22 DECEMBRE 2021. - Décret contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022. - Addendum
Article 168. Op grond van een behoorlijk gemotiveerde aanvraag van de Gemeenteraad, kan een gemeente een aanvraag indienen tot opheffing van de omtrek van een erkende verrichting van stadsvernieuwing op haar grondgebied.
Na raadpleging van de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" - afdeling "Operationele inrichting" - die zijn advies uitbrengt binnen een termijn van vijfenveertig dagen na ontvangst van het dossier, bij gebreke waarvan het advies gunstig wordt geacht - (de termijn wordt geschorst van 16 juli tot 15 augustus) -, en op basis van het advies van de Administratie, kan de Waalse Regering het besluit tot erkenning van deze stadsvernieuwingsoperatie intrekken.
Bij opheffing vóór de periode van vijftien jaar bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning van toelagen door het Waalse Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties en met inachtneming van de in dit artikel 5, tweede lid, bepaalde maximale duur van vijftien jaar beschikt de gemeente over twee jaar om de ontwerpen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een subsidiëringsbesluit, uit te voeren en om de documenten die de uitbetaling van de desbetreffende subsidies mogelijk maken, in te dienen. Zoniet kan de gemeente niet meer aanspraak maken op de subsidies.
Na afloop van de hierboven vermelde periode van vijftien jaar, kan de gemeente niet meer aanspraak maken op de subsidies waarvoor ze vóór die vervaldatum de documenten die de uitbetaling van de desbetreffende subsidies mogelijk maken, niet ingediend heeft.
Article 169. Artikel R.419, § 1, van het Waterwetboek wordt aangevuld als volgt:
"12° De financiering van internationale ontwikkelingsprojecten voor de toegang tot water of de sanering van afvalwater in derdewereldlanden, alsook van de projecten met betrekking tot de strijd tegen de klimaatopwarming".
Article 170. De uitwerking van de artikelen 453 tot 456 van het besluit van de Waalse Regering van 14 maart 2008 betreffende de toekenning van subsidies voor handelingen en werken in herin te richten locaties wordt behouden voor wat betreft de voorwaarden voor de toekenning van subsidies, de procedure voor de toekenning van subsidies, de berekeningsgrondslag, het percentage, de procedure voor de uitbetaling en de terugvordering van subsidie tot de definitieve oplevering van de handelingen en werken ten opzichte van de inrichtingen opgenomen door de Regering in de alternatieve financieringsplannen SOWAFINAL vóór de inwerkingtreding van het decreet van 20 juli 2016 tot opheffing van het decreet van 24 april 2014 tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Erfgoed en tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling.
Article 171. Wijzigingsbepaling van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling waarvan de inwerkingtreding op 1 juni 2017 wordt bepaald.
In artikel D.IV.9, eerste lid, punt 1°, van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling, worden de woorden " vóór de inwerkingtreding van het gewestplan " ingevoegd tussen de woorden " tussen twee opgetrokken woningen " en de woorden " of tussen een woning die is opgetrokken ".
Article 172. § 1. Voor de toepassing van dit artikel en van de uitvoeringsbepalingen ervan, dient te worden verstaan onder:
1° PPS-overeenkomst: de overeenkomst gesloten tussen de " SOFICO " als opdrachtgever, waarbij de dienstverlener de voorzieningen inzake openbare verlichting van het structurerend netwerk van het Waalse Gewest moet ontwerpen, moderniseren, financieren, beheren, onderhouden en ter beschikking stellen van de " SOFICO ", in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 29 april 2010, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 24 april 2014, 11 juni 2015, 24 maart 2016 en 23 februari 2017 ;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de PPS-overeenkomst is gesloten ;
3° "Sofico": de "Société wallonne de Financement complémentaire des infrastructures" (Waalse maatschappij voor de aanvullende financiering van de infrastructuren); en
4° Gewest: het Waalse Gewest.
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door de " SOFICO " van alle door laatstgenoemde verschuldigde bedragen, aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de PPS-overeenkomst met betrekking tot de voorzieningen inzake openbare verlichting van het structurerend netwerk van het Gewest.
Article 173. § 1. Voor de toepassing van dit artikel en van de uitvoeringsbepalingen ervan, dient te worden verstaan onder:
1° PPS-overeenkomst: de overeenkomst gesloten door de "OTW" als opdrachtgever, op grond waarvan de dienstverlener rollend materieel moet bouwen, financieren, beheren, onderhouden en ter beschikking stellen;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de PPS-overeenkomst is gesloten ;
3° "OTW" :de "Opérateur de Transport de Wallonie" (Waalse Vervoersoperator); en
4° Gewest: het Waalse Gewest.
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door de "OTW" van alle verschuldigde bedragen aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de PPS-overeenkomst met betrekking tot de ontwikkeling van een tramlijn in Luik.
Article 174. § 1. Voor de toepassing van dit artikel en van de uitvoeringsbepalingen ervan, dient te worden verstaan onder:
1° CPE-overeenkomst: de overeenkomst gesloten door het Gewest of een "UAP" (Waalse openbare bestuurseenheid) als opdrachtgever, op grond waarvan de dienstverlener de woningen moet renoveren, financieren en onderhouden;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de CPE-overeenkomst is gesloten ;
3° Gewest: het Waalse Gewest.
4° "UAP" : Waalse openbare bestuurseenheid .
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door het Gewest of een "UAP" van alle verschuldigde bedragen aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de CPE-overeenkomst.
Article 175. Artikel 3, § 1, 6°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid wordt aangevuld met de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)".
In de artikelen 52/1, 79, § 2, en 87, § 6, van hetzelfde decreet worden de woorden "de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In de artikelen 55, § 2, 56, § 2 en 57, § 2, van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende diverse maatregelen betreffende de uitvoering van de begroting, de algemene en de begrotingsboekhouding en de rapportering van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In het opschrift van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende organisatie van de controle en de interne audit inzake de begroting, de boekhouding en de administratieve en begrotingscontrole van de diensten van de Waalse Regering, de administratieve diensten met een zelfstandige boekhouding, de gewestelijke ondernemingen, de instellingen en de Ombudsdienst van het Waalse Gewest, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In artikel 2 van hetzelfde besluit, worden de woorden "op de Ombudsdienst bedoeld in artikel 3, § 1, 6°, van hetzelfde decreet" vervangen door de woorden "op de Ombudsdienst en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" bedoeld in artikel 3, § 1, 6, van hetzelfde decreet. ".
