← Geldende tekst · Geschiedenis

Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds

Geldende tekst a fecha 2011-03-03

De Regeringen namens welke deze Overeenkomst getekend is, komen overeen als volgt:

De Engelse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1945/F 318. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1945/F 318. De Overeenkomst is in werking getreden op 27 december 1945, zie Trb. 1956/153. De Overeenkomst is gewijzigd volgens Trb. 1968/106.

artikel Inleidend

(i). Het Internationale Monetaire Fonds is opgericht en handelt in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst zoals oorspronkelijk vastgesteld en later gewijzigd.

(ii). Ten einde het Fonds in staat te stellen tot zijn verrichtingen en transacties houdt het Fonds een Algemene Afdeling en een Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling in stand. Het lidmaatschap van het Fonds verleent het recht tot deelneming in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling.

(iii). De ingevolge deze Overeenkomst toegestane verrichtingen en transacties lopen via de Algemene Afdeling, die, in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst, bestaat uit de Algemene Middelenrekening, de Bijzondere Aanwendingsrekening en de Investeringsrekening, met dien verstande dat verrichtingen en transacties betreffende bijzondere trekkingsrechten via de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling lopen.

Artikel I. Doelstellingen

De doelstellingen van het Internationale Monetaire Fonds zijn:

Het Fonds zal zich in zijn gehele beleid en in al zijn beslissingen laten leiden door de doelstellingen in dit artikel tot uitdrukking gebracht.

Artikel II. Lidmaatschap

Sectie 1. Oorspronkelijke leden

De oorspronkelijke leden van het Fonds zijn die der op de Monetaire en Financiële Conferentie der Verenigde Naties vertegenwoordigde landen, welker regeringen vóór 31 december 1945 het lidmaatschap aanvaarden.

Sectie 2. Andere leden

Het lidmaatschap staat open voor andere landen op die tijdstippen en in overeenstemming met die voorwaarden die door de Raad van Bestuur kunnen worden gesteld. Deze voorwaarden, met inbegrip van de voorwaarden voor bijdragen, zijn gebaseerd op beginselen die verenigbaar zijn met die welke worden toegepast op andere landen die reeds lid zijn.

Artikel III. Quota en bijdragen

Sectie 1. Quota en betaling van bijdragen

Ieder lid krijgt een quotum toegewezen, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten. De quota van de op de Monetaire en Financiële Conferentie der Verenigde Naties vertegenwoordigde leden die vóór 31 december 1945 het lidmaatschap aanvaarden, zijn die welke in Schema A zijn vermeld. De quota van andere leden worden vastgesteld door de Raad van Bestuur. De bijdrage van ieder lid dient gelijk te zijn aan zijn quotum en in haar geheel te worden betaald aan het Fonds bij de hiertoe aangewezen instantie van deponering.

Sectie 2. Aanpassing der quota

Sectie 3. Betalingen indien quota worden gewijzigd

Sectie 4. Vervanging van valuta door waardepapieren

Het Fonds neemt van ieder lid in plaats van enig deel van de bijdrage in de eigen valuta van het lid aan de Algemene Middelenrekening, dat het Fonds naar zijn mening niet voor zijn verrichtingen en transacties nodig heeft, promessen of gelijksoortige schuldbekentenissen aan, uitgegeven door het lid of door de instantie van deponering, die door het lid ingevolge artikel XIII, sectie 2 aangewezen is. Deze waardepapieren zijn niet overdraagbaar, dragen geen rente en zijn op aanvraag tegen hun nominale waarde aflosbaar door creditering van de rekening van het Fonds bij de aangewezen instantie van deponering. Deze sectie is niet alleen van toepassing op de eigen valuta's tot betaling waarvan de leden zich hebben verbonden, maar ook op iedere valuta die uit anderen hoofde aan het Fonds is verschuldigd of door het Fonds is verkregen en die moet worden geboekt op de Algemene Middelenrekening.

Artikel IV. Verplichtingen ten aanzien van wisselkoers-arrangementen

Sectie 1. Algemene verplichtingen van leden

Erkennende dat het wezenlijke doel van het internationale monetaire stelsel is het bieden van een kader ter vergemakkelijking van het verkeer van goederen, diensten en kapitaal tussen landen en ter ondersteuning van een gezonde economische groei, en dat een hoofddoel is de voortgaande ontwikkeling van de ordelijke basisvoorwaarden die nodig zijn voor financiële en economische stabiliteit, verbindt ieder lid zich samen te werken met het Fonds en met de andere leden, om ordelijke wisselkoers-arrangementen te verzekeren en een stabiel stelsel van wisselkoersen te bevorderen. In het bijzonder zal ieder lid:

Sectie 2. Algemene wisselkoers-arrangementen

Sectie 3. Toezicht op wisselkoers-arrangementen

Sectie 4. Pari-waarden

Het Fonds kan met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal bepalen dat de internationale economische situatie van dien aard is dat een wijd vertakt stelsel van wisselkoers-arrangementen op basis van stabiele, doch aanpasbare pari-waarden kan worden ingevoerd. Het Fonds bepaalt dit op basis van de fundamentele stabiliteit van de wereldeconomie en het houdt hiertoe rekening met ontwikkelingen in de prijzen en de groei van de economie van de leden. Het Fonds baseert zijn oordeel op de ontwikkeling van het internationale monetaire stelsel, daarbij in het bijzonder gelet op de herkomst van liquide middelen en, ten einde de doeltreffende werking van een stelsel van pari-waarden te verzekeren, gelet op regelingen krachtens welke zowel leden met een overschot, als die met een tekort op hun betalingsbalans onverwijld doeltreffende symmetrische maatregelen nemen om te komen tot een aanpassing, en tevens gelet op regelingen ten behoeve van interventie en de behandeling van onevenwichtigheden. Wanneer het Fonds tot dit oordeel is gekomen, brengt het de leden ter kennis dat het bepaalde in schema C van toepassing is.

Sectie 5. Verschillende valuta's binnen het grondgebied van een lid

Artikel V. Verrichtingen en transacties van het Fonds

Sectie 1. Instanties die met het Fonds in verbinding kunnen treden

Ieder lid treedt slechts in verbinding met het Fonds door middel van zijn Ministerie van Financiën, Centrale Bank, egalisatiefonds of andere soortgelijke met de schatkist in verband staande instantie, terwijl het Fonds slechts met of door middel van dezelfde instanties met de leden in verbinding treedt.

Sectie 2. Beperking van de verrichtingen en transacties van het Fonds

Sectie 3. Voorwaarden, die het gebruik van de algemene middelen van het Fonds beheersen

Sectie 4. Ontheffing van voorwaarden

Het Fonds kan naar goeddunken en op voorwaarden die zijn belangen waarborgen, van ieder der onder sectie 3 (b) (iii) en (iv) van dit artikel genoemde voorwaarden ontheffing verlenen, speciaal waar het leden geldt waarvan is gebleken dat zij een omvangrijk en geregeld gebruik van de algemene middelen van het Fonds vermijden. Bij het verlenen van ontheffing houdt het rekening met periodieke of bijzondere behoeften van het lid dat om ontheffing verzoekt. Het Fonds houdt ook rekening met de bereidwilligheid van een lid aanvaardbare activa, die naar de mening van het Fonds voldoende waarde bezitten om zijn belangen te beveiligen, in onderpand te geven. Het Fonds kan als voorwaarde voor ontheffing het stellen van dergelijke zakelijke onderpanden eisen.

Sectie 5. Onbevoegdheid tot gebruikmaking van de algemene middelen van het Fonds

Telkens wanneer het Fonds van mening is dat een lid de algemene middelen van het Fonds aanwendt op een wijze, die in strijd is met de doelstellingen van het Fonds, doet het het lid een rapport toekomen, waarin de inzichten van het Fonds en een gepaste tijd voor beantwoording worden vermeld. Na het indienen van een dergelijk rapport bij een lid, kan het Fonds het gebruik van zijn algemene middelen door dat lid beperken. Indien geen antwoord van het lid op het rapport wordt ontvangen binnen de voorgeschreven termijn, of het ontvangen antwoord onbevredigend is, kan het Fonds voortgaan met het beperken van het gebruik van zijn algemene middelen door het lid en kan het, na redelijke termijnstelling, het lid onbevoegd verklaren tot gebruikmaking van de algemene middelen van het Fonds.

Sectie 6. Andere aankopen en verkopen van bijzondere trekkingsrechten door het Fonds

Sectie 7. Wederinkoop door een lid van zijn valuta, door het Fonds gehouden

Sectie 8. Provisies

Sectie 9. Remuneratie

Sectie 10. Berekeningen

Sectie 11. Handhaving van de waarde

Sectie 12. Andere verrichtingen en transacties

Artikel VI. Overmaking van kapitaal

Sectie 1. Gebruikmaking van de algemene middelen van het Fonds voor overmaking van kapitaal

Sectie 2. Bijzondere bepalingen inzake overmaking van kapitaal

Een lid heeft het recht aankopen in de reservetranche te doen in verband met overmaking van kapitaal.

Sectie 3. Controle op overmaking van kapitaal

Leden kunnen de controle uitoefenen die noodzakelijk is om internationale kapitaalbewegingen te reguleren, maar geen lid kan die controle op zulk een wijze uitoefenen dat de betalingen voor lopende transacties worden beperkt of dat overmakingen van bedragen voor de vereffening van verplichtingen bovenmatig worden vertraagd, behalve voor zover bepaald in artikel VII, sectie 3 (b) en artikel XIV, sectie 2.

