← Geldende tekst · Geschiedenis

Algemeen Postverdrag

Geldende tekst a fecha 2018-08-30

Gelet op artikel 22.3 van de op 10 juli 1964 te Wenen tot stand gekomen Constitutie van de Wereldpostunie, hebben de ondergetekenden, gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Unie, in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25.4 van genoemde Constitutie, in dit Verdrag de regels vastgelegd die van toepassing zijn op de internationale postale dienst.

DEEL I. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS BETREFFENDE DE INTERNATIONALE POSTALE DIENST

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Ten behoeve van het Algemeen Postverdrag worden de navolgende termen als volgt gedefinieerd:

Artikel 2. Aanwijzing van de instantie of instanties belast met het vervullen van de verplichtingen die uit de toetreding tot het Postverdrag voortvloeien
1.

De lidstaten doen binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres aan het Internationaal Bureau kennisgeving van de naam en het adres van het overheidsorgaan dat belast is met het toezicht op de postzaken. Bovendien brengen de lidstaten het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres op de hoogte van de naam en het adres van de aanbieder of aanbieders die officieel zijn aangewezen voor de verzorging van de postale diensten en het vervullen van de verplichtingen die op zijn of hun grondgebieden uit de Akten van de Unie voortvloeien. Tussen Congressen in notificeren de lidstaten elke wijziging betreffende de overheidsinstanties zo spoedig mogelijk aan het Internationaal Bureau. Het Internationaal Bureau dient voorts zo spoedig mogelijk in kennis te worden gesteld van elke wijziging betreffende de officieel aangewezen aanbieders, bij voorkeur ten minste drie maanden voordat de wijziging in werking treedt.

2.

Een lidstaat die een nieuwe aanbieder officieel aanwijst, vermeldt de reikwijdte en de geografische dekking van de postale diensten die laatstgenoemde overeenkomstig de Akten van de Unie op zijn grondgebied zal verlenen.

Artikel 3. Algemene postale dienst
1.

Teneinde het concept van de eenheid van het postgebied van de Unie te versterken zien de lidstaten erop toe dat alle gebruikers/cliënten het recht genieten op een algemene postale dienst die overeenkomt met een aanbieding van kwalitatief hoogwaardige postale basisdiensten, die permanent en op elk punt op hun grondgebied tegen betaalbare prijzen worden aangeboden.

2.

Te dien einde stellen de lidstaten, in het kader van hun nationale postwetgeving of via andere gebruikelijke middelen, de reikwijdte van de desbetreffende postale diensten vast alsmede de voorwaarden betreffende kwaliteit en betaalbare prijzen, met inachtneming van zowel de behoeften van de bevolking als hun nationale omstandigheden.

3.

De lidstaten zien erop toe dat de aangeboden postale diensten en de kwaliteitsnormen door de met de algemene postale dienst belaste instanties worden geëerbiedigd.

4.

De lidstaten zien erop toe dat de algemene postale dienst op levensvatbare wijze wordt verzorgd, zodat het duurzame bestaan ervan wordt gewaarborgd.

Artikel 4. Vrijheid van doorvoer
1.

Het beginsel van de vrijheid van doorvoer wordt uiteengezet in artikel 1 van de Constitutie. Dit beginsel brengt voor elke lidstaat de verplichting met zich mee om ervoor te zorgen dat zijn aangewezen aanbieders de gesloten postzendingen en de briefpostzendingen à découvert die door een andere aangewezen aanbieder worden bezorgd, steeds verzenden langs de snelste weg en met behulp van de veiligste middelen die zij voor hun eigen zendingen gebruiken. Dit beginsel is eveneens van toepassing op verkeerd bezorgde zendingen of verkeerd bezorgde postzendingen.

2.

De lidstaten die niet deelnemen aan de uitwisseling van poststukken met besmettelijke stoffen of radioactieve stoffen, mogen de doorvoer van zulke zendingen à découvert over hun grondgebied weigeren. Datzelfde is eveneens van toepassing op drukwerk, tijdschriften, periodieken, petits paquets en M-zakken waarvan de inhoud niet aan de wettelijke bepalingen voldoet die van toepassing zijn op de voorwaarden voor hun publicatie of circulatie in het land van doorvoer.

3.

Vrijheid van doorvoer van postpakketten is gewaarborgd binnen het gehele grondgebied van de Unie.

4.

Indien een lidstaat de bepalingen inzake de vrijheid van doorvoer niet naleeft, hebben de andere lidstaten het recht om de verlening van postale diensten met deze lidstaat af te schaffen.

Artikel 5. Eigendom van poststukken. Onttrekking. Wijziging of verbetering van het adres en/of naam van de geadresseerde (naam van de rechtspersoon, of achternaam, voornaam of (eventueel) patroniem). Nazending. Terugzending naar de afzender van onbestelbare stukken
1.

Zolang een poststuk niet bij de rechthebbende is besteld, blijft dit eigendom van de afzender, behalve indien het in beslag is genomen krachtens de nationale wetgeving van het land van herkomst of van bestemming en, in het geval van toepassing van artikel 19.2.1.1 of 19.3, overeenkomstig de nationale wetgeving van het land van doorvoer.

2.

De afzender van een poststuk kan dit uit de dienst laten terugtrekken of het adres en/of de naam van de geadresseerde (naam van de rechtspersoon, of achternaam, voornaam of (eventueel) patroniem) laten wijzigen of verbeteren. De porten en andere voorwaarden worden voorgeschreven in de Regelingen.

3.

De lidstaten zorgen ervoor dat hun aangewezen aanbieders poststukken in geval van wijziging van het adres van de geadresseerde nazenden, en onbestelbare stukken naar de afzender terugzenden. De porten en andere voorwaarden worden voorgeschreven in de Regelingen.

Artikel 6. Postzegels
1.

De benaming „postzegel” wordt uit hoofde van dit Postverdrag beschermd en is uitsluitend voorbehouden aan de zegels die voldoen aan voorwaarden van dit artikel en van de Regelingen.

2.

De postzegel:

3.

De postzegel bevat:

4.

De staatsemblemen, de officiële controletekens en de emblemen van intergouvernementele organisaties die op de postzegels voorkomen, worden beschermd uit hoofde van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.

5.

De onderwerpen en motieven van de postzegels dienen:

6.

Frankeerstempels, afdrukken van frankeermachines en afdrukken van drukpersen of andere druk- of stempelwijzen die voldoen aan de bepalingen van de Akten van de Unie, mogen uitsluitend met toestemming van de lidstaat of van het grondgebied worden gebruikt.

7.

Alvorens postzegels uit te geven waarvoor gebruik wordt gemaakt van nieuwe materialen of technologieën, verstrekken de lidstaten het Internationaal Bureau de nodige informatie over de geschiktheid ervan voor postverwerkende machines. Het Internationaal Bureau stelt de andere lidstaten en hun aangewezen aanbieders dienovereenkomstig op de hoogte.

Artikel 7. Duurzame ontwikkeling
1.

De lidstaten en/of hun aangewezen aanbieders dienen op alle niveaus van de postexploitatie een dynamische duurzame ontwikkelingsstrategie te ontwikkelen en uit te voeren, die met name gericht is op sociale, economische en milieumaatregelen, en de voorlichting op het gebied van duurzame ontwikkeling te bevorderen.

Artikel 8. Postveiligheid
1.

De lidstaten en hun aangewezen aanbieders dienen de veiligheidseisen omschreven in de veiligheidsnormen van de Wereldpostunie na te leven en op alle niveaus van de postexploitatie een proactieve strategie aan te nemen voor activiteiten op het gebied van veiligheid en deze toe te passen, teneinde het vertrouwen van het publiek in de postale diensten die door de aangewezen aanbieders worden geleverd, te behouden en te vergroten, zulks in het belang van alle betrokken beambten. Deze strategie dient te beantwoorden aan de doelstellingen in de Regelingen en aan het beginsel dat vooraf langs elektronische weg gegevens worden verschaft over de in de uitvoeringsbepalingen omschreven poststukken (met inbegrip van het soort en de criteria voor poststukken), aangenomen door de Raad van Bestuur en de Postraad, in overeenstemming met de technische normen van de UPU voor berichten. De strategie dient tevens te voorzien in de uitwisseling van informatie met betrekking tot de handhaving van de veiligheid en de beveiliging van het vervoer en de doorvoer van postzendingen tussen de lidstaten en hun aangewezen aanbieders.

2.

De in de internationale keten toegepaste beveiligingsmaatregelen voor postvervoer dienen toegesneden te zijn op de risico’s of bedreigingen waarvoor zij bedoeld zijn en te worden ingevoerd zonder de wereldwijde poststromen of handel te belemmeren door rekening te houden met de bijzondere kenmerken van het postnetwerk. Beveiligingsmaatregelen die de postexploitatie mogelijk wereldwijd beïnvloeden, dienen internationaal te worden afgestemd en evenwichtig te worden ingevoerd, waarbij de desbetreffende belanghebbenden betrokken dienen te worden.

Artikel 9. Overtredingen
1.

Poststukken.

2.

Frankering in het algemeen en frankeermiddelen in het bijzonder

3.

Wederkerigheid

Artikel 10. Verwerking van persoonsgegevens
1.

De persoonsgegevens van gebruikers mogen uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld in overeenstemming met de van toepassing zijnde nationale wetgeving.

2.

De persoonsgegevens van gebruikers worden uitsluitend ter kennis gebracht van derden die bevoegd zijn tot toegang op grond van de van toepassing zijnde nationale wetgeving.

3.

De lidstaten en hun aangewezen aanbieders waarborgen de vertrouwelijkheid en veiligheid van de persoonsgegevens van gebruikers in overeenstemming met hun nationale wetgeving.

4.

De aangewezen aanbieders stellen hun cliënten in kennis van het gebruik dat is gemaakt van hun persoonsgegevens en van het doel waarvoor zij zijn verzameld.

5.

Onverminderd het hiervoor bepaalde, mogen de aangewezen aanbieders persoonsgegevens elektronisch doorgeven aan de aangewezen aanbieders van bestemmings- of doorvoerlanden die deze gegevens nodig hebben om de dienst te volbrengen.

Artikel 11. Uitwisseling van gesloten postzendingen met militaire eenheden
1.

Gesloten briefpostzendingen kunnen worden uitgewisseld via de landmacht-, marine- of luchtmachtdiensten van andere landen:

2.

Briefpostzendingen die zijn opgenomen in de in 1 genoemde postzendingen dienen uitsluitend geadresseerd te zijn aan, of afkomstig te zijn van de leden van de militaire eenheden of van de staf- en bemanningsleden van de schepen of vliegtuigen van bestemming of herkomst. De daarvoor geldende tarieven en verzendingsvoorwaarden worden aan de hand van het binnenlandse reglement vastgesteld door de aangewezen aanbieder van de lidstaat die de militaire eenheid ter beschikking heeft gesteld, of waartoe de schepen of vliegtuigen behoren.

