Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 2075
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
4.

In afwijking van artikel 282, tweede lid, behoeft geen afschrift van een verweerschrift en de overlegde bescheiden verzonden te worden aan de personen ten behoeve van wie de overeenkomst is gesloten. De rechter kan, in afwijking van artikel 290, eerste en tweede lid, bevelen, dat het verzoekschrift, de verweerschriften, de op de zaak betrekking hebbende bescheiden en de processen-verbaal en zonodig een vertaling hiervan in één of meer andere talen dan de Nederlandse taal op één of meer door hem aan te wijzen internetadressen worden geplaatst, zodanig dat deze door de personen ten behoeve van wie de overeenkomst is gesloten ten behoeve van latere kennisneming kunnen worden opgeslagen. Tevens kan de rechter bevelen dat de verzoekers desverlangd aan een persoon ten behoeve van wie de overeenkomst is gesloten afschriften verstrekken van de in de tweede zin genoemde stukken.

5.

De oproeping van de aan de verzoekers bekende personen ten behoeve van wie de overeenkomst is gesloten geschiedt bij gewone brief, tenzij de rechter anders bepaalt. Bovendien geschiedt de oproeping door aankondiging daarvan in één of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen, waarbij tevens rechtspersonen als bedoeld in artikel 1014 worden opgeroepen. Hierbij wordt naast de plaats, de dag en het uur van de terechtzitting telkens op een door de rechter aan te geven wijze melding gemaakt van een korte omschrijving van de overeenkomst en van de gevolgen van toewijzing van het verzoek. Tevens wordt vermeld op welke wijze inzage en afschrift kan worden verkregen van de in het vierde lid genoemde stukken en wordt gewezen op de bevoegdheid om een verweerschrift in te dienen. Tenzij de rechter anders bepaalt, dragen de verzoekers zorg voor de oproeping ingevolge dit lid. De rechter kan gelasten dat de in dit lid bedoelde informatie ook op andere wijze wordt bekend gemaakt. Indien de curator in faillissement de overeenkomst heeft gesloten, gelast de rechter de verzoekers oproeping op een door hem te bepalen wijze van bekende en onbekende schuldeisers. Indien er personen zijn ten behoeve van wie de overeenkomst is gesloten, die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben en een voor Nederland bindende internationale of Unie-regeling niet een wijze van oproeping voorschrijft, gelast de rechter oproeping op een door hem bepaalde wijze van deze personen, zonodig in één of meer andere talen dan de Nederlandse taal.

6.

De rechter kan bevelen dat verzoekers de namen en woonplaatsen van de aan hen bekende personen ten behoeve van wie de overeenkomst is gesloten, uiterlijk op een door de rechter te bepalen dag en op een door hem te bepalen wijze aan hem worden overgelegd. De verzoekers kunnen zich daarbij houden aan de laatste hun bekende woonplaatsen van de in de eerste zin bedoelde personen.

7.

De rechter kan, indien hij de dag en het uur van de behandeling bepaalt, tevens bepalen dat verweerschriften in afwijking van artikel 282, eerste lid, uiterlijk voor een door hem vast te stellen tijdstip voor de behandeling moeten worden ingediend. Artikel 282, vierde lid, mist toepassing.

8.

De rechter kan, op verzoek van partijen of van een van hen dan wel ambtshalve, in elke stand van de procedure een verschijning van partijen ter terechtzitting bevelen teneinde het verloop van de procedure te bespreken en daaromtrent aanwijzingen te verstrekken en bevelen te geven. Partijen verschijnen ter terechtzitting in persoon of bij advocaat. Van het verhandelde wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat door de rechter en de griffier wordt ondertekend. Tegen de beslissing om al dan niet een verschijning te bevelen, staat geen voorziening open.

Artikel 1014

Een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die ingevolge haar statuten de belangen van personen behartigt ten behoeve van wie de overeenkomst is gesloten, kan een verweerschrift indienen.

Artikel 1015
1.

Procedures betreffende geschillen in de beëindiging waarvan de overeenkomst voorziet, worden door de indiening van het verzoek, bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van rechtswege geschorst, ook indien reeds de dag is bepaald waarop het vonnis, het arrest of de beschikking zal worden uitgesproken.

2.

Het geschorste geding wordt overeenkomstig artikel 227, eerste lid, hervat:

  • a. voor zover in de procedure om een beslissing wordt verzocht ter zake van een geschil in de beëindiging waarvan de overeenkomst niet voorziet;
  • c. indien onherroepelijk vaststaat dat het verzoek niet tot toewijzing zal leiden;
  • e. indien de behandeling van het verzoek met het oog op de belangen van een gerechtigde onder de overeenkomst en alle omstandigheden in aanmerking genomen, onaanvaardbaar lang duurt en naar verwachting nog onaanvaardbaar lang zal duren;
  • f. indien de partijen in de geschorste procedure daarmee instemmen.
3.

Artikel 907, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op hetgeen in een ingevolge het tweede lid hervat geding wordt gevorderd.

4.

Behoudens de gevallen, bedoeld in het tweede lid, wordt na schorsing van een hangende procedure het geding op verzoek van de meest gerede partij van de rol afgevoerd indien de in artikel 908, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn is verstreken.

Artikel 1016
1.

De rechter kan bevelen dat één of meer deskundigen zullen berichten over de voor het verzoek van belang zijnde punten.

2.

Behoudens de toepassing van artikel 289 kan de rechter bepalen dat de kosten voortvloeiende uit de toepassing van de bepalingen van deze titel ten laste komen van één of meer verzoekers.

Artikel 1017
1.

Een afschrift van de beschikking wordt door de griffier schriftelijk zo spoedig mogelijk verstrekt aan de verzoekers.

2.

De beschikking en de overeenkomst die daarbij verbindend is verklaard liggen ter griffie ter inzage en afschrift van de gerechtigden onder de overeenkomst. De rechter kan, in plaats daarvan, bevelen dat de beschikking en de overeenkomst en zonodig een vertaling hiervan in één of meer andere talen dan de Nederlandse taal op één of meer door hem aan te wijzen internetadressen worden geplaatst, zodanig dat deze door de gerechtigden onder de overeenkomst ten behoeve van latere kennisneming kunnen worden opgeslagen. Tevens kan de rechter bevelen dat de verzoekers desverlangd aan een gerechtigde onder de overeenkomst afschriften verstrekken van de beschikking en de overeenkomst.