In de artikelen 27 en 28 van hetzelfde besluit, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In afwijking van artikel 51ter, § 2, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, wordt de dotatie van de "Commission wallonne pour l énergie" (CWAPE) (Waalse Commissie voor Energie) vastgesteld op 6.150.000 euro in 2022.
In afwijking van artikel 51bis van bovenvermeld decreet is de dotatie van de CWAPE ten laste van de basisallocatie 41.01.40 (van vakdomein 083.010 (ESER-cide 41)) van programma 16.31 (WBFIN-programma 16.083).
Article 176. Artikel 6, tweede lid, van het decreet van 1 april 1999 houdende oprichting van de publiekrechtelijke N.V. " SARSI " wordt gewijzigd als volgt:
"Het kadastrale inkomen van de goederen van de vennootschap wordt vrijgesteld van de onroerende voorheffing voor zover die goederen zelf onproductief zijn of het voorwerp uitmaken van een herbestemming.".
Article 177. Artikel 2, paragraaf 3, van het decreet van 29 oktober 2015 oktober houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt vervangen door wat volgt:
"11° de verhuur, de aankoop en het onderhoud van materieel voor bedrijven met het oog op het onderhoud van het wegen- en autowegennetwerk. ".
Article 178. Artikel 3, paragraaf 3, 2°, van het decreet van 29 oktober 2015 houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt vervangen door wat volgt:
"2° het onderhoud, de bouw en de renovatie van voornoemd netwerk, met inbegrip van de tegemoetkomingen ten gunste van de "SOFICO".
Article 179. Artikel 3, paragraaf 29, van het decreet van 2015 oktober oktober houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt vervangen door wat volgt:
"9° de aankoop van kleding en uniformen voor de personeelsleden van de Domaniale politie en de sluiswachters;
10° de aankoop van technische voertuigen, met name voor de steengroeve van Gore;
11° de valorisatie en het herstel van huizen van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuren;
12° de aankoop en de opvolging van de zogenaamde "slimme" meters. ".
Article 180. In artikel 4, paragraaf 3, van het decreet van 29 oktober 2015 houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt 11° vervangen door wat volgt:
"11° de financiering van de veiligheid van het gewestelijke verkeersnet via uitgaven inzake civiele bouwkunde, elektromechanica en aankoop of verhuur van materiaal;".
Article 181. In artikel 5, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 4 april 2019 betreffende de administratieve geldboetes inzake verkeersveiligheid wordt 1° vervangen door wat volgt:
"1° de financiering van de veiligheid van het gewestelijke verkeersnet via uitgaven inzake civiele bouwkunde, elektromechanica en aankoop of verhuur van materiaal;".
Article 182. Artikel 14 van het decreet van 4 april 2019 betreffende de administratieve geldboetes inzake verkeersveiligheid wordt vervangen door wat volgt:
" Art. 14. De bevoegde personeelsleden die bevoegd zijn om inbreuken op de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan op te zoeken en vast te stellen, zijn, onverminderd de bevoegdheden van het operationele, administratieve en logistieke kader van de Federale Politie en de Lokale Politie, de door de Regering aangestelde, naar behoren opgeleide statutaire of contractuele personeelsleden, volgens de door de Regering bepaalde voorwaarden en modaliteiten.
De in lid 1 bevoegde personeelsleden hebben de hoedanigheid van agent van de gerechtelijke politie. ".
Article 183. In artikel 15 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 4, punt 5°, worden de woorden "voor de bevoegde personeelsleden die door de Regering zijn aangesteld" opgeheven;
2° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt:
" § 6. De Regering kan de uitoefening van de taken van het bevoegde personeelslid nader omschrijven en het model voor de legitimatiekaart van het bevoegde personeelslid bepalen.
De Minister kan de kentekens en andere middelen ter identificatie van de bevoegde personeelsleden bij de uitoefening van hun functie en van hun voertuigen bepalen. ".
Article 184. In artikel 17 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen als volgt:
"1° wijst de bevoegde diensten en de adviseurs bestuurlijke vervolging, statutaire of contractuele personeelsleden aan die bevoegd zijn om de in paragraaf 2 bedoelde acties te ondernemen.
De in lid 1 bedoelde adviseurs bestuurlijke vervolging hebben hetzij de hoedanigheid van agent van de gerechtelijke politie, hetzij die van officier van de gerechtelijke politie ;";
2° het artikel wordt aangevuld met paragraaf 4, luidend als volgt:
" § 4. De Regering kan de uitoefening van de taken van de adviseur bestuurlijke vervolging nader omschrijven en het model voor de legitimatiekaart van de adviseur bestuurlijke vervolging bepalen.
De Minister kan de kentekens en andere middelen ter identificatie van de adviseur bestuurlijke vervolging bij de uitoefening van hun functie en van hun voertuigen bepalen. ".
Article 185. Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt:
" Art. 27. § 1. De Regering:
1° wijst de bevoegde diensten en een of meerdere ambtenaren van de administratieve overheid, statutaire of contractuele personeelsleden aan;
2° garandeert de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de ambtenaren van de administratieve overheid;
3° organiseert de opleiding van de ambtenaren van de administratieve overheid voor de toepassing van dit decreet;
4° bepaalt het vereiste kwalificatieniveau en de voorwaarden inzake betrouwbaarheid van de ambtenaren van de administratieve overheid. De ambtenaar van administratieve overheid neemt geen beslissing in een dossier waarvoor hij in een andere hoedanigheid reeds is opgetreden of als hij een rechtstreeks of onrechtstreeks belang heeft in een onderneming of een instelling betrokken bij de procedure.
§ 2. De Regering kan de uitoefening van de taken van de ambtenaar van de administratieve overheid bepalen. ".
Article 186. Artikel 3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 1990 houdende oprichting van "Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.E.P.)" (Wetenschappelijk Instituut van Openbare dienst in het Waalse Gewest), wordt aangevuld met de woorden "5° Leefmilieu-Gezondheid".
