← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking betreffende nationale en civiele veiligheid

Geldende tekst a fecha 2012-11-29

De regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de regering van de Verenigde Staten van Amerika

(hierna te noemen „de partijen”),

Verbonden door een wederzijds belang in onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot de nationale en civiele veiligheid, waarbij in het bijzonder aandacht uitgaat naar de ontwikkeling van innovatieve oplossingen die de veiligheid van mensen verbeteren zonder hun vrijheid te beperken;

Geleid door de wens de uitwisseling van informatie en personeel uit te breiden op gebieden die relevant zijn voor de identificatie van bedreigingen voor de nationale en civiele veiligheid en (tegen)maatregelen en de ontwikkeling van technische normen, operationele procedures en ondersteunende methoden die van toepassing zijn op het gebruik van relevante innovatieve oplossingen, in aanvulling op en, indien van toepassing, in verband met de samenwerking op dit gebied in het kader van de Europese Unie;

Onderstrepend dat zowel de fysieke als op elektronische netwerken gebaseerde vitale infrastructuren en voorzieningen en andere capaciteiten op het gebied van de nationale en civiele veiligheid, zowel publiek als privaat, van wezenlijk belang zijn voor het functioneren en de veiligheid van de respectieve economieën, maatschappijen en overheden van de partijen;

Gelet op het feit dat de economieën van de partijen in toenemende mate van elkaar afhankelijk zijn en dat de bescherming van de infrastructuur en de nationale en civiele veiligheid voor de respectieve overheden van de partijen van het allerhoogste belang zijn;

Zich bewust van het onderzoek naar en de ontwikkeling, beproeving, evaluatie en ontwikkeling van technische normen en operaties in beide landen ten behoeve van chemische, biologische, radiologische en nucleaire (tegen)maatregelen alsmede (tegen)maatregelen op het gebied van explosieven en andere terreinen waarop de nationale en civiele veiligheid zou kunnen worden verbeterd;

Onderkennend de gemeenschappelijke wens om:

de kennis van de bedreigingen te verbeteren;

de technologische capaciteiten van elke partij op het gebied van nationale en civiele veiligheid uit te breiden;

onnodig dubbel werk zoveel mogelijk tegen te gaan;

efficiëntere en kosteneffectievere resultaten te bewerkstelligen; en

zich flexibeler aan de dynamische dreigingssituatie aan te passen

door middel van samenwerking die voor beide partijen gunstig is en betrekking heeft op de toepassing van de modernste en nieuwste beveiligingstechnologieën en wetenschappelijke kennis, waarbij de capaciteiten van de partijen op het gebied van wetenschap, onderzoek, ontwikkeling, beproeving en evaluatie optimaal benut worden;

Bevestigend het gemeenschappelijk belang dat gemoeid is met het uitbreiden van de reeds lang bestaande samenwerking tussen de respectieve instanties van de partijen, hun private sector en overheidsorganisaties en hun academische instituten bij het vinden van wetenschappelijke en technologische oplossingen om bedreigingen te bestrijden, kwetsbaarheden te reduceren en te reageren op en te herstellen van incidenten en noodsituaties op die gebieden waar de mogelijke gevolgen voor de veiligheid en economie en/of de sociale gevolgen ingrijpend kunnen zijn;

