Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Ierland tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en vermogenswinsten en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting
In het geval dat de uitspraak niet binnen de in onderdeel e van het elfde lid voorziene termijn, of een andere termijn die de bevoegde autoriteiten overeen zijn gekomen, aan de bevoegde autoriteiten is medegedeeld, kunnen de bevoegde autoriteiten overeenkomen nieuwe arbiters te benoemen in overeenstemming met het tiende lid. De datum van een dergelijke overeenkomst wordt voor de daaropvolgende toepassing van het tiende lid, geacht de datum te zijn waarop het verzoek om arbitrage door beide bevoegde autoriteiten is ontvangen.
Indien op enig moment nadat een verzoek om arbitrage is gedaan en voordat de arbiters een uitspraak aan de bevoegde autoriteiten hebben doen toekomen, de bevoegde autoriteiten de arbiters schriftelijk ervan in kennis stellen dat:
- a. zij alle onopgeloste kwesties die aan arbitrage zijn onderworpen hebben opgelost; of
- b. de persoon die de zaak heeft voorgelegd het verzoek om arbitrage of het verzoek om een procedure voor onderling overleg heeft ingetrokken;
wordt er geen arbitrale uitspraak gedaan en wordt de procedure voor onderling overleg als voltooid beschouwd.
Tenzij anders overeengekomen door de bevoegde autoriteiten:
- a. draagt elke bevoegde autoriteit en de persoon die om de arbitrage heeft verzocht de kosten die verband houden met haar of zijn deelname aan de arbitrageprocedure (met inbegrip van reiskosten en kosten die verband houden met de voorbereiding en presentatie van haar of zijn standpunten);
- b. draagt elke bevoegde autoriteit de kosten van de beloning van de uitsluitend door die bevoegde autoriteit benoemde arbiter, of, indien die bevoegde autoriteit verzuimd heeft een arbiter te benoemen, de arbiter benoemd door de hoogstgeplaatste functionaris van het Centre for Tax Policy and Administration van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) die geen onderdaan is van een van de verdragsluitende staten, alsmede de door die arbiter gemaakte reis- en telecommunicatiekosten en secretariële kosten;
- c. worden de beloning van de voorzitter van het arbitragepanel en zijn reis- en telecommunicatiekosten en secretariële kosten gelijkelijk door de twee verdragsluitende staten gedragen;
- d. worden overige kosten die verband houden met de vergaderingen van het arbitragepanel gedragen door de bevoegde autoriteit die deze vergadering organiseert;
- e. worden kosten die verband houden met uitgaven waarover beide bevoegde autoriteiten overeenstemming hebben bereikt, gelijkelijk gedragen door beide bevoegde autoriteiten.
Niettegenstaande het eerste lid mag een zaak niet aan arbitrage worden onderworpen indien:
- a. de zaak verband houdt met handelingen ten aanzien waarvan de belastingplichtige of een daarmee verbonden persoon (of een persoon die optreedt namens de belastingplichtige of een daarmee verbonden persoon) door een rechter schuldig is bevonden of ten aanzien waarvan hij een aanzienlijke straf heeft gekregen wegens belastingfraude of het ontduiken of ontwijken van belasting;
- b. de zaak de toepassing van de nationale Ierse regels ter bestrijding van het ontwijken van belasting, vervat in de artikelen 811 en 811A van de Taxes Consolidation Act 1997, behelst. Eventuele volgende bepalingen ter vervanging, aanpassing of actualisering van deze regels ter bestrijding van het ontwijken van belasting vallen hier tevens onder. Ierland stelt Nederland langs diplomatieke weg in kennis van deze eventuele volgende bepalingen;
- c. de kwestie valt onder de reikwijdte van een zaak ten aanzien waarvan een arbitragepanel of soortgelijk lichaam eerder is ingesteld in overeenstemming met een bilateraal of multilateraal verdrag dat voorziet in verplichte en bindende arbitrage bij onopgeloste kwesties die voortvloeien uit een zaak die in een procedure voor onderling overleg wordt behandeld.
De bevoegde autoriteiten leggen de arbitrale uitspraak binnen 180 dagen na toezending van de uitspraak ten uitvoer door een onderlinge regeling vast te stellen voor de zaak die tot de arbitrage heeft geleid.
Artikel 26. Uitwisseling van informatie
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten wisselen de informatie uit die naar verwachting van belang is voor de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag of voor de toepassing of handhaving van de nationale wetgeving betreffende belastingen van elke soort en benaming die worden geheven ten behoeve van de verdragsluitende staten, of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan, voor zover de heffing ingevolge die wetgeving niet in strijd is met het Verdrag. De uitwisseling van informatie wordt niet beperkt door de artikelen 1 en 2.
