Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Irak, anderzijds
Artikel 54. Behandeling van inschrijvingen en plaatsing van opdrachten
De aanbestedende dienst neemt bij het ontvangen, openen en behandelen van inschrijvingen procedures in acht die garanderen dat het aanbestedingsproces eerlijk en onpartijdig verloopt en de inschrijvingen vertrouwelijk worden behandeld.
Indien een inschrijving door de aanbestedende dienst pas na het verstrijken van de vastgestelde termijn wordt ontvangen, mag de betrokken leverancier daarvan geen nadelige gevolgen ondervinden indien de vertraging uitsluitend te wijten is aan onjuiste afhandeling door de aanbestedende dienst.
Indien de aanbestedende dienst een leverancier de gelegenheid biedt om tussen de opening van de offertes en de gunning van de opdracht onbedoelde vormfouten te corrigeren, biedt de aanbestedende dienst alle deelnemende leveranciers daartoe de gelegenheid.
Om voor gunning in aanmerking te komen, moet een inschrijving schriftelijk worden ingediend, bij de opening voldoen aan de essentiële vereisten die in de berichten betreffende de aanbesteding en het aanbestedingsdossier zijn opgenomen, en afkomstig zijn van een leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet.
Tenzij de aanbestedende dienst besluit dat het niet in het algemeen belang is de opdracht te plaatsen, gunt hij de opdracht aan de leverancier die volgens de bevindingen van de aanbestedende dienst in staat is de voorwaarden van de opdracht te vervullen en van wie de inschrijving, beoordeeld aan de hand van alleen de evaluatiecriteria in de berichten betreffende de aanbesteding of in het aanbestedingsdossier de voordeligste is, ofwel, wanneer de prijs het enige criterium is, de laagste prijs biedt.
Wanneer een instantie een inschrijving ontvangt met een prijs die in verhouding tot de andere inschrijvingen offertes abnormaal laag is, kan zij inlichtingen inwinnen bij de inschrijver om zich ervan te vergewissen dat deze aan de deelnemingsvoorwaarden kan voldoen en in staat is de opdracht volgens de gestelde voorwaarden tot een goed einde te brengen.
Een aanbestedende dienst mag geen gebruik maken van opties, een aanbesteding annuleren of gegunde opdrachten wijzigen op een wijze die in strijd is met zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst.
Artikel 55. Transparantie op het gebied van overheidsopdrachten
Aanbestedende diensten stellen de deelnemende leveranciers onverwijld in kennis van besluiten aangaande de plaatsing van een opdracht en doen dat desgevraagd schriftelijk. Met inachtneming van artikel 56, leden 2 en 3, stelt de aanbestedende dienst een afgewezen leverancier op diens verzoek in kennis van de redenen voor de afwijzing van zijn inschrijving en van de relatieve voordelen van de inschrijving van de gekozen leverancier.
Uiterlijk 72 dagen na de gunning van een opdracht die onder dit hoofdstuk valt, publiceert de aanbestedende dienst een bericht in het passende gedrukte of elektronische medium als vermeld in aanhangsel III. Wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van een elektronisch medium, dient de informatie gedurende een redelijke termijn gemakkelijk toegankelijk te blijven. In het bericht wordt in ieder geval de informatie opgenomen die in aanhangsel VII van bijlage 1 bij deze overeenkomst is vermeld.
Artikel 56. Bekendmaking van informatie
Indien de andere partij daarom verzoekt, verstrekt een partij onverwijld alle informatie die nodig is om te bepalen of de aanbesteding eerlijk, onpartijdig en overeenkomstig dit hoofdstuk is verlopen, met inbegrip van informatie over de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van de gekozen leverancier. Wanneer het bekendmaken van dergelijke informatie de mededinging bij latere aanbestedingen zou verstoren, wordt deze informatie door de partij die haar ontvangt pas vrijgegeven na overleg met en instemming van de partij die de informatie heeft verstrekt.
Behoudens andere bepalingen van dit hoofdstuk verstrekt een partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, geen informatie aan leveranciers die afbreuk zou kunnen doen aan de concurrentie tussen leveranciers.
Niets in dit hoofdstuk mag zodanig worden uitgelegd dat een partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, autoriteiten en toetsingsinstanties, verplicht wordt vertrouwelijke informatie openbaar te maken waarvan de openbaarmaking de rechtshandhaving zou bemoeilijken, de eerlijke concurrentie tussen leveranciers zou kunnen schaden, de legitieme handelsbelangen van bepaalde personen, met inbegrip van de bescherming van de intellectuele eigendom, zou schaden, of anderszins in strijd zou zijn met het algemeen belang.
Artikel 57. Binnenlandse toetsingsprocedures
Elke partij voorziet in een snelle, doeltreffende, transparante en niet-discriminerende procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing, waarmee een leverancier beroep kan instellen tegen:
- a. een inbreuk op dit hoofdstuk; of
- b. indien de leverancier overeenkomstig het binnenlandse recht van de partij niet rechtstreeks beroep kan instellen tegen een inbreuk op het hoofdstuk, tegen niet-nakoming van de maatregelen die een partij tot uitvoering van dit hoofdstuk heeft ingesteld,
die zich voordoet in het kader van een onder dit hoofdstuk vallende aanbesteding waarbij de leverancier belang heeft of heeft gehad. De procedurele regels voor alle beroepsprocedures worden op schrift gesteld en openbaar gemaakt.
Indien een leverancier in het kader van een aanbestedingsprocedure waarbij hij een belang heeft of heeft gehad een klacht indient wegens inbreuk of niet-naleving als bedoeld in lid 1, moedigt de betrokken partij haar aanbestedende dienst en de leverancier aan het geschil door overleg te beslechten. De aanbestedende dienst neemt dergelijke klachten tijdig en onbevooroordeeld in beraad op een wijze die geen afbreuk doet aan de deelname van de leverancier aan lopende of toekomstige aanbestedingen of aan diens recht om door middel van de procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing te verkrijgen dat de inbreuk ongedaan wordt gemaakt.
Iedere leverancier krijgt voldoende tijd om een beroep voor te bereiden en in te dienen; deze termijn is ten minste tien dagen vanaf het tijdstip waarop de grond voor het beroep voor de leverancier bekend is geworden of redelijkerwijs bekend had kunnen worden.
Door elke partij wordt ten minste één onpartijdige en van de aanbestedende diensten onafhankelijke bestuurlijke of rechterlijke autoriteit ingesteld of aangewezen om een beroep door een leverancier in het kader van een aanbesteding waarop dit hoofdstuk van toepassing is, te ontvangen en te beoordelen.
Indien een beroep in eerste aanleg wordt beoordeeld door een andere instantie dan een van de in lid 4 bedoelde autoriteiten, ziet de partij erop toe dat de leverancier tegen de oorspronkelijke beslissing beroep kan instellen bij een onpartijdige bestuurlijke of rechterlijke instantie die onafhankelijk is van de aanbestedende dienst die de aanbesteding heeft uitgeschreven waarop het beroep betrekking heeft. Indien het een niet-rechterlijke beroepsinstantie betreft, moet hoger beroep bij een rechterlijke instantie mogelijk zijn of moeten de regels inzake procesvoering bepalen dat:
- a. de aanbestedende dienst schriftelijk op het beroep reageert en alle relevante documenten aan de beroepsinstantie ter beschikking stelt;
- b. de partijen bij de procedure het recht hebben te worden gehoord alvorens de beroepsinstantie een beslissing neemt over het beroep;
- c. de partijen bij de procedure het recht hebben zich te laten vertegenwoordigen en vergezellen;
- d. de partijen bij de procedure toegang hebben tot alle zittingen in het kader van de procedure;
- e. de partijen het recht hebben te verzoeken dat de procedure in het openbaar plaatsvindt en dat getuigen deze mogen bijwonen; en
- f. beslissingen of aanbevelingen betreffende door een leverancier ingesteld beroep tijdig schriftelijk worden uitgevaardigd en gevallen voorzien zijn van een motivering.
