Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Cuba, anderzijds
- a. de ontwikkeling van beleidsmaatregelen om de sociaal-economische voordelen van het toerisme te optimaliseren;
- b. de creatie en consolidatie van toeristische producten door middel van het bieden van niet-financiële diensten, opleiding en technische bijstand en diensten;
- c. de verwerking van ecologische, culturele en sociale overwegingen in de ontwikkeling van de toerismesector, onder andere door bescherming en bevordering van cultureel erfgoed en natuurlijke hulpbronnen;
- d. de betrokkenheid van lokale gemeenschappen bij het proces van toeristische ontwikkeling, met name plattelands- en gemeenschapstoerisme en ecotoerisme;
- e. marketing- en promotiestrategieën, de ontwikkeling van institutionele capaciteit en menselijke hulpbronnen, en de bevordering van internationale normen;
- f. de bevordering van publiek-private samenwerking en associatie;
- g. de ontwikkeling van beheersplannen voor nationale en regionale toeristische ontwikkeling;
- h. de bevordering van informatietechnologie op het gebied van toerisme.
Artikel 52. Samenwerking inzake wetenschap, technologie en innovatie
De partijen streven naar de ontwikkeling van wetenschappelijke, technologische en innovatieve capaciteiten waarmee alle activiteiten worden bestreken die vallen binnen de gevestigde mechanismen of samenwerkingsovereenkomsten van wederzijds belang. Daartoe bevorderen de partijen informatie-uitwisseling en de participatie van hun onderzoeksinstellingen en instellingen voor technologische ontwikkeling ten aanzien van de volgende samenwerkingsactiviteiten, overeenkomstig hun nationale regels:
- a. de uitwisseling van informatie betreffende hun respectieve wetenschaps- en technologiebeleid;
- b. gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten tot aanmoediging van wetenschappelijke vooruitgang en de overdracht van technologie en expertise, met inbegrip van het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën.
Speciale aandacht gaat uit naar de opbouw van menselijk potentieel als langdurige basis voor wetenschappelijke en technologische expertise en naar het creëren van duurzame banden tussen de wetenschappelijke en technologische gemeenschappen van de partijen, zowel op nationaal als regionaal niveau. Daartoe wordt de uitwisseling van onderzoekers en optimale werkwijzen in onderzoeksprojecten bevorderd.
Onderzoekscentra, instellingen voor hoger onderwijs en andere belanghebbenden die in de Europese Unie en Cuba zijn gevestigd, worden waar passend betrokken bij samenwerking voor wetenschap, technologie en onderzoek.
De partijen komen overeen alle mechanismen te gebruiken ter vergroting van de kwantiteit en kwaliteit van hooggekwalificeerde menselijke hulpbronnen, onder meer door opleiding, onderzoek in samenwerkingsverband, studiebeurzen en uitwisselingen.
In het streven naar wetenschappelijke topprestaties van wederzijds voordeel bevorderen de partijen de deelname van hun respectieve entiteiten aan elkaars wetenschappelijke en technologische programma's, overeenkomstig hun bepalingen inzake de deelname van rechtspersonen uit derde landen.
Artikel 53. Overdracht van technologie
De partijen erkennen het belang van samenwerking en technische bijstand op het gebied van de overdracht van technologie, met inbegrip van automatiseringsprocessen, en stemmen ermee in samen te werken voor de bevordering van de overdracht van technologie via academische of professionele programma’s die zijn geconcipieerd voor de onderlinge overdracht van technologie.
De Europese Unie faciliteert en bevordert de toegang van Cuba tot onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s die onder meer gericht zijn op technologische ontwikkeling.
Artikel 54. Energie, met inbegrip van hernieuwbare energie
De partijen erkennen het toenemende belang van hernieuwbare energie en energie-efficiënte oplossingen voor duurzame ontwikkeling en zij komen overeen dat het hun gezamenlijke doelstelling is om samenwerking te bevorderen op het vlak van energie, met name duurzame, schone en hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie, energiebesparingstechnologie, elektriciteitsvoorziening op het platteland en regionale integratie van de energiemarkten, onder meer zoals vastgesteld door de partijen en overeenkomstig de nationale wetgeving.
