Wijzigingsgeschiedenis
Burgerlijk Wetboek Boek 2, Rechtspersonen
89 versions
· 2025-01-01
2025-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2024-06-22
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2024-03-13
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2024-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2023-12-30
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 12 más
2023-11-15
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2023-09-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 22 más
2023-05-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 25 más
2023-02-22
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2022-11-04
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 143, 156 y 7 más
2022-10-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 143, 156 y 7 más
2022-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 143, 156 y 28 más
2021-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — art. 63
2021-05-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 44, 291
2020-09-03
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 143, 156 y 7 más
2020-07-08
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 143, 156 y 7 más
2020-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 143, 156 y 7 más
2019-12-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 143, 156 y 28 más
2019-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 24 más
2019-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2018-09-19
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2018-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2018-01-03
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2017-09-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2017-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2017-06-27
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2017-04-13
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2017-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2016-12-06
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2016-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2016-01-29
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2016-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2015-11-26
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2015-11-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 13 más
2015-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2015-06-12
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2015-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2014-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2014-01-06
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2014-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2013-08-07
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2013-07-22
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2013-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 2 más
2013-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 3 más
2012-10-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 266 y 27 más
2012-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 198 y 5 más
2011-12-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 143, 156 y 13 más
2011-07-22
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 143, 156 y 13 más
2011-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 143, 156 y 45 más
2011-04-30
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 143, 156 y 46 más
2010-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 143, 156, 198 y 35 más
2009-11-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 6 más
2009-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 6 más
2008-12-23
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 6 más
2008-11-26
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 6 más
2008-09-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 6 más
2008-07-15
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 29 más
2008-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 6 más
2008-06-28
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 29 más
2008-06-25
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 20 más
2008-06-11
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 6 más
2008-03-26
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 6 más
2007-11-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2007-10-28
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 29 más
2007-02-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2007-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2006-12-31
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2006-10-25
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 40 más
2006-10-13
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2006-10-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2006-06-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 12 más
2006-02-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2006-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2005-10-15
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2005-09-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2005-07-27
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 24 más
2005-04-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2005-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 8 más
2004-10-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 156 y 43 más
2004-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 144 y 10 más
2004-06-30
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 144 y 10 más
2004-05-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 144 y 10 más
2004-02-18
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 144 y 10 más
Wijzigingen op 2004-02-18
@@ -10,13 +10,13 @@
2. Andere lichamen, waaraan een deel van de overheidstaak is opgedragen, bezitten slechts rechtspersoonlijkheid, indien dit uit het bij of krachtens de wet bepaalde volgt.
3. De volgende artikelen van deze titel, behalve [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=5&z=2003-01-01&g=2004-01-01), gelden niet voor de in de voorgaande leden bedoelde rechtspersonen.
3. De volgende artikelen van deze titel, behalve [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=5&z=2004-02-18&g=2004-02-18), gelden niet voor de in de voorgaande leden bedoelde rechtspersonen.
##### Artikel 2
1. Kerkgenootschappen alsmede hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd, bezitten rechtspersoonlijkheid.
2. Zij worden geregeerd door hun eigen statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet. Met uitzondering van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=5&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden de volgende artikelen van deze titel niet voor hen; overeenkomstige toepassing daarvan is geoorloofd, voor zover deze is te verenigen met hun statuut en met de aard der onderlinge verhoudingen.
2. Zij worden geregeerd door hun eigen statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet. Met uitzondering van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=5&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden de volgende artikelen van deze titel niet voor hen; overeenkomstige toepassing daarvan is geoorloofd, voor zover deze is te verenigen met hun statuut en met de aard der onderlinge verhoudingen.
##### Artikel 3
@@ -28,7 +28,7 @@
2. Vernietiging van de rechtshandeling waardoor een rechtspersoon is ontstaan, tast diens bestaan niet aan. Het vervallen van de deelneming van een of meer oprichters van een rechtspersoon heeft op zichzelf geen invloed op de rechtsgeldigheid van de deelneming der overblijvende oprichters.
3. Is ten name van een niet bestaande rechtspersoon een vermogen gevormd, dan benoemt de rechter op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie een of meer vereffenaars. [Artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=22&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. Is ten name van een niet bestaande rechtspersoon een vermogen gevormd, dan benoemt de rechter op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie een of meer vereffenaars. [Artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=22&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing.
4. Het vermogen wordt vereffend als dat van een ontbonden rechtspersoon in de voorgewende rechtsvorm. Degenen die zijn opgetreden als bestuurders, zijn hoofdelijk verbonden voor de tot dit vermogen behorende schulden die opeisbaar zijn geworden in het tijdvak waarin zij dit deden. Zij zijn eveneens verbonden voor de schulden die voortspruiten uit in die tijd ten behoeve van dit vermogen verrichte rechtshandelingen, voor zover daarvoor niemand ingevolge de vorige zin verbonden is. Ontbreken personen die ingevolge de vorige twee zinnen verbonden zijn, dan zijn degenen die handelden, hoofdelijk verbonden.
@@ -110,11 +110,11 @@
- a. wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen;
- b. wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=8&z=2003-01-01&g=2004-01-01) worden geëist;
- b. wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=8&z=2004-02-18&g=2004-02-18) worden geëist;
- c. wegens strijd met een reglement.
2. Tot de bepalingen als bedoeld in het vorige lid onder **a**, behoren niet die welke de voorschriften bevatten waarop in [artikel 14 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=14&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt gedoeld.
2. Tot de bepalingen als bedoeld in het vorige lid onder **a**, behoren niet die welke de voorschriften bevatten waarop in [artikel 14 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=14&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt gedoeld.
3. Vernietiging geschiedt door een uitspraak van de rechtbank van de woonplaats van de rechtspersoon:
@@ -174,7 +174,7 @@
- d. door het geheel ontbreken van leden, indien de rechtspersoon een vereniging, een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij is;
- e. door een beschikking van de Kamer van Koophandel en Fabrieken als bedoeld in [artikel 19a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=19a&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- e. door een beschikking van de Kamer van Koophandel en Fabrieken als bedoeld in [artikel 19a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=19a&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- f. door de rechter in de gevallen die de wet bepaalt.
@@ -182,7 +182,7 @@
3. Aan de registers waar de rechtspersoon is ingeschreven wordt van de ontbinding opgaaf gedaan: in de gevallen als bedoeld in lid 1, onder **a, b** en **d** door de vereffenaar, indien deze er is en anders door het bestuur, in het geval als bedoeld in lid 1, onder **c** door de faillissementscurator, in het geval als bedoeld in lid 1, onder **e** door de Kamer van Koophandel en Fabrieken en in het geval als bedoeld in lid 1 onder **f** door de griffier van het betrokken gerecht.
4. Indien de rechtspersoon op het tijdstip van zijn ontbinding geen baten meer heeft, houdt hij alsdan op te bestaan. In dat geval doet het bestuur of, bij toepassing van [artikel 19a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=19a&z=2003-01-01&g=2004-01-01), de Kamer van Koophandel en Fabrieken, daarvan opgaaf aan de registers waar de rechtspersoon is ingeschreven.
4. Indien de rechtspersoon op het tijdstip van zijn ontbinding geen baten meer heeft, houdt hij alsdan op te bestaan. In dat geval doet het bestuur of, bij toepassing van [artikel 19a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=19a&z=2004-02-18&g=2004-02-18), de Kamer van Koophandel en Fabrieken, daarvan opgaaf aan de registers waar de rechtspersoon is ingeschreven.
5. De rechtspersoon blijft na ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van hem uitgaan, moet aan zijn naam worden toegevoegd: **in liquidatie**.
@@ -202,7 +202,7 @@
- 2°. de bestuurder is ten minste een jaar niet bereikbaar gebleken op het in het register vermelde adres, en evenmin op het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens ingeschreven adres, dan wel in die administratie staat ten minste een jaar geen adres van de bestuurder vermeld;
- c. de rechtspersoon is ten minste een jaar in gebreke met de nakoming van de verplichting tot openbaarmaking van de jaarrekening of de balans en de toelichting overeenkomstig de [artikelen 394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [396](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [397](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- c. de rechtspersoon is ten minste een jaar in gebreke met de nakoming van de verplichting tot openbaarmaking van de jaarrekening of de balans en de toelichting overeenkomstig de [artikelen 394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [396](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [397](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- d. de rechtspersoon heeft ten minste een jaar geen gevolg gegeven aan een aanmaning als bedoeld in [artikel 9, lid 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=9) tot het doen van aangifte voor de vennootschapsbelasting.
@@ -216,7 +216,7 @@
6. De Kamer doet van de ontbinding een mededeling opnemen in de **Nederlandse Staatscourant**. Lid 3, vierde zin, is van overeenkomstige toepassing.
7. Als op grond van [artikel 23, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=23&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geen vereffenaars kunnen worden aangewezen, treedt de Kamer op als vereffenaar van het vermogen van de ontbonden rechtspersoon, behoudens het bepaalde in [artikel 19, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=19&z=2003-01-01&g=2004-01-01). Op verzoek van de Kamer benoemt de rechtbank in haar plaats een of meer andere vereffenaars.
7. Als op grond van [artikel 23, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=23&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geen vereffenaars kunnen worden aangewezen, treedt de Kamer op als vereffenaar van het vermogen van de ontbonden rechtspersoon, behoudens het bepaalde in [artikel 19, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=19&z=2004-02-18&g=2004-02-18). Op verzoek van de Kamer benoemt de rechtbank in haar plaats een of meer andere vereffenaars.
8. Indien tegen een beschikking als bedoeld in lid 4, beroep wordt ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven schrijft de Kamer dat in het register in. De beslissing op het beroep wordt tevens ingeschreven. Indien de beslissing strekt tot vernietiging van de beschikking doet de Kamer een mededeling daarvan opnemen in de **Nederlandse Staatscourant**. Gedurende het tijdvak waarin de rechtspersoon na de beschikking tot ontbinding had opgehouden te bestaan, is er een verlengingsgrond als bedoeld in [artikel 320 van Boek 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=320) ten aanzien van de verjaring van rechtsvorderingen van of tegen de rechtspersoon.
@@ -292,7 +292,7 @@
4. Blijkt de vereffenaar dat de schulden de baten vermoedelijk zullen overtreffen, dan doet hij aangifte tot faillietverklaring, tenzij alle bekende schuldeisers desgevraagd instemmen met voortzetting van de vereffening buiten faillissement.
5. De voorgaande bepalingen van dit artikel en de [artikelen 23b-23c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=23b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn niet van toepassing op vereffening in faillissement.
5. De voorgaande bepalingen van dit artikel en de [artikelen 23b-23c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=23b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn niet van toepassing op vereffening in faillissement.
##### Artikel 23b
@@ -378,7 +378,7 @@
##### Artikel 26
1. De vereniging is een rechtspersoon met leden die is gericht op een bepaald doel, anders dan een dat is omschreven in [artikel 53 lid 1 of lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=53&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
1. De vereniging is een rechtspersoon met leden die is gericht op een bepaald doel, anders dan een dat is omschreven in [artikel 53 lid 1 of lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=53&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
2. Een vereniging wordt bij meerzijdige rechtshandeling opgericht.
@@ -510,7 +510,7 @@
##### Artikel 39
1. De statuten kunnen bepalen dat de algemene vergadering zal bestaan uit afgevaardigden die door en uit de leden worden gekozen. De wijze van verkiezing en het aantal van de afgevaardigden worden door de statuten geregeld; elk lid moet middellijk of onmiddellijk aan de verkiezing kunnen deelnemen. De [leden 4 en 5 van artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=37&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn bij de verkiezing van overeenkomstige toepassing. [Artikel 38 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=38&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing op personen die deel uitmaken van andere organen der vereniging en die geen afgevaardigde zijn.
1. De statuten kunnen bepalen dat de algemene vergadering zal bestaan uit afgevaardigden die door en uit de leden worden gekozen. De wijze van verkiezing en het aantal van de afgevaardigden worden door de statuten geregeld; elk lid moet middellijk of onmiddellijk aan de verkiezing kunnen deelnemen. De [leden 4 en 5 van artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=37&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn bij de verkiezing van overeenkomstige toepassing. [Artikel 38 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=38&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing op personen die deel uitmaken van andere organen der vereniging en die geen afgevaardigde zijn.
2. De statuten kunnen bepalen dat bepaalde besluiten van de algemene vergadering aan een referendum zullen worden onderworpen. De statuten regelen de gevallen waarin, de tijd waarbinnen, en de wijze waarop het referendum zal worden gehouden. Hangende de uitslag van het referendum wordt de uitvoering van het besluit geschorst.
@@ -530,7 +530,7 @@
##### Artikel 41a
De [artikelen 37-41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=37&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de afdelingen van een vereniging die geen rechtspersonen zijn en die een algemene vergadering en een bestuur hebben; hetgeen in die artikelen omtrent de statuten is bepaald, kan in een afdelingsreglement worden neergelegd.
De [artikelen 37-41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=37&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing op de afdelingen van een vereniging die geen rechtspersonen zijn en die een algemene vergadering en een bestuur hebben; hetgeen in die artikelen omtrent de statuten is bepaald, kan in een afdelingsreglement worden neergelegd.
##### Artikel 42
@@ -554,7 +554,7 @@
5. Heeft de vereniging volledige rechtsbevoegdheid, dan treedt de wijziging niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neder te leggen ten kantore van het handelsregister.
6. De bestuurders van een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid, waarvan de statuten overeenkomstig [artikel 30 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=30&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek in afschrift ten kantore van het handelsregister zijn nedergelegd, zijn verplicht aldaar tevens een afschrift van de wijziging en van de gewijzigde statuten neder te leggen.
6. De bestuurders van een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid, waarvan de statuten overeenkomstig [artikel 30 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=30&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek in afschrift ten kantore van het handelsregister zijn nedergelegd, zijn verplicht aldaar tevens een afschrift van de wijziging en van de gewijzigde statuten neder te leggen.
##### Artikel 44
@@ -584,31 +584,31 @@
1. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, een jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders en commissarissen; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na verloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.
2. Ontbreekt een raad van commissarissen en wordt omtrent de getrouwheid van de stukken aan de algemene vergadering niet overgelegd een verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in [artikel 393 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01), dan benoemt de algemene vergadering jaarlijks een commissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. De commissie onderzoekt de stukken bedoeld in de tweede zin van lid 1, en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging voor raadpleging beschikbaar te stellen.
2. Ontbreekt een raad van commissarissen en wordt omtrent de getrouwheid van de stukken aan de algemene vergadering niet overgelegd een verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in [artikel 393 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18), dan benoemt de algemene vergadering jaarlijks een commissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. De commissie onderzoekt de stukken bedoeld in de tweede zin van lid 1, en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging voor raadpleging beschikbaar te stellen.
3. Een vereniging die een of meer ondernemingen in stand houdt welke ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, vermeldt bij de staat van baten en lasten de netto-omzet van deze ondernemingen.
##### Artikel 49
1. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van een vereniging als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2003-01-01&g=2004-01-01), behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de leden ter inzage ten kantore van de vereniging. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor de leden, tenzij de [artikelen 396 lid 6, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01), of [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2003-01-01&g=2004-01-01) voor de vereniging gelden. De termijn kan voor beleggingsmaatschappijen waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) een vergunning is verleend, bij of krachtens die wet worden bekort.
1. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van een vereniging als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2004-02-18&g=2004-02-18), behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de leden ter inzage ten kantore van de vereniging. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor de leden, tenzij de [artikelen 396 lid 6, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18), of [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2004-02-18&g=2004-02-18) voor de vereniging gelden. De termijn kan voor beleggingsmaatschappijen waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) een vergunning is verleend, bij of krachtens die wet worden bekort.
2. De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering die het bestuur uiterlijk een maand na afloop van de termijn doet houden. Vaststelling van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.
4. [Artikel 48 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=48&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is niet van toepassing op de vereniging bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2003-01-01&g=2004-01-01). [Artikel 48 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=48&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is hierop van toepassing met dien verstande dat onder stukken wordt verstaan de stukken die ingevolge lid 1 worden overgelegd.
5. Een vereniging als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2003-01-01&g=2004-01-01) mag ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves een tekort slechts delgen voor zover de wet dat toestaat.
4. [Artikel 48 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=48&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is niet van toepassing op de vereniging bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2004-02-18&g=2004-02-18). [Artikel 48 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=48&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is hierop van toepassing met dien verstande dat onder stukken wordt verstaan de stukken die ingevolge lid 1 worden overgelegd.
5. Een vereniging als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2004-02-18&g=2004-02-18) mag ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves een tekort slechts delgen voor zover de wet dat toestaat.
6. Onze Minister van Economische Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het vaststellen van de jaarrekening.
##### Artikel 50
De vereniging, bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2003-01-01&g=2004-01-01), zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens [artikel 392 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2003-01-01&g=2004-01-01) toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de algemene vergadering, bestemd tot behandeling van de jaarrekening, te haren kantore aanwezig zijn. De leden kunnen de stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
De vereniging, bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2004-02-18&g=2004-02-18), zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens [artikel 392 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2004-02-18&g=2004-02-18) toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de algemene vergadering, bestemd tot behandeling van de jaarrekening, te haren kantore aanwezig zijn. De leden kunnen de stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
##### Artikel 50a
De [artikelen 131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=131&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [139](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=139&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=149&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [150](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=150&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van faillissement van een vereniging waarvan de statuten zijn opgenomen in een notariële akte en die aan de heffing van vennootschapsbelasting is onderworpen.
De [artikelen 131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=131&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [139](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=139&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=149&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [150](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=150&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van faillissement van een vereniging waarvan de statuten zijn opgenomen in een notariële akte en die aan de heffing van vennootschapsbelasting is onderworpen.
##### Artikel 51
@@ -634,13 +634,13 @@
##### Artikel 53a
De bepalingen van de vorige titel zijn, met uitzondering van de [artikelen 26 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=26&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [44 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=44&z=2003-01-01&g=2004-01-01), op de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij van toepassing, voor zover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken.
De bepalingen van de vorige titel zijn, met uitzondering van de [artikelen 26 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=26&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [44 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=44&z=2004-02-18&g=2004-02-18), op de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij van toepassing, voor zover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken.
##### Artikel 54
1. Een coöperatie en een onderlinge waarborgmaatschappij worden opgericht door een meerzijdige rechtshandeling bij notariële akte.
2. De naam van een coöperatie moet het woord "coöperatief" bevatten, die van een onderlinge waarborgmaatschappij het woord "onderling" of "wederkerig". De naam van de rechtspersoon moet aan het slot de letters W.A., B.A. of U.A. overeenkomstig [artikel 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=56&z=2003-01-01&g=2004-01-01) dragen.
2. De naam van een coöperatie moet het woord "coöperatief" bevatten, die van een onderlinge waarborgmaatschappij het woord "onderling" of "wederkerig". De naam van de rechtspersoon moet aan het slot de letters W.A., B.A. of U.A. overeenkomstig [artikel 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=56&z=2004-02-18&g=2004-02-18) dragen.
##### Artikel 54a
@@ -656,7 +656,7 @@
4. De aansprakelijke leden en oud-leden zijn gehouden tot onmiddellijke betaling van hun aandeel in een geraamd tekort, vermeerderd met 50 ten honderd, of zoveel minder als de vereffenaars voldoende achten, tot voorlopige dekking van een nadere omslag voor de kosten van invordering en van het aandeel van hen, die in gebreke mochten blijven aan hun verplichting te voldoen.
5. Een lid of oud-lid is niet bevoegd tot verrekening van zijn schuld uit hoofde van [dit artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=55&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
5. Een lid of oud-lid is niet bevoegd tot verrekening van zijn schuld uit hoofde van [dit artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=55&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 56
@@ -672,7 +672,7 @@
3. Tenzij bij de statuten anders is bepaald, is de raad van commissarissen bevoegd iedere door de algemene vergadering benoemde bestuurder te allen tijde te schorsen. Deze schorsing kan te allen tijde door de algemene vergadering worden opgeheven.
4. Behoudens het bepaalde in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=47&z=2003-01-01&g=2004-01-01) vertegenwoordigt de raad van commissarissen de rechtspersoon in andere gevallen van strijdig belang met een of meer bestuurders dan het sluiten of wijzigen van overeenkomsten zoals deze met alle leden in gelijke omstandigheden worden gesloten. De statuten kunnen van deze bepaling afwijken.
4. Behoudens het bepaalde in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=47&z=2004-02-18&g=2004-02-18) vertegenwoordigt de raad van commissarissen de rechtspersoon in andere gevallen van strijdig belang met een of meer bestuurders dan het sluiten of wijzigen van overeenkomsten zoals deze met alle leden in gelijke omstandigheden worden gesloten. De statuten kunnen van deze bepaling afwijken.
5. De statuten kunnen aanvullende bepalingen omtrent de taak en de bevoegdheden van de raad en van zijn leden bevatten.
@@ -684,17 +684,17 @@
##### Artikel 57a
1. Op de benoeming van commissarissen die niet reeds bij de akte van oprichting zijn aangewezen, is [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=37&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van overeenkomstige toepassing, tenzij zij overeenkomstig [artikel 63f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geschiedt.
1. Op de benoeming van commissarissen die niet reeds bij de akte van oprichting zijn aangewezen, is [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=37&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van overeenkomstige toepassing, tenzij zij overeenkomstig [artikel 63f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geschiedt.
2. Bij een aanbeveling of voordracht tot benoeming van een commissaris worden van de kandidaat medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep en de betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van een commissaris. Tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij reeds als commissaris is verbonden; indien zich daaronder rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde groep behoren, kan met de aanduiding van de groep worden volstaan. De aanbeveling en de voordracht worden met redenen omkleed.
##### Artikel 58
1. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de leden ter inzage ten kantore van de rechtspersoon. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor de leden, tenzij de [artikelen 396 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01), of [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2003-01-01&g=2004-01-01) voor de rechtspersoon gelden. De termijn kan voor beleggingsmaatschappijen waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) (**Stb.** 1990, 380) een vergunning is verleend, bij of krachtens die wet worden bekort. De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering die het bestuur uiterlijk een maand na afloop van de termijn doet houden. [Artikel 48 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=48&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing. Vaststelling van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.
1. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de leden ter inzage ten kantore van de rechtspersoon. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor de leden, tenzij de [artikelen 396 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18), of [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2004-02-18&g=2004-02-18) voor de rechtspersoon gelden. De termijn kan voor beleggingsmaatschappijen waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) (**Stb.** 1990, 380) een vergunning is verleend, bij of krachtens die wet worden bekort. De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering die het bestuur uiterlijk een maand na afloop van de termijn doet houden. [Artikel 48 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=48&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing. Vaststelling van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.
2. De opgemaakte jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De rechtspersoon zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens [artikel 392 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2003-01-01&g=2004-01-01) toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de algemene vergadering, bestemd tot behandeling van de jaarrekening, te zijnen kantore aanwezig zijn. De leden kunnen de stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
3. De rechtspersoon zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens [artikel 392 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2004-02-18&g=2004-02-18) toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de algemene vergadering, bestemd tot behandeling van de jaarrekening, te zijnen kantore aanwezig zijn. De leden kunnen de stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
4. Ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd voor zover de wet dat toestaat.
@@ -730,7 +730,7 @@
- b. Tenzij de statuten anders bepalen, duurt het lidmaatschap dat uit een verzekeringsovereenkomst ontstaat, voort totdat alle door het lid met de waarborgmaatschappij gesloten verzekeringsovereenkomsten zijn geëindigd. Bij overdracht of overgang van de rechten en verplichtingen uit zodanige overeenkomst gaat het lidmaatschap, voor zover uit die overeenkomst voortvloeiende, op de nieuwe verkrijger of de nieuwe verkrijgers over, een en ander behoudens afwijkende bepalingen in de statuten.
- c. Indien het waarborgkapitaal van een onderlinge waarborgmaatschappij in aandelen is verdeeld, zijn de [artikelen 79-89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=79&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [90-92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=90&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=95&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [96 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [98 leden 1 en 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98&z=2003-01-01&g=2004-01-01), en [98**c** leden 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98c&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit boek van overeenkomstige toepassing.
- c. Indien het waarborgkapitaal van een onderlinge waarborgmaatschappij in aandelen is verdeeld, zijn de [artikelen 79-89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=79&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [90-92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=90&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=95&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [96 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [98 leden 1 en 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98&z=2004-02-18&g=2004-02-18), en [98**c** leden 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98c&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit boek van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 63
@@ -750,7 +750,7 @@
##### Artikel 63b
1. Een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij moet, indien lid 2 op haar van toepassing is, binnen twee maanden na de vaststelling van haar jaarrekening door de algemene vergadering, aan het handelsregister opgeven dat zij voldoet aan de in lid 2 gestelde voorwaarden. Totdat [artikel 63c lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63c&z=2003-01-01&g=2004-01-01) toepassing heeft gevonden, vermeldt het bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer de opgave is gedaan; wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in het eerste jaarverslag dat na de doorhaling wordt uitgebracht.
1. Een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij moet, indien lid 2 op haar van toepassing is, binnen twee maanden na de vaststelling van haar jaarrekening door de algemene vergadering, aan het handelsregister opgeven dat zij voldoet aan de in lid 2 gestelde voorwaarden. Totdat [artikel 63c lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63c&z=2004-02-18&g=2004-02-18) toepassing heeft gevonden, vermeldt het bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer de opgave is gedaan; wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in het eerste jaarverslag dat na de doorhaling wordt uitgebracht.
2. De verplichting tot opgave geldt, indien:
@@ -766,21 +766,21 @@
##### Artikel 63c
1. De [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing op een rechtspersoon waaromtrent een in [artikel 63b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde opgaaf gedurende drie jaren onafgebroken is ingeschreven. Deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken, indien een doorhaling van de opgaaf, welke tijdens die termijn ten onrechte heeft plaatsgevonden, ongedaan is gemaakt.
2. De doorhaling van de inschrijving op de grond dat de rechtspersoon niet meer voldoet aan de voorwaarden van [artikel 63b lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) doet de toepasselijkheid van de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) slechts eindigen, indien na de doorhaling drie jaren zijn verstreken waarin de rechtspersoon niet opnieuw tot de opgaaf verplicht is geweest.
3. De coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij brengt haar statuten in overeenstemming met de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) welke voor haar gelden, uiterlijk met ingang van de dag waarop die artikelen krachtens lid 1 op haar van toepassing worden.
1. De [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van toepassing op een rechtspersoon waaromtrent een in [artikel 63b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde opgaaf gedurende drie jaren onafgebroken is ingeschreven. Deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken, indien een doorhaling van de opgaaf, welke tijdens die termijn ten onrechte heeft plaatsgevonden, ongedaan is gemaakt.
2. De doorhaling van de inschrijving op de grond dat de rechtspersoon niet meer voldoet aan de voorwaarden van [artikel 63b lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) doet de toepasselijkheid van de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) slechts eindigen, indien na de doorhaling drie jaren zijn verstreken waarin de rechtspersoon niet opnieuw tot de opgaaf verplicht is geweest.
3. De coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij brengt haar statuten in overeenstemming met de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) welke voor haar gelden, uiterlijk met ingang van de dag waarop die artikelen krachtens lid 1 op haar van toepassing worden.
##### Artikel 63d
1. De [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden niet voor een rechtspersoon wier werkzaamheid zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt tot het beheer en de financiering van afhankelijke maatschappijen en van haar en hun deelnemingen in andere rechtspersonen, mits de werknemers van de Nederlandse afhankelijke maatschappijen vertegenwoordigd zijn in een ondernemingsraad die de bevoegdheden heeft, bedoeld in de [artikelen 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
2. Onze Minister van Justitie kan, gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij op haar verzoek ontheffing verlenen van een of meer der [artikelen 63f tot en met 63j.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan worden gewijzigd en ingetrokken.
1. De [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden niet voor een rechtspersoon wier werkzaamheid zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt tot het beheer en de financiering van afhankelijke maatschappijen en van haar en hun deelnemingen in andere rechtspersonen, mits de werknemers van de Nederlandse afhankelijke maatschappijen vertegenwoordigd zijn in een ondernemingsraad die de bevoegdheden heeft, bedoeld in de [artikelen 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
2. Onze Minister van Justitie kan, gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij op haar verzoek ontheffing verlenen van een of meer der [artikelen 63f tot en met 63j.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan worden gewijzigd en ingetrokken.
##### Artikel 63e
Een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij waarvoor [artikel 63c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63c&z=2003-01-01&g=2004-01-01) niet geldt, kan bij haar statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen overeenkomstig de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01), indien zij of een afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn. Deze regeling in de statuten verliest haar gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op die raad niet langer de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn.
Een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij waarvoor [artikel 63c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63c&z=2004-02-18&g=2004-02-18) niet geldt, kan bij haar statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen overeenkomstig de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18), indien zij of een afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn. Deze regeling in de statuten verliest haar gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op die raad niet langer de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn.
##### Artikel 63f
@@ -792,7 +792,7 @@
4. De algemene vergadering, de ondernemingsraad en het bestuur kunnen aan de raad van commissarissen personen aanbevelen om als commissaris voor te dragen. De raad van commissarissen deelt hun daartoe tijdig mede, wanneer en ten gevolge waarvan in zijn midden een plaats moet worden vervuld.
5. De raad van commissarissen geeft aan de algemene vergadering en de ondernemingsraad kennis van de naam van degene die hij voordraagt, met inachtneming van [artikel 57**a** lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=57a&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
5. De raad van commissarissen geeft aan de algemene vergadering en de ondernemingsraad kennis van de naam van degene die hij voordraagt, met inachtneming van [artikel 57**a** lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=57a&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
6. De algemene vergadering benoemt de voorgedragen persoon, tenzij de ondernemingsraad binnen twee maanden na de kennisgeving of de algemene vergadering zelf uiterlijk in de eerste vergadering na die twee maanden tegen de voordracht bezwaar maakt:
@@ -816,9 +816,9 @@
1. Ontbreken alle commissarissen, dan kunnen de ondernemingsraad en het bestuur personen voor benoeming tot commissaris aanbevelen aan de ledenvergadering. Degene die de algemene vergadering bijeenroept, deelt de ondernemingsraad en het bestuur tijdig mede dat de benoeming van commissarissen onderwerp van behandeling zal zijn.
2. De benoeming is van kracht, tenzij de ondernemingsraad binnen twee maanden na overeenkomstig [artikel 63f lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) in kennis te zijn gesteld van de naam van de benoemde persoon, overeenkomstig [artikel 63f lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bij de rechtspersoon bezwaar maakt. Niettegenstaande dit bezwaar wordt de benoeming van kracht, indien de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam op verzoek van een daartoe door de algemene vergadering aangewezen vertegenwoordiger het bezwaar ongegrond verklaart.
3. De [leden van 10 en 11 van artikel 63f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De benoeming is van kracht, tenzij de ondernemingsraad binnen twee maanden na overeenkomstig [artikel 63f lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) in kennis te zijn gesteld van de naam van de benoemde persoon, overeenkomstig [artikel 63f lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bij de rechtspersoon bezwaar maakt. Niettegenstaande dit bezwaar wordt de benoeming van kracht, indien de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam op verzoek van een daartoe door de algemene vergadering aangewezen vertegenwoordiger het bezwaar ongegrond verklaart.
3. De [leden van 10 en 11 van artikel 63f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 63h
@@ -836,7 +836,7 @@
1. Een commissaris treedt uiterlijk af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren commissaris is geweest. De termijn kan bij de statuten worden verlengd tot de dag van de eerstvolgende algemene vergadering na afloop van de vier jaren of na de dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is gaan gelden.
2. De ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam kan op verzoek een commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging van de omstandigheden op grond waarvan handhaving van de commissaris redelijkerwijs niet van de rechtspersoon kan worden verlangd. Het verzoek kan worden ingediend door een vertegenwoordiger, daartoe aangewezen door de raad van commissarissen, door de algemene vergadering of door de ondernemingsraad. [Artikel 63f lid 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
2. De ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam kan op verzoek een commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging van de omstandigheden op grond waarvan handhaving van de commissaris redelijkerwijs niet van de rechtspersoon kan worden verlangd. Het verzoek kan worden ingediend door een vertegenwoordiger, daartoe aangewezen door de raad van commissarissen, door de algemene vergadering of door de ondernemingsraad. [Artikel 63f lid 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing.
3. Een commissaris kan slechts worden geschorst door de raad van commissarissen. De schorsing vervalt van rechtswege, indien niet binnen een maand na de aanvang der schorsing een verzoek als bedoeld in lid 2 is ingediend bij de ondernemingskamer.
@@ -896,7 +896,7 @@
##### Artikel 67
1. De statuten vermelden het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het aantal en het bedrag van de aandelen in euro tot ten hoogste twee cijfers achter de komma. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan vermelden de statuten het aantal en het bedrag van elke soort. De akte van oprichting vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en van het gestorte deel daarvan. Zijn er verschillende soorten aandelen dan worden de bedragen van het geplaatste en van het gestorte kapitaal uitgesplitst per soort. De akte vermeldt voorts van ieder die bij de oprichting aandelen neemt de in [artikel 86 lid 2 onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde gegevens met het aantal en de soort van de door hem genomen aandelen en het daarop gestorte bedrag.
1. De statuten vermelden het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het aantal en het bedrag van de aandelen in euro tot ten hoogste twee cijfers achter de komma. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan vermelden de statuten het aantal en het bedrag van elke soort. De akte van oprichting vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en van het gestorte deel daarvan. Zijn er verschillende soorten aandelen dan worden de bedragen van het geplaatste en van het gestorte kapitaal uitgesplitst per soort. De akte vermeldt voorts van ieder die bij de oprichting aandelen neemt de in [artikel 86 lid 2 onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde gegevens met het aantal en de soort van de door hem genomen aandelen en het daarop gestorte bedrag.
2. Het maatschappelijke en het geplaatste kapitaal moeten ten minste het minimumkapitaal bedragen. Het minimumkapitaal bedraagt vijfenveertigduizend euro. Bij algemene maatregel van bestuur wordt dit bedrag verhoogd, indien het recht van de Europese Gemeenschappen verplicht tot verhoging van het geplaatste kapitaal. Voor naamloze vennootschappen die bestaan op de dag voordat deze verhoging in werking treedt, wordt zij eerst achttien maanden na die dag van kracht.
@@ -908,21 +908,21 @@
##### Artikel 67a
1. Indien een naamloze vennootschap in de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden omzet in euro, wordt het bedrag van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro berekend volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het Verdrag betreffende de Europese Unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers, afgerond tot ten hoogste twee cijfers achter de komma. Het afgeronde bedrag van elk aandeel in euro mag ten hoogste 15% hoger of lager liggen dan het oorspronkelijke bedrag van het aandeel in gulden. Het totaal van de bedragen van de aandelen in euro bedoeld in [artikel 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is het maatschappelijk kapitaal in euro. De som van de bedragen van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro is het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro. De akte vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro.
2. Is na omrekening volgens lid 1 de som van de bedragen van de geplaatste aandelen hoger dan het volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het verdrag betreffende de Europese unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan wordt het verschil ten laste gebracht van de uitkeerbare reserves of de reserves bedoeld in [artikel 389](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [390](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2003-01-01&g=2004-01-01). Zijn deze reserves niet toereikend, dan vormt de vennootschap een negatieve bijschrijvingsreserve ter grootte van het verschil dat niet ten laste van de uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves is gebracht. Totdat het verschil uit ingehouden winst of te vormen reserves is voldaan, mag de vennootschap geen uitkeringen bedoeld in [artikel 105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=105&z=2003-01-01&g=2004-01-01) doen. Door het voldoen aan het bepaalde in dit lid worden de aandelen geacht te zijn volgestort.
3. Is na omrekening volgens lid 1 de som van de bedragen van de geplaatste aandelen lager dan het volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het Verdrag betreffende de Europese Unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan houdt de vennootschap een niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van het verschil. [Artikel 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=99&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is niet van toepassing.
1. Indien een naamloze vennootschap in de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden omzet in euro, wordt het bedrag van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro berekend volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het Verdrag betreffende de Europese Unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers, afgerond tot ten hoogste twee cijfers achter de komma. Het afgeronde bedrag van elk aandeel in euro mag ten hoogste 15% hoger of lager liggen dan het oorspronkelijke bedrag van het aandeel in gulden. Het totaal van de bedragen van de aandelen in euro bedoeld in [artikel 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is het maatschappelijk kapitaal in euro. De som van de bedragen van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro is het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro. De akte vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro.
2. Is na omrekening volgens lid 1 de som van de bedragen van de geplaatste aandelen hoger dan het volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het verdrag betreffende de Europese unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan wordt het verschil ten laste gebracht van de uitkeerbare reserves of de reserves bedoeld in [artikel 389](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [390](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2004-02-18&g=2004-02-18). Zijn deze reserves niet toereikend, dan vormt de vennootschap een negatieve bijschrijvingsreserve ter grootte van het verschil dat niet ten laste van de uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves is gebracht. Totdat het verschil uit ingehouden winst of te vormen reserves is voldaan, mag de vennootschap geen uitkeringen bedoeld in [artikel 105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=105&z=2004-02-18&g=2004-02-18) doen. Door het voldoen aan het bepaalde in dit lid worden de aandelen geacht te zijn volgestort.
3. Is na omrekening volgens lid 1 de som van de bedragen van de geplaatste aandelen lager dan het volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het Verdrag betreffende de Europese Unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan houdt de vennootschap een niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van het verschil. [Artikel 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=99&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is niet van toepassing.
##### Artikel 67b
Indien de vennootschap in afwijking van [artikel 67a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) het bedrag van de aandelen wijzigt, behoeft deze wijziging de goedkeuring van elke groep van aandeelhouders aan wier rechten de wijziging afbreuk doet. Bestaat krachtens de wijziging recht op geld of schuldvorderingen, dan mag het totale bedrag daarvan een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van de aandelen niet te boven gaan.
Indien de vennootschap in afwijking van [artikel 67a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) het bedrag van de aandelen wijzigt, behoeft deze wijziging de goedkeuring van elke groep van aandeelhouders aan wier rechten de wijziging afbreuk doet. Bestaat krachtens de wijziging recht op geld of schuldvorderingen, dan mag het totale bedrag daarvan een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van de aandelen niet te boven gaan.
##### Artikel 67c
1. Een naamloze vennootschap waarvan de statuten het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden vermelden, kan in het maatschappelijk verkeer de tegenwaarde in euro gebruiken tot ten hoogste twee cijfers achter de komma, mits daarbij wordt verwezen naar dit artikel. Dit gebruik van de tegenwaarde in euro heeft geen rechtsgevolg.
2. Indien een naamloze vennootschap waarvan de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden vermelden, na 1 januari 2002 een wijziging aanbrengt in een of meer bepalingen waarin bedragen in gulden worden uitgedrukt, worden in de statuten alle bedragen omgezet in euro. De [artikelen 67a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [67b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing.
2. Indien een naamloze vennootschap waarvan de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden vermelden, na 1 januari 2002 een wijziging aanbrengt in een of meer bepalingen waarin bedragen in gulden worden uitgedrukt, worden in de statuten alle bedragen omgezet in euro. De [artikelen 67a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [67b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van toepassing.
##### Artikel 68
@@ -934,7 +934,7 @@
##### Artikel 69
1. De bestuurders zijn verplicht de vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister en een authentiek afschrift van de akte van oprichting en van de daaraan ingevolge de [artikelen 93a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=93a&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [94a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gehechte stukken neer te leggen ten kantore van het handelsregister. Tegelijkertijd moeten zij opgave doen van het totaal van de vastgestelde en geraamde kosten die met de oprichting verband houden en ten laste van de vennootschap komen.
1. De bestuurders zijn verplicht de vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister en een authentiek afschrift van de akte van oprichting en van de daaraan ingevolge de [artikelen 93a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=93a&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [94a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gehechte stukken neer te leggen ten kantore van het handelsregister. Tegelijkertijd moeten zij opgave doen van het totaal van de vastgestelde en geraamde kosten die met de oprichting verband houden en ten laste van de vennootschap komen.
2. De bestuurders zijn naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt verbonden in het tijdvak voordat:
@@ -950,31 +950,31 @@
##### Artikel 71
1. Wanneer de naamloze vennootschap zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2003-01-01&g=2004-01-01) omzet in een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, wordt iedere aandeelhouder lid, tenzij hij de schadeloosstelling heeft gevraagd, bedoeld in lid 2.
2. Op het besluit tot omzetting is [artikel 100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=100&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing, tenzij de vennootschap zich omzet in een besloten vennootschap. Na zulk een besluit kan iedere aandeelhouder die niet met het besluit heeft ingestemd, de vennootschap schadeloosstelling vragen voor het verlies van zijn aandelen. Het verzoek tot schadeloosstelling moet schriftelijk aan de vennootschap worden gedaan binnen één maand nadat zij aan de aandeelhouder heeft meegedeeld, dat hij deze schadeloosstelling kan vragen. De mededeling geschiedt op de zelfde wijze als de oproeping tot een algemene vergadering.
3. Bij gebreke van overeenstemming wordt de schadeloosstelling bepaald door een of meer onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede partij te benoemen door de rechtbank bij de machtiging tot omzetting of door de voorzieningenrechter van die rechtbank. De [artikelen 351](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=351&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=352&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing.
1. Wanneer de naamloze vennootschap zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2004-02-18&g=2004-02-18) omzet in een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, wordt iedere aandeelhouder lid, tenzij hij de schadeloosstelling heeft gevraagd, bedoeld in lid 2.
2. Op het besluit tot omzetting is [artikel 100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=100&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing, tenzij de vennootschap zich omzet in een besloten vennootschap. Na zulk een besluit kan iedere aandeelhouder die niet met het besluit heeft ingestemd, de vennootschap schadeloosstelling vragen voor het verlies van zijn aandelen. Het verzoek tot schadeloosstelling moet schriftelijk aan de vennootschap worden gedaan binnen één maand nadat zij aan de aandeelhouder heeft meegedeeld, dat hij deze schadeloosstelling kan vragen. De mededeling geschiedt op de zelfde wijze als de oproeping tot een algemene vergadering.
3. Bij gebreke van overeenstemming wordt de schadeloosstelling bepaald door een of meer onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede partij te benoemen door de rechtbank bij de machtiging tot omzetting of door de voorzieningenrechter van die rechtbank. De [artikelen 351](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=351&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=352&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van toepassing.
##### Artikel 72
1. Wanneer een besloten vennootschap zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2003-01-01&g=2004-01-01) omzet in een naamloze vennootschap, worden aan de akte van omzetting gehecht:
- a. een verklaring van Onze Minister van Justitie, waarop [artikel 235](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=235&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing is, dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging niet is gebleken;
- b. een verklaring van een accountant als bedoeld in [artikel 393 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01), waaruit blijkt dat het eigen vermogen van de vennootschap op een dag binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste overeenkwam met het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal.
2. Wanneer een andere rechtspersoon zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2003-01-01&g=2004-01-01) omzet in een naamloze vennootschap, worden aan de akte van omzetting gehecht:
- a. een verklaring van Onze Minister van Justitie, waarop [artikel 68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=68&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing is, dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging niet is gebleken;
- b. een verklaring van een accountant als bedoeld in [artikel 393 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01), waaruit blijkt dat het eigen vermogen van de rechtspersoon op een dag binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste het bedrag beloopt van het gestorte deel van het geplaatste kapitaal volgens de akte van omzetting; bij het eigen vermogen mag de waarde worden geteld van hetgeen na die dag uiterlijk onverwijld na de omzetting op aandelen zal worden gestort;
1. Wanneer een besloten vennootschap zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2004-02-18&g=2004-02-18) omzet in een naamloze vennootschap, worden aan de akte van omzetting gehecht:
- a. een verklaring van Onze Minister van Justitie, waarop [artikel 235](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=235&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing is, dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging niet is gebleken;
- b. een verklaring van een accountant als bedoeld in [artikel 393 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18), waaruit blijkt dat het eigen vermogen van de vennootschap op een dag binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste overeenkwam met het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal.
2. Wanneer een andere rechtspersoon zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2004-02-18&g=2004-02-18) omzet in een naamloze vennootschap, worden aan de akte van omzetting gehecht:
- a. een verklaring van Onze Minister van Justitie, waarop [artikel 68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=68&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing is, dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging niet is gebleken;
- b. een verklaring van een accountant als bedoeld in [artikel 393 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18), waaruit blijkt dat het eigen vermogen van de rechtspersoon op een dag binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste het bedrag beloopt van het gestorte deel van het geplaatste kapitaal volgens de akte van omzetting; bij het eigen vermogen mag de waarde worden geteld van hetgeen na die dag uiterlijk onverwijld na de omzetting op aandelen zal worden gestort;
- c. indien de rechtspersoon leden heeft, de schriftelijke toestemming van ieder lid wiens aandelen niet worden volgestort door omzetting van de reserves van de rechtspersoon;
- d. indien een stichting wordt omgezet, de rechterlijke machtiging daartoe.
