Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 17 juni 1971, houdende toepassing van artikel 68 van de Kernenergiewet
7 versions
· 2018-02-06
2018-02-06
Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet — art. 2
2017-08-01
Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet — arts. 1, 2
2014-01-01
Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet — art. 2
Wijzigingen op 2014-01-01
@@ -26,7 +26,7 @@
2. Onze in het eerste lid bedoelde Ministers zijn:
- a. in alle gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft buiten het terrein van de landsverdediging: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
- a. in alle gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft buiten het terrein van de landsverdediging: Onze Minister van Economische Zaken;
- b. in gevallen, waarin de geheimhouding is vereist in het belang van de landsverdediging: Onze Minister van Defensie;
@@ -34,13 +34,13 @@
- d. in gevallen, waarin de geheimhouding is vereist in het belang van de veiligheid van de staat en het een civiele aangelegenheid betreft: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- e. in gevallen, waarin de geheimhouding is vereist in het belang van of het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor de ontwikkeling en de toepassing van technieken of methoden, welke betrekking hebben op of van belang zijn voor het verkeer, het vervoer, de waterstaat, de meteorologie, dan de oceanografie of een ander gebied van de geofysica: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
- e. in gevallen, waarin de geheimhouding is vereist in het belang van of het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor de ontwikkeling en de toepassing van technieken of methoden, welke betrekking hebben op of van belang zijn voor het verkeer, het vervoer, de waterstaat, de meteorologie, dan de oceanografie of een ander gebied van de geofysica: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- f. in gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor het onderzoek bij instellingen van wetenschap, voor zover deze niet ressorteren onder Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- f. in gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor het onderzoek bij instellingen van wetenschap, voor zover deze niet ressorteren onder Onze Minister van Economische Zaken: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- g. in gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor het onderzoek bij instellingen van wetenschap, voor zover deze ressorteren onder Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- g. in gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor het onderzoek bij instellingen van wetenschap, voor zover deze ressorteren onder Onze Minister van Economische Zaken: Onze Minister van Economische Zaken;
- h. in gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften ter bescherming van mensen, dieren, planten of goederen: Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- h. in gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften ter bescherming van mensen, dieren, planten of goederen: Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- i. in gevallen, waarin de geheimhouding is vereist in het belang van, of het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor de ontwikkeling en de toepassing van technieken of methoden, welke betrekking hebben op of van belang zijn voor de telecommunicatie: Onze Minister van Economische Zaken.
@@ -70,7 +70,7 @@
- c. een aan de betrokken onderneming of instelling verbonden functionaris wordt aangewezen, speciaal belast met het treffen van maatregelen ter verzekering van de geheimhouding en met het toezicht op de naleving daarvan.
4. In het tweede en derde lid wordt onder Onze Ministers verstaan Onze Ministers, van wie of met wier instemming de betrokken gegevens, hulpmiddelen of materialen onder verplichting tot geheimhouding zijn verkregen, dan wel Onze Ministers, die de betrokken gegevens, hulpmiddelen, materialen, onderzoekingen of werkmethoden op grond van [artikel 1, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002768&artikel=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01), hebben aangewezen.
4. In het tweede en derde lid wordt onder Onze Ministers verstaan Onze Ministers, van wie of met wier instemming de betrokken gegevens, hulpmiddelen of materialen onder verplichting tot geheimhouding zijn verkregen, dan wel Onze Ministers, die de betrokken gegevens, hulpmiddelen, materialen, onderzoekingen of werkmethoden op grond van [artikel 1, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002768&artikel=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01), hebben aangewezen.
##### Artikel 3
2011-01-01
Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet — art. 2
2010-11-16
Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet — art. 2
2003-01-01
Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet — arts. 1, 2
1993-03-01
Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet
original version
Tekst op deze datum