Deze samenwerking kan onder meer het volgende omvatten:
- a. beleidsdialoog en samenwerking in de energiesector, meer bepaald wat betreft de verbetering en diversificatie van de energievoorziening en de verbetering van de energiemarkten, inclusief opwekking, overdracht en distributie van energie;
- b. programma’s voor capaciteitsopbouw, overdracht van technologie en expertise in de energiesector, inclusief werkzaamheden inzake emissienormen, meer bepaald met betrekking tot energie-efficiëntie en sectorbeheer;
- c. de bevordering van energiebesparing, energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en onderzoek naar het milieueffect van energieproductie en -verbruik, in het bijzonder de effecten op biodiversiteit, bosbouw en veranderingen in grondgebruik;
- d. de ontwikkeling van proefprojecten voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, meer bepaald op de gebieden zonne-, wind-, biomassa-, waterkracht-, golfslag- en getijdenenergie;
- e. programma’s ter verbetering van het algemene bewustzijn en de kennis van de bevolking van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie;
- f. recyclage of gebruik voor energie van vast en vloeibaar afval.
Artikel 55. Vervoer
De partijen komen overeen dat de samenwerking op vervoersgebied wordt geconcentreerd op herstructurering en modernisering van de systemen voor vervoer en de daarmee samenhangende infrastructuur, facilitering en verbetering van het verkeer van personen en goederen en verbetering van de toegang tot de markt voor het stads-, lucht-, zee-, spoor- en wegvervoer en de binnenvaart, door verbetering van het operationele en administratieve beheer en bevordering van de toepassing van strenge exploitatienormen.
De samenwerking kan onder meer inhouden:
- a. uitwisseling van informatie over het beleid van de partijen, met name wat betreft stadsvervoer en koppeling en interoperabiliteit van multimodale vervoersnetwerken, alsmede andere terreinen van gemeenschappelijk belang;
- b. het beheer van binnenwateren, wegen, spoorwegen, havens en luchthavens, met inbegrip van passende samenwerking tussen de relevante autoriteiten;
- c. projecten gericht op overdracht van Europese technologie op het gebied van het wereldwijde satellietnavigatiesysteem GNSS en centra voor openbaar stadsvervoer;
- d. verhoging van de normen voor veiligheid en voorkoming van verontreiniging, onder meer door samenwerking in passende internationale fora, gericht op betere handhaving van de internationale normen;
- e. activiteiten die de ontwikkeling van het lucht- en zeevervoer bevorderen.
Artikel 56. Modernisering van het economische en sociale model
De partijen komen overeen samenwerkingsacties op te zetten ter ondersteuning en modernisering van het openbare bestuur en de economie van Cuba. Zij komen overeen de ontwikkeling van bedrijven en coöperaties te steunen, met speciale aandacht voor lokale ontwikkeling.
Deze samenwerking kan worden opgezet op gebieden van wederzijds belang, zoals:
- a. macro-economisch beleid, met inbegrip van begrotingsbeleid;
- b. statistieken;
- c. handelsinformatiesystemen;
- d. handelsbevorderende maatregelen;
- e. kwaliteitssystemen en -normen;
- f. steun voor lokale ontwikkelingsinitiatieven;
- g. agro-industriële ontwikkeling;
- h. overheidscontrole en -toezicht;
- i. de organisatie en het functioneren van bedrijven, met inbegrip van overheidsbedrijven.
De partijen komen overeen de samenwerking te bevorderen en aan te moedigen tussen instellingen, met inbegrip van sectorgebaseerde instellingen, die instrumenten bevorderen voor steun aan kleine en middelgrote ondernemingen, met name ter verbetering van het concurrentievermogen, technologische innovatie, integratie in waardeketens, toegang tot krediet en opleiding, alsook de versterking van de institutionele capaciteit en het institutionele kader. De partijen komen tevens overeen contacten tussen bedrijven uit beide partijen te bevorderen ter ondersteuning van hun integratie in de internationale markt, investeringen en technologie-overdracht.
Artikel 57. Statistiek
De partijen komen overeen samen te werken met als doel overeenkomstig internationaal geaccepteerde normen betere statistische methoden en programma’s te ontwikkelen, met inbegrip van de verzameling van, verwerking van, kwaliteitscontrole op en verspreiding van statistieken, gericht op het genereren van indicatoren met een betere vergelijkbaarheid tussen de partijen, zodat de partijen de vereisten van statistische informatie kunnen identificeren op de gebieden die onder deze overeenkomst vallen. De partijen erkennen het nut van bilaterale samenwerking ter ondersteuning van deze doelstellingen.
