Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië
- d. De Italiaanse Regering zal aan onderdanen van de Verenigde Naties een schadevergoeding in lires toekennen in dezelfde verhouding als die bedoeld suba om hen schadeloos te stellen voor verlies of schade als gevolg van bijzondere, tijdens de oorlog op hun bezittingen toegepaste maatregelen, aan welke Italiaanse bezittingen niet onderworpen waren. Dit lid is niet van toepassing op winstderving.
Alle redelijke onkosten welke in Italië voortvloeien uit het vaststellen van vorderingen, het schatten van verlies of schade, daarbij inbegrepen, zullen door de Italiaanse Regering gedragen worden.
Onderdanen van de Verenigde Naties, alsmede hun bezittingen zullen worden ontheven van buitengewone belastingen, heffingen en rechten, welke door de Italiaanse Regering of Italiaanse autoriteiten tussen 3 September 1943 en het van kracht worden van dit Verdrag hun vermogen in Italië belast mochten hebben met het bijzondere doel om de oorlogskosten te bestrijden of wel om de kosten voor de bezettingstroepen of de herstelbetalingen aan een Lid der Verenigde Naties te dekken. Alle uit dien hoofde geïnde bedragen moeten worden terugbetaald.
Niettegenstaande de in dit Verdrag bepaalde overdracht van gebiedsdelen, blijft Italië verantwoordelijk voor verlies of schade, welke gedurende de oorlog aan bezittingen, toebehorend aan onderdanen der Verenigde Naties, in afgestaan gebied of het Vrije Gebied van Triëst zijn toegebracht. De in lid 3, 4, 5 en 6 van dit artikel vervatte verplichtingen zullen ook op de Italiaanse Regering rusten met betrekking tot bezittingen toebehorend aan onderdanen der Verenigde Naties in afgestane gebieden en in het Vrije Gebied van Triëst, doch slechts voor zover zulks niet in strijd zou zijn met de bepalingen vervat in lid 14 van bijlage X en lid 14 van bijlage XIV van dit Verdrag.
De eigenaar van bedoelde bezittingen en de Italiaanse Regering kunnen een regeling treffen ter vervanging van de bepalingen van dit Artikel.
Voor de toepassing van dit Artikel geldt het volgende:
- a. De term „onderdanen van de Verenigde Naties” is van toepassing op natuurlijke personen, die de nationaliteit van een der Verenigde Naties bezitten, rechtspersonen of verenigingen, die bij het van kracht worden van dit Verdrag krachtens de wetten van een der Verenigde Naties opgericht waren, mits die natuurlijke personen, rechtspersonen of verenigingen deze status reeds bezaten op 3 September 1943, de datum van de wapenstilstand met Italië. De term „onderdanen van de Verenigde Naties” omvat tevens alle personen, rechtspersonen of verenigingen, die krachtens de in Italië tijdens de oorlog geldende wetten als vijanden behandeld werden.
- b. Met de term „eigenaar” is bedoeld de onderdaan van een der Verenigde Naties, in de sub a omschreven betekenis, die wettige aanspraak op de bezitting in kwestie kan doen gelden en sluit tevens in de opvolger van de eigenaar, mits de opvolger eveneens een onderdaan van de Verenigde Naties is in de zin van dit lid, sub a. Als de opvolger de bezitting heeft gekocht, toen zij reeds beschadigd was, zal de verkoper zijn aan dit artikel ontleende recht op schadevergoeding behouden, zonder dat de krachtens de interne wetgeving bestaande verplichtingen tussen koper en verkoper daardoor worden beïnvloed.
- c. Met de term „bezitting” zijn bedoeld alle roerende of onroerende goederen, al of niet stoffelijk, waaronder begrepen de rechten betreffende industriële, letterkundige of artistieke eigendom, alsmede alle mogelijke rechten en belangen inzake goederen. Onverminderd de bovenstaande algemene bepalingen, omvatten de bezittingen der Verenigde Naties en. hun onderdanen alle zee- en binnenschepen met inbegrip van hun tuigage en uitrusting, welke het eigendom waren van de Verenigde Naties of hun onderdanen, ofwel in een land van de Verenigde Naties geregistreerd waren, ofwel de vlag van een der Verenigde Naties voerden en welke na 10 Juni 1940, onverschillig of zij zich in de Italiaanse wateren bevonden of wel met geweld daarheen waren gevoerd, als vijandelijk bezit onder het toezicht der Italiaanse autoriteiten werden gesteld, of wel in Italië niet meer ter vrije beschikking stonden van de Verenigde Naties of hun onderdanen tengevolge van controlemaatregelen, welke, in verband met het bestaan van een staat van oorlog tussen enige leden van de Verenigde Naties en Duitsland, door de Italiaanse autoriteiten genomen waren.
PARAGRAAF II. ITALIAANSE BEZITTINGEN OP HET GRONDGEBIED VAN DE GEALLIEERDE EN GEASSOCIEERDE MOGENDHEDEN
Artikel 79
Ieder der Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden heeft het recht over te gaan tot inbeslagneming, terughouding of liquidatie van alle aan Italië of Italiaanse onderdanen toebehorende bezittingen, rechten en belangen, welke zich bij het van kracht worden van dit Verdrag binnen haar gebied bevinden en andere maatregelen ten opzichte van die bezittingen te treffen. Zij heeft voorts het recht elk dier bezittingen of de opbrengst daarvan voor de door haar gewenste doeleinden aan te wenden tot het bedrag van haar vorderingen of die van haar onderdanen op Italië of Italiaanse onderdanen (met inbegrip, van schuldvorderingen), welke nog niet geheel voldaan zijn uit hoofde van andere artikelen van dit Verdrag. Alle Italiaanse bezittingen, of de opbrengst daarvan, waarvan de waarde die van voornoemde vorderingen te boven gaat, zullen worden teruggegeven.
De liquidatie van Italiaanse bezittingen en de maatregelen ter beschikking daarover worden uitgevoerd overeenkomstig de bij de betrokken Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid geldende wet. De aan die wet ontleende rechten zijn de enige, welke de Italiaanse eigenaar ten opzichte van bedoelde bezittingen kan doen gelden.
De Italiaanse Regering verbindt zich de Italiaanse onderdanen, wier bezittingen krachtens de bepalingen van dit artikel in beslag zijn genomen en hun niet zijn teruggegeven, schadeloos te stellen.
Aan dit artikel kan geen verplichting voor de Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden worden ontleend om rechten betreffende de industriële eigendom aan de Italiaanse Regering of aan Italiaanse onderdanen terug te geven of wel die rechten mede te rekenen bij de vaststelling van de bedragen, welke krachtens lid 1 van dit artikel kunnen worden teruggehouden.
De Regering van elke Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid heeft het recht aan de rechten en belangen, met betrekking tot de industriële eigendom op het gebied van die Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid, welke voor het van kracht worden van dit Verdrag door de Italiaanse Regering of Italiaanse onderdanen zijn verkregen, zodanige voorwaarden en beperkingen te verbinden als de Regering van de betrokken Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid in het belang van het land nodig zal achten.
- a. Italiaanse onderzeese kabels, welke punten op Zuidslavisch gebied verbinden, worden, zelfs indien zij gedeeltelijk buiten de territoriale wateren van Zuidslavië liggen, als Italiaans bezit in Zuidslavië beschouwd.
- b. Italiaanse onderzeese kabels, welke een punt binnen het gebied van een der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden met een punt binnen Italiaans gebied verbinden, worden in de zin van dit artikel als Italiaans bezit beschouwd voor wat betreft de eindinstallaties en de gedeelten van de kabels, welke binnen de territoriale wateren van die Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid liggen.
De in lid 1 van dit artikel voornoemde bezittingen, worden geacht Italiaans bezit te omvatten, dat onder toezicht heeft gestaan tengevolge van de staat van oorlog tussen Italië en de Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid, onder wier rechtsbevoegdheid die bezittingen vallen.
Daaronder zijn evenwel niet begrepen:
- a. De eigendommen van de Italiaanse Regering, gebruikt voor diplomatieke of consulaire doeleinden;
- b. De eigendommen van godsdienstige instellingen of particuliere weldadigheidsinstellingen, welke uitsluitend voor godsdienstige of weldadigheidsdoeleinden gebruikt worden;
- c. De bezittingen van natuurlijke personen, zijnde Italiaanse onderdanen, wien het veroorloofd is binnen het gebied te wonen van het land, waarin die bezittingen zich bevinden, of wel elders te wonen binnen het gebied van de Verenigde Naties, behalve de Italiaanse bezittingen, welke op enigerlei tijdstip tijdens de oorlog onderworpen waren aan maatregelen, welke niet algemeen van toepassing waren op de bezittingen van Italiaanse onderdanen, die binnen dat gebied woonden;
- d. Eigendomsrechten, welke zijn ontstaan sedert de hervatting van de commerciële en financiële betrekkingen tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië, of wel na 3 September 1943 zijn voortgesproten uit transacties tussen de Regering van een der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden en Italië;
- e. Rechten op letterkundige en artistieke eigendom;
- f. Aan Italiaanse onderdanen toebehorende bezittingen in afgestane gebiedsdelen, waarop de bepalingen van bijlage XIV van toepassing zijn;
- g. Met uitzondering van het bezit bedoeld in artikel 74, deel A, lid 2 b en sectie D, lid 1, de bezittingen van natuurlijke personen, die wonen in de afgestane gebiedsdelen of in het Vrije Gebied van Triëst en die geen gebruik hebben gemaakt van de bij dit Verdrag geboden gelegenheid om de Italiaanse nationaliteit te kiezen, alsmede de bezittingen van verenigingen of maatschappijen, die hun zetel hebben in afgestane gebieden of in het Vrije Gebied van Triëst, mits die verenigingen of maatschappijen niet het eigendom zijn van of bestuurd worden door in Italië wonende personen. In de gevallen, bedoeld in artikel 74, deel A, lid 2 b en deel D, lid 1 wordt de kwestie van schadevergoeding geregeld door artikel 74 deel E.
PARAGRAAF III. VERKLARING VAN DE GEALLIEERDE EN GEASSOCIEERDE MOGENDHEDEN MET BETREKKING TOT HUN VORDERINGEN
Artikel 80
De Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden verklaren, dat in de hun bij artikel 74 en 79 van dit Verdrag toegekende rechten alle vorderingen zijn begrepen, welke zij of hun onderdanen kunnen doen gelden wegens verlies of schade tengevolge van oorlogshandelingen, met inbegrip van de maatregelen, die het gevolg waren van de bezetting van hun gebied aan Italië te wijten zijn en buiten Italiaans gebied zijn toegebracht, met uitzondering van de vorderingen, welke gegrond zijn op de artikelen 75 en 78.
PARAGRAAF IV. SCHULDEN.
Artikel 81
Het bestaan van de staat van oorlog mag niet op zichzelf gericht worden iets af te doen aan de verplichting tot betaling van schulden, voortvloeiende uit verplichtingen en overeenkomsten, welke reeds bestonden, en rechten, welke reeds verkregen waren vóór het bestaan van de staat van oorlog, welke schulden vóór het van kracht worden van dit Verdrag opeisbaar werden en verschuldigd zijn door de Italiaanse Regering of Italiaanse onderdanen aan de Regering of onderdanen van een der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden, of wel door de Regering of onderdanen van een der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden verschuldigd zijn aan de Italiaanse Regering of Italiaanse onderdanen.
Behoudens in die gevallen, waarin dit Verdrag uitdrukkelijk het tegendeel bepaalt, mag geen enkele bepaling daarin worden uitgelegd als een aantasting van de betrekkingen tussen debiteuren en crediteuren, welke ontstonden uit overeenkomsten, welke vóór de oorlog door de Italiaanse Regering of door Italiaanse onderdanen zijn afgesloten.