3. Wanneer een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2003-01-01&g=2004-01-01) omzet in een naamloze vennootschap, wordt ieder lid aandeelhouder. De omzetting kan niet geschieden, zolang een lid nog kan opzeggen op grond van [artikel 36 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=36&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
3. Wanneer een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2004-02-18&g=2004-02-18) omzet in een naamloze vennootschap, wordt ieder lid aandeelhouder. De omzetting kan niet geschieden, zolang een lid nog kan opzeggen op grond van [artikel 36 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=36&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 73
@@ -1022,7 +1022,7 @@
##### Artikel 78a
Voor de toepassing van de [artikelen 87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=87&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [96a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96a&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [101 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=101&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [129](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=129&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt onder orgaan van de vennootschap verstaan de algemene vergadering van aandeelhouders, de vergadering van houders van aandelen van een bijzonder soort, het bestuur, de raad van commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen.
Voor de toepassing van de [artikelen 87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=87&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [96a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96a&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [101 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=101&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [129](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=129&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt onder orgaan van de vennootschap verstaan de algemene vergadering van aandeelhouders, de vergadering van houders van aandelen van een bijzonder soort, het bestuur, de raad van commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen.
### Afdeling 2. De aandelen
@@ -1040,9 +1040,9 @@
2. Het is geoorloofd aan hen die zich in hun beroep belasten met het voor eigen rekening plaatsen van aandelen, bij overeenkomst toe te staan op de door hen genomen aandelen minder te storten dan het nominale bedrag, mits ten minste vier en negentig ten honderd van dit bedrag uiterlijk bij het nemen van de aandelen in geld wordt gestort.
3. Een aandeelhouder kan niet geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de verplichting tot storting, behoudens het bepaalde in [artikel 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=99&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
4. De aandeelhouder en, in het geval van [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=90&z=2003-01-01&g=2004-01-01), de voormalige aandeelhouder zijn niet bevoegd tot verrekening van hun schuld uit hoofde van dit artikel.
3. Een aandeelhouder kan niet geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de verplichting tot storting, behoudens het bepaalde in [artikel 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=99&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
4. De aandeelhouder en, in het geval van [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=90&z=2004-02-18&g=2004-02-18), de voormalige aandeelhouder zijn niet bevoegd tot verrekening van hun schuld uit hoofde van dit artikel.
##### Artikel 80a
@@ -1068,7 +1068,7 @@
2. Indien aandelen zowel op naam als aan toonder kunnen luiden, moet de naamloze vennootschap op verzoek van een aandeelhouder een op naam luidend volgestort aandeel aan toonder stellen of omgekeerd, voor zover de statuten niet anders bepalen, en wel ten hoogste tegen de kostprijs.
3. Bewijzen van aandeel aan toonder mogen niet aan de aandeelhouders worden afgegeven dan tegen storting van ten minste het volle bedrag van die aandelen, behoudens de bepaling van het [tweede lid van artikel 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=80&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek.
3. Bewijzen van aandeel aan toonder mogen niet aan de aandeelhouders worden afgegeven dan tegen storting van ten minste het volle bedrag van die aandelen, behoudens de bepaling van het [tweede lid van artikel 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=80&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek.
4. Indien aandelen aan toonder door een statutenwijziging op naam worden gesteld kan de aandeelhouder de aan een aandeel verbonden rechten niet uitoefenen, tot na inlevering van het aandeelbewijs aan de vennootschap. Deze regeling is van overeenkomstige toepassing indien houders van aandelen aan toonder door fusie of splitsing houders worden van aandelen op naam, met dien verstande dat overlegging van het aandeelbewijs volstaat.
@@ -1082,17 +1082,17 @@
##### Artikel 85
1. Het bestuur van de vennootschap houdt een register waarin de namen en de adressen van alle houders van aandelen op naam zijn opgenomen, met vermelding van de datum waarop zij de aandelen hebben verkregen, de datum van de erkenning of betekening, alsmede van het op ieder aandeel gestorte bedrag. Daarin worden tevens opgenomen de namen en adressen van hen die een recht van vruchtgebruik of pandrecht op die aandelen hebben, met vermelding van de datum waarop zij het recht hebben verkregen, de datum van erkenning of betekening, alsmede met vermelding welke aan de aandelen verbonden rechten hun overeenkomstig de [leden 2 en 4 van de artikelen 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=88&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=89&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit boek toekomen.
1. Het bestuur van de vennootschap houdt een register waarin de namen en de adressen van alle houders van aandelen op naam zijn opgenomen, met vermelding van de datum waarop zij de aandelen hebben verkregen, de datum van de erkenning of betekening, alsmede van het op ieder aandeel gestorte bedrag. Daarin worden tevens opgenomen de namen en adressen van hen die een recht van vruchtgebruik of pandrecht op die aandelen hebben, met vermelding van de datum waarop zij het recht hebben verkregen, de datum van erkenning of betekening, alsmede met vermelding welke aan de aandelen verbonden rechten hun overeenkomstig de [leden 2 en 4 van de artikelen 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=88&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=89&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit boek toekomen.
2. Het register wordt regelmatig bijgehouden; daarin wordt mede aangetekend elk verleend ontslag van aansprakelijkheid voor nog niet gedane stortingen.
3. Het bestuur verstrekt desgevraagd aan een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een pandhouder om niet een uittreksel uit het register met betrekking tot zijn recht op een aandeel. Rust op het aandeel een recht van vruchtgebruik of een pandrecht, dan vermeldt het uittreksel aan wie de in de [leden 2 en 4 van de artikelen 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=88&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=89&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek bedoelde rechten toekomen.
4. Het bestuur legt het register ten kantore van de vennootschap ter inzage van de aandeelhouders, alsmede van de vruchtgebruikers en pandhouders aan wie de in [lid 4 van de artikelen 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=88&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=89&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek bedoelde rechten toekomen. De vorige zin is niet van toepassing op het gedeelte van het register dat buiten Nederland ter voldoening aan de aldaar geldende wetgeving of ingevolge beursvoorschriften wordt gehouden. De gegevens van het register omtrent niet-volgestorte aandelen zijn ter inzage van een ieder; afschrift of uittreksel van deze gegevens wordt ten hoogste tegen kostprijs verstrekt.
3. Het bestuur verstrekt desgevraagd aan een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een pandhouder om niet een uittreksel uit het register met betrekking tot zijn recht op een aandeel. Rust op het aandeel een recht van vruchtgebruik of een pandrecht, dan vermeldt het uittreksel aan wie de in de [leden 2 en 4 van de artikelen 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=88&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=89&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek bedoelde rechten toekomen.
4. Het bestuur legt het register ten kantore van de vennootschap ter inzage van de aandeelhouders, alsmede van de vruchtgebruikers en pandhouders aan wie de in [lid 4 van de artikelen 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=88&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=89&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek bedoelde rechten toekomen. De vorige zin is niet van toepassing op het gedeelte van het register dat buiten Nederland ter voldoening aan de aldaar geldende wetgeving of ingevolge beursvoorschriften wordt gehouden. De gegevens van het register omtrent niet-volgestorte aandelen zijn ter inzage van een ieder; afschrift of uittreksel van deze gegevens wordt ten hoogste tegen kostprijs verstrekt.
##### Artikel 86
1. Voor de uitgifte en levering van aandeel op naam, niet zijnde een aandeel als bedoeld in [artikel 86c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86c&z=2003-01-01&g=2004-01-01), of de levering van een beperkt recht daarop, is vereist een daartoe bestemde ten overstaan van een in Nederland standplaats hebbende notaris verleden akte waarbij de betrokkenen partij zijn. Geen afzonderlijke akte is vereist voor de uitgifte van aandelen die bij de oprichting worden geplaatst.
1. Voor de uitgifte en levering van aandeel op naam, niet zijnde een aandeel als bedoeld in [artikel 86c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86c&z=2004-02-18&g=2004-02-18), of de levering van een beperkt recht daarop, is vereist een daartoe bestemde ten overstaan van een in Nederland standplaats hebbende notaris verleden akte waarbij de betrokkenen partij zijn. Geen afzonderlijke akte is vereist voor de uitgifte van aandelen die bij de oprichting worden geplaatst.
2. Akten van uitgifte of levering moeten vermelden:
@@ -1108,17 +1108,17 @@
##### Artikel 86a
1. De levering van een aandeel op naam of de levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig [artikel 86 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86&z=2003-01-01&g=2004-01-01) werkt mede van rechtswege tegenover de vennootschap.
Behoudens in het geval dat de vennootschap zelf bij de rechtshandeling partij is, kunnen de aan het aandeel verbonden rechten eerst worden uitgeoefend nadat zij de rechtshandeling heeft erkend of de akte aan haar is betekend overeenkomstig de bepalingen van [artikel 86b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86b&z=2003-01-01&g=2004-01-01), dan wel deze heeft erkend door inschrijving in het aandeelhoudersregister als bedoeld in lid 2.
2. De vennootschap die kennis draagt van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan, zolang haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening van de akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener beweging erkennen door inschrijving van de verkrijger van het aandeel of het beperkte recht daarop in het aandeelhoudersregister. Zij doet daarvan aanstonds bij aangetekende brief mededeling aan de bij de rechtshandeling betrokken partijen met het verzoek alsnog een afschrift of uittreksel als bedoeld in [artikel 86b lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) aan haar over te leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten bewijze van de erkenning, een aantekening op het stuk op de wijze als in [artikel 86b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) voor de erkenning wordt voorgeschreven; als datum van erkenning wordt de dag van de inschrijving vermeld.
1. De levering van een aandeel op naam of de levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig [artikel 86 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86&z=2004-02-18&g=2004-02-18) werkt mede van rechtswege tegenover de vennootschap.
Behoudens in het geval dat de vennootschap zelf bij de rechtshandeling partij is, kunnen de aan het aandeel verbonden rechten eerst worden uitgeoefend nadat zij de rechtshandeling heeft erkend of de akte aan haar is betekend overeenkomstig de bepalingen van [artikel 86b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86b&z=2004-02-18&g=2004-02-18), dan wel deze heeft erkend door inschrijving in het aandeelhoudersregister als bedoeld in lid 2.
2. De vennootschap die kennis draagt van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan, zolang haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening van de akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener beweging erkennen door inschrijving van de verkrijger van het aandeel of het beperkte recht daarop in het aandeelhoudersregister. Zij doet daarvan aanstonds bij aangetekende brief mededeling aan de bij de rechtshandeling betrokken partijen met het verzoek alsnog een afschrift of uittreksel als bedoeld in [artikel 86b lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) aan haar over te leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten bewijze van de erkenning, een aantekening op het stuk op de wijze als in [artikel 86b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) voor de erkenning wordt voorgeschreven; als datum van erkenning wordt de dag van de inschrijving vermeld.
3. Indien een rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit heeft geleid tot een daarop aansluitende wijziging in het register van aandeelhouders, kan deze noch aan de vennootschap noch aan anderen die te goeder trouw de in het aandeelhoudersregister ingeschreven persoon als aandeelhouder of eigenaar van een beperkt recht op een aandeel hebben beschouwd, worden tegengeworpen.
##### Artikel 86b
1. Behoudens het bepaalde in [artikel 86**a** lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geschiedt de erkenning in de akte dan wel op grond van overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
1. Behoudens het bepaalde in [artikel 86**a** lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geschiedt de erkenning in de akte dan wel op grond van overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
2. Bij erkenning op grond van overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel wordt een gedagtekende verklaring geplaatst op het overgelegde stuk.
@@ -1140,7 +1140,7 @@
2. De houder dient aannemelijk te maken dat het aandeelbewijs is verloren gegaan, onder vermelding van de identiteit van het betrokken aandeelbewijs.
3. De vennootschap publiceert de aanvraag om een duplicaat in de prijscourant van een beurs als bedoeld in [artikel 86c lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86c&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of, indien de aandelen daarin niet zijn opgenomen, in een landelijk verspreid dagblad.
3. De vennootschap publiceert de aanvraag om een duplicaat in de prijscourant van een beurs als bedoeld in [artikel 86c lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86c&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of, indien de aandelen daarin niet zijn opgenomen, in een landelijk verspreid dagblad.
4. Iedere belanghebbende kan binnen zes weken vanaf de dag na de publicatie van de aanvraag door een verzoekschrift aan de rechtbank in verzet komen tegen de verstrekking van het duplicaat.
@@ -1200,7 +1200,7 @@
5. De bepalingen van de statuten ten aanzien van de vervreemding en overdracht van aandelen zijn van toepassing op de vervreemding en overdracht van de aandelen door de pandhouder of de verblijving van de aandelen aan de pandhouder, met dien verstande dat de pandhouder alle ten aanzien van de vervreemding en overdracht aan de aandeelhouder toekomende rechten uitoefent en diens verplichtingen ter zake nakomt.
6. Is het pandrecht overeenkomstig [artikel 86**c** lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86c&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gevestigd, dan komen de rechten volgens dit artikel de pandhouder eerst toe nadat het pandrecht door de vennootschap is erkend of aan haar is betekend.
6. Is het pandrecht overeenkomstig [artikel 86**c** lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=86c&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gevestigd, dan komen de rechten volgens dit artikel de pandhouder eerst toe nadat het pandrecht door de vennootschap is erkend of aan haar is betekend.
##### Artikel 89a
@@ -1212,7 +1212,7 @@
- c. de algemene vergadering van aandeelhouders de pandovereenkomst heeft goedgekeurd.
2. Dit artikel is niet van toepassing op aandelen en certificaten daarvan die een ingevolge [artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=52) (**Stb.** 1992, 722) geregistreerde kredietinstelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1) in de gewone uitoefening van het kredietbedrijf in pand neemt. Deze aandelen en certificaten blijven buiten beschouwing bij de toepassing van de [artikelen 98 lid 2 onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [98**a** lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98a&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
2. Dit artikel is niet van toepassing op aandelen en certificaten daarvan die een ingevolge [artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=52) (**Stb.** 1992, 722) geregistreerde kredietinstelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1) in de gewone uitoefening van het kredietbedrijf in pand neemt. Deze aandelen en certificaten blijven buiten beschouwing bij de toepassing van de [artikelen 98 lid 2 onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [98**a** lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98a&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 90
@@ -1252,7 +1252,7 @@
4. De rechter wijst de vordering tegen alle gedaagden af, indien een gedaagde ondanks de vergoeding ernstige stoffelijke schade zou lijden door de overdracht, een gedaagde houder is van een aandeel waaraan de statuten een bijzonder recht inzake de zeggenschap in de vennootschap verbinden of een eiser jegens een gedaagde afstand heeft gedaan van zijn bevoegdheid de vordering in te stellen.
5. Indien de rechter oordeelt dat de leden 1 en 4 de toewijzing van de vordering niet beletten, kan hij bevelen dat een of drie deskundigen zullen berichten over de waarde van de over te dragen aandelen. De eerste drie zinnen van [artikel 350 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=350&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en de [artikelen 351](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=351&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=352&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing. De rechter stelt de prijs vast die de over te dragen aandelen op een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang en voor zover de prijs niet is betaald, wordt hij verhoogd met rente, gelijk aan de wettelijke rente, van die dag af tot de overdracht; uitkeringen op de aandelen die in dit tijdvak betaalbaar worden gesteld, strekken op de dag van betaalbaarstelling tot gedeeltelijke betaling van de prijs.
5. Indien de rechter oordeelt dat de leden 1 en 4 de toewijzing van de vordering niet beletten, kan hij bevelen dat een of drie deskundigen zullen berichten over de waarde van de over te dragen aandelen. De eerste drie zinnen van [artikel 350 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=350&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en de [artikelen 351](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=351&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=352&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van toepassing. De rechter stelt de prijs vast die de over te dragen aandelen op een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang en voor zover de prijs niet is betaald, wordt hij verhoogd met rente, gelijk aan de wettelijke rente, van die dag af tot de overdracht; uitkeringen op de aandelen die in dit tijdvak betaalbaar worden gesteld, strekken op de dag van betaalbaarstelling tot gedeeltelijke betaling van de prijs.
6. De rechter die de vordering toewijst, veroordeelt de overnemer aan degenen aan wie de aandelen toebehoren of zullen toebehoren de vastgestelde prijs met rente te betalen tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen. De rechter geeft omtrent de kosten van het geding zodanige uitspraak als hij meent dat behoort. Een gedaagde die geen verweer heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
@@ -1270,7 +1270,7 @@
3. Indien de vennootschap haar verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandeling niet nakomt, zijn degenen die namens de op te richten vennootschap handelden hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de derde dientengevolge lijdt, indien zij wisten of redelijkerwijs konden weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, onverminderd de aansprakelijkheid terzake van de bestuurders wegens de bekrachtiging. De wetenschap dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, wordt vermoed aanwezig te zijn, wanneer de vennootschap binnen een jaar na de oprichting in staat van faillissement wordt verklaard.
4. De oprichters kunnen de vennootschap in de akte van oprichting slechts verbinden door het uitgeven van aandelen, het aanvaarden van stortingen daarop, het aanstellen van bestuurders, het benoemen van commissarissen en het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in [artikel 94 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94&z=2003-01-01&g=2004-01-01). Indien een oprichter hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht, zijn de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van overeenkomstige toepassing.
4. De oprichters kunnen de vennootschap in de akte van oprichting slechts verbinden door het uitgeven van aandelen, het aanvaarden van stortingen daarop, het aanstellen van bestuurders, het benoemen van commissarissen en het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in [artikel 94 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94&z=2004-02-18&g=2004-02-18). Indien een oprichter hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht, zijn de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 93a
@@ -1280,7 +1280,7 @@
- b. hetzij alle op een zelfde tijdstip, ten vroegste vijf maanden voor de oprichting, op een afzonderlijke rekening stonden welke na de oprichting uitsluitend ter beschikking van de vennootschap zal staan, mits de vennootschap de stortingen in de akte aanvaardt.
2. Indien vreemd geld is gestort, moet uit de verklaring blijken tegen hoeveel geld het vrijelijk kon worden gewisseld op een dag waarop krachtens [artikel 80**a** lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=80a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) de koers bepalend is voor de stortingsplicht.
2. Indien vreemd geld is gestort, moet uit de verklaring blijken tegen hoeveel geld het vrijelijk kon worden gewisseld op een dag waarop krachtens [artikel 80**a** lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=80a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) de koers bepalend is voor de stortingsplicht.
3. Zulk een verklaring kan slechts worden afgelegd door een bankier, die een kredietinstelling is als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1) en die hetzij als kredietinstelling is geregistreerd ingevolge [artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=52), hetzij in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is onderworpen aan bedrijfseconomisch toezicht van overheidswege. Zij kan slechts worden afgegeven aan een notaris.
@@ -1306,19 +1306,19 @@
2. Na de oprichting kunnen de in het vorige lid bedoelde rechtshandelingen zonder voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders slechts worden verricht, indien en voor zover aan het bestuur de bevoegdheid daartoe uitdrukkelijk bij de statuten is verleend.
3. Van het bepaalde in dit artikel zijn uitgezonderd de in [artikel 80 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=80&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde overeenkomsten.
3. Van het bepaalde in dit artikel zijn uitgezonderd de in [artikel 80 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=2&artikel=80&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde overeenkomsten.
##### Artikel 94a
1. Indien bij de oprichting inbreng op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maken de oprichters een beschrijving op van hetgeen wordt ingebracht, met vermelding van de daaraan toegekende waarde en van de toegepaste waarderingsmethoden. Deze methoden moeten voldoen aan normen die in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. De beschrijving heeft betrekking op de toestand van hetgeen wordt ingebracht op een dag die niet eerder dan vijf maanden voor de oprichting ligt. De beschrijving wordt door alle oprichters ondertekend en aan de akte van oprichting gehecht.
2. Over de beschrijving van hetgeen wordt ingebracht moet een accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01) een verklaring afleggen, die aan de akte van oprichting moet worden gehecht. Hierin verklaart hij dat de waarde van hetgeen wordt ingebracht, bij toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden, ten minste beloopt het bedrag van de stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng moet worden voldaan. Indien bekend is dat de waarde na de beschrijving aanzienlijk is gedaald, is een tweede verklaring vereist.
2. Over de beschrijving van hetgeen wordt ingebracht moet een accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18) een verklaring afleggen, die aan de akte van oprichting moet worden gehecht. Hierin verklaart hij dat de waarde van hetgeen wordt ingebracht, bij toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden, ten minste beloopt het bedrag van de stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng moet worden voldaan. Indien bekend is dat de waarde na de beschrijving aanzienlijk is gedaald, is een tweede verklaring vereist.
3. De beschrijving en accountantsverklaring zijn niet vereist, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a. alle oprichters hebben besloten af te zien van de opstelling van de deskundigenverklaring;
- b. een of meer rechtspersonen op wier jaarrekening [titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing is, of die krachtens de toepasselijke wet voldoen aan de eisen van de vierde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht, nemen alle uit te geven aandelen tegen inbreng anders dan in geld;
- b. een of meer rechtspersonen op wier jaarrekening [titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing is, of die krachtens de toepasselijke wet voldoen aan de eisen van de vierde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht, nemen alle uit te geven aandelen tegen inbreng anders dan in geld;
- c. elke inbrengende rechtspersoon beschikt ten tijde van de inbreng over niet uitkeerbare reserves, voor zover nodig door het bestuur hiertoe afgezonderd uit de uitkeerbare reserves, ter grootte van het nominale bedrag der door de rechtspersoon genomen aandelen;
@@ -1336,11 +1336,11 @@
##### Artikel 94b
1. Indien na de oprichting inbreng op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maakt de vennootschap overeenkomstig [artikel 94a lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) een beschrijving op van hetgeen wordt ingebracht. De beschrijving heeft betrekking op de toestand op een dag die niet eerder dan vijf maanden ligt voor de dag waarop de aandelen worden genomen dan wel waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is overeengekomen. De bestuurders ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
2. [Artikel 94a lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien alle aandeelhouders hebben besloten af te zien van de opstelling van de beschrijving en accountantsverklaring en overeenkomstig het [derde lid, onder b-g, van artikel 94a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is gehandeld, is geen beschrijving of accountantsverklaring vereist en is [artikel 94a leden 4 en 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van overeenkomstige toepassing.
1. Indien na de oprichting inbreng op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maakt de vennootschap overeenkomstig [artikel 94a lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) een beschrijving op van hetgeen wordt ingebracht. De beschrijving heeft betrekking op de toestand op een dag die niet eerder dan vijf maanden ligt voor de dag waarop de aandelen worden genomen dan wel waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is overeengekomen. De bestuurders ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
2. [Artikel 94a lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien alle aandeelhouders hebben besloten af te zien van de opstelling van de beschrijving en accountantsverklaring en overeenkomstig het [derde lid, onder b-g, van artikel 94a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is gehandeld, is geen beschrijving of accountantsverklaring vereist en is [artikel 94a leden 4 en 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van overeenkomstige toepassing.
4. De vennootschap legt, binnen acht dagen na de dag waarop de aandelen zijn genomen dan wel waarop de bijstorting opeisbaar werd, de accountantsverklaring bij de inbreng of een afschrift daarvan neer ten kantore van het handelsregister met opgave van de namen van de inbrengers en van het bedrag van het aldus gestorte deel van het geplaatste kapitaal.
@@ -1356,9 +1356,9 @@
2. Indien de goedkeuring wordt gevraagd, maakt de vennootschap een beschrijving op van de te verkrijgen goederen en van de tegenprestatie. De beschrijving heeft betrekking op de toestand van het beschrevene op een dag die niet voor de oprichting ligt. In de beschrijving worden de waarden vermeld die aan de goederen en tegenprestatie worden toegekend alsmede de toegepaste waarderingsmethoden. Deze methoden moeten voldoen aan normen die in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. De bestuurders ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. [Artikel 94a lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring moet inhouden dat de waarde van de te verkrijgen goederen, bij toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden, overeenkomt met ten minste de waarde van de tegenprestatie.
4. Op het ter inzage leggen en in afschrift ter beschikking stellen van de in de vorige leden bedoelde stukken is [artikel 102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=102&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 94a lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring moet inhouden dat de waarde van de te verkrijgen goederen, bij toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden, overeenkomt met ten minste de waarde van de tegenprestatie.
4. Op het ter inzage leggen en in afschrift ter beschikking stellen van de in de vorige leden bedoelde stukken is [artikel 102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=102&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van overeenkomstige toepassing.
5. De vennootschap legt binnen acht dagen na de rechtshandeling of na de goedkeuring, indien achteraf verleend, de in het derde lid bedoelde verklaring of een afschrift daarvan neer ten kantore van het handelsregister.
@@ -1368,7 +1368,7 @@
- b. verkrijgingen die onder de bedongen voorwaarden tot de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap behoren,
- c. verkrijgingen waarvoor een deskundigenverklaring als bedoeld in [artikel 94a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is afgelegd, en
- c. verkrijgingen waarvoor een deskundigenverklaring als bedoeld in [artikel 94a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is afgelegd, en
- d. verkrijgingen ten gevolge van fusie of splitsing.
@@ -1414,7 +1414,7 @@
5. Het voorkeursrecht kan worden uitgeoefend gedurende ten minste twee weken na de dag van aankondiging in de **Staatscourant** of na de verzending van de aankondiging aan de aandeelhouders.
6. Het voorkeursrecht kan worden beperkt of uitgesloten bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders. In het voorstel hiertoe moeten de redenen voor het voorstel en de keuze van de voorgenomen koers van uitgifte schriftelijk worden toegelicht. Het voorkeursrecht kan ook worden beperkt of uitgesloten door het ingevolge [artikel 96 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96&z=2003-01-01&g=2004-01-01) aangewezen vennootschapsorgaan, indien dit bij besluit van de algemene vergadering of bij de statuten voor een bepaalde duur van ten hoogste vijf jaren is aangewezen als bevoegd tot het beperken of uitsluiten van het voorkeursrecht. De aanwijzing kan telkens voor niet langer dan vijf jaren worden verlengd. Tenzij bij de aanwijzing anders is bepaald, kan zij niet worden ingetrokken.
6. Het voorkeursrecht kan worden beperkt of uitgesloten bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders. In het voorstel hiertoe moeten de redenen voor het voorstel en de keuze van de voorgenomen koers van uitgifte schriftelijk worden toegelicht. Het voorkeursrecht kan ook worden beperkt of uitgesloten door het ingevolge [artikel 96 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96&z=2004-02-18&g=2004-02-18) aangewezen vennootschapsorgaan, indien dit bij besluit van de algemene vergadering of bij de statuten voor een bepaalde duur van ten hoogste vijf jaren is aangewezen als bevoegd tot het beperken of uitsluiten van het voorkeursrecht. De aanwijzing kan telkens voor niet langer dan vijf jaren worden verlengd. Tenzij bij de aanwijzing anders is bepaald, kan zij niet worden ingetrokken.
7. Voor een besluit van de algemene vergadering tot beperking of uitsluiting van het voorkeursrecht of tot aanwijzing is een meerderheid van ten minste twee derden der uitgebrachte stemmen vereist, indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal in de vergadering is vertegenwoordigd. De vennootschap legt binnen acht dagen na het besluit een volledige tekst daarvan neer ten kantore van het handelsregister.
@@ -1422,7 +1422,7 @@
##### Artikel 96b
De [artikelen 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [96a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden niet voor een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal.
De [artikelen 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [96a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=96a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden niet voor een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal.
##### Artikel 97
@@ -1478,7 +1478,7 @@
##### Artikel 98d
1. Een dochtermaatschappij mag voor eigen rekening geen aandelen nemen of doen nemen in het kapitaal van de naamloze vennootschap. Zulke aandelen mogen dochtermaatschappijen voor eigen rekening slechts verkrijgen of doen verkrijgen, voor zover de naamloze vennootschap zelf ingevolge de [leden 1-6 van artikel 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98&z=2003-01-01&g=2004-01-01) eigen aandelen mag verkrijgen.
1. Een dochtermaatschappij mag voor eigen rekening geen aandelen nemen of doen nemen in het kapitaal van de naamloze vennootschap. Zulke aandelen mogen dochtermaatschappijen voor eigen rekening slechts verkrijgen of doen verkrijgen, voor zover de naamloze vennootschap zelf ingevolge de [leden 1-6 van artikel 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98&z=2004-02-18&g=2004-02-18) eigen aandelen mag verkrijgen.
2. Indien is gehandeld in strijd met het vorige lid, zijn de bestuurders van de naamloze vennootschap hoofdelijk aansprakelijk tot vergoeding aan de dochtermaatschappij van de verkrijgingsprijs met de wettelijke rente daarover van het tijdstip af waarop de aandelen zijn genomen of verkregen. Betaling van de vergoeding geschiedt tegen overdracht van deze aandelen. Een bestuurder behoeft de verkrijgingsprijs niet te vergoeden, indien hij bewijst dat het nemen of verkrijgen niet aan de naamloze vennootschap is te wijten.
@@ -1508,11 +1508,11 @@
6. Voor een besluit tot kapitaalvermindering is een meerderheid van ten minste twee derden der uitgebrachte stemmen vereist, indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal in de vergadering is vertegenwoordigd. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op een besluit als bedoeld in het vijfde lid.
7. De oproeping tot een vergadering waarin een in dit artikel genoemd besluit wordt genomen, vermeldt het doel van de kapitaalvermindering en de wijze van uitvoering. Het [tweede, derde en vierde lid van artikel 123](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=123&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
7. De oproeping tot een vergadering waarin een in dit artikel genoemd besluit wordt genomen, vermeldt het doel van de kapitaalvermindering en de wijze van uitvoering. Het [tweede, derde en vierde lid van artikel 123](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=123&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 100
1. De naamloze vennootschap legt de in [artikel 99 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=99&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde besluiten neer ten kantore van het handelsregister en kondigt de nederlegging aan in een landelijk verspreid dagblad.
1. De naamloze vennootschap legt de in [artikel 99 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=99&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde besluiten neer ten kantore van het handelsregister en kondigt de nederlegging aan in een landelijk verspreid dagblad.
2. De vennootschap moet, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in het volgende lid, voor iedere schuldeiser die dit verlangt zekerheid stellen of hem een andere waarborg geven voor de voldoening van zijn vordering. Dit geldt niet, indien de schuldeiser voldoende waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de vennootschap voldoende zekerheid biedt dat de vordering zal worden voldaan.
@@ -1528,13 +1528,13 @@
##### Artikel 101
1. Jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar der vennootschap, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste zes maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor de aandeelhouders, tenzij de [artikelen 396 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01), of [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2003-01-01&g=2004-01-01) voor de vennootschap gelden. De termijn kan voor beleggingsmaatschappijen waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) (**Stb.** 1990, 380) een vergunning is verleend, bij of krachtens die wet worden bekort.
1. Jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar der vennootschap, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste zes maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor de aandeelhouders, tenzij de [artikelen 396 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18), of [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2004-02-18&g=2004-02-18) voor de vennootschap gelden. De termijn kan voor beleggingsmaatschappijen waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) (**Stb.** 1990, 380) een vergunning is verleend, bij of krachtens die wet worden bekort.
2. De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering, tenzij deze bevoegdheid overeenkomstig [artikel 163](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=163&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek toekomt aan de raad van commissarissen; in dat geval behoeft de jaarrekening echter de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders. Vaststelling of goedkeuring van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.
4. Onverminderd het bepaalde in [artikel 163](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=163&z=2003-01-01&g=2004-01-01) worden besluiten waarbij de jaarrekening wordt vastgesteld in de statuten niet onderworpen aan de goedkeuring van een orgaan van de vennootschap of van derden.
3. De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering, tenzij deze bevoegdheid overeenkomstig [artikel 163](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=163&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek toekomt aan de raad van commissarissen; in dat geval behoeft de jaarrekening echter de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders. Vaststelling of goedkeuring van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.
4. Onverminderd het bepaalde in [artikel 163](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=163&z=2004-02-18&g=2004-02-18) worden besluiten waarbij de jaarrekening wordt vastgesteld in de statuten niet onderworpen aan de goedkeuring van een orgaan van de vennootschap of van derden.
5. De statuten bevatten geen bepalingen die toelaten dat voorschriften of bindende voorstellen voor de jaarrekening of enige post daarvan worden gegeven.
@@ -1544,7 +1544,7 @@
##### Artikel 102
1. De naamloze vennootschap zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens [artikel 392 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2003-01-01&g=2004-01-01) toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de algemene vergadering, bestemd tot hun behandeling, te haren kantore aanwezig zijn. De houders van haar aandelen of van met haar medewerking uitgegeven certificaten daarvan kunnen de stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
1. De naamloze vennootschap zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens [artikel 392 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2004-02-18&g=2004-02-18) toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de algemene vergadering, bestemd tot hun behandeling, te haren kantore aanwezig zijn. De houders van haar aandelen of van met haar medewerking uitgegeven certificaten daarvan kunnen de stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
2. Luiden deze aandelen of certificaten aan toonder of heeft de vennootschap schuldbrieven aan toonder uitstaan, dan kan tevens ieder de stukken, voor zover zij na vaststelling openbaar gemaakt moeten worden, inzien en daarvan tegen ten hoogste de kostprijs een afschrift verkrijgen. Deze bevoegdheid vervalt zodra deze stukken zijn neergelegd ten kantore van het handelsregister.
@@ -1622,7 +1622,7 @@
##### Artikel 112
Indien zij, die krachtens [artikel 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=109&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek of de statuten tot de bijeenroeping bevoegd zijn, in gebreke zijn gebleven een bij [artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=108&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [artikel 108a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=108a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek of de statuten voorgeschreven algemene vergadering te doen houden, kan iedere aandeelhouder door de voorzieningenrechter van de rechtbank worden gemachtigd zelf daartoe over te gaan. [Artikel 110 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=110&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [artikel 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=111&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien zij, die krachtens [artikel 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=109&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek of de statuten tot de bijeenroeping bevoegd zijn, in gebreke zijn gebleven een bij [artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=108&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [artikel 108a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=108a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek of de statuten voorgeschreven algemene vergadering te doen houden, kan iedere aandeelhouder door de voorzieningenrechter van de rechtbank worden gemachtigd zelf daartoe over te gaan. [Artikel 110 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=110&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [artikel 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=111&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 113
@@ -1642,7 +1642,7 @@
##### Artikel 115
Behoudens het bepaalde bij de tweede zin van het [eerste lid van artikel 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=111&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek, geschiedt de oproeping niet later dan op de vijftiende dag vóór die der vergadering. Was die termijn korter of heeft de oproeping niet plaats gehad, dan kunnen geen wettige besluiten worden genomen, tenzij met algemene stemmen in een vergadering, waarin het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
Behoudens het bepaalde bij de tweede zin van het [eerste lid van artikel 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=111&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek, geschiedt de oproeping niet later dan op de vijftiende dag vóór die der vergadering. Was die termijn korter of heeft de oproeping niet plaats gehad, dan kunnen geen wettige besluiten worden genomen, tenzij met algemene stemmen in een vergadering, waarin het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
##### Artikel 116
@@ -1676,7 +1676,7 @@
##### Artikel 119
1. De algemene vergadering van aandeelhouders kan het bestuur voor een periode van ten hoogste vijf jaren machtigen bij de bijeenroeping van een algemene vergadering te bepalen dat voor de toepassing van [artikel 117 leden 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=117&z=2003-01-01&g=2004-01-01) als stem- of vergadergerechtigde hebben te gelden zij die op een daarbij te bepalen tijdstip die rechten hebben en als zodanig zijn ingeschreven in een door het bestuur aangewezen register, ongeacht wie ten tijde van de algemene vergadering de rechthebbenden op de aandelen of certificaten zijn. De machtiging kan ook voor onbepaalde tijd worden verleend bij de statuten.
1. De algemene vergadering van aandeelhouders kan het bestuur voor een periode van ten hoogste vijf jaren machtigen bij de bijeenroeping van een algemene vergadering te bepalen dat voor de toepassing van [artikel 117 leden 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=117&z=2004-02-18&g=2004-02-18) als stem- of vergadergerechtigde hebben te gelden zij die op een daarbij te bepalen tijdstip die rechten hebben en als zodanig zijn ingeschreven in een door het bestuur aangewezen register, ongeacht wie ten tijde van de algemene vergadering de rechthebbenden op de aandelen of certificaten zijn. De machtiging kan ook voor onbepaalde tijd worden verleend bij de statuten.
2. De uiterste dag van registratie mag niet vroeger worden gesteld dan op de zevende dag voor die der vergadering.
@@ -1702,7 +1702,7 @@
##### Artikel 121a
1. Het besluit tot verhoging van het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal volgens [artikel 67a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Het besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee-derde van de uitgebrachte stemmen indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan is naast het besluit tot verhoging of verlaging een voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit nodig van elke groep van houders van aandelen waaraan de omzetting afbreuk doet.
1. Het besluit tot verhoging van het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal volgens [artikel 67a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Het besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee-derde van de uitgebrachte stemmen indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan is naast het besluit tot verhoging of verlaging een voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit nodig van elke groep van houders van aandelen waaraan de omzetting afbreuk doet.
2. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder aandelen van een bepaalde soort tevens begrepen aandelen met een onderscheiden nominale waarde.
@@ -1714,7 +1714,7 @@
1. Wanneer aan de algemene vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten zal worden gedaan, moet zulks steeds bij de oproeping tot de algemene vergadering worden vermeld.
2. Degenen die zodanige oproeping hebben gedaan, moeten tegelijkertijd een afschrift van dat voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, ten kantore van de vennootschap nederleggen ter inzage voor iedere aandeelhouder tot de afloop der vergadering. [Artikel 114 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=114&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
2. Degenen die zodanige oproeping hebben gedaan, moeten tegelijkertijd een afschrift van dat voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, ten kantore van de vennootschap nederleggen ter inzage voor iedere aandeelhouder tot de afloop der vergadering. [Artikel 114 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=114&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing.
3. De aandeelhouders moeten in de gelegenheid worden gesteld van de dag der nederlegging tot die der algemene vergadering een afschrift van het voorstel, gelijk bij het vorige lid bedoeld, te verkrijgen. Deze afschriften worden kosteloos verstrekt.
@@ -1736,7 +1736,7 @@
3. Ter verkrijging van deze verklaring moeten aan Onze Minister van Justitie alle inlichtingen verstrekt worden die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag. Tevens moet aan Onze Minister ten bate van 's Rijks kas een bedrag van € 90,76 worden voldaan. Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur dit bedrag verhogen in verband met de stijging van het loon- en prijspeil.
4. De verklaring is niet vereist bij een omzetting van de bedragen van de aandelen of van het maatschappelijk of het geplaatste kapitaal in euro volgens [artikel 67a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
4. De verklaring is niet vereist bij een omzetting van de bedragen van de aandelen of van het maatschappelijk of het geplaatste kapitaal in euro volgens [artikel 67a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 126
@@ -1774,11 +1774,11 @@
##### Artikel 131
De rechtbank, binnen welker rechtsgebied de vennootschap haar woonplaats heeft, neemt kennis van alle rechtsvorderingen betreffende de overeenkomst tussen de naamloze vennootschap en de bestuurder, daaronder begrepen de vordering bedoeld bij [artikel 138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek, waarvan het bedrag onbepaald is of € 5000 te boven gaat. Dezelfde rechtbank neemt kennis van verzoeken als bedoeld in [artikel 685 van Boek 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=685) betreffende de in de eerste zin genoemde overeenkomst.
De rechtbank, binnen welker rechtsgebied de vennootschap haar woonplaats heeft, neemt kennis van alle rechtsvorderingen betreffende de overeenkomst tussen de naamloze vennootschap en de bestuurder, daaronder begrepen de vordering bedoeld bij [artikel 138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek, waarvan het bedrag onbepaald is of € 5000 te boven gaat. Dezelfde rechtbank neemt kennis van verzoeken als bedoeld in [artikel 685 van Boek 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=685) betreffende de in de eerste zin genoemde overeenkomst.
##### Artikel 132
1. De benoeming van bestuurders geschiedt voor de eerste maal bij de akte van oprichting en later door de algemene vergadering van aandeelhouders, tenzij zij overeenkomstig [artikel 162](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=162&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek door de raad van commissarissen geschiedt.
1. De benoeming van bestuurders geschiedt voor de eerste maal bij de akte van oprichting en later door de algemene vergadering van aandeelhouders, tenzij zij overeenkomstig [artikel 162](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=162&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek door de raad van commissarissen geschiedt.
2. De statuten kunnen de kring van benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan de bestuurders moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden gesteld door een besluit van de algemene vergadering genomen met twee derden van de uitgebrachte stemmen die meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
@@ -1818,7 +1818,7 @@
1. In geval van faillissement van de naamloze vennootschap is iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
2. Indien het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=10&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2003-01-01&g=2004-01-01), heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de verplichtingen uit [artikel 15**a** van Boek 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=15a). Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen.
2. Indien het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=10&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2004-02-18&g=2004-02-18), heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de verplichtingen uit [artikel 15**a** van Boek 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=15a). Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen.
3. Niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
@@ -1830,11 +1830,11 @@
7. Met een bestuurder wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen de door de rechter benoemde bewindvoerder.
8. Dit artikel laat onverlet de bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering op grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
8. Dit artikel laat onverlet de bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering op grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
9. Indien een bestuurder ingevolge dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot betaling van zijn schuld terzake, kan de curator de door die bestuurder onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid tot verhaal op hem is verminderd, ten behoeve van de boedel door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen, indien aannemelijk is dat deze geheel of nagenoeg geheel met het oogmerk van vermindering van dat verhaal zijn verricht. [Artikel 45 leden 4 en 5 van Boek 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=45) is van overeenkomstige toepassing.
10. Indien de boedel ontoereikend is voor het instellen van een rechtsvordering op grond van dit artikel of [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of voor het instellen van een voorafgaand onderzoek naar de mogelijkheid daartoe, kan de curator Onze Minister van Justitie verzoeken hem bij wijze van voorschot de benodigde middelen te verschaffen. Onze Minister kan regels stellen voor de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek en de grenzen waarbinnen het verzoek kan worden toegewezen. Het verzoek moet de gronden bevatten waarop het berust, alsmede een beredeneerde schatting van de kosten en de omvang van het onderzoek. Het verzoek, voor zover het betreft het instellen van een voorafgaand onderzoek, behoeft de goedkeuring van de rechter-commissaris.
10. Indien de boedel ontoereikend is voor het instellen van een rechtsvordering op grond van dit artikel of [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of voor het instellen van een voorafgaand onderzoek naar de mogelijkheid daartoe, kan de curator Onze Minister van Justitie verzoeken hem bij wijze van voorschot de benodigde middelen te verschaffen. Onze Minister kan regels stellen voor de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek en de grenzen waarbinnen het verzoek kan worden toegewezen. Het verzoek moet de gronden bevatten waarop het berust, alsmede een beredeneerde schatting van de kosten en de omvang van het onderzoek. Het verzoek, voor zover het betreft het instellen van een voorafgaand onderzoek, behoeft de goedkeuring van de rechter-commissaris.
##### Artikel 139
@@ -1856,21 +1856,21 @@
##### Artikel 142
1. De commissarissen die niet reeds bij de akte van oprichting zijn aangewezen, worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders, tenzij de benoeming overeenkomstig [artikel 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek geschiedt. De statuten kunnen de kring van benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan de commissarissen moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden gesteld door een besluit van de algemene vergadering genomen met twee derden van de uitgebrachte stemmen die meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
2. De [eerste twee leden van artikel 133](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=133&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing, indien de benoeming door de algemene vergadering van aandeelhouders geschiedt.
1. De commissarissen die niet reeds bij de akte van oprichting zijn aangewezen, worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders, tenzij de benoeming overeenkomstig [artikel 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek geschiedt. De statuten kunnen de kring van benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan de commissarissen moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden gesteld door een besluit van de algemene vergadering genomen met twee derden van de uitgebrachte stemmen die meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
2. De [eerste twee leden van artikel 133](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=133&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing, indien de benoeming door de algemene vergadering van aandeelhouders geschiedt.
3. Bij een aanbeveling of voordracht tot benoeming van een commissaris worden van de kandidaat medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep, het bedrag aan door hem gehouden aandelen in het kapitaal der vennootschap en de betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van een commissaris. Tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij reeds als commissaris is verbonden; indien zich daaronder rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde groep behoren, kan met de aanduiding van de groep worden volstaan. De aanbeveling en de voordracht worden met redenen omkleed.
##### Artikel 143
Bij de statuten kan worden bepaald dat een of meer commissarissen, doch ten hoogste een derde van het gehele aantal, zullen worden benoemd door anderen dan de algemene vergadering. Is de benoeming van commissarissen geregeld overeenkomstig de [artikelen 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [159](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=159&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek, dan vindt de vorige zin geen toepassing.
