Wijzigingsgeschiedenis

Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971

22 versions · 2024-01-01
2024-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 1, 4, 4, 197
2023-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — art. 1971
2022-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — art. 1971
2021-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 1, 2, 2, 197
2020-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 2, 2, 1971
2019-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 1, 2, 2, 197
2018-04-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 2, 1971
2018-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 1, 2, 1971
2016-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — art. 2
2015-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — art. 2
2013-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — art. 2
2012-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 1, 2, 2 y 2
2011-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 2, 2
2010-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 1, 2, 2 y 3
2009-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 2, 2
2008-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 2, 2
2007-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 1, 2, 2 y 4
2006-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — art. 2
2005-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — art. 2
2004-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 1, 2, 3, 2
2000-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — arts. 1, 2, 2 y 7

Wijzigingen op 2000-01-01

@@ -87,99 +87,3 @@
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst.
2. Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971
##### Artikel 2c
De rente, bedoeld in de [artikelen 14a, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=14a), [14b, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=14b) en [15ad, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=15ad), die bij het einde van de daarin bedoelde periode van acht jaren nog niet in aftrek is gekomen, wordt achtereenvolgens in mindering gebracht op en ten hoogste tot de positieve belastbare bedragen van de volgende jaren.
##### Artikel 2bis
1. Het tijdstip van bij de bepaling van de winst in aftrek komen van aan personeel toegekende rechten om aandelen of winstbewijzen te verwerven of een daarmee gelijk te stellen recht, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel h, van de wet, is:
- a. bij een onvoorwaardelijke toekenning of een toekenning onder ontbindende voorwaarde, het tijdstip waarop het recht is aanvaard, inhoudelijk volledig is bepaald en de uitoefening aanstonds of na een bepaalde, vaste termijn kan geschieden;
- b. bij een toekenning onder opschortende voorwaarde, het tijdstip waarop de voorwaarde is vervuld, het recht is aanvaard, inhoudelijk volledig is bepaald en de uitoefening aanstonds of na een bepaalde, vaste termijn kan geschieden.
2. Voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, onderdeel h, van de wet wordt de waarde van een ter beurze genoteerd recht om aandelen te verwerven of van een daarmee gelijk te stellen recht, gesteld op de waarde in het economische verkeer van dat recht op het tijdstip van aftrek, bedoeld in het eerste lid. Voor de toepassing van bedoeld onderdeel h wordt de waarde van een recht om winstbewijzen te verwerven of van een daarmee gelijk te stellen recht, gesteld op de waarde in het economische verkeer van dat recht op het tijdstip van aftrek, bedoeld in het eerste lid.
3. Voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, onderdeel h, van de wet wordt de waarde van een niet ter beurze genoteerd recht om aandelen te verwerven of van een daarmee gelijk te stellen recht, gesteld op de som van de intrinsieke waarde en de verwachtingswaarde van dat recht. De waarde wordt uitgedrukt in een percentage (P) van de waarde (W) in het economische verkeer van de aandelen waarop dat recht betrekking heeft op het tijdstip van aftrek, bedoeld in het eerste lid.
4. Voor de toepassing van het derde lid wordt P berekend volgens de formule P = I + V doch ten minste nihil, waarin
I voorstelt: {(W – U) / W} × 100, U is daarin de in de optie-overeenkomst vastgelegde uitoefenkoers;