DEEL VIII. ALGEMENE ECONOMISCHE BETREKKINGEN
Artikel 82
In afwachting van het afsluiten van handelsverdragen of overeenkomsten tussen een der Verenigde Naties en Italië, moet de Italiaanse Regering gedurende de tijd van achttien maanden na het van kracht worden van dit Verdrag de volgende behandeling toestaan aan de Verenigde Naties, die in feite op voet van wederkerigheid dezelfde behandeling op dit gebied aan Italië toekennen:
- a. In alle aangelegenheden betreffende in- en uitvoerrechten en -heffingen, binnenlandse belastingen op ingevoerde goederen en desbetreffende regelingen zullen de Verenigde Naties onvoorwaardelijk meest begunstiging genieten;
- b. In geen ander opzicht mag Italië willekeurige discriminatie toepassen ten nadele van goederen, afkomstig van of bestemd voor een der Verenigde Naties of een ander vreemd land ten aanzien van overeenkomstige goederen afkomstig van of bestemd voor enige andere Verenigde Natie of enig ander vreemd land;
- c. Onderdanen der Verenigde Naties met inbegrip van rechtspersonen, moeten nationale behandeling en meestbegunstiging genieten op het gebied van handel, nijverheid, scheepvaart of enige andere vorm van commerciële activiteit in Italië. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de commerciële luchtvaart;
- d. Italië mag geen enkel land exclusieve voorkeurrechten toestaan ten aanzien van de exploitatie van commerciële luchtlijnen in het internationale verkeer; het moet alle Verenigde Naties gelijke gelegenheid bieden om rechten te verkrijgen met betrekking tot het internationale commerciële luchtvaartverkeer op Italiaans grondgebied, met inbegrip van het recht om te landen met het doel om brandstof en proviand in te nemen of herstellingen uit te voeren; voorts moet het met betrekking tot de exploitatie van commerciële luchtlijnen in het internationale verkeer aan alle Verenigde Naties op voet van wederkerigheid en zonder discriminatie het recht toekennen om over Italiaans gebied te vliegen zonder te landen. Deze bepalingen mogen geen inbreuk maken op de belangen van de nationale verdediging van Italië.
Bovenstaande verplichtingen, waartoe Italië zich verbindt, moeten verstaan worden als te zijn onderworpen aan de gebruikelijke uitzonderingen, welke voorkomen in de door Italië voor de oorlog gesloten handelsverdragen, en de bepalingen met betrekking tot de door elk van de Verenigde Naties verleende wederkerigheid moeten verstaan worden als te zijn onderworpen aan de gebruikelijke uitzonderingen, welke voorkomen in de door die Staat gesloten handelsverdragen.
DEEL IX. REGELING VAN GESCHILLEN
Artikel 83
Alle geschillen, welke bij de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de artikelen 75 en 78 en de bijlagen XIV, XV, XVI en XVII, deel B van dit Verdrag mochten rijzen, moeten worden voorgelegd aan een Verzoenings-Commissie, bestaande uit een vertegenwoordiger van de Regering der betrokken Verenigde Natie en een vertegenwoordiger van de Italiaanse Regering, die op voet van gelijkheid zullen staan. Mocht binnen drie maanden, nadat het geschil aan de Verzoenings-Commissie is voorgelegd, geen overeenstemming zijn bereikt, dan kan ieder der beide Regeringen verzoeken om een derde lid, dat in onderling overleg door de beide Regeringen uit onderdanen van een ander land gekozen moet worden, aan de Commissie toe te voegen. Als de beide Regeringen binnen twee maanden geen overeenstemming bereiken omtrent de keuze van een derde lid der Commissie, dan zullen de Regeringen zich wenden tot de Ambassadeurs te Rome van de Sowjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika en Frankrijk, die een derde lid van de Commissie zullen benoemen. Mochten de Ambassadeurs er niet in slagen het binnen een maand eens te worden omtrent de benoeming van een derde lid, dan kunnen beide partijen de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties verzoeken zich met die benoeming te belasten.
Als een Verzoenings-Commissie, ingevolge lid 1 van dit artikel, is ingesteld, is zij bevoegd alle geschillen te beslechten, welke daarna tussen de betrokken Verenigde Natie en Italië zouden rijzen bij de toepassing of de uitlegging van artikel 75 en 78 en de annexen XIV, XV, XVI en XVII, sectie B van dit Verdrag, en verricht zij de functies, welke haar krachtens die bepalingen zijn opgedragen.
Iedere Verzoenings-Commissie bepaalt haar eigen werkwijze en stelt daarbij naar recht en billijkheid regelen.
De beide Regeringen betalen elk het honorarium van het door haar benoemde Commissielid of de door haar aangewezen vertegenwoordiger in de Commissie. Het honorarium van het derde lid wordt in onderling overleg vastgesteld door de betrokken Regeringen, die elk de helft van dit honorarium en van de gewone onkosten der Commissie betalen.
Beide partijen verplichten zich door hun autoriteiten direct aan de Verzoenings-Commissie de bijstand te doen verlenen, waartoe zij in staat zijn.
De uitspraak van de meerderheid der leden van de Commissie wordt beschouwd als de uitspraak van de Commissie en wordt door beide partijen als beslissend en bindend beschouwd.
DEEL X. DIVERSE ECONOMISCHE BEPALINGEN
Artikel 84
Artikel 75 , 78 en 82, alsmede annex XVII van dit Verdrag zijn van toepassing op de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en die leden der Verenigde Naties, die de diplomatieke betrekkingen met Italië hebben verbroken of waarmede Italië de diplomatieke betrekkingen heeft verbroken. Deze artikelen en dit annex zijn eveneens van toepassing op Albanië en op Noorwegen.
Artikel 85
De bepalingen van de annexen VIII, X, XIV, XV, XVI en XVII, zowel als die der andere annexen worden geacht dezelfde waarde en betekenis te hebben als dit Verdrag, waarvan zij een onafscheidelijk deel vormen.
DEEL XI. SLOTCLAUSULES
Artikel 86
Gedurende een periode van ten hoogste achttien maanden na het van kracht worden van dit Verdrag zullen de Ambassadeurs te Rome van de Sowjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika en Frankrijk, gezamenlijk optredend, de Geallieerde Mogendheden vertegenwoordigen bij de behandeling met de Italiaanse Regering van alle aangelegenheden betreffende de uitvoering en uitlegging van dit Verdrag.
De Vier Ambassadeurs zullen de Italiaanse Regering de raad, het technisch advies en de voorlichting verstrekken, welke nodig mochten zijn om de snelle en doelmatige ten uitvoerlegging van dit Verdrag, zowel naar de letter als naar de geest, te verzekeren.
De Italiaanse Regering zal de Vier Ambassadeurs alle inlichtingen en bijstand verschaffen, welke zij bij de vervulling van de taak, die hun door dit Verdrag wordt opgelegd, kunnen nodig hebben.
Artikel 87
Behalve in die gevallen, waarin door een of meer artikelen van dit Verdrag een andere procedure is voorgeschreven, zal elk geschil betreffende de uitlegging of uitvoering van dit Verdrag, dat niet door directe diplomatieke onderhandelingen is opgelost, volgens artikel 86 aan de Vier Ambassadeurs worden voorgelegd, in elk geval de Ambassadeurs echter niet aan de in dat artikel voorgeschreven tijdslimiet gebonden zullen zijn. Al dergelijke geschillen, welke zij niet binnen twee maanden tijds hebben opgelost, worden, tenzij partijen onderling overeenkomen, het geschil op een andere wijze te regelen, op verzoek van een der bij het geschil betrokken partijen verwezen naar een Commissie, bestaande uit een vertegenwoordiger van elke partij en een derde lid, dat in onderling overleg door beide partijen uit de onderdanen van een derde land gekozen wordt. Mochten de partijen er niet in slagen binnen een maand een derde lid te benoemen, dan zal elk der partijen de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties kunnen verzoeken zich met die benoeming te belasten.
De uitspraak van de meerderheid der leden van de Commissie wordt beschouwd als de uitspraak van de Commissie en wordt door beide partijen als beslissend en bindend aanvaard.
Artikel 88
De met Italië in oorlog zijnde Leden van de Verenigde Naties, die dit Verdrag niet ondertekend hebben, alsmede Albanië, kunnen tot dit Verdrag toetreden en worden, voor de toepassing van dit Verdrag, na hun toetreding als een Geassocieerde Mogendheid beschouwd.
De akten van toetreding moeten bij de Regering van de Franse Republiek nedergelegd worden en zijn van kracht vanaf de nederlegging.
Artikel 89
Door de bepalingen van dit Verdrag worden aan geen der Staten, welke in de Preambule als een der Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden zijn aangeduid, of aan zijn onderdanen enige rechten of voordelen toegekend, alvorens die Staat door de nederlegging van de akte van bekrachtiging tot het Verdrag is toegetreden.
Artikel 90
Dit Verdrag, waarvan de Franse, Engelse en Russische tekst authentiek zijn, zal door de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden bekrachtigd moeten worden. Het zal ook door Italië moeten worden bekrachtigd. Onmiddellijk na de nederlegging van de akten van bekrachtiging door de Unie van Sowjet Socialistische Republieken, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland, de Verenigde Staten van Amerika en Frankrijk, treedt het in werking. De akten van bekrachtiging moeten binnen de kortst mogelijke tijd bij de Regering van de Franse Republiek nedergelegd worden.
Voor de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheid, wier akte van bekrachtiging daarna nedergelegd is, wordt het Verdrag van kracht op de datum, waarop die akte nedergelegd is. Dit Verdrag zal worden nedergelegd in het archief der Regering van de Franse Republiek, die aan alle Staten ondertekenaars een gewaarmerkt afschrift zal doen toekomen.
Kleine St. Bernard Pas
Verwijzing: Kaart op schaal van 1 : 20.000 — Ste Foy Tarentaise No. 1—2
De nieuwe grens begint bij de rotsachtige berggraat van Lancebranlette, daalt in Oostelijke richting, volgt dan de waterscheiding tot punt 2180 en loopt van hier naar Colonna Joux (punt 2188). Zij blijft de waterscheiding volgen om te stijgen naar de Costa del Belvedere, waarvan zij de rotsachtige oneffenheden volgt, loopt om de top heen, welke zij op Frans gebied laat liggen op 120 meter van de grenslijn, zet zich dan voort langs de punten 2570, 2703, langs Bella Valetta en punt 2746 om zich bij de Mont Valaisan met de oude grens te verenigen.
Mont Cenis Plateau
Verwijzing: Kaarten op schaal van 1 : 20.000 van Lanslebourg No. 5—6 en 7—8 en van de Mont d'Ambin No. 1—2
De nieuwe grenslijn verlaat de oude grens bij de Mont Tour, loopt in Westelijke richting samen met de bestuursgrens, aangegeven op de kaart, volgt de rivier T. Vitoun van het punt waar de lijn de Noordelijke zijtak van deze rivier ontmoet, en volgt de loop hiervan bergafwaarts tot de Rocca della Toretta.
Vervolgens loopt de grens langs de lijn van rotsachtige oneffenheden om de bergstroom komende van de Alp Lamet te bereiken, en volgt dan bergafwaarts deze stroom tot aan de voet van de rotsachtige en steile helling, zet zich hierlangs voort over ongeveer 800 meter tot aan de thalweg op een punt ongeveer 200 meter Noordelijk van punt 1805.