Geleid door de wens een platform te creëren voor samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technologisch onderzoek, met inbegrip van sociale, gedrags- en geesteswetenschappen, ontwikkeling, beproeving en evaluatie op het gebied van de nationale en civiele veiligheid,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Vertrouwelijke bedrijfsinformatie Hetgeen daaronder wordt begrepen in Hoofdstuk IV van Bijlage I bij dit Verdrag.
Gerubriceerde informatie Elke informatie die moet worden beschermd en als zodanig herkenbaar is door middel van relevante rubriceringsmarkeringen in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving, beleidslijnen of richtsnoeren van elke partij. De gerubriceerde informatie kan in elke vorm of op elk medium worden opgeslagen, zoals, maar niet beperkt tot, de mondelinge, visuele, magnetische of elektronische vorm of de vorm hebben van documenten, apparatuur, materialen of technologie.
Contract Elke wederzijds bindende verbintenis op basis van de wetgeving van een van de partijen die een aannemer verplicht tot het leveren van goederen of diensten in het kader van een projectakkoord.
Aannemer Een entiteit aan wie een contract is gegund door of die een contract sluit met een partij in het kader van een projectakkoord.
Gecontroleerde ongerubriceerde informatie Informatie die in de Verenigde Staten noch in Nederland als gerubriceerde informatie wordt aangemerkt, maar waarvoor beperkingen ten aanzien van toegang of verspreiding worden toegepast in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving, beleidslijnen of richtsnoeren van elke partij. De informatie die uit hoofde van dit Verdrag wordt verstrekt of geproduceerd, wordt gemarkeerd om de gevoelige aard ervan aan te geven. Deze begripsomschrijving omvat, maar is niet beperkt tot, informatie die in de Verenigde Staten als volgt is gemarkeerd: „Sensitive Homeland Security Information” (Gevoelige informatie – nationale veiligheid), „Sensitive Security Information” (Gevoelige informatie – veiligheid), „For Official Use Only” (Uitsluitend voor officieel gebruik), „Law Enforcement Sensitive Information” (Gevoelige informatie – handhaving), „Protected Critical Infrastructure Information” (Informatie met betrekking tot vitale infrastructuren), „Restricted” (Dienstgeheim), „Sensitive But Unclassified (SBU)” (Gevoelig maar ongeclassificeerd) en kan vertrouwelijke bedrijfsinformatie omvatten).
Samenwerkingsactiviteiten Elke activiteit beschreven in artikel 7 van dit Verdrag ten aanzien waarvan de partijen overeenkomen samen te werken ten behoeve van het realiseren van de doelstellingen van dit Verdrag. Deze activiteiten vinden doorgaans plaats in de vorm van een project.
Vitale infrastructuur/Strategische middelen Overheids- en/of private activiteiten of -sectoren die in de wetgeving, beschikkingen, richtsnoeren of beleidslijnen van elke partij als „vitale infrastructuur” of „strategische middelen” worden aangemerkt.
Designated Security Authority (DSA) (Aangewezen beveiligingsautoriteit) De overheidsautoriteit die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van beleid en procedures voor de beveiliging van gerubriceerde informatie of gecontroleerde ongerubriceerde informatie waarop dit Verdrag van toepassing is.
Apparatuur en materialen Elk document, product of substantie waarop of waarin informatie kan worden opgenomen of vervat. Materialen omvatten alles, ongeacht de fysieke aard voor de opmaak ervan, zoals documenten, geschriften, hardware, apparatuur, machines, apparaten, middelen, modellen, foto’s, opnames, reproducties, aantekeningen, schetsen, plattegronden, prototypen, ontwerpen, configuraties, landkaarten en brieven, alsmede alle andere producten, substanties of materialen waaruit informatie kan worden afgeleid.
Intellectuele eigendom Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2 van het Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom, gedaan te Stockholm op 14 juli 1967, zoals gewijzigd op 28 september 1979, en kan andere – door de partijen overeengekomen – onderwerpen omvatten.
Need-to-Know Een objectieve voorwaarde die op grond van de officiële taken of de juridische verplichtingen van een persoon diens toegang rechtvaardigt tot specifieke informatie die betrekking heeft op de activiteiten bedoeld in dit Verdrag.
Non-Disclosure Agreement (NDA) (Niet-openbaarmakingsovereenkomst) Een rechtsverbintenis tussen een partij en een of meer deelnemers die voor de deelnemers de verplichting schept bepaalde informatie niet openbaar te maken en het gebruik ervan te beperken.
Partij Het betreft de regering van de Verenigde Staten van Amerika en haar federale ministeries, instanties en ambtenaren of de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en haar ministeries, instanties en ambtenaren.
Deelnemer Een persoon of entiteit die niet tot een partij behoort, met inbegrip van maar niet beperkt tot een organisatie uit de private sector, academische instelling, laboratorium (of een hulporgaan daarvan) of regionale of lokale overheden, entiteiten of ambtenaren betrokken bij een samenwerkingsactiviteit, met inbegrip van zij die gecontracteerd zijn door een partij.
Project Een specifieke vorm van samenwerking, als beschreven in artikel 7 (Projecten).
Projectakkoord Het instrument waarin de reikwijdte van een project wordt vermeld zoals dat door de partijen moet worden uitgevoerd als beschreven in artikel 7 (Projecten).
Project achtergrondinformatie Elke informatie die in het kader van een project wordt verstrekt, ongeacht het soort of type, met inbegrip van informatie van wetenschappelijke, technische, bedrijfsmatige of financiële aard, en met inbegrip van foto’s, rapporten, handleidingen, dreigingsgegevens, experimentele gegevens, testgegevens, ontwerpen, specificaties, processen, technieken, uitvindingen, software, broncodes, tekeningen, technische aantekeningen, geluidsopnamen, afbeeldingen en andere grafische voorstellingen, hetzij in de vorm van magneetband, elektronische media, computergeheugen of enige andere vorm en ongeacht of de informatie door intellectuele eigendom wordt beschermd.
Project voorgrondinformatie Elke informatie die in het kader van een project wordt geproduceerd, ongeacht het soort of type, met inbegrip van informatie van wetenschappelijke, technische, bedrijfsmatige of financiële aard en met inbegrip van foto’s, rapporten, handleidingen, dreigingsgegevens, experimentele gegevens, testgegevens, ontwerpen, specificaties, processen, technieken, uitvindingen, software, broncodes, tekeningen, technische aantekeningen, geluidsopnamen, afbeeldingen en andere grafische voorstellingen, hetzij in de vorm van magneetband, elektronische media, computergeheugen of enige andere vorm en ongeacht of de informatie door intellectuele eigendom wordt beschermd.
Ontvangende partij De partij waaraan gerubriceerde of gecontroleerde ongerubriceerde informatie wordt overgedragen.
Zendende partij De partij waarvan de gerubriceerde of gecontroleerde ongerubriceerde informatie afkomstig is en/of wordt overgedragen aan de ontvangende partij.
Technologie-managementplan Een specifiek onderdeel van het projectakkoord dat door de partijen gezamenlijk wordt ontwikkeld en waarin zij overeenkomen op welke wijze met de project achtergrond- en voorgrondinformatie wordt omgegaan en waarin onder andere wordt besproken welke rechten de partijen en hun aannemers en deelnemers hebben ten aanzien van uit dit Verdrag voortvloeiende intellectuele eigendom, met inbegrip van de wijze waarop eventuele royalty’s zullen worden verdeeld, waar deze intellectuele eigendom wordt beschermd, en wie verantwoordelijk is voor het verkrijgen van die bescherming en voor de verlening van licenties.
Derde Elke entiteit of persoon die geen partij is bij dit Verdrag noch deelnemer aan een van de samenwerkingsactiviteiten uit hoofde van het Verdrag.
Transportveiligheid Veiligheidsmaatregelen ten behoeve van vervoer door de lucht, over zee en over land, de offshore olie- en gasvoorziening en de toeleveringsketen, die bijdragen aan het bereiken en in stand houden van een beter tegen terroristische en andere strafbare handelingen beschermde transportsector.
Artikel 2. Doelstelling

