Algemeen Verdrag tussen Nederland en Frankrijk inzake de sociale zekerheid
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden
en
De President der Franse Republiek
wensende de rechten, voortvloeiende uit de wetten betreffende de sociale zekerheid, van kracht in beide verdragsluitende landen, te waarborgen voor de onderdanen, op wie die wetten van toepassing zijn of van toepassing zijn geweest, hebben besloten een verdrag te sluiten en hebben daartoe tot Hun Gevolmachtigden benoemd, te weten:
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:
Mr. D. U. Stikker, Hoogstderzelver Minister van Buitenlandse Zaken, en
Mr. A, M. Joekes, Hoogstderzelver Minister van Sociale Zaken;
De President der Franse Republiek:
Z.E. Jean-Paul Garnier, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur van Frankrijk te 's-Gravenhage, en
Z.E. Pierre Segelle, Minister van Arbeid en Sociale Zekerheid,
die, na elkander hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben overgelegd, zijn overeengekomen nopens de volgende bepalingen:
TITEL I. Algemene beginselen
Artikel 1
Nederlandse of Franse onderdanen, die in loondienst zijn of die bij de wettelijke regelingen inzake sociale zekerheid, bedoeld in artikel 2 van dit verdrag, met in loondienst zijnde personen zijn gelijkgesteld, zijn onderscheidenlijk onderworpen aan bedoelde in Frankrijk of Nederland van toepassing zijnde wettelijke regelingen en ontlenen daaraan rechten onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van elk van beide landen.
Nederlandse onderdanen, niet bedoeld in lid 1 van dit artikel, hebben onder dezelfde voorwaarden als Franse onderdanen aanspraak op gezinstoelagen overeenkomstig de in Frankrijk van toepassing zijnde wettelijke regelingen, bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De wettelijke regelingen inzake sociale zekerheid, waarop dit verdrag van toepassing is, omvatten:
- 1º. in Frankrijk:
- a). de wetgeving, regelende de organisatie van de sociale zekerheid;
- b). de algemene wetgeving, houdende regeling van het stelsel van sociale verzekering, van toepassing op de verzekerden in de niet-agrarische beroepen, met betrekking tot de verzekering tegen ziekte, invaliditeit, ouderdom, overlijden en de dekking van de kosten van het moederschap, met uitzondering van de wet van 23 September 1948, No. 48-1473, waarbij enige bepalingen van de beschikking van 19 October 1945 betreffende het stelsel van de sociale verzekering voor de verzekerden in de niet-agrarische beroepen op studenten van toepassing zijn verklaard;
- c). de wetgeving inzake de sociale verzekering, van toepassing op loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden in de agrarische beroepen en regelende de dekking van dezelfde risico's en kosten;
- d). de wetgeving inzake de gezinstoelagen;
- e). de wettelijke regelingen inzake de voorkoming van en de schadeloosstelling bij bedrijfsongevallen en beroepsziekten;
- f). de bijzondere regelingen inzake de sociale zekerheid, voor zover zij betrekking hebben op de risico's of schadeloosstellingen, welke gedekt worden door de vorengenoemde wettelijke regelingen en in het bijzonder het stelsel betreffende de sociale zekerheid in de mijnen.
- 2°. in Nederland:
- a). de wettelijke regelingen inzake de ziekteverzekering, daaronder begrepen die inzake de geneeskundige verzorging en die inzake de moederschapsuitkeringen;
- b). de wettelijke regelingen inzake de verzekering tegen geldelijke gevolgen van ouderdom, invaliditeit en voortijdig overlijden;
- c). de wettelijke regelingen inzake bedrijfsongevallen en beroepsziekten;
- d). de wettelijke regelingen inzake kinderbijslag;
- e). de regeling betreffende het stelsel van pensionnering der mijnarbeiders en der met dezen gelijkgestelden.
Dit verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, welke de wetten of regelingen, genoemd in het eerste lid van dit artikel, hebben gewijzigd of aangevuld of zullen wijzigen of aanvullen, met dien verstande evenwel, dat dit verdrag slechts van toepassing is:
- a). op wetten of regelingen, welke betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale zekerheid, indien daartoe een nadere overeenkomst is gesloten tussen de verdragsluitende landen;
- b). op wetten of regelingen, welke de werking van de bestaande stelsels uitbreiden tot nieuwe groepen van verzekerden, indien de betrokken Regering daartegen niet binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van bedoelde wetten of regelingen van bezwaren doet blijken aan de Regering van het andere land.