3.

Aan de bekende gerechtigden onder de overeenkomst en aan de in de procedure verschenen rechtspersonen als bedoeld in artikel 1014, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan van de beschikking tot verbindendverklaring, tenzij de rechter anders bepaalt. Bovendien wordt van de verbindendverklaring zo spoedig mogelijk aankondiging gedaan in één of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen. Hierbij wordt telkens op een door de rechter aan te geven wijze melding gemaakt van een korte omschrijving van de overeenkomst, in het bijzonder de wijze waarop vergoeding kan worden verkregen of anderszins een beroep op de overeenkomst kan worden gedaan en, indien de overeenkomst dat bepaalt, de termijn waarbinnen daarop aanspraak dient te worden gemaakt, alsmede van de gevolgen van de verbindendverklaring, en worden de termijn waarbinnen en de wijze waarop de gerechtigden onder de overeenkomst zich van de gevolgen van de verbindendverklaring kunnen bevrijden, vermeld. Tevens wordt vermeld op welke wijze inzage en afschrift kan worden verkregen van de beschikking en de overeenkomst die daarbij verbindend is verklaard. De rechter kan bevelen dat ook van andere dan de in dit lid genoemde gegevens melding wordt gemaakt. Tenzij de rechter anders bepaalt, dragen de verzoekers zorg voor de in dit lid bedoelde melding en aankondiging. De rechter kan gelasten dat de in dit lid bedoelde gegevens ook op andere wijze bekend worden gemaakt. Indien er gerechtigden onder de overeenkomst zijn die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben en een voor Nederland bindende internationale of Unie-regeling niet een wijze van aankondiging voorschrijft, gelast de rechter aankondiging op een door hem te bepalen wijze ten behoeve van deze gerechtigden, zonodig in één of meer andere talen dan de Nederlandse taal.

4.

Zo spoedig mogelijk nadat het verzoek tot verbindendverklaring onherroepelijk is afgewezen, dragen de verzoekers er zorg voor dat de personen ten behoeve van wie de overeenkomst is gesloten, daar op een door de rechter te bepalen wijze van op de hoogte worden gebracht.

5.

De verzoekers kunnen het gerechtshof Amsterdam verzoeken om ter uitvoering van de in het derde en vierde lid bedoelde meldingen en aankondigingen nadere aanwijzingen te verstrekken.

Artikel 1018
1.

Beroep in cassatie staat uitsluitend open indien het verzoek wordt afgewezen en kan uitsluitend door de verzoekers gezamenlijk worden ingesteld.

2.

Herroeping staat uitsluitend open voor de in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde stichtingen of verenigingen gezamenlijk, en voor de overige verzoekers gezamenlijk. Indien de in de eerste zin bedoelde stichtingen of verenigingen zijn ontbonden, staat herroeping open voor een stichting of vereniging, bedoeld in artikel 1014. Herroeping van de beschikking op verzoek van stichtingen en verenigingen als bedoeld in de eerste of tweede zin, heeft geen gevolgen voor een gerechtigde onder de overeenkomst die zich tegen die gevolgen verzet.

Boek Vierde. Arbitrage

titel Tiende. Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen

afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter

afdeling Tweede. Bijzondere bepalingen

afdeling Derde. Het arbitraal vonnis

afdeling Vierde. De tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis

afdeling Tweede. Het arbitraal geding

Titel 15. Van rechtspleging in zaken betreffende rechten van intellectuele eigendom

Artikel 6a

Voor de toepassing van artikel 6, onderdeel a, is, tenzij anders is overeengekomen, de plaats van uitvoering in Nederland gelegen:

  • a. voor de koop en verkoop van roerende zaken, indien de zaken volgens de overeenkomst in Nederland geleverd werden of geleverd hadden moeten worden;
  • b. voor de verstrekking van diensten, indien de diensten volgens de overeenkomst in Nederland verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden.

afdeling Tweede. Enkelvoudige en meervoudige kamers

afdeling Derde. Algemene voorschriften voor procedures

afdeling Vierde. Wraking en verschoning van rechters

afdeling Vijfde. Het openbaar ministerie en de procureur-generaal bij de Hoge Raad

afdeling Zesde. Exploten

afdeling Achtste. Herstel van verkeerd inleiden van een procedure, verwijzing door of naar de kantonrechter en verwijzing bij absolute onbevoegdheid

titel Tweede. De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Negende. Slotbepaling

afdeling Derde. Relatieve bevoegdheid

afdeling Tweede. Kantonzaken

afdeling Vijfde. Verloop van het geding

afdeling Zesde. Reconventie

afdeling Zevende. Verstek

afdeling Vijfde. Verloop van de procedure

afdeling Achtste. Verzet

§ 1. Algemene bepalingen van bewijsrecht

§ 1. Algemene bepalingen van bewijsrecht

§ 3. Openlegging van boeken, bescheiden en geschriften

§ 4. Getuigen

§ 5. Deskundigen

§ 7. Inzage, afschrift of uittreksel van gegevens

afdeling Tiende. Incidentele vorderingen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Vrijwaring

§ 6. Zekerheidstelling voor proceskosten

afdeling Tiende. Incidentele vorderingen

afdeling Elfde. Schorsing en hervatting

§ 1. Algemeen

§ 1. Algemeen

afdeling Elfde. Schorsing en hervatting

§ 1. Doorhaling op de rol

§ 2. Afstand van instantie

afdeling Dertiende. Afbreking van de instantie

titel Derde. De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg

afdeling Tweede. Relatieve bevoegdheid

afdeling Eerste. Algemene bepaling

afdeling Vierde. Verloop van de procedure

titel Vierde

titel Vijfde

titel Zesde. Prorogatie van rechtspraak aan het gerechtshof

titel Vijfde

afdeeling Eerste. Van de zaken aan hooger beroep onderworpen

afdeeling Tweede. Van den termijn van beroep

afdeeling Derde. Van de regtspleging in hooger beroep en de gevolgen van hetzelve

afdeling Vierde. Hoger beroep tegen beschikkingen

titel Achtste

titel Negende. Verzet door derden

Artikel 376

Derden zijn bevoegd zich te verzetten tegen een vonnis hetwelk hunne regten benadeelt, indien zij noch in persoon, noch wettiglijk vertegenwoordigd, of indien zij welke zij vertegenwoordigen, in het regtsgeding niet zijn geroepen, of door voeging of tusschenkomst geene partij zijn geweest.

