Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 2075
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
4.

De in vroegere instanties gestelde zekerheid blijft ook verbonden voor de kosten van cassatie.

5.

De zekerheidstelling wordt gevorderd vóór alle weren van rechten.

Artikel 415
1.

De vordering tot zekerheidstelling en alle andere incidentele vorderingen worden ingesteld bij conclusie.

2.

De verweerder in het incident dient tegelijk met de vorderingen als bedoeld in het eerste lid of op een nader door de Hoge Raad te bepalen datum zijn verweerschrift in het incident in, waarop door de Hoge Raad, na partijen, zo zij dit verlangen, en de procureur-generaal bij de Hoge Raad te hebben gehoord, afzonderlijk wordt beslist.

afdeling Vierde. Uitspraak in cassatie in vorderingsprocedures

afdeling Vijfde. Beroep in cassatie in verzoekprocedures

Boek Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten

titel Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn

afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn

afdeling Derde. Van de verdeling van de opbrengst der executie

afdeling Vierde. Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn

titel Derde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken

afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op onroerende zaken

titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen

afdeling Tweede. Van executoriaal beslag op en executie van luchtvaartuigen

titel Vijfde. Van lijfsdwang en de tenuitvoerlegging van lijfsdwang en van dwangsom

titel Zesde. Van het vereffenen van schadevergoeding

titel Zevende. Van het stellen van zekerheid

Boek Derde. Van rechtspleging van onderscheiden aard

titel Eerste. Van rechtspleging in zaken van verkeersmiddelen en vervoer

Afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Afdeling Tweede. Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren

titel Tweede. Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap

afdeling Tweede. Van ontzegeling

titel Vierde. Van middelen tot bewaring van zijn recht

Vijfde afdeling A. Van conservatoir beslag op de rechten uit een sommenverzekering

afdeling Zevende. Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen

titel Vijfde. Rekenprocedure

Titel Zesde. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht

afdeling Eerste. Rechtspleging in andere zaken dan scheidingszaken

afdeling Tweede. Rechtspleging in scheidingszaken

§ 2. Voorlopige voorzieningen

§ 3. Nevenvoorzieningen

§ 4. Ontbinding van een geregistreerd partnerschap

titel Zevende. Enige bijzondere rechtsplegingen

afdeling Eerste. Toegang tot gegevens in zaken betreffende schending van mededingingsrecht

afdeling Tweede. Van gerechtelijke bewaring

Titel 14. Van rechtspleging in zaken betreffende de verbindendverklaring van overeenkomsten strekkende tot collectieve schadeafwikkeling

Titel 18. Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat

Boek Vierde. Arbitrage

titel Eerste. Arbitrage in Nederland

afdeling Tweede. Het arbitraal geding

afdeling Derde. Het arbitraal vonnis

afdeling Derde A. Arbitraal hoger beroep

titel Tweede. Arbitrage buiten Nederland

Artikel 44b
1.

De Europese Commissie kan, niet optredende als partij, schriftelijke opmerkingen maken ingevolge artikel 39, derde lid, van verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening) (PbEU 2022, L 265), indien deze de wens daartoe te kennen heeft gegeven. Met toestemming van de rechter kan de Europese Commissie ook mondelinge opmerkingen maken.

2.

Op een verzoek ingevolge artikel 39, vierde lid, van de verordening, genoemd in het eerste lid, verstrekt de rechter aan de Europese Commissie de in die bepaling bedoelde stukken. Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn hun mening over de te verstrekken stukken geven.

3.

Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn op de opmerkingen van de Europese Commissie reageren.

afdeling Zevende. Inlichtingen over buitenlands recht en communautair mededingingsrecht

afdeling Negende. Slotbepaling

titel Tweede. De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Derde. Relatieve bevoegdheid

afdeling Vijfde. Verloop van de procedure

afdeling Zevende. Verstek

afdeling Negende. Bewijs

§ 4. Getuigen

afdeling Tiende. Incidentele vorderingen

afdeling Elfde. Schorsing en hervatting

afdeling Twaalfde. Het vonnis

§ 2. Afstand van instantie

§ 3. Verval van instantie

titel Derde. De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg

afdeling Vierde. Verloop van de procedure

titel Vierde

titel Zevende. Hoger beroep

afdeling Eerste. Van de zaken aan hooger beroep onderworpen

afdeling Vierde. Hoger beroep tegen beschikkingen

titel Negende. Verzet door derden

Artikel 392
1.

