Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds
Wat betreft de toepassing van de leden 1 en 2 gelden de volgende bepalingen:
- a. wanneer een SADC-EPO-staat van oordeel is dat de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet, legt hij de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek voor aan het Handels- en ontwikkelingscomité. De betrokken SADC-EPO-staat verstrekt het Handels- en ontwikkelingscomité alle informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie;
- b. het Handels- en ontwikkelingscomité kan elke aanbeveling met het oog op het vinden van een aanvaardbare oplossing doen die nodig is om de situatie te verhelpen. Indien het Handels- en ontwikkelingscomité geen aanbevelingen heeft gedaan of indien er binnen dertig (30) dagen nadat de aangelegenheid aan het Handels- en ontwikkelingscomité werd voorgelegd geen andere bevredigende oplossing is bereikt, kan de betrokken SADC-EPO-staat overeenkomstig dit artikel maatregelen vaststellen;
- c. bij de toepassing van maatregelen krachtens lid 1 moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die de werking van deze overeenkomst zo min mogelijk verstoren, en
- d. alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité gebracht en zijn het voorwerp van periodiek overleg binnen dat comité.
In kritieke omstandigheden waarin uitstel tot moeilijk te herstellen schade zou leiden, kan de betrokken SADC-EPO-staat voorlopig de in lid 1 bedoelde maatregelen nemen zonder aan de eisen van lid 4 te voldoen. Deze maatregel heeft een maximale duur van tweehonderd (200) dagen. De duur van een dergelijke voorlopige maatregel wordt meegerekend als deel van de in lid 3 bedoelde periode. Bij de vaststelling van dergelijke voorlopige maatregelen wordt rekening gehouden met de belangen van alle betrokken partijen. De betrokken invoerende SADC-EPO-staat stelt de EU in kennis en legt de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek van deze voorlopige maatregel voor aan het Handels- en ontwikkelingscomité.
De SACU-lidstaten hebben het recht een beroep te doen op artikel 26 van de SACU-overeenkomst.
HOOFDSTUK III. NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN
Artikel 39. Verbod op kwantitatieve beperkingen
De partijen kunnen kwantitatieve beperkingen toepassen op voorwaarde dat dit geschiedt in overeenstemming met de WTO-overeenkomst.
Artikel 40. Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving
De partijen erkennen dat interne belastingen en andere interne heffingen, alsmede wetten, verordeningen en voorschriften betreffende verkoop, aanbod ten verkoop, koop, vervoer, distributie of gebruik van producten op de interne markt, en interne kwantitatieve regelingen die menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen voorschrijven, niet op zodanige wijze op ingevoerde of interne producten mogen worden toegepast dat bescherming aan de interne productie wordt verleend.
Ingevoerde producten van oorsprong uit de andere partij mogen noch direct noch indirect aan hogere interne belastingen of hogere andere interne heffingen van welke aard ook worden onderworpen dan die welke direct of indirect op soortgelijke interne producten van toepassing zijn. Bovendien mogen de partijen ook anderszins geen interne belastingen of andere interne heffingen op ingevoerde of interne producten toepassen op een wijze die in strijd is met de in lid 1 geformuleerde beginselen4)Een belasting die aan het bepaalde in de eerste zin van dit lid voldoet, zou alleen worden geacht onverenigbaar te zijn met het bepaalde in de tweede zin wanneer er sprake is van concurrentie tussen enerzijds het belaste product en anderzijds een rechtstreeks daarmee concurrerend of verwisselbaar product dat niet aan dezelfde belasting is onderworpen..
Ingevoerde producten van oorsprong uit de andere partij mogen, wat betreft alle wetten, verordeningen en voorschriften betreffende verkoop, aanbod ten verkoop, koop, vervoer, distributie of gebruik op de interne markt, niet minder gunstig worden behandeld dan soortgelijke producten van nationale oorsprong. Het bepaalde in dit lid vormt geen beletsel voor de toepassing van differentiële interne vervoerstarieven die uitsluitend berusten op de economische exploitatie van het vervoermiddel en niet op de oorsprong van het product.
De partijen mogen geen interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen invoeren of handhaven die direct of indirect vereisen dat een bepaalde hoeveelheid of verhouding van een onder de regeling vallend product uit interne bron afkomstig is. Bovendien mogen de partijen ook anderszins geen interne kwantitatieve regelingen toepassen op een wijze die in strijd is met de in lid 1 geformuleerde beginselen.
Interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen mogen niet op zodanige wijze worden toegepast dat die hoeveelheden of verhoudingen over externe toevoerbronnen worden verdeeld.
De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op wetten, verordeningen of voorschriften voor de aanschaffing door overheidsinstanties van producten die worden aangekocht voor overheidsdoeleinden en niet met het oog op commerciële wederverkoop of het gebruik bij de productie van goederen voor commerciële verkoop.
De bepalingen van dit artikel vormen geen beletsel voor de toekenning van subsidies aan uitsluitend interne producenten, met inbegrip van betalingen uit de opbrengsten van interne belastingen of heffingen die overeenkomstig de bepalingen van dit artikel worden toegepast en van subsidies in de vorm van aankopen van interne producten door de overheid.
De partijen erkennen dat interne prijsbeheersing door middel van vaststelling van maximumprijzen, zelfs indien deze in overeenstemming is met de andere bepalingen van dit artikel, nadelige gevolgen kan teweegbrengen voor de belangen van partijen die ingevoerde producten leveren. Bijgevolg dienen de partijen die dergelijke maatregelen toepassen rekening te houden met de belangen van de partijen van uitvoer teneinde deze nadelige gevolgen zoveel mogelijk te vermijden.
De bepalingen van dit artikel beletten een partij niet interne kwantitatieve regelingen die betrekking hebben op belichte cinematografische films en die voldoen aan de voorwaarden van artikel IV van de GATT 1947, in te stellen of in stand te houden.
HOOFDSTUK IV. DOUANE EN HANDELSBEVORDERING
Artikel 41. Doelstellingen
De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:
- a. versterken van de samenwerking op het gebied van douane en handelsbevordering, teneinde ervoor te zorgen dat de wettelijke voorschriften en procedures ter zake alsmede de administratieve capaciteit van de douanediensten voldoen aan de doelstellingen van doeltreffende controle en stimulering van de handelsbevordering;
- b. bevorderen van de harmonisatie van de douanewetgeving en -procedures;
- c. ervoor zorgen dat legitieme doelstellingen van het overheidsbeleid, met inbegrip van die met betrekking tot de veiligheid en de fraudebestrijding op het gebied van douane en handelsbevordering, op generlei wijze in het gedrang komen, en
- d. bieden van de noodzakelijke steun aan de douanediensten van de SADC-EPO-staten voor de doeltreffende uitvoering van deze overeenkomst.
Artikel 42. Samenwerking op administratief en douanegebied
De partijen nemen met het oog op de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk en om doeltreffend in te spelen op de in artikel 41 genoemde doelstellingen de volgende maatregelen:
- a. zij wisselen informatie uit over de douanewetgeving en -procedures;
- b. zij ontwikkelen gezamenlijke initiatieven op het gebied van douane en handelsbevordering en de versterking van de administratieve capaciteit;
- c. zij wisselen ervaringen en goede praktijken uit over de bestrijding van corruptie en fraude op gebieden die onder dit hoofdstuk vallen;
- d. zij wisselen ervaringen en goede praktijken uit met betrekking tot de invoer-, uitvoer- en doorvoerprocedures en de verbetering van de dienstverlening aan het bedrijfsleven;
- e. zij wisselen ervaringen en goede praktijken uit over de vergemakkelijking van de doorvoer;
- f. zij bevorderen de uitwisseling van deskundigen tussen douanediensten, en
- g. zij stimuleren de coördinatie tussen alle betrokken instanties, zowel intern als grensoverschrijdend.
De partijen treffen voorbereidingen voor en ontwikkelen een nauwere samenwerking op het gebied van de uitvoering van het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de Werelddouaneorganisatie („WDO”) van 2005. Deze samenwerking omvat initiatieven die gericht zijn op de uiteindelijke wederzijdse erkenning van de status van „geautoriseerde marktdeelnemer” (Authorised Economic Operator) en de uitwisseling van voorinformatie om een doeltreffende risicobeoordeling en een doeltreffend risicobeheer voor veiligheidsdoeleinden mogelijk te maken.