Elke partij stelt procedures in, of handhaaft deze, die voorzien in:
- a. snelle voorlopige maatregelen die de mogelijkheid van de leverancier om aan de aanbesteding deel te nemen in stand houden. Dergelijke voorlopige maatregelen kunnen aanleiding geven tot opschorting van de aanbestedingsprocedure. Er kan worden bepaald dat bij het nemen van de beslissing over het al dan niet toepassen van dergelijke maatregelen rekening mag worden gehouden met doorslaggevende negatieve gevolgen voor de belangen die op het spel staan, waaronder het algemeen belang. De redenen van het besluit om geen maatregelen te nemen, worden schriftelijk bekendgemaakt; en
- b. corrigerende maatregelen of compensatie voor het geleden verlies of de geleden schade, indien de beroepsinstantie heeft bepaald dat een inbreuk of niet-naleving als bedoeld in lid 1 heeft plaatsgevonden; deze corrigerende maatregelen of compensatie kunnen beperkt blijven tot de voor het opstellen van de inschrijving en/of het indienen van de klacht gemaakte kosten.
Artikel 58. Verdere onderhandelingen
De partijen toetsen jaarlijks de doeltreffende werking van dit hoofdstuk en de wederzijdse openstelling van de markt voor overheidsopdrachten. Uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst openen de partijen onderhandelingen over uitbreiding van de lijst(en) van onder deze aanbestedingsregels vallende diensten in de subbijlagen 1 en 2 bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst.
In de context van de onderhandelingen over de toetreding van Irak tot de WTO zal Irak zijn verbintenis erkennen om toe te treden tot de multilaterale overeenkomst inzake overheidsopdrachten.
Artikel 59. Asymmetrische regeling en overgangsmaatregelen
Gelet op de behoeften inzake ontwikkeling, financiën en handel komt Irak in aanmerking voor de volgende overgangsmaatregel:
Irak mag een tijdelijk prijspreferentieprogramma instellen dat voorziet in een prijsverschil van 5% voor goederen en diensten en van 10% voor werken, dat van toepassing is op leveringen en diensten van leveranciers die volledig in Iraakse handen zijn.
Dit prijspreferentieprogramma wordt binnen tien jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst gefaseerd afgeschaft.
HOOFDSTUK III. BESCHERMING VAN INTELLECTUELE EIGENDOM
Artikel 60. Aard en toepassingsgebied van de verbintenissen
Overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en in bijlage 2 bij deze overeenkomst stelt Irak binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst wetgeving vast ter waarborging van een adequate en effectieve bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten overeenkomstig de strengste internationale normen, waaronder de voorschriften die zijn vastgesteld bij de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom in bijlage 1C bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (hierna „TRIPs-overeenkomst” genoemd), alsmede effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.
Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst treedt Irak toe tot de in punt 2 van bijlage 2 bij deze overeenkomst bedoelde multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten waarbij de lidstaten partij zijn of die de facto door de lidstaten worden toegepast overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van die overeenkomsten.
Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst voldoet Irak aan de in punt 3 van bijlage 2 bij deze overeenkomst bedoelde multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten waarbij een of meer lidstaten partij zijn of die de facto door een of meer lidstaten worden toegepast overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van die overeenkomsten.
De tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage 2 bij deze overeenkomst wordt door de partijen regelmatig getoetst. Bij het opstellen van de wetgeving of indien zich problemen voordoen op het gebied van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten die het handelsverkeer beïnvloeden, wordt op verzoek van een partij spoedoverleg gevoerd, teneinde tot wederzijds bevredigende oplossingen te komen. Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst openen de partijen onderhandelingen over nadere bepalingen inzake intellectuele-eigendomsrechten.
Elke partij kent aan onderdanen van de andere partij een behandeling toe die niet minder gunstig is dan de behandeling die zij toekent aan haar eigen onderdanen met betrekking tot de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, onder voorbehoud van de uitzonderingen die reeds bepaald zijn in de internationale instrumenten die in bijlage 2 bij deze overeenkomst zijn opgenomen of van tijd tot tijd kunnen worden opgenomen, vanaf het moment dat zij door de betrokken partij zijn bekrachtigd.
Ten aanzien van de erkenning en bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom kent Irak vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan vennootschappen en onderdanen van de Unie een behandeling toe die niet minder gunstig is dan de behandeling die Irak op grond van bilaterale overeenkomsten aan derde landen toekent.
AFDELING VI. BESLECHTING VAN GESCHILLEN
HOOFDSTUK I. DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 61. Doel
Het doel van deze afdeling is geschillen tussen de partijen te vermijden en te beslechten teneinde waar mogelijk tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.
Artikel 62. Toepassingsgebied
Deze afdeling is van toepassing op alle geschillen betreffende de interpretatie en toepassing van de bepalingen van titel II van deze overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
HOOFDSTUK II. OVERLEG
Artikel 63. Overleg
De partijen streven ernaar elk geschil over de interpretatie en toepassing van de in artikel 62 bedoelde bepalingen op te lossen door te goeder trouw overleg te voeren, teneinde tot een snelle en billijke onderling overeengekomen oplossing te komen.
Wanneer een partij de andere partij om overleg verzoekt, doet zij dat schriftelijk en geeft zij daarbij aan om welke maatregel het gaat en welke van de in artikel 62 bedoelde bepalingen zij van toepassing acht. Een afschrift van het verzoek wordt aan het samenwerkingscomité overgemaakt.
Het overleg wordt binnen 30 dagen na de datum van indiening van het verzoek gehouden en vindt, tenzij de partijen anders overeenkomen, plaats op het grondgebied van de partij waartegen de klacht gericht is. Dertig dagen na de datum van indiening van het verzoek wordt het overleg geacht te zijn afgesloten, tenzij beide partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. Alle tijdens het overleg verstrekte informatie wordt vertrouwelijk behandeld.
Overleg over urgente kwesties, zoals over bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, vindt plaats binnen vijftien dagen na de datum van indiening van het verzoek en wordt vijftien dagen na de datum van indiening van het verzoek geacht te zijn afgesloten.
Indien het overleg niet binnen de in lid 3 respectievelijk lid 4 genoemde termijnen plaatsvindt, of indien het overleg is afgesloten zonder dat een onderling overeengekomen oplossing kon worden bereikt, kan de klagende partij verzoeken om de instelling van een arbitragepanel overeenkomstig artikel 64.
HOOFDSTUK III. PROCEDURES VOOR DE BESLECHTING VAN GESCHILLEN
Artikel 64. Inleiding van de arbitrageprocedure
Wanneer de partijen er niet in zijn geslaagd het geschil door middel van het in artikel 63 bedoelde overleg op te lossen, kan de klagende partij verzoeken om de instelling van een arbitragepanel.
Het verzoek om instelling van een arbitragepanel wordt schriftelijk gedaan bij de partij waartegen de klacht gericht is en bij het samenwerkingscomité. De klagende partij vermeldt in haar verzoek welke specifieke maatregel in het geding is en legt uit, op zodanige wijze dat de rechtsgrond van de klacht duidelijk is, waarom die maatregel een inbreuk op de in artikel 62 bedoelde bepalingen is.
Artikel 65. Instelling van het arbitragepanel
Een arbitragepanel bestaat uit drie scheidsrechters.
Binnen tien dagen na de datum van indiening van het verzoek aan het samenwerkingscomité tot instelling van een arbitragepanel voeren de partijen overleg over de samenstelling van het panel.
Wanneer de partijen binnen de in lid 2 genoemde termijn geen overeenstemming over de samenstelling van het arbitragepanel bereiken, kan elk van de partijen de voorzitter van het samenwerkingscomité of diens afgevaardigde verzoeken de drie panelleden door loting aan te wijzen uit de in artikel 78 bedoelde lijst, te weten één lid uit de personen die zijn aangewezen door de klagende partij, één lid uit de personen die zijn aangewezen door de partij waartegen de klacht gericht is en één lid uit de personen die door de partijen zijn aangewezen om als voorzitter te fungeren. Wanneer de partijen het over één of meer leden van het arbitragepanel eens zijn, worden de overige leden volgens dezelfde procedure geselecteerd uit de toepasselijke lijst van mogelijke panelleden.
De voorzitter van het samenwerkingscomité of diens afgevaardigde wijst de scheidsrechters aan in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van elk van de partijen, binnen vijf dagen na het in lid 3 bedoelde verzoek.
De datum van instelling van het arbitragepanel is de datum waarop de drie scheidsrechters worden aangewezen.
Indien een of meer van de in artikel 78 bedoelde lijsten niet beschikbaar zijn wanneer een verzoek als bedoeld in lid 3 wordt ingediend, worden de drie scheidsrechters door loting aangewezen uit de personen die door een van de partijen of door beide partijen formeel zijn voorgesteld.