Alle uit hoofde van het eerste lid door een verdragsluitende staat ontvangen informatie wordt op dezelfde wijze geheim gehouden als informatie die volgens de nationale wetgeving van die staat is verkregen en wordt alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke en bestuursrechtelijke instanties) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de handhaving of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de in het eerste lid bedoelde belastingen, of het toezicht daarop. Deze personen of autoriteiten mogen alleen voor deze doeleinden van de informatie gebruikmaken. Zij mogen de informatie bekendmaken in openbare rechtszittingen of in gerechtelijke beslissingen. Niettegenstaande het voorgaande mag de informatie voor andere doeleinden worden gebruikt, indien zij ingevolge de wetgeving van beide staten voor deze andere doeleinden mag worden gebruikt en de bevoegde autoriteit van de staat die haar heeft verstrekt met dit gebruik instemt.
De verdragsluitende staten kunnen aan het arbitragepanel, ingesteld volgens de bepalingen van artikel 25, tiende lid, de informatie verstrekken die nodig is om de arbitrageprocedure uit te voeren. De leden van het arbitragepanel zijn met betrekking tot de aldus verstrekte informatie onderworpen aan de beperkingen van openbaarmaking als omschreven in het tweede lid van dit artikel.
In geen geval worden de bepalingen van de voorgaande leden zo uitgelegd dat zij een verdragsluitende staat de verplichting opleggen:
- a. bestuurlijke maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of bestuurlijke praktijk van die of van de andere verdragsluitende staat;
- b. informatie te verstrekken die niet verkrijgbaar is volgens de wetgeving of in de normale gang van zaken in het bestuur van die of van de andere verdragsluitende staat;
- c. informatie te verstrekken die een handelsgeheim, zakelijk geheim, industrieel geheim, commercieel geheim of beroepsgeheim of een handelsproces zou onthullen, dan wel informatie waarvan openbaarmaking in strijd zou zijn met de openbare orde (ordre public).
Indien informatie wordt verzocht door een verdragsluitende staat in overeenstemming met dit artikel, wendt de andere verdragsluitende staat zijn maatregelen inzake het verzamelen van informatie aan om de verzochte informatie te verkrijgen, ongeacht het feit dat de andere staat ten behoeve van zijn eigen belastingheffing niet over dergelijke informatie behoeft te beschikken. Op de in de vorige volzin vervatte verplichting zijn de beperkingen van het vierde lid van toepassing, maar deze beperkingen mogen in geen geval zodanig worden uitgelegd dat het een verdragsluitende staat toegestaan is uitsluitend op grond van het feit dat hij geen nationaal belang heeft bij dergelijke informatie te weigeren informatie te verstrekken.
De bepalingen van het vierde lid mogen in geen geval zodanig worden uitgelegd dat het een verdragsluitende staat toegestaan is het verstrekken van informatie te weigeren uitsluitend op grond van het feit dat de informatie berust bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde, of een persoon die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreedt, dan wel omdat deze betrekking heeft op eigendomsbelangen in een persoon.
Artikel 27. Bijstand bij de invordering van belastingen
De verdragsluitende staten verlenen elkaar bijstand bij de invordering van belastingvorderingen. Deze bijstand wordt niet beperkt door de artikelen 1 en 2. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten kunnen in onderling overleg de wijze van toepassing van dit artikel regelen.
Onder de uitdrukking „belastingvordering” als gebezigd in dit artikel wordt verstaan een bedrag verschuldigd in verband met belastingen van elke soort en benaming die worden geheven ten behoeve van de verdragsluitende staten of van de staatkundige onderdelen of van de plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan, voor zover de belastingheffing uit hoofde daarvan niet in strijd is met dit Verdrag of met een ander instrument waarbij de verdragsluitende staten partij zijn, alsmede interest, bestuurlijke boetes en de kosten van invordering of van conservatoire maatregelen die verband houden met een dergelijk bedrag.
De bepalingen van dit artikel zijn slechts van toepassing op een belastingvordering die onderwerp is van een executoriale titel in de verzoekende staat en die, tenzij anders overeengekomen tussen de bevoegde autoriteiten, niet wordt bestreden. Indien de vordering echter een belastingverplichting betreft van een persoon die geen inwoner van de verzoekende staat is, is dit artikel slechts van toepassing indien de vordering niet langer kan worden bestreden, tenzij anders overeengekomen tussen de bevoegde autoriteiten. De belastingvordering wordt door die andere staat ingevorderd in overeenstemming met de bepalingen van zijn wetgeving die van toepassing zijn op de tenuitvoerlegging en invordering van zijn eigen belastingen als ware de belastingvordering een belastingvordering van die andere staat.
