Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 8 april 1971, houdende een algemene regeling betreffende de kwaliteit van voortbrengselen van de landbouw en de visserij

17 versions · 2021-03-01
2021-03-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18

Wijzigingen op 2021-03-01

@@ -18,9 +18,9 @@
- college: het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
- landbouwkwaliteitsbesluit: een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- controle-instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- landbouwkwaliteitsbesluit: een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=2&z=2021-03-01&g=2021-03-01);
- controle-instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2021-03-01&g=2021-03-01);
- verordening (EU) 1151/2012: verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PbEU 2012, L 343);
@@ -28,7 +28,9 @@
- geografische oorsprongsbenaming: oorsprongsbenaming als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening (EU) 1151/2012;
- houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die op grond van verordening (EU) 1151/2012 gerechtigd is een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming te bezigen.
- houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die op grond van verordening (EU) 1151/2012 gerechtigd is een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming te bezigen;
- verordening (EU) 2017/625: Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de [Richtlijnen 98/58/EG](31998L0058), [1999/74/EG](31999L0074), [2007/43/EG](32007L0043), [2008/119/EG](32008L0119) en [2008/120/EG](32008L0120) van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. [854/2004](32754L2004) en (EG) nr. [882/2004](32782L2004) van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen [89/608/EEG](31989L0608), [89/662/EEG](31989L0662), [90/425/EEG](31990L0425), [91/496/EEG](31991L0496), [96/23/EG](31996L0023), [96/93/EG](31996L0093) en [97/78/EG](31997L0078) van de Raad en Besluit [92/438/EEG](31992L0438) van de Raad (verordening officiële controles) (PbEU 2017, L 95).
##### Artikel 2
@@ -58,133 +60,141 @@
##### Artikel 4
1. Bij landbouwkwaliteitsbesluit worden één of meer bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 3, derde lid, van verordening (EU) 2017/625 aangewezen voor zover het betreft het gebied, genoemd in artikel 1, tweede lid, onderdelen i en j, van verordening (EU) 2017/625.
2. Bij landbouwkwaliteitsbesluit kan een controleautoriteit als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van verordening (EU) 2017/625 worden aangewezen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor zover dat voor een goede uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 25 en 26 van verordening (EU) 2017/625 noodzakelijk is.
4. De voordracht voor een krachtens het eerste en tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
5. Een krachtens het derde lid vast te stellen ministeriële regeling wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging.
##### Artikel 5
Vervallen
##### Artikel 5
##### Artikel 6
Vervallen
##### Artikel 6
##### Artikel 7
1. Indien bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit regelen zijn gesteld omtrent keuring van produkten, kunnen daarbij merken, tekenen of bewijsstukken worden vastgesteld als uitsluitend bestemd om door of vanwege de daartoe gerechtigde op produkten of op hun verpakking te worden aangebracht, dan wel bij die produkten te worden gevoegd.
2. Bij of krachtens een besluit, in het eerste lid bedoeld, kunnen regelen worden gesteld betreffende het vervaardigen, voorhanden en in voorraad hebben, zomede het afleveren en gebruiken van merken, tekenen of bewijsstukken en van cliché's, stempels en andere werktuigen tot het vervaardigen of aanbrengen van die merken, tekenen of bewijsstukken.
##### Artikel 8
1. In een landbouwkwaliteitsbesluit kunnen een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid worden belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens dat besluit gestelde regels.
2. In een landbouwkwaliteitsbesluit kunnen een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid worden belast met de keuring, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=7&z=2021-03-01&g=2021-03-01), of met het toezicht daarop. Zij kunnen daarbij tevens bevoegd worden verklaard tot het uitreiken van merken, tekenen of bewijsstukken, in hetzelfde artikel bedoeld.
##### Artikel 9
Vervallen
##### Artikel 7
1. Indien bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit regelen zijn gesteld omtrent keuring van produkten, kunnen daarbij merken, tekenen of bewijsstukken worden vastgesteld als uitsluitend bestemd om door of vanwege de daartoe gerechtigde op produkten of op hun verpakking te worden aangebracht, dan wel bij die produkten te worden gevoegd.