De partijen verlenen elkaar administratieve bijstand in douaneaangelegenheden in overeenstemming met protocol 2.
Artikel 43. Douanewetgeving en -procedures
De partijen komen overeen hun respectieve handels- en douanewetgeving alsmede hun respectieve handels- en douaneprocedures zoveel mogelijk te baseren op:
- a. de herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures van 1999, de materiële elementen van het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de WDO, het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem en andere internationale instrumenten en normen die op het gebied van douane en handel van toepassing zijn;
- b. de noodzaak de legitieme handel te beschermen en te bevorderen;
- c. de noodzaak onnodige en discriminerende lasten voor marktdeelnemers te voorkomen, maatregelen tegen fraude en corruptie te treffen en marktdeelnemers die de wettelijke voorschriften goed naleven extra faciliteiten te verlenen;
- d. de noodzaak voor elke partij één enkel administratief document of elektronisch equivalent daarvan te gebruiken;
- e. de toepassing van moderne douanetechnieken, zoals risicobeoordeling, vereenvoudigde procedures voor de binnenkomst en de vrijgave van goederen, controles na de vrijgave en bedrijfsaudits;
- f. transparantie, doeltreffendheid en evenredigheid, teneinde de kosten te verminderen en de voorspelbaarheid voor de marktdeelnemers te vergroten;
- g. de noodzaak erop toe te zien dat de eisen en procedures die van toepassing zijn op de in-, uit- en doorvoer van goederen niet discriminerend zijn, hoewel zendingen verschillend mogen worden behandeld op grond van objectieve criteria voor de risicobeoordeling;
- h. de geleidelijke ontwikkeling van systemen, met inbegrip van die welke zijn gebaseerd op informatietechnologie, voor zowel invoer- als uitvoerverrichtingen, teneinde de uitwisseling van informatie tussen marktdeelnemers, douanediensten en andere instanties te vergemakkelijken;
- i. de invoering van systemen die de invoer van goederen vergemakkelijken door het gebruik van vereenvoudigde douaneregelingen en -procedures, waaronder inklaring vóór aankomst;
- j. de afschaffing van alle vereisten ten aanzien van het verplichte gebruik van inspecties vóór verzending, zoals bedoeld in de WTO-overeenkomst inzake inspecties vóór verzending, of van soortgelijke vereisten;
- k. de toepassing van voorschriften die waarborgen dat geen onevenredige sancties worden opgelegd wegens geringe overtredingen van douaneregelingen of procedurele voorschriften, en dat de toepassing ervan niet leidt tot onnodige vertraging bij de douaneafhandeling;
- l. een systeem van bindende uitspraken over douaneaangelegenheden, met name over de tariefindeling en de oorsprongsregels, in overeenstemming met hun respectieve wettelijke voorschriften;
- m. de vergemakkelijking van doorvoer;
- n. de afschaffing van alle vereisten met betrekking tot de verplichte inschakeling van douane-expediteurs, en
- o. transparante, niet-discriminerende en evenredige voorschriften met betrekking tot het verlenen van vergunningen aan douane-expediteurs.
Om de werkmethoden te verbeteren en de transparantie en doeltreffendheid van de douaneafhandeling te waarborgen:
- a. zorgen de partijen er door de toepassing van anticorruptiemaatregelen op dit gebied voor dat de hoogste integriteitsnormen in acht worden genomen;
- b. nemen de partijen nadere maatregelen om de gegevens in de door de douane en andere, verwante instanties benodigde documentatie te verminderen, te vereenvoudigen en te standaardiseren;
- c. vereenvoudigen de partijen waar mogelijk de eisen en formaliteiten, zodat goederen snel worden vrijgegeven en ingeklaard;
- d. zorgen de partijen voor doeltreffende, snelle en niet-discriminerende procedures om op te komen tegen administratieve maatregelen, uitspraken en besluiten van de douane en andere instanties betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen. Die procedures moeten eenvoudig toegankelijk zijn, ook voor het midden- en kleinbedrijf, en
- e. scheppen de partijen een goed klimaat voor de doeltreffende handhaving van de wettelijke vereisten.
Artikel 44. Vergemakkelijking van de doorvoer
De partijen waarborgen de vrije doorvoer over hun grondgebied volgens de route die daarvoor het meest geschikt is. Eventuele controles of eisen moeten niet-discriminerend en evenredig zijn en overal op dezelfde wijze worden toegepast.
Onverminderd rechtmatige douanecontroles behandelen de partijen de doorvoer van goederen niet ongunstiger dan de in- en uitvoer en het verkeer van interne goederen.
De partijen:
- a. hanteren entrepotregelingen waarmee goederen, onder voorbehoud van een passende zekerheidsstelling, zonder betaling van rechten en andere heffingen kunnen worden doorgevoerd;
- b. bevorderen regionale doorvoerregelingen en voeren deze uit;
- c. passen internationale normen en instrumenten in verband met de doorvoer toe, en
- d. stimuleren de coördinatie tussen alle betrokken instanties, zowel intern als grensoverschrijdend.
Artikel 45. Relaties met het bedrijfsleven
De partijen komen overeen:
- a. erop toe te zien dat alle wettelijke voorschriften, procedures en vergoedingen en heffingen op douanegebied, alsmede waar mogelijk de nodige toelichtingen, openbaar worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg;
- b. voor zover mogelijk tijdig en regelmatig overleg te voeren met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven over wetsvoorstellen en procedures met betrekking tot de douane en douanegerelateerde handelsaangelegenheden;
- c. in voorkomend geval nieuwe of gewijzigde wettelijke voorschriften en nieuwe of gewijzigde procedures op zodanige wijze in te voeren en in werking te doen treden dat handelaren zich goed kunnen voorbereiden op de naleving daarvan. De partijen maken administratieve berichten ter zake openbaar, met name over de eisen voor douane-expediteurs, procedures bij binnenkomst van de goederen, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten en contactpunten voor het inwinnen van informatie, en
- d. de samenwerking tussen de marktdeelnemers en de betrokken diensten te stimuleren door toepassing van instrumenten als memoranda van overeenstemming.
Artikel 46. Vaststelling van de douanewaarde
Op de voorschriften inzake de vaststelling van de douanewaarde, die worden toegepast in de onder deze overeenkomst vallende handel, is de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994 („WTO-overeenkomst inzake de douanewaarde”) van toepassing.
De partijen werken samen aan een gemeenschappelijke aanpak van aangelegenheden in verband met de vaststelling van de douanewaarde.
Artikel 47. Harmonisatie van douanenormen op regionaal niveau
De partijen bevorderen de harmonisatie van de douanewetgeving, -procedures, -normen en -vereisten.
Elk van de partijen bepaalt zelf de inhoud en het tempo van dit proces.
Artikel 48. Steun voor de douanediensten van de SADC-EPO-staten
De partijen erkennen het belang van steun voor de douanediensten van de SADC-EPO-staten bij de uitvoering van dit hoofdstuk, in overeenstemming met de bepalingen van Deel I, hoofdstuk III.
De prioriteitsgebieden voor die steun zijn:
- a. de toepassing van moderne douanetechnieken, met inbegrip van:
- i. risicobeheer,
- ii. controles na de vrijgave, en
- iii. automatisering van douaneprocedures;
- b. de controle van de vaststelling van de douanewaarde, de indeling en de oorsprongsregels, ook met het oog op het voldoen aan het vereiste van artikel 43, lid 1, onder j);
- c. de vergemakkelijking van de doorvoer en een grotere doeltreffendheid van regionale doorvoerregelingen;
- d. transparantiekwesties met betrekking tot de bekendmaking en het beheer van alle handelsregelingen en van de vergoedingen en formaliteiten ter zake;
- e. de invoering en toepassing van procedures en praktijken die geïnspireerd zijn op internationale instrumenten en normen op het gebied van douane en handel, onder meer de herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures en het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de WDO.
De partijen erkennen dat het noodzakelijk is de specifieke behoeften te evalueren met inachtneming van de situatie in elk land en met gebruikmaking van de WTO- en WDO-instrumenten voor de evaluatie van behoeften of van andere, onderling overeengekomen instrumenten.
Artikel 49. Overgangsregelingen
De partijen erkennen de noodzaak van overgangsregelingen om de soepele uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk te waarborgen.