3.

Tenzij anders is overeengekomen, is de aangewezen aanbieder van de lidstaat die de militaire eenheid ter beschikking heeft gesteld, of waartoe de oorlogsschepen of militaire vliegtuigen behoren, aan de betrokken aangewezen aanbieders de doorvoervergoedingen, de eindkosten en de kosten voor het luchtvervoer verschuldigd.

Artikel 12. Terpostbezorging van briefpostzendingen in het buitenland
1.

Geen enkele aangewezen aanbieder is verplicht briefpostzendingen te verzenden of bij de geadresseerden te bestellen die op het grondgebied van de lidstaat woonachtige afzenders in het buitenland ter post bezorgen of doen bezorgen, met de bedoeling gebruik te maken van de aldaar geldende voordeligere tarieven.

2.

De bepalingen in 1 worden zonder onderscheid toegepast op briefpostzendingen die in het land van de afzender worden gereedgemaakt om vervolgens over de grens te worden vervoerd, en op briefpostzendingen die in het buitenland worden samengesteld.

3.

De aangewezen aanbieder van bestemming heeft het recht van de aangewezen aanbieder van terpostbezorging betaling te eisen van de binnenlandse tarieven. Indien de aangewezen aanbieder van terpostbezorging weigert deze tarieven binnen een door de aangewezen aanbieder van bestemming gestelde termijn te betalen, mag laatstgenoemde de zendingen terugsturen naar de aangewezen aanbieder van terpostbezorging met het recht op vergoeding van de kosten van terugzending, ofwel de zendingen overeenkomstig zijn nationale wetgeving behandelen.

4.

Geen enkele aangewezen aanbieder is verplicht de briefpostzendingen die de afzenders in grote hoeveelheden in een ander land dan dat waar ze verblijf houden ter post hebben bezorgd of laten bezorgen, te verzenden of bij de geadresseerden te bestellen indien het bedrag van de te heffen eindkosten minder hoog blijkt dan het bedrag dat zou zijn geheven indien de zendingen ter post zouden zijn bezorgd in het land van verblijf van de afzenders. De aangewezen aanbieder van bestemming heeft het recht om van de aangewezen aanbieder van terpostbezorging een vergoeding te eisen met betrekking tot de gemaakte kosten. Deze mag echter niet hoger zijn dan het hoogste bedrag van de volgende twee formules: hetzij 80% van het binnenlands tarief dat op vergelijkbare zendingen van toepassing is, hetzij de percentages die ingevolge de artikelen 29.5 tot en met 29.11, 29.12 tot en met 29.15, of 30.9, van toepassing zijn, naargelang van het geval.

Indien de aangewezen aanbieder van terpostbezorging weigert het gevorderde bedrag binnen een door de aangewezen aanbieder van bestemming gestelde termijn te betalen, mag deze laatste aanbieder de zendingen terugsturen naar de aangewezen aanbieder van terpostbezorging met het recht op vergoeding van de kosten van terugzending, ofwel de zendingen overeenkomstig zijn nationale wetgeving behandelen.

Artikel 13. Gebruik van UPU-formulieren
1.

Tenzij de Akten van de Unie anders bepalen, mogen uitsluitend aangewezen aanbieders gebruikmaken van de UPU-formulieren en -documentatie voor de verlening van postale diensten en de uitwisseling van poststukken overeenkomstig de Akten van de Unie.

2.

De aangewezen aanbieders kunnen de UPU-formulieren en -documentatie aanwenden voor de exploitatie van extraterritoriale uitwisselingskantoren (ETOE’s) en internationale postverwerkingscentra (IMPC’s) gevestigd buiten hun respectieve nationale grondgebied, zoals nader bepaald in het zesde lid, om de voornoemde verlening van postale diensten en uitwisseling van poststukken te vergemakkelijken.

3.

Voor de benutting van de in het tweede lid genoemde mogelijkheid gelden de voorwaarden van de nationale wetgeving of het binnenlands beleid van de lidstaat of het grondgebied waar het ETOE of IMPC is gevestigd. Dienaangaande, en onverminderd de verplichtingen inzake aanwijzing als bedoeld in artikel 2, waarborgen de aangewezen aanbieders dat zij aan hun verplichtingen uit hoofde van het Verdrag blijven voldoen, en zijn zij volledig verantwoordelijk voor al hun betrekkingen met andere aangewezen aanbieders en met het Internationaal Bureau.

4.

Wat de aanvaarding van poststukken afkomstig van deze ETOE’s en IMPC’s betreft, is de in het derde lid genoemde voorwaarde eveneens van toepassing op de lidstaat van bestemming.

5.

De lidstaten lichten het Internationaal Bureau in over hun beleid inzake poststukken verzonden door en/of ontvangen van ETOE’s of IMPC’s. De betreffende informatie wordt op de website van de Unie geplaatst.

6.

Uitsluitend ten behoeve van dit artikel worden ETOE’s gedefinieerd als kantoren of voorzieningen die voor commerciële doeleinden worden opgericht en door of onder verantwoordelijkheid van de aangewezen aanbieders op het grondgebied van een lidstaat of ander dan hun eigen grondgebied worden geëxploiteerd met het oogmerk op buiten hun respectieve nationale grondgebied gelegen markten handel aan te trekken. IMPC’s worden gedefinieerd als internationale voorzieningen voor de verwerking van internationale post die wordt uitgewisseld, hetzij om postzendingen tot stand te brengen of te ontvangen, hetzij om te fungeren als doorvoercentra voor internationale post die tussen andere aangewezen aanbieders wordt uitgewisseld.

7.

Niets in dit artikel zal zo worden uitgelegd dat ETOE’s of IMPC’s (met inbegrip van de aangewezen aanbieders die voor de oprichting en exploitatie ervan buiten hun respectieve nationale grondgebied verantwoordelijk zijn) zich in dezelfde situatie in het kader van de Akten van de Unie bevinden als de aangewezen aanbieders van het gastland, of dat er voor andere lidstaten een wettelijke verplichting ontstaat deze ETOE’s of IMPC’s te erkennen als aangewezen aanbieders op het grondgebied waar zij zijn gevestigd en worden geëxploiteerd.

DEEL II. NORMEN EN DOELSTELLINGEN INZAKE DE KWALITEIT VAN DE DIENSTVERLENING

Artikel 14. Normen en doelstellingen inzake de kwaliteit van de dienstverlening
1.

De lidstaten of hun aangewezen aanbieders dienen hun normen en doelstellingen inzake de bestelling van binnenkomende briefpostzendingen en pakketten vast te leggen en openbaar te maken.

2.

Deze normen en doelstellingen, vermeerderd met de tijd die normaliter nodig is voor de inklaring, mogen niet minder gunstig zijn dan die welke worden toegepast voor vergelijkbare zendingen in hun binnenlandse dienstverlening.

3.

De lidstaten of hun aangewezen aanbieders van herkomst dienen eveneens normen vast te leggen en te publiceren voor het volledige traject van prioritaire zendingen en briefpostzendingen per luchtpost alsmede voor pakketten en economische pakketten/over land of zee vervoerde pakketten.

4.

De lidstaten of hun aangewezen aanbieders evalueren de toepassing van de kwaliteitsnormen op het gebied van dienstverlening.

DEEL III. PORTEN, RECHTEN EN VRIJSTELLING VAN PORTEN

Artikel 15. Porten
1.

De porten voor de verschillende in het Verdrag omschreven postale diensten worden door de lidstaten of hun aangewezen aanbieders vastgesteld, afhankelijk van de nationale wetgeving en in overeenstemming met de grondbeginselen van het Verdrag en de Regelingen daarbij. De porten dienen in principe te worden vastgesteld in verhouding tot de kosten van het leveren van deze diensten.

2.

De lidstaat van herkomst of diens aangewezen aanbieder bepaalt, afhankelijk van de nationale wetgeving, de frankeertarieven voor het vervoer van de brief- en pakketpostzendingen. De frankeertarieven zijn inclusief de afgifte van de zendingen ten huize van de geadresseerde, voor zover de bestelling van dergelijke zendingen in het land van bestemming tot de dienstverlening behoort.

3.

De toegepaste porten, met inbegrip van die welke ter informatie in de Akten zijn vermeld, dienen minimaal gelijk te zijn aan die welke worden toegepast voor zendingen in het binnenlandse verkeer met dezelfde kenmerken (categorie, volume, verwerkingstermijn, enz.).

4.

Het is de lidstaten of hun aangewezen aanbieders, afhankelijk van de nationale wetgeving, toegestaan alle in de Akten voorkomende porten te overschrijden.

5.

Boven de onder 3 vastgestelde minimale limiet voor porten hebben de lidstaten of hun aangewezen aanbieders de mogelijkheid op hun nationale wetgeving gebaseerde lagere porten toe te staan voor briefpostzendingen en postpakketten die op het grondgebied van de lidstaat worden afgegeven. Zij hebben met name de mogelijkheid voorkeurstarieven toe te kennen aan hun cliënten die een aanzienlijk postverkeer hebben.

6.

Het is verboden aan cliënten andere porten in rekening te brengen dan die waarin is voorzien door de Akten.

7.

Behalve in de gevallen waarin door de Akten is voorzien, behoudt elke aangewezen aanbieder de porten die hij heeft geheven.

Artikel 16. Vrijstelling van porten
1.

Beginsel

2.

Krijgsgevangenen en civiel geïnterneerden

3.

Braillestukken

DEEL IV. BASISDIENSTEN EN AANVULLENDE DIENSTEN

Artikel 17. Basisdiensten
1.

De lidstaten dienen erop toe te zien dat hun aangewezen aanbieders zorg dragen voor de toelating, de verwerking, het vervoer en de bestelling van briefpostzendingen.

2.

Briefpostzendingen die uitsluitend stukken bevatten, zijn:

3.

Briefpostzendingen die goederen bevatten, zijn:

4.

De briefpostzendingen worden gerangschikt naar zowel de snelheid van behandeling als de inhoud ervan, overeenkomstig de Regelingen.

5.

Binnen het classificatiesysteem bedoeld in 4, kunnen briefpostzendingen ook worden ingedeeld op grond van hun omvang als kleine brieven (P), grote brieven (G), volumineuze brieven (E) of petits paquets (E). De limieten qua omvang en gewicht zijn omschreven in de Regelingen.

6.

Op sommige categorieën briefpostzendingen zijn facultatief hogere gewichtslimieten dan de onder 2 genoemde limieten van toepassing, volgens de in de Regelingen vermelde voorwaarden.

7.