Artikel 66. Tussentijds panelverslag
Het arbitragepanel legt binnen 90 dagen na zijn instelling een tussentijds verslag aan de partijen voor, waarin de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasbaarheid van de desbetreffende bepalingen, alsmede de beweegredenen die aan de eventuele conclusies en aanbevelingen van het panel ten grondslag liggen, worden vermeld. Elke partij kan binnen vijftien dagen nadat zij van het tussentijds verslag in kennis is gesteld het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het verslag te heroverwegen. De bevindingen van het eindverslag van het arbitragepanel bevatten een toereikende motivering van de redenering die in het tussentijds verslag is opgenomen en een duidelijk antwoord op de vragen en opmerkingen van beide partijen.
Artikel 67. Uitspraak van het arbitragepanel
Het arbitragepanel maakt zijn uitspraak binnen 120 dagen na zijn instelling aan de partijen en aan het samenwerkingscomité bekend. Wanneer het van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het samenwerkingscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn werk denkt te kunnen voltooien. In geen geval mag de uitspraak later dan 150 dagen na de instelling van het arbitragepanel worden bekendgemaakt.
In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn uitspraak bekend te maken binnen zestig dagen na de datum waarop het is ingesteld. De maximumtermijn is in geen geval langer dan 75 dagen na de instelling van het panel. Het arbitragepanel kan binnen tien dagen na zijn instelling een voorlopige uitspraak doen over de vraag of het een zaak dringend acht.
Artikel 68. Naleving van de uitspraak van het arbitragepanel
Elke partij neemt de nodige maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel te goeder trouw na te leven en beide partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven.
Artikel 69. Redelijke termijn voor naleving
Uiterlijk dertig dagen na de bekendmaking van de uitspraak van het arbitragepanel aan de partijen stelt de partij waartegen de klacht gericht is, de klagende partij en het samenwerkingscomité in kennis van de tijd die nodig zal zijn voor naleving (hierna „redelijke termijn” genoemd) indien onmiddellijke naleving niet mogelijk is.
Indien de partijen het niet eens zijn over een redelijke termijn voor de naleving van de uitspraak van het arbitragepanel, richt de klagende partij, binnen twintig dagen na de in lid 1 bedoelde kennisgeving door de partij waartegen de klacht gericht is, een schriftelijk verzoek aan het oorspronkelijke arbitragepanel om een redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd aan de andere partij en aan het samenwerkingscomité medegedeeld. Het arbitragepanel maakt zijn uitspraak binnen twintig dagen na de indiening van het verzoek bekend aan de partijen en aan het samenwerkingscomité.
Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw bijeen kan komen, is de procedure van artikel 65 van toepassing. De termijn voor de bekendmaking van de uitspraak bedraagt 35 dagen na de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.
De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.
Artikel 70. Toetsing van de maatregelen die zijn getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel
De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het samenwerkingscomité voor afloop van de redelijke termijn in kennis van de maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven.
Wanneer er tussen de partijen onenigheid bestaat over het bestaan van een maatregel of over de vraag of een maatregel waarvan overeenkomstig lid 1 is kennisgegeven in overeenstemming is met de in artikel 62 bedoelde bepalingen, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. In dat verzoek wordt aangegeven om welke specifieke maatregel het gaat en wordt uitgelegd waarom deze niet in overeenstemming is met de in artikel 62 bedoelde bepalingen. Het arbitragepanel deelt zijn uitspraak binnen vijfenveertig dagen na de datum van indiening van het verzoek mede.
Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw bijeen kan komen, is de procedure van artikel 65 van toepassing. De termijn voor de bekendmaking van de uitspraak bedraagt 60 dagen na de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.
Artikel 71. Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving
Indien de partij waartegen de klacht gericht is niet voor afloop van de redelijke termijn kennis geeft van de maatregelen die zijn getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 70, lid 1, kennis is gegeven, niet in overeenstemming is met de verplichtingen van de partij uit hoofde van de in artikel 62 bedoelde bepalingen, doet de partij waartegen de klacht gericht is, de klagende partij desgevraagd een aanbod voor tijdelijke compensatie.
Indien de partijen geen overeenstemming over compensatie bereiken binnen dertig dagen na het eind van de redelijke termijn of na de in artikel 70 bedoelde uitspraak van het arbitragepanel dat een maatregel om aan de uitspraak te voldoen niet in overeenstemming is met de bepalingen bedoeld in artikel 62, is de klagende partij gerechtigd om, na de partij waartegen de klacht gericht is en het samenwerkingscomité hiervan in kennis te hebben gesteld, de verplichtingen uit hoofde van de in artikel 62 bedoelde bepalingen op te schorten in een mate die gelijkwaardig is aan de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. De klagende partij kan de opschorting tien dagen na de datum van kennisgeving laten ingaan, tenzij de partij waartegen de klacht gericht is overeenkomstig lid 3 om arbitrage heeft verzocht.
Indien de partij waartegen de klacht gericht is van oordeel is dat de mate van opschorting niet gelijkwaardig is aan de mate waarin de schending de voordelen voor de andere partij tenietdoet of beperkt, kan zij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt voor het verstrijken van de in lid 2 bedoelde periode van tien dagen medegedeeld aan de klagende partij en aan het samenwerkingscomité. Het oorspronkelijke arbitragepanel maakt zijn uitspraak over de mate van opschorting van verplichtingen bekend aan de partijen en het samenwerkingscomité binnen dertig dagen na indiening van het verzoek. De verplichtingen worden niet opgeschort totdat het oorspronkelijke arbitragepanel zijn uitspraak heeft bekendgemaakt en de eventuele opschorting dient in overeenstemming te zijn met de uitspraak van het arbitragepanel.
Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw bijeen kan komen, is de procedure van artikel 65 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt 45 dagen na de datum van indiening van het in lid 3 bedoelde verzoek.
De opschorting van verplichtingen is van tijdelijke aard en wordt slechts toegepast totdat de maatregel waarvan is vastgesteld dat deze niet in overeenstemming is met de in artikel 62 bedoelde bepalingen, is ingetrokken of gewijzigd en overeenkomstig artikel 72 met die bepalingen in overeenstemming is gebracht, of totdat de partijen zijn overeengekomen hun geschil bij te leggen.
Artikel 72. Toetsing van nalevingsmaatregelen getroffen na de opschorting van verplichtingen
De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het samenwerkingscomité in kennis van elke maatregel die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, alsmede van haar verzoek om beëindiging van de opschorting van de verplichtingen door de klagende partij.
Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de kennisgeving overeenstemming bereiken over de verenigbaarheid van de maatregel waarvan is kennisgegeven met de in artikel 62 bedoelde bepalingen, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd gericht tot de partij waartegen de klacht gericht is en tot het samenwerkingscomité. Het arbitragepanel maakt zijn uitspraak binnen 45 dagen na de indiening van het verzoek aan de partijen en aan het samenwerkingscomité bekend. Indien het arbitragepanel oordeelt dat een maatregel die is getroffen om de uitspraak na te leven in overeenstemming is met de in artikel 62 bedoelde bepalingen, wordt de opschorting van verplichtingen beëindigd.
Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw bijeen kan komen, is de procedure van artikel 65 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt 60 dagen na de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.
Artikel 73. Onderling overeengekomen oplossing
De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het samenwerkingscomité en het arbitragepanel van die oplossing in kennis. Na kennisgeving van de onderling overeengekomen oplossing beëindigt het panel zijn werkzaamheden en is de procedure beëindigd.
Artikel 74. Reglement van orde
Op de procedures voor de beslechting van geschillen in het kader van deze afdeling zijn het reglement van orde en de gedragscode van toepassing die door de samenwerkingsraad worden vastgesteld.
De partijen kunnen besluiten het reglement van orde en de gedragscode te wijzigen.
De hoorzittingen van het arbitragepanel staan, in overeenstemming met het reglement van orde, open voor het publiek.
Artikel 75. Informatie en technisch advies
Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, alle informatie inwinnen die het voor zijn werkzaamheden nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Alle op deze manier verkregen informatie moet aan beide partijen worden medegedeeld en voor commentaar aan hen worden voorgelegd. Belanghebbende natuurlijke personen of rechtspersonen die op het grondgebied van de partijen zijn gevestigd, kunnen overeenkomstig het reglement van orde als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen.