De samenwerking kan onder meer inhouden: technische uitwisseling tussen het nationale statistische en informatiebureau van Cuba en de statistische bureaus in de lidstaten van de Europese Unie en Eurostat, met inbegrip van de uitwisseling van wetenschappers; de ontwikkeling van verbeterde en consistente methoden voor de verzameling, uitsplitsing, analyse en interpretatie van gegevens; en de organisatie van seminars, werkgroepen of programma’s die de statistische capaciteiten aanvullen.
Artikel 58. Goed bestuur op belastinggebied
De partijen erkennen en verbinden zich tot de tenuitvoerlegging van de beginselen van goed bestuur op belastinggebied, met name transparantie, de uitwisseling van informatie en eerlijke belastingconcurrentie.
Zij streven daartoe, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, naar vergemakkelijking van het innen van de krachtens de wet verschuldigde belastingen, en naar het formuleren van maatregelen voor de doeltreffende toepassing van de minimumnormen voor goed bestuur op belastinggebied.
TITEL VII. REGIONALE INTEGRATIE EN SAMENWERKING
Artikel 59. Regionale samenwerking
De samenwerking biedt steun aan activiteiten die verband houden met de ontwikkeling van regionale samenwerking tussen Cuba en zijn buren in het Caribisch gebied, in de context van CARIFORUM, meer bepaald op de prioritaire gebieden die zijn vastgesteld in de gezamenlijke strategie voor een partnerschap tussen de EU en het Caribisch gebied. De activiteiten dragen tevens bij tot de versterking van het proces van regionale integratie in het Caribisch gebied.
De samenwerking versterkt de betrokkenheid van alle sectoren, inclusief het maatschappelijk middenveld, bij het proces van regionale samenwerking en integratie, onder de voorwaarden die door de partijen zijn bepaald, en omvat ondersteuning van de overlegmechanismen en bewustmakingscampagnes.
De partijen komen overeen alle beschikbare samenwerkingsinstrumenten te gebruiken om activiteiten te bevorderen die gericht zijn op de ontwikkeling van actieve samenwerking tussen de Europese Unie en Cuba en andere landen en/of gebieden in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, op alle samenwerkingsgebieden die onder deze overeenkomst vallen. De partijen komen overeen om speciale aandacht te schenken aan regionale samenwerkingsprogramma’s inzake onderzoek en ontwikkeling, en aan onderwijs, en om de EU-LAC-kennisruimte verder te ontwikkelen met initiatieven als de gemeenschappelijke ruimte van onderzoek en de gezamenlijke ruimte voor hoger onderwijs. Er wordt naar gestreefd regionale en bilaterale samenwerkingsactiviteiten complementair te maken.
De partijen streven naar de uitwisseling van inzichten en werken samen om gezamenlijke acties in multilaterale fora overeen te komen en te ontwikkelen.
DEEL IV. HANDEL EN HANDELSSAMENWERKING
Artikel 60. Doelstellingen
De partijen komen overeen in hun doelstellingen voor handelssamenwerking meer bepaald het volgende op te nemen:
- a. de versterking van de handels- en economische betrekkingen, meer bepaald door de bevordering van dialoog over handelszaken en de aanmoediging van grotere handelsstromen tussen de partijen;
- b. de bevordering van de integratie van Cuba in de wereldeconomie;
- c. de bevordering van de ontwikkeling en diversificatie van intraregionale handel en handel met de Europese Unie;
- d. de bevordering van de bijdrage van de handel aan duurzame ontwikkeling, met inbegrip van milieu- en sociale aspecten;
- e. steun voor de diversificatie van de Cubaanse economie en de bevordering van een passend bedrijfsklimaat;
- f. de bevordering van meer investeringen door het ontwikkelen van een aantrekkelijk en stabiel klimaat voor wederzijdse investeringen via een consistente dialoog die is gericht op meer begrip en samenwerking in investeringszaken, en de bevordering van een niet-discriminatoir investeringsstelsel.
TITEL I. HANDEL
Artikel 61. Op regels gebaseerde handel
De partijen erkennen dat de aanzienlijke reductie van tarieven en andere handelsbelemmeringen en de wegwerking van discriminatoire behandeling in de internationale handelsbetrekkingen een middel zijn voor de bevordering van groei, economische diversificatie en welstand.