De lidstaten dienen er ook op toe te zien dat hun aangewezen aanbieders zorg dragen voor de toelating, de verwerking, het vervoer en de bestelling van pakketpostzendingen tot 20 kilogram.

8.

Op sommige pakketpostzendingen zijn facultatief gewichtslimieten van meer dan 20 kg van toepassing, volgens de in de Regelingen vermelde voorwaarden.

Artikel 18. Aanvullende diensten
1.

De lidstaten verzorgen de levering van de navolgende verplichte aanvullende diensten:

2.

De lidstaten of hun aangewezen aanbieders kunnen de navolgende facultatieve aanvullende diensten verzorgen in het kader van de betrekkingen tussen de aangewezen aanbieders die zijn overeengekomen deze diensten te verzorgen:

3.

De drie navolgende aanvullende diensten omvatten tegelijkertijd verplichte en facultatieve aspecten:

4.

Deze diensten en de bijbehorende heffingen worden beschreven in de Regelingen.

5.

Indien voor de hieronder vermelde diensten in het binnenlandse verkeer bijzondere heffingen gelden, zijn de aangewezen aanbieders bevoegd dezelfde heffingen te vragen voor internationale zendingen, volgens de in de Regelingen genoemde voorwaarden:

DEEL V. VERBODSBEPALINGEN EN DOUANEZAKEN

Artikel 19. Niet-toegelaten zendingen. Verbodsbepalingen
1.

Algemeen

2.

Verboden die gelden voor alle categorieën zendingen

3.

Gevaarlijke goederen

4.

Levende dieren

5.

Insluiting van correspondentie in pakketten

6.

Muntstukken, bankbiljetten en andere waardevolle voorwerpen

7.

Drukwerken en braillestukken:

8.

Behandeling van zendingen die ten onrechte zijn toegelaten

Artikel 20. Douanecontrole. Douanerechten en andere rechten
1.

De aangewezen aanbieders van het land van herkomst en die van het land van bestemming zijn gemachtigd om, overeenkomstig de wetgeving van hun land, zendingen aan douanecontrole te onderwerpen.

2.

Zendingen die ter controle aan de douane worden voorgelegd, kunnen door de postale dienst worden belast met kosten voor aanbieding bij de douane waarvan het indicatieve bedrag in de Regelingen wordt vastgelegd. Deze kosten worden slechts voor aanbieding bij de douane en voor inklaring geheven voor de zendingen die zijn belast met douanerechten of soortgelijke rechten.

3.

De aangewezen aanbieders die toestemming hebben verkregen voor het verrichten van de inklaring, hetzij namens de cliënt, hetzij namens de aangewezen aanbieder van het land van bestemming, mogen van de cliënten een op de werkelijke kosten van de handeling gebaseerde toeslag heffen. Deze heffing kan, op grond van de nationale wetgeving, worden opgelegd voor alle bij de douane aangegeven zendingen, met inbegrip van zendingen die van douanerechten zijn vrijgesteld. De cliënten dienen van tevoren naar behoren van de desbetreffende heffing op de hoogte te worden gebracht.

4.

De aangewezen aanbieders zijn gemachtigd om van de afzenders c.q. de geadresseerden van de zendingen douanerechten en eventuele andere rechten te heffen.

DEEL VI. AANSPRAKELIJKHEID

Artikel 21. Klachten
1.

Elke aangewezen aanbieder is verplicht de klachten betreffende pakketten, aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte en bewijs van afgifte die bij zijn eigen dienst of bij die van een andere aangewezen aanbieder ter post zijn bezorgd, in behandeling te nemen, mits dergelijke klachten door cliënten worden ingediend door cliënten binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag na de terpostbezorging van de zending. De doorgifte en afhandeling van klachten tussen de aangewezen aanbieders verlopen overeenkomstig de in de Regelingen gestelde voorwaarden. De termijn van zes maanden heeft betrekking op de relatie tussen de indieners van de klacht en de aangewezen aanbieders en heeft geen betrekking op het doorgeven van klachten tussen de aangewezen aanbieders.

2.

De behandeling van klachten is kosteloos. De bijkomende kosten als gevolg van een verzoek om verzending via de EMS-dienst komen in beginsel echter ten laste van de verzoeker.

Artikel 22. Aansprakelijkheid van de aangewezen aanbieders. Schadevergoedingen
1.

Algemeen

2.

Aangetekende zendingen

3.

Gewone pakketten

4.

Zendingen met waardeaangifte

5.

In geval van terugzending van een aangetekende briefpostzending of een briefpostzending met waardeaangifte, heeft de afzender, wanneer geen reden van onbestelbaarheid wordt gegeven, uitsluitend recht op terugbetaling van de voor de terpostbezorging van de zending betaalde porten.

6.

In geval van terugzending van een pakket wanneer geen reden van onbestelbaarheid wordt gegeven, heeft de afzender recht op terugbetaling van de voor de terpostbezorging in het land van herkomst betaalde porten en van de uitgaven veroorzaakt door de terugzending van het pakket uit het land van bestemming.

7.

In de in 2, 3 en 4 bedoelde gevallen wordt de schadevergoeding berekend volgens de in BTR omgezette marktprijs van gelijksoortige voorwerpen of goederen op de plaats en het tijdstip waarop de zending voor vervoer werd aangenomen. Bij ontbreken van een marktprijs wordt de schadevergoeding berekend volgens de gewone waarde van op dezelfde grondslag geschatte voorwerpen of goederen.

8.

Wanneer vanwege verlies, volledige ontvreemding of volledige beschadiging van een aangetekende zending, van een gewoon pakket of van een zending met waardeaangifte een schadevergoeding verschuldigd is, heeft de afzender of, naargelang van het geval, de geadresseerde bovendien recht op terugbetaling van de voor de terpostbezorging van de zending betaalde porten en rechten, met uitzondering van de toeslag voor aantekenen of waardeaangifte. Hetzelfde geldt voor aangetekende zendingen, gewone pakketten of zendingen met waardeaangifte die door de geadresseerden worden geweigerd als gevolg van de slechte staat ervan, indien deze aan de aangewezen aanbieder toe te rekenen is en deze hiervoor aansprakelijk is.

9.

In afwijking van het in 2, 3 en 4 bepaalde heeft de geadresseerde recht op schadevergoeding bij ontvreemding, beschadiging of verlies van een aangetekende zending, een gewoon pakket of een zending met waardeaangifte indien de afzender ten gunste van de geadresseerde schriftelijk afstand doet van zijn rechten. Afstand van rechten is niet nodig indien de afzender tevens de geadresseerde is.

10.

De aangewezen aanbieder van herkomst heeft het recht aan de afzenders in zijn land de schadevergoedingen uit te betalen welke zijn voorzien in de nationale wetgeving van zijn land inzake aangetekende zendingen en pakketten zonder waardeaangifte, mits deze niet lager zijn dan die welke zijn vastgesteld in 2.1 en 3.1. Hetzelfde geldt voor de aangewezen aanbieder van bestemming wanneer de schadevergoeding aan de geadresseerde wordt betaald. De in 2.1 en 3.1 vastgestelde bedragen blijven echter van toepassing:

11.

Behoudens in geval van een bilaterale overeenkomst, is geen enkel voorbehoud betreffende de overschrijding van de klachttermijnen en de betaling van de schadevergoeding aan de aangewezen aanbieders van toepassing, met inbegrip van de in de Regelingen vastgelegde tijdvakken en voorwaarden.

Artikel 23. Niet-aansprakelijkheid van de lidstaten en de aangewezen aanbieders
1.

De aangewezen aanbieders zijn niet langer aansprakelijk voor aangetekende poststukken, pakketten en zendingen met waardeaangifte zodra zij deze hebben besteld overeenkomstig de voorschriften van hun regelingen inzake dergelijke zendingen. Zij zijn echter nog wel aansprakelijk:

2.

De lidstaten en de aangewezen aanbieders zijn niet aansprakelijk:

3.

De lidstaten en de aangewezen aanbieders aanvaarden geen aansprakelijkheid uit hoofde van douaneaangiften, in welke vorm dan ook, of beslissingen die door de douanediensten worden genomen bij de verificatie van de aan douanecontrole onderworpen zendingen.

Artikel 24. Aansprakelijkheid van de afzender
1.

De afzender van een zending is aansprakelijk voor de door de beambten van de posterijen geleden letselschade en voor alle schade aan andere poststukken alsmede aan de uitrusting van de posterijen die te wijten is aan het verzenden van niet voor vervoer toegelaten voorwerpen of aan het niet nakomen van de voorwaarden voor toelating.

2.

In geval van schade veroorzaakt aan andere poststukken, is de afzender voor elke beschadigde zending binnen dezelfde grenzen aansprakelijk als de aangewezen aanbieders.

3.

De afzender blijft aansprakelijk, zelfs indien het kantoor van terpostbezorging de zending aanvaardt.

4.

Wanneer de voorwaarden voor toelating door de afzender zijn nagekomen, is deze evenwel niet aansprakelijk voor zover de aangewezen aanbieders of vervoerders bij de verwerking van de zendingen na de acceptatie ervan schuld of nalatigheid kan worden verweten.

Artikel 25. Betaling van schadevergoeding
1.

Onder voorbehoud van het recht op verhaal op de verantwoordelijke aangewezen aanbieder, dient de schadevergoeding door de aangewezen aanbieder van herkomst of, naargelang van het geval, de aangewezen aanbieder van bestemming te worden betaald en rust op deze aanbieder de verplichting tot terugbetaling van de porten en rechten.

2.

De afzender mag ten gunste van de geadresseerde afzien van zijn recht op schadevergoeding. De afzender, of de geadresseerde indien afstand wordt gedaan van het recht op schadevergoeding, kan een derde machtigen de schadevergoeding in ontvangst te nemen, indien de nationale wetgeving dat toestaat.

Artikel 26. Eventuele terugvordering van de schadevergoeding van de afzender of de geadresseerde
1.

Indien, na betaling van een schadevergoeding, een (gedeelte van de inhoud van een) tevoren als verloren beschouwde aangetekende zending, een pakketzending of zending met waardeaangifte wordt teruggevonden, wordt de afzender of, naargelang van het geval, de geadresseerde ervan op de hoogte gebracht dat de zending gedurende een periode van drie maanden te zijner beschikking wordt gehouden tegen terugbetaling van het bedrag van de betaalde schadevergoeding. Tevens wordt hem gevraagd aan wie de zending dient te worden afgegeven. In geval van weigering of wanneer niet binnen de gestelde termijn wordt gereageerd, wordt dezelfde procedure gevolgd ten aanzien van de geadresseerde of, naargelang van het geval, de afzender, die dezelfde termijn krijgt om te reageren.

2.