Vervolgens loopt de grenslijn over de rand der aardverschuivingen die op ongeveer 300 meter boven Ferrera Cenisio liggen, zet zich dan voort in Westelijke richting en sluit zich aan bij de weg die in Oostelijke richting om de Rue Paradiso trekt, op 400 meter Westelijk van de bocht (1854), om hiervan onmiddellijk weer af te wijken en in Zuidelijke richting af te buigen.
De nieuwe grens kruist de weg van Bar Cenisia op een punt ongeveer 100 meter Zuid-Oostelijk van de berghut 5, kruist vervolgens de thalweg in de richting van het meer S. Giorgio, volgt ongeveer de hoogtelijn 1900 tot bij punt 1907, loopt langs de Zuid-oever van het meer van Arpon en verenigt zich met de rotsige bergkam, die zij blijft volgen in Zuid-Westelijke richting tot de samenvloeiing der bergstromen die haar oorsprong nemen in de gletscher van Bard (Chiaccajo di Bard), op een punt gelegen ongeveer 1400 meter Zuid-Westelijk van het meer van Arpon.
Vandaar uit buigt de grens naar het Zuiden, volgt ongeveer de hoogtelijn 2500, passeert het punt 2579, bereikt langs de hoogtelijn 2600 het meer della Vecchia en verenigt zich, bij de bestuursgrens, aangegeven op de kaart op ongeveer 700 meter ten Zuid-Oosten van het meer, met de weg naar Pso d'Avanza, die haar langs de rotsachtige en steile hellingen naar de vroegere grens leidt, halverwege de Col de la Vecchia en de Col de Clapier.
Mont-Thabor
Verwijzing: Kaart op schaal van 1 : 20.000 van Névache Nos. 1—2, 5—6 en 7—8
Van de Cime de la Planette tot aan de Rocher de Guion (Cima des Sueur)
De nieuwe grenslijn scheidt zich bij de Cime de la Planette van de vroegere grens af, loopt in Zuidelijke richting en volgt de bergkam langs de punten 2980, 3178, de Ria Bernaude (3228), de punten 2842, 2780, 2877, langs Pso della Gallina (2671), de punten 2720, 2806 en de Pta Quattre Sorelle (2700).
Vanaf dit punt de Oostelijke berghelling afdalend, laat de nieuwe grenslijn het punt, genummerd 2420, op Frans grondgebied liggen, verenigt zich vandaar uit met de weg die zij aan de Oostzijde volgt en die heenleidt naar de gebouwen, welke gelegen zijn op een afstand van ongeveer 200 meter van punt 2253, waarbij deze weg en deze gebouwen op Frans grondgebied blijven. De nieuwe grens volgt nu een thalweg, die ongeveer 300 meter ten Noord-Oosten van punt 1915 loopt, vanwaar zij het Noord-Westelijk uiteinde van het bekken bereikt, dat in de Vallée Stroite (Valle Stretta), de hydro-electrische installaties van Sette Fontane van water voorziet, waarbij het bekken en de installaties op Italiaans grondgebied blijven. De nieuwe grens trekt Zuidelijk hier omheen en bereikt het kruispunt van wegen bij punt 1499.
Vervolgens volgt de nieuwe grenslijn de weg die zich bij de zoom van het woud bij de hoogtelijn 1500 aansluit en die de grens leidt naar de Comba della Gorgia in de omgeving van de hoogtelijn 1580; daarna stijgt zij langs de thalweg naar punt 1974, en sluit zich aan bij de rand van de steile hellingen van de rots la Sueur, die bepaald wordt door de punten 2272, 2268, 2239, 2266, 2267; zij blijft over deze rand lopen, totdat zij stuit op de vroegere grenslijn, waarbij de rotskam en de weg die hierlangs loopt, op Frans gebied blijven.
Chaberton
Verwijzing: Kaart op schaal van 1 : 20 000 van Briançon. Nos. 3—4
De nieuwe grenslijn verlaat de oude grens bij punt 3042 (ten Noorden van punt 3070 en ten Noorden van het punt Trois Scies) en volgt de rotskam tot aan de Croce del Vallonetto.
Vanaf de Croce del Vallonetto buigt de nieuwe grens naar het Zuiden en de rotskam volgend, verenigt zij zich met de weg naar de Chaberton, op het punt waar deze uitkomt op de met bergen omringde dalkom van de Clot des Morts.
De nieuwe grens steekt deze weg over, evenals de hierlangs lopende thalweg, volgt over ongeveer 1250 meter de hoogtelijn 2300, die in het terrein in Zuid-Oostelijke richting een reeks rotsige oneffenheden en ingestorte rotspartijen volgt, snijdt vervolgens in rechte lijn de Oostelijke helling van de Mont Chaberton en bereikt een punt, ongeveer 400 meter ten Westen van punt 2160, waarbij de tussenpijler van de luchtkabelbaan, die zich op die plaats bevindt, op Frans gebied blijft.
Van daaruit loopt de grens in rechte lijn over een reeks rotswanden en diepe ravijnen naar de versterking, welke niet op de kaart van de Fontaine des Chamois aangegeven is en welke dicht bij punt 2228 gelegen is (ongeveer 1,4 km ten Noord-Oosten van Clavières); hier trekt zij Oostwaarts omheen, volgt de tweede bocht van de weg, die deze versterking verbindt met de versterkte kazerne van Chaberton (op de weg van Cézanne (Cesana) naar Clavières), waarbij de versterkingen van de Fontaine des Chamois op Frans grondgebied blijven.
De nieuwe grenslijn blijft eerst in Zuidelijke richting de op de kaart aangegeven gemeentegrens volgen, loopt daarna langs de rotswand op ongeveer 400 meter ten Noorden van de weg Clavières— Cézanne (Cesana), buigt dan naar het Zuid-Westen, loopt onder langs de rotsen op voldoende afstand om de aanleg van een weg met tweerichtingsverkeer mogelijk te maken.
De grens trekt Noordwaarts om het dorp Clavières heen, dat op Italiaans grondgebied blijft, en ontmoet de Rio Secco op ongeveer 200 meter stroomopwaarts van de brug van Clavières, volgt haar loop stroomafwaarts en vervolgens die van de Doire Ripaire (Doria Riparia) tot aan de weg van Clavières naar de Val Gimont, dat Italiaans blijft, en volgt die weg tot aan de brug over de Gimont.
De grenslijn blijft ongeveer 300 meter stroomopwaarts de rivier volgen, verlaat deze en volgt het muildierenpad, dat leidt naar het hoogste pijler van de luchtkabelbaan van Clavières (Col du Mont Fort du Boeuf), dat op Frans grondgebied blijft. Over de rotskam verenigt zij zich bij de Mont la Plane met de bestaande grens, bij grenspaal 251. De weg van het dal van Gimont blijft op Italiaans grondgebied.
Bovendalen van de Tinée, de Vésubie en de Roya
- 1º. Van de Cime de la Colla Longa tot aan de Cime di Mercantour. Verwijzingen: Kaart op schaal van 1 : 20.000 St. Etienne de Tinée nos. 3—4 en 7—8, Trois Ponts nos. 5—6 De nieuwe grenslijn scheidt zich van de vroegere grens af bij de Cime de Colla Longa, loopt in Oostelijke richting langs de waterscheiding, volgt de rotskam via de punten 2719, 2562 en de Cle di Seccia. Bij punt 2760 bereikt zij de Testa dell'Autaret, loopt naar punt 2672 en Cle della Guercia (2456) en bereikt langs de punten 2640, 2693, 2689, de Rocche di Saboulé, waarvan zij de noordelijke kam volgt. De bergkam volgend, bereikt de grenslijn langs de punten 2537, 2513, de Pso del Lausfer (2461) en punt 2573, de Testa Auta del Lausfer (257S), vanwaar zij naar het Zuiden buigt tot aan de Testa Costa Auta, terwijl zij de Cima del Lausfer (2544) passeert, waarbij het laatstgenoemde punt op Italiaans grondgebied blijft. Vandaar uit, langs punt 2484 de weg op de bergkam, die op Frans grondgebied blijft, volgend en verder langs de punten 2240 en 2356, steekt de grens de Paso di S. Anna over en via de punten 2420 en 2407 bereikt zij een punt, gelegen op ongeveer 80 meter ten Zuiden van punt 2378 (Cima Moravacciera). De grens volgt de weg op de bergkam, die op Frans grondgebied blijft en trekt langs de Testa Ga del Caval en punt 2331, die eveneens op Frans grondgebied blijven, verlaat vervolgens de weg om de bergkam van de Testa dell'Adreck (2475) te blijven volgen totdat zij langs de Cle della Lombarda een punt 2556, de Cima della Lombarda (2801) bereikt. Zij buigt af naar het Zuid-Oosten, verenigt zich met de rotsige bergkam en bereikt via de Pso di Peania, de Cima di Vermeil, punt 2720, dat op Frans grondgebied blijft, de Testa Cba Grossa (2792), de Pso del Lupo (2730) en via punt 2936 de Mt. Malinvern. Vervolgens loopt zij in Zuidelijke richting langs de punten 2701, 2612 en de Cima di Tavels (2802), daarna in Oostelijke richting langs punt 2823, tot aan de Testa del Claus (2889). De nieuwe grenslijn buigt vervolgens in hoofdzaak in Zuid-Oostelijke richting af, steeks de Passo della Portette over, passeert punt 2814, de Testa della Portette, punt 2868, de Testa Margiola (2831), de Cairo di Prefouns (2840), de Passo del Prefouns (2620), de Testa di Tablasses (2851), de Passo di Bresses (2794), de Testa di Bresses (2830) en via de Cima di Fremamorta (2731), de Cle Fremamorta, de punten 2625, 2675, 2539, de Cima di Pagari (2686), de Cima di Naucetas (2706) de punten 2660 en 2673 en de Cle di Ciriegia (2581), bereikt zij de Cima di Mercantour (2775).
- 2º. van de Cima di Mercantour tot aan de Mt Clapier. Verwijzingen: Kaart op schaal van 1 : 20 000: Trois Ponts nos. 5—6 en de Italiaanse kaart op schaal van 1 : 20 000 Madonna delle Finestre. Vanaf de Cima di Mercantour, langs punt 2705, de Cle Mercantour (2611), de Cima Ghilie (2998), de punten 2939 en 2955, de Testa della Rovina (2981), de punten 2844 en 2862, de Paso della Rovina, de Caire dell' Agnel (2935, 2867, 2784), de Cima del Caire Agnel (2830), de Cima Mallariva (2860), de Cima Cairas (2831), de Cima Cougourda (2881, 2921), de Cima dei Gaisses (2896), de punten 2766, 2824, de Cima del Lombard (2842), de punten 2831, 2717, 2591, 2600 en 2582, de Boccia Forno, de Cima delle Finestre (2657), de Col delle Finestre, de punten 2634, 2686 en 2917, bereikt de grenslijn de Cima dei Gelas (3143), vervolgens via punt 3070 de Cima della Maledia (3106), loopt zij langs het voetpad van de Passo del Pagari (2819), daarna volgt zij de op de kaart aangegeven gemeentegrens, bereikt de Passo di Mt. Clapier (2827) en trekt langs de Noord- en Oostkant van de Mt. Clapier (3045), terwijl zij de op de kaart aangegeven bestuursgrens blijft volgen.
