Wijzigingsgeschiedenis

Aanvullend Accoord ter uitvoering van het Verdrag, ondertekend op 7 november 1949, betreffende sociale en medische bijstand verleend door de landen welke Partij zijn bij het Verdrag van Brussel

2 versions · 2011-06-30
2011-06-30
Aanvullend Accoord ter uitvoering van het Verdrag, ondertekend op 7 nov

Wijzigingen op 2011-06-30

@@ -10,125 +10,79 @@
##### Artikel 1
(a). Overeenkomstig artikel 1 van het Verdrag is op onderdanen van de Verdragsluitende Partijen, die zonder voldoende middelen zijn en rechtens verblijf houden op het grondgebied van een der bovengenoemde Partijen, de medische en sociale wetgeving van toepassing voor zover deze regels inhoudt betreffende te verlenen bijstand in het bijzonder aan:
- zieken (geestelijk zowel als lichamelijk),
- ouden van dagen,
- invaliden of ongeneeslijk zieken,
- vrouwen gedurende de zwangerschap of de bevalling, en zogende vrouwen,
- jonge kinderen.
(b). De wettelijke maatregelen betreffende deze bijstand welke op dit ogenblik van kracht zijn in de gebieden van elk der Verdragsluitende Partijen, zijn opgesomd in Bijlage I.
Vervallen
##### Artikel 2
(a). De term „onderdanen en daarmee gelijkgestelde personen”, gebezigd in het Verdrag, betekent met betrekking tot iedere Verdragsluitende Partij personen, die door haar als zodanig behandeld worden met het oog op haar wetgeving inzake bijstand. Deze personen zijn genoemd in Bijlage II.
(b). Het bewijs van de nationaliteit van de betrokken persoon zal worden geleverd overeenkomstig de regels hieromtrent gesteld door de wetgeving van het land van herkomst.
Vervallen
##### Artikel 3
(a). Het verblijf van een vreemdeling op het grondgebied van een der Verdragsluitende Partijen zal — in de zin van dit Verdrag — als wettig worden beschouwd van het tijdstip van uitgifte van de eerste verblijfsvergunning op het genoemde grondgebied af, zelfs wanneer zulk een vergunning een tijdelijke geldigheidsduur heeft. Het verblijf zal als onwettig worden beschouwd van de datum waarop een bevel tot uitwijzing van de betrokken persoon is uitgevaardigd af, tenzij uitstel van executie is verleend.
(b). Wanneer door onachtzaamheid van de betrokken persoon verzuimd wordt de verblijfsvergunning te verlengen, zal dit geen verlies van aanspraak op bijstand tengevolge hebben, behalve wanneer de bevoegde instanties van het land waar hij woonachtig is niet van mening zijn, dat het verblijf van de betrokken persoon met terugwerkende kracht als wettig moet worden behandeld.
(c). Omgekeerd zal het wettig bezit van een bewijsstuk van uitgifte van een verblijfsvergunning voor het grondgebied van een der Verdragsluitende Partijen uitleiding niet kunnen verhinderen, tenzij de vreemdeling in feite aan de voorwaarde van geregeld en voortdurend verblijf in het genoemde gebied heeft voldaan.
Vervallen
##### Artikel 4
De begindatum van de verblijfsperiode van 5 of 10 jaar, bedoeld in Artikel 4 van het Verdrag, zal in ieder land worden vastgesteld — bij gebrek aan bewijs van het tegendeel — op basis van de bewijsvoering door officieel onderzoek of door middel van door de wetgeving van het land erkende bewijsstukken van verblijf. Deze stukken zijn opgesomd in Bijlage III.
Vervallen
##### Artikel 5
Aangezien het verblijf voortdurend moet zijn, kan het bewijs hiervan geleverd worden door het overleggen van elk voor het land van verblijf aanvaardbaar bewijsstuk en in het bijzonder het bewijs van beroepswerkzaamheden, het overleggen van huurkwitanties enz.
Vervallen
##### Artikel 6
Het verblijf zal als voortdurend worden beschouwd, ondanks perioden van afwezigheid, welke zijn:
- van korte duur,
- nu en dan voorkomend,
- doorgebracht zonder enige bedoeling van de betrokken persoon zich te vestigen in het land, hetwelk hij bezoekt.
Vervallen
##### Artikel 7
Wanneer de betrokken persoon met tussenpozen op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij, welke hij om bijstand verzoekt, heeft verblijf gehouden, zal de begindatum van het verblijf overeenkomstig Artikel 4 van het Verdrag zijn de datum waarop de betrokken persoon zich laatstelijk op het genoemde grondgebied vestigde.
Vervallen
##### Artikel 8
De perioden gedurende welke de betrokken persoon bijstand heeft genoten uit publieke fondsen, ingevolge wettelijke maatregelen genoemd in Bijlage I, zullen bij de berekening van de duur van het verblijf worden uitgesloten, behalve in geval van medische behandeling voor acute ziekte of medische behandeling van korte duur.
Vervallen
##### Artikel 9
De consulaire autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen zullen aan de verantwoordelijke administratieve organen alle inlichtingen verstrekken, welke voor de vergemakkelijking van het onderzoek en voor het leveren van het bewijs vereist voor de doeleinden van dit Accoord, geschikt kunnen worden geacht.
Vervallen