Artikel VII. Aanvulling en schaarse valuta's

Sectie 1. Maatregelen ter aanvulling van het bezit van het Fonds aan valuta's

Het Fonds kan, wanneer het een zodanig optreden raadzaam acht om zijn bezit aan de valuta van enig lid in de Algemene Middelenrekening, nodig in verband met zijn transacties, aan te vullen, een of beide van de volgende maatregelen nemen:

Sectie 2. Algemene schaarste aan een valuta

Wanneer het Fonds constateert dat er zich een algemene schaarste aan een bepaalde valuta ontwikkelt, kan het Fonds de leden daarvan in kennis stellen en een rapport uitbrengen, waarin de oorzaken van de schaarste worden uiteengezet en aanbevelingen voor het opheffen van de schaarste worden gegeven. Een vertegenwoordiger van het lid welks valuta hierbij is betrokken, neemt aan de voorbereiding van het rapport deel.

Sectie 3. Schaarste van het eigen bezit van het Fonds aan bepaalde valuta's

Sectie 4. Toepassing der deviezenbeperkingen

Ieder lid dat ten aanzien van de valuta van een ander lid overeenkomstig het bepaalde in sectie 3 (b) van dit artikel beperkingen invoert, neemt alle bezwaren van het andere lid ten aanzien van de toepassing van zodanige beperkingen in welwillende overweging.

Sectie 5. Invloed van andere internationale overeenkomsten op deviezenbeperkingen

De leden komen overeen dat zij zich op de verplichtingen die voortspruiten uit enige vóór het sluiten van deze Overeenkomst gemaakte afspraak, niet op zodanige wijze zullen beroepen, dat het bepaalde in dit artikel daardoor geen werkingskracht kan hebben.

Artikel VIII. Algemene verplichtingen der leden

Sectie 1. Inleiding

Ieder lid neemt, naast de verplichtingen die ingevolge andere artikelen van deze Overeenkomst worden aanvaard, de verplichtingen aangegeven in dit artikel op zich.

Sectie 2. Vermijden van beperkingen op lopende betalingen

Sectie 3. Vermijden van discriminerende wisselkoerspraktijken

Geen lid laat zich in met, of stemt erin toe dat een van zijn met de schatkist in verband staande instanties genoemd in artikel V, sectie 1, zich inlaat met discriminerende wisselkoersafspraken of meervoudige wisselkoerspraktijken, hetzij binnen hetzij buiten de marges zoals gesteld in artikel IV, dan wel voorgeschreven bij of ingevolge schema C, tenzij met een machtiging ingevolge deze Overeenkomst of met goedkeuring van het Fonds. Wanneer zodanige afspraken en praktijken lopende zijn op de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt, pleegt het desbetreffende lid met het Fonds overleg omtrent hun geleidelijke opheffing, tenzij zij worden gehandhaafd of opgelegd ingevolge artikel XIV, sectie 2, in welk geval het bepaalde in sectie 3 van dat artikel van toepassing is.

Sectie 4. Inwisselbaarheid van saldi in het buitenland

Sectie 5. Verstrekken van inlichtingen

Sectie 6. Overleg tussen de leden betreffende bestaande internationale overeenkomsten

Waar een lid ingevolge deze Overeenkomst is gemachtigd in de bijzondere en tijdelijke omstandigheden, genoemd in deze Overeenkomst, deviezenbeperkingen te handhaven of in te voeren en leden vóór het sluiten van deze Overeenkomst andere onderlinge verbintenissen hebben aangegaan die in strijd zijn met de toepassing van zodanige deviezenbeperkingen, plegen de partijen die zodanige verbintenissen zijn aangegaan met elkaar overleg, ten einde de nodige wederzijds aanvaardbare aanpassingen aan te brengen. Het bepaalde in dit artikel laat de werking van artikel VII, sectie 5 onverlet.

Sectie 7. Verplichting tot samenwerking ten aanzien van het beleid inzake reservemiddelen

Ieder lid verbindt zich samen te werken met het Fonds en met andere leden, ten einde te verzekeren dat het beleid van het lid ter zake van reservemiddelen verenigbaar is met het streven een beter internationaal toezicht op de internationale liquiditeit te bevorderen en het bijzondere trekkingsrecht tot voornaamste reservemiddel in het internationale monetaire stelsel te maken.

Artikel IX. Rechtspositie, immuniteiten en voorrechten

Sectie 1. Doelstellingen van het artikel

Ten einde het Fonds in staat te stellen de hieraan toevertrouwde functies te vervullen, worden op het grondgebied van ieder lid de in dit artikel vermelde rechtspositie, de immuniteiten en de voorrechten aan het Fonds toegekend.

Sectie 2. Rechtspositie van het Fonds

Het Fonds bezit onverkorte rechtspersoonlijkheid en heeft in het bijzonder de bevoegdheid om:

Sectie 3. Immuniteit van rechtsvordering

Het Fonds, zijn eigendommen en zijn activa, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook in bezit heeft, genieten immuniteit van iedere vorm van rechtsvordering, behalve voor zover het uitdrukkelijk afstand van zijn immuniteit heeft gedaan ten behoeve van een rechtsvordering of door de bepalingen van een overeenkomst.

Sectie 4. Immuniteit van andere rechtshandelingen

De eigendommen en activa van het Fonds, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook in bezit heeft, zijn vrij van onderzoek, vordering, inbeslagneming, onteigening of andere vormen van inbeslagneming op last van de uitvoerende of wetgevende macht.

Sectie 5. Immuniteit van het archief

Het archief van het Fonds is onschendbaar.

Sectie 6. Vrijstelling der activa van beperkende maatregelen

Voor zover voor de uitvoering der in deze Overeenkomst genoemde werkzaamheden nodig is, zijn alle eigendommen en activa van het Fonds vrijgesteld van beperkingen, regelingen, controles en moratoria van welke aard ook.

Sectie 7. Bevoorrechte behandeling van mededelingen

Door de leden wordt aan de officiële mededelingen van het Fonds dezelfde behandeling toegekend als aan de officiële mededelingen van andere leden.

Sectie 8. Immuniteiten en voorrechten van hoge functionarissen en overig personeel

Alle leden van de Raad van Bestuur, Bewindvoerders, plaatsvervangers, commissieleden, vertegenwoordigers benoemd ingevolge artikel XII, sectie 3 (j), adviseurs van ongeacht welke van bovengenoemde personen, hoge functionarissen en overig personeel van het Fonds:

Sectie 9. Vrijstelling van belasting

Sectie 10. Toepassing van het artikel

Ieder lid onderneemt binnen zijn grondgebied de nodige stappen met het doel de beginselen vervat in dit artikel, in zijn eigen nationale recht tot gelding te brengen en deelt het Fonds in bijzonderheden mede welke stappen het heeft ondernomen.

Artikel X. Betrekkingen met andere internationale organisaties

Het Fonds werkt binnen de bepalingen van deze Overeenkomst samen met iedere algemene internationale organisatie en met officiële internationale organisaties, die gespecialiseerde verantwoordelijkheden op aanverwante gebieden dragen. Regelingen voor een zodanige samenwerking, die een wijziging van een bepaling van deze Overeenkomst ten gevolge zouden hebben, mogen slechts worden getroffen na wijziging van deze Overeenkomst ingevolge artikel XXVIII.

Artikel XI. Betrekkingen met Staten die geen lid zijn

Sectie 1. Verbintenissen ten aanzien van betrekkingen met Staten die geen lid zijn

Ieder lid verbindt zich ertoe:

Sectie 2. Beperkingen ten aanzien van transacties met Staten die geen lid zijn

Niets in deze Overeenkomst beïnvloedt het recht van een lid om beperkingen in te voeren ten aanzien van deviezentransacties met Staten die geen lid zijn of met personen binnen hun grondgebied, tenzij het Fonds van oordeel is dat zodanige beperkingen de belangen der leden benadelen en in strijd zijn met de doelstellingen van het Fonds.

Artikel XII. Organisatie en beheer

Sectie 1. Structuur van het Fonds

Het Fonds heeft een Raad van Bestuur, een College van Bewindvoerders, een Directeur en een staf, en een Raad, indien de Raad van Bestuur met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal besluit dat het bepaalde in schema D zal worden toegepast.

Sectie 2. Raad van Bestuur

Sectie 3. College van Bewindvoerders

Sectie 4. Directeur en staf

Sectie 5. Stemrecht

Sectie 6. Reserves, uitkering van de netto-winst en investering

Sectie 7. Publikatie van verslagen

Sectie 8. Mededeling van standpunten aan leden

Het Fonds heeft te allen tijde het recht zijn standpunten omtrent enige aangelegenheid in het kader van deze Overeenkomst informeel aan een lid mede te delen. Het Fonds kan met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal besluiten tot publikatie van een aan een lid uitgebracht verslag betreffende diens financiële of economische toestand en ontwikkeling, indien deze rechtstreeks een ernstige verstoring van het evenwicht in de internationale betalingsbalansen der leden zouden kunnen veroorzaken. Indien het lid niet is gerechtigd een Bewindvoerder te benoemen, is het in overeenstemming met sectie 3 (j) van dit artikel gerechtigd zich te laten vertegenwoordigen. Het Fonds publiceert geen rapport dat wijzigingen zou aangeven in de fundamentele structuur van het economisch bestel van leden.

