← Geldende tekst · Geschiedenis

Overeenkomst betreffende de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling

Geldende tekst a fecha 1989-02-16
Artikel I. Doelstellingen

De doelstellingen van de Bank zijn:

De Bank laat zich bij al haar beslissingen leiden door de in het voorgaande vervatte doelstellingen.

Artikel II. Lidmaatschap en kapitaal van de Bank

Aandelen die deel uitmaken van de minimuminschrijvingen van oorspronkelijke leden worden uitgegeven à pari. Andere aandelen worden uitgegeven à pari, tenzij de Bank bij meerderheid van het totale aantal stemmen onder bijzondere omstandigheden besluit ze op andere voorwaarden uit te geven.

De inschrijving van ieder lid wordt als volgt in twee delen verdeeld:

Oproepen tot storting van niet-betaalde inschrijvingen zijn voor alle aandelen gelijk.

De aansprakelijkheid uit hoofde van aandelen is beperkt tot het niet-betaalde gedeelte van de uitgifteprijs van de aandelen.

De betaling van inschrijvingen op aandelen in goud of in Amerikaanse dollar en in de valuta van de leden geschiedt als volgt:

De aandelen worden op generlei wijze verpand of bezwaard en zijn slechts overdraagbaar aan de Bank.

Artikel III. Algemene voorschriften betreffende leningen en garanties

Ieder lid treedt uitsluitend via zijn ministerie van Financiën, centrale bank, egalisatiefonds of een andere soortgelijke financiële autoriteit in verbinding met de Bank, terwijl de Bank uitsluitend met of via dezelfde instanties met de leden in verbinding treedt.

Het totaal uitstaande bedrag aan door de Bank verstrekte garanties, deelnemingen in leningen en directe leningen mag nimmer verhoogd worden, indien door een dergelijke verhoging het totaal honderd percent van het onaangetaste geplaatste kapitaal, reserves en surplus van de Bank te boven zou gaan.

De Bank kan leningen garanderen, erin deelnemen of zelf verstrekken aan elk lid of staatkundig onderdeel daarvan en aan iedere handels-, industrie- of landbouwonderneming op het grondgebied van een lid, onder de volgende voorwaarden:

Artikel IV. Werkzaamheden

De volgende bepalingen zijn van toepassing op directe leningen ingevolge sectie 1, onderdeel a, onder i en ii, van dit artikel:

Leningsovereenkomsten krachtens sectie 1, onderdeel a, onder i of ii, van dit artikel worden in overeenstemming met de volgende betalingsvoorwaarden afgesloten:

Het bedrag van de door de Bank ingevolge sectie 4 en 5 van dit artikel ontvangen provisies wordt opzij gezet als een bijzondere reserve, die beschikbaar gehouden wordt om verplichtingen van de Bank overeenkomstig sectie 7 van dit artikel na te komen. Deze bijzondere reserve moet in een zodanige volgens deze Overeenkomst toegestane liquide vorm gehouden worden, als het College van Bewindvoerders beslist.

Bij wanbetalingen ten aanzien van door de Bank verstrekte of gegarandeerde leningen of leningen waarin de Bank heeft deelgenomen:

Naast de elders in deze Overeenkomst beschreven werkzaamheden, heeft de Bank de bevoegdheid:

Bij het uitoefenen van de haar ingevolge deze sectie verleende bevoegdheden kan de Bank met iedere persoon, firma, vereniging, vennootschap of andere rechtspersoon op het grondgebied van enig lid in verbinding treden.

Ieder waardepapier dat door de Bank gegarandeerd of uitgegeven wordt, is op de voorzijde voorzien van een duidelijk zichtbare verklaring met de strekking dat het geen schuldverplichting van een regering is, tenzij dit uitdrukkelijk op het waardepapier vermeld is.

De Bank en haar ambtenaren mogen zich niet in de politieke aangelegenheden van enig lid mengen; noch zullen zij zich bij hun beslissingen door het politieke karakter van het betrokken lid of de betrokken leden laten beïnvloeden. Slechts economische overwegingen zullen bij hun beslissingen ter zake dienen en deze overwegingen zullen onpartijdig afgewogen worden, teneinde de in artikel I vermelde doelstellingen te verwezenlijken.

