Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2018-10-19
State In force
Source BWB
artikelen 99
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

De definitie van „inwerkingtreding van deze overeenkomst” in artikel 4.15 (Inwerkingtreding), lid 4, onder d), geldt voor de toepassing van dit artikel niet.

Artikel 4.13. Territoriale toepassing

Deze overeenkomst is van toepassing:

  • b. wat Singapore betreft, op zijn grondgebied.

Verwijzingen naar „grondgebied” in deze overeenkomst worden in deze zin begrepen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

Artikel 4.14. Bijlagen, en memoranda van overeenstemming

De bijlagen en memoranda van overeenstemming bij deze overeenkomst vormen een integrerend onderdeel daarvan.

Artikel 4.15. Inwerkingtreding

1.

Deze overeenkomst wordt door de partijen goedgekeurd volgens hun eigen procedures.

2.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de partijen schriftelijke kennisgevingen hebben uitgewisseld waarin zij verklaren dat zij volledig aan hun respectieve toepasselijke wettelijke vereisten en procedures voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst hebben voldaan. De partijen kunnen in onderlinge overeenstemming een andere datum vaststellen.

3.

De kennisgevingen worden respectievelijk aan de secretaris-generaal van de Raad van de Unie en de directeur Noord-Amerika en Europa van het ministerie van Handel en Industrie van Singapore, dan wel aan hun respectieve opvolgers, gericht.

  • a. Deze overeenkomst kan voorlopig worden toegepast indien de partijen dit onderling overeenkomen. In dat geval wordt de overeenkomst toegepast vanaf de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de Unie en Singapore elkaar kennis hebben gegeven van de voltooiing van hun respectieve procedures ter zake. De partijen kunnen in onderlinge overeenstemming een andere datum vaststellen.
  • b. Wanneer een partij sommige bepalingen van deze overeenkomst niet voorlopig kan toepassen, stelt zij de andere partij in kennis van de bepalingen die niet voorlopig kunnen worden toegepast. Onverminderd het bepaalde in lid 4, onder a), worden, mits de andere partij de noodzakelijke procedures heeft voltooid en zij niet binnen tien dagen na de kennisgeving dat sommige bepalingen niet voorlopig kunnen worden toegepast, bezwaar tegen de voorlopige toepassing heeft gemaakt, de bepalingen van deze overeenkomst die niet het voorwerp van de kennisgeving waren voorlopig toegepast vanaf de eerste dag van de maand volgende op de kennisgeving.
  • c. De Unie of Singapore kan de voorlopige toepassing beëindigen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij. Die beëindiging treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op die van de kennisgeving.
  • d. Wanneer deze overeenkomst of sommige bepalingen ervan voorlopig worden toegepast, wordt onder „inwerkingtreding van deze overeenkomst” verstaan de datum van voorlopige toepassing. Het Comité kan zijn taken gedurende de voorlopige toepassing van deze overeenkomst uitoefenen. Alle in de uitoefening van deze taken genomen besluiten houden alleen op gevolgen te hebben wanneer de voorlopige toepassing van deze overeenkomst wordt beëindigd en deze overeenkomst niet in werking treedt.

Artikel 4.16. Duur

1.

Deze overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd.

2.

De EU-partij of Singapore kan de andere partij schriftelijk in kennis stellen van zijn voornemen deze overeenkomst op te zeggen.

3.

Onverminderd het in artikel 4.17 (Opzegging) bepaalde, treedt deze overeenkomst zes maanden na de datum van de in lid 2 bedoelde kennisgeving buiten werking.

4.

Binnen 30 dagen na de in lid 2 bedoelde kennisgeving kan elk van beide partijen verzoeken om overleg over de vraag of een bepaling van deze overeenkomst op een later tijdstip dan bedoeld in lid 3 moet komen te vervallen. Dit overleg begint binnen 30 dagen nadat een partij een dergelijk verzoek heeft ingediend.

Artikel 4.17. Opzegging

Ingeval deze overeenkomst wordt opgezegd overeenkomstig artikel 4.16 (Duur), blijft deze overeenkomst ten aanzien van onder de overeenkomst vallende investeringen die vóór de datum van opzegging van deze overeenkomst zijn verricht, van kracht gedurende een periode van 20 jaar te rekenen vanaf die datum. Dit artikel is niet van toepassing wanneer de voorlopige toepassing van deze overeenkomst wordt beëindigd en deze overeenkomst niet in werking treedt.

Artikel 4.18. Toetreding van nieuwe lidstaten tot de Unie

1.

De Unie stelt Singapore onverwijld in kennis van elk verzoek van een derde land om toe te treden tot de Unie.

2.