Artikel 3
Loonarbeiders en bij de in elk van beide verdragsluitende landen toepasselijke wetgevingen met loonarbeiders gelijkgestelden, die in een van die landen werkzaam zijn, zijn onderworpen aan de wettelijke regelingen, van kracht in het land, waar zij hun arbeid verrichten.
Op het beginsel, vervat in het eerste lid van dit artikel, gelden de volgende uitzonderingen:
- a). loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die in een ander land dan dat, waar zij gewoonlijk verblijf houden, werkzaam zijn ten behoeve van een onderneming, welke in het land van hun gewone verblijfplaats is gevestigd en waarbij zij gewoonlijk in dienst zijn, blijven onderworpen aan de wettelijke regelingen van het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, mits de vermoedelijke duur van hun werkzaamheid op het grondgebied van het andere land de duur van zes maanden niet overschrijdt; in geval hun werkzaamheid in het andere land door onvoorziene omstandigheden langer zou duren dan oorspronkelijk voorzien was en de periode van zes maanden overschrijdt, kan de toepasselijkheid van de wettelijke regelingen van het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, bij wijze van uitzondering worden gehandhaafd, indien de bevoegde autoriteiten van het land, waar het tijdelijke werk wordt verricht, daarin toestemmen;
- b). personen in dienst van in een der beide landen gevestigde transportondernemingen, welke behoren tot het zich bewegend (varend of rijdend) gedeelte van deze ondernemingen, zijn uitsluitend onderworpen aan de wetgeving, van kracht in het land, waar de zetel van de onderneming is gevestigd.
Nederlandse onderdanen, niet zijnde loonarbeiders of met dezen gelijkgestelden, zijn onderworpen aan de Franse wetgeving inzake de gezinstoelagen, indien zij in Frankrijk hun hoofdberoep uitoefenen. In geval zij geen enkel beroep uitoefenen, zijn zij onderworpen aan de Franse wetgeving inzake de gezinstoelagen, indien zij in Frankrijk hun gewone verblijfplaats hebben.
De hoogste administratieve autoriteiten van de verdragsluitende Staten kunnen in gemeen overleg uitzonderingen vaststellen op de regels van lid 1 en 3 van dit artikel. Zij kunnen eveneens overeenkomen, dat de uitzonderingen, bedoeld in het tweede lid, in bepaalde bijzondere gevallen buiten toepassing zullen blijven.
Artikel 4
Het bepaalde in het eerste lid van artikel 3 is van toepassing op loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, ongeacht hun nationaliteit, die werkzaam zijn in de diplomatieke of consulaire diensten van Frankrijk of Nederland of die in persoonlijke dienst zijn van ambtenaren der diplomatieke of consulaire diensten van deze landen. Het bepaalde in de vorige volzin is evenwel niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren en de beambten, behorende tot hun staf.
Het bepaalde in artikel 3, tweede lid, onder a, kan bij nadere overeenkomst tussen de Regeringen der verdragsluitende landen van toepassing worden verklaard op personen in diplomatieke of consulaire dienst van Nederland of Frankrijk, die de nationaliteit bezitten van het land, in welks dienst zij werkzaam zijn en die niet definitief gevestigd zijn in het land, waar zij werkzaam zijn, zelfs indien verwacht kan worden, dat hun werkzaamheid in dat land langer dan zes maanden zal duren.
Het bepaalde in de vorige volzin is eveneens van toepassing op ambtenaren in dienst van het ene land, die werkzaam zijn in het andere land en die niet zijn diplomatieke of consulaire beroepsambtenaren.