- 3º. van de Mt Clapier tot aan de Col de Tende. Verwijzingen: Italiaanse kaart op schaal van 1 : 20 000 van Madonna delle Finestre en Colle di Tenda. Van de Mt Clapier volgt de grenslijn de op de kaart aangegeven bestuursgrens langs de punten 2915, 2887 en 2562, de Passo dell' Agnel en punt 2679, en bereikt de Cima dell' Agnel (2775). Daarna volgt zij in Oostelijke richting, de bestuursgrens op de kaart aangegeven met behulp van de punten 2845 en 2843 van de Rce dell' Agnel, en bereikt zij de Cima della Scandeiera (2706); zij trekt over de Colle del Sabbione (2332) en passeert de punten 2373, 2226, 2303 en 2313, de Cima del Sabbione (2610), punt 2636, de Pta Peirafica, de punten 2609, 2585, 2572 en 2550 tot aan de Rca dell'Abiso (2755). De grenslijn blijft de op de kaart aangegeven bestuursgrens volgen tot Oostelijk van punt 2360, daarna loopt zij langs de rand van de rotsachtige oneffenheden ten Noorden van de Rne Pian Misson, vanwaar zij de weg bereikt die de Mt Becco Rosso passeert en die zij Noordelijk van de punten 2881, 2116 en 1915 blijft volgen. Bij de hoofdweg aangekomen, volgt zij deze over een lengte van ongeveer een kilometer in Noordelijke richting, waarna zij zich weer bij de hierboven gelegen weg aansluit tot aan de Colle di Tenda. Bovengenoemde wegen, evenals het gedeelte van de grote weg, blijven op Frans grondgebied.
- 4º. van de Col de Tende tot aan de Cima Missun Verwijzingen: Italiaanse kaart op schaal 1 : 20 000 van Tenda Certosa di Pesio. De weg op Frans grondgebied latend, loopt de grenslijn van de col de Tende langs het punt 1887 en het punt 2206, verlaat hierop deze weg om langs de rand van de bergkam de op de kaart aangegeven bestuursgrens te volgen en bereikt via het punt 2262 de Cima del Becco (2300). Zij begeeft zich in Noordelijke richting, langs de op de kaart aangegeven bestuursgrens, passeert de col della Perla (2086) en volgt de weg langs de rotsgraat van de Cima del Cuni tot aan de col della Boaira, die zij verlaat om de bergkam in Noordelijke richting te volgen. Voornoemde weg laat zij op Frans grondgebied liggen. De rotskam volgend, loopt de grenslijn via het punt 2275, bereikt de Testa Ciaudon (2386), loopt langs de steile rotshellingen, trekt over de Colla Piana (2219) en bereikt het punt 2355 van de Mt delle Carsene, welke aan Frankrijk blijft; daarna volgt zij de Noordelijke kam van deze berg langs de Pta Straldi (2375), de punten 2321 en 2305 tot aan de Paso Scarason, waarna zij in Noordelijke richting een bocht beschrijft tot aan het punt 2352, waar zij zich met de of de kaart aangegeven bestuursgrens verenigt en deze volgt langs de punten 2510 en 2532 tot aan de Pta Marguareis (2651). Vervolgens buigt de grenslijn naar het Zuiden, volgt de bergkam, loopt langs het punt 2585 en, de rotskam afdalend, bereikt zij de Colle del Lago dei Signori. Zij volgt de weg van de bergkam, die op Frans grondgebied is gebleven, en daarna de bergkam zelf volgend, bereikt zij de Cima di Pertega (2402), daalt af langs de rotskam tot aan de Colle delle Vecchie (2106), vanwaar zij tot aan de Mt Bertrand, langs de punten 2190, 2162, de Cima del Vescove (2257) en de Cima Di Velega (2366), de weg van de bergkam volgt, die zij op Frans grondgebied laat liggen. Van de Mt Bertrand (2481) volgt de grenslijn de op de kaart aangegeven bestuursgrens tot aan de Colla Rossa, waarop zij zich weer met de weg van de bergkam verenigt, die zij langs de punten 2179 en 2252 blijft volgen tot aan de Cima Missun (2356). Zij trekt Oostwaarts om de top heen en volgt dezelfde weg, terwijl deze op Frans grondgebied is gebleven.
- 5º. van de Cima Missun tot aan de Col de Pegairole Verwijzingen: kaart op schaal van 1 : 20 000 van Point du Lugo nos. 1—2 en 5—6. Dezelfde weg van de bergkam volgend, trekt de grenslijn over de Colla Cravirora en komt Oostelijk van het punt 2265, langs de Pta Farenga. Zij verlaat de weg, trekt Oostwaarts om de Cima Ventosa heen, verenigt zich weer met de weg van de Passo di Tanarello en laat de hierlangs liggende bouwwerken aan Frankrijk; vervolgens loopt zij langs de Mt Tanarello, trekt over de Passo Basera (2038) en om de Mt Saccarello heen, welke laatste zij ongeveer 300 meier Westwaarts laat liggen, vervolgens de rotskam en daarna de weg tot aan de Passo di Collardente volgend, bereikt zij de bergkam, die naar de Mt Collardente leidt, terwijl zij het punt 1762 aan Frankrijk laat. Op deze hoogte volgt de grenslijn een op Italiaans grondgebied gebleven weg, bereikt de Mt Collardente, terwijl zij aan Frankrijk de weg laat, die hier overheen leidt en die zij Oostelijk door de Bassa di Sanson en ten Zuiden van het punt 1769 blijft volgen, tot aan de bouwwerken, die ongeveer 500 meter Oostelijk van de Testa della Nava (1934) gelegen zijn en op Frans grondgebied zijn gebleven. De grenslijn verlaat de weg ter hoogte van deze bouwwerken en via de bergkam verenigt zij zich weer met de weg van de bergkam van de Testa della Nava, welke weg op Frans grondgebied is gebleven en welke zij volgt tot aan de bouwwerken ten Zuid-Oosten van de Cima di Marta of Mt Vacche, waar zij Oostwaarts omheen trekt. Van daaruit, langs de weg van de bergkam, die op Frans grondgebied blijft, trekt de grenslijn om de Mt Ceriana heen, verlaat de weg om de Mt Grai (2014) te bereiken en verenigt zich opnieuw met de weg bij de pas (1875) om gezamenlijk om de Cima della Valetta en de Mt Pietravecchia heen te trekken tot aan de rotskam. Hierop kruist de grenslijn de Gola dell' Incisa, blijft dan weer de bergkam volgen langs het punt 1759, de Mt Toraggio (1972), langs de Cima di Logambon en de Gola del Corvo, trekt om de Mt Bauso en de Mt Lega (1552, 1563 en 1556) heen, en daalt vervolgens de bergkam af tot aan de Passo di Muratone. De weg van de bergkam volgend, die op Frans grondgebied is gebleven, loopt de grenslijn langs de Mt Scarassan, en Zuidelijk langs de Mt Battolino en het punt 1358 en bereikt de Cla Pegairole.
- 6º. Van de Cla Pegairole tot aan de Mont Mergo Verwijzingen: Kaarten op schaal 1 : 20.000 van Pointe de Lugo Nos. 5—6, San Remo Nos. 1—2 en Menton Nos. 3—4, Van de Cla Pegairole, volgt de grenslijn de op de kaart aangegeven bestuursgrens, laat Cisterne op Frans gebied liggen, klimt langs de Mt Simonasso omhoog en daalt dan weer tot aan de bergpas, verenigt zich met de weg van Margheria—Suan, die zij op Frans grondgebied laat, terwijl de chalets op Italiaans grondgebied blijven. Deze weg steeds volgend, die op Frans grondgebied is gebleven, loopt de grenslijn Oostelijk van de Testa d'Alpe langs de Fontana dei Draghi, langs de bronnen van het punt 1406 en langs het punt 1297, loopt Oostelijk langs de Colla Sgora, komt langs de ponten 1088, 1016 en 1026, trekt over de rotskam van de Mt Colombin, volgt de grens van het kanton, op de kaart aangegeven door de Cima di Reelie (846 en 858), verlaat vervolgens deze kantongrens en trekt in Zuid-Westelijke richting om de bergkam van Serra dell' Arpetta (543,474 en 416) af te dalen tot aan de thalweg van de Roya, die zij ongeveer 200 meter Noord-Westelijk van de brug van Faughetto overtrekt. Vervolgens loopt de grenslijn langs de thalweg van de Roya omhoog, tot aan een punt, op ongeveer 350 meter van voornoemde brug gelegen. De Roya bij dit punt verlatend, loopt zij in Zuid-Westelijke richting tot aan het punt 566. Vanaf dit punt gaat zij Westwaarts tot aan het ravijn, welk afdaalt naar Olivetta; zij volgt het ravijn tot aan de weg, terwijl zij de woningen aan deze weg gelegen, op Italiaans grondgebied laat liggen. Vervolgens klimt de grenslijn ongeveer 200 meter langs de V. di Trono omhoog, begeeft zich dan naar het punt 410 tot aan de weg van Olivetta naar San Cirolamo. Vandaar uit, na de weg ongeveer 100 meter in Zuid-Oostelijke richting te hebben gevolgd, herneemt de grenslijn een hoofdzakelijk Zuid-Westelijke richting tot aan het punt 403, terwijl zij, op ongeveer 20 meter ten zuiden daarvan de op de kaart aangegeven weg volgt. Van het punt 403 af, volgt zij de bergkam van de Pta Becche tot aan het punt 379, daarna zich opnieuw in Zuid-Westelijke richting begevend, kruist zij de T. Bevera en volgt de thalweg naar de Mont Mergo, trekt ongeveer 50 meter Zuidwaarts om de top (686) heen, die op Frans grondgebied blijft en verenigt zich met de bestaande grens op een punt, dat ongeveer 100 meter ten Zuid-Westen van voornoemde top gelegen is.
A. Garanties die Frankrijk aan Italië zal moeten geven in geval van overdracht van het Mont Cenis Plateau
- a). Frankrijk zal het watervolume van het meer van Mont Cenis, uitgestort in de ondergrondse pijpleidingen, die de hydro-electrische centrales van Gran Scala, van Venaus en van Mompantero van water voorzien, op zodanige wijze regelen, dat het deze centrales die hoeveelheid water zal verschaffen, waaraan Italië behoefte kan hebben, overeenkomstig het voor dit land benodigde verbruik.
- b). Frankrijk zal alle installaties, voor de watervoorziening van node, herstellen, in goede bedrijfsstaat houden en zo nodig vernieuwen en het verbruik van het water regelen, overeenkomstig paragraaf a), voor zover deze installaties zich op Frans grondgebied zullen bevinden.
- c). Frankrijk zal Italië op zijn verzoek inlichten omtrent de hoeveelheid water, die zich in het meer van Mont Cenis bevindt, en zal alle andere, hiermee in verband staande inlichtingen verstrekken, ten einde Italië in staat te stellen te bepalen, welke hoeveelheid en naar rato van welk verbruik het water in de voornoemde ondergrondse pijpleidingen moet worden gestort.
- d). Frankrijk zal de hierboven genoemde bepalingen toepassen, daarbij rekening houdend met een rechtvaardig beheer en het zal hierbij aan Italië de werkelijke kosten in rekening brengen.
- a). Frankrijk zal de hydro-electrische centrale van Gran Scala op zodanige wijze exploiteren (onder voorbehoud van de contrôle op de watervoorziening, zoals bepaald in Garantie I), dat het die hoeveelheden electriciteit zal opbrengen, die Italië voor zijn land nodig kan hebben, nadat zal zijn voldaan aan de plaatselijke behoefte (die de bestaande behoefte niet wezenlijk zal mogen overtreffen) van het gebied, dat grenst aan Gran Scala en Frankrijk toebehoort.