De partijen bevestigen opnieuw dat het in hun wederzijds belang is handel te drijven overeenkomstig een op regels gebaseerd multilateraal handelsstelsel op basis waarvan de partijen verantwoordelijk zijn voor het handhaven van de voorrang van de regels en hun doeltreffende, eerlijke en evenwichtige toepassing.
Artikel 62. Meestbegunstigingsbehandeling
Elke partij behandelt goederen van de andere partij volgens het meestbegunstigingsbeginsel, in overeenstemming met artikel I van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (General Agreement on Tariffs and Trade 1994 – „GATT 1994”), met inbegrip van de aantekeningen daarbij, die mutatis mutandis in deze overeenkomst worden opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaken.
Lid 1 is niet van toepassing op goederen van een ander land waaraan een partij preferentiële behandeling heeft toegekend overeenkomstig de WTO-overeenkomsten.
Artikel 63. Nationale behandeling
Elke partij behandelt goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarbij, die mutatis mutandis in deze overeenkomst worden opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaken.
Artikel 64. Transparantie
De partijen bevestigen opnieuw het beginsel van de transparantie bij de toepassing van hun handelsmaatregelen en komen overeen beleid en regelgeving die de buitenlandse handel betreffen, duidelijk mee te delen en uit te leggen.
De partijen komen overeen belanghebbenden de kans te geven kennis te nemen van de regelingen van elke partij inzake internationale handel.
Artikel 65. Vereenvoudiging van de handel
De partijen bevestigen opnieuw hun engagement voor de WTO-handelsfacilitatieovereenkomst.
Artikel 66. Technische handelsbelemmeringen
De partijen bevestigen opnieuw hun rechten en plichten in het kader van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op technische regelingen, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures als vastgelegd in de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.
De partijen erkennen het belang van doeltreffende mechanismen voor kennisgeving en de uitwisseling van informatie inzake technische regelingen, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures overeenkomstig de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.
Artikel 67. Sanitaire en fytosanitaire maatregelen
De partijen bevestigen opnieuw de rechten, plichten, beginselen en doelstellingen van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, het Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Planten, de Commissie van de Codex Alimentarius en de Wereldorganisatie voor diergezondheid.
De partijen erkennen het belang van doeltreffende mechanismen voor overleg, kennisgeving en de uitwisseling van informatie inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen en maatregelen voor dierenwelzijn, in het kader van de bevoegde internationale organisaties.
Artikel 68. Handelsbescherming
De partijen herbevestigen hun verbintenissen en verplichtingen uit hoofde van de volgende WTO-overeenkomsten: de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen en de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994.
Artikel 69. Herzieningsclausule
De partijen kunnen met wederzijdse instemming dit deel aanpassen en herzien met het oog op een verdieping van hun handels- en investeringspartnerschap.
Artikel 70. Algemene uitzonderingsclausule
De partijen bevestigen dat hun bestaande rechten en plichten in het kader van artikel XX van de GATT 1994 en de aantekeningen daarbij mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaken.
TITEL II. HANDELSGERELATEERDE SAMENWERKING
Artikel 71. Douane
De partijen bevorderen en faciliteren de samenwerking tussen hun respectieve douanediensten om de veiligheid aan de grenzen, de vereenvoudiging van de douaneprocedures en de vergemakkelijking van de legitieme handel te garanderen en tegelijk controlecapaciteit te handhaven.
De samenwerking is onder meer bedoeld voor:
- a. het uitwisselen van informatie aangaande de douanewetgeving en -procedures, in het bijzonder op de volgende gebieden:
- i. de vereenvoudiging en modernisering van de douaneprocedures;
- ii. de vergemakkelijking van doorvoer;
- iii. de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douaneautoriteiten;
- iv. de betrekkingen met het bedrijfsleven;
- v. het vrije verkeer van goederen en regionale integratie;
- vi. de organisatie van de douanecontroles aan de grenzen;
- b. het ontplooien van gezamenlijke initiatieven op onderling overeengekomen gebieden;
- c. het bevorderen van de coördinatie tussen alle betrokken grensinstanties, zowel intern als grensoverschrijdend.
De partijen verstrekken wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken. Daartoe kunnen zij in onderlinge overeenstemming bilaterale instrumenten opzetten.