TITEL II. Bijzondere bepalingen
EERSTE HOOFDSTUK. Ziekteverzekering; moederschaps- en overlijdensuitkeringen
Artikel 5
Loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die zich van Frankrijk naar Nederland begeven of omgekeerd, genieten evenals de indirect-verzekerden, die in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling bij hen inwonen, de voordelen van de ziekteverzekering van dat land, voor zover:
- 1°. zij in dat land arbeid in loondienst of daarmede gelijkgestelde arbeid hebben verricht;
- 2°. de aandoening zich geopenbaard heeft na hun aankomst in het nieuwe land, tenzij de wetgeving, welke in dit land op hen van toepassing is, gunstiger voorwaarden bevat voor het doen ontstaan van aanspraken;
- 3°. zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om die voordelen te kunnen genieten of voldoen aan die, welke gesteld worden door de wetgeving van het land, dat zij verlaten hebben, waarbij rekening wordt gehouden met de in beide landen vervulde verzekeringsduur.
Artikel 6
De indirect-verzekerden van een loonarbeider of een met deze gelijkgestelde, die gewoonlijk verblijven op het grondgebied van het ene land, terwijl de arbeider zijn werkzaamheid uitoefent op het grondgebied van het andere land, genieten de voordelen in natura ingevolge het stelsel van sociale verzekering, dat van toepassing is in het land van hun verblijfplaats, zulks ten laste van de organen van dat land, terwijl de verzekeringstijdvakken, welke door de arbeider in het andere land zijn vervuld, worden gelijkgesteld met verzekeringstijdvakken, vervuld in het land van de verblijfplaats van de indirect-verzekerden.
Het bepaalde in dit artikel vindt geen toepassing in geval degene, voor wie de voordelen worden aangevraagd, zijn gewone verblijfplaats in het betrokken land eerst na het ongeval, na de aanvang van de ziekte of na de vermoedelijke datum der conceptie heeft gevestigd.
Artikel 7
Loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die zich van Frankrijk naar Nederland begeven of omgekeerd, genieten evenals de indirect-verzekerden, die in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling bij hen inwonen, de voordelen van de in dat land geldende voorzieningen bij moederschap, voor zover:
- 1°. zij in dat land arbeid in loondienst of daarmede gelijkgestelde arbeid hebben verricht;
- 2°. zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om die voordelen te kunnen genieten of voldoen aan die, welke gesteld worden door de wetgeving van het land, dat zij verlaten hebben, waarbij rekening wordt gehouden met de duur van de verzekering in het land, dat zij verlaten en de duur van de verzekering in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling.
Artikel 8
Loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die zich van het ene land naar het andere begeven, hebben aanspraak op de uitkeringen bij overlijden, geregeld in de Franse of de Nederlandse wetgeving, overeenkomstig de wetgeving van net land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling, voor zover:
- 1°. zij in dat land arbeid in loondienst of daarmede gelijkgestelde arbeid hebben verricht;
- 2°. zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om aanspraak op die uitkeringen te hebben of voldoen aan die, welke gesteld worden door de wetgeving van het land, dat zij verlaten hebben, waarbij rekening wordt gehouden met de duur van de verzekering in het land, dat zij verlaten en de duur van de verzekering in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling.
TWEEDE HOOFDSTUK. Invaliditeitsverzekering
Artikel 9
Voor loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die achtereenvolgens of om beurten in beide verdragsluitende landen in een of meer stelsels van invaliditeitsverzekering zijn opgenomen geweest, worden de verzekeringstijdvakken, welke onder die stelsels vervuld zijn en de tijdvakken, welke krachtens die stelsels met tijdvakken van verzekering zijn gelijkgesteld, onder voorwaarde, dat zij niet met elkaar samenvallen, tezamen in aanmerking genomen zowel met het oog op de vaststelling van het recht op uitkering in geld of in natura als met het oog op het behoud of het terugverkrijgen van dat recht.
De uitkeringen in geld ingevolge de invaliditeitsverzekering komen ten laste van het orgaan, dat bevoegd is overeenkomstig de wetgeving, welke van toepassing was op de belanghebbende op het tijdstip, waarop de ziekte of het ongeval voor het eerst geneeskundig is vastgesteld.
De uitkeringen worden gedaan overeenkomstig de bepalingen van vorenbedoelde wetgeving, waarbij rekening wordt gehouden met het totaal van de tijdvakken, gedurende welke de arbeiders achtereenvolgens of om beurten in beide verdragsluitende landen krachtens een of meer stelsels van invaliditeitsverzekering verzekerd zijn geweest, en de tijdvakken, welke krachtens bedoelde stelsels met tijdvakken van verzekering zijn gelijkgesteld. De tijdvakken, welke in Frankrijk vervuld zijn, worden met betrekking tot de Nederlandse wetgeving in voorkomend geval met tijdvakken, waarover premie is betaald, gelijkgesteld.