Dit Verdrag stelt een kader vast voor het ontwikkelen en vergemakkelijken van bilaterale samenwerkingsactiviteiten op het gebied van wetenschap en technologie die bijdragen aan de innovatie van en de capaciteiten op het gebied van de nationale en civiele veiligheid van beide partijen ten aanzien van:

Dit zal tevens bijdragen aan de ontwikkeling van onderwijskansen en de wetenschappelijke en technologische capaciteiten van beide partijen op deze gebieden.

Bijzondere aandacht gaat uit naar de ontwikkeling van oplossingen om de veiligheid van mensen te bevorderen zonder hun vrijheid en/of hun andere fundamentele rechten te beperken.

Artikel 3. Aanpak voor het realiseren van de doelstellingen
1.

De partijen streven ernaar de in artikel 2 (Doelstelling) vervatte doelstellingen te realiseren door middel van een aanpak die onder andere wordt gekenmerkt door, maar niet wordt beperkt tot:

2.

De partijen kunnen beschikbare mechanismen selecteren of bevorderen die geschikt zijn om de samenwerkingsactiviteiten te bewerkstelligen. Deze mechanismen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, subsidies, projectakkoorden of andere contracten met publieke of private entiteiten, zoals federale, regionale of lokale overheidsorganisaties, het bedrijfsleven (met inbegrip van kleine ondernemingen en kleine ondernemingen met een maatschappelijke of economische achterstandspositie), door de overheid gefinancierde onderzoeks- en ontwikkelingscentra en -organisaties, en universiteiten.

3.

Niets van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel belet de partijen andere vormen van samenwerking of overeengekomen middelen ter verwezenlijking van de doelstellingen daarvan, te bevorderen, noch wordt een samenwerkingsactiviteit uit hoofde van dit Verdrag zodanig uitgelegd dat deze andere regelingen tussen de desbetreffende actoren van de partijen doorkruist.

