Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 4.4
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 10.1a
Dit hoofdstuk is, met uitzondering van de artikelen 10.1, 10.2 en 10.54 en titel 10.2, niet van toepassing op de volgende stoffen, preparaten en voorwerpen:
- a. gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten, alsmede kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig het bepaalde in richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 140), dan wel op grond van artikel 2, tweede lid, van die richtlijn buiten de werkingssfeer van die richtlijn valt;
- b. bodem met inbegrip van niet-uitgegraven verontreinigde grond en duurzaam met de bodem verbonden gebouwen;
- c. niet-verontreinigde grond en ander van nature voorkomend materiaal, afgegraven bij bouwactiviteiten, indien vaststaat dat het materiaal in natuurlijke staat zal worden gebruikt voor bouwdoeleinden op de locatie waar het werd afgegraven;
- d. radioactieve afvalstoffen;
- e. afgedankte explosieven;
- f. uitwerpselen, voor zover niet vallend onder onderdeel h, onder 1°, stro en ander natuurlijk, niet-gevaarlijk landbouw- of bosbouwmateriaal dat wordt gebruikt in de landbouw, de bosbouw of voor de productie van energie uit die biomassa door middel van processen of methoden die onschadelijk zijn voor het milieu en die de menselijke gezondheid niet in gevaar brengen;
- g. sediment dat binnen oppervlaktewater wordt verplaatst met het oog op het beheer van water en waterwegen of om overstromingen te voorkomen of de gevolgen van overstromingen en droogte te verminderen, of met het oog op landwinning, indien is aangetoond dat het sediment ongevaarlijk is;
- h. voor zover daarover bij of krachtens communautaire regelgeving regels zijn gesteld:
- 1°. dierlijke bijproducten, met inbegrip van verwerkte producten, in de zin van verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten)(PbEU 2009, L 300), behalve die welke bestemd zijn om te worden verbrand of gestort of voor gebruik in een biogas- of composteerinstallatie;
- 2°. kadavers van niet door slachting gestorven dieren, met inbegrip van dieren die worden gedood om een epizoötie uit te roeien en overeenkomstig de onder 1° genoemde verordening nr. 1069/2009 worden verwijderd;
- 3°. stoffen die bestemd zijn voor gebruik als voedermiddelen als omschreven in artikel 3, tweede lid, onderdeel g, van Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (PbEU L 229) en die geen dierlijke bijproducten bevatten of daaruit bestaan.
Op de in het eerste lid bedoelde stoffen, preparaten en voorwerpen is, voor zover het afvalstoffen betreft, het bepaalde bij of krachtens de artikelen 15.33, 15.35 en 15.36, alsmede de artikelen 5.8 tot en met 5.16, 5.34, tweede lid, en 5.36, vierde lid, van de Omgevingswet, evenmin van toepassing.
Artikel 10.54a
Vervallen
Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
§ 12.3.5. Slotbepalingen
Afdeling 13.1. Algemeen
Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
§ 20.1. Algemeen
Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
Afdeling 13.1. Algemeen
Hoofdstuk 14. Coördinatie
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Artikel 9.6.1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld om te verzekeren dat bij die maatregel genoemde aanbestedende diensten en aanbestedende instanties bij een aanbesteding waarbij in die maatregel genoemde wegvoertuigen zijn betrokken, rekening wordt gehouden met de minimumstreefcijfers voor schone wegvoertuigen, bedoeld in artikel 5, van richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone wegvoertuigen ter ondersteuning van emissiearme mobiliteit (PbEU 2009, L120).
Hoofdstuk 11. Andere handelingen
Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
Hoofdstuk 14. Coördinatie
§ 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van artikel 11.45
Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
Titel 15.9A. Rechten
Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
Hoofdstuk 18. Handhaving
Artikel 18.6b
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens 9.7.1.3, 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.2.6, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1, 9.7.6.2, 9.8.3.6 of 9.8.5.1, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
Artikel 18.16s
De op grond van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
Artikel 18.16e, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker drie of meer overtredingen van de artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1 en 9.7.6.2 heeft begaan, bepalen dat die inboeker gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare energie kan inboeken op grond van artikel 9.7.4.1.
Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een raffinaderijhouder drie of meer overtredingen van de artikelen 9.8.3.1, 9.8.3.2 of 9.8.3.6 heeft begaan, bepalen dat die raffinaderijhouder gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen door hem in zijn raffinaderij gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong kan inboeken op grond van artikel 9.8.3.1.
Artikel 18.16t
Vervallen
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk 14. Coördinatie
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
§ 11. Richtwaarde voor nikkel
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
§ 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
§ 10. Richtwaarde voor cadmium
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 15.51
Vervallen
Artikel 15.52
Vervallen
Artikel 15.53
Vervallen
Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
Afdeling 11.3.6. Sanering
§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
§ 12.3.1. Algemeen
§ 12.3.3. PRTR
Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
Titel 15.1
Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
Hoofdstuk 18. Handhaving
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
§ 13. Gevallen als bedoeld in de artikelen 5.9, eerste lid, en 5.10, eerste lid, waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
§ 11. Richtwaarde voor nikkel
De gevallen, bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 9.1.1
Dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op handelingen verricht binnen de exclusieve economische zone, voor zover dat bij algemene maatregel van bestuur is bepaald.
Artikel 9.5.1
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren en gebruiken van bij de maatregel aangewezen producten.
In afwijking van het eerste lid worden in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid geen regels gesteld met betrekking tot luchtvaartuigen.
Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige producten een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:
- a. te verrichten;
- b. te verrichten anders dan met inachtneming van de omtrent die handelingen of die producten bij de maatregel gestelde regels;
- c. te verrichten met producten, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, op de bij de maatregel aangegeven plaatsen, op de bij de maatregel aangegeven wijze of onder de bij de maatregel aangegeven omstandigheden;
- d. te verrichten indien de producten niet voldoen aan de bij de maatregel gestelde eisen;
- e. te verrichten indien de producten niet behoren tot een type dat bij een keuring, verricht overeenkomstig bij de maatregel gestelde regels is goedgekeurd;
- f. te verrichten indien de producten niet overeenkomstig bij de maatregel gestelde regels zijn goedgekeurd.
Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.
Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de krachtens het eerste lid gestelde verboden en verplichtingen. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging dan wel van geluidhinder.
Voor zover een maatregel als bedoeld in het eerste lid strekt tot nakoming van verplichtingen op grond van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, kunnen tot de regels, bedoeld in het eerste lid, tevens behoren regels die voorzien in:
- a. een verbod om zonder vergunning, verleend door een bij die maatregel aangewezen bestuursorgaan, handelingen te verrichten met betrekking tot de bij die maatregel aangewezen producten of categorieën daarvan;
- b. een verplichting om ten aanzien van die producten of categorieën daarvan in bij de maatregel aangegeven gevallen van het gebruik daarvan aangifte te doen bij een bestuursorgaan, dat bij die maatregel is aangewezen, dan wel te voldoen aan meetvoorschriften op een bij de maatregel te bepalen wijze;
- c. een verplichting te voldoen aan door een bestuursorgaan, dat bij de maatregel is aangewezen, gestelde nadere eisen omtrent de onderwerpen die in die maatregel zijn geregeld, op een door het bestuursorgaan te bepalen tijdstip.
Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, onder e of f, wijst Onze Minister op grond van de bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid te stellen eisen de instanties aan die de in die onderdelen bedoelde keuringen verrichten. Bij of krachtens die maatregel wordt in dat geval tevens bepaald op grond waarvan Onze Minister de aanwijzing kan schorsen of intrekken en worden regels gesteld over de wijze waarop de keuringen plaatsvinden.
Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
Artikel 9.5.2
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter stimulering van hergebruik, preventie, recycling en andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, in ontvangst nemen, innemen, nuttig toepassen en verwijderen van bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen. Met betrekking tot producten worden zodanige regels niet gesteld in het belang dat artikel 9.5.1 beoogt te beschermen.
Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:
- a. te verrichten;
- b. te verrichten anders dan met inachtneming van de omtrent die handelingen of die stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen bij de maatregel gestelde regels;
- c. te verrichten op een bij de maatregel aangewezen wijze, onder daarbij aangegeven omstandigheden, of voor daarbij aangewezen doeleinden;
- d. te verrichten indien de stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen niet voldoen aan de bij de maatregel gestelde eisen.
Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting voor degene die bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten op de markt brengt:
- a. die stoffen, mengsels of producten of de verpakking ervan te voorzien van een door Onze Minister aangegeven aanduiding;
- b. om geheel of gedeeltelijk de financiële of financiële en organisatorische verantwoordelijkheid voor de inname en het beheer van die stoffen, mengsels of producten overgebleven afvalstoffen te dragen, waarbij, in het geval van een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, de verplichtingen die daaruit voortvloeien tevens kunnen worden uitgevoerd door een organisatie die namens diegene de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt;
- c. zorg te dragen voor het treffen van voorzieningen die erop gericht zijn om die stoffen, mengsels of producten na inname op een bij de maatregel aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen;
- d. zorg te dragen voor het, na inname, afgeven van die stoffen, mengsels of producten aan een persoon, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie;
- e. openbaar beschikbare informatie te verstrekken over:
- 1°. de mate waarin die stoffen, preparaten of producten geschikt zijn voor hergebruik en recycleerbaar zijn;
- 2°. voorzieningen die er op gericht zijn om die stoffen, mengsels of producten in te nemen voor hergebruik of nuttig toepassing; en
- 3°. afvalpreventiemaatregelen.
Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen verder behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. voor bij de maatregel aangewezen personen bij de maatregel aangewezen afvalstoffen of andere stoffen, mengsels of producten in ontvangst te nemen en vervolgens op een bij de maatregel aangegeven wijze toe te passen;
- b. voor burgemeester en wethouders er zorg voor te dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens het derde lid, onder b, op een bij de maatregel aangegeven wijze.
Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.
Artikel 9.5.1, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de regels, bedoeld in dat lid, tevens kunnen worden gesteld ten aanzien van bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, aangewezen stoffen en mengsels of categorieën daarvan.
Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
Artikel 9.5.3
Bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 9.5.1, kan worden bepaald dat het gezag dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot bij de maatregel aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend, of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de maatregel of de krachtens artikel 9.5.1, zesde lid, gestelde regels met betrekking tot producten kan afwijken. In dat geval wordt bij de maatregel aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de maatregel kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
Artikel 9.5.4
Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder, dan wel in het belang van de stimulering van hergebruik, preventie, recycling of andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 bedoelde strekking voor een termijn van ten hoogste twee jaar.
Artikel 9.5.5
Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing worden verleend van het bepaalde krachtens artikel 9.5.1.
Onze Minister kan voorts op aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde krachtens de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.
Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 kan worden bepaald dat een bij de maatregel aangewezen ander bestuursorgaan in plaats van Onze Minister ontheffing kan verlenen van het bepaalde krachtens deze artikelen, indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.
Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang dat de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 beogen te beschermen.
De voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vierde lid, kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken in het belang dat de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 beogen te beschermen.
Een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken in het belang dat de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 beogen te beschermen.
Bij algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 9.5.2 kan worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om ontheffing te verlenen, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
Artikel 9.5.6
Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 9.5.1, zesde lid, onder a, of artikel 9.5.2, zesde lid, in samenhang met artikel 9.5.1, zesde lid, onder a, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om een vergunning.
Een vergunning kan slechts worden geweigerd in het belang dat de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 beogen te beschermen.
Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend.
Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Hiertoe kan behoren het voorschrift, dat met betrekking tot in het voorschrift geregelde onderwerpen moet worden voldaan aan nadere eisen, die door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan worden gesteld.
Bij de betrokken algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen waarin het eerste lid niet van toepassing is.