Indien in het begin van het kalenderkwartaal, in de loop waarvan de ziekte is ontstaan, de invalide, die vroeger onderworpen was aan een stelsel van invaliditeitsverzekering van het andere land, niet sedert tenminste een jaar onderworpen was aan de wetgeving van het land, waar de ziekte is vastgesteld, ontvangt hij van het bevoegde orgaan van het andere land de uitkeringen in geld overeenkomstig de wetgeving van dat land. Deze bepaling is niet van toepassing indien de invaliditeit het gevolg is van een ongeval.
In het geval dat de uitkeringen in geld, toegekend aan loonarbeiders of met dezen gelijkgestelden, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, ten laste komen van een Frans orgaan, komen die uitkeringen in mindering op die, welke eventueel uit hoofde van het Nederlandse stelsel van invaliditeitsverzekering voor dezelfde invaliditeit krachtens de eigen Nederlandse wetgeving zouden kunnen worden verstrekt.
Artikel 10
Indien de verzekerde, na schorsing of intrekking van zijn invaliditeitsrente daarop opnieuw aanspraak kan maken, wordt de uitbetaling der rente hervat door het orgaan, dat de rente of schadeloosstelling oorspronkelijk had toegekend, indien de invaliditeit het gevolg is van de ziekte of het ongeval, op grond waarvan de rente oorspronkelijk was toegekend.
Artikel 11
Degenen, die in het genot zijn van een invaliditeitsrente ingevolge de Franse of de Nederlandse wetgeving en die hun verblijfplaats van het ene land naar het andere overbrengen, behouden, zolang zij in een van de verdragsluitende landen verblijven, hun aanspraak op die rente en op de toeslagen daarop onder dezelfde voorwaarden, alsof zij niet van verblijfplaats waren veranderd.
Artikel 12
Een invaliditeitsrente wordt in voorkomend geval omgezet in een ouderdomsrente onder de voorwaarden, geregeld in de wetgeving, krachtens welke zij werd toegekend. De hiernavolgende bepalingen van het derde hoofdstuk van deze titel zijn in voorkomend geval hierbij van toepassing.
Artikel 13
De hoogste administratieve autoriteiten van de verdragsluitende Staten zullen in gemeen overleg regelingen treffen voor de medische en administratieve controle van de invaliden.
DERDE HOOFDSTUK. Ouderdomsverzekering en verzekering bij overlijden (renten)
Artikel 14
Voor loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die achtereenvolgens of om beurten in beide verdragsluitende landen in een of meer stelsels van ouderdomsverzekering of verzekering bij overlijden (renten) zijn opgenomen geweest, worden de verzekeringstijdvakken, welke onder die stelsels vervuld zijn en de tijdvakken, welke krachtens die stelsels met tijdvakken van verzekering zijn gelijkgesteld, onder voorwaarde, dat zij niet met elkaar samenvallen, tezamen in aanmerking genomen zowel met het oog op de vaststelling van het recht op uitkering als met het oog op het behoud en het terugverkrijgen van dat recht. De tijdvakken, welke in Frankrijk vervuld zijn, worden met betrekking tot de Nederlandse wetgeving in voorkomend geval met tijdvakken, waarover premie is betaald, gelijkgesteld.
Indien een bijzondere wetgeving of regeling van een van de verdragsluitende landen de toekenning van bepaalde voordelen afhankelijk stelt van voorwaarde, dat de verzekeringstijdvakken vervuld zijn in een beroep, waarvoor een bijzondere verzekeringsregeling geldt, worden voor de toekenning van die voordelen slechts medegerekend tijdvakken, welke vervuld zijn onder de overeenkomstige bijzondere regeling of regelingen van het andere land. Indien in een van de verdragsluitende landen voor dat beroep geen bijzondere regeling bestaat, worden de tijdvakken, welke in dat beroep onder een van de stelsels, bedoeld in lid 1 van dit artikel, vervuld zijn, niettemin tezamen in aanmerking genomen.