Met het oog op de noodzaak hun capaciteit op het gebied van douane en handelsbevordering te vergroten en onverminderd hun rechten en verplichtingen in het kader van de WTO geldt voor de SADC-EPO-staten een overgangsperiode van acht (8) jaar om te voldoen aan de in de artikelen 27, 43, 44 en 45 genoemde eisen waarvoor op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze overeenkomst nog capaciteit moet worden opgebouwd.
De Gezamenlijke Raad kan besluiten deze overgangsperiode met twee (2) jaar te verlengen wanneer de noodzakelijke capaciteit nog niet is bereikt.
Artikel 50. Speciaal comité voor douane en handelsbevordering
De partijen richten een speciaal comité voor douane en handelsbevordering op, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen.
Het speciaal comité voor douane en handelsbevordering heeft onder meer de volgende taken:
- a. toezicht houden op de uitvoering en het beheer van dit hoofdstuk en van protocol I;
- b. bieden van een forum voor overleg en discussie over alle onderwerpen betreffende de douane, zoals oorsprongsregels, algemene douaneprocedures, vaststelling van de douanewaarde, tariefindeling, doorvoer en wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden;
- c. versterken van de samenwerking bij de ontwikkeling, toepassing en handhaving van de oorsprongsregels en douaneprocedures in verband daarmee, algemene douaneprocedures en wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden;
- d. versterken van de samenwerking bij de capaciteitsopbouw en de technische bijstand;
- e. volgen van de uitvoering van artikel 47;
- f. vaststellen van zijn eigen reglement van orde, en
- g. behandelen van alle andere onderwerpen waarover de partijen met betrekking tot dit hoofdstuk overeenstemming bereiken.
Het speciaal comité voor douane en handelsbevordering komt bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld.
De partijen nemen beurtelings het voorzitterschap van het speciaal comité voor douane en handelsbevordering waar.
Het speciaal comité voor douane en handelsbevordering brengt verslag uit aan het Handels- en ontwikkelingscomité.
HOOFDSTUK V. TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN
Artikel 51. Multilaterale verplichtingen
De partijen bevestigen vastbesloten te zijn de rechten en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen („TBT-overeenkomst van de WTO”) in acht te nemen.
Die rechten en verplichtingen liggen ten grondslag aan de activiteiten van de partijen in het kader van dit hoofdstuk.
Artikel 52. Doelstellingen
De partijen komen overeen:
- a. samen te werken om hun onderlinge goederenverkeer te vergemakkelijken en uit te breiden door binnen het kader van de TBT-overeenkomst van de WTO onnodige handelsbelemmeringen te signaleren, te voorkomen en uit de weg te ruimen;
- b. samen te werken om de regionale integratie en samenwerking, in het bijzonder tussen de SADC-EPO-staten onderling, bij TBT-aangelegenheden te versterken, en
- c. technische capaciteit van de SADC-EPO-staten voor TBT-aangelegenheden tot stand te brengen en uit te breiden.
Artikel 53. Toepassingsgebied en definities
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures in de zin van de TBT-overeenkomst van de WTO, voor zover zij gevolgen hebben voor de handel waarop deze overeenkomst betrekking heeft.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de in de TBT-overeenkomst van de WTO gebruikte definities.
Artikel 54. Samenwerking en regionale integratie
De partijen zijn het erover eens dat samenwerking tussen de nationale en regionale autoriteiten die bevoegd zijn voor TBT-aangelegenheden, zowel in de particuliere als in de overheidssector, belangrijk is voor de bevordering van de handel in de regio en tussen de partijen, alsmede voor het algehele proces van regionale integratie, en zij verbinden zich ertoe om met het oog hierop samen te werken.
Artikel 55. Transparantie
De partijen bevestigen opnieuw het beginsel van transparantie bij de toepassing van technische voorschriften en normen in overeenstemming met de TBT-overeenkomst van de WTO.
De partijen erkennen het belang van doeltreffende mechanismen voor overleg, kennisgeving en informatie-uitwisseling ten aanzien van technische voorschriften en normen in overeenstemming met de TBT-overeenkomst van de WTO.
De partijen komen overeen een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing op te zetten om te verzekeren dat de SADC-EPO-staten vooraf in kennis worden gesteld van nieuwe maatregelen van de EU die gevolgen kunnen hebben voor de uitvoer van de SADC-EPO-staten naar de EU. De partijen maken optimaal gebruik van de bestaande mechanismen en voorkomen onnodige overlapping met multilaterale of unilaterale mechanismen.
Artikel 56. Maatregelen in verband met technische handelsbelemmeringen
De partijen komen overeen mechanismen vast te stellen en toe te passen die door de TBT-overeenkomst van de WTO worden ondersteund en het meest geschikt zijn voor specifieke prioritaire kwesties of sectoren. Bij deze mechanismen kan het gaan om:
- a. intensivering van de samenwerking tussen de partijen, teneinde de toegang tot elkaars markten te vergemakkelijken door de kennis van en het begrip voor elkaars systemen op het gebied van technische voorschriften, normen, metrologie, accreditatie en conformiteitsbeoordeling te vergroten;
- b. uitwisseling van informatie, vaststelling en toepassing van passende mechanismen voor specifieke kwesties of sectoren, d.w.z. aanpassing aan internationale normen, vertrouwen op de conformiteitsverklaring van de leverancier, gebruik van internationaal erkende accreditatie voor de kwalificatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties en gebruik van internationale test- en certificeringsprogramma’s voor producten;
- c. aanwijzing en organisatie van sectorspecifieke interventies inzake normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde het begrip voor en de toegang tot elkaars markten te bevorderen. Bij de keuze van de sectoren wordt rekening gehouden met de belangrijkste handelsgebieden, met inbegrip van prioritaire producten;
- d. ontwikkeling van samenwerkingsactiviteiten en -maatregelen, teneinde de uitvoering van de rechten en verplichtingen op grond van de TBT-overeenkomst van de WTO te ondersteunen;
- e. in voorkomend geval, ontwikkeling van gemeenschappelijke standpunten en wijzen van aanpak inzake praktijken ten aanzien van technische regelgeving, onder meer wat betreft transparantie, overleg, noodzaak en evenredigheid, gebruik van internationale normen, conformiteitsbeoordelingsvereisten, gebruikmaking van effect- en risicobeoordeling, handhaving en markttoezicht;
- f. waar mogelijk bevordering van harmonisatie op gebieden van wederzijds belang, teneinde te komen tot internationale normen, en het gebruik van dergelijke normen bij de ontwikkeling van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
- g. een verbintenis om te zijner tijd onderhandelingen over overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op gebieden van wederzijds economisch belang te overwegen;
- h. bevordering van samenwerking tussen de organen van de partijen die verantwoordelijk zijn voor technische voorschriften, metrologie, normalisatie, testen, certificering, inspectie en accreditatie, en
- i. bevordering van de deelname van de SADC-EPO-staten in internationale normalisatie-instellingen.
Artikel 57. Rol van het Handels- en ontwikkelingscomité bij TBT-aangelegenheden
De partijen komen overeen dat het Handels- en ontwikkelingscomité bevoegd is:
- a. toezicht te houden op de uitvoering van dit hoofdstuk en die uitvoering te evalueren;
- b. TBT-aangelegenheden te coördineren en daarover overleg te voeren;
- c. prioritaire sectoren en producten en de hieruit voortvloeiende prioritaire gebieden voor samenwerking aan te wijzen en te herzien;
- d. indien nodig en dienstig, aanbevelingen voor wijzigingen van dit hoofdstuk te formuleren, en
- e. alle andere onderwerpen te behandelen waarover de partijen met betrekking tot dit hoofdstuk overeenstemming bereiken.
Artikel 58. Capaciteitsopbouw en technische bijstand
De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van technische voorschriften, normen, metrologie, accreditatie en conformiteitsbeoordeling om de doelstellingen van dit hoofdstuk te verwezenlijken.