De rechter kan in de procedure op verzoek van een partij of ambtshalve de Hoge Raad een rechtsvraag stellen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om op de vordering of het verzoek te beslissen en rechtstreeks van belang is:

  • a. voor een veelheid aan vorderingsrechten die gegrond zijn op dezelfde of soortgelijke feiten en uit dezelfde of soortgelijke samenhangende oorzaken voortkomen, of
  • b. voor de beslechting of beëindiging van talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende geschillen, waarin dezelfde vraag zich voordoet.

De bevoegdheid, bedoeld in de vorige volzin, komt niet toe aan de rechter bij wie een verzoek, bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, in behandeling is.

2.

Alvorens de vraag te stellen, stelt de rechter partijen in de gelegenheid zich uit te laten over het voornemen om een vraag te stellen, alsmede over de inhoud van de te stellen vraag.

3.

De beslissing waarbij de vraag wordt gesteld, vermeldt voorts het onderwerp van geschil, de door de rechter vastgestelde feiten en de door partijen ingenomen standpunten. Tevens bevat de beslissing een uiteenzetting dat met de beantwoording van de vraag wordt voldaan aan onderdeel a of b van het eerste lid. Tegen de beslissing om een vraag te stellen, alsmede tegen de beslissing ter zake van de inhoud van de vraag, staat geen voorziening open.

4.

De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing aan de Hoge Raad. De griffier zendt afschriften van de andere op de procedure betrekking hebbende stukken op diens verzoek aan de griffier van de Hoge Raad.

5.

De rechter houdt de beslissing op de vordering of het verzoek aan totdat een afschrift van de beslissing van de Hoge Raad is ontvangen.

6.

Indien in een andere lopende procedure het antwoord op de vraag rechtstreeks van belang is om op de vordering of het verzoek te beslissen, kan de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve de beslissing aanhouden totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Alvorens te beslissen als bedoeld in de eerste zin, stelt de rechter partijen in de gelegenheid zich daarover uit te laten. De rechter houdt de beslissing niet aan indien partijen te kennen hebben gegeven voortzetting van de procedure te verlangen. Tegen de beslissing om al dan niet aan te houden, staat geen voorziening open.

Artikel 393
1.

Tenzij de Hoge Raad, gehoord de procureur-generaal bij de Hoge Raad, aanstonds beslist overeenkomstig het achtste lid, stelt hij partijen in de gelegenheid om binnen een door de Hoge Raad te bepalen termijn schriftelijk opmerkingen te maken.

2.

De Hoge Raad kan bepalen dat ook anderen dan partijen binnen een daartoe te bepalen termijn in de gelegenheid worden gesteld om schriftelijke opmerkingen te maken. De aankondiging hiervan geschiedt op een door de Hoge Raad te bepalen wijze.

3.

Schriftelijke opmerkingen worden door een advocaat bij de Hoge Raad getekend en ter griffie van de Hoge Raad ingediend. De griffier zendt onverwijld een afschrift aan partijen.

4.

Indien het belang der zaak dit geraden doet voorkomen, kan de Hoge Raad, hetzij ambtshalve, hetzij op een daartoe strekkend verzoek, een dag bepalen voor mondelinge of schriftelijke toelichting door de advocaten van partijen. De Hoge Raad kan, indien hij een mondelinge toelichting heeft bevolen, degenen die ingevolge het tweede lid schriftelijke opmerkingen hebben gemaakt, uitnodigen ter zitting aanwezig te zijn teneinde over hun opmerkingen te worden gehoord.

5.

De in het vierde lid bedoelde toelichting kan worden gegeven door een andere dan de volgens het derde lid aangewezen advocaat. De daaruit voor een partij ontstane vermeerdering van kosten is niet in de in artikel 394, tweede lid, bedoelde beslissing over de kosten begrepen. Een schriftelijke toelichting wordt door de advocaat getekend en ter griffie van de Hoge Raad ingediend. De griffier zendt onverwijld een afschrift aan de door deze andere partijen gestelde advocaten bij de Hoge Raad.

6.

Na het verstrijken van de termijn voor het maken van schriftelijke opmerkingen, dan wel na de mondelinge of schriftelijke toelichting, neemt de procureur-generaal bij de Hoge Raad conclusie, hetzij onmiddellijk, hetzij op een daartoe te bepalen dag. De griffier zendt onverwijld een afschrift van de conclusie aan de door partijen gestelde advocaten bij de Hoge Raad.

7.