Tijdens de onderhandelingen tussen de Unie en het kandidaat-land dat tot de Unie wenst toe te treden streeft de Unie ernaar:

  • a. op verzoek van Singapore en voor zover mogelijk alle informatie te verstrekken betreffende aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is, en
  • b. rekening te houden met alle punten van zorg die door Singapore zijn geuit.
3.

De Unie deelt Singapore zo spoedig mogelijk het resultaat mee van de toetredingsonderhandelingen met een kandidaat-land dat tot de Unie wenst toe te treden, en stelt Singapore in kennis van de inwerkingtreding van elke toetreding tot de Unie.

4.

Ruim vóór de datum van de toetreding van een derde land tot de Unie, onderzoeken de partijen, in het kader van het Comité, de mogelijke gevolgen van de toetreding voor deze overeenkomst. De partijen kunnne bij besluit van het Comité alle noodzakelijke wijzingen of overgangsregelingen vaststellen.

5.

Elke nieuwe lidstaat van de Unie treedt tot deze overeenkomst toe door nederlegging van een akte van toetreding tot deze overeenkomst bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Unie en de directeur Noord-Amerika en Europa van het ministerie van Handel en Industrie van Singapore, dan wel aan hun opvolgers.

Artikel 4.19. Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 1. Doel

Dit bemiddelingsmechanisme heeft tot doel te bevorderen dat door middel van een alomvattende en snelle procedure en met behulp van een bemiddelaar een onderling overeengekomen oplossing wordt bereikt.

AFDELING A. PROCEDURE IN KADER VAN BEMIDDELINGSMECHANISME

Artikel 2. Inleiding van procedure

1.

Een partij bij een geschil kan te allen tijde verzoeken om inleiding van een bemiddelingsprocedure. Een dergelijk verzoek wordt aan de andere partij schriftelijk gedaan.

2.

De partij waaraan het verzoek gericht is, neemt dit in welwillende overweging en antwoordt binnen tien dagen na ontvangst ervan met een schriftelijke inwilliging of afwijzing.

3.

Indien het verzoek betrekking heeft op een behandeling door een instelling, orgaan of agentschap van de Unie of door een lidstaat van de Unie en geen verweerder is vastgesteld uit hoofde van artikel 3.5 (Bericht van voornemen om geschil aan geschillenbeslechting te onderwerpen), lid 2, dan wordt het verzoek gericht aan de Unie. Wordt het verzoek door de Unie aanvaard, dan wordt in het antwoord vermeld of de Unie dan wel de betrokken lidstaat partij zal zijn bij de bemiddelingsprocedure1)Voor alle duidelijkheid: wanneer het verzoek betrekking heeft op behandeling door de Unie, is de Unie partij bij de bemiddelingsprocedure en wordt elke betrokken lidstaat van de Unie volledig bij de bemiddelingsprocedure betrokken. Wanneer het verzoek uitsluitend betrekking heeft op behandeling door een lidstaat van de Unie, is de betrokken lidstaat van de Unie partij bij de bemiddelingsprocedure, tenzij deze de Unie verzoekt partij bij de bemiddelingsprocedure te zijn..

Artikel 3. Keuze van bemiddelaar

1.

De partijen bij het geschil streven ernaar uiterlijk 15 dagen na ontvangst van het in artikel 2 (Inleiding van procedure), lid 2, van deze bijlage bedoelde antwoord op het verzoek overeenstemming over een bemiddelaar te bereiken. Deze overeenstemming kan inhouden dat een bemiddelaar wordt aangewezen uit de leden van het overeenkomstig artikel 3.9 (Gerecht van eerste aanleg) ingestelde Gerecht.

2.

Indien de partijen bij het geschil geen overeenstemming over een bemiddelaar kunnen bereiken overeenkomstig lid 1, kan een van beide partijen bij het geschil de president van het Gerecht verzoeken de bemiddelaar door middel van loting aan te wijzen uit de leden van het overeenkomstig artikel 3.9 (Gerecht van eerste aanleg) ingestelde Gerecht. De president van het Gerecht wijst binnen tien werkdagen na het verzoek door een van beide partijen bij het geschil de bemiddelaar aan.

3.

Een bemiddelaar mag geen onderdaan van een van beide partijen bij de overeenkomst zijn, tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen.

4.

De bemiddelaar is de partijen bij het geschil op onpartijdige en transparante wijze behulpzaam bij het scheppen van duidelijkheid over de maatregel en de mogelijke negatieve gevolgen ervan voor de investeringen, en bij het bereiken van een onderling overeengekomen oplossing.

Artikel 4. Regels voor bemiddelingsprocedure

1.