Indien een belastingvordering van een verdragsluitende staat een vordering is ter zake waarvan die staat uit hoofde van zijn wetgeving conservatoire maatregelen kan nemen teneinde de invordering te waarborgen, kan die belastingvordering op verzoek van de bevoegde autoriteit van die staat worden aanvaard ten behoeve van het nemen van conservatoire maatregelen door de bevoegde autoriteit van die andere verdragsluitende staat. Die andere staat neemt ter zake van die belastingvordering conservatoire maatregelen in overeenstemming met de bepalingen van zijn wetgeving, als ware de belastingvordering een belastingvordering van die andere staat, ook wanneer de belastingvordering op het tijdstip waarop dergelijke maatregelen worden genomen niet invorderbaar is in de eerstbedoelde staat of is verschuldigd door een persoon die gerechtigd is de invordering ervan te beletten.
Niettegenstaande de bepalingen van het derde en vierde lid zijn op een door een verdragsluitende staat voor de toepassing van het derde of vierde lid aanvaarde belastingvordering in die staat niet de termijnen van toepassing noch wordt er uit hoofde van de wetgeving van die staat op grond van haar aard als zodanig voorrang aan verleend. Voorts wordt aan een door een verdragsluitende staat voor de toepassing van het derde of vierde lid aanvaarde belastingvordering in die staat geen voorrang verleend die uit hoofde van de wetgeving van de andere verdragsluitende staat op die belastingvordering van toepassing is.
Procedures inzake het bestaan, de geldigheid of het bedrag van een belastingvordering van een verdragsluitende staat worden niet aanhangig gemaakt bij de rechterlijke of bestuursrechtelijke instanties van de andere verdragsluitende staat.
Indien te eniger tijd nadat uit hoofde van het derde of vierde lid een verzoek is gedaan door een verdragsluitende staat en voordat de andere verdragsluitende staat de desbetreffende belastingvordering heeft ingevorderd en overgemaakt aan de eerstgenoemde staat, de desbetreffende belastingvordering:
- a. in het geval van een verzoek uit hoofde van het derde lid, ophoudt een belastingvordering van de eerstgenoemde staat te zijn die invorderbaar is uit hoofde van de wetgeving van die staat en die verschuldigd is door een persoon die op dat tijdstip uit hoofde van de wetgeving van die staat de invordering ervan niet kan beletten; of
- b. in het geval van een verzoek uit hoofde van het vierde lid, ophoudt een belastingvordering van de eerstbedoelde staat te zijn ter zake waarvan die staat uit hoofde van zijn wetgeving conservatoire maatregelen kan treffen teneinde de invordering ervan te waarborgen;
stelt de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde staat de bevoegde autoriteit van de andere staat onverwijld daarvan in kennis en wordt, naar keuze van de andere staat, het verzoek door de eerstbedoelde staat uitgesteld of ingetrokken.
In geen geval worden de bepalingen van dit artikel zo uitgelegd dat zij een verdragsluitende staat de verplichting opleggen:
- a. bestuurlijke maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of bestuurlijke praktijk van die of van de andere verdragsluitende staat;
- b. maatregelen te nemen die in strijd zouden zijn met de openbare orde (ordre public);
- c. bijstand te verlenen indien de andere verdragsluitende staat niet alle redelijke invorderings- of conservatoire maatregelen heeft aangewend die hem naargelang van het geval uit hoofde van zijn wetgeving of bestuurlijke praktijk, ter beschikking staan;
- d. bijstand te verlenen in gevallen waarin de administratieve last voor die staat duidelijk onevenredig is ten opzichte van het door de andere verdragsluitende staat te behalen voordeel.
Artikel 28. Leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten
Niets in dit Verdrag tast de fiscale voorrechten aan die leden van diplomatieke vertegenwoordigingen of consulaire posten ontlenen aan de algemene regels van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.
Voor de toepassing van het Verdrag wordt een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van een diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat of in een derde staat en die een onderdaan is van de zendstaat, geacht inwoner van de zendstaat te zijn, indien hij daarin aan dezelfde verplichtingen ter zake van belastingen naar het inkomen is onderworpen als inwoners van die staat.
Het Verdrag is niet van toepassing op internationale organisaties, op hun organen of functionarissen, noch op leden van een diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post van een derde staat, die in een verdragsluitende staat verblijven, indien zij in die staat niet aan dezelfde verplichtingen ter zake van belastingen naar het inkomen zijn onderworpen als inwoners van die staat.