2. Bij of krachtens een besluit, in het eerste lid bedoeld, kunnen regelen worden gesteld betreffende het vervaardigen, voorhanden en in voorraad hebben, zomede het afleveren en gebruiken van merken, tekenen of bewijsstukken en van cliché's, stempels en andere werktuigen tot het vervaardigen of aanbrengen van die merken, tekenen of bewijsstukken.
##### Artikel 8
1. In een landbouwkwaliteitsbesluit kunnen een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid worden belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens dat besluit gestelde regels.
2. In een landbouwkwaliteitsbesluit kunnen een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid worden belast met de keuring, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=7&z=2019-01-01&g=2019-01-01), of met het toezicht daarop. Zij kunnen daarbij tevens bevoegd worden verklaard tot het uitreiken van merken, tekenen of bewijsstukken, in hetzelfde artikel bedoeld.
##### Artikel 9
##### Artikel 10
1. Een controle-instelling is niet werkzaam met het oogmerk om winst te behalen.
2. Een controle-instelling stelt een reglement vast waarin wordt geregeld de wijze waarop de keuring, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=7&z=2021-03-01&g=2021-03-01), wordt uitgevoerd, de wijze waarop het uitreiken van bewijsstukken, merken en tekenen plaatsvindt, en de wijze waarop de controles plaatsvinden.
3. Het in het tweede lid bedoelde reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of op de grond dat het reglement naar het oordeel van Onze Minister een goede taakuitoefening door de controle-instelling kan belemmeren.
4. De statuten van een controle-instelling alsmede wijzigingen daarvan behoeven, alvorens zij van kracht zijn, de instemming van Onze Minister. Onze Minister draagt zorg voor de publicatie van de statuten in de Staatscourant.
##### Artikel 11
1. Een controle-instelling kan tarieven vaststellen voor de kosten ter zake van het in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2021-03-01&g=2021-03-01) bedoelde toezicht en de keuring.
2. Indien Onze Minister bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit de in het eerste lid bedoelde activiteiten uitvoert, kan Onze Minister voor de kosten ter zake van deze activiteiten tarieven vaststellen.
3. Vervallen.
4. De tarieven, bedoeld in het eerste en tweede lid:
- a. hebben een rechtstreeks verband met de in die leden bedoelde activiteiten, en
- b. belopen niet meer dan nodig is ter dekking van de gemaakte kosten die zijn toe te rekenen aan die onderscheiden activiteiten.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de oplegging en inning van de tarieven alsmede met betrekking tot het periodiek aanpassen van de tarieven aan de ontwikkeling van de lonen en de prijzen.
6. Bij gebreke van betaling binnen de door de controle-instelling of door Onze Minister gestelde termijn kan de controle-instelling of Onze Minister het verschuldigde bedrag invorderen bij dwangbevel. De [artikelen 4:114 tot en met 4:124 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:114) zijn van overeenkomstige toepassing.
7. De controle-instelling of Onze Minister kan besluiten geen activiteiten als bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2021-03-01&g=2021-03-01), te verrichten of deze te staken, indien niet het ingevolge dit artikel verschuldigde bedrag wordt voldaan.
##### Artikel 12
1. De benoeming en het ontslag van de voorzitter van een controle-instelling behoeven goedkeuring van Onze Minister.
2. Op een controle-instelling wordt rijkstoezicht uitgeoefend door Onze Minister overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen regels.
##### Artikel 13
1. Bij overtreding van bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit gestelde regelen kunnen een of meer van de volgende tuchtrechtelijke maatregelen worden opgelegd:
- a. berisping;
- b. geldboete;
- c. het stellen van de betrokkene onder verscherpte controle op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren;
- d. openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de betrokkene.
2. De controle-instelling regelt bij reglement de samenstelling en bevoegdheid van haar organen die de tuchtrechtspraak uitoefenen, alsmede de rechtsgang van het tuchtrechtelijk geding, een en ander met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.
3. De controle-instelling geeft aan de opbrengsten van de geldboeten een bijzondere bestemming, welke de goedkeuring van Onze Minister behoeft.
4. In verband met de uitvoering van voorschriften van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen kan in afwijking van het eerste lid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat geen tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld op overtreding van de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur aangewezen bepalingen of onderdelen daarvan.
##### Artikel 14
1. De houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming kan zijn recht handhaven jegens een ieder die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, een van de handelingen genoemd in artikel 13, eerste lid, van verordening (EU) 1151/2012 verricht.