Binnen tien dagen na de aanwijzing van de bemiddelaar legt de partij bij het geschil die om de bemiddelingsprocedure heeft verzocht, de bemiddelaar en de andere partij bij het geschil schriftelijk een gedetailleerde schriftelijke beschrijving van het probleem voor, in het bijzonder van de werking van de maatregel in kwestie en van de negatieve gevolgen ervan voor de investeringen. Binnen 20 dagen na toezending van deze beschrijving van het probleem kan de andere partij bij het geschil daarover schriftelijk opmerkingen kenbaar maken. Elk van beide partijen bij het geschil mag in haar beschrijving van het probleem of haar opmerkingen daarover alle door haar relevant geachte informatie opnemen.

2.

De bemiddelaar kan bepalen wat de meest geschikte wijze is om duidelijkheid over de betrokken maatregel en de mogelijke negatieve gevolgen ervan voor de investeringen te scheppen. Hij kan met name bijeenkomsten tussen de partijen bij het geschil organiseren, de partijen bij het geschil gezamenlijk of afzonderlijk raadplegen, verzoeken om bijstand van of overleg plegen met deskundigen en belanghebbenden op het betrokken gebied alsmede aanvullende ondersteuning bieden waarom de partijen bij het geschil hebben verzocht. Alvorens om bijstand van deskundigen en belanghebbenden op het betrokken gebied te verzoeken of overleg met hen te plegen, overlegt de bemiddelaar evenwel met de partijen bij het geschil.

3.

De bemiddelaar kan advies aanbieden en een oplossing voorstellen ter overweging door de partijen bij het geschil, die de voorgestelde oplossing kunnen aanvaarden of afwijzen dan wel het over een andere oplossing eens kunnen worden. De bemiddelaar onthoudt zich evenwel van advies of opmerkingen over de verenigbaarheid van de maatregel in kwestie met hoofdstuk twee (Bescherming van investeringen).

4.

De bemiddelingsprocedure vindt plaats op het grondgebied van de partij bij het geschil waaraan het verzoek gericht is, of op enige andere locatie of op enige andere wijze waarover onderling overeenstemming is bereikt.

5.

De partijen bij het geschil streven ernaar binnen 60 dagen na de aanwijzing van de bemiddelaar tot een onderling overeengekomen oplossing te komen. Zolang geen definitieve overeenstemming is bereikt, kunnen de partijen bij het geschil eventuele tussentijdse oplossingen overwegen.

6.

Onderling overeengekomen oplossingen worden openbaar gemaakt. De openbaar gemaakte versie mag evenwel geen informatie bevatten die door een partij bij het geschil als vertrouwelijk is aangemerkt.

7.

De bemiddelingsprocedure wordt beëindigd:

  • a. door goedkeuring van een door de partijen bij het geschil onderling overeengekomen oplossing, op de datum van goedkeuring;
  • b. door onderlinge overeenstemming van de partijen bij het geschil in de loop van de bemiddelingsprocedure, op de datum van die overeenstemming;
  • c. door een schriftelijke verklaring van de bemiddelaar, na overleg met de partijen bij het geschil, dat verdere bemiddelingsinspanningen geen nut hebben, op de datum van die verklaring; of
  • d. door een schriftelijke verklaring van een partij bij het geschil nadat mogelijke onderling overeengekomen oplossingen in de bemiddelingsprocedure zijn onderzocht en adviezen en voorgestelde oplossingen van de bemiddelaar in overweging zijn genomen, op de datum van die verklaring.

AFDELING B. TENUITVOERLEGGING

Artikel 5. Tenuitvoerlegging van onderling overeengekomen oplossing

1.

Wanneer de partijen bij het geschil overeenstemming over een oplossing hebben bereikt, neemt elke partij bij het geschil de maatregelen die noodzakelijk zijn om de onderling overeengekomen oplossing binnen de overeengekomen termijn ten uitvoer te leggen.

2.

De tenuitvoerleggende partij bij het geschil stelt de andere partij bij het geschil schriftelijk in kennis van alle stappen of maatregelen die zij voor de tenuitvoerlegging van de onderling overeengekomen oplossing heeft ondernomen respectievelijk getroffen.

3.

Op verzoek van de partijen bij het geschil legt de bemiddelaar de partijen bij het geschil schriftelijk een ontwerp van het feitenverslag voor, dat een korte samenvatting bevat van: i) de maatregel in kwestie waarop de procedure betrekking heeft; ii) de gevolgde procedure, en iii) in voorkomend geval, de onderling overeengekomen oplossing waartoe die procedure uiteindelijk heeft geleid, met inbegrip van eventuele tussentijdse oplossingen. De bemiddelaar biedt de partijen bij het geschil 15 werkdagen de gelegenheid om hun opmerkingen over het ontwerpverslag kenbaar te maken. Na bestudering van de binnen die termijn ingediende opmerkingen van de partijen bij het geschil legt de bemiddelaar de partijen bij het geschil binnen 15 werkdagen schriftelijk een definitief schriftelijk feitenverslag voor. Het definitief schriftelijk feitenverslag mag geen interpretatie van deze overeenkomst bevatten.