Artikel 377

Dit verzet wordt beoordeeld door den regter, bij wien zoodanig vonnis is gewezen. Het wordt aangebragt door eene dagvaarding tegen alle de partijen tusschen welke hetzelve is gevallen, en de algemeene voorschriften wegens de wijze van procederen zijn op dit verzet toepasselijk.

Artikel 378

Indien zoodanig vonnis aan eenen derde is tegengeworpen in een regtsgeding, en het verzet daartegen is ingesteld op den voet van het vorige artikel, staat het vrij aan den regter voor wien dat regtsgeding aanhangig is, indien daartoe gronden bestaan, de schorsing van hetzelve toe te staan, tot dat het ingestelde verzet zal zijn uitgewezen.

Artikel 379

De regter die over een verzet van derden oordeelt, kan, indien daartoe gronden bestaan, de uitvoering van het aangevallen vonnis schorsen, tot dat het verzet zal zijn uitgewezen.

Artikel 380

Bij wettiging van het verzet wordt het vonnis, waartegen dit gerigt is geweest, alleen in zoo verre verbeterd als het de regten van derden heeft benadeeld, ten zij het onsplitsbare der gevallene uitspraak eene geheele vernietiging daarvan noodzakelijk mogt maken.

Artikel 381

Vervallen

titel Negende. Verzet door derden

afdeling Eerste. Herroeping van vonnissen

Artikel 382

Een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan op vordering van een partij worden herroepen indien:

  • a. het berust op bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd,
  • b. het berust op stukken, waarvan de valsheid na het vonnis is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of
  • c. de partij na het vonnis stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden.
Artikel 383
1.

Het rechtsmiddel moet worden aangewend binnen drie maanden nadat de grond voor de herroeping is ontstaan en de eiser daarmee bekend is geworden. De termijn vangt niet aan dan nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

2.

Indien de partij die gronden heeft de herroeping te vorderen binnen die termijn is overleden, is artikel 341 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 384
1.

De vordering tot herroeping wordt gebracht voor de rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld.

2.

Indien de Hoge Raad na vernietiging ten principale recht heeft gedaan, wordt de vordering gebracht voor de rechter van wie het vonnis of het arrest door de Hoge Raad is vernietigd.

3.

Is in laatste feitelijke instantie beslist door de voorzieningenrechter in kort geding, dan wordt de vordering gebracht voor de rechtbank.

Artikel 385

Het geding wordt ingeleid met een dagvaarding die voldoet aan de eisen van artikel 111 en wordt verder gevoerd op de wijze als in de tweede titel is bepaald.

Artikel 386

De vordering tot herroeping schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis niet. De rechter die over de herroeping oordeelt, kan evenwel, desgevorderd, bij voorlopige voorziening de tenuitvoerlegging schorsen.

Artikel 387

De rechter die de voor herroeping aangevoerde grond of gronden juist bevindt, heropent het geding geheel of gedeeltelijk. Hij geeft partijen gelegenheid hun stellingen en verweren te wijzigen en aan te vullen.

Artikel 388
1.

Het vonnis waarbij het geding is heropend, schorst de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis in zoverre.

2.

De beslissing inzake de heropening van het geding is niet vatbaar voor hoger beroep. Een vordering tot herroeping kan daartegen evenmin worden ingesteld.

Artikel 389

Indien de rechter met betrekking tot het geding voor zover het is heropend, tot een ander oordeel komt, doet hij daarin opnieuw uitspraak met herroeping in zoverre van het bestreden vonnis.

afdeling Tweede. Herroeping van beschikkingen

Artikel 390

Een beschikking kan op verzoek van de oorspronkelijke verzoeker of van een belanghebbende worden herroepen op de gronden genoemd in artikel 382, tenzij de aard van de beschikking zich daartegen verzet.

Artikel 391

De artikelen 382 tot en met 384 en 386 tot en met 389 zijn van overeenkomstige toepassing. Overigens wordt het verzoek tot herroeping behandeld op de wijze als in de derde titel is bepaald.

Artikel 392

Vervallen

titel Elfde. Cassatie

afdeling Eerste. Van de zaken aan cassatie onderworpen

Artikel 398

Partijen kunnen beroep in cassatie instellen:

  • 1°. tegen uitspraken, die hetzij in eerste en hoogste ressort hetzij in hoger beroep zijn gewezen;
  • 2°. tegen vonnissen die in eerste ressort op tegenspraak zijn gewezen, indien partijen nadien zijn overeengekomen het hoger beroep over te slaan.
Artikel 399

Het beroep staat niet open voor hem die zijn bezwaren kan doen herstellen door dezelfde rechter bij wie de zaak heeft gediend.

Artikel 400

Het beroep staat niet open voor hem, die in de uitspraak heeft berust.

afdeling Tweede. Van de termijn van beroep en van deszelfs schorsende kracht

afdeling Tweede. Van de termijn van beroep en van deszelfs schorsende kracht

afdeling Tweede. De termijn van beroep in cassatie in vorderingsprocedures en de schorsende kracht daarvan

afdeling Derde. Van de rechtspleging in cassatie in vorderingsprocedures

Boek Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten

titel Eerste. Algemene regels

titel Eerste. Algemene regels

afdeling Vijfde. Beroep in cassatie in verzoekprocedures

Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn

Eerste afdeling B. Van executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

afdeling Tweede. Van executoriaal beslag onder derden

Eerste afdeling B. Van executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

afdeling Tweede. Van executoriaal beslag onder derden

afdeling Tweede. Van executoriaal beslag onder derden

Tweede afdeling c. Van executoriaal beslag op de rechten uit een sommenverzekering

