22 DECEMBRE 2021. - Décret contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2022. - Addendum

Type Décret
Publication 2022-11-30
État En vigueur
Département Service public de Wallonie
Source Justel
articles 330
Historique des réformes JSON API

De leerling kan slechts één enkele opleiding volgen voor het rijbewijs bedoeld in § 1, alle categorieën inbegrepen.

De leerling die in aanmerking komt met betrekking tot de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van IFAPME aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:

1° de leerling is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;

2° de leerling is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";

3° het rijbewijs van de leerling is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.

§ 4. Indien de leerling reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en 2°, b) en voor de risicoperceptietest en het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje en 2°, c), tweede streepje.

Indien de leerling reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lied, 1°, c), derde streepje.

§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de leerling zich overeenkomstig § 4 in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.

Article 217. § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en onder de voorwaarden van dit artikel, kent IFAPME een heropbouwpremie van maximaal 2.000 euro toe aan de leerling die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

1° ingeschreven zijn als leerling in een IFAPME-centrum voor het opleidingsjaar 2021-2022 :

a)

hetzij als instapper en een alternerende overeenkomst in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 2015 betreffende de alternerende overeenkomst hebben gesloten en vóór 30 september 2022 ten minste drie maanden een alternerende opleiding hebben gevolgd;

b)

hetzij in het tweede leerjaar zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een alternerende overeenkomst;

c)

hetzij in het derde leerjaar zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een alternerende overeenkomst;

2° een opleiding volgen die leidt tot beroepen met een tekort aan arbeidskrachten in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door IFAPME wordt opgesteld;

3° voor de instapper in een opleiding die leidt tot een beroep met een tekort aan arbeidskrachten in de bouwsector, het voordeel hebben genoten van een maandelijkse verhoging van ten minste 100 euro toegekend door een onderneming uit de bouwsector bovenop de minimumschalen bepaald in artikel 2ter,

§ 2 van het kaderakkoord tot samenwerking betreffende de alternerende opleiding, afgesloten te Brussel op 24 oktober 2008 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie.

Onder instapper de zin van § 1, eerste lid, 1°, a), en 3°, wordt verstaan een leerling die zich in een bepaald opleidingsjaar voor het eerst voor een leertijd inschrijft en een eerste alternerende overeenkomst sluit.

§ 2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en onder de voorwaarden van dit artikel, kent IFAPME een heropbouwpremie van maximaal 2.000 euro toe aan de leerling die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

1° ingeschreven zijn als leerling in een IFAPME-centrum voor het opleidingsjaar 2021-2022 :

b)

hetzij als instapper en gedurende ten minste drie maanden vóór 30 september 2022 een stageovereenkomst in de zin van het besluit van de Waalse regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen hebben gesloten;

b)

hetzij in het tweede jaar van de ondernemersopleiding zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een stageovereenkomst;

c)

hetzij in het derde jaar van de ondernemersopleiding zitten en op het ogenblik van de toekenning van de eerste schijf van de heropbouwpremie tijdens het lopende opleidingsjaar ten minste drie maanden hebben gewerkt in het kader van een stageovereenkomst;

2° een opleiding volgen die leidt tot beroepen met een tekort aan arbeidskrachten in de sectoren bouw, hout en elektrotechniek, waarvan de lijst door IFAPME wordt opgesteld;

3° voor de instapper in een opleiding die leidt tot een beroep met een tekort aan arbeidskrachten in de bouwsector, het voordeel hebben genoten van een maandelijkse verhoging van ten minste 100 euro toegekend door een onderneming uit de bouwsector bovenop de minimumschalen bepaald in artikel 13ter van het besluit van de Waalse regering van 16 juli 1998 betreffende de stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen.

Onder instapper de zin van § 2, eerste lid, 1°, a), en 3°, wordt verstaan een leerling die in een bepaald opleidingsjaar voor het eerst wordt ingeschreven voor een voorbereidingsjaar, een coördinatie- en managementopleiding of een opleiding in ondernemerschap

§ 3. De heropbouwpremie voor de instapper bedoeld in § 1, 1°, a) bestaat uit verschillende schijven en wordt door IFAPME als volgt betaald:

1° een schijf van 700 euro moet worden betaald vóór 31 december 2022 ;

2° uiterlijk eind januari 2023 wordt een schijf van 600 euro betaald, op voorwaarde dat de leerling de opleiding die recht geeft op de heropbouwpremie, heeft voortgezet tot in het tweede jaar;

3° bij succesvolle voltooiing van de opleiding wordt een schijf van 700 euro betaald zodra een arbeidsovereenkomst of stageovereenkomst is gesloten, op voorwaarde dat de leerling een aanvraag indient bij IFAPME, overeenkomstig de door deze laatste vastgestelde nadere regels, en IFAPME elk document verstrekt waaruit blijkt dat een arbeidsovereenkomst of stageovereenkomst is gesloten in een van de sectoren waarop de heropbouwpremie betrekking heeft.

§ 4. De heropbouwpremie voor de leerling bedoeld in § 1, 1°, a) bestaat uit verschillende tranches en wordt door IFAPME als volgt betaald:

1° een schijf van 700 euro moet worden betaald tussen 31 januari 2022 en 30 juni 2022 ;

2° bij succesvolle voltooiing van de opleiding wordt een schijf van 700 euro betaald zodra een arbeidsovereenkomst of stageovereenkomst is gesloten, op voorwaarde dat de leerling een verzoek indient bij IFAPME, overeenkomstig de door deze laatste vastgestelde nadere regels, en IFAPME elk document verstrekt waaruit blijkt dat een arbeidsovereenkomst of stageovereenkomst is gesloten in een van de sectoren waarop de heropbouwpremie betrekking heeft.

§ 5. De heropbouwpremie voor de leerling bedoeld in § 1, 1°, c) wordt betaald door IFAPME in geval van succesvolle voltooiing van de opleiding en wordt uitgekeerd ten belope van 700 euro bij de sluiting van de arbeidsovereenkomst of een stageovereenkomst, op voorwaarde dat de leerling de aanvraag indient bij IFAPME, volgens de door deze laatste vastgestelde nadere regels, en aan IFAPME elk document verstrekt waaruit blijkt dat een arbeidsovereenkomst of een stageovereenkomst is gesloten in een van de sectoren waarop de heropbouwpremie betrekking heeft.

§ 6. De heropbouwpremie voor de instapper bedoeld in § 2, 1°, a) bestaat uit verschillende schijven en wordt door IFAPME als volgt betaald:

1° een schijf van 700 euro moet worden betaald vóór 31 december 2022 ;

2° uiterlijk eind januari 2023 wordt een schijf van 600 euro betaald, op voorwaarde dat de leerling de opleiding die recht geeft op de heropbouwpremie, heeft voortgezet tot in het tweede jaar;

3° bij succesvolle voltooiing van de opleiding wordt een schijf van 700 euro betaald zodra een arbeidsovereenkomst of stageovereenkomst is gesloten, op voorwaarde dat de leerling een verzoek indient bij IFAPME, overeenkomstig de door deze laatste vastgestelde nadere regels, en IFAPME elk document verstrekt waaruit blijkt dat een arbeidsovereenkomst is gesloten in een van de sectoren waarop de heropbouwpremie betrekking heeft.