De partijen komen overeen dat prioritaire gebieden voor samenwerking zijn:
- a. de invoering van passende regelingen voor het delen van deskundigheid, met inbegrip van passende opleidingen om een adequate en duurzame technische competentie van de desbetreffende normalisatie- en conformiteitsbeoordelingsinstanties van de SADC-EPO-staten en wederzijds begrip tussen dergelijke instanties op het grondgebied van de partijen te waarborgen;
- b. de ontwikkeling van de capaciteit van de SADC-EPO-staten op het gebied van technische voorschriften, metrologie, normen, accreditatie en conformiteitsbeoordeling, onder meer door het oprichten of moderniseren van laboratoria en andere voorzieningen. In dit verband erkennen de partijen het belang van versterking van de regionale samenwerking en de noodzaak rekening te houden met prioritaire producten en sectoren;
- c. de ontwikkeling en vaststelling, in de SADC-EPO-staten, van geharmoniseerde technische voorschriften, normen, metrologie-, accreditatie- en conformiteitsbeoordelingsprocedures, die zijn gebaseerd op internationale normen ter zake;
- d. steun voor de deelname van de SADC-EPO-staten aan internationale activiteiten op het gebied van normalisatie, accreditatie en metrologie, en
- e. de inrichting van TBT-informatie- en meldpunten in de SADC-EPO-staten.
HOOFDSTUK VI. SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN
Artikel 59. Multilaterale verplichtingen
De partijen bevestigen vastbesloten te zijn de rechten en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen („SPS-overeenkomst van de WTO”), het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten („IPPC”), de Codex Alimentarius-Commissie en de Wereldorganisatie voor diergezondheid („OIE”) in acht te nemen.
Die rechten en verplichtingen liggen ten grondslag aan de activiteiten van de partijen in het kader van dit hoofdstuk.
Artikel 60. Doelstellingen
De partijen komen overeen:
- a. bij de bevordering van handel en investeringen in de SADC-EPO-staten en tussen de partijen te verzekeren dat de vastgestelde maatregelen niet verder gaan dan nodig is om het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten te beschermen in overeenstemming met de SPS-overeenkomst van de WTO;
- b. samen te werken om de regionale integratie en in het bijzonder de samenwerking tussen de SADC-EPO-staten op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen („SPS-maatregelen”) te versterken en om bij het aanpakken van problemen die voortvloeien uit SPS-maatregelen betreffende in bijlage VI opgenomen overeengekomen prioritaire producten en sectoren voldoende rekening te houden met de regionale integratie;
- c. de samenwerking te bevorderen met het oog op de erkenning van passende beschermingsniveaus in het kader van SPS-maatregelen, en
- d. technische capaciteit van de SADC-EPO-staten voor de uitvoering van en het toezicht op SPS-maatregelen tot stand te brengen en uit te breiden, en daarbij een ruimer gebruik van internationale SPS-normen en andere SPS-aspecten te bevorderen.
Artikel 61. Toepassingsgebied en definities
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op SPS-maatregelen in de zin van de SPS-Overeenkomst van de WTO.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de in de SPS-overeenkomst van de WTO en bij internationale normalisatie-instellingen, te weten de Codex Alimentarius-Commissie, het IPPC en de OIE, gebruikte definities.
Artikel 62. Bevoegde instanties
De SPS-instanties in de partijen zijn bevoegd voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bedoelde maatregelen.
De partijen stellen elkaar, in overeenstemming met deze overeenkomst, in kennis van hun respectieve bevoegde SPS-instanties, en van alle wijzigingen daarin.
Artikel 63. Transparantie
De partijen bevestigen opnieuw het beginsel van transparantie bij de toepassing van SPS-maatregelen in overeenstemming met de SPS-overeenkomst van de WTO.
De partijen erkennen het belang van doeltreffende mechanismen voor overleg, kennisgeving en informatie-uitwisseling ten aanzien van SPS-maatregelen in overeenstemming met de SPS-overeenkomst van de WTO.
De partij van invoer stelt de partij van uitvoer in kennis van alle wijzigingen van haar sanitaire en fytosanitaire invoervoorschriften die gevolgen kunnen hebben voor de handel waarop dit hoofdstuk van toepassing is. De partijen verbinden zich ertoe om waar nodig mechanismen voor de uitwisseling van dergelijke informatie in te stellen.
De partijen passen bij de vaststelling van invoervoorwaarden het beginsel van zonering of compartimentering toe, waarbij rekening wordt gehouden met internationale normen. Indien mogelijk kunnen van geval tot geval ook zones of compartimenten met een vastgestelde sanitaire of fytosanitaire status door de partijen gezamenlijk worden vastgesteld en voorgesteld, teneinde handelsverstoringen te voorkomen.
Artikel 64. Uitwisseling van informatie
De partijen komen overeen een systeem voor vroegtijdige waarschuwing op te zetten om te verzekeren dat de SADC-EPO-staten vooraf in kennis worden gesteld van nieuwe SPS-maatregelen van de EU die gevolgen kunnen hebben voor de uitvoer van de SADC-EPO-staten naar de EU. Dit systeem wordt in voorkomend geval gebaseerd op bestaande mechanismen.
De partijen komen overeen samen te werken bij de uitbouw van het netwerk voor epidemiologische surveillance voor dierziekten en op fytosanitair gebied. De partijen wisselen informatie uit over het vóórkomen van schadelijke organismen en ziekten waarvan bekend is dat zij onmiddellijk gevaar voor de andere partij opleveren.
Artikel 65. Rol van het Handels- en ontwikkelingscomité bij SPS-aangelegenheden
Het Handels- en ontwikkelingscomité is bevoegd:
- a. toezicht te houden op de uitvoering van dit hoofdstuk en die uitvoering te evalueren;
- b. adviezen en aanbevelingen voor de uitvoering van dit hoofdstuk te formuleren met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen ervan;
- c. een forum te bieden voor discussie en uitwisseling van informatie en waar aspecten in verband met samenwerking aan de orde kunnen worden gesteld;
- d. indien nodig en dienstig, aanbevelingen voor wijzigingen van dit hoofdstuk te formuleren;
- e. de lijst van prioritaire producten en sectoren in BIJLAGE VI alsmede de hieruit voortvloeiende prioritaire gebieden voor samenwerking te herzien;
- f. de samenwerking bij de ontwikkeling, toepassing en handhaving van SPS-maatregelen te versterken, en
- g. alle andere relevante aangelegenheden in verband hiermee te bespreken.
Artikel 66. Overleg
Indien een van de partijen van oordeel is dat een andere partij maatregelen heeft getroffen die gevolgen kunnen hebben of kunnen hebben gehad voor de toegang tot haar markt, vindt passend overleg plaats teneinde onnodige vertragingen te voorkomen en een passende oplossing te vinden in overeenstemming met de SPS-overeenkomst van de WTO. In dit verband verstrekken de partijen elkaar de namen en adressen van contactpunten met sanitaire en fytosanitaire expertise, teneinde de communicatie en de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken.
Artikel 67. Samenwerking, capaciteitsopbouw en technische bijstand
De partijen komen overeen:
- a. de samenwerking tussen vergelijkbare instellingen van de partijen te bevorderen;
- b. samen te werken bij de bevordering van de regionale harmonisatie van maatregelen en de ontwikkeling van passende regelgevingskaders en beleidsmaatregelen binnen en tussen de SADC-EPO-staten en zo te zorgen voor meer intraregionale handel en investeringen, en
- c. samen te werken op de volgende prioritaire gebieden:
- i. de opbouw van technische capaciteit in de particuliere en overheidssector van de SADC-EPO-staten om sanitaire en fytosanitaire controle mogelijk te maken, met inbegrip van opleidingen en informatiebijeenkomsten over inspectie, certificering, toezicht en controle;
- ii. de opbouw van capaciteit in de SADC-EPO-staten met het oog op behoud en uitbreiding van hun markttoegangsmogelijkheden;
- iii. de opbouw van capaciteit om te waarborgen dat goedgekeurde maatregelen geen onnodige handelsbelemmeringen worden, waarbij erkend wordt dat partijen het recht hebben hun eigen passende beschermingsniveau vast te stellen;
- iv. de uitbreiding van de technische capaciteit voor de uitvoering van en het toezicht op SPS-maatregelen, met inbegrip van de bevordering van een ruimer gebruik van internationale normen;
- v. de bevordering van samenwerking bij de uitvoering van de SPS-overeenkomst van de WTO, in het bijzonder door verbetering van de kennisgevingsprocedures en uitbreiding van het aantal informatiepunten in de SADC-EPO-staten, alsmede bij andere aangelegenheden betreffende internationale normalisatie-instellingen ter zake;
- vi. de ontwikkeling van de capaciteit voor risicoanalyse, harmonisatie, naleving, testen, certificering, residubewaking, traceerbaarheid en accreditatie, onder meer door het oprichten of moderniseren van laboratoria en andere voorzieningen, teneinde de SADC-EPO-staten te helpen aan de internationale normen te voldoen. In dit verband erkennen de partijen het belang van versterking van de regionale samenwerking en de noodzaak rekening te houden met de in overeenstemming met dit hoofdstuk vastgestelde prioritaire producten en sectoren, en
- vii. steun voor de deelname van de SADC-EPO-staten in internationale normalisatie-instellingen ter zake.