De voordelen, waarop een verzekerde aanspraak kan maken vanwege elk der betrokken organen, worden, in beginsel, bepaald aan de hand van het bedrag der voordelen, waarop hij aanspraak zou hebben gehad, indien het totaal van de tijdvakken, bedoeld in lid 1 van dit artikel, onder de wetgeving van het betrokken land zou zijn vervuld, zulks in verhouding tot de duur der tijdvakken, onder die wetgeving vervuld.
Elk orgaan bepaalt overeenkomstig de eigen wetgeving en rekening houdend met het totaal van de verzekeringstijdvakken, zonder onderscheid in welk van beide verdragsluitende landen zij zijn vervuld, of belanghebbende voldoet aan de voorwaarden voor het hebben van aanspraak op de uitkeringen ingevolge die wetgeving.
Elk orgaan berekent, hoeveel het bedrag van de uitkering in geld, waarop belanghebbende aanspraak zou hebben gehad, indien alle verzekeringstijdvakken in hun geheel uitsluitend onder de eigen wetgeving waren vervuld, zou hebben bedragen en stelt vervolgens het bedrag der verschuldigde uitkering vast in verhouding tot de duur van de tijdvakken, welke onder de eigen wetgeving vervuld zijn.
Artikel 15
Indien een verzekerde met inachtneming van het totaal der tijdvakken, bedoeld in lid 1 van artikel 14, op hetzelfde tijdstip niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld door de wettelijke regelen van de twee landen, wordt zijn recht op rente vastgesteld ten opzichte van elke wetgeving, naarmate hij aan die voorwaarden voldoet.
Artikel 16
In Nederland zowel als in Frankrijk komen voor de toepassing van lid 3 van artikel 14 slechts in aanmerking verzekeringstijdvakken, welke als zodanig gelden ten opzichte van de regeling, waaronder zij vervuld zijn en waarvan de duur ten minste een jaar bedraagt.
VIERDE HOOFDSTUK. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de invaliditeits- en ouderdomsverzekering
Artikel 17
Iedere verzekerde kan op het tijdstip, waarop zijn aanspraak op een rente ontstaat, afzien van de voordelen, welke de artikelen 9 en 14 van dit verdrag hem bieden. De voordelen, waarop hij aanspraak kan doen gelden krachtens de wetgevingen van elk der landen, zullen dan afzonderlijk worden vastgesteld door de betrokken organen, onafhankelijk van de verzekeringstijdvakken of de daarmede gelijkgestelde tijdvakken, welke vervuld zijn in het andere land.
De verzekerde is bevoegd opnieuw een keuze te doen tussen de voordelen van artikel 14 en die van dit artikel, wanneer hij daar belang bij heeft, hetzij tengevolge van een wijziging in de wetgeving van een der beide landen, hetzij in verband met zijn verhuizing van het ene naar het andere land, hetzij in het geval, bedoeld in artikel 15, op het tijdstip, waarop hij een nieuw recht op een rente verkrijgt krachtens een der op hem van toepassing zijnde wetgevingen.
Artikel 18
Voor loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die in Frankrijk verplicht verzekerd zijn geweest vóór de leeftijd van 35 jaar, wordt de leeftijd van 35 jaar, bedoeld in artikel 33 van de Nederlandse Invaliditeitswet, vervangen door de leeftijd van 65 jaar en het bedrag van f 3000, bedoeld in artikel 4 van genoemde wet, door het bedrag van f 3750.
In het geval, bedoeld in het vorige lid, is artikel 372 van de Nederlandse Invaliditeitswet niet van toepassing ten aanzien van de verzekerde, die nimmer verplicht verzekerd is geweest ingevolge die wet en die de leeftijd van 35 jaar heeft overschreden; voor de toepassing van artikel 75 van genoemde wet wordt de verplichte verzekering geacht te zijn aangevangen van zijn 35e jaar af.
VIJFDE HOOFDSTUK. Bedrijfsongevallen en beroepsziekten
Artikel 19
Onderdanen van elk der beide landen zijn niet onderworpen aan de bepalingen, voorkomende in de wetten of voorschriften betreffende bedrijfsongevallen en beroepsziekten van een der beide landen, welke de rechten van vreemdelingen beperken of het vervallen van hun rechten verbinden uitsluitend aan het feit, dat zij in het andere land verblijf houden.
