Wijzigingsgeschiedenis
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Cyprus tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting
2 versions
· 2026-02-28
2026-02-28
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao,
Wijzigingen op 2026-02-28
@@ -86,7 +86,7 @@
- ii. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend opgericht en werkzaam is om gelden te beleggen ten voordele van entiteiten of constructies zoals bedoeld in subonderdeel i.
2. Voor de toepassing van het Verdrag op enig moment door een verdragsluitende staat heeft elk daarin niet omschreven begrip, tenzij de context anders vereist of de bevoegde autoriteiten een andere betekenis overeenkomen ingevolge de bepalingen van [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=23&z=2025-04-23&g=2025-04-23) van dit Verdrag, de betekenis welke het op dat moment heeft volgens de wetgeving van die staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die staat aan dat begrip wordt gegeven.
2. Voor de toepassing van het Verdrag op enig moment door een verdragsluitende staat heeft elk daarin niet omschreven begrip, tenzij de context anders vereist of de bevoegde autoriteiten een andere betekenis overeenkomen ingevolge de bepalingen van [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=23&z=2026-02-28&g=2026-02-28) van dit Verdrag, de betekenis welke het op dat moment heeft volgens de wetgeving van die staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die staat aan dat begrip wordt gegeven.
##### Artikel 4. Inwoner
@@ -158,7 +158,7 @@
1. De winst van een onderneming van een verdragsluitende staat is slechts in die staat belastbaar, tenzij de onderneming in de andere verdragsluitende staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting. Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent, mag de winst die in overeenstemming met de bepalingen van het tweede lid aan de vaste inrichting kan worden toegerekend in die andere staat worden belast.
2. Voor de toepassing van dit artikel en van [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=21&z=2025-04-23&g=2025-04-23) is de winst die in elk van de verdragsluitende staten kan worden toegerekend aan de vaste inrichting bedoeld in het eerste lid, de winst die zij naar verwachting zou behalen, in het bijzonder via haar handelen met andere onderdelen van de onderneming, indien zij een afzonderlijke en onafhankelijke onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou verrichten onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden, rekening houdend met de door de onderneming via de vaste inrichting en andere onderdelen van de onderneming uitgeoefende functies, gebruikte vermogensbestanddelen en genomen risico’s.
2. Voor de toepassing van dit artikel en van [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=21&z=2026-02-28&g=2026-02-28) is de winst die in elk van de verdragsluitende staten kan worden toegerekend aan de vaste inrichting bedoeld in het eerste lid, de winst die zij naar verwachting zou behalen, in het bijzonder via haar handelen met andere onderdelen van de onderneming, indien zij een afzonderlijke en onafhankelijke onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou verrichten onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden, rekening houdend met de door de onderneming via de vaste inrichting en andere onderdelen van de onderneming uitgeoefende functies, gebruikte vermogensbestanddelen en genomen risico’s.
3. Indien een verdragsluitende staat, in overeenstemming met het tweede lid, de winst corrigeert die kan worden toegerekend aan een vaste inrichting van een onderneming van een van de verdragsluitende staten en de winst van de onderneming die in de andere staat is belast, dienovereenkomstig belast, brengt de andere staat, voor zover nodig om dubbele belastingheffing over deze winst te vermijden, een passende correctie aan van het bedrag aan belasting dat over deze winst is geheven. Voor het vaststellen van de correctie plegen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten zo nodig overleg.
@@ -172,7 +172,7 @@
3. Winst van een onderneming van een verdragsluitende staat verkregen uit het gebruik, het onderhoud of de verhuur van containers (daaronder begrepen opleggers of aanhangwagens, schuiten en daarmee verband houdende uitrusting voor het vervoer van containers) gebruikt voor het vervoer van goederen of handelswaar is uitsluitend in die staat belastbaar, behalve wanneer deze containers uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van goederen of handelswaar tussen plaatsen in die andere verdragsluitende staat.
4. Voor de toepassing van dit artikel worden interest of middelen die rechtstreeks verband houden met de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer aangemerkt als winst verkregen uit de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen en zijn de bepalingen van [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=11&z=2025-04-23&g=2025-04-23) niet van toepassing in relatie tot deze interest.