Artikel XIII. Kantoren en instanties van deponering

Sectie 1. Plaats van vestiging der kantoren

Het Hoofdkantoor van het Fonds wordt gevestigd binnen het grondgebied van het lid dat het grootste quotum heeft en agentschappen of bijkantoren kunnen in de gebieden van andere leden worden gevestigd.

Sectie 2. Instanties van deponering

Sectie 3. Garantie der activa van het Fonds

Ieder lid garandeert alle activa van het Fonds tegen verlies ten gevolge van faillissement of het in gebreke blijven van de instelling die door hem als instantie van deponering is aangewezen.

Artikel XIV. Overgangsregelingen

Sectie 1. Kennisgeving aan het Fonds

Ieder lid brengt het Fonds ter kennis of het voornemens is gebruik te maken van de overgangsregelingen vervat in sectie 2 van dit artikel, dan wel of het bereid is de verplichtingen voortvloeiend uit artikel VIII, secties 2, 3 en 4 te aanvaarden. Een lid dat gebruik maakt van de overgangsregelingen, stelt, zo spoedig als het daarna bereid is deze verplichtingen te aanvaarden, het Fonds hiervan in kennis.

Sectie 2. Deviezenbeperkingen

Een lid dat het Fonds ter kennis heeft gebracht dat het voornemens is gebruik te maken van de in deze bepaling vervatte overgangsregelingen, kan, niettegenstaande het bepaalde in enig ander artikel van deze Overeenkomst, de beperkingen in de betalingen en overmakingen voor lopende internationale transacties die golden op de datum waarop het lid werd, handhaven en deze aanpassen aan de zich wijzigende omstandigheden. De leden houden echter bij hun buitenlandse valutabeleid voortdurend rekening met de doelstellingen van het Fonds en, zodra de omstandigheden het toelaten, nemen zij alle mogelijke maatregelen om commerciële en financiële regelingen met andere leden te treffen, die de internationale betalingen en de bevordering van een stabiel stelsel van wisselkoersen zullen vergemakkelijken. In het bijzonder heffen de leden de ingevolge deze sectie gehandhaafde beperkingen op, zodra zij tot de overtuiging zijn gekomen dat zij bij ontstentenis van zodanige beperkingen in staat zullen zijn hun betalingsbalans in een staat te brengen waardoor hun toegang tot de algemene middelen van het Fonds niet te zeer zou worden bemoeilijkt.

Sectie 3. Maatregelen van het Fonds ten aanzien van deviezenbeperkingen

Het Fonds brengt jaarlijks verslag uit over de ingevolge sectie 2 van dit artikel geldende beperkingen. Elk lid dat beperkingen hanteert die onverenigbaar zijn met artikel VIII, secties 2, 3 en 4, dient jaarlijks het Fonds te raadplegen ten aanzien van de verdere handhaving hiervan.

Het Fonds kan, indien het een zodanige maatregel in uitzonderlijke omstandigheden noodzakelijk acht, aan een lid kenbaar maken dat de situatie gunstig is voor de opheffing van een bepaalde beperking of voor de algemene afschaffing van beperkingen die onverenigbaar zijn met het bepaalde in andere artikelen van deze Overeenkomst. Aan het lid dient een passende termijn te worden gegeven om op een zodanige mededeling te antwoorden. Indien het Fonds tot de bevinding komt dat het lid desalniettemin beperkingen handhaaft die onverenigbaar zijn met de doelstellingen van het Fonds, is artikel XXVI, sectie 2 (a) op dat lid van toepassing.

Artikel XV. Bijzondere trekkingsrechten

Sectie 1. Bevoegdheid tot het toewijzen van bijzondere trekkingsrechten

Sectie 2. Waardebepaling van het bijzondere trekkingsrecht

De wijze van waardebepaling van het bijzondere trekkingsrecht wordt door het Fonds bepaald met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal, met dien verstande echter dat een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal vereist is voor een verandering in het beginsel van waardebepaling of voor een fundamentele verandering in de toepassing van het geldende beginsel.

Artikel XVI. Algemene Afdeling en Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling

Sectie 1. Scheiding van verrichtingen en transacties

Alle verrichtingen en transacties betreffende bijzondere trekkingsrechten lopen over de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling. Alle andere verrichtingen en transacties voor rekening van het Fonds, toegestaan bij of ingevolge deze Overeenkomst, lopen over de Algemene Afdeling. Verrichtingen en transacties uit hoofde van artikel XVII, sectie 2, lopen zowel over de Algemene Afdeling, als over de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling.

Sectie 2. Scheiding van activa en eigendommen

Alle activa en eigendommen van het Fonds, met uitzondering van middelen die worden beheerd ingevolge artikel V, sectie 2 (b), worden gehouden in de Algemene Afdeling, met dien verstande dat activa en eigendommen verworven ingevolge artikel XX, sectie 2 en de artikelen XXIV en XXV, alsmede de schema's H en I, worden gehouden in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling. Over activa en eigendommen gehouden in de ene Afdeling mag niet worden beschikt voor het betalen van de schulden en voor het voldoen aan de verplichtingen van het Fonds of voor het compenseren van zijn verliezen, welke schulden, verplichtingen of verliezen zijn ontstaan bij verrichtingen of transacties van de andere Afdeling, met dien verstande dat de kosten van het beheer van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling door het Fonds worden betaald uit de Algemene Afdeling, waarin van tijd tot tijd vergoedingen zullen worden gestort in bijzondere trekkingsrechten, door een aanslag ingevolge artikel XX, sectie 4, vastgesteld op basis van een redelijke raming van zodanige kosten.

Sectie 3. Boeking en inlichtingen

Veranderingen in het bezit aan bijzondere trekkingsrechten worden eerst van kracht wanneer zij door het Fonds in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling zijn geboekt. Participanten geven het Fonds kennis van de bepalingen van deze Overeenkomst uit hoofde waarvan bijzondere trekkingsrechten worden gebruikt. Het Fonds kan van participanten eisen, dat zij alle verdere inlichtingen verstrekken die het Fonds voor zijn functies nodig acht.

Artikel XVII. Participanten en andere houders van bijzondere trekkingsrechten

Sectie 1. Participanten

Elk lid van het Fonds dat bij het Fonds een verklaring nederlegt, waarin wordt medegedeeld dat het overeenkomstig zijn nationale recht alle verplichtingen van een participant in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling op zich neemt en dat het alle stappen heeft genomen die nodig zijn opdat het al deze verplichtingen kan vervullen, wordt met ingang van de datum van nederlegging van de verklaring participant in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling, met dien verstande dat een lid geen participant wordt voordat de bepalingen van deze Overeenkomst die uitsluitend betrekking hebben op de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling van kracht zijn geworden en verklaringen ingevolge deze sectie zijn nedergelegd door leden die ten minste vijfenzeventig procent van het totaal der quota bezitten.

Sectie 2. Het Fonds als houder

Het Fonds kan bijzondere trekkingsrechten in de Algemene Middelenrekening bezitten en kan deze aanvaarden en gebruiken in verrichtingen en transacties met participanten, via de Algemene Middelenrekening, in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst, dan wel met aangewezen houders, in overeenstemming met de ingevolge sectie 3 van dit artikel vastgestelde voorwaarden en bedingen.

Sectie 3. Andere houders

Het Fonds kan:

Voor aanwijzingen ingevolge (i) hierboven is een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal vereist. De door het Fonds vastgestelde voorwaarden en bedingen dienen verenigbaar te zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst en de doeltreffende werking van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling.

Artikel XVIII. Toewijzing en intrekking van bijzondere trekkingsrechten

Sectie 1. Beginselen en overwegingen bij toewijzing en intrekking

Sectie 2. Toewijzing en intrekking

Sectie 3. Onverwachte, ingrijpende ontwikkelingen

Het Fonds kan de percentages of de tussenpozen van toewijzing of intrekking voor het resterende deel van een basistijdvak of de duur van een basistijdvak wijzigen, dan wel een nieuw basistijdvak aanvangen, indien het te eniger tijd constateert dat onverwachte, ingrijpende ontwikkelingen zulks wenselijk doen zijn.

Sectie 4. Besluiten inzake toewijzingen en intrekkingen

Artikel XIX. Verrichtingen en transacties in bijzondere trekkingsrechten

Sectie 1. Gebruik van bijzondere trekkingsrechten

Bijzondere trekkingsrechten kunnen worden gebruikt bij de verrichtingen en transacties toegestaan bij of ingevolge deze Overeenkomst

Sectie 2. Verrichtingen en transacties tussen participanten

Sectie 3. Vereiste van behoefte

Sectie 4. Verplichting tot het verstrekken van valuta

Sectie 5. Aanwijzing van participanten die valuta moeten verstrekken

Sectie 6. Reconstitutie

Sectie 7. Wisselkoersen

Artikel XX. Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling, rente en provisies

Sectie 1. Rente

Het Fonds betaalt rente volgens een voor alle houders gelijke rentevoet aan elke houder over het bedrag van zijn bezit aan bijzondere trekkingsrechten. Het Fonds betaalt het aan elke houder verschuldigde bedrag, ongeacht of er voldoende provisie is ontvangen om rente uit te keren.

Sectie 2. Provisies

Elke participant betaalt aan het Fonds provisies volgens een voor alle participanten gelijk tarief over het bedrag van zijn netto-cumulatieve toewijzing van bijzondere trekkingsrechten, vermeerderd met een eventueel negatief saldo van de participant of niet betaalde provisies.