§ 7. De heropbouwpremie voor de leerling bedoeld in § 2, 1°, b) bestaat uit verschillende schijven en wordt door IFAPME als volgt betaald:

1° een schijf van 700 euro moet worden betaald tussen 31 januari 2022 en 30 juni 2022 ;

2° bij succesvolle voltooiing van de opleiding wordt een schijf van 700 euro betaald zodra een arbeidsovereenkomst of stageovereenkomst is gesloten, op voorwaarde dat de leerling een verzoek indient bij IFAPME, overeenkomstig de door deze laatste vastgestelde nadere regels, en IFAPME elk document verstrekt waaruit blijkt dat een arbeidsovereenkomst is gesloten in een van de sectoren waarop de heropbouwpremie betrekking heeft.

§ 8. De heropbouwpremie voor de leerling bedoeld in § 2, 1°, c) wordt betaald door IFAPME in geval van succesvolle voltooiing van de opleiding en wordt uitgekeerd ten belope van 700 euro bij de sluiting van de arbeidsovereenkomst of een stageovereenkomst, op voorwaarde dat de leerling de aanvraag indient bij IFAPME, volgens de door deze laatste vastgestelde nadere regels, en aan IFAPME elk document verstrekt waaruit blijkt dat een arbeidsovereenkomst is gesloten in een van de sectoren waarop de heropbouwpremie betrekking heeft.

§ 9. IFAPME schort de betaling van elke schijf van de heropbouwpremie op zodra het vaststelt dat de leerling niet meer voldoet aan de voorwaarden die voor zijn toekenning zijn vastgesteld. IFAPME stelt de leerling elektronisch in kennis daarvan.

§ 10. De leerling ontvangt de heropbouwpremie slechts eenmaal.

Indien de leerling een opleidingsjaar herhaalt, geeft het herhaalde jaar geen recht op de overeenkomstige schijf.

§ 11. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecumuleerd met de premie waarin is voorzien bij het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 betreffende de financiële incentive met het oog op doorstroming van de werkzoekenden naar opleidingen.

De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde heropbouwpremie kan niet worden gecombineerd met de in artikel 229 bedoelde stimulans tot heropbouw.

Article 218. § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen organiseert FOREm opleidingen ten behoeve van werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques, zoals gedefinieerd in artikel 7bis van de wet van 20 juli 2001, met het oog op de bevordering van de ontwikkeling van de buurtdiensten en-banen, met het oog op het behalen van een rijbewijs categorie B.

De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:

1° een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform:

2° een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :

a)

30 uur praktijklessen;

b)

een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;

3° een examenonderdeel dat bestaat uit :

a)

de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;

b)

de kosten van de risicoperceptietest:

c)

de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.

§ 2. FOREm stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de in paragraaf 5 bedoelde werknemer de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.

Onverminderd de door Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:

1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;

2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;

3° de rijschool past het volgende tarief toe:

a)

voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:

4° de rijschool betaalt de werknemer terug:

a)

de inschrijvingskosten voor de theoretische tests (2 mogelijke tests, tot maximum 15 euro per test, inclusief belastingen);

b)

de inschrijvingskosten voor de risicoperceptietest, tot maximum 15 EUR inclusief belastingen ;

c)

de inschrijvingskosten voor de theoretische examens (2 mogelijke tests, tot maximum 36 euro per test, inclusief belastingen).

Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werknemer bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.

§ 3. Onverminderd de paragrafen 4 en 5, kan de werknemer onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:

1° een werknemer zijn met een arbeidsovereenkomst dienstencheques die in het Waalse Gewest woont;

2° tewerkgesteld zijn in een erkende dienstencheque-onderneming bedoeld in artikel 2, § 1, 6°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, waarvan de maatschappelijke zetel in het Waals Gewest is gevestigd;

3° een anciënniteit van minimum 6 maanden hebben in de onderneming bedoeld in 2°.

4° gedurende de laatste drie jaar jaarlijks ten minste één buurtwerk of -dienst hebben uitgevoerd die aanleiding geeft tot de toekenning van een dienstencheque.

De werknemer kan slechts eenmaal de in § 1 bedoelde opleiding genieten.

De werknemer die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van FOREm aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:

1° de werknemer is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;

2° de werknemer is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";

3° het rijbewijs van de werknemer is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.

§ 4. De in het vorige lid bedoelde werknemers vragen de afgifte van de rijbewijsopleiding uitsluitend aan met behulp van het daartoe door FOREm opgestelde elektronische formulier. FOREm bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen 10 dagen.

Indien de aanvraag onvolledig is, vraagt FOREm de ontbrekende elementen op bij de werknemer, die tien dagen heeft om zijn aanvraag aan te vullen.

Wanneer de aanvraag niet binnen de in lid 2 genoemde termijn door de werknemer wordt ingevuld, wordt de werknemer door FOREm binnen 30 dagen na de datum van indiening van het opleidingsaanvraagformulier in kennis gesteld van het besluit om de aanvraag zonder gevolg te klasseren.

§ 5. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen selecteert FOREm de werknemer die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 3, die de subsidie overeenkomstig § 4 heeft aangevraagd, en die de opleiding bedoeld in § 1 kan volgen.

Binnen dezelfde erkende onderneming kan de opleiding worden gevolgd door maximaal twee werknemers die via een arbeidsovereenkomst dienstencheque met elkaar verbonden zijn. FOREm controleert deze voorwaarde alvorens over te gaan tot de in lid 1 bedoelde selectie.

Voor de in lid 1 bedoelde selectie gaat FOREm te werk in de chronologische volgorde van indiening van de aanvragen, rekening houdende met de dag, het uur en de minuut van indiening of van codering.

Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, b) en c).

Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 2, 2°, en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 3°, c).

§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 5 geselecteerde werknemer zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.

Article 219. Mits naleving van de toekenningsvoorwaarden bedoeld in artikel 3 van het decreet van 14 februari 2019 betreffende de subsidies ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden bij sommige ondernemingen, beschikt de onderneming die tussen 1 maart 2020 en 15 juli 2021, en waarvan de beslissing vóór 1 september 2021 verstreken is, over een nieuwe beslissing tot toekenning van de subsidie krachtens hetzelfde decreet, op aanvraag ingediend overeenkomstig artikel 4, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 28 maart 2019 tot uitvoering van het decreet van 14 februari 2019 betreffende de subsidies ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden bij sommige ondernemingen.

Het bedrag van de subsidie met betrekking tot deze bijkomende aanvraag is gelijk aan het bedrag bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde decreet. Dit bedrag komt overeen met de voltijdse aanwerving van een niet-werkende werkzoekende als bedoeld in artikel 2 van hetzelfde decreet. Het kan verhoogd worden, overeenkomstig artikel 5, § 2, van hetzelfde decreet.

De in lid 1 bedoelde aanvraag dient uiterlijk tegen 31 december 2021 ingediend te worden.

Bij niet-inachtneming van de in lid 2 bedoelde termijn wordt de aanvraag zonder gevolg geklasseerd.

De in lid 1 bedoelde subsidie wordt voor een periode van één jaar aan de onderneming toegekend.

De in het eerste lid bedoelde subsidie wordt toegekend voor de aanwerving van een niet-werkende werkzoekende of voor de werknemer die in dienst is van de werkgever in het kader van de beslissing tot toekenning van de subsidie die verstreken is tussen 1 maart 2020 en 15 juli 2021.