AFDELING C. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 6. Verhouding tot beslechting van geschillen

1.

De bemiddelingsprocedure is niet bedoeld om als basis voor procedures voor geschillenbeslechting ingevolge deze of enige andere overeenkomst te dienen. Een partij bij het geschil mag zich in dergelijke geschillenbeslechtingsprocedures niet beroepen op of niet als bewijs gebruiken en een arbitrageorgaan, -gerecht of -panel mag geen rekening houden met:

  • a. door een partij bij het geschil in de bemiddelingsprocedure ingenomen standpunten;
  • b. het feit dat een partij bij het geschil zich bereid heeft verklaard een oplossing te aanvaarden voor de maatregel waarop de bemiddeling betrekking had, of
  • c. door de bemiddelaar gegeven adviezen of gedane voorstellen.
2.

Het bemiddelingsmechanisme laat de rechtsposities van de partijen bij de overeenkomst en de partijen bij het geschil op grond van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst) of afdeling B (Beslechting van geschillen tussen partijen bij overeenkomst) onverlet.

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 4 (Regels voor bemiddelingsprocedure), lid 6, van deze bijlage en tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, zijn alle fasen van de bemiddelingsprocedure, met inbegrip van adviezen of voorgestelde oplossingen, vertrouwelijk. Elke partij bij het geschil mag echter openbaar maken dat bemiddeling plaatsvindt.

Artikel 7. Termijnen

Alle in deze bijlage vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen bij het geschil worden gewijzigd.

Artikel 8. Kosten

1.

Elke partij bij het geschil draagt haar eigen kosten in verband met deelname aan de bemiddelingsprocedure.

2.

De partijen bij het geschil dragen elk voor een gelijk deel de kosten voor organisatorische aangelegenheden, met inbegrip van de honoraria en de kosten van de bemiddelaar. De honoraria en de kosten van bemiddelaars zijn in overeenstemming met die welke op grond van bepaling 14(1) van het administratief en financieel reglement van het Icsid-Verdrag worden vastgesteld en op de datum van inleiding van de bemiddelingsprocedure gelden.

Artikel 1

1.

Onverminderd de artikelen 2 en 4 van deze bijlage geeft de verweerder de volgende documenten na ontvangst onverwijld door aan de niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst en, met het oog op beschikbaarstelling aan het publiek, aan de in artikel 5 van deze bijlage genoemde depositaris:

  • d. het in artikel 3.6 (Indiening van verzoek bij Gerecht) bedoelde ingediende verzoek;
  • e. uiteenzettingen, memories en opmerkingen die door een partij bij het geschil bij het Gerecht zijn ingediend, deskundigenverslagen en eventuele schriftelijke opmerkingen die uit hoofde van artikel 3.17 (Niet bij geschil betrokken partij bij overeenkomst) en artikel 3 van deze bijlage zijn ingediend;
  • f. processen-verbaal of verslagen van de zittingen van het Gerecht, indien beschikbaar, en
  • g. vonnissen, uitspraken en beslissingen van het Gerecht of, in voorkomend geval, van de president of de vicepresident van het Gerecht.
2.

Behoudens de uitzonderingen van artikel 4 van deze bijlage kan het Gerecht op eigen initiatief of op verzoek van een persoon besluiten, na overleg met de partijen bij het geschil, of en hoe eventuele andere documenten die aan het Gerecht zijn verstrekt of door het Gerecht zijn afgegeven en niet vallen onder lid 1, openbaar worden gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat deze documenten op een gespecificeerde locatie of via de in artikel 5 van deze bijlage genoemde depositaris beschikbaar worden gesteld.

Artikel 2

Het Gerecht houdt openbare zittingen en stelt in overleg met de partijen bij het geschil de nodige logistieke regelingen vast. Elke partij bij het geschil die voornemens is in een zitting informatie te gebruiken die zij als beschermd aanduidt, stelt het Gerecht hiervan evenwel in kennis. Het Gerecht stelt de nodige regelingen vast om deze informatie te beschermen tegen openbaarmaking.

Artikel 3

1.

Het Gerecht kan na overleg met de partijen bij het geschil een persoon die noch een partij bij het geschil, noch een niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst is (hierna „derde” genoemd), toestaan schriftelijke opmerkingen bij het Gerecht in te dienen met betrekking tot een aangelegenheid binnen het kader van het geschil.

2.

