Verdrag van de Verenigde Naties inzake de overeenkomsten voor het internationaal vervoer van goederen geheel of gedeeltelijk over zee

Type Verdrag
Publication 2008-12-11
State In force
Source BWB
artikelen 96
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • b. het recht aflevering van de goederen te verkrijgen in een geplande aanloophaven of, in het geval van vervoer over land of binnenwateren, op een plaats langs de route; en
  • c. het recht de geadresseerde te vervangen door een andere persoon, met inbegrip van de partij met zeggenschap.
2.

De zeggenschap kan worden uitgeoefend gedurende de gehele periode waarin de vervoerder verantwoordelijk is, zoals bepaald in artikel 12, en eindigt wanneer deze periode verstrijkt.

Artikel 51. Identiteit van de partij met zeggenschap en overdracht van de zeggenschap

1.

Behoudens in de in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel genoemde gevallen:

  • a. is de afzender de partij met zeggenschap tenzij de afzender, bij het sluiten van de vervoerovereenkomst, de geadresseerde, de documentaire afzender of een andere persoon aanwijst als de partij met zeggenschap;
  • b. is de partij met zeggenschap gerechtigd de zeggenschap aan een andere persoon over te dragen. De overdracht wordt van kracht ten aanzien van de vervoerder na kennisgeving van de overdracht door de overdragende partij, en de verkrijgende partij wordt de partij met zeggenschap; en
  • c. identificeert de partij met zeggenschap zich bij het uitoefenen van de zeggenschap naar behoren.
2.

Wanneer een niet-verhandelbaar vervoerdocument is afgegeven dat aangeeft dat het dient te worden overhandigd teneinde de goederen in ontvangst te kunnen nemen:

  • a. is de afzender de partij met zeggenschap en kan hij de zeggenschap overdragen aan de in het vervoerdocument genoemde geadresseerde door het document zonder endossement aan die persoon over te dragen. Indien er meer dan één origineel exemplaar van het document is afgegeven, worden alle originele exemplaren overgedragen teneinde de overdracht van de zeggenschap te bewerkstelligen; en
  • b. legt de partij met zeggenschap, teneinde de zeggenschap uit te oefenen, het document over en identificeert hij zich naar behoren. Indien er meer dan één origineel exemplaar van het document is afgegeven, worden alle originele exemplaren overgelegd, bij gebreke waarvan de zeggenschap niet kan worden uitgeoefend.
3.

Wanneer een verhandelbaar vervoerdocument is afgegeven:

  • a. is de houder of, indien meer dan één origineel exemplaar van het verhandelbare vervoerdocument is afgegeven, de houder van alle originele exemplaren de partij met zeggenschap;
  • b. kan de houder de zeggenschap overdragen door het verhandelbare vervoerdocument in overeenstemming met artikel 57 aan een andere persoon over te dragen. Indien meer dan één origineel exemplaar van dat document is afgegeven, worden alle originele exemplaren aan de betreffende persoon overgedragen teneinde de overdracht van de zeggenschap te bewerkstelligen; en
  • c. legt de houder, teneinde de zeggenschap uit te oefenen, het verhandelbare vervoerdocument aan de vervoerder over, en indien de houder één van de personen is bedoeld in artikel 1, tiende lid, onderdeel a, onder i, identificeert hij zich naar behoren. Indien meer dan één origineel exemplaar van het document is afgegeven, worden alle originele exemplaren overgelegd, bij gebreke waarvan de zeggenschap niet kan worden uitgeoefend.
4.

Wanneer een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand is afgegeven:

  • a. is de houder de partij met zeggenschap;
  • b. kan de houder de zeggenschap aan een andere persoon overdragen door het verhandelbare elektronische vervoerbestand in overeenstemming met de in artikel 9, eerste lid, bedoelde procedures over te dragen; en
  • c. toont de houder, teneinde de zeggenschap uit te oefenen, in overeenstemming met de in artikel 9, eerst lid bedoelde procedures aan, dat hij de houder is.

Artikel 52. Uitvoering van instructies door de vervoerder

1.

Met inachtneming van het tweede en derde lid van dit artikel voert de vervoerder de in artikel 50 bedoelde instructies uit indien:

  • a. de persoon die deze instructies geeft gerechtigd is de zeggenschap uit te oefenen;
  • b. de instructies redelijkerwijs kunnen worden uitgevoerd overeenkomstig de inhoud ervan op het tijdstip waarop zij de vervoerder bereiken; en
  • c. de instructies geen belemmering vormen voor de normale bedrijfsvoering van de vervoerder, met inbegrip van de wijze waarop hij gewoonlijk aflevert.
2.

De partij met zeggenschap vergoedt de vervoerder in ieder geval alle redelijke bijkomende kosten die de vervoerder mocht maken en stelt de vervoerder schadeloos voor verlies dat of schade die de vervoerder mocht lijden als gevolg van het zorgvuldig uitvoeren van een instructie uit hoofde van dit artikel, met inbegrip van schadevergoeding die de vervoerder gehouden kan zijn te betalen voor verlies van of schade aan andere vervoerde goederen.

3.

De vervoerder heeft het recht van de partij met zeggenschap zekerheid te verkrijgen voor het bedrag aan bijkomende kosten, verlies of schade waarvan de vervoerder redelijkerwijs verwacht dat zij zullen ontstaan in verband met het uitvoeren van een instructie uit hoofde van dit artikel. De vervoerder mag weigeren de instructies uit te voeren indien een dergelijke zekerheid niet wordt gesteld.

4.

Wanneer de vervoerder de instructies van de partij met zeggenschap niet heeft uitgevoerd en daarmee zijn verplichtingen uit hoofde van het eerste lid van dit artikel niet is nagekomen, zijn de artikelen 17 tot en met 23 van toepassing op zijn aansprakelijkheid voor verlies van of schade aan de goederen of voor vertraging in de aflevering daarvan en zijn de artikelen 59 tot en met 61 van toepassing op het bedrag aan schadevergoeding dat de vervoerder dient te betalen.