2. De rechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op het recht van de houder te maken, bevelen de diensten die worden gebruikt om die inbreuk te maken, te staken.
3. De voorzieningenrechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming tijdelijke voortzetting van de vermeende inbreuk op dit recht toestaan onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld voor vergoeding van de door de houder geleden schade. Onder dezelfde voorwaarden kan de rechter voortzetting van de dienstverlening door de tussenpersoon als bedoeld in het tweede lid toestaan.
4. Schadevergoeding kan slechts worden gevorderd van degene die de handelingen bewust verricht. Van bewust handelen is in elk geval sprake, indien de inbreuk is gepleegd nadat de betrokkene bij deurwaardersexploot op de strijd tussen de handelingen en de geografische aanduiding is gewezen.
5. In passende gevallen kan de rechter de schadevergoeding vaststellen als een forfaitair bedrag.
6. In plaats van schadevergoeding kan worden gevorderd, dat de verweerder veroordeeld wordt de door de inbreuk genoten winst af te dragen en dienaangaande rekening en verantwoording af te leggen; indien de rechter echter van oordeel is dat de omstandigheden van het geval geen aanleiding geven tot een dergelijke veroordeling, zal de rechter de verweerder tot schadevergoeding kunnen veroordelen.
7. De houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming kan de vorderingen tot schadevergoeding of het afdragen van winst ook namens of mede namens de overige houders van de desbetreffende geografische aanduiding instellen.
8. De houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming heeft de bevoegdheid roerende zaken, waarmee een inbreuk op zijn recht wordt gemaakt, of materialen en werktuigen die voornamelijk zijn gebruikt bij de voortbrenging van die zaken als zijn eigendom op te eisen, dan wel onttrekking aan het verkeer, vernietiging of onbruikbaarmaking daarvan te vorderen. Bij de beoordeling van de vordering wordt een afweging gemaakt tussen de ernst van de inbreuk en de gevorderde maatregelen alsmede de belangen van derden.
9. De bepalingen van het [Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827) betreffende beslag en executie tot afgifte van roerende zaken, zijn van toepassing. Bij samenloop met een ander beslag, gaat degene die beslag heeft gelegd krachtens dit artikel voor.
10. De maatregelen bedoeld in het achtste en negende lid worden op kosten van de verweerder uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten.
11. De rechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt, bevelen al hetgeen aan laatstgenoemde bekend is omtrent de herkomst en distributiekanalen van de goederen of diensten die inbreuk maken, aan de houder van de geografische aanduiding mee te delen en alle daarop betrekking hebbende gegevens aan deze te verstrekken. Onder dezelfde voorwaarden kan dit bevel worden gegeven aan een derde die op commerciële schaal inbreukmakende goederen in zijn bezit heeft of gebruikt, die op commerciële schaal diensten verleent die bij de inbreuk worden gebruikt, of die door een van deze derden is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, fabricage of distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten. Deze derde kan zich verschonen van het verstrekken van informatie die bewijs zou vormen van deelname aan een inbreuk op een recht van intellectuele eigendom door hem zelf of door de andere in [artikel 165, derde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=165) bedoelde personen.
12. De rechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming gelasten dat op kosten van degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt passende maatregelen worden getroffen tot verspreiding van informatie over de uitspraak.
##### Artikel 15
1. Met het toezicht op de naleving van bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit gestelde eisen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren en de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, werkzaam bij een controle-instelling.
2. Onze Minister en Onze Ministers, wie het mede aangaat, kunnen tezamen nadere voorschriften geven betreffende de monsterneming, de verpakking, de conservering, de verzegeling, de verzending en het onderzoek der monsters.
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
##### Artikel 16
Vervallen
##### Artikel 10
1. Een controle-instelling is niet werkzaam met het oogmerk om winst te behalen.
2. Een controle-instelling stelt een reglement vast waarin wordt geregeld de wijze waarop de keuring, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=7&z=2019-01-01&g=2019-01-01), wordt uitgevoerd, de wijze waarop het uitreiken van bewijsstukken, merken en tekenen plaatsvindt, en de wijze waarop de controles plaatsvinden.