De verplichting bedoeld in artikel 12, paragraaf 1, eerste lid, 3°, van het decreet van 14 februari 2019, is niet van toepassing op de in lid 1 bedoelde beslissing tot toekenning van de subsidie.

Article 220. Naast de opschortingsclausules bedoeld in artikel 10 van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen wordt de toekenning van de in de artikelen 3 en 4 van hetzelfde decreet vermelde werkuitkering opgeschort wanneer de betrokken werknemer tijdelijk werkloos is.

De schorsing wordt automatisch opgeheven zodra de periode van tijdelijke werkloosheid afloopt.

Article 221. In afwijking van artikel 461, lid 1, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wordt de planning van de coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp 2016-2021 met twee jaar verlengd en is van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.

Article 222. Artikel D.170, § 2, eerste lid, van Boek I van het Milieuwetboek, wordt aangevuld met de punten 5° en 6°, luidend als volgt :

"5° Acties ter verbetering van milieuonderzoek, -vervolging en -handhaving;

6° Acties ter verbetering van de handhaving van de milieuwetgeving. ".

Article 223. In artikel 61, § 2, van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen, worden de woorden "de twee eerste jaren na de datum van inwerkingtreding van dit decreet" vervangen door de woorden "tot 31 december 2023".

Article 224. In artikel 63 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1) paragraaf 2 wordt aangevuld met punt 6° luidend als volgt:

"6° 1,5% van het bedrag van de onverschuldigd betaalde gezinsbijlagen die ingevorderd werden. " ;

2) paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:

" § 4. Op 31 december van elk boekjaar dekt het reservefonds:

1° de ten onrechte uitbetaalde gezinsbijslagen die niet kunnen teruggevorderd worden wegens de verjaring bedoeld in artikelen 96 en 97, alsook krachtens artikel 82, lid 2, van hetzelfde decreet;

2° de onverschuldigde bedragen vóór de datum van 1 januari 2014;

3° de verliezen die veroorzaakt zijn door elke andere oorzaak, mits het voorafgaand akkoord van het Agentschap, op voorstel van het Comité van de afdeling "Gezinnen" van het Agentschap;

4° de vereffeningskosten van het privé fonds, na uitputting van de administratieve reserve bedoeld in artikel 68. " ;

3) er wordt een paragraaf 5 ingevoegd, luidend als volgt:

" § 5. De middelen van het reservefonds mogen in geen geval worden gebruikt ter dekking van administratiekosten noch ter financiering van investeringen in roerende en onroerende goederen die noodzakelijk zijn voor de goede werking van het kinderbijslagfonds. ".

Article 225. Artikel 101 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen wordt vervangen als volgt:

"Art. 101. De kinderbijslagfondsen maken het Agentschap op gewoon verzoek alle inlichtingen, informatie of documenten over die het nodig acht om zijn opdrachten uit te oefenen, die bepaald zijn in artikelen 2/2, 5°, 4/1, § 1, lid 2, 4°, 5/4 en 21/1 van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid.

Het gaat om het rijksregisternummer, gegevens over de aansluiting, uitbetaling van kinderbijslag, kinderbijslagsupplement of geboorte- of adoptietoelage, verblijfplaats, gezins- of huishoudsituatie, sociaal-professionele gegevens, maar ook belasting- of inkomensgegevens, of communautaire gegevens over het statuut van het begunstigde kind dat student is, inschrijvingen in het onderwijs, of het geplaatste kind. Het kan ook gaan om gegevens betreffende de gezondheid in het kader van een ziekte, een invaliditeit of een handicap, of de erkenning van een recht dat voortvloeit uit een ziekte, invaliditeit of handicap krachtens een andere Belgische wetgeving, een buitenlandse wetgeving of een regeling die van toepassing is op het personeel van een instelling van internationaal publiekrecht.

De Regering vermeldt de gegevens die onder de in lid 2 bedoelde categorieën vallen. ".

Article 226. Artikel 106 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:

"De gegevens betreffende de inschrijvingen in het hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, voor kinderen tussen 18 en 25 jaar, die nodig zijn voor het onderzoek van het recht op kinderbijslag krachtens dit decreet, worden aan de Kruispuntbank van de sociale zekerheid meegedeeld via de "Banque Carrefour d'Echange de Données" (Kruispuntbank voor gegevensuitwisseling). De integriteit, vertrouwelijkheid en evenredigheid van de gegevens over de rechthebbende bevolking worden gewaarborgd door de routing van berichten uitsluitend bestemd aan de fondsen die bevoegd zijn om de informatie te verwerken, op basis van het register van personen bedoeld in artikel 6 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid. Deze routing is gebaseerd op de identificatie van de relevante actoren in het kinderbijslagkadaster bedoeld in artikel 4 van het Samenwerkingsakkoord van 30 mei 2018 tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de oprichting van het interregionaal orgaan voor de gezinsbijslagen.".

Article 227. In artikel 109 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:

"Voor de kinderbijslagfondsen zijn de verwerkte gegevens de persoonsgegevens die nodig zijn voor de toepassing van dit decreet.";

2° tussen het tweede en het derde lid worden drie leden ingevoegd, luidend als volgt:

"Voor het Agentschap zijn de verwerkte gegevens de persoonsgegevens die nodig zijn voor de toepassing van dit decreet en voor de toepassing van de artikelen 2/2, 5°, 4/1, § 1, lid 2, 4°, 5/4 en 21/1 van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid voor de opdrachten van het Agentschap. Het gaat om de gegevens bedoeld in artikel 101, lid 2, van dit decreet.

In het kader van de opdracht bepaald in artikel 5/4 van het Waals Wetboek voor Sociale Actie en Gezondheid, worden de gegevens, onder de verantwoordelijkheid van het Agentschap, verwerkt met het oog op de evaluatie van het beleid gevoerd krachtens artikel 2/2, 5°, van het Waals Wetboek voor Sociale Actie en Gezondheid, en om aanbevelingen en voorstellen te formuleren, teneinde de doeltreffendheid van het overheidsoptreden te verbeteren, de strategieën aan te passen of te heroriënteren.

De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de lijst van verwerkingen bedoeld in leden 2 tot en met 4.".

Article 228. In artikel 111 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in artikel 111 worden, tussen lid 2 en lid 3, twee leden ingevoegd, luidend als volgt:

§ 1.:

"Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "de controle van de gezinnen op hun woonplaats" verstaan de volgende specifieke taken:

1° het informeren van gezinnen over hun rechten;

2° nagaan of zij het juiste bedrag aan kinderbijslag ontvangen;

3° nagaan of de voorwaarden voor toekenning van kinderbijslag vervuld zijn.

In het kader van de opdracht om fraude met gezinsbijslagen te controleren, onderzoeken, registreren en bestraffen de sociale inspecteurs de in artikel 1, § 1 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde strafbare feiten. " ;

2° Artikel 111, § 2, wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:

"Voorts geven de sociale inspecteurs, wanneer zij kennis krijgen van een misdrijf of overtreding, de desbetreffende informatie door aan de procureur des konings bij de bevoegde rechtbank, overeenkomstig artikel 29 van het wetboek van strafvordering ".