Article 187. Artikel 7 van het decreet van 7 juni 1990 houdende oprichting van "Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.e.P.)" (Wetenschappelijk Instituut van Openbare dienst in het Waalse Gewest), wordt aangevuld met een derde paragraaf luidend als volgt:
" § 3. De Regering kan toelagen toekennen, binnen de perken van de begrotingskredieten, voor acties op het gebied van milieu-gezondheid. Deze toelagen kunnen worden ingezet in het kader van de uitvoering van de maatregelen van een plan inzake milieu-gezondheid (ENVIeS), dat door de Regering is goedgekeurd, en worden toegekend aan de privé-sector, aan de openbare sector of aan universiteiten.
De Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toekenning van de toelagen. ".
Article 188. In artikel 10 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, laatst gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019 betreffende milieudeliquentie worden de woorden "en wanneer deze verhoging van dien aard is dat ze het welzijn van de dieren aantast" ingevoegd na de woorden "of wanneer ze het aantal dieren van de inrichting verhoogt".
Article 189. § 1. Voor het boekjaar 2022 worden de bedragen in de tabel van artikel 318 van het reglementair deel van het Waalse wetboek van Sociale actie en Gezondheid geïndexeerd en met één procent verhoogd.
§ 2. Voor de centra die tussen 1 januari 2014 en 31 december 2018 worden erkend, wordt het eerste forfaitair bedrag toegekend op basis van § 7 van artikel 313 van het Reglementair deel van Sociale actie en Gezondheid geïndexeerd en met één procent verhoogd.
§ 3. Voor de centra die vanaf 1 januari 2019 worden erkend, wordt het eerste forfaitair bedrag toegekend op basis van paragraaf 7 van artikel 313 van het Reglementair deel van Sociale actie en Gezondheid, geïndexeerd.
Article 190. De erkenningen van de arbeidsgeneeskundige diensten bedoeld in artikel 106 van het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming, vallend onder het Waals Gewest en verstrijkend op 31 december 2021, worden van rechtswege verlengd tot 31 december 2022.
Article 191. Artikel 469 van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 469. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, verleent de Regering of diens afgevaardigde, aan het erkende coördinatiecentrum, een toelage voor de uitvoering van de opdrachten bepaald bij dit hoofdstuk, volgens de voorwaarden en modaliteiten die zij vaststelt.
Deze toelage wordt gebruikt om de bezoldigingskosten van de geschoolde beroepskrachten bedoeld in de artikelen 448 tot 450 alsook de werkingskosten. Hat aantal geschoolde beroepskrachten dat in aanmerking wordt genomen, wordt bepaald in het besluit tot erkenning van het erkende centrum.
De toelage bestaat uit een forfaitair gedeelte en een variabel gedeelte. Het forfaitair gedeelte is gelijk aan 85% van de toelage.
Het variabele gedeelte, dat met het saldo van de toelage overeenstemt, neemt het dynamisme van het erkende coördinatiecentrum in aanmerking.
De criteria voor de berekening van dit gedeelte houden rekening met de gemiddelde activiteit van elk erkend coördinatiecentrum. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de activiteit van elk centrum nader te bepalen aan de hand van indicatoren die in overleg met de federaties worden ontwikkeld, rekening houdend met de werklast die inherent is aan elk type opdracht.
De Regering bepaalt de modaliteiten betreffende de verdeling van het variabele gedeelte. ".
Article 192. § 1. Dit artikel is van toepassing op toeristische operatoren die hun activiteiten niet meer volledig kunnen voortzetten als gevolg van de door de overstromingen van juli 2021 veroorzaakte schade.
Om het bestaan van hun schuldvordering en de totale onmogelijkheid om hun activiteiten voort te zetten aan te tonen, moeten de toeristische operatoren de volgende documenten en stukken per aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek, aan het "Commissariat Général au Tourisme" (Commissariaat-generaal voor Toerisme) zenden :
1° de volledige gegevens van de toeristische operator die de schorsing vraagt van de voorwaarden met betrekking tot het behoud van zijn vergunning of erkenning bedoeld in artikel 3 van dit "boek";
2° een uittreksel uit de kadastrale legger ter illustratie van de situatie van de infrastructuren of uitrustingen waarvan het gebruik ten gevolge van de ramp onmogelijk is gemaakt;
3° de aangifte van de schade bij de verzekeringsmaatschappij van de toeristische operator.
§ 2. Bepaalde voorwaarden voor het behoud van de vergunning of de erkenning van de toeristische operator, bepaald in het Waalse Toerismewetboek, worden geschorst vanaf 14 juli 2021 voor een periode van maximum één jaar of op de datum van de vervroegde hervatting van de activiteit, die aan het "Commissariat Général au Tourisme" moet worden gemeld per aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek.
1° met betrekking tot toeristische organisaties en attracties, gaat het om voorwaarden met betrekking tot de toegankelijkheid van de lokalen voor het publiek, de openingsuren, de aanwezigheid van een personeelslid in de lokalen;
2° wat toeristische logiesverstrekking betreft, gaat het om voorwaarden met betrekking tot het toeristisch gebruik van de logiesverstrekking of het verstrekken van logies aan toeristen of via verenigingen voor sociaal toerisme en hun aangeslotenen.
Behalve in het geval van een bij ministerieel besluit toegestane afwijking blijven de overige voorwaarden voor handhaving van de vergunning of erkenning van toeristische ondernemingen van toepassing.
De in § 2, eerste lid, bedoelde voorwaarden worden eveneens opgeschort wat betreft de voortzetting van het voordeel van de aan deze toeristische actoren toegekende subsidies vanaf 14 juli 2021 voor een maximumperiode van één jaar of op de datum van de verwachte hervatting van de activiteit.
§ 3. In geval van totale vernietiging van het voorwerp waarop het subsidiebeluit betrekking heeft en de onmogelijkheid om het te herstellen, vervalt de voorwaarde om het gebruik ervan als toeristische attractie te handhaven voor het resterende deel van de periode waarin de subsidie is verleend en gehandhaafd.