Een derde die opmerkingen wenst in te dienen, richt zich tot het Gerecht en verstrekt de volgende schriftelijke informatie in een proceduretaal, op beknopte wijze, en zonder het maximumaantal bladzijden te overschrijden dat door het Gerecht kan worden vastgesteld:

  • a. beschrijving van de derde, met inbegrip van, in voorkomend geval, samenstelling en rechtsvorm (bijvoorbeeld handelsvereniging of andere niet-gouvernementele organisatie), zijn algemene doelstellingen, de aard van zijn activiteiten, en eventuele moederorganisatie, met inbegrip van elke organisatie die direct of indirect zeggenschap heeft over de derde;
  • b. openbaarmaking van alle directe of indirecte banden van de derde met een partij bij het geschil;
  • c. informatie over elke regering, persoon of organisatie die financiële of andere ondersteuning heeft verstrekt bij het opstellen van de opmerkingen of die de derde aanzienlijke steun heeft verleend in de loop van de twee jaren vóór het verzoek van de derde uit hoofde van dit artikel (bijvoorbeeld jaarlijkse financiering van ongeveer 20 procent van zijn globale activiteiten);
  • d. beschrijving van de aard van het belang dat de derde bij de procedure heeft, en
  • e. vermelding van de specifieke feitelijke of juridische kwesties in het kader van de procedure waarop de derde in zijn schriftelijke opmerkingen wenst in te gaan.
3.

Om vast te stellen of opmerkingen kunnen worden ingediend, houdt het Gerecht rekening met onder meer het volgende:

  • a. of de derde een aanzienlijk belang bij de procedure heeft, en
  • b. de mate waarin de opmerkingen het Gerecht zouden helpen bij de beoordeling van een met de procedure verband houdende feitelijke of juridische kwestie door middel van een andere zienswijze of andere specifieke kennis of inzichten dan die van de partijen bij het geschil.
4.

De ingediende opmerkingen van de derde:

  • a. zijn gedateerd en ondertekend door de persoon die de opmerkingen namens de derde indient;
  • b. zijn beknopt en in geen geval langer dan het Gerecht toestaat;
  • c. bevatten een nauwkeurige omschrijving van het standpunt van de derde inzake de desbetreffende kwesties, en
  • d. houden uitsluitend verband met aangelegenheden binnen het kader van het geschil.
5.

Het Gerecht ziet erop toe dat deze opmerkingen de procedure niet verstoren of onnodig bemoeilijken dan wel een van de partijen bij het geschil op onbillijke wijze benadelen. In voorkomend geval kan het Gerecht passende procedures vaststellen voor het verwerken van meervoudige indieningen.

6.

Het Gerecht ziet erop toe dat de partijen bij het geschil een redelijke termijn wordt gegeven om hun opmerkingen in te dienen over eventuele opmerkingen van een derde.

Artikel 4

1.

Vertrouwelijke of beschermde informatie zoals omschreven in lid 2 en zoals aangeduid overeenkomstig dit artikel, wordt niet openbaar gemaakt.

2.

Onder vertrouwelijke of beschermde informatie wordt verstaan:

  • a. vertrouwelijke bedrijfsinformatie;
  • b. informatie die uit hoofde van deze overeenkomst tegen openbaarmaking wordt beschermd;
  • c. informatie die tegen openbaarmaking wordt beschermd, hetzij uit hoofde van het voor de verweerder geldende recht, hetzij uit hoofde van het recht of de regels die door het Gerecht toepasselijk zijn verklaard inzake openbaarmaking van die informatie, met betrekking tot respectievelijk informatie van de verweerder hetzij andere informatie.
3.

Wanneer een ander document dan een vonnis of beslissing van het Gerecht openbaar moet worden gemaakt uit hoofde van artikel 1, lid 1, van deze bijlage, moet de partij bij het geschil, de niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst of de derde die het document indient, op het tijdstip van indiening van het document:

  • a. aangeven of zij/hij van oordeel is dat het document informatie bevat die tegen openbaarmaking moet worden beschermd;
  • b. deze informatie duidelijk aanwijzen wanneer deze bij het Gerecht wordt ingediend, en
  • c. onverwijld of binnen de door het Gerecht vastgestelde termijn een bewerkte versie van het document indienen die de bedoelde informatie niet bevat.
4.

Wanneer een ander document dan een vonnis of beslissing van het Gerecht openbaar moet worden gemaakt op grond van een beslissing van het Gerecht uit hoofde van artikel 1, lid 2, van deze bijlage, moet de partij bij het geschil, de niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst of de derde die het document heeft ingediend, binnen 30 dagen nadat het Gerecht heeft beslist dat het document openbaar moet worden gemaakt, aangeven of zij/hij van oordeel is dat het document informatie bevat die tegen openbaarmaking moet worden beschermd en een bewerkte versie van het document indienen die de bedoelde informatie niet bevat.

5.