V voorstelt: (4,5 – 0,1t) × t – (0,09 – 0,002t) × I × t doch ten minste nihil, t is daarin de na het tijdstip van aftrek ter zake van de toekenning van het recht resterende looptijd van dat recht in jaren of gedeelten van jaren, doch ten hoogste 20.
5. Voor de toepassing van het vierde lid worden I en V naar beneden afgerond op gehele getallen.
6. Indien P op het tijdstip van aftrek niet bepaalbaar is volgens het vierde lid, wordt de waarde van het recht, bedoeld in het derde lid, gesteld op de waarde in het economische verkeer van het recht op het tijdstipvan aftrek.
7. Indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de volgens het derde tot en met het vijfde lid vastgestelde waarde in belangrijke mate lager is dan de werkelijke waarde in het economische verkeer van het recht op het tijdstip van aftrek, wordt de waarde gesteld op de waarde in het economische verkeer.
##### Artikel 2d
Ingeval de belastingplichtige een relatie legt tussen activiteiten van lichamen binnen een keten is van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen als bedoeld in [artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=17) sprake indien:
- a. ten minste de helft van het totale aantal statutaire en beslissingsbevoegde bestuursleden van de belastingplichtige woont of feitelijk is gevestigd in de staat waarin de belastingplichtige is gevestigd;
- b. de in de staat, bedoeld in onderdeel a, wonende of gevestigde bestuursleden beschikken over de benodigde professionele kennis om hun taken naar behoren uit te voeren, tot welke taken ten minste behoort de besluitvorming, op grond van de eigen verantwoordelijkheid van de belastingplichtige en binnen het kader van de normale concernbemoeienis, over door de belastingplichtige af te sluiten transacties, alsmede het zorg dragen voor een goede afhandeling van de afgesloten transacties;
- c. de belastingplichtige beschikt over gekwalificeerd personeel voor de adequate uitvoering en registratie van de door de belastingplichtige af te sluiten transacties;
- d. in de staat, bedoeld in onderdeel a, de bestuursbesluiten van de belastingplichtige worden genomen;
- e. in de staat, bedoeld in onderdeel a, de belangrijkste bankrekeningen van de belastingplichtige worden aangehouden, en
- f. in de staat, bedoeld in onderdeel a, de boekhouding van de belastingplichtige wordt gevoerd.
## Bijlage. behorende bij de Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2e
Met overeenkomstige toepassing van [artikel 2d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002784&artikel=2d&z=2019-01-01&g=2019-01-01) wordt bepaald onder welke omstandigheden in ieder geval sprake is van een door een gecontroleerd lichaam uitgeoefende wezenlijke economische activiteit als bedoeld in [artikel 13ab, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=13ab). Daarbij wordt gelezen voor:
- a. de belastingplichtige: het gecontroleerde lichaam of de vaste inrichting;
- b. de werkzaamheden ten behoeve van het leggen van een relatie tussen activiteiten van lichamen binnen een keten: de werkzaamheden van het gecontroleerde lichaam of de vaste inrichting.
## Bijlage. behorende bij de Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971
De woonlandfactor, bedoeld in [artikel 2d, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002784&artikel=2d&z=2019-01-01&g=2019-01-01), wordt voor andere lidstaten van de Europese Unie, andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland bepaald aan de hand van de volgende tabel:
| Staat | Woonlandfactor |
| --- | --- |
| België | 100% |
| Bulgarije | 50% |
| Cyprus | 80% |
| Denemarken | 100% |
| Duitsland | 100% |
| Estland | 70% |
| Finland | 100% |
| Frankrijk | 100% |
| Griekenland | 80% |
| Hongarije | 60% |
| Ierland | 100% |
| IJsland | 100% |
| Italië | 90% |
| Kroatië | 60% |
| Letland | 70% |
| Liechtenstein | 100% |
| Litouwen | 60% |
| Luxemburg | 100% |
| Malta | 80% |
| Noorwegen | 100% |
| Oostenrijk | 100% |
| Polen | 60% |
| Portugal | 80% |
| Roemenië | 50% |
| Slovenië | 80% |
| Slowakije | 70% |
| Spanje | 90% |
| Tsjechië | 60% |
| Verenigd Koninkrijk | 100% |
| Zweden | 100% |
| Zwitserland | 100% |
Voor andere staten wordt de woonlandfactor bepaald aan de hand van de [tabel die is opgenomen in de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012](onbekend).
2000-01-01
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 — versión origina
original version Tekst op deze datum