Article 229. Artikel 121 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:

"Voor deze kinderen wordt het maximum van het maandelijkse bruto-inkomen dat wordt ontvangen in het kader van een verplichte opleidingsperiode of een periode die vereist is om een diploma te behalen, zoals bepaald in artikel 14 van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat onderwijs volgt of een vorming doorloopt, opgetrokken tot 674,20 euro. Dit bedrag is gekoppeld aan de spilindex 103,14 (basis 1996 = 100) van de consumptieprijzen. ".

Article 230. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

1° niet-werkende werkzoekende: elke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:

a)

geen betaalde beroepsactiviteit uitoefent ;

b)

een onvrijwillig deeltijdse werknemer is, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;

c)

uitsluitend een bezoldigde beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige in bijberoep;

2° situatie van een alleenouderschap: gezinssituatie van een persoon die het alleen of beurtelings gezag over een kind heeft ;

3° "FOREm" : de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling).

§ 2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan FOREm aan de niet-werkende werkzoekende die in een alleenouderschap situatie verkeert, de volgende financiële voordelen toekennen:

1° een forfaitaire dagvergoeding van 4 euro ter dekking van de kosten voor kinderopvang tot de leeftijd waarop zij tot de kleuterschool kunnen worden toegelaten;

2° een forfaitaire dagvergoeding van 2 euro om de kosten van buitenschoolse opvang te dekken voor kinderen die naar de kleuterschool of de lagere school gaan.

De in lid 1 bedoelde financiële uitkeringen kunnen worden toegekend wanneer de niet-werkende werkzoekende:

1° een opleiding, stage of studies volgt waarvoor hij, als volledig werkloze, een vrijstelling van beschikbaarheid geniet toegekend door FOREm krachtens de artikelen 92 tot 94 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;

2° een integratietraject doorloopt dat bijdraagt tot zijn duurzame integratie op de arbeidsmarkt, met uitsluiting van de integratietrajecten bedoeld in 1° of die het voorwerp uitmaken van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve betreffende de beroepsopleiding.

De in lid 1 bedoelde financiële voordelen worden toegekend overeenkomstig lid 2, op voorwaarde dat:

1° voor de situaties bedoeld in paragraaf 2, 1°, de werkzoekende het bewijs van de realiteit van de opvangkosten levert door aan FOREm de bewijsstukken met betrekking tot de betaalde kosten over te maken aan een van de volgende instanties:

a)

instellingen of voorzieningen die zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de "Office national de l'Enfance";

b)

instellingen of inrichtingen die zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de Gemeenten, Provincies, Gemeenschappen of Gewesten;

c)

crèches of onafhankelijke pleeggezinnen onder toezicht van de "Office national de l'Enfance";

d)

kleuter- of basisscholen, dan wel instellingen of opvangstructuren die verbonden zijn aan de school of de inrichtende macht;

2° Forem, voor de situaties bedoeld in paragraaf 2, 2°, en op basis van de gegevens waarover het beschikt of, bij ontstentenis daarvan, op basis van de door de niet-werkende werkzoekende overgemaakte bewijsstukken, beschikt over het bewijs van de daadwerkelijke uitvoering van het integratieproces.

De verificatie van de situatie van alleenouderschap wordt door FOREm verricht op basis van gegevens uit authentieke bronnen waartoe hij toegang heeft en, bij ontstentenis van beschikbare gegevens, op basis van een kopie van een bewijs van samenstelling van het huishouden of enig ander document dat door de niet-werkende werkzoekende wordt verstrekt en aan de hand waarvan de situatie van alleenouderschap kan worden vastgesteld.

De in lid 1 bedoelde financiële voordelen mogen niet worden gecombineerd met andere tegemoetkomingen in dezelfde opvangkosten.

§ 3. FOREm berekent het bedrag van de financiële uitkeringen bedoeld in § 2, eerste lid, per dag waarop zich een van de situaties bedoeld in § 2, tweede lid, voordoet en per kind waarvoor de niet-werkende werkzoekende zich in een alleenouderschap situatie bevindt.

§ 4. De in § 2, eerste lid, bedoelde financiële uitkeringen worden door FOREm maandelijks in één keer uitbetaald.

§ 5. FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die hem krachtens dit artikel zijn toevertrouwd. FOREm centraliseert, aggregeert en bewaart de gegevens die het mogelijk maken het alleenouderschap van de niet-werkende werkzoekende vast te stellen, alsook de gegevens van de personen die het huishouden vormen en die noodzakelijk zijn voor de berekening van het bedrag van de financiële uitkeringen overeenkomstig artikel 4/1 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) .

Article 231. De toepassing van het besluit van de Waalse Regering van 29 april 2019 betreffende de in aanmerking komende uitgaven in het kader van subsidies toegekend op het gebied van tewerkstelling en beroepsopleiding op de subsidies toegekend krachtens het decreet van 15 juli 2008 betreffende de "structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi" (begeleidingsstructuren voor zelftewerkstelling) wordt opgeschort.

Article 232. § 1. FOREm organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.

De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:

1° voor het rijbewijs categorie B:

a)

een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;

b)

een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :

c)

een examenonderdeel bestaande uit :

2° voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:

a)

een theoretisch opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;

b)

een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :

c)

een examenonderdeel dat bestaat uit :

§ 2. FOREm stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.

Onverminderd de door FOREm vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:

1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;

2° de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;

3° de rijschool past het volgende tarief toe:

a)

voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:

b)

voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:

4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:

a)

de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;

b)

de kosten van de risicoperceptietest;

c)

de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.

FOREm deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.

§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:

1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij FOREm;

2° zijn hoofdverblijfplaats in het Franse taalgebied hebben;

3° een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of in de loop van het jaar 2022 zullen volgen, die leidt tot een beroep in de bouwsector waaraan een tekort bestaat en waarvan de lijst door FOREm wordt vastgesteld, en die ten minste vier weken duurt in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst voor een instapopleiding met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst inzake alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien.

In afwijking van lid 1 zijn de niet-werkende werkzoekenden die in aanmerking komen voor een opleiding voor een rijbewijs, georganiseerd door "IFAPME" overeenkomstig artikel 209 van dit decreet, uitgesloten van de in lid 1 bedoelde opleiding.

Onder "kwalificerende opleiding" in de zin van het eerste lid, 3°, a), wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.

De in lid 1, 3°, a) bedoelde lijst is van toepassing op de dag van de inschrijving voor de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding of van de toegang tot de in de overeenkomst inzake alternerende opleiding vermelde opleiding.

De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:

1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;

2° de werkzoekende is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding".

3° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.

§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert FOREm werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:

1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het beroepsproject of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;

2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;

3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.

Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en 2°, b) en voor de risicoperceptietest en het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje en 2°, c), tweede streepje.

Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lied, 1°, c), derde streepje.

§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.

Article 233. In afwijking van artikel 12, 9°, van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleidingen voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, bedraagt het bedrag van de door de werkgever betaalde financiële tussenkomst, bedoeld in artikel 12, 9°, van hetzelfde decreet, 450 euro wanneer de alternerende opleiding gericht is op een beroep dat is opgenomen in de door FOREm opgestelde lijst van beroepen met een tekort aan arbeidskrachten.