Bij de statuten kan worden bepaald dat een of meer commissarissen, doch ten hoogste een derde van het gehele aantal, zullen worden benoemd door anderen dan de algemene vergadering. Is de benoeming van commissarissen geregeld overeenkomstig de [artikelen 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [159](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=159&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek, dan vindt de vorige zin geen toepassing.
##### Artikel 144
1. Een commissaris kan worden geschorst en ontslagen door degene, die bevoegd is tot benoeming, tenzij [artikel 161 leden 2 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=161&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek van toepassing is.
2. Het [tweede en het derde lid van artikel 134](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=134&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Een commissaris kan worden geschorst en ontslagen door degene, die bevoegd is tot benoeming, tenzij [artikel 161 leden 2 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=161&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek van toepassing is.
2. Het [tweede en het derde lid van artikel 134](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=134&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 145
@@ -1892,7 +1892,7 @@
##### Artikel 149
Het bepaalde bij de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=131&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2003-01-01&g=2004-01-01) vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de taakvervulling door de raad van commissarissen.
Het bepaalde bij de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=131&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2004-02-18&g=2004-02-18) vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de taakvervulling door de raad van commissarissen.
##### Artikel 150
@@ -1916,7 +1916,7 @@
##### Artikel 153
1. Een naamloze vennootschap moet, indien het volgende lid op haar van toepassing is, binnen twee maanden na de vaststelling of goedkeuring van haar jaarrekening door de algemene vergadering van aandeelhouders ten kantore van het handelsregister opgaaf doen, dat zij aan de in dat lid gestelde voorwaarden voldoet. Totdat [artikel 154 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=154&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek toepassing heeft gevonden, vermeldt het bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer de opgaaf is gedaan; wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in het eerste jaarverslag dat na de datum van die doorhaling wordt uitgebracht.
1. Een naamloze vennootschap moet, indien het volgende lid op haar van toepassing is, binnen twee maanden na de vaststelling of goedkeuring van haar jaarrekening door de algemene vergadering van aandeelhouders ten kantore van het handelsregister opgaaf doen, dat zij aan de in dat lid gestelde voorwaarden voldoet. Totdat [artikel 154 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=154&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek toepassing heeft gevonden, vermeldt het bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer de opgaaf is gedaan; wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in het eerste jaarverslag dat na de datum van die doorhaling wordt uitgebracht.
2. De verplichting tot het doen van een opgaaf geldt, indien:
@@ -1928,13 +1928,13 @@
3. De verplichting tot het doen van een opgaaf geldt niet voor:
- a. een vennootschap die afhankelijke maatschappij is van een rechtspersoon waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing zijn,
- a. een vennootschap die afhankelijke maatschappij is van een rechtspersoon waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing zijn,
- b. een vennootschap wier werkzaamheid zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt tot het beheer en de financiering van groepsmaatschappijen, en van haar en hun deelnemingen in andere rechtspersonen, mits de werknemers in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in meerderheid buiten Nederland werkzaam zijn,
- c. een vennootschap die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan een vennootschap als bedoeld onder b of in [artikel 263 lid 3 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=263&z=2003-01-01&g=2004-01-01), en aan de in die bepalingen genoemde groepsmaatschappijen en rechtspersonen diensten ten behoeve van het beheer en de financiering verleent, en
- d. een vennootschap waarin voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal volgens een onderlinge regeling tot samenwerking wordt deelgenomen door twee of meer rechtspersonen waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing zijn of die afhankelijke maatschappij zijn van zulk een rechtspersoon.
- c. een vennootschap die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan een vennootschap als bedoeld onder b of in [artikel 263 lid 3 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=263&z=2004-02-18&g=2004-02-18), en aan de in die bepalingen genoemde groepsmaatschappijen en rechtspersonen diensten ten behoeve van het beheer en de financiering verleent, en
- d. een vennootschap waarin voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal volgens een onderlinge regeling tot samenwerking wordt deelgenomen door twee of meer rechtspersonen waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing zijn of die afhankelijke maatschappij zijn van zulk een rechtspersoon.
4. Het in onderdeel a van lid 2 genoemde grensbedrag wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer sedert een bij die maatregel te bepalen datum; het wordt daarbij afgerond op het naaste veelvoud van een miljoen euro. Het bedrag wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het onafgeronde bedrag minder dan een miljoen euro afwijkt van het laatst vastgestelde bedrag.
@@ -1942,21 +1942,21 @@
##### Artikel 154
1. De [artikelen 158-164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek zijn van toepassing op een vennootschap waaromtrent een opgaaf als bedoeld in het vorige artikel gedurende drie jaren onafgebroken is ingeschreven; deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken, indien een doorhaling van de opgaaf, welke tijdens die termijn ten onrechte heeft plaatsgevonden, is ongedaan gemaakt.
2. De doorhaling van de inschrijving op grond van de omstandigheid dat de vennootschap niet meer voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid van het vorige artikel, doet de toepasselijkheid van de [artikelen 158-164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek slechts eindigen, indien drie jaren na de doorhaling zijn verstreken en de vennootschap gedurende die termijn niet opnieuw tot het doen van de opgaaf is verplicht geweest.
3. De vennootschap brengt haar statuten in overeenstemming met de [artikelen 158-164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) welke voor haar gelden, uiterlijk met ingang van de dag waarop die artikelen krachtens lid 1 op haar van toepassing worden.
1. De [artikelen 158-164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek zijn van toepassing op een vennootschap waaromtrent een opgaaf als bedoeld in het vorige artikel gedurende drie jaren onafgebroken is ingeschreven; deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken, indien een doorhaling van de opgaaf, welke tijdens die termijn ten onrechte heeft plaatsgevonden, is ongedaan gemaakt.
2. De doorhaling van de inschrijving op grond van de omstandigheid dat de vennootschap niet meer voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid van het vorige artikel, doet de toepasselijkheid van de [artikelen 158-164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek slechts eindigen, indien drie jaren na de doorhaling zijn verstreken en de vennootschap gedurende die termijn niet opnieuw tot het doen van de opgaaf is verplicht geweest.
3. De vennootschap brengt haar statuten in overeenstemming met de [artikelen 158-164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) welke voor haar gelden, uiterlijk met ingang van de dag waarop die artikelen krachtens lid 1 op haar van toepassing worden.
##### Artikel 155
1. In afwijking van het vorige artikel gelden de [artikelen 162](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=162&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [163](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=163&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek niet voor een vennootschap waarin een deelneming voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal wordt gehouden:
1. In afwijking van het vorige artikel gelden de [artikelen 162](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=162&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [163](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=163&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek niet voor een vennootschap waarin een deelneming voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal wordt gehouden:
- a. door een rechtspersoon waarvan de werknemers in meerderheid buiten Nederland werkzaam zijn, of door afhankelijke maatschappijen daarvan
- b. volgens een onderlinge regeling tot samenwerking door een aantal van zulke rechtspersonen of maatschappijen, of
- c. volgens een onderlinge regeling tot samenwerking door een of meer van zulke rechtspersonen en een of meer rechtspersonen waarvoor [artikel 153 lid 3 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=153&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [artikel 263 lid 3 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=263&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geldt of waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing zijn.
- c. volgens een onderlinge regeling tot samenwerking door een of meer van zulke rechtspersonen en een of meer rechtspersonen waarvoor [artikel 153 lid 3 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=153&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [artikel 263 lid 3 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=263&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geldt of waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing zijn.
2. De uitzondering volgens het vorige lid geldt echter niet, indien de werknemers in dienst van de vennootschap, tezamen met die in dienst van de rechtspersoon of rechtspersonen, in meerderheid in Nederland werkzaam zijn.
@@ -1964,25 +1964,25 @@
##### Artikel 156
Onze Minister van Justitie kan, gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een vennootschap op haar verzoek ontheffing verlenen van een of meer der [artikelen 158-164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek; de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken.
Onze Minister van Justitie kan, gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een vennootschap op haar verzoek ontheffing verlenen van een of meer der [artikelen 158-164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek; de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken.
##### Artikel 157
1. Een vennootschap waarvoor [artikel 154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=154&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek niet geldt, kan bij haar statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen overeenkomstig de [artikelen 158-164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek indien zij of een afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn. Zij mag daarbij [artikel 162](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=162&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek, [artikel 163](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=163&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek of deze beide artikelen buiten toepassing laten. De in dit lid bedoelde regeling in de statuten verliest haar gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op de ondernemingsraad niet langer de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn.
2. Een vennootschap waarvoor [artikel 155](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=155&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek geldt, kan de bevoegdheid tot benoeming en ontslag van bestuurders en die tot vaststelling van de jaarrekening regelen overeenkomstig de [artikelen 162](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=162&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [163](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=163&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek.
1. Een vennootschap waarvoor [artikel 154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=154&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek niet geldt, kan bij haar statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen overeenkomstig de [artikelen 158-164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek indien zij of een afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn. Zij mag daarbij [artikel 162](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=162&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek, [artikel 163](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=163&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek of deze beide artikelen buiten toepassing laten. De in dit lid bedoelde regeling in de statuten verliest haar gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op de ondernemingsraad niet langer de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn.
2. Een vennootschap waarvoor [artikel 155](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=155&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek geldt, kan de bevoegdheid tot benoeming en ontslag van bestuurders en die tot vaststelling van de jaarrekening regelen overeenkomstig de [artikelen 162](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=162&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [163](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=163&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek.
##### Artikel 158
1. De vennootschap heeft een raad van commissarissen.
2. De commissarissen worden, behoudens het bepaalde in het voorlaatste lid, benoemd door de raad van commissarissen, voor zover de benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting of voordat dit artikel op de vennootschap van toepassing is geworden. De bevoegdheid tot benoeming kan niet door enige bindende voordracht worden beperkt. Onverminderd het bepaalde in [artikel 160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=160&z=2003-01-01&g=2004-01-01) kunnen de statuten de kring van benoembare personen niet beperken.
2. De commissarissen worden, behoudens het bepaalde in het voorlaatste lid, benoemd door de raad van commissarissen, voor zover de benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting of voordat dit artikel op de vennootschap van toepassing is geworden. De bevoegdheid tot benoeming kan niet door enige bindende voordracht worden beperkt. Onverminderd het bepaalde in [artikel 160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=160&z=2004-02-18&g=2004-02-18) kunnen de statuten de kring van benoembare personen niet beperken.
3. De raad van commissarissen bestaat uit ten minste drie leden. Is het aantal commissarissen minder dan drie, dan neemt de raad onverwijld maatregelen tot aanvulling van zijn ledental.
4. De algemene vergadering van aandeelhouders, de ondernemingsraad en het bestuur kunnen aan de raad van commissarissen personen voor benoeming tot commissaris aanbevelen. De raad van commissarissen deelt hun daartoe tijdig mede, wanneer en ten gevolge waarvan in zijn midden een plaats moet worden vervuld.
5. De raad geeft aan de algemene vergadering van aandeelhouders en de ondernemingsraad kennis van de naam van degene die hij wenst te benoemen, met inachtneming van het [derde lid van artikel 142](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=142&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek.
5. De raad geeft aan de algemene vergadering van aandeelhouders en de ondernemingsraad kennis van de naam van degene die hij wenst te benoemen, met inachtneming van het [derde lid van artikel 142](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=142&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek.
6. De raad benoemt deze persoon, tenzij de algemene vergadering of de ondernemingsraad tegen de voorgenomen benoeming bezwaar maakt op grond dat de voorschriften van lid 4, tweede volzin, of lid 5 niet behoorlijk zijn nageleefd, dan wel op grond van de verwachting dat de voorgedragen persoon ongeschikt zal zijn voor de vervulling van de taak van commissaris of dat de raad van commissarissen bij benoeming overeenkomstig het voornemen niet naar behoren zal zijn samengesteld.
@@ -1994,7 +1994,7 @@
10. Een verweerschrift kan worden ingediend door een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering of van de ondernemingsraad die het in lid 6 bedoelde bezwaar heeft gemaakt. De ondernemingskamer doet ook de vertegenwoordigers oproepen die door de algemene vergadering of de ondernemingsraad die geen bezwaar heeft gemaakt, zijn aangewezen. Tegen de beslissing van de ondernemingskamer is geen hogere voorziening toegelaten. De ondernemingskamer kan geen veroordeling in de proceskosten uitspreken.
11. De algemene vergadering van aandeelhouders kan de bevoegdheden en verplichtingen die haar en haar vertegenwoordigers volgens dit artikel toekomen, voor een door haar te bepalen duur van telkens ten hoogste twee achtereenvolgende jaren, overdragen aan een commissie van aandeelhouders waarvan zij de leden aanwijst; in dat geval geeft de raad van commissarissen, met inachtneming van het [derde lid van artikel 142](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=142&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek, aan de commissie kennis van de naam van degene die hij tot commissaris wenst te benoemen. De algemene vergadering kan te allen tijde de overdracht ongedaan maken.
11. De algemene vergadering van aandeelhouders kan de bevoegdheden en verplichtingen die haar en haar vertegenwoordigers volgens dit artikel toekomen, voor een door haar te bepalen duur van telkens ten hoogste twee achtereenvolgende jaren, overdragen aan een commissie van aandeelhouders waarvan zij de leden aanwijst; in dat geval geeft de raad van commissarissen, met inachtneming van het [derde lid van artikel 142](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=142&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek, aan de commissie kennis van de naam van degene die hij tot commissaris wenst te benoemen. De algemene vergadering kan te allen tijde de overdracht ongedaan maken.
12. De statuten kunnen bepalen dat een of meer commissarissen van overheidswege worden benoemd. Met betrekking tot een zodanige benoeming heeft degene die met deze benoeming is belast, de bevoegdheden en verplichtingen die volgens de voorgaande leden voor de raad van commissarissen gelden, en hebben jegens hem de algemene vergadering van aandeelhouders, de ondernemingsraad en het bestuur de bevoegdheden en verplichtingen die zij volgens de voorgaande leden hebben jegens de raad van commissarissen; de raad van commissarissen kan voor deze benoeming een aanbeveling doen.
@@ -2024,7 +2024,7 @@
1. Een commissaris treedt uiterlijk af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren commissaris is geweest. De termijn kan bij de statuten worden verlengd tot de dag van de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders na afloop van de vier jaren of na de dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is gaan gelden.
2. De ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam kan op een desbetreffend verzoek een commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging der omstandigheden op grond waarvan handhaving als commissaris redelijkerwijze niet van de vennootschap kan worden verlangd. Het verzoek kan worden ingediend door de vennootschap, ten deze vertegenwoordigd door de raad van commissarissen, alsmede door een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering van aandeelhouders of van de ondernemingsraad, bedoeld in het [laatste lid van artikel 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek. Het [elfde en het dertiende lid van artikel 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam kan op een desbetreffend verzoek een commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging der omstandigheden op grond waarvan handhaving als commissaris redelijkerwijze niet van de vennootschap kan worden verlangd. Het verzoek kan worden ingediend door de vennootschap, ten deze vertegenwoordigd door de raad van commissarissen, alsmede door een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering van aandeelhouders of van de ondernemingsraad, bedoeld in het [laatste lid van artikel 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek. Het [elfde en het dertiende lid van artikel 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een commissaris kan worden geschorst door de raad van commissarissen; de schorsing vervalt van rechtswege, indien de vennootschap niet binnen een maand na de aanvang der schorsing een verzoek als bedoeld in het vorige lid bij de ondernemingskamer heeft ingediend.
@@ -2032,11 +2032,11 @@
##### Artikel 162
De raad van commissarissen benoemt de bestuurders der vennootschap; deze bevoegdheid kan niet door enige bindende voordracht worden beperkt. Hij geeft de algemene vergadering van aandeelhouders kennis van een voorgenomen benoeming van een bestuurder der vennootschap; hij ontslaat een bestuurder niet dan nadat de algemene vergadering over het voorgenomen ontslag is gehoord. Het [elfde lid van artikel 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek is van overeenkomstige toepassing.
De raad van commissarissen benoemt de bestuurders der vennootschap; deze bevoegdheid kan niet door enige bindende voordracht worden beperkt. Hij geeft de algemene vergadering van aandeelhouders kennis van een voorgenomen benoeming van een bestuurder der vennootschap; hij ontslaat een bestuurder niet dan nadat de algemene vergadering over het voorgenomen ontslag is gehoord. Het [elfde lid van artikel 158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 163
De raad van commissarissen stelt de jaarrekening vast. Hij legt deze gelijktijdig ter goedkeuring aan de algemene vergadering van aandeelhouders en ter bespreking aan de in [artikel 158 lid 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde ondernemingsraad over.
De raad van commissarissen stelt de jaarrekening vast. Hij legt deze gelijktijdig ter goedkeuring aan de algemene vergadering van aandeelhouders en ter bespreking aan de in [artikel 158 lid 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde ondernemingsraad over.
##### Artikel 164
@@ -2116,13 +2116,13 @@
De aanvrager kan beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tegen:
- a. de weigering van een verzoek als bedoeld in [artikel 64, lid 3, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=64&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- b. de weigering van een verklaring als bedoeld in [artikel 68, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=68&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- c. de weigering van een verklaring als bedoeld in [artikel 125, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=125&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en
- d. een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking van de ontheffing, alsmede een beschikking tot verlening van de ontheffing voor zover daaraan voorschriften zijn verbonden dan wel daarbij beperkingen zijn opgelegd als bedoeld in [artikel 156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=156&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
- a. de weigering van een verzoek als bedoeld in [artikel 64, lid 3, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=64&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- b. de weigering van een verklaring als bedoeld in [artikel 68, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=68&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- c. de weigering van een verklaring als bedoeld in [artikel 125, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=125&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en
- d. een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking van de ontheffing, alsmede een beschikking tot verlening van de ontheffing voor zover daaraan voorschriften zijn verbonden dan wel daarbij beperkingen zijn opgelegd als bedoeld in [artikel 156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=156&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
## Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
@@ -2150,7 +2150,7 @@
##### Artikel 178
1. De statuten vermelden het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het aantal en het bedrag van de aandelen in euro tot ten hoogste twee cijfers achter de komma. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan vermelden de statuten het aantal en het bedrag van elke soort. De akte van oprichting vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en van het gestorte deel daarvan. Zijn er verschillende soorten aandelen dan worden de bedragen van het geplaatste en van het gestorte kapitaal uitgesplitst per soort. De akte vermeldt voorts van ieder die bij de oprichting aandelen neemt de in [artikel 196 lid 2 onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde gegevens met het aantal en de soort van de door hem genomen aandelen en het daarop gestorte bedrag.
1. De statuten vermelden het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het aantal en het bedrag van de aandelen in euro tot ten hoogste twee cijfers achter de komma. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan vermelden de statuten het aantal en het bedrag van elke soort. De akte van oprichting vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en van het gestorte deel daarvan. Zijn er verschillende soorten aandelen dan worden de bedragen van het geplaatste en van het gestorte kapitaal uitgesplitst per soort. De akte vermeldt voorts van ieder die bij de oprichting aandelen neemt de in [artikel 196 lid 2 onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde gegevens met het aantal en de soort van de door hem genomen aandelen en het daarop gestorte bedrag.
2. Het maatschappelijke en het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan moeten bij de oprichting ten minste het minimumkapitaal bedragen dat bij koninklijk besluit is vastgesteld. Het minimumkapitaal wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling sedert 1 januari 1985 van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer; het wordt daarbij afgerond op het naaste veelvoud van tweeduizendvijfhonderd euro. Het minimumkapitaal wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het minder dan tweeduizend euro afwijkt van het onafgeronde bedrag.
@@ -2162,21 +2162,21 @@
##### Artikel 178a
1. Indien een besloten vennootschap in de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden omzet in euro, wordt het bedrag van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro berekend volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het Verdrag betreffende de Europese Unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers, afgerond tot ten hoogste twee cijfers achter de komma. Het afgeronde bedrag van elk aandeel in euro mag ten hoogste 15% hoger of lager liggen dan het oorspronkelijke bedrag van het aandeel in gulden. Het totaal van de bedragen van de aandelen in euro bedoeld in [artikel 178](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is het maatschappelijk kapitaal in euro. De som van de bedragen van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro is het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro. De akte vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro.
2. Is na omrekening volgens lid 1 de som van de bedragen van de geplaatste aandelen hoger dan het volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het verdrag betreffende de Europese unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan wordt het verschil ten laste gebracht van de uitkeerbare reserves of de reserves bedoeld in [artikel 389](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [390](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2003-01-01&g=2004-01-01). Zijn deze reserves niet toereikend, dan vormt de vennootschap een negatieve bijschrijvingsreserve ter grootte van het verschil dat niet ten laste van de uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves is gebracht. Totdat het verschil uit ingehouden winst of te vormen reserves is voldaan, mag de vennootschap geen uitkeringen bedoeld in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=216&z=2003-01-01&g=2004-01-01) doen. Door het voldoen aan het bepaalde in dit lid worden de aandelen geacht te zijn volgestort.
3. Is na omrekening volgens lid 1 de som van de bedragen van de geplaatste aandelen lager dat het volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het Verdrag betreffende de Europese Unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan houdt de vennootschap een niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van het verschil. [Artikel 208](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=208&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is niet van toepassing.
1. Indien een besloten vennootschap in de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden omzet in euro, wordt het bedrag van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro berekend volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het Verdrag betreffende de Europese Unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers, afgerond tot ten hoogste twee cijfers achter de komma. Het afgeronde bedrag van elk aandeel in euro mag ten hoogste 15% hoger of lager liggen dan het oorspronkelijke bedrag van het aandeel in gulden. Het totaal van de bedragen van de aandelen in euro bedoeld in [artikel 178](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is het maatschappelijk kapitaal in euro. De som van de bedragen van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro is het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro. De akte vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro.
2. Is na omrekening volgens lid 1 de som van de bedragen van de geplaatste aandelen hoger dan het volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het verdrag betreffende de Europese unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan wordt het verschil ten laste gebracht van de uitkeerbare reserves of de reserves bedoeld in [artikel 389](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [390](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2004-02-18&g=2004-02-18). Zijn deze reserves niet toereikend, dan vormt de vennootschap een negatieve bijschrijvingsreserve ter grootte van het verschil dat niet ten laste van de uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves is gebracht. Totdat het verschil uit ingehouden winst of te vormen reserves is voldaan, mag de vennootschap geen uitkeringen bedoeld in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=216&z=2004-02-18&g=2004-02-18) doen. Door het voldoen aan het bepaalde in dit lid worden de aandelen geacht te zijn volgestort.
3. Is na omrekening volgens lid 1 de som van de bedragen van de geplaatste aandelen lager dat het volgens de krachtens [artikel 109L, vierde lid van het Verdrag betreffende de Europese Unie](onbekend) definitief vastgestelde omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan houdt de vennootschap een niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van het verschil. [Artikel 208](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=208&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is niet van toepassing.
##### Artikel 178b
Indien de vennootschap in afwijking van [artikel 178a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) het bedrag van de aandelen wijzigt, behoeft deze wijziging de goedkeuring van elke groep van aandeelhouders aan wier rechten de wijziging afbreuk doet. Bestaat krachtens de wijziging recht op geld of schuldvorderingen, dan mag het gezamenlijk bedrag daarvan een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van de aandelen niet te boven gaan.
Indien de vennootschap in afwijking van [artikel 178a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) het bedrag van de aandelen wijzigt, behoeft deze wijziging de goedkeuring van elke groep van aandeelhouders aan wier rechten de wijziging afbreuk doet. Bestaat krachtens de wijziging recht op geld of schuldvorderingen, dan mag het gezamenlijk bedrag daarvan een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van de aandelen niet te boven gaan.
##### Artikel 178c
1. Een besloten vennootschap waarvan de statuten het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden vermelden, kan in het maatschappelijk verkeer de tegenwaarde in euro gebruiken tot ten hoogste twee cijfers achter de komma, mits daarbij wordt verwezen naar dit artikel. Dit gebruik van de tegenwaarde in euro heeft geen rechtsgevolg.
2. Indien een besloten vennootschap waarvan de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden vermelden, na 1 januari 2002 een wijziging aanbrengt in een of meer bepalingen waarin bedragen in gulden worden uitgedrukt, worden in de statuten alle bedragen omgezet in euro. De [artikelen 178a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [178b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing.
2. Indien een besloten vennootschap waarvan de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden vermelden, na 1 januari 2002 een wijziging aanbrengt in een of meer bepalingen waarin bedragen in gulden worden uitgedrukt, worden in de statuten alle bedragen omgezet in euro. De [artikelen 178a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [178b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van toepassing.
##### Artikel 179
@@ -2188,7 +2188,7 @@
##### Artikel 180
1. De bestuurders zijn verplicht de vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister en een authentiek afschrift van de akte van oprichting en van de daaraan ingevolge de [artikelen 203a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=203a&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [204](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gehechte stukken neer te leggen ten kantore van het handelsregister. Tegelijkertijd moeten zij opgave doen van het totaal van de vastgestelde en geraamde kosten die met de oprichting verband houden en ten laste van de vennootschap komen.
1. De bestuurders zijn verplicht de vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister en een authentiek afschrift van de akte van oprichting en van de daaraan ingevolge de [artikelen 203a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=203a&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [204](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gehechte stukken neer te leggen ten kantore van het handelsregister. Tegelijkertijd moeten zij opgave doen van het totaal van de vastgestelde en geraamde kosten die met de oprichting verband houden en ten laste van de vennootschap komen.
2. De bestuurders zijn naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt verbonden in het tijdvak voordat:
@@ -2200,11 +2200,11 @@
##### Artikel 181
1. Wanneer de besloten vennootschap zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2003-01-01&g=2004-01-01) omzet in een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, wordt iedere aandeelhouder lid, tenzij hij de schadeloosstelling heeft gevraagd, bedoeld in lid 2.
2. Op het besluit tot omzetting is [artikel 209](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=209&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing, tenzij de vennootschap zich omzet in een naamloze vennootschap. Na zulk een besluit kan iedere aandeelhouder die niet met het besluit heeft ingestemd, de vennootschap schadeloosstelling vragen voor het verlies van zijn aandelen. Het verzoek tot schadeloosstelling moet schriftelijk aan de vennootschap worden gedaan binnen één maand nadat zij aan de aandeelhouder heeft meegedeeld dat hij deze schadeloosstelling kan vragen. De mededeling geschiedt op de zelfde wijze als de oproeping tot een algemene vergadering.
3. Bij gebreke van overeenstemming wordt de schadeloosstelling bepaald door een of meer onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede partij te benoemen door de rechtbank bij de machtiging tot omzetting of door de voorzieningenrechter van die rechtbank. De [artikelen 351](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=351&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=352&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing.
1. Wanneer de besloten vennootschap zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2004-02-18&g=2004-02-18) omzet in een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, wordt iedere aandeelhouder lid, tenzij hij de schadeloosstelling heeft gevraagd, bedoeld in lid 2.
2. Op het besluit tot omzetting is [artikel 209](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=209&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing, tenzij de vennootschap zich omzet in een naamloze vennootschap. Na zulk een besluit kan iedere aandeelhouder die niet met het besluit heeft ingestemd, de vennootschap schadeloosstelling vragen voor het verlies van zijn aandelen. Het verzoek tot schadeloosstelling moet schriftelijk aan de vennootschap worden gedaan binnen één maand nadat zij aan de aandeelhouder heeft meegedeeld dat hij deze schadeloosstelling kan vragen. De mededeling geschiedt op de zelfde wijze als de oproeping tot een algemene vergadering.
3. Bij gebreke van overeenstemming wordt de schadeloosstelling bepaald door een of meer onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede partij te benoemen door de rechtbank bij de machtiging tot omzetting of door de voorzieningenrechter van die rechtbank. De [artikelen 351](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=351&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=352&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van toepassing.
##### Artikel 182
@@ -2212,25 +2212,25 @@
##### Artikel 183
1. Wanneer een naamloze vennootschap zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2003-01-01&g=2004-01-01) omzet in een besloten vennootschap, worden aan de akte van omzetting gehecht:
- a. een verklaring van Onze Minister van Justitie, waarop [artikel 125](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=125&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing is, dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging niet is gebleken;
- b. een verklaring van een deskundige als bedoeld in [artikel 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01), waaruit blijkt dat het eigen vermogen van de vennootschap op een dag binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste overeenkwam met het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal volgens de akte van omzetting.
2. Wanneer een andere rechtspersoon zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2003-01-01&g=2004-01-01) omzet in een besloten vennootschap, worden aan de akte van omzetting gehecht:
- a. een verklaring van Onze Minister van Justitie waarop [artikel 179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=179&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing is, dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging niet is gebleken;
- b. een verklaring van een deskundige als bedoeld in [artikel 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01), waaruit blijkt dat het eigen vermogen van de rechtspersoon op een dag binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste het bedrag beloopt van het gestorte deel van het geplaatste kapitaal volgens de akte van omzetting; bij het eigen vermogen mag de waarde worden geteld van hetgeen na die dag uiterlijk onverwijld na de omzetting op aandelen zal worden gestort;
1. Wanneer een naamloze vennootschap zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2004-02-18&g=2004-02-18) omzet in een besloten vennootschap, worden aan de akte van omzetting gehecht:
- a. een verklaring van Onze Minister van Justitie, waarop [artikel 125](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=4&artikel=125&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing is, dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging niet is gebleken;
- b. een verklaring van een deskundige als bedoeld in [artikel 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18), waaruit blijkt dat het eigen vermogen van de vennootschap op een dag binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste overeenkwam met het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal volgens de akte van omzetting.
2. Wanneer een andere rechtspersoon zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2004-02-18&g=2004-02-18) omzet in een besloten vennootschap, worden aan de akte van omzetting gehecht:
- a. een verklaring van Onze Minister van Justitie waarop [artikel 179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=179&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing is, dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging niet is gebleken;
- b. een verklaring van een deskundige als bedoeld in [artikel 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18), waaruit blijkt dat het eigen vermogen van de rechtspersoon op een dag binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste het bedrag beloopt van het gestorte deel van het geplaatste kapitaal volgens de akte van omzetting; bij het eigen vermogen mag de waarde worden geteld van hetgeen na die dag uiterlijk onverwijld na de omzetting op aandelen zal worden gestort;
- c. indien de rechtspersoon leden heeft, de schriftelijke toestemming van ieder lid wiens aandelen niet worden volgestort door omzetting van de reserves van de rechtspersoon;
- d. indien een stichting wordt omgezet, de rechterlijke machtiging daartoe.
3. Wanneer een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2003-01-01&g=2004-01-01) omzet in een besloten vennootschap, wordt ieder lid aandeelhouder. De omzetting kan niet geschieden, zolang een lid nog kan opzeggen op grond van [artikel 36 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=36&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
4. Na de omzetting kunnen een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een pandhouder de aan een aandeel verbonden rechten niet uitoefenen, zolang zij niet in het in [artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=194&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde register zijn ingeschreven. Voor zover aandeelbewijzen zijn uitgegeven, vindt geen inschrijving plaats dan tegen afgifte van de aandeelbewijzen aan de vennootschap.
3. Wanneer een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zich krachtens [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=18&z=2004-02-18&g=2004-02-18) omzet in een besloten vennootschap, wordt ieder lid aandeelhouder. De omzetting kan niet geschieden, zolang een lid nog kan opzeggen op grond van [artikel 36 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=2&artikel=36&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
4. Na de omzetting kunnen een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een pandhouder de aan een aandeel verbonden rechten niet uitoefenen, zolang zij niet in het in [artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=194&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde register zijn ingeschreven. Voor zover aandeelbewijzen zijn uitgegeven, vindt geen inschrijving plaats dan tegen afgifte van de aandeelbewijzen aan de vennootschap.
##### Artikel 184
@@ -2272,7 +2272,7 @@
##### Artikel 189a
Voor de toepassing van de [artikelen 195](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=195&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [206](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=206&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [210 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=210&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [239](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=239&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt onder orgaan van de vennootschap verstaan de algemene vergadering van aandeelhouders, de vergadering van houders van aandelen van een bijzonder soort, het bestuur, de raad van commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen.
Voor de toepassing van de [artikelen 195](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=195&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [206](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=206&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [210 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=210&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [239](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=239&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt onder orgaan van de vennootschap verstaan de algemene vergadering van aandeelhouders, de vergadering van houders van aandelen van een bijzonder soort, het bestuur, de raad van commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen.
### Afdeling 2. De aandelen
@@ -2284,9 +2284,9 @@
1. Bij het nemen van het aandeel moet daarop het nominale bedrag worden gestort. Bedongen kan worden dat een deel, ten hoogste drie vierden, van het nominale bedrag eerst behoeft te worden gestort nadat de vennootschap het zal hebben opgevraagd.
2. Een aandeelhouder kan niet geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de verplichting tot storting, behoudens het bepaalde in [artikel 208](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=208&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
3. De aandeelhouder en, in het geval van [artikel 199](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=199&z=2003-01-01&g=2004-01-01), de voormalige aandeelhouder zijn niet bevoegd tot verrekening van hun schuld uit hoofde van dit artikel.
2. Een aandeelhouder kan niet geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de verplichting tot storting, behoudens het bepaalde in [artikel 208](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=208&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
3. De aandeelhouder en, in het geval van [artikel 199](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=199&z=2004-02-18&g=2004-02-18), de voormalige aandeelhouder zijn niet bevoegd tot verrekening van hun schuld uit hoofde van dit artikel.
##### Artikel 191a
@@ -2312,13 +2312,13 @@
##### Artikel 194
1. Het bestuur van de vennootschap houdt een register waarin de namen en de adressen van alle aandeelhouders zijn opgenomen, met vermelding van de datum waarop zij de aandelen hebben verkregen, de datum van de erkenning of betekening, alsmede van het op ieder aandeel gestorte bedrag. Daarin worden tevens opgenomen de namen en adressen van hen die een recht van vruchtgebruik of pandrecht op aandelen hebben, met vermelding van de datum waarop zij het recht hebben verkregen, de datum van erkenning of betekening, alsmede met vermelding welke aan de aandelen verbonden rechten hun overeenkomstig de [leden 2 en 4 van de artikelen 197](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=197&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [198](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=198&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit boek toekomen.
1. Het bestuur van de vennootschap houdt een register waarin de namen en de adressen van alle aandeelhouders zijn opgenomen, met vermelding van de datum waarop zij de aandelen hebben verkregen, de datum van de erkenning of betekening, alsmede van het op ieder aandeel gestorte bedrag. Daarin worden tevens opgenomen de namen en adressen van hen die een recht van vruchtgebruik of pandrecht op aandelen hebben, met vermelding van de datum waarop zij het recht hebben verkregen, de datum van erkenning of betekening, alsmede met vermelding welke aan de aandelen verbonden rechten hun overeenkomstig de [leden 2 en 4 van de artikelen 197](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=197&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [198](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=198&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit boek toekomen.
2. Het register wordt regelmatig bijgehouden; daarin wordt mede aangetekend elk verleend ontslag van aansprakelijkheid voor nog niet gedane stortingen.
3. Het bestuur verstrekt desgevraagd aan een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een pandhouder om niet een uittreksel uit het register met betrekking tot zijn recht op een aandeel. Rust op het aandeel een recht van vruchtgebruik of een pandrecht, dan vermeldt het uittreksel aan wie de in de [leden 2 en 4 van de artikelen 197](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=197&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [198](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=198&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek bedoelde rechten toekomen.
4. Het bestuur legt het register ten kantore van de vennootschap ter inzage van de aandeelhouders, alsmede van de vruchtgebruikers en pandhouders aan wie de in [lid 4 van de artikelen 197](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=197&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [198](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=198&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek bedoelde rechten toekomen. De gegevens van het register omtrent niet-volgestorte aandelen zijn ter inzage van een ieder; afschrift of uittreksel van deze gegevens wordt ten hoogste tegen kostprijs verstrekt.
3. Het bestuur verstrekt desgevraagd aan een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een pandhouder om niet een uittreksel uit het register met betrekking tot zijn recht op een aandeel. Rust op het aandeel een recht van vruchtgebruik of een pandrecht, dan vermeldt het uittreksel aan wie de in de [leden 2 en 4 van de artikelen 197](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=197&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [198](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=198&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek bedoelde rechten toekomen.
4. Het bestuur legt het register ten kantore van de vennootschap ter inzage van de aandeelhouders, alsmede van de vruchtgebruikers en pandhouders aan wie de in [lid 4 van de artikelen 197](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=197&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [198](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=198&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek bedoelde rechten toekomen. De gegevens van het register omtrent niet-volgestorte aandelen zijn ter inzage van een ieder; afschrift of uittreksel van deze gegevens wordt ten hoogste tegen kostprijs verstrekt.
##### Artikel 195
@@ -2374,15 +2374,15 @@
##### Artikel 196a
1. De levering van een aandeel of de levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig [artikel 196 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196&z=2003-01-01&g=2004-01-01) werkt mede van rechtswege tegenover de vennootschap. Behoudens in het geval dat de vennootschap zelf bij de rechtshandeling partij is, kunnen de aan het aandeel verbonden rechten eerst worden uitgeoefend nadat zij de rechtshandeling heeft erkend of de akte aan haar is betekend overeenkomstig de bepalingen van [artikel 196b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196b&z=2003-01-01&g=2004-01-01), dan wel deze heeft erkend door inschrijving in het aandeelhoudersregister als bedoeld in lid 2.
2. De vennootschap die kennis draagt van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan, zolang haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening van de akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener beweging erkennen door inschrijving van de verkrijger van het aandeel of het beperkte recht in het aandeelhoudersregister. Zij doet daarvan aanstonds bij aangetekende brief mededeling aan de bij de rechtshandeling betrokken partijen met het verzoek alsnog een afschrift of uittreksel als bedoeld in [artikel 196b lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) aan haar over te leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten bewijze van de erkenning, een aantekening op het stuk op de wijze als in [artikel 196b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) voor de erkenning wordt voorgeschreven; als datum van erkenning wordt de dag van de inschrijving vermeld.
1. De levering van een aandeel of de levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig [artikel 196 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196&z=2004-02-18&g=2004-02-18) werkt mede van rechtswege tegenover de vennootschap. Behoudens in het geval dat de vennootschap zelf bij de rechtshandeling partij is, kunnen de aan het aandeel verbonden rechten eerst worden uitgeoefend nadat zij de rechtshandeling heeft erkend of de akte aan haar is betekend overeenkomstig de bepalingen van [artikel 196b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196b&z=2004-02-18&g=2004-02-18), dan wel deze heeft erkend door inschrijving in het aandeelhoudersregister als bedoeld in lid 2.
2. De vennootschap die kennis draagt van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan, zolang haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening van de akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener beweging erkennen door inschrijving van de verkrijger van het aandeel of het beperkte recht in het aandeelhoudersregister. Zij doet daarvan aanstonds bij aangetekende brief mededeling aan de bij de rechtshandeling betrokken partijen met het verzoek alsnog een afschrift of uittreksel als bedoeld in [artikel 196b lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) aan haar over te leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten bewijze van de erkenning, een aantekening op het stuk op de wijze als in [artikel 196b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) voor de erkenning wordt voorgeschreven; als datum van erkenning wordt de dag van de inschrijving vermeld.
3. Indien een rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit heeft geleid tot een daarop aansluitende wijziging in het register van aandeelhouders, kan deze noch aan de vennootschap noch aan anderen die te goeder trouw de in het aandeelhoudersregister ingeschreven persoon als aandeelhouder of eigenaar van een beperkt recht op een aandeel hebben beschouwd, worden tegengeworpen.
##### Artikel 196b
1. Behoudens het bepaalde in [artikel 196**a** lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geschiedt de erkenning in de akte dan wel op grond van overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
1. Behoudens het bepaalde in [artikel 196**a** lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=196a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geschiedt de erkenning in de akte dan wel op grond van overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
2. Bij erkenning op grond van overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel wordt een gedagtekende verklaring geplaatst op het overgelegde stuk.
@@ -2394,7 +2394,7 @@
2. De aandeelhouder heeft het stemrecht op de aandelen waarop een vruchtgebruik is gevestigd.
3. In afwijking van het voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de vruchtgebruiker, indien zulks bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en de vruchtgebruiker een persoon is, aan wie de aandelen overeenkomstig [artikel 195 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=195&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek vrijelijk kunnen worden overgedragen. Indien de vruchtgebruiker niet zulk een persoon is, komt hem het stemrecht uitsluitend toe, indien dit bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en de statuten dit niet verbieden, mits zowel deze bepaling als - bij overdracht van het vruchtgebruik - de overgang van het stemrecht is goedgekeurd door het vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door de algemene vergadering van aandeelhouders. Bij een vruchtgebruik als bedoeld in de [artikelen 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002761&artikel=19) en [21 van Boek 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002761&artikel=21) komt het stemrecht eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik door partijen of door de kantonrechter op de voet van [artikel 23 lid 4 van Boek 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002761&artikel=23) anders wordt bepaald.
3. In afwijking van het voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de vruchtgebruiker, indien zulks bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en de vruchtgebruiker een persoon is, aan wie de aandelen overeenkomstig [artikel 195 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=195&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek vrijelijk kunnen worden overgedragen. Indien de vruchtgebruiker niet zulk een persoon is, komt hem het stemrecht uitsluitend toe, indien dit bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en de statuten dit niet verbieden, mits zowel deze bepaling als - bij overdracht van het vruchtgebruik - de overgang van het stemrecht is goedgekeurd door het vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door de algemene vergadering van aandeelhouders. Bij een vruchtgebruik als bedoeld in de [artikelen 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002761&artikel=19) en [21 van Boek 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002761&artikel=21) komt het stemrecht eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik door partijen of door de kantonrechter op de voet van [artikel 23 lid 4 van Boek 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002761&artikel=23) anders wordt bepaald.
4. De aandeelhouder die geen stemrecht heeft en de vruchtgebruiker die stemrecht heeft, hebben de rechten, die door de wet zijn toegekend aan de houders van met medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen. De vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft, heeft deze rechten, indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging of overdracht van het vruchtgebruik niet anders is bepaald.
@@ -2406,11 +2406,11 @@
2. De aandeelhouder heeft het stemrecht op de verpande aandelen.
3. In afwijking van het voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de pandhouder, indien zulks bij de vestiging van het pandrecht is bepaald en de pandhouder een persoon is, aan wie de aandelen overeenkomstig [artikel 195 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=195&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek vrijelijk kunnen worden overgedragen. Indien de pandhouder niet zulk een persoon is, komt hem het stemrecht uitsluitend toe indien dit bij de vestiging van het pandrecht is bepaald en de vestiging van het pandrecht is goedgekeurd door het vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door de algemene vergadering van aandeelhouders. Treedt een ander in de rechten van de pandhouder, dan komt hem het stemrecht slechts toe, indien het in de vorige zin bedoelde orgaan dan wel, bij gebreke daarvan, de algemene vergadering de overgang van het stemrecht goedkeurt. De bevoegdheid tot toekenning van het stemrecht aan de pandhouder kan in de statuten worden uitgesloten.
3. In afwijking van het voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de pandhouder, indien zulks bij de vestiging van het pandrecht is bepaald en de pandhouder een persoon is, aan wie de aandelen overeenkomstig [artikel 195 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=195&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek vrijelijk kunnen worden overgedragen. Indien de pandhouder niet zulk een persoon is, komt hem het stemrecht uitsluitend toe indien dit bij de vestiging van het pandrecht is bepaald en de vestiging van het pandrecht is goedgekeurd door het vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door de algemene vergadering van aandeelhouders. Treedt een ander in de rechten van de pandhouder, dan komt hem het stemrecht slechts toe, indien het in de vorige zin bedoelde orgaan dan wel, bij gebreke daarvan, de algemene vergadering de overgang van het stemrecht goedkeurt. De bevoegdheid tot toekenning van het stemrecht aan de pandhouder kan in de statuten worden uitgesloten.
4. De aandeelhouder die geen stemrecht heeft en de pandhouder die stemrecht heeft, hebben de rechten, die door de wet zijn toegekend aan de houders van met medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen. De pandhouder die geen stemrecht heeft, heeft deze rechten indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging of overgang van het pandrecht niet anders is bepaald.
5. [Artikel 195](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=195&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek en de statutaire bepalingen ten aanzien van de vervreemding en overdracht van aandelen zijn van toepassing op de vervreemding en overdracht van de aandelen door de pandhouder of de verblijving van de aandelen aan de pandhouder, met dien verstande dat de pandhouder alle ten aanzien van de vervreemding en overdracht aan de aandeelhouder toekomende rechten uitoefent en diens verplichtingen ter zake nakomt.