Dit artikel treedt met terugwerkende kracht in werking op 14 juli 2021.
Article 193. § 1. Dit artikel is van toepassing op de toeristische accommodaties die ter beschikking van slachtoffers van rampen worden gesteld voor een periode van ten minste drie maanden.
§ 2. De machtigingen of erkenningen alsook de subsidies die worden toegekend aan toeristische accommodaties die ter beschikking worden gesteld van door een ramp getroffen burgers voor een minimumperiode van drie maanden, blijven gehandhaafd niettegenstaande de niet-naleving van de voorwaarde betreffende de handhaving van de toeristische bestemming zoals bedoeld in de bepalingen van het Waals Toerismewetboek.
De opschorting van deze voorwaarde als bedoeld in de bepalingen van het Waals Toerismewetboek is voorzien voor een maximumperiode van één jaar of op de datum van de verwachte hervatting van de toeristische activiteit, die per aangetekende brief als bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek aan het "Commissariat Général au Tourisme" moet worden gemeld.
Het voordeel van de opschorting van deze voorwaarde van toeristische bestemming wordt enkel toegekend op voorwaarde dat het "Commissariat général au Tourisme" via een aangetekende brief zoals bedoeld in artikel 1.D.22° van het Waalse Toerismewetboek in kennis wordt gesteld van de overeenkomst van precaire bewoning of de huurovereenkomst van woonst, ondertekend door de uitbater of de eigenaar van de toeristische accommodatie en de burger die het slachtoffer is geworden van het ongeval. Het "Commissariat Général au Tourisme" behoudt zich het recht voor de mededeling te verlangen van de schadeaangifte van de gedeponeerde burger aan diens verzekeringsmaatschappij of, bij ontstentenis van verzekering, elk ander bewijs waaruit het bestaan van de schade blijkt.
Dit artikel treedt met terugwerkende kracht in werking op 14 juli 2021.
Article 194. In het Waalse Toerismewetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
In artikel 34.D, worden de woorden "voor de aanneming van de programma-overeenkomst" vervangen door de woorden "voor de aanneming en de hernieuwing van de programma-overeenkomst".
In artikel 34/2.AGW, wordt een nieuw paragraaf 5 ingevoegd, luidend als volgt:
" § 5. Na afloop van de periode van drie jaar bedoeld in artikel 34.D, eerste lid, 5°, wordt een nieuw programma-overeenkomst gesloten die het voorwerp uitmaakt van een nieuwe goedkeuring volgens de procedure bedoeld in paragraaf 1, tenzij de Minister in een vereenvoudigde procedure voor deze goedkeuring voorziet. ".
Artikel 207 wordt aangevuld als volgt:
"Voor de ruimten voor de ontvangst op de hoeve bedoeld in artikel 252/1, 1°, van het Wetboek, kan het "Commissariat Général au Tourisme" (Commissariaat-Generaal voor Toerisme) de bevoegde autoriteit verzoeken om een attest van vrijstelling van de stedenbouwkundige vergunning in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling.".
In artikel 252, 2°, worden de woorden "in de onmiddellijke nabijheid van" vervangen door de woorden "bij".
In artikel 402/2, laatst lid, worden de woorden "tien jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
In artikel 434.D, worden de woorden "voor gebouwen en in twee categorieën voor terreinen" ingevoegd tussen de woorden "in drie categorieën" en "volgens de normen die".
In artikel 438.AGW, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Het bedrag van de forfaitaire bijdrage bedoeld in artikel 437.D bedraagt :
wat gebouwen betreft :
- 170 euro voor een plaats waar minder dan 40 jongeren worden opgevangen;
- 205 euro voor een plaats waar 40 tot minder dan 60 jongeren worden opgevangen;
- 250 euro voor een plaats waar méér dan 60 jongeren worden opgevangen;
wat terreinen betreft :
- 170 euro voor een plaats waar minder dan 50 jongeren worden opgevangen;
205 euro voor een plaats waar 50 tot minder dan 80 jongeren worden opgevangen;
250 euro voor een plaats waar méér dan 80 jongeren worden opgevangen. ".
Artikel 440. BWR, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:
- In punt 1°, worden de woorden "en voor gebouwen" ingevoegd tussen de woorden "van artikel 332.D" en de woorden ", een afschrift van het brandveiligheidsattest;";
- in punt 2°, worden de woorden "en voor gebouwen" ingevoegd tussen de woorden "van artikel 347.D" en de woorden ", een afschrift van het vereenvoudigd controleattest;";
- een punt 6° wordt toegevoegd, luidend als volgt:
"6° het bewijs dat de betrokken bevoegde gemeentelijke overheid toestemming heeft verleend om jeugdbewegingen op het terrein te ontvangen.".
Artikel 452.D wordt aangevuld als volgt:
De normen van het label kunnen verschillend zijn voor een gebouw of een terrein.".
Artikel 453.D wordt aangevuld als volgt:
"Als één enkele VZW aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 455 en 457 van het Wetboek kan voldoet, dan is de verlenging niet beperkt tot één keer.".
In artikel 462.D, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- In het eerste lid, worden de woorden "van de soort "gebouw"" ingevoegd tussen de woorden "van een kampplaats" en de woorden "is afhankelijk van";
- Het artikel wordt aangevuld als volgt met een derde en een vierde lid:
"Het label voor de kampplaatsen van de soort "terreinen" wordt onderworpen aan de naleving van de voorwaarden bepaald door de Regering.
Ze kunnen betrekking hebben op :
1° de kenmerken van het terrein en de omgeving ervan, zoals meer bepaald de opvangcapaciteit ten opzichte van de grondoppervlakte, de toegankelijkheid van het terrein, de afbakening ervan;
2° de uitrusting van het terrein, zoals de toegang tot drinkwater, de terbeschikkingstelling of bouw van sanitaire voorzieningen";
3° de situatie in de nabijheid van het terrein ;
4° het zedelijk gedrag van de aanvrager, van de labelhouder en van de persoon belast met het dagelijks beheer van het terrein;
5° de overeenkomst die bij elke bezetting moet worden ondertekend;
6° de maximale prijs van de overnachting per persoon en de voor de lasten verlangde kostprijs;
7° de minimale duur van de terbeschikkingstelling van het terrein;
8° de naleving van de kalmte van de buurt;
9° het afvalbeheer. ".
