voorschriften, al die maatregelen welke redelijkerwijs van hen verwacht kunnen worden om storing van de verreberichtgevingsdiensten van een krijgsmacht door Duitse inrichtingen voor verreberichtgeving of andere elektrische installaties te voorkomen of op te heffen.
Op verzoek van een krijgsmacht behartigt de Bondsminister van Post en Telecommunicatie, binnen de grenzen van zijn verantwoordelijkheid, de belangen van de krijgsmacht bij de uitlegging en toepassing van dit artikel.
Artikel 61
Onverminderd de vrijstellingen op het gebied van belastingen en in- en uitvoerrechten, voorzien in het NAVO-Status Verdrag, in deze Overeenkomst of in enige andere toepasselijke overeenkomst, dienen de prijzen voor de leverantiën en diensten aan een krijgsmacht of een civiele dienst overeen te stemmen met het in het Bondsgebied geldende prijsniveau. Deze prijzen mogen de voor leverantiën en diensten aan Duitse autoriteiten toelaatbare prijzen niet te boven gaan. Indien goederen gesubsidieerd zijn in het belang van de individuele Duitse verbruiker, kan een krijgsmacht of een civiele dienst geen aanspraak maken op dergelijke subsidies, tenzij die goederen bestemd zijn voor gebruik of verbruik door personen behorende tot de groep burgerwerknemers in de zin van artikel 56.
Op de bepalingen van deze Overeenkomst met betrekking tot arbeidslonen en tarieven voor vervoer en voor verreberichtgeving wordt geen inbreuk gemaakt door de bepalingen van het eerste lid.
Artikel 62
Wanneer ten behoeve van een krijgsmacht of een civiele dienst vorderingsmaatregelen (Anforderungsverfahren) volgens de Duitse vorderingswetgeving worden genomen, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- a). De maatregelen worden genomen door de Duitse autoriteiten, die in overleg met de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst worden aangewezen.
- b). De bevoegde Duitse autoriteiten belasten zich, in overeenstemming met administratieve overeenkomsten, met de uitoefening van rechten en de vervulling van verplichtingen die voortvloeien uit de positie van de krijgsmacht of van de civiele dienst als ontvanger van het gevorderde (Leistungsempfänger). De krijgsmacht of de civiele dienst vervult echter zelf die verplichtingen die naar hun aard niet door de Duitse autoriteiten kunnen worden vervuld. De Duitse autoriteiten die de belangen van de krijgsmacht of de civiele dienst behartigen inzake het bedrag der uit te betalen schadeloosstelling aanvaarden voorstellen van degene van wie wordt gevorderd (Leistungspflichtiger) of van de met de vaststelling van de schadeloosstelling belaste autoriteiten slechts in overleg met de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst. De Duitse autoriteiten dienen zelf geen voorstellen in met betrekking tot de regeling van het bedrag der schadeloosstelling dan nadat een zodanig overleg heeft plaats gehad. De bepalingen van artikel 63 van deze Overeenkomst blijven onverlet.
- c). Rechtsgedingen ten behoeve van of tegen de krijgsmacht of de civiele dienst, voortvloeiend uit hun positie als ontvanger van het gevorderde, worden door en in naam van de Bondsrepubliek ingesteld of verdedigd.
De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing met betrekking tot de Wet beperking grondeigendom en de Wet inzake de verwerving van terreinen.
Artikel 63
In de gevallen en in de mate waarin zulks in het tweede tot en met zevende lid is bepaald, worden geen betalingen gedaan voor goederen en diensten waarvan een krijgsmacht of een civiele dienst gebruik maakt voor haar eigen doeleinden of welke hun voor deze doeleinden ter beschikking zijn gesteld.
Een krijgsmacht of een civiele dienst kan kosteloos gebruik maken van openbare wegen, hoofdverkeerswegen en bruggen.