5. [Artikel 195](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=195&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek en de statutaire bepalingen ten aanzien van de vervreemding en overdracht van aandelen zijn van toepassing op de vervreemding en overdracht van de aandelen door de pandhouder of de verblijving van de aandelen aan de pandhouder, met dien verstande dat de pandhouder alle ten aanzien van de vervreemding en overdracht aan de aandeelhouder toekomende rechten uitoefent en diens verplichtingen ter zake nakomt.
##### Artikel 199
@@ -2440,7 +2440,7 @@
4. De rechter wijst de vordering tegen alle gedaagden af, indien een gedaagde ondanks de vergoeding ernstige stoffelijke schade zou lijden door de overdracht, een gedaagde houder is van een aandeel waaraan de statuten een bijzonder recht inzake de zeggenschap in de vennootschap verbinden of een eiser jegens een gedaagde afstand heeft gedaan van zijn bevoegdheid de vordering in te stellen.
5. Indien de rechter oordeelt dat de leden 1 en 4 de toewijzing van de vordering niet beletten, kan hij bevelen dat een of drie deskundigen zullen berichten over de waarde van de over te dragen aandelen. De eerste drie zinnen van [artikel 350 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=350&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en de [artikelen 351](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=351&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=352&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing. De rechter stelt de prijs vast die de over te dragen aandelen op een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang en voor zover de prijs niet is betaald, wordt hij verhoogd met rente, gelijk aan de wettelijke rente, van die dag af tot de overdracht; uitkeringen op de aandelen die in dit tijdvak betaalbaar worden gesteld, strekken op de dag van betaalbaarstelling tot gedeeltelijke betaling van de prijs.
5. Indien de rechter oordeelt dat de leden 1 en 4 de toewijzing van de vordering niet beletten, kan hij bevelen dat een of drie deskundigen zullen berichten over de waarde van de over te dragen aandelen. De eerste drie zinnen van [artikel 350 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=350&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en de [artikelen 351](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=351&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=352&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van toepassing. De rechter stelt de prijs vast die de over te dragen aandelen op een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang en voor zover de prijs niet is betaald, wordt hij verhoogd met rente, gelijk aan de wettelijke rente, van die dag af tot de overdracht; uitkeringen op de aandelen die in dit tijdvak betaalbaar worden gesteld, strekken op de dag van betaalbaarstelling tot gedeeltelijke betaling van de prijs.
6. De rechter die de vordering toewijst, veroordeelt de overnemer aan degenen aan wie de aandelen toebehoren of zullen toebehoren de vastgestelde prijs met rente te betalen tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen. De rechter geeft omtrent de kosten van het geding zodanige uitspraak als hij meent dat behoort. Een gedaagde die geen verweer heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
@@ -2462,7 +2462,7 @@
3. Indien de vennootschap haar verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandeling niet nakomt, zijn degenen die namens de op te richten vennootschap handelden hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de derde dientengevolge lijdt, indien zij wisten of redelijkerwijs konden weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, onverminderd de aansprakelijkheid terzake van de bestuurders wegens de bekrachtiging. De wetenschap dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, wordt vermoed aanwezig te zijn, wanneer de vennootschap binnen een jaar na de oprichting in staat van faillissement wordt verklaard.
4. De oprichters kunnen de vennootschap in de akte van oprichting slechts verbinden door het uitgeven van aandelen, het aanvaarden van stortingen daarop, het aanstellen van bestuurders, het benoemen van commissarissen en het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in [artikel 204 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204&z=2003-01-01&g=2004-01-01). Indien een oprichter hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht, zijn de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [248](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=248&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van overeenkomstige toepassing.
4. De oprichters kunnen de vennootschap in de akte van oprichting slechts verbinden door het uitgeven van aandelen, het aanvaarden van stortingen daarop, het aanstellen van bestuurders, het benoemen van commissarissen en het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in [artikel 204 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204&z=2004-02-18&g=2004-02-18). Indien een oprichter hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht, zijn de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [248](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=248&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 203a
@@ -2472,7 +2472,7 @@
- b. hetzij alle op een zelfde tijdstip, ten vroegste vijf maanden voor de oprichting, op een afzonderlijke rekening stonden welke na de oprichting uitsluitend ter beschikking van de vennootschap zal staan, mits de vennootschap de stortingen in de akte aanvaardt.
2. Indien vreemd geld is gestort, moet uit de verklaring blijken tegen hoeveel geld het vrijelijk kon worden gewisseld op een dag waarop daarmee krachtens [artikel 191**a** lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=191a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) kon worden voldaan aan de stortingsplicht.
2. Indien vreemd geld is gestort, moet uit de verklaring blijken tegen hoeveel geld het vrijelijk kon worden gewisseld op een dag waarop daarmee krachtens [artikel 191**a** lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=2&artikel=191a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) kon worden voldaan aan de stortingsplicht.
3. Zulk een verklaring kan slechts worden afgelegd door een bankier , die een kredietinstelling is als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1) en die hetzij als kredietinstelling is geregistreerd ingevolge [artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=52), hetzij in een lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is onderworpen aan bedrijfseconomisch toezicht van overheidswege. Zij kan slechts worden afgegeven aan een notaris.
@@ -2510,15 +2510,15 @@
- c. blijkens de onder **b** bedoelde balans overtreft het eigen vermogen van de rechtspersoon het nominaal gestorte bedrag van de aandelen waarop na de balansdatum wordt ingebracht met toepassing van dit lid in vennootschappen waarvoor de rechtspersoon een verklaring heeft afgelegd als bedoeld onder a.
4. [Artikel 404](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=404&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat de verklaring niet kan worden ingetrokken binnen twee jaren na de inbreng.
4. [Artikel 404](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=404&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat de verklaring niet kan worden ingetrokken binnen twee jaren na de inbreng.
##### Artikel 204b
1. Indien na de oprichting inbreng op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maakt de vennootschap overeenkomstig [artikel 204a lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) een beschrijving op van hetgeen wordt ingebracht. De beschrijving heeft betrekking op de toestand op een dag die niet eerder dan vijf maanden ligt voor de dag waarop de aandelen worden genomen dan wel waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is overeengekomen. De bestuurders ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
2. [Artikel 204a lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. De [leden 3 en 4 van artikel 204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing, met dien verstande dat niet de oprichters maar alle aandeelhouders moeten hebben afgezien van het opstellen van de beschrijving en de accountantsverklaring.
1. Indien na de oprichting inbreng op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maakt de vennootschap overeenkomstig [artikel 204a lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) een beschrijving op van hetgeen wordt ingebracht. De beschrijving heeft betrekking op de toestand op een dag die niet eerder dan vijf maanden ligt voor de dag waarop de aandelen worden genomen dan wel waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is overeengekomen. De bestuurders ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
2. [Artikel 204a lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing.
3. De [leden 3 en 4 van artikel 204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van toepassing, met dien verstande dat niet de oprichters maar alle aandeelhouders moeten hebben afgezien van het opstellen van de beschrijving en de accountantsverklaring.
4. De vennootschap legt, binnen acht dagen na de dag waarop de aandelen zijn genomen dan wel waarop de bijstorting opeisbaar werd, de accountantsverklaring bij de inbreng of een afschrift daarvan neer ten kantore van het handelsregister met opgave van de namen van de inbrengers en van het bedrag van het aldus gestorte deel van het geplaatste kapitaal.
@@ -2534,9 +2534,9 @@
2. Indien de goedkeuring wordt gevraagd, maakt de vennootschap een beschrijving op van de te verkrijgen goederen en van de tegenprestatie. De beschrijving heeft betrekking op de toestand van het beschrevene op een dag die niet voor de oprichting ligt. In de beschrijving worden de waarden vermeld die aan de goederen en tegenprestatie worden toegekend alsmede de toegepaste waarderingsmethoden. Deze methoden moeten voldoen aan normen die in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. De bestuurders ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. [Artikel 204**a** lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring moet inhouden dat de waarde van de te verkrijgen goederen, bij toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden, overeenkomt met ten minste de waarde van de tegenprestatie.
4. Op het ter inzage leggen en in afschrift ter beschikking stellen van de in de vorige leden bedoelde stukken is [artikel 212](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=212&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 204**a** lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring moet inhouden dat de waarde van de te verkrijgen goederen, bij toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden, overeenkomt met ten minste de waarde van de tegenprestatie.
4. Op het ter inzage leggen en in afschrift ter beschikking stellen van de in de vorige leden bedoelde stukken is [artikel 212](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=212&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van overeenkomstige toepassing.
5. De vennootschap legt binnen acht dagen na de rechtshandeling of na de goedkeuring, indien achteraf verleend, de in het derde lid bedoelde verklaring of een afschrift daarvan neer ten kantore van het handelsregister.
@@ -2546,11 +2546,11 @@
- b. verkrijgingen die onder de bedongen voorwaarden tot de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap behoren,
- c. verkrijgingen waarvoor een accountantsverklaring als bedoeld in [artikel 204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is afgelegd, en
- c. verkrijgingen waarvoor een accountantsverklaring als bedoeld in [artikel 204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is afgelegd, en
- d. verkrijgingen ten gevolge van fusie of splitsing.
7. De [leden 3 en 4 van artikel 204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat niet de oprichters maar alle aandeelhouders moeten hebben afgezien van het opstellen van de beschrijving en de accountantsverklaring en dat de waarde van alle tegenprestaties waarbij dat is geschied, wordt overtroffen door het eigen vermogen van de medeaansprakelijke rechtspersoon.
7. De [leden 3 en 4 van artikel 204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat niet de oprichters maar alle aandeelhouders moeten hebben afgezien van het opstellen van de beschrijving en de accountantsverklaring en dat de waarde van alle tegenprestaties waarbij dat is geschied, wordt overtroffen door het eigen vermogen van de medeaansprakelijke rechtspersoon.
##### Artikel 205
@@ -2626,7 +2626,7 @@
##### Artikel 207d
1. Een dochtermaatschappij mag voor eigen rekening geen aandelen nemen of doen nemen in het kapitaal van de vennootschap. Zulke aandelen mogen dochtermaatschappijen voor eigen rekening onder bijzondere titel slechts verkrijgen of doen verkrijgen, voor zover de vennootschap zelf ingevolge de [leden 1-3 van artikel 207](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=207&z=2003-01-01&g=2004-01-01) eigen aandelen mag verkrijgen.
1. Een dochtermaatschappij mag voor eigen rekening geen aandelen nemen of doen nemen in het kapitaal van de vennootschap. Zulke aandelen mogen dochtermaatschappijen voor eigen rekening onder bijzondere titel slechts verkrijgen of doen verkrijgen, voor zover de vennootschap zelf ingevolge de [leden 1-3 van artikel 207](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=207&z=2004-02-18&g=2004-02-18) eigen aandelen mag verkrijgen.
2. Indien is gehandeld in strijd met het vorige lid, zijn de bestuurders van de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk tot vergoeding aan de dochtermaatschappij van de verkrijgingsprijs met de wettelijke rente daarover van het tijdstip af waarop de aandelen zijn genomen of verkregen. Betaling van de vergoeding geschiedt tegen overdracht van deze aandelen. Een bestuurder behoeft de verkrijgingsprijs niet te vergoeden, indien hij bewijst dat het nemen of verkrijgen niet aan de vennootschap is te wijten.
@@ -2644,7 +2644,7 @@
4. Gedeeltelijke terugbetaling op aandelen of ontheffing van de verplichting tot storting is slechts mogelijk ter uitvoering van een besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen. Zulk een terugbetaling of ontheffing moet naar evenredigheid op alle aandelen geschieden, tenzij voor de uitgifte van een bepaalde soort aandelen in de statuten is bepaald dat terugbetaling of ontheffing kan geschieden uitsluitend op die aandelen; voor die aandelen geldt de eis van evenredigheid. Van het vereiste van evenredigheid mag worden afgeweken met instemming van alle betrokken aandeelhouders.
5. De oproeping tot een vergadering waarin een in dit artikel genoemd besluit wordt genomen, vermeldt het doel van de kapitaalvermindering en de wijze van uitvoering. Het [tweede, derde en vierde lid van artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=233&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
5. De oproeping tot een vergadering waarin een in dit artikel genoemd besluit wordt genomen, vermeldt het doel van de kapitaalvermindering en de wijze van uitvoering. Het [tweede, derde en vierde lid van artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=233&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 209
@@ -2662,13 +2662,13 @@
##### Artikel 210
1. Jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar der vennootschap, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste zes maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor de aandeelhouders, tenzij de [artikelen 396 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01), of [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2003-01-01&g=2004-01-01) voor de vennootschap gelden. De termijn kan voor beleggingsmaatschappijen waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) (**Stb.** 1990, 380) een vergunning is verleend, bij of krachtens die wet worden bekort.
1. Jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar der vennootschap, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste zes maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor de aandeelhouders, tenzij de [artikelen 396 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18), of [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2004-02-18&g=2004-02-18) voor de vennootschap gelden. De termijn kan voor beleggingsmaatschappijen waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) (**Stb.** 1990, 380) een vergunning is verleend, bij of krachtens die wet worden bekort.
2. De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering, tenzij deze bevoegdheid overeenkomstig [artikel 273](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=273&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek toekomt aan de raad van commissarissen; in dat geval behoeft de jaarrekening echter de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders. Vaststelling of goedkeuring van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.
4. Onverminderd het bepaalde in [artikel 273](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=273&z=2003-01-01&g=2004-01-01) worden besluiten waarbij de jaarrekening wordt vastgesteld in de statuten niet onderworpen aan de goedkeuring van een orgaan van de vennootschap of van derden.
3. De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering, tenzij deze bevoegdheid overeenkomstig [artikel 273](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=273&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek toekomt aan de raad van commissarissen; in dat geval behoeft de jaarrekening echter de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders. Vaststelling of goedkeuring van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.
4. Onverminderd het bepaalde in [artikel 273](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=273&z=2004-02-18&g=2004-02-18) worden besluiten waarbij de jaarrekening wordt vastgesteld in de statuten niet onderworpen aan de goedkeuring van een orgaan van de vennootschap of van derden.
5. De statuten bevatten geen bepalingen die toelaten dat voorschriften of bindende voorstellen voor de jaarrekening of enige post daarvan worden gegeven.
@@ -2682,7 +2682,7 @@
##### Artikel 212
De vennootschap zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens [artikel 392 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2003-01-01&g=2004-01-01) toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de algemene vergadering, bestemd tot hun behandeling, te haren kantore aanwezig zijn. De houders van haar aandelen of van met haar medewerking uitgegeven certificaten op naam daarvan kunnen de stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
De vennootschap zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens [artikel 392 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2004-02-18&g=2004-02-18) toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de algemene vergadering, bestemd tot hun behandeling, te haren kantore aanwezig zijn. De houders van haar aandelen of van met haar medewerking uitgegeven certificaten op naam daarvan kunnen de stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
##### Artikel 213
@@ -2750,7 +2750,7 @@
##### Artikel 222
Indien zij, die krachtens [artikel 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=219&z=2003-01-01&g=2004-01-01) tot de bijeenroeping bevoegd zijn, in gebreke zijn gebleven een bij [artikel 218](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=218&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of de statuten voorgeschreven algemene vergadering te doen houden, kan iedere aandeelhouder door de voorzieningenrechter van de rechtbank worden gemachtigd zelf daartoe over te gaan. [Artikel 220 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=220&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [artikel 221](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=221&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien zij, die krachtens [artikel 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=219&z=2004-02-18&g=2004-02-18) tot de bijeenroeping bevoegd zijn, in gebreke zijn gebleven een bij [artikel 218](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=218&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of de statuten voorgeschreven algemene vergadering te doen houden, kan iedere aandeelhouder door de voorzieningenrechter van de rechtbank worden gemachtigd zelf daartoe over te gaan. [Artikel 220 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=220&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [artikel 221](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=221&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 223
@@ -2768,7 +2768,7 @@
##### Artikel 225
Behoudens het bepaalde bij de tweede zin van het [eerste lid van artikel 221](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=221&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geschiedt de oproeping niet later dan op de vijftiende dag vóór die der vergadering. Was die termijn korter of heeft de oproeping niet plaats gehad, dan kunnen geen wettige besluiten worden genomen, tenzij met algemene stemmen in een vergadering, waarin het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
Behoudens het bepaalde bij de tweede zin van het [eerste lid van artikel 221](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=221&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geschiedt de oproeping niet later dan op de vijftiende dag vóór die der vergadering. Was die termijn korter of heeft de oproeping niet plaats gehad, dan kunnen geen wettige besluiten worden genomen, tenzij met algemene stemmen in een vergadering, waarin het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
##### Artikel 226
@@ -2822,7 +2822,7 @@
##### Artikel 231a
1. Het besluit tot verhoging van het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal volgens [artikel 178a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Het besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee-derde van de uitgebrachte stemmen indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan is naast het besluit tot verhoging of verlaging een voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit nodig van elke groep van houders van aandelen waaraan de omzetting afbreuk doet.
1. Het besluit tot verhoging van het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal volgens [artikel 178a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Het besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee-derde van de uitgebrachte stemmen indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan is naast het besluit tot verhoging of verlaging een voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit nodig van elke groep van houders van aandelen waaraan de omzetting afbreuk doet.
2. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder aandelen van een bepaalde soort tevens begrepen aandelen met een onderscheiden nominale waarde.
@@ -2834,7 +2834,7 @@
1. Wanneer aan de algemene vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten zal worden gedaan, moet zulks steeds bij de oproeping tot de algemene vergadering worden vermeld.
2. Degenen die zodanige oproeping hebben gedaan, moeten tegelijkertijd een afschrift van dat voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, ten kantore van de vennootschap nederleggen ter inzage voor iedere aandeelhouder tot de afloop der vergadering. [Artikel 224 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=224&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
2. Degenen die zodanige oproeping hebben gedaan, moeten tegelijkertijd een afschrift van dat voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, ten kantore van de vennootschap nederleggen ter inzage voor iedere aandeelhouder tot de afloop der vergadering. [Artikel 224 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=224&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing.
3. De aandeelhouders moeten in de gelegenheid worden gesteld van de dag der nederlegging tot die der algemene vergadering een afschrift van het voorstel, gelijk bij het vorige lid bedoeld, te verkrijgen. Deze afschriften worden kosteloos verstrekt.
@@ -2856,7 +2856,7 @@
3. Ter verkrijging van deze verklaring moeten aan Onze Minister van Justitie alle inlichtingen verstrekt worden die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag. Tevens moet aan Onze Minister ten bate van 's Rijks kas een bedrag van € 90,76 worden voldaan. Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur dit bedrag verhogen in verband met de stijging van het loon- en prijspeil.
4. De verklaring is niet vereist bij een omzetting van de bedragen van de aandelen of van het maatschappelijk of het geplaatste kapitaal in euro volgens [artikel 178a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
4. De verklaring is niet vereist bij een omzetting van de bedragen van de aandelen of van het maatschappelijk of het geplaatste kapitaal in euro volgens [artikel 178a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 236
@@ -2894,11 +2894,11 @@
##### Artikel 241
De rechtbank, binnen welker rechtsgebied de vennootschap haar woonplaats heeft, neemt kennis van alle rechtsvorderingen betreffende de overeenkomst tussen de vennootschap en de bestuurder, daaronder begrepen de vordering bedoeld bij [artikel 248](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=248&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek, waarvan het bedrag onbepaald is of € 5000 te boven gaat. Dezelfde rechtbank neemt kennis van verzoeken als bedoeld in [artikel 685 van Boek 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=685) betreffende de in de eerste zin genoemde overeenkomst.
De rechtbank, binnen welker rechtsgebied de vennootschap haar woonplaats heeft, neemt kennis van alle rechtsvorderingen betreffende de overeenkomst tussen de vennootschap en de bestuurder, daaronder begrepen de vordering bedoeld bij [artikel 248](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=248&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek, waarvan het bedrag onbepaald is of € 5000 te boven gaat. Dezelfde rechtbank neemt kennis van verzoeken als bedoeld in [artikel 685 van Boek 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=685) betreffende de in de eerste zin genoemde overeenkomst.
##### Artikel 242
1. De benoeming van bestuurders geschiedt voor de eerste maal bij de akte van oprichting en later door de algemene vergadering van aandeelhouders, tenzij zij overeenkomstig [artikel 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=272&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek door de raad van commissarissen geschiedt.
1. De benoeming van bestuurders geschiedt voor de eerste maal bij de akte van oprichting en later door de algemene vergadering van aandeelhouders, tenzij zij overeenkomstig [artikel 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=272&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek door de raad van commissarissen geschiedt.
2. De statuten kunnen de kring van benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan de bestuurders moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden gesteld door een besluit van de algemene vergadering genomen met twee derden van de uitgebrachte stemmen die meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
@@ -2938,7 +2938,7 @@
1. In geval van faillissement van de vennootschap is iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
2. Indien het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=10&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2003-01-01&g=2004-01-01), heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de verplichtingen uit [artikel 15**a** van Boek 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=15a). Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen.
2. Indien het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=10&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2004-02-18&g=2004-02-18), heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de verplichtingen uit [artikel 15**a** van Boek 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=15a). Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen.
3. Niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
@@ -2950,11 +2950,11 @@
7. Met een bestuurder wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen de door de rechter benoemde bewindvoerder.
8. Dit artikel laat onverlet de bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering op grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
8. Dit artikel laat onverlet de bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering op grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
9. Indien een bestuurder ingevolge dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot betaling van zijn schuld terzake, kan de curator de door die bestuurder onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid tot verhaal op hem is verminderd, ten behoeve van de boedel door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen, indien aannemelijk is dat deze geheel of nagenoeg geheel met het oogmerk van vermindering van dat verhaal zijn verricht.[Artikel 45 leden 4 en 5 van Boek 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=45) is van overeenkomstige toepassing.
10. [Artikel 138 lid 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van toepassing.
10. [Artikel 138 lid 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van toepassing.
##### Artikel 249
@@ -2976,21 +2976,21 @@
##### Artikel 252
1. De commissarissen die niet reeds bij de akte van oprichting zijn aangewezen, worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders, tenzij de benoeming overeenkomstig [artikel 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek geschiedt. De statuten kunnen de kring van benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan de commissarissen moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden gesteld door een besluit van de algemene vergadering genomen met twee derden van de uitgebrachte stemmen die meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
2. De [eerste twee leden van artikel 243](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=243&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing, indien de benoeming door de algemene vergadering van aandeelhouders geschiedt.
1. De commissarissen die niet reeds bij de akte van oprichting zijn aangewezen, worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders, tenzij de benoeming overeenkomstig [artikel 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek geschiedt. De statuten kunnen de kring van benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan de commissarissen moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden gesteld door een besluit van de algemene vergadering genomen met twee derden van de uitgebrachte stemmen die meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
2. De [eerste twee leden van artikel 243](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=243&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing, indien de benoeming door de algemene vergadering van aandeelhouders geschiedt.
3. Bij een aanbeveling of voordracht tot benoeming van een commissaris worden van de kandidaat medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep, het bedrag aan door hem gehouden aandelen in het kapitaal der vennootschap en de betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van een commissaris. Tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij reeds als commissaris is verbonden; indien zich daaronder rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde groep behoren, kan met de aanduiding van die groep worden volstaan. De aanbeveling en de voordracht worden met redenen omkleed.
##### Artikel 253
Bij de statuten kan worden bepaald dat een of meer commissarissen, doch ten hoogste een derde van het gehele aantal, zullen worden benoemd door anderen dan de algemene vergadering. Is de benoeming van commissarissen geregeld overeenkomstig de [artikelen 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [269](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=269&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek, dan vindt de vorige zin geen toepassing.
Bij de statuten kan worden bepaald dat een of meer commissarissen, doch ten hoogste een derde van het gehele aantal, zullen worden benoemd door anderen dan de algemene vergadering. Is de benoeming van commissarissen geregeld overeenkomstig de [artikelen 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [269](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=269&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek, dan vindt de vorige zin geen toepassing.
##### Artikel 254
1. Een commissaris kan worden geschorst en ontslagen door degene die bevoegd is tot benoeming, tenzij [artikel 271 leden 2 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=271&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek van toepassing is.
2. Het [tweede en het derde lid van artikel 244](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=244&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Een commissaris kan worden geschorst en ontslagen door degene die bevoegd is tot benoeming, tenzij [artikel 271 leden 2 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=271&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek van toepassing is.
2. Het [tweede en het derde lid van artikel 244](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=244&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 255
@@ -3012,7 +3012,7 @@
##### Artikel 259
Het bepaalde bij de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [241](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=241&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [248](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=248&z=2003-01-01&g=2004-01-01) vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de taakvervulling door de raad van commissarissen.
Het bepaalde bij de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=9&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [241](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=241&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [248](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=248&z=2004-02-18&g=2004-02-18) vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de taakvervulling door de raad van commissarissen.
##### Artikel 260
@@ -3036,7 +3036,7 @@
##### Artikel 263
1. Een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid moet, indien het volgende lid op haar van toepassing is, binnen twee maanden na de vaststelling of goedkeuring van haar jaarrekening door de algemene vergadering van aandeelhouders ten kantore van het handelsregister opgaaf doen, dat zij aan de in dat lid gestelde voorwaarden voldoet. Totdat [artikel 264 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=264&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek toepassing heeft gevonden, vermeldt het bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer de opgaaf is gedaan; wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in het eerste jaarverslag dat na de datum van die doorhaling wordt uitgebracht.
1. Een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid moet, indien het volgende lid op haar van toepassing is, binnen twee maanden na de vaststelling of goedkeuring van haar jaarrekening door de algemene vergadering van aandeelhouders ten kantore van het handelsregister opgaaf doen, dat zij aan de in dat lid gestelde voorwaarden voldoet. Totdat [artikel 264 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=264&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek toepassing heeft gevonden, vermeldt het bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer de opgaaf is gedaan; wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in het eerste jaarverslag dat na de datum van die doorhaling wordt uitgebracht.
2. De verplichting tot het doen van opgaaf geldt, indien:
@@ -3048,13 +3048,13 @@
3. De verplichting tot het doen van een opgaaf geldt niet voor:
- a. een vennootschap die afhankelijke maatschappij is van een rechtspersoon waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing zijn,
- a. een vennootschap die afhankelijke maatschappij is van een rechtspersoon waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing zijn,
- b. een vennootschap wier werkzaamheid zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt tot het beheer en de financiering van groepsmaatschappijen, en van haar en hun deelnemingen in andere rechtspersonen, mits de werknemers in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in meerderheid buiten Nederland werkzaam zijn,
- c. een vennootschap die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan een vennootschap als bedoeld onder b of in [artikel 153 lid 3 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=153&z=2003-01-01&g=2004-01-01), en aan de in die bepalingen genoemde groepsmaatschappijen en rechtspersonen diensten ten behoeve van het beheer en de financiering verleent, en
- d. een vennootschap waarin voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal volgens een onderlinge regeling tot samenwerking wordt deelgenomen door twee of meer rechtspersonen waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing zijn of die afhankelijke maatschappij zijn van zulk een rechtspersoon.
- c. een vennootschap die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan een vennootschap als bedoeld onder b of in [artikel 153 lid 3 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=153&z=2004-02-18&g=2004-02-18), en aan de in die bepalingen genoemde groepsmaatschappijen en rechtspersonen diensten ten behoeve van het beheer en de financiering verleent, en
- d. een vennootschap waarin voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal volgens een onderlinge regeling tot samenwerking wordt deelgenomen door twee of meer rechtspersonen waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing zijn of die afhankelijke maatschappij zijn van zulk een rechtspersoon.
4. Het in onderdeel a van lid 2 genoemde grensbedrag wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer sedert een bij die maatregel te bepalen datum; het wordt daarbij afgerond op het naaste veelvoud van een miljoen euro. Het bedrag wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het onafgeronde bedrag minder dan een miljoen euro afwijkt van het laatst vastgestelde bedrag.
@@ -3062,21 +3062,21 @@
##### Artikel 264
1. De [artikelen 268-274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek zijn van toepassing op een vennootschap waaromtrent een opgaaf als bedoeld in het vorige artikel gedurende drie jaren onafgebroken is ingeschreven; deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken, indien een doorhaling van de opgaaf, welke tijdens die termijn ten onrechte heeft plaatsgevonden, is ongedaan gemaakt.
2. De doorhaling van de inschrijving op grond van de omstandigheid dat de vennootschap niet meer voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid van het vorige artikel, doet de toepasselijkheid van de [artikelen 268-274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek slechts eindigen, indien drie jaren na de doorhaling zijn verstreken en de vennootschap gedurende die termijn niet opnieuw tot het doen van de opgaaf is verplicht geweest.
3. De vennootschap brengt haar statuten in overeenstemming met de [artikelen 268-274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) welke voor haar gelden, uiterlijk met ingang van de dag waarop die artikelen krachtens lid 1 op haar van toepassing worden.
1. De [artikelen 268-274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek zijn van toepassing op een vennootschap waaromtrent een opgaaf als bedoeld in het vorige artikel gedurende drie jaren onafgebroken is ingeschreven; deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken, indien een doorhaling van de opgaaf, welke tijdens die termijn ten onrechte heeft plaatsgevonden, is ongedaan gemaakt.
2. De doorhaling van de inschrijving op grond van de omstandigheid dat de vennootschap niet meer voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid van het vorige artikel, doet de toepasselijkheid van de [artikelen 268-274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek slechts eindigen, indien drie jaren na de doorhaling zijn verstreken en de vennootschap gedurende die termijn niet opnieuw tot het doen van de opgaaf is verplicht geweest.
3. De vennootschap brengt haar statuten in overeenstemming met de [artikelen 268-274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) welke voor haar gelden, uiterlijk met ingang van de dag waarop die artikelen krachtens lid 1 op haar van toepassing worden.
##### Artikel 265
1. In afwijking van het vorige artikel gelden de [artikelen 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=272&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [273](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=273&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek niet voor een vennootschap waarin een deelneming voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal wordt gehouden:
1. In afwijking van het vorige artikel gelden de [artikelen 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=272&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [273](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=273&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek niet voor een vennootschap waarin een deelneming voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal wordt gehouden:
- a. door een rechtspersoon waarvan de werknemers in meerderheid buiten Nederland werkzaam zijn, of door afhankelijke maatschappijen daarvan
- b. volgens een onderlinge regeling tot samenwerking door een aantal van zulke rechtspersonen of maatschappijen, of
- c. volgens een onderlinge regeling tot samenwerking door een of meer van zulke rechtspersonen en een of meer rechtspersonen waarvoor [artikel 153 lid 3 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=153&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [artikel 263 lid 3 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=263&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geldt of waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2003-01-01&g=2004-01-01), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing zijn.
- c. volgens een onderlinge regeling tot samenwerking door een of meer van zulke rechtspersonen en een of meer rechtspersonen waarvoor [artikel 153 lid 3 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=153&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [artikel 263 lid 3 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=263&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geldt of waarop de [artikelen 63f tot en met 63j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=2&artikel=63f&z=2004-02-18&g=2004-02-18), de [artikelen 158 tot en met 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=158&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [164](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=6&artikel=164&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of de [artikelen 268 tot en met 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=274&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing zijn.
2. De uitzondering volgens het vorige lid geldt echter niet, indien de werknemers in dienst van de vennootschap, tezamen met die in dienst van de rechtspersoon of rechtspersonen, in meerderheid in Nederland werkzaam zijn.
@@ -3084,25 +3084,25 @@
##### Artikel 266
Onze Minister van Justitie kan, gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een vennootschap op haar verzoek ontheffing verlenen van een of meer der [artikelen 268-274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek; de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken.
Onze Minister van Justitie kan, gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een vennootschap op haar verzoek ontheffing verlenen van een of meer der [artikelen 268-274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek; de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken.
##### Artikel 267
1. Een vennootschap waarvoor [artikel 264](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=264&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek niet geldt, kan bij haar statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen overeenkomstig de [artikelen 268-274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek indien zij of een afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn. Zij mag daarbij [artikel 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=272&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek, [artikel 273](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=273&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek of deze beide artikelen buiten toepassing laten. De in dit lid bedoelde regeling in de statuten verliest haar gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op de ondernemingsraad niet langer de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn.
2. Een vennootschap waarvoor [artikel 265](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=265&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek geldt, kan de bevoegdheid tot benoeming en ontslag van bestuurders en die tot vaststelling van de jaarrekening regelen overeenkomstig de [artikelen 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=272&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [273](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=273&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek.
1. Een vennootschap waarvoor [artikel 264](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=264&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek niet geldt, kan bij haar statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen overeenkomstig de [artikelen 268-274](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek indien zij of een afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn. Zij mag daarbij [artikel 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=272&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek, [artikel 273](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=273&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek of deze beide artikelen buiten toepassing laten. De in dit lid bedoelde regeling in de statuten verliest haar gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op de ondernemingsraad niet langer de bepalingen van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) van toepassing zijn.
2. Een vennootschap waarvoor [artikel 265](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=265&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek geldt, kan de bevoegdheid tot benoeming en ontslag van bestuurders en die tot vaststelling van de jaarrekening regelen overeenkomstig de [artikelen 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=272&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [273](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=273&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek.
##### Artikel 268
1. De vennootschap heeft een raad van commissarissen.
2. De commissarissen worden, behoudens het bepaalde in het voorlaatste lid, benoemd door de raad van commissarissen, voor zover de benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting of voordat dit artikel op de vennootschap van toepassing is geworden. De bevoegdheid tot benoeming kan niet door enige bindende voordracht worden beperkt. Onverminderd het bepaalde in [artikel 270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=270&z=2003-01-01&g=2004-01-01) kunnen de statuten de kring van benoembare personen niet beperken.
2. De commissarissen worden, behoudens het bepaalde in het voorlaatste lid, benoemd door de raad van commissarissen, voor zover de benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting of voordat dit artikel op de vennootschap van toepassing is geworden. De bevoegdheid tot benoeming kan niet door enige bindende voordracht worden beperkt. Onverminderd het bepaalde in [artikel 270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=270&z=2004-02-18&g=2004-02-18) kunnen de statuten de kring van benoembare personen niet beperken.
3. De raad van commissarissen bestaat uit ten minste drie leden. Is het aantal commissarissen minder dan drie, dan neemt de raad onverwijld maatregelen tot aanvulling van zijn ledental.
4. De algemene vergadering van aandeelhouders, de ondernemingsraad en het bestuur kunnen aan de raad van commissarissen personen voor benoeming tot commissaris aanbevelen. De raad van commissarissen deelt hun daartoe tijdig mede, wanneer en ten gevolge waarvan in zijn midden een plaats moet worden vervuld.
5. De raad geeft aan de algemene vergadering van aandeelhouders en de ondernemingsraad kennis van de naam van degene die hij wenst te benoemen, met inachtneming van het [derde lid van artikel 252](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=252&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek.
5. De raad geeft aan de algemene vergadering van aandeelhouders en de ondernemingsraad kennis van de naam van degene die hij wenst te benoemen, met inachtneming van het [derde lid van artikel 252](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=252&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek.
6. De raad benoemt deze persoon, tenzij de algemene vergadering of de ondernemingsraad tegen de voorgenomen benoeming bezwaar maakt op grond dat de voorschriften van lid 4, tweede volzin, of lid 5 niet behoorlijk zijn nageleefd, dan wel op grond van de verwachting dat de voorgedragen persoon ongeschikt zal zijn voor de vervulling van de taak van commissaris of dat de raad van commissarissen bij benoeming overeenkomstig het voornemen niet naar behoren zal zijn samengesteld.
@@ -3114,7 +3114,7 @@
10. Een verweerschrift kan worden ingediend door een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering of van de ondernemingsraad die het in lid 6 bedoelde bezwaar heeft gemaakt. De ondernemingskamer doet ook de vertegenwoordigers oproepen die door de algemene vergadering of de ondernemingsraad die geen bezwaar heeft gemaakt, zijn aangewezen. Tegen de beslissing van de ondernemingskamer is geen hogere voorziening toegelaten. De ondernemingskamer kan geen veroordeling in de proceskosten uitspreken.
11. De algemene vergadering van aandeelhouders kan de bevoegdheden en verplichtingen die haar en haar vertegenwoordigers volgens dit artikel toekomen, voor een door haar te bepalen duur van telkens ten hoogste twee achtereenvolgende jaren, overdragen aan een commissie van aandeelhouders waarvan zij de leden aanwijst; in dat geval geeft de raad van commissarissen, met inachtneming van het [derde lid van artikel 252](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=252&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek, aan de commissie kennis van de naam van degene die hij tot commissaris wenst te benoemen. De algemene vergadering kan te allen tijde de overdracht ongedaan maken.
11. De algemene vergadering van aandeelhouders kan de bevoegdheden en verplichtingen die haar en haar vertegenwoordigers volgens dit artikel toekomen, voor een door haar te bepalen duur van telkens ten hoogste twee achtereenvolgende jaren, overdragen aan een commissie van aandeelhouders waarvan zij de leden aanwijst; in dat geval geeft de raad van commissarissen, met inachtneming van het [derde lid van artikel 252](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=5&artikel=252&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek, aan de commissie kennis van de naam van degene die hij tot commissaris wenst te benoemen. De algemene vergadering kan te allen tijde de overdracht ongedaan maken.
12. De statuten kunnen bepalen dat een of meer commissarissen van overheidswege worden benoemd. Met betrekking tot een zodanige benoeming heeft degene die met deze benoeming is belast, de bevoegdheden en verplichtingen die volgens de voorgaande leden voor de raad van commissarissen gelden, en hebben jegens hem de algemene vergadering van aandeelhouders, de ondernemingsraad en het bestuur de bevoegdheden en verplichtingen die zij volgens de voorgaande leden hebben jegens de raad van commissarissen; de raad van commissarissen kan voor deze benoeming een aanbeveling doen.
@@ -3144,7 +3144,7 @@
1. Een commissaris treedt uiterlijk af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren commissaris is geweest. De termijn kan bij de statuten worden verlengd tot de dag van de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders na afloop van de vier jaren of na de dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is gaan gelden.
2. De ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam kan op een desbetreffend verzoek een commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging der omstandigheden op grond waarvan handhaving als commissaris redelijkerwijze niet van de vennootschap kan worden verlangd. Het verzoek kan worden ingediend door de vennootschap, ten deze vertegenwoordigd door de raad van commissarissen, alsmede door een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering van aandeelhouders of van de ondernemingsraad, bedoeld in het [laatste lid van artikel 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek. Het elfde en het [dertiende lid van artikel 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam kan op een desbetreffend verzoek een commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging der omstandigheden op grond waarvan handhaving als commissaris redelijkerwijze niet van de vennootschap kan worden verlangd. Het verzoek kan worden ingediend door de vennootschap, ten deze vertegenwoordigd door de raad van commissarissen, alsmede door een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering van aandeelhouders of van de ondernemingsraad, bedoeld in het [laatste lid van artikel 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek. Het elfde en het [dertiende lid van artikel 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een commissaris kan worden geschorst door de raad van commissarissen; de schorsing vervalt van rechtswege, indien de vennootschap niet binnen een maand na de aanvang der schorsing een verzoek als bedoeld in het vorige lid bij de ondernemingskamer heeft ingediend.
@@ -3152,11 +3152,11 @@
##### Artikel 272
De raad van commissarissen benoemt de bestuurders der vennootschap; deze bevoegdheid kan niet door enige bindende voordracht worden beperkt. Hij geeft de algemene vergadering van aandeelhouders kennis van een voorgenomen benoeming van een bestuurder der vennootschap; hij ontslaat een bestuurder niet dan nadat de algemene vergadering over het voorgenomen ontslag is gehoord. Het [elfde lid van artikel 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek is van overeenkomstige toepassing.
De raad van commissarissen benoemt de bestuurders der vennootschap; deze bevoegdheid kan niet door enige bindende voordracht worden beperkt. Hij geeft de algemene vergadering van aandeelhouders kennis van een voorgenomen benoeming van een bestuurder der vennootschap; hij ontslaat een bestuurder niet dan nadat de algemene vergadering over het voorgenomen ontslag is gehoord. Het [elfde lid van artikel 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 273
De raad van commissarissen stelt de jaarrekening vast. Hij legt deze gelijktijdig ter goedkeuring aan de algemene vergadering van aandeelhouders en ter bespreking aan de in [artikel 268 lid 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde ondernemingsraad over.
De raad van commissarissen stelt de jaarrekening vast. Hij legt deze gelijktijdig ter goedkeuring aan de algemene vergadering van aandeelhouders en ter bespreking aan de in [artikel 268 lid 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=268&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde ondernemingsraad over.
##### Artikel 274
@@ -3236,13 +3236,13 @@
De aanvrager kan beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tegen:
- a. een weigering van het verzoek als bedoeld in [artikel 175, lid 3, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=175&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- b. een weigering van de verklaring als bedoeld in [artikel 179, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=179&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- c. een weigering van de verklaring als bedoeld in [artikel 235, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=235&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en
- d. een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking van de ontheffing, alsmede een beschikking tot verlening van de ontheffing voor zover daaraan voorschriften zijn verbonden dan wel daarbij beperkingen zijn opgelegd in [artikel 266](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=266&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
- a. een weigering van het verzoek als bedoeld in [artikel 175, lid 3, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=175&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- b. een weigering van de verklaring als bedoeld in [artikel 179, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=179&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- c. een weigering van de verklaring als bedoeld in [artikel 235, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=4&artikel=235&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en
- d. een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking van de ontheffing, alsmede een beschikking tot verlening van de ontheffing voor zover daaraan voorschriften zijn verbonden dan wel daarbij beperkingen zijn opgelegd in [artikel 266](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=6&artikel=266&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
## Titel 6. Stichtingen
@@ -3312,7 +3312,7 @@
##### Artikel 293
De statuten van de stichting kunnen door haar organen slechts worden gewijzigd, indien de statuten daartoe de mogelijkheid openen. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=289&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek bedoelde register.
De statuten van de stichting kunnen door haar organen slechts worden gewijzigd, indien de statuten daartoe de mogelijkheid openen. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=289&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek bedoelde register.
##### Artikel 294
@@ -3320,15 +3320,15 @@
2. De rechtbank wijkt daarbij zo min mogelijk van de bestaande statuten af; indien wijziging van het doel noodzakelijk is, wijst zij een doel aan dat aan het bestaande verwant is. Met inachtneming van het vorenstaande is de rechtbank bevoegd, zo nodig, de statuten op andere wijze te wijzigen dan is verzocht.
3. Met overeenkomstige toepassing van de beide vorige leden kan de rechtbank de statuten wijzigen om ontbinding van de stichting op een grond als vermeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=21&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [artikel 301 lid 1 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=301&z=2003-01-01&g=2004-01-01) te voorkomen.
3. Met overeenkomstige toepassing van de beide vorige leden kan de rechtbank de statuten wijzigen om ontbinding van de stichting op een grond als vermeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=21&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [artikel 301 lid 1 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=301&z=2004-02-18&g=2004-02-18) te voorkomen.
##### Artikel 295
Een besluit tot wijziging van de statuten kan te allen tijde op verzoek van de stichting, van een belanghebbende of van het openbaar ministerie door de rechtbank worden vernietigd, indien de wijziging tot gevolg heeft dat de stichting kan worden ontbonden op een grond als bedoeld in de [artikelen 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=21&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [301 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=301&z=2003-01-01&g=2004-01-01), en die wijziging niet tot omzetting leidt. Overigens zijn [artikel 15 leden 3 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=15&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=16&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing.
Een besluit tot wijziging van de statuten kan te allen tijde op verzoek van de stichting, van een belanghebbende of van het openbaar ministerie door de rechtbank worden vernietigd, indien de wijziging tot gevolg heeft dat de stichting kan worden ontbonden op een grond als bedoeld in de [artikelen 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=21&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [301 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=301&z=2004-02-18&g=2004-02-18), en die wijziging niet tot omzetting leidt. Overigens zijn [artikel 15 leden 3 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=15&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=16&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing.
##### Artikel 296
In een geding, waarin ontbinding van een stichting op een grond als vermeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=21&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [301 lid 1 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=301&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt verzocht, kan de rechtbank de bevoegdheden in de beide voorgaande artikelen genoemd, ambtshalve uitoefenen.
In een geding, waarin ontbinding van een stichting op een grond als vermeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=21&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [301 lid 1 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=301&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt verzocht, kan de rechtbank de bevoegdheden in de beide voorgaande artikelen genoemd, ambtshalve uitoefenen.