HOOFDSTUK VII. LANDBOUW
Artikel 68. Samenwerking op het gebied van landbouw
De partijen benadrukken het belang van de landbouwsector voor de SADC-EPO-staten wat betreft de voedselzekerheid, het scheppen van werkgelegenheid in plattelandsgebieden, het vergroten van de inkomens van landbouwbedrijven, het creëren van een inclusieve plattelandseconomie, en als basis voor verdergaande industrialisering en voor duurzame ontwikkeling, alsmede om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.
Het gebruik van uitvoersubsidies op landbouwproducten in de handel tussen de partijen is met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst niet toegestaan.
De EU en de SADC-EPO-staten sluiten een landbouwpartnerschap teneinde een gedachtewisseling tussen de partijen onder meer over landbouw, voedselzekerheid, ontwikkeling, regionale waardeketens en integratie te vergemakkelijken. De door het landbouwpartnerschap bestreken aangelegenheden en de voorschriften voor de werking ervan worden in onderlinge overeenstemming door de partijen vastgesteld in het in artikel 103 bedoelde comité.
HOOFDSTUK VIII. LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALBEWEGINGEN
Artikel 69. Lopende betalingen
Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 70 en 71 verbinden de partijen zich ertoe alle betalingen in vrij converteerbare valuta voor lopende transacties tussen hun ingezetenen toe te staan en geen beperkingen dienaangaande vast te stellen.
De partijen kunnen de nodige maatregelen nemen om te waarborgen dat het bepaalde in lid 1 niet wordt gebruikt voor het verrichten van overschrijvingen die niet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving van een partij.
Artikel 70. Vrijwaringsmaatregelen
Wanneer betalingen en kapitaalbewegingen tussen de partijen in uitzonderlijke omstandigheden ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor het monetair beleid of het wisselkoersbeleid van een of meer SADC-EPO-staten of een of meer lidstaten van de Europese Unie, kan de EU of de betrokken SADC-EPO-staat voor ten hoogste zes (6) maanden strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van betalingen en kapitaalbewegingen nemen.
De Gezamenlijke Raad wordt onverwijld van de vaststelling van vrijwaringsmaatregelen en zo spoedig mogelijk van een tijdschema voor de opheffing ervan in kennis gesteld.
Artikel 71. Betalingsbalansmoeilijkheden
Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans of de buitenlandse financiële positie van een of meer lidstaten van de Europese Unie of van een SADC-EPO-staat ernstige moeilijkheden voordoen of dreigen voor te doen, kan die lidstaat respectievelijk die SADC-EPO-staat in overeenstemming met de voorwaarden bepaald in de WTO-overeenkomst en de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds beperkende maatregelen treffen, die van beperkte duur moeten zijn en niet verder mogen gaan dan nodig is om de situatie van de betalingsbalans te corrigeren. Een partij die dergelijke maatregelen heeft getroffen of gehandhaafd, stelt de andere partij daarvan onverwijld in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen voor.
HOOFDSTUK IX. HANDEL IN DIENSTEN EN INVESTERINGEN
Artikel 72. Doelstellingen
De partijen erkennen het toenemende belang van de handel in diensten en investeringen voor de ontwikkeling van hun economieën en herbevestigen hun verbintenis met betrekking tot diensten in de artikelen 41, 42 en 43 van de Overeenkomst van Cotonou en hun respectieve rechten en verplichtingen in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten („GATS”).
Artikel 73. Handel in diensten
De partijen kunnen onderhandelingen over de handel in diensten voeren met het oog op uitbreiding van het toepassingsgebied van deze overeenkomst. In dit verband hebben Botswana, Lesotho, Mozambique en Swaziland („deelnemende SADC-EPO-staten”), enerzijds, en de EU, anderzijds, onderhandelingen over de handel in diensten geopend, die zij zullen voortzetten.
Aan de onderhandelingen tussen de EU en de deelnemende SADC-EPO-staten liggen de volgende beginselen ten grondslag:
- a. de onderhandelingen hebben betrekking op de definities en beginselen voor de liberalisering van de handel in diensten;
- b. de onderhandelingen hebben betrekking op de lijsten van verbintenissen, waarin de voorwaarden die van toepassing zijn op de liberalisering van de handel in diensten worden omschreven. Die voorwaarden moeten per geliberaliseerde sector worden vermeld en moeten, waar nodig, beperkingen inzake markttoegang en nationale behandeling alsook overgangsperioden voor de liberalisering omvatten;
- c. bij de onderhandelingen wordt tevens regelgeving ter ondersteuning van de liberalisering van de handel in diensten besproken;
- d. de liberalisering van de handel in diensten moet voldoen aan de vereisten van artikel V van de GATS;
- e. de liberalisering van de handel in diensten moet wederzijds en asymmetrisch zijn, rekening houdend met de ontwikkelingsbehoeften van de deelnemende SADC-EPO-staten. Dit kan er tevens toe leiden dat bepalingen inzake samenwerking en speciale en gedifferentieerde behandeling worden opgenomen;
- f. de onderhandelingen moeten voortbouwen op de relevante bepalingen van bestaande toepasselijke rechtskaders.
De EU en de deelnemende SADC-EPO-staten komen overeen samen te werken bij de versterking van de regelgevingskaders van de deelnemende SADC-EPO-staten alsmede de uitvoering te ondersteunen van de verbintenissen die voortvloeien uit de onderhandelingen overeenkomstig artikel 13, lid 5. De partijen erkennen dat, overeenkomstig artikel 13, lid 8, de opbouw van handelscapaciteit de ontwikkeling van economische activiteiten kan ondersteunen.
Indien een partij bij deze overeenkomst geen partij is bij een overeenkomst inzake de handel in diensten waarover overeenkomstig de leden 1 en 2 is onderhandeld en tot die overeenkomst wenst toe te treden, kan zij onderhandelen over de voorwaarden voor toetreding daartoe.
Indien een overeenkomst die voortvloeit uit de in de leden 1 en 4 bedoelde onderhandelingen, leidt tot resultaten die onverenigbaar blijken met de toekomstige ontwikkeling van een regionaal kader van de SADC voor diensten, zullen de partijen bij de onderhavige overeenkomst onderhandelingen aangaan om deze overeenkomst in overeenstemming te brengen met een dergelijk regionaal kader en tegelijkertijd zorgen voor een evenwichtige verdeling van de voordelen.
Artikel 74. Handel en investeringen
De EU en de deelnemende SADC-EPO-staten komen overeen samen te werken op het gebied van investeringen overeenkomstig artikel 13, lid 6, en kunnen in de toekomst onderhandelingen in overweging nemen over de sluiting van een overeenkomst inzake investeringen in andere economische sectoren dan de dienstensector.
Indien een partij bij deze overeenkomst geen partij is bij een overeenkomst inzake investeringen waarover overeenkomstig lid 1 is onderhandeld en tot die overeenkomst wenst toe te treden, kan zij onderhandelen over de voorwaarden voor toetreding daartoe.
Indien een overeenkomst die voortvloeit uit de in de leden 1 en 2 bedoelde onderhandelingen, leidt tot resultaten die onverenigbaar blijken met de toekomstige ontwikkeling van een regionaal kader van de SADC voor investeringen, zullen de partijen bij de onderhavige overeenkomst gezamenlijk inspanningen doen om deze overeenkomst in overeenstemming te brengen met een dergelijk regionaal kader en tegelijkertijd zorgen voor een evenwichtige verdeling van de voordelen.
DEEL III. VERMIJDEN EN BESLECHTEN VAN GESCHILLEN
HOOFDSTUK I. DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 75. Doelstelling
Het doel van deel III is geschillen tussen de partijen over de interpretatie en de toepassing van deze overeenkomst te vermijden of te beslechten teneinde waar mogelijk tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.
In het kader van geschillen die betrekking hebben op een of meer van haar collectieve maatregelen, treedt de SACU voor de toepassing van dit Deel als collectief op en is voor de EU de SACU als zodanig de andere partij in het geschil.