3. Het in het tweede lid bedoelde reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of op de grond dat het reglement naar het oordeel van Onze Minister een goede taakuitoefening door de controle-instelling kan belemmeren.
4. De statuten van een controle-instelling alsmede wijzigingen daarvan behoeven, alvorens zij van kracht zijn, de instemming van Onze Minister. Onze Minister draagt zorg voor de publicatie van de statuten in de Staatscourant.
##### Artikel 11
1. Een controle-instelling kan tarieven vaststellen voor de kosten ter zake van het in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2019-01-01&g=2019-01-01) bedoelde toezicht en de keuring.
2. Indien Onze Minister bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit de in het eerste lid bedoelde activiteiten uitvoert, kan Onze Minister voor de kosten ter zake van deze activiteiten tarieven vaststellen.
3. Vervallen.
4. De tarieven, bedoeld in het eerste en tweede lid:
- a. hebben een rechtstreeks verband met de in die leden bedoelde activiteiten, en
- b. belopen niet meer dan nodig is ter dekking van de gemaakte kosten die zijn toe te rekenen aan die onderscheiden activiteiten.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de oplegging en inning van de tarieven alsmede met betrekking tot het periodiek aanpassen van de tarieven aan de ontwikkeling van de lonen en de prijzen.
6. Bij gebreke van betaling binnen de door de controle-instelling of door Onze Minister gestelde termijn kan de controle-instelling of Onze Minister het verschuldigde bedrag invorderen bij dwangbevel. De [artikelen 4:114 tot en met 4:124 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:114) zijn van overeenkomstige toepassing.
7. De controle-instelling of Onze Minister kan besluiten geen activiteiten als bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2019-01-01&g=2019-01-01), te verrichten of deze te staken, indien niet het ingevolge dit artikel verschuldigde bedrag wordt voldaan.
##### Artikel 12
1. De benoeming en het ontslag van de voorzitter van een controle-instelling behoeven goedkeuring van Onze Minister.
2. Op een controle-instelling wordt rijkstoezicht uitgeoefend door Onze Minister overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen regels.
##### Artikel 13
1. Bij overtreding van bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit gestelde regelen kunnen een of meer van de volgende tuchtrechtelijke maatregelen worden opgelegd:
- a. berisping;
- b. geldboete;
- c. het stellen van de betrokkene onder verscherpte controle op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren;
- d. openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de betrokkene.
2. De controle-instelling regelt bij reglement de samenstelling en bevoegdheid van haar organen die de tuchtrechtspraak uitoefenen, alsmede de rechtsgang van het tuchtrechtelijk geding, een en ander met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.
3. De controle-instelling geeft aan de opbrengsten van de geldboeten een bijzondere bestemming, welke de goedkeuring van Onze Minister behoeft.
4. In verband met de uitvoering van voorschriften van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen kan in afwijking van het eerste lid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat geen tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld op overtreding van de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur aangewezen bepalingen of onderdelen daarvan.
##### Artikel 14
1. De houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming kan zijn recht handhaven jegens een ieder die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, een van de handelingen genoemd in artikel 13, eerste lid, van verordening (EU) 1151/2012 verricht.
2. De rechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op het recht van de houder te maken, bevelen de diensten die worden gebruikt om die inbreuk te maken, te staken.
3. De voorzieningenrechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming tijdelijke voortzetting van de vermeende inbreuk op dit recht toestaan onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld voor vergoeding van de door de houder geleden schade. Onder dezelfde voorwaarden kan de rechter voortzetting van de dienstverlening door de tussenpersoon als bedoeld in het tweede lid toestaan.
4. Schadevergoeding kan slechts worden gevorderd van degene die de handelingen bewust verricht. Van bewust handelen is in elk geval sprake, indien de inbreuk is gepleegd nadat de betrokkene bij deurwaardersexploot op de strijd tussen de handelingen en de geografische aanduiding is gewezen.
5. In passende gevallen kan de rechter de schadevergoeding vaststellen als een forfaitair bedrag.
6. In plaats van schadevergoeding kan worden gevorderd, dat de verweerder veroordeeld wordt de door de inbreuk genoten winst af te dragen en dienaangaande rekening en verantwoording af te leggen; indien de rechter echter van oordeel is dat de omstandigheden van het geval geen aanleiding geven tot een dergelijke veroordeling, zal de rechter de verweerder tot schadevergoeding kunnen veroordelen.