Artikel 4. Uitvoerende agenten
1.

De onderminister voor Wetenschap en Techniek van het Ministerie van Binnenlandse Veiligheid van de Verenigde Staten is binnen de regering van de Verenigde Staten van Amerika de eerstverantwoordelijke voor het toezicht op de samenwerkingsactiviteiten in de Verenigde Staten, zoals in dit Verdrag omschreven, en wordt hierbij aangewezen als „uitvoerende agent van de VS” die verantwoordelijk is voor de uitvoering van dit Verdrag. De taken van de uitvoerende agent van de VS kunnen aan andere functionarissen binnen het Ministerie van Binnenlandse Veiligheid worden gedelegeerd.

2.

De Minister van Veiligheid en Justitie van Nederland is de eerstverantwoordelijke in Nederland voor het toezicht op de samenwerkingsactiviteiten in Nederland en wordt hierbij aangewezen als „uitvoerende agent van Nederland” die verantwoordelijk is voor de uitvoering van dit Verdrag. De taken van de uitvoerende agent van Nederland kunnen aan andere functionarissen binnen het Ministerie van Veiligheid en Justitie worden gedelegeerd.

3.

Wanneer de verantwoordelijkheid voor het toezicht op dit Verdrag als gevolg van veranderingen in de administratieve regelingen van een van de partijen niet langer berust bij de personen die hier als „uitvoerende agent van de VS” of „uitvoerende agent van Nederland” worden aangewezen, verstrekt de desbetreffende partij aan de andere partij schriftelijk de gegevens van haar nieuwe uitvoerende agent zonder dat hiervoor een wijziging van dit Verdrag vereist is.

Artikel 5. Beheer
1.

De uitvoerende agenten benoemen een beheerder die verantwoordelijk zal zijn voor het dagelijks beheer van dit Verdrag en voor de samenwerkingsactiviteiten. De beheerders zullen voorts:

2.

De beheerders van het Verdrag toetsen de algehele uitvoering van het Verdrag op een moment dat zij opportuun achten.

Artikel 6. Samenwerkingsactiviteiten
1.

Voordat een project of een samenwerkingsactiviteit van vergelijkbaar belang uit hoofde van dit Verdrag wordt ondernomen, moeten de partijen schriftelijk overeenstemming bereiken over de aard, reikwijdte en duur van de samenwerkingsactiviteit.

2.

Samenwerkingsactiviteiten uit hoofde van dit Verdrag kunnen de activiteiten betreffen beschreven in Bijlage II bij dit Verdrag.

3.

De partijen zien erop toe dat projecten en andere samenwerkingsactiviteiten van vergelijkbaar belang waar nodig of opportuun worden ondersteund door Contracten.

Artikel 7. Projecten
1.

Samenwerkingsactiviteiten uit hoofde van dit Verdrag worden normaliter geïmplementeerd in de vorm van projecten die moeten worden uitgevoerd overeenkomstig projectakkoorden die door de partijen en hun deelnemers, waar van toepassing, aan het begin van ieder project worden gesloten.

2.

In het algemeen bevatten projectakkoorden voor elk project de volgende voorwaarden:

3.

De voorwaarden van dit Verdrag worden opgenomen in de projectakkoorden. In geval van eventuele verschillen zijn de voorwaarden van dit Verdrag doorslaggevend.

Artikel 8. Deelnemers
1.

Onder voorbehoud van de bepalingen van dit artikel schakelt een partij gewoonlijk deelnemers in om samenwerkingsactiviteiten uit te voeren.

2.

Voor het inschakelen van een deelnemer voor de uitvoering van een project of een andere samenwerkingsactiviteit van vergelijkbaar belang is voorafgaand onderzoek door en schriftelijke toestemming van beide partijen vereist.

3.

Alvorens een deelnemer in te schakelen voor een project, dient een partij met die deelnemer een rechtsbetrekking, waarvan een Non-Disclosure Agreement deel uitmaakt, aan te gaan, tenzij een soortgelijke rechtsbetrekking reeds bestaat.

4.

De partij die een deelnemer inschakelt, ziet erop toe dat deze deelnemer ermee instemt verantwoording af te leggen aan haar beheerder van het Verdrag.

5.