##### Artikel 297
@@ -3358,19 +3358,19 @@
##### Artikel 300
1. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van een stichting als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2003-01-01&g=2004-01-01), behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door het in lid 3 bedoelde orgaan op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor hen die deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan ter inzage ten kantore van de stichting. Binnen deze termijn legt het bestuur ook de krachtens [artikel 392 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2003-01-01&g=2004-01-01) toe te voegen gegevens ter inzage voor hen die deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan en het jaarverslag, tenzij [artikel 396 lid 6, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01), voor zover het betreft het jaarverslag, of [artikel 403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2003-01-01&g=2004-01-01) voor de stichting gelden. De termijn kan voor beleggingsmaatschappijen waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) een vergunning is verleend, bij of krachtens die wet worden bekort. Zij die deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan kunnen kosteloos een afschrift van deze stukken verkrijgen.
1. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van een stichting als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2004-02-18&g=2004-02-18), behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door het in lid 3 bedoelde orgaan op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor hen die deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan ter inzage ten kantore van de stichting. Binnen deze termijn legt het bestuur ook de krachtens [artikel 392 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2004-02-18&g=2004-02-18) toe te voegen gegevens ter inzage voor hen die deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan en het jaarverslag, tenzij [artikel 396 lid 6, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18), voor zover het betreft het jaarverslag, of [artikel 403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2004-02-18&g=2004-02-18) voor de stichting gelden. De termijn kan voor beleggingsmaatschappijen waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) een vergunning is verleend, bij of krachtens die wet worden bekort. Zij die deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan kunnen kosteloos een afschrift van deze stukken verkrijgen.
2. De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door hen die deel uitmaken van het toezicht houdende orgaan; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De jaarrekening wordt uiterlijk een maand na afloop van de termijn vastgesteld door het daartoe volgens de statuten bevoegde orgaan. Indien de statuten deze bevoegdheid niet aan enig orgaan verlenen, komt deze bevoegdheid toe aan het toezicht houdende orgaan en bij gebreke daarvan aan het bestuur.
4. Een stichting als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2003-01-01&g=2004-01-01) mag ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves een tekort slechts delgen voor zover de wet dat toestaat.
4. Een stichting als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2004-02-18&g=2004-02-18) mag ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves een tekort slechts delgen voor zover de wet dat toestaat.
5. Onze Minister van Economische Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het vaststellen van de jaarrekening.
##### Artikel 300a
De [artikelen 131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=131&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [139](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=139&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=149&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [150](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=150&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van faillissement van een stichting die aan de heffing van vennootschapsbelasting is onderworpen.
De [artikelen 131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=131&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=138&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [139](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=139&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=149&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [150](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=5&artikel=150&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van faillissement van een stichting die aan de heffing van vennootschapsbelasting is onderworpen.
##### Artikel 301
@@ -3380,7 +3380,7 @@
- b. het doel der stichting is bereikt of niet meer kan worden bereikt, en wijziging van het doel niet in aanmerking komt.
2. De rechtbank kan ook ambtshalve de stichting ontbinden tegelijk met de afwijzing van een verzoek als bedoeld in [artikel 294](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=294&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
2. De rechtbank kan ook ambtshalve de stichting ontbinden tegelijk met de afwijzing van een verzoek als bedoeld in [artikel 294](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=294&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 302
@@ -3394,17 +3394,17 @@
vernietiging van een besluit tot wijziging van de statuten,
worden door de zorg van de griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk aanhangig was ingeschreven in het in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=289&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek genoemde register.
worden door de zorg van de griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk aanhangig was ingeschreven in het in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=289&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek genoemde register.
##### Artikel 303
In geval van faillissement of surséance van betaling van een stichting worden de aankondigingen welke krachtens de [Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860) in de **Nederlandse Staatscourant** worden opgenomen, door hem die met de openbaarmaking is belast, mede ter inschrijving in het register, bedoeld in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=289&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek, opgegeven.
In geval van faillissement of surséance van betaling van een stichting worden de aankondigingen welke krachtens de [Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860) in de **Nederlandse Staatscourant** worden opgenomen, door hem die met de openbaarmaking is belast, mede ter inschrijving in het register, bedoeld in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=289&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek, opgegeven.
##### Artikel 304
1. De deelnemers aan een pensioenfonds of aan een fonds als bedoeld in [artikel 631, lid 3, onder **c**, van Boek 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=631), worden voor de toepassing van [artikel 285](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=285&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek niet beschouwd als leden van een stichting die als een zodanig fonds werkzaam is.
2. Voor de toepassing van [artikel 285 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=285&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek gelden als uitkeringen aan oprichters van zulk een stichting of aan hen die deel uitmaken van haar organen, niet de uitkeringen die voortvloeien uit een recht op pensioen of uit een aanspraak krachtens een arbeidsovereenkomst waarin een beding als bedoeld in [artikel 631, lid 3, onder **c**, van Boek 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=631), is opgenomen.
1. De deelnemers aan een pensioenfonds of aan een fonds als bedoeld in [artikel 631, lid 3, onder **c**, van Boek 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=631), worden voor de toepassing van [artikel 285](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=285&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek niet beschouwd als leden van een stichting die als een zodanig fonds werkzaam is.
2. Voor de toepassing van [artikel 285 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=6&artikel=285&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek gelden als uitkeringen aan oprichters van zulk een stichting of aan hen die deel uitmaken van haar organen, niet de uitkeringen die voortvloeien uit een recht op pensioen of uit een aanspraak krachtens een arbeidsovereenkomst waarin een beding als bedoeld in [artikel 631, lid 3, onder **c**, van Boek 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=631), is opgenomen.
##### Artikel 305
@@ -3452,7 +3452,7 @@
1. Met uitzondering van de verkrijgende rechtspersoon houden de fuserende rechtspersonen door het van kracht worden van de fusie op te bestaan.
2. De leden of aandeelhouders van de verdwijnende rechtspersonen worden door de fusie lid of aandeelhouder van de verkrijgende rechtspersoon, uitgezonderd in de gevallen van de [artikelen 310 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=310&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [333](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=333&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [334](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=334&z=2003-01-01&g=2004-01-01), of wanneer krachtens de ruilverhouding van de aandelen zelfs geen recht bestaat op een enkel aandeel.
2. De leden of aandeelhouders van de verdwijnende rechtspersonen worden door de fusie lid of aandeelhouder van de verkrijgende rechtspersoon, uitgezonderd in de gevallen van de [artikelen 310 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=310&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [333](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=333&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [334](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=334&z=2004-02-18&g=2004-02-18), of wanneer krachtens de ruilverhouding van de aandelen zelfs geen recht bestaat op een enkel aandeel.
##### Artikel 312
@@ -3464,7 +3464,7 @@
- b. de statuten van de verkrijgende rechtspersoon zoals die luiden en zoals zij na de fusie zullen luiden of, indien de verkrijgende rechtspersoon nieuw wordt opgericht, het ontwerp van de akte van oprichting;
- c. welke rechten of vergoedingen ingevolge [artikel 320](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=320&z=2003-01-01&g=2004-01-01) ten laste van de verkrijgende rechtspersoon worden toegekend aan degenen die anders dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben jegens de verdwijnende rechtspersonen, zoals rechten op een uitkering van winst of tot het nemen van aandelen, en met ingang van welk tijdstip;
- c. welke rechten of vergoedingen ingevolge [artikel 320](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=320&z=2004-02-18&g=2004-02-18) ten laste van de verkrijgende rechtspersoon worden toegekend aan degenen die anders dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben jegens de verdwijnende rechtspersonen, zoals rechten op een uitkering van winst of tot het nemen van aandelen, en met ingang van welk tijdstip;
- d. welke voordelen in verband met de fusie worden toegekend aan een bestuurder of commissaris van een te fuseren rechtspersoon of aan een ander die bij de fusie is betrokken;
@@ -3488,7 +3488,7 @@
2. Indien het laatste boekjaar van de rechtspersoon, waarover een jaarrekening of andere financiële verantwoording is vastgesteld, meer dan zes maanden voor de nederlegging van het voorstel tot fusie is verstreken, maakt het bestuur een jaarrekening of tussentijdse vermogensopstelling op. Deze heeft betrekking op de stand van het vermogen op ten vroegste de eerste dag van de derde maand voor de maand waarin zij wordt neergelegd. De vermogensopstelling wordt opgemaakt met inachtneming van de indeling en de waarderingsmethoden die in de laatst vastgestelde jaarrekening of andere financiële verantwoording zijn toegepast, tenzij daarvan gemotiveerd wordt afgeweken op de grond dat de aktuele waarde belangrijk afwijkt van de boekwaarde. In de vermogensopstelling worden de krachtens de wet of de statuten te reserveren bedragen opgenomen.
3. In de gevallen van de [artikelen 310 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=310&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [333](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=333&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is geen toelichting vereist voor de verdwijnende rechtspersoon, tenzij anderen dan de verkrijgende rechtspersoon een bijzonder recht jegens de verdwijnende rechtspersoon hebben, zoals een recht op uitkering van winst of tot het nemen van aandelen.
3. In de gevallen van de [artikelen 310 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=310&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [333](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=333&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is geen toelichting vereist voor de verdwijnende rechtspersoon, tenzij anderen dan de verkrijgende rechtspersoon een bijzonder recht jegens de verdwijnende rechtspersoon hebben, zoals een recht op uitkering van winst of tot het nemen van aandelen.
##### Artikel 313a
@@ -3504,7 +3504,7 @@
- c. de jaarverslagen van de te fuseren rechtspersonen over de laatste drie afgesloten jaren, voor zover deze ter inzage liggen of moeten liggen,
- d. tussentijdse vermogensopstellingen of niet vastgestelde jaarrekeningen, voor zover vereist ingevolge [artikel 313 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=313&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en voor zover de jaarrekening van de rechtspersoon ter inzage moet liggen.
- d. tussentijdse vermogensopstellingen of niet vastgestelde jaarrekeningen, voor zover vereist ingevolge [artikel 313 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=313&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en voor zover de jaarrekening van de rechtspersoon ter inzage moet liggen.
2. Tegelijkertijd legt het bestuur de stukken, met inbegrip van jaarrekeningen en jaarverslagen die niet ter openbare inzage behoeven te liggen, samen met de toelichtingen van de besturen op het voorstel neer ten kantore van de rechtspersoon of, bij gebreke van een kantoor, aan de woonplaats van een bestuurder. De stukken liggen tot het tijdstip van de fusie, en op het adres van de verkrijgende rechtspersoon onderscheidenlijk van een bestuurder daarvan nog zes maanden nadien, ter inzage voor de leden of aandeelhouders, en voor hen die een bijzonder recht jegens de rechtspersoon hebben, zoals een recht op een uitkering van winst of tot het nemen van aandelen. In dit tijdvak kunnen zij kosteloos een afschrift daarvan krijgen.
@@ -3572,7 +3572,7 @@
2. De schadeloosstelling wordt bij gebreke van overeenstemming bepaald door een of meer onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede partij te benoemen door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de verkrijgende rechtspersoon is gelegen.
3. [Artikel 319](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=319&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing op pandrecht of vruchtgebruik dat op de bijzondere rechten was gevestigd.
3. [Artikel 319](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=319&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing op pandrecht of vruchtgebruik dat op de bijzondere rechten was gevestigd.
##### Artikel 321
@@ -3598,11 +3598,11 @@
- a. indien de door een notaris ondertekende akte van fusie geen authentiek geschrift is;
- b. wegens het niet naleven van [artikel 310, leden 5 en 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=310&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [artikel 316, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=316&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [318 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=318&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- b. wegens het niet naleven van [artikel 310, leden 5 en 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=310&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [artikel 316, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=316&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [318 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=318&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- c. wegens nietigheid, het niet van kracht zijn of een grond tot vernietiging van een voor de fusie vereist besluit van de algemene vergadering of, in een stichting, van het bestuur;
- d. wegens het niet naleven van [artikel 317 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=317&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
- d. wegens het niet naleven van [artikel 317 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=317&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
2. Vernietiging geschiedt door een uitspraak van de rechter van de woonplaats van de verkrijgende rechtspersoon op vordering tegen de rechtspersoon van een lid, aandeelhouder, bestuurder of andere belanghebbende. Een niet door de rechter vernietigde fusie is geldig.
@@ -3616,7 +3616,7 @@
5. Heeft de eiser tot vernietiging van de fusie schade geleden door een verzuim dat tot vernietiging had kunnen leiden, en vernietigt de rechter de fusie niet, dan kan de rechter de rechtspersoon veroordelen tot vergoeding van de schade. De rechtspersoon heeft daarvoor verhaal op de schuldigen aan het verzuim en, tot ten hoogste het genoten voordeel, op degenen die door het verzuim zijn bevoordeeld.
6. De vernietiging wordt, door de zorg van de griffier van het gerecht waar de vordering laatstelijk aanhangig was, ingeschreven in het handelsregister waarin de fusie ingevolge [artikel 318 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=318&z=2003-01-01&g=2004-01-01) moet zijn ingeschreven.
6. De vernietiging wordt, door de zorg van de griffier van het gerecht waar de vordering laatstelijk aanhangig was, ingeschreven in het handelsregister waarin de fusie ingevolge [artikel 318 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=318&z=2004-02-18&g=2004-02-18) moet zijn ingeschreven.
7. De rechtspersonen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor verbintenissen die, ten laste van de rechtspersoon waarin zij gefuseerd zijn geweest, zijn ontstaan na de fusie en voordat de vernietiging in de registers is ingeschreven.
@@ -3642,19 +3642,19 @@
2. Indien krachtens de ruilverhouding van de aandelen recht bestaat op geld of schuldvorderingen, mag het gezamenlijke bedrag daarvan een tiende van het nominale bedrag van de toegekende aandelen niet te boven gaan.
3. Bij de akte van fusie kan de verkrijgende vennootschap aandelen in haar kapitaal die zij zelf of een andere fuserende vennootschap houdt, intrekken tot ten hoogste het bedrag van de aandelen die zij toekent aan haar nieuwe aandeelhouders. De [artikelen 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=99&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=100&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [208](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=208&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [209](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=209&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden niet voor dit geval.
3. Bij de akte van fusie kan de verkrijgende vennootschap aandelen in haar kapitaal die zij zelf of een andere fuserende vennootschap houdt, intrekken tot ten hoogste het bedrag van de aandelen die zij toekent aan haar nieuwe aandeelhouders. De [artikelen 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=99&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=100&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [208](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=208&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [209](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=209&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden niet voor dit geval.
4. Aandelen in het kapitaal van de verdwijnende vennootschappen die worden gehouden door of voor rekening van de fuserende vennootschappen, vervallen.
##### Artikel 326
Het voorstel tot fusie vermeldt naast de in [artikel 312](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=312&z=2003-01-01&g=2004-01-01) genoemde gegevens:
Het voorstel tot fusie vermeldt naast de in [artikel 312](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=312&z=2004-02-18&g=2004-02-18) genoemde gegevens:
- a. de ruilverhouding van de aandelen en eventueel de omvang van de betalingen krachtens de ruilverhouding;
- b. met ingang van welk tijdstip en in welke mate de aandeelhouders van de verdwijnende vennootschappen zullen delen in de winst van de verkrijgende vennootschap;
- c. hoeveel aandelen eventueel zullen worden ingetrokken met toepassing van [artikel 325 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=325&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
- c. hoeveel aandelen eventueel zullen worden ingetrokken met toepassing van [artikel 325 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=325&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 327
@@ -3672,19 +3672,19 @@
##### Artikel 328
1. Een door het bestuur aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01) moet het voorstel tot fusie onderzoeken en moet verklaren of de voorgestelde ruilverhouding van de aandelen, mede gelet op de bijgevoegde stukken, naar zijn oordeel redelijk is. Hij moet tevens verklaren dat de som van de eigen vermogens van de verdwijnende vennootschappen, elk bepaald naar de dag waarop haar jaarrekening of tussentijdse vermogensopstelling betrekking heeft, bij toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden ten minste overeen kwam met het nominaal gestorte bedrag op de gezamenlijke aandelen die hun aandeelhouders ingevolge de fusie verkrijgen, vermeerderd met betalingen waarop zij krachtens de ruilverhouding recht hebben.
2. De accountant moet tevens een verslag opstellen, waarin hij zijn oordeel geeft over de mededelingen, bedoeld in [artikel 327](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=327&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
1. Een door het bestuur aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18) moet het voorstel tot fusie onderzoeken en moet verklaren of de voorgestelde ruilverhouding van de aandelen, mede gelet op de bijgevoegde stukken, naar zijn oordeel redelijk is. Hij moet tevens verklaren dat de som van de eigen vermogens van de verdwijnende vennootschappen, elk bepaald naar de dag waarop haar jaarrekening of tussentijdse vermogensopstelling betrekking heeft, bij toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden ten minste overeen kwam met het nominaal gestorte bedrag op de gezamenlijke aandelen die hun aandeelhouders ingevolge de fusie verkrijgen, vermeerderd met betalingen waarop zij krachtens de ruilverhouding recht hebben.
2. De accountant moet tevens een verslag opstellen, waarin hij zijn oordeel geeft over de mededelingen, bedoeld in [artikel 327](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=327&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
3. Indien twee of meer van de fuserende vennootschappen naamloze vennootschappen zijn, wordt slechts de zelfde persoon als accountant aangewezen, indien de voorzitter van de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam de aanwijzing op hun eenparige verzoek heeft goedgekeurd.
4. De accountants zijn bij alle fuserende vennootschappen gelijkelijk tot onderzoek bevoegd.
5. Op de verklaring van de accountant is [artikel 314](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=314&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van overeenkomstige toepassing en op zijn verslag de [leden 2 en 3 van artikel 314](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=314&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
5. Op de verklaring van de accountant is [artikel 314](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=314&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van overeenkomstige toepassing en op zijn verslag de [leden 2 en 3 van artikel 314](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=314&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 329
[Artikel 314 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=314&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geldt ook ten behoeve van houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van haar aandelen.
[Artikel 314 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=314&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geldt ook ten behoeve van houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van haar aandelen.
##### Artikel 330
@@ -3702,7 +3702,7 @@
2. Dit besluit kan slechts worden genomen, indien de vennootschap het voornemen hiertoe heeft vermeld in de aankondiging dat het voorstel tot fusie is neergelegd.
3. Het besluit kan niet worden genomen, indien een of meer aandeelhouders die tezamen ten minste een twintigste van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of een zoveel geringer bedrag als in de statuten is bepaald, binnen een maand na de aankondiging aan het bestuur hebben verzocht de algemene vergadering bijeen te roepen om over de fusie te besluiten. De [artikelen 317](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=317&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [330](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=330&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn dan van toepassing.
3. Het besluit kan niet worden genomen, indien een of meer aandeelhouders die tezamen ten minste een twintigste van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of een zoveel geringer bedrag als in de statuten is bepaald, binnen een maand na de aankondiging aan het bestuur hebben verzocht de algemene vergadering bijeen te roepen om over de fusie te besluiten. De [artikelen 317](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=317&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [330](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=330&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn dan van toepassing.
##### Artikel 332
@@ -3710,19 +3710,19 @@
##### Artikel 333
1. Indien de verkrijgende vennootschap fuseert met een vennootschap waarvan zij alle aandelen houdt of met een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij waarvan zij het enige lid is, zijn de [artikelen 326-328](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=326&z=2003-01-01&g=2004-01-01) niet van toepassing.
2. Indien iemand, of een ander voor zijn rekening, alle aandelen houdt in het kapitaal van de te fuseren vennootschappen en de verkrijgende vennootschap geen aandelen toekent ingevolge de akte van fusie, zijn de [artikelen 326-328](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=326&z=2003-01-01&g=2004-01-01) niet van toepassing.
3. Indien een verkrijgende vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of stichting fuseert met een naamloze of besloten vennootschap waarvan zij alle aandelen houdt, is van deze afdeling slechts van toepassing [artikel 329](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=329&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
1. Indien de verkrijgende vennootschap fuseert met een vennootschap waarvan zij alle aandelen houdt of met een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij waarvan zij het enige lid is, zijn de [artikelen 326-328](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=326&z=2004-02-18&g=2004-02-18) niet van toepassing.
2. Indien iemand, of een ander voor zijn rekening, alle aandelen houdt in het kapitaal van de te fuseren vennootschappen en de verkrijgende vennootschap geen aandelen toekent ingevolge de akte van fusie, zijn de [artikelen 326-328](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=326&z=2004-02-18&g=2004-02-18) niet van toepassing.
3. Indien een verkrijgende vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of stichting fuseert met een naamloze of besloten vennootschap waarvan zij alle aandelen houdt, is van deze afdeling slechts van toepassing [artikel 329](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=329&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 334
1. De akte van fusie kan bepalen dat de aandeelhouders van de verdwijnende vennootschappen aandeelhouder worden van een groepsmaatschappij van de verkrijgende vennootschap. Zij worden dan geen aandeelhouder van de verkrijgende vennootschap.
2. Zulk een fusie is slechts mogelijk, indien de groepsmaatschappij alleen of samen met een andere groepsmaatschappij het gehele geplaatste kapitaal van de verkrijgende vennootschap verschaft. De [artikelen 317, leden 1 tot en met 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=317&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [330](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=330&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [331](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=331&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn op het besluit van de groepsmaatschappij van overeenkomstige toepassing.
3. De groepsmaatschappij die de aandelen toekent geldt naast de verkrijgende vennootschap als fuserende rechtspersoon. Op haar rusten de verplichtingen die ingevolge de [artikelen 312-329](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=312&z=2003-01-01&g=2004-01-01) op een verkrijgende vennootschap rusten, met uitzondering van de verplichtingen uit de [artikelen 316](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=316&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [317](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=317&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [318 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=318&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [321 lid 2 en lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=321&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [323, lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=323&z=2003-01-01&g=2004-01-01); voor de toepassing van [artikel 328 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=328&z=2003-01-01&g=2004-01-01) blijft zij buiten beschouwing. De [artikelen 312 lid 2 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=312&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [320](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=320&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [325 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=325&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [326 lid 1 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=326&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden alsdan niet voor de verkrijgende vennootschap.
2. Zulk een fusie is slechts mogelijk, indien de groepsmaatschappij alleen of samen met een andere groepsmaatschappij het gehele geplaatste kapitaal van de verkrijgende vennootschap verschaft. De [artikelen 317, leden 1 tot en met 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=317&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [330](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=330&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [331](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=331&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn op het besluit van de groepsmaatschappij van overeenkomstige toepassing.
3. De groepsmaatschappij die de aandelen toekent geldt naast de verkrijgende vennootschap als fuserende rechtspersoon. Op haar rusten de verplichtingen die ingevolge de [artikelen 312-329](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=312&z=2004-02-18&g=2004-02-18) op een verkrijgende vennootschap rusten, met uitzondering van de verplichtingen uit de [artikelen 316](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=316&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [317](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=317&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [318 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=318&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [321 lid 2 en lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=321&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [323, lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=323&z=2004-02-18&g=2004-02-18); voor de toepassing van [artikel 328 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=328&z=2004-02-18&g=2004-02-18) blijft zij buiten beschouwing. De [artikelen 312 lid 2 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=312&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [320](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=2&artikel=320&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [325 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=325&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [326 lid 1 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=326&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden alsdan niet voor de verkrijgende vennootschap.
### Afdeling 4. Algemene bepalingen omtrent splitsingen
@@ -3750,7 +3750,7 @@
6. Een rechtspersoon mag niet partij zijn bij een splitsing gedurende faillissement of surséance van betaling.
7. Een splitsende rechtspersoon mag in faillissement of surséance van betaling zijn, mits alle verkrijgende rechtspersonen bij de splitsing opgerichte naamloze of besloten vennootschappen zijn en de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing enig aandeelhouder wordt. Indien de splitsende rechtspersoon in faillissement is, kan de curator tot splitsing besluiten en rusten de verplichtingen die ingevolge deze en de volgende afdeling op het bestuur rusten, op de curator; indien de rechtspersoon in surséance van betaling is, behoeft het besluit tot splitsing de goedkeuring van de bewindvoerder. De [tweede zin van artikel 334d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334d&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [artikel 334f lid 2 onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) voor zover het betreft de waarde van het deel van het vermogen dat de splitsende rechtspersoon zal behouden, [artikel 334g lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334g&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [artikel 334i lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334i&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [artikel 334k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334k&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [artikel 334w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334w&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [artikel 334ff lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334ff&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden niet in faillissement; de [tweede zin van artikel 334d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334d&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [artikel 334w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334w&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden niet in surséance.
7. Een splitsende rechtspersoon mag in faillissement of surséance van betaling zijn, mits alle verkrijgende rechtspersonen bij de splitsing opgerichte naamloze of besloten vennootschappen zijn en de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing enig aandeelhouder wordt. Indien de splitsende rechtspersoon in faillissement is, kan de curator tot splitsing besluiten en rusten de verplichtingen die ingevolge deze en de volgende afdeling op het bestuur rusten, op de curator; indien de rechtspersoon in surséance van betaling is, behoeft het besluit tot splitsing de goedkeuring van de bewindvoerder. De [tweede zin van artikel 334d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334d&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [artikel 334f lid 2 onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) voor zover het betreft de waarde van het deel van het vermogen dat de splitsende rechtspersoon zal behouden, [artikel 334g lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334g&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [artikel 334i lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334i&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [artikel 334k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334k&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [artikel 334w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334w&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [artikel 334ff lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334ff&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden niet in faillissement; de [tweede zin van artikel 334d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334d&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [artikel 334w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334w&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden niet in surséance.
##### Artikel 334c
@@ -3772,7 +3772,7 @@
- a. de verkrijgende rechtspersonen bij de splitsing opgerichte naamloze of besloten vennootschappen zijn en de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing alle aandelen verkrijgt;
- b. ten aanzien van verkrijgende vennootschappen [artikel 334cc](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334cc&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [artikel 334ii](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=334&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt toegepast;
- b. ten aanzien van verkrijgende vennootschappen [artikel 334cc](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334cc&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [artikel 334ii](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=334&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt toegepast;
- c. krachtens de ruilverhouding van de aandelen zelfs geen recht bestaat op een enkel aandeel.
@@ -3790,9 +3790,9 @@
- d. een beschrijving aan de hand waarvan nauwkeurig kan worden bepaald welke vermogensbestanddelen van de splitsende rechtspersoon zullen overgaan op elk van de verkrijgende rechtspersonen en, indien niet het gehele vermogen van de splitsende rechtspersoon zal overgaan, welke vermogensbestanddelen door hem zullen worden behouden, alsmede een pro forma winst- en verliesrekening dan wel exploitatierekening van de verkrijgende rechtspersonen en de voortbestaande splitsende rechtspersoon;
- e. de waarde, bepaald naar de dag waarop de in [artikel 334g lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334g&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde jaarrekening of tussentijdse vermogensopstelling van de splitsende rechtspersoon betrekking heeft en berekend met inachtneming van de derde zin van die bepaling, van het deel van het vermogen dat elke verkrijgende rechtspersoon zal verkrijgen en van het deel dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon zal behouden, alsmede de waarde van aandelen in het kapitaal van verkrijgende rechtspersonen die de voortbestaande splitsende rechtspersoon bij de splitsing zal verkrijgen;
- f. welke rechten of vergoedingen ingevolge [artikel 334p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334p&z=2003-01-01&g=2004-01-01) ten laste van de verkrijgende rechtspersonen worden toegekend aan degenen die anders dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben jegens de splitsende rechtspersoon, zoals rechten op een uitkering van winst of tot het nemen van aandelen, en met ingang van welk tijdstip de toekenning geschiedt;
- e. de waarde, bepaald naar de dag waarop de in [artikel 334g lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334g&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde jaarrekening of tussentijdse vermogensopstelling van de splitsende rechtspersoon betrekking heeft en berekend met inachtneming van de derde zin van die bepaling, van het deel van het vermogen dat elke verkrijgende rechtspersoon zal verkrijgen en van het deel dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon zal behouden, alsmede de waarde van aandelen in het kapitaal van verkrijgende rechtspersonen die de voortbestaande splitsende rechtspersoon bij de splitsing zal verkrijgen;
- f. welke rechten of vergoedingen ingevolge [artikel 334p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334p&z=2004-02-18&g=2004-02-18) ten laste van de verkrijgende rechtspersonen worden toegekend aan degenen die anders dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben jegens de splitsende rechtspersoon, zoals rechten op een uitkering van winst of tot het nemen van aandelen, en met ingang van welk tijdstip de toekenning geschiedt;
- g. welke voordelen in verband met de splitsing worden toegekend aan een bestuurder of commissaris van een partij bij de splitsing of aan een ander die bij de splitsing is betrokken;
@@ -3826,7 +3826,7 @@
- c. de jaarverslagen van de partijen bij de splitsing over de laatste drie afgesloten jaren, voor zover deze ter inzage liggen of moeten liggen;
- d. tussentijdse vermogensopstellingen of niet vastgestelde jaarrekeningen, voor zover vereist ingevolge [artikel 334g lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334g&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en voor zover de jaarrekening van de rechtspersoon ter inzage moet liggen.
- d. tussentijdse vermogensopstellingen of niet vastgestelde jaarrekeningen, voor zover vereist ingevolge [artikel 334g lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334g&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en voor zover de jaarrekening van de rechtspersoon ter inzage moet liggen.
2. Tegelijkertijd legt het bestuur de stukken, met inbegrip van jaarrekeningen en jaarverslagen die niet ter openbare inzage hoeven te liggen, samen met de toelichtingen van de besturen op het voorstel neer ten kantore van de rechtspersoon of, bij gebreke van een kantoor, aan de woonplaats van een bestuurder. De stukken liggen tot het tijdstip van de splitsing op het adres van elke verkrijgende rechtspersoon en de voortbestaande gesplitste rechtspersoon, onderscheidenlijk op het adres van een bestuurder daarvan, nog zes maanden nadien ter inzage voor de leden of aandeelhouders en voor hen die een bijzonder recht jegens de rechtspersoon hebben, zoals een recht op een uitkering van winst of tot het nemen van aandelen. In dit tijdvak kunnen zij kosteloos een afschrift daarvan krijgen.
@@ -3846,29 +3846,29 @@
##### Artikel 334j
1. Een rechtsverhouding waarbij de splitsende rechtspersoon partij is mag, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in [artikel 334l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334l&z=2003-01-01&g=2004-01-01), slechts in haar geheel overgaan.
1. Een rechtsverhouding waarbij de splitsende rechtspersoon partij is mag, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in [artikel 334l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334l&z=2004-02-18&g=2004-02-18), slechts in haar geheel overgaan.
2. Is echter een rechtsverhouding verbonden met verschillende vermogensbestanddelen die op onderscheiden verkrijgende rechtspersonen overgaan, dan mag zij worden gesplitst in dier voege dat zij overgaat op alle betrokken verkrijgende rechtspersonen naar evenredigheid van het verband dat de rechtsverhouding heeft met de vermogensbestanddelen die elke rechtspersoon verkrijgt.
3. Indien een rechtsverhouding mede verbonden is met vermogensbestanddelen die de voortbestaande splitsende rechtspersoon behoudt, is lid 2 te zijnen aanzien van overeenkomstige toepassing.
4. De leden 1 tot en met 3 laten de rechten die de wederpartij bij een rechtsverhouding kan ontlenen aan de [artikelen 334k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334k&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [334r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334r&z=2003-01-01&g=2004-01-01) onverlet.
4. De leden 1 tot en met 3 laten de rechten die de wederpartij bij een rechtsverhouding kan ontlenen aan de [artikelen 334k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334k&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [334r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334r&z=2004-02-18&g=2004-02-18) onverlet.
##### Artikel 334k
Ten minste een van de partijen bij de splitsing moet, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in [artikel 334l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334l&z=2003-01-01&g=2004-01-01), voor iedere schuldeiser van deze partijen die dit verlangt zekerheid stellen of hem een andere waarborg geven voor de voldoening van zijn vordering. Dit geldt niet, indien de schuldeiser voldoende waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de rechtspersoon die na de splitsing zijn schuldenaar zal zijn niet minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan, dan er voordien is.
Ten minste een van de partijen bij de splitsing moet, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in [artikel 334l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334l&z=2004-02-18&g=2004-02-18), voor iedere schuldeiser van deze partijen die dit verlangt zekerheid stellen of hem een andere waarborg geven voor de voldoening van zijn vordering. Dit geldt niet, indien de schuldeiser voldoende waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de rechtspersoon die na de splitsing zijn schuldenaar zal zijn niet minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan, dan er voordien is.
##### Artikel 334l
1. Tot een maand nadat alle partijen bij de splitsing de nederlegging van het voorstel tot splitsing hebben aangekondigd kan iedere wederpartij bij een rechtsverhouding van zulk een partij door een verzoekschrift aan de rechtbank tegen het voorstel tot splitsing in verzet komen op grond dat het voorstel ten aanzien van zijn rechtsverhouding strijdt met [artikel 334j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334j&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of dat een krachtens [artikel 334k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334k&z=2003-01-01&g=2004-01-01) verlangde waarborg niet is gegeven. In het laatste geval vermeldt het verzoekschrift de waarborg die wordt verlangd.
2. Voordat de rechter beslist, kan hij de partijen bij de splitsing in de gelegenheid stellen binnen een door hem gestelde termijn een door hem omschreven wijziging in het voorstel tot splitsing aan te brengen en het gewijzigde voorstel overeenkomstig [artikel 334h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334h&z=2003-01-01&g=2004-01-01) openbaar te maken, onderscheidenlijk een door hem omschreven waarborg te geven.
1. Tot een maand nadat alle partijen bij de splitsing de nederlegging van het voorstel tot splitsing hebben aangekondigd kan iedere wederpartij bij een rechtsverhouding van zulk een partij door een verzoekschrift aan de rechtbank tegen het voorstel tot splitsing in verzet komen op grond dat het voorstel ten aanzien van zijn rechtsverhouding strijdt met [artikel 334j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334j&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of dat een krachtens [artikel 334k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334k&z=2004-02-18&g=2004-02-18) verlangde waarborg niet is gegeven. In het laatste geval vermeldt het verzoekschrift de waarborg die wordt verlangd.
2. Voordat de rechter beslist, kan hij de partijen bij de splitsing in de gelegenheid stellen binnen een door hem gestelde termijn een door hem omschreven wijziging in het voorstel tot splitsing aan te brengen en het gewijzigde voorstel overeenkomstig [artikel 334h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334h&z=2004-02-18&g=2004-02-18) openbaar te maken, onderscheidenlijk een door hem omschreven waarborg te geven.
3. Indien tijdig verzet is gedaan, mag de akte van splitsing eerst worden verleden, zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van het verzet uitvoerbaar is.
4. Indien de akte van splitsing al is verleden, kan de rechter op een ingesteld rechtsmiddel:
- a. bevelen dat een rechtsverhouding die in strijd met [artikel 334j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334j&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is overgegaan geheel of gedeeltelijk wordt overgedragen aan een of meer door hem aan te wijzen verkrijgende rechtspersonen of aan de voortbestaande gesplitste rechtspersoon, of bepalen dat twee of meer van deze rechtspersonen hoofdelijk tot nakoming van de uit de rechtsverhouding voortvloeiende verbintenissen verbonden zijn;
- a. bevelen dat een rechtsverhouding die in strijd met [artikel 334j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334j&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is overgegaan geheel of gedeeltelijk wordt overgedragen aan een of meer door hem aan te wijzen verkrijgende rechtspersonen of aan de voortbestaande gesplitste rechtspersoon, of bepalen dat twee of meer van deze rechtspersonen hoofdelijk tot nakoming van de uit de rechtsverhouding voortvloeiende verbintenissen verbonden zijn;
- b. bevelen dat een door hem omschreven waarborg wordt gegeven.
@@ -3892,7 +3892,7 @@
1. De splitsing geschiedt bij notariële akte en wordt van kracht met ingang van de dag na die waarop de akte is verleden. De akte mag slechts worden verleden binnen zes maanden na de aankondiging van de nederlegging van het voorstel tot splitsing of, indien dit als gevolg van gedaan verzet niet mag, binnen een maand na intrekking of nadat de opheffing van het verzet uitvoerbaar is geworden.
2. Aan de voet van de akte verklaart de notaris dat hem is gebleken dat de vormvoorschriften in acht zijn genomen voor alle besluiten die deze en de volgende afdeling en de statuten voor het tot stand komen van de splitsing vereisen en dat voor het overige de daarvoor in deze en de volgende afdeling en in de statuten gegeven voorschriften zijn nageleefd. Aan de akte wordt de in [artikel 334f lid 2 onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde beschrijving gehecht.
2. Aan de voet van de akte verklaart de notaris dat hem is gebleken dat de vormvoorschriften in acht zijn genomen voor alle besluiten die deze en de volgende afdeling en de statuten voor het tot stand komen van de splitsing vereisen en dat voor het overige de daarvoor in deze en de volgende afdeling en in de statuten gegeven voorschriften zijn nageleefd. Aan de akte wordt de in [artikel 334f lid 2 onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde beschrijving gehecht.
3. Elke verkrijgende rechtspersoon en de gesplitste rechtspersoon doen de splitsing binnen acht dagen na het verlijden inschrijven in het handelsregister, al naar gelang van elks inschrijfplicht. Indien de gesplitste rechtspersoon bij de splitsing is opgehouden te bestaan, is elke verkrijgende rechtspersoon tot inschrijving verplicht. Bij elke inschrijving wordt een afschrift van de akte van splitsing met de notariële verklaring aan de voet daarvan ten kantore van het register neergelegd.
@@ -3910,7 +3910,7 @@
2. De schadeloosstelling wordt bij gebreke van overeenstemming bepaald door een of meer onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede partij te benoemen door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de splitsende rechtspersoon is gelegen.
3. [Artikel 334o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334o&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing op pandrecht of vruchtgebruik dat op de bijzondere rechten was gevestigd.
3. [Artikel 334o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334o&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing op pandrecht of vruchtgebruik dat op de bijzondere rechten was gevestigd.
##### Artikel 334q
@@ -3958,11 +3958,11 @@
- a. indien de door een notaris ondertekende akte van splitsing geen authentiek geschrift is;
- b. wegens het niet naleven van [artikel 334b leden 5 of 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334b&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [artikel 334l lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334l&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of de [eerste zin van artikel 334n lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334n&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- b. wegens het niet naleven van [artikel 334b leden 5 of 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334b&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [artikel 334l lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334l&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of de [eerste zin van artikel 334n lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334n&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- c. wegens nietigheid, het niet van kracht zijn of een grond tot vernietiging van een voor de splitsing vereist besluit van de algemene vergadering of, in een stichting, van het bestuur;
- d. wegens het niet naleven van [artikel 334m lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334m&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
- d. wegens het niet naleven van [artikel 334m lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334m&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
2. Vernietiging geschiedt door een uitspraak van de rechter van de woonplaats van de gesplitste rechtspersoon op vordering tegen alle verkrijgende rechtspersonen en de voortbestaande gesplitste rechtspersoon van een lid, aandeelhouder, bestuurder of andere belanghebbende. Een niet door de rechter vernietigde splitsing is geldig.
@@ -3976,7 +3976,7 @@
5. Heeft de eiser tot vernietiging van de splitsing schade geleden door een verzuim dat tot vernietiging had kunnen leiden, en vernietigt de rechter de splitsing niet, dan kan de rechter de verkrijgende rechtspersonen en de voortbestaande gesplitste rechtspersoon veroordelen tot vergoeding van de schade. De rechtspersonen hebben daarvoor verhaal op de schuldigen aan het verzuim en, tot ten hoogste het genoten voordeel, op degenen die door het verzuim zijn bevoordeeld.
6. De vernietiging wordt, door de zorg van de griffier van het gerecht waar de vordering laatstelijk aanhangig was, ingeschreven in het handelsregister waarin de splitsing ingevolge [artikel 334n lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334n&z=2003-01-01&g=2004-01-01) moet zijn ingeschreven.
6. De vernietiging wordt, door de zorg van de griffier van het gerecht waar de vordering laatstelijk aanhangig was, ingeschreven in het handelsregister waarin de splitsing ingevolge [artikel 334n lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334n&z=2004-02-18&g=2004-02-18) moet zijn ingeschreven.
7. De gesplitste rechtspersoon is naast de betrokken verkrijgende rechtspersoon hoofdelijk verbonden tot nakoming van verbintenissen die ten laste van de verkrijgende rechtspersonen zijn ontstaan na de splitsing en voordat de vernietiging in de registers is ingeschreven.
@@ -3998,19 +3998,19 @@
2. Indien krachtens de ruilverhouding van de aandelen recht bestaat op geld of schuldvorderingen, mag het gezamenlijke bedrag daarvan een tiende van het nominale bedrag van de door de betrokken vennootschap toegekende aandelen niet te boven gaan.
3. Bij de akte van splitsing kan een verkrijgende vennootschap aandelen in haar kapitaal die zij zelf houdt of krachtens de akte van splitsing verkrijgt, intrekken tot ten hoogste het bedrag van de aandelen die zij toekent aan haar nieuwe aandeelhouders. De [artikelen 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=99&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=100&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [208](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=208&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [209](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=209&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden niet voor dit geval.
3. Bij de akte van splitsing kan een verkrijgende vennootschap aandelen in haar kapitaal die zij zelf houdt of krachtens de akte van splitsing verkrijgt, intrekken tot ten hoogste het bedrag van de aandelen die zij toekent aan haar nieuwe aandeelhouders. De [artikelen 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=99&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=100&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [208](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=208&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [209](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=209&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden niet voor dit geval.
4. Aandelen in het kapitaal van de splitsende vennootschap die worden gehouden door of voor rekening van een verkrijgende rechtspersoon of door of voor rekening van de splitsende vennootschap vervallen, indien de splitsende vennootschap bij de splitsing ophoudt te bestaan.
##### Artikel 334y
Het voorstel tot splitsing vermeldt naast de in [artikel 334f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) genoemde gegevens:
Het voorstel tot splitsing vermeldt naast de in [artikel 334f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) genoemde gegevens:
- a. de ruilverhouding van de aandelen en eventueel de omvang van de betalingen krachtens de ruilverhouding;
- b. met ingang van welk tijdstip en in welke mate de aandeelhouders van de splitsende vennootschap zullen delen in de winst van de verkrijgende vennootschappen;
- c. hoeveel aandelen eventueel zullen worden ingetrokken met toepassing van [artikel 334x lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334x&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
- c. hoeveel aandelen eventueel zullen worden ingetrokken met toepassing van [artikel 334x lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334x&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 334z
@@ -4028,39 +4028,39 @@
##### Artikel 334aa
1. Een door het bestuur aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01) moet het voorstel tot splitsing onderzoeken en moet verklaren of de voorgestelde ruilverhouding van de aandelen, mede gelet op de bijgevoegde stukken, naar zijn oordeel redelijk is.
1. Een door het bestuur aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18) moet het voorstel tot splitsing onderzoeken en moet verklaren of de voorgestelde ruilverhouding van de aandelen, mede gelet op de bijgevoegde stukken, naar zijn oordeel redelijk is.
2. Indien de splitsende vennootschap na de splitsing voortbestaat, moet de accountant voorts verklaren dat de waarde van het deel van het vermogen dat de vennootschap zal behouden vermeerderd met de waarde van aandelen in het kapitaal van verkrijgende rechtspersonen die zij bij de splitsing verkrijgt, bepaald naar de dag waarop haar jaarrekening of tussentijdse vermogensopstelling betrekking heeft en bij toepassing van in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden, ten minste overeen kwam met het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die de vennootschap onmiddellijk na de splitsing krachtens de wet of de statuten moet aanhouden.
3. De accountant moet tevens een verslag opstellen, waarin hij zijn oordeel geeft over de mededelingen, bedoeld in [artikel 334z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334z&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
3. De accountant moet tevens een verslag opstellen, waarin hij zijn oordeel geeft over de mededelingen, bedoeld in [artikel 334z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334z&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
4. Indien twee of meer van de partijen bij de splitsing naamloze vennootschappen zijn, wordt slechts dezelfde persoon als accountant aangewezen, indien de voorzitter van de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam de aanwijzing op hun eenparig verzoek heeft goedgekeurd.
5. De accountants zijn bij alle partijen bij de splitsing gelijkelijk tot onderzoek bevoegd.
6. Op de verklaring van de accountant is [artikel 334h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334h&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van overeenkomstige toepassing en op zijn verslag de [leden 2 en 3 van artikel 334h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334h&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
6. Op de verklaring van de accountant is [artikel 334h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334h&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van overeenkomstige toepassing en op zijn verslag de [leden 2 en 3 van artikel 334h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334h&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 334bb
1. Ten aanzien van de door een verkrijgende naamloze vennootschap toegekende aandelen zijn de [artikelen 94a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [94b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van overeenkomstige toepassing en ten aanzien van de door een verkrijgende besloten vennootschap toegekende aandelen de [artikelen 204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [204b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204b&z=2003-01-01&g=2004-01-01). Een ingevolge de [artikelen 94a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) vereiste verklaring van een accountant behoeft echter niet aan de akte van oprichting te worden gehecht.
2. Op een ingevolge lid 1 vereiste verklaring van een accountant is [artikel 334h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334h&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van overeenkomstige toepassing.