Artikel 463.BWR wordt gewijzigd als volgt:
- in het eerste lid, worden de woorden "Elke kampplaats moet de volgende criteria vervullen" vervangen door de woorden " § 1. "Elke kampplaats van de soort "gebouw" moet de volgende criteria vervullen".
- in paragraaf 1, wordt een nieuw tweede lid opgesteld als volgt :
"Elke kampplaats van de soort "terrein" moet de volgende criteria vervullen":
1° hij stemt overeen met de door de Minister bepaalde minimale normen;
2° hij is niet gelegen op hetzelfde terrein als een toeristische logiesverstrekkende inrichting die gemachtigd is om één van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 11° en 12° te gebruiken;
3° hij is inderdaad beschikbaar als kampplaats tijdens een minimale duur van 6 weken in de zomer;
4° het terrein ziet er verzorgd uit, is in goede staat; voor elke verhuring wordt hij gemaaid;
5° ofwel hij buiten een bewoonde kern gelegen is, op een afstand die de kalmte van de omwoners verzekert, ofwel de labelhouder of de persoon belast met het dagelijkse beheer van de kampplaats, of bij gebrek een behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke, ter plaatse voortdurend woont, of in de onmiddellijke nabijheid en, in dit geval, zorgt hij voor de goede toepassing van de huurovereenkomst en voor de strikte naleving van de rust van de omwoners.
De Minister van Toerisme kan de hierboven opgesomde criteria aanvullen. " ;
- in paragraaf 2, wordt het eerste streepje aangevuld als volgt :
"in afwachting van de herziening van bijlage 27 wat de terreinen betreft, kan de Minister beslissen over de elementen die moeten worden opgenomen in de overeenkomsten voor kampplaatsen van de soort "terrein" op basis van een aanpassing van bijlage 27";
- in paragraaf 2, wordt het tweede streepje gewijzigd als volgt :
"de verhuurprijs per persoon en per nacht is kleiner dan 3,5 euro lasten niet inbegrepen, voor gebouwen en 1,5 euro, lasten biet inbegrepen, voor terreinen. Artikel 464.BWR wordt aangevuld als volgt:
"In afwachting van de herziening van bijlage 26 wat de terreinen betreft, kan de Minister van Toerisme beslissen over de normen waaraan de kampplaatsen van de soort "terrein" moeten voldoen met het oog op hun indeling per categorie, op basis van een aanpassing van bijlage 26.".
In artikel 465.D, worden de woorden "van de soort "gebouw"" ingevoegd tussen het woord "kampplaatsen" en de woorden "moeten voldoen".
Artikel 467.AGW , eerste lid, wordt aangevuld als volgt:
"De Minister bepaalt de modaliteiten met betrekking tot de zichtbaarheid van het schild voor de kampplaatsen van het soort "terrein".".
Article 195. Voor 2022 wordt artikel 594.D van het Waalse Toerismewetboek vervangen door de volgende bepaling:
"Art. 594.D. § 1. Wat betreft de federaties voor toerisme, bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 30 % van de kostprijs van de actie of de toeristische promotiecampagne.
§ 2. Wat betreft de "maisons du trourisme", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 100 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.
§ 2. Wat betreft de "offices du tourisme", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 30% van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.
In het geval van het sluiten van een partnerschapsovereenkomst met het "maison du tourisme" van zijn ambtsgebied, die de rol van iedereen bepaalt ten opzichte van de verschillende opdrachten die hen worden toegekend, wordt het subsidiepercentage op 40 % gebracht.
§ 4. Wat betreft de "syndicats d'initiative", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 40 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne. In het geval van het sluiten van een partnerschapsovereenkomst met het "maison du tourisme" van zijn ambtsgebied, die de rol van iedereen bepaalt ten opzichte van de verschillende opdrachten die hen worden toegekend, wordt het subsidiepercentage op 50 % gebracht.
§ 5. Voor de acties of toeristische promotiecampagnes opgenomen in de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks door de Regering worden bepaald of in het geval van samenwerking met "Wallonie Belgique Tourisme", wordt het subsidiepercentage bedoeld in de paragrafen 1, 3 en 4 op 50 % gebracht. "
Article 196. Het "Agence pour l'entreprise et l'innovation" (Agentschap Ondernemen en Innoveren), afgekort : " A.E.I. ", opgericht bij het Waalse decreet van 28 november 2013 "houdende oprichting van het "Agence pour l'Entreprise et l'Innovation" (Agentschap Ondernemen en Innoveren), afgekort : " A.E.I." wordt ontbonden overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van bedoeld Decreet.
Het nemen van passende maatregelen om de praktische aspecten van de vereffening te regelen, het lot van de dochterondernemingen "Agence du Numérique" (afgekort "A.D.N.") en "Office économique wallon du bois" te bepalen, en de overdracht van de gedelegeerde opdrachten die bij voormeld decreet van 28 november 2013 of bij later besluit aan het A.E.I. zijn toevertrouwd, wordt toevertrouwd aan de Algemene Vergadering van de AEI.
De regels van het Wetboek van Vennootschappen zijn van toepassing op deze vereffening.
Article 197. In artikel 124 van het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering, wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt:
"De aanvragen om stedenbouwkundige vergunning, globale vergunningen of geïntegreerde vergunning bedoeld in artikel 23 die vóór de inwerkingtreding van dit decreet worden ingediend, alsmede de desbetreffende administratieve beroepen worden behandeld volgens de op datum van indiening van de aanvraag vigerende regels. ".
Article 198. Artikel 5, § 3, van het decreet van 21 december 1989 betreffende de diensten voor het openbaar vervoer in het Waalse Gewest wordt opgeheven.
Article 199. In afwijking van artikel 16, eerste lid, 1° en 2°, van het besluit van de Waalse Regering van 16 mei 2019 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en tot opheffing van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, bedraagt de bezoldiging van de onderdaan van een derde land voor 2022 minstens:
1° 44.097 euro voor hooggekwalificeerde personen en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
2° 73.570 euro voor leidinggevend personeel en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken.