4. Voor de toepassing van dit artikel worden interest of middelen die rechtstreeks verband houden met de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer aangemerkt als winst verkregen uit de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen en zijn de bepalingen van [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=11&z=2026-02-28&g=2026-02-28) niet van toepassing in relatie tot deze interest.
5. De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op winst uit de deelneming in een „pool”, een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap.
@@ -192,7 +192,7 @@
2. Het begrip „dividenden” zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomen uit aandelen, mijnaandelen, oprichtersaandelen of andere rechten, niet zijnde schuldvorderingen, die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomen uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is, op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomen uit aandelen.
3. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=7&z=2025-04-23&g=2025-04-23) van toepassing.
3. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=7&z=2026-02-28&g=2026-02-28) van toepassing.
4. Indien een lichaam dat inwoner is van een verdragsluitende staat, winst of inkomen verkrijgt uit de andere verdragsluitende staat, mag die andere staat geen belasting heffen over de dividenden die door het lichaam worden betaald, behalve voor zover dergelijke dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere staat of voor zover het bezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het vermogen van een in die andere staat gelegen vaste inrichting behoort, noch de niet-uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet-uitgedeelde winst van het lichaam, zelfs indien de betaalde dividenden of de niet-uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit winst of inkomen dat uit die andere staat afkomstig is.
@@ -202,7 +202,7 @@
2. Het begrip „interest” zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomen uit schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder inkomen uit overheidsleningen en inkomen uit obligaties of schuldbewijzen, waaronder begrepen de aan dergelijke leningen, obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen. Opgelegde boetes voor te late betaling worden voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt.
3. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat waaruit de interest afkomstig is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=7&z=2025-04-23&g=2025-04-23) van toepassing.
3. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat waaruit de interest afkomstig is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=7&z=2026-02-28&g=2026-02-28) van toepassing.
4. Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de interest, gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder een dergelijke verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de verdragsluitende staten, waarbij zorgvuldig rekening wordt gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag.
@@ -212,13 +212,13 @@
2. Het begrip „royalty’s” zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, waaronder begrepen bioscoopfilms, een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze, of voor informatie omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap. Het begrip „royalties” omvat echter niet inkomen uit het gebruik, of recht op gebruik, van schepen of luchtvaartuigen.
3. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty's die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat waaruit de royalty's afkomstig zijn, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty’s worden betaald, tot het vermogen van die vaste inrichting behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=7&z=2025-04-23&g=2025-04-23) van toepassing.
3. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty's die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat waaruit de royalty's afkomstig zijn, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty’s worden betaald, tot het vermogen van die vaste inrichting behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=7&z=2026-02-28&g=2026-02-28) van toepassing.
4. Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de royalty’s, gelet op het gebruik, het recht of de informatie waarvoor zij worden betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder een dergelijke verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de verdragsluitende staten, waarbij zorgvuldig rekening wordt gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag.
##### Artikel 13. Vermogenswinsten
1. Voordelen verkregen door een inwoner van een verdragsluitende staat uit de vervreemding van onroerende zaken als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=6&z=2025-04-23&g=2025-04-23) en die zijn gelegen in de andere verdragsluitende staat, mogen in die andere staat worden belast.
1. Voordelen verkregen door een inwoner van een verdragsluitende staat uit de vervreemding van onroerende zaken als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=6&z=2026-02-28&g=2026-02-28) en die zijn gelegen in de andere verdragsluitende staat, mogen in die andere staat worden belast.
2. Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende zaken die deel uitmaken van het vermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat heeft, waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van die vaste inrichting (afzonderlijk of met de gehele onderneming), mogen in die andere staat worden belast.
@@ -230,7 +230,7 @@
##### Artikel 14. Inkomen uit dienstbetrekking
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=15&z=2025-04-23&g=2025-04-23), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=16&z=2025-04-23&g=2025-04-23) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=17&z=2025-04-23&g=2025-04-23) zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een verdragsluitende staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere verdragsluitende staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de daaruit verkregen beloning in die andere staat worden belast.