In het kader van geschillen die betrekking hebben op een of meer van zijn individuele maatregelen, treedt een SADC-EPO-staat voor de toepassing van dit Deel individueel op en is voor de EU uitsluitend de specifieke staat die haars inziens een bepaling van deze overeenkomst heeft geschonden de andere partij in het geschil.
Artikel 76. Toepassingsgebied
Deel III is van toepassing op alle geschillen over de interpretatie en de toepassing van deze overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
Niettegenstaande lid 1 vindt bij geschillen over de financiering van de ontwikkelingssamenwerking tussen de partijen de procedure van artikel 98 van de Overeenkomst van Cotonou toepassing.
HOOFDSTUK II. OVERLEG EN BEMIDDELING
Artikel 77. Overleg
De partijen streven ernaar elk in artikel 76 bedoeld geschil op te lossen door te goeder trouw overleg te plegen om tot een schikking in der minne te komen.
Een partij verzoekt de andere partij schriftelijk om overleg, met kopie aan het Handels- en ontwikkelingscomité, waarbij zij aangeeft om welke maatregel het gaat en met welke bepalingen van deze overeenkomst de maatregel volgens haar niet in overeenstemming is.
Het overleg vindt plaats binnen veertig (40) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek. Het overleg wordt zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek geacht te zijn afgesloten, tenzij beide partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. Alle tijdens het overleg verstrekte informatie blijft vertrouwelijk.
Overleg over dringende kwesties, zoals die over bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, vindt plaats binnen vijftien (15) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek en wordt dertig (30) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek geacht te zijn afgesloten.
Indien het overleg niet binnen de in respectievelijk lid 3 of lid 4 genoemde termijnen plaatsvindt, of indien het overleg is afgesloten zonder dat een onderling overeengekomen oplossing is bereikt, kan de klagende partij verzoeken om de instelling van een arbitragepanel overeenkomstig artikel 79.
Artikel 78. Bemiddeling
Indien het overleg niet tot een onderling overeengekomen oplossing leidt, kunnen de partijen overeenkomen een beroep te doen op een bemiddelaar. Tenzij de partijen anders overeenkomen, heeft het mandaat van de bemiddelaar betrekking op de in het verzoek om overleg genoemde aangelegenheid.
Tenzij de partijen binnen vijftien (15) dagen na de datum van de overeenstemming over het verzoek om bemiddeling overeenstemming over een bemiddelaar bereiken, wijst de voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité of diens vertegenwoordiger door middel van loting uit de groep personen op de in artikel 94 bedoelde lijst een bemiddelaar aan die geen onderdaan van een van de partijen is. De loting vindt binnen vijfentwintig (25) dagen na de datum van de overeenstemming over het verzoek om bemiddeling plaats in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van elk van de partijen. De bemiddelaar roept de partijen uiterlijk dertig (30) dagen na zijn aanwijzing bijeen. Hij krijgt de stukken van elk van de partijen uiterlijk vijftien (15) dagen voor de bijeenkomst en hij geeft uiterlijk vijfenveertig (45) dagen na zijn aanwijzing een advies.
Het advies van de bemiddelaar kan een aanbeveling omvatten over de wijze waarop het geschil in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst kan worden opgelost. Het advies van de bemiddelaar is niet bindend.
De partijen kunnen overeenkomen de in lid 2 genoemde termijnen te wijzigen. De bemiddelaar kan op verzoek van een van de partijen of op eigen initiatief ook besluiten deze termijnen te wijzigen wegens de buitengewone moeilijkheden die de betrokken partij ondervindt of wegens de complexiteit van de zaak.
De bemiddelingsprocedure en in het bijzonder alle tijdens de procedure door de partijen verstrekte informatie en ingenomen standpunten blijven vertrouwelijk.
HOOFDSTUK III. GESCHILLENBESLECHTINGSPROCEDURES
Artikel 79. Inleiding van de arbitrageprocedure
Wanneer de partijen er niet in zijn geslaagd het geschil door middel van het in artikel 77 bedoelde overleg of de in artikel 78 bedoelde bemiddeling op te lossen, kan de klagende partij verzoeken om de instelling van een arbitragepanel.
Het verzoek om instelling van een arbitragepanel moet schriftelijk worden gedaan bij de partij waartegen de klacht gericht is en bij het Handels- en ontwikkelingscomité. De klagende partij vermeldt in haar verzoek de specifieke maatregelen die in het geding zijn en legt uit waarom die maatregelen een inbreuk op de bepalingen van deze overeenkomst zijn.
Artikel 80. Instelling van het arbitragepanel
Een arbitragepanel bestaat uit drie (3) arbiters.
Binnen tien (10) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om instelling van een arbitragepanel stelt elke partij een arbiter aan. Binnen twintig (20) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om instelling van een arbitragepanel stellen de twee (2) arbiters een derde arbiter aan, die als voorzitter van het arbitragepanel zal fungeren. De voorzitter van het arbitragepanel is geen onderdaan van een van de partijen en woont niet permanent op het grondgebied van een van de partijen.
Indien niet binnen twintig (20) dagen alle drie (3) arbiters zijn aangesteld, of indien een van de partijen binnen tien (10) dagen na de aanstelling van de derde arbiter schriftelijk een met redenen omkleed bezwaar tegen de aangestelde arbiters indient bij het Handels- en ontwikkelingscomité, kan elk van beide partijen de voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité of diens vertegenwoordiger verzoeken alle drie (3) panelleden door middel van loting aan te wijzen uit de in artikel 94 bedoelde lijst, te weten één lid uit de personen die door de klagende partij zijn voorgedragen, één lid uit de personen die door de partij waartegen de klacht gericht is, zijn voorgedragen en één lid uit de personen die door de partijen zijn aangewezen om als voorzitter te fungeren. Wanneer de partijen het over een of meer leden van het arbitragepanel eens zijn, worden de overige leden volgens de in dit lid bedoelde procedure aangewezen.
De voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité of diens vertegenwoordiger wijst in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van elk van de partijen binnen vijf (5) dagen na de datum van ontvangst van het in lid 3 bedoelde verzoek van een van de partijen de arbiters aan.
De datum van instelling van het arbitragepanel is de datum waarop de drie (3) arbiters uiteindelijk worden aangewezen.
Artikel 81. Tussentijds panelverslag
Het arbitragepanel geeft de partijen in de regel uiterlijk honderdtwintig (120) dagen na de datum van instelling ervan kennis van een tussentijds verslag met een beschrijving van het geschil en met zijn bevindingen en conclusies. In dringende gevallen wordt de termijn verkort tot zestig (60) dagen. Een partij kan het arbitragepanel binnen vijftien (15) dagen na de kennisgeving van het tussentijdse verslag schriftelijke opmerkingen over specifieke aspecten van het tussentijdse verslag doen toekomen.
Artikel 82. Arbitrale uitspraak
Het arbitragepanel stelt de partijen en het Handels- en ontwikkelingscomité binnen honderdvijftig (150) dagen na de datum van instelling ervan in kennis van zijn uitspraak. Wanneer het arbitragepanel van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het panel de partijen en het Handels- en ontwikkelingscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn werkzaamheden denkt te kunnen voltooien. In geen geval mag van de uitspraak later dan honderdtachtig (180) dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel worden kennisgegeven.
In dringende gevallen, zoals bij bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, stelt het arbitragepanel alles in het werk om binnen negentig (90) dagen na de datum van instelling ervan van zijn uitspraak kennis te geven. Het arbitragepanel kan binnen tien (10) dagen na de datum van instelling ervan een voorlopige uitspraak doen over de vraag of het een zaak dringend acht.
Elk van de partijen kan het arbitragepanel verzoeken een aanbeveling te doen over de vraag hoe de partij waartegen de klacht gericht is, aan de overeenkomst kan voldoen.
Artikel 83. Naleving van de arbitrale uitspraak
De partij waartegen de klacht gericht is, neemt alle nodige maatregelen om de arbitrale uitspraak na te leven en beide partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen die uitspraak moet worden nageleefd.
Artikel 84. Redelijke termijn voor naleving
Uiterlijk dertig (30) dagen na de datum van ontvangst door de partijen van de kennisgeving van de arbitrale uitspraak stelt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij en het Handels- en ontwikkelingscomité in kennis van de redelijke termijn die zij nodig heeft om de arbitrale uitspraak na te leven.