Artikel 20
Verhogingen van of aanvullende uitkeringen op ongevallenrenten, toegekend krachtens de in elk der beide landen geldende wettelijke voorschriften, worden eveneens uitbetaald aan de personen, bedoeld in artikel 19, die hun verblijfplaats van het ene land naar het andere overbrengen.
Artikel 21
Indien een arbeider, die van de zijde van een der verdragsluitende landen in het genot is gesteld van een schadeloosstelling wegens een beroepsziekte, terzake van een ziekte van dezelfde aard rechten doet gelden op schadeloosstelling ten opzichte van de wetgeving van zijn nieuwe plaats van tewerkstelling in het andere land, zal hij aan het bevoegde orgaan van dit laatste land opgave moeten doen van de uitkeringen en schadeloosstellingen, welke hij tot dusverre ontvangen heeft wegens dezelfde ziekte.
Het orgaan, dat de nieuwe uitkeringen en schadeloosstellingen betalen moet, zal rekening houden met de vroegere uitkeringen alsof deze te zijnen laste waren geweest.
TITEL III. Algemene en bijzondere bepalingen
EERSTE HOOFDSTUK. Administratieve samenwerking
Artikel 22
De bevoegde autoriteiten en der organen der sociale zekerheid van beide verdragsluitende landen verlenen elkander wederzijdse bijstand in dezelfde mate alsof het de toepassing van hun eigen wetgeving inzake de sociale zekerheid betrof.
Artikel 23
De vrijstelling van registratierechten, griffierechten, zegelrechten en consulaire rechten, geregeld bij de wetgeving van een der beide landen met betrekking tot de bescheiden, welke overgelegd moeten worden aan de administraties of de uitvoeringsorganen der sociale zekerheid van dat land, wordt uitgebreid tot de overeenkomstige bescheiden, welke met het oog op de toepassing van dit verdrag moeten worden overgelegd aan de administraties of de uitvoeringsorganen der sociale zekerheid van het andere land.
Alle akten, documenten en stukken van welke aard ook, over te leggen ter uitvoering van dit verdrag, zijn vrijgesteld van legalisatie door diplomatieke en consulaire autoriteiten.
Artikel 24
Schrifturen, welke met betrekking tot de toepassing van dit verdrag door degenen, ten bate van wie dit verdrag strekt, worden gericht tot de bevoegde uitvoeringsorganen, autoriteiten en rechtsprekende organen van een der contracterende partijen, zullen worden gesteld in een der officiële talen van het ene of het andere land.
Artikel 25
Aanvragen of beroepsschriften, welke binnen een bepaalde termijn moeten worden ingediend bij een autoriteit of uitvoeringsorgaan van een der contracterende partijen, bevoegd om kennis te nemen van aanvragen of beroepen op het gebied van sociale zekerheid, worden als ontvankelijk beschouwd, wanneer zij binnen dezelfde termijn zijn ingediend bij een overeenkomstige autoriteit of een overeenkomstig uitvoeringsorgaan van het andere land. In dit geval zal deze laatste autoriteit of dit laatste uitvoeringsorgaan de aanvrage of het beroepsschrift onverwijld aan het bevoegde orgaan moeten doen toekomen.
Artikel 26
De hoogste administratieve autoriteiten van de verdragsluitende Staten zullen zonder tussenkomst van andere instanties de nadere maatregelen vaststellen ter uitvoering van dit verdrag of van de aanvullende overeenkomsten, voorzien bij dit verdrag, in zover deze maatregelen een onderlinge regeling noodzakelijk maken. Dezelfde autoriteiten zullen elkaar te juister tijd mededeling doen van wijzigingen, aangebracht in de in artikel 2 bedoelde wetgevingen of regelingen van hun land.
De hoogste administratieve autoriteiten van de verdragsluitende landen zullen in gemeenschappelijk overleg maatregelen treffen ter voorkoming van samenloop van uitkeringen in geval de toepassing van de wettelijke of bijzondere regelingen van beide verdragsluitende landen en van dit verdrag tot gevolg zou hebben, dat gelijktijdig rechten op uitkeringen ten laste van de uitvoeringsorganen der sociale zekerheid van beide landen zouden ontstaan.