Artikel 53. Als afgeleverd beschouwde goederen

Goederen die zijn afgeleverd volgens een instructie in overeenstemming met artikel 52, eerste lid, worden geacht te zijn afgeleverd op de plaats van bestemming en de bepalingen van hoofdstuk 9 die betrekking hebben op een dergelijke aflevering zijn van toepassing op deze goederen.

Artikel 54. Wijzigingen van de vervoerovereenkomst

1.

De partij met zeggenschap is de enige persoon die met de vervoerder wijzigingen van de vervoerovereenkomst kan overeenkomen anders dan de wijzigingen bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdelen b en c.

2.

Wijzigingen van de vervoerovereenkomst, met inbegrip van die bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdelen b en c, worden vermeld in een verhandelbaar vervoerdocument of niet-verhandelbaar vervoerdocument dat overhandigd dient te worden, of worden opgenomen in een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand, of worden, op verzoek van de partij met zeggenschap, vermeld in een niet-verhandelbaar vervoerdocument of opgenomen in een niet-verhandelbaar elektronisch vervoerbestand. Dergelijke aldus vermelde of opgenomen wijzigingen worden in overeenstemming met artikel 38 ondertekend.

Artikel 55. Verstrekken van aanvullende informatie, instructies of documenten aan de vervoerder

1.

De partij met zeggenschap verstrekt, op verzoek van de vervoerder of een uitvoerende partij, tijdig informatie, instructies of documenten met betrekking tot de goederen die niet reeds door de afzender is of zijn verstrekt en niet redelijkerwijs op andere wijze voor de vervoerder beschikbaar is of zijn, en die de vervoerder redelijkerwijs nodig kan hebben voor het nakomen van zijn verplichtingen uit hoofde van de vervoerovereenkomst.

2.

Indien de vervoerder, na redelijke inspanningen, niet in staat is vast te stellen waar de partij met zeggenschap zich bevindt of de partij met zeggenschap niet in staat is de vervoerder passende informatie, instructies of documenten te verstrekken, worden deze door de afzender verstrekt. Indien de vervoerder, na redelijke inspanningen, niet in staat is vast te stellen waar de afzender zich bevindt, verstrekt de documentaire afzender deze informatie, instructies of documenten.

Artikel 56. Overeengekomen afwijking

De partijen bij de vervoerovereenkomst mogen afwijken van de bepalingen van de artikelen 50, eerste lid, onderdelen b en c, en tweede lid, en artikel 52. De partijen mogen tevens de overdraagbaarheid van de zeggenschap bedoeld in artikel 51, eerste lid, onderdeel b, beperken of uitsluiten.

HOOFDSTUK 11. OVERDRACHT VAN RECHTEN

Artikel 57. Overdracht wanneer een verhandelbaar vervoerdocument of verhandelbaar elektronisch vervoerbestand is afgegeven

1.

Wanneer een verhandelbaar vervoerdocument is afgegeven, kan de houder de in het document belichaamde rechten overdragen door het document op de volgende wijze aan een andere persoon over te dragen:

  • a. naar behoren geëndosseerd aan deze andere persoon of blanco geëndosseerd, indien het een orderpapier betreft; of
  • b. zonder endossement, indien: i. het een toonderpapier of blanco geëndosseerd document betreft; of ii. het een document betreft dat aan de order van een met naam genoemde persoon is gesteld en de overdracht plaatsvindt tussen de eerste houder en de met naam genoemde persoon.
2.

Wanneer een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand is afgegeven, kan de houder de daarin belichaamde rechten overdragen, ongeacht of het aan order of aan de order van een met naam genoemde persoon is gesteld, door het elektronisch vervoerbestand in overeenstemming met de in artikel 9, eerste lid, bedoelde procedures over te dragen.

Artikel 58. Verplichtingen van de houder

1.

Onverminderd artikel 55 verkrijgt een houder die niet de afzender is en die geen enkel recht uitoefent uit hoofde van de vervoerovereenkomst, geen verplichtingen uit hoofde van de vervoerovereenkomst uitsluitend vanwege het feit dat hij houder is.

2.

Een houder die niet de afzender is en een recht uit hoofde van de vervoerovereenkomst uitoefent, verkrijgt de verplichtingen die hem uit hoofde van de vervoerovereenkomst worden opgelegd voor zover deze verplichtingen zijn opgenomen in of kunnen worden afgeleid uit het verhandelbare vervoerdocument of verhandelbare elektronische vervoerbestand.

3.

Voor de toepassing van het eerste en tweede lid van dit artikel oefent een houder die niet de afzender is geen recht uit hoofde van de vervoerovereenkomst uit uitsluitend vanwege het feit dat:

  • a. hij met de vervoerder, ingevolge artikel 10, overeenkomt een verhandelbaar vervoerdocument te vervangen door een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand of een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand te vervangen door een verhandelbaar vervoerdocument; of
  • b. hij zijn rechten overdraagt ingevolge artikel 57.

HOOFDSTUK 12. BEPERKING VAN AANSPRAKELIJKHEID

Artikel 59. Beperking van aansprakelijkheid

1.

Met inachtneming van de artikelen 60 en 61, eerste lid, is de aansprakelijkheid van de vervoerder voor tekortkomingen in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag beperkt tot 875 rekeneenheden per collo of andere laadeenheid, of 3 rekeneenheden per kilogram van het brutogewicht van de goederen die het voorwerp van de vordering of het geschil zijn, naargelang welk bedrag het hoogste is, tenzij de waarde van de goederen door de afzender is aangegeven en in de overeenkomstgegevens is vastgelegd, of wanneer een hoger bedrag dan de aansprakelijkheidsbeperking vervat in dit artikel tussen de vervoerder en de afzender is overeengekomen.

2.