- b). Frankrijk zal het pompstation, grenzend aan de centrale van Gran Scala op zodanige wijze exploiteren, dat het water in het meer van Mont Cenis terugstroomt, naar gelang en op het ogenblik, dat Italië hieraan behoefte zal hebben.
- c). Frankrijk zal alle installaties van de hydro-electrische centrale van Gran Scala en het pompstation herstellen, in goede bedrijfsstaat houden en zo nodig vernieuwen, evenals de electrische leiding en de installaties van het energietransport, die de centrale van Gran Scala met de Frans-Italiaanse grens verbinden.
- d). Frankrijk zal door middel van de electrische leiding, die Gran Scala met de Frans-Italiaanse grens verbindt, het energietransport verzekeren, naar gelang Italië, zoals reeds vermeld, hieraan behoefte heeft en het zal deze electrische stroom aan Italië afleveren op het punt waar de leiding over de grens komt en Italiaans grondgebied bereikt.
- e). Frankrijk zal de voltage en de wisselstroomfrequentie, volgens bovengenoemde bepalingen geleverd, op een peil houden, dat overeenkomt met de eisen, die Italië redelijkerwijs zal kunnen stellen.
- f). Frankrijk zal met Italië regelingen treffen voor de aanleg van een telefoonverbinding tussen Gran Scala en Italië en zal met Italië in verbinding blijven, ten einde de exploitatie te verzekeren van de centrale van Gran Scala, van het pompstation en van de electrische leiding, overeenkomstig de hierboven genoemde garanties.
- g). De prijs, die Frankrijk in rekening zal moeten brengen en Italië zal moeten betalen voor de electrische stroom, voortgebracht door de hydro-electrische centrale van Gran Scala en die ter beschikking van Italië gesteld zal worden (nadat aan de plaatselijke behoefte, hierboven vermeld, zal zijn voldaan), zal gelijk zijn aan de prijs, in Frankrijk in rekening gebracht voor de levering van dezelfde hoeveelheden hydro-electrische energie op Frans grondgebied, in de omgeving van Mont Cenis of in andere gebieden, waar de omstandigheden soortgelijk zijn.
Behoudens andere afspraken tussen Frankrijk en Italië, zullen deze garanties voortdurend van kracht blijven.
Er zal een Frans-Italiaanse technische commissie van toezicht, bestaande uit een gelijk aantal Franse en Italiaanse leden ingesteld worden om toe te zien en te bevorderen, dat de reeds genoemde garantieclausules worden nagekomen, die ten doel hebben Italië dezelfde faciliteiten te verzekeren, als waarover het beschikte in verband met de levering van hydro-electrische energie en water uit het meer van Mont Cenis, vóór de overdracht van dit gebied aan Frankrijk. De technische commissie van toezicht zal eveneens tot taak hebben om samen te werken met de bevoegde Franse technische diensten om er zich van te overtuigen, dat de veiligheid der beneden-dalen niet in gevaar wordt gebracht.
B. Garanties die Frankrijk aan Italië zal moeten geven in geval van overdracht aan Frankrijk van het gebied van Tende-la Brigue.
-
- Garantie, welke Italië verzekert van de electrische energie, opgewekt door de twee wisselstroomdynamo's van 16⅔ perioden van de hydro-electrische centrale van San Dalmazzo en van de electrische energie van 50 perioden, opgewekt door de hydro-electrische centrales van Le Mesce, San Dalmazzo en Confine, afgezien nog van de hoeveelheid electrische stroom uit deze fabrieken afkomstig, die Frankrijk nodig zal kunnen hebben voor de gebieden van Sospel, Menton en Nice, totdat de bij Breil en Fontan vernietigde hydro-electrische centrales weer volledig opgebouwd zijn, met dien verstande, dat die hoeveelheid zal afnemen, naar mate de wederopbouw van deze centrales vordert, dat die hoeveelheid noch 5.000 kilowatt noch 3.000.000 kilowatt uur per maand mag overschrijden en dat, indien men bij de wederopbouw van deze centrales niet op bijzondere moeilijkheden stuit, de werkzaamheden uiterlijk eind 1947 voltooid zouden moeten zijn.
- a). Frankrijk zal voornoemde fabrieken op zodanige wijze exploiteren, dat het (onder voorbehoud van de eventuele beperkingen, door het beschikbare volume water opgelegd, en rekening houdend, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, met de behoefte van de stroomafwaarts gelegen fabrieken), die hoeveelheid electriciteit zal voortbrengen, waaraan Italië behoefte heeft, ten eerste met een frequentie van 16⅔ perioden voor de Italiaanse Spoorwegen van Ligurië en van Zuidelijk Piëmont, en ten tweede met een frequentie van 50 perioden voor algemeen gebruik, nadat voor Frankrijk, zoals hierboven reeds vermeld, zal zijn voorzien in de behoefte van Sospel, Menton en Nice, evenals in de plaatselijke behoefte van het aan San Dalmazzo grenzende gebied;
- b). Frankrijk zal alle installaties van de hydro-electrische centrales van Le Mesce, San Dalmazzo en Confine herstellen, in goede bedrijfsstaat houden en, zo nodig vernieuwen, evenals de electrische leidingen en de installaties van het energietransport, die de centrale van Le Mesce en van Confine enerzijds, met die van San Dalmazzo anderzijds, verbinden en ook de hoofdleidingen en installaties van de centrale naar de Frans-Italiaanse grens;
- c). Frankrijk zal Italië, op zijn verzoek, op de hoogte houden van het waterverbruik te Le Mesce en Confine, evenals van het volume water, dat bij San Dalmazzo voorradig is en het zal, in verband hiermede alle andere inlichtingen verstrekken, opdat Italië zal kunnen vaststellen hoeveel electrische stroom het nodig heeft, overeenkomstig de bepalingen van paragraaf a);
- d). Frankrijk zal door middel van de electrische hoofdleidingen die San Dalmazzo met de Frans-Italiaanse grens verbinden, het energietransport verzekeren, overeenkomstig de voor Italië reeds genoemde benodigde hoeveelheid en het zal Italië deze stroom leveren, op de punten waar genoemde leidingen de grens overschrijden en Italiaans grondgebied bereiken.
- e). Frankrijk zal het voltage en de wisselstroomfrequentie, volgens de hierboven genoemde bepalingen geleverd, op een peil houden, dat overeenkomt met de werkelijke behoefte van Italië.
- f). Frankrijk zal met Italië regeringen treffen met het oog op de aanleg van een telefoonverbinding tussen San Dalmazzo en Italië en het zal met Italië in verbinding blijven, ten einde de exploitatie van genoemde hydro-electrische centrales en energietransportleidingen, overeenkomstig de hierboven vermelde garanties, te verzekeren.
-
- Garantie betrekking hebbende op de prijs, die Frankrijk aan Italië in rekening zal brengen voor de aan Italië beschikbaar gestelde electrische stroom, overeenkomstig lid 1 (hiervoor vermeld), totdat deze leveringen ophouden, overeenkomstig lid 3 (hierna vermeld). De prijs, welke Frankrijk in rekening zal moeten brengen en Italië zal moeten betalen voor de electriciteit, voortgebracht door de hydro-electrische centrales van Le Mesce, San Dalmazzo en Confine, en welke ter beschikking van Italië zal worden gesteld nadat in Frankrijks behoefte voor Sospel, Menton en Nice zal zijn voorzien, evenals in de plaatselijke behoeften van het aan Dalmazzo grenzende gebied, overeenkomstig de bepalingen van paragraaf a van Garantie I, zal gelijk zijn aan het bedrag, dat in Frankrijk in rekening wordt gebracht, voor de levering van dezelfde hoeveelheid hydro-electrische stroom op Frans grondgebied in de omgeving van het bovendal van de Roya of in andere gebieden, waar de omstandigheden soortgelijk zijn.
-
- Garantievolgens welke Frankrijk electrische stroom aan Italië zal leveren voor een periode van redelijke duur. Behoudens andere afspraken tussen Frankrijk en Italië, zullen de garanties 1 en 2 tot 31 December 1961 van kracht blijven; zij zullen na die datum of na 31 December van de daarop volgende jaren niet meer van toepassing zijn, onder voorwaarde, dat een der beide landen, minstens twee jaar tevoren, de ander schriftelijk bericht, dat het voornemens is hieraan een einde te maken.
-
- Garantie in verband met algehele en rechtvaardige gebruikmaking door Frankrijk en Italië, van het water van de Roya en van de zijrivieren, met het oog op de exploitatie van hydro-electrische hulpbronnen:
- a). Frankrijk zal de hydro-electrische centrales van het Roya-dal, die zich op Frans grondgebied bevinden, exploiteren, terwijl het, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, rekening zal houden met de behoefte van de stroomafwaarts gelegen centrales. Frankrijk zal Italië van te voren op de hoogte stellen van het volume water, dat naar schatting, iedere dag beschikbaar zal zijn en het zal alle andere inlichtingen verstrekken, die hiermee in verband staan.
- b). Frankrijk en Italië zullen door wederzijdse onderhandelingen gezamenlijk een voor beide partijen aannemelijk plan uitwerken ter exploitatie van de hydrauliscihe hulpbronnen van de Roya.
-
- Er zal een commissie, of ander soortgelijk lichaam, dat alsnog met gezamenlijke instemming gevormd kan worden, ingesteld worden, om toezicht te houden op de uitvoering van het in paragraaf b genoemde plan van garantie 4 en om de nakoming der garantiën 1–4 te vergemakkelijken.
Artikel 1. Uitgestrektheid van het Vrije Gebied
Het Vrije Gebied van Triëst zal bepaald worden door de grenzen, omschreven in artikel 4 en 22 van dit Verdrag en de grenslijn hiervan, zal vastgesteld worden, overeenkomstig artikel 5 van het Verdrag.
Artikel 2. Onschendbaarheid en Onafhankelijkheid
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, verzekert de onschendbaarheid en de onafhankelijkheid van het Vrije Gebied. Deze verantwoordelijkheid houdt in, dat de Raad er op zal toezien, dat:
- a). de bepalingen van het Permanente Statuut zullen worden nagekomen, in het bijzonder wat betreft de bescherming der fundamentele rechten van de mens;
- b). de orde en veiligheid van het Vrije Gebied gehandhaafd zullen worden.
Artikel 3. Demilitarisatie en Neutraliteit
Het Vrije Gebied zal gedemilitariseerd en neutraal verklaard worden.
Geen enkele gewapende macht zal, behalve op voorschrift van de Veiligheidsraad, op het Vrije Gebied worden toegestaan.
Oprichting, oefeningen en iedere activiteit van semi-militaire organisaties, zullen binnen de grenzen van het Vrije Gebied worden verboden.
De Regering van het Vrije Gebied zal met geen enkele Staat overeenkomsten of millitaire verdragen sluiten, noch hierover onderhandelen.
Artikel 4. Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden
De Grondwet van het Vrije Gebied zal aan alle personen, die onder de wetgeving van het Vrije Gebied vallen, ongeacht hun ras, geslacht, taal of godsdienst, het genot verzekeren van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in het bijzonder de vrijheid van godsdienst, taal, meningsuiting in woord en geschrift, onderwijs en het recht van vereniging en vergadering. De onderdanen van het Vrije Gebied zal gelijke benoembaarheid tot openbare ambten verzekerd worden.
Artikel 5. Burgerlijke en Politieke Rechten
De burgerlijke en politieke rechten zullen aan geen enkel persoon, die het burgerrecht van het Vrije Gebied van Triëst verkregen heeft, ontnomen worden, tenzij bij rechterlijke beslissing wegens inbreuk op de strafwetten van het Vrije Gebied.