Tweede afdeling A. Van executoriaal beslag onder derden in zaken betreffende levensonderhoud en uitkering voor de huishouding

titel Derde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken

Tweede afdeling c. Van executoriaal beslag op de rechten uit een sommenverzekering

afdeling Derde. Van de verdeling van de opbrengst der executie

afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op onroerende zaken

afdeling Tweede. Van executoriale verkoop van onroerende zaken

afdeling Tweede. Van executoriale verkoop van onroerende zaken

afdeling Derde. Van opvordering door derden

titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen

afdeling Zesde. Van gedwongen ontruiming

afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op en executie van schepen

titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen

afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op en executie van schepen

afdeling Eerste. Lijfsdwang

afdeeling Derde. Van dwangsom

titel Vijfde. Van lijfsdwang en deszelfs tenuitvoerlegging en van dwangsom

titel Zesde. Van het vereffenen van schadevergoeding

Boek Derde. Van regtspleging van onderscheiden aard

titel Zevende. Van het stellen van zekerheid

afdeeling Derde. Van dwangsom

Afdeling Tweede. Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren

titel Tweede. Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap

afdeling Eerste. Van de verzegeling

Afdeling Tweede. Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren

afdeling Eerste. Van de verzegeling

afdeling Derde. Van boedelbeschrijving

titel Tweede. Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap

afdeling Eerste. Van de verzegeling

afdeling Vierde. Van geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving

afdeling Vierde. Van geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving

afdeling Vijfde. Van de verdeling van een gemeenschap

afdeling Zesde. Van conservatoir beslag op onroerende zaken

afdeling Tweede. Van conservatoir beslag in handen van de schuldenaar

afdeling Derde. Van conservatoir beslag op aandelen op naam, en effecten op naam die geen aandelen zijn

afdeling Vierde. Van conservatoir beslag onder derden

Zesde afdeling B. Van conservatoir beslag op luchtvaartuigen

Afdeling Negende. Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap

titel Vijfde. Rekenprocedure

Titel Zesde. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht

afdeling Achtste. Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland

afdeling Tweede. Rechtspleging in scheidingszaken

§ 1. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed

§ 1. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed

§ 1. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed

§ 4. Ontbinding van een geregistreerd partnerschap

titel Zevende. Enige bijzondere rechtsplegingen

afdeling Eerste. Afschrift, uittreksel en inzage van akten en andere bewijsmiddelen

afdeling Eerste. Afschrift, uittreksel en inzage van akten en andere bewijsmiddelen

titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

titel Elfde. Van rechtspleging inzake jaarrekeningen en jaarverslagen

titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels

titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels

Boek Vierde. Arbitrage

titel Elfde. Van rechtspleging inzake jaarrekeningen en jaarverslagen

afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter

afdeling Tweede. Het arbitraal geding

afdeling Derde. Het arbitraal vonnis

afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter

afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter

Titel 14a. Van rechtspleging in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 479ka
1.

Ten laste van degene die als begunstigde derde tot het ontvangen van een uitkering uit een sommenverzekering is aangewezen kan beslag worden gelegd onder de verzekeraar, indien:

  • a. de aanwijzing is aanvaard of aanvaard kan worden;
2.

De begunstigde derde wordt in het geval, bedoeld in het eerste lid onder b, geacht zijn aanwijzing te hebben aanvaard voor zover de executie strekt. Heeft de aanwijzing betrekking op een uitkering uit een levensverzekering, dan blijft de eerste zin buiten toepassing zolang de begunstiging ingevolge de eerste zin van artikel 479r, eerste lid, nog kan worden gewijzigd.

Artikel 479kb
1.

Onder de verzekeringnemer of een begunstigde kan geen beslag worden gelegd op enig uit de verzekering voortvloeiend recht, tenzij hun rechten aan toonder of order zijn gesteld.

2.

Zijn de rechten van de verzekeringnemer of de begunstigde aan toonder of order gesteld, dan kunnen deze rechten niet krachtens artikel 474a worden verkocht, doch dient de executie te worden voortgezet door beslag onder de verzekeraar overeenkomstig de tweede afdeling.

Artikel 479kc
1.

Aan degene die ten laste van de verzekeringnemer beslag onder de verzekeraar heeft gelegd, kan een rechtshandeling, na de beslaglegging door of met medewerking van de verzekeringnemer met betrekking tot de verzekering verricht, niet worden tegengeworpen.

2.

Aan degene die ten laste van de onherroepelijk aangewezen begunstigde beslag onder de verzekeraar heeft gelegd, kan een rechtshandeling, na de beslaglegging door of met medewerking van de begunstigde met betrekking tot de verzekering verricht, niet worden tegengeworpen.

§ 2. Beslag ten laste van de verzekeringnemer op diens rechten uit een levensverzekering

Artikel 479r
1.

Indien de begunstiging na de beslaglegging onherroepelijk wordt, kan deze onherroepelijkheid niet aan de executant worden tegengeworpen. De verzekeraar is verplicht een uitkering, waarop de begunstiging betrekking heeft, onder zich te houden. Voor zover vaststaat dat de begunstiging niet zal worden gewijzigd, blijven de eerste en de tweede volzin buiten toepassing.

2.

Eindigt het verzekerde risico door het overlijden van de verzekeringnemer binnen twee weken na de dag waarop het in artikel 479n, eerste lid, bedoelde exploot is uitgebracht, dan kan de executant niet tot wijziging van de begunstiging overgaan tot twee weken nadat hij de begunstigde bij deurwaardersexploot van zijn voornemen tot wijziging van de begunstiging op de hoogte heeft gesteld. Hij doet een afschrift van het exploot toekomen aan de verzekeraar. De verzekeraar is verplicht aan de executant de nodige gegevens te verschaffen om de begunstigde te kunnen bereiken. Artikel 479n, eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. De eerste volzin mist toepassing wanneer de begunstigde reeds een vordering als bedoeld in artikel 479p, eerste lid, heeft ingesteld.

3.