Zien de afzender en de geadresseerde af van inontvangstname van de zending of reageren zij niet binnen de in het eerste lid vastgestelde termijn, dan wordt deze eigendom van de aangewezen aanbieder of de aangewezen aanbieders die de schade heeft respectievelijk hebben gedragen.

3.

Wordt een zending met waardeaangifte later teruggevonden en blijkt de waarde van de inhoud lager te zijn dan het bedrag van de betaalde schadevergoeding, dan dient de afzender of, naargelang van het geval, de geadresseerde het bedrag van deze schadevergoeding tegen afgifte van de zending terug te betalen, onverminderd de gevolgen die voortvloeien uit de frauduleuze waardeaangifte.

DEEL VII. VERGOEDING

A. DOORVOERVERGOEDINGEN

Artikel 27. Doorvoervergoedingen
1.

Gesloten postzendingen en doorvoerzendingen à découvert die tussen twee aangewezen aanbieders of tussen twee kantoren van dezelfde lidstaat via de diensten van één of meer andere aangewezen aanbieders (derde diensten) worden uitgewisseld, zijn onderworpen aan de betaling van doorvoervergoedingen. Deze vormen een vergoeding voor de dienstverlening in de vorm van doorvoer over land, over zee of door de lucht. Dit beginsel is eveneens van toepassing op verkeerd bezorgde zendingen of verkeerd bezorgde postzendingen.

B. EINDKOSTEN

Artikel 28. Eindkosten. Algemene bepalingen
1.

Onder voorbehoud van de in de Regelingen voorgeschreven uitzonderingen heeft elke aangewezen aanbieder die van een andere aangewezen aanbieder briefpostzendingen ontvangt, het recht van de aangewezen aanbieder van verzending een vergoeding te vragen voor de door de ontvangen internationale post veroorzaakte kosten.

2.

Voor de toepassing van de bepalingen betreffende de vergoeding voor eindkosten door hun aangewezen aanbieders, worden de landen en grondgebieden gerangschikt overeenkomstig de daartoe door het Congres bij resolutie C7/2016 opgestelde lijsten, zoals hierna vermeld:

3.

De bepalingen van dit Verdrag betreffende de betaling van eindkosten zijn overgangsbepalingen die leiden tot de aanneming van een betalingssysteem dat rekening houdt met de bijzondere kenmerken van elk land na de beëindiging van de overgangsperiode.

4.

Toegang tot het binnenlandse verkeer. Directe toegang

5.

De vergoeding van de eindkosten wordt gebaseerd op de kwaliteit van de dienstverlening in het land van bestemming. De Postraad is derhalve bevoegd premies op de in de artikelen 29 en 30 bedoelde vergoeding toe te kennen ter aanmoediging van de deelname aan het controlesysteem en ter compensatie van de aangewezen aanbieders die hun kwaliteitsdoel bereiken. De Postraad kan ook boetes vaststellen in geval van ontoereikende kwaliteit, maar de vergoeding van de aangewezen aanbieders kan niet minder bedragen dan de in de artikelen 29 en 30 genoemde minimumvergoeding.

6.

Elke aangewezen aanbieder mag geheel of gedeeltelijk afzien van de in 1 bedoelde vergoeding.

7.

Voor de vergoeding van de eindkosten worden M-zakken die minder wegen dan 5 kilogram aangemerkt als M-zakken van 5 kilogram. Het voor M-zakken toe te passen bedrag van de eindkosten bedraagt:

8.

Voor aangetekende zendingen wordt in 2018 een aanvullende vergoeding van 1,100 BTR per zending voorzien, in 2019 een vergoeding van 1,200 BTR per zending, in 2020 van 1,300 BTR per zending en in 2021 van 1,400 BTR. Voor zendingen met waardeaangifte wordt in 2018 een aanvullende vergoeding van 1,400 BTR per zending voorzien, in 2019 een vergoeding van 1,500 BTR per zending, in 2020 van 1,600 BTR per zending en in 2021 van 1,700 BTR. De Postraad is bevoegd vergoedingspremies voor deze en andere aanvullende diensten toe te kennen wanneer de geleverde diensten aanvullende elementen omvatten die in de Regelingen dienen te worden gespecificeerd.

9.

Behoudens een andersluidende bilaterale overeenkomst is een aanvullende vergoeding van 0,5 BTR voorzien voor aangetekende zendingen en zendingen met waardeaangifte zonder identificatie door middel van een streepjescode of met identificatie door middel een streepjescode die niet voldoet aan de technische norm S10 van de UPU.

10.

Voor de betaling van de eindkosten worden briefpostzendingen ter post bezorgd in partijen door dezelfde afzender en met dezelfde zending of in afzonderlijke zendingen in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen aangeduid als „partijenpost”. De betaling voor partijenpost wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 29 en 30.

11.

Elke aangewezen aanbieder mag op basis van een bilaterale of multilaterale overeenkomst andere vergoedingssystemen voor de verrekening van eindkosten toepassen.

12.

De aangewezen aanbieders mogen ervoor kiezen niet-prioritaire post uit te wisselen onder verlening van een korting van 10% op het bedrag van de eindkosten dat op prioritaire post van toepassing is.

13.

De bepalingen tussen aangewezen aanbieders van landen van het doelsysteem zijn van toepassing op elke aangewezen aanbieder van een land van het overgangssysteem die verklaart zich bij het doelsysteem te willen aansluiten. De Postraad kan de overgangsmaatregelen in de Regelingen vastleggen. De bepalingen van het doelsysteem kunnen in hun geheel worden toegepast op de nieuwe aangewezen aanbieders van het doelsysteem die verklaren zonder overgangsmaatregelen volledig aan de bedoelde bepalingen onderworpen te willen zijn.

Artikel 29. Eindkosten. Bepalingen die van toepassing zijn op poststromen tussen de aangewezen aanbieders van de landen in het doelsysteem
1.

De vergoeding voor briefpostzendingen, met inbegrip van partijenpost, maar met uitzondering van M-zakken en CCRI-zendingen, wordt vastgesteld door middel van toepassing van de bedragen per zending en per kilogram die de verwerkingskosten in het land van bestemming weergeven. De kosten die verband houden met de binnenlandse tarieven voor prioritaire zendingen die deel uitmaken van de algemene postale dienst worden gebruikt als grondslag voor de berekening van het bedrag van de eindkosten.

2.

De bedragen van de eindkosten in het doelsysteem worden berekend aan de hand van het classificatiesysteem voor zendingen op grond van omvang, indien aanwezig in de binnenlandse dienstverlening, zoals voorzien in artikel 17.5 van het Verdrag.

3.

De aangewezen aanbieders in het doelsysteem wisselen op omvang gescheiden zendingen uit in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen.

4.

De vergoeding voor CCRI-zendingen geschiedt op grond van de desbetreffende bepalingen van de Regelingen.

5.

Er gelden per zending en per kilogram gescheiden bedragen voor enerzijds kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen en anderzijds volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E). De bedragen worden berekend op basis van 70% van de heffing voor een kleine briefpostzending (P) van 20 gram en voor een grote briefpostzending (G) van 175 gram, exclusief btw of andere heffingen. Voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) worden de bedragen berekend op basis van omvang P/G en een gewicht van 375 gram, exclusief btw of andere heffingen.

6.

De Postraad formuleert de voorwaarden voor de berekening van de bedragen alsmede de nodige operationele, statistische en boekhoudkundige procedures voor de uitwisseling van op omvang gescheiden zendingen.

7.

De bedragen die in een gegeven jaar op de stromen tussen de landen in het doelsysteem worden toegepast, mogen niet leiden tot een verhoging van meer dan 13% van de eindkosten voor een briefpostzending van P/G-omvang à 37,6 gram en van E-omvang à 375 gram ten opzichte van het voorgaande jaar.

8.

De bedragen die van toepassing zijn op de poststromen tussen de landen in het doelsysteem vóór 2010 voor kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen, mogen niet hoger zijn dan:

9.

De bedragen die van toepassing zijn op de poststromen tussen de landen in het doelsysteem vóór 2010 voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E), mogen niet hoger zijn dan:

10.

De bedragen die van toepassing zijn op de poststromen tussen de landen in het doelsysteem vóór 2010 of vanaf 2010, 2012 en 2016 voor kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen, mogen niet lager zijn dan:

11.

De bedragen die van toepassing zijn op de poststromen tussen de landen in het doelsysteem vóór 2010 of vanaf 2010, 2012 en 2016 voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E), mogen niet lager zijn dan:

12.

De bedragen die van toepassing zijn op poststromen tussen landen in het doelsysteem vanaf 2010 en 2012 alsmede tussen deze landen en landen in het doelsysteem vóór 2010 voor kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen, mogen niet hoger zijn dan:

13.

De bedragen die van toepassing zijn op poststromen tussen landen in het doelsysteem vanaf 2010 en 2012 alsmede tussen deze landen en landen in het doelsysteem vóór 2010 voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E), mogen niet hoger zijn dan:

14.

De bedragen die van toepassing zijn op poststromen tussen landen in het doelsysteem vanaf 2016 alsmede tussen deze landen en landen in het doelsysteem vóór 2010 of vanaf 2010 en 2012 voor kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen, mogen niet hoger zijn dan:

15.

De bedragen die van toepassing zijn op poststromen tussen landen in het doelsysteem vanaf 2016 alsmede tussen deze landen en landen in het doelsysteem vóór 2010 of vanaf 2010 en 2012 voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E), mogen niet hoger zijn dan:

16.

Voor stromen van minder dan 50 ton per jaar tussen landen die zich in of na 2010 en 2012 hebben aangesloten bij het doelsysteem alsmede tussen deze landen en landen die reeds vóór 2010 deel uitmaakten van het doelsysteem, worden de componenten per kilogram en per zending omgezet in een totaalbedrag per kilogram op basis van een gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post, waarbij zendingen van omvang P en G 8,16 zendingen met een gewicht van 0,31 kilogram, en zendingen van omvang E 2,72 zendingen met een gewicht van 0,69 kilogram vertegenwoordigen.

17.

Voor stromen van minder dan 75 ton per jaar in 2018, 2019 en 2020, en van minder dan 50 ton in 2021 tussen landen die zich in 2016 of daarna hebben aangesloten bij het doelsysteem, alsmede tussen deze landen en landen die zich vóór 2010 of vanaf 2010 en 2012 hebben aangesloten bij het doelsysteem, worden de componenten per kilogram en per zending omgezet in een totaalbedrag per kilogram op basis van een gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post, zoals bedoeld in het zestiende lid.

18.

De vergoeding voor partijenpost verzonden naar landen die vóór 2010 deel uitmaakten van het doelsysteem wordt vastgesteld door toepassing van de bedragen per zending en per kilogram voorzien in 5 tot en met 11.

19.

