Wijzigingsgeschiedenis

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

2 versions · 2010-12-01
2010-12-01
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Tsjechoslowaak

Wijzigingen op 2010-12-01

@@ -190,7 +190,7 @@
6. De uitdrukking „dividenden”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit aandelen, winstaandelen of winstbewijzen, mijnaandelen, oprichtersaandelen of andere rechten die aanspraak geven op een aandeel in de winst, alsmede inkomsten uit schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst en inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de belastingwetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is, met inkomsten uit aandelen worden gelijkgesteld.
7. De bepalingen van het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de dividenden, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een vaste inrichting heeft en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=7&z=1996-12-19&g=1996-12-19) van toepassing.
7. De bepalingen van het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de dividenden, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een vaste inrichting heeft en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2010-12-01&g=2010-12-01) van toepassing.
8. Indien een lichaam dat inwoner is van een van de Staten, voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Staat, mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden betaald door het lichaam aan personen die geen inwoner zijn van die andere Staat, noch de niet-uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet-uitgedeelde winst, zelfs indien de betaalde dividenden of de niet-uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn.
@@ -200,7 +200,7 @@
2. De uitdrukking „interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit overheidsleningen, obligaties of schuldbewijzen, al dan niet verzekerd door hypotheek, doch geen aanspraak gevende op een aandeel in de winst, en schuldvorderingen van welke aard ook, alsmede alle andere inkomsten die door de belastingwetgeving van de Staat waaruit de inkomsten afkomstig zijn, met inkomsten uit geldlening worden gelijkgesteld.
3. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de interest, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is, een vaste inrichting heeft en de vordering uit hoofde waarvan de interest verschuldigd is, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=7&z=1996-12-19&g=1996-12-19) van toepassing.
3. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de interest, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is, een vaste inrichting heeft en de vordering uit hoofde waarvan de interest verschuldigd is, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2010-12-01&g=2010-12-01) van toepassing.
4. Indien, ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de betaalde interest, gelet op de schuldvordering ter zake waarvan zij wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de schuldeiser zou zijn overeengekomen, vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van de betaalde bedragen belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.
@@ -214,23 +214,23 @@
4. De uitdrukking „royalty’s”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap - daaronder begrepen bioscoopfilms -, van een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze, dan wel voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting, of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap.
5. De bepalingen van het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de royalty’s, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waaruit de royalty’s afkomstig zijn, een vaste inrichting heeft en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty’s verschuldigd zijn, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=7&z=1996-12-19&g=1996-12-19) van toepassing.
5. De bepalingen van het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de royalty’s, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waaruit de royalty’s afkomstig zijn, een vaste inrichting heeft en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty’s verschuldigd zijn, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In een zodanig geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2010-12-01&g=2010-12-01) van toepassing.
6. Royalty’s worden geacht uit een van de Staten afkomstig te zijn, indien zij worden betaald door die Staat zelf, door een staatkundig onderdeel, door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat. Indien evenwel de persoon die de royalty’s betaalt, ongeacht of hij inwoner van een van de Staten is of niet, in een van de Staten een vaste inrichting heeft waarvoor het contract op grond waarvan de royalty’s worden betaald, was gesloten, en deze royalty’s ten laste komen van die vaste inrichting, worden deze royalty’s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting is gelegen.
7. Indien, ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de betaalde royalty’s, gelet op het gebruik, het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de schuldeiser zou zijn overeengekomen, vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van de betaalde bedragen belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.
##### Artikel 13. Beperking van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=10&z=1996-12-19&g=1996-12-19), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=11&z=1996-12-19&g=1996-12-19) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=12&z=1996-12-19&g=1996-12-19)
Internationale organisaties, hun organen en functionarissen, alsmede personen die deel uitmaken van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een derde Staat, die in een van de Staten verblijven, hebben in de andere Staat geen recht op de verminderingen of vrijstellingen van belasting voorzien in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=10&z=1996-12-19&g=1996-12-19), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=11&z=1996-12-19&g=1996-12-19) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=12&z=1996-12-19&g=1996-12-19), met betrekking tot uit die andere Staat afkomstige bestanddelen van het inkomen die in deze artikelen zijn behandeld, indien die bestanddelen van het inkomen in de eerstbedoelde Staat niet aan een belasting naar het inkomen zijn onderworpen.