Artikel 72. Samenwerking inzake handelsfacilitering
De partijen bevestigen hun engagement voor sterkere samenwerking op het gebied van handelsfacilitering zodat de relevante wetgeving, de relevante procedures en de bestuurlijke capaciteit van de douaneautoriteiten met zekerheid bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van doeltreffende controle en handelsfacilitering.
De partijen komen overeen samen te werken op de volgende gebieden:
- a. capaciteitsopbouw en het verstrekken van expertise aan de bevoegde autoriteiten inzake douane, met inbegrip van certificering en verificatie van oorsprong, en inzake technische aangelegenheden ten behoeve van de handhaving van regionale douaneprocedures;
- b. het toepassen van mechanismen en moderne douanetechnieken, zoals risicobeoordeling, bindende uitspraken vooraf, vereenvoudigde procedures voor binnenkomst en vrijgave van goederen, douanecontroles en bedrijfsauditmethoden;
- c. het invoeren van procedures en praktijken die zo veel mogelijk in overeenstemming zijn met internationale regels, instrumenten en normen op het gebied van douane en handel, met inbegrip van de WTO-handelsfacilitatieovereenkomst, de Internationale overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, zoals gewijzigd (herziene overeenkomst van Kyoto) en het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de Werelddouaneorganisatie;
- d. informatiesystemen en de automatisering van douane- en andere handelsprocedures, meer specifiek voor de uitvoering van handelsfaciliterende maatregelen voor geautoriseerde operatoren en informatiediensten.
Artikel 73. Intellectuele eigendom
De partijen erkennen het belang van technische samenwerking op het gebied van intellectuele eigendom, met inbegrip van de bescherming van geografische benamingen, en komen overeen op onderling overeengekomen voorwaarden samen te weken voor specifieke samenwerkingsprojecten overeenkomstig de nationale wetgeving van de partijen en de internationale overeenkomsten waarbij zij partij zijn.
De partijen komen overeen institutionele samenwerking, de uitwisseling van informatie, technische bijstand, capaciteitsopbouw en opleiding te bevorderen. De partijen komen overeen dat de technische samenwerking geschiedt overeenkomstig hun sociaal-economische ontwikkelingsniveau, de prioriteiten en ontwikkelingsdoelstellingen.
De partijen komen overeen met hun samenwerking bij te dragen tot de bevordering van technologische vernieuwing en de overdracht en verspreiding van technologie, tot wederzijds voordeel van producenten en gebruikers van technologische kennis en op een wijze die bevorderlijk is voor het sociaal en economisch welzijn, en tot een evenwicht tussen rechten en verplichtingen.
Artikel 74. Samenwerking inzake technische handelsbelemmeringen
De partijen erkennen het belang van samenwerking en technische bijstand met betrekking tot technische handelsbelemmeringen en komen overeen de samenwerking te bevorderen tussen hun bevoegde autoriteiten voor normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling.
De partijen komen overeen samen te werken op de volgende gebieden:
- a. capaciteitsopbouw en verstrekking van expertise, met inbegrip van de ontwikkeling en verstrekking van relevante infrastructuur, alsook opleiding en technische bijstand op het gebied van technische regelingen, normalisering, conformiteitsbeoordeling, accreditering en metrologie, onder meer met het oog op een beter begrip en een betere naleving van de EU-vereisten;
- b. bevordering van de samenwerking van de bevoegde autoriteiten in het kader van de relevante internationale organisaties;
- c. de uitwisseling van informatie, ervaring en optimale werkwijzen;
- d. de ontwikkeling van gemeenschappelijke standpunten;
- e. het streven naar compatibiliteit tussen en convergentie inzake technische regelingen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
- f. het wegwerken van onnodige handelsbelemmeringen.
Artikel 75. Voedselveiligheid, sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden en dierenwelzijn
De partijen bevorderen samenwerking en coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten, ook in het kader van relevante internationale organisaties, inzake voedselveiligheid, sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden en dierenwelzijn, ten voordele van hun bilaterale handelsbetrekkingen. Zij begunstigen samenwerking met het oog op de erkenning van de gelijkwaardigheid en de harmonisering van maatregelen inzake sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden en verstrekken advies en technische bijstand betreffende de uitvoering van dergelijke maatregelen.