De vergoeding voor partijenpost verzonden naar landen die vanaf 2010, 2012 en 2016 deel uitmaken van het doelsysteem wordt vastgesteld door toepassing van de bedragen per zending en per kilogram voorzien in 5 en 10 tot en met 15.

20.

Op dit artikel is, behoudens bij bilaterale overeenkomst, geen voorbehoud mogelijk.

Artikel 30. Eindkosten. Bepalingen die van toepassing zijn op poststromen naar, vanuit en tussen de aangewezen aanbieders van de landen van het overgangssysteem
1.

Voor de aangewezen aanbieders van de landen van het overgangssysteem voor eindkosten (ter voorbereiding op hun toetreding tot het doelsysteem), wordt de vergoeding voor briefpostzendingen, met inbegrip van partijenpost, maar met uitzondering van M-zakken en CCRI-zendingen, vastgesteld op basis van een bedrag per zending en een bedrag per kilogram.

2.

De vergoeding voor CCRI-zendingen geschiedt op grond van de desbetreffende bepalingen van de Regelingen.

3.

De bedragen die van toepassing zijn op poststromen naar, vanuit en tussen de landen van het overgangssysteem zijn voor kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen:

4.

De bedragen die van toepassing zijn op poststromen naar, vanuit en tussen de landen van het overgangssysteem zijn voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E):

5.

Voor poststromen onder de drempel die in artikel 29.16 of 29.17 is vastgelegd, worden de componenten per kilogram en per zending omgezet in een totaalbedrag per kilogram op basis van een gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post. De volgende bepalingen zijn hierop van toepassing:

6.

Indien noch de aangewezen aanbieder van herkomst, noch de aangewezen aanbieder van bestemming, in het kader van een herzieningsmechanisme verzoekt om een herziening van het bedrag op basis van het werkelijke aantal zendingen per kilogram in plaats van op basis van het gemiddelde mondiale aantal, worden voor poststromen boven de drempel die in artikel 29.17 is vastgelegd, de bovenvermelde vaste bedragen per kilogram toegepast. De steekproeven ten behoeve van de toepassing van het herzieningsmechanisme worden toegepast overeenkomstig de in de Regelingen vermelde voorwaarden.

7.

De herziening naar beneden van het totale in het vijfde lid bedoelde bedrag kan niet door een land van het doelsysteem worden ingeroepen tegen een land van het overgangssysteem, tenzij dit laatste land om een herziening in tegengestelde richting verzoekt.

8.

De aangewezen aanbieders van landen die deel uitmaken van het overgangssysteem voor de eindkosten kunnen ervoor kiezen op omvang gescheiden zendingen uit te wisselen in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen.

Voor de uitwisseling van op omvang gescheiden zendingen gelden de hierboven in het derde en vierde lid vermelde bedragen.

9.

De vergoeding voor partijenpost verzonden naar aangewezen aanbieders van landen die behoren tot het doelsysteem wordt vastgesteld door toepassing van de bedragen per zending en per kilogram voorzien in artikel 29. Voor de ontvangen partijenpost kunnen de aangewezen aanbieders van de landen van het overgangssysteem overeenkomstig het in 3 en 4 bepaalde om een vergoeding verzoeken.

10.

Op dit artikel is, behoudens bij bilaterale overeenkomst, geen voorbehoud mogelijk.

Artikel 31. Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening
1.

Behoudens voor M-zakken, CCRI-zendingen en partijenpost geldt voor de eindkosten die door alle landen en grondgebieden aan de als minst ontwikkelde aangemerkte en in groep IV ingedeelde landen en grondgebieden ten behoeve van de vergoeding van eindkosten en het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening (Fonds) dienen te worden betaald, een toeslag die overeenkomt met 20% van de in artikel 30 vermelde bedragen, ter storting in het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in die landen. Tussen de landen van de groep IV-landen vinden dergelijke betalingen niet plaats.

2.

Behoudens voor M-zakken, CCRI-zendingen en partijenpost geldt voor de eindkosten die door de in de categorie van groep I-landen ingedeelde landen en grondgebieden aan de in de categorie van groep IV-landen ingedeelde landen, anders dan de minst ontwikkelde landen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dienen te worden betaald, een toeslag overeenkomend met 10% van de in artikel 30 vermelde bedragen, ter storting in het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in die landen.

3.

Behoudens voor M-zakken, CCRI-zendingen en partijenpost geldt voor de eindkosten die door de in de categorie van groep II-landen ingedeelde landen en grondgebieden aan de in de categorie van groep IV-landen ingedeelde landen, anders dan de minst ontwikkelde landen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dienen te worden betaald, een toeslag overeenkomend met 10% van de in artikel 30 vermelde bedragen, ter storting in het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in die landen.

4.

Behoudens voor M-zakken, CCRI-zendingen en partijenpost geldt voor de eindkosten die door de in de categorie van groep III-landen ingedeelde landen en grondgebieden aan de in de categorie van groep IV-landen ingedeelde landen, anders dan de minst ontwikkelde landen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dienen te worden betaald, een toeslag overeenkomend met 5% van de in artikel 30 vermelde bedragen, ter storting in het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in die landen.

5.

Behoudens voor M-zakken, CCRI-zendingen en partijenpost geldt een toeslag van 1%, berekend op basis van de eindkosten die door de in groep I, II en III ingedeelde landen en grondgebieden aan de in groep III ingedeelde landen dienen te worden betaald, ter storting in een gemeenschappelijk fonds dat dient te worden opgericht ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in de landen die in de groepen II, III en IV zijn ingedeeld, en dat dient te worden beheerd overeenkomstig de door de Postraad vastgestelde toepasselijke procedures.

6.

Met inachtneming van de door de Postraad vastgestelde toepasselijke procedures worden niet-bestede bedragen die zijn ingebracht uit hoofde van het eerste, tweede, derde en vierde lid van dit artikel en gedurende de vier voorafgaande referentiejaren van het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening zijn gecumuleerd (waarbij 2018 geldt als het vroegste referentiejaar), eveneens gestort in het gemeenschappelijk fond als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel. Ten behoeve van dit lid worden uitsluitend gelden die niet binnen twee jaar na ontvangst van de laatste betaling van de financiële bijdragen voor een periode van vier jaar als hierboven omschreven voor in het kader van het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening goedgekeurde projecten zijn aangewend, in voornoemd gemeenschappelijk fonds gestort.

7.

Voor de ten behoeve van storting in het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in de landen van groep IV te betalen gecumuleerde eindkosten geldt voor elk ontvangend land een drempel van 20.000 BTR per jaar. De voor het bereiken van deze drempel benodigde aanvullende bedragen worden naar verhouding van de uitgewisselde hoeveelheden in rekening gebracht bij de landen van de groepen I, II en III.

8.

Speciale procedures voor de financiering van projecten in het kader van het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening worden door de Postraad uiterlijk in 2018 aangenomen of bijgewerkt.

C. QUOTA VOOR PAKKETPOST

Artikel 32. Territoriale en maritieme quota van postpakketten
1.

Met uitzondering van ECOMPRO-pakketten, zijn pakketten die worden uitgewisseld tussen twee aangewezen aanbieders onderworpen aan territoriale bestellingsquota voor elk land en voor elk pakket, berekend door het in de Regelingen vastgestelde basistarief per pakket en het basistarief per kilogram te combineren.

2.

Pakketten die worden uitgewisseld tussen twee aangewezen aanbieders of tussen twee kantoren van hetzelfde land met gebruikmaking van de landdiensten van een of meer andere aangewezen aanbieders, zijn onderworpen aan territoriale doorvoerquota die afhankelijk van de afstandstrap in de Regelingen worden vastgesteld, ten gunste van de aangewezen aanbieders waarvan de diensten deelnemen aan het territoriale vervoer.

3.

Elk van de aangewezen aanbieders waarvan de diensten deelnemen aan het maritiem vervoer van pakketten mag de maritieme quota vorderen. Deze quota komen ten laste van de aangewezen aanbieder van het land van herkomst, tenzij in de Regelingen wordt afgeweken van dit beginsel.

D. KOSTEN VAN LUCHTVERVOER

Artikel 33. Basistarief en bepalingen met betrekking tot de kosten van luchtvervoer
1.

Het basistarief voor luchtvervoer dat bij de verrekening tussen de aangewezen aanbieders wordt toegepast, wordt goedgekeurd door de Postraad en wordt door het Internationaal Bureau volgens een in de Regelingen bepaalde formule berekend. Het tarief voor luchtvervoer van pakketten verzonden via de retourdienst voor handelswaar wordt berekend volgens de voorwaarden omschreven in de Regelingen.

2.

De berekening van de kosten van luchtvervoer van gesloten postzendingen, prioritaire zendingen, luchtpostzendingen, luchtpostpakketten à découvert in doorvoer, verkeerd bezorgde zendingen of verkeerd bezorgde postzendingen, alsmede de daarop betrekking hebbende wijzen van aftrek, worden beschreven in de Regelingen.

3.

De transportkosten voor het gehele luchttraject komen ten laste van:

4.

Dezelfde regelingen zijn van toepassing op zendingen die vrijgesteld zijn van territoriale en maritieme doorvoervergoedingen, indien deze per vliegtuig worden verzonden.

5.

Elke aangewezen aanbieder van bestemming die binnen de grenzen van zijn eigen land het luchtvervoer van internationale post verzorgt, heeft recht op terugbetaling van de extra kosten voor dit vervoer, mits de gewogen gemiddelde afstand van de afgelegde trajecten meer dan 300 km bedraagt. De Postraad kan de gewogen gemiddelde afstand vervangen door een ander relevant criterium. Behoudens een overeenkomst die voorziet in kosteloos vervoer, dienen de kosten identiek te zijn voor alle uit het buitenland afkomstige prioritaire en luchtpostzendingen, ongeacht het al dan niet doorzenden ervan per luchtpost.

6.

Wanneer de vereffening van de door de aangewezen aanbieder van bestemming geheven eindkosten specifiek gebaseerd is op de binnenlandse kosten of tarieven, vindt geen extra vergoeding voor binnenlandse luchtvervoerkosten plaats.

7.

Met het oog op de berekening van de gewogen gemiddelde afstand, sluit de aangewezen aanbieder van bestemming het gewicht uit van alle postzendingen waarvoor de berekening van de vergoeding van de eindkosten specifiek gebaseerd is op de binnenlandse kosten of op de tarieven van de aangewezen aanbieder van bestemming.

E. VEREFFENING VAN REKENINGEN

Artikel 34. Bijzondere bepalingen voor de vereffening van en betaling voor de internationale uitwisseling van post
1.