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=15&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=16&z=2026-02-28&g=2026-02-28) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=17&z=2026-02-28&g=2026-02-28) zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een verdragsluitende staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere verdragsluitende staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de daaruit verkregen beloning in die andere staat worden belast.
2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een verdragsluitende staat uit hoofde van een in de andere verdragsluitende staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde staat belastbaar, indien:
@@ -250,7 +250,7 @@
##### Artikel 16. Pensioenen
Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=17&z=2025-04-23&g=2025-04-23), zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een verdragsluitende staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking slechts in die staat belastbaar.
Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=17&z=2026-02-28&g=2026-02-28), zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een verdragsluitende staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking slechts in die staat belastbaar.
##### Artikel 17. Overheidsfuncties
@@ -266,7 +266,7 @@
- b. Deze pensioenen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere verdragsluitende staat belastbaar, indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die staat.
3. De bepalingen van de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=14&z=2025-04-23&g=2025-04-23), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=15&z=2025-04-23&g=2025-04-23) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=16&z=2025-04-23&g=2025-04-23) zijn van toepassing op salarissen, lonen, pensioenen en andere soortgelijke beloningen ter zake van diensten verleend in het kader van een bedrijf, uitgeoefend door een verdragsluitende staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan.
3. De bepalingen van de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=14&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=15&z=2026-02-28&g=2026-02-28) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=16&z=2026-02-28&g=2026-02-28) zijn van toepassing op salarissen, lonen, pensioenen en andere soortgelijke beloningen ter zake van diensten verleend in het kader van een bedrijf, uitgeoefend door een verdragsluitende staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan.
##### Artikel 18. Studenten
@@ -314,7 +314,7 @@
1. Inkomensbestanddelen van een inwoner van een verdragsluitende staat, van waaruit ook afkomstig, die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld, zijn slechts in die staat belastbaar.
2. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomen, niet zijnde inkomen uit onroerende zaken zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=6&z=2025-04-23&g=2025-04-23), indien de genieter van dat inkomen, die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting, en het recht of de zaak ter zake waarvan het inkomen worden betaald tot het vermogen van een dergelijke vaste inrichting behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=7&z=2025-04-23&g=2025-04-23) van toepassing.
2. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomen, niet zijnde inkomen uit onroerende zaken zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=6&z=2026-02-28&g=2026-02-28), indien de genieter van dat inkomen, die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting, en het recht of de zaak ter zake waarvan het inkomen worden betaald tot het vermogen van een dergelijke vaste inrichting behoort. In dat geval zijn de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=7&z=2026-02-28&g=2026-02-28) van toepassing.
##### Artikel 21. Vermijden van dubbele belasting
@@ -326,25 +326,25 @@
- a. Curaçao is bevoegd in de grondslag waarnaar belasting wordt geheven van zijn inwoners de inkomensbestanddelen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag op Cyprus mogen worden belast of uitsluitend op Cyprus mogen worden belast. In deze gevallen verleent Curaçao evenwel een vermindering van of een aftrek op de Curaçaose belasting volgens het bepaalde in de onderdelen b, c en d;
- b. Indien een inwoner van Curaçao inkomensbestanddelen verkrijgt die volgens [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=6&z=2025-04-23&g=2025-04-23), [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=7&z=2025-04-23&g=2025-04-23), [artikel 13, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=13&z=2025-04-23&g=2025-04-23), [artikel 14, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=14&z=2025-04-23&g=2025-04-23), [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=16&z=2025-04-23&g=2025-04-23), [artikel 17, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=17&z=2025-04-23&g=2025-04-23), [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=18&z=2025-04-23&g=2025-04-23), en [artikel 20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=20&z=2025-04-23&g=2025-04-23), van dit Verdrag in de andere verdragsluitende staat mogen worden belast en die in de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde grondslag zijn begrepen, stelt Curaçao deze inkomensbestanddelen vrij door een vermindering van de Curaçaose belasting toe te staan. Deze aftrek wordt berekend aan de hand van de methode van de progressieve vrijstelling met inachtneming van de wettelijke bepalingen van Curaçao voor het vermijden van dubbele belasting indien van toepassing;