Sectie 3. Rentevoet en hoogte van de provisies

Het Fonds bepaalt de rentevoet met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal. De hoogte van de provisies is gelijk aan de rentevoet.

Sectie 4. Aanslagen

Indien ingevolge artikel XVI, sectie 2 wordt besloten dat vergoedingen worden betaald, legt het Fonds hiertoe aanslagen op volgens het voor alle participanten gelijke tarief op hun netto-cumulatieve toewijzingen.

Sectie 5. Betaling van rente, provisies en aanslagen

Rente, provisies en aanslagen worden betaald in bijzondere trekkingsrechten. Een participant die bijzondere trekkingsrechten nodig heeft om een provisie of aanslag te betalen is verplicht en gerechtigd deze tegen een voor het Fonds aanvaardbare valuta te verwerven in een transactie met het Fonds via de Algemene Middelenrekening. Indien op deze wijze niet voldoende bijzondere trekkingsrechten kunnen worden verworven, is de participant verplicht en gerechtigd deze met een vrij te gebruiken valuta te verwerven van een participant die door het Fonds wordt aangewezen. Door een participant na de betalingsdatum verworven bijzondere trekkingsrechten worden verrekend met zijn onbetaalde provisies en ingetrokken.

Artikel XXI. Beheer van de Algemene Afdeling en de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling

(a). De Algemene Afdeling en de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling worden beheerd overeenkomstig het bepaalde in artikel XII, met inachtneming van onderstaande bepalingen:

(b). Naast de voorrechten en immuniteiten die zijn toegekend ingevolge artikel IX van deze Overeenkomst wordt bovendien generlei belasting geheven op bijzondere trekkingsrechten of op verrichtingen of transacties in bijzondere trekkingsrechten.

(c). Een vraagstuk betreffende de interpretatie van de bepalingen van deze Overeenkomst in aangelegenheden die uitsluitend de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling betreffen, wordt overeenkomstig artikel XXIX (a) alleen op verzoek van een participant voorgelegd aan het College van Bewindvoerders. In elk geval waarin het College van Bewindvoerders zich heeft uitgesproken over een interpretatievraagstuk dat uitsluitend de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling betreft, kan alleen een participant eisen dat de aangelegenheid wordt verwezen naar de Raad van Bestuur ingevolge artikel XXIX (b). De Raad van Bestuur besluit of een Bestuurder benoemd door een lid dat geen participant is, gerechtigd is in de Interpretatiecommissie zijn stem uit te brengen over vraagstukken die uitsluitend de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling betreffen.

(d). Wanneer ten aanzien van enigerlei aangelegenheid die uitsluitend voortvloeit uit participatie in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling een meningsverschil ontstaat tussen het Fonds en een participant die zijn participatie in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling heeft beëindigd of tussen het Fonds en enige participant tijdens de liquidatie van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling, wordt het meningsverschil onderworpen aan arbitrage overeenkomstig de procedures vervat in artikel XXIX (c).

Artikel XXII. Algemene verplichtingen van participanten

Naast de verplichtingen aangegaan ten aanzien van bijzondere trekkingsrechten ingevolge andere artikelen van deze Overeenkomst, verplicht elke participant zich bovendien met het Fonds en met andere participanten samen te werken ten einde de doeltreffende werking van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling en het juiste gebruik van bijzondere trekkingsrechten te vergemakkelijken, in overeenstemming met deze Overeenkomst en met de doelstelling de bijzondere trekkingsrechten te maken tot het voornaamste reservemiddel in het internationale monetaire stelsel.

Artikel XXIII. Opschorting van verrichtingen en transacties in bijzondere trekkingsrechten

Sectie 1. Noodmaatregelen

Ingeval een noodtoestand of de ontwikkeling van onvoorziene omstandigheden de werkzaamheden van het Fonds met betrekking tot de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling bedreigen, kan het College van Bewindvoerders met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal voor een tijdvak van ten hoogste één jaar, de werking opschorten van enigerlei bepaling betreffende verrichtingen en transacties in bijzondere trekkingsrechten; in dat geval is het bepaalde in artikel XXVII, sectie 1 (b), (c) en (d) van toepassing.

Sectie 2. Het niet nakomen van verplichtingen

Artikel XXIV. Beëindiging van participatie

Sectie 1. Het recht participatie te beëindigen

Sectie 2. Afrekening bij beëindiging

Sectie 3. Rente en provisies

Na de datum van beëindiging betaalt het Fonds rente over een eventueel nog openstaand saldo van bijzondere trekkingsrechten in het bezit van een zich terugtrekkende participant en betaalt de zich terugtrekkende participant provisies over een eventuele nog tegenover het Fonds bestaande verplichting op de tijdstippen en volgens de tarieven voorgeschreven in artikel XX. Betaling geschiedt in bijzondere trekkingsrechten. Een zich terugtrekkende participant heeft het recht, ter betaling van provisies of aanslagen bijzondere trekkingsrechten te verkrijgen met een vrij te gebruiken valuta in een transactie met een door het Fonds aangewezen participant, of, bij overeenkomst, van een andere houder, dan wel zich van bijzondere trekkingsrechten die als rente zijn ontvangen, te ontdoen in een transactie met een participant aangewezen ingevolge artikel XIX, sectie 5 of, bij overeenkomst, met enige andere houder.

Sectie 4. Het voldoen aan een verplichting jegens het Fonds

Valuta ontvangen door het Fonds van een zich terugtrekkende participant wordt door het Fonds gebruikt om bijzondere trekkingsrechten die in het bezit van de participanten zijn, terug te kopen en wel naar evenredigheid van het bedrag waarmede het bezit aan bijzondere trekkingsrechten van elke deelnemer zijn netto-cumulatieve toewijzing overschrijdt op het tijdstip waarop het Fonds de valuta ontvangt. De op deze wijze teruggekochte bijzondere trekkingsrechten, alsmede de bijzondere trekkingsrechten die een zich terugtrekkende participant verkrijgt ingevolge de bepalingen van deze Overeenkomst ten einde een termijn te voldoen die is verschuldigd ingevolge een overeenkomst inzake verrekening of ingevolge schema H en die worden verrekend met deze termijn, worden ingetrokken.

Sectie 5. Het voldoen aan een verplichting jegens een zich terugtrekkende participant

Indien het Fonds bijzondere trekkingsrechten dient terug te kopen die in het bezit zijn van een zich terugtrekkende participant, geschiedt deze terugkoop met valuta verstrekt door participanten die door het Fonds zijn aangewezen. Deze participanten worden aangewezen overeenkomstig de beginselen vervat in artikel XIX, sectie 5. Elke aangewezen participant verstrekt aan het Fonds naar eigen keuze de valuta van de zich terugtrekkende participant of een vrij te gebruiken valuta en ontvangt een equivalent bedrag aan bijzondere trekkingsrechten. Indien het Fonds dit toestaat, kan een zich terugtrekkende participant zijn bijzondere trekkingsrechten evenwel gebruiken om van enige houder zijn eigen valuta, een vrij te gebruiken valuta of enigerlei andere activa te verkrijgen.

Sectie 6. Transacties via de Algemene Middelenrekening

Ter vergemakkelijking van de vereffening met een zich terugtrekkende participant kan het Fonds beslissen dat een zich terugtrekkende participant:

Artikel XXV. Liquidatie van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling
Artikel XXVI. Opzegging van het lidmaatschap

Sectie 1. Opzeggingsrecht van de leden

Ieder lid kan te allen tijde uit het Fonds treden door een schriftelijke kennisgeving aan het hoofdkantoor van het Fonds te doen toekomen. De opzegging gaat in op de dag van ontvangst van een zodanige mededeling.

Sectie 2. Gedwongen uittreding

Sectie 3. Vereffening der rekeningen met uitgetreden leden

Wanneer een lid zich uit het Fonds terugtrekt, houden de normale verrichtingen en transacties van het Fonds in zijn valuta op en vindt vereffening plaats van alle rekeningen die tussen het lid en het Fonds bestaan, zulks met redelijke spoed en bij overeenkomst tussen het lid en het Fonds. Indien niet terstond overeenstemming wordt bereikt, is het bepaalde in schema J van toepassing op de vereffening der rekeningen.

Artikel XXVII. Noodmaatregelen

Sectie 1. Tijdelijke opschorting

Sectie 2. Liquidatie van het Fonds

Artikel XXVIII. Wijzigingen

(a). Ieder voorstel betreffende het aanbrengen van wijzigingen in deze Overeenkomst wordt, ongeacht of het afkomstig is van een lid, een Bestuurder of het College van Bewindvoerders, ingediend bij de voorzitter van de Raad van Bestuur, die het voorstel voorlegt aan de Raad van Bestuur. Indien de voorgestelde wijziging door de Raad van Bestuur wordt goedgekeurd, vraagt het Fonds bij rondschrijven of per telegram alle leden of zij de voorgestelde wijziging aanvaarden. Wanneer drie vijfde van de leden die te zamen vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal bezitten, de voorgestelde wijziging hebben aanvaard, geeft het Fonds hiervan kennis door een officiële mededeling daarvan aan alle leden te zenden.

(b). Niettegenstaande het bepaalde in letter (a) hierboven, is aanvaarding door alle leden noodzakelijk wanneer het een wijziging betreft aangaande:

(c). Wijzigingen worden voor alle leden drie maanden na de datum van de officiële mededeling van kracht, tenzij in het rondschrijven of het telegram een kortere termijn is bepaald.