Na de kennisgeving door de partij waartegen de klacht gericht is, streven de partijen ernaar overeenstemming te bereiken over een redelijke termijn. Indien de partijen het niet eens worden over de redelijke termijn voor naleving van de arbitrale uitspraak, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel binnen dertig (30) dagen na de datum van de kennisgeving krachtens lid 1 schriftelijk om een redelijke termijn vast te stellen. De partij waartegen de klacht gericht is en het Handels- en ontwikkelingscomité worden tegelijkertijd van dit verzoek in kennis gesteld. Het arbitragepanel stelt de partijen en het Handels- en ontwikkelingscomité binnen dertig (30) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek in kennis van zijn uitspraak.
Het arbitragepanel houdt bij de vaststelling van de redelijke termijn rekening met de tijd die de partij waartegen de klacht gericht is normaliter nodig heeft om wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen die vergelijkbaar zijn met die welke door die partij noodzakelijk worden geacht om naleving te waarborgen. Het arbitragepanel houdt ook rekening met capaciteitsbeperkingen en het verschil in ontwikkeling, die van invloed kunnen zijn op de vaststelling van de noodzakelijke maatregelen door de partij waartegen de klacht gericht is.
Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw kan (kunnen) bijeenkomen, is de procedure van artikel 80 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt vijfenveertig (45) dagen na de datum van ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek.
De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.
Artikel 85. Onderzoek van de maatregelen tot naleving van de arbitrale uitspraak
De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Handels- en ontwikkelingscomité vóór afloop van de redelijke termijn in kennis van alle maatregelen die zij heeft getroffen om de arbitrale uitspraak na te leven.
Wanneer er tussen de partijen onenigheid bestaat over de verenigbaarheid van een maatregel waarvan krachtens lid 1 is kennisgegeven met de bepalingen van deze overeenkomst, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. In dat verzoek wordt aangegeven om welke specifieke maatregel het gaat en wordt uiteengezet waarom deze niet verenigbaar is met de bepalingen van deze overeenkomst. Het arbitragepanel geeft binnen negentig (90) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek kennis van zijn uitspraak. In dringende gevallen, zoals bij bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, geeft het arbitragepanel binnen vijfenveertig (45) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek kennis van zijn uitspraak.
Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw kan (kunnen) bijeenkomen, is de procedure van artikel 80 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt honderdvijf (105) dagen na de datum van ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek.
Artikel 86. Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving
Indien de partij waartegen de klacht gericht is niet vóór afloop van de redelijke termijn kennisgeeft van de maatregelen die zij heeft getroffen om de arbitrale uitspraak na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregel waarvan krachtens artikel 85, lid 1, is kennisgegeven, niet verenigbaar is met de bepalingen van deze overeenkomst, doet de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij, op verzoek van deze laatste, een compensatieaanbod. Deze compensatie kan geheel of ten dele bestaan uit een financiële vergoeding, hoewel geen enkele bepaling van deze overeenkomst de partij waartegen de klacht gericht is, verplicht een dergelijke financiële vergoeding aan te bieden.
Indien de partijen binnen dertig (30) dagen na afloop van de redelijke termijn of na de in artikel 85 bedoelde arbitrale uitspraak dat een nalevingsmaatregel niet verenigbaar is met deze overeenkomst, geen overeenstemming bereiken over compensatie, is de klagende partij gerechtigd om, na de partij waartegen de klacht gericht is hiervan in kennis te hebben gesteld, passende maatregelen vast te stellen.
Wanneer de klagende partij dergelijke maatregelen vaststelt, streeft zij ernaar maatregelen te kiezen die evenredig aan de schending zijn en zo min mogelijk van invloed zijn op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en houdt zij rekening met de gevolgen ervan voor de economie van de partij waartegen de klacht gericht is en voor elk van de SADC-EPO-staten.
Indien de EU uiterlijk bij het verstrijken van de redelijke termijn geen kennis geeft van de maatregelen die zij heeft getroffen om de arbitrale uitspraak na te leven of indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregel waarvan krachtens artikel 85, lid 1, is kennisgegeven, niet verenigbaar is met de verplichtingen van die partij uit hoofde van deze overeenkomst, en de klagende partij aanvoert dat de vaststelling van passende maatregelen tot aanzienlijke schade voor haar economie zou leiden, overweegt de EU een financiële vergoeding aan te bieden.
De EU betracht de nodige terughoudendheid bij het vragen van compensatie of bij de vaststelling van passende maatregelen uit hoofde van de leden 1 of 2.
De compensatie of de passende maatregelen zijn van tijdelijke aard en worden slechts toegepast totdat de maatregel waarvan is vastgesteld dat die in strijd is met de bepalingen van deze overeenkomst, is ingetrokken of is gewijzigd en met die bepalingen in overeenstemming is gebracht, of totdat de partijen zijn overeengekomen hun geschil bij te leggen.
Voor de toepassing van de artikelen 86 en 87 worden met „passende maatregelen” maatregelen bedoeld die vergelijkbaar zijn met die op grond van het Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen („DSU”), dat is neergelegd in bijlage 2 bij de WTO-overeenkomst.
Artikel 87. Onderzoek van de nalevingsmaatregelen getroffen na de vaststelling van passende maatregelen
De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Handels- en ontwikkelingscomité in kennis van alle maatregelen die zij heeft getroffen om de arbitrale uitspraak na te leven en van haar verzoek om beëindiging van de toepassing van passende maatregelen door de klagende partij.
Indien de partijen binnen dertig (30) dagen na de datum van kennisgeving geen overeenstemming bereiken over de verenigbaarheid van de maatregel waarvan is kennisgegeven met de bepalingen van deze overeenkomst, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk hierover uitspraak te doen. De partij waartegen de klacht gericht is en het Handels- en ontwikkelingscomité worden van dit verzoek in kennis gesteld. Van de arbitrale uitspraak wordt binnen vijfenveertig (45) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek kennisgegeven aan de partijen en het Handels- en ontwikkelingscomité. Indien het arbitragepanel oordeelt dat een nalevingsmaatregel niet in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst is, besluit het of de klagende partij passende maatregelen mag blijven toepassen. Indien het arbitragepanel oordeelt dat een nalevingsmaatregel in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst is, worden de passende maatregelen beëindigd.
Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw kan (kunnen) bijeenkomen, is de procedure van artikel 80 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek.
HOOFDSTUK IV. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
Artikel 88. Onderling overeengekomen oplossing
De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Handels- en ontwikkelingscomité en in voorkomend geval het arbitragepanel van die oplossing in kennis. Na goedkeuring van de onderling overeengekomen oplossing wordt de geschillenbeslechtingsprocedure beëindigd.
Artikel 89. Reglement van orde en gedragscode
De partijen komen binnen twaalf (12) maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tot overeenstemming over een reglement van orde en een gedragscode, die zullen worden goedgekeurd door de Gezamenlijke Raad.
De vergaderingen van het arbitragepanel zijn overeenkomstig het reglement van orde openbaar, tenzij het arbitragepanel op eigen initiatief of op verzoek van de partijen anderszins besluit. Het arbitragepanel komt achter gesloten deuren bijeen wanneer de door een partij ingediende stukken of de argumenten van een partij vertrouwelijke informatie bevatten.
Artikel 90. Informatie en technisch advies
Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief informatie inwinnen bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, die het voor de arbitrageprocedure nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Belanghebbenden kunnen overeenkomstig het reglement van orde als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen. Alle op deze manier verkregen informatie moet aan de partijen worden medegedeeld en voor opmerkingen aan hen worden voorgelegd.
Artikel 91. Taal van de stukken en opmerkingen
Voor de schriftelijke stukken en de mondelinge opmerkingen van de partijen wordt een van de officiële talen van de partijen gebruikt.
De partijen streven ernaar om voor elke specifieke procedure in het kader van dit deel een gemeenschappelijke werktaal overeen te komen. Indien de partijen niet tot overeenstemming kunnen komen over een gemeenschappelijke werktaal, draagt elk van de partijen de zorg en de kosten voor de vertaling van haar schriftelijke stukken en voor vertolking tijdens hoorzittingen in de taal die is gekozen door de partij waartegen de klacht gericht is, tenzij die taal een officiële taal van die partij is. Bij het streven naar overeenstemming over een gemeenschappelijke werktaal houdt de EU rekening met het potentiële effect van de kosten ervan voor de SADC-EPO-staten.