Nadat de procureur-generaal bij de Hoge Raad overeenkomstig het zesde lid conclusie heeft genomen, bepaalt de Hoge Raad de dag waarop hij zal beslissen. De Hoge Raad kan de vraag herformuleren. Tenzij de herformulering van ondergeschikte betekenis is, stelt de Hoge Raad partijen in de gelegenheid om binnen een door hem te bepalen termijn schriftelijke opmerkingen te maken.

8.

De Hoge Raad ziet af van beantwoording indien hij oordeelt dat de vraag zich niet voor beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing leent of de vraag van onvoldoende gewicht is om beantwoording te rechtvaardigen. De Hoge Raad kan zich bij de vermelding van de gronden van zijn beslissing beperken tot dit oordeel.

9.

Indien het antwoord op de vraag, nadat deze is gesteld, niet meer nodig is om in de procedure als bedoeld in artikel 392, eerste lid, op de vordering of het verzoek te beslissen, kan de Hoge Raad, indien hem dat geraden voorkomt, de vraag desondanks beantwoorden.

10.

De Hoge Raad begroot in zijn beslissing de kosten die partijen ingevolge dit artikel hebben gemaakt.

11.

De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing aan de rechter die de vraag heeft gesteld en aan partijen. De griffier zendt eveneens onverwijld aan de rechter die de vraag heeft gesteld een afschrift van de conclusie van de procureur-generaal en afschriften van de in het derde en vierde lid genoemde schriftelijke opmerkingen en schriftelijke toelichtingen.

Artikel 394
1.

Behoudens indien het antwoord op de vraag niet meer nodig is om op de vordering of het verzoek te beslissen, beslist de rechter, nadat hij partijen de gelegenheid heeft gegeven zich schriftelijk over de uitspraak van de Hoge Raad uit te laten, met inachtneming van deze uitspraak.

2.

De rechter kan onder de proceskosten waarin een partij veroordeeld wordt, ook opnemen het door de Hoge Raad begrote bedrag voor de ingevolge artikel 393, derde en vierde lid, door de wederpartij gemaakte kosten.

Artikel 395

In afwijking van artikel 29a is in een procedure inzake prejudiciële vragen geen mondelinge uitspraak mogelijk.

titel Elfde. Cassatie

Artikel 396
1.

Als beroep in cassatie wordt ingesteld in een dagvaardingsprocedure wordt deze procedure in cassatie aangeduid als een vorderingsprocedure en wordt het beroep ingeleid met een procesinleiding en een oproepingsbericht.

2.

Als beroep in cassatie wordt ingesteld in een verzoekschriftprocedure wordt deze procedure in cassatie aangeduid als een verzoekprocedure en wordt het beroep ingeleid met een procesinleiding.

Artikel 397
1.

De eiser of verzoeker dient de procesinleiding langs elektronische weg in bij de Hoge Raad. Partijen dienen gedurende de procedure ook overige stukken langs elektronische weg in. Anderen dan partijen, die bij de procedure worden betrokken, dienen stukken langs elektronische weg in, tenzij de wet of de Hoge Raad anders bepaalt.

2.

Waar dit wetboek voorschrijft dat handelingen schriftelijk geschieden, worden deze handelingen in cassatie langs elektronische weg verricht, tenzij de wet of de Hoge Raad anders bepaalt.

3.

Waar dit wetboek ondertekening voorschrijft, is in cassatie tevens aan dit vereiste voldaan indien het stuk is ondertekend met een elektronische handtekening die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen. Een stuk dat langs elektronische weg is ingediend in het digitale systeem voor gegevensverwerking van de Hoge Raad geldt als ondertekend.

4.

Indien niet is voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit dit artikel of een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 33, stelt de Hoge Raad de desbetreffende partij in de gelegenheid dit verzuim te herstellen binnen een door hem te bepalen termijn. Maakt de eiser of verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik, dan verklaart de Hoge Raad eiser of verzoeker niet ontvankelijk in zijn beroep in cassatie dan wel kan de Hoge Raad het stuk buiten beschouwing laten.

afdeling Eerste A. Vorderingsprocedures aan cassatie onderworpen

Artikel 398

Partijen kunnen beroep in cassatie instellen van:

  • 1°. uitspraken, die hetzij in eerste en hoogste ressort hetzij in hoger beroep zijn gewezen;
  • 2°. vonnissen die in eerste ressort op tegenspraak zijn gewezen, indien partijen nadien zijn overeengekomen het hoger beroep over te slaan.
Artikel 399

Het beroep in cassatie staat niet open voor hem die zijn bezwaren kan doen herstellen door dezelfde rechter bij wie de zaak heeft gediend.