Lid 1 is van toepassing op elke tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 gesloten overeenkomst inzake alternerende opleiding. Onverminderd lid 2 is lid 1 van toepassing op alternerende opleidingen die bij de sluiting van de overeenkomst inzake alternerende opleiding of bij de daadwerkelijke aanvang van de alternerende opleiding leiden tot een beroep dat voorkomt op de in lid 1 bedoelde lijst.

Article 234. Voor de toepassing van artikel 91 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering vormt de alternerende opleiding georganiseerd door het besluit van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleidingen voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, een beroepsopleiding in de zin van artikel 27, 6°, van hetzelfde besluit.

Article 235. Onverminderd de bij de bestaande decreten en hun uitvoeringsbesluiten ingevoerde subsidieregelingen kan de Dienst, binnen de perken van de voor dit doel in zijn begroting opgenomen beschikbare kredieten, na een oproep tot het indienen van projecten en met inachtneming van de beginselen van billijkheid en transparantie, financiële steun verlenen voor acties die gericht zijn op de integratie van langdurig werklozen in het arbeidsproces.

De in lid 1 bedoelde subsidie is bestemd voor de financiering van alle of een deel van de kosten van acties die gericht zijn op de integratie van langdurig werklozen op de arbeidsmarkt, met inbegrip van de bezoldigingskosten van hun arbeidscontracten, de kosten van toezicht en ondersteuning, de exploitatie- en investeringskosten en de bezoldigingskosten van de projectcoördinatie.

§ 2. De subsidie dekt ten hoogste de daadwerkelijk gemaakte kosten in het kader van qua doel en duur beperkte acties. De begunstigden van de subsidie voeren een afzonderlijke boekhouding van de kosten en ontvangsten die voortvloeien uit de uitvoering van elke gesubsidieerde actie.

De subsidie kan door de begunstigde niet worden overgedragen zonder voorafgaande toestemming van FOREm.

§ 3. De Minister van Werk bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de §§ 1 en 2 en stelt de regels vast met betrekking tot:

1° de organisatie van oproepen tot het indienen van projecten ;

2° de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de subsidie;

3° de vaststelling van het bedrag van de subsidie;

4° de modaliteiten voor het gebruik van de subsidie;

5° de modaliteiten voor de betaling van de subsidie;

6° de bewijsstukken die door de begunstigde van de subsidie moeten worden verstrekt;

7° specifieke regelingen voor de controle, de herziening en de terugbetaling van het geheel of een deel van de subsidie.

Article 236. § 1. FOREm kent, binnen de perken van de beschikbare budgettaire middelen, een maandelijkse subsidie toe aan de werkgevers voor elke maand tussen 1 januari 2022 en 31 maart 2022 waarin zij een werknemer in dienst hebben die de werkuitkering geniet bedoeld in artikel 3 of artikel 4 van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen

De in lid 1 bedoelde subsidie wordt aan de werkgever toegekend op voorwaarde dat de in lid 1 bedoelde werknemer :

1° tussen 1 januari 2022 en 31 maart 2022 in dienst wordt genomen op grond van een arbeidsovereenkomst door de in paragraaf 1 bedoelde werkgever;

2° tussen 1 januari 2021 en 31 december 2021 niet in dienst is geweest op grond van een arbeidsovereenkomst met de in het eerste lid bedoelde werkgever.".

§ 2 Op basis van de authentieke gegevens waartoe zij toegang heeft, informeert FOREm de werkgevers die aan de in § 1 bedoelde voorwaarde voldoen, over hun mogelijkheid om in aanmerking te komen voor de in § 1 bedoelde subsidie.

De overeenkomstig lid 1 op de hoogte gebrachte werkgever die voor de in § 1 bedoelde subsidie in aanmerking wenst te komen, vult het daartoe door FOREm opgestelde elektronische formulier in, ten vroegste zodra de in § 1 bedoelde werknemer niet langer in dienst is en ten laatste op 1 december 2022. Bij gebreke daarvan wordt de aanvraag zonder gevolg afgesloten.

Wanneer de aanvraag onvolledig is, deelt FOREm dit mee aan de werkgever, die vanaf de datum van verzending van de informatie door FOREm 10 dagen de tijd heeft om zijn aanvraag aan te vullen.

De aanvraag die door de werkgever niet binnen de in lid 3 bedoelde termijn is vervolledigd, wordt afgesloten met een beslissing tot seponering zonder gevolg waarvan de werkgever door het FOREm in kennis wordt gesteld.

§ 3. Op basis van de authentieke gegevens waartoe het toegang heeft, berekent FOREm het bedrag van de in § 1 bedoelde subsidie.

Het bedrag van de in § 1 bedoelde maandelijkse toelage wordt vastgesteld op 100 euro. Het wordt berekend op basis van de verrichte arbeid, naar rato van de werkuitkeringen die worden betaald overeenkomstig de berekeningswijzen bedoeld in of krachtens artikel 6, leden 4 en 5, van het voornoemde decreet van 2 februari 2017.

§ 4. de subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2022 door FOREm uitbetaald aan de werkgevers die hun aanvraag overeenkomstig paragraaf 3 hebben ingediend, op basis van de werkuitkeringen die op grond van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen worden uitbetaald voor de tussen 1 januari 2022 en 31 maart 2022 verrichte arbeidsprestaties.

§ 5. Elk onterecht betaald bedrag wordt door de FOREm teruggevorderd, via alle wettelijke middelen.

§ 6 FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken die haar bij dit artikel worden toevertrouwd.

Article 237. Het decreet van 4 november 1993 houdende oprichting van een begrotingsfonds voor arbeidsbemiddeling, laatst gewijzigd bij het decreet van 17 december 2020 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2021, wordt opgeheven.

Article 238. § 1. Binnen de grenzen van de kredieten die daartoe op haar begroting zijn ingeschreven, kent FOREm aan de representatieve organisaties van de werknemers die reeds met haar samenwerken, via door hen geïnformeerde ad hoc structuren met rechtspersoonlijkheid, een subsidie toe voor de opbouw en de verwezenlijking van een sociaal-professionele begeleiding "Nieuwe Boost" die verschillende acties van begeleiding, mobilisatie, opleiding en individuele en collectieve inschakeling ten uitvoer legt met het oog op de professionele inschakeling van de in lid 3 bedoelde werkzoekende.

De sociaal-professionele begeleiding "Nieuwe boost" bestrijkt vier locaties in het Franse taalgebied.

De werkzoekende die wordt begeleid in het kader van de in lid 1 bedoelde sociaal-professionele begeleiding "Nieuwe Boost" voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

1° is jonger dan 30 jaar;

2° is niet-werkende;

3° volgt geen onderwijs of opleiding;

4° ondervindt belangrijke belemmeringen voor zijn beroepsinschakeling die geen verband houden met zijn beroepsbekwaamheden of die verder gaan dan dit soort belemmeringen.

De in lid 1 bedoelde subsidie bedraagt 140.000 euro voor een volledig dienstjaar van twee voltijdsequivalente "sociale begeleider", geïndexeerd volgens het indexcijfer der consumptieprijzen en berekend naar rato van het aantal maanden dienst voor het jaar waarvoor de subsidie wordt toegekend.