De beheerders van het Verdrag van de partijen stellen gezamenlijk de frequentie en reikwijdte van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde vereiste verantwoording vast.

6.

Indien zich een kwestie voordoet met betrekking tot een deelnemer en/of diens activiteiten in het kader van dit Verdrag, plegen de beheerders van het Verdrag overleg om de rol van de deelnemer in de samenwerkingsactiviteiten te bezien. Indien een van de partijen bezwaar maakt tegen voortzetting van de betrokkenheid van een deelnemer en verzoekt om beëindiging daarvan, neemt de partij die de deelnemer heeft ingeschakeld het verzoek in welwillende overweging, mede ten aanzien van de gevolgen van de beëindiging van diens deelname.

7.

Niets in dit Verdrag of in een projectakkoord belet een partij die een deelnemer heeft ingeschakeld de activiteiten van een deelnemer op te schorten of de deelnemer bij een of meer van zijn projecten te vervangen.

Artikel 9. Contracten
1.

Waar nodig of opportuun worden projectakkoorden ondersteund met contracten. Contracten kunnen worden aangegaan tussen de partijen en hun deelnemers of tussen de deelnemers onderling, indien dat passend is.

2.

Contracten aangegaan uit hoofde van projectakkoorden bevatten voorwaarden die vergelijkbaar zijn met de bepalingen van dit Verdrag, de desbetreffende projectakkoorden en de bijbehorende technologie-managementplannen teneinde het gebruik en de publicatie van de project voorgrondinformatie zoals omschreven in artikel 12 te vergemakkelijken en de rechten vervat in artikel 13 te verwerven, tenzij de andere partij er schriftelijk mee instemt dat die in een specifiek geval niet nodig zijn. Elke partij neemt in haar contracten adequate bepalingen op waarmee voldaan wordt aan de vereisten van de artikelen 10 (Financiën), 11 (Informatiebeveiliging), 12 (Beheer van intellectuele eigendom en gebruik van informatie), 13 (Publicatie van onderzoeksresultaten), 16 (Verkopen en overdrachten aan derden) en aan Bijlage I en verlangt dat ook van haar aannemers en onderaannemers.

Artikel 10. Financiën
1.

Onder voorbehoud van de beschikbaarheid van financiering en van de bepalingen van dit artikel, draagt elke partij haar eigen kosten voor het nakomen van haar verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag en de bijbehorende projecten.

2.

Behoudens voor zover bepaald in het eerste lid van dit artikel, schept dit Verdrag geen vaste financiële verplichtingen.

3.

De partijen, of, indien relevant de deelnemers, kunnen overeenkomen de kosten van samenwerkingsactiviteiten te delen. Over gedetailleerde omschrijvingen van de financiële bepalingen voor samenwerkingsactiviteiten, met inbegrip van de totale kosten van de activiteiten en het aandeel van elke partij of deelnemer in de kosten, wordt in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel overeenstemming bereikt.

4.

In het projectakkoord wordt vooraf het billijke deel van de totale kosten omschreven, waar relevant met inbegrip van de overheadkosten en administratieve kosten, een kostenplafond en de regeling van de mogelijke aansprakelijkheid die door elke partij of deelnemer aan het project wordt gedragen. Bij de vaststelling van het billijke deel van de totale kosten, kunnen de partijen of deelnemers rekening houden met:

5.

De volgende kosten worden volledig gedragen door de partij of deelnemer die de kosten maakt en zijn niet opgenomen in de kostenraming, het kostenplafond of de algemene kosten:

6.

De ene partij of deelnemer stelt de andere partij of deelnemer onverwijld in kennis wanneer de beschikbare financiering ontoereikend is voor activiteiten die als gevolg van dit Verdrag ontstaan. Indien de ene partij of deelnemer de andere partij of deelnemer ervan in kennis stelt dat zij de financiering van een project beëindigt of beperkt, plegen beide partijen of de deelnemers onmiddellijk overleg ten behoeve van de voortzetting van het project met gewijzigde of beperktere financiering. Indien dit overleg leidt tot een besluit dat niet voor beide partijen of deelnemers aanvaardbaar is, blijven de onderscheiden rechten en verplichtingen van de partijen en deelnemers uit hoofde van de artikelen 11 (Informatiebeveiliging), 12 (Beheer van intellectuele eigendom en gebruik van informatie), 13 (Publicatie van onderzoeksresultaten), 16 (Verkopen en overdrachten aan derden) en Bijlage I onverlet, ongeacht de beëindiging of het aflopen van het project.