7. De houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming kan de vorderingen tot schadevergoeding of het afdragen van winst ook namens of mede namens de overige houders van de desbetreffende geografische aanduiding instellen.
8. De houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming heeft de bevoegdheid roerende zaken, waarmee een inbreuk op zijn recht wordt gemaakt, of materialen en werktuigen die voornamelijk zijn gebruikt bij de voortbrenging van die zaken als zijn eigendom op te eisen, dan wel onttrekking aan het verkeer, vernietiging of onbruikbaarmaking daarvan te vorderen. Bij de beoordeling van de vordering wordt een afweging gemaakt tussen de ernst van de inbreuk en de gevorderde maatregelen alsmede de belangen van derden.
9. De bepalingen van het [Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827) betreffende beslag en executie tot afgifte van roerende zaken, zijn van toepassing. Bij samenloop met een ander beslag, gaat degene die beslag heeft gelegd krachtens dit artikel voor.
10. De maatregelen bedoeld in het achtste en negende lid worden op kosten van de verweerder uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten.
11. De rechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt, bevelen al hetgeen aan laatstgenoemde bekend is omtrent de herkomst en distributiekanalen van de goederen of diensten die inbreuk maken, aan de houder van de geografische aanduiding mee te delen en alle daarop betrekking hebbende gegevens aan deze te verstrekken. Onder dezelfde voorwaarden kan dit bevel worden gegeven aan een derde die op commerciële schaal inbreukmakende goederen in zijn bezit heeft of gebruikt, die op commerciële schaal diensten verleent die bij de inbreuk worden gebruikt, of die door een van deze derden is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, fabricage of distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten. Deze derde kan zich verschonen van het verstrekken van informatie die bewijs zou vormen van deelname aan een inbreuk op een recht van intellectuele eigendom door hem zelf of door de andere in [artikel 165, derde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=165) bedoelde personen.
12. De rechter kan op vordering van de houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming gelasten dat op kosten van degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt passende maatregelen worden getroffen tot verspreiding van informatie over de uitspraak.
##### Artikel 15
1. Met het toezicht op de naleving van bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit gestelde eisen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren en de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, werkzaam bij een controle-instelling.
2. Onze Minister en Onze Ministers, wie het mede aangaat, kunnen tezamen nadere voorschriften geven betreffende de monsterneming, de verpakking, de conservering, de verzegeling, de verzending en het onderzoek der monsters.
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
##### Artikel 16
##### Artikel 17
Vervallen
##### Artikel 17
Vervallen
##### Artikel 18
1. Aan het slot van [artikel 1, onder 4**e**, van de Wet op de economische delicten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002063&artikel=1) wordt toegevoegd de zinsnede: de Landbouwkwaliteitswet, de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, tweede lid, 4, vierde lid, 6 en 9, eerste lid.
2. [Artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13&z=2019-01-01&g=2019-01-01) vindt geen toepassing, indien de Officier van Justitie, na overleg met de controle-instelling, heeft beslist, dat een overtreding strafrechtelijk zal worden afgedaan.
2. [Artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13&z=2021-03-01&g=2021-03-01) vindt geen toepassing, indien de Officier van Justitie, na overleg met de controle-instelling, heeft beslist, dat een overtreding strafrechtelijk zal worden afgedaan.
##### Artikel 19
@@ -206,7 +216,7 @@
##### Artikel 8a
Op een privaatrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2019-01-01&g=2019-01-01) is de [Kaderwet zelfstandige bestuursorganen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020495) van toepassing.
Op een privaatrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=8&z=2021-03-01&g=2021-03-01) is de [Kaderwet zelfstandige bestuursorganen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020495) van toepassing.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
@@ -254,7 +264,7 @@
- b. de mededeling, dat de betrokkene bevoegd is getuigen en deskundigen ter zitting mede te brengen.