Het doel van de samenwerking inzake voedselveiligheid, sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden en dierenwelzijn is de versterking van de capaciteit van de partijen voor een betere toegang tot de markt van de andere partij, met handhaving van het beschermingsniveau voor mensen, dieren en planten, alsook voor dierenwelzijn.
Deze samenwerking kan onder meer het volgende omvatten:
- a. beschikbaarstelling van expertise inzake de wettelijke en technische capaciteit om wetgeving op te stellen en te handhaven, alsmede om officiële sanitaire en fytosanitaire controlesystemen te ontwikkelen, met inbegrip van uitroeiingsprogramma’s, voedselveiligheidssystemen en waarschuwingsmeldingen, en expertise inzake dierenwelzijn;
- b. ondersteuning van de ontwikkeling en versterking van institutionele en administratieve capaciteit in Cuba, inclusief controlecapaciteit, teneinde de sanitaire en fytosanitaire status te verbeteren;
- c. ontwikkeling van capaciteit in Cuba om aan de sanitaire en fytosanitaire voorschriften te voldoen teneinde de toegang tot de markt van de andere partij te verbeteren en tegelijk het beschermingsniveau te waarborgen;
- d. versterking van het officiële controlesysteem voor uitvoer naar de Europese Unie via meer analytische capaciteit en beheer van nationale laboratoria om tegemoet te komen aan de vereisten van de EU-wetgeving;
- e. verlening van advies en technische bijstand inzake de sanitaire en fytosanitaire regelgeving van de Europese Unie en de toepassing van de normen die vereist zijn voor de EU-markt;
- f. bevordering van de samenwerking binnen de relevante internationale organisaties (het SPS-comité van de WTO-Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten, de Wereldorganisatie voor diergezondheid en de Codex Alimentarius-commissie) met het oog op betere toepassing van internationale normen.
Artikel 76. Traditionele en ambachtelijke goederen
De partijen erkennen het belang van samenwerking ter bevordering van traditionele en ambachtelijke goederen.
Meer in het bijzonder kan de samenwerking op de volgende gebieden worden gericht:
- a. ontwikkeling van de mogelijkheden ter bevordering van effectieve markttoegang voor ambachtelijke goederen;
- b. steun voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen uit stedelijke en rurale sectoren die ambachtelijke goederen maken en uitvoeren, met inbegrip van de versterking van bevoegde ondersteuningsinstanties;
- c. bevordering van het behoud van traditionele goederen;
- d. verbetering van de bedrijfsprestaties van de producenten van ambachtelijke goederen.
Artikel 77. Handel en duurzame ontwikkeling
De partijen erkennen de mogelijke bijdrage tot duurzame ontwikkeling van de bevordering van elkaar wederzijds ondersteunende handels-, milieu- en sociaal beleid.
Om de in de titels III en IV van deel III uiteengezette activiteiten aan te vullen, komen de partijen overeen samen te werken, onder meer voor:
- a. de ontwikkeling van programma’s en acties in verband met de uitvoering en versterking van handelsgerelateerde aspecten van multilaterale milieuovereenkomsten en milieuwetgeving;
- b. de steun aan de ontwikkeling van een degelijk kader voor handel in goederen en diensten dat bijdraagt tot duurzame ontwikkeling, onder meer door de verspreiding van methoden voor maatschappelijk verantwoord ondernemen;
- c. de bevordering van handel in producten die zijn afgeleid van duurzaam beheerde natuurlijke hulpbronnen, inclusief via doeltreffende maatregelen inzake instandhouding en duurzaam beheer van wilde dieren, visserij- en bosbestanden, alsook via de ontwikkeling van maatregelen tegen de illegale handel met milieurelevantie, onder meer door handhavingsactiviteiten en douanesamenwerking;
- d. de versterking van de institutionele capaciteit voor analyse en actie op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling.
Artikel 78. Samenwerking inzake handelsbescherming
De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van handelsbescherming door de uitwisseling van ervaringen, technische bijstand en capaciteitsopbouw.
Artikel 79. Oorsprongsregels
De partijen erkennen dat oorsprongsregels een belangrijke rol spelen in de internationale handel en komen overeen samen te werken door technische bijstand te verstrekken, te helpen bij capaciteitsopbouw en op dit gebied ervaringen uit te wisselen.