1. Ten aanzien van de door een verkrijgende naamloze vennootschap toegekende aandelen zijn de [artikelen 94a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [94b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van overeenkomstige toepassing en ten aanzien van de door een verkrijgende besloten vennootschap toegekende aandelen de [artikelen 204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [204b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204b&z=2004-02-18&g=2004-02-18). Een ingevolge de [artikelen 94a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [204a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) vereiste verklaring van een accountant behoeft echter niet aan de akte van oprichting te worden gehecht.
2. Op een ingevolge lid 1 vereiste verklaring van een accountant is [artikel 334h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334h&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 334cc
In het geval van een zuivere splitsing kan de akte van splitsing bepalen dat onderscheiden aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon aandeelhouder worden van onderscheiden verkrijgende rechtspersonen. In dat geval:
- a. vermeldt het voorstel tot splitsing naast de in de [artikelen 334f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [334y](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334y&z=2003-01-01&g=2004-01-01) genoemde gegevens welke aandeelhouders van welke verkrijgende rechtspersonen aandeelhouder worden;
- a. vermeldt het voorstel tot splitsing naast de in de [artikelen 334f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [334y](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334y&z=2004-02-18&g=2004-02-18) genoemde gegevens welke aandeelhouders van welke verkrijgende rechtspersonen aandeelhouder worden;
- b. deelt het bestuur in de toelichting op het voorstel tot splitsing mee volgens welke criteria deze verdeling is vastgesteld;
- c. moet de accountant bedoeld in [artikel 334](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=334&z=2003-01-01&g=2004-01-01)aa mede verklaren dat de voorgestelde verdeling, mede gelet op de bijgevoegde stukken, naar zijn oordeel redelijk is; en
- c. moet de accountant bedoeld in [artikel 334](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=3&artikel=334&z=2004-02-18&g=2004-02-18)aa mede verklaren dat de voorgestelde verdeling, mede gelet op de bijgevoegde stukken, naar zijn oordeel redelijk is; en
- d. wordt het besluit tot splitsing door de algemene vergadering van de splitsende vennootschap genomen met een meerderheid van drie vierden van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin 95% van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
##### Artikel 334dd
[Artikel 334h lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334h&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geldt ook ten behoeve van houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van haar aandelen.
[Artikel 334h lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334h&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geldt ook ten behoeve van houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van haar aandelen.
##### Artikel 334ee
@@ -4078,7 +4078,7 @@
2. Dit besluit kan slechts worden genomen, indien de vennootschap het voornemen hiertoe heeft vermeld in de aankondiging dat het voorstel tot splitsing is neergelegd.
3. Het besluit kan niet worden genomen, indien een of meer aandeelhouders die tezamen ten minste een twintigste van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of een zoveel geringer bedrag als in de statuten is bepaald, binnen een maand na de aankondiging aan het bestuur hebben verzocht de algemene vergadering bijeen te roepen om over de splitsing te besluiten. De artikelen [334m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334m&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [334ee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334ee&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn dan van toepassing.
3. Het besluit kan niet worden genomen, indien een of meer aandeelhouders die tezamen ten minste een twintigste van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of een zoveel geringer bedrag als in de statuten is bepaald, binnen een maand na de aankondiging aan het bestuur hebben verzocht de algemene vergadering bijeen te roepen om over de splitsing te besluiten. De artikelen [334m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334m&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [334ee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334ee&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn dan van toepassing.
##### Artikel 334gg
@@ -4086,15 +4086,15 @@
##### Artikel 334hh
Indien alle verkrijgende vennootschappen bij de splitsing worden opgericht en de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing enig aandeelhouder wordt, zijn de [artikelen 334f lid 4 eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [334w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334w&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [334y tot en met 334aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334y&z=2003-01-01&g=2004-01-01) niet van toepassing.
Indien alle verkrijgende vennootschappen bij de splitsing worden opgericht en de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing enig aandeelhouder wordt, zijn de [artikelen 334f lid 4 eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [334w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334w&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [334y tot en met 334aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334y&z=2004-02-18&g=2004-02-18) niet van toepassing.
##### Artikel 334ii
1. De akte van splitsing kan bepalen dat de aandeelhouders van de splitsende vennootschap aandeelhouder worden van een groepsmaatschappij van een verkrijgende vennootschap. Zij worden dan geen aandeelhouder van die verkrijgende vennootschap.
2. Zulk een splitsing is slechts mogelijk, indien de groepsmaatschappij alleen of samen met een andere groepsmaatschappij het gehele geplaatste kapitaal van de verkrijgende vennootschap verschaft. De [artikelen 334m, leden 1 tot en met 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334m&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [334ee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334ee&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en 334ff zijn op het besluit van de groepsmaatschappij van overeenkomstige toepassing.
3. De groepsmaatschappij die de aandelen toekent geldt naast de verkrijgende vennootschap als partij bij de splitsing. Op haar rusten de verplichtingen die ingevolge de [artikelen 334f tot en met 334dd](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2003-01-01&g=2004-01-01) op een verkrijgende rechtspersoon rusten, met uitzondering van de verplichtingen uit de [artikelen 334k tot en met 334m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334k&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [334q leden 2 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334q&z=2003-01-01&g=2004-01-01); voor de toepassing van [artikel 334aa lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334aa&z=2003-01-01&g=2004-01-01) blijft zij buiten beschouwing; de [artikelen 334s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334s&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [334t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334t&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [334u lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334u&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden voor haar niet. De [artikelen 334f lid 2 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [334x lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334x&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [334y onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334y&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden alsdan niet voor de verkrijgende vennootschap. Voor de toepassing van de [artikelen 94b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [204b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204b&z=2003-01-01&g=2004-01-01) worden de verkrijging door de verkrijgende vennootschap en de toekenning van aandelen door de groepsmaatschappij beschouwd als werden zij door dezelfde vennootschap gedaan.
2. Zulk een splitsing is slechts mogelijk, indien de groepsmaatschappij alleen of samen met een andere groepsmaatschappij het gehele geplaatste kapitaal van de verkrijgende vennootschap verschaft. De [artikelen 334m, leden 1 tot en met 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334m&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [334ee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334ee&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en 334ff zijn op het besluit van de groepsmaatschappij van overeenkomstige toepassing.
3. De groepsmaatschappij die de aandelen toekent geldt naast de verkrijgende vennootschap als partij bij de splitsing. Op haar rusten de verplichtingen die ingevolge de [artikelen 334f tot en met 334dd](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2004-02-18&g=2004-02-18) op een verkrijgende rechtspersoon rusten, met uitzondering van de verplichtingen uit de [artikelen 334k tot en met 334m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334k&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [334q leden 2 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334q&z=2004-02-18&g=2004-02-18); voor de toepassing van [artikel 334aa lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334aa&z=2004-02-18&g=2004-02-18) blijft zij buiten beschouwing; de [artikelen 334s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334s&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [334t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334t&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [334u lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334u&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden voor haar niet. De [artikelen 334f lid 2 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=4&artikel=334f&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [334x lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334x&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [334y onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=7&afdeling=5&artikel=334y&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden alsdan niet voor de verkrijgende vennootschap. Voor de toepassing van de [artikelen 94b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [204b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204b&z=2004-02-18&g=2004-02-18) worden de verkrijging door de verkrijgende vennootschap en de toekenning van aandelen door de groepsmaatschappij beschouwd als werden zij door dezelfde vennootschap gedaan.
## Titel 8. Geschillenregeling en het recht van enquête
@@ -4114,7 +4114,7 @@
##### Artikel 336
1. Een of meer houders van aandelen die alleen of gezamenlijk ten minste een derde van het geplaatste kapitaal verschaffen, kunnen van een aandeelhouder die door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt, dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld, in rechte vorderen dat hij zijn aandelen overeenkomstig [artikel 341](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=341&z=2003-01-01&g=2004-01-01) overdraagt.
1. Een of meer houders van aandelen die alleen of gezamenlijk ten minste een derde van het geplaatste kapitaal verschaffen, kunnen van een aandeelhouder die door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt, dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld, in rechte vorderen dat hij zijn aandelen overeenkomstig [artikel 341](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=341&z=2004-02-18&g=2004-02-18) overdraagt.
2. De vordering kan niet worden ingesteld door de vennootschap of een dochtermaatschappij van de vennootschap. De houder van aandelen waarvan de vennootschap of een dochtermaatschappij certificaten houdt, kan de vordering slechts instellen indien en voor zover certificaten door anderen worden gehouden. Een aandeelhouder ten titel van beheer kan de vordering slechts voor door hem beheerde aandelen instellen indien de desbetreffende certificaathouders daarmee tevoren hebben ingestemd.
@@ -4130,7 +4130,7 @@
1. Nadat de dagvaarding aan hem is betekend en tot de dag waarop het vonnis onherroepelijk is geworden, kan de gedaagde zijn aandelen niet vervreemden, verpanden of daarop een vruchtgebruik vestigen, tenzij de eisers daarvoor toestemming verlenen. Indien de eisers de toestemming weigeren, kan de rechter voor wie het geschil aanhangig is op vordering van gedaagde de toestemming verlenen, indien gedaagde bij de rechtshandeling een redelijk belang heeft. Tegen de beslissing van de rechter staat geen hogere voorziening open.
2. Nadat het vonnis waarbij de vordering is toegewezen onherroepelijk is geworden, kan de gedaagde de aandelen slechts overdragen met inachtneming van de bepalingen van [artikel 339 tot en met 341](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=339&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
2. Nadat het vonnis waarbij de vordering is toegewezen onherroepelijk is geworden, kan de gedaagde de aandelen slechts overdragen met inachtneming van de bepalingen van [artikel 339 tot en met 341](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=339&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 339
@@ -4138,17 +4138,17 @@
2. Indien de eisers zulks gevorderd hebben, kan de rechter bij het vonnis waarbij de vordering wordt toegewezen, de gedaagde verbieden het stemrecht nog uit te oefenen. Dit verbod kan uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
3. De deskundigen stellen hun bericht op met inachtneming van hetgeen omtrent de vaststelling van de waarde van de aandelen in de blokkeringsregeling is bepaald. De [artikelen 351](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=351&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=352&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De deskundigen stellen hun bericht op met inachtneming van hetgeen omtrent de vaststelling van de waarde van de aandelen in de blokkeringsregeling is bepaald. De [artikelen 351](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=351&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=352&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 340
1. Nadat de deskundigen hun bericht hebben uitgebracht, bepaalt de rechter de prijs van de aandelen. Bij hetzelfde vonnis bepaalt hij tevens wie van de partijen de kosten van het deskundigenbericht moet dragen. Hij kan ook bepalen dat de vennootschap de kosten moet dragen na deze ter zake te hebben gehoord. Hij kan de kosten verdelen tussen partijen onderling of tussen partijen of een van hen en de vennootschap.
2. Het vonnis houdt tevens een veroordeling in van de eisers tot contante betaling van de hun zo nodig na toepassing van [artikel 341 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=341&z=2003-01-01&g=2004-01-01) over te dragen aandelen. Indien [artikel 341 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=341&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing is, omvat die veroordeling mede de certificaathouders die met het instellen van de vordering hebben ingestemd.
2. Het vonnis houdt tevens een veroordeling in van de eisers tot contante betaling van de hun zo nodig na toepassing van [artikel 341 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=341&z=2004-02-18&g=2004-02-18) over te dragen aandelen. Indien [artikel 341 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=341&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing is, omvat die veroordeling mede de certificaathouders die met het instellen van de vordering hebben ingestemd.
##### Artikel 341
1. De gedaagde is verplicht binnen twee weken nadat hem een afschrift van het onherroepelijk geworden vonnis als bedoeld in [artikel 340 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=340&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is betekend, zijn aandelen aan de eisers te leveren en de eisers zijn verplicht de aandelen tegen gelijktijdige betaling van de vastgestelde prijs te aanvaarden, behoudens het bepaalde in lid 2. De aanvaarding geschiedt zoveel mogelijk naar evenredigheid van ieders aandelenbezit, tenzij anders wordt overeengekomen. Met eisers worden gelijkgesteld de aandeelhouders die zich in het rechtsgeding aan de zijde van de eisers hebben gevoegd en daarbij de wens te kennen hebben gegeven in dezelfde positie als de eisers te worden geplaatst.
1. De gedaagde is verplicht binnen twee weken nadat hem een afschrift van het onherroepelijk geworden vonnis als bedoeld in [artikel 340 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=340&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is betekend, zijn aandelen aan de eisers te leveren en de eisers zijn verplicht de aandelen tegen gelijktijdige betaling van de vastgestelde prijs te aanvaarden, behoudens het bepaalde in lid 2. De aanvaarding geschiedt zoveel mogelijk naar evenredigheid van ieders aandelenbezit, tenzij anders wordt overeengekomen. Met eisers worden gelijkgesteld de aandeelhouders die zich in het rechtsgeding aan de zijde van de eisers hebben gevoegd en daarbij de wens te kennen hebben gegeven in dezelfde positie als de eisers te worden geplaatst.
2. Indien in de statutaire blokkeringsregeling is bepaald dat de aandeelhouder die een of meer aandelen wil vervreemden, deze moet aanbieden aan zijn mede-aandeelhouders of anderen, biedt de vennootschap de aandelen onverwijld nadat een afschrift van het onherroepelijk geworden vonnis aan haar is betekend, schriftelijk namens de gedaagde aan de aandeelhouders of anderen aan, zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van de statutaire regeling en deelt hun daarbij tevens de vastgestelde prijs mee. Zij kunnen het aanbod binnen een maand na verzending van de mededeling aanvaarden door schriftelijke kennisgeving aan de vennootschap. De vennootschap kan slechts met instemming van de gedaagde aandelen aanvaarden. Binnen een week na het verstrijken van deze termijn deelt de vennootschap aan de gedaagde en de eisers mee of en zo ja hoeveel aandelen zijn aanvaard en aan wie deze zijn toegewezen. De gedaagde is verplicht onverwijld na ontvangst van deze mededeling zijn aandelen aan de mede-aandeelhouders of de anderen te leveren tegen gelijktijdige betaling.
@@ -4166,7 +4166,7 @@
1. Een of meer houders van aandelen die alleen of gezamenlijk ten minste een derde van het geplaatste kapitaal verschaffen, kunnen van een stemgerechtigde vruchtgebruiker of pandhouder van een aandeel in rechte vorderen dat het stemrecht op het aandeel overgaat op de houder van het aandeel, indien die vruchtgebruiker of pandhouder door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt dat in redelijkheid niet kan worden geduld dat hij het stemrecht blijft uitoefenen.
2. Een afschrift van het exploit van dagvaarding moet onverwijld door eisers aan de houder van het aandeel, die niet zelf tevens eiser is, worden betekend. [Artikel 336, leden 2, 3 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=336&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [artikel 339 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=339&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing en de [artikelen 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=337&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [338 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=338&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing, in dier voege dat in het geval van [artikel 338 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=338&z=2003-01-01&g=2004-01-01) de vruchtgebruiker of pandhouder het vruchtgebruik of het pandrecht niet op een ander kan doen overgaan.
2. Een afschrift van het exploit van dagvaarding moet onverwijld door eisers aan de houder van het aandeel, die niet zelf tevens eiser is, worden betekend. [Artikel 336, leden 2, 3 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=336&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [artikel 339 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=339&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van toepassing en de [artikelen 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=337&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [338 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=338&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing, in dier voege dat in het geval van [artikel 338 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=338&z=2004-02-18&g=2004-02-18) de vruchtgebruiker of pandhouder het vruchtgebruik of het pandrecht niet op een ander kan doen overgaan.
3. Indien de vordering tot overgang van het stemrecht is toegewezen, vindt de overgang plaats door het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis.
@@ -4176,13 +4176,13 @@
##### Artikel 343
1. De aandeelhouder die door gedragingen van een of meer mede-aandeelhouders zodanig in zijn rechten of belangen wordt geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd, kan van die mede-aandeelhouders in rechte vorderen dat zijn aandelen overeenkomstig de leden 3, 4 en 5 van dit artikel worden overgenomen. De [artikelen 336 leden 3 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=336&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=337&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [338 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=338&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [339 leden 1 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=339&z=2003-01-01&g=2004-01-01), en [340 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=340&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing. Het vonnis houdt tevens in een veroordeling van de eisers tot levering aan gedaagden van de hun, zo nodig na toepassing van het zevende lid, over te dragen aandelen.
1. De aandeelhouder die door gedragingen van een of meer mede-aandeelhouders zodanig in zijn rechten of belangen wordt geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd, kan van die mede-aandeelhouders in rechte vorderen dat zijn aandelen overeenkomstig de leden 3, 4 en 5 van dit artikel worden overgenomen. De [artikelen 336 leden 3 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=336&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=337&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [338 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=338&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [339 leden 1 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=339&z=2004-02-18&g=2004-02-18), en [340 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=340&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van toepassing. Het vonnis houdt tevens in een veroordeling van de eisers tot levering aan gedaagden van de hun, zo nodig na toepassing van het zevende lid, over te dragen aandelen.
2. De aandeelhouder tegen wie een vordering is ingesteld kan een andere aandeelhouder in het geding oproepen, indien hij van oordeel is dat de vordering ook of uitsluitend tegen die aandeelhouder had behoren te worden ingesteld.
De [artikelen 210 tot en met 216 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=210) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Binnen twee weken nadat hem een afschrift van het onherroepelijk geworden vonnis als bedoeld in [artikel 340 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=340&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is betekend, is ieder van de gedaagden verplicht het door de rechter vastgestelde aantal aandelen tegen gelijktijdige betaling van de vastgestelde prijs over te nemen, behoudens het bepaalde in lid 4 en is de eiser verplicht zijn aandelen aan de gedaagden te leveren. Met gedaagden worden gelijkgesteld de aandeelhouders die zich in het rechtsgeding aan de zijde van de gedaagden hebben gevoegd en daarbij de wens te kennen hebben gegeven in dezelfde positie als de gedaagden te worden geplaatst.
3. Binnen twee weken nadat hem een afschrift van het onherroepelijk geworden vonnis als bedoeld in [artikel 340 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=1&artikel=340&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is betekend, is ieder van de gedaagden verplicht het door de rechter vastgestelde aantal aandelen tegen gelijktijdige betaling van de vastgestelde prijs over te nemen, behoudens het bepaalde in lid 4 en is de eiser verplicht zijn aandelen aan de gedaagden te leveren. Met gedaagden worden gelijkgesteld de aandeelhouders die zich in het rechtsgeding aan de zijde van de gedaagden hebben gevoegd en daarbij de wens te kennen hebben gegeven in dezelfde positie als de gedaagden te worden geplaatst.
4. Indien in de statutaire blokkeringsregeling is bepaald dat de aandeelhouder die een of meer aandelen wil vervreemden deze moet aanbieden aan zijn mede-aandeelhouders of anderen, biedt de vennootschap de aandelen onverwijld nadat een afschrift van het onherroepelijk geworden vonnis aan haar is betekend, schriftelijk namens de eiser aan de aandeelhouders of anderen aan, zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van de statutaire regeling en deelt hun daarbij tevens de vastgestelde prijs mee. Zij kunnen het aanbod binnen een maand na verzending van de mededeling aanvaarden door schriftelijke kennisgeving aan de vennootschap. De vennootschap kan slechts met instemming van de eiser aandelen aanvaarden. Binnen een week na het verstrijken van deze termijn deelt de vennootschap aan de eiser en de gedaagden mee of en zo ja hoeveel aandelen zijn aanvaard en aan wie deze zijn toegewezen. De eiser is verplicht onverwijld na ontvangst van deze mededeling zijn aandelen aan de mede-aandeelhouders of de anderen te leveren tegen gelijktijdige betaling.
@@ -4208,13 +4208,13 @@
##### Artikel 345
1. Op schriftelijk verzoek van degenen die krachtens de [artikelen 346](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=346&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [347](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=347&z=2003-01-01&g=2004-01-01) daartoe bevoegd zijn, kan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam een of meer personen benoemen tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon, hetzij in de gehele omvang daarvan, hetzij met betrekking tot een gedeelte of een bepaald tijdvak. Onder het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon zijn mede begrepen het beleid en de gang van zaken van een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma waarvan de rechtspersoon volledig aansprakelijke vennoot is.
1. Op schriftelijk verzoek van degenen die krachtens de [artikelen 346](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=346&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [347](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=347&z=2004-02-18&g=2004-02-18) daartoe bevoegd zijn, kan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam een of meer personen benoemen tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon, hetzij in de gehele omvang daarvan, hetzij met betrekking tot een gedeelte of een bepaald tijdvak. Onder het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon zijn mede begrepen het beleid en de gang van zaken van een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma waarvan de rechtspersoon volledig aansprakelijke vennoot is.
2. De advocaat-generaal bij het gerechtshof te Amsterdam kan om redenen van openbaar belang een verzoek doen tot het instellen van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid. Hij kan ter voorbereiding van een verzoek een of meer deskundige personen belasten met het inwinnen van inlichtingen over het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon. De rechtspersoon is verplicht de gevraagde inlichtingen te verschaffen en desgevraagd ook inzage in zijn boeken en bescheiden te geven aan de deskundigen.
##### Artikel 346
Tot het indienen van een verzoek als bedoeld in [artikel 345](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=345&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn bevoegd
Tot het indienen van een verzoek als bedoeld in [artikel 345](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=345&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn bevoegd
- a. indien het betreft een vereniging, een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij: de leden van de rechtspersoon ten getale van ten minste 300, of zoveel leden als ten minste een tiende gedeelte van het ledental uitmaken, of zoveel leden als tezamen bevoegd zijn tot het uitbrengen van ten minste een tiende gedeelte der stemmen in de algemene vergadering;
@@ -4224,7 +4224,7 @@
##### Artikel 347
Tot het indienen van een verzoek als bedoeld in [artikel 345](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=345&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is voorts bevoegd een vereniging van werknemers die in de onderneming van de rechtspersoon werkzame personen onder haar leden telt en ten minste twee jaar volledige rechtsbevoegdheid bezit, mits zij krachtens haar statuten ten doel heeft de belangen van haar leden als werknemers te behartigen en als zodanig in de bedrijfstak of onderneming werkzaam is.
Tot het indienen van een verzoek als bedoeld in [artikel 345](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=345&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is voorts bevoegd een vereniging van werknemers die in de onderneming van de rechtspersoon werkzame personen onder haar leden telt en ten minste twee jaar volledige rechtsbevoegdheid bezit, mits zij krachtens haar statuten ten doel heeft de belangen van haar leden als werknemers te behartigen en als zodanig in de bedrijfstak of onderneming werkzaam is.
##### Artikel 348
@@ -4240,7 +4240,7 @@
1. De ondernemingskamer behandelt het verzoek met de meeste spoed. De verzoekers en de rechtspersoon verschijnen hetzij bij procureur, hetzij bijgestaan door hun procureurs. Alvorens te beslissen kan de ondernemingskamer ook ambtshalve getuigen en deskundigen horen.
2. Indien in verband met de toestand van de rechtspersoon of in het belang van het onderzoek een onmiddellijke voorziening is vereist, kan de ondernemingskamer in elke stand van het geding op verzoek van de indieners van het in [artikel 345](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=345&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde verzoek een zodanige voorziening treffen voor ten hoogste de duur van het geding.
2. Indien in verband met de toestand van de rechtspersoon of in het belang van het onderzoek een onmiddellijke voorziening is vereist, kan de ondernemingskamer in elke stand van het geding op verzoek van de indieners van het in [artikel 345](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=345&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde verzoek een zodanige voorziening treffen voor ten hoogste de duur van het geding.
##### Artikel 350
@@ -4252,7 +4252,7 @@
##### Artikel 351
1. De door de ondernemingskamer benoemde personen zijn gerechtigd tot raadpleging van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de rechtspersoon en de vennootschap bedoeld in [artikel 345 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=345&z=2003-01-01&g=2004-01-01) waarvan zij de kennisneming tot een juiste vervulling van hun taak nodig achten. De bezittingen van de rechtspersoon en de vennootschap moeten hun desverlangd worden getoond. De bestuurders, de commissarissen zo die er zijn, alsmede degenen die in dienst zijn van de rechtspersoon of de vennootschap, zijn verplicht desgevraagd alle inlichtingen te verschaffen die nodig zijn voor de uitvoering van het onderzoek. Eenzelfde verplichting rust op hen die bestuurders of commissarissen van de rechtspersoon of vennootschap waren, of bij deze in dienst waren, gedurende het tijdvak waarover het onderzoek zich uitstrekt.
1. De door de ondernemingskamer benoemde personen zijn gerechtigd tot raadpleging van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de rechtspersoon en de vennootschap bedoeld in [artikel 345 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=345&z=2004-02-18&g=2004-02-18) waarvan zij de kennisneming tot een juiste vervulling van hun taak nodig achten. De bezittingen van de rechtspersoon en de vennootschap moeten hun desverlangd worden getoond. De bestuurders, de commissarissen zo die er zijn, alsmede degenen die in dienst zijn van de rechtspersoon of de vennootschap, zijn verplicht desgevraagd alle inlichtingen te verschaffen die nodig zijn voor de uitvoering van het onderzoek. Eenzelfde verplichting rust op hen die bestuurders of commissarissen van de rechtspersoon of vennootschap waren, of bij deze in dienst waren, gedurende het tijdvak waarover het onderzoek zich uitstrekt.
2. De ondernemingskamer kan, indien dit voor de juiste vervulling van hun taak nodig is, de door haar benoemde personen op hun verzoek machtigen tot het raadplegen van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers en het zich doen tonen van de bezittingen van een rechtspersoon die nauw verbonden is met de rechtspersoon ten aanzien waarvan het onderzoek plaatsvindt. De bepalingen van de derde en de vierde volzin van het lid 1 zijn van overeenkomstige toepassing.
@@ -4272,7 +4272,7 @@
1. Het verslag van de uitkomst van het onderzoek wordt ter griffie van het gerechtshof te Amsterdam nedergelegd.
2. De advocaat-generaal bij het gerechtshof, de rechtspersoon, alsmede de verzoekers en hun procureurs, ontvangen een exemplaar van het verslag. In het geval, bedoeld in [artikel 348](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=348&z=2003-01-01&g=2004-01-01), ontvangt ook de Pensioen- & Verzekeringskamer, onderscheidenlijk De Nederlandsche Bank N.V. een exemplaar van het verslag. De ondernemingskamer kan bepalen dat het verslag voorts geheel of gedeeltelijk ter inzage ligt voor de door haar aan te wijzen andere personen of voor een ieder.
2. De advocaat-generaal bij het gerechtshof, de rechtspersoon, alsmede de verzoekers en hun procureurs, ontvangen een exemplaar van het verslag. In het geval, bedoeld in [artikel 348](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=348&z=2004-02-18&g=2004-02-18), ontvangt ook de Pensioen- & Verzekeringskamer, onderscheidenlijk De Nederlandsche Bank N.V. een exemplaar van het verslag. De ondernemingskamer kan bepalen dat het verslag voorts geheel of gedeeltelijk ter inzage ligt voor de door haar aan te wijzen andere personen of voor een ieder.
3. Het is aan anderen dan de rechtspersoon verboden mededelingen aan derden te doen uit het verslag, voor zover dat niet voor een ieder ter inzage ligt, tenzij zij daartoe op hun verzoek door de voorzitter van de ondernemingskamer zijn gemachtigd. Een vereniging van werknemers is echter zonder een zodanige machtiging bevoegd tot het verstrekken van mededelingen uit het verslag aan de ondernemingsraad, die aan een door de rechtspersoon gedreven onderneming is verbonden.
@@ -4280,17 +4280,17 @@
##### Artikel 354
De ondernemingskamer kan na kennisneming van het verslag op verzoek van de rechtspersoon beslissen, dat deze de kosten van het onderzoek geheel of gedeeltelijk kan verhalen op de verzoekers, indien uit het verslag blijkt dat het verzoek niet op redelijke grond is gedaan, dan wel op een bestuurder, een commissaris of een ander die in dienst van de rechtspersoon is, indien uit het verslag blijkt dat deze verantwoordelijk is voor een onjuist beleid of een onbevredigende gang van zaken van de rechtspersoon. De [laatste zin van het tweede lid van artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=350&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek is van toepassing.
De ondernemingskamer kan na kennisneming van het verslag op verzoek van de rechtspersoon beslissen, dat deze de kosten van het onderzoek geheel of gedeeltelijk kan verhalen op de verzoekers, indien uit het verslag blijkt dat het verzoek niet op redelijke grond is gedaan, dan wel op een bestuurder, een commissaris of een ander die in dienst van de rechtspersoon is, indien uit het verslag blijkt dat deze verantwoordelijk is voor een onjuist beleid of een onbevredigende gang van zaken van de rechtspersoon. De [laatste zin van het tweede lid van artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=350&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek is van toepassing.
##### Artikel 355
1. Indien uit het verslag van wanbeleid is gebleken, kan de ondernemingskamer op verzoek van de oorspronkelijke verzoekers en, indien het verslag voor hen ter inzage ligt, op verzoek van anderen die aan de in [artikel 346](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=346&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [347](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=347&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek gestelde vereisten voldoen, of op verzoek van de advocaat-generaal, ingesteld om redenen van openbaar belang, een of meer van de in het volgende artikel genoemde voorzieningen treffen, welke zij op grond van de uitkomst van het onderzoek geboden acht.
1. Indien uit het verslag van wanbeleid is gebleken, kan de ondernemingskamer op verzoek van de oorspronkelijke verzoekers en, indien het verslag voor hen ter inzage ligt, op verzoek van anderen die aan de in [artikel 346](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=346&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [347](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=347&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek gestelde vereisten voldoen, of op verzoek van de advocaat-generaal, ingesteld om redenen van openbaar belang, een of meer van de in het volgende artikel genoemde voorzieningen treffen, welke zij op grond van de uitkomst van het onderzoek geboden acht.
2. Het verzoek moet worden gedaan binnen twee maanden na nederlegging van het verslag ter griffie.
3. De [artikelen 348](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=348&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [349**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=349a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. In het geval, bedoeld in [artikel 348](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=348&z=2003-01-01&g=2004-01-01), neemt de ondernemingskamer geen beslissing, alvorens de Pensioen- & Verzekeringskamer onderscheidenlijk De Nederlandsche Bank N.V. in de gelegenheid te hebben gesteld over het verzoek te worden gehoord.
3. De [artikelen 348](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=348&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [349**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=349a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. In het geval, bedoeld in [artikel 348](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=348&z=2004-02-18&g=2004-02-18), neemt de ondernemingskamer geen beslissing, alvorens de Pensioen- & Verzekeringskamer onderscheidenlijk De Nederlandsche Bank N.V. in de gelegenheid te hebben gesteld over het verzoek te worden gehoord.
5. De ondernemingskamer kan haar beslissing voor een door haar te bepalen termijn aanhouden, indien de rechtspersoon op zich neemt, bepaalde maatregelen te treffen die een einde maken aan het wanbeleid of die de gevolgen welke daaruit zijn voortgevloeid, zoveel mogelijk ongedaan maken of beperken.
@@ -4312,7 +4312,7 @@
##### Artikel 357
1. De ondernemingskamer bepaalt de geldingsduur van de door haar getroffen tijdelijke voorzieningen; zij kan op verzoek van de verzoekers, bedoeld in [artikel 355](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=355&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van dit Boek, of van de rechtspersoon dan wel van de advocaat-generaal die duur verlengen en verkorten.
1. De ondernemingskamer bepaalt de geldingsduur van de door haar getroffen tijdelijke voorzieningen; zij kan op verzoek van de verzoekers, bedoeld in [artikel 355](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=355&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van dit Boek, of van de rechtspersoon dan wel van de advocaat-generaal die duur verlengen en verkorten.
2. De ondernemingskamer regelt zo nodig de gevolgen van de door haar getroffen voorzieningen.
@@ -4326,11 +4326,11 @@
##### Artikel 358
1. De ondernemingskamer kan de voorlopige tenuitvoerlegging der voorzieningen genoemd in [artikel 356 onder a-e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=356&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bevelen.
1. De ondernemingskamer kan de voorlopige tenuitvoerlegging der voorzieningen genoemd in [artikel 356 onder a-e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=356&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bevelen.
2. De griffier der ondernemingskamer doet ten kantore van het handelsregister, waar de rechtspersoon of vennootschap is ingeschreven, een afschrift van de beschikkingen der ondernemingskamer nederleggen. Van beschikkingen die niet voorlopig ten uitvoer kunnen worden gelegd, geschiedt de nederlegging zodra zij in kracht van gewijsde zijn gegaan.
3. In het geval, bedoeld in [artikel 348](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=348&z=2003-01-01&g=2004-01-01), ontvangt de Pensioen- & Verzekeringskamer, onderscheidenlijk De Nederlandsche Bank N.V. van de griffier een afschrift van de beschikkingen van de ondernemingskamer.
3. In het geval, bedoeld in [artikel 348](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=8&afdeling=2&artikel=348&z=2004-02-18&g=2004-02-18), ontvangt de Pensioen- & Verzekeringskamer, onderscheidenlijk De Nederlandsche Bank N.V. van de griffier een afschrift van de beschikkingen van de ondernemingskamer.
##### Artikel 359
@@ -4342,11 +4342,11 @@
##### Artikel 360
1. Deze titel is van toepassing op de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Ongeacht hun rechtsvorm is deze titel op banken als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing.
1. Deze titel is van toepassing op de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Ongeacht hun rechtsvorm is deze titel op banken als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing.
2. Deze titel is eveneens van toepassing op een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma waarvan alle vennoten die volledig jegens schuldeisers aansprakelijk zijn voor de schulden, kapitaalvennootschappen naar buitenlands recht zijn.
3. Deze titel is eveneens van toepassing op de stichting en de vereniging die een of meer ondernemingen in stand houden welke ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, indien de netto-omzet van deze ondernemingen gedurende twee opeenvolgende boekjaren zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende boekjaren, de helft of meer bedraagt van het in [artikel 396 lid 1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01), bedoelde bedrag, zoals gewijzigd op grond van [artikel 398 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=398&z=2003-01-01&g=2004-01-01). Indien de stichting of vereniging bij of krachtens de wet verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in deze titel en indien deze openbaar wordt gemaakt, blijft de eerste volzin buiten toepassing.
3. Deze titel is eveneens van toepassing op de stichting en de vereniging die een of meer ondernemingen in stand houden welke ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, indien de netto-omzet van deze ondernemingen gedurende twee opeenvolgende boekjaren zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende boekjaren, de helft of meer bedraagt van het in [artikel 396 lid 1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18), bedoelde bedrag, zoals gewijzigd op grond van [artikel 398 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=398&z=2004-02-18&g=2004-02-18). Indien de stichting of vereniging bij of krachtens de wet verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in deze titel en indien deze openbaar wordt gemaakt, blijft de eerste volzin buiten toepassing.
### Afdeling 2. Algemene bepalingen omtrent de jaarrekening
@@ -4354,13 +4354,13 @@
1. In dit boek wordt onder jaarrekening verstaan: de balans en de winst- en verliesrekening met de toelichting.
2. Coöperaties en de in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde stichtingen en verenigingen vervangen de winst- en verliesrekening door een exploitatierekening, indien het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde inzicht daardoor wordt gediend; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst- en verliesrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo.
2. Coöperaties en de in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde stichtingen en verenigingen vervangen de winst- en verliesrekening door een exploitatierekening, indien het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde inzicht daardoor wordt gediend; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst- en verliesrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo.
3. De bepalingen van deze titel gelden voor jaarrekeningen en hun onderdelen, zowel in de vorm waarin zij door het bestuur zijn opgemaakt als in de vorm waarin zij door het bevoegde orgaan van de rechtspersoon zijn vastgesteld of goedgekeurd.
4. Bij de toepassing van de [artikelen 367](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=367&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [370 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=370&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [375](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [377 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=381&z=2003-01-01&g=2004-01-01) moeten overeenkomstige vermeldingen als met betrekking tot groepsmaatschappijen worden opgenomen met betrekking tot andere maatschappijen:
- a. die op voet van de [leden 1, 3 en 4 van artikel 24**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=24a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) rechten in de rechtspersoon kunnen uitoefenen, ongeacht of zij rechtspersoonlijkheid hebben, of
4. Bij de toepassing van de [artikelen 367](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=367&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [370 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=370&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [375](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [377 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=381&z=2004-02-18&g=2004-02-18) moeten overeenkomstige vermeldingen als met betrekking tot groepsmaatschappijen worden opgenomen met betrekking tot andere maatschappijen:
- a. die op voet van de [leden 1, 3 en 4 van artikel 24**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=24a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) rechten in de rechtspersoon kunnen uitoefenen, ongeacht of zij rechtspersoonlijkheid hebben, of
- b. die dochtermaatschappij zijn van de rechtspersoon, van een groepsmaatschappij of van een maatschappij als bedoeld in onderdeel **a**.
@@ -4376,17 +4376,17 @@
5. De baten en lasten van het boekjaar worden in de jaarrekening opgenomen, onverschillig of zij tot ontvangsten of uitgaven in dat boekjaar hebben geleid.
6. De jaarrekening wordt vastgesteld en aan goedkeuring onderworpen met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële toestand op de balansdatum is gebleken tussen het opmaken van de jaarrekening en de algemene vergadering waarin zij wordt behandeld, voor zover dat onontbeerlijk is voor het in lid 1 bedoelde inzicht. Blijkt nadien dat de jaarrekening in ernstige mate tekortschiet in het geven van dit inzicht, dan bericht het bestuur daaromtrent onverwijld aan de leden of aandeelhouders en legt het een mededeling daaromtrent neder ten kantore van het handelsregister; bij de mededeling wordt een accountantsverklaring gevoegd, indien de jaarrekening overeenkomstig [artikel 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is onderzocht.
6. De jaarrekening wordt vastgesteld en aan goedkeuring onderworpen met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële toestand op de balansdatum is gebleken tussen het opmaken van de jaarrekening en de algemene vergadering waarin zij wordt behandeld, voor zover dat onontbeerlijk is voor het in lid 1 bedoelde inzicht. Blijkt nadien dat de jaarrekening in ernstige mate tekortschiet in het geven van dit inzicht, dan bericht het bestuur daaromtrent onverwijld aan de leden of aandeelhouders en legt het een mededeling daaromtrent neder ten kantore van het handelsregister; bij de mededeling wordt een accountantsverklaring gevoegd, indien de jaarrekening overeenkomstig [artikel 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is onderzocht.
7. Indien de werkzaamheid van de rechtspersoon of de internationale vertakking van zijn groep dat rechtvaardigt, mag de jaarrekening of alleen de geconsolideerde jaarrekening worden opgesteld in een vreemde geldeenheid. De posten worden in de Nederlandse taal omschreven, tenzij de algemene vergadering tot het gebruik van een andere taal heeft besloten.
##### Artikel 363
1. De samenvoeging, de ontleding en de rangschikking van de gegevens in de jaarrekening en de toelichting op die gegevens zijn gericht op het inzicht dat de jaarrekening krachtens [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2003-01-01&g=2004-01-01) beoogt te geven. Daarbij worden de voorschriften krachtens lid 6 en de andere afdelingen van deze titel in acht genomen.
1. De samenvoeging, de ontleding en de rangschikking van de gegevens in de jaarrekening en de toelichting op die gegevens zijn gericht op het inzicht dat de jaarrekening krachtens [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2004-02-18&g=2004-02-18) beoogt te geven. Daarbij worden de voorschriften krachtens lid 6 en de andere afdelingen van deze titel in acht genomen.
2. Het is niet geoorloofd in de jaarrekening activa en passiva of baten en lasten tegen elkaar te laten wegvallen, indien zij ingevolge deze titel in afzonderlijke posten moeten worden opgenomen.
3. Een post behoeft niet afzonderlijk te worden vermeld, indien deze in het geheel van de jaarrekening van te verwaarlozen betekenis is voor het wettelijk vereiste inzicht. Krachtens deze titel vereiste vermeldingen mogen achterwege blijven voor zover zij op zichzelf genomen en tezamen met soortgelijke vermeldingen voor dit inzicht van te verwaarlozen betekenis zouden zijn. Vermeldingen krachtens de [artikelen 378](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=382&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [383](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383&z=2003-01-01&g=2004-01-01) mogen evenwel niet achterwege blijven.
3. Een post behoeft niet afzonderlijk te worden vermeld, indien deze in het geheel van de jaarrekening van te verwaarlozen betekenis is voor het wettelijk vereiste inzicht. Krachtens deze titel vereiste vermeldingen mogen achterwege blijven voor zover zij op zichzelf genomen en tezamen met soortgelijke vermeldingen voor dit inzicht van te verwaarlozen betekenis zouden zijn. Vermeldingen krachtens de [artikelen 378](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=382&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [383](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383&z=2004-02-18&g=2004-02-18) mogen evenwel niet achterwege blijven.
4. De indeling van de balans en van de winst- en verliesrekening mag slechts wegens gegronde redenen afwijken van die van het voorafgaande jaar; in de toelichting worden de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot afwijking hebben geleid, uiteengezet.
@@ -4466,7 +4466,7 @@
- b. de som van de waarden waartegen de in het boekjaar verkregen activa zijn te boek gesteld, en de som van de boekwaarden der activa waarover de rechtspersoon aan het einde van het boekjaar niet meer beschikt;
- c. de herwaarderingen over het boekjaar overeenkomstig [artikel 390 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- c. de herwaarderingen over het boekjaar overeenkomstig [artikel 390 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- d. de afschrijvingen, de waardeverminderingen en de terugneming daarvan over het boekjaar;
@@ -4502,13 +4502,13 @@
- d. opgevraagde stortingen van geplaatst kapitaal;
- e. overige vorderingen, met uitzondering van die waarop de [artikelen 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=371&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [372](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=372&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing zijn, en met afzonderlijke vermelding van de vorderingen uit leningen en voorschotten aan leden of houders van aandelen op naam.
- e. overige vorderingen, met uitzondering van die waarop de [artikelen 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=371&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [372](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=372&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing zijn, en met afzonderlijke vermelding van de vorderingen uit leningen en voorschotten aan leden of houders van aandelen op naam.
2. Bij elk van de in lid 1 vermelde groepen van vorderingen wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan een jaar.
##### Artikel 371
1. Behoren tot de vlottende activa aandelen en andere vormen van belangen in niet in de consolidatie betrokken maatschappijen als bedoeld in [artikel 361 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=361&z=2003-01-01&g=2004-01-01), dan worden deze afzonderlijk onder de effecten opgenomen. Vermeld wordt de gezamenlijke waarde van de overige tot de vlottende activa behorende effecten die in de prijscourant van een Nederlandse of buitenlandse beurs zijn opgenomen.
1. Behoren tot de vlottende activa aandelen en andere vormen van belangen in niet in de consolidatie betrokken maatschappijen als bedoeld in [artikel 361 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=361&z=2004-02-18&g=2004-02-18), dan worden deze afzonderlijk onder de effecten opgenomen. Vermeld wordt de gezamenlijke waarde van de overige tot de vlottende activa behorende effecten die in de prijscourant van een Nederlandse of buitenlandse beurs zijn opgenomen.
2. Omtrent de effecten wordt vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de rechtspersoon staan.
@@ -4542,9 +4542,9 @@
3. Het kapitaal wordt niet verminderd met het bedrag van eigen aandelen of certificaten daarvan die de rechtspersoon of een dochtermaatschappij houdt.
4. Wettelijke reserves zijn de reserves die moeten worden aangehouden ingevolge de [artikelen 67a lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [67a lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [94a lid 3 onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2003-01-01&g=2004-01-01)., [178 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [178a lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [178a lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [207c lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=207c&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [365 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [389 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2003-01-01&g=2004-01-01), en [390](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
5. In een jaarrekening die in een vreemde geldeenheid wordt opgesteld, wordt de in lid 1 onderdeel **a** bedoelde post opgenomen in die geldeenheid, naar de koers op de balansdatum. Tevens worden dan deze koers en het bedrag in Nederlands geld vermeld. Voor de toepassing van [artikel 178 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt naar de zelfde koers gerekend.
4. Wettelijke reserves zijn de reserves die moeten worden aangehouden ingevolge de [artikelen 67a lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [67a lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=1&artikel=67a&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [94a lid 3 onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94a&z=2004-02-18&g=2004-02-18)., [178 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [178a lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [178a lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178a&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [207c lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=207c&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [365 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [389 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2004-02-18&g=2004-02-18), en [390](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
5. In een jaarrekening die in een vreemde geldeenheid wordt opgesteld, wordt de in lid 1 onderdeel **a** bedoelde post opgenomen in die geldeenheid, naar de koers op de balansdatum. Tevens worden dan deze koers en het bedrag in Nederlands geld vermeld. Voor de toepassing van [artikel 178 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=1&artikel=178&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt naar de zelfde koers gerekend.