De vereffening ter zake van handelingen verricht in overeenstemming met dit Verdrag (met inbegrip van de vereffening in verband met het vervoer (doorzenden) van poststukken, vereffening van de verwerking van poststukken in het land van bestemming en vereffening ter zake van schadevergoeding bij verlies, diefstal of beschadiging van poststukken) geschiedt op basis van en in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag en andere Akten van de Unie, waarvoor een aangewezen aanbieder geen stukken behoeft op te stellen, behalve in de gevallen voorzien in de Akten van de Unie.

F. VASTSTELLING VAN DE KOSTEN EN QUOTA

Artikel 35. Bevoegdheid van de Postraad het bedrag van de kosten en quota vast te stellen
1.

De Postraad is bevoegd de navolgende kosten en quota vast te stellen, die door de aangewezen aanbieders overeenkomstig de in de Regelingen vervatte voorwaarden dienen te worden betaald:

2.

De herziening, die kan plaatsvinden dankzij een methode waarbij de aangewezen aanbieders die de diensten verrichten een billijke vergoeding wordt gegarandeerd, dient gebaseerd te zijn op betrouwbare en representatieve economische en financiële gegevens. Eventuele wijzigingen waartoe wordt besloten, worden van kracht op een door de Postraad te bepalen datum.

DEEL VIII. FACULTATIEVE DIENSTEN

Artikel 36. EMS en geïntegreerde logistiek en nieuwe diensten
1.

De lidstaten of de aangewezen aanbieders kunnen onderling overeenkomen deel te nemen aan de navolgende diensten die in de Regelingen worden beschreven:

Artikel 37. Elektronische postdiensten
1.

De lidstaten of aangewezen aanbieders kunnen met elkaar overeenkomen deel te nemen aan de volgende elektronische postdiensten die zijn omschreven in de Regelingen:

DEEL IX. SLOTBEPALINGEN

Artikel 38. Voorwaarden voor goedkeuring van voorstellen betreffende het Verdrag en de Regelingen
1.

Om uitvoerbaar te worden, dienen de bij het Congres ingediende voorstellen betreffende dit Verdrag te worden goedgekeurd door de meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde lidstaten die hun stem uitbrengen. Ten tijde van de stemming dient ten minste de helft van de lidstaten die bij het Congres vertegenwoordigd zijn en stemgerechtigd zijn, aanwezig te zijn.

2.

Om uitvoerbaar te worden, dienen de voorstellen betreffende de Regelingen te worden goedgekeurd door de meerderheid van de stemgerechtigde leden van de Postraad.

3.

Om uitvoerbaar te worden, dienen de tussen twee Congressen in ingediende voorstellen betreffende dit Verdrag en het Slotprotocol daarbij het volgende aantal stemmen op zich te verenigen:

4.

Niettegenstaande het bepaalde in 3.1, is elke lidstaat waarvan de nationale wetgeving nog niet verenigbaar is met de voorgestelde wijziging gerechtigd, binnen negentig dagen na de kennisgeving van deze wijziging, een schriftelijke verklaring aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Bureau te richten waarin wordt vermeld dat het niet mogelijk is deze wijziging te aanvaarden.

Artikel 39. Tijdens het Congres gemaakte voorbehouden
1.

Elk voorbehoud dat onverenigbaar is met het voorwerp en het doel van de Unie is niet toegestaan.

2.

Als stelregel geldt dat de lidstaten die de andere lidstaten niet van hun mening kunnen overtuigen voor zover mogelijk moeten trachten zich bij de mening van de meerderheid aan te sluiten. Voorbehouden mogen uitsluitend worden gemaakt indien dit absoluut noodzakelijk is en moeten op gepaste wijze met redenen worden omkleed.

3.

Een voorbehoud op de artikelen van dit Verdrag dient aan het Congres te worden voorgelegd in de vorm van een schriftelijk voorstel in een van de werktalen van het Internationaal Bureau, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement van Orde van het Congres.

4.

Om van kracht te worden, dient het aan het Congres voorgelegde voorbehoud te worden goedgekeurd door de meerderheid die per geval voor de wijziging van het artikel waarop het voorbehoud betrekking heeft, benodigd is.

5.

In beginsel wordt het voorbehoud toegepast op basis van wederkerigheid tussen de lidstaat die het voorbehoud heeft gemaakt en de overige lidstaten.

6.

Het voorbehoud op dit Verdrag wordt in het Slotprotocol ervan opgenomen op basis van het door het Congres goedgekeurde voorstel.

Artikel 40. Inwerkingtreding en duur van dit Verdrag
1.

Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 2018 en blijft van kracht tot de inwerkingtreding van de Akten van het volgende Congres.

Bij de ondertekening van het heden gesloten Algemeen Postverdrag zijn de ondergetekende gevolmachtigden het volgende overeengekomen:

Artikel I. Eigendom van poststukken. Onttrekking. Wijziging of verbetering van het adres.
1.

De bepalingen van artikel 5.1 en 2 zijn niet van toepassing op Antigua en Barbuda, (het Koninkrijk) Bahrein, Barbados, Belize, Botswana, Brunei Darussalam, Canada, China, de Dominicaanse Republiek, Egypte, Fiji, Gambia, Grenada, Guyana, Hongkong, Ierland, Jamaica, Kenia, Kiribati, Koeweit, Lesotho, Malawi, Maleisië, Mauritius, Nauru, Nieuw-Zeeland, Nigeria, Papoea-Nieuw-Guinea, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, de Salomonseilanden, Samoa, de Seychellen, Sierra Leone, Singapore, Swaziland, (de Verenigde Republiek) Tanzania, Trinidad en Tobago, Tuvalu, Uganda, Vanuatu, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Overzeese Gebiedsdelen van het Verenigd Koninkrijk en Zambia.

2.

De bepalingen van artikel 5.1 en 2 zijn evenmin van toepassing op Denemarken, (de Islamitische Republiek) Iran en Oostenrijk, waar het terugtrekken van briefpostzendingen of wijzigen van het adres daarvan op verzoek van de afzender niet wordt toegestaan door de wetgeving, zodra de geadresseerde op de hoogte is gebracht van de binnenkomst van een aan hem geadresseerde zending.

3.

Artikel 5.1 is niet van toepassing op Australië, Ghana en Zimbabwe.

4.

Artikel 5.2 is niet van toepassing op de Bahama’s, België, Irak, de Democratische Volksrepubliek Korea en op Myanmar, waar het terugtrekken van briefpostzendingen of wijzigen van het adres daarvan op verzoek van de afzender niet wordt toegestaan door de wetgeving.

5.

Artikel 5.2 is niet van toepassing op (de Verenigde Staten van) Amerika.

6.

Artikel 5.2 is van toepassing op Australië voor zover het verenigbaar is met de nationale wetgeving van dat land.

7.

In afwijking van artikel 5.2 hebben de Democratische Republiek Congo, El Salvador, de Filipijnen, (de Republiek) Panama en (de Bolivariaanse Republiek) Venezuela het recht postpakketten niet te retourneren zodra de geadresseerde heeft verzocht om inklaring ervan door de douane, aangezien dit onverenigbaar is met de douanewetgeving van deze landen.

Artikel II. Postzegels
1.

In afwijking van artikel 6.7 verwerken Australië, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Maleisië en Nieuw-Zeeland briefpostzendingen en postpakketten voorzien van postzegels waarvoor gebruik is gemaakt van nieuwe materialen of technologieën die niet geschikt zijn voor hun onderscheiden postverwerkende machines uitsluitend na voorafgaande afstemming met de desbetreffende aangewezen aanbieder van herkomst.

Artikel III. Terpostbezorging van briefpostzendingen in het buitenland
1.

(De Verenigde Staten van) Amerika, Australië, Griekenland, Nieuw-Zeeland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland behouden zich het recht voor om, in verhouding tot de kosten van de ontstane werkzaamheden, een toeslag te heffen van elke aangewezen aanbieder die aan genoemde landen uit hoofde van artikel 12.4, voorwerpen terugzendt die aanvankelijk niet door hun diensten als poststukken werden verzonden.

2.

In afwijking van artikel 12.4 behoudt Canada zich het recht voor om van de aangewezen aanbieder van herkomst een vergoeding te heffen waarmee het ten minste de kosten die de behandeling van dergelijke zendingen met zich meebrengt, kan dekken.

3.

Krachtens artikel 12.4 is het de aangewezen aanbieder van bestemming toegestaan van de aangewezen aanbieder van terpostbezorging een passende vergoeding te eisen voor de bestelling van briefpostzendingen die in grote hoeveelheden in het buitenland zijn gepost. Australië en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland behouden zich het recht voor om deze betaling te beperken tot het bedrag dat overeenstemt met het binnenlandse tarief van het land van bestemming dat op vergelijkbare zendingen van toepassing is.

4.

Krachtens artikel 12.4 is het de aangewezen aanbieder van bestemming toegestaan van de aangewezen aanbieder van terpostbezorging een passende vergoeding te eisen voor de bestelling van briefpostzendingen die in grote hoeveelheden in het buitenland zijn gepost. De volgende lidstaten behouden zich het recht voor om deze betaling te beperken tot de grenzen die voor partijenpost in de Regeling voor partijenpost worden toegestaan: (de Verenigde Staten van) Amerika, Bahama’s, Barbados, Brunei Darussalam, (de Volksrepubliek) China, Grenada, Guyana, India, Maleisië, Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba, Nepal, Nieuw-Zeeland, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Singapore, Sri Lanka, Suriname, Thailand, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en de Overzeese Gebiedsdelen van het Verenigd Koninkrijk.

5.

Niettegenstaande het voorbehoud in 4 behouden de volgende lidstaten zich het recht voor om de bepalingen van artikel 12 van het Verdrag in hun geheel toe te passen op de post die van de lidstaten van de Unie wordt ontvangen: Argentinië, Australië, Azerbeidzjan, Benin, Brazilië, Burkina Faso, Canada, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Egypte, Frankrijk, Griekenland, Guinee, (de Islamitische Republiek) Iran, Israël, Italië, (de Republiek) Ivoorkust, Japan, Jordanië, Kameroen, Libanon, Luxemburg, Mali, Marokko, Mauritanië, Monaco, Noorwegen, Oostenrijk, Pakistan, Portugal, Rusland (Russische Federatie), Saudi-Arabië, Senegal, (de Arabische Republiek) Syrië, Togo, Turkije en Zwitserland.

6.

Voor de toepassing van artikel 12.4 behoudt Duitsland zich het recht voor om aan het land van terpostbezorging van zendingen een vergoeding te vragen van een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat deze postale dienst zou hebben ontvangen van het land waar de afzender verblijft.

7.

Onverminderd de in artikel III gemaakte voorbehouden behoudt (de Volksrepubliek) China zich het recht voor om de betalingen uit hoofde van de bestelling van grote hoeveelheden in het buitenland ter post bezorgde briefpostzendingen te beperken tot de in het Verdrag van de Wereldpostunie en in de Regelingen daarbij voor partijenpost toegestane limieten.