Artikel 80. Investeringen
De partijen moedigen grotere investeringsstromen aan door wederzijdse kennis van de relevante wetgeving en de ontwikkeling van een aantrekkelijk en voorspelbaar klimaat voor wederzijdse investeringen, via een dialoog die is gericht op meer begrip en samenwerking voor investeringen en op de bevordering van een stabiel, transparant en niet-discriminatoir bedrijfs- en investeringsstelsel.
DEEL V. INSTITUTIONELE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 81. Gezamenlijke Raad
Er wordt een Gezamenlijke Raad ingesteld. De Gezamenlijke Raad houdt toezicht op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en de uitvoering daarvan. De Gezamenlijke Raad komt op ministerieel niveau bijeen met regelmatige tussenpozen van niet meer dan twee jaar, en wanneer de omstandigheden zulks vereisen in buitengewone vergadering, indien de partijen zulks overeenkomen.
De Gezamenlijke Raad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale, multilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
De Gezamenlijke Raad is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen op ministerieel niveau, overeenkomstig de respectieve interne regelingen van de partijen en rekening houdend met de specifieke te behandelen vraagstukken.
De Gezamenlijke Raad stelt zijn eigen reglement van orde vast.
De Gezamenlijke Raad wordt beurtgewijs afwisselend voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van de Republiek Cuba, overeenkomstig de bepalingen van het respectieve reglement van orde.
Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst heeft de Gezamenlijke Raad beslissingsbevoegdheid. De besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan.
De Gezamenlijke Raad kan tevens passende aanbevelingen doen.
De Gezamenlijke Raad stelt besluiten en aanbevelingen vast in onderling overleg tussen de partijen. Deze procedure geldt tevens voor alle andere bij deze overeenkomst ingestelde bestuursorganen.
Artikel 82. Gemengd Comité
De Gezamenlijke Raad wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door een Gemengd Comité dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen op het niveau van hogere ambtenaren, rekening houdend met de specifieke te behandelen vraagstukken.
Het Gemengd Comité is verantwoordelijk voor de algemene tenuitvoerlegging van deze overeenkomst.
De Gezamenlijke Raad stelt het reglement van orde van het Gemengd Comité vast.
Het Gemengd Comité heeft beslissingsbevoegdheid in de gevallen waarin de Gezamenlijke Raad die bevoegdheid aan het Gemengd Comité heeft gedelegeerd.
Het Gemengd Comité komt gewoonlijk eenmaal per jaar bijeen voor een algemene controle op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, afwisselend in Brussel en op Cuba, op een datum en met een agenda die door de partijen op voorhand zijn overeengekomen. In onderling overleg kunnen er op verzoek van een van de partijen speciale vergaderingen worden bijeengeroepen. Het Gemengd Comité wordt beurtgewijs afwisselend voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Unie en een vertegenwoordiger van de Republiek Cuba.
Artikel 83. Subcomités
Het Gemengd Comité kan besluiten subcomités op te richten om het in de uitvoering van zijn taken bij te staan. Het kan besluiten de aan een subcomité toegewezen taak te wijzigen of een subcomité te ontbinden.
De subcomités komen op een passend niveau eenmaal per jaar of op verzoek van een van de partijen of van het Gemengd Comité bijeen. Vergaderingen in persoon worden beurtelings in Brussel of op Cuba gehouden. Vergaderingen kunnen ook worden gehouden met alle voor de partijen beschikbare technologische middelen.
De subcomités worden beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de partijen, voor een periode van een kalenderjaar.
De oprichting of het bestaan van een subcomité belet niet dat de partijen een aangelegenheid direct aan het Gemengd Comité kunnen voorleggen.
Het Gemengd Comité stelt een reglement van orde vast waarin de samenstelling, de taken, en de werkwijzen van deze subcomités worden geregeld, voor zover deze overeenkomst daarin niet voorziet.
Er wordt een Subcomité Samenwerking ingesteld. Dit staat het Gemengd Comité bij bij de uitvoering van zijn taken met betrekking tot deel III van deze overeenkomst. Dit subcomité doet tevens het volgende:
- a. zorgen voor alle aan samenwerking gerelateerde aangelegenheden waarvoor het Gemengd Comité mandaat heeft verleend;
- b. toezien op de algehele uitvoering van deel III van deze overeenkomst;
- c. bespreken van alle aan samenwerking gerelateerde kwesties die van invloed kunnen zijn op de werking van deel III van deze overeenkomst.
