Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 8 april 1971, houdende een algemene regeling betreffende de kwaliteit van voortbrengselen van de landbouw en de visserij
17 versions
· 2021-03-01
2021-03-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2019-01-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2017-09-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2015-01-01
Landbouwkwaliteitswet
2014-07-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2014-01-25
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2013-01-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2012-02-08
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2010-07-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2010-01-01
Landbouwkwaliteitswet
2009-07-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2007-09-28
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2007-05-01
Landbouwkwaliteitswet
Wijzigingen op 2007-05-01
@@ -10,23 +10,29 @@
1. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Landbouw en Visserij;
landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen -, teelt van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur met inbegrip van bosbouw;
visserij: het vangen of kweken van vissen, schaal- en schelpdieren;
produkten: alle voortbrengselen van de landbouw en de visserij, alsmede de bij be- of verwerking daarvan verkregen voortbrengselen, derivaten en afvallen;
bedrijfslichaam: een bedrijfslichaam als bedoeld in [artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&artikel=66), ingesteld voor ondernemingen, die in het bedrijfsleven een functie vervullen ten aanzien van enig produkt;
landbouwkwaliteitsbesluit: een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=2&z=2004-05-01&g=2004-05-01);
controle-instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2004-05-01&g=2004-05-01).
- Onze Minister: Onze Minister van Landbouw en Visserij;
- landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen -, teelt van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur met inbegrip van bosbouw;
- visserij: het vangen of kweken van vissen, schaal- en schelpdieren;
- produkten: alle voortbrengselen van de landbouw en de visserij, alsmede de bij be- of verwerking daarvan verkregen voortbrengselen, derivaten en afvallen;
- bedrijfslichaam: een bedrijfslichaam als bedoeld in [artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&artikel=66), ingesteld voor ondernemingen, die in het bedrijfsleven een functie vervullen ten aanzien van enig produkt;
- landbouwkwaliteitsbesluit: een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=2&z=2007-05-01&g=2007-05-01);
- controle-instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2007-05-01&g=2007-05-01);
- verordening 2081/92: verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwprodukten en levensmiddelen (PbEG, L 208);
- geografische aanduiding: geografische aanduiding als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, van verordening 2081/92;
- houder van de geografische aanduiding: een natuurlijke of rechtspersoon, die op grond van verordening 2081/92 gerechtigd is een geografische aanduiding te bezigen.
2. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt mede verstaan onder:
in- en uitvoer: iedere handeling, die kennelijk rechtstreeks gericht is op het bewerkstelligen van invoer, onderscheidenlijk uitvoer.
- in- en uitvoer: iedere handeling, die kennelijk rechtstreeks gericht is op het bewerkstelligen van invoer, onderscheidenlijk uitvoer.
##### Artikel 2
@@ -62,7 +68,7 @@
3. Verordeningen, bedoeld in het tweede lid, kunnen onder meer inhouden toekenning aan een daarbij aan te wijzen orgaan van de bevoegdheid vrijstelling, en, op aanvrage, ontheffing van die verordeningen of krachtens deze vast te stellen voorschriften te verlenen.
4. [Artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=3&z=2004-05-01&g=2004-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. [Artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=3&z=2007-05-01&g=2007-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5
@@ -70,7 +76,7 @@
2. Bij dat besluit bepalen Wij tevens, in welke gevallen Onze Minister of Onze Minister en Onze Ministers, wie het mede aangaat, tezamen regelen krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit niet vaststellen dan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken met het oog op de daarbij betrokken consumentenbelangen.
3. In zodanige gevallen behoeven verordeningen van bedrijfslichamen, als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=4&z=2004-05-01&g=2004-05-01), mede de goedkeuring van Onze genoemde Minister.
3. In zodanige gevallen behoeven verordeningen van bedrijfslichamen, als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=4&z=2007-05-01&g=2007-05-01), mede de goedkeuring van Onze genoemde Minister.
##### Artikel 6
@@ -94,9 +100,9 @@
##### Artikel 9
1. In een landbouwkwaliteitsbesluit kan worden bepaald, dat gedragingen, ter zake waarvan bij of krachtens dat besluit regelen zijn gesteld, uitsluitend zijn toegestaan aan degenen, die zijn aangesloten bij een controle-instelling, daarbij krachtens [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2004-05-01&g=2004-05-01) aangewezen.