Artikel 76. Interpretatieregels
Arbitragepanels leggen de in artikel 62 bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht zijn neergelegd. Uitspraken van een arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van de in artikel 62 bedoelde bepalingen niet verruimen of beperken.
Artikel 77. Beslissingen en uitspraken van het arbitragepanel
Het arbitragepanel stelt alles in het werk om elke beslissing bij consensus te nemen. Wanneer het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een beslissing te komen, wordt over de zaak die aan de orde is een beslissing bij meerderheid van stemmen genomen. Afwijkende meningen van scheidsrechters worden echter niet bekendgemaakt.
De uitspraken van het arbitragepanel zijn bindend voor de partijen en scheppen geen rechten of verplichtingen voor natuurlijke personen of rechtspersonen. De uitspraak vermeldt de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasbaarheid van de desbetreffende bepalingen van de overeenkomst en de beweegredenen die aan de conclusies en aanbevelingen van het panel ten grondslag liggen. Het samenwerkingscomité maakt de volledige uitspraak van het arbitragepanel openbaar, tenzij het besluit dat niet te doen om de geheimhouding van vertrouwelijke zakelijke informatie te waarborgen.
HOOFDSTUK IV. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 78. Lijst van scheidsrechters
Het samenwerkingscomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkintreding van deze overeenkomst een lijst op van vijftien personen die bereid en in staat zijn om als scheidsrechter op te treden. Elk van beide partijen draagt vijf personen voor die als scheidsrechter kunnen optreden. De partijen kiezen in onderling overleg bovendien vijf personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en die als voorzitter van het arbitragepanel kunnen fungeren. Het samenwerkingscomité ziet erop toe dat de lijst te allen tijde uit dit aantal personen blijft bestaan.
De scheidsrechters beschikken over gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van het recht en de internationale handel. Zij zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op, nemen geen instructies aan van enige organisatie of regering, zijn niet verbonden aan de regering van een van de partijen en houden zich aan de gedragscode.
Artikel 79. Relatie tot WTO-verplichtingen
Totdat Irak tot de Wereldhandelsorganisatie toetreedt, passen de arbitragepanels bij hun beslissingen over beweerde schending van een van de in artikel 62 bedoelde bepalingen waarin een bepaling in het kader van de WTO-Overeenkomst is opgenomen of die daarnaar verwijst, een interpretatie toe die volledig in overeenstemming is met de relevante besluiten van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie.
Vanaf de toetreding van Irak tot de WTO zijn de leden 3 tot en met 6 van toepassing:
Een beroep op de bepalingen in deze afdeling over de beslechting van geschillen doet geen afbreuk aan enige rechtsvordering in het kader van de WTO, met inbegrip van die tot beslechting van een geschil.
Wanneer echter een partij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor de beslechting van een geschil heeft ingeleid, hetzij krachtens artikel 64, lid 1, van deze overeenkomst, hetzij krachtens de WTO-Overeenkomst, kan deze partij in verband met dezelfde maatregel geen procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden totdat de eerste procedure is afgesloten. Bovendien mag een partij in verband met een inbreuk op een identieke verplichting uit hoofde van deze overeenkomst en uit hoofde van de WTO-Overeenkomst niet in beide fora een procedure inleiden. In dat geval mag de partij, zodra een procedure voor geschillenbeslechting is ingeleid, geen procedure ten aanzien van de identieke verplichting uit hoofde van de andere overeenkomst meer inleiden in het andere forum, tenzij het gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen geen uitspraak doet.
Voor de toepassing van lid 4:
- a. worden procedures voor de geschillenbeslechting krachtens de WTO-Overeenkomst geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 6 van het memorandum inzake geschillenbeslechting een verzoek tot instelling van een panel indient en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het Orgaan voor geschillenbeslechting overeenkomstig artikel 16 en artikel 17, lid 14, van het memorandum inzake geschillenbeslechting het verslag van het panel en in voorkomend geval het verslag van de Beroepsinstantie goedkeurt;
- b. worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens deze afdeling geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 64, lid 1, een verzoek tot instelling van een panel indient en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het arbitragepanel overeenkomstig artikel 67 zijn uitspraak bekendmaakt aan de partijen en het samenwerkingscomité.
Niets in deze afdeling belet een partij een schorsing van verplichtingen ten uitvoer te leggen, die is toegestaan door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO. Er kan geen beroep op de WTO-Overeenkomst worden gedaan om een partij te beletten verplichtingen uit hoofde van titel II van deze overeenkomst op te schorten.
Artikel 80. Termijnen
Alle in deze afdeling vastgestelde termijnen, met inbegrip van die waarbinnen arbitragepanels hun uitspraken moeten bekendmaken, worden gerekend in kalenderdagen, waarbij de eerste dag de dag is volgende op die waarop het desbetreffende besluit werd genomen of het desbetreffende feit plaatsvond.
Alle in deze afdeling bedoelde termijnen kunnen in onderling overleg tussen de partijen worden verlengd.
TITEL III. SAMENWERKINGSGEBIEDEN
Artikel 81. Financiële en technische bijstand
Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst komt Irak in aanmerking voor financiële en technische bijstand van de Unie in de vorm subsidies teneinde de economische en politieke omvorming van Irak te versnellen.
De bijstand wordt geleverd in het kader van de ontwikkelingssamenwerking van de Unie, zoals die is vastgesteld bij de desbetreffende verordeningen van het Europees Parlement en de Raad. De doelstellingen en gebieden van de bijstand van de Unie worden vastgelegd in een indicatief programma dat in overeenstemming is met de door de twee partijen overeen te komen prioriteiten, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkelingsbehoeften en -strategieën en de sectorale absorptiecapaciteit van Irak en de voortgang van de hervormingen in Irak.
De partijen zien erop toe dat de bijdragen van de Unie op het gebied van technische bijstand geleverd worden in nauwe coördinatie met de bijdragen uit andere bronnen. De ontwikkelingssamenwerking en het internationale optreden van de Unie worden geleid door de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties en de belangrijkste ontwikkelingsdoelstellingen en -beginselen die in het kader van de Verenigde Naties en andere bevoegde internationale organisaties worden nagestreefd. Bij de uitvoering van het ontwikkelingsbeleid van de Unie wordt ten volle rekening gehouden met de beginselen van de doeltreffendheid van hulp, met inbegrip van de verklaring van Parijs van 2 maart 2005 en de actieagenda van Accra.
De partij die technische of financiële bijstand ontvangt, beantwoordt onverwijld verzoeken om administratieve samenwerking van de bevoegde autoriteiten van de andere partij, teneinde de bestrijding van fraude en onregelmatigheden in het kader van de bijstand van de Unie te versterken, zulks onverminderd de bepalingen inzake wederzijdse juridische bijstand.
De regering van Irak ziet erop toe dat een contactpunt voor fraudebestrijding wordt aangewezen. Dit contactpunt is verantwoordelijk voor de doeltreffende samenwerking met de instellingen en organen van de Unie, waaronder de Europese Rekenkamer en het Europees bureau voor fraudebestrijding, met name wat betreft de tenuitvoerlegging van hun audit- en controlemaatregelen ter bescherming van de financiële belangen van de Unie.
Artikel 82. Sociale en menselijke ontwikkeling
De samenwerking op dit terrein bevestigt de sociale dimensie van de mondialisering en de koppeling tussen sociale ontwikkeling, economische ontwikkeling en ecologisch duurzame ontwikkeling. Bij de samenwerking wordt het belang onderstreept van armoedebestrijding, bevordering van de mensenrechten en fundamentele vrijheden voor iedereen, met inbegrip van kwetsbare bevolkingsgroepen en ontheemden, en de respons op fundamentele behoeften op het gebied van gezondheid, onderwijs en werkgelegenheid. De samenwerkingsactiviteiten op al deze gebieden zijn met name gericht op capaciteitsopbouw en institutionele opbouw, met inachtneming van de beginselen van inclusiviteit, goed bestuur en gezond en transparant beheer.
Artikel 83. Onderwijs, opleiding en jeugdzaken
De partijen streven ernaar de samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken tot wederzijds voordeel te bevorderen, waarbij zij rekening houden met de beschikbaarheid van middelen en de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen.
De partijen stimuleren in het bijzonder de uitwisseling van informatie, knowhow en technische middelen alsmede de uitwisseling van studenten, wetenschappers, jongeren en jeugdwerkers, en streven naar versterking van capaciteiten, daarbij gebruikmakend van zowel de faciliteiten die de bestaande samenwerkingsprogramma's bieden als de ervaringen die de partijen op dit gebied hebben opgedaan.