De bevoegde autoriteiten of diensten van elk der verdragsluitende landen zullen elkaar mededeling doen van alle maatregelen in hun eigen land genomen met betrekking tot de uitvoering van dit verdrag.
Artikel 27
In elk der verdragsluitende landen worden als hoogste administratieve autoriteiten in de zin van dit verdrag beschouwd de Ministers, die, ieder voor zoveel hem aangaat, met de uitvoering der in artikel 2 genoemde wettelijke regelingen zijn belast.
TWEEDE HOOFDSTUK. Bijzondere bepalingen
Artikel 28
De uitvoeringsorganen, welke ingevolge dit verdrag uitkeringen verschuldigd zijn, kunnen deze rechtsgeldig voldoen door betaling in de munt van hun land. Ingeval in een der verdragsluitende landen beperkende deviezenvoorschriften zouden worden vastgesteld, zullen door de beide Regeringen in onderling overleg onverwijld maatregelen worden getroffen ten einde de overmaking van overeenkomstig de bepalingen van dit verdrag verschuldigde bedragen over en weer te verrekenen.
Artikel 29
Er wordt niet afgeweken van de regels, voorzien in de bij artikel 2 bedoelde wetgevingen, inzake de deelneming der verzekerden aan verkiezingen, waartoe het stelsel van uitvoering der sociale zekerheid aanleiding geeft.
Artikel 30
De formaliteiten, ingevolge de wetten of voorschriften van een der verdragsluitende landen vereist voor het uitbetalen der sociale zekerheidsuitkeringen buiten de grenzen van het eigen land, zijn gelijkelijk en onder dezelfde voorwaarden als ten aanzien van de eigen onderdanen van toepassing op de personen, die krachtens dit verdrag aanspraak op uitkeringen hebben.
Artikel 31
De regelingen, nodig voor de toepassing van dit verdrag met betrekking tot de verschillende takken van sociale zekerheid, vervat in de wettelijke en bijzondere regelingen, bedoeld in artikel 2, zullen worden getroffen bij een of meerdere aanvullende overeenkomsten. Deze overeenkomsten zullen betrekking kunnen hebben op het gehele gebied der verdragsluitende landen of op slechts een deel daarvan.
Overeenkomstig de beginselen van dit verdrag zal in het bijzonder ten behoeve van de mijnwerkers een nadere aanvullende overeenkomst gesloten worden.
Artikel 32
Alle geschillen betreffende de toepassing van dit verdrag zullen door de hoogste administratieve autoriteiten van elk der verdragsluitende Staten in gemeen overleg worden geregeld.
Indien het niet mogelijk mocht blijken op de wijze, bedoeld in het eerste lid, een oplossing te verkrijgen, zal het geschil worden beslist overeenkomstig een scheidsrechterlijke procedure, vastgesteld bij een tussen de beide Regeringen aan te gaan compromis. Het scheidsrechterlijke orgaan zal het geschil beslechten volgens de fundamentele beginselen en de geest van dit verdrag.
Artikel 33
Dit verdrag zal worden bekrachtigd en de oorkonden van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk te Parijs worden uitgewisseld.
Het verdrag zal in werking treden op de eerste dag van de maand, welke volgt op de uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden, behoudens voor zoveel betreft de invaliditeits-, ouderdoms- en overlijdensverzekering voor mijnarbeiders, waarvoor later bij de aanvullende overeenkomst, bedoeld in artikel 31, een regeling zal worden getroffen.
De datum van inwerkingtreding van de aanvullende overeenkomsten, bedoeld in artikel 3, zal in bedoelde overeenkomsten worden bepaald.
De uitkeringen, waarvan de uitbetaling geschorst is tengevolge van de toepassing van in een der verdragsluitende landen van kracht zijnde bepalingen, welke het doen van uitkeringen in het buitenland verbieden, zullen worden uitbetaald vanaf de eerste dag van de maand, welke volgt op het in werking treden van dit verdrag. De uitkeringen, welke om dezelfde reden aan de betrokkenen niet konden worden toegekend, zullen worden toegekend en uitbetaald vanaf dezelfde datum.