7.

Elke partij is verantwoordelijk voor elke audit van de door haar ter ondersteuning van de samenwerkingsactiviteiten uitgevoerde activiteiten, met inbegrip van de activiteiten van haar deelnemers. Elke audit van een partij moet in overeenstemming zijn met haar eigen nationale praktijken. Indien gelden van de ene partij worden overgedragen aan de andere partij, is de ontvangende partij verantwoordelijk voor de interne audit met betrekking tot het beheer van de gelden van de zendende partij, in overeenstemming met de nationale praktijken. De ontvangende partij stelt aan de andere partij onverwijld auditrapporten met betrekking tot deze gelden ter beschikking.

Artikel 11. Informatiebeveiliging
1.

Elke uitwisseling van informatie, apparatuur en materialen, met inbegrip van gerubriceerde informatie of gecontroleerde ongerubriceerde informatie, tussen de partijen en tussen de partijen en de deelnemers, vindt plaats in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving van de partijen, met inbegrip van die welke betrekking heeft op de ongeautoriseerde overdracht of herhaalde overdracht van deze informatie, apparatuur en materialen. Alle gerubriceerde informatie en gecontroleerde ongerubriceerde informatie die ingevolge dit Verdrag wordt verstrekt of geproduceerd en alle bijbehorende projectakkoorden worden opgeslagen, behandeld, verzonden en bewaard in overeenstemming met dit Verdrag.

De overdracht van technische gegevens ten behoeve van de vervulling van de verplichtingen van de partijen ten aanzien van interface, integratie en veiligheid vindt normaliter plaats zonder beperkingen, behoudens voor zover de nationale wet- en regelgeving met betrekking tot exportcontrole of het toezicht op gerubriceerde gegevens zulks vereist. Indien gegevens met betrekking tot ontwerp, productie en verwerking, en de bijbehorende software, die bedrijfsvertrouwelijk is maar waarop geen exportcontrole wordt toegepast, nodig zijn ten behoeve van interface-, integratie- of veiligheidsdoeleinden, vindt de overdracht plaats en worden de gegevens en bijbehorende software van een geschikte markering voorzien.

Alle informatie, apparatuur en materialen waarop exportcontrole van toepassing is, mogen uit hoofde van dit Verdrag niet worden overgedragen, tenzij dit in overeenstemming is met de wet- en regelgeving en beleidslijnen inzake exportcontrole van de verzendende partij.

2.

Gerubriceerde informatie:

3.

Gecontroleerde ongerubriceerde informatie: De aard en omvang van de gecontroleerde ongerubriceerde informatie die in het kader van dit Verdrag moet worden verkregen en verspreid, moeten verenigbaar zijn met de doelstellingen van dit Verdrag en met de volgende richtlijnen en procedures:

4.

Vertrouwelijke bedrijfsinformatie:

5.

Privacy: Persoonsgegevens worden uitsluitend uitgewisseld indien de partijen daartoe besluiten ter ondersteuning van een projectakkoord ingevolge dit Verdrag.

Artikel 12. Beheer van intellectuele eigendom en gebruik van informatie
1.

Algemeen: Beide partijen erkennen dat succesvolle samenwerking afhankelijk is van de volledige en onverwijlde uitwisseling van de informatie die voor de uitvoering van projecten benodigd is. De aard en omvang van de te verkrijgen en bekend te maken project achtergrondinformatie moeten verenigbaar zijn met dit Verdrag en de voorwaarden van de technologie-managementplannen vervat in de afzonderlijke projectakkoorden, waarbij de partijen beogen voldoende project achtergrondinformatie en/of rechten tot het gebruik daarvan ter beschikking te stellen ten behoeve van de ontwikkeling van technologieën, prototypes van apparatuur en andere projectactiviteiten.

2.

Exploitatie: Op kwesties die met het beheer van project achtergrondinformatie en project voorgrondinformatie verband houden, met inbegrip van de toekenning van eventuele voordelen (inclusief royalty’s) die voortvloeien uit de vestiging en exploitatie van intellectuele eigendom bij project voorgrondinformatie ten aanzien van projecten ingevolge dit Verdrag, zijn de artikelen van dit Verdrag van toepassing, met inbegrip van de bepalingen van Bijlage I, alsmede de met een project verband houdende technologie-managementplannen.

3.