Artikel 84. Definitie van „de partijen”
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „de partijen” verstaan: de Europese Unie of haar lidstaten, dan wel de Europese Unie en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Republiek Cuba, anderzijds.
Artikel 85. Nakoming van verplichtingen
De partijen stellen alle algemene of specifieke maatregelen vast die vereist zijn om hun verplichtingen op grond van deze overeenkomst na te komen en zien erop toe dat zij de in deze overeenkomst neergelegde doelstellingen in acht nemen.
Indien een partij van oordeel is dat een andere partij een verplichting op grond van deze overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Behalve in bijzonder dringende gevallen verstrekt zij, alvorens zulks te doen, aan de Gezamenlijke Raad binnen 30 dagen alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie met het oog op het vinden van een voor de partijen aanvaardbare oplossing. Bij de keuze van de te treffen maatregelen wordt voorrang gegeven aan de maatregelen die de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst het minst verstoren. De andere partij wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht van deze maatregelen en op verzoek van de andere partij wordt daaromtrent overleg gepleegd in het Gemengd Comité.
De partijen komen overeen dat onder de term „bijzonder dringende gevallen” in lid 2 wordt verstaan: gevallen van wezenlijke inbreuk op de overeenkomst door een van de partijen. De partijen komen voorts overeen dat onder de term „passende maatregelen” in lid 2 wordt verstaan: maatregelen die overeenkomstig het internationale recht worden genomen. Slechts in laatste instantie zal tot schorsing worden overgegaan. Een materiële inbreuk op deze overeenkomst houdt in:
- a. afwijzing van geheel of een deel van de overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationale recht;
- b. een schending van een essentieel element van deze overeenkomst als vermeld in artikel 1, lid 5, en artikel 7.
Indien een partij in een bijzonder dringend geval een maatregel treft, kan de andere partij verzoeken dat binnen 15 dagen een dringende vergadering wordt belegd om de partijen bijeen te brengen.
Artikel 86. Inwerkingtreding, voorlopige toepassing, duur en beëindiging
De overeenkomst wordt door de partijen overeenkomstig hun eigen interne wettelijke procedures goedgekeurd.
Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op die waarin de partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat de in lid 1 bedoelde interne juridische procedures zijn afgerond.
Niettegenstaande lid 2 passen de Europese Unie en Cuba deze overeenkomst geheel of gedeeltelijk op voorlopige basis toe, als bedoeld in dit lid, in afwachting van de inwerkingtreding ervan en in voorkomend geval overeenkomstig hun respectieve interne procedures en wetgeving.
De voorlopige toepassing vangt aan op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de Europese Unie en Cuba elkaar in kennis hebben gesteld van het volgende:
- a. voor de Unie: dat de voor de voorlopige toepassing vereiste interne procedures zijn voltooid, waarin wordt vermeld welke delen van de overeenkomst op voorlopige basis worden toegepast; alsmede
- b. voor Cuba: dat de voor de voorlopige toepassing vereiste interne procedures zijn voltooid, waarin wordt vermeld dat Cuba instemt met de delen van de overeenkomst die op voorlopige basis worden toegepast.
Deze overeenkomst is van onbeperkte duur. Elk van beide partijen kan de andere partij schriftelijk in kennis stellen van haar voornemen deze overeenkomst te beëindigen. De beëindiging gaat in zes maanden na de datum van kennisgeving.
De kennisgevingen die overeenkomstig dit artikel worden gedaan, worden, in het geval van de Europese Unie, toegezonden aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en, in het geval van de Republiek Cuba, aan het Cubaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, die de depositarissen van deze overeenkomst zijn.
Artikel 87. Wijzigingen
Deze overeenkomst kan worden gewijzigd na schriftelijke overeenstemming tussen de partijen. Deze wijzigingen treden in werking op een datum die door de partijen wordt overeengekomen, en na voltooiing van hun respectieve wettelijke voorschriften en procedures.
Artikel 88. Territoriale toepassing
Deze overeenkomst is van toepassing enerzijds op het grondgebied waar het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, overeenkomstig de bepalingen van deze Verdragen en anderzijds op het grondgebied van de Republiek Cuba.
Artikel 89. Authentieke teksten
Deze overeenkomst is in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)