##### Artikel 13. Beperking van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2010-12-01&g=2010-12-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2010-12-01&g=2010-12-01)
Internationale organisaties, hun organen en functionarissen, alsmede personen die deel uitmaken van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een derde Staat, die in een van de Staten verblijven, hebben in de andere Staat geen recht op de verminderingen of vrijstellingen van belasting voorzien in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2010-12-01&g=2010-12-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2010-12-01&g=2010-12-01), met betrekking tot uit die andere Staat afkomstige bestanddelen van het inkomen die in deze artikelen zijn behandeld, indien die bestanddelen van het inkomen in de eerstbedoelde Staat niet aan een belasting naar het inkomen zijn onderworpen.
##### Artikel 14. Vermogenswinsten
1. Voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen, zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=6&z=1996-12-19&g=1996-12-19), mogen worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen.
1. Voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen, zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2010-12-01&g=2010-12-01), mogen worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen.
2. Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende zaken die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten in de andere Staat heeft, of van roerende zaken die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de Staten in de andere Staat tot zijn beschikking heeft voor de uitoefening van een vrij beroep - daaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting (alleen of te zamen met de gehele onderneming) of van het vaste middelpunt - mogen in die andere Staat worden belast.
3. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid zijn voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en van schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, alsmede van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen. De bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=8&z=1996-12-19&g=1996-12-19), vinden hierbij toepassing.
3. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid zijn voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en van schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, alsmede van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen. De bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=8&z=2010-12-01&g=2010-12-01), vinden hierbij toepassing.
4. Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere zaken dan die genoemd in het eerste, tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan de vervreemder inwoner is.
@@ -244,7 +244,7 @@
##### Artikel 16. Niet-zelfstandige arbeid
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=17&z=1996-12-19&g=1996-12-19), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=19&z=1996-12-19&g=1996-12-19) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=20&z=1996-12-19&g=1996-12-19) zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2010-12-01&g=2010-12-01) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2010-12-01&g=2010-12-01) zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.
2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een in de andere Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar, indien:
@@ -264,17 +264,27 @@
##### Artikel 18. Artiesten en sportbeoefenaars
Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=15&z=1996-12-19&g=1996-12-19) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=16&z=1996-12-19&g=1996-12-19) mogen voordelen of inkomsten, verkregen door beroepsartiesten, zoals toneelspelers, film-, radio- of televisieartiesten en musici, alsmede door sportbeoefenaars, uit hun persoonlijke werkzaamheden als zodanig, worden belast in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht.
Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2010-12-01&g=2010-12-01) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2010-12-01&g=2010-12-01) mogen voordelen of inkomsten, verkregen door beroepsartiesten, zoals toneelspelers, film-, radio- of televisieartiesten en musici, alsmede door sportbeoefenaars, uit hun persoonlijke werkzaamheden als zodanig, worden belast in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht.
##### Artikel 19. Pensioenen
Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 20, eerste lid, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar.
Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2010-12-01&g=2010-12-01), zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar.
##### Artikel 20. Overheidsfuncties
1. Beloningen, daaronder begrepen pensioenen, betaald door, of uit fondsen in het leven geroepen door, een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijk persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of aan dat onderdeel of dat plaatselijke publiekrechtelijke lichaam daarvan in de uitoefening van overheidsfuncties, mogen in die Staat worden belast.
2. De bepalingen van de artikelen 16, 17 en 19 zijn evenwel van toepassing op beloningen of pensioenen ter zake van diensten, bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan.
- a. Salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen, betaald door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan, aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten verleend aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijke lichaam, mogen in die Staat worden belast.
- b. Deze salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Staat belastbaar, indien de diensten in die Staat worden verleend en de natuurlijke persoon een inwoner is van die Staat die:
- i. onderdaan is van die Staat; of
- ii. niet uitsluitend voor het verlenen van de diensten inwoner van die Staat werd.
- a. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid mogen pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald door, of uit fondsen in het leven geroepen door, een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten verleend aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijke lichaam, in die Staat worden belast.