Een krijgsmacht of een civiele dienst geniet kosteloos de diensten en bijstand van openbare diensten, met inbegrip van de diensten van de Duitse politie, de openbare gezondheidsdienst en de brandweer, alsmede van de meteorologische, topografische en cartografische diensten, in tenminste dezelfde mate als de Duitse strijdkrachten. Hetzelfde geldt voor het gebruik van bevaarbare wateren.
- a). Voorzover geen andere regelingen zijn of zullen worden getroffen, kan een krijgsmacht of een civiele dienst kosteloos gebruik maken van vermogensbestanddelen die rechtens eigendom zijn van de Bondsrepubliek (rechtlich im Eigentum des Bundes stehend) of van goederen welke zijn of zullen worden aangeschaft of vervaardigd ten laste van de bezettingskosten en van de begroting van de Bondsrepubliek of van fondsen ter bestrijding van onderhoudskosten. Deze bepaling is niet van toepassing op het gebruik van goederen die in eigendom toebehoren aan of in beheer zijn bij de Duitse Bondsspoorwegen of Bondsposterijen.
- b). Voorzover geen andere regelingen zijn of zullen worden getroffen, verzekert de Bondsrepubliek dat de staat van herkomst aan wie goederen die rechtens eigendom zijn van een Land voor gebruik ter beschikking zijn of zullen worden gesteld, gevrijwaard wordt tegen alle aanspraken op schadeloosstelling welke dat Land volgens de Duitse wetgeving eventueel geldend kan maken.
- c). Voorzover geen andere regelingen zijn of zullen worden getroffen, wordt de vergoeding voor het gebruik van vermogensbestanddelen die niet begrepen zijn onder a, eerste volzin, of onder b van dit lid, en die ten laste van de geldmiddelen van de Bondsrepubliek of ten laste van de eigen geldmiddelen van de staat van herkomst zijn of zullen worden herbouwd, verminderd in dezelfde mate als waarin de kosten van de herbouw zich verhouden tot de totale waarde van deze goederen.
- d). De vrijstelling van vergoeding voor het gebruik van goederen als bedoeld onder a tot en met c van dit lid strekt zich echter niet uit tot:
- i). reparatie- en onderhoudskosten;
- ii). lopende openbare lasten welke op een terrein (Grundstück) rusten, voorzover naar Duits recht de Bondsrepubliek tot betaling of vergoeding daarvan verplicht is;
- iii). andere bedrijfskosten.
- a). De volgende uitgavenposten die voortvloeien uit het feit dat op verzoek van een krijgsmacht of een civiele dienst op grond van de Duitse wetgeving goederen worden aangeschaft of diensten worden verricht, of rechten worden beperkt, overgedragen of ingetrokken, worden niet gedragen door de staat van herkomst:
- i). schadeloosstelling verschuldigd ingevolge de Wet inzake de verwerving van terreinen met uitzondering van:
- aa). schadeloosstelling voor voorlopige inbezitneming (Besitzeinweisungsentschädigung) voorzover het niet betreft handelingen tot verkrijging van terreinen (Landbeschaffungsvorhaben) die worden aangevangen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst;
- bb). vergoedingen voor het gebruik van onroerende goederen die aan een krijgsmacht of aan een civiele dienst beschikbaar zijn gesteld en die niet rechtens eigendom zijn van de Bondsrepubliek of een der „Länder” voorzover het niet betreft onroerende goederen die na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst aan een krijgsmacht of aan een civiele dienst voor de oprichting van permanente bouwwerken ter beschikking zijn gesteld;
- ii). schadeloosstelling die krachtens de Duitse wetgeving aan de „Länder” betaald moet worden terzake van opgelegde ten aanzien van grondeigendommen (Schutzbereichentschädigung) voorzover het door de instelling van beperkingen veroorzaakte vermogensnadeel uitsluitend voortvloeit uit de beperking van het economische of een ander gebruik van de goederen.
