Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen en tot het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting

Type Verdrag
Publication 2023-06-21
State In force
Source BWB
artikelen 29
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
6.

Procedures inzake het bestaan, de geldigheid of het bedrag van een belastingvordering van een verdragsluitende Staat worden niet aanhangig gemaakt bij de rechterlijke instanties of bestuursrechtelijke instanties van de andere verdragsluitende Staat.

7.

Indien te eniger tijd nadat uit hoofde van de paragrafen 3 en 4 een verzoek is gedaan door een verdragsluitende Staat en voordat de andere verdragsluitende Staat de desbetreffende belastingvordering heeft ingevorderd en overgemaakt aan de eerstbedoelde staat, houdt de desbetreffende belastingvordering op:

  • a. in het geval van een verzoek ingevolge paragraaf 3, een belastingvordering van de eerstbedoelde Staat te zijn die invorderbaar is uit hoofde van de wetgeving van die Staat en die verschuldigd is door een persoon die, op dat tijdstip, uit hoofde van de wetgeving van die Staat de invordering ervan niet kan beletten; of
  • b. in het geval van een verzoek uit hoofde van paragraaf 4, een belastingvordering van de eerstbedoelde Staat te zijn ter zake waarvan die Staat uit hoofde van zijn wetgeving conservatoire maatregelen kan treffen met het oogmerk de invordering ervan te waarborgen;

de bevoegde autoriteit van de eerstbedoelde Staat stelt de bevoegde autoriteit van de andere Staat onverwijld daarvan in kennis, en, naar keuze van de andere staat, stelt de eerstbedoelde Staat het verzoek uit of trekt het in.

8.

In geen geval worden de bepalingen van dit artikel zo uitgelegd dat zij een verdragsluitende Staat de verplichting opleggen:

  • a. bestuurlijke maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of bestuurlijke praktijk van die of van de andere verdragsluitende Staat;
  • b. maatregelen te nemen die in strijd zouden zijn met de openbare orde (ordre public);
  • c. bijstand te verlenen indien de andere verdragsluitende Staat niet alle redelijke invorderings- of conservatoire maatregelen heeft aangewend die hem naargelang van het geval uit hoofde van zijn wetgeving of bestuurlijke praktijk, ter beschikking staan;
  • d. bijstand te verlenen in gevallen waarin de administratieve last voor die Staat duidelijk onevenredig is ten opzichte van het voordeel te behalen door de andere verdragsluitende Staat.
9.

Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 1, zijn de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing op vorderingen in verband met de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen onder de Nederlandse wetgeving door de Dienst Toeslagen, die is belast met de toepassing of de tenuitvoerlegging van deze regelingen.

Artikel 27. Diplomatieke en consulaire ambtenaren

1.

De bepalingen van dit Verdrag tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die leden van diplomatieke zendingen of consulaire posten ontlenen aan de algemene regelen van het volkenrecht of aan bepalingen van bijzondere verdragen.

2.

Voor de toepassing van het Verdrag worden de leden van diplomatieke zendingen of consulaire posten van een verdragsluitende Staat die in de andere verdragsluitende Staat of in een derde Staat geaccrediteerd zijn en die onderdaan van de zendstaat zijn, geacht inwoner van die Staat te zijn indien zij aldaar ter zake van belastingen naar het inkomen aan dezelfde verplichtingen onderworpen zijn als de inwoners van die Staat.

3.

Het Verdrag is niet van toepassing op internationale organisaties, hun organen of hun ambtenaren, noch op personen die lid zijn van diplomatieke zendingen of consulaire posten van een derde Staat, indien deze in een verdragsluitende Staat verblijven en inzake belastingen naar het inkomen niet als inwoners van de ene of de andere verdragsluitende Staat worden behandeld.

HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN

Artikel 28. Inwerkingtreding

1.

Elke verdragsluitende Staat zal de andere verdragsluitende Staat in kennis stellen van de voltooiing van de procedures die door zijn wetgeving voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is vereist. Het Verdrag zal in werking treden op de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarin de laatste van de kennisgevingen is ontvangen.

2.

De bepalingen van het Verdrag zullen van toepassing zijn:

  • a. op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin het Verdrag in werking treedt;
  • b. op de andere belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die beginnen op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin het Verdrag in werking treedt;
  • c. op andere belastingen die verschuldigd zijn ter zake van belastbare feiten die zich voordoen op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin het Verdrag in werking treedt.
3.

Het op 5 juni 2001 te Luxemburg ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen wordt beëindigd met de inwerkingtreding van het onderhavige Verdrag. De bepalingen van het in deze paragraaf eerstgenoemde Verdrag blijven echter van toepassing totdat de bepalingen van het Verdrag, in overeenstemming met de bepalingen van paragraaf 2, toepassing vinden.

4.

Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 3, blijft de in artikel 27, paragrafen 2, 3 en 4, van het in paragraaf 3 van dit artikel genoemde Verdrag in samenhang met artikel 1a, lid 2, van de Goedkeuringswet opgenomen compensatieregeling van toepassing met betrekking tot beloningen die ook onder het onderhavige Verdrag ter heffing aan België blijven toegewezen. Onder de Goedkeuringswet, bedoeld in de eerste zin, wordt verstaan: de Wet van 12 december 2002 tot goedkeuring van het op 5 juni 2001 te Luxemburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol I en II en briefwisseling (Trb. 2001, 136). Voor de toepassing van de eerste zin wordt bij de berekening van de netto inkomensachteruitgang als bedoeld in artikel 27, paragraaf 3, van het in paragraaf 3 van dit artikel genoemde Verdrag uitgegaan van de som van de Nederlandse en Belgische belasting alsmede premie als is bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet financiering sociale verzekeringen dan wel daarmee vergelijkbare bijdragen en premies ingevolge de Belgische sociale zekerheid die de in artikel 27, paragraaf 2, van het in paragraaf 3 van dit artikel genoemde Verdrag bedoelde natuurlijke persoon met toepassing van de bepalingen van het onderhavige Verdrag uiteindelijk verschuldigd is over zijn inkomen.

Artikel 29. Beëindiging

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een verdragsluitende Staat wordt opgezegd. Elke verdragsluitende Staat kan het Verdrag langs diplomatieke weg opzeggen door ten minste zes maanden voor het einde van elk kalenderjaar dat begint na het verstrijken van een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van het Verdrag, aan de andere verdragsluitende Staat kennis te geven van de beëindiging. In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn:

  • a. op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan;
  • b. op de andere belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die beginnen op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan;
  • c. op andere belastingen die verschuldigd zijn ter zake van belastbare feiten die zich voordoen op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd door hun respectieve Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Brussel, op 21 juni 2023, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde de twee teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

M.L.A. VAN RIJ

Voor het Koninkrijk België,

V. VAN PETEGHEM

Voor de Vlaamse Gemeenschap,

M. DIEPENDAELE

Voor de Franse Gemeenschap,

V. VAN PETEGHEM

Voor de Duitstalige Gemeenschap,

V. VAN PETEGHEM

Voor het Vlaamse Gewest,

M. DIEPENDAELE

Voor het Waalse Gewest,

V. VAN PETEGHEM

Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,

V. VAN PETEGHEM

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)