Heeft de executant nog niet overeenkomstig artikel 479n, eerste lid, of overeenkomstig het tweede lid aan de geëxecuteerde, onderscheidenlijk de begunstigde, mededeling gedaan van zijn voornemen tot wijziging van de begunstiging, dan vervalt de mogelijkheid om de begunstiging te wijzigen, indien de executant de begunstigde niet binnen een door hem aan de executant gestelde termijn van tenminste vier weken bij deurwaardersexploot van zijn voornemen tot wijziging op de hoogte heeft gesteld.

afdeling Derde. Van de verdeling van de opbrengst der executie

Tweede afdeling B. Van executoriaal beslag onder de schuldeiser zelf

titel Derde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken

afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op onroerende zaken

afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op onroerende zaken

afdeling Zesde. Van gedwongen ontruiming

titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen

afdeling Vijfde. Van de verdeling van de opbrengst van de executie

afdeling Vijfde. Van de verdeling van de opbrengst van de executie

titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen

afdeling Tweede. Tenuitvoerlegging en ontslag

afdeeling Derde. Van dwangsom

Boek Derde. Van regtspleging van onderscheiden aard

titel Zevende. Van het stellen van zekerheid

Afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Afdeling Tweede. Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren

titel Tweede. Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap

afdeling Vierde. Van geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving

afdeling Vierde. Van geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving

afdeling Tweede. Van ontzegeling

titel Vierde. Van middelen tot bewaring van zijn recht

afdeling Tweede. Van ontzegeling

Artikel 724a
1.

Een schuldeiser kan conservatoir beslag leggen op de rechten die voor de verzekeringnemer voortvloeien uit een sommenverzekering. Voorts kan in de gevallen, bedoeld in artikel 479ka, eerste lid, conservatoir beslag worden gelegd ten laste van degene die tot het ontvangen van een uitkering uit sommenverzekering is aangewezen. De artikelen 479kb, eerste lid, 479kc, 479m, tweede en derde lid, 479o, eerste lid, 479p, eerste lid, eerste volzin, en 479r, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

Het beslag wordt onder de verzekeraar gelegd op de wijze en met de gevolgen als in de vierde afdeling is bepaald, tenzij de rechten van de verzekeringnemer of de begunstigde aan toonder of order zijn gesteld. In het geval, bedoeld aan het slot van de eerste volzin, wordt het beslag gelegd op de wijze en met de gevolgen als in de tweede afdeling is bepaald.

afdeling Vierde. Van conservatoir beslag onder derden

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Achtste. Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland

afdeling Zevende. Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen

titel Vijfde. Rekenprocedure

Titel Zesde. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht

Afdeling Negende. Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap

afdeling Tweede. Rechtspleging in scheidingszaken

§ 1. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed

§ 2. Voorlopige voorzieningen

§ 3. Nevenvoorzieningen

titel Zevende. Enige bijzondere rechtsplegingen

afdeling Eerste. Afschrift, uittreksel en inzage van akten en andere bewijsmiddelen

afdeling Tweede. Van gerechtelijke bewaring

titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

titel Elfde. Van rechtspleging inzake jaarrekeningen en jaarverslagen

titel Tiende. Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen

Boek Vierde. Arbitrage

titel Twaalfde. Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden

afdeling Tweede. Het arbitraal geding

afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter

afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter

Titel 15a. Van rechtspleging in zaken betreffende bescherming van bedrijfsgeheimen

titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels

Artikel 1019

Deze titel is van toepassing op de handhaving van rechten van intellectuele eigendom ingevolge de Auteurswet, de Wet op de naburige rechten, de Databankenwet, de Rijksoctrooiwet 1995, het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen), de Wet houdende regelen inzake de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten, de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, op procedures krachtens de artikelen 5 en 5a Handelsnaamwet, op procedures inzake geografische benamingen krachtens artikel 14 Landbouwkwaliteitswet en op handhaving van rechten van intellectuele eigendom ingevolge verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk (PbEG 1994, L11), verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PbEG L 227) en verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (PbEG 2002, L3).

Artikel 1019a
1.

Een verbintenis uit onrechtmatige daad wegens inbreuk op een recht van intellectuele eigendom geldt als een rechtsbetrekking als bedoeld in artikel 194, eerste lid.

2.

In procedures bedoeld in artikel 196 in verbinding met artikel 204 en de artikelen 194 en 195 kan ook overlegging gevorderd worden van ander bewijsmateriaal dat zich in de macht van de wederpartij bevindt.

3.

De rechter wijst het verzoek af voor zover de bescherming van vertrouwelijke informatie niet is gewaarborgd. Artikel 194, tweede lid, aanhef en onder b is niet van toepassing.

Artikel 1019b
1.

De voorzieningenrechter kan verlof verlenen tot het treffen van voorlopige maatregelen ter bescherming van bewijs aan de verzoeker die voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er inbreuk op zijn recht van intellectuele eigendom is gemaakt of dreigt te worden gemaakt. Tot deze maatregelen ter bescherming van bewijs kunnen behoren, naast de reeds in de wet geregelde maatregelen, conservatoir bewijsbeslag, gedetailleerde beschrijving en monsterneming ter zake van vermeend inbreukmakende roerende zaken, bij de productie daarvan gebruikte materialen en werktuigen en op de inbreuk betrekking hebbende documenten.

2.

De rechter bepaalt zo nodig de wijze waarop beschrijving plaatsvindt of monsters worden genomen en wat met de monsters dient te gebeuren.

3.

Deze maatregelen worden genomen zo nodig zonder dat de wederpartij wordt gehoord, met name indien het aannemelijk is dat uitstel de verzoeker onherstelbare schade zal berokkenen, of indien er een aantoonbaar gevaar voor verduistering of verlies van bewijs bestaat.

4.

Verlof tot het treffen van de gevraagde maatregel wordt niet gegeven voor zover de bescherming van vertrouwelijke informatie niet is gewaarborgd.

Artikel 1019c
1.

Conservatoir beslag tot bescherming van bewijs wordt gelegd met overeenkomstige toepassing van de voorschriften betreffende middelen tot bewaring van zijn recht, met uitzondering van artikel 709, derde lid.

2.

Zodra in de hoofdzaak is beslist en deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, vervalt het beslag van rechtswege. Zijn de beslagen zaken in gerechtelijke bewaring gegeven, dan is de bewaarder verplicht tot afgifte daarvan aan de beslagene, tenzij de rechter op vordering van eiser anders heeft bepaald. De rechter kan op verzoek van partijen of ambtshalve nadere aanwijzingen geven.