- b. Deze pensioenen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Staat belastbaar, indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat.
3. De bepalingen van de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2010-12-01&g=2010-12-01) en [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2010-12-01&g=2010-12-01) zijn van toepassing op salarissen, lonen, pensioenen en andere soortgelijke beloningen ter zake van diensten verleend in het kader van een op winst gericht bedrijf, uitgeoefend door een Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan.
##### Artikel 21. Professoren en leraren
@@ -292,11 +302,11 @@
##### Artikel 24. Vermogen
1. Vermogen, voor zover bestaande uit onroerende goederen, zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=6&z=1996-12-19&g=1996-12-19), mag worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen.
1. Vermogen, voor zover bestaande uit onroerende goederen, zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2010-12-01&g=2010-12-01), mag worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen.
2. Vermogen, voor zover bestaande uit roerende zaken die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting van een onderneming, of uit roerende zaken die behoren tot een vast middelpunt gebezigd voor de uitoefening van een vrij beroep, mag worden belast in de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gelegen.
3. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid zijn schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, alsmede roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen. De bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=8&z=1996-12-19&g=1996-12-19), vinden hierbij toepassing.
3. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid zijn schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren, alsmede roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen, slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen. De bepalingen van [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=8&z=2010-12-01&g=2010-12-01), vinden hierbij toepassing.
4. Alle andere bestanddelen van het vermogen van een inwoner van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar.
@@ -310,9 +320,9 @@
- 1. Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen of het vermogen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst in Tsjechoslowakije mogen worden belast.
- 2. Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen betreffende de verliescompensatie in de eenzijdige voorschriften tot het vermijden van dubbele belasting, verleent Nederland een vermindering op het overeenkomstig het eerste lid van dit artikel berekende belastingbedrag. Deze vermindering is gelijk aan dat gedeelte van het belastingbedrag dat tot dat belastingbedrag in dezelfde verhouding staat, als het gedeelte van het inkomen of het vermogen dat in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag is begrepen en dat volgens de artikelen 6, 7, 10, zevende lid, 11, derde lid, 12, vijfde lid, 14, eerste en tweede lid, 15, 16, eerste lid, 17, eerste lid, 20 en 24, eerste en tweede lid, van deze Overeenkomst in Tsjechoslowakije mag worden belast, staat tot het bedrag van het gehele inkomen of vermogen dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag vormt.
- 3. Nederland verleent voorts een vermindering op de overeenkomstig de voorgaande leden van dit artikel berekende belasting met betrekking tot de bestanddelen van het inkomen die volgens de artikelen 10, tweede lid, 12, tweede lid, 14, vijfde lid en 18, in Tsjechoslowakije mogen worden belast en die in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze vermindering is het laagste van de volgende bedragen:
- 2. Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen betreffende de verliescompensatie in de eenzijdige voorschriften tot het vermijden van dubbele belasting, verleent Nederland een vermindering op het overeenkomstig het eerste lid van dit artikel berekende belastingbedrag. Deze vermindering is gelijk aan dat gedeelte van het belastingbedrag dat tot dat belastingbedrag in dezelfde verhouding staat, als het gedeelte van het inkomen of het vermogen dat in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag is begrepen en dat volgens de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [10, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [12, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [14, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [20, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2010-12-01&g=2010-12-01) en [24, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=IV&artikel=24&z=2010-12-01&g=2010-12-01), van deze Overeenkomst in Tsjechoslowakije mag worden belast, staat tot het bedrag van het gehele inkomen of vermogen dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag vormt.
- 3. Nederland verleent voorts een vermindering op de overeenkomstig de voorgaande leden van dit artikel berekende belasting met betrekking tot de bestanddelen van het inkomen die volgens de [artikelen 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2010-12-01&g=2010-12-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2010-12-01&g=2010-12-01), in Tsjechoslowakije mogen worden belast en die in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze vermindering is het laagste van de volgende bedragen:
- a). het bedrag dat gelijk is aan de in Tsjechoslowakije geheven belasting;
@@ -322,7 +332,7 @@
- 1. Inkomen, met uitzondering van het in het tweede lid bedoelde inkomen, is vrijgesteld van de Tsjechoslowaakse belastingen, indien het inkomen overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst in Nederland mag worden belast.