6. De [artikelen 13k tot en met 13p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13k&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [13r tot en met 13t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13r&z=2019-01-01&g=2019-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De [artikelen 13k tot en met 13p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13k&z=2021-03-01&g=2021-03-01) en [13r tot en met 13t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13r&z=2021-03-01&g=2021-03-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
7. Het tuchtgerecht doet schriftelijk uitspraak.
@@ -286,13 +296,13 @@
##### Artikel 13h
Het tuchtgerecht doet binnen drie weken na ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, bedoeld in [artikel 13g, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13g&z=2019-01-01&g=2019-01-01), de stukken toekomen aan de griffier van het College.
Het tuchtgerecht doet binnen drie weken na ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, bedoeld in [artikel 13g, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13g&z=2021-03-01&g=2021-03-01), de stukken toekomen aan de griffier van het College.
##### Artikel 13i
1. Als het beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, kan het College of de president zonder nader onderzoek door het College uitspraak doen. De uitspraak wordt onverwijld aan de betrokkene, het tuchtgerecht en de controle-instelling gezonden.
2. Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, kan de betrokkene dan wel de controle-instelling binnen zes weken na de verzending van de uitspraak verzet doen bij het College. [Artikel 13g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13g&z=2019-01-01&g=2019-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
2. Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, kan de betrokkene dan wel de controle-instelling binnen zes weken na de verzending van de uitspraak verzet doen bij het College. [Artikel 13g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13g&z=2021-03-01&g=2021-03-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond. Indien het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak. De laatste zin van het eerste lid is van toepassing.
@@ -362,7 +372,7 @@
##### Artikel 13p
Op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in [artikel 13o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13o&z=2019-01-01&g=2019-01-01) kan de voorzitter of een lid die een zaak behandelt, verzoeken zich te mogen verschonen. De [artikelen 517, tweede en derde lid, tot en met 518 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=517) zijn van overeenkomstige toepassing.
Op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in [artikel 13o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13o&z=2021-03-01&g=2021-03-01) kan de voorzitter of een lid die een zaak behandelt, verzoeken zich te mogen verschonen. De [artikelen 517, tweede en derde lid, tot en met 518 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=517) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 13q
@@ -408,7 +418,7 @@
3. De oproeping wordt ten minste twee weken voor de dag van de zitting aan de betrokkene en de controle-instelling gezonden en vermeldt de plaats van de zitting.
4. [Artikel 13e, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13e&z=2019-01-01&g=2019-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. [Artikel 13e, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13e&z=2021-03-01&g=2021-03-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 13w
@@ -432,8 +442,8 @@
1. De controle-instelling brengt binnen twee weken na het onherroepelijk worden van de uitspraak van het tuchtgerecht of van het College ter kennis van de betrokkene, binnen welke termijn hij de opgelegde geldboete, of de kosten van openbaarmaking van de uitspraak moet voldoen. Deze termijn kan op ten hoogste twee maanden worden gesteld en kan telkens worden verlengd, maar mag ook na verlenging niet langer zijn dan twee jaren.
2. Bij gebreke van volledige betaling binnen de in het eerste lid bedoelde termijn wordt het niet betaalde bedrag ingevorderd op dezelfde wijze als de tarieven, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=11&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de kosten van de verscherpte controle, bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13&z=2019-01-01&g=2019-01-01), met dien verstande dat de termijn voor de kennisgeving van de betalingstermijn eerst aanvangt nadat de kosten zijn gemaakt.
2. Bij gebreke van volledige betaling binnen de in het eerste lid bedoelde termijn wordt het niet betaalde bedrag ingevorderd op dezelfde wijze als de tarieven, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=11&z=2021-03-01&g=2021-03-01).
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de kosten van de verscherpte controle, bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002755&artikel=13&z=2021-03-01&g=2021-03-01), met dien verstande dat de termijn voor de kennisgeving van de betalingstermijn eerst aanvangt nadat de kosten zijn gemaakt.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2019-01-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2017-09-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2015-01-01
2014-07-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2014-01-25
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2013-01-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2012-02-08
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2010-07-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2010-01-01
2009-07-01
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2007-09-28
Landbouwkwaliteitswet — art. 18
2007-05-01
2004-05-01
Landbouwkwaliteitswet — arts. 9, 10, 11, 18
2004-04-01
Landbouwkwaliteitswet — arts. 9, 10, 11, 18
2002-01-01
Landbouwkwaliteitswet — arts. 3, 6, 7 y 6 más
2002-01-01
Landbouwkwaliteitswet
original version Tekst op deze datum