Artikel XXIX. Interpretatie

(a). Ieder meningsverschil dat omtrent de interpretatie van de bepalingen van deze Overeenkomst tussen enig lid en het Fonds of tussen de leden onderling ontstaat, wordt aan het College van Bewindvoerders ter beslissing voorgelegd. Indien enig lid dat niet is gerechtigd een Bewindvoerder te benoemen ten nauwste bij het meningsverschil is betrokken, heeft het het recht zich te laten vertegenwoordigen overeenkomstig het bepaalde in artikel XII, sectie 3 (j).

(b). In elk geval waarin het College van Bewindvoerders ingevolge letter (a) hierboven een beslissing heeft genomen, mag ieder lid binnen drie maanden na de datum van de beslissing verzoeken dat het vraagstuk wordt verwezen naar de Raad van Bestuur, wiens beslissing bindend zal zijn. Een vraagstuk verwezen naar de Raad van Bestuur wordt onderzocht door een Interpretatiecommissie van de Raad van Bestuur. Elk Commissielid heeft een stem. De Raad van Bestuur bepaalt het lidmaatschap, de procedures en de meerderheid bij stemming van de Commissie. Een beslissing van de Commissie geldt als een beslissing van de Raad van Bestuur, tenzij de Raad van Bestuur met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal anders beslist. Hangende de uitslag van de verwijzing naar de Raad van Bestuur kan het Fonds, voor zover het dit noodzakelijk acht, op basis van de beslissing van het College van Bewindvoerders handelen.

(c). Telkens wanneer er onenigheid ontstaat tussen het Fonds en een lid dat is uitgetreden, of tussen het Fonds en enig lid tijdens de liquidatie van het Fonds, wordt een zodanige onenigheid onderworpen aan een scheidsrechterlijke beslissing door een gerecht van drie scheidsmannen, van wie één door het Fonds wordt benoemd, een andere door het lid of het uittredende lid en een, de scheidsrechter, door de President van het Internationaal Gerechtshof of een andere autoriteit die daarvoor bij een door het Fonds vastgestelde regeling is aangewezen, tenzij partijen anders overeenkomen. De scheidsrechter heeft volledige bevoegdheid om in alle vragen betreffende de procedure te beslissen, wanneer naar aanleiding daarvan onenigheid tussen partijen bestaat.

Artikel XXX. Verklaring van uitdrukkingen

Bij de interpretatie van de bepalingen van deze Overeenkomst laten het Fonds en de leden zich leiden door het volgende:

Artikel XXXI. Slotbepalingen

Sectie 1. Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst treedt in werking wanneer zij is ondertekend namens de Regeringen die te zamen vijfenzestig procent bezitten van het totaal der quota vermeld in schema A en wanneer de in sectie 2 (a) van dit artikel genoemde akten namens hen zijn nedergelegd, maar in geen geval treedt deze Overeenkomst in werking vóór 1 mei 1945.

Sectie 2. Ondertekening

1

Wederinkoopverplichtingen die ingevolge artikel V, sectie 7 (b) zijn ontstaan vóór de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst en waaraan op die datum nog niet is voldaan, dienen uiterlijk te worden nagekomen op de datum of data waarop de verplichtingen moesten worden nagekomen in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst vóór de tweede wijziging.

2

Een lid voldoet met bijzondere trekkingsrechten aan elke verplichting om goud te betalen aan het Fonds uit hoofde van wederinkoop of als bijdrage die nog niet is geleverd op de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst, maar het Fonds kan voorschrijven dat deze betalingen geheel of gedeeltelijk mogen worden verricht in de door het Fonds gespecificeerde valuta's van andere leden. Een niet-participant voldoet aan een verplichting ingevolge deze bepaling om in bijzondere trekkingsrechten te betalen met de door het Fonds gespecificeerde valuta's van andere leden.

3

Voor de toepassing van paragraaf 2 hierboven is 0,888.671 gram fijn goud equivalent aan een bijzonder trekkingsrecht en het ingevolge paragraaf 2 hierboven te betalen bedrag aan valuta wordt vastgesteld op die basis en op basis van de waarde van de valuta uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten op de datum van nakoming van een verplichting.

4

De valuta van een lid die in bezit is van het Fonds boven de vijfenzeventig procent van het quotum van het lid op de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst en die niet wordt teruggekocht ingevolge paragraaf 1 hierboven, wordt teruggekocht in overeenstemming met de volgende voorschriften:

5

Wederinkopen ingevolge paragraaf 1 hierboven die niet zijn onderworpen aan paragraaf 2 hierboven, wederinkopen ingevolge paragraaf 4 hierboven en alle specificaties van valuta's ingevolge paragraaf 2 hierboven dienen in overeenstemming te zijn met artikel V, sectie 7 (i).

6

Alle voorschriften en regelingen, percentages, procedures en besluiten die gelden op de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst blijven van kracht totdat zij worden gewijzigd in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst.

7

Voor zover geen arrangementen met een werking gelijk aan die van het bepaalde in letters (a) en (b) hieronder zijn tot stand gekomen voor de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst, dient het Fonds:

Onmiddellijk na de verkoop van goud ingevolge deze paragraaf 7, wordt een bedrag van de opbrengst in de ontvangen valuta's, dat op het tijdstip van de verkoop gelijk is aan een bijzonder trekkingsrecht per 0,888.671 gram fijn goud, geboekt op de Algemene Middelenrekening; de andere activa die het Fonds bezit krachtens arrangementen ingevolge letter (b) hierboven dienen gescheiden te worden gehouden van de algemene middelen van het Fonds. Activa waarover het Fonds na beëindiging van arrangementen ingevolge letter (b) hierboven kan blijven beschikken, worden overgemaakt op de Bijzondere Aanwendingsrekening.

1

Het Fonds brengt aan de leden ter kennis dat voor de toepassing van deze Overeenkomst pari-waarden kunnen worden vastgesteld in overeenstemming met artikel IV, secties 1, 3, 4 en 5 en dit schema; deze worden uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten of in een door het Fonds voorgeschreven andere gemeenschappelijke eenheid. Deze gemeenschappelijke eenheid mag niet goud of een valuta zijn.

2

Een lid dat voornemens is een pari-waarde voor zijn valuta vast te stellen, stelt binnen een redelijk tijdvak na de kennisgeving ingevolge paragraaf 1 hierboven, een pari-waarde voor aan het Fonds.

3

Een lid dat niet voornemens is ingevolge paragraaf 1 hierboven een pari-waarde voor zijn valuta vast te stellen, pleegt overleg met het Fonds en draagt er zorg voor dat zijn wisselkoersarrangementen verenigbaar zijn met de doelstellingen van het Fonds en geschikt zijn om de ingevolge artikel IV, sectie 1 op hem rustende verplichtingen na te komen.

4

Binnen een redelijke termijn na ontvangst van een voorstel met betrekking tot een bepaalde pari-waarde stemt het Fonds hiermee in of tekent het hiertegen bezwaar aan. Een voorgestelde pari-waarde treedt niet in werking voor de toepassing van deze Overeenkomst, indien het Fonds hiertegen bezwaar aantekent, en het lid dient zich te houden aan het bepaalde in paragraaf 3 hierboven. Het Fonds mag geen bezwaar aantekenen wegens het binnenlandse sociale of politieke beleid van het lid dat de pari-waarde voorstelt.

5

Ieder lid dat een pari-waarde voor zijn valuta heeft, verbindt zich tot het toepassen van passende maatregelen, verenigbaar met deze Overeenkomst, ten einde te verzekeren dat de maximum- en minimumkoersen voor contante valutatransacties die binnen zijn grondgebied plaatsvinden tussen zijn eigen valuta en de valuta's van andere leden die pari-waarden handhaven, met niet meer dan 4½ procent of een andere marge dan wel marges die het Fonds met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal kan vaststellen, van de pariteit verschillen.

6

Een lid mag geen verandering in de pari-waarde van zijn valuta voorstellen, behalve om een fundamentele onevenwichtigheid te corrigeren, dan wel het ontstaan hiervan te voorkomen. Een verandering kan alleen worden aangebracht op voorstel van het lid en slechts na overleg met het Fonds.

7

Wanneer een verandering in de pari-waarde wordt voorgesteld, dient het Fonds binnen een redelijke termijn na ontvangst van het voorstel hiermee in te stemmen of hiertegen bezwaar aan te tekenen. Het Fonds stemt hiermede in, indien te zijnen genoegen is aangetoond dat de verandering noodzakelijk is om een fundamentele onevenwichtigheid te corrigeren, dan wel het ontstaan hiervan te voorkomen. Het Fonds mag geen bezwaar aantekenen wegens het binnenlandse sociale of politieke beleid van het lid dat de verandering voorstelt. Een voorgestelde verandering in pari-waarde treedt niet in werking voor de toepassing van deze Overeenkomst indien het Fonds hiertegen bezwaar aantekent. Indien een lid de pari-waarde van zijn valuta verandert ondanks het bezwaar van het Fonds, is op dit lid artikel XXVI, sectie 2 van toepassing. Het handhaven van een irreële pari-waarde door een lid wordt door het Fonds afgeraden.