Wanneer goederen in of op een container, pallet of soortgelijk vervoergerei die of dat gebruikt wordt om goederen bijeen te brengen, of in of op een voertuig worden vervoerd, worden alle in de overeenkomstgegevens vermelde colli of laadeenheden die in of op een dergelijk vervoergerei of voertuig zijn geplaatst, als collo of laadeenheid beschouwd. Bij gebreke van een dergelijke vermelding worden de goederen in of op dat vervoergerei als een enkele laadeenheid beschouwd.

3.

De rekeneenheid bedoeld in dit artikel is het Bijzondere Trekkingsrecht zoals dit is omschreven door het Internationale Monetaire Fonds. De in dit artikel bedoelde bedragen worden omgerekend in de nationale munteenheid van een Staat overeenkomstig de waarde van de desbetreffende munteenheid op de datum van de uitspraak of op de door de partijen overeengekomen datum. De waarde van de nationale munteenheid, uitgedrukt in Bijzondere Trekkingsrechten, van een Verdragsluitende Staat die lid is van het Internationale Monetaire Fonds, wordt berekend overeenkomstig de waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds op de desbetreffende datum wordt gehanteerd voor zijn eigen verrichtingen en transacties. De waarde van de nationale munteenheid, uitgedrukt in Bijzondere Trekkingsrechten, van een Verdragsluitende Staat die geen lid is van het Internationale Monetaire Fonds, wordt berekend op een door die Verdragsluitende Staat vastgestelde wijze.

Artikel 60. Beperking van de aansprakelijkheid voor verlies als gevolg van vertraging

Met inachtneming van artikel 61, tweede lid, wordt de schadevergoeding voor verlies van of schade aan goederen als gevolg van vertraging overeenkomstig artikel 22 berekend en is de aansprakelijkheid voor zuivere vermogensschade als gevolg van vertraging beperkt tot een bedrag gelijk aan twee en een half maal de vracht voor de vertraagde goederen. Het totale bedrag dat ingevolge dit artikel en artikel 59, eerste lid, verschuldigd is, mag de beperking die ingevolge artikel 59, eerste lid, vastgesteld zou worden voor het volledige verlies van de betrokken goederen niet overschrijden.

Artikel 61. Verlies van het recht op beperking van aansprakelijkheid

1.

De vervoerder noch één van de in artikel 18 bedoelde personen kan zich beroepen op de beperking van aansprakelijkheid zoals voorzien in artikel 59 of zoals vastgelegd in de vervoerovereenkomst, indien de rechthebbende aantoont dat de schade die het gevolg is van de tekortkoming in de nakoming van de verplichting van de vervoerder uit hoofde van dit Verdrag, toe te rekenen is aan een persoonlijk handelen of nalaten van degene die zich beroept op beperking van zijn aansprakelijkheid, geschied hetzij met het opzet die schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat die schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.

2.

De vervoerder noch één van de in artikel 18 bedoelde personen kan zich beroepen op de beperking van aansprakelijkheid zoals voorzien in artikel 60, indien de rechthebbende aantoont dat de vertraging in de aflevering veroorzaakt is door een persoonlijk handelen of nalaten van degene die zich beroept op beperking van zijn aansprakelijkheid, geschied hetzij met het opzet die schade als gevolg van vertraging te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat die schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.

HOOFDSTUK 13. TERMIJN VOOR HET INSTELLEN VAN RECHTSVORDERINGEN

Artikel 62. Duur van de termijn voor het instellen van rechtsvorderingen

1.

Na het verstrijken van een termijn van twee jaar kunnen geen gerechtelijke procedures of arbitrageprocedures met betrekking tot vorderingen of geschillen die voortvloeien uit een tekortkoming in de nakoming van een verplichting uit hoofde van dit Verdrag aanhangig worden gemaakt.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde termijn vangt aan op de dag waarop de vervoerder de goederen heeft afgeleverd of, in gevallen waarin de goederen niet zijn afgeleverd of slechts een deel van de goederen is afgeleverd, op de laatste dag waarop de goederen afgeleverd hadden moeten zijn. De dag waarop de bedoelde termijn aanvangt, is niet in deze termijn begrepen.

3.

Niettegenstaande het verstrijken van de in het eerste lid van dit artikel voorziene termijn, kan een partij de vordering jegens de andere partij inroepen als verweermiddel of ter verrekening.

Artikel 63. Verlenging van de termijn voor het instellen van rechtsvorderingen

De in artikel 62 voorziene termijn kan niet worden geschorst of gestuit, maar degene tegen wie een vordering is gericht mag deze op elk tijdstip gedurende de loop van de termijn verlengen door middel van een aan de rechthebbende gerichte verklaring. De termijn kan door middel van één of meer verklaringen verder worden verlengd.

Artikel 64. Rechtsvordering tot verhaal

Een rechtsvordering tot verhaal door een persoon die aansprakelijk wordt gesteld, kan ook na het verstrijken van de in artikel 62 bedoelde termijn worden ingesteld, indien de rechtsvordering tot verhaal wordt ingesteld binnen:

  • a. de termijn toegestaan door de wetgeving die van toepassing is in het rechtsgebied waar de procedure wordt ingesteld; of, indien dit later is,
  • b. negentig dagen te rekenen vanaf de dag waarop degene die de rechtsvordering tot verhaal instelt ten aanzien van het van hemzelf gevorderde de zaak heeft geregeld of waarop hij te dien aanzien in rechte is aangesproken, naargelang welk geval zich het eerst voordoet.

Artikel 65. Rechtsvorderingen tegen de persoon die als vervoerder is geïdentificeerd

Een rechtsvordering tegen de rompbevrachter of de persoon die uit hoofde van artikel 37, tweede lid, als vervoerder is geïdentificeerd, kan worden ingesteld na het verstrijken van de in artikel 62 voorziene termijn, indien de rechtsvordering wordt ingesteld binnen:

  • a. de termijn toegestaan door de wetgeving die van toepassing is in het rechtsgebied waar de procedure wordt ingesteld; of, indien dit later is,
  • b. negentig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de vervoerder is geïdentificeerd, of de geregistreerde eigenaar of rompbevrachter het vermoeden dat hij de vervoerder is, overeenkomstig artikel 37, tweede lid, heeft weerlegd.