- b. Indien een inwoner van Curaçao inkomensbestanddelen verkrijgt die volgens [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=6&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=7&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [artikel 13, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=13&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [artikel 14, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=14&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=16&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [artikel 17, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=17&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=18&z=2026-02-28&g=2026-02-28), en [artikel 20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=20&z=2026-02-28&g=2026-02-28), van dit Verdrag in de andere verdragsluitende staat mogen worden belast en die in de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde grondslag zijn begrepen, stelt Curaçao deze inkomensbestanddelen vrij door een vermindering van de Curaçaose belasting toe te staan. Deze aftrek wordt berekend aan de hand van de methode van de progressieve vrijstelling met inachtneming van de wettelijke bepalingen van Curaçao voor het vermijden van dubbele belasting indien van toepassing;
- c. De bepalingen van het tweede lid, onderdeel b, zijn niet van toepassing op inkomensbestanddelen verkregen door een inwoner van Curaçao wanneer de andere verdragsluitende staat de bepalingen van dit Verdrag toepast om deze inkomensbestanddelen vrij te stellen van belastingen. In dat geval zijn de bepalingen van het tweede lid, onderdeel d, van overeenkomstige toepassing;
- d. Curaçao verleent voorts een aftrek op de aldus berekende belasting van Curaçao voor de inkomensbestanddelen die volgens [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=15&z=2025-04-23&g=2025-04-23) en [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=16&z=2025-04-23&g=2025-04-23) van dit Verdrag in de andere verdragsluitende staat mogen worden belast, in zoverre deze bestanddelen in de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde grondslag zijn begrepen. Deze aftrek wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de wetgeving van Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting.
- d. Curaçao verleent voorts een aftrek op de aldus berekende belasting van Curaçao voor de inkomensbestanddelen die volgens [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=15&z=2026-02-28&g=2026-02-28) en [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=16&z=2026-02-28&g=2026-02-28) van dit Verdrag in de andere verdragsluitende staat mogen worden belast, in zoverre deze bestanddelen in de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde grondslag zijn begrepen. Deze aftrek wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de wetgeving van Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting.
##### Artikel 22. Non-discriminatie
1. Onderdanen van een verdragsluitende staat worden in de andere verdragsluitende staat niet aan enige belastingheffing of daarmee verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van die andere staat onder dezelfde omstandigheden, in het bijzonder met betrekking tot woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen. Deze bepaling is, niettegenstaande de bepalingen van [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=1&z=2025-04-23&g=2025-04-23), ook van toepassing op personen die geen inwoner zijn van een of van beide verdragsluitende staten.
1. Onderdanen van een verdragsluitende staat worden in de andere verdragsluitende staat niet aan enige belastingheffing of daarmee verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van die andere staat onder dezelfde omstandigheden, in het bijzonder met betrekking tot woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen. Deze bepaling is, niettegenstaande de bepalingen van [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=1&z=2026-02-28&g=2026-02-28), ook van toepassing op personen die geen inwoner zijn van een of van beide verdragsluitende staten.
2. Staatlozen die inwoner zijn van een verdragsluitende staat worden in geen van de verdragsluitende staten aan enige belastingheffing of daarmee verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van de desbetreffende staat onder dezelfde omstandigheden, in het bijzonder met betrekking tot de woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen.
3. De belastingheffing ter zake van een vaste inrichting die een onderneming van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat heeft, is in die andere staat niet ongunstiger dan de belastingheffing over ondernemingen van die andere staat die dezelfde werkzaamheden verrichten. Deze bepaling mag niet aldus worden uitgelegd dat zij een verdragsluitende staat verplicht aan inwoners van de andere verdragsluitende staat bij de belastingheffing alle persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen, aftrekken en verminderingen uit hoofde van de burgerlijke staat, de samenstelling van het gezin of gezinslasten te verlenen, die eerstbedoelde verdragsluitende staat aan zijn eigen inwoners verleent.