Door de partijen verstrekte project achtergrondinformatie:

4.

Door de deelnemers verstrekte project achtergrondinformatie:

5.

Project voorgrondinformatie:

Project voorgrondinformatie kan waar opportuun worden beschermd en commercieel worden geëxploiteerd; in een dergelijk geval worden de voordelen uit het gebruik en de toepassing van deze informatie verdeeld zoals vastgelegd in het technologie-managementplan van het desbetreffende projectakkoord, rekening houdend met de relatieve bijdragen van de partijen en/of deelnemers aan het project, de verkoopkosten en de mate van betrokkenheid van de partijen en/of deelnemers bij het verkrijgen van de wettelijke bescherming van de intellectuele eigendom.

Waar opportuun, onderhandelen de partijen met de deelnemers om de rechten te verkrijgen voor het gebruiken en bekendmaken van project voorgrondinformatie.

Elk van de partijen en/of deelnemers mag in het eigen rechtsgebied en in het rechtsgebied van de andere partij en/of deelnemer intellectuele eigendom ten aanzien van project voorgrondinformatie bezitten en aldaar via de exploitatie en verkoop ervan voordelen genieten, met een regeling voor de vastlegging ervan in het technologie-managementplan van het desbetreffende projectakkoord.

Artikel 13. Publicatie van onderzoeksresultaten
1.

De partijen komen overeen dat de bepalingen van paragraaf A van Hoofdstuk III van Bijlage I bij dit Verdrag van toepassing zijn op de publicatie van de in het kader van dit Verdrag geboekte onderzoeksresultaten. Het publiceren en delen van informatie geschieden in overeenstemming met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, met inbegrip van de exportcontroles, van de partijen.

2.

Toetsing voor publicatie: De partijen komen overeen dat de publicatie van de resultaten een van de doelen van dit Verdrag kan zijn ter stimulering van nader onderzoek in de publieke of private sector. Teneinde de rechten van de partijen te beschermen, mede teneinde te voorkomen dat de houders van intellectuele eigendom en vertrouwelijke bedrijfsinformatie worden benadeeld, zendt elke partij alle materialen die dergelijke resultaten bevatten en voor publicatie of andere vorm van bekendmaking bedoeld zijn, ter toetsing aan de andere partij, en wel ten minste zestig (60) werkdagen voordat deze materialen aan een redacteur, uitgever, scheidsrechter of organisator van vergaderingen worden voorgelegd of op andere wijze bekend worden gemaakt. Bij gebreke van bezwaar door de andere partij binnen die termijn van zestig dagen mag publicatie of een andere vorm van bekendmaking plaatsvinden. Indien een van de partijen bezwaar maakt tegen algemene bekendmaking of publicatie uit hoofde van dit Verdrag, vindt deze niet plaats voordat tussen de partijen overeenstemming over de voorwaarden voor algemene bekendmaking is bereikt. Elke partij is verantwoordelijk voor de afstemming met haar deelnemers om te bepalen of naar behoren rekening is gehouden met alle potentiële belangen op het gebied van intellectuele eigendom en vertrouwelijke bedrijfsinformatie.

3.

Connectie: De betrokkenheid bij en/of de financiële ondersteuning van de partijen aan samenwerkingsactiviteiten mogen zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van beide partijen niet voor openbare reclameboodschappen of handelsdoeleinden worden gebruikt. Deze toestemming mag niet op onredelijke gronden worden geweigerd.

4.

Publiciteit en dankbetuigingen: Alle publicaties van de resultaten van de in het kader van dit Verdrag opgezette projecten moeten indien van toepassing worden voorzien van een mededeling dat voor het project dat eraan ten grondslag ligt financiële steun van de regering van de Verenigde Staten van Amerika en/of het Koninkrijk der Nederlanden is ontvangen. De persoon of entiteit die voor deze publicaties verantwoordelijk is, zendt twee afschriften van deze publicaties naar de beheerders van het Verdrag.

Artikel 14. Binnenkomst van personeel, apparatuur en materialen
1.

Ten aanzien van samenwerkingsactiviteiten in het kader van dit Verdrag bevordert elke partij, in overeenstemming met haar toepasselijke wet- en regelgeving, met inbegrip van die inzake exportcontrole, waar passend:

2.