HOOFDSTUK 14. RECHTSMACHT

Artikel 66. Rechtsvorderingen tegen de vervoerder

Tenzij in de vervoerovereenkomst een beding van exclusieve forumkeuze is opgenomen dat voldoet aan artikel 67 of 72, heeft de eiser het recht uit hoofde van dit Verdrag een gerechtelijke procedure tegen de vervoerder aanhangig te maken:

  • a. bij een bevoegde rechter in wiens rechtsgebied zich één van de volgende plaatsen bevindt:
  • i. de woonplaats van de vervoerder;
  • ii. de in de vervoerovereenkomst overeengekomen plaats van inontvangstneming;
  • iii. de in de vervoerovereenkomst overeengekomen plaats van aflevering; of
  • iv. de haven waar de goederen voor het eerst aan boord van een schip worden geladen of de haven waar de goederen uiteindelijk uit een schip worden gelost; of
  • b. bij een bevoegde rechter of bevoegde rechters die door de afzender en de vervoerder gezamenlijk zijn aangewezen om te beslissen over vorderingen tegen de vervoerder die uit hoofde van dit Verdrag kunnen ontstaan.

Artikel 67. Forumkeuzebeding

1.

De bevoegdheid van een in overeenstemming met artikel 66, onderdeel b, gekozen rechter is voor geschillen tussen de partijen bij de overeenkomst alleen exclusief indien de partijen zulks zijn overeengekomen en het beding waarin de bevoegdheid wordt toegekend:

  • a. is opgenomen in een volumeovereenkomst waarin duidelijk de namen en adresgegevens van de partijen worden vermeld en i. waarover individueel is onderhandeld of ii. die een in het oog springende verklaring bevat dat er een beding van exclusieve forumkeuze is en de bepalingen van de volumeovereenkomst waarin dit beding is opgenomen, specificeert; en
  • b. duidelijk de rechters van een Verdragsluitende Staat of één of meer specifieke rechters van een Verdragsluitende Staat aanwijst.
2.

Een persoon die geen partij bij de volumeovereenkomst is, is slechts gebonden aan een beding van exclusieve forumkeuze dat in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel is overeengekomen indien:

  • a. in het rechtsgebied van de gekozen rechter één van de in artikel 66, onderdeel a, genoemde plaatsen is gelegen:
  • b. het beding is opgenomen in het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand;
  • c. die persoon tijdig en naar behoren in kennis is gesteld van de rechter bij wie de rechtsvordering wordt ingesteld en van het feit dat deze rechter exclusief bevoegd is; en
  • d. het recht van de aangezochte rechter erkent dat deze persoon gebonden kan zijn aan het beding van exclusieve forumkeuze.

Artikel 68. Rechtsvorderingen tegen de maritieme uitvoerende partij

De eiser is gerechtigd uit hoofde van dit Verdrag een gerechtelijke procedure tegen de maritieme uitvoerende partij aanhangig te maken bij een bevoegde rechter in wiens rechtsgebied zich één van de volgende plaatsen bevindt:

  • a. de woonplaats van de maritieme uitvoerende partij; of
  • b. de haven waar de goederen door de maritieme uitvoerende partij in ontvangst worden genomen, de haven waar de goederen door de maritieme uitvoerende partij worden afgeleverd of de haven waar de maritieme uitvoerende partij zijn werkzaamheden met betrekking tot de goederen uitvoert.

Artikel 69. Geen verdere gronden voor bevoegdheid

Met inachtneming van de artikelen 71 en 72 kunnen geen gerechtelijke procedures uit hoofde van dit Verdrag tegen de vervoerder of een maritieme uitvoerende partij aanhangig worden gemaakt bij een rechter die niet ingevolge artikel 66 of artikel 68 is aangewezen.

Artikel 70. Conservatoir beslag en voorlopige of beschermende maatregelen

Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de bevoegdheid ter zake van voorlopige of beschermende maatregelen, met inbegrip van conservatoir beslag. Een rechter in een Staat waarin een voorlopige of beschermende maatregel is genomen, is niet bevoegd tot het doen van een uitspraak over de zaak ten gronde, tenzij:

  • a. aan de vereisten van dit hoofdstuk is voldaan; of
  • b. een internationaal verdrag dat in die Staat van toepassing is, daarin voorziet.

Artikel 71. Voeging en intrekking van rechtsvorderingen

1.

Behoudens wanneer er een beding van exclusieve forumkeuze is gemaakt dat bindend is ingevolge artikel 67 of 72, mag, indien er één rechtsvordering tegen zowel de vervoerder als de maritieme uitvoerende partij wordt ingesteld die voortvloeit uit één en dezelfde gebeurtenis, deze rechtsvordering uitsluitend bij een rechter worden ingesteld die in overeenstemming met zowel artikel 66 als artikel 68 is aangewezen. Bij gebreke van een dergelijke rechter, mag deze rechtsvordering worden ingesteld bij een rechter die in overeenstemming met artikel 68, onderdeel b, is aangewezen, indien er een dergelijke rechter is.

2.

Behoudens wanneer er een beding van exclusieve forumkeuze is gemaakt dat bindend is ingevolge artikel 67 of 72, trekt een vervoerder of een maritieme uitvoerende partij die een rechtsvordering tot verklaring van niet-aansprakelijkheid instelt of een andere rechtsvordering die een persoon het recht zou ontnemen in overeenstemming met artikel 66 of 68 een forum te kiezen, op verzoek van de verweerder deze rechtsvordering in, zodra de verweerder een in overeenstemming met artikel 66 of 68, al naar gelang, aangewezen rechter heeft gekozen, bij wie de rechtsvordering opnieuw ingesteld kan worden.