Wanneer een bewerking wordt voorgesteld uit hoofde van lid 4 kan elke andere partij bij het geschil dan de indiener van het document in kwestie bezwaar maken tegen de voorgestelde bewerking of voorstellen dat het document op andere wijze wordt bewerkt. Dergelijke bezwaren of tegenvoorstellen worden ingediend binnen 30 dagen na ontvangst van het voorgestelde bewerkte document.

6.

Wanneer een vonnis, beslissing of uitspraak van het Gerecht openbaar moet worden gemaakt uit hoofde van artikel 1, lid 1, van deze bijlage, biedt het Gerecht alle partijen bij het geschil de gelegenheid om opmerkingen in te dienen over de mate waarin het document informatie bevat die tegen openbaarmaking moet worden beschermd en om een bewerking van het document voor te stellen waarmee wordt voorkomen dat de bedoelde informatie openbaar wordt.

7.

Het Gerecht beslist over alle vraagstukken in verband met de voorgestelde bewerking van documenten uit hoofde van de leden 3 tot en met 6, en bepaalt bij de uitoefening van zijn beoordelingsbevoegdheid in welke mate informatie in documenten die openbaar moeten worden gemaakt, moet worden bewerkt.

8.

Indien het Gerecht bepaalt dat informatie uit een document niet moet worden bewerkt uit hoofde van de leden 3 tot en met 6, of dat openbaarmaking van een document niet moet worden voorkomen, kan elke partij bij het geschil, elke niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst of elke derde die het document vrijwillig in het dossier heeft laten opnemen, binnen 30 dagen na de beslissing van het Gerecht:

  • a. het document dat die informatie bevat geheel of gedeeltelijk laten verwijderen uit het dossier van de procedure, of
  • b. het document opnieuw indienen in een vorm die voldoet aan de beslissing van het Gerecht.
9.

Elke partij bij het geschil die voornemens is in een zitting informatie te gebruiken die naar haar oordeel vertrouwelijk of beschermd is, stelt het Gerecht hiervan in kennis. Het Gerecht beslist, na overleg met de partijen bij het geschil, of die informatie moet worden beschermd en stelt overeenkomstig artikel 2 van deze bijlage regelingen vast om te voorkomen dat beschermde informatie openbaar wordt gemaakt.

10.

Informatie waarvan openbaarmaking de integriteit van de geschillenbeslechtingsprocedure in het gedrang zou brengen in de zin van lid 11, wordt niet openbaar gemaakt.

11.

Het Gerecht kan op eigen initiatief of op verzoek van een partij bij het geschil, voor zover mogelijk na overleg met de partijen bij het geschil, passende maatregelen nemen om de openbaarmaking van informatie, wanneer die de integriteit van de geschillenbeslechtingsprocedure in het gedrang zou brengen, te beletten of te vertragen:

  • a. omdat het vergaren of overleggen van bewijsmateriaal hierdoor zou kunnen worden belemmerd, of
  • b. omdat intimidatie van getuigen, van advocaten die een partij bij het geschil vertegenwoordigen, of van leden van het Gerecht hiervan het gevolg zou kunnen zijn, of
  • c. in vergelijkbare uitzonderlijke omstandigheden.

Artikel 5

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties treedt via het secretariaat van de Uncitral op als depositaris en maakt de informatie openbaar uit hoofde van deze bijlage.

Artikel 6

Het Gerecht oefent zijn beoordelingsbevoegdheid uit voor zover dat in deze bijlage is bepaald en houdt daarbij rekening met:

  • a. het openbaar belang bij transparantie van de op een overeenkomst gebaseerde investeringsgeschillenbeslechting en van de specifieke procedure, en
  • b. het belang van de partijen bij het geschil bij een billijke en efficiënte beslechting van hun geschil.

Artikel 1. Doelstelling en toepassingsgebied

1.

Deze bijlage heeft tot doel te bevorderen dat door middel van een alomvattende en snelle procedure en met behulp van een bemiddelaar een onderling overeengekomen oplossing wordt bereikt.

2.

Deze bijlage is van toepassing op alle binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallende maatregelen die de investeringen tussen de partijen ongunstig beïnvloeden, tenzij anders wordt bepaald.

Artikel 2. Verzoek om informatie

1.

Vóór de inleiding van de bemiddelingsprocedure kan een partij te allen tijde schriftelijk om informatie verzoeken over een maatregel die de investeringen tussen de partijen ongunstig beïnvloedt. De partij waaraan het verzoek gericht is, verstrekt binnen 20 dagen een schriftelijk antwoord.

2.

Wanneer de partij waaraan het verzoek gericht is van mening is dat een antwoord binnen 20 dagen niet haalbaar is, brengt zij de verzoekende partij op de hoogte van de redenen waarom een antwoord binnen deze termijn niet haalbaar is, en geeft zij haar een inschatting van de kortst mogelijke termijn waarbinnen zij zal kunnen antwoorden.