Artikel 400

Het beroep in cassatie staat niet open voor hem, die in de uitspraak heeft berust.

Artikel 401

Vervallen

Artikel 402
1.

Het beroep in cassatie moet - behoudens in de gevallen waarin de wet een kortere cassatietermijn voorschrijft - worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak.

2.

In de gevallen, waarin de wet voor het hoger beroep een kortere termijn heeft voorgeschreven, wordt ook de termijn voor het beroep in cassatie verkort en gesteld op het dubbele van de termijn in die gevallen voor het hoger beroep bepaald.

3.

Indien in de vorige instantie een vordering tot vrijwaring geheel of gedeeltelijk is afgewezen op grond van de afwijzing van de vordering in de hoofdzaak, staat het beroep in cassatie daarvan open tot het moment dat in de hoofdzaak in cassatie het verweerschrift is ingediend.

Artikel 403
1.

Bij overlijden van de in het ongelijk gestelde partij gedurende de loop van de cassatietermijn vangt voor de erfgenamen of rechtverkrijgenden een nieuwe termijn aan op de dag na die van het overlijden.

2.

In ieder geval kan het beroep in cassatie nog worden ingesteld binnen vier weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 185 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 404

Buiten de gevallen, waarin de rechter de voorlopige tenuitvoerlegging heeft toegestaan, heeft het beroep in cassatie schorsende kracht.

Artikel 405

Vervallen

Artikel 406

Vervallen

Artikel 407
1.

Het beroep in cassatie wordt ingesteld door een procesinleiding, die wordt getekend door een advocaat bij de Hoge Raad en wordt ingediend op de wijze bedoeld in artikel 397.

2.

Op de procesinleiding is artikel 111, tweede lid, onderdelen a, c, en e, van overeenkomstige toepassing. Daarnaast vermeldt de procesinleiding:

  • a. de naam en in geval van een natuurlijke persoon tevens de voornamen van de eiser of de verzoeker, de woonplaats van eiser en de door hem gekozen woonplaats in Nederland, respectievelijk de woonplaats of, bij gebreke daarvan, het werkelijk verblijf van de verzoeker,
  • b. de naam en woonplaats van de verweerder bij de vordering, dan wel de bij de verzoeker bekende namen en woonplaats van belanghebbenden,
  • c. de dag waarop de verweerder ten laatste kan verschijnen, welke dag ten minste vier weken en uiterlijk zes maanden ligt na de dag van indiening van de procesinleiding,
  • d. de omschrijving van de middelen waarop het beroep in cassatie steunt.
3.

De eiser is gehouden in de procesinleiding een advocaat bij de Hoge Raad aan te wijzen, die hem in het geding zal vertegenwoordigen, op straffe van nietigheid.

4.

De eiser wordt geacht woonplaats te hebben gekozen bij die advocaat, tenzij de procesinleiding een andere gekozen woonplaats in Nederland uitdrukt.

Artikel 408

Het geding is aanhangig met ingang van de dag waarop de procesinleiding is ingediend als bedoeld in artikel 407, eerste lid.

Artikel 409
1.

De verweerder kan alleen verschijnen vertegenwoordigd door een advocaat bij de Hoge Raad, die verklaart als zodanig op te treden.

2.

De verweerder wordt geacht woonplaats te hebben gekozen bij zijn advocaat. Hij kan echter ook een andere woonplaats in Nederland opgeven.

Artikel 410
1.

De verweerder, die in cassatie wil komen, doet dit, op straffe van verval van het recht daartoe, bij verweerschrift, dat alsdan een omschrijving behelst van de middelen waarop het beroep in cassatie steunt.

2.

De verweerder is in dit incidentele beroep ontvankelijk ook na verloop van de in artikel 402 gestelde termijnen en zelfs na berusting in de uitspraak.

3.

De afstand van instantie laat de mogelijkheid incidenteel cassatieberoep in te stellen onverlet. De afstand van instantie wordt op dezelfde wijze als het oproepingsbericht in hoger beroep betekend bij de nog niet verschenen verweerder. De verweerder kan binnen twee weken na de kennisgeving van de afstand van instantie aan de Hoge Raad verzoeken een termijn te bepalen voor het instellen van incidenteel cassatieberoep. De gronden van het incidenteel cassatieberoep moeten binnen twee weken na het instellen ervan bij exploot aan de wederpartij worden betekend.

Artikel 411
1.