Artikel 1019d
1.

Beschrijving geschiedt door een deurwaarder ter plaatse waar de zaken, bedoeld in artikel 1019b, eerste lid, zich bevinden. De deurwaarder zal de zaken op het door hem daarvan onverwijld op te maken proces-verbaal nauwkeurig beschrijven met opgave van hun beweerdelijk inbreukmakende kenmerken, getal, gewicht en maat overeenkomstig hun aard. Tot deze beschrijving kan ook behoren het op enigerlei wijze vastleggen van de zaken op beeld- of geluidsmateriaal dat wordt gevoegd bij het proces-verbaal en daarvan deel uitmaakt. Het proces-verbaal vermeldt het rechterlijk verlof. De artikelen 440, tweede lid, 443, 444, 444a en 444b zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

Monsterneming geschiedt door een deurwaarder ter plaatse waar de zaken, bedoeld in artikel 1019b, eerste lid, zich bevinden. De voorschriften betreffende middelen tot bewaring van zijn recht zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 709, derde lid. Hij zal van elk soort der zaken ten hoogste drie exemplaren aan een door de voorzieningenrechter aan te wijzen bewaarder in gerechtelijke bewaring geven, tenzij de rechter anders bepaalt.

3.

Zodra in de hoofdzaak is beslist en deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, is de bewaarder verplicht tot afgifte van de monsters aan de beslagene, tenzij de rechter op vordering van eiser anders heeft bepaald. De rechter kan op verzoek van partijen of ambtshalve nadere aanwijzingen geven.

Artikel 1019e
1.

In spoedeisende zaken, met name indien uitstel onherstelbare schade voor de houder van het recht van intellectuele eigendom zou veroorzaken, is de voorzieningenrechter bevoegd een onmiddellijke voorziening bij voorraad te geven op een verzoek om tegen de vermeende inbreukmaker een bevel uit te vaardigen teneinde een dreigende inbreuk op het recht van intellectuele eigendom van de houder te voorkomen, zonder de vermeende inbreukmaker op te roepen. Onder dezelfde voorwaarden kan een onmiddellijke voorziening bij voorraad worden gegeven tegen een tussenpersoon wiens diensten door een derde worden gebruikt om op een recht van intellectuele eigendom inbreuk te maken.

2.

De voorzieningenrechter kan het verzoek toewijzen onder voorwaarde dat tot een door hem te bepalen bedrag zekerheid wordt gesteld.

3.

De vermeende inbreukmaker en de tussenpersoon wiens diensten door een derde worden gebruikt om op een recht van intellectuele eigendom inbreuk te maken, kunnen vorderen dat de voorzieningenrechter die de beschikking inhoudende het bevel genoemd in het eerste lid heeft gegeven, de beschikking herziet, rechtdoende in kort geding.

Artikel 1019f
1.

Indien de eiser informatie wenst te verkrijgen van een derde die op commerciële schaal inbreukmakende goederen in zijn bezit heeft of gebruikt, die op commerciële schaal diensten verleent die bij de inbreuk worden gebruikt, of die door een van deze derden is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, fabricage of distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten, kan de rechter op gerechtvaardigde en redelijke vordering van de eiser een getuigenverhoor bevelen over al hetgeen de derde bekend is over de herkomst en de distributiekanalen van de inbreukmakende goederen of diensten. Dit verhoor heeft enkel betrekking op het verkrijgen van de in dit lid bedoelde informatie.

2.

Naast of in plaats van verhoor van een getuige ter zitting, kan ook overlegging gevraagd worden van de in het tweede lid bedoelde informatie in schriftelijke vorm door de getuige.

Artikel 1019g

De rechter kan op vordering van degene die is getroffen door

  • d. enige andere voorlopige maatregel die is opgelegd krachtens een in artikel 1019 bedoeld recht van intellectuele eigendom, tot voorkoming van een dreigende inbreuk of houdende een verbod op inbreukmakende handelingen of een verbod jegens een tussenpersoon,

gelasten dat degene die om deze maatregel heeft gevraagd de door deze maatregel toegebrachte schade op passende wijze vergoedt, indien het beslag ten onrechte is gelegd of het beslag is opgeheven dan wel voor zover de maatregel niet had behoren te worden getroffen of het bevel niet had behoren te worden gegeven of indien wordt vastgesteld dat er geen inbreuk was gemaakt of dreigde.

Artikel 1019h

Voor zover nodig in afwijking van de tweede paragraaf van de twaalfde afdeling van de tweede titel van het eerste Boek en in afwijking van artikel 194, eerste lid wordt de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Artikel 1019i
1.

Bij het treffen van een voorlopige voorziening bepaalt de voorzieningenrechter een redelijke termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak. De voorlopige voorziening verliest haar kracht wanneer een eis in de hoofdzaak niet binnen die termijn is ingesteld en de gedaagde een daartoe strekkende verklaring bij de griffie indient. Is de verklaring ingediend na het verstrijken van de gestelde termijn, dan verliest de voorlopige voorziening haar kracht met de indiening van de verklaring.

2.

Heeft de voorzieningenrechter geen termijn als bedoeld in het eerste lid gesteld, dan verliest de voorlopige voorziening haar werking door een verklaring als bedoeld in het eerste lid, wanneer na ten minste 31 dagen, waarvan ten minste 20 werkdagen, geen eis in de hoofdzaak is ingesteld.

3.