De partijen intensiveren tevens de samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs door middel van instrumenten als het Erasmus Mundusprogramma, teneinde topkennis en de internationalisering van hun onderwijsstelsels te bevorderen.
Artikel 84. Werkgelegenheid en sociale ontwikkeling
De partijen komen overeen de samenwerking te intensiveren op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken, met inbegrip van de samenwerking inzake sociale cohesie, fatsoenlijk werk, gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidswetgeving, sociale dialoog, ontwikkeling van het menselijk potentieel en gelijke kansen voor mannen en vrouwen, teneinde volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor allen, als kernelementen van duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding, te bevorderen.
De partijen bevestigen hun verbintenis tot bevordering en doeltreffende tenuitvoerlegging van de internationaal erkende arbeidsnormen en sociale normen. Bij alle activiteiten die de partijen uit hoofde van deze overeenkomst ondernemen, wordt de tenuitvoerlegging van de desbetreffende multilaterale sociale en arbeidsovereenkomsten in acht genomen.
De samenwerking kan onder meer de vorm aannemen van gezamenlijk overeen te komen specifieke programma's en projecten, alsmede dialoog, capaciteitsversterking, samenwerking en initiatieven op gebieden van wederzijds belang op bilateraal of multilateraal niveau.
De partijen betrekken de sociale partners en andere belanghebbenden bij de dialoog en de samenwerking.
Artikel 85. Maatschappelijk middenveld
De partijen erkennen de rol en mogelijke bijdrage van organisaties van het maatschappelijk middenveld, met name academici en verbanden tussen denktanks, aan de dialoog en het samenwerkingsproces uit hoofde van deze overeenkomst en komen overeen een effectieve dialoog met maatschappelijke organisaties en hun actieve deelname te stimuleren.
Artikel 86. Mensenrechten
De partijen komen overeen om samen te werken met het oog op de bevordering en doeltreffende bescherming van de mensenrechten, onder andere wat betreft de bekrachtiging en tenuitvoerlegging van de internationale mensenrechteninstrumenten en de verstrekking van technische bijstand, opleiding en capaciteitsopbouw. De partijen beseffen dat het effect van samenwerkings- en ontwikkelingsprogramma's zal worden beperkt indien de mensenrechten niet worden beschermd, bevorderd en geëerbiedigd.
De samenwerking op het gebied van de mensenrechten kan onder meer omvatten:
- a. versterking van de overheidsinstellingen op het gebied van de mensenrechten en de niet-gouvernementele organisaties die op dit terrein actief zijn;
- b. bevordering en educatie op het gebied van de mensenrechten op nationaal en plaatselijk niveau, met name bij de overheid, het gerechtelijk apparaat en de rechtshandhavingsinstanties, wat de rechten van vrouwen en kinderen betreft;
- c. uitwerking van de Iraakse wetgeving overeenkomstig het internationale humanitaire recht en het recht inzake de mensenrechten;
- d. samenwerking en informatie-uitwisseling in het kader van de mensenrechteninstellingen van de Verenigde Naties;
- e. steun voor de inspanningen van de Iraakse overheid om de Iraakse burgers een passende levensstandaard te bezorgen en hun politieke, economische, sociale en culturele rechten zonder discriminatie te vrijwaren;
- f. steun voor de nationale verzoening en bestrijding van straffeloosheid;
- g. instelling van een alomvattende mensenrechtendialoog.
Artikel 87. Samenwerking op het gebied van het beleid ten aanzien van de industrie en het midden- en kleinbedrijf
De samenwerking op dit terrein beoogt de herstructurering en modernisering van de Iraakse industrie te vergemakkelijken en tezelfdertijd haar concurrentievermogen en groei te stimuleren, alsmede de voorwaarden te scheppen voor wederzijds voordelige vormen van samenwerking tussen de industrie in Irak en de Unie.
De samenwerking:
- a. bevordert een alomvattende industriestrategie die de reële stand van zaken van industriële ondernemingen in de openbare en de particuliere sector in acht neemt;
- b. moedigt Irak aan zijn industrie te herstructureren en moderniseren, daarbij zorg dragende voor bescherming van het milieu, duurzame ontwikkeling en economische groei;
- c. bevordert de ontwikkeling van een gunstig klimaat voor particulier initiatief op industriegebied teneinde de voor lokale en exportmarkten bestemde productie te stimuleren en te diversifiëren;
- d. bevordert een gunstig klimaat voor groei en diversifiëring van de industriële productie in een perspectief van duurzame ontwikkeling;
- e. bevordert de informatieverstrekking ten behoeve van de samenwerking op industrieel gebied;
- f. bevordert de toepassing van uniale en internationale technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde de integratie van Irak in de wereldeconomie te bevorderen; brengt regelmatige uitwisseling tot stand tussen de normalisatie-instanties van de partijen;
- g. bevordert de totstandkoming van een passend industrieel ondernemingsklimaat;
- h. bevordert en stimuleert verbetering van ondersteunende informatiediensten als kernelement van het groeipotentieel voor zakelijke activiteiten en economische ontwikkeling;
- i. ontwikkelt banden tussen de industriële actoren van de partijen (ondernemingen, beroepsbeoefenaren, sectorale en andere bedrijfsorganisaties, arbeidsorganisaties en dergelijke);
- j. moedigt gezamenlijke industriële projecten aan en brengt gezamenlijke ondernemingen en informatienetwerken tot stand.
De partijen, rekening houdend met hun respectieve economische beleidsmaatregelen en doelstellingen, komen overeen de samenwerking inzake het industriële beleid op alle passend geachte terreinen te bevorderen met het oog op de verbetering van het concurrentievermogen van het midden- en kleinbedrijf.
De partijen:
- a. streven naar ontwikkeling en versterking van het midden- en kleinbedrijf en bevordering van de samenwerking tussen de betrokken bedrijven;
- b. ontwikkelen de bijstand waaraan microbedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen behoefte hebben, op gebieden als financiering, opleiding, technologie en marketing, innovatie en andere vereisten voor de oprichting van kleine en middelgrote ondernemingen, zoals starterscentra, en andere ontwikkelingsgebieden;
- c. steunen de activiteiten van het midden- en kleinbedrijf door netwerkvorming op dit gebied; en
- d. faciliteren de samenwerking tussen ondernemingen en steunen samenwerkingsactiviteiten op dit gebied die door de particuliere sector van beide partijen worden ontwikkeld, door passende banden tot stand te brengen tussen particuliere ondernemingen in Irak en de Unie en daarmee de uitwisseling van informatie te verbeteren.
Artikel 88. Samenwerking inzake investeringen
De partijen werken samen om een gunstig klimaat tot stand te brengen voor zowel binnenlandse als buitenlandse investeringen, teneinde investeringen passend te beschermen en de overdracht van kapitaal en de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden te faciliteren.
De partijen ondersteunen de bevordering en bescherming van investeringen op basis van de beginselen van non-discriminatie en wederkerigheid.
De partijen moedigen de uitwisseling aan van informatie over wetgeving, regelgeving en administratieve praktijken op het gebied van investeringen.
De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking tussen hun financiële instellingen aan te moedigen, teneinde investeringen te vergemakkelijken.
Om investeringen en handel te faciliteren, is de Unie bereid Irak desgevraagd bij te staan in zijn streven naar aanpassing van zijn wet- en regelgevingskader aan dat van de Unie op de door deze overeenkomst bestreken terreinen.