De verweerder dient zijn verweerschrift in op een door de Hoge Raad te bepalen datum. Voor de indiening wordt een termijn van vier weken verleend. Indiening geschiedt niet dan nadat de verweerder het verschuldigde griffierecht heeft voldaan. Indien de verweerder het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, vervalt zijn recht om verweer in cassatie te voeren of om van zijn zijde in cassatie te komen.

2.

De verweerder brengt alle excepties en zijn verweer ten principale tegelijk naar voren, op straffe van verval van niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale verweer is gevoerd, van het recht om dat alsnog te doen. Alleen de in artikel 128, vierde lid, bedoelde exceptie wordt op straffe van verval afzonderlijk voor alle weren van rechten voorgedragen.

Artikel 412
1.

Ingeval van incidenteel cassatieberoep of indien door de verweerder een exceptie tegen het principale beroep wordt aangevoerd, wordt aan de eiser, op zijn verlangen, een termijn van ten hoogste vier weken verleend voor het verweerschrift om op het incidentele beroep of de voorgestelde exceptie te reageren.

2.

Is het een noch het ander het geval en geeft de Hoge Raad geen toepassing aan artikel 80a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, dan wordt onmiddellijk na het indienen van het verweerschrift de dag van pleidooi bepaald.

Artikel 413

De Hoge Raad kan een mondelinge behandeling gelasten, waarbij de Hoge Raad toepassing kan geven aan de artikelen 87 tot en met 91.

Artikel 414
1.

Artikel 224 is van toepassing in cassatie.

2.

Niettemin is de oorspronkelijke verweerder, eiser zijnde in cassatie, niet gehouden tot zekerheidstelling.

3.

De verweerder in cassatie is daartoe evenmin gehouden, zelfs niet bij het instellen van incidenteel cassatieberoep.

4.

De in vroegere instanties gestelde zekerheid blijft ook verbonden voor de kosten van cassatie.

5.

De zekerheidstelling wordt gevorderd vóór alle weren van rechten.

Artikel 415
1.

De vordering tot zekerheidstelling en alle andere incidentele vorderingen worden ingesteld bij conclusie.

2.

De verweerder in het incident dient tegelijk met de vorderingen als bedoeld in het eerste lid of op een nader door de Hoge Raad te bepalen datum zijn verweerschrift in het incident in, waarop door de Hoge Raad, na partijen, zo zij dit verlangen, en de procureur-generaal bij de Hoge Raad te hebben gehoord, afzonderlijk wordt beslist.

Artikel 416

De aangewezen advocaat blijft de partij vertegenwoordigen totdat hetzij door haar een andere advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen bij aan de wederpartij betekend exploit, hetzij de advocaat zelf aan deze laatste bij betekend exploot of ter zitting heeft aangezegd, dat hij zich aan de verdere behandeling der zaak onttrekt.

afdeling Vierde. Uitspraak in cassatie in vorderingsprocedures

afdeling Vijfde. Beroep in cassatie in verzoekprocedures

Boek Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten

titel Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn

afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn

§ 2. Beslag ten laste van de verzekeringnemer op diens rechten uit een levensverzekering

afdeling Vierde. Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn

titel Derde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken

afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op onroerende zaken

afdeling Derde. Van opvordering door derden

titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen

afdeling Tweede. Tenuitvoerlegging en ontslag

titel Zesde. Van het vereffenen van schadevergoeding

titel Zevende. Van het stellen van zekerheid

Boek Derde. Van rechtspleging van onderscheiden aard

titel Eerste. Van rechtspleging in zaken van verkeersmiddelen en vervoer

titel Vierde. Van middelen tot bewaring van zijn recht

afdeling Zevende. Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen

Titel Zesde. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht

afdeling Tweede. Rechtspleging in scheidingszaken

§ 2. Voorlopige voorzieningen

§ 3. Nevenvoorzieningen

§ 4. Ontbinding van een geregistreerd partnerschap

titel Zevende. Enige bijzondere rechtsplegingen

afdeling Eerste. Toegang tot gegevens in zaken betreffende schending van mededingingsrecht

afdeling Tweede. Van gerechtelijke bewaring

afdeling Tweede. Bijzondere bepalingen

Titel 14a. Van rechtspleging in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling

Titel 16. Van rechtspleging in pachtzaken

Boek Vierde. Arbitrage

afdeling Tweede. Het arbitraal geding

afdeling Derde. Het arbitraal vonnis

afdeling Zesde. Het arbitraal vonnis, houdende een vergelijk tussen de partijen

afdeling Zevende. Slotbepalingen

titel Tweede. Arbitrage buiten Nederland

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)