8

De ingevolge deze Overeenkomst vastgestelde pari-waarde van de valuta van een lid houdt voor de toepassing van deze Overeenkomst op te bestaan, indien het lid het Fonds ter kennis brengt dat het voornemens is de pari-waarde op te heffen. Het Fonds kan bij een besluit met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal bezwaar maken tegen de beëindiging van een pari-waarde. Indien een lid een pari-waarde voor zijn valuta beëindigt ondanks het bezwaar van het Fonds, is op dit lid artikel XXVI, sectie 2 van toepassing. Een ingevolge deze Overeenkomst vastgestelde pari-waarde houdt op te bestaan voor de toepassing van deze Overeenkomst, indien het lid de pari-waarde opheft ondanks het bezwaar van het Fonds, of indien het Fonds tot de slotsom komt dat het lid niet, zoals bepaald in paragraaf 5 hierboven, koersen handhaaft voor een aanzienlijke hoeveelheid valutatransacties, met dien verstande dat het Fonds een zodanige uitspraak niet mag doen, tenzij het overleg heeft gepleegd met het lid en dit zestig dagen tevoren ter kennis heeft gebracht dat het Fonds voornemens is te overwegen om tot een zodanige uitspraak over te gaan.

9

Indien de pari-waarde van de valuta van een lid ingevolge paragraaf 8 hierboven heeft opgehouden te bestaan, pleegt het lid overleg met het Fonds en draagt het er zorg voor dat zijn wisselkoersarrangementen verenigbaar zijn met de doelstellingen van het Fonds en geschikt zijn om de ingevolge artikel IV, sectie 1 op hem rustende verplichtingen na te komen.

10

Een lid voor wiens valuta de pari-waarde heeft opgehouden te bestaan ingevolge paragraaf 8 hierboven, kan te allen tijde een nieuwe pari-waarde voor zijn valuta voorstellen.

11

Niettegenstaande het bepaalde in paragraaf 6 hierboven, kan het Fonds met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal uniforme, evenredige veranderingen aanbrengen in alle pari-waarden, indien het bijzondere trekkingsrecht de gemeenschappelijke eenheid is en de veranderingen de waarde van het bijzondere trekkingsrecht niet zullen aantasten. De pari-waarde van de valuta van een lid mag echter ingevolge deze bepaling niet worden veranderd, indien, binnen een tijdvak van zeven dagen na de maatregel van het Fonds, het lid het Fonds ter kennis brengt dat het niet wenst dat de pari-waarde van zijn valuta door een zodanige maatregel wordt veranderd.

1

(a). Ieder lid dat een Bewindvoerder benoemt en iedere groep van leden die het aantal hun toegewezen stemmen laat uitbrengen door een gekozen Bewindvoerder, benoemt in de Raad één Raadslid: dit moet zijn een Bestuurder, een Minister in de Regering van een lid, dan wel een persoon van vergelijkbare rang; ieder lid mag maximaal zeven adjunct-Raadsleden benoemen. De Raad van Bestuur kan met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal het aantal adjunct-Raadsleden dat mag worden benoemd, veranderen. Een Raadslid of adjunct-Raadslid vervult zijn ambt totdat een nieuwe benoeming plaatsvindt of tot de volgende regelmatige verkiezing van Bewindvoerders, welke van beide het eerst is.

(b). Bewindvoerders, of in hun afwezigheid hun Plaatsvervangers, en adjunct-Raadsleden zijn gerechtigd vergaderingen van de Raad bij te wonen, tenzij de Raad besluit een besloten zitting te houden. Ieder lid dat en iedere groep van leden die een Raadslid benoemt, benoemt een Plaatsvervanger die gerechtigd is een vergadering van de Raad bij te wonen wanneer het Raadslid niet aanwezig is en die volledig bevoegd zal zijn om voor het Raadslid op te treden.

2

(a). De Raad houdt toezicht op het beheer en de aanpassing van het internationale monetaire stelsel, waaronder begrepen de voortdurende werking van het aanpassingsproces en de ontwikkelingen in de mondiale liquiditeit; in dit verband beziet de Raad de ontwikkelingen in de overdracht van reële middelen aan ontwikkelingslanden.

(b). De Raad neemt voorstellen uit hoofde van artikel XXVIII (a) tot wijziging van de Artikelen der Overeenkomst in overweging.

3

(a). De Raad van Bestuur kan de Raad machtiging verlenen alle bevoegdheden van de Raad van Bestuur uit te oefenen, met uitzondering van die welke bij deze Overeenkomst rechtstreeks zijn toegekend aan de Raad van Bestuur.

(b). Ieder Raadslid is gerechtigd het aantal stemmen uit te brengen dat volgens artikel XII, sectie 5 is toegewezen aan het lid dat of de groep van leden die hem benoemt. Een Raadslid dat is benoemd door een groep van leden kan de aan elk lid van deze groep toegewezen stemmen afzonderlijk uitbrengen. Indien het aantal aan een lid toegewezen stemmen niet kan worden uitgebracht door een Bewindvoerder, kan het lid regelingen treffen met een Raadslid voor het uitbrengen van het aan het lid toegewezen aantal stemmen.

(c). De Raad neemt geen enkele maatregel ingevolge door de Raad van Bestuur overgedragen bevoegdheden, die onverenigbaar is met enigerlei door de Raad van Bestuur genomen maatregel en het College van Bewindvoerders neemt geen enkele maatregel ingevolge door de Raad van Bestuur overgedragen bevoegdheden, die onverenigbaar is met een maatregel van hetzij de Raad van Bestuur, hetzij de Raad.

4

De Raad kiest een Raadslid als voorzitter, stelt die voorschriften vast die nodig of dienstig zijn voor het vervullen van zijn functies en bepaalt alle aspecten van zijn werkwijze. De Raad houdt de vergaderingen die de Raad nodig acht of door het College van Bewindvoerders worden bijeengeroepen.

5

(a). De Raad heeft bevoegdheden die overeenstemmen met die van het College van Bewindvoerders, krachtens de volgende bepalingen:

artikel XII, sectie 2 (c), (f), (g) en (j); artikel XVIII, sectie 4 (a) en sectie 4 (c) (iv); artikel XXIII, sectie 1; en artikel XXVII, sectie 1 (a).

(b). Voor besluiten van de Raad betreffende aangelegenheden die uitsluitend betrekking hebben op de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling hebben alleen Raadsleden die zijn benoemd door een lid dat participant is of een groep van leden waarvan ten minste één lid participant is, het recht hun stem uit te brengen. Ieder dezer Raadsleden heeft het recht het aantal stemmen uit te brengen dat is toegewezen aan het lid dat participant is en hem heeft benoemd of aan de leden die participant zijn in de groep van leden die hem heeft benoemd, en hij kan de stemmen uitbrengen die zijn toegewezen aan een participant waarmee ingevolge de laatste zin van paragraaf 3 (b) hierboven regelingen zijn getroffen.

(c). De Raad kan door middel van een regeling een procedure vaststellen waarbij het College van Bewindvoerders een bepaald vraagstuk bij de Raadsleden in stemming kan brengen zonder dat de Raad bijeenkomt, wanneer naar het oordeel van het College van Bewindvoerders door de Raad een maatregel moet worden genomen die geen uitstel kan lijden tot de volgende vergadering van de Raad en die niet het bijeenroepen van een bijzondere vergadering rechtvaardigt.

(d). Artikel IX, sectie 8 is van toepassing op Raadsleden, hun plaatsvervangers en adjunct-Raadsleden en op iedere andere persoon die het recht heeft een vergadering van de Raad bij te wonen.

(e). Voor de toepassing van letter (b) en paragraaf 3 (b) hierboven, heeft een Raadslid, krachtens een overeenkomst met een lid ingevolge artikel XII, sectie 3 (i) (ii), of met een lid dat participant is, het recht te stemmen en het aan het lid toegewezen stemmenaantal uit te brengen.

(f). Wanneer een Bewindvoerder ingevolge artikel XII, sectie 3, letter i, punt v, gerechtigd is het aantal stemmen uit te brengen dat aan een lid is toegewezen, is het raadslid dat is benoemd door de groep waarvan de leden bedoelde Bewindvoerder hebben gekozen, gerechtigd te stemmen en het aan dat lid toegewezen aantal stemmen uit te brengen. Het lid wordt geacht te hebben deelgenomen aan de benoeming van het Raadslid wanneer dit gerechtigd is te stemmen en het aantal aan het lid toegewezen stemmen uit te brengen.

6

De eerste zin van artikel XII, sectie 2 (a) wordt geacht tevens te verwijzen naar de Raad.

1

De verkiezing van de te kiezen Bewindvoerders vindt plaats bij stemming van de Bestuurders die het recht hebben te stemmen.

2

Bij het stemmen voor de te kiezen Bewindvoerders, brengt ieder der stemgerechtigde Bestuurders op een persoon alle stemmen uit, waarop hij volgens artikel XII, sectie 5 (a) recht heeft. De vijftien personen waarop het grootste aantal stemmen is uitgebracht, zijn Bewindvoerders, met dien verstande dat een persoon die minder dan vier procent van het totale uit te brengen stemmenaantal behaalt (gerechtigde stemmen), niet als gekozen wordt beschouwd.

3

Wanneer bij de eerste stemming geen vijftien personen zijn gekozen, vindt een tweede stemming plaats, waarbij slechts stemmen (a) de Bestuurders die bij de eerste stemming hun stem hebben uitgebracht op een niet-gekozen persoon en (b) de Bestuurders wier stemmen voor een gekozen persoon overeenkomstig paragraaf 4 hieronder worden geacht het aantal op die persoon uitgebrachte stemmen te hebben gebracht boven de negen procent van de gerechtigde stemmen. Indien er bij de tweede stemming meer kandidaten zijn dan het aantal te kiezen Bewindvoerders, is de persoon die het laagste aantal stemmen ontving bij de eerste stemming, niet verkiesbaar.