Artikel 72. Overeenkomst na het ontstaan van een geschil en bevoegdheid indien de verweerder is verschenen

1.

Na het ontstaan van een geschil kunnen de daarbij betrokken partijen overeenkomen het geschil aan elke bevoegde rechter voor te leggen.

2.

Een bevoegde rechter voor wie een verweerder verschijnt zonder zijn bevoegdheid in overeenstemming met de regels van die rechter te betwisten, is bevoegd.

Artikel 73. Erkenning en tenuitvoerlegging

1.

Een beslissing die in een Verdragsluitende Staat wordt gegeven door een rechter die uit hoofde van dit Verdrag bevoegd is, wordt in een andere Verdragsluitende Staat erkend en ten uitvoer gelegd in overeenstemming met de wetgeving van laatstgenoemde Verdragsluitende Staat wanneer beide Staten een verklaring hebben afgelegd in overeenstemming met artikel 74.

2.

Een rechter kan erkenning en tenuitvoerlegging weigeren op de gronden voor weigering van erkenning en tenuitvoerlegging voorzien in zijn eigen recht.

3.

Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de toepassing van de regels van een regionale organisatie voor economische integratie die partij is bij dit Verdrag ter zake van de erkenning of tenuitvoerlegging van vonnissen tussen de lidstaten van de regionale organisatie voor economische integratie, ongeacht of deze voor of na dit Verdrag zijn aangenomen.

Artikel 74. Toepassing van hoofdstuk 14

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn slechts verbindend voor de Verdragsluitende Staten die in overeenstemming met artikel 91 hebben verklaard hierdoor gebonden te worden.

HOOFDSTUK 15. ARBITRAGE

Artikel 75. Arbitrageovereenkomsten

1.

Met inachtneming van dit hoofdstuk kunnen de partijen overeenkomen dat elk geschil dat mocht ontstaan over het vervoer van goederen uit hoofde van dit Verdrag aan arbitrage wordt onderworpen.

2.

De arbitrageprocedure vindt, naar keuze van de persoon die een vordering tegen de vervoerder instelt, plaats:

  • a. op een plaats die voor dat doel in de arbitrageovereenkomst is aangewezen; of
  • b. een andere plaats in de Staat waar één van de volgende plaatsen is gelegen:
  • i. de woonplaats van de vervoerder:
  • ii. de in de vervoerovereenkomst overeengekomen plaats van inontvangstneming;
  • iii. de in de vervoerovereenkomst overeengekomen plaats van aflevering; of
  • iv. de haven waar de goederen voor het eerst aan boord van een schip worden geladen of de haven waar de goederen uiteindelijk uit een schip worden gelost.
3.

De aanwijzing van de plaats van arbitrage in de overeenkomst is bindend voor geschillen tussen de partijen bij de overeenkomst indien de overeenkomst is opgenomen in een volumeovereenkomst waarin de namen en adresgegevens van de partijen duidelijk staan vermeld en:

  • a. waarover individueel is onderhandeld; of
  • b. waarin een in het oog springende verklaring is opgenomen dat er een arbitrageovereenkomst is en de bepalingen van de volumeovereenkomst waarin deze arbitrageovereenkomst is opgenomen, specificeert.
4.

Wanneer in overeenstemming met het derde lid van dit artikel een arbitrageovereenkomst is gesloten, is een persoon die geen partij bij de volumeovereenkomst is, slechts gebonden aan de aanwijzing van de plaats van arbitrage in deze overeenkomst indien:

  • a. de in de overeenkomst aangewezen plaats van arbitrage gelegen is in één van de in het tweede lid, onderdeel b, van dit artikel bedoelde plaatsen;
  • b. de overeenkomst is opgenomen in het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand;
  • c. die persoon tijdig en naar behoren in kennis is gesteld van de plaats van arbitrage; en
  • d. het toepasselijke recht toestaat dat die persoon door de arbitrageovereenkomst wordt gebonden.
5.

De bepalingen van het eerste, tweede, derde en vierde lid van dit artikel worden geacht deel uit te maken van elke arbitrageclausule of -overeenkomst en elke bepaling in die clausule of overeenkomst voor zover die hiermee onverenigbaar is, is nietig.

Artikel 76. Arbitrageoverenkomst in de niet-lijnvaart

1.

Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan het verbindend karakter van een arbitrageovereenkomst in een vervoerovereenkomst in de niet-lijnvaart waarop dit Verdrag of de bepalingen daarvan van toepassing zijn vanwege:

  • b. het door de partijen op vrijwillige basis opnemen van dit Verdrag in een vervoerovereenkomst waarop dit Verdrag anders niet van toepassing zou zijn.
2.

Niettegenstaande het eerste lid van dit artikel is dit hoofdstuk van toepassing op een arbitrageovereenkomst in een vervoerdocument of elektronisch vervoerbestand waarop dit Verdrag van toepassing is ingevolge de toepassing van artikel 7, tenzij in een dergelijk vervoerdocument of elektronisch vervoerbestand:

  • a. de partijen bij en de datum van de bevrachtingsovereenkomst of andere overeenkomst die vanwege de toepassing van artikel 6 van de toepassing van dit Verdrag wordt uitgesloten, zijn genoemd; en
  • b. door middel van een specifieke verwijzing de clausule uit de bevrachtingsovereenkomst of andere overeenkomst is opgenomen waarin de inhoud van de arbitrageovereenkomst vermeld staat.

Artikel 77. Arbitrageovereenkomst na het ontstaan van een geschil

Niettegenstaande de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk 14, kunnen, na het ontstaan van een geschil, de partijen bij dat geschil overeenkomen het geschil op elke plaats aan arbitrage te onderwerpen.