Article 200. In afwijking van artikel 83 van het besluit van de Waalse Regering van 16 mei 2019 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en tot opheffing van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, bedraagt de bezoldiging van de onderdaan van een derde land voor 2022 minstens:
1° 57.019 euro voor ICT-leidinggevenden en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
2° 45.615 euro voor ICT-deskundigen en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
3° 28.056 euro voor ICT-stagiair-werknemers en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken.
Article 201. Artikel 10/4 van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt gewijzigd als volgt:
"1. Het Agentschap stort een bedrag aan de Waalse verzekeringsinstellingen om de uitgaven gebonden aan de prestaties en tussenkomsten bedoeld in artikel 43/7 van het Wetboek te dekken via:
1° vier driemaandelijkse voorschotten tijdens het jaar N;
2° een regularisering van de bedragen betreffende het jaar N in de loop van het jaar N+1.
De eerste drie voorschotten komen overeen met een globale enveloppe die het vierde van de begroting van de paritaire opdrachten betrokken voor het lopende jaar N vertegenwoordigt. Deze enveloppe wordt verdeeld tussen de Waalse verzekeringsinstellingen op basis van de uitgaven aangegeven in de modellen N bedoeld in paragraaf 2 van het jaar N-2.
Het bedrag van het vierde en laatste voorschot, gefinancierd uit het saldo van de begroting voor de paritaire opdrachten van het lopende jaar N en dat niet hoger mag zijn dan het bedrag, wordt door het Agentschap vastgesteld op basis van de laatste simulaties van de interventiesvoor het jaar N door de Waalse verzekeringsinstellingen. ".
Article 202. Artikel 43/11, § 3, van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt gewijzigd als volgt:
" § 3. Om de in artikel 43/7 bedoelde opdrachten te vervullen, stort het Agentschap op de eerste werkdag van elk kwartaal een voorschot aan de Waalse verzekeringsinstellingen, dat gelijk is aan één vierde van de jaarlijkse uitgaven vermeld in de begroting vastgesteld door het Agentschap om de in hetzelfde artikel bedoelde prestaties en tussenkomsten te dekken.
Op de eerste dag van het vierde kwartaal betaalt het Agentschap aan de Waalse verzekeringsinstellingen een bedrag dat door het Agentschap wordt vastgesteld aan de hand van de door de Regering vastgestelde criteria en waarvan het bedrag ligt tussen het bedrag dat in elk van de voorgaande kwartalen van het jaar is gestort en een bedrag dat overeenstemt met een nauwkeuriger raming van de werkelijke uitgaven die met dit voorschot moeten worden gedekt. De betaling van dit vierde voorschot doet geen afbreuk aan de aanvullende voorschotten bedoeld in het vierde lid van deze paragraaf.
De Regering bepaalt de berekening van de voorschotten, de verdeling ervan over de Waalse verzekeringsinstellingen alsook de opstelling van de voorlopige en definitieve rekeningen die recht kunnen geven op regularisatie. Ze stelt de criteria vast voor het bepalen van het bedrag van het voorschot voor het vierde kwartaal. Dit voorschot mag niet meer bedragen dan een vierde van de jaarlijkse uitgaven opgenomen in de door het Agentschap opgestelde begroting ter dekking van de in dat artikel bedoelde prestaties en tussenkomsten.". ".
Article 203. Het tweede lid van artikel 28/1 van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt gewijzigd als volgt:
"De kredieten toegekend voor de paritaire opdrachten zijn niet-limitatief.".
Article 204. In artikel 43/11, § 3, laatste lid, wordt de zin "Binnen een termijn van vijf werkdagen kan het Agentschap dit voorschot toekennen mits de instemming van de Minister van Begroting en van de in artikel 6 bedoelde financiële en budgettaire Monitoringsraad" vervangen door de zin "Binnen een termijn van vijf werkdagen kan het Agentschap dit voorschot toekennen en stelt de financiële en budgettaire Monitoringsraad daarvan in kennis".
Article 205. Het laatste lid van artikel 10/4, § 1, wordt gewijzigd als volgt:
"Indien het bedrag van de uitgaven lager is dan de voorschotten, betaalt de Waalse verzekeringsinstelling het verschil terug aan het Agentschap".
Article 206. In artikel 11/1, § 1, tweede lid, van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid, worden de woorden "of diens afgevaardigde" telkens ingevoegd na het woord "Regering".
Article 207. In artikel 18/1, § 1, tweede lid, van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid, worden de woorden "of diens afgevaardigde" telkens ingevoegd na het woord "Regering".
Article 208. Artikel 88 van het decreet van 2 mei 2019 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de preventie en de bevordering van de gezondheid wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt:
"De bepalingen genomen ter uitvoering van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap, opgeheven bij het decreet van 2 mei 2019 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de preventie en de bevordering van de gezondheid blijven van kracht tot zij door de Regering worden gewijzigd of opgeheven. ".
In artikel 89 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "twee jaar en zes maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar en zes maanden";
2° de woorden "eenentwintig maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
In artikel 90 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "eenentwintig maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
2° de woorden "twee jaar en zes maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar en zes maanden".
Article 209. § 1. In afwijking van artikel 4, §§ 1 en 2, van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleidingen voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, is de alternerende opleiding toegankelijk voor elke niet-werkende werkzoekende ingeschreven bij de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling).
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder niet-werkende werkzoekende: elke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
geen betaalde beroepsactiviteit uitoefent ;
een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;
In afwijking van het eerste lid is de alternerende opleiding niet toegankelijk voor de werkzoekende die als leerling ingeschreven is voor een gelijksoortig beroep bij een onderwijsoperator, noch bij een erkende operator alternerende opleiding.
§ 2. Wanneer de uitvoering van de alternerende opleiding plaatsvindt tijdens de periode van de inschakelingsstage bedoeld in artikel 36, § 1, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, bedraagt de duur ervan minder dan negen maanden.
In afwijking van artikel 5 van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en wanneer de niet-werkende werkzoekende bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, niet in aanmerking komt voor een inschakelings-, werkloosheids- of beschermingsuitkering krachtens het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering noch voor een leefboon ingevoerd door de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, moet de alternerende opleiding:
1° minder dan 150 uur opleiding op jaarbasis bij een opleidingsoperator omvatten;
2° en minder dan 20 uur opleiding op weekbasis bij de werkgever omvatten.