Artikel 89. Industrienormen en conformiteitsbeoordelingsprocedures
De partijen kunnen samenwerken op de volgende gebieden met betrekking tot normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures:
-
- bevordering van het gebruik van internationale normen in de technische voorschriften en bij conformiteitsbeoordeling, met inbegrip van sectorspecifieke maatregelen, op het grondgebied van de partijen en intensivering van de samenwerking tussen de partijen met betrekking tot de werkzaamheden van de desbetreffende internationale instellingen en organisaties;
-
- ondersteuning van initiatieven voor capaciteitsopbouw op het gebied van normalisatie, conformiteitsbeoordeling, accreditering, metrologie en markttoezicht in Irak;
-
- bevordering en aanmoediging van bilaterale samenwerking tussen organisaties in Irak en de Unie op het gebied van normalisatie, conformiteitsbeoordeling, accreditering, metrologie en markttoezicht;
-
- ontwikkeling van gemeenschappelijke standpunten over goede regelgevingspraktijken, onder meer omvattende:
- a. transparantie bij het opstellen, vaststellen en toepassen van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
- b. noodzaak en evenredigheid van de maatregelen op regelgevingsgebied en daarmee verband houdende conformiteitsbeoordelingsprocedures, met inbegrip van gebruik van de conformiteitsverklaring van de leverancier;
- c. gebruik van internationale normen als basis voor het opstellen van technische voorschriften, tenzij deze internationale normen ondoelmatig of ongeschikt zijn voor de verwezenlijking van de legitieme beoogde doelstellingen;
- d. handhaving van technische voorschriften en activiteiten op het gebied van markttoezicht;
-
- versterking van de samenwerking op het gebied van regelgeving, techniek en wetenschappen door onder andere uitwisseling van informatie, ervaringen en gegevens, teneinde de kwaliteit en het niveau van de technische voorschriften te verbeteren en doeltreffend gebruik te maken van de beschikbare middelen op regelgevingsgebied;
-
- ontwikkeling van de compatibiliteit en convergentie van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures.
Artikel 90. Samenwerking inzake land- en bosbouw en plattelandsontwikkeling
De samenwerking op het gebied van land- en bosbouw en plattelandsontwikkeling wordt bevorderd om diversifiëring, milieuvriendelijke methoden, duurzame economische en sociale ontwikkeling en voedselzekerheid te bevorderen. De partijen onderzoeken daartoe:
- a. capaciteitsopbouw en opleiding voor overheidsinstellingen;
- b. maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten, maatregelen voor capaciteitsopbouw voor telersverenigingen en maatregelen ter ondersteuning van activiteiten ter bevordering van de handel;
- c. sanitaire, fytosanitaire en milieumaatregelen en aanverwante aspecten, die in overeenstemming zijn met de wetgeving van beide partijen en de regels van de WTO en multilaterale overeenkomsten op milieugebied;
- d. maatregelen met betrekking tot duurzame economische en sociale ontwikkeling van plattelandsgebieden, met inbegrip van milieuvriendelijke methoden, bosbouw, onderzoek, overdracht van knowhow, toegang tot land, waterbeheer en irrigatie, duurzame plattelandsontwikkeling en voedselzekerheid;
- e. maatregelen voor het behoud van traditionele landbouwkennis waaraan bevolkingsgroepen hun specifieke identiteit ontlenen, met inbegrip van samenwerking inzake geografische aanduidingen, uitwisseling van ervaringen op plaatselijk niveau en ontwikkeling van netwerken voor samenwerking;
- f. modernisering van de landbouwsector, met inbegrip van landbouwmethoden en diversifiëring van de landbouwproductie.
Artikel 91. Energie
De partijen streven naar betere samenwerking in de energiesector, met inachtneming van de beginselen van vrije, concurrerende en open energiemarkten, met het oog op:
- a. de verbetering van de energiezekerheid met behoud van ecologische duurzaamheid en bevordering van economische groei;
- b. de ontwikkeling van institutionele, wetgevende en regelgevende kaders in de energiesector om te waarborgen dat de energiemarkt efficiënt functioneert en dat investeringen in energie worden bevorderd;
- c. de ontwikkeling en bevordering van partnerschappen tussen ondernemingen van de Unie en van Irak op het gebied van exploratie, productie, verwerking, transport, distributie en diensten binnen de energiesector;
- d. de ontwikkeling van een regelmatige en effectieve dialoog inzake energie tussen de partijen en tevens in regionaal verband, onder meer in het kader van de Euro-Arabische Mashreq-gasmarkt en andere relevante regionale initiatieven.
Daartoe bevorderen de partijen wederzijds voordelige contacten met het oog op:
- a. de ondersteuning van de ontwikkeling van een passend energiebeleid, een passend regelgevingskader en passende infrastructuur in Irak, op basis van de beginselen van ecologische duurzaamheid, het gezonde beheer van de energievoorraden en een vrije, concurrerende en open markt;
- b. samenwerking om de bestuurlijke en juridische capaciteit te versterken en stabiele en transparante juridische kadervoorwaarden te scheppen met als doel de economische bedrijvigheid en de internationale energie-investeringen in Irak te stimuleren;
- c. de bevordering van technische samenwerking op het gebied van exploratie van de Iraakse olie- en aardgasreserves en de ontwikkeling van velden, de ontwikkeling en modernisering van de olie- en gasinfrastructuur, met inbegrip van de transport- en transitnetwerkverbindingen met de Mashreq, andere relevante regionale initiatieven en de markt van de Unie;
- d. de verbetering van de betrouwbaarheid van de elektriciteitslevering in Irak;
- e. de stimulering van de samenwerking ter verbetering van de energiezekerheid en de bestrijding van klimaatverandering door bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en vermindering van het affakkelen van gas;
- f. de facilitering van de uitwisseling van knowhow en de overdracht van technologie, beste praktijken en de opleiding van beroepsbeoefenaren;
- g. de bevordering van de participatie van Irak in het proces van regionale integratie van de energiemarkten.
Artikel 92. Vervoer
De partijen streven naar verbeterde samenwerking in de vervoerssector met het oog op de totstandbrenging van een duurzaam en efficiënt vervoerssysteem, gericht op:
- a. de verbetering van de ontwikkeling van vervoer en de koppeling van vervoersmethoden met behoud van ecologische duurzaamheid en economische groei;
- b. de ontwikkeling van institutionele, wetgevende en regelgevende kaders in alle vervoerssectoren om te waarborgen dat de vervoersmarkt efficiënt functioneert en dat investeringen in vervoer worden bevorderd;
- c. de ontwikkeling en bevordering van partnerschappen tussen ondernemingen van de Unie en van Irak op het gebied van exploratie, capaciteitsopbouw, infrastructuurontwikkeling, vervoersveiligheid en -beveiliging en diensten in de vervoerssector;
- d. de ontwikkeling van een regelmatige en effectieve dialoog inzake vervoer tussen de partijen en tevens in regionaal verband, onder meer in het kader van de Europees-mediterrane samenwerking op vervoersgebied en andere relevante regionale initiatieven.
Daartoe bevorderen de partijen wederzijds voordelige contacten met het oog op:
- a. de ondersteuning van de formulering van een passend vervoersbeleid voor de ontwikkeling van alle vervoerswijzen, het regelgevende kader daarvoor en het herstel en de uitbouw van de vervoersinfrastructuur in Irak, waarbij het belang van duurzaamheid wordt onderstreept; de verzekering van de intermodaliteit en de integratie van alle vervoerswijzen; onderzoek van de mogelijkheid om de wetgevende en regelgevende kaders verder aan te passen aan uniale en internationale normen, met name inzake veiligheid en beveiliging;
- b. samenwerking om de bestuurlijke en juridische capaciteit te versterken en te herstellen, met het oog op het opzetten van specifieke plannen voor prioritaire sectoren, en stabiele en transparante juridische kadervoorwaarden te scheppen met als doel de economische bedrijvigheid op vervoersgebied en de internationale vervoersinvesteringen in Irak te stimuleren op basis van het beleid en de praktijk van de Unie, alsmede ontwikkeling van de noodzakelijke onafhankelijke regelgevende autoriteiten;
- c. de bevordering van technische samenwerking op het gebied van exploratie en ontwikkeling van alle vervoerssectoren in Irak, en op het gebied van de ontwikkeling en modernisering van de vervoersinfrastructuur, met inbegrip van de koppeling met de vervoersnetwerken van de Mashreq, andere relevante regionale projecten en de markt van de Unie;
- d. de verbetering van de betrouwbaarheid van de vervoersstromen naar en door Irak;
- e. de facilitering van de uitwisseling van knowhow en de overdracht van technologie, beste praktijken en de opleiding van beroepsbeoefenaren; dit zijn essentiële samenwerkingsfactoren die met voorrang moeten worden aangepakt;
- f. de bevordering van de participatie van Irak in het proces van koppeling met regionale vervoerssystemen;
- g. de tenuitvoerlegging van een nationaal luchtvaartbeleid, met inbegrip van de ontwikkeling van de luchthavens en de luchtverkeerscontrole en verdere uitbouw van de bestuurlijke capaciteit (waaronder de instelling van een autonome autoriteit voor de burgerluchtvaart, die een daadwerkelijke regelgevende rol dient te vervullen); onderhandelingen over een „horizontale” luchtvervoersovereenkomst teneinde de rechtszekerheid voor bilaterale overeenkomsten inzake luchtvaartdiensten te herstellen; alsmede onderzoek naar de mogelijkheden voor onderhandelingen over een alomvattende luchtvaartovereenkomst tussen de Unie en Irak.