De in lid 1 bedoelde steun beantwoordt op een zo volledig en geïntegreerd mogelijke wijze aan de specifieke behoeften en verwachtingen van de in lid 3 bedoelde werkzoekenden in termen van sociaal-professionele inschakeling, met name door het wegnemen van de belangrijkste hindernissen die hun duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt belemmeren of verhinderen.

De in lid 1 bedoelde sociaal-professionele ondersteuning wordt, onder coördinatie van FOREm, uitgevoerd door een multidisciplinair team van consulenten van FOREm en maatschappelijk werkers die door de representatieve werknemersorganisaties of de in lid 1 bedoelde ad hoc structuren zijn aangesteld.

De in lid 1 bedoelde subsidie dient ter gehele of gedeeltelijke dekking van de salariskosten van de sociale werkers die door de representatieve werknemersorganisaties of de in lid 1 bedoelde ad-hocstructuren zijn belast met de uitvoering van de sociaal-professionele ondersteuning, alsmede van de daarmee verband houdende werkingskosten, structurele kosten en administratiekosten, die daadwerkelijk door hen worden gedragen, voor het dienstverleningsjaar waarvoor de subsidie wordt verleend en binnen de grenzen van het in lid 1 bedoelde voorwerp.

FOREm en de vertegenwoordigende organisaties van de werknemers, via hun ad hoc structuren met rechtspersoonlijkheid, sluiten een overeenkomst waarin de volgende elementen worden gespecificeerd:

1° de wijze van betaling van de subsidie ;

2° de bewijsstukken die door de begunstigde van de subsidie moeten worden overgelegd;

3° de specifieke modaliteiten van de controle en de terugbetaling van het geheel of een deel van de subsidie.

Article 239. Voor de toepassing van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen wordt met een langdurige werkzoekende in de zin van artikel 4 van het voornoemde decreet van 2 februari 2017 gelijkgesteld, de werkzoekende die in de vier kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van zijn indienstneming arbeidsprestaties onderworpen aan de sociale zekerheid voor werknemers heeft verricht als kunstenaar of als technicus in de artistieke sector.

Een werkzoekende die als artiest arbeid heeft verricht die onderworpen is aan de sociale zekerheid voor werknemers, is elke persoon die op de dag vóór zijn tewerkstelling als werkloze werkzoekende is ingeschreven bij de Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Tewerkstelling, hierna FOREm genoemd, en die artistieke werken heeft gecreëerd en/of uitgevoerd of vertolkt in de sectoren audiovisuele en beeldende kunsten, muziek, literatuur, spektakel, theater en choreografie.

Onder werkzoekende die als technicus in de artistieke sector arbeid heeft verricht die onderworpen is aan de sociale zekerheid voor werknemers, wordt verstaan eenieder die op de dag vóór zijn tewerkstelling als werkloze werkzoekende is ingeschreven bij de Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling, hierna FOREm genoemd, en die arbeidsprestaties heeft verricht die bestaan uit de samenwerking :

1° de voorbereiding of uitvoering in het openbaar van een werk van de geest waaraan ten minste één podiumkunstenaar lichamelijk deelneemt of de registratie van een dergelijk werk ;

2° de voorbereiding of uitvoering van een cinematografisch werk;

3° de voorbereiding of uitzending van een radio- of televisieprogramma van artistieke aard;

4° de voorbereiding of uitvoering van een openbare tentoonstelling van een artistiek werk op het gebied van de beeldende kunsten.

Article 240. In afwijking van artikel 30, paragraaf 2, van het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2020 houdende bijzondere machten nr. 58 met betrekking tot de verschillende maatregelen die in het kader van "de plan rebond" COVID-19 worden genomen op het vlak van tewerkstelling en socioprofessionele inschakeling, onder meer op het vlak van de sociale economie, wordt het totale aantal subsidies dat wordt toegekend in toepassing van artikel 30, paragraaf 1, van hetzelfde besluit, voor alle werkgevers, opgetrokken tot maximum 1.200 voltijdse equivalenten in plaats van 600 voltijdse equivalenten.

Article 241. Artikel 31 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 58 van 1 december 2020 betreffende verschillende bepalingen die in het kader van "de plan rebond" COVID-19 zijn genomen inzake werkgelegenheid en socioprofessionele inschakeling, sociale economie inbegrepen, wordt vervangen als volgt:

"Art. 31. Om in aanmerking te komen voor de in artikel 30 bedoelde subsidie moeten de werkgevers over een inrichtingseenheid beschikken dat in het Franse taalgebied gevestigd is, met uitzondering van de volgende werkgevers:

1° universitaire onderwijsinstellingen voor de tewerkstelling van een werkloze werkzoekende als lid van het academisch en wetenschappelijk personeel;

2° een andere onderwijsinstelling voor de tewerkstelling van een werkloze werkzoekende als lid van het onderwijzend personeel;

3° de federale Staat, met inbegrip van de rechterlijke macht, de Raad van State, het leger en de federale politie;

4° een Gemeenschap of een Gewest, met uitzondering van een onderwijsinstelling, voor de inschakeling van een werkloze werkzoekende die niet bedoeld is in 1° en 2° ;

5° de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;

6° een instelling van openbaar nut of een openbare instelling die onder het gezag staat van de entiteiten bedoeld in 4° of 5°.

Article 242. In afwijking van artikel 32, paragraaf 2, van het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2020 houdende bijzondere machten nr. 58 met betrekking tot de verschillende maatregelen die in het kader van "de plan rebond" COVID-19 worden genomen op het vlak van tewerkstelling en socioprofessionele inschakeling, onder meer op het vlak van de sociale economie, wordt de subsidie bedoeld in artikel 30 van hetzelfde besluit toegekend voor het in dienst nemen van een niet-werkende werkzoekende die voldoet aan de volgende voorwaarden :

1° ingeschreven zijn bij de FOREM en zich in een periode van werkloosheid van ten minste 24 maanden bevinden;

2° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Franse taalgebied.

Een periode van inactiviteit in de zin van paragraaf 1, 1° is de periode waarin de werkzoekende noch een arbeidsovereenkomst heeft noch in een arbeidsrelatie van statutaire aard staat en niet hoofdzakelijk als zelfstandige werkzaam is. De periode gedurende welke een arbeidsovereenkomst, een arbeidsrelatie van statutaire aard of een hoofdwerkzaamheid als zelfstandige wordt uitgeoefend, wordt als periode van inactiviteit beschouwd, mits de totale duur ervan, ongeacht of die continu of discontinu is, niet meer dan eenendertig dagen bedraagt. De perioden van tewerkstelling in het kader van een tewerkstelling overeenkomstig artikel 60, lid 7, of artikel 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, worden gelijkgesteld met perioden van inactiviteit.

Article 243. In artikel 34 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 58 van 1 december 2020 betreffende verschillende bepalingen die in het kader van "de plan rebond" COVID-19 zijn genomen inzake werkgelegenheid en socioprofessionele inschakeling, sociale economie inbegrepen, wordt in paragraaf 3 ingevoegd, luidend als volgt:

" § 3. Wanneer de overeenkomstig § 1 in dienst genomen werknemer niet in staat is te werken, kan de werkgever de beslissing tot toekenning van de subsidie blijven genieten op voorwaarde dat hij een niet-werkende werkzoekende in dienst neemt die aan de in artikel 32 bedoelde voorwaarden voldoet.".