8.

Onverminderd artikel 12.3 behouden Duitsland, Liechtenstein, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en Zwitserland zich het recht voor om van de afzender of, bij diens afwezigheid, van de aangewezen aanbieder van terpostbezorging, betaling te eisen van de binnenlandse tarieven.

Artikel IV. Porten
1.

Indien de nationale wetgeving dit toelaat, is het Australië, Belarus, Canada en Nieuw-Zeeland, in afwijking van artikel 15, toegestaan andere postheffingen in rekening te brengen dan die waarin in de Regelingen is voorzien.

2.

In afwijking van artikel 15 is het Brazilië toegestaan om een aanvullende heffing op te leggen aan de geadresseerden van gewone zendingen van handelswaar die op grond van douane- en veiligheidseisen in gevolgde zendingen moesten worden omgezet.

Artikel V. Uitzondering op de vrijstelling van postheffingen ten gunste van braillestukken
1.

In afwijking van artikel 16 mogen Indonesië, Saint Vincent en de Grenadines en Turkije, die in hun binnenlandse dienstverlening geen portvrijdom voor braillestukken toestaan, porten en toeslagen voor bijzondere diensten heffen, mits die niet meer bedragen dan die van hun binnenlandse dienstverlening.

2.

Frankrijk past de bepalingen van artikel 16 ter zake van braillestukken toe met inachtneming van zijn nationale regelgeving.

3.

In afwijking van artikel 16.3 en met inachtneming van zijn nationale wetgeving, behoudt Brazilië zich het recht voor om uitsluitend stukken verzonden aan of door een blinde of verzonden aan of door een organisatie voor blinden aan te merken als braillestukken. Voor stukken die niet aan deze voorwaarden voldoen zijn porten verschuldigd.

4.

In afwijking van artikel 16 aanvaardt Nieuw-Zeeland uitsluitend stukken die in de binnenlandse dienstverlening zijn vrijgesteld van porten als braillestukken voor aflevering in Nieuw-Zeeland.

5.

In afwijking van artikel 16 kan Finland, dat braillestukken in zijn binnenlandse dienstverlening niet vrijstelt van porten overeenkomstig de door het Congres aangenomen omschrijvingen in artikel 7, de binnenlandse porten heffen voor braillestukken bestemd voor andere landen.

6.

In afwijking van artikel 16 staan Canada, Denemarken en Zweden vrijstelling van porten voor braillestukken uitsluitend toe voor zover dat voorzien is in hun nationale wetgeving.

7.

In afwijking van artikel 16 aanvaardt IJsland vrijstelling van porten voor braillestukken uitsluitend voor zover dat voorzien is in zijn nationale wetgeving.

8.

In afwijking van artikel 16 aanvaardt Australië als braillestukken voor aflevering in Australië uitsluitend stukken die in zijn binnenlandse dienstverlening zijn vrijgesteld van porten.

9.

In afwijking van artikel 16 mogen (de Verenigde Staten van) Amerika, Australië, Azerbeidzjan, Canada, Duitsland, Japan, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en Zwitserland de toeslagen voor bijzondere diensten heffen die in hun binnenlandse dienstverlening op braillestukken van toepassing zijn.

Artikel VI. Basisdiensten
1.

Onverminderd de bepalingen van artikel 17 keurt Australië de uitbreiding van de basisdiensten tot postpakketten niet goed.

2.

De bepalingen van artikel 17.2.4 zijn niet van toepassing op het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, waar de nationale wetgeving een lagere gewichtslimiet oplegt. De wetgeving inzake volksgezondheid en veiligheid in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland beperkt het gewicht van postzakken tot 20 kilogram.

3.

In afwijking van artikel 17.2.4 mogen Azerbeidzjan, Kazachstan, Kirgizië en Oezbekistan het maximumgewicht van inkomende en uitgaande M-zakken beperken tot 20 kilogram.

Artikel VII. Zendingen met bericht van ontvangst
1.

Canada en Zweden zijn gerechtigd artikel 18.3.3 niet toe te passen, aangezien deze landen de dienst van bericht van ontvangst in hun binnenlandse verkeer niet op pakketten toepassen.

2.

Niettegenstaande artikel 18.3.3 behouden Denemarken en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland zich het recht voor om ontvangstbevestigingen voor binnenkomende zendingen niet te accepteren, aangezien deze landen de dienst van bericht van ontvangst in hun binnenlandse verkeer niet toepassen.

3.

Niettegenstaande artikel 18.3.3 is Brazilië gerechtigd ontvangstbevestigingen voor binnenkomende zendingen alleen te accepteren wanneer zij elektronisch kunnen worden geretourneerd.

Artikel VIII. Verbodsbepalingen (briefpost)
1.

Bij wijze van uitzondering aanvaarden de Democratische Volksrepubliek Korea en Libanon geen aangetekende zendingen die muntstukken, bankbiljetten, om het even welke waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen bevatten. Wat betreft de aansprakelijkheid in geval van ontvreemding of beschadiging van aangetekende zendingen, en wat betreft zendingen die glazen voorwerpen of breekbare voorwerpen bevatten, behoeven deze landen zich niet strikt te houden aan de bepalingen van de Regelingen.

2.

Bij wijze van uitzondering aanvaarden Bolivia, (de Volksrepubliek) China, met uitzondering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong, Irak, Nepal, Pakistan, Saudi-Arabië, Sudan en Vietnam geen aangetekende zendingen die muntstukken, bankbiljetten, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen bevatten.

3.

Myanmar behoudt zich het recht voor om geen zendingen met waardeaangifte te aanvaarden die de in artikel 19.6 genoemde waardevolle voorwerpen bevatten, omdat de nationale wetgeving het aannemen van dergelijke zendingen verbiedt.

4.

Nepal aanvaardt geen aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte die bankbiljetten of muntstukken bevatten, tenzij daartoe bijzondere overeenkomsten zijn afgesloten.

5.

Oezbekistan aanvaardt geen aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte die muntstukken, bankbiljetten, cheques, postzegels of buitenlands geld bevatten en wijst alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging van dit soort zendingen.

6.

(De Islamitische Republiek) Iran aanvaardt geen zendingen die voorwerpen bevatten die in strijd zijn met de islamitische godsdienst en behoudt zich het recht voor om geen briefpostzendingen (gewone, aangetekende of met waardeaangifte) te aanvaarden die muntstukken, bankbiljetten, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen bevatten en wijst alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging van dit soort zendingen.

7.

De Filipijnen behouden zich het recht voor om geen briefpostzendingen (gewone, aangetekende of met waardeaangifte) te aanvaarden die muntstukken, bankbiljetten of andere waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen of andere waardevolle voorwerpen bevatten.

8.

Australië aanvaardt geen poststukken die baren goud of bankbiljetten bevatten. Daarnaast aanvaardt het land geen aangetekende zendingen voor aflevering in Australië of de doorvoer van zendingen à découvert die waardevolle voorwerpen bevatten, zoals juwelen, edelmetalen, edelstenen of halfedelstenen, waardepapieren, munten of iedere vorm van een verhandelbaar financieel instrument. Australië wijst alle aansprakelijkheid af ten aanzien van zendingen die in strijd met dit voorbehoud worden gepost.

9.

(De Volksrepubliek) China, met uitsluiting van de Speciale Administratieve Regio Hongkong, aanvaardt overeenkomstig zijn nationale regelingen geen zendingen met waardeaangifte die muntstukken, bankbiljetten, muntbiljetten, om het even welke waarden aan toonder of reischeques bevatten.

10.

Letland en Mongolië behouden zich het recht voor om geen gewone zendingen, aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte te aanvaarden die muntstukken, bankbiljetten, waarden aan toonder en reischeques bevatten, aangezien hun nationale wetgeving zich hiertegen verzet.

11.

Brazilië behoudt zich het recht voor om geen gewone post, aangetekende post of post met waardeaangifte te aanvaarden die muntstukken, in omloop zijnde bankbiljetten of om het even welke waarden aan toonder bevat.

12.

Vietnam behoudt zich het recht voor om geen brieven te aanvaarden die voorwerpen of goederen bevatten.

13.

Indonesië aanvaardt geen aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte die muntstukken, bankbiljetten, cheques, postzegels, buitenlandse deviezen of om het even welke waarden aan toonder bevatten en wijst alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging van dit soort zendingen.

14.

Kirgizië behoudt zich het recht voor om geen briefpostzendingen (gewone, aangetekende of met waardeaangifte en petits paquets) te aanvaarden die muntstukken, bankbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen bevatten. Kirgizië wijst alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging van dit soort zendingen.

15.

Azerbeidzjan en Kazachstan aanvaarden geen aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte die muntstukken, bankbiljetten, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, cheques, al dan niet bewerkte edelmetalen, edelstenen, juwelen en andere waardevolle voorwerpen of buitenlands geld bevatten en wijzen alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging van dit soort zendingen.

16.

Moldavië en Rusland (Russische Federatie) aanvaarden geen aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte die in omloop zijnde bankbiljetten, om het even welke waarden (cheques) aan toonder of buitenlands geld bevatten en wijzen alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging van dit soort zendingen.

17.

In afwijking van artikel 19.3 behoudt Frankrijk zich het recht voor om geen stukken te aanvaarden die goederen bevatten in de gevallen waarin deze stukken niet voldoen aan de nationale of internationale regelgeving of aan de technische en verpakkingsinstructies voor luchtvervoer.

18.

Cuba behoudt zich het recht voor om de toelating, de verwerking, het vervoer en de bestelling te weigeren van briefpostzendingen die muntstukken, bankbiljetten, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, cheques, edelmetalen en edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen, dan wel stukken, goederen of voorwerpen van eender welke aard bevatten, in de gevallen waarin deze zendingen niet voldoen aan de nationale of internationale regelgeving of aan de technische en verpakkingsinstructies voor luchtvervoer, en wijst alle aansprakelijkheid af in geval van diefstal, verlies of beschadiging van dit soort zendingen. Cuba behoudt zich het recht voor om geen aan douanerechten onderworpen briefpostzendingen te aanvaarden die voor invoer in het land bestemde goederen bevatten, indien de nationale regelgeving van het land, gelet op de waarde van die zendingen, zich daartegen verzet.

Artikel IX. Verbodsbepalingen (postpakketten)
1.

Myanmar en Zambia zijn gerechtigd pakketten met waardeaangifte die de in artikel 19.6.1.3.1 bedoelde waardevolle voorwerpen bevatten niet te aanvaarden, aangezien hun nationale regelgeving zich daartegen verzet.

2.