- b). Indien de verwerving van gronden voor een krijgsmacht of voor een civiele dienst andere kosten voor de Bondsrepubliek met zich mede brengt, vinden tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht, voor elk geval afzonderlijk, onderhandelingen plaats waarbij rekening wordt gehouden met alle van belang zijnde factoren en onder voorbehoud van het gestelde in het zesde lid onder c teneinde vast te stellen of en zo ja in hoeverre, de staat van herkomst, te wiens behoeve de gronden moeten worden verworven, deze kosten moet dragen; te dier zake worden overeenkomsten gesloten.
- c). Indien - in het geval waarin op verzoek van een krijgsmacht beperkingen ten aanzien van het grondeigendom zijn ingesteld - de schadeloosstelling voor de opgelegde beperkingen moet worden voldaan op een andere wijze dan door middel van periodieke betalingen, kunnen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht voor elk daarvoor in aanmerking komend afzonderlijk geval onderhandelen over een verdeling van de schadeloosstelling, waarbij rekening wordt gehouden met alle van belang zijnde factoren, met inbegrip van de duur van het gebruik door de krijgsmacht van het onroerend goed ten aanzien waarvan de beperkingen zijn ingesteld.
- a). Van de uitgaven voortvloeiende uit de oprichting door een krijgsmacht of door een civiele dienst van bouwwerken van allerlei aard of uitgaven in verband daarmede, is de staat van herkomst niet aansprakelijk voor de uitgaven veroorzaakt door de ontruiming van terreinen (Räumung).
- b). Indien inrichtingen en middelen ten dienste van vervoer en verreberichtgeving, de water-, gas- en elektriciteitsvoorziening en de afvoer van afvalwater ingesteld, gewijzigd, versterkt of uitgebreid zijn op verzoek van de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst, mede dienen ter voorziening in Duitse behoeften, worden de kosten van die inrichtingen en middelen - met inbegrip van de kosten van herstel en onderhoud - verdeeld op een wijze die overeenstemt met het aandeel van de Duitse belangen in vergelijking tot de belangen van de staat van herkomst. De bedragen worden in elk afzonderlijk geval in overleg tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht vastgesteld. Deze regeling is eveneens van toepassing op de kosten van onderhoud en herstel van soortgelijke inrichtingen en middelen waaromtrent van Duitse zijde plannen bestaan ze buiten dienst te stellen of af te breken doch die op verzoek van een krijgsmacht of van een civiele dienst in stand moeten worden gehouden.
- c). Indien tengevolge van de verwerving van gronden ten behoeve van een krijgsmacht of van een civiele dienst, of als gevolg van bouwwerkzaamheden welke door of ten behoeve van een krijgsmacht of van een civiele dienst worden uitgevoerd, inrichtingen en middelen ten dienste van vervoer en verreberichtgeving, de water-, gas- en elektriciteitsvoorziening, of de afvoer van afvalwater, omgelegd of verplaatst moeten worden - hetzij omdat ze niet langer voor openbaar gebruik beschikbaar zijn, hetzij omdat kan worden aangetoond dat verder gebruik niet uitvoerbaar is - draagt de staat van herkomst de kosten die daaruit voortvloeien slechts voorzover de tot dat tijdstip geldende norm niet overschreden wordt.
- a). Indien militaire of andere bij een krijgsmacht in gebruik zijnde luchtvaartuigen blijvend gestationeerd zijn op burgerluchtvaartterreinen - met inbegrip van burgervliegvelden die niet voor uitsluitend gebruik aan de krijgsmacht ter beschikking zijn gesteld - kunnen voor de gemeenschappelijk gebruikte inrichtingen en middelen vergoedingen worden overeengekomen, die afwijken van de tarieven die volgens de Duitse voorschriften gelden. Deze vergoedingen kunnen na overleg worden voldaan door middel van het leveren van diensten of door leveringen in natura.
- b). Voor noodlandingen door militaire of andere bij de krijgsmacht in gebruik zijnde luchtvaartuigen zijn geen vergoedingen verschuldigd.