Artikel 6. Burgerrecht
De Italiaanse onderdanen, welke op 10 Juni 1940 hun domicilie hadden binnen de grenzen van het Vrije Gebied, alsmede hun kinderen, die na die datum geboren zijn, zullen onderdanen van het Vrije Gebied worden met het volle genot van de burgerlijke en politieke rechten. Nadat zij burgers van het Vrije Gebied geworden zijn, zullen zij hun Italiaanse nationaliteit verliezen.
De Regering van het Vrije Gebied zal er evenwel in voorzien, dat alle in lid 1 genoemde personen, boven de leeftijd van 18 jaar (en gehuwde personen, die al of niet die leeftijd hebben bereikt) en wier gewone spreektaal het Italiaans is, het recht zullen verkrijgen om de Italiaanse nationaliteit te kiezen, binnen een periode van zes maanden na het van kracht worden van de Grondwet, volgens de door haar bepaalde voorwaarden. Een ieder, die aldus gekozen heeft, zal beschouwd worden als hebbende opnieuw de Italiaanse nationaliteit verkregen. De keuze van de man houdt niet de keuze van de echtgenote in. De keuze van alle ongehuwde kinderen, beneden de leeftijd van 18 jaar, zal echter automatisch bepaald worden door de keuze van de vader, of indien de vader overleden is, door die van de moeder.
Het Vrije Gebied zal kunnen eisen, dat zij, die van het recht van keuze gebruik zullen hebben gemaakt, zich binnen een jaar na de dag waarop zij dit recht hebben uitgesproken, in Italië zullen vestigen.
De voorwaarden tot verkrijging van het burgerrecht (citoyenneté) door personen, die niet bevoegd zijn het oorspronkelijk burgerrecht (citoyenneté d'origine) te verkrijgen, zullen door de Constituerende Vergadering van het Vrije Gebied bepaald worden en in de Grondwet worden opgenomen. Deze voorwaarden zullen echter de verkrijging tot burgerrecht aan die personen moeten verbieden, welke tot de vroegere fascistische politie (O.V.R.A.) behoord hebben en welke niet in hun vroegere rechten hersteld zijn door de bevoegde autoriteiten en in het bijzonder door de geallieerde militaire autoriteiten, aan wie het beheer van het betreffende grondgebied was opgedragen.
Artikel 7. Officiële talen
De officiële talen van het Vrije Gebied zullen het Italiaans en het Slovenisch zijn.
De Grondwet zal bepalen in welke gevallen het Kroatisch als derde officiële taal gevoerd mag worden.
Artikel 8. Vlag en Wapenschild
Het Vrije Gebied zal zijn eigen vlag en wapenschild hebben. De vlag zal de traditionele vlag van de stad Triëst zijn en het wapen het historische wapen van deze stad.
Artikel 9. Regeringsorganen
Er zal voor de regering van het Vrije Gebied een Gouverneur aangesteld worden, een Regeringsraad, een Volksvergadering, door het volk van het Vrije Gebied gekozen, en een Rechtsprekend Lichaam. Hun respectievelijke bevoegdheden zullen zij uitoefenen, krachtens de bepalingen van dit Statuut en van de Grondwet van het Vrije Gebied.
Artikel 10. Grondwet
De Grondwet van het Vrije Gebied zal op democratische grondbeginselen berusten en zal met een meerderheid van 2/3 van de uitgebrachte stemmen, door een Constituerende Vergadering worden aangenomen. De Grondwet zal in overeenstemming moeten zijn met de bepalingen van dit Statuut. Zij zal pas van kracht worden na de toepassing van het Statuut.
Indien de Gouverneur een of andere bepaling van de Grondwet, door de Constituerende Vergadering voorgesteld, of een amendement dat later in de Grondwet zou zijn aangebracht, in tegenstelling acht met het Statuut, zal hij zich kunnen verzetten tegen het van kracht worden hiervan, onder voorbehoud, dat hij hierover verslag uitbrengt aan de Veiligheidsraad, voor het geval de Vergadering zijn meningen niet deelt en zijn aanbevelingen niet aanvaardt.
Artikel 11. Benoeming van de Gouverneur
De Gouverneur zal door de Veiligheidsraad benoemd worden, na overleg met de Zuidslavische en Italiaanse Regering. Hij zal noch de Zuidslavische, noch de Italiaanse nationaliteit mogen bezitten, noch burger van het Vrije Gebied mogen zijn. Hij zal voor een periode van vijf jaar benoemd worden en zijn mandaat zal verlengd kunnen worden. Zijn tractement en toelage zullen door de Verenigde Naties bekostigd worden.
De Gouverneur zal zelf iemand kunnen uitkiezen, aan wie hij de bevoegdheid kan verlenen om zijn functie waar te nemen in het geval dat hij gedurende enige tijd afwezig zou moeten zijn of tijdelijk niet in staat zou zijn zijn functie uit te oefenen.
Indien de Veiligheidsraad van oordeel is, dat de Gouverneur de verplichtingen van zijn ambt niet is nagekomen, kan hij hem schorsen, onder voorbehoud van behoorlijke garanties van onderzoek, en de gelegenheid voor de Gouverneur, om zich te doen horen, en hem uit zijn ambt te ontslaan. In geval van schorsing, ontslag, onbekwaamheid of overlijden van de Gouverneur, zal de Veiligheidsraad een ander persoon kunnen aanwijzen of benoemen, die de functie van Plaatsvervangend Gouverneur zal vervullen, totdat de Gouverneur weer in staat is zijn functie te hervatten of totdat een nieuwe Gouverneur zal zijn benoemd.
Artikel 12. Wetgevende Macht
De wetgevende macht zal uitgeoefend worden door een Volksvergadering, die slechts uit een kamer bestaat en op basis van evenredige vertegenwoordiging, door de burgers van beide sexe van het Vrije Gebied gekozen is. De verkiezingen voor de Volksvergadering zullen volgens algemeen, voor allen gelijk, rechtstreeks en geheim stemrecht gehouden worden.
Artikel 13. Regeringsraad
Onder voorbehoud van de verantwoordelijkheid, luidens de bewoordingen van dit Statuut aan de Gouverneur toegekend, zal de uitvoerende macht in het Vrije Gebied uitgeoefend worden door een Regeringsraad, die gevormd wordt door de Volksvergadering en aan haar verantwoording verschuldigd is.
De Gouverneur zal het recht hebben alle zittingen van de Regeringsraad bij te wonen. Hij zal zijn mening kunnen uiten over iedere kwestie die zijn verantwoordelijkheid raakt.
Wanneer er door de Regeringsraad kwesties in behandeling zullen worden genomen, die de ambtsverantwoordelijkheid van het Hoofd van de Openbare Veiligheid en de Directeur van de Vrijhaven raken, zullen deze laatsten uitgenodigd worden de zittingen van de Raad bij te wonen en hun meningen uiteen te zetten.
Artikel 14. Uitoefening van de Rechterlijke Macht
De rechterlijke macht in het Vrije Gebied zal uitgeoefend worden door tribunalen, die ingesteld zijn overeenkomstig de Grondwet en de wetten van het Vrije Gebied.
Artikel 15. Vrijheid en Onafhankelijkheid van de Rechterlijke Macht
De Grondwet van het Vrije Gebied zal volledige vrijheid en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht moeten garanderen en voorzien in een beroepsinstantie.
Artikel 16. Benoeming der leden van de Rechterlijke Macht
De Gouverneur zal de leden van de rechterlijke macht benoemen, na deze gekozen te hebben uit de door de Regeringsraad gestelde candidaten of uit een groep andere mensen, en na raadpleging van de Regeringsraad, tenzij de Grondwet op andere wijze in de benoeming tot de rechterlijke functie voorziet; onder voorbehoud van de garanties, welke door de Grondwet zullen worden gegeven, zal de Gouverneur de leden van de rechterlijke macht kunnen ontslaan, indien hun gedrag onverenigbaar is met hun rechterlijke functie.
De Volksvergadering kan bij een stemming met 2/3 meerderheid van de uitgebrachte stemmen, de Gouverneur uitnodigen, een onderzoek in te stellen naar iedere beschuldiging, uitgebracht tegen een van de leden der rechterlijke macht. Indien deze beschuldiging gegrond blijkt te zijn, zal zij schorsing of ontslag van de betrokkene met zich mee kunnen brengen.
Artikel 17. Verantwoordelijkheid van de Gouverneur tegenover de Veiligheidsraad
In zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Veiligheidsraad, zal de Gouverneur verantwoordelijk zijn voor de controle op de toepassing van dit Statuut, in het bijzonder wat betreft de bescherming van de fundamentele rechten van de mens, en hij zal moeten verzekeren, dat de openbare orde en veiligheid door de Regering van het Vrije Gebied gehandhaafd blijven, overeenkomstig dit Statuut, de Grondwet en de wetten van het Vrije Gebied.
De Gouverneur zal aan de Veiligheidsraad jaarlijkse rapporten uitbrengen over de toepassing van het Statuut en over de uitoefening van zijn functie.
Artikel 18. Rechten van de Volksvergadering
De Volksvergadering zal het recht hebben over te gaan tot onderzoek of bespreking van iedere aangelegenheid de belangen van het Vrije Gebied betreffende.
Artikel 19. Wetgeving
In zake de wetgeving behoort het recht van initiatief toe aan de leden van de Volksvergadering en de Regeringsraad, evenals aan de Gouverneur, voor die aangelegenheden, welke naar zijn mening de verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad betreffen, zoals bepaald in artikel 2 van dit Statuut.
Geen enkele wet zal van kracht kunnen worden, alvorens zij afgekondigd is. De afkondiging der wetten zal geschieden, overeenkomstig de bepalingen van de Grondwet van het Vrije Gebied.
Vóór de afkondiging zal iedere door de Volksvergadering aangenomen wet aan de Gouverneur worden voorgelegd.
Indien de Gouverneur deze wet in strijd acht met het tegenwoordige Statuut, zal hij binnen tien dagen nadat deze wet hem is voorgelegd, deze, vergezeld van zijn op- en aanmerkingen aan de Volksvertegenwoordiging terugsturen. Indien de Gouverneur deze wet niet binnen de vastgestelde tien dagen terugstuurt, of indien hij, binnen hetzelfde tijdsbestek, de Volksvertegenwoordiging bericht, dat deze wet geen enkele op- of aanmerking zijnerzijds behoeft, zal deze onmiddellijk afgekondigd worden.
Indien de Volksvergadering weigering te kennen geeft de door de Gouverneur teruggezonden wet in te trekken of deze te wijzigen, overeenkomstig de toelichtende en aanbevelende memorie van de Gouverneur, zal deze laatste, tenzij hij bereid mocht zijn zijn bezwaren in te trekken — en in dat geval zal de wet zonder uitstel afgekondigd worden — de aangelegenheid dadelijk aan de Veiligheidsraad voorleggen. De Gouverneur zal eveneens zonder uitstel iedere mededeling aan de Veiligheidsraad overbrengen, waarvan de Volksvergadering de Raad op de hoogte zou willen stellen.
De wetten, die aan de Veiligheidsraad zullen zijn voorgelegd, krachtens de bepalingen van de vorige paragraaf, zullen slechts op bevel van de Veiligheidsraad afgekondigd worden.