##### Artikel 374
@@ -4592,7 +4592,7 @@
2. Bij elke in lid 1 vermelde groep van schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan een jaar, met aanduiding van de rentevoet daarover en met afzonderlijke vermelding tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan vijf jaar.
3. Onderscheiden naar de in lid 1 genoemde groepen, wordt aangegeven voor welke schulden zakelijke zekerheid is gesteld en in welke vorm dat is geschied. Voorts wordt medegedeeld ten aanzien van welke schulden de rechtspersoon zich, al dan niet voorwaardelijk, heeft verbonden tot het bezwaren of niet bezwaren van goederen, voor zover dat noodzakelijk is voor het verschaffen van het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde inzicht.
3. Onderscheiden naar de in lid 1 genoemde groepen, wordt aangegeven voor welke schulden zakelijke zekerheid is gesteld en in welke vorm dat is geschied. Voorts wordt medegedeeld ten aanzien van welke schulden de rechtspersoon zich, al dan niet voorwaardelijk, heeft verbonden tot het bezwaren of niet bezwaren van goederen, voor zover dat noodzakelijk is voor het verschaffen van het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde inzicht.
4. Aangegeven wordt tot welk bedrag schulden in rang zijn achtergesteld bij de andere schulden; de aard van deze achterstelling wordt toegelicht.
@@ -4698,13 +4698,13 @@
2. In het overzicht wordt de post gestort en opgevraagd kapitaal uitgesplitst naar de soorten aandelen. Afzonderlijk worden vermeld de eindstand en de gegevens over het verloop van de aandelen in het kapitaal van de rechtspersoon en van de certificaten daarvan, die deze zelf of een dochtermaatschappij voor eigen rekening houdt of doet houden. Vermeld wordt op welke post van het eigen vermogen de verkrijgingsprijs of boekwaarde daarvan in mindering is gebracht.
3. Opgegeven wordt op welke wijze stortingen op aandelen zijn verricht die in het boekjaar opeisbaar werden of vrijwillig zijn verricht, met de zakelijke inhoud van de in het boekjaar verrichte rechtshandelingen, waarop een der [artikelen 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [94c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94c&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [204](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [204c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204c&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing is. Een naamloze vennootschap vermeldt iedere verwerving en vervreemding voor haar rekening van eigen aandelen en certificaten daarvan; daarbij worden medegedeeld de redenen van verwerving, het aantal, het nominale bedrag en de overeengekomen prijs van de bij elke handeling betrokken aandelen en certificaten en het gedeelte van het kapitaal dat zij vertegenwoordigen.
3. Opgegeven wordt op welke wijze stortingen op aandelen zijn verricht die in het boekjaar opeisbaar werden of vrijwillig zijn verricht, met de zakelijke inhoud van de in het boekjaar verrichte rechtshandelingen, waarop een der [artikelen 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [94c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=94c&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [204](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [204c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204c&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing is. Een naamloze vennootschap vermeldt iedere verwerving en vervreemding voor haar rekening van eigen aandelen en certificaten daarvan; daarbij worden medegedeeld de redenen van verwerving, het aantal, het nominale bedrag en de overeengekomen prijs van de bij elke handeling betrokken aandelen en certificaten en het gedeelte van het kapitaal dat zij vertegenwoordigen.
4. Een naamloze vennootschap vermeldt de gegevens omtrent het aantal, de soort en het nominale bedrag van de eigen aandelen of de certificaten daarvan:
- a. die zij of een ander voor haar rekening op de balansdatum in pand heeft;
- b. die zij of een dochtermaatschappij op de balansdatum houdt op grond van verkrijging met toepassing van [artikel 98 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
- b. die zij of een dochtermaatschappij op de balansdatum houdt op grond van verkrijging met toepassing van [artikel 98 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=98&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 379
@@ -4718,9 +4718,9 @@
- a. de rechtspersoon de financiële gegevens van de maatschappij consolideert;
- b. de rechtspersoon de maatschappij op zijn balans of geconsolideerde balans overeenkomstig [artikel 389 leden 1 tot en met 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2003-01-01&g=2004-01-01) verantwoordt;
- c. de rechtspersoon de financiële gegevens van de maatschappij wegens te verwaarlozen belang dan wel op grond van [artikel 408](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=408&z=2003-01-01&g=2004-01-01) niet consolideert; of
- b. de rechtspersoon de maatschappij op zijn balans of geconsolideerde balans overeenkomstig [artikel 389 leden 1 tot en met 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2004-02-18&g=2004-02-18) verantwoordt;
- c. de rechtspersoon de financiële gegevens van de maatschappij wegens te verwaarlozen belang dan wel op grond van [artikel 408](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=408&z=2004-02-18&g=2004-02-18) niet consolideert; of
- d. minder dan de helft van het kapitaal van de maatschappij voor rekening van de rechtspersoon wordt verschaft en de maatschappij wettig haar balans niet openbaar maakt.
@@ -4732,7 +4732,7 @@
4. Onze Minister van Economische Zaken kan van de verplichtingen, bedoeld in de leden 1, 2 en 3, desverzocht ontheffing verlenen, indien gegronde vrees bestaat dat door de vermelding ernstig nadeel kan ontstaan. Deze ontheffing kan telkens voor ten hoogste vijf jaren worden gegeven. In de toelichting wordt vermeld dat ontheffing is verleend of aangevraagd. Hangende de aanvraag is openbaarmaking niet vereist.
5. De vermeldingen, vereist in dit artikel en in [artikel 414](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=414&z=2003-01-01&g=2004-01-01) mogen gezamenlijk worden opgenomen. De rechtspersoon mag het deel van de toelichting dat deze vermeldingen bevat afzonderlijk ter inzage van ieder neerleggen ten kantore van het handelsregister, mits beide delen van de toelichting naar elkaar verwijzen.
5. De vermeldingen, vereist in dit artikel en in [artikel 414](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=414&z=2004-02-18&g=2004-02-18) mogen gezamenlijk worden opgenomen. De rechtspersoon mag het deel van de toelichting dat deze vermeldingen bevat afzonderlijk ter inzage van ieder neerleggen ten kantore van het handelsregister, mits beide delen van de toelichting naar elkaar verwijzen.
##### Artikel 380
@@ -4740,15 +4740,15 @@
2. De netto-omzet wordt op overeenkomstige wijze gesplitst naar de onderscheiden gebieden waarin de rechtspersoon goederen en diensten levert.
3. [Artikel 379 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=379&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 379 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=379&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 381
Vermeld wordt tot welke belangrijke, niet in de balans opgenomen, financiële verplichtingen de rechtspersoon voor een aantal toekomstige jaren is verbonden, zoals die welke uit langlopende overeenkomsten voortvloeien. Daarbij worden afzonderlijk vermeld de verplichtingen jegens groepsmaatschappijen. [Artikel 375 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
Vermeld wordt tot welke belangrijke, niet in de balans opgenomen, financiële verplichtingen de rechtspersoon voor een aantal toekomstige jaren is verbonden, zoals die welke uit langlopende overeenkomsten voortvloeien. Daarbij worden afzonderlijk vermeld de verplichtingen jegens groepsmaatschappijen. [Artikel 375 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 382
Medegedeeld wordt het gemiddelde aantal gedurende het boekjaar bij de rechtspersoon werkzame werknemers, ingedeeld op een wijze die is afgestemd op de inrichting van het bedrijf. Heeft [artikel 377 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geen toepassing in de winst- en verliesrekening gevonden, dan worden de aldaar onder **e** en **f** verlangde gegevens vermeld.
Medegedeeld wordt het gemiddelde aantal gedurende het boekjaar bij de rechtspersoon werkzame werknemers, ingedeeld op een wijze die is afgestemd op de inrichting van het bedrijf. Heeft [artikel 377 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geen toepassing in de winst- en verliesrekening gevonden, dan worden de aldaar onder **e** en **f** verlangde gegevens vermeld.
##### Artikel 383
@@ -4758,13 +4758,13 @@
##### Artikel 383a
De in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde stichtingen en verenigingen vermelden zowel de statutaire regeling omtrent de bestemming van het resultaat als de wijze waarop het resultaat na belastingen wordt bestemd.
De in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde stichtingen en verenigingen vermelden zowel de statutaire regeling omtrent de bestemming van het resultaat als de wijze waarop het resultaat na belastingen wordt bestemd.
### Afdeling 6. Voorschriften omtrent de grondslagen van waardering en van bepaling van het resultaat
##### Artikel 384
1. Bij de keuze van een grondslag voor de waardering van een actief en van een passief en voor de bepaling van het resultaat laat de rechtspersoon zich leiden door de voorschriften van [artikel 362 leden 1-4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2003-01-01&g=2004-01-01). Als grondslag komen in aanmerking de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en, voor de materiële en financiële vaste activa en de voorraden, tevens de actuele waarde.
1. Bij de keuze van een grondslag voor de waardering van een actief en van een passief en voor de bepaling van het resultaat laat de rechtspersoon zich leiden door de voorschriften van [artikel 362 leden 1-4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2004-02-18&g=2004-02-18). Als grondslag komen in aanmerking de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en, voor de materiële en financiële vaste activa en de voorraden, tevens de actuele waarde.
2. Bij de toepassing van de grondslagen wordt voorzichtigheid betracht. Winsten worden slechts opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar, worden in acht genomen, indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening zijn bekend geworden.
@@ -4778,13 +4778,13 @@
##### Artikel 385
1. De activa en passiva worden, voor zover zij in hun betekenis voor het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde inzicht verschillen, afzonderlijk gewaardeerd.
1. De activa en passiva worden, voor zover zij in hun betekenis voor het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde inzicht verschillen, afzonderlijk gewaardeerd.
2. De waardering van gelijksoortige bestanddelen van voorraden en effecten mag geschieden met toepassing van gewogen gemiddelde prijzen, van de regels "eerst-in, eerst-uit" (Fifo), "laatst-in, eerst-uit" (Lifo), of van soortgelijke regels.
3. Materiële vaste activa en voorraden van grond- en hulpstoffen die geregeld worden vervangen en waarvan de gezamenlijke waarde van ondergeschikte betekenis is, mogen tegen een vaste hoeveelheid en waarde worden opgenomen, indien de hoeveelheid, samenstelling en waarde slechts aan geringe veranderingen onderhevig zijn.
4. De in [artikel 365 lid 1 onder c-e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2003-01-01&g=2004-01-01) genoemde activa worden opgenomen tot ten hoogste de daarvoor gedane uitgaven, verminderd met de afschrijvingen.
4. De in [artikel 365 lid 1 onder c-e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2004-02-18&g=2004-02-18) genoemde activa worden opgenomen tot ten hoogste de daarvoor gedane uitgaven, verminderd met de afschrijvingen.
5. Eigen aandelen of certificaten daarvan die de rechtspersoon houdt of doet houden, mogen niet worden geactiveerd. De aan het belang in een dochtermaatschappij toegekende waarde wordt, al dan niet evenredig aan het belang, verminderd met de verkrijgingsprijs van aandelen in de rechtspersoon en van certificaten daarvan, die de dochtermaatschappij voor eigen rekening houdt of doet houden; heeft zij deze aandelen of certificaten verkregen voor het tijdstip waarop zij dochtermaatschappij werd, dan komt evenwel hun boekwaarde op dat tijdstip in mindering of een evenredig deel daarvan.
@@ -4798,19 +4798,19 @@
4. Op vaste activa met beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat op de verwachte toekomstige gebruiksduur is afgestemd.
5. Op het overeenkomstig [artikel 375 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geactiveerde deel van een schuld wordt tot de aflossing jaarlijks een redelijk deel afgeschreven.
5. Op het overeenkomstig [artikel 375 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geactiveerde deel van een schuld wordt tot de aflossing jaarlijks een redelijk deel afgeschreven.
##### Artikel 387
1. Waardeverminderingen van activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
2. Vlottende activa worden gewaardeerd tegen marktwaarde, indien deze op de balansdatum lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De waardering geschiedt tegen een andere lagere waarde, indien het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.
2. Vlottende activa worden gewaardeerd tegen marktwaarde, indien deze op de balansdatum lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De waardering geschiedt tegen een andere lagere waarde, indien het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.
3. Indien redelijkerwijs een buitengewone waardevermindering van vlottende activa op korte termijn valt te voorzien, mag bij de waardering hiermede rekening worden gehouden.
4. Bij de waardering van de vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Bij de waardering van de financiële vaste activa mag in ieder geval met op de balansdatum opgetreden waardevermindering rekening worden gehouden.
5. De afboeking overeenkomstig de voorgaande leden wordt, voor zover zij niet krachtens [artikel 390 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2003-01-01&g=2004-01-01) aan de herwaarderingsreserve wordt onttrokken, ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. De afboeking wordt ongedaan gemaakt, zodra de waardevermindering heeft opgehouden te bestaan. De afboekingen ingevolge lid 3 en die ingevolge lid 4, alsmede de terugnemingen, worden afzonderlijk in de winst- en verliesrekening of in de toelichting opgenomen.
5. De afboeking overeenkomstig de voorgaande leden wordt, voor zover zij niet krachtens [artikel 390 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2004-02-18&g=2004-02-18) aan de herwaarderingsreserve wordt onttrokken, ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. De afboeking wordt ongedaan gemaakt, zodra de waardevermindering heeft opgehouden te bestaan. De afboekingen ingevolge lid 3 en die ingevolge lid 4, alsmede de terugnemingen, worden afzonderlijk in de winst- en verliesrekening of in de toelichting opgenomen.
##### Artikel 388
@@ -4826,17 +4826,17 @@
3. Wanneer de rechtspersoon onvoldoende gegevens ter beschikking staan om de netto-vermogenswaarde te bepalen, mag hij uitgaan van een waarde die op andere wijze overeenkomstig deze titel is bepaald en wijzigt hij deze waarde met het bedrag van zijn aandeel in het resultaat en in de uitkeringen van de maatschappij waarin hij deelneemt. Deze wijze van waardering moet worden vermeld.
4. In de jaarrekening van een rechtspersoon die geen bank is als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2003-01-01&g=2004-01-01) mag de verantwoording van een deelneming in een bank overeenkomstig [afdeling 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van deze titel geschieden. In de jaarrekening van een bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt een deelneming in een rechtspersoon die geen bank is, verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor banken met uitzondering van [artikel 424](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=424&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en onverminderd de eerste zin van lid 5.
4. In de jaarrekening van een rechtspersoon die geen bank is als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2004-02-18&g=2004-02-18) mag de verantwoording van een deelneming in een bank overeenkomstig [afdeling 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van deze titel geschieden. In de jaarrekening van een bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt een deelneming in een rechtspersoon die geen bank is, verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor banken met uitzondering van [artikel 424](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=424&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en onverminderd de eerste zin van lid 5.
Deze uitzondering behoeft niet te worden toegepast ten aanzien van deelnemingen, waarin werkzaamheden worden verricht, die rechtstreeks liggen in het verlengde van het bankbedrijf.
5. In de jaarrekening van een rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is als bedoeld in [artikel 427](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=1&artikel=427&z=2003-01-01&g=2004-01-01) mag de verantwoording van een deelneming in een verzekeringsmaatschappij overeenkomstig [afdeling 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van deze titel geschieden. In de jaarrekening van een verzekeringsmaatschappij als bedoeld in [artikel 427](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=1&artikel=427&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt een deelneming in een rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is, verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen, onverminderd de eerste zin van lid 4 van dit artikel.
5. In de jaarrekening van een rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is als bedoeld in [artikel 427](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=1&artikel=427&z=2004-02-18&g=2004-02-18) mag de verantwoording van een deelneming in een verzekeringsmaatschappij overeenkomstig [afdeling 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van deze titel geschieden. In de jaarrekening van een verzekeringsmaatschappij als bedoeld in [artikel 427](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=1&artikel=427&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt een deelneming in een rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is, verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen, onverminderd de eerste zin van lid 4 van dit artikel.
6. De rechtspersoon moet een reserve aanhouden ter hoogte van zijn aandeel in de resultaten uit de deelnemingen sedert de eerste waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3, verminderd met de uitkeringen waarop hij sedertdien tot het vaststellen van zijn jaarrekening recht heeft verkregen; uitkeringen waarvan hij zonder beperking ontvangst in Nederland kan bewerkstelligen, mogen eveneens in mindering worden gebracht. Deze reserve kan in kapitaal worden omgezet. Onder de in dit lid bedoelde uitkeringen worden niet begrepen uitkeringen in aandelen.
7. Indien de waarde bij de eerste waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3 lager is dan de verkrijgingsprijs of de voorafgaande boekwaarde van de deelneming, wordt het verschil zichtbaar ten laste van de winst- en verliesrekening of van het eigen vermogen gebracht, dan wel als goodwill geactiveerd. Voor deze berekening wordt ook de verkrijgingsprijs verminderd overeenkomstig [artikel 385 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=385&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
8. Indien de waarde bij de eerste waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3 hoger is dan de verkrijgingsprijs, is [artikel 390](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing op het verschil, voor zover dit geen nadelen weerspiegelt die voor de rechtspersoon aan de deelneming zijn verbonden. Voor deze berekening wordt ook de verkrijgingsprijs verminderd overeenkomstig [artikel 385 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=385&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
7. Indien de waarde bij de eerste waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3 lager is dan de verkrijgingsprijs of de voorafgaande boekwaarde van de deelneming, wordt het verschil zichtbaar ten laste van de winst- en verliesrekening of van het eigen vermogen gebracht, dan wel als goodwill geactiveerd. Voor deze berekening wordt ook de verkrijgingsprijs verminderd overeenkomstig [artikel 385 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=385&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
8. Indien de waarde bij de eerste waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3 hoger is dan de verkrijgingsprijs, is [artikel 390](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing op het verschil, voor zover dit geen nadelen weerspiegelt die voor de rechtspersoon aan de deelneming zijn verbonden. Voor deze berekening wordt ook de verkrijgingsprijs verminderd overeenkomstig [artikel 385 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=385&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
9. Wegens in de toelichting te vermelden gegronde redenen mag worden afgeweken van toepassing van lid 1.
@@ -4868,7 +4868,7 @@
1. Het bestuur voegt de volgende gegevens toe aan de jaarrekening en het jaarverslag:
- a. de accountantsverklaring, bedoeld in [artikel 393 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of een mededeling waarom deze ontbreekt;
- a. de accountantsverklaring, bedoeld in [artikel 393 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of een mededeling waarom deze ontbreekt;
- b. een weergave van de statutaire regeling omtrent de bestemming van de winst;
@@ -4890,7 +4890,7 @@
4. Het bepaalde in lid 1 onder **e** en in lid 3 is niet van toepassing, voor zover Onze Minister van Economische Zaken desverzocht aan de rechtspersoon wegens gewichtige redenen ontheffing heeft verleend; deze ontheffing kan telkens voor ten hoogste vijf jaren worden verleend.
5. Het bestuur van een stichting of een vereniging als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2003-01-01&g=2004-01-01) behoeft de gegevens, bedoeld in lid 1, onder **b** en **c**, niet aan de jaarrekening en het jaarverslag toe te voegen.
5. Het bestuur van een stichting of een vereniging als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2004-02-18&g=2004-02-18) behoeft de gegevens, bedoeld in lid 1, onder **b** en **c**, niet aan de jaarrekening en het jaarverslag toe te voegen.
### Afdeling 7. Jaarverslag
@@ -4900,7 +4900,7 @@
2. Tot het verlenen van de opdracht is de algemene vergadering van leden of aandeelhouders bevoegd. Gaat deze daartoe niet over, dan is de raad van commissarissen bevoegd of, zo deze ontbreekt of in gebreke blijft, het bestuur. De aanwijzing van een accountant wordt door generlei voordracht beperkt; de opdracht kan te allen tijde worden ingetrokken door de algemene vergadering en door degene die haar heeft verleend; de door het bestuur verleende opdracht kan bovendien door de raad van commissarissen worden ingetrokken. De algemene vergadering hoort de accountant op diens verlangen omtrent de intrekking van een hem verleende opdracht of omtrent het hem kenbaar gemaakte voornemen daartoe.
3. De accountant onderzoekt of de jaarrekening het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2003-01-01&g=2004-01-01) vereiste inzicht geeft. Hij gaat voorts na, of de jaarrekening aan de bij en krachtens de wet gestelde voorschriften voldoet, of het jaarverslag, voor zover hij dat kan beoordelen, overeenkomstig deze titel is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is, en of de in [artikel 392 lid 1, onderdelen b tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2003-01-01&g=2004-01-01) vereiste gegevens zijn toegevoegd.
3. De accountant onderzoekt of de jaarrekening het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2004-02-18&g=2004-02-18) vereiste inzicht geeft. Hij gaat voorts na, of de jaarrekening aan de bij en krachtens de wet gestelde voorschriften voldoet, of het jaarverslag, voor zover hij dat kan beoordelen, overeenkomstig deze titel is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is, en of de in [artikel 392 lid 1, onderdelen b tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2004-02-18&g=2004-02-18) vereiste gegevens zijn toegevoegd.
4. De accountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan de raad van commissarissen en aan het bestuur. Hij maakt daarbij ten minste melding van zijn bevindingen met betrekking tot de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking.
@@ -4920,9 +4920,9 @@
3. Uiterlijk dertien maanden na afloop van het boekjaar moet de rechtspersoon de jaarrekening op de in lid 1 voorgeschreven wijze openbaar hebben gemaakt.
4. Gelijktijdig met en op dezelfde wijze als de jaarrekening wordt een in de zelfde taal of in het Nederlands gesteld exemplaar van het jaarverslag en van de overige in [artikel 392](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde gegevens openbaar gemaakt. Het voorafgaande geldt, behalve voor de in [artikel 392 lid 1 onder a, c, f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2003-01-01&g=2004-01-01) genoemde gegevens, niet, indien de stukken ten kantore van de rechtspersoon ter inzage van een ieder worden gehouden en op verzoek een volledig of gedeeltelijk afschrift daarvan ten hoogste tegen de kostprijs wordt verstrekt; hiervan doet de rechtspersoon opgaaf ter inschrijving in het handelsregister.
5. De vorige leden gelden niet, indien Onze Minister van Economische Zaken de in [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=58&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [artikel 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=101&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [artikel 210](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=210&z=2003-01-01&g=2004-01-01) genoemde ontheffing heeft verleend; alsdan wordt een afschrift van die ontheffing ten kantore van het handelsregister nedergelegd.
4. Gelijktijdig met en op dezelfde wijze als de jaarrekening wordt een in de zelfde taal of in het Nederlands gesteld exemplaar van het jaarverslag en van de overige in [artikel 392](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde gegevens openbaar gemaakt. Het voorafgaande geldt, behalve voor de in [artikel 392 lid 1 onder a, c, f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2004-02-18&g=2004-02-18) genoemde gegevens, niet, indien de stukken ten kantore van de rechtspersoon ter inzage van een ieder worden gehouden en op verzoek een volledig of gedeeltelijk afschrift daarvan ten hoogste tegen de kostprijs wordt verstrekt; hiervan doet de rechtspersoon opgaaf ter inschrijving in het handelsregister.
5. De vorige leden gelden niet, indien Onze Minister van Economische Zaken de in [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=58&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [artikel 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=101&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [artikel 210](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=210&z=2004-02-18&g=2004-02-18) genoemde ontheffing heeft verleend; alsdan wordt een afschrift van die ontheffing ten kantore van het handelsregister nedergelegd.
6. De in de vorige leden bedoelde bescheiden worden gedurende zeven jaren bewaard. De Kamer van Koophandel en Fabrieken mag de op deze bescheiden geplaatste gegevens overbrengen op andere gegevensdragers, die zij in hun plaats in het handelsregister bewaart, mits die overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
@@ -4930,11 +4930,11 @@
##### Artikel 395
1. Wordt de jaarrekening op andere wijze dan ingevolge het vorige artikel openbaar gemaakt, dan wordt daaraan in ieder geval de in [artikel 393 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde accountantsverklaring toegevoegd. Voor de toepassing van de vorige zin geldt als de jaarrekening van een rechtspersoon waarop [artikel 397](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing is, mede de jaarrekening in de vorm waarin zij ingevolge dat artikel openbaar mag worden gemaakt. Is de verklaring niet afgelegd, dan wordt de reden daarvan vermeld.
2. Wordt slechts de balans of de winst- en verliesrekening, al dan niet met toelichting, of wordt de jaarrekening in beknopte vorm op andere wijze dan ingevolge het vorige artikel openbaar gemaakt, dan wordt dit ondubbelzinnig vermeld onder verwijzing naar de openbaarmaking krachtens wettelijk voorschrift, of, zo deze niet is geschied, onder mededeling van dit feit. De in [artikel 393 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde accountantsverklaring mag alsdan niet worden toegevoegd. Bij de openbaarmaking wordt medegedeeld of de accountant deze verklaring heeft afgelegd. Is de verklaring afgelegd, dan wordt een mededeling van de accountant toegevoegd welke strekking zijn verklaring bij de jaarrekening heeft. Is de verklaring niet afgelegd, dan wordt de reden daarvan vermeld.
3. Is de jaarrekening nog niet vastgesteld of goedgekeurd, dan wordt dit bij de in lid 1 en lid 2 bedoelde stukken vermeld. Indien een mededeling als bedoeld in de [laatste zin van artikel 362 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is gedaan, wordt dit eveneens vermeld.
1. Wordt de jaarrekening op andere wijze dan ingevolge het vorige artikel openbaar gemaakt, dan wordt daaraan in ieder geval de in [artikel 393 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde accountantsverklaring toegevoegd. Voor de toepassing van de vorige zin geldt als de jaarrekening van een rechtspersoon waarop [artikel 397](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing is, mede de jaarrekening in de vorm waarin zij ingevolge dat artikel openbaar mag worden gemaakt. Is de verklaring niet afgelegd, dan wordt de reden daarvan vermeld.
2. Wordt slechts de balans of de winst- en verliesrekening, al dan niet met toelichting, of wordt de jaarrekening in beknopte vorm op andere wijze dan ingevolge het vorige artikel openbaar gemaakt, dan wordt dit ondubbelzinnig vermeld onder verwijzing naar de openbaarmaking krachtens wettelijk voorschrift, of, zo deze niet is geschied, onder mededeling van dit feit. De in [artikel 393 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde accountantsverklaring mag alsdan niet worden toegevoegd. Bij de openbaarmaking wordt medegedeeld of de accountant deze verklaring heeft afgelegd. Is de verklaring afgelegd, dan wordt een mededeling van de accountant toegevoegd welke strekking zijn verklaring bij de jaarrekening heeft. Is de verklaring niet afgelegd, dan wordt de reden daarvan vermeld.
3. Is de jaarrekening nog niet vastgesteld of goedgekeurd, dan wordt dit bij de in lid 1 en lid 2 bedoelde stukken vermeld. Indien een mededeling als bedoeld in de [laatste zin van artikel 362 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is gedaan, wordt dit eveneens vermeld.
### Afdeling 11. Vrijstellingen op grond van de omvang van het bedrijf van de rechtspersoon
@@ -4942,25 +4942,25 @@
1. De leden 3 tot en met 8 gelden voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:
- a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 3,5 miljoen ;
- b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 7 miljoen;
- a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 3 650 000;
- b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 7 300 000;
- c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 50.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon [artikel 408](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=408&z=2003-01-01&g=2004-01-01) toepast.
3. Van de ingevolge [afdeling 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3&z=2003-01-01&g=2004-01-01) voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de [artikelen 364](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=1&artikel=364&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [373](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=373&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [375 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2003-01-01&g=2004-01-01), alsmede, zonder uitsplitsing naar soort schuld of vordering, in de [artikelen 370 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=370&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [375 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en de opgave van het ingehouden deel van het resultaat.
4. In de winst- en verliesrekening worden de posten genoemd in [artikel 377 lid 3 onder a-d en g, onderscheidenlijk lid 4 onder a-c en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2003-01-01&g=2004-01-01), samengetrokken tot een post bruto-bedrijfsresultaat; de rechtspersoon vermeldt in een verhoudingscijfer in welke mate de netto-omzet ten opzichte van die van het vorige jaar is gestegen of gedaald.
5. Het in [artikel 378 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2003-01-01&g=2004-01-01) genoemde overzicht wordt slechts gegeven voor de herwaarderingsreserve, behoudens de [tweede zin van artikel 378 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2003-01-01&g=2004-01-01); opgegeven worden het aantal geplaatste aandelen en het bedrag per soort, aantal en bedrag van de in het boekjaar uitgegeven aandelen en van de aandelen en certificaten daarvan die de rechtspersoon of een dochtermaatschappij voor eigen rekening houdt. De [artikelen 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=380&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [383 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn niet van toepassing.
6. De [artikelen 383b tot en met 383e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383b&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [391](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=7&artikel=391&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [393 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn niet van toepassing.
7. [Artikel 394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is slechts van toepassing met betrekking tot een overeenkomstig lid 3 beperkte balans en de toelichting. In de openbaar gemaakte toelichting blijven achterwege de nadere gegevens omtrent de winst- en verliesrekening, alsmede de gegevens bedoeld in [artikel 378 lid 3, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
8. Indien de rechtspersoon geen winst beoogt, behoeft hij [artikel 394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2003-01-01&g=2004-01-01) niet toe te passen, mits hij
2. Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon [artikel 408](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=408&z=2004-02-18&g=2004-02-18) toepast.
3. Van de ingevolge [afdeling 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3&z=2004-02-18&g=2004-02-18) voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de [artikelen 364](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=1&artikel=364&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [373](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=373&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [375 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2004-02-18&g=2004-02-18), alsmede, zonder uitsplitsing naar soort schuld of vordering, in de [artikelen 370 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=370&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [375 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en de opgave van het ingehouden deel van het resultaat.
4. In de winst- en verliesrekening worden de posten genoemd in [artikel 377 lid 3 onder a-d en g, onderscheidenlijk lid 4 onder a-c en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2004-02-18&g=2004-02-18), samengetrokken tot een post bruto-bedrijfsresultaat; de rechtspersoon vermeldt in een verhoudingscijfer in welke mate de netto-omzet ten opzichte van die van het vorige jaar is gestegen of gedaald.
5. Het in [artikel 378 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2004-02-18&g=2004-02-18) genoemde overzicht wordt slechts gegeven voor de herwaarderingsreserve, behoudens de [tweede zin van artikel 378 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2004-02-18&g=2004-02-18); opgegeven worden het aantal geplaatste aandelen en het bedrag per soort, aantal en bedrag van de in het boekjaar uitgegeven aandelen en van de aandelen en certificaten daarvan die de rechtspersoon of een dochtermaatschappij voor eigen rekening houdt. De [artikelen 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=380&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [383 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn niet van toepassing.
6. De [artikelen 383b tot en met 383e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383b&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [391](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=7&artikel=391&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [393 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn niet van toepassing.
7. [Artikel 394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is slechts van toepassing met betrekking tot een overeenkomstig lid 3 beperkte balans en de toelichting. In de openbaar gemaakte toelichting blijven achterwege de nadere gegevens omtrent de winst- en verliesrekening, alsmede de gegevens bedoeld in [artikel 378 lid 3, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
8. Indien de rechtspersoon geen winst beoogt, behoeft hij [artikel 394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2004-02-18&g=2004-02-18) niet toe te passen, mits hij
- a. de in lid 7 bedoelde stukken aan schuldeisers en houders van aandelen in zijn kapitaal of van certificaten daarvan op hun verzoek onmiddellijk kosteloos toezendt of ten kantore van de rechtspersoon ter inzage geeft; en
@@ -4968,35 +4968,35 @@
##### Artikel 397
1. Behoudens [artikel 396](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden de leden 3, 4, 5 en 6 voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:
- a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting, bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 14 miljoen;
- b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 28 miljoen;
1. Behoudens [artikel 396](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden de leden 3, 4, 5 en 6 voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:
- a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting, bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 14 600 000;
- b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 29 200 000;
- c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 250.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon [artikel 408](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=408&z=2003-01-01&g=2004-01-01) toepast.
3. In de winst- en verliesrekening worden de posten genoemd in [artikel 377 lid 3, onder **a**-d en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2003-01-01&g=2004-01-01), onderscheidenlijk lid 4, onder **a**-**c** en **f**, samengetrokken tot een post bruto-bedrijfsresultaat; de rechtspersoon vermeldt in een verhoudingscijfer, in welke mate de netto-omzet ten opzichte van die van het vorige jaar is gestegen of gedaald.
4. [Artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=380&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is niet van toepassing.
5. Van de in afdeling 3 voorgeschreven opgaven behoeven in de openbaar gemaakte balans met toelichting slechts vermelding die welke voorkomen in de [artikelen 364](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=1&artikel=364&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [365 lid 1 onder **d**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [366](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=366&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [367 onder **a**-d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=367&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [370 lid 1 onder **b** en **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=370&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [373](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=373&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [374 leden 3 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [375 lid 1 onder **a**, **b**, **f** en **g** en lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2003-01-01&g=2004-01-01), alsmede [376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en de overlopende posten. De [leden 2 van de artikelen 370](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=370&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [375](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2003-01-01&g=2004-01-01) vinden toepassing zowel op het totaal van de vorderingen en schulden als op de posten uit lid 1 van die artikelen welke afzonderlijke vermelding behoeven. De openbaar te maken winst- en verliesrekening en de toelichting mogen worden beperkt overeenkomstig lid 3 en lid 4.
6. De gegevens, bedoeld in [artikel 392 lid 1, onderdelen **e** en **f**, en lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2003-01-01&g=2004-01-01), worden niet openbaar gemaakt.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon [artikel 408](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=408&z=2004-02-18&g=2004-02-18) toepast.
3. In de winst- en verliesrekening worden de posten genoemd in [artikel 377 lid 3, onder a-d en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2004-02-18&g=2004-02-18), onderscheidenlijk lid 4, onder a-c en f, samengetrokken tot een post bruto-bedrijfsresultaat; de rechtspersoon vermeldt in een verhoudingscijfer, in welke mate de netto-omzet ten opzichte van die van het vorige jaar is gestegen of gedaald.
4. [Artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=380&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is niet van toepassing.
5. Van de in afdeling 3 voorgeschreven opgaven behoeven in de openbaar gemaakte balans met toelichting slechts vermelding die welke voorkomen in de [artikelen 364](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=1&artikel=364&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [365 lid 1 onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [366](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=366&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [367 onder a-d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=367&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [370 lid 1 onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=370&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [373](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=373&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [374 leden 3 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [375 lid 1 onder a, b, f en g en lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2004-02-18&g=2004-02-18), alsmede [376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en de overlopende posten. De [leden 2 van de artikelen 370](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=370&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [375](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2004-02-18&g=2004-02-18) vinden toepassing zowel op het totaal van de vorderingen en schulden als op de posten uit lid 1 van die artikelen welke afzonderlijke vermelding behoeven. De openbaar te maken winst- en verliesrekening en de toelichting mogen worden beperkt overeenkomstig lid 3 en lid 4.
6. De gegevens, bedoeld in [artikel 392 lid 1, onderdelen e en f, en lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2004-02-18&g=2004-02-18), worden niet openbaar gemaakt.
##### Artikel 398
1. [Artikel 396](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [artikel 397](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geldt voor het eerste en tweede boekjaar ook voor een rechtspersoon die op de balansdatum van het eerste boekjaar aan de desbetreffende vereisten heeft voldaan.
2. [Artikel 396 leden 3 tot en met 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [artikel 397 leden 3 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing voor zover de algemene vergadering uiterlijk zes maanden na het begin van het boekjaar niet anders heeft besloten.
3. De [artikelen 396](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [397](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn niet van toepassing op een rechtspersoon waarvoor [artikel 401 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=401&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geldt.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de in [artikel 396 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [artikel 397 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2003-01-01&g=2004-01-01) genoemde bedragen verlaagd, indien het recht van de Europese Gemeenschappen daartoe verplicht, en kunnen zij worden verhoogd, voor zover geoorloofd, telkens tot een veelvoud van een half miljoen gulden.
5. Voor de toepassing van de [artikelen 396 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [397 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2003-01-01&g=2004-01-01) op een stichting of een vereniging als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt uitgegaan van het totaal van de activa van de stichting of vereniging en, met inachtneming van [artikel 396 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01), van de netto-omzet en het gemiddeld aantal werknemers van de onderneming of ondernemingen die deze stichting of vereniging in stand houdt.
1. [Artikel 396](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [artikel 397](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geldt voor het eerste en tweede boekjaar ook voor een rechtspersoon die op de balansdatum van het eerste boekjaar aan de desbetreffende vereisten heeft voldaan.
2. [Artikel 396 leden 3 tot en met 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [artikel 397 leden 3 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn van toepassing voor zover de algemene vergadering uiterlijk zes maanden na het begin van het boekjaar niet anders heeft besloten.
3. De [artikelen 396](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [397](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn niet van toepassing op een rechtspersoon waarvoor [artikel 401 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=401&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geldt.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de in [artikel 396 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [artikel 397 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2004-02-18&g=2004-02-18) genoemde bedragen verlaagd, indien het recht van de Europese Gemeenschappen daartoe verplicht, en kunnen zij worden verhoogd, voor zover geoorloofd, telkens tot een veelvoud van een half miljoen gulden.
5. Voor de toepassing van de [artikelen 396 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [397 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=397&z=2004-02-18&g=2004-02-18) op een stichting of een vereniging als bedoeld in [artikel 360 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt uitgegaan van het totaal van de activa van de stichting of vereniging en, met inachtneming van [artikel 396 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18), van de netto-omzet en het gemiddeld aantal werknemers van de onderneming of ondernemingen die deze stichting of vereniging in stand houdt.
### Afdeling 11. Vrijstellingen op grond van de omvang van het bedrijf van de rechtspersoon
@@ -5006,15 +5006,15 @@
##### Artikel 400
Onze Minister van Financiën kan financiële instellingen die geen bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn, op haar verzoek al dan niet onder voorwaarden toestaan [afdeling 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&z=2003-01-01&g=2004-01-01), met uitzondering van [artikel 424](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=424&z=2003-01-01&g=2004-01-01), toe te passen.
Onze Minister van Financiën kan financiële instellingen die geen bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn, op haar verzoek al dan niet onder voorwaarden toestaan [afdeling 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&z=2004-02-18&g=2004-02-18), met uitzondering van [artikel 424](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=424&z=2004-02-18&g=2004-02-18), toe te passen.
##### Artikel 401
1. Een beleggingsmaatschappij waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) (**Stb.** 1990, 380) een vergunning is verleend, moet in aanvulling op de bepalingen van deze titel tevens voldoen aan de vereisten voor haar jaarrekening, gesteld bij of krachtens de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809). Voor deze beleggingsmaatschappij kan bij of krachtens die wet van [artikel 394, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2003-01-01&g=2004-01-01), worden afgeweken.
1. Een beleggingsmaatschappij waaraan ingevolge de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809) (**Stb.** 1990, 380) een vergunning is verleend, moet in aanvulling op de bepalingen van deze titel tevens voldoen aan de vereisten voor haar jaarrekening, gesteld bij of krachtens de [Wet toezicht beleggingsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004809). Voor deze beleggingsmaatschappij kan bij of krachtens die wet van [artikel 394, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2004-02-18&g=2004-02-18), worden afgeweken.
2. Een beleggingsmaatschappij mag haar beleggingen tegen marktwaarde waarderen. Nadelige koersverschillen ten opzichte van de voorafgaande balansdatum behoeven niet ten laste van de winst- en verliesrekening te worden gebracht, mits zij op de reserves worden afgeboekt; voordelige koersverschillen mogen op de reserves worden bijgeboekt. De bedragen worden in de balans of in de toelichting vermeld. Onder beleggingsmaatschappij wordt in dit lid verstaan een rechtspersoon die uitsluitend ten doel heeft het vermogen zodanig te beleggen dat de risico’s daarvan worden gespreid, teneinde de leden of aandeelhouders in de opbrengst te doen delen.
3. Op een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal is [artikel 378 lid 3, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2003-01-01&g=2004-01-01), niet van toepassing.
3. Op een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal is [artikel 378 lid 3, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2004-02-18&g=2004-02-18), niet van toepassing.
##### Artikel 402
@@ -5038,17 +5038,17 @@
- g. de verklaringen, bedoeld in de onderdelen **b** en **f** zijn neergelegd ten kantore van het handelsregister waar de rechtspersoon is ingeschreven alsmede, telkens binnen zes maanden na de balansdatum of binnen een maand na een geoorloofde latere openbaarmaking, de stukken of vertalingen, genoemd in de onderdelen **d** en **e** dan wel een verwijzing naar het kantoor van het handelsregister waar zij liggen.
2. Zijn in de groep of het groepsdeel waarvan de gegevens in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen, de in lid 1 onder **f** bedoelde rechtspersoon of vennootschap en een andere nevengeschikt, dan is lid 1 slechts van toepassing, indien ook deze andere rechtspersoon of vennootschap een verklaring van aansprakelijkstelling heeft afgelegd; in dat geval zijn lid 1 onder **g** en [artikel 404](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=404&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van overeenkomstige toepassing.
3. Voor een rechtspersoon waarop lid 1 van toepassing is, gelden de [artikelen 391 tot en met 394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=7&artikel=391&z=2003-01-01&g=2004-01-01) niet.
4. Indien de tot de groep behorende rechtspersoon een bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is, vermeldt de balans in afwijking van lid 1, onder **a**, in elk geval de som van de activa en van de passiva en het bedrag van het eigen vermogen en vermeld de winst- en verliesrekening in elk geval het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening, het bedrag der belastingen en het saldo der overige baten en lasten.
5. Indien de tot de groep behorende rechtspersoon een verzekeringsmaatschappij als bedoeld in [artikel 427](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=1&artikel=427&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is, vermeldt de balans in afwijking van lid 1, onder **a**, in elk geval de som van de beleggingen en van de vorderingen, en het bedrag van het eigen vermogen, van de technische voorzieningen en van de schulden, en bestaat de winst- en verliesrekening in elk geval uit de niet-technische rekening, waarop ten minste worden vermeld de resultaten voor belastingen uit de gewone uitoefening van het schade- en levensverzekeringsbedrijf, het saldo der overige baten en lasten en het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening na belastingen.
2. Zijn in de groep of het groepsdeel waarvan de gegevens in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen, de in lid 1 onder **f** bedoelde rechtspersoon of vennootschap en een andere nevengeschikt, dan is lid 1 slechts van toepassing, indien ook deze andere rechtspersoon of vennootschap een verklaring van aansprakelijkstelling heeft afgelegd; in dat geval zijn lid 1 onder **g** en [artikel 404](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=404&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van overeenkomstige toepassing.
3. Voor een rechtspersoon waarop lid 1 van toepassing is, gelden de [artikelen 391 tot en met 394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=7&artikel=391&z=2004-02-18&g=2004-02-18) niet.
4. Indien de tot de groep behorende rechtspersoon een bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is, vermeldt de balans in afwijking van lid 1, onder **a**, in elk geval de som van de activa en van de passiva en het bedrag van het eigen vermogen en vermeld de winst- en verliesrekening in elk geval het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening, het bedrag der belastingen en het saldo der overige baten en lasten.
5. Indien de tot de groep behorende rechtspersoon een verzekeringsmaatschappij als bedoeld in [artikel 427](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=1&artikel=427&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is, vermeldt de balans in afwijking van lid 1, onder **a**, in elk geval de som van de beleggingen en van de vorderingen, en het bedrag van het eigen vermogen, van de technische voorzieningen en van de schulden, en bestaat de winst- en verliesrekening in elk geval uit de niet-technische rekening, waarop ten minste worden vermeld de resultaten voor belastingen uit de gewone uitoefening van het schade- en levensverzekeringsbedrijf, het saldo der overige baten en lasten en het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening na belastingen.
##### Artikel 404
1. Behoudens de [artikelen 204**a** lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [204**c** lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204c&z=2003-01-01&g=2004-01-01) kan een in [artikel 403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde aansprakelijkstelling worden ingetrokken door nederlegging van een daartoe strekkende verklaring ten kantore van het handelsregister.
1. Behoudens de [artikelen 204**a** lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204a&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [204**c** lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=204c&z=2004-02-18&g=2004-02-18) kan een in [artikel 403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde aansprakelijkstelling worden ingetrokken door nederlegging van een daartoe strekkende verklaring ten kantore van het handelsregister.
2. Niettemin blijft de aansprakelijkheid bestaan voor schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen welke zijn verricht voordat jegens de schuldeiser een beroep op de intrekking kan worden gedaan.
@@ -5078,7 +5078,7 @@
1. Een geconsolideerde jaarrekening is de jaarrekening waarin de activa, passiva, baten en lasten van de rechtspersonen en vennootschappen die een groep of groepsdeel vormen, als één geheel worden opgenomen.
2. De geconsolideerde jaarrekening moet overeenkomstig [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2003-01-01&g=2004-01-01) inzicht geven betreffende de groep of het groepsdeel.
2. De geconsolideerde jaarrekening moet overeenkomstig [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2004-02-18&g=2004-02-18) inzicht geven betreffende de groep of het groepsdeel.