2. In een landbouwkwaliteitsbesluit kan worden bepaald, dat controle-instellingen, welke daarin krachtens [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2004-05-01&g=2004-05-01) bevoegd zijn verklaard tot het uitreiken van merken, tekenen of bewijsstukken, in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=7&z=2004-05-01&g=2004-05-01) bedoeld, die merken, tekenen of bewijsstukken slechts mogen uitreiken aan of ten behoeve van bij hen aangeslotenen.
1. In een landbouwkwaliteitsbesluit kan worden bepaald, dat gedragingen, ter zake waarvan bij of krachtens dat besluit regelen zijn gesteld, uitsluitend zijn toegestaan aan degenen, die zijn aangesloten bij een controle-instelling, daarbij krachtens [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2007-05-01&g=2007-05-01) aangewezen.
2. In een landbouwkwaliteitsbesluit kan worden bepaald, dat controle-instellingen, welke daarin krachtens [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2007-05-01&g=2007-05-01) bevoegd zijn verklaard tot het uitreiken van merken, tekenen of bewijsstukken, in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=7&z=2007-05-01&g=2007-05-01) bedoeld, die merken, tekenen of bewijsstukken slechts mogen uitreiken aan of ten behoeve van bij hen aangeslotenen.
##### Artikel 10
@@ -110,9 +116,9 @@
- d. zij moet door de samenstelling van haar bestuur een algemeen de belanghebbenden vertegenwoordigend karakter hebben;
- e. zij moet, indien bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit overeenkomstig [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=7&z=2004-05-01&g=2004-05-01) een keuring is voorgeschreven, een reglement vaststellen betreffende het verloop van de keuring en van het uitreiken van merken, tekenen en bewijsstukken, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=7&z=2004-05-01&g=2004-05-01), indien de instelling overeenkomstig [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2004-05-01&g=2004-05-01) tot dat keuren en uitreiken bevoegd is verklaard; zij moet in dat reglement tevens regelen stellen inzake het maken van bezwaar tegen bij de keuring genomen beslissingen.
2. Een controle-instelling als bedoeld in [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2004-05-01&g=2004-05-01), moet in zoverre in afwijking van het in het eerste lid bepaalde:
- e. zij moet, indien bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit overeenkomstig [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=7&z=2007-05-01&g=2007-05-01) een keuring is voorgeschreven, een reglement vaststellen betreffende het verloop van de keuring en van het uitreiken van merken, tekenen en bewijsstukken, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=7&z=2007-05-01&g=2007-05-01), indien de instelling overeenkomstig [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2007-05-01&g=2007-05-01) tot dat keuren en uitreiken bevoegd is verklaard; zij moet in dat reglement tevens regelen stellen inzake het maken van bezwaar tegen bij de keuring genomen beslissingen.
2. Een controle-instelling als bedoeld in [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2007-05-01&g=2007-05-01), moet in zoverre in afwijking van het in het eerste lid bepaalde:
- -. ten doel hebben de goede hoedanigheid van een of meer produkten door middel van betaling naar gelang van de kwaliteit te bevorderen;
@@ -122,7 +128,7 @@
##### Artikel 11
1. Een controle-instelling kan bedragen vaststellen voor de kosten van toezicht, keuring en, indien zij is een controle-instelling, bedoeld in [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2004-05-01&g=2004-05-01), de in dat lid bedoelde uitvoering; zij regelt daarbij de wijze van inning van het uit dien hoofde door aangeslotenen verschuldigde.
1. Een controle-instelling kan bedragen vaststellen voor de kosten van toezicht, keuring en, indien zij is een controle-instelling, bedoeld in [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2007-05-01&g=2007-05-01), de in dat lid bedoelde uitvoering; zij regelt daarbij de wijze van inning van het uit dien hoofde door aangeslotenen verschuldigde.
2. Regelingen, bedoeld in het eerste lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister. Zij worden door de zorg van Onze Minister in de **Staatscourant** bekendgemaakt.
@@ -180,7 +186,7 @@
1. Aan het slot van [artikel 1, onder 4**e**, van de Wet op de economische delicten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002063&artikel=1) wordt toegevoegd de zinsnede: de Landbouwkwaliteitswet, de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, tweede lid, 4, vierde lid, 6 en 9, eerste lid.