Artikel 64
De leden van een krijgsmacht of van een civiele dienst of gezinsleden kunnen zelfstandig kosteloos gebruik maken van dienstverlenende instanties, met inbegrip van de diensten van de Duitse politie, openbare gezondheidszorg en brandweer, alsmede van meteorologische, topografische en cartografische diensten en andere openbare diensten en van openbare inrichtingen, in dezelfde mate als andere personen op het gebied van de Bondsrepubliek van deze inrichtingen en diensten kosteloos gebruik kunnen maken. Hetzelfde geldt voor het gebruik van openbare wegen, hoofdstraatwegen, bruggen en bevaarbare wateren.
Artikel 65
- a). De vrijstelling van invoerrechten, bedoeld in artikel XI, vierde lid van het NAVO-Status Verdrag, wordt niet slechts verleend voor goederen die op het tijdstip van hun invoer eigendom zijn van een krijgsmacht of een civiele dienst doch ook voor goederen die aan een krijgsmacht of een civiele dienst worden geleverd uit hoofde van contracten die de krijgsmacht of de civiele dienst rechtstreeks met niet in de Bondsrepubliek of Berlijn (West) gevestigde personen gesloten heeft. Deze vrijstelling is van toepassing, onverschillig of de goederen worden vervoerd met vervoermiddelen van de krijgsmacht of de civiele dienst dan wel door transportondernemingen.
- b). Invoerrechten en accijnzen, met inbegrip van de omzetbelasting bij invoer (Umsatzausgleichsteuer), worden niet geheven van ingevoerde goederen die zich in douane-entrepots (Zollausschlüssen) of onder douanetoezicht (Zollverkehr) bevinden, en aan een krijgsmacht of een civiele dienst geleverd worden uit hoofde van contracten die een officiële aanschaffingsdienst van de krijgsmacht of de civiele dienst heeft gesloten met personen die in de Bondsrepubliek of in Berlijn (West) gevestigd zijn, mits de betaling daarvoor geschiedt in de valuta van de staat van herkomst. Aan deze voorwaarde wordt ook geacht te zijn voldaan, indien de betaling geschiedt in Duitse marken die de krijgsmacht of de civiele dienst heeft verkregen door inwisseling van bedoelde valuta in de Bondsrepubliek bij in onderling overleg aangewezen instellingen, dan wel in Duitse marken die krachtens bijzondere overeenkomst tussen de betrokken regeringen voor dit doel mogen worden gebruikt.
De vrijstellingen bedoeld in het eerste lid van dit artikel zijn ook van toepassing ten aanzien van goederen die door een krijgsmacht of een civiele dienst zijn ingevoerd of aangebracht om ze aan hun leden of gezinsleden voor particulier gebruik of verbruik te vervreemden. Tenzij in bepaalde gevallen de autoriteiten van de krijgsmacht en de Duitse autoriteiten anders overeengekomen zijn, mag de vervreemding slechts geschieden door tussenkomst van bepaalde organen van de krijgsmacht of de civiele dienst of van te hunnen dienste staande organisaties, waarvan de namen aan de Bondsregering medegedeeld worden.
Een krijgsmacht en een civiele dienst zijn gerechtigd goederen in het Bondsgebied te vervreemden aan personen die geen lid van de krijgsmacht of de civiele dienst of geen gezinslid zijn, in overeenstemming met nadere met de Duitse autoriteiten te sluiten overeenkomsten. De verwerver van die goederen is verantwoordelijk voor de naleving van de krachtens de Duitse douanewetgeving uit de vervreemding voortvloeiende verplichtingen. De krijgsmacht en de civiele dienst staan de afvoer van de goederen eerst toe, indien de belanghebbende een verklaring van de betrokken Duitse douaneautoriteit overlegt ten bewijze dat hij de nodige regelingen heeft getroffen met de Duitse dienst der douane.
Een krijgsmacht en de bevoegde Duitse autoriteiten treffen alle in aanmerking komende maatregelen ter verzekering van een onbelemmerde en snelle behandeling van in- en uitvoerzendingen van de krijgsmacht en de civiele dienst door de Duitse douane-autoriteiten.