Bij wijze van uitzondering aanvaarden Libanon en Sudan geen pakketten die muntstukken, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen of andere waardevolle voorwerpen of vloeistoffen of gemakkelijk condenseerbare elementen, of glazen voorwerpen of vergelijkbare of breekbare voorwerpen bevatten. Deze landen behoeven zich niet te houden aan de hierop betrekking hebbende bepalingen van de Regelingen.

3.

Brazilië is gerechtigd pakketten met waardeaangifte die in omloop zijnde muntstukken en muntbiljetten bevatten, alsmede om het even welke waarden aan toonder, niet te aanvaarden, aangezien zijn nationale regelgeving zich daartegen verzet.

4.

Ghana is gerechtigd pakketten met waardeaangifte die in omloop zijnde muntstukken en muntbiljetten bevatten niet te aanvaarden, aangezien zijn nationale regelgeving zich daartegen verzet.

5.

Naast de in artikel 19 genoemde voorwerpen aanvaardt Saudi-Arabië geen pakketten die muntstukken, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen of andere waardevolle voorwerpen bevatten. Deze postale dienst aanvaardt evenmin pakketten die allerlei soorten geneesmiddelen bevatten, tenzij zij vergezeld gaan van een medisch recept dat afkomstig is van een officiële bevoegde autoriteit, producten die bestemd zijn voor het doven van vuur, chemische vloeistoffen of voorwerpen die strijdig zijn met de beginselen van de islamitische godsdienst.

6.

Naast de in artikel 19 vermelde voorwerpen aanvaardt Oman geen pakketten die:

7.

(De Islamitische Republiek) Iran is gerechtigd naast de in artikel 19 vermelde voorwerpen geen pakketten te aanvaarden die artikelen bevatten die strijdig zijn met de beginselen van de islamitische godsdienst en behoudt zich het recht voor om geen gewone pakketten of pakketten met waardeaangifte te aanvaarden die muntstukken, bankbiljetten, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen of andere waardevolle voorwerpen bevatten; Iran aanvaardt geen aansprakelijkheid voor verlies of beschadiging van dit soort zendingen.

8.

De Filipijnen zijn gerechtigd geen pakketten te aanvaarden die muntstukken, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen of andere waardevolle voorwerpen of vloeistoffen of gemakkelijk condenseerbare elementen, of glazen voorwerpen of vergelijkbare of breekbare voorwerpen bevatten.

9.

Australië aanvaardt geen poststukken die baren goud of bankbiljetten bevatten.

10.

(De Volksrepubliek) China aanvaardt geen gewone pakketten die muntstukken, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen of andere waardevolle voorwerpen bevatten. Bovendien worden, behoudens ten aanzien van de Speciale Administratieve Regio Hongkong, ook geen pakketten met waardeaangifte aanvaard die muntstukken, muntbiljetten, om het even welke waarden aan toonder of reischeques bevatten.

11.

Mongolië behoudt zich het recht voor om, overeenkomstig zijn nationale wetgeving, geen pakketten te aanvaarden die muntstukken, bankbiljetten, waarden aan toonder of reischeques bevatten.

12.

Letland aanvaardt geen gewone pakketten, noch pakketten met waardeaangifte die muntstukken, bankbiljetten, om het even welke waarden (cheques) aan toonder of buitenlandse deviezen bevatten, en wijst alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging met betrekking tot dergelijke zendingen.

13.

Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan en Rusland (Russische Federatie) aanvaarden geen gewone pakketten of pakketten met waardeaangifte die in omloop zijnde bankbiljetten, om het even welke waarden (cheques) aan toonder of buitenlands geld bevatten en wijzen alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging van dit soort zendingen.

14.

Azerbeidjzan en Kazachstan aanvaarden geen gewone pakketten, noch pakketten met waardeaangifte die muntstukken, bankbiljetten, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, cheques, al dan niet bewerkte edelmetalen, edelstenen, juwelen en andere waardevolle voorwerpen of buitenlands geld bevatten en wijst alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging van dit soort zendingen.

15.

Cuba behoudt zich het recht voor om de toelating, de verwerking, het vervoer en de bestelling te weigeren van pakketpostzendingen die muntstukken, bankbiljetten, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, cheques, edelmetalen en edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen, dan wel stukken, goederen of voorwerpen van eender welke aard bevatten, in de gevallen waarin deze zendingen niet voldoen aan de nationale of internationale regelgeving of aan de technische en verpakkingsinstructies voor luchtvervoer, en wijst alle aansprakelijkheid af in geval van diefstal, verlies of beschadiging van dit soort zendingen. Cuba behoudt zich het recht voor om geen aan douanerechten onderworpen pakketpostzendingen te aanvaarden die voor invoer in het land bestemde goederen bevatten, indien de nationale regelgeving van het land, gelet op de waarde ervan, zich daartegen verzet.

Artikel X. Aan douanerechten onderworpen voorwerpen
1.

Onder verwijzing naar artikel 19 aanvaarden de volgende lidstaten geen zendingen met waardeaangifte die aan douanerechten onderworpen voorwerpen bevatten: Bangladesh en El Salvador.

2.

Onder verwijzing naar artikel 19 aanvaarden de volgende lidstaten geen gewone of aangetekende brieven die aan douanerechten onderworpen voorwerpen bevatten: Afghanistan, Albanië, Azerbeidzjan, Belarus, Cambodja, Chili, Colombia, Cuba, El Salvador, Estland, Kazachstan, de Democratische Volksrepubliek Korea, Letland, Moldavië, Nepal, Oekraïne, Oezbekistan, Peru, Rusland (Russische Federatie), San Marino, Turkmenistan en (de Bolivariaanse Republiek) Venezuela.

3.

Onder verwijzing naar artikel 19 aanvaarden de volgende lidstaten geen gewone brieven die aan douanerechten onderworpen voorwerpen bevatten: Benin, Burkina Faso, Djibouti, (de Republiek) Ivoorkust, Mali en Mauritanië.

4.

Niettegenstaande het in 1 tot en met 3 bepaalde, worden serum- en vaccinzendingen, alsmede zendingen met dringend noodzakelijke en moeilijk verkrijgbare geneesmiddelen, te allen tijde toegelaten.

Artikel XI. Douaneaanbiedingsheffing
1.

Gabon behoudt zich het recht voor om van cliënten een douaneaanbiedingsheffing te innen.

2.

Niettegenstaande artikel 20.2 behouden Australië, Brazilië, Canada, Cyprus en Rusland (Russische Federatie) zich het recht voor van cliënten ten aanzien van zendingen die ter controle aan de douane worden voorgelegd een douaneaanbiedingsheffing te innen.

3.

Niettegenstaande artikel 20.2 behouden Azerbeidzjan, Griekenland, Pakistan en Turkije zich het recht voor van cliënten een douaneaanbiedingsheffing te innen ten aanzien van alle bij de douane-autoriteiten aangeboden zendingen.

4.

(De Republiek) Congo en Zambia behouden zich het recht voor om van hun cliënten een douaneaanbiedingsheffing te innen ten aanzien van pakketten.

Artikel XII. Klachten
1.

In afwijking van artikel 21.2 behouden Egypte, de Filipijnen, Gabon, Griekenland, (de Islamitische Republiek) Iran, Kaapverdië, Kirgizstan, de Democratische Volksrepubliek Korea, Mongolië, Myanmar, Oekraïne, Oezbekistan, Saudi-Arabië, Sudan, (de Arabische Republiek) Syrië, Tsjaad, Turkmenistan, de Overzeese Gebiedsdelen van het Verenigd Koninkrijk en Zambia zich het recht voor om van hun cliënten een reclameringstoeslag te heffen voor briefpostzendingen.

2.

In afwijking vanartikel 21.2 behouden Argentinië, Azerbeidzjan, Hongarije, Litouwen, Moldavië, Noorwegen, Oostenrijk en Slowakije zich het recht voor om een bijzondere toeslag te heffen wanneer na een naar aanleiding van een klacht ingesteld onderzoek blijkt dat deze klacht ongegrond was.

3.

Afghanistan, (de Republiek) Congo, Egypte, Gabon, (de Islamitische Republiek) Iran, Kaapverdië, Kirgizië, Mongolië, Myanmar, Oekraïne, Oezbekistan, Saudi-Arabië, Sudan, Suriname, (de Arabische Republiek) Syrië, Turkmenistan en Zambia behouden zich het recht voor om van hun cliënten een reclameringstoeslag te heffen voor postpakketten.

4.

In afwijking vanartikel 21.2 behouden (de Verenigde Staten van) Amerika, Brazilië en (de Republiek) Panama zich het recht voor om van hun klanten een reclameringstoeslag te heffen voor briefpostzendingen en postpakketten die worden afgegeven in de landen die een dergelijke heffing toepassen uit hoofde van de bepalingen onder 1 tot en met 3 van dit artikel.

Artikel XIII. Buitengewone territoriale bestellingsquota
1.

In afwijking van artikel 32 behoudt Afghanistan zich het recht voor om een supplementair buitengewoon territoriaal bestellingsquotum van BTR 7,50 per pakket te heffen.

Artikel XIV. Basistarief en bepalingen met betrekking tot de kosten van luchtvervoer
1.

Onverminderd de bepalingen van artikel 33 behoudt Australië zich het recht voor om tarieven te heffen voor luchtvervoer van uitgaande pakketten verzonden via de retourdienst voor handelswaar, hetzij zoals vastgelegd in de Regelingen, hetzij op andere wijze, met inbegrip van bilaterale overeenkomsten.

Artikel XV. Bijzondere tarieven
1.

(De Verenigde Staten van) Amerika, België en Noorwegen mogen voor luchtpostpakketten hogere territoriale quota te heffen dan voor land- en/of zeepostpakketten.

2.

Libanon is gerechtigd voor pakketten tot 1 kilogram de toeslag te heffen die geldt voor pakketten van 1 tot 3 kilogram.

3.

(De Republiek) Panama is gerechtigd een toeslag van 0,20 BTR per kilogram te heffen voor land- en/of zeepostpakketten in doorvoer die per luchtpost worden vervoerd (S.A.L.).

Artikel XVI. Bevoegdheid van de Postraad het bedrag van de kosten en quota vast te stellen
1.

In afwijking van artikel 35.1.6 behoudt Australië zich het recht voor territoriale bestellingsquota te heffen voor het verzorgen van de retourdienst voor handelswaar voor uitgaande pakketten, hetzij zoals vastgelegd in de Regelingen, hetzij op andere wijze, met inbegrip van bilaterale overeenkomsten.

IN WITNESS WHEREOF the plenipotentiaries of the Governments of the member countries have signed this Convention in a single original which shall be deposited with the Director General of the International Bureau. A copy thereof shall be delivered to each party by the International Bureau of the Universal Postal Union.

DONE at Istanbul, 6 October 2016