Artikel 78. Toepassing van hoofdstuk 15

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn slechts verbindend voor de Verdragsluitende Staten die in overeenstemming met artikel 91 hebben verklaard hierdoor gebonden te worden.

HOOFDSTUK 16. GELDIGHEID VAN CONTRACTUELE BEPALINGEN

Artikel 79. Algemene bepalingen

1.

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is elke bepaling in een vervoerovereenkomst nietig voor zover deze:

  • a. direct of indirect de verplichtingen van de vervoerder of een maritieme uitvoerende partij uit hoofde van dit Verdrag uitsluit of beperkt;
  • b. direct of indirect de aansprakelijkheid van de vervoerder of een maritieme uitvoerende partij voor tekortkomingen in de nakoming van een verplichting uit hoofde van dit Verdrag uitsluit of beperkt; of
  • c. rechten uit de verzekering van de goederen overdraagt aan de vervoerder of een in artikel 18 bedoelde persoon.
2.

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is elke bepaling in een vervoerovereenkomst nietig voor zover deze:

  • a. direct of indirect de verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag van de afzender, geadresseerde, partij met zeggenschap, houder of documentaire afzender uitsluit, beperkt of uitbreidt; of
  • b. direct of indirect de aansprakelijkheid van de afzender, geadresseerde, partij met zeggenschap, houder of documentaire afzender voor tekortkomingen in de nakoming van zijn of haar verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag uitsluit, beperkt of uitbreidt.

Artikel 80. Bijzondere regels voor volumeovereenkomsten

1.

Niettegenstaande artikel 79 kan, in de betrekkingen tussen de vervoerder en de afzender, een volumeovereenkomst waarop dit Verdrag van toepassing is voorzien in meer of minder rechten, verplichtingen en aansprakelijkheden dan door dit Verdrag opgelegd.

2.

Een afwijking overeenkomstig het eerste lid van dit artikel is slechts bindend wanneer:

  • a. de volumeovereenkomst een in het oog springende verklaring bevat dat van dit Verdrag wordt afgeweken;
  • b.
  • i. over de volumeovereenkomst individueel is onderhandeld of
  • ii. deze op in het oog springende wijze de bepalingen van de volumeovereenkomst waarin de afwijkingen zijn opgenomen, specificeert;
  • c. de afzender in de gelegenheid is gesteld een vervoerovereenkomst te sluiten op voorwaarden die voldoen aan dit Verdrag zonder enige afwijking uit hoofde van dit artikel en hij ook op de mogelijkheid hiertoe is gewezen; en
  • d. de afwijking noch i. door middel van een verwijzing is opgenomen, noch ii. in een adhesiecontract is opgenomen waarover niet onderhandeld kan worden.
3.

Een openbaar gemaakt schema van tarieven en diensten van een vervoerder, een vervoerdocument, een elektronisch vervoerbestand of soortgelijk document is geen volumeovereenkomst overeenkomstig het eerste lid van dit artikel. In een volumeovereenkomst kunnen dergelijke documenten evenwel door middel van verwijzing als bepalingen van de overeenkomst worden opgenomen.

4.

Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op de rechten en verplichtingen vervat in artikel 14, onderdelen a en b, artikel 29 en 32 of op de aansprakelijkheid die voortvloeit uit een tekortkoming in de nakoming daarvan, en is evenmin van toepassing op enige aansprakelijkheid die voortvloeit uit het in artikel 61 bedoelde handelen of nalaten.

5.

De bepalingen van de volumeovereenkomst die afwijken van dit Verdrag, zijn, indien de volumeovereenkomst voldoet aan de vereisten van het tweede lid van dit artikel, van toepassing tussen de vervoerder en elke andere persoon dan de afzender, op voorwaarde dat:

  • a. deze persoon informatie ontvangen heeft waarin op in het oog springende wijze vermeld staat dat de volumeovereenkomst van dit Verdrag afwijkt en hij uitdrukkelijk ermee heeft ingestemd door deze afwijkingen gebonden te worden; en
  • b. deze instemming niet uitsluitend vermeld staat in een openbaar gemaakt schema van tarieven en diensten van een vervoerder, in een vervoerdocument of elektronisch vervoerbestand.
6.

De bewijslast dat aan de voorwaarden voor de afwijking is voldaan, rust op de partij die zich op de afwijking beroept.

Artikel 81. Bijzondere regels voor levende dieren en bepaalde andere goederen

Niettegenstaande artikel 79 en onverminderd artikel 80 kunnen de verplichtingen of de aansprakelijkheid van zowel de vervoerder als een maritieme uitvoerende partij in de vervoerovereenkomst worden uitgesloten of beperkt indien:

  • a. de goederen bestaan uit levende dieren, met dien verstande dat er geen beroep op die uitsluiting of beperking kan worden gedaan indien de rechthebbende bewijst dat het verlies van of de schade aan de goederen, of de vertraging in de aflevering ervan, het gevolg is van een handelen of nalaten van de vervoerder of een in artikel 18 bedoelde persoon, geschied hetzij met het opzet dat verlies van of die schade aan de goederen of die schade als gevolg van vertraging te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat dat verlies, die schade of die schade als gevolg van vertraging er waarschijnlijk uit zou voortvloeien; of
  • b. de aard of gesteldheid van de goederen of de omstandigheden en voorwaarden waaronder het vervoer dient plaats te vinden zodanig zijn dat een bijzondere overeenkomst redelijkerwijs te rechtvaardigen is, mits die vervoerovereenkomst geen betrekking heeft op een gewone handelslading, verscheept bij gelegenheid van een gewone handelsverrichting en er geen verhandelbaar vervoerdocument of verhandelbaar elektronisch vervoerbestand is afgegeven voor het vervoer van de goederen.