§ 3. Het in het eerste lid, 1°, bedoelde aantal uren wordt berekend in verhouding tot de totale duur van de opleiding.
De paragrafen 1 en 2 zijn van toepassing op elke overeenkomst voor alternerende opleiding gesloten tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 en voor de hele duur ervan.
Article 210. § 1. De Forem organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° voor het rijbewijs categorie B:
een theoretische opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
- 30 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
een examenonderdeel dat bestaat uit :
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
- de kosten van de risicoperceptietest:
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
2° voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
een theoretische opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
- 8 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
een examenonderdeel dat bestaat uit :
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
§ 2. Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 112,5 € inclusief belastingen ;
- 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.680 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 190 € inclusief belastingen.
voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 € inclusief belastingen ;
- 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 € inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
de kosten van de risicoperceptietest:
de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij Forem;
2° in het bezit zijn van ten hoogste het einddiploma middelbaar onderwijs of een gelijkwaardig diploma;
3° zijn hoofdverblijfplaats in het Franse taalgebied hebben;
4° behoren tot een van de volgende categorieën van doelpubliek :
in 2022 een kwalificerende of prekwalificerende opleiding van ten minste 4 weken hebben voltooid of volgen in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
in de loop van het jaar 2022, een opleiding in een centrum voor socioprofessionele inschakeling ("CISP") hebben afgerond of volgen;
in het jaar 2022 ondersteund zijn of worden door een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of door een begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling;
in de loop van het jaar 2022 een leefloon of een financiële tegemoetkoming hebben ontvangen of ontvangen en in de loop van het jaar 2022 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een Forem-medewerker in het kader van de kaderovereenkomst tussen de Forem en de OCMW's;
op het ogenblik van de inschrijving in de rijschool een arbeidsovereenkomst hebben in het kader van de artikelen 60, § 7 en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare centra voor maatschappelijke welzijn en in de loop van het jaar 2022 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een Forem-agent in het kader van de kaderovereenkomst tussen Forem en het OCMW;
in de loop van het jaar 2022 een kwalificerende opleiding tot gezinhelp(st)er in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding hebben voltooid of volgen;
in 2022 een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of volgen in een opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum dat erkend is door het Waals Agentschap voor de Levenskwaliteit en in 2021 het voorwerp uitmaken of uitmaken van begeleidingsacties in het kader van de overeenkomst tussen de Forem en het "AVIQ";
geslaagd zijn voor het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B na het volgen van een opleiding "theoretisch rijbewijs" in 2019, 2020, 2021 of 2022 bij een plaatselijke openbare overheid, een vzw gesubsidieerd door het Waals Gewest of een school gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en behoren tot één van de categorieën van het doelpubliek bedoeld in de punten a), b), c), d), e), f) of g).
In afwijking van lid 1 zijn niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door "IFAPME" overeenkomstig artikel 209 van dit decreet of door "FOREm" overeenkomstig artikel 219 van dit decreet, uitgesloten van de in lid 1 bedoelde opleiding.
Onder prekwalificerende opleiding in de zin van lid 1, 4°, a) wordt verstaan een opleiding die de verwerving mogelijk maakt van de kennis die nodig is voor de inschrijving voor een kwalificerende opleiding.
Onder kwalificerende opleiding in de zin van het eerste lid, 4°, a), f) en g) wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.
Voor de toepassing van de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 1°, worden de werkzoekenden, vermeld in het eerste lid, 4°, e), gelijkgesteld met niet-werkende werkzoekenden die ingeschreven zijn bij de Forem.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de werkzoekende is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert FOREm werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het werkplan of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, b), en c) wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of het betrokken centrum voor socioprofessionele inschakeling of de betrokken begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, d) en e), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, g), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum erkend door het betrokken "Agence wallonne pour une Vie de Qualité" (Waalse Agentschap voor de Kwaliteit van het Leven).
Indien de door FOREm geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en 2°, b) en voor de risicoperceptietest en het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje en 2°, c), tweede streepje.
Indien de door FOREm geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lied, 1°, c), derde streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door FOREm overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.
Article 211. De Minister van Tewerkstelling verleent een toelage ten laste van de begroting 2022 aan de vzw's AIGS en Artikel XXIII, of aan elke andere begunstigde, met het oog op de begeleiding van de meest kwetsbare werkzoekenden met meervoudige problemen van psycho-medisch-sociale aard, via multidisciplinaire en gecoördineerde zorg, met het oog op professionele inschakeling. De modaliteiten voor de subsidiering zijn vastgelegd in een meerjarenovereenkomst tussen de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling), het Agentschap voor een Kwaliteitsvol Leven en de vzw's AIGS en/of Artikel XXIII.
Article 212. Wijziging van het decreet van 23 maart 1995 houdende oprichting van een Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten dat moet zorgen voor de opvolging en de controle op de beheersplannen van de gemeenten en provincies en dat het financiële evenwicht van de gemeenten en provincies van het Waalse Gewest moet helpen handhaven:
Artikel 5 van het decreet van 23 maart 1995 wordt aangevuld met een paragraaf 15:
"15. Met instemming en onder de voorwaarden van de Waalse Regering, is het Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten ertoe gemachtigd om, ten gunste van de inrichtende machten van de voorzieningen voor de opvang van rondreizende bevolkingsgroepen, de uitbetaling te verzekeren van de investeringen die in aanmerking zijn gekomen voor de toekenning door de Waalse Regering van een subsidie. ".