##### Artikel 10
De Verdragsluitende Partijen verplichten zich elkander hulp te verlenen bij de terugvordering van de kosten van bijstand van personen, die de wettelijke verplichting hebben en in staat zijn geheel of gedeeltelijk bij te dragen in de onderhoudskosten van de persoon, die bijstand geniet.
Vervallen
##### Artikel 11
(a). De Verdragsluitende Partijen komen overeen niet dan met de grootste gematigdheid tot uitleiding over te gaan en dan nog slechts in die gevallen, waartegen geen bezwaren bestaan uit humanitaire overwegingen.
(b). In het bijzonder zal worden rekening gehouden met familiebetrekkingen en nauwe relaties, welke de betrokken persoon aan het land waar hij woonachtig is binden.
(c). De Verdragsluitende Partijen komen in dezelfde geest overeen, dat de uitleiding zich zal uitstrekken tot de echtgenoot(e) en kinderen van de persoon, die bijstand geniet.
Vervallen
##### Artikel 12
(a). De Verdragsluitende Partij die wordt verzocht de uitleiding van degene die bijstand geniet te accepteren, kan zulks niet weigeren op grond van het feit, dat de nationaliteit niet is vastgesteld, wanneer deze persoon in het bezit is hetzij van een paspoort van de Verdragsluitende Partij, hem verstrekt door een administratieve instantie daarvan, dan wel van een bewijs van inschrijving, hem verstrekt door een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van die Partij, uitdrukkelijk vermeldende dat de houder de nationaliteit bezit van de genoemde Verdragsluitende Partij.
(b). Bij gebrek aan zodanig bewijs en indien het land van herkomst niet erkent, dat degene die bijstand geniet de nationaliteit van dat land bezit, moeten de redenen van afwijzing binnen dertig dagen aan het land van verblijf worden kenbaar gemaakt.
Vervallen
##### Artikel 13
(a). Wanneer tot uitleiding is besloten, zullen de diplomatieke of consulaire autoriteiten van het land van herkomst (zo mogelijk drie weken van te voren) in kennis worden gesteld van de uitleiding van hun onderdaan.
(b). De autoriteiten van het land van herkomst zullen de autoriteiten van het land of de landen van doorreis tijdig op de hoogte stellen.
(c). De kennisgeving van uitleiding (formulier zie Bijlage IV) vermeldt de dag, de tijd en de plaats waar de persoon, die bijstand geniet, zal worden overgegeven, de sterkte van het benodigde geleide en het middel van vervoer dat zijn gezondheidstoestand vereist.
(d). De centra, waar deze personen worden overgegeven zullen worden vastgesteld bij overeenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van het land van verblijf en van het land van herkomst.
Vervallen
##### Artikel 14
(a). De bevoegde administratieve instanties van het land van verblijf en de diplomatieke en consulaire autoriteiten van het land van herkomst kunnen rechtstreeks correspondentie voeren ter uitvoering van de bepalingen van het Verdrag en van dit Accoord.
(b). Bij de toepassing van dit Accoord kunnen de bevoegde centrale administratieve instanties eveneens rechtstreeks correspondentie met elkander voeren.
Vervallen
##### Artikel 15
De Verdragsluitende Partijen zullen elkander langs diplomatieke weg, en de Secretaris-Generaal van de Permanente Commissie van het Verdrag van Brussel, verwittigen van iedere wijziging in hun wettelijke maatregelen voorzover deze betrekking hebben op de Bijlagen I, II en III, welke de wetten en maatregelen aangeven, die van kracht zijn.
Vervallen
##### Artikel 16
Elk geschil tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen, hetwelk zich bij de uitlegging of uitvoering van dit Accoord voordoet, zal overeenkomstig de procedure, neergelegd in Artikel 10 van het Verdrag worden opgelost.
Vervallen
##### Artikel 17
Dit Accoord zal ten aanzien van elke Verdragsluitende Partij in werking treden op dezelfde dag, en van kracht blijven gedurende dezelfde tijdsduur als het Verdrag.
Vervallen
##### Artikel 18
De Verdragsluitende Partijen kunnen bij bilaterale overeenkomst overgangsmaatregelen vaststellen ter behandeling van gevallen waar bijstand werd verleend, voordat het Verdrag en het onderhavige Accoord in werking treden.
Vervallen
##### Artikel 19
De Regeringen van België, Frankrijk, Luxemburg en Nederland zullen de nodige maatregelen treffen om op de datum waarop het Verdrag in werking treedt op te zeggen:
- het Verdrag tot wederzijdse bijstand, ondertekend op 30 November 1921, tussen België en Frankrijk;
- het Verdrag tot wederzijdse bijstand, ondertekend op 4 Januari 1923, tussen Frankrijk en Luxemburg;
- het Verdrag tot wederzijdse bijstand, ondertekend op 17 Juli 1923, tussen België en Luxemburg;
- het Verdrag tot wederzijdse bijstand, ondertekend op 15 Mei 1936, tussen België en Nederland.
Vervallen
In witness whereof the undersigned, duly authorised by their respective Governments, have signed the present Agreement.
1970-01-02
Aanvullend Accoord ter uitvoering van het Verdrag, ondertekend op 7
original version Tekst op deze datum