HOOFDSTUK 17. AANGELEGENHEDEN WAAROP DIT VERDRAG NIET VAN TOEPASSING IS

Artikel 82. Verdragen inzake het vervoer van goederen op andere wijze

Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de toepassing van de volgende verdragen die van kracht zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit Verdrag, met inbegrip van toekomstige wijzigingen van deze verdragen, en die de aansprakelijkheid van de vervoerder voor het verlies van of de schade aan de goederen regelen:

  • a. een verdrag dat van toepassing is op het vervoer van goederen door de lucht voor zover dat verdrag, overeenkomstig de bepalingen ervan, van toepassing is op een deel van de vervoerovereenkomst;
  • b. een verdrag dat van toepassing is op het vervoer van goederen over de weg voor zover dat verdrag, overeenkomstig de bepalingen ervan, van toepassing is op het vervoer van goederen die op een wegvoertuig geladen blijven terwijl dat aan boord van een schip wordt vervoerd;
  • c. een verdrag dat van toepassing is op het vervoer van goederen per spoor voor zover dat verdrag, overeenkomstig de bepalingen ervan, van toepassing is op het vervoer van goederen over zee in aanvulling op het vervoer per spoor; of
  • d. een verdrag dat van toepassing is op het vervoer van goederen over binnenwateren voor zover dat verdrag, overeenkomstig de bepalingen ervan, van toepassing is op het vervoer van goederen zonder overlading zowel over binnenwateren als over zee.

Artikel 83. Globale beperking van de aansprakelijkheid

Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de toepassing van een verdrag of nationaal recht inzake de globale beperking van de aansprakelijkheid van scheepseigenaren.

Artikel 84. Averij-grosse

Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de toepassing van de bepalingen van de vervoerovereenkomst of de bepalingen van nationaal recht inzake het regelen van averij-grosse.

Artikel 85. Passagiers en bagage

Dit Verdrag is niet van toepassing op een overeenkomst van vervoer van passagiers en hun bagage.

Artikel 86. Schade veroorzaakt door een kernongeval

Geen aansprakelijkheid ontstaat uit hoofde van dit Verdrag voor schade veroorzaakt door een kernongeval indien de exploitant van een kerninstallatie voor deze schade aansprakelijk is:

  • a. krachtens de bepalingen van het Verdrag van Parijs inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van kernenergie van 29 juli 1960, zoals gewijzigd bij het Aanvullend Protocol van 28 januari 1964 en bij de Protocollen van 16 november 1982 en 12 februari 2004 daarbij, het Verdrag van Wenen inzake wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade van 21 mei 1963, zoals gewijzigd bij het Gezamenlijk Protocol betreffende de toepassing van het Verdrag van Wenen en het Verdrag van Parijs van 21 september 1988, zoals gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van het Verdrag van Wenen van 1963 inzake wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade van 12 september 1997, of het Verdrag inzake aanvullende vergoeding voor nucleaire schade van 12 september 1997, met inbegrip van wijzigingen van genoemde verdragen of mogelijke toekomstige verdragen inzake de aansprakelijkheid van de exploitant van een kerninstallatie voor schade veroorzaakt door een kernongeval; of
  • b. krachtens nationaal recht dat van toepassing is op de aansprakelijkheid voor deze schade, mits dat recht in alle opzichten even gunstig is voor personen die deze schade lijden als het Verdrag van Parijs of Wenen of het Verdrag inzake aanvullende vergoeding voor nucleaire schade.

HOOFDSTUK 18. SLOTBEPALINGEN

Artikel 87. Depositaris

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wordt hierbij aangewezen als depositaris van dit Verdrag.

Artikel 88. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding

1.

Dit Verdrag staat open voor ondertekening voor alle Staten op 23 september 2009 te Rotterdam, Nederland, en vervolgens op het Hoofdkwartier van de Verenigde Naties te New York.

2.

Dit Verdrag dient door de ondertekenende Staten te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd.

3.

Dit Verdrag staat open voor toetreding door alle Staten die geen ondertekenende Staten zijn vanaf de datum dat het voor ondertekening is opengesteld.

4.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 89. Opzegging van andere verdragen

1.

Een Staat die dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt en partij is bij het Verdrag ter vaststelling van enige eenvormige regelen betreffende het cognossement, ondertekend te Brussel op 25 augustus 1924, bij het Protocol tot wijziging van het Internationale Verdrag ter vaststelling van enige eenvormige regelen betreffende het cognossement, ondertekend te Brussel op 23 februari 1968, of bij het Protocol tot wijziging van het Internationale Verdrag ter vaststelling van enige eenvormige regelen betreffende het cognossement, zoals gewijzigd bij het Protocol van 23 februari 1968, ondertekend te Brussel op 21 december 1979, zegt tegelijkertijd dat verdrag en het protocol of de protocollen daarbij waar de Staat partij bij is, op door de Regering van België hiervan in kennis te stellen, daarbij verklarend dat de opzegging dient in te gaan op de datum waarop dit Verdrag voor de desbetreffende Staat in werking treedt.

2.

Een Staat die dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt en partij is bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het vervoer van goederen over zee, gesloten te Hamburg op 31 maart 1978, zegt tegelijkertijd dat verdrag op door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties hiervan in kennis te stellen, daarbij verklarend dat de opzegging dient in te gaan op de datum waarop dit Verdrag voor de desbetreffende Staat in werking treedt.

3.

Ten behoeve van de toepassing van dit artikel hebben bekrachtigingen, aanvaardingen, goedkeuringen en toetredingen ten aanzien van dit Verdrag die door Staten die partij zijn bij de in het eerste en tweede lid van dit artikel genoemde instrumenten ter kennis van de depositaris worden gebracht na de inwerkingtreding van dit Verdrag geen gevolg voordat de eventueel benodigde opzeggingen van deze Staten van deze instrumenten van kracht zijn geworden. De depositaris van dit Verdrag overlegt met de Regering van België, als depositaris van de in het eerste lid van dit artikel genoemde instrumenten, teneinde op dit gebied voor de noodzakelijke coördinatie te zorgen.