Artikel V. Organisatie en beheer

De Bank heeft een Raad van Bestuur, een College van Bewindvoerders, een President en de andere ambtenaren en employés die nodig zijn om de werkzaamheden te verrichten die de Bank kan vaststellen.

De commissies, die moeten rapporteren over de leningen ingevolge artikel III, sectie 4, worden door de Bank benoemd. Tot elk van deze commissies behoren een deskundige benoemd door de bestuurder die het lid vertegenwoordigt op wiens grondgebied het project gelegen is en een of meer leden van het technische personeel van de Bank.

De Bank aanvaardt van ieder lid in plaats van een deel van de eigen valuta van het lid, dat ingevolge artikel II, sectie 7, onder i, of voor betaling van aflossingen voor in die valuta verstrekte leningen aan de Bank betaald wordt en dat de Bank niet voor haar werkzaamheden nodig heeft, promessen of gelijksoortige schuldbekentenissen, uitgegeven door de regering van het lid of door de instantie van deponering, die door het lid is aangewezen. Deze waardepapieren zijn niet verhandelbaar, dragen geen rente en zijn op zicht a pari betaalbaar door creditering van de rekening van de Bank bij de aangewezen instantie van deponering.

Artikel VI. Intrekking en schorsing van het lidmaatschap; opschorting van werkzaamheden

Ieder lid kan zich te allen tijde terugtrekken uit de Bank door middel van een schriftelijke kennisgeving aan het hoofdkantoor van de Bank. De terugtrekking wordt van kracht op de datum van ontvangst van een dergelijke kennisgeving.

Indien een lid tekortschiet in het nakomen van een van zijn verplichtingen tegenover de Bank, kan de Bank zijn lidmaatschap schorsen bij besluit van een meerderheid van de bestuurders, die een meerderheid van het totale aantal stemmen uitoefenen. Een op deze wijze geschorst lid houdt een jaar na de datum van zijn schorsing automatisch op lid te zijn, tenzij bij dezelfde meerderheid besloten wordt het lid in ere te herstellen. Zolang een lid geschorst is, is het niet gerechtigd tot uitoefening van enig recht ingevolge deze Overeenkomst, behalve het recht op terugtrekking, en blijft het gebonden aan alle verplichtingen.

Ieder lid dat ophoudt lid van het Internationale Monetaire Fonds te zijn, houdt na drie maanden automatisch op lid van de Bank te zijn, tenzij de Bank er bij een meerderheid van drie vierde van het totale aantal stemmen mee instemt dat het lid blijft.

Artikel VII. Status, immuniteiten en voorrechten

Teneinde de Bank in staat te stellen de haar toevertrouwde functies te vervullen worden haar op het grondgebied van ieder lid de in dit artikel vermelde status, immuniteiten en voorrechten verleend.

De Bank bezit volledige rechtspersoonlijkheid en heeft, in het bijzonder, de bevoegdheid:

Tegen de Bank kunnen uitsluitend procedures worden ingesteld bij een bevoegde rechter op het grondgebied van een lid waar de Bank een kantoor heeft, een vertegenwoordiger heeft aangewezen voor de ontvangst van betekening of dagvaardingen of waardepapieren uitgegeven of gegarandeerd heeft. Er mogen echter geen procedures worden ingesteld door leden of personen die optreden voor of vorderingen hebben op leden. De bezittingen en activa van de Bank, ongeacht waar zij zich bevinden en door wie zij worden gehouden, worden gevrijwaard van iedere vorm van inbeslagname, beslaglegging of executie voordat een definitief vonnis tegen de Bank is uitgesproken.

Bezittingen en activa van de Bank, ongeacht waar zij zich bevinden en door wie zij worden gehouden, worden gevrijwaard van onderzoek, beslaglegging, inbeslagname, onteigening en iedere andere vorm van inbeslagname op last van de uitvoerende of wetgevende macht.

De archieven van de Bank zijn onschendbaar.

Voor zover voor de uitvoering van de in deze Overeenkomst voorziene werkzaamheden nodig is en behoudens de bepalingen van deze Overeenkomst, zijn alle eigendommen en activa van de Bank vrijgesteld van beperkingen, voorschriften, controles en moratoria van welke aard ook.