Het bepaalde in dit lid vindt slechts toepassing, indien de desbetreffende aanvrage wordt ingediend binnen een jaar na het inwerking treden van dit verdrag.
De rechten van Franse of Nederlandse onderdanen, wier ouderdomspensioen of rente vóór het in werking treden van dit verdrag is toegekend, kunnen op verzoek van de belanghebbenden worden herzien.
De herziening zal tot gevolg hebben, dat aan de betrokkenen, te rekenen van de eerste dag der maand, welke volgt op de inwerkingtreding van dit verdrag, dezelfde rechten worden toegekend als waarop zij aanspraak zouden hebben gehad, indien dit verdrag van kracht was geweest op het tijdstip van de toekenning van het pensioen of de rente.
De aanvullende overeenkomsten, bedoeld in artikel 31, zullen de voorwaarden en formaliteiten vaststellen, waarop vroeger toegekende pensioenen en renten zullen worden herzien ten einde de toekenning dier pensioenen en renten in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit verdrag en van de vorenbedoelde overeenkomsten. Indien de vroeger verkregen rechten zijn afgekocht, zal geen herziening plaats vinden.
Artikel 34
Dit verdrag wordt gesloten voor de tijd van één jaar. Het zal stilzwijgend van jaar tot jaar worden verlengd, behoudens opzegging, welke drie maanden vóór afloop van de termijn moet plaats vinden.
Ingeval van opzegging zullen de bepalingen van dit verdrag en van de aanvullende overeenkomsten, bedoeld in artikel 31, van toepassing blijven op de verkregen rechten, ondanks de beperkende bepalingen, welke de betrokken wetgevingen bevatten ten aanzien van een verzekerde, die in het buitenland verblijft.
Ten aanzien van aanspraken uit hoofde van verzekeringsperioden, vervuld vóór de datum, waarop dit verdrag zal ophouden van kracht te zijn, zullen de bepalingen van dit verdrag haar gelding behouden onder voorwaarden, welke nader moeten worden geregeld bij aanvullende overeenkomsten.
De ondergetekenden, vertegenwoordigende de Nederlandse en Franse Regeringen, bezield met de wens de rechtspositie met betrekking tot de sociale zekerheid van de Belgische, Britse, Italiaanse, Poolse, Tsjechische en Luxemburgse onderdanen, alsmede die van het Saargebied, die beurtelings of achtereenvolgens werkzaam zijn of werkzaam geweest zijn in Nederland of in Frankrijk, te regelen, zijn overeengekomen het Algemeen Frans-Nederlandse Verdrag inzake de sociale zekerheid, getekend te 's-Gravenhage, de 7de Januari 1950, als volgt aan te vullen.
Artikel 1
Loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden van Belgische, Britse, Italiaanse, Poolse, Tsjechische en Luxemburgse nationaliteit, alsmede die afkomstig uit het Saargebied, die beurtelings of achtereenvolgens in Nederland en in Frankrijk werkzaam zijn of werkzaam geweest zijn, genieten, met inachtneming van het bij dit Accoord gemaakte voorbehoud, de voordelen van de bepalingen van het Algemeen Frans-Nederlandse Verdrag inzake de sociale zekerheid van 7 Januari 1950.
Artikel 2
Voorzover de bepalingen van het in artikel 1 bedoelde Verdrag het genot van zekere voordelen afhankelijk stelt van voorwaarden betreffende de woonplaats, hebben deze slechts betrekking op de woonplaats binnen het gebied van Nederland of van Frankrijk.
Artikel 3
De hoogste Nederlandse en Franse administratieve autoriteiten zullen in gemeen overleg de noodzakelijke regelen vaststellen tot uitvoering van dit Accoord. Het Accoord zal voor Belgische, Britse, Italiaanse, Poolse, Tsjechische en Luxemburgse onderdanen, alsmede voor die van het Saargebied, op verschillende tijdstippen, welke in gemeen overleg tussen Frankrijk en Nederland zullen worden vastgesteld, in werking treden.
En foi de quoi, les plénipotentiaires respectifs ont signé la présente convention et l'ont revêtue de leurs cachets.
Fait en double exemplaire à La Haye, le 7 janvier 1950.
STIKKER.
A. M. JOEKES.
J. P. GARNIER.
P. SEGELLE.