De douanecontrole van door een krijgsmacht of een civiele dienst in- of uitgevoerde zendingen wordt door de Duitse autoriteiten uitgevoerd met inachtneming van de volgende beginselen:
- a). Onverminderd de bepalingen van artikel XI, derde lid, van het NAVO-Status Verdrag en het in dit lid onder b, c en d bepaalde kunnen zendingen van een krijgsmacht of een civiele dienst door de Duitse douane-autoriteiten worden onderzocht op aantal, soort, merken en gewicht van de afzonderlijke colli.
- b).
- i). De Duitse douane-autoriteiten kunnen de zendingen ook op hun inhoud onderzoeken. Een zodanig onderzoek zal, indien het colli betreft, die met een officieel zegel van een krijgsmacht of van de militaire autoriteiten van een staat van herkomst zijn verzegeld, slechts plaatsvinden in geval van ernstige verdenking. Indien het gaat om andere zendingen, kan het onderzoek ook steekproefsgewijze worden uitgevoerd. De laadruimte van voertuigen die op de wijze bedoeld in de tweede volzin verzegeld zijn, en gesloten colli worden slechts aan een zodanig onderzoek onderworpen in het bijzijn van daartoe aangewezen vertegenwoordigers van de krijgsmacht of van de civiele dienst, tenzij de krijgsmacht of de civiele dienst er in een bepaald geval van afziet zich daarbij te laten vertegenwoordigen.
- ii). De omvang van de onderzoeken en de wijze waarop de onderzoeken zullen worden uitgevoerd worden bij bijzondere overeenkomst tussen de autoriteiten van een krijgsmacht en de Duitse douaneautoriteiten geregeld. Deze overeenkomsten houden rekening met de verschillende soorten zendingen, de wijze van vervoer, de eigen werkwijze van iedere krijgsmacht en alle andere van belang zijnde factoren. Een krijgsmacht of een civiele dienst kan verzoeken dat het onderzoek niet plaatsvindt aan de grens maar op de plaats van bestemming der zendingen of in de nabijheid daarvan. In die gevallen zijn de Duitse douane-autoriteiten gerechtigd de nodige maatregelen te treffen om te verzekeren dat de zending ongeschonden de plaats van onderzoek bereikt.
- c). Indien de Duitse douane-autoriteiten dit verzoeken, worden zendingen die - blijkens door de autoriteiten van een krijgsmacht afgegeven officiële verklaringen - militaire uitrustingsstukken bevatten waarop bijzondere veiligheidsbepalingen van toepassing zijn, onderworpen aan een onderzoek, dat slechts wordt uitgevoerd door speciaal voor dit doel aangewezen vertegenwoordigers van de krijgsmacht. Het resultaat van het onderzoek wordt aan de bevoegde Duitse autoriteit medegedeeld.
- d). De bepalingen van dit lid onder a, b en c zijn in beginsel mede van toepassing op zendingen van een krijgsmacht die via militaire luchtvaartterreinen worden in- of uitgevoerd.
De Duitse autoriteiten nemen echter genoegen met van tijd tot tijd uit te voeren controles die plaatsvinden in overleg met de voor het betreffende luchtvaartterrein verantwoordelijke autoriteiten van de krijgsmacht. De autoriteiten van de krijgsmacht oefenen een regelmatige controle op al deze zendingen uit. Douanecontrole in militaire vliegtuigen waarop bijzondere veiligheidsbepalingen van toepassing zijn, wordt slechts uitgevoerd door speciaal daartoe aangewezen vertegenwoordigers van de krijgsmacht.
Bij de uitvoer van in het Bondsgebied door een krijgsmacht of een civiele dienst verworven goederen moet aan het douanekantoor een officiële verklaring worden overgelegd gelijk aan die bedoeld in artikel XI, vierde lid van het NAVO-Status Verdrag, behalve voorzover op de voet van het tiende lid van dat artikel van deze eis wordt afgezien.