De officiële communicatie van de Bank wordt door elk lid op dezelfde wijze behandeld als de officiële communicatie van andere leden.

Alle bestuursleden, bewindvoerders, plaatsvervangers, ambtenaren en employés van de Bank:

Ieder lid neemt op zijn grondgebied de nodige maatregelen teneinde de beginselen vervat in dit artikel overeenkomstig zijn eigen recht te implementeren en stelt de Bank nader in kennis van de genomen maatregelen.

Artikel VIII. Amendementen

a. Ieder voorstel tot wijziging van deze Overeenkomst wordt, ongeacht of het afkomstig is van een lid, een bestuurder of het College van Bewindvoerders, bij de voorzitter van de Raad van Bestuur ingediend die het voorstel voorlegt aan de Raad. Indien de voorgestelde wijziging door de Raad van Bestuur wordt goedgekeurd, vraagt de Bank door middel van een rondschrijven of telegram alle leden of zij de voorgestelde wijziging aanvaarden. Wanneer drie vijfde van de leden, die vijfentachtig procent3)„vier vijfde” is vervangen door „vijfentachtig procent” bij wijziging van kracht op 16 februari 1989. van het totale aantal stemmen bezitten, de voorgestelde wijziging aanvaard hebben, zendt de Bank hiervan een officiële mededeling aan alle leden.

b. Niettegenstaande de bepalingen van a hierboven, is aanvaarding door alle leden vereist wanneer het een wijziging betreft die leidt tot wijziging van

c. Wijzigingen treden voor alle leden drie maanden na de datum van de officiële mededeling in werking, tenzij in de officiële mededeling of het telegram een kortere termijn vermeld is.

Artikel IX. Interpretatie

a. Ieder verschil van mening omtrent de interpretatie van de bepalingen van deze Overeenkomst tussen een lid en de Bank of tussen de leden van de Bank onderling wordt ter beslissing voorgelegd aan het College van Bewindvoerders. Een lid dat nauw betrokken is bij een verschil van mening en niet gerechtigd is een bewindvoerder te benoemen kan zich laten vertegenwoordigen in overeenstemming met artikel V, sectie 4, onderdeel h.

b. In ieder geval waarin het College van Bewindvoerders ingevolge a hierboven een beslissing genomen heeft, kan een lid verzoeken de kwestie voor te leggen aan de Raad van Bestuur, wiens beslissing bindend zal zijn. In afwachting van de uitkomst van de verwijzing naar de Raad, kan de Bank indien zij dit nodig acht handelen overeenkomstig de beslissing van het College van Bewindvoerders.

c. Wanneer een geschil ontstaat tussen de Bank en een voormalig lid of tussen de Bank en een lid nadat de werkzaamheden van de Bank voorgoed gestaakt zijn, wordt het geschil onderworpen aan arbitrage door een tribunaal van drie arbiters, waarvan er een door de Bank benoemd wordt, een andere door het betrokken land, en een voorzitter, die, tenzij partijen anders overeenkomen, benoemd wordt door de President van het Internationale Gerechtshof of een andere autoriteit, die daarvoor is aangewezen bij een door de Bank aangenomen regeling .

Artikel X. Wanneer toestemming geacht wordt te zijn gegeven

Steeds wanneer de toestemming van een lid vereist is voordat de Bank een handeling kan verrichten, wordt, behalve wat betreft artikel VIII, de toestemming geacht te zijn gegeven, indien het lid niet binnen een redelijke termijn, die de Bank bij de mededeling aan het lid van de voorgestelde handeling kan vaststellen, bezwaar maakt.

Artikel XI. Slotbepalingen

Deze Overeenkomst treedt in werking wanneer zij ondertekend is namens de regeringen, waarvan de minimum inschrijvingen tezamen ten minste 65 percent bedragen van de totale inschrijvingen vermeld in Schema A, en wanneer de in sectie 2, onderdeel a, van dit artikel genoemde akten namens hen gedeponeerd zijn, maar in geen geval treedt deze Overeenkomst voor 1 mei 1945 in werking.

DONE at Washington, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Government of the United States of America, which shall transmit certified copies to all governments whose names are set forth in Schedule A and to all governments whose membership is approved in accordance with Article II, Section I (b).