Artikel 90. Voorbehouden

Ten aanzien van dit Verdrag kunnen geen voorbehouden worden gemaakt.

Artikel 91. Procedure en rechtsgevolgen van verklaringen

1.

De krachtens de artikelen 74 en 78 toegestane verklaringen kunnen te allen tijde worden afgelegd. De krachtens artikel 92, eerste lid, en artikel 93, tweede lid, toegestane eerste verklaringen worden afgelegd op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding. Andere verklaringen zijn niet toegestaan krachtens dit Verdrag.

2.

Verklaringen afgelegd op het tijdstip van ondertekening dienen ten tijde van de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring te worden bevestigd.

3.

Verklaringen en bevestigingen daarvan worden schriftelijk gedaan en formeel aan de depositaris ter kennis gebracht.

4.

Een verklaring wordt van kracht op het tijdstip waarop dit Verdrag voor de betrokken Staat in werking treedt. Een verklaring waarvan de depositaris pas na deze inwerkingtreding formeel in kennis wordt gesteld, treedt evenwel in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van zes maanden na de datum van ontvangst ervan door de depositaris.

5.

Een Staat die krachtens dit Verdrag een verklaring aflegt mag deze te allen tijde intrekken door middel van een formele schriftelijke kennisgeving gericht aan de depositaris. De intrekking van een verklaring, of de aanpassing ervan wanneer dat door dit Verdrag wordt toegestaan, wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de depositaris.

Artikel 92. Rechtsgevolgen in nationale territoriale eenheden

1.

Indien een Verdragsluitende Staat twee of meer territoriale eenheden heeft waarin verschillende rechtsstelsels van toepassing zijn ter zake van de in dit Verdrag geregelde aangelegenheden, kan hij op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat dit Verdrag op al deze territoriale eenheden of slechts op één of meer daarvan van toepassing is en kan hij deze verklaring te allen tijde wijzigen door een nieuwe verklaring af te leggen.

2.

Deze verklaringen worden ter kennis gebracht van de depositaris en daarin worden uitdrukkelijk de territoriale eenheden vermeld waarop het Verdrag van toepassing is.

3.

Indien een Verdragsluitende Staat ingevolge dit artikel heeft verklaard dat dit Verdrag niet van toepassing is op al zijn territoriale eenheden maar slechts op één of meer daarvan, wordt een plaats gelegen in een territoriale eenheid waarop dit Verdrag niet van toepassing is ten behoeve van dit Verdrag niet beschouwd als een plaats gelegen in een Verdragsluitende Staat.

4.

Indien een Staat geen verklaring aflegt krachtens het eerste lid van dit artikel, is het Verdrag van toepassing op alle territoriale eenheden van die Staat.

Artikel 93. Deelname door regionale organisaties voor economische integratie

1.

Een regionale organisatie voor economische integratie die door soevereine Staten is ingesteld en bevoegd is ter zake van bepaalde door dit Verdrag beheerste aangelegenheden, kan dit Verdrag eveneens ondertekenen, aanvaarden, bekrachtigen, goedkeuren of ertoe toetreden. De regionale organisatie voor economische integratie heeft in dat geval de rechten en verplichtingen van een Verdragsluitende Staat, voor zover de organisatie bevoegd is ter zake van de aangelegenheden waarop dit Verdrag van toepassing is. Indien het aantal Verdragsluitende Staten in dit Verdrag van belang is, telt de organisatie voor regionale economische integratie niet als een Verdragsluitende Staat die Partij is naast haar lidstaten die Verdragsluitende Staten zijn.

2.

De regionale organisatie voor economische integratie voorziet de depositaris, op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, van een verklaring met daarin aangegeven de in dit Verdrag geregelde aangelegenheden ter zake waarvan de bevoegdheid door haar lidstaten aan die organisatie is overgedragen. De organisatie voor regionale economische integratie stelt de depositaris onverwijld in kennis van veranderingen in de verdeling van de bevoegdheid, met inbegrip van nieuwe overdrachten van bevoegdheid, aangeduid in de in dit lid bedoelde verklaring.

3.

Elke verwijzing in dit Verdrag naar „Verdragsluitende Staat” of „Verdragsluitende Staten” is, indien de context zulks vereist, eveneens van toepassing op een regionale organisatie voor economische integratie.

Artikel 94. Inwerkingtreding

1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een jaar na de datum van nederlegging van de twintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

2.

Ten aanzien van iedere Staat die toetreedt tot dit Verdrag na de datum van nederlegging van de twintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een jaar na de nederlegging van de desbetreffende akte namens die Staat.

3.

Dit Verdrag wordt door elke Verdragsluitende Staat toegepast op alle vervoerovereenkomsten die worden gesloten op of na de datum waarop dit Verdrag voor de betrokken Staat in werking treedt.

Artikel 95. Herziening en wijziging

1.

Op verzoek van ten minste een derde van de Verdragsluitende Staten die Partij zijn bij dit Verdrag roept de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties een conferentie van de Verdragsluitende Staten bijeen ten behoeve van herziening of wijziging van dit Verdrag.

2.

Een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding die wordt nedergelegd na de inwerkingtreding van een wijziging van dit Verdrag wordt geacht betrekking te hebben op het Verdrag zoals gewijzigd.

Artikel 96. Opzegging van dit Verdrag

1.

Elke Verdragsluitende Staat kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving gericht aan de depositaris.

2.

De opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een termijn van een jaar nadat de kennisgeving door de depositaris is ontvangen. Wanneer in de kennisgeving een langere periode is aangegeven, wordt de opzegging van kracht na het verstrijken van deze langere periode na de datum waarop de kennisgeving door de depositaris is ontvangen.

DONE at New York, this eleventh day of December two thousand and eight, in a single original, of which the Arabic, Chinese, English, French, Russian and Spanish texts are equally authentic.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned plenipotentiaries, being duly authorized by their respective Governments, have signed this Convention.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)