Artikel 3. Inleiding van procedure

1.

Een partij kan te allen tijde verzoeken dat de andere partij deelneemt aan een bemiddelingsprocedure. Een dergelijk verzoek wordt aan de andere partij schriftelijk gedaan. Het verzoek moet nauwkeurig genoeg zijn om de zorgen van de verzoekende partij duidelijk tot uitdrukking te laten komen en in het verzoek moet:

  • a. worden aangegeven om welke specifieke maatregel het gaat;
  • b. worden uiteengezet wat volgens de verzoekende partij de negatieve gevolgen van de maatregel voor de investeringen tussen de partijen zijn of zullen zijn, en
  • c. worden toegelicht wat volgens de verzoekende partij het verband tussen die gevolgen en de maatregel is.
2.

De partij waaraan het verzoek gericht is, neemt dit in welwillende overweging en antwoordt binnen tien dagen na ontvangst ervan met een schriftelijke inwilliging of afwijzing.

Artikel 4. Keuze van bemiddelaar

1.

De partijen streven ernaar uiterlijk 15 dagen na ontvangst van het in artikel 3 (Inleiding van procedure), lid 2, van deze bijlage bedoelde antwoord op het verzoek overeenstemming over een bemiddelaar te bereiken.

2.

Indien de partijen binnen de vastgestelde termijn geen overeenstemming over een bemiddelaar kunnen bereiken, kan een van beide partijen de voorzitter van het Comité of diens vertegenwoordiger verzoeken de bemiddelaar door middel van loting aan te wijzen uit de overeenkomstig artikel 3.44 (Lijsten van arbiters), lid 2, opgestelde lijst. De vertegenwoordigers van beide partijen hebben het recht om bij de loting aanwezig te zijn.

3.

De voorzitter van het Comité of diens vertegenwoordiger wijst binnen vijf werkdagen na het in lid 2 bedoelde verzoek de bemiddelaar aan.

4.

Een bemiddelaar mag geen onderdaan van een van beide partijen zijn, tenzij de partijen anders overeenkomen.

5.

De bemiddelaar is de partijen op onpartijdige en transparante wijze behulpzaam bij het scheppen van duidelijkheid over de maatregel en de mogelijke negatieve gevolgen ervan voor de investeringen, en bij het bereiken van een onderling overeengekomen oplossing. Bijlage 11 is mutatis mutandis van toepassing op bemiddelaars. De punten 4 tot en met 9 en 46 tot en met 49 van bijlage 9 zijn eveneens mutatis mutandis van toepassing.

Artikel 5. Regels voor bemiddelingsprocedure

1.

Binnen tien dagen na de aanwijzing van de bemiddelaar legt de partij die om de bemiddelingsprocedure heeft verzocht, de bemiddelaar en de andere partij schriftelijk een gedetailleerde beschrijving van het probleem voor, in het bijzonder van de werking van de maatregel in kwestie en van de negatieve gevolgen ervan voor de investeringen. Binnen 20 dagen na toezending van deze beschrijving van het probleem kan de andere partij daarover schriftelijk opmerkingen kenbaar maken. Elk van beide partijen mag in haar beschrijving of opmerkingen daarover alle door haar relevant geachte informatie opnemen.

2.

De bemiddelaar kan bepalen wat de meest geschikte wijze is om duidelijkheid over de betrokken maatregel en de mogelijke negatieve gevolgen ervan voor de investeringen te scheppen. Hij kan met name bijeenkomsten tussen de partijen organiseren, de partijen gezamenlijk of afzonderlijk raadplegen, verzoeken om bijstand van of overleg plegen met deskundigen en belanghebbenden op het betrokken gebied alsmede aanvullende ondersteuning bieden waarom de partijen hebben verzocht. Alvorens om bijstand van deskundigen en belanghebbenden op het betrokken gebied te verzoeken of overleg met hen te plegen, overlegt de bemiddelaar evenwel met de partijen.

3.

De bemiddelaar kan advies aanbieden en een oplossing voorstellen ter overweging door de partijen, die de voorgestelde oplossing kunnen aanvaarden of afwijzen dan wel het over een andere oplossing eens kunnen worden. De bemiddelaar onthoudt zich evenwel van advies of opmerkingen over de verenigbaarheid van de maatregel in kwestie met deze overeenkomst.

4.

De bemiddelingsprocedure vindt plaats op het grondgebied van de partij waaraan het verzoek gericht is, of op enige andere locatie of op enige andere wijze waarover onderling overeenstemming is bereikt.

5.

De partijen streven ernaar binnen zestig dagen na de aanwijzing van de bemiddelaar tot een onderling overeengekomen oplossing te komen. Zolang geen definitieve overeenstemming is bereikt, kunnen de partijen eventuele tussentijdse oplossingen overwegen.