4. Behalve indien de bepalingen van [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=9&z=2025-04-23&g=2025-04-23), [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=11&z=2025-04-23&g=2025-04-23), of [artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=12&z=2025-04-23&g=2025-04-23), van toepassing zijn, zijn interest, royalty's en andere uitgaven betaald door een onderneming van een verdragsluitende staat aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat, bij de vaststelling van de belastbare winst van die onderneming onder dezelfde voorwaarden aftrekbaar als wanneer zij betaald waren aan een inwoner van de eerstbedoelde staat.
4. Behalve indien de bepalingen van [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=9&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=11&z=2026-02-28&g=2026-02-28), of [artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=12&z=2026-02-28&g=2026-02-28), van toepassing zijn, zijn interest, royalty's en andere uitgaven betaald door een onderneming van een verdragsluitende staat aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat, bij de vaststelling van de belastbare winst van die onderneming onder dezelfde voorwaarden aftrekbaar als wanneer zij betaald waren aan een inwoner van de eerstbedoelde staat.
5. Ondernemingen van een verdragsluitende staat, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk, direct of indirect, in het bezit is van of wordt beheerst door een of meer inwoners van de andere verdragsluitende staat, worden in de eerstbedoelde staat niet aan enige belastingheffing of daarmee verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee verband houdende verplichtingen waaraan andere soortgelijke ondernemingen van de eerstbedoelde staat zijn of kunnen worden onderworpen.
6. De bepalingen van dit artikel zijn, niettegenstaande de bepalingen van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=2&z=2025-04-23&g=2025-04-23), van toepassing op belastingen van elke soort en benaming.
6. De bepalingen van dit artikel zijn, niettegenstaande de bepalingen van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=2&z=2026-02-28&g=2026-02-28), van toepassing op belastingen van elke soort en benaming.
##### Artikel 23. Procedure voor onderling overleg
@@ -358,7 +358,7 @@
##### Artikel 24. Uitwisseling van informatie
1. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten wisselen de informatie uit die naar verwachting van belang is voor de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag of voor de toepassing of handhaving van de nationale wetgeving betreffende belastingen van elke soort en benaming die worden geheven ten behoeve van de verdragsluitende staten, of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan, voor zover de heffing ingevolge die wetgeving niet in strijd is met het Verdrag. De uitwisseling van informatie wordt niet beperkt door de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=1&z=2025-04-23&g=2025-04-23) en [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=2&z=2025-04-23&g=2025-04-23).
1. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten wisselen de informatie uit die naar verwachting van belang is voor de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag of voor de toepassing of handhaving van de nationale wetgeving betreffende belastingen van elke soort en benaming die worden geheven ten behoeve van de verdragsluitende staten, of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan, voor zover de heffing ingevolge die wetgeving niet in strijd is met het Verdrag. De uitwisseling van informatie wordt niet beperkt door de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=1&z=2026-02-28&g=2026-02-28) en [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0007096&artikel=2&z=2026-02-28&g=2026-02-28).
2. Alle uit hoofde van het eerste lid van dit artikel door een verdragsluitende staat ontvangen informatie wordt op dezelfde wijze geheim gehouden als informatie die volgens de nationale wetgeving van die staat is verkregen en wordt alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke en bestuursrechtelijke instanties) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de handhaving of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde belastingen, of het toezicht daarop. Deze personen of autoriteiten mogen alleen voor dergelijke doeleinden van de informatie gebruikmaken. Zij mogen de informatie bekendmaken in openbare rechtszittingen of in gerechtelijke beslissingen. Niettegenstaande het voorgaande mag de informatie ontvangen door een verdragsluitende staat voor andere doeleinden worden gebruikt, indien dergelijke informatie ingevolge de wetgeving van beide staten voor deze andere doeleinden mag worden gebruikt en de bevoegde autoriteit van de staat die haar heeft verstrekt met dergelijk gebruik instemt.
2025-04-23
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaç
original version
Tekst op deze datum