Article 244. In artikel 79bis, § 3, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in het eerste lid, wordt een punt 6° toegevoegd, luidend als volgt :

"6° ten behoeve van de personen bedoeld in 1° tot 4°, de activiteiten die een structuur, actief op het grondgebied van het betrokken PWA en geselecteerd in het kader van de door FOREm gelanceerde oproep tot het indienen van projecten in het kader van het proefproject "Territoire zéro chômeur de longue durée", voornemens is uit te voeren in het kader van het proefproject";

2° in het tweede lid worden de woorden "in het eerste lid 1, 3° en 4° " vervangen door de woorden "in het eerste lid 3°, 4° en 6° ".

Article 245. § 1. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten en onder de voorwaarden van dit artikel kent FOREm een wederopbouwpremie toe aan de stagiair die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

1° een bij FOREm ingeschreven niet-werkende werkzoekende zijn en zijn hoofdverblijfplaats in het Franse taalgebied hebben;

2° volgen of eindigen in 2022:

a)

een kwalificerende opleiding bij een opleidingsoperator, met een duur van ten minste vier maanden en betrekking hebbend op een vakgebied waaraan een tekort bestaat in de bouw-, de hout- en de elektriciteitssector, waarvan de lijst door het FOREm wordt opgesteld, in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst en volgens een voltijds regime of in het kader van een overeenkomst inzake alternerende opleiding zoals bedoeld in het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;

b)

een opleiding van ten minste vier maanden in een tekortberoep in de bouw-, de hout- en de elektriciteitssector, waarvan de lijst door FOREm wordt opgesteld, in het kader van een opleidingsovereenkomst met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding;

3° slagen voor de opleiding.

Onder niet-werkende werkzoekende in de zin van 1° wordt verstaan: elke werkzoekende in de zin van artikel 1bis, 2°, van het decreet van 6 mei 1999, die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:

a)

geen betaald werk verrichten;

(b) een onvrijwillig deeltijdse werknemer zijn, zoals bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering

c)

uitsluitend als zelfstandige een betaalde beroepsactiviteit uitoefenen.

Onder opleidingsoperator in de zin van paragraaf 1, 2°, a), wordt verstaan het FOREm, de kenniscentra, het Onderwijs voor sociale promotie voor beroepsopleidingen georganiseerd door of krachtens de kaderovereenkomst voor samenwerking tussen het FOREm en het Onderwijs voor sociale Promotie, de beroepsopleidingsactoren waarop het FOREm een beroep doet, overeenkomstig artikel 7, lid 2, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse Dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) en de opleidingscentra van het IFAPME-netwerk die zijn erkend overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2014 tot bepaling van de voorwaarden betreffende de erkenning van de opleidingscentra voor de zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en van hun centrumdirecteur

Het eerste lid is van toepassing op elke opleidingsovereenkomst bedoeld in het eerste lid, 2°, die bij de sluiting van de betrokken opleidingsovereenkomst of bij de daadwerkelijke aanvang van de opleiding leidt tot een beroep dat is opgenomen in de lijst bedoeld in het eerste lid, 2°.

Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 2°, a) en 3°, wordt het feit dat een niet-werkende werkzoekende ten vroegste na de eerste zes maanden van de opleiding de opleiding verlaat om rechtstreeks tewerkgesteld te worden, d.w.z. binnen de vijf dagen na het einde van de opleiding, gelijkgesteld met de voltooiing van de opleiding, met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of bepaalde duur van ten minste drie maanden voor een beroep waar er een tekort bestaat van de lijst bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, of om zich als zelfstandige als hoofdberoep te vestigen in een beroep met een tekort van diezelfde lijst.

Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, b) en 3°, wordt onder het met succes voltooien van de opleiding mede verstaan het feit dat de werkloze werkzoekende de overeenkomst tot inschakeling in het arbeidsproces voortzet, of de vervroegde indienstneming door de werkgever van de niet-werkende werkzoekende die vóór het einde van de opleidingsperiode alle voor de functie vereiste bekwaamheden heeft verworven.

§ 2. Het bedrag van de wederopbouwpremie is :

1° voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, a) :

1° 2.000 euro na afloop van een opleiding van ten hoogste zes maanden, op voorwaarde dat de niet-werkende werkzoekende in 2022, aan het einde van zijn opleiding, een getuigschrift van de tijdens de opleiding verworven competenties over alle leereenheden of een beroepscertificaat heeft behaald ;

2° 600 euro na afloop van het eerste halfjaar van een opleiding van meer dan zes maanden, op voorwaarde dat de niet-werkende werkzoekende in het kader van deze opleiding, in 2022, hetzij een getuigschrift van geslaagde competenties met betrekking tot ten minste één eenheid van de leerresultaten, hetzij een beroepscertificaat heeft verworven; en 1.400 euro na afloop van de genoemde opleiding, op voorwaarde dat hij het getuigschrift van geslaagde competenties met betrekking tot alle eenheden van de leerresultaten, hetzij een beroepscertificaat met betrekking tot deze resultaten, heeft behaald;

600 euro aan het eind van de eerste zes maanden van een opleidingscursus van meer dan zes maanden, op voorwaarde dat de werkzoekende in het kader van deze opleiding hetzij een slaagattest inzake de tijdens de opleiding verworven vaardigheden met betrekking tot ten minste één leereenheid, hetzij een beroepscertificering heeft verkregen; en 1.400 euro indien de werkloze werkzoekende de opleiding vóór het einde ervan verlaat om rechtstreeks, d.w.z. uiterlijk binnen vijf dagen na het einde van de opleiding, in dienst te treden door middel van een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of bepaalde duur van ten minste drie maanden in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten van de lijst bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, of om zich als zelfstandige in hoofdberoep in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten van dezelfde lijst te vestigen ;

1.400 aan het eind van een in 2021 aangevatte opleiding van meer dan 6 maanden, op voorwaarde dat de cursist in het kader van deze opleiding in 2022 het getuigschrift van succesvolle afronding van de tijdens de opleiding verworven competenties met betrekking tot alle eenheden van leerresultaten, of een beroepscertificering met betrekking tot deze leerresultaten heeft behaald;

2° voor de opleidingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, b), 2.000 euro aan het einde van het contract voor de inschakeling in het arbeidsproces of in geval van vervroegde aanwerving door de werkgever van de niet-werkende werkzoekende die voor het einde van de opleidingsperiode alle voor de functie vereiste vaardigheden heeft verworven.

Onder eenheid van leerresultaten wordt verstaan: het samenhangend geheel van leerresultaten dat kan worden beoordeeld en gevalideerd, overeenkomstig artikel 1, 9°, van het samenwerkingsakkoord van 29 oktober 2015 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de "Service francophone des Métiers et des Qualifications" (afgekort SFMQ);

§ 2. Voor de opleidingen bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, a), verstrekt de stagiair de opleidingsoperator uiterlijk op de dag van de inschrijving voor de opleiding, behalve wanneer de opleidingsoperator via authentieke gegevensbronnen toegang heeft tot de informatie, een kopie van het door FOREm afgegeven getuigschrift waaruit blijkt dat hij een bij FOREm ingeschreven niet-werkende werkzoekende is.