4

Bij het vaststellen of de stemmen die door een Bestuurder zijn uitgebracht, moeten worden geacht het totaal voor een persoon boven de negen procent van de gerechtigde stemmen te hebben gebracht, wordt dit percentage geacht te omvatten: ten eerste de stemmen van de Bestuurder die het grootste aantal stemmen op die persoon heeft uitgebracht, vervolgens de stemmen van de Bestuurder die het op een na grootste aantal heeft uitgebracht, enz., totdat negen procent is bereikt.

5

Iedere Bestuurder van wiens stemmen een gedeelte in aanmerking moet worden genomen om het totaal, op enige persoon uitgebracht, boven de vier procent te brengen, wordt geacht al zijn stemmen op die persoon uit te brengen, zelfs indien het totale stemmenaantal voor die persoon daardoor de negen procent overschrijdt.

6

Indien na de tweede stemming geen vijftien personen zijn gekozen, zullen verdere stemmingen volgens gelijke beginselen worden gehouden, totdat vijftien personen zijn gekozen, met dien verstande dat, nadat veertien personen zijn gekozen, de vijftiende bij enkelvoudige meerderheid van de resterende stemmen kan worden gekozen en wordt geacht te zijn gekozen met al die stemmen.

1

Gedurende het eerste basistijdvak gelden de volgende voorschriften voor reconstitutie:

2

Indien een participant de voorschriften voor het herstel van de oorspronkelijke positie niet naleeft, bepaalt hef Fonds of de omstandigheden al dan niet opschorting ingevolge artikel XXIII, sectie 2 (b) rechtvaardigen.

1

Indien de overblijvende verplichting na de verrekening ingevolge artikel XXIV, sectie 2 (b), een verplichting is jegens de zich terugtrekkende participant en niet binnen zes maanden na de datum van beëindiging overeenstemming over de afrekening is bereikt tussen het Fonds en de zich terugtrekkende participant, koopt het Fonds dit saldo van bijzondere trekkingsrechten terug binnen een maximum van vijf jaar vanaf de datum van beëindiging af in gelijke halfjaarlijkse termijnen. Het Fonds koopt dit saldo terug op door hem te bepalen wijze, hetzij (a) door betaling aan de zich terugtrekkende participant van de bedragen die de overblijvende participanten aan het Fonds verstrekken overeenkomstig artikel XXIV, sectie 5, hetzij (b) door de zich terugtrekkende participant toe te staan zijn bijzondere trekkingsrechten te gebruiken ter verkrijging van zijn eigen valuta of van een vrij te gebruiken valuta van een door het Fonds aangewezen participant, van de Algemene Middelenrekening of enige andere houder.

2

Indien de overblijvende verplichting na de verrekening ingevolge artikel XXIV, sectie 2 (b) een verplichting is jegens het Fonds en niet binnen zes maanden na de datum van beëindiging overeenstemming is bereikt over de afrekening, voldoet de zich terugtrekkende participant aan deze verplichting in gelijke halfjaarlijkse termijnen binnen drie jaar na de datum van beëindiging of binnen een zodanige langere periode als het Fonds kan vaststellen. De zich terugtrekkende participant voldoet aan deze verplichting op door het Fonds te bepalen wijze, hetzij (a) door betaling aan het Fonds van een vrij te gebruiken valuta, hetzij (b) door bijzondere trekkingsrechten te verkrijgen overeenkomstig artikel XXIV, sectie 6, uit de Algemene Middelenrekening of bij overeenstemming met een door het Fonds aangewezen participant of van enige andere houder en deze bijzondere trekkingsrechten te verrekenen met de verschuldigde termijn.

3

Termijnen ingevolge paragraaf 1 of 2 hierboven worden verschuldigd zes maanden na de datum van beëindiging en met tussenpozen van zes maanden nadien.

4

In geval van liquidatie van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling ingevolge artikel XXV binnen zes maanden na de datum waarop een participant zijn participatie beëindigt, geschiedt de vereffening tussen het Fonds en die Regering overeenkomstig artikel XXV en schema I.

1

In geval van liquidatie van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling voldoen de participanten hun verplichtingen aan het Fonds in tien halfjaarlijkse termijnen, of over een zodanige langere periode als het Fonds nodig kan oordelen, in een vrij te gebruiken valuta en de valuta's van de participanten die bijzondere trekkingsrechten bezitten die in enigerlei termijn moeten worden teruggekocht, tot het bedrag van zodanige terugkoop, als bepaald door het Fonds. De eerste halfjaarlijkse termijn wordt betaald zes maanden na het besluit om de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling te liquideren.

2

Indien wordt besloten het Fonds binnen zes maanden na de datum van het besluit tot liquidatie van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling te liquideren, vindt de liquidatie van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling geen voortgang alvorens de bijzondere trekkingsrechten in de Algemene Middelenrekening zijn verdeeld overeenkomstig de onderstaande regel:

Na de verdelingen ingevolge paragraaf 2 (a) en (b) van schema K, wijst het Fonds zijn bijzondere trekkingsrechten in de Algemene Middelenrekening toe aan alle leden die participant zijn, in verhouding tot de bedragen die aan elke participant zijn verschuldigd na de verdeling ingevolge paragraaf 2 (b). Ter bepaling van het aan elke participant verschuldigde bedrag voor de verdeling van het restant van zijn bezit aan iedere valuta ingevolge paragraaf 2 (d) van schema K, trekt het Fonds hiervan de verdeling af van de bijzondere trekkingsrechten verricht ingevolge deze regel.

3

Met de ingevolge paragraaf 1 hierboven ontvangen bedragen koopt het Fonds de bijzondere trekkingsrechten van houders terug op de wijze en in de volgorde als hieronder bepaald:

4

Ieder bedrag waarop een participant recht heeft bij terugkoop ingevolge paragraaf 3 hierboven, wordt verrekend met ieder bedrag dat moet worden betaald ingevolge paragraaf 1 hierboven.

5

Tijdens de liquidatie betaalt het Fonds rente over het bedrag van de bijzondere trekkingsrechten van houders en betaalt elke participant provisies over zijn netto-cumulatieve toewijzing van bijzondere trekkingsrechten verminderd met het bedrag van betalingen verricht overeenkomstig paragraaf 1 hierboven. De rentevoet en de hoogte van de provisies, alsmede het tijdstip van betaling worden door het Fonds vastgesteld. Betalingen van rente en provisies worden zo veel mogelijk verricht in bijzondere trekkingsrechten. Een participant die niet voldoende bijzondere trekkingsrechten bezit om provisies te voldoen, verricht de betaling met een door het Fonds gespecificeerde valuta. Bijzondere trekkingsrechten die worden ontvangen als provisies worden niet gebruikt voor de betaling van rente voor zover zij nodig zijn voor administratiekosten, doch worden overgemaakt aan het Fonds en worden het eerst teruggekocht en wel met de valuta's die door het Fonds worden gebruikt voor betaling van zijn onkosten.

6

Zolang een participant achterstallig is met betrekking tot enige betaling vereist in paragraaf 1 of 5 hierboven, worden hem geen bedragen betaald overeenkomstig paragraaf 3 of 5 hierboven.

7

Indien na de slotbetalingen aan de participanten niet iedere participant die niet achterstallig is bijzondere trekkingsrechten bezit in dezelfde verhouding tot zijn netto-cumulatieve toewijzing, moeten participanten met een kleiner verhoudingsgetal van die met een groter verhoudingsgetal overeenkomstig door het Fonds getroffen regelingen zodanige bedragen kopen, dat de verhoudingsgetallen van hun bezit aan bijzondere trekkingsrechten dezelfde worden. Elke achterstallige participant moet het Fonds zijn eigen valuta betalen tot een met deze achterstalligheid gelijk bedrag. Het Fonds verdeelt deze valuta en eventuele overblijvende vorderingen tussen participanten in verhouding tot het bedrag aan bijzondere trekkingsrechten dat elk bezit en deze bijzondere trekkingsrechten worden ingetrokken. Het Fonds sluit dan de boeken van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling af; alle verplichtingen van het Fonds voortvloeiend uit de toewijzingen van bijzondere trekkingsrechten en het beheer van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling nemen een einde.

8

Elke participant wiens valuta ingevolge dit schema wordt toegedeeld aan andere participanten garandeert te allen tijde een onbeperkt gebruik daarvan voor de aankoop van goederen of voor betaling van bedragen die aan hem zelf of aan personen binnen zijn grondgebied zijn verschuldigd. Elke participant die deze verplichting heeft, stemt erin toe andere participanten schadeloos te stellen voor alle verliezen die ontstaan uit het verschil tussen de waarde waartegen het Fonds zijn valuta ingevolge dit schema verdeelde en de waarde welke die participanten bij beschikking over zijn valuta verkrijgen.

1

De vereffening der rekeningen met betrekking tot de Algemene Middelenrekening vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 1 tot 6 van dit schema. Het Fonds is verplicht aan een uitgetreden lid een bedrag uit te betalen gelijk aan diens quotum, plus alle andere door het Fonds aan het lid verschuldigde bedragen, verminderd met eventuele aan het Fonds verschuldigde bedragen, waaronder begrepen kosten die na de datum van zijn uittreding ontstaan; geen betaling vindt echter plaats vóór zes maanden na de datum van uittreding. De betalingen geschieden in de valuta van het uitgetreden lid en tot dit doel kan het Fonds naar de Algemene Middelenrekening het bezit aan de valuta van het lid in de Bijzondere Aanwendingsrekening of in de Investeringsrekening overmaken in ruil voor een gelijkwaardig bedrag aan de valuta's van andere leden in de Algemene Middelenrekening; deze valuta's worden met instemming van de desbetreffende leden door het Fonds gekozen.