Article 213. § 1. Artikel 6, § 1, eerste lid, van het Decreet van 19 maart 2009 betreffende de instandhouding van het gewestelijke openbaar wegen- en waterwegendomein wordt het eerste lid vervangen als volgt:
" Art. 6. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de ambtenaren van de federale politie en de lokale politie voor de toepassing van de bepalingen van dit decreet kunnen de controle, de opsporing en de vaststelling van de volgende overtredingen toevertrouwd worden aan statutaire of contractuele gewestelijke agenten aangewezen overeenkomstig § 2:
1° de overtredingen bepaald in de artikelen 5 en 5bis van dit decreet;
2° de overtredingen van de communautaire regelgeving zoals bepaald in artikel 5, 16°, van de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg, van dezelfde wet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
3° de overtredingen van de communautaire regelgeving zoals bepaald in artikel 5, 16°, van de wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006, van dezelfde wet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
4° van de bepalingen van het Reglement betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, opgenomen als bijlage aan Aanhangsel C van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF), gesloten te Vilnius op 3 juni 1999, zoals gewijzigd, van het Europees verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, getekend te Genève op 30 september 1957, zoals gewijzigd en van het koninklijk besluit van 28 juni 2009 Koninklijk besluit betreffende het vervoer via de weg of per spoor van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2013;
5° de overtredingen van de bepalingen van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen,".
§ 2. In het decreet van 19 maart 2009 betreffende de instandhouding van het gewestelijke openbaar wegen- en waterwegendomein wordt een artikel 8ter ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 8ter. De domaniale politieagenten kunnen door de procureur-generaal bij het Hof van Beroep worden gemachtigd om de procedure toe te passen die in de volgende koninklijke besluiten wordt geregeld:
1° het koninklijk besluit van 24 maart 1997 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige overtredingen inzake het vervoer over de weg van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, zoals gewijzigd;
2° het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg, zoals gewijzigd;
3° het koninklijk besluit van 1 september 2006 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen;
4° het koninklijk besluit van 27 februari 2013 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen en tot wijziging van de koninklijke besluiten van 24 maart 1997, 19 juli 2000, 22 december 2003 en 1 september 2006 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van sommige overtredingen."
Article 214. De uitgaven bedoeld in artikel 31.01 (vakdomein 099.024 (ESER-code 31)) van programma 18.06 (WBFIn-programma 18.099) kunnen worden vereffend overeenkomstig de ingevoerde regeling voor de toepassing van het decreet van 21 december 2016 houdende de toekenning van steun via een in het Waalse Gewest geïntegreerd steunportfolio aan projectontwikkelaars en kleine en middelgrote ondernemingen, ter vergoeding van de diensten ter bevordering van het ondernemerschap of de groei, en strekkende tot de oprichting van een databank van authentieke bronnen die verbonden is met die geïntegreerde portfolio.
Article 215. In artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 53 van 16 juni 2021 betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "wordt de referentieperiode die loopt van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van het forfaitaire bedrag van de dagverzorgingscentra voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "worden de referentieperiodes die lopen van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van de forfaitaire bedragen van de dagverzorgingscentra voor de jaren 2022 en 2023";
2° in het tweede lid worden de woorden "van het forfaitaire bedrag voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "van de forfaitaire bedragen voor de jaren 2022 en 2023".
Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt:
1° in het eerste lid worden de woorden "wordt de referentieperiode die loopt van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van het forfaitaire bedrag van de rust- en verzorgingstehuizen en de rustoorden voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "worden de referentieperiodes die lopen van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van de forfaitaire bedragen van de rust- en verzorgingstehuizen en de rustoorden voor de jaren 2022 en 2023";
2° in het tweede lid worden de woorden "van het forfaitaire bedrag voor het jaar 2022" vervangen door de woorden "van de forfaitaire bedragen voor de jaren 2022 en 2023".
Article 216. § 1. IFAPME organiseert voor de leerlingen die zijn ingeschreven voor opleidingen binnen het IFAPME-netwerk, de toegang tot opleidingen die hen in staat stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° voor het rijbewijs categorie B:
een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
- 30 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de leerling niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
een examenonderdeel bestaande uit :
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
- de kosten van de risicoperceptietest:
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen;
2° voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
- 8 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de leerling niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
een examenonderdeel bestaande uit :
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de leerling niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de leerling niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
§ 2. IFAPME stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de leerling de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door IFAPME vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 112,5 € inclusief belastingen ;
- 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.680 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 190 € inclusief belastingen;
voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 € inclusief belastingen ;
- 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 € inclusief belastingen;
4° de rijschool vergoedt de leerling de volgende gemaakte kosten:
de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
de kosten van de risicoperceptietest;
de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
IFAPME deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke leerling die voldoet aan de in § 3 bedoelde voorwaarden, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de leerling onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° ingeschreven zijn in een IFAPME-opleiding in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door IFAPME wordt opgesteld;
2° na tussen 1 september 2021 en 30 november 2022 een minimumduur van drie maanden alternerende opleiding hebben gevolgd en een alternerende opleiding volgen op het ogenblik van de aanvraag tot opleiding voor het rijbewijs, volgens de modaliteiten bepaald door IFAPME:
hetzij in het kader van een alternerende overeenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 2015 betreffende de alternerende overeenkomst;
hetzij in het kader van een stageovereenkomst in de zin van het besluit van de Waalse regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen;
3° de leeftijd hebben van:
15 jaar en 9 maanden voor het volgen van het theoretisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, lid 2, 2°, onder a), en het theoretisch examen bedoeld in § 1, lid 2, 2°, onder c), eerste streepje ;
16 jaar voor het volgende van het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, b), en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, c), derde streepje ;
17 jaar voor het volgen van de opleidingsonderdelen bedoeld in § 1, lid 2, 1°, en b), en het afleggen van het theoretisch examen bedoeld in § 1, lid 2, 1°, c), eerste streepje ;
18 jaar voor het afleggen van de risicoperceptietest en het praktijkexamen bedoeld in § 1, tweede lid, onder 1°, c), tweede en derde streepje;
4° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.
De minderjarige leerling moet de ouderlijke toestemming aan IFAPME bezorgen om de in § 1 bedoelde opleiding te kunnen volgen.
La consultation de ce document ne se substitue pas à la lecture du Moniteur belge correspondant. Nous déclinons toute responsabilité pour d'éventuelles inexactitudes résultant de la transcription de l'original dans ce format.
Ce texte est publié selon les conditions de réutilisation propres à Justel, et non sous une licence Legalize ou du domaine public.
Justel
Licence ouverte / open data fédéral belge (CC0 par défaut)