Artikel 92. Interpretatieregels
Het arbitragepanel legt de bepalingen van deze overeenkomst uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht zijn neergelegd. De uitspraken van het arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.
Artikel 93. Arbitrale uitspraken
Het arbitragepanel stelt alles in het werk om elk besluit bij consensus te nemen. Wanneer het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een besluit te komen, wordt een besluit bij meerderheid van stemmen genomen.
De uitspraak vermeldt de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst alsmede de aan de bevindingen en conclusies van het panel ten grondslag liggende motivering. Het Handels- en ontwikkelingscomité maakt de arbitrale uitspraak openbaar, maar kan besluiten dat niet te doen.
Artikel 94. Lijst van arbiters
Het Handels- en ontwikkelingscomité stelt uiterlijk drie (3) maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van eenentwintig (21) personen die bereid en in staat zijn om als arbiter op te treden. Elk van de partijen wijst acht (8) personen aan die als arbiter in aanmerking komen. De partijen wijzen in onderling overleg tevens vijf (5) personen aan die geen onderdaan van een van de partijen zijn en die als voorzitter van het arbitragepanel kunnen optreden. Het Handels- en ontwikkelingscomité ziet erop toe dat de lijst te allen tijde overeenkomstig dit artikel bijgewerkt is.
De arbiters beschikken over gespecialiseerde kennis over onder deze overeenkomst vallende onderwerpen of over ervaring op het gebied van recht en internationale handel. Zij dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden, geen instructies aan te nemen van enige organisatie of regering en niet verbonden te zijn aan de regering van een van de partijen, en dienen zich te houden aan de aan het reglement van orde gehechte gedragscode.
Het Handels- en ontwikkelingscomité kan een aanvullende lijst van vijftien (15) personen met sectorale expertise op specifieke onder deze overeenkomst vallende onderwerpen opstellen. Wanneer de selectieprocedure van artikel 80 wordt toegepast, kan de voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité met instemming van beide partijen van die sectorale lijst gebruikmaken.
Artikel 95. Verhouding tot WTO-verplichtingen
De krachtens deze overeenkomst ingestelde arbitragepanels doen geen uitspraak in geschillen die verband houden met de rechten en verplichtingen van een partij uit hoofde van de WTO-overeenkomst.
Een beroep op de bepalingen van deze overeenkomst over geschillenbeslechting doet geen afbreuk aan enige rechtsvordering in het kader van de WTO, met inbegrip van die tot beslechting van een geschil. Wanneer echter een partij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor de beslechting van een geschil heeft ingeleid, hetzij krachtens deze overeenkomst, hetzij krachtens de WTO-overeenkomst, kan zij in verband met dezelfde maatregel geen procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden totdat de eerste procedure is afgesloten. Voor de toepassing van dit lid worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens de WTO-overeenkomst geacht te zijn ingeleid door het verzoek van een partij tot instelling van een panel overeenkomstig artikel 6 van het DSU.
Geen enkele bepaling van deze overeenkomst belet een partij over te gaan tot een schorsing van verplichtingen die door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO is toegestaan.
Artikel 96. Termijnen
Alle in dit deel vermelde termijnen, met inbegrip van die waarbinnen de arbitragepanels moeten kennisgeven van hun uitspraken, worden gerekend in kalenderdagen vanaf de dag die volgt op de dag waarop het desbetreffende besluit wordt genomen of het desbetreffende feit plaatsvindt.
Alle in dit deel vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen worden verlengd.
DEEL IV. ALGEMENE UITZONDERINGEN
Artikel 97. Algemene uitzonderingsclausule
Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van de internationale handel vormen, wordt geen enkele bepaling van deze overeenkomst uitgelegd als een beletsel voor een van de partijen om maatregelen vast te stellen of toe te passen die:
- a. noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden;
- b. noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;
- c. verband houden met de invoer of de uitvoer van goud of zilver;
- d. noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- en regelgeving die niet strijdig is met de bepalingen van deze overeenkomst, met inbegrip van maatregelen voor de handhaving van douanevoorschriften, de handhaving van monopolies waarvan de werking in overeenstemming is met artikel II, lid 4, en artikel XVII van de GATT, de bescherming van octrooien, handelsmerken en auteursrechten en de voorkoming van misleidende praktijken;
- e. betrekking hebben op voortbrengselen van gevangenisarbeid;
- f. worden opgelegd ter bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;
- g. betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, mits die maatregelen gepaard gaan met beperkingen van de interne productie of het interne verbruik;
- h. uitvoering geven aan verplichtingen die voortvloeien uit een intergouvernementele grondstoffenovereenkomst die beantwoordt aan criteria die aan de overeenkomstsluitende partijen bij de GATT zijn voorgelegd en niet door hen zijn afgewezen of die zelf aan die partijen is voorgelegd en niet is afgewezen5)De in dit punt bedoelde uitzondering geldt voor elke grondstoffenovereenkomst die beantwoordt aan de beginselen die door de Economische en Sociale Raad bij resolutie 30 (IV) van 28 maart 1947 zijn goedgekeurd.;
- i. noodzakelijke beperkingen stellen aan de uitvoer van interne grondstoffen om te verzekeren dat de interne verwerkende industrie over voldoende van deze grondstoffen beschikt in perioden waarin de interne prijzen ervan als onderdeel van een stabilisatieprogramma van de overheid onder de wereldmarktprijs worden gehouden, mits zulke beperkingen niet worden gebruikt voor de bescherming van de interne industrie of om de uitvoer van deze industrie te vergroten en niet strijdig zijn met de niet-discriminatiebepalingen van deze overeenkomst, of
- j. van wezenlijk belang zijn voor de verwerving of distributie van producten waaraan een algemeen of plaatselijk tekort bestaat, mits de maatregelen in overeenstemming zijn met het beginsel dat de partijen en de SADC-EPO-staten recht hebben op een billijk aandeel in het internationale aanbod van die producten en, wanneer zij strijdig zijn met andere bepalingen van deze overeenkomst, worden beëindigd zodra de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot de maatregelen, niet meer bestaan.
Artikel 98. Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen
Geen enkele bepaling van deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat:
- a. een van de partijen verplicht wordt informatie te verstrekken waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen; of
- b. een van de partijen belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:
- i. betrekking hebben op splijtstoffen of op grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd, of
- ii. betrekking hebben op de handel in wapens, munitie en oorlogstuig en op de handel in andere goederen en materialen die direct of indirect wordt gedreven met het doel een militaire inrichting te bevoorraden, of
- iii. in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen; of
- c. een van de partijen belet wordt maatregelen te nemen tot handhaving van de internationale vrede en veiligheid ingevolge haar verplichtingen krachtens het Handvest van de Verenigde Naties.
Het Handels- en ontwikkelingscomité wordt ingelicht over maatregelen die krachtens lid 1, onder b) en c), worden genomen en over de beëindiging daarvan.
Artikel 99. Belastingen
Geen enkele bepaling van deze overeenkomst of van een in het kader van deze overeenkomst getroffen regeling mag worden uitgelegd als beletsel voor een van de partijen om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van haar belastingwetgeving een onderscheid te maken tussen belastingbetalers die niet in dezelfde situatie verkeren, in het bijzonder met betrekking tot hun verblijfplaats of de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd.
Geen enkele bepaling van deze overeenkomst of van een in het kader van deze overeenkomst getroffen regeling mag worden uitgelegd als beletsel voor de vaststelling of handhaving van maatregelen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking in overeenstemming met de fiscale bepalingen van overeenkomsten inzake voorkoming van dubbele belastingheffing, andere belastingregelingen of interne belastingwetgeving.
Geen enkele bepaling van deze overeenkomst doet afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van enig belastingverdrag. In geval van strijdigheid tussen de bepalingen van deze overeenkomst en die van een dergelijk verdrag hebben de bepalingen van dat verdrag voorrang voor zover het de strijdige bepalingen betreft.
DEEL V. INSTITUTIONELE BEPALINGEN
Artikel 100. Gezamenlijke Raad
Er wordt een Gezamenlijke Raad SADC-EPO-staten – EU („Gezamenlijke Raad”) opgericht, die toezicht houdt op de uitvoering van deze overeenkomst en deze beheert.
Artikel 101. Samenstelling en taken
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)