Voor zover de van toepassing zijnde wet- en regelgeving zulks toestaat, stelt elke partij alles in het werk om ervoor te zorgen dat directe rechten, belastingen en soortgelijke heffingen, alsmede kwantitatieve of andere invoer- en uitvoerbeperkingen, niet worden opgelegd ten aanzien van de projecten die in het kader van dit Verdrag worden uitgevoerd.

Artikel 15. Veiligheid van onderzoek
1.

Bij de uitvoering van projecten zorgen de partijen en deelnemers – met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving – voor de instelling en uitvoering van beleid en praktijken ter waarborging van de veiligheid van hun werknemers, het publiek en het milieu. Indien bij een samenwerkingsactiviteit gevaarlijke of schadelijke materialen worden gebruikt, moeten de partijen en deelnemers een deugdelijk veiligheidsplan opstellen en toepassen.

2.

Zonder afbreuk te doen aan eventueel bestaande regelingen uit hoofde van het van toepassing zijnde recht van de partijen, treffen de partijen en deelnemers de nodige maatregelen ter bescherming van het welzijn van de bij de projecten betrokken personen. Dergelijke maatregelen kunnen medische verzorging en, waar passend, financiële hulp behelzen.

Artikel 16. Verkopen en overdrachten aan derden

Geen van de partijen:

Artikel 17. Beslechting van geschillen
1.

Behoudens ten aanzien van geschillen betreffende de intellectuele eigendom en van de in artikel 13 vervatte procedures (Publicatie van onderzoeksresultaten), worden alle kwesties of geschillen tussen de partijen ingevolge of met betrekking tot dit Verdrag die niet door de beheerders van het Verdrag kunnen worden beslecht, aan de uitvoerenden voorgelegd. Dergelijke kwesties en geschillen worden uitsluitend beslecht door middel van overleg tussen de partijen.

2.

Geschillen tussen de partijen betreffende de intellectuele eigendom worden beslecht op de wijze vermeld in paragraaf D van Hoofdstuk II van Bijlage I.

Artikel 18. Status van de Bijlagen

Bijlage I en Bijlage II waarin respectievelijk de intellectuele eigendomsrechten bedoeld in artikel 12 en de samenwerkingsactiviteiten bedoeld in artikel 6 van dit Verdrag geregeld worden, vormen een integrerend onderdeel van dit Verdrag en, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, omvat een verwijzing naar dit Verdrag tevens een verwijzing naar de Bijlagen.

Artikel 19. Wijzigingen
1.

Dit Verdrag en de Bijlagen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen schriftelijk worden gewijzigd.

2.

Wijzigingen van het Verdrag treden in werking in overeenstemming met de in het eerste lid van artikel 20 vastgelegde procedure.

3.

Wijzigingen van de Bijlagen treden op een door de partijen te bepalen datum in werking.

Artikel 20. Inwerkingtreding en beëindiging
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop het Koninkrijk der Nederlanden de regering van de Verenigde Staten van Amerika ervan in kennis stelt dat aan de van toepassing zijnde grondwettelijke voorwaarden is voldaan.

2.

In afwachting van de inwerkingtreding worden de bepalingen van dit Verdrag voorlopig toegepast vanaf de ondertekening door beide partijen.

3.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het Europese deel van Nederland.

4.

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een van de partijen schriftelijk wordt beëindigd; deze beëindiging wordt zes maanden na de schriftelijke kennisgeving van opzegging van kracht. Dit Verdrag kan ook te allen tijde worden opgezegd met wederzijdse schriftelijke instemming van de partijen.

5.

Tenzij anderszins wordt overeengekomen, heeft de opzegging van dit Verdrag geen gevolgen voor de geldigheid of looptijd van samenwerkingsactiviteiten die nog niet geheel voltooid zijn op het tijdstip van beëindiging.

6.

De onderscheiden rechten en verantwoordelijkheden van de partijen en deelnemers ingevolge de artikelen 11 (Informatiebeveiliging), 12 (Beheer van intellectuele eigendom en gebruik van informatie), 13 (Publicatie van onderzoeksresultaten), 16 (Verkopen en overdrachten aan derden) en Bijlage I blijven ook na de beëindiging van dit Verdrag voortbestaan. In het bijzonder wordt de bescherming van alle gerubriceerde informatie die in het kader van dit Verdrag wordt uitgewisseld of geproduceerd, bij de beëindiging van het Verdrag voortgezet.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE at Washington, this day of November 29th 2012, in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

R. BEKINK

For the Government of the United States of America,

JANET NAPOLITANO