Artikel 20. Rechten van de Gouverneur in zake bestuursmaatregelen
De Gouverneur kan de Regeringsraad verzoeken de toepassing van bestuursmaatregelen te schorsen, welke naar zijn mening onverenigbaar zijn met zijn eigen verantwoordelijkheid, zoals deze bepaald is in het Statuut (contrôle op de toepassing van het Statuut; handhaving van de openbare orde en veiligheid; eerbied voor de rechten van de mens). Voor het geval de Regeringsraad bezwaren opwerpt, kan de Gouverneur de toepassing van deze bestuursmaatregelen schorsen en de Gouverneur of de Regeringsraad kunnen de aangelegenheid in haar geheel aan de Veiligheidsraad voorleggen, opdat deze hierover een beslissing neme.
Wanneer zijn verantwoordelijkheid hierbij betrokken is, zoals deze door het Statuut is bepaald, kan de Gouverneur de Regeringsraad voorstellen elke bestuursmaatregel te nemen. Indien de Regeringsraad deze voorstellen niet aanvaardt, kan de Gouverneur, onverminderd de bepalingen van artikel 22 van dit Statuut, de aangelegenheid ter beslissing aan de Veiligheidsraad voorleggen.
Artikel 21. Begroting
De Regeringsraad zal belast zijn met de voorbereiding van het begrotingsontwerp van het Vrije Gebied van de inkomsten en uitgaven en zal dit ontwerp aan de Volksvergadering moeten voorleggen.
In het geval dat men een begrotingsperiode begint, zonder dat de begroting zoals het behoort door de Volksvergadering is aangenomen, zullen de begrotingsbepalingen van de voorafgaande periode toegepast worden op de nieuwe begrotingsperiode, totdat de nieuwe begroting zal zijn aangenomen.
Artikel 22. Bijzondere bevoegdheden van de Gouverneur
Ten einde in staat te zijn zich overeenkomstig het Statuut te kwijten van zijn plichten tegenover de Veiligheidsraad, kan de Gouverneur in gevallen, die naar zijn mening uiterst dringend zijn en die de onafhankelijkheid of onaantastbaarheid van het Vrije Gebied en de openbare orde of de eerbied voor de rechten van de mens bedreigen, onmiddellijk daartoe geëigende maatregelen afkondigen en ten uitvoer laten brengen, onder voorbehoud, hierover onmiddellijk verslag uit te brengen aan de Veiligheidsraad. In een dergelijk geval, kan de Gouverneur, zo hij dit nodig acht, de leiding nemen van de Veiligheidsdiensten.
De Volksvergadering kan een verzoekschrift indienen bij de Veiligheidsraad, ten aanzien van iedere handeling van de Gouverneur bij de uitoefening van zijn rechten, bedoeld in lid 1 van dit artikel.
Artikel 23. Recht van gratie en van vermindering van straf
Het recht van gratie en van vermindering van straf, zal de Gouverneur toebehoren en zal door hem uitgeoefend worden, overeenkomstig de bepalingen, die in de Grondwet zullen worden opgenomen.
Artikel 24. Buitenlandse betrekkingen
De Gouverneur zal er zorg voor dragen, dat de buitenlandse betrekkingen van het Vrije Gebied onderhouden zullen worden, overeenkomstig de bepalingen in het statuut van de Grondwet en de wetten van het Vrije Gied. De Gouverneur zal te dien einde het recht hebben zich te verzetten tegen het van kracht worden van verdragen of overeenkomsten, betreffende buitenlandse betrekkingen, die, naar zijn mening in strijd zijn met het Statuut, de Grondwet of de wetten van het Vrije Gebied.
De verdragen en overeenkomsten, evenals erkenningen van en benoemingen tot consuls zullen door de Gouverneur en door een vertegenwoordiger van de Regeringsraad gezamenlijk ondertekend worden.
Het Vrije Gebied zal partij kunnen zijn van internationale verdragen of kan lid worden van internationale organisaties, mits het doel van deze verdragen of organisaties zal zijn de economische, technische, culturele en sociale aangelegenheden te regelen, evenals die, welke betrekking hebben op de openbare gezondheid.
Elke economische unie of elk economisch verbond, van exclusief karakter, met enige Staat, is onverenigbaar met het Statuut van het Vrije Gebied.
Het Vrije Gebied zal de volle waarde van het Vredesverdrag met Italië erkennen en zal uitvoering geven aan die bepalingen van het Verdrag, welke voor dit Gebied van toepassing zijn. Het Vrije Gebied zal eveneens de volle waarde erkennen van andere overeenkomsten of regelingen, waartoe door de Geallieerde en Geassociëerde Mogendheden besloten is of besloten zal worden tot herstel van de vrede.
Artikel 25. Onafhankelijkheid van de Gouverneur en zijn Staf
In de uitoefening van hun functie, zullen de Gouverneur en zijn staf van geen enkele Regering of andere autoriteit, met uitzondering van de Veiligheidsraad aanwijzingen vragen of aannemen. Zij zullen zich van iedere handeling, die onverenigbaar is met hun positie van internationaal ambtenaar, onthouden en zijn uitsluitend verantwoordelijk aan de Veiligheidsraad.
Artikel 26. Benoeming en ontslag van Bestuursambtenaren
De benoeming tot openbare betrekkingen in het Vrije Gebied zal uitsluitend geschieden op grond van bekwaamheid, bevoegdheid en onkreukbaarheid van de candidaten.
De ambtenaren van de bestuurslichamen zullen slechts wegens onbevoegdheid of grove schuld ontslagen worden en dit ontslag zal slechts gegeven worden, onder voorbehoud van behoorlijke garanties van onderzoek en de mogelijkheid van de betrokkene om zich te doen horen, welke garanties bij de wet worden vastgesteld.
Artikel 27. Hoofd van de Veiligheid
De Regeringsraad legt de Gouverneur een lijst voor van candidaten voor de betrekking van Hoofd van de Veiligheid. De benoeming van Hoofd van de Veiligheid geschiedt door de Gouverneur die deze na raadpleging van de Regeringsraad kiest uit de hem voorgestelde candidaten of uit andere personen. Hij kan eveneens, na raadpleging van de Regeringsraad, het Hoofd van de Veiligheid ontslaan.
Het Hoofd van de Veiligheid zal noch de Zuidslavische, noch de Italiaanse nationaliteit mogen bezitten.
Het Hoofd van de Veiligheid staat gewoonlijk onder het onmiddellijk Gezag van de Regeringsraad van wie hij aanwijzingen krijgt voor de aangelegenheden, welke onder zijn bevoegdheid vallen.
- a. De Gouverneur moet geregeld rapporten van het Hoofd van de Veiligheid ontvangen en met hem die aangelegenheden bespreken, welke onder de bevoegdheid van genoemd Hoofd vallen.
- b. Hij moet door de Regeringsraad op de hoogte worden gesteld van de aanwijzingen, welke deze aan het Hoofd van de Veiligheid geeft en kan hierover zijn mening uiten.
Artikel 28. Politiemacht
Ter handhaving van de openbare orde en veiligheid overeenkomstig het Statuut, de Grondwet en de wetten van het Vrije Gebied, zal de Regering van het Vrije Gebied het recht hebben een politiemacht en Veiligheidsdiensten te onderhouden.
De leden van de politie en van de Veiligheidsdiensten zullen door het Hoofd van de Veiligheid in dienst worden genomen en zullen door hem kunnen worden ontslagen.
Artikel 29. Plaatselijke Regering
De Grondwet van het Vrije Gebied zal, op basis van evenredige vertegenwoordiging, moeten voorzien in de oprichting van plaatselijke regeringsorganen volgens democratische beginselen, in het bijzonder die betreffende het algemeen, voor allen gelijk, rechtstreeks en geheim stemrecht.
Artikel 30. Muntstelsel
Het Vrije Gebied zal zijn eigen muntstelsel hebben.
Artikel 31. Spoorwegen
Het Vrije Gebied zal, onverminderd zijn eigendomsrecht van de spoorwegen binnen zijn grenzen, en zijn contrôle op het beheer hiervan, met Zuidslavië en Italië overeenkomsten kunnen sluiten om een redelijke en economische exploitatie van zijn spoorwegen te verzekeren. Dergelijke overeenkomsten zullen de verantwoordelijkheid bepalen voor de exploitatie van de spoorlijnen, respectievelijk in de richting van Zuidslavië of van Italië, evenals voor de exploitatie van het beginpunt van de spoorlijn van Triëst en voor de gemeenschappelijk in gebruik zijnde delen van de lijnen. In dat laatste geval, zal de exploitatie verzekerd kunnen worden door een bijzondere commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van het Vrije Gebied, Zuidslavië en Italië, onder het voorzitterschap van de vertegenwoordiger van het Vrije Gebied.
Artikel 32. Commerciële Luchtvaart
De handelsvliegtuigen, ingeschreven op het grondgebied van een lid van de Verenigde Naties, die dezelfde rechten op haar grondgebied toekent aan de in het Vrije Gebied ingeschreven handelsvliegtuigen, zullen van die rechten genieten, welke aan de internationale commerciële luchtvaart zijn toegekend, in het bijzonder van het recht om te landen voor het innemen van brandstof en proviand of voor herstellingswerkzaamheden, van het recht om, zonder tussenlanding, het Vrije Gebied over te vliegen en om voor het luchtverkeer gebruik te maken van de vliegvelden, welke door de bevoegde autoriteiten van het Vrije Gebied zullen kunnen worden aangewezen.
Deze rechten zullen aan geen andere beperkingen onderworpen zijn dan aan die, welke zonder discriminatie door de van kracht zijnde wetten en reglementen in het Vrije Gebied en in de betrokken landen zijn opgelegd of die voortspruiten uit het bijzondere karakter van het Vrije Gebied, zijnde neutraal en gedemilitariseerd.
Artikel 33. Inschrijving der Schepen
Het Vrije Gebied is bevoegd registers te openen voor de inschrijving van schepen en vaartuigen, die toebehoren aan de Regering van het Vrije Gebied of aan natuurlijke personen of organisaties, die hun domicilie in het Vrije Gebied hebben.
Op verzoek van de regeringen van Tsjecho-Slowakije en Zwitserland, zal het Vrije Gebied speciale scheepsregisters openen voor Tsjechoslowaakse en Zwitserse schepen en vaartuigen. Na de sluiting onderscheidenlijk van het Vredesverdrag met Hongarije en het verdrag voor het herstel van Oostenrijks onafhankelijkheid, zal het Vrije Gebied onder dezelfde voorwaarden speciale scheepsregisters openen voor Hongaarse en Oostenrijkse schepen en vaartuigen. De schepen en vaartuigen, in deze registers ingeschreven zullen de vlag van hun respectievelijke landen voeren.
De Regering van het Vrije Gebied zal, uitvoering gevend aan bovengenoemde bepalingen en onder voorbehoud van elk internationaal verdrag, dat dienaangaande en met haar deelname zou worden gesloten, zodanige voorwaarden kunnen stellen voor de inschrijving en handhaving in of de doorhaling uit de registers, dat deze ieder misbruik, waartoe de aldus toegestane faciliteiten aanleiding mochten geven, zullen verhinderen. In het bijzonder wat betreft de schepen en vaartuigen, ingeschreven overeenkomstig lid 1 hierboven, zal de inschrijving beperkt worden tot die schepen en vaartuigen, welke door het Vrije Gebied beheerd worden en die geregeld diensten verrichten in het belang van het Vrije Gebied. Voor de schepen en vaartuigen, die overeenkomstig lid 2 zijn ingeschreven, zal de inschrijving beperkt worden tot die schepen en vaartuigen, welke Triëst tot thuishaven hebben en die respectievelijk regelmatig en blijvend, diensten voor hun land verrichten door de haven van Triëst.