Bij een verklaring als bedoeld in het eerste lid wordt een afschrift overgelegd van het vonnis. Is daartegen een rechtsmiddel ingesteld, dan wordt dit in de verklaring vermeld. De gedaagde zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van zijn verklaring aan de eiser.

titel Tiende. Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen

Boek Vierde. Arbitrage

titel Tiende. Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen

afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter

afdeling Derde. Het arbitraal vonnis

afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage

afdeling Eerste A. De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter

afdeling Eerste B. Het scheidsgerecht

afdeling Zevende. Slotbepalingen

Titel 15a. Van rechtspleging in zaken betreffende bescherming van bedrijfsgeheimen

Artikel 1019j

Door de pachtkamer van de rechtbank bedoeld in artikel 48 van de Wet op de rechterlijke organisatie, worden behandeld en beslist alle zaken betreffende

  • b. een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst;
  • c. een overeenkomst tot het aangaan van een pachtovereenkomst;
  • d. een overeenkomst waarbij persoonlijke zekerheid wordt gesteld voor de nakoming van een pachtovereenkomst;
  • f. een overeenkomst tussen de afgaande en opkomende pachter, verband houdende met de overgang van het bedrijf;
  • g. vorderingen tot ontruiming van het gepachte door de pachter of de gewezen pachter en tot opeising van het verpachte van de pachter of gewezen pachter;
  • i. vorderingen tot terugbetaling van te veel betaalde pacht;
  • j. vorderingen tot vergoeding van schade wegens onrechtmatig gebruik van het gepachte, nadat de pachtovereenkomst is geëindigd.
Artikel 1019k
1.

Indien een zaak niet behoort tot de bevoegdheid van de pachtkamer, verklaart deze zich zonodig ambtshalve onbevoegd. Behoort de zaak tot de bevoegdheid van de gewone rechter, dan verwijst de pachtkamer de zaak naar de gewone rechter die ingevolge de voor de betreffende zaak geldende bepalingen bevoegd is.

2.

Indien een zaak behoort tot de bevoegdheid van de pachtkamer, maar bij een andere gewone rechter is ingediend, verklaart deze zich ambtshalve onbevoegd en verwijst hij de zaak naar de bevoegde pachtkamer.

Artikel 1019l
1.

Indien een zaak meer vorderingen betreft en ten minste één daarvan een zaak als bedoeld in artikel 1019j onder a tot en met j, worden al deze vorderingen door de pachtkamer behandeld en beslist, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet.

2.

In het geval van een vordering in conventie en in reconventie, waarvan ten minste één een vordering betreft als bedoeld in artikel 1019j, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

3.

In geval van een hoofdzaak en een zaak in vrijwaring waarvan er ten minste één een vordering betreft als bedoeld in artikel 1019j, worden deze vorderingen alle door de pachtkamer behandeld en beslist.

Artikel 1019m

Voor de toepassing van de artikelen 1019j tot en met 1019l wordt mede gelet op een wijziging van eis.

Artikel 1019n

Indien binnen de in de wet gestelde termijn een verzoek is ingediend bij de grondkamer en deze beslist, dat zij niet bevoegd is daarvan kennis te nemen, kan het verzoek, indien de pachtkamer van de rechtbank bevoegd is daarvan kennis te nemen en een wettelijke termijn, binnen welke het verzoek bij de pachtkamer moet worden ingediend of de vordering moet worden ingesteld, niet meer kan worden in acht genomen, niettemin nog binnen een maand na de beslissing van de grondkamer bij de pachtkamer worden ingediend of kan de vordering binnen dezelfde termijn worden ingesteld. Hetzelfde geldt, indien een dergelijke beslissing door de Centrale Grondkamer wordt bevestigd dan wel door haar de grondkamer alsnog niet bevoegd wordt verklaard van het verzoek kennis te nemen.

Artikel 1019o
1.

Het hoger beroep van de vonnissen en beschikkingen van de pachtkamer van de rechtbanken wordt ingesteld bij de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bedoeld in artikel 69 van de Wet op de rechterlijke organisatie

2.

De termijn van hoger beroep bedraagt één maand na de dag van de uitspraak.

Artikel 1019p

De pachtkamer van het gerechtshof neemt kennis van alle jurisdictie geschillen tussen de pachtkamers van de rechtbanken.

Artikel 1019q
1.

Op zaken, bedoeld in artikel 1019j, zijn de gewone regels van procesrecht van toepassing, voor zover daarvan niet in deze titel wordt afgeweken.

2.

De pachtkamer van de rechtbank treedt in de plaats van de kantonrechter behoudens in de gevallen voorzien bij de artikelen 117, 177, eerste lid, 180, vijfde lid, en 230, derde lid. De artikelen 96–97 zijn niet van toepassing.

Artikel 1019r
1.

Onverminderd het in artikel 193 bepaalde is de pachtkamer bevoegd, zo vaak zulks haar nodig voorkomt, in elke stand van de procedure, de staat van de onroerende zaak door een of meer van haar leden te doen opnemen, mits de griffier hiervan ten minste twee dagen voor de opneming aan partijen heeft kennis gegeven. Van de opneming wordt proces-verbaal opgemaakt.

2.

De pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kan de kosten van een plaatsopneming geheel of ten dele ten laste van de Staat brengen.

Artikel 1019s
1.

De pachtkamer van een rechtbank kan bepalen dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk zal geschieden door een uit haar midden aangewezen rechter-commissaris. De rechter-commissaris oefent daarbij de bevoegdheden uit, aan de pachtkamer toegekend.

2.

De pachtkamer van het gerechtshof kan bepalen dat de behandeling geheel of gedeeltelijk zal geschieden door een uit haar midden aangewezen raadsheer-commissaris. De raadsheer-commissaris oefent daarbij de bevoegdheid uit, aan de pachtkamer van het gerechtshof toegekend.

Artikel 1019t
1.

Met betrekking tot de schriftelijke vastlegging van pachtovereenkomsten of van overeenkomsten tot wijziging of beëindiging van pachtovereenkomsten gelden de volgende bepalingen.

2.

De griffier van de pachtkamer van de rechtbank zendt binnen veertien dagen na de uitspraak van het vonnis, waarbij de overeenkomst schriftelijk wordt vastgelegd, drie gewaarmerkte afschriften van het vonnis aan de bevoegde grondkamer.

3.

De griffier van de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geeft onverwijld aan de grondkamer kennis van een ingesteld beroep. De grondkamer houdt alsdan de behandeling aan, totdat omtrent de uitslag van het beroep bericht is ontvangen.

4.

Indien de pachtkamer van het gerechtshof in afwijking van de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank de overeenkomst niet vastlegt, dan wel niet tot een andere beslissing dan de eerste rechter komt, geeft de griffier daarvan onverwijld kennis aan de bevoegde grondkamer.

5.