Artikel 93. Milieu
De partijen zijn het erover eens dat de inspanningen tot bescherming van het milieu moeten worden versterkt en geïntensiveerd, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering, het duurzame beheer van natuurlijke rijkdommen en het behoud van de biodiversiteit als basis voor de ontwikkeling van de huidige en toekomstige generaties.
De partijen zijn het erover eens dat bij de samenwerking op dit terrein moet worden gestreefd naar betere bescherming van het milieu met het oog op duurzame ontwikkeling. De resultaten van de wereldtop over duurzame ontwikkeling worden in acht genomen bij alle door de partijen in het kader van deze overeenkomst ondernomen activiteiten.
De samenwerking op dit gebied moet zich met name richten op:
- a. de uitwisseling van informatie en expertise op milieugebied; (bijvoorbeeld met betrekking tot stedelijke problematiek, natuurbescherming, water- en afvalbeheer en rampenbeheersing);
- b. aanmoediging en bevordering van regionale samenwerking op het gebied van milieubescherming, onder meer door investeringen in milieuprojecten en -programma's aan te moedigen;
- c. bevordering van milieubewustheid en versterkte participatie van plaatselijke gemeenschappen in activiteiten op het gebied van milieubescherming en duurzame ontwikkeling;
- d. ondersteuning van capaciteitsopbouw op milieugebied, bijvoorbeeld inzake terugdringing van en aanpassing aan klimaatverandering;
- e. samenwerking inzake onderhandelingen over en uitvoering van multilaterale milieuovereenkomsten;
- f. aanmoediging van de uitwisseling van technische bijstand voor de milieuprogrammering en de integratie van milieuoverwegingen in andere beleidsgebieden;
- g. ondersteuning van milieuonderzoek en -analyse.
Artikel 94. Telecommunicatie
De partijen werken samen:
- a. ter bevordering van de uitwisseling van informatie over de toepasselijke wetgeving en mogelijke toekomstige wetgevingshervormingen in de telecommunicatiesector, teneinde het inzicht in elkaars regelgevingskader inzake telecommunicatie te bevorderen;
- b. met het oog op de uitwisseling van informatie over de ontwikkeling van de technologie en normen op informatie- en communicatiegebied.
Artikel 95. Wetenschap en technologie
De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling, met wederzijds voordeel als uitgangspunt en rekening houdende met de beschikbaarheid van hulpmiddelen en adequate toegang tot elkaars onderzoeksprogramma's, waarbij erop wordt toegezien dat intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten doeltreffend worden beschermd.
De samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie heeft betrekking op:
- a. de uitwisseling van wetenschappelijke en technische samenwerkingsprogramma's;
- b. de organisatie van gezamenlijke wetenschappelijke bijeenkomsten;
- c. gezamenlijke activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling;
- d. opleidingsactiviteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit ten behoeve van aan beide zijden bij onderzoek en technologische ontwikkeling betrokken wetenschappers, onderzoekers en technici.
De samenwerking wordt ten uitvoer gelegd door middel van specifieke regelingen waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen volgens de procedures van elke partij en waarin onder andere passende bepalingen inzake intellectuele-eigendomsrechten worden opgenomen.
Artikel 96. Samenwerking op het gebied van douane en belastingen
De partijen zullen samenwerking op douanegebied tot stand brengen, met name inzake opleiding, vereenvoudiging van douaneformaliteiten, -documentatie en -procedures, voorkoming van, onderzoek naar en bestrijding van overtredingen van de douaneregels, met als doel het garanderen van de naleving van alle bepalingen die op het gebied van handel zullen worden vastgesteld en het aanpassen van het douanestelsel van Irak aan dat van de Unie.
Teneinde de economische bedrijvigheid te versterken en te ontwikkelen, met inachtneming van de noodzaak een passend regelgevingskader te ontwikkelen, erkennen de partijen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, zoals transparantie, informatie-uitwisseling en eerlijke belastingconcurrentie, en verbinden zij zich tot de tenuitvoerlegging van die beginselen, zulks onverminderd hun respectieve bevoegdheden. De partijen zullen daartoe, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, betere internationale samenwerking op fiscaal gebied tot stand brengen en maatregelen ontwikkelen voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van de bovengenoemde beginselen.
Artikel 97. Samenwerking op het gebied van statistiek
De partijen komen overeen activiteiten op statistisch gebied te bevorderen. Deze activiteiten richten zich op institutionele opbouw en capaciteitsversterking van het nationale stelsel voor de statistiek, met inbegrip van de ontwikkeling van statistische methoden en de productie en verspreiding van statistieken over de handel in goederen en diensten en meer in het algemeen over elk ander gebied dat de onder de overeenkomst vallende en zich voor statistische verwerking lenende nationale prioriteiten voor de sociale en economische ontwikkeling ondersteunt.
Artikel 98. Macro-economische stabiliteit en overheidsfinanciën
De partijen zijn het eens over het belang van de totstandbrenging van macro-economische stabiliteit in Irak door middel van een gezond monetair beleid dat gericht is op verwezenlijking en instandhouding van prijsstabiliteit en door middel van een begrotingsbeleid dat gericht is op de houdbaarheid van de schuldenlast.
De partijen zijn het eens over het belang van doeltreffendheid van de overheidsuitgaven, transparantie en verantwoordingsplicht op nationaal en plaatselijk niveau in Irak.
De partijen komen overeen samen te werken om onder meer het Iraakse stelsel voor het beheer van de overheidsfinanciën te verbeteren, waarbij onder andere wordt gestreefd naar volledigheid van de begrotingsplanning en één enkele thesaurierekening.
Artikel 99. Ontwikkeling van de particuliere sector
De partijen komen overeen samen te werken met het oog op de ontwikkeling van een markteconomie in Irak, door het investeringsklimaat te verbeteren, de economische bedrijvigheid te diversifiëren, vooruitgang te boeken met het privatiseringsprogramma en andere voorwaarden voor snellere groei van de werkgelegenheid in de particuliere sector te verbeteren.
Artikel 100. Toerisme
De partijen zetten zich in voor verbetering van hun samenwerking om een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het toerisme en aanverwante zaken te verzekeren.
De partijen komen daartoe overeen de samenwerking op het gebied van het toerisme uit te bouwen en met name informatie, ervaring en beste praktijken uit te wisselen met betrekking tot de opzet van het institutionele kader voor de toerismesector en de algemene omgeving waarin toeristische ondernemingen opereren.
Artikel 101. Financiële diensten
De partijen werken samen om hun normen en voorschriften onderling aan te passen, onder andere met het oog op:
- a. de versterking van de financiële sector in Irak;
- b. de verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, alsmede het toezicht op en de reglementering van het bankwezen, het verzekeringswezen en andere financiële sectoren in Irak;
- c. de uitwisseling van informatie over de respectieve van kracht of in voorbereiding zijnde wetgeving;
- d. de ontwikkeling van verenigbare auditstelsels.
TITEL IV. JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID
Artikel 102. Rechtsstaat
Bij hun samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid tonen de partijen een permanente verbintenis tot eerbiediging van, en hechten zij bijzonder belang aan het beginsel van de rechtsstaat, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de toegang tot de rechtspraak en het recht op een eerlijk proces.
De partijen werken samen om, onder meer door capaciteitsopbouw, de werking van de instellingen voor rechtshandhaving en de rechtspraak verder uit te bouwen.
Artikel 103. Juridische samenwerking
De partijen komen overeen justitiële samenwerking in burgerlijke zaken uit te bouwen, met name wat betreft de ratificatie en tenuitvoerlegging van multilaterale verdragen inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, en met name de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht op het gebied van internationale juridische samenwerking en procesvoering alsmede de bescherming van kinderen.
De partijen komen overeen alternatieve wijzen van geschillenbeslechting voor civiele en particuliere handelsgeschillen waar mogelijk te faciliteren en aan te moedigen, overeenkomstig de toepasselijke internationale instrumenten.