Artikel 66
De leden van een krijgsmacht of van een civiele dienst en de gezinsleden kunnen, naast hun persoonlijke bagage en roerende goederen en hun particuliere motorvoertuigen, ook andere goederen bestemd voor hun persoonlijk of huishoudelijk gebruik of verbruik, vrij van rechten en andere invoerbelastingen invoeren.
Dit voorrecht is niet alleen van toepassing op goederen die aan deze personen in eigendom toebehoren, doch ook op goederen die hun bij wijze van geschenk worden toegezonden of die aan hen worden geleverd uit hoofde van contracten die zij rechtstreeks met niet in de Bondsrepubliek of Berlijn (West) gevestigde personen hebben gesloten.
Voor bepaalde door de bevoegde Duitse autoriteiten aangegeven goederen die in het bijzonder voorwerp zijn van overtreding van douanevoorschriften, geldt het in het eerste lid neergelegde voorrecht slechts, indien die goederen door leden van een krijgsmacht, van een civiele dienst of door gezinsleden persoonlijk worden ingevoerd in de door hen medegevoerde bagage, en slechts in hoeveelheden die door de bevoegde Duitse autoriteiten in overeenstemming met de autoriteiten van de krijgsmacht zijn vastgesteld.
In twijfelgevallen zijn de Duitse douaneambtenaren gerechtigd overlegging van een schriftelijke verklaring te vorderen, waarin wordt verklaard dat de ingevoerde goederen bestemd zijn voor het persoonlijke of huishoudelijke gebruik of verbruik van de persoon die die goederen invoert. Dit is echter niet van toepassing ten aanzien van goederen waarvan de invoer in overeenstemming met het tweede lid is beperkt. Bedoelde verklaringen worden slechts afgegeven door een beperkt aantal beambten, die daartoe door de autoriteiten van de krijgsmacht speciaal zijn aangewezen en met wier namen en handtekeningen de Duitse autoriteiten in kennis gesteld zijn.
De leden van de krijgsmacht, van de civiele dienst en de gezinsleden mogen goederen die vrij van rechten zijn ingevoerd of met belastingvrijstelling zijn verworven onderling vervreemden. Overdracht aan andere personen is hun slechts na kennisgeving aan en goedkeuring van de Duitse autoriteiten toegestaan, voorzover deze autoriteiten geen uitzonderingen van algemene aard hebben toegelaten.
- a). De douanecontrole op goederen die via post- of vrachtdiensten van een krijgsmacht worden verzonden door of aan de leden van de krijgsmacht, van de civiele dienst of gezinsleden wordt door de Duitse douane-autoriteiten uitgeoefend op plaatsen aangewezen in overleg tussen die autoriteiten en de bevoegde autoriteiten van de krijgsmacht. Het douane-onderzoek vindt plaats in het bijzijn van vertegenwoordigers van de autoriteiten van de krijgsmacht.
- b). Indien het voor de toepassing van de in artikel 69 vervatte voorschriften inzake deviezencontrole noodzakelijk blijkt in de veldpostkantoren van een krijgsmacht brieven en postpakketten verzonden door of aan leden van de krijgsmacht, van de civiele dienst of gezinsleden, aan een onderzoek te onderwerpen, moet de afzender of de ontvanger, dan wel een gemachtigde van een hunner, aanwezig zijn wanneer die brieven of pakketten worden geopend. De omvang van deze onderzoeken en de wijze waarop zij worden uitgevoerd, worden in overleg tussen de autoriteiten van de krijgsmacht en de Duitse autoriteiten vastgesteld.
De leden van een krijgsmacht, van een civiele dienst of gezinsleden kunnen door hen in de Bondsrepubliek ingevoerde goederen vrij van uitvoerrechten (Ausgangsabgaben) weder uitvoeren. Zij kunnen voorts goederen die hun in eigendom toebehoren en die niet voor de handel bestemd zijn, vrij van economische uitvoerverboden of -beperkingen en van uitvoerrechten, in met hun economische omstandigheden overeenkomende hoeveelheden, uitvoeren. In twijfelgevallen zijn de Duitse douane-autoriteiten gerechtigd overlegging van een schriftelijke verklaring te vorderen, waarin wordt verklaard dat aan deze voorwaarden is voldaan. Deze verklaring wordt afgegeven in overeenstemming met de voorschriften van de laatste volzin van het derde lid.