Indien de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, in afwijking van de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank, de overeenkomst vastlegt, dan wel de overeenkomst anders vastlegt, zendt de griffier van de pachtkamer van het gerechtshof binnen veertien dagen na de uitspraak van het vonnis drie gewaarmerkte afschriften van het vonnis aan de bevoegde grondkamer.

6.

De griffier van de Hoge Raad geeft onverwijld aan de grondkamer kennis van een ingesteld beroep in cassatie. De grondkamer houdt alsdan de behandeling aan, totdat omtrent de uitslag van beroep bericht is ontvangen. De griffier van de Hoge Raad geeft onverwijld aan de grondkamer kennis van die uitslag.

Artikel 1019u

In zaken als bedoeld in artikel 1019j die met een verzoek moeten worden ingeleid, is de pachtkamer bevoegd van de rechtbank binnen welker rechtsgebied het gepachte of het grootste deel daarvan is gelegen. Indien het een hoeve betreft, is de pachtkamer bevoegd van de rechtbank binnen welker rechtsgebied het hoofdgebouw, tot de hoeve behorend, gelegen is.

Artikel 1019v

De bepalingen betreffende wraking en verschoning van rechters zijn van overeenkomstige toepassing op de deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken en de pachtkamer van het gerechtshof, bedoeld in de artikelen 48, derde lid, en 69, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en hun plaatsvervangers.

Boek Vierde. Arbitrage

titel Twaalfde. Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden

afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter

afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter

afdeling Derde. Het arbitraal vonnis

afdeling Tweede. Het arbitraal geding

afdeling Derde. Het arbitraal vonnis

afdeling Tweede. Het arbitraal geding

titel Eerste. Arbitrage in Nederland

Artikel 1011a
1.

Een rechtsvordering tot teruggave van een roerende zaak, gegrond op artikel 6.7 van de Erfgoedwet, wordt ingesteld tegen de bezitter of, bij ontstentenis van een bezitter, tegen de houder van het cultuurgoed voor de naar de regels van dit wetboek bevoegde rechter.

2.

Op straffe van nietigheid dienen tezamen met de dagvaarding te worden betekend:

  • a. een document waarin de roerende zaak waarvan teruggave wordt gevorderd, wordt beschreven en waaruit blijkt dat deze zaak een cultuurgoed is in de zin van artikel 6.1, onder c, van de Erfgoedwet en derhalve van wezenlijk belang voor het cultureel erfgoed van de verdragsstaat waaruit het cultuurgoed afkomstig is;
  • b. een verklaring van de verdragsstaat waaruit het cultuurgoed afkomstig is, dat dit cultuurgoed buiten het grondgebied van die staat is geraakt met schending van de regels die door die staat in overeenstemming met de doelstellingen van het Unesco-verdrag 1970, bedoeld in artikel 6.1, onder a, van de Erfgoedwet zijn vastgesteld ter zake van de uitvoer en de eigendomsoverdracht van cultuurgoederen, dan wel dat dit cultuurgoed is ontvreemd in die verdragsstaat.
Artikel 1011b

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan ten behoeve van een verdragsstaat die aanspraak op teruggave van een cultuurgoed maakt, de nodige maatregelen als bedoeld in artikel 1010 nemen.

Artikel 1011c

De kosten die voortvloeien uit de uitvoering van een rechterlijke beslissing tot teruggave van een roerende zaak ingevolge artikel 1011a, komen ten laste van de staat die de rechtsvordering heeft ingesteld. Indien de vordering is ingesteld door de rechthebbende op het cultuurgoed komen die kosten ten laste van die rechthebbende. Hetzelfde geldt voor de kosten, gemaakt voor het materiële behoud van het cultuurgoed en voor de kosten van eventuele voorlopige maatregelen, als bedoeld in artikel 1010.

Artikel 1011d

Indien het cultuurgoed bij teruggave bloot komt te staan aan gevaar, kan de rechter de tenuitvoerlegging van een op grond van artikel 1011a verkregen uitspraak schorsen tot het moment waarop het cultuurgoed bij teruggave geen gevaar meer loopt.

titel Twaalfde. Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden

Titel 13. Van rechtspleging in zaken betreffende de teruggave van cultuurgoederen

titel Tiende. Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen

Boek Vierde. Arbitrage

titel Twaalfde. Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden

afdeling Vierde. De tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis

afdeling Derde. Het arbitraal vonnis

afdeling Eerste A. De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter

afdeling Derde. Het arbitraal vonnis

Titel 18. Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat

Artikel 438c

Wanneer voor de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing een financiële waarborg is vereist, wordt een gelijkwaardige bij een in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde bank of verzekeraar gestelde waarborg erkend. Die banken moeten in een lidstaat van de Europese Unie erkend zijn overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PbEU 2013, L 176), en die verzekeraars overeenkomstig richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335).

titel Eerste. Algemene regels

afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn

Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn

Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn

Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn

Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn

afdeling Tweede. Van executoriaal beslag onder derden

Tweede afdeling c. Van executoriaal beslag op de rechten uit een sommenverzekering

§ 1. Algemene bepalingen

§ 1. Algemene bepalingen

afdeling Derde. Van de verdeling van de opbrengst der executie

Tweede afdeling B. Van executoriaal beslag onder de schuldeiser zelf

titel Derde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken

afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op onroerende zaken

afdeling Tweede. Van executoriale verkoop van onroerende zaken

afdeling Derde. Van opvordering door derden

afdeling Vierde. Van executie door een hypotheekhouder

titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen

afdeling Vijfde. Van de verdeling van de opbrengst van de executie

afdeling Vijfde. Van de verdeling van de opbrengst van de executie

titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen

afdeling Eerste. Lijfsdwang

afdeling Eerste. Lijfsdwang

Boek Derde. Van regtspleging van onderscheiden aard

titel Zesde. Van het vereffenen van schadevergoeding

Afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Afdeling Tweede. Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren

titel Tweede. Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap

afdeling Tweede. Van ontzegeling

afdeling Derde. Van boedelbeschrijving

afdeling Tweede. Van ontzegeling

afdeling Tweede. Van ontzegeling

titel Vierde. Van middelen tot bewaring van zijn recht

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)