- 2. Met betrekking tot inkomen, bedoeld in de artikelen 10, 12, 14, 17 en 18, waarover overeenkomstig de bepalingen van deze artikelen Nederlandse belasting is geheven, verleent Tsjechoslowakije aan een inwoner van Tsjechoslowakije die zodanig inkomen uit Nederland ontvangt, een verrekening van belasting, overeenkomende met het bedrag van de in Nederland geheven belasting; deze belasting wordt verrekend met de Tsjechoslowaakse belastingen, in de grondslagen waarvan dit inkomen is begrepen, tot een bedrag, dat de in Nederland over dit inkomen geheven belasting niet overschrijdt.
- 2. Met betrekking tot inkomen, bedoeld in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2010-12-01&g=2010-12-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2010-12-01&g=2010-12-01), waarover overeenkomstig de bepalingen van deze artikelen Nederlandse belasting is geheven, verleent Tsjechoslowakije aan een inwoner van Tsjechoslowakije die zodanig inkomen uit Nederland ontvangt, een verrekening van belasting, overeenkomende met het bedrag van de in Nederland geheven belasting; deze belasting wordt verrekend met de Tsjechoslowaakse belastingen, in de grondslagen waarvan dit inkomen is begrepen, tot een bedrag, dat de in Nederland over dit inkomen geheven belasting niet overschrijdt.
- 3. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid mag de Tsjechoslowaakse belasting over inkomen, dat krachtens deze Overeenkomst in Tsjechoslowakije belastbaar is, worden berekend naar het tarief dat behoort bij het totale inkomen dat volgens de Tsjechoslowaakse wetgeving belastbaar is.
@@ -392,19 +402,19 @@
Op het tijdstip van ondertekening van de Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen heden tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek gesloten, zijn de ondergetekenden overeengekomen, dat de volgende bepalingen een integrerend deel van de Overeenkomst vormen.
##### I. Ad [Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=II&artikel=4&z=1996-12-19&g=1996-12-19)
##### I. Ad [Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=II&artikel=4&z=2010-12-01&g=2010-12-01)
Een natuurlijk persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar het schip zijn thuishaven heeft.
##### II. Ad [Artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=10&z=1996-12-19&g=1996-12-19), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=11&z=1996-12-19&g=1996-12-19) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=12&z=1996-12-19&g=1996-12-19)
Verzoeken om teruggaaf van belasting die in strijd met de bepalingen van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=10&z=1996-12-19&g=1996-12-19), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=11&z=1996-12-19&g=1996-12-19) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=12&z=1996-12-19&g=1996-12-19) is geheven, moeten bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, worden ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
##### III. Ad [Artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=V&artikel=25&z=1996-12-19&g=1996-12-19)
Het is wel te verstaan dat, wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in [artikel 25, onderdeel A, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=V&artikel=25&z=1996-12-19&g=1996-12-19), is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting, onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting.
##### IV. Ad [Artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=1996-12-19&g=1996-12-19)
##### II. Ad [Artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2010-12-01&g=2010-12-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2010-12-01&g=2010-12-01)
Verzoeken om teruggaaf van belasting die in strijd met de bepalingen van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2010-12-01&g=2010-12-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2010-12-01&g=2010-12-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2010-12-01&g=2010-12-01) is geheven, moeten bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, worden ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
##### III. Ad [Artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=V&artikel=25&z=2010-12-01&g=2010-12-01)
Het is wel te verstaan dat, wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in [artikel 25, onderdeel A, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=V&artikel=25&z=2010-12-01&g=2010-12-01), is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting, onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting.
##### IV. Ad [Artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006082&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=2010-12-01&g=2010-12-01)
De verplichting tot het uitwisselen van inlichtingen strekt zich niet uit tot inlichtingen die verkregen zijn van banken of van daarmede gelijkgestelde instellingen. De uitdrukking „daarmede gelijkgestelde instellingen” betekent onder andere verzekeringsmaatschappijen.
1996-12-19
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Tsjechoslow
original version Tekst op deze datum