##### Artikel 406
@@ -5088,13 +5088,13 @@
3. Indien consolidatie van een groepsmaatschappij wegens verschil in werkzaamheden strijdig zou zijn met het wettelijk vereiste inzicht, moet haar jaarrekening, of in voorkomend geval haar geconsolideerde jaarrekening, afzonderlijk in de toelichting worden opgenomen. Belangrijke niet zichtbare gevolgen van de afzondering moeten worden toegelicht.
4. De rechtspersoon die geen bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van banken bevat, geeft in de toelichting ten minste dat inzicht in de financiële gegevens van de banken als één geheel dat vereist is volgens de voorschriften van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen; belangrijke gevolgen van de uitsplitsing van deze gegevens moeten worden toegelicht.
5. De rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij als bedoeld in [artikel 427 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=1&artikel=427&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van verzekeringsmaatschappijen bevat, geeft in de toelichting ten minste dat inzicht in de financiële gegevens van de verzekeringsmaatschappijen als één geheel dat vereist is volgens de voorschriften van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen; belangrijke gevolgen van de uitsplitsing van de gegevens moeten worden toegelicht.
4. De rechtspersoon die geen bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van banken bevat, geeft in de toelichting ten minste dat inzicht in de financiële gegevens van de banken als één geheel dat vereist is volgens de voorschriften van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen; belangrijke gevolgen van de uitsplitsing van deze gegevens moeten worden toegelicht.
5. De rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij als bedoeld in [artikel 427 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=1&artikel=427&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van verzekeringsmaatschappijen bevat, geeft in de toelichting ten minste dat inzicht in de financiële gegevens van de verzekeringsmaatschappijen als één geheel dat vereist is volgens de voorschriften van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen; belangrijke gevolgen van de uitsplitsing van de gegevens moeten worden toegelicht.
6. De uitsplitsing van de gegevens, bedoeld in de leden 4 en 5, geschiedt wat betreft de balans zoveel mogelijk in overeenstemming met de vormvoorschriften opgenomen in de richtlijnen, bedoeld in de leden 4 en 5, en biedt in ieder geval inzicht in het eigen vermogen van de banken onderscheidenlijk de verzekeringsmaatschappijen als één geheel.
7. In de geconsolideerde jaarrekening van een rechtspersoon, die geen bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is, mag ten aanzien van groepsmaatschappijen die bank zijn, te zamen met de in [artikel 426 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=426&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde andere groepsmaatschappijen, [artikel 424](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=424&z=2003-01-01&g=2004-01-01) worden toegepast.
7. In de geconsolideerde jaarrekening van een rechtspersoon, die geen bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is, mag ten aanzien van groepsmaatschappijen die bank zijn, te zamen met de in [artikel 426 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=426&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde andere groepsmaatschappijen, [artikel 424](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=424&z=2004-02-18&g=2004-02-18) worden toegepast.
##### Artikel 407
@@ -5108,13 +5108,13 @@
2. Consolidatie mag achterwege blijven, indien
- a. bij consolidatie de grenzen van [artikel 396](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2003-01-01&g=2004-01-01) niet zouden worden overschreden;
- a. bij consolidatie de grenzen van [artikel 396](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=11&artikel=396&z=2004-02-18&g=2004-02-18) niet zouden worden overschreden;
- b. geen in de consolidatie te betrekken maatschappij effecten heeft uitstaan die zijn opgenomen in de prijscourant van een beurs; en
- c. niet binnen zes maanden na de aanvang van het boekjaar daartegen schriftelijk bezwaar bij de rechtspersoon is gemaakt door ten minste een tiende der leden of door houders van ten minste een tiende van het geplaatste kapitaal.
3. Indien de rechtspersoon groepsmaatschappijen beheert krachtens een regeling tot samenwerking met een rechtspersoon waarvan de financiële gegevens niet in zijn geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen, mag hij zijn eigen financiële gegevens buiten de geconsolideerde jaarrekening houden. Dit geldt slechts, indien de rechtspersoon geen andere werkzaamheden heeft dan het beheren en financieren van groepsmaatschappijen en deelnemingen, en indien hij in zijn balans [artikel 389](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2003-01-01&g=2004-01-01) toepast.
3. Indien de rechtspersoon groepsmaatschappijen beheert krachtens een regeling tot samenwerking met een rechtspersoon waarvan de financiële gegevens niet in zijn geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen, mag hij zijn eigen financiële gegevens buiten de geconsolideerde jaarrekening houden. Dit geldt slechts, indien de rechtspersoon geen andere werkzaamheden heeft dan het beheren en financieren van groepsmaatschappijen en deelnemingen, en indien hij in zijn balans [artikel 389](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2004-02-18&g=2004-02-18) toepast.
##### Artikel 408
@@ -5138,13 +5138,13 @@
De financiële gegevens van een rechtspersoon of vennootschap mogen in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen naar evenredigheid tot het daarin gehouden belang, indien:
- a. in die rechtspersoon of vennootschap een of meer in de consolidatie opgenomen maatschappijen krachtens een regeling tot samenwerking met andere aandeelhouders, leden of vennoten samen de rechten of bevoegdheden kunnen uitoefenen als bedoeld in [artikel 24**a**, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=24a&z=2003-01-01&g=2004-01-01); en
- a. in die rechtspersoon of vennootschap een of meer in de consolidatie opgenomen maatschappijen krachtens een regeling tot samenwerking met andere aandeelhouders, leden of vennoten samen de rechten of bevoegdheden kunnen uitoefenen als bedoeld in [artikel 24**a**, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=1&artikel=24a&z=2004-02-18&g=2004-02-18); en
- b. hiermee voldaan wordt aan het wettelijke inzichtvereiste.
##### Artikel 410
1. De bepalingen van deze titel over de jaarrekening en onderdelen daarvan, uitgezonderd de [artikelen 365 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [378](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [379](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=379&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [383](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [383b tot en met 383e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383b&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [389 leden 6, 8 en 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2003-01-01&g=2004-01-01), en [390](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2003-01-01&g=2004-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing op de geconsolideerde jaarrekening.
1. De bepalingen van deze titel over de jaarrekening en onderdelen daarvan, uitgezonderd de [artikelen 365 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [378](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [379](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=379&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [383](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [383b tot en met 383e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383b&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [389 leden 6, 8 en 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2004-02-18&g=2004-02-18), en [390](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2004-02-18&g=2004-02-18), zijn van overeenkomstige toepassing op de geconsolideerde jaarrekening.
2. Voorraden hoeven niet te worden uitgesplitst, indien dat wegens bijzondere omstandigheden onevenredige kosten zou vergen.
@@ -5152,7 +5152,7 @@
4. Staat een buitenlandse rechtspersoon mede aan het hoofd van de groep, dan mag het groepsdeel waarvan hij aan het hoofd staat, in de consolidatie worden opgenomen overeenkomstig zijn recht, met een uiteenzetting van de invloed daarvan op het vermogen en resultaat.
5. De in [artikel 382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=382&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde gegevens worden voor het geheel van de volledig in de consolidatie betrokken maatschappijen vermeld; afzonderlijk worden de in de [eerste zin van artikel 382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=382&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde gegevens vermeld voor het geheel van de naar evenredigheid in de consolidatie betrokken maatschappijen.
5. De in [artikel 382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=382&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde gegevens worden voor het geheel van de volledig in de consolidatie betrokken maatschappijen vermeld; afzonderlijk worden de in de [eerste zin van artikel 382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=382&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde gegevens vermeld voor het geheel van de naar evenredigheid in de consolidatie betrokken maatschappijen.
##### Artikel 411
@@ -5170,7 +5170,7 @@
##### Artikel 413
Indien de gegevens van een maatschappij voor het eerst in de consolidatie worden opgenomen en daarbij een waardeverschil ontstaat ten opzichte van de daaraan voorafgaande waardering van het belang daarin, moeten dit verschil en de berekeningswijze worden vermeld. Is de waarde lager, dan is [artikel 389 lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing op het verschil; is de waarde hoger, dan wordt het verschil opgenomen in het groepsvermogen, voor zover het geen nadelen weerspiegelt die aan de deelneming zijn verbonden.
Indien de gegevens van een maatschappij voor het eerst in de consolidatie worden opgenomen en daarbij een waardeverschil ontstaat ten opzichte van de daaraan voorafgaande waardering van het belang daarin, moeten dit verschil en de berekeningswijze worden vermeld. Is de waarde lager, dan is [artikel 389 lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing op het verschil; is de waarde hoger, dan wordt het verschil opgenomen in het groepsvermogen, voor zover het geen nadelen weerspiegelt die aan de deelneming zijn verbonden.
##### Artikel 414
@@ -5180,7 +5180,7 @@
- b. waarvan de financiële gegevens in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen voor een deel, evenredig aan het belang daarin;
- c. waarin een deelneming wordt gehouden die in de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig [artikel 389](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt verantwoord;
- c. waarin een deelneming wordt gehouden die in de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig [artikel 389](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt verantwoord;
- d. die dochtermaatschappij zijn zonder rechtspersoonlijkheid en niet ingevolge de onderdelen a, b of c zijn vermeld;
@@ -5190,7 +5190,7 @@
- a. op grond van welke omstandigheid elke maatschappij volledig in de consolidatie wordt betrokken, tenzij deze bestaat in het kunnen uitoefenen van het merendeel van de stemrechten en het verschaffen van een daaraan evenredig deel van het kapitaal;
- b. waaruit blijkt dat een rechtspersoon of vennootschap waarvan financiële gegevens overeenkomstig [artikel 409](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=409&z=2003-01-01&g=2004-01-01) in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen, daarvoor in aanmerking komt;
- b. waaruit blijkt dat een rechtspersoon of vennootschap waarvan financiële gegevens overeenkomstig [artikel 409](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=409&z=2004-02-18&g=2004-02-18) in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen, daarvoor in aanmerking komt;
- c. in voorkomend geval de reden voor het niet consolideren van een dochtermaatschappij, vermeld ingevolge lid 1 onder c, d of e;
@@ -5200,9 +5200,9 @@
3. Indien vermelding van naam, woonplaats en het gehouden deel van het geplaatste kapitaal van een dochtermaatschappij waarop onderdeel c van lid 1 van toepassing is, dienstig is voor het wettelijk vereiste inzicht, mag zij niet achterwege blijven, al is de deelneming van te verwaarlozen betekenis. Onderdeel e van lid 2 geldt niet ten aanzien van maatschappijen waarin een belang van minder dan de helft wordt gehouden en die wettig de balans niet openbaar maken.
4. [Artikel 379 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=379&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing op de vermeldingen op grond van de leden 1 en 2.
5. Vermeld wordt ten aanzien van welke rechtspersonen de rechtspersoon een aansprakelijkstelling overeenkomstig [artikel 403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2003-01-01&g=2004-01-01) heeft afgegeven.
4. [Artikel 379 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=379&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van overeenkomstige toepassing op de vermeldingen op grond van de leden 1 en 2.
5. Vermeld wordt ten aanzien van welke rechtspersonen de rechtspersoon een aansprakelijkstelling overeenkomstig [artikel 403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2004-02-18&g=2004-02-18) heeft afgegeven.
### Afdeling 14. Bepalingen voor banken
@@ -5212,13 +5212,13 @@
##### Artikel 416
1. Voor zover in deze afdeling niet anders is bepaald, gelden de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [5 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van deze titel voor banken, alsmede de [artikelen 365 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [366 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=366&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [368](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=368&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [373 leden 2 tot en met 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=373&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [374, leden 1, 2, en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [375 leden 5 en 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [376, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [377 lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2003-01-01&g=2004-01-01), en de [artikelen 402](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=402&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [404](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=404&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
1. Voor zover in deze afdeling niet anders is bepaald, gelden de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [5 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van deze titel voor banken, alsmede de [artikelen 365 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [366 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=366&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [368](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=368&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [373 leden 2 tot en met 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=373&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [374, leden 1, 2, en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [375 leden 5 en 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [376, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [377 lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2004-02-18&g=2004-02-18), en de [artikelen 402](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=402&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [404](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=404&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
2. Voor banken gelden de deelnemingen, de immateriële en de materiële activa als vaste activa. Andere effecten en verdere activa gelden als vaste activa, voor zover zij bestemd zijn om duurzaam voor de bedrijfsuitoefening te worden gebruikt.
3. Over een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 363, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=363&z=2003-01-01&g=2004-01-01), voor zover deze strekt ter uitvoering van de bepalingen van deze afdeling, en over een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 417](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=417&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt De Nederlandsche Bank N.V. gehoord.
4. Ten aanzien van een bank geeft Onze Minister van Economische Zaken geen beslissing op een verzoek om ontheffing als bedoeld in de [artikelen 58 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=58&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [101 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=101&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [210 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=210&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [379 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=379&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [392 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2003-01-01&g=2004-01-01) dan nadat hij daarover De Nederlandsche Bank N.V. heeft gehoord.
3. Over een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 363, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=363&z=2004-02-18&g=2004-02-18), voor zover deze strekt ter uitvoering van de bepalingen van deze afdeling, en over een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 417](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=417&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt De Nederlandsche Bank N.V. gehoord.
4. Ten aanzien van een bank geeft Onze Minister van Economische Zaken geen beslissing op een verzoek om ontheffing als bedoeld in de [artikelen 58 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=58&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [101 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=101&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [210 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=210&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [379 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=379&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [392 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2004-02-18&g=2004-02-18) dan nadat hij daarover De Nederlandsche Bank N.V. heeft gehoord.
##### Artikel 417
@@ -5226,7 +5226,7 @@
##### Artikel 419
De indeling, de benaming en de omschrijving van de posten van de balans en de winst- en verliesrekening mogen voor banken die niet één van de in [artikel 360, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2003-01-01&g=2004-01-01), genoemde rechtsvormen hebben, of voor gespecialiseerde banken afwijkingen bevatten, voor zover deze wegens hun rechtsvorm respectievelijk de bijzondere aard van hun bedrijf noodzakelijk zijn.
De indeling, de benaming en de omschrijving van de posten van de balans en de winst- en verliesrekening mogen voor banken die niet één van de in [artikel 360, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&artikel=360&z=2004-02-18&g=2004-02-18), genoemde rechtsvormen hebben, of voor gespecialiseerde banken afwijkingen bevatten, voor zover deze wegens hun rechtsvorm respectievelijk de bijzondere aard van hun bedrijf noodzakelijk zijn.
##### Artikel 420
@@ -5234,23 +5234,23 @@
2. Het eerste lid is eveneens van toepassing op de waardeverminderingen en ongedaanmakingen van de afboekingen ter zake van vorderingen op bankiers, klanten en voorzieningen voor voorwaardelijke verplichtingen en onherroepelijk toegezegde verplichtingen die tot een kredietrisico kunnen leiden.
3. Waardestijgingen van de niet tot de vaste activa, maar wel tot de handelsportefeuille behorende effecten die tegen marktwaarde worden gewaardeerd, worden in de winst- en verliesrekening in aanmerking genomen. Waardeverminderingen van deze effecten worden overeenkomstig [artikel 387 leden 1 tot en met 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=387&z=2003-01-01&g=2004-01-01) in aanmerking genomen.
3. Waardestijgingen van de niet tot de vaste activa, maar wel tot de handelsportefeuille behorende effecten die tegen marktwaarde worden gewaardeerd, worden in de winst- en verliesrekening in aanmerking genomen. Waardeverminderingen van deze effecten worden overeenkomstig [artikel 387 leden 1 tot en met 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=387&z=2004-02-18&g=2004-02-18) in aanmerking genomen.
##### Artikel 421
1. [Artikel 368](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=368&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van toepassing op de posten, behorende tot de vaste activa; gesaldeerde bedragen als bedoeld in [artikel 420 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=420&z=2003-01-01&g=2004-01-01) mogen met andere posten in het overzicht worden samengevoegd.
2. [Artikel 376 tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is alleen van toepassing op de posten buiten de balanstelling.
3. Gelijksoortige handelingen als bedoeld in [artikel 378 lid 3, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2003-01-01&g=2004-01-01), mogen gezamenlijk worden verantwoord. [Artikel 378 lid 4 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2003-01-01&g=2004-01-01) geldt niet voor de aandelen of certificaten daarvan die de bank in de gewone bedrijfsuitoefening in pand heeft genomen.
4. [Artikel 381, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=381&z=2003-01-01&g=2004-01-01), is slechts van toepassing voor zover de desbetreffende gegevens niet in de posten buiten de balanstelling zijn opgenomen.
5. Met uitzondering van de nog openstaande bedragen is [de tweede zin van artikel 383 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383&z=2003-01-01&g=2004-01-01) niet van toepassing.
1. [Artikel 368](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=368&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van toepassing op de posten, behorende tot de vaste activa; gesaldeerde bedragen als bedoeld in [artikel 420 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=420&z=2004-02-18&g=2004-02-18) mogen met andere posten in het overzicht worden samengevoegd.
2. [Artikel 376 tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is alleen van toepassing op de posten buiten de balanstelling.
3. Gelijksoortige handelingen als bedoeld in [artikel 378 lid 3, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2004-02-18&g=2004-02-18), mogen gezamenlijk worden verantwoord. [Artikel 378 lid 4 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=378&z=2004-02-18&g=2004-02-18) geldt niet voor de aandelen of certificaten daarvan die de bank in de gewone bedrijfsuitoefening in pand heeft genomen.
4. [Artikel 381, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=381&z=2004-02-18&g=2004-02-18), is slechts van toepassing voor zover de desbetreffende gegevens niet in de posten buiten de balanstelling zijn opgenomen.
5. Met uitzondering van de nog openstaande bedragen is [de tweede zin van artikel 383 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=383&z=2004-02-18&g=2004-02-18) niet van toepassing.
##### Artikel 422
1. Waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente die tot de vaste activa behoren, worden op de grondslag van de verkrijgingsprijs of tegen aflossingswaarde gewaardeerd, onverminderd de toepassing van [artikel 387 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=387&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
1. Waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente die tot de vaste activa behoren, worden op de grondslag van de verkrijgingsprijs of tegen aflossingswaarde gewaardeerd, onverminderd de toepassing van [artikel 387 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=387&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
2. Indien deze waardepapieren tegen aflossingswaarde in de balans worden opgenomen, wordt het verschil tussen de verkrijgingsprijs en de aflossingswaarde vermeld en over de jaren sinds de aanschaf gespreid als resultaat verantwoord. Het verschil mag ook in één keer worden verantwoord, indien de verkrijgingsprijs hoger was dan de aflossingswaarde.
@@ -5272,15 +5272,15 @@
##### Artikel 425
Een bank ten aanzien waarvan een beslissing als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=12) is genomen, behoeft de jaarrekening en het jaarverslag niet volgens de voorschriften van deze titel in te richten, mits de financiële gegevens zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens van de bank op wier aansprakelijkheid de ontheffing is gegrond; de [artikelen 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2003-01-01&g=2004-01-01) gelden niet voor de bank waaraan de ontheffing is verleend. Aan de geconsolideerde jaarrekening worden een jaarverslag en overige gegevens toegevoegd, die betrekking hebben op de in de geconsolideerde jaarrekening begrepen rechtspersonen en instellingen gezamenlijk.
Een bank ten aanzien waarvan een beslissing als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=12) is genomen, behoeft de jaarrekening en het jaarverslag niet volgens de voorschriften van deze titel in te richten, mits de financiële gegevens zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens van de bank op wier aansprakelijkheid de ontheffing is gegrond; de [artikelen 393](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=9&artikel=393&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [394](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=10&artikel=394&z=2004-02-18&g=2004-02-18) gelden niet voor de bank waaraan de ontheffing is verleend. Aan de geconsolideerde jaarrekening worden een jaarverslag en overige gegevens toegevoegd, die betrekking hebben op de in de geconsolideerde jaarrekening begrepen rechtspersonen en instellingen gezamenlijk.
##### Artikel 426
1. In de geconsolideerde jaarrekening van een bank worden ten minste groepsmaatschappijen wier werkzaamheden rechtstreeks in het verlengde van het bankbedrijf liggen of die bestaan uit het verrichten van nevendiensten in het verlengde van het bankbedrijf geconsolideerd overeenkomstig de voorschriften voor banken. Andere groepsmaatschappijen die geen bank zijn en die in de geconsolideerde jaarrekening van een bank worden opgenomen, worden eveneens verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor banken, met uitzondering evenwel van [artikel 424](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=424&z=2003-01-01&g=2004-01-01). Is de groepsmaatschappij die in de geconsolideerde jaarrekening van een bankengroep wordt opgenomen, een verzekeringsmaatschappij als bedoeld in [artikel 427](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=1&artikel=427&z=2003-01-01&g=2004-01-01), dan wordt deze geconsolideerd overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen.
1. In de geconsolideerde jaarrekening van een bank worden ten minste groepsmaatschappijen wier werkzaamheden rechtstreeks in het verlengde van het bankbedrijf liggen of die bestaan uit het verrichten van nevendiensten in het verlengde van het bankbedrijf geconsolideerd overeenkomstig de voorschriften voor banken. Andere groepsmaatschappijen die geen bank zijn en die in de geconsolideerde jaarrekening van een bank worden opgenomen, worden eveneens verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor banken, met uitzondering evenwel van [artikel 424](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=424&z=2004-02-18&g=2004-02-18). Is de groepsmaatschappij die in de geconsolideerde jaarrekening van een bankengroep wordt opgenomen, een verzekeringsmaatschappij als bedoeld in [artikel 427](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=1&artikel=427&z=2004-02-18&g=2004-02-18), dan wordt deze geconsolideerd overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen.
2. De groepsmaatschappij aan het hoofd van de groep die de gegevens consolideert van een groep of een groepsdeel, welke geen of nagenoeg geen andere werkzaamheid heeft dan de uitoefening van het bankbedrijf, wordt in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen overeenkomstig de voorschriften voor banken. Dit geldt slechts, indien deze groepsmaatschappij geen andere werkzaamheid heeft dan het beheren en financieren van groepsmaatschappijen en deelnemingen.
3. De [leden 2 en 3 van artikel 407](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=407&z=2003-01-01&g=2004-01-01) zijn niet van toepassing. Indien een bank [artikel 407 lid 1 onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=407&z=2003-01-01&g=2004-01-01) toepast ten aanzien van een dochtermaatschappij die eveneens bank is, en waarin het belang wordt gehouden vanwege een financiële bijstandsverlening, wordt de jaarrekening van laatstgenoemde bank gevoegd bij de geconsolideerde jaarrekening van eerstgenoemde bank. De belangrijke voorwaarden, waaronder de financiële bijstandsverlening plaatsvindt, worden vermeld.
3. De [leden 2 en 3 van artikel 407](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=407&z=2004-02-18&g=2004-02-18) zijn niet van toepassing. Indien een bank [artikel 407 lid 1 onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=407&z=2004-02-18&g=2004-02-18) toepast ten aanzien van een dochtermaatschappij die eveneens bank is, en waarin het belang wordt gehouden vanwege een financiële bijstandsverlening, wordt de jaarrekening van laatstgenoemde bank gevoegd bij de geconsolideerde jaarrekening van eerstgenoemde bank. De belangrijke voorwaarden, waaronder de financiële bijstandsverlening plaatsvindt, worden vermeld.
### Afdeling 15. Bepalingen voor verzekeringsmaatschappijen
@@ -5290,19 +5290,19 @@
1. In deze afdeling wordt onder verzekeringsmaatschappij verstaan: de rechtspersoon waarop [artikel 72 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=72) van toepassing is alsmede de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 14, eerste lid, onder **a** van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=14) alsmede de rechtspersoon waarop [artikel 33 van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007477&artikel=33) van toepassing is.
2. Een rechtspersoon die het verzekeringsbedrijf uitoefent, doch die geen verzekeringsmaatschappij is, mag de voor verzekeringsmaatschappijen geldende voorschriften toepassen, indien het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2003-01-01&g=2004-01-01) bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.
2. Een rechtspersoon die het verzekeringsbedrijf uitoefent, doch die geen verzekeringsmaatschappij is, mag de voor verzekeringsmaatschappijen geldende voorschriften toepassen, indien het in [artikel 362 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=362&z=2004-02-18&g=2004-02-18) bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.
3. De uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf wordt voor de toepassing van deze afdeling aangemerkt als de uitoefening van het levensverzekeringsbedrijf. Een natura-uitvaartverzekering wordt voor de toepassing van deze afdeling aangemerkt als een levensverzekering.
##### Artikel 428
1. Voor zover in deze afdeling niet anders is bepaald, gelden de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [5 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van deze titel voor verzekeringsmaatschappijen, alsmede de [artikelen 365](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [366 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=366&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [368 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=368&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [373](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=373&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [374](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [375, leden 2, 3 en 5 tot en met 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2003-01-01&g=2004-01-01),[376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2003-01-01&g=2004-01-01),[377 lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [402](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=402&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en [404](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=404&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
1. Voor zover in deze afdeling niet anders is bepaald, gelden de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=1&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [5 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van deze titel voor verzekeringsmaatschappijen, alsmede de [artikelen 365](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [366 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=366&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [368 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=368&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [373](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=373&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [374](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [375, leden 2, 3 en 5 tot en met 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2004-02-18&g=2004-02-18),[376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2004-02-18&g=2004-02-18),[377 lid 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=4&artikel=377&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [402](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=402&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [403](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=403&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en [404](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=12&artikel=404&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
2. Voor verzekeringsmaatschappijen gelden de deelnemingen, de immateriële activa en de beleggingen als vaste activa. Verdere activa gelden als vaste activa, voor zover zij bestemd zijn om duurzaam voor de bedrijfsuitoefening te worden gebruikt.
3. Over ontwerpen van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 363 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=363&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [442 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=5&artikel=442&z=2003-01-01&g=2004-01-01), voor zover deze strekken ter uitvoering van de bepalingen van deze afdeling, en over een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 444 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=5&artikel=444&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord.
4. Ten aanzien van een verzekeringsmaatschappij geeft Onze Minister van Economische Zaken geen beslissing op een verzoek om ontheffing als bedoeld in de [artikelen 58 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=58&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [101 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=101&z=2003-01-01&g=2004-01-01), [210 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=210&z=2003-01-01&g=2004-01-01) of [392 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2003-01-01&g=2004-01-01) dan nadat hij daarover de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft gehoord.
3. Over ontwerpen van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 363 lid 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=2&artikel=363&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [442 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=5&artikel=442&z=2004-02-18&g=2004-02-18), voor zover deze strekken ter uitvoering van de bepalingen van deze afdeling, en over een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 444 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=5&artikel=444&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord.
4. Ten aanzien van een verzekeringsmaatschappij geeft Onze Minister van Economische Zaken geen beslissing op een verzoek om ontheffing als bedoeld in de [artikelen 58 lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=3&afdeling=1&artikel=58&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [101 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=4&afdeling=3&artikel=101&z=2004-02-18&g=2004-02-18), [210 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=5&afdeling=3&artikel=210&z=2004-02-18&g=2004-02-18) of [392 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=8&artikel=392&z=2004-02-18&g=2004-02-18) dan nadat hij daarover de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft gehoord.
#### § 2. Voorschriften omtrent de balans en de toelichting daarop
@@ -5310,7 +5310,7 @@
1. Onder de activa worden afzonderlijk opgenomen:
- a. de immateriële activa op de wijze bepaald in [artikel 365](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- a. de immateriële activa op de wijze bepaald in [artikel 365](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=365&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- b. de beleggingen;
@@ -5324,7 +5324,7 @@
2. Onder de passiva worden afzonderlijk opgenomen:
- a. het eigen vermogen, op de wijze bepaald in [artikel 373](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=373&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- a. het eigen vermogen, op de wijze bepaald in [artikel 373](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=373&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- b. de achtergestelde schulden;
@@ -5332,7 +5332,7 @@
- d. de technische voorzieningen voor verzekeringen waarbij de tot uitkering gerechtigde het beleggingsrisico draagt en die voor spaarkassen;
- e. de voorzieningen, op de wijze bepaald in [artikel 374](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- e. de voorzieningen, op de wijze bepaald in [artikel 374](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- f. de niet-opeisbare schulden in het kader van een herverzekeringsovereenkomst van een maatschappij die haar verplichtingen herverzekert;
@@ -5382,7 +5382,7 @@
##### Artikel 431
[Artikel 368 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=368&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is niet van toepassing op de overige financiële beleggingen, bedoeld in [artikel 430 lid 1, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=2&artikel=430&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
[Artikel 368 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=368&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is niet van toepassing op de overige financiële beleggingen, bedoeld in [artikel 430 lid 1, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=2&artikel=430&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
##### Artikel 432
@@ -5400,9 +5400,9 @@
1. Onder de overige activa worden afzonderlijk opgenomen:
- a. materiële activa als bedoeld in [artikel 366 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=366&z=2003-01-01&g=2004-01-01) die niet onder de post terreinen en gebouwen moeten worden opgenomen, alsmede voorraden als bedoeld in [artikel 369](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=369&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- b. liquide middelen, als bedoeld in [artikel 372 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=372&z=2003-01-01&g=2004-01-01);
- a. materiële activa als bedoeld in [artikel 366 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=366&z=2004-02-18&g=2004-02-18) die niet onder de post terreinen en gebouwen moeten worden opgenomen, alsmede voorraden als bedoeld in [artikel 369](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=369&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- b. liquide middelen, als bedoeld in [artikel 372 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=2&artikel=372&z=2004-02-18&g=2004-02-18);
- c. andere activa.
@@ -5436,9 +5436,9 @@
- f. de overige technische voorzieningen.
2. [Artikel 374](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van toepassing op de verzekeringstechnische voorzieningen, voor zover de aard van de technische voorzieningen zich daartegen niet verzet.
3. Op de technische voorzieningen, daaronder begrepen de technische voorzieningen, bedoeld in [artikel 429 lid 2, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=2&artikel=429&z=2003-01-01&g=2004-01-01), wordt het deel dat door herverzekeringsovereenkomsten wordt gedekt op de balans in mindering gebracht. Eveneens worden op deze voorzieningen de rentestandkortingen in mindering gebracht.
2. [Artikel 374](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van toepassing op de verzekeringstechnische voorzieningen, voor zover de aard van de technische voorzieningen zich daartegen niet verzet.
3. Op de technische voorzieningen, daaronder begrepen de technische voorzieningen, bedoeld in [artikel 429 lid 2, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=2&artikel=429&z=2004-02-18&g=2004-02-18), wordt het deel dat door herverzekeringsovereenkomsten wordt gedekt op de balans in mindering gebracht. Eveneens worden op deze voorzieningen de rentestandkortingen in mindering gebracht.
4. Indien op de technische voorzieningen acquisitiekosten in mindering zijn gebracht, worden deze afzonderlijk vermeld.
@@ -5446,7 +5446,7 @@
6. In het levensverzekeringsbedrijf behoeft geen technische voorziening voor niet-verdiende premies onderscheidenlijk voor te betalen uitkeringen te worden vermeld.
7. Onder de technische voorziening levensverzekering mag de voorziening, bedoeld in [artikel 374 lid 4, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2003-01-01&g=2004-01-01), worden opgenomen. In dat geval wordt in de toelichting het bedrag van de voorziening vermeld.
7. Onder de technische voorziening levensverzekering mag de voorziening, bedoeld in [artikel 374 lid 4, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=374&z=2004-02-18&g=2004-02-18), worden opgenomen. In dat geval wordt in de toelichting het bedrag van de voorziening vermeld.
##### Artikel 436
@@ -5464,9 +5464,9 @@
2. Onderscheiden naar de in lid 1 genoemde groepen, worden aangegeven de schulden aan groepsmaatschappijen en de schulden aan andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de verzekeringsmaatschappij of waarin de verzekeringsmaatschappij een deelneming heeft.
3. [Artikel 375 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is van toepassing op elke in lid 1 vermelde groep van schulden.
4. [Artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is niet van toepassing op verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten.
3. [Artikel 375 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=375&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is van toepassing op elke in lid 1 vermelde groep van schulden.
4. [Artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=3¶graaf=3&artikel=376&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is niet van toepassing op verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten.
#### § 3. Voorschriften omtrent de winst- en verliesrekening en de toelichting daarop
@@ -5490,7 +5490,7 @@
- d. het resultaat na belastingen.
6. Op de niet gerealiseerde opbrengsten en verliezen van beleggingen is [artikel 438 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=3&artikel=438&z=2003-01-01&g=2004-01-01) van toepassing.
6. Op de niet gerealiseerde opbrengsten en verliezen van beleggingen is [artikel 438 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=3&artikel=438&z=2004-02-18&g=2004-02-18) van toepassing.
##### Artikel 438
@@ -5526,7 +5526,7 @@
3. Bij de toerekening van opbrengsten van beleggingen van het ene deel van de winst- en verliesrekening aan het andere, worden de reden en de grondslag vermeld.
4. Waardestijgingen van beleggingen die op de grondslag van de actuele waarde worden gewaardeerd, mogen in de winst- en verliesrekening in aanmerking worden genomen onder post **c** van lid 1 of, indien de uitzondering van het tweede lid zich niet voordoet dan wel [artikel 445 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=6&artikel=445&z=2003-01-01&g=2004-01-01) wordt toegepast, in de niet-technische rekening. Indien de eerste volzin toepassing vindt, worden de waardeverminderingen van deze beleggingen niet als een last in verband met beleggingen overeenkomstig [artikel 440 lid 5 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=3&artikel=440&z=2003-01-01&g=2004-01-01) verantwoord, maar opgenomen onder post **j** van lid 1. Waardestijgingen en waardeverminderingen van de beleggingen, bedoeld in [artikel 429 lid 1, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=2&artikel=429&z=2003-01-01&g=2004-01-01), moeten in de winst- en verliesrekening in aanmerking worden genomen op de wijze als in de eerste twee volzinnen aangegeven.
4. Waardestijgingen van beleggingen die op de grondslag van de actuele waarde worden gewaardeerd, mogen in de winst- en verliesrekening in aanmerking worden genomen onder post **c** van lid 1 of, indien de uitzondering van het tweede lid zich niet voordoet dan wel [artikel 445 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=6&artikel=445&z=2004-02-18&g=2004-02-18) wordt toegepast, in de niet-technische rekening. Indien de eerste volzin toepassing vindt, worden de waardeverminderingen van deze beleggingen niet als een last in verband met beleggingen overeenkomstig [artikel 440 lid 5 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=3&artikel=440&z=2004-02-18&g=2004-02-18) verantwoord, maar opgenomen onder post **j** van lid 1. Waardestijgingen en waardeverminderingen van de beleggingen, bedoeld in [artikel 429 lid 1, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=2&artikel=429&z=2004-02-18&g=2004-02-18), moeten in de winst- en verliesrekening in aanmerking worden genomen op de wijze als in de eerste twee volzinnen aangegeven.
##### Artikel 439
@@ -5578,7 +5578,7 @@
- b. de opbrengsten uit andere beleggingen, gesplitst naar opbrengsten uit terreinen en gebouwen en uit de overige beleggingen;
- c. de terugnemingen van de waardeverminderingen van beleggingen, voor zover niet krachtens [artikel 390 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2003-01-01&g=2004-01-01) in de herwaarderingsreserve opgenomen;
- c. de terugnemingen van de waardeverminderingen van beleggingen, voor zover niet krachtens [artikel 390 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2004-02-18&g=2004-02-18) in de herwaarderingsreserve opgenomen;
- d. de opbrengsten bij verkoop van beleggingen.
@@ -5588,7 +5588,7 @@
- a. de kosten in verband met het beheer van beleggingen, met inbegrip van de rentekosten;
- b. de waardeverminderingen van beleggingen, voor zover niet krachtens [artikel 390 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2003-01-01&g=2004-01-01) aan de herwaarderingsreserve onttrokken, alsmede de afschrijvingen op beleggingen;
- b. de waardeverminderingen van beleggingen, voor zover niet krachtens [artikel 390 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=390&z=2004-02-18&g=2004-02-18) aan de herwaarderingsreserve onttrokken, alsmede de afschrijvingen op beleggingen;
- c. het verlies bij verkoop van beleggingen.
@@ -5598,7 +5598,7 @@
##### Artikel 441
1. [Artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=380&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is niet van toepassing.
1. [Artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=5&artikel=380&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is niet van toepassing.
2. Een verzekeringsmaatschappij die het schadeverzekerings- of schadeherverzekeringsbedrijf uitoefent, vermeldt in een overzicht de volgende gegevens, waarin het herverzekeringsdeel is begrepen:
@@ -5666,7 +5666,7 @@
##### Artikel 442
1. Als actuele waarde van de beleggingen komt slechts in aanmerking de marktwaarde overeenkomstig de regels gesteld bij algemene maatregel van bestuur, onverminderd het bepaalde in [artikel 389](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
1. Als actuele waarde van de beleggingen komt slechts in aanmerking de marktwaarde overeenkomstig de regels gesteld bij algemene maatregel van bestuur, onverminderd het bepaalde in [artikel 389](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=389&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
2. De beleggingen waarbij de tot uitkering gerechtigde het beleggingsrisico draagt, alsmede spaarkasbeleggingen worden gewaardeerd op de grondslag van de actuele waarde.
@@ -5676,17 +5676,17 @@
- b. de actuele waarde op de balansdatum, indien de waardering op de grondslag van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs geschiedt.
4. Indien beleggingen in terreinen en gebouwen op de grondslag van de actuele waarde worden gewaardeerd, behoeft [artikel 386 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=386&z=2003-01-01&g=2004-01-01) niet te worden toegepast. Indien het beleggingen in terreinen en gebouwen in eigen gebruik betreft, wordt in de toelichting op de winst- en verliesrekening het bedrag van de aan deze beleggingen toegerekende opbrengst aangegeven alsmede het toegerekende bedrag van de huisvestingskosten.
4. Indien beleggingen in terreinen en gebouwen op de grondslag van de actuele waarde worden gewaardeerd, behoeft [artikel 386 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=386&z=2004-02-18&g=2004-02-18) niet te worden toegepast. Indien het beleggingen in terreinen en gebouwen in eigen gebruik betreft, wordt in de toelichting op de winst- en verliesrekening het bedrag van de aan deze beleggingen toegerekende opbrengst aangegeven alsmede het toegerekende bedrag van de huisvestingskosten.
##### Artikel 443
1. Waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente die tot de beleggingen behoren, mogen tegen aflossingswaarde worden gewaardeerd, onverminderd de toepassing van [artikel 387 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=387&z=2003-01-01&g=2004-01-01).
1. Waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente die tot de beleggingen behoren, mogen tegen aflossingswaarde worden gewaardeerd, onverminderd de toepassing van [artikel 387 lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=6&artikel=387&z=2004-02-18&g=2004-02-18).
2. Indien deze waardepapieren tegen aflossingswaarde op de balans worden opgenomen, wordt het verschil tussen de verkrijgingsprijs en de aflossingswaarde vermeld en over de jaren sinds de aanschaf gespreid als resultaat verantwoord. Het verschil mag ook in één keer als resultaat worden verantwoord, indien de verkrijgingsprijs hoger was dan de aflossingswaarde.
3. Indien deze waardepapieren voor het einde van de looptijd worden verkocht en de opbrengst wordt aangewend voor de aankoop van soortgelijke waardepapieren, mag het verschil tussen de opbrengst en de boekwaarde gelijkelijk gespreid over de resterende looptijd van de oorspronkelijke waardepapieren als resultaat worden verantwoord. De vorige zin is niet van toepassing indien de waardepapieren op de grondslag van de actuele waarde worden gewaardeerd.
4. De vorderingen uit leningen voor welke zakelijke zekerheid is gesteld en de andere vorderingen uit leningen, bedoeld in [artikel 430 lid 4, onder d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=2&artikel=430&z=2003-01-01&g=2004-01-01), mogen eveneens tegen aflossingswaarde worden gewaardeerd.
4. De vorderingen uit leningen voor welke zakelijke zekerheid is gesteld en de andere vorderingen uit leningen, bedoeld in [artikel 430 lid 4, onder d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=2&artikel=430&z=2004-02-18&g=2004-02-18), mogen eveneens tegen aflossingswaarde worden gewaardeerd.
##### Artikel 444
@@ -5698,19 +5698,19 @@
##### Artikel 445
1. In de geconsolideerde jaarrekening van een verzekeringsmaatschappij worden groepsmaatschappijen die geen verzekeringsmaatschappij zijn en die in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen, verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen. Is de groepsmaatschappij die in de geconsolideerde jaarrekening van een verzekeringsgroep wordt opgenomen, een bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2003-01-01&g=2004-01-01), dan wordt deze geconsolideerd overeenkomstig de voorschriften voor banken.
1. In de geconsolideerde jaarrekening van een verzekeringsmaatschappij worden groepsmaatschappijen die geen verzekeringsmaatschappij zijn en die in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen, verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen. Is de groepsmaatschappij die in de geconsolideerde jaarrekening van een verzekeringsgroep wordt opgenomen, een bank als bedoeld in [artikel 415](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=14&artikel=415&z=2004-02-18&g=2004-02-18), dan wordt deze geconsolideerd overeenkomstig de voorschriften voor banken.
2. De groepsmaatschappij aan het hoofd van de groep die de gegevens consolideert van een groep of een groepsdeel, welke geen of nagenoeg geen andere werkzaamheid heeft dan de uitoefening van het verzekeringsbedrijf, wordt in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen. Dit geldt slechts, indien deze groepsmaatschappij geen of nagenoeg geen andere werkzaamheid heeft dan het beheren en financieren van groepsmaatschappijen en deelnemingen.
3. In een geconsolideerde winst- en verliesrekening die zowel schade- als levensverzekeringsmaatschappijen betreft, mogen alle opbrengsten van beleggingen in de niet-technische rekening worden opgenomen. Zowel in de technische rekening schadeverzekering als in de technische rekening levensverzekering vervallen dan de posten **i**, **j** en **l** van [artikel 438 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=3&artikel=438&z=2003-01-01&g=2004-01-01) en worden de posten **b** en **c** dan [artikel 438 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=3&artikel=438&z=2003-01-01&g=2004-01-01) vervangen door een post die onderscheidenlijk de aan de technische rekening schadeverzekering en levensverzekering toegerekende opbrengsten van beleggingen omvat.
4. [Artikel 407 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=407&z=2003-01-01&g=2004-01-01) is niet van toepassing.
3. In een geconsolideerde winst- en verliesrekening die zowel schade- als levensverzekeringsmaatschappijen betreft, mogen alle opbrengsten van beleggingen in de niet-technische rekening worden opgenomen. Zowel in de technische rekening schadeverzekering als in de technische rekening levensverzekering vervallen dan de posten **i**, **j** en **l** van [artikel 438 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=3&artikel=438&z=2004-02-18&g=2004-02-18) en worden de posten **b** en **c** dan [artikel 438 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=15¶graaf=3&artikel=438&z=2004-02-18&g=2004-02-18) vervangen door een post die onderscheidenlijk de aan de technische rekening schadeverzekering en levensverzekering toegerekende opbrengsten van beleggingen omvat.
4. [Artikel 407 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=407&z=2004-02-18&g=2004-02-18) is niet van toepassing.
##### Artikel 446
1. Winsten en verliezen die voortvloeien uit overeenkomsten tussen in de consolidatie opgenomen groepsmaatschappijen behoeven niet te worden geëlimineerd, indien de overeenkomsten op basis van marktvoorwaarden zijn aangegaan en daaruit ten gunste van tot uitkering gerechtigden rechten voortvloeien. De toepassing van deze uitzondering wordt vermeld, alsmede de invloed daarvan op het vermogen en resultaat, tenzij deze invloed van ondergeschikte betekenis is.
2. De termijn van drie maanden, bedoeld in [artikel 412 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=412&z=2003-01-01&g=2004-01-01), wordt verlengd tot zes maanden voor in de geconsolideerde jaarrekening op te nemen gegevens ter zake van herverzekering.
2. De termijn van drie maanden, bedoeld in [artikel 412 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2&titeldeel=9&afdeling=13&artikel=412&z=2004-02-18&g=2004-02-18), wordt verlengd tot zes maanden voor in de geconsolideerde jaarrekening op te nemen gegevens ter zake van herverzekering.
3. Indien een buitenlandse verzekeringsmaatschappij deel uitmaakt van de groep, mogen de technische voorzieningen van deze maatschappij in de consolidatie worden opgenomen overeenkomstig de waarderingsvoorschriften van haar recht, voor zover dat recht afwijking van die voorschriften niet toestaat. Het gemaakte gebruik van de uitzondering wordt in de toelichting vermeld.
2004-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 115, 143 y 23 más
2003-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 144 y 10 más
2002-09-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 144 y 27 más
2002-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 115, 143, 144 y 11 más
2002-04-23
Burgerlijk Wetboek Boek 2 — arts. 76, 81, 83 y 10 más
2002-04-23
Burgerlijk Wetboek Boek 2
original version
Tekst op deze datum