2

Indien het bezit van het Fonds aan de valuta van een uitgetreden lid niet toereikend is voor de betaling van het door het Fonds verschuldigde netto-bedrag, wordt het restant betaald in een vrij te gebruiken valuta of op overeengekomen andere wijze. Indien het Fonds en het uitgetreden lid niet binnen zes maanden na de datum van uittreding tot overeenstemming komen, wordt de desbetreffende valuta die in het bezit is van het Fonds onverwijld aan het uittredende lid uitbetaald. Een eventueel nog verschuldigd saldo wordt in tien halfjaarlijkse termijnen betaald gedurende de vijf daaropvolgende jaren. Iedere zodanige termijn wordt, naar keuze van het Fonds, betaald in de valuta van het uitgetreden lid verworven na diens uittreding, dan wel in een vrij te gebruiken valuta.

3

Indien het Fonds met betaling van een van de overeenkomstig de bovenstaande paragrafen verschuldigde termijnen in gebreke blijft, heeft het uitgetreden lid het recht betaling van het Fonds te eisen in ongeacht welke valuta die in het bezit van het Fonds is, met uitzondering van een valuta die ingevolge artikel VII, sectie 3 schaars is verklaard.

4

Indien het bezit van het Fonds aan de valuta van een uitgetreden lid het aan dat lid verschuldigde bedrag overtreft, en indien omtrent de vereffening der rekeningen niet binnen zes maanden na de datum van uittreding overeenstemming is bereikt, is het gewezen lid verplicht het bedrag van zijn valuta dat zijn quotum te boven gaat, terug te kopen in een vrij te gebruiken valuta. De terugkoop geschiedt tegen de koersen waartegen het Fonds zodanige valuta's zou verkopen op het tijdstip van uittreding uit het Fonds. Het uitgetreden lid dient de volledige terugkoop te bewerkstelligen binnen vijf jaren na de datum van zijn uittreding, of binnen een langer, door het Fonds vast te stellen tijdvak, maar het is niet verplicht in enige halfjaarlijkse periode meer dan een tiende deel terug te kopen van het bedrag waarmede het bezit van het Fonds aan zijn valuta op de datum van uittreding zijn quotum overtreft, vermeerderd met verdere bedragen aan die valuta, die gedurende een zodanig halfjaarlijks tijdvak nog zijn verkregen. Indien het uitgetreden lid aan deze verplichting niet voldoet, kan het Fonds op ordelijke wijze het bedrag dat had moeten worden teruggekocht op ongeacht welke markt liquideren.

5

Ieder lid dat de valuta wenst te verkrijgen van een lid dat is uitgetreden, koopt deze van het Fonds, voor zover eerstgenoemd lid het recht heeft gebruik te maken van de middelen van het Fonds en zodanige valuta overeenkomstig paragraaf 4 hierboven beschikbaar is.

6

Het uitgetreden lid garandeert te allen tijde het onbeperkt gebruik van de valuta die overeenkomstig paragrafen 4 en 5 hierboven is verkocht voor de aankoop van goederen of voor betaling van bedragen die aan hem zelf of aan personen binnen zijn grondgebied zijn verschuldigd. Het stelt het Fonds schadeloos voor alle verliezen die ontstaan uit het verschil tussen de waarde van zijn valuta, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, op de datum van uittreding, en de waarde in bijzondere trekkingsrechten die het Fonds bij verkoop ingevolge paragrafen 4 en 5 hierboven verkrijgt.

7

Indien het uitgetreden lid schulden heeft jegens het Fonds als gevolg van transacties via de Bijzondere Aanwendingsrekening krachtens artikel V, sectie 12 (f) (ii), worden deze schulden voldaan in overeenstemming met de voorwaarden waarop zij zijn aangegaan.

8

Indien het Fonds de valuta van het uitgetreden lid bezit in de Bijzondere Aanwendingsrekening of in de Investeringsrekening, kan het Fonds op ordelijke wijze op ongeacht welke markt het bedrag van de valuta van het uitgetreden lid dat overblijft na gebruik ingevolge paragraaf 1 hierboven, inwisselen voor de valuta's van de leden, en de opbrengst van het inwisselen van het bedrag in elke rekening wordt in die rekening gehouden.

Paragraaf 5 hierboven en de eerste zin van paragraaf 6 hierboven zijn van toepassing op de valuta van het uitgetreden lid.

9

Indien het Fonds ingevolge artikel V, sectie 12 (h) obligaties van het uitgetreden lid bezit in de Bijzondere Aanwendingsrekening, dan wel in de Investeringsrekening, kan het Fonds deze houden tot aan de vervaldatum, of hierover eerder beschikken. Paragraaf 8 hierboven is van toepassing op de opbrengst van een zodanige desinvestering.

10

Ingeval het Fonds binnen zes maanden na de datum waarop het lid uittreedt in liquidatie gaat overeenkomstig artikel XXVII, sectie 2, worden de rekeningen tussen het Fonds en die Regering vereffend in overeenstemming met artikel XXVII, sectie 2 en schema K.

1

In geval van liquidatie heeft de betaling der schulden van het Fonds, de terugbetaling der bijdragen daargelaten, voorrang bij de verdeling der activa van het Fonds. Bij de betaling van iedere zodanige schuld wendt het Fonds zijn activa in de onderstaande volgorde aan:

2

Na voldoening der schulden van het Fonds in overeenstemming met paragraaf 1 hierboven, wordt het saldo van de activa van het Fonds in de volgende verhouding toegewezen:

3

Ieder lid koopt het ingevolge paragraaf 2 (d) hierboven aan andere leden toegewezen bedrag van zijn valuta terug en komt binnen drie maanden na het besluit tot liquidatie, met het Fonds een ordelijke procedure voor deze terugkoop overeen.

4

Indien een lid binnen de hierboven onder paragraaf 3 vermelde termijn van drie maanden niet met het Fonds tot overeenstemming is gekomen, gebruikt het Fonds de ingevolge paragraaf 2 (d) hierboven aan dat lid toegewezen valuta's van andere leden voor het terugkopen van zijn valuta die aan andere leden is toegewezen. Iedere valuta die is toegewezen aan een lid dat niet tot overeenstemming is gekomen, wordt, voor zover mogelijk, gebruikt om de valuta van dat lid die is toegewezen aan leden die wel met het Fonds ingevolge paragraaf 3 hierboven tot overeenstemming zijn gekomen, terug te kopen.

5

Indien een lid overeenkomstig paragraaf 3 hierboven met het Fonds tot overeenstemming is gekomen, gebruikt het Fonds de valuta van de andere leden die aan dat lid ingevolge paragraaf 2 (d) hierboven zijn toegewezen, om de valuta van dat lid, die is toegewezen aan de andere leden die met het Fonds tot overeenstemming zijn gekomen, als onder paragraaf 3 hierboven, terug te kopen. Ieder op die wijze teruggekocht bedrag wordt ingekocht in de valuta van het lid waaraan het was toegedeeld.

6

Na uitvoering van de in bovenstaande paragrafen vermelde maatregelen betaalt het Fonds aan ieder lid de overblijvende valutabedragen uit, die het nog voor rekening van dat lid houdt.

7

Ieder lid welks valuta ingevolge paragraaf 6 hierboven aan andere leden is toegewezen, koopt deze valuta terug in de valuta van het lid dat de terugkoop verzoekt, of op iedere andere wijze die tussen hen wordt overeengekomen. Indien de betrokken leden niet anders overeenkomen, voltooit het lid dat tot terugkoop is verplicht deze binnen vijf jaar na de datum van verdeling, maar is het niet verplicht gedurende elke halfjaarlijkse periode meer terug te kopen dan een tiende van het aan ieder lid toegewezen bedrag. Indien het lid niet aan deze verplichting voldoet, kan het bedrag dat had moeten worden teruggekocht op ordelijke wijze op ongeacht welke markt worden geliquideerd.

8

Ieder lid welks valuta volgens paragraaf 6 hierboven aan andere leden is toegewezen, garandeert te allen tijde een onbeperkt gebruik daarvan voor de aankoop van goederen of voor betaling van bedragen die aan hen zelf of aan personen binnen zijn grondgebieden zijn verschuldigd. Ieder aldus verplicht lid stemt erin toe andere leden schadeloos te stellen voor alle verliezen die ontstaan uit een verschil tussen de waarde van zijn valuta, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, op de datum van het besluit tot liquidatie van het Fonds, en de waarde in bijzondere trekkingsrechten welke die leden bij verkoop van zijn valuta verkrijgen.

9

Het Fonds stelt de waarde van goud ingevolge dit schema vast op basis van de prijzen op de markt.

10

Voor de toepassing van dit schema worden de quota geacht te zijn vermeerderd tot de volledige hoogte die zij hadden kunnen aannemen in overeenstemming met artikel III, sectie 2 (b) van deze Overeenkomst.

DONE at Washington, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Government of the United States of America, which shall transmit certified copies to all governments whose names are set forth in Schedule A and to all governments whose membership is approved in accordance with Article II, Section 2.