2. [Artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13&z=2004-05-01&g=2004-05-01) vindt geen toepassing, indien de Officier van Justitie, na overleg met de controle-instelling, heeft beslist, dat een overtreding strafrechtelijk zal worden afgedaan.
2. [Artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13&z=2007-05-01&g=2007-05-01) vindt geen toepassing, indien de Officier van Justitie, na overleg met de controle-instelling, heeft beslist, dat een overtreding strafrechtelijk zal worden afgedaan.
##### Artikel 19
@@ -205,3 +211,31 @@
2. Zij treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 13a
1. De houder van een geografische aanduiding kan zijn recht handhaven jegens een ieder die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, een van de handelingen genoemd in artikel 13, eerste lid, van verordening 2081/92 verricht.
2. De rechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op het recht van de houder te maken, bevelen de diensten die worden gebruikt om die inbreuk te maken, te staken.
3. De voorzieningenrechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding tijdelijke voortzetting van de vermeende inbreuk op dit recht toestaan onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld voor vergoeding van de door de houder geleden schade. Onder dezelfde voorwaarden kan de rechter voortzetting van de dienstverlening door de tussenpersoon als bedoeld in het tweede lid toestaan.
4. Schadevergoeding kan slechts worden gevorderd van degene die de handelingen bewust verricht. Van bewust handelen is in elk geval sprake, indien de inbreuk is gepleegd nadat de betrokkene bij deurwaardersexploot op de strijd tussen de handelingen en de geografische aanduiding is gewezen.
5. In passende gevallen kan de rechter de schadevergoeding vaststellen als een forfaitair bedrag.
6. In plaats van schadevergoeding kan worden gevorderd, dat de gedaagde veroordeeld wordt de door de inbreuk genoten winst af te dragen en dienaangaande rekening en verantwoording af te leggen; indien de rechter echter van oordeel is dat de omstandigheden van het geval geen aanleiding geven tot een dergelijke veroordeling, zal de rechter de gedaagde tot schadevergoeding kunnen veroordelen.
7. De houder van een geografische aanduiding kan de vorderingen tot schadevergoeding of het afdragen van winst ook namens of mede namens de overige houders van de desbetreffende geografische aanduiding instellen.
8. De houder van een geografische aanduiding heeft de bevoegdheid roerende zaken, waarmee een inbreuk op zijn recht wordt gemaakt, of materialen en werktuigen die voornamelijk zijn gebruikt bij de voortbrenging van die zaken als zijn eigendom op te eisen, dan wel onttrekking aan het verkeer, vernietiging of onbruikbaarmaking daarvan te vorderen. Bij de beoordeling van de vordering wordt een afweging gemaakt tussen de ernst van de inbreuk en de gevorderde maatregelen alsmede de belangen van derden.
9. De bepalingen van het [Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827) betreffende beslag en executie tot afgifte van roerende zaken, zijn van toepassing. Bij samenloop met een ander beslag, gaat degene die beslag heeft gelegd krachtens dit artikel voor.
10. De maatregelen bedoeld in het achtste en negende lid worden op kosten van de gedaagde uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten.
11. De rechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt, bevelen al hetgeen aan laatstgenoemde bekend is omtrent de herkomst en distributiekanalen van de goederen of diensten die inbreuk maken, aan de houder van de geografische aanduiding mee te delen en alle daarop betrekking hebbende gegevens aan deze te verstrekken. Onder dezelfde voorwaarden kan dit bevel worden gegeven aan een derde die op commerciële schaal inbreukmakende goederen in zijn bezit heeft of gebruikt, die op commerciële schaal diensten verleent die bij de inbreuk worden gebruikt, of die door een van deze derden is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, fabricage of distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten. Deze derde kan zich verschonen van het verstrekken van informatie die bewijs zou vormen van deelname aan een inbreuk op een recht van intellectuele eigendom door hem zelf of door de andere in [artikel 165, derde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=165) bedoelde personen.
12. De rechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding gelasten dat op kosten van degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt passende maatregelen worden getroffen tot verspreiding van informatie over de uitspraak.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2004-05-01
Landbouwkwaliteitswet — arts. 9, 10, 11, 18
2004-04-01
Landbouwkwaliteitswet — arts. 9, 10, 11, 18
2002-01-01
Landbouwkwaliteitswet — arts. 3, 6, 7 y 6 más
2002-01-01
Landbouwkwaliteitswet
original version
Tekst op deze datum