6.

De oplossing kan worden goedgekeurd door middel van een besluit van het Comité. Elk van beide partijen kan een dergelijke oplossing afhankelijk maken van de voltooiing van de nodige interne procedures. Onderling overeengekomen oplossingen worden openbaar gemaakt. De openbaar gemaakte versie mag evenwel geen informatie bevatten die door een partij als vertrouwelijk is aangemerkt.

7.

De procedure wordt beëindigd:

  • a. door goedkeuring van een door de partijen onderling overeengekomen oplossing, op de datum van goedkeuring;
  • b. door onderlinge overeenstemming van de partijen in de loop van de bemiddelingsprocedure, op de datum van die overeenstemming;
  • c. door een schriftelijke verklaring van de bemiddelaar, na overleg met de partijen, dat verdere bemiddelingsinspanningen geen nut hebben, op de datum van die verklaring, of
  • d. door een schriftelijke verklaring van een partij nadat mogelijke onderling overeengekomen oplossingen in de bemiddelingsprocedure zijn onderzocht en adviezen en voorgestelde oplossingen van de bemiddelaar in overweging zijn genomen, op de datum van die verklaring.

Artikel 6. Tenuitvoerlegging van onderling overeengekomen oplossing

1.

Wanneer de partijen overeenstemming over een oplossing hebben bereikt, neemt elk van beide partijen de maatregelen die noodzakelijk zijn om de onderling overeengekomen oplossing binnen de overeengekomen termijn ten uitvoer te leggen.

2.

De tenuitvoerleggende partij stelt de andere partij schriftelijk in kennis van alle stappen of maatregelen die zij voor de tenuitvoerlegging van de onderling overeengekomen oplossing heeft ondernomen respectievelijk getroffen.

3.

Op verzoek van de partijen legt de bemiddelaar de partijen een ontwerp van het schriftelijk feitenverslag voor, dat een korte samenvatting bevat van i) de maatregel in kwestie waarop de procedure betrekking heeft, ii) de gevolgde procedure en iii) in voorkomend geval, de onderling overeengekomen oplossing waartoe die procedure uiteindelijk heeft geleid, met inbegrip van eventuele tussentijdse oplossingen. De bemiddelaar biedt de partijen 15 dagen de gelegenheid om hun opmerkingen over het ontwerpverslag kenbaar te maken. Na bestudering van de binnen die termijn ingediende opmerkingen van de partijen legt de bemiddelaar de partijen binnen 15 dagen een definitief schriftelijk feitenverslag voor. Het definitief schriftelijk feitenverslag mag geen interpretatie van deze overeenkomst bevatten.

Artikel 7. Verhouding tot beslechting van geschillen

1.

De bemiddelingsprocedure laat de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen partijen bij overeenkomst), onverlet.

2.

De bemiddelingsprocedure is niet bedoeld om als basis voor procedures voor geschillenbeslechting ingevolge deze of enige andere overeenkomst te dienen. Een partij mag zich in dergelijke geschillenbeslechtingsprocedures niet beroepen op of niet als bewijs gebruiken en een arbitragepanel mag geen rekening houden met:

  • a. door de andere partij in de bemiddelingsprocedure ingenomen standpunten;
  • b. het feit dat de andere partij zich bereid heeft verklaard een oplossing te aanvaarden voor de maatregel waarop de bemiddeling betrekking had, of
  • c. door de bemiddelaar gegeven adviezen of gedane voorstellen.
3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 5 (Regels voor bemiddelingsprocedure), lid 6, van deze bijlage en tenzij de partijen anders overeenkomen, zijn alle fasen van de bemiddelingsprocedure, met inbegrip van mogelijke adviezen of voorgestelde oplossingen, vertrouwelijk. Elk van beide partijen mag echter openbaar maken dat bemiddeling plaatsvindt.

Artikel 8. Termijnen

Alle in deze bijlage vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen worden gewijzigd.

Artikel 9. Kosten

1.

Elk van beide partijen draagt haar eigen kosten in verband met deelname aan de bemiddelingsprocedure.

2.

De partijen dragen elk voor een gelijk deel de kosten voor organisatorische aangelegenheden, met inbegrip van de honoraria en de kosten van de bemiddelaar. De honoraria van de bemiddelaar zijn in overeenstemming met die welke zijn voorzien in punt 9, onder b), van bijlage 9.

Artikel 10. Evaluatie

De partijen treden vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst met elkaar in overleg over de eventuele noodzaak tot wijziging van de bemiddelingsprocedure tegen de achtergrond van de opgedane ervaringen in het gebruik van de bemiddelingsprocedure en in het licht van de ontwikkeling van een overeenkomstig mechanisme in de WTO.

GEDAAN te Brussel, negentien oktober tweeduizend achttien.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)