Indien de douanecontrole van leden van een krijgsmacht, van een civiele dienst of van gezinsleden plaatsvindt in een douanekantoor waarbij grensliaisonpersoneel van een krijgsmacht is geplaatst, schakelen de Duitse douanebeambten dit personeel in, indien overtredingen worden geconstateerd of moeilijkheden rijzen in verband met de controle.
Artikel 67
Een krijgsmacht is niet onderworpen aan belastingheffing met betrekking tot aangelegenheden die uitsluitend binnen het kader van haar werkzaamheden als zodanig vallen, noch met betrekking tot de voor die werkzaamheden bestemde goederen. Dit is evenwel niet van toepassing op belastingen die voortvloeien uit deelneming van de krijgsmacht aan het Duitse economische leven of betrekking hebben op hiervoor bestemde goederen.
Leveranties en diensten van de krijgsmacht aan haar leden, aan leden van de civiele dienst en aan gezinsleden worden niet beschouwd als deelneming aan het Duitse economische leven.
De ontheffing van douanerechten en andere in- en uitvoerrechten op goederen die door een krijgsmacht of civiele dienst worden in- of uitgevoerd of door hen worden verworven uit douane-entrepots of inrichtingen die onder douanecontrole staan, wordt vastgesteld in overeenstemming met artikel XI van het NAVO-Status Verdrag en artikel 65 van dit Verdrag.
- a).
- i). Voor leveranties en andere diensten aan een krijgsmacht of een civiele dienst uit hoofde van bestellingen, door een officieel inkoopbureau van een krijgsmacht of civiele dienst gedaan, en bestemd voor het gebruik of verbruik door de krijgsmacht, de civiele dienst, hun leden of gezinsleden, worden de onder ii en iv bedoelde belastingfaciliteiten verleend. De belastingfaciliteiten worden bij de berekening van prijzen in aanmerking genomen.
- ii). Leveranties en andere diensten aan een krijgsmacht of een civiele dienst zijn vrijgesteld van omzetbelasting. Deze vrijstelling geldt niet voor de verkoop van onbebouwde en bebouwde grond, noch voor het oprichten van gebouwen indien deze transacties zijn bedoeld voor de privé-behoeften van leden van de krijgsmacht of van de civiele dienst of van gezinsleden.
- iii). Vervallen.
- iv). Voor goederen die uit het niet aan douanetoezicht onderworpen verkeer (zollrechtlich freier Verkehr) geleverd worden aan een krijgsmacht of een civiele dienst, worden belastingfaciliteiten verleend die in de douane- en accijnswetgeving in geval van uitvoer zijn voorzien.
- b). Het onder a bepaalde is eveneens van toepassing, indien de Duitse autoriteiten aankopen verrichten of bouwwerkzaamheden uitvoeren voor een krijgsmacht of een civiele dienst.
- c). De onder a en b bedoelde faciliteiten worden verleend, mits aan de bevoegde Duitse autoriteiten het bewijs wordt geleverd dat aan de voorwaarden voor de verlening is voldaan. De wijze waarop dit bewijs wordt geleverd wordt in overeenkomsten tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de staat van herkomst vastgelegd.
De bijzondere regelingen bedoeld in artikel XI, elfde lid, van het NAVO-Status Verdrag, voor brandstof en smeermiddelen, worden getroffen in overeenstemming met artikel 65, eerste lid onder b, en met het derde lid van dit artikel.
Artikel 68
Leden van een krijgsmacht of van een civiele dienst en gezinsleden verliezen geen belastingvoorrechten waarop zij ingevolge eventuele met de Bondsrepubliek gesloten internationale overeenkomsten recht hebben.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)