Artikel 34. Vrijhaven
In het Vrije Gebied zal een vrijhaven geschapen worden, welke zal worden beheerd overeenkomstig de bepalingen van een Internationale Regeling, welke opgemaakt is door de Raad van Ministers van Buitenlandse Zaken en goedgekeurd door de Veiligheidsraad. De tekst van deze regeling komt als bijlage voor in dit Verdrag (Bijlage VIII). De Regering van het Vrije Gebied zal de daartoe geëigende wetgeving in werking doen treden en zal alle maatregelen treffen, nodig voor de tenuitvoerlegging van deze regeling.
Artikel 35. Vrijheid van Transito Vervoer
Door het Vrije Gebied en de Staten door wier gebied het vervoer plaats vindt, zal, overeenkomstig de gebruikelijke internationale bepalingen, de vrijheid van transito-vervoer verzekerd worden van die goederen, welke per spoor tussen de Vrijhaven en de Staten, welke aan deze spoorlijn liggen, vervoerd worden, zonder discriminatie, zonder douanerechten of andere belastingen dan die welke voor verleende diensten geheven zouden worden.
Artikel 36. Uitlegging van het Statuut
Behalve in die gevallen, waarin door een artikel van dit Statuut een andere procedure uitdrukkelijk is voorzien, zal elk geschil betreffende de uitlegging of de uitvoering van het Statuut, dat niet door rechtstreekse onderhandelingen is opgelost, tenzij de partijen onderling een andere wijze van regeling overeenkomen, op verzoek van een der partijen voorgelegd worden aan een commissie bestaande uit een vertegenwoordiger van elke partij en een derde lid, dat in gemeenschappelijk overleg door beide partijen uit de onderdanen van een derde land gekozen wordt. Mochten de partijen er niet in slagen binnen een maand een derde lid te benoemen, dan zal elk der partijen de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties kunnen verzoeken, zich met die benoeming te belasten. De uitspraak van de meerderheid der leden van de Commissie zal als de uitspraak van de Commissie worden beschouwd en door beide partijen als beslissend en bindend worden geacht.
Artikel 37. Wijziging van het Statuut
Dit Statuut houdt in het Permanente Statuut van het Vrije Gebied, onder voorbehoud van iedere wijziging, die de Veiligheidsraad hier later in zal kunnen aanbrengen. De Volksvergadering zal na een stemming met 2/3 meerderheid van de uitgebrachte stemmen een verzoekschrift om wijziging van het Statuut bij de Veiligheidsraad kunnen indienen.
Artikel 38. Van kracht worden van het Statuut
Dit Statuut zal van kracht worden op de datum, welke zal worden vastgesteld door de Veiligheidsraad der Verenigde Naties.
De bepalingen van deze regeling zullen van toepassing zijn op het beheer van het Vrije Gebied van Triëst, in afwachting van de inwerkingtreding van het Permanente Statuut.
Artikel 1
De Gouverneur zal, zo spoedig mogelijk na het van kracht worden van het Vredesverdrag, in het Vrije Gebied in functie treden. Tot aan het in functie treden van de Gouverneur, zal het Vrije Gebied bestuurd blijven door de Geallieerde militaire bevelhebbers, die ieder in hun respectievelijke sector optreden.
Artikel 2
Met het aanvaarden van zijn functie in het Vrije Gebied zal de Gouverneur het recht hebben, uit door hem gekozen personen, die hun domicilie in het Vrije Gebied hebben, en na raadpleging van de Zuidslavische en Italiaanse Regeringen, een Voorlopige Regeringsraad samen te stellen. De Gouverneur zal zo dikwijls hij zulks nodig acht, gerechtigd zijn de samenstelling van de Voorlopige Regeringsraad te wijzigen. De Gouverneur en de Voorlopige Regeringsraad zullen hun functie uitoefenen, overeenkomstig de bepalingen van het Permanente Statuut, naar gelang deze van toepassing blijken te zijn en voor zover zij niet door de bepalingen van deze regeling worden vervangen. Gelijkerwijs zullen alle andere bepalingen van het Permanente Statuut voor de duur van het voorlopig bewind van toepassing zijn, naar gelang zij toepasselijk blijken te zijn en voor zover de bepalingen van deze regeling hier niet in voorzien. De Gouverneur zal zich in zijn handelingen voornamelijk laten leiden door de zorg voor de behoeften en het welzijn van de bevolking.
Artikel 3
De zetel van de Regering zal in Triëst gevestigd zijn.
De Gouverneur zal zijn rapporten rechtstreeks uitbrengen aan de President van de Veiligheidsraad, en zal, door zijn bemiddeling, de Raad alle nodige inlichtingen verschaffen over het bestuur van het Vrije Gebied.
Artikel 4
De eerste plicht van de Gouverneur zal zijn zorg te dragen voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Hij zal een voorlopig Hoofd van Politie benoemen, die de politiemacht en de Veiligheidsdiensten zal reorganiseren en leiden.
Artikel 5
a). Na het van kracht worden van dit Verdrag zal de sterkte van de gestationneerde troepen in het Vrije Gebied niet het getal van 5000 man voor het Verenigd Koninkrijk, 5000 man voor de Verenigde Staten van Amerika, en 5000 man voor Zuidslavië overschrijden.
b). Deze troepen zullen ter beschikking van de Gouverneur worden gesteld voor een periode van negentig dagen, nadat hij in het Vrije Gebied in functie is getreden. Na verloop van die periode, zullen deze troepen niet langer ter beschikking van de Gouverneur staan, en zij zullen, binnen een daarbij aansluitende periode van vijf en veertig dagen, uit het Gebied teruggetrokken worden, tenzij de Gouverneur de Veiligheidsraad bericht, dat hij het in het belang van het Gebied nodig acht deze troepen geheel of gedeeltelijk aan te houden. In het laatste geval, zullen de door de Gouverneur gevorderde troepen, gedurende ten hoogste vijf en veertig dagen aangehouden worden, na het tijdstip waarop de Gouverneur de Veiligheidsraad zal hebben bericht, dat de Veiligheidsdiensten, zonder hulp van vreemde troepen de inwendige orde en rust van het Gebied kunnen verzekeren.
c). Het terugtrekken van de troepen, zoals voorzien in lid b), zal op zodanige wijze moeten geschieden, dat de verhouding tussen de troepen van de drie betrokken Mogendheden, voorzien in lid a), zoveel mogelijk gehandhaafd blijft.
Artikel 6
De Gouverneur zal te allen tijde het recht hebben de hulp van de bevelhebbers van deze contingenten in te roepen en die hulp zal hem onverwijld verleend worden. De Gouverneur zal, zo mogelijk voor ieder geval de betrokken militaire bevelhebbers raadplegen, alvorens zelf aanwijzingen te geven, maar in de uitvoering van die aanwijzingen zal hij zich niet bemoeien met de militaire maatregelen, die ten opzichte van de gewapende macht genomen zijn. Iedere hoofdbevelhebber heeft het recht om aan zijn Regering rapport uit te brengen over de aanwijzingen die hij van de Gouverneur zal hebben ontvangen en hij zal de Gouverneur van de inhoud van deze rapporten op de hoogte stellen. De Regering, die hierbij betrokken is, zal het recht hebben te weigeren, dat haar troepen deelnemen aan de onderhavige operatie en zal de Veiligheidsraad van haar weigering op de hoogte stellen.
Artikel 7
Er zullen de nodige bepalingen vastgesteld worden wat betreft de garnizoenen, de administratie en voorziening van de militaire contingenten, na overeenstemming van de Gouverneur en de bevelhebbers van deze contingenten, die door het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika en Zuidslavië beschikbaar zijn gesteld.
Artikel 8
De Gouverneur zal, in overleg met de Voorlopige Regeringsraad, belast zijn met de organisatie van de verkiezingen der leden van de Constituerende Vergadering, overeenkomstig de voorwaarden, die voor de verkiezingen van de Volksvergadering door het Statuut zijn voorgeschreven.
De verkiezingen zullen ten laatste vier maanden na het in functie treden van de Gouverneur plaats vinden. In het geval, dat het om technische redenen niet mogelijk zou zijn, de verkiezingen binnen dit tijdsbestek te houden, zal de Gouverneur hierover verslag uitbrengen aan de Veiligheidsraad.
Artikel 9
De Gouverneur zal, in overleg met de Voorlopige Regeringsraad, de voorlopige begroting vaststellen, evenals de voorlopige programma's voor de in- en uitvoer, en zal zich er van vergewissen, dat de nodige maatregelen betreffende het beheer der financiën van het Vrije Gebied, door de Voorlopige Regeringsraad genomen worden.
Artikel 10
De bestaande wetten en reglementen zullen van kracht blijven, tenzij deze afgeschaft of door de Gouverneur geschorst worden. De Gouverneur zal het recht hebben de bestaande wetten en reglementen te wijzigen, alsook nieuwe wetten en reglementen uit te vaardigen, in overeenstemming met de meerderheid van de Voorlopige Regeringsraad. Deze gewijzigde wetten en reglementen, deze nieuwe wetten en reglementen, alsook de handelingen van de Gouverneur, die de wetten en reglementen afschaft of schorst, zullen geldig zijn, tenzij deze gewijzigd, ingetrokken of vervangen zijn, bij besluit van de Volksvergadering of van de Regeringsraad, die ieder op eigen terrein optreden na het van kracht worden der Grondwet.
Artikel 11
In afwachting van de instelling van een afzonderlijk muntstelsel voor het Vrije Gebied, zal de Italiaanse lire het wettige betaalmiddel blijven in het Vrije Gebied.
De Italiaanse Regering zal het Vrije Gebied van de nodige buitenlandse betaalmiddelen en deviezen voorzien, op voorwaarden die niet minder gunstig zullen zijn dan die welke in Italië van kracht zijn.
Italië en het Vrije Gebied zullen een overeenkomst sluiten om uitvoering te geven aan bovengenoemde bepalingen en om regelingen tussen beide Regeringen, die nodig zouden kunnen zijn, te ontwerpen.
Artikel 1
Om de internationale handel en het gebruik van de haven en de faciliteiten voor het transitovervoer van Triëst, overeenkomstig de gebruiken in andere vrijhavens van de wereld, aan Zuidslavië, Italië en de Staten van Midden-Europa op voet van gelijkheid te verzekeren:
- a). zal er in het Vrije Gebied van Triëst een douane-vrije haven worden opgericht, waarvan de grenzen zijn of zullen worden vastgesteld door de bepalingen van artikel 3 van deze regeling;
- b). zullen de goederen, die door de Vrijhaven van Triëst komen, vrij transitovervoer genieten, volgens de voorwaarden, voorzien in artikel 16 van deze regeling.
Het internationale bewind van de Vrijhaven zal vastgesteld worden door de bepalingen van deze regeling.
Artikel 2
De Vrijhaven zal als openbare instelling van het Vrije Gebied worden opgericht en als zodanig worden bestuurd; zij zal volledige rechtspersoonlijkheid hebben en dienst doen overeenkomstig de bepalingen van deze regeling.
Alle Italiaanse staats- en semi-staatseigendommen, welke zich binnen het gebied van de Vrijhaven bevinden en, luidens de bepalingen van dit Verdrag, door het Vrije Gebied zijn verkregen, zullen zonder betaling naar de Vrijhaven worden overgebracht.
Artikel 3
De Vrijhaven zal het gebied en de installaties omvatten van de vrije gebieden van de haven van Triëst binnen de grenzen van 1939.
Het instellen van bijzondere zones in de Vrijhaven, die uitsluitend vallen onder de rechtsbevoegdheid van welke Staat ook, is onverenigbaar met het Statuut van het Vrije Gebied en dat van de Vrijhaven.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)