Binnen vijftien dagen na de afgifte van het slaagattest van de tijdens de opleiding verworven vaardigheden of van de beroepscertificering doet de opleidingsoperator FOREm de volledige lijst toekomen van de deelnemers aan de opleiding en voor elke deelnemer aan de opleiding een kopie van het slaagattest van de tijdens de opleiding verworven vaardigheden of van de overeenkomstige beroepscertificering.

De in lid 2 bedoelde lijst is volledig wanneer zij het volgende bevat :

1° de naam, voornaam, adres van de hoofdverblijfplaats, nationaal inschrijvingsnummer en bankrekeningnummer van elke stagiair die voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van het recht bedoeld in § 1;

2° in de bijlage, de verklaring op erewoord waarmee de opleidingsoperator verklaart dat hij heeft nagegaan of elke in de lijst opgenomen stagiair voldoet aan de toekenningsvoorwaarden bedoeld in § 1, en de kopieën van de identiteitskaart en de bankkaart van elke stagiair.

Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van stagiairs en de bijlagen, bedoeld in paragraaf 3, brengt FOREm de stagiair op de hoogte van de toekenning van de wederopbouwpremie en betaalt het hem het bedrag uit overeenkomstig § 2, eerste lid, 1°.

§ 4. In afwijking van § 3 zendt de opleider, in geval van voortijdige beëindiging van de opleiding als bedoeld in § 1, vijfde lid, aan FOREm binnen vijftien dagen na de voortijdige beëindiging van de opleiding, de lijst van stagiairs die een opleiding als bedoeld in § 1, 2°, verlaten, alsmede de bijlagen daarbij.

De in lid 5 bedoelde lijst is volledig wanneer zij het volgende bevat :

1° de naam, voornaam, adres van de hoofdverblijfplaats, nationaal inschrijvingsnummer en bankrekeningnummer van elke stagiair die voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van het recht bedoeld in § 1;

2° in bijlage, de verklaring op eer waarmee de opleidingsoperator bevestigt dat hij elke in de lijst opgenomen stagiair in kennis heeft gesteld van de verplichting om aan FOREm de elementen over te maken die bewijzen dat hij voldoet aan de toekenningsvoorwaarde bedoeld in § 1, alsook de kopieën van de identiteitskaart en de bankkaart van elke stagiair.

Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van stagiairs en de bijlagen, bedoeld in lid 6, geeft FOREm kennis van de toekenning van de stimulans aan de voormalige stagiair die voldoet aan de toekenningsvoorwaarden bedoeld in § 1 en betaalt hem het bedrag, mits hij in het bezit is van documenten waaruit blijkt :

1° de aanwerving van de gewezen stagiair, in het kader van een arbeidsovereenkomst voor een betrekking in een beroep met een tekort aan arbeidskrachten opgenomen in de door het FOREm opgestelde lijst;

2° de vestiging van de gewezen stagiair als zelfstandige in hoofdberoep voor een activiteit die betrekking heeft op een beroep waarvoor een tekort aan arbeidskrachten bestaat dat is opgenomen in de door het FOREm opgestelde lijst.

Indien FOREm binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige lijst van stagiairs bedoeld in paragraaf 5 niet beschikt over de documenten bedoeld in paragraaf 6, 1° of 2°, geeft FOREm kennis van de toekenning van de stimulans aan de eerstgenoemde stagiair, op voorwaarde dat deze binnen zes maanden vanaf de dag waarop hij de opleiding heeft verlaten, de documenten bedoeld in paragraaf 6, 1° of 2°, en het onderzoek ervan door het FOREm, overlegt

FOREm betaalt de wederopbouwpremie zodra de reservering is opgeheven.

§ 5. Voor de opleidingen bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, b), stelt FOREm de stagiair in kennis van de toekenning van de wederopbouwpremie en betaalt het hem het bedrag overeenkomstig de procedures bedoeld in § 2, eerste lid, 2°, op basis van gegevens uit authentieke bronnen waartoe het toegang heeft.

§ 6. De stagiair ontvangt de wederopbouwpremie slechts eenmaal, ongeacht of hij het maximumbedrag van 2 000 euro heeft ontvangen.

§ 7. De wederopbouwpremie bedoeld in de paragrafen 1 en 2 kan niet worden gecumuleerd met de incentive voorzien in het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 betreffende de financiële incentive met het oog op doorstroming van de werkzoekenden naar opleidingen.

De in de leden 1 en 2 bedoelde wederopbouwpremie kan niet worden gecumuleerd met de wederopbouwpremie die door IFAPME wordt toegekend op grond van artikel 210 van dit decreet.

§ 8. FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens van de stagiair die noodzakelijk zijn voor de verificatie van de voorwaarden voor de toekenning van de wederopbouwpremie, alsmede van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de berekening en de betaling van de premie.

FOREm en de opleidingsoperatoren wisselen de gegevens bedoeld in § 3, leden 2 en 3, en de gegevens bedoeld in § 4, leden 1 en 2, uit via de door FOREm opgezette middelen.

De opleidingsoperatoren zijn gemachtigd om, ter identificatie van de stagiair in hun uitwisselingen met FOREm, gebruik te maken van :

1° het identificatienummer in het Rijksregister, indien het gaat om gegevens betreffende een in het Rijksregister ingeschreven natuurlijke persoon ;

2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, indien de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister is ingeschreven.

FOREm centraliseert, aggregeert en bewaart de gegevens van de stagiair in zijn eenmalig dossier, zoals bedoeld in artikel 4/1 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse Dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling).

Article 246. Artikel 120 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen doet geen afbreuk aan de toepassing, vanaf de door de Regering krachtens artikel 136, eerste lid, vastgestelde datum, op de kinderen die in de loop van datzelfde jaar de leeftijd van 18 jaar bereiken.

In afwijking van artikel 120 vormen voor kinderen die vóór 1 januari 2001 zijn geboren, de binnen het quotum van 475 uur per kalenderjaar gepresteerde studentencontracten en de tijdelijke werkloosheid en de daarmee verband houdende inkomsten geen beletsel voor de toekenning van gezinsbijslagen.

Voor deze kinderen wordt het maximum van het maandelijkse bruto-inkomen dat wordt ontvangen in het kader van een verplichte stage of een stage die vereist is om een diploma te behalen, zoals bepaald in artikel 14 van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat onderwijs volgt of een vorming doorloopt, opgetrokken tot 674,20 euro. Dit bedrag is gekoppeld aan de spilindex 109,34 (basis 2013 = 100).

Article 247. Het artikel 121 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:

Voor deze kinderen wordt het maximum van het maandelijkse bruto-inkomen dat wordt ontvangen in het kader van een verplichte stage of een stage die vereist is om een diploma te behalen, zoals bepaald in artikel 14 van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat onderwijs volgt of een vorming doorloopt, opgetrokken tot 674,20 euro. Dit bedrag is gekoppeld aan de spilindex 109,34 (basis 2013 = 100).

La consultation de ce document ne se substitue pas à la lecture du Moniteur belge correspondant. Nous déclinons toute responsabilité pour d'éventuelles inexactitudes résultant de la transcription de l'original dans ce format.

Ce texte est publié selon les conditions de réutilisation propres à Justel, et non sous une licence Legalize ou du domaine public. Justel
Licence ouverte / open data fédéral belge (CC0 par défaut)