Artikel 29. Uitbreiding tot andere gebieden
Dit Verdrag kan, hetzij in zijn geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot elk van de delen van het Koninkrijk der Nederlanden die niet in Europa zijn gelegen en belastingen heffen die in wezen gelijksoortig zijn aan de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is. Een dergelijke uitbreiding wordt van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, daaronder begrepen voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, nader vast te stellen en overeen te komen bij diplomatieke notawisseling.
Tenzij anders is overeengekomen, brengt de beëindiging van dit Verdrag niet met zich dat het Verdrag tevens voor het deel of de delen van het Koninkrijk der Nederlanden waartoe het ingevolge dit artikel is uitgebreid, eindigt.
HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN
Artikel 30. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking op de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarin de laatste van de kennisgevingen is ontvangen waarin de onderscheiden regeringen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat de in hun onderscheiden staten grondwettelijk vereiste formaliteiten zijn vervuld. De bepalingen ervan zijn van toepassing:
- a. in Nederland: voor belastingjaren en -tijdvakken beginnend en belastbare gebeurtenissen die zich voordoen op of na 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het Verdrag in werking treedt;
- b. in Ierland:
- i. ter zake van de inkomstenbelasting, de universele sociale bijdrage en de vermogenswinstbelasting, voor elk aanslagjaar dat begint op of na 1 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin het Verdrag in werking treedt;
- ii. ter zake van de vennootschapsbelasting voor elk financieel jaar dat begint op of na 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het Verdrag in werking treedt.
De Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Ierland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te ’s-Gravenhage op 11 februari 1969 (hierna te noemen „de Overeenkomst van 1969”) houdt op van toepassing te zijn op de data waarop dit Verdrag van kracht wordt in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel.
Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid, indien een persoon die recht heeft op de voordelen uit de Overeenkomst van 1969 recht zou hebben op grotere voordelen dan uit hoofde van dit Verdrag, blijft de Overeenkomst van 1969, naar keuze van deze persoon, in zijn geheel op deze persoon van toepassing gedurende een tijdvak van twaalf maanden na de datum waarop de bepalingen van dit Verdrag anders van toepassing zouden zijn in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel.
Niettegenstaande de bepalingen van het tweede en derde lid, wanneer vóór de datum waarop dit Verdrag in werking treedt een inwoner van een van de verdragsluitende staten pensioenen of andere soortgelijke beloningen ontvangt, met inbegrip van pensioenen en soortgelijke beloningen bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Overeenkomst van 1969, of lijfrenten afkomstig uit de andere staat of pensioenen of andere uitkeringen krachtens de socialezekerheidswetgeving van de andere staat, en die na die datum dit pensioen, die beloning, lijfrente of socialezekerheidsuitkering blijft ontvangen, blijven de bepalingen van de artikelen 17, 18, 19 en 20 van de Overeenkomst van 1969 van toepassing tot na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, tenzij de persoon die het pensioen, de beloning, lijfrente of socialezekerheidsuitkering ontvangt, kiest voor toepassing van de bepalingen van dit Verdrag. Deze keuze dient kenbaar gemaakt te worden bij de belastingautoriteiten van beide staten binnen twee jaar na de datum waarop dit Verdrag van toepassing wordt en is onherroepelijk.
Artikel 31. Beëindiging
Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een verdragsluitende staat wordt beëindigd. Elk van de verdragsluitende staten kan dit Verdrag op elk tijdstip na het verstrijken van vijf jaar nadat het Verdrag in werking is getreden beëindigen mits ten minste zes maanden van tevoren langs diplomatieke weg een kennisgeving van beëindiging is ontvangen.
In dat geval houdt dit Verdrag op van toepassing te zijn:
- a. in Nederland: voor belastingjaren en -tijdvakken beginnend en belastbare gebeurtenissen die zich voordoen op of na 1 januari volgend op de datum waarop de in voornoemde kennisgeving van de beëindiging gespecificeerde termijn verstrijkt;
- b. in Ierland:
- i. ter zake van de inkomstenbelasting, de universele sociale bijdrage en de vermogenswinstbelasting, voor elk aanslagjaar dat begint op of na 1 januari volgend op de datum waarop de in voornoemde kennisgeving van de beëindiging gespecificeerde termijn verstrijkt;
- ii. ter zake van de vennootschapsbelasting voor elk financieel jaar dat begint op of na 1 januari volgend op de datum waarop de in voornoemde kennisgeving van de beëindiging gespecificeerde termijn verstrijkt.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Convention.
DONE in duplicate at Dublin this 13th day of June 2019, in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands,
STEF BLOK
For the Government of Ireland,
PATRICK O’DONOVAN
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)