Wat strafzaken betreft, zullen de partijen streven naar verbetering van de justitiële samenwerking inzake wederzijdse juridische bijstand en uitlevering. Dit kan de toetreding tot en de tenuitvoerlegging inhouden van de desbetreffende internationale instrumenten van de Verenigde Naties, waaronder het in artikel 7 van deze overeenkomst bedoelde Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.
Artikel 104. Bescherming van persoonsgegevens
De partijen komen overeen samen te werken om het niveau van bescherming van persoonsgegevens te verbeteren overeenkomstig de strengste internationale normen, zoals onder andere de richtsnoeren van de Verenigde Naties voor de reglementering van geautomatiseerde bestanden die persoonsgegevens bevatten (United Nations Guidelines for the Regulation of Computerized Personal Data Files - Resolutie 45/95 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 14 december 1990).
De samenwerking inzake de bescherming van persoonsgegevens kan onder meer technische bijstand in de vorm van uitwisseling van informatie en deskundigheid inhouden.
Artikel 105. Samenwerking inzake migratie en asiel
De partijen wijzen opnieuw op het belang dat zij hechten aan gezamenlijke beheersing van de migratiestromen tussen hun grondgebieden. Om hun onderlinge samenwerking te versterken, zetten de partijen een brede dialoog op over alle kwesties in verband met migratie, waaronder illegale migratie, smokkel van migranten en mensenhandel en integratie van het migratievraagstuk in de nationale strategieën met betrekking tot de economische en sociale ontwikkeling van de gebieden van herkomst van de migranten.
De samenwerking wordt gebaseerd op een analyse van de specifieke behoeften, die in onderling overleg door de partijen wordt verricht, en wordt overeenkomstig de desbetreffende Uniewetgeving en nationale wetgeving uitgevoerd. De samenwerking richt zich met name op:
- a. de hoofdoorzaken van migratie;
- b. de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving en praktijken met betrekking tot internationale bescherming, teneinde te voldoen aan de bepalingen van het verdrag van Genève van 1951 inzake de status van vluchtelingen, het protocol van 1967 en andere relevante internationale instrumenten, en teneinde ervoor te zorgen dat het beginsel van non-refoulement wordt nageleefd; hierbij wordt erkend that Irak nog geen partij is bij het verdrag van Genève van 1951 inzake de status van vluchtelingen en het protocol van 1967, maar de mogelijkheid overweegt om in de toekomst daartoe toe te treden;
- c. de toelatingscriteria, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, de eerlijke behandeling en integratie van legale buitenlandse ingezetenen, onderwijs en opleiding en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat;
- d. de opzet van een doeltreffende en preventieve aanpak van illegale migratie, smokkel van migranten en mensenhandel, alsmede de vraag hoe netwerken van handelaars en smokkelaars kunnen worden bestreden en de slachtoffers van deze handel kunnen worden beschermd;
- e. de humane en waardige repatriëring van illegaal verblijvende personen en de bevordering van vrijwillige terugkeer, alsmede de overname van dergelijke personen overeenkomstig lid 3;
- f. het visumbeleid, wat betreft onderwerpen die van wederzijds belang geacht worden, in het kader van het geldende Schengenacquis;
- g. grensbeheer en grenscontrole, met betrekking tot organisatie, opleiding, beste praktijken en andere operationele maatregelen op het terrein, en indien relevant, uitrusting, waarbij rekening gehouden wordt met het feit dat dergelijke uitrusting mogelijk voor tweeërlei gebruik geschikt is.
In het kader van de samenwerking ter voorkoming en beheersing van illegale immigratie komen de partijen eveneens overeen hun illegale migranten over te nemen. Daartoe:
- a. neemt Irak al zijn onderdanen die niet of niet langer aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van een lidstaat van de Unie voldoen, op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over;
- b. neemt iedere lidstaat van de Unie al zijn onderdanen die niet of niet langer aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van Irak voldoen, op verzoek van Irak zonder verdere formaliteiten over.
Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lidstaten van de Unie en Irak hun onderdanen passende documenten waarmee zij hun identiteit voor reisdoeleinden kunnen bevestigen. Indien een over te nemen persoon geen documenten of andere bewijzen van zijn nationaliteit bezit, neemt de bevoegde diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging van de betrokken lidstaat of van Irak op verzoek van Irak of de betrokken lidstaat de nodige maatregelen om de over te nemen persoon te ondervragen om zijn nationaliteit vast te stellen.
De partijen komen in dit verband overeen op verzoek van een partij als gedefinieerd in artikel 122 zo snel mogelijk een overeenkomst te sluiten ter voorkoming en beheersing van illegale migratie en tot vaststelling van de specifieke procedures en verplichtingen voor overname, met inbegrip van de overname van onderdanen van andere landen en staatloze personen indien beide partijen dat passend achten.
Bij de samenwerking op dit gebied worden de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de partijen uit hoofde van het desbetreffende internationale recht en het internationale humanitaire recht ten volle geëerbiedigd.
Artikel 106. Bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie
De partijen komen overeen samen te werken aan en bij te dragen tot de bestrijding van georganiseerde economische en financiële misdaad en corruptie, namaak en illegale transacties, door volledig te voldoen aan hun bestaande wederzijdse internationale verplichtingen in dit verband, onder meer met betrekking tot effectieve samenwerking om beslag te leggen op uit corruptie verkregen vermogensbestanddelen of gelden. De partijen zullen de tenuitvoerlegging van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en de aanvullende protocollen daarbij en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie bevorderen.
Artikel 107. Bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme
De partijen zijn het erover eens dat moet worden samengewerkt bij en gestreefd naar de voorkoming van het gebruik van hun financiële systemen voor het witwassen van de opbrengsten van alle criminele activiteiten zoals drugshandel en corruptie en voor de financiering van terrorisme.
De partijen komen overeen samen te werken inzake technische en administratieve bijstand voor de opstelling en uitvoering van voorschriften en de efficiënte werking van mechanismen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Deze samenwerking strekt zich uit tot inbeslagneming van vermogensbestanddelen of gelden die uit de opbrengsten van criminele activiteiten zijn verkregen.
Door de samenwerking moet het mogelijk worden relevante informatie uit te wisselen in het kader van de respectieve wetgevingen en passende normen vast te stellen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, die gelijkwaardig zijn aan die van de Financial Action Task Force on Money Laundering (hierna „FATF” genoemd) en van de Unie en de internationale instanties op dit gebied.
Artikel 108. Bestrijding van illegale drugs
De partijen streven ernaar, overeenkomstig hun respectieve wet- en regelgeving, het aanbod van, de illegale handel in en de vraag naar illegale drugs en het effect daarvan op druggebruikers en de samenleving in het algemeen terug te dringen en het oneigenlijk gebruik van chemische precursoren voor de illegale productie van verdovende middelen en psychotrope stoffen doeltreffender te voorkomen. De partijen zien in het kader van hun samenwerking toe op een brede en evenwichtige aanpak van hun streven naar dit doel door middel van regels voor legale markten en doeltreffende maatregelen en coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten in onder meer de sectoren gezondheid, onderwijs, sociale zaken, rechtshandhaving en justitie.
De partijen bereiken overeenstemming over de wijze van samenwerking om deze doelstellingen te verwezenlijken. De activiteiten worden gebaseerd op onderling overeengekomen beginselen, overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen, de Politieke Verklaring en de Speciale Verklaring inzake richtsnoeren om de vraag naar drugs te verminderen, goedgekeurd door de twintigste speciale zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties inzake drugs van juni 1998.
Artikel 109. Samenwerking op cultureel gebied
De partijen verbinden zich ertoe de bilaterale samenwerking op het gebied van cultuur te bevorderen, teneinde het wederzijds begrip te versterken en de culturele betrekkingen tussen de partijen te stimuleren.
De partijen ondersteunen de uitwisseling van informatie en deskundigheid en initiatieven die bijdragen tot sterkere capaciteitsopbouw, met name betreffende de instandhouding van het culturele erfgoed.
De partijen intensiveren de samenwerking ter bestrijding van de illegale handel in culturele goederen, overeenkomstig de relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad inzake Irak. Zij zullen de bekrachtiging en doeltreffende tenuitvoerlegging bevorderen van de internationale overeenkomsten op dit gebied, waaronder de Unesco-overeenkomst van 1970 inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer en eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen.
De partijen moedigen de interculturele dialoog tussen personen, culturele instellingen en organisaties van het maatschappelijk middenveld van de Unie en Irak aan.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)