Voor zover dat bij de betrokken maatregel is bepaald, kan de vergunning worden gewijzigd of ingetrokken. Op de voorbereiding van een zodanige wijziging of intrekking is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Artikel 10.16b
Vervallen
Hoofdstuk 11. Geluid
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
§ 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Titel 11.2. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
§ 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
Titel 16.1. Algemeen
Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
§ 12.3.5. Slotbepalingen
Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
Titel 15.9A. Rechten
Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
§ 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
§ 13. Gevallen als bedoeld in de artikelen 5.9, eerste lid, en 5.10, eerste lid, waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Paragraaf 8.3
Artikel 11.4
Vervallen
Artikel 11.5
Vervallen
Artikel 11.6
Vervallen
Artikel 11.7
Vervallen
Artikel 11.8
Vervallen
Artikel 11.9
Vervallen
Artikel 11.10
Vervallen
Artikel 11.11
Vervallen
Artikel 11.12
Vervallen
Artikel 11.13
Vervallen
Artikel 11.14
Vervallen
Artikel 11.15
Vervallen
Artikel 11.16
Vervallen
Afdeling 11.3.1. Algemeen
Artikel 11.17
Vervallen
Artikel 11.18
Vervallen
Artikel 11.19
Vervallen
Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
Artikel 11.20
Vervallen
Artikel 11.21
Vervallen
Artikel 11.22
Vervallen
Artikel 11.23
Vervallen
Artikel 11.24
Vervallen
Artikel 11.25
Vervallen
Artikel 11.26
Vervallen
Artikel 11.27
Vervallen
Artikel 11.28
Vervallen
Artikel 11.29
Vervallen
Artikel 11.30
Vervallen
Artikel 11.31
Vervallen
Artikel 11.32
Vervallen
Artikel 11.33
Vervallen
Artikel 11.34
Vervallen
Artikel 11.35
Vervallen
Artikel 11.36
Vervallen
Artikel 11.37
Vervallen
Artikel 11.38
Vervallen
Artikel 11.39
Vervallen
Artikel 11.40
Vervallen
Artikel 11.41
Vervallen
Artikel 11.42
Vervallen
Artikel 11.43
Vervallen
Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
Artikel 11.44
Vervallen
Artikel 11.45
Vervallen
Artikel 11.46
Vervallen
Artikel 11.47
Vervallen
Artikel 11.48
Vervallen
Artikel 11.49
Vervallen
Artikel 11.50
Vervallen
Artikel 11.51
Vervallen
Artikel 11.52
Vervallen
Artikel 11.53
Vervallen
Artikel 11.54
Vervallen
Artikel 11.55
Vervallen
Artikel 11.56
Vervallen
Artikel 11.57
Vervallen
Artikel 11.58
Vervallen
Artikel 11.59
Vervallen
Artikel 11.60
Vervallen
Artikel 11.61
Vervallen
Artikel 11.62
Vervallen
Artikel 11.63
Vervallen
Artikel 11.64
Vervallen
Artikel 11.65
Vervallen
Artikel 11.66
Vervallen
Artikel 11a.1
Vervallen
Artikel 11a.2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bevordering van de kwaliteit van bij of krachtens de maatregel aangewezen werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, en ter bevordering van de integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren, regels worden gesteld, die nodig zijn in verband met de bescherming van het milieu.
Werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid zijn:
- a. het verrichten van berekeningen, metingen of tellingen;
- b. het nemen of analyseren van monsters of het anderszins verrichten van onderzoek naar de aard of mate van verontreinigingen in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond, organismen of bodem;
- c. het beperken, ongedaan maken of anderszins saneren van een verontreiniging in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond of bodem;
- d. het beoordelen of inspecteren van stoffen, producten, voorzieningen of installaties;
- e. het toepassen of geschikt maken voor toepassing, van stoffen, producten of afvalstoffen in een werk of het uitvoeren van een werk op of in de bodem;
- f. het houden van toezicht op of het voorbereiden of begeleiden van werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met e;
- g. bemiddelen bij, beoordelen van of adviseren of rapporteren over werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met f;
- h. het afgeven, wijzigen, schorsen, intrekken of weigeren van certificaten, of
- i. werkzaamheden met betrekking tot een bodemenergiesysteem.
Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen behoren regels, inhoudende een verbod een aangewezen werkzaamheid uit te voeren zonder dat voor die werkzaamheid wordt beschikt over:
- a. een erkenning waarmee Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, heeft vastgesteld dat degene die een werkzaamheid als bedoeld in het eerste lid uitvoert voldoet aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen met betrekking tot onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- b. een certificaat waarmee een krachtens onderdeel a erkende certificeringsinstelling kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon voldoet aan de voor de certificering geldende normen met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, het kwaliteitssysteem, de interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling of andere normen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd;
- c. een accreditatie waarmee de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een certificeringsinstelling, een inspectie-instelling, een laboratorium of een andere instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid en dat wordt voldaan aan eisen omtrent de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, continuïteit of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd.
Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. te handelen overeenkomstig de aan de erkenning verbonden voorschriften;
- b. te handelen overeenkomstig het voor de desbetreffende werkzaamheid bij of krachtens de maatregel aangewezen document;
- c. te handelen overeenkomstig bij of krachtens de maatregel gestelde eisen omtrent de onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- d. van een intrekking of een schorsing van een certificaat of een accreditatie een kennisgeving te doen aan Onze Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie.
Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, aanhef en onderdeel a, worden bij de maatregel regels gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop de aanvraag voor een erkenning moet geschieden en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag;
- b. de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan verlenen, wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, en
- c. de termijn waarvoor een erkenning kan worden verleend of geschorst.
Indien op grond van het vijfde lid, onderdeel b, bij de maatregel is bepaald dat Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan weigeren dan wel intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, kan bij die maatregel worden bepaald dat voorafgaand aan de weigering of intrekking het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van die wet om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet kan worden gevraagd.
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, voor daarbij aangegeven categorieën van werkzaamheden of categorieën van natuurlijke personen, rechtspersonen of instellingen die werkzaamheden verrichten, vrijstelling verlenen van krachtens het derde tot en met vijfde lid gestelde regels, voor zover het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
Artikel 11a.3
Voor zover uitvoering is gegeven aan artikel 11A.2, eerste en derde lid, kan bij de maatregel worden bepaald dat in bij de maatregel aangegeven gevallen:
- a. het bevoegd gezag een aanvraag om een beschikking die bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in artikel 13.1, tweede lid, genoemde wetten wordt gegeven, niet in behandeling neemt indien daarbij gegevens zijn gevoegd die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met artikel 11A.2, derde lid;
- b. ter voldoening aan een bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in artikel 13.1, tweede lid, genoemde wetten geldende verplichting geen gegevens worden verstrekt die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met artikel 11A.2, derde lid.
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
§ 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
§ 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
§ 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
Hoofdstuk 14. Coördinatie
Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
§ 15.2.2. Belastingplichtigen
§ 15.2.5. Tarief
§ 15.2.6. Heffing en invordering
Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
Titel 12.4. Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer
Titel 12.4. Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer
Titel 15.9A. Rechten
Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
Artikel 16.11a
Vervallen
Artikel 16.13a
Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van deze paragraaf regels gesteld met betrekking tot het melden aan het bestuur van de emissieautoriteit van:
- a. het beëindigen van de werking van een broeikasgasinstallatie;
- b. het niveau van in bedrijf zijn van een broeikasgasinstallatie.
Bij ministeriële regeling kan ter uitvoering van deze paragraaf worden bepaald dat ook andere handelingen of omstandigheden aan het bestuur van de emissieautoriteit moeten worden gemeld.
Bij ministeriële regeling kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot het goedkeuren van veranderingen van het monitoringsplan.
Artikel 16.20c
Het bestuur van de emissieautoriteit kan een vergunning intrekken, indien:
- a. met betrekking tot de broeikasgasinstallaties de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit is ingetrokken;
- b. deze afdeling niet meer op de broeikasgasinstallatie van toepassing is.
Met betrekking tot de beslissing ter zake is artikel 16.20a, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
Artikel 16.30a
Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de beoordeling door de Europese Commissie overeenkomstig de artikelen 10bis, vijfde lid, 11, derde lid, 27, eerste en tweede lid, en 27 bis, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten niet behoeft te worden gewijzigd, wordt daarvan mededeling gedaan in de Staatscourant.
Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde beoordeling, dan wel op basis van overige aanwijzingen of aanvullingen van de Europese Commissie, geheel of gedeeltelijk moet worden gewijzigd, stelt het bestuur van de emissieautoriteit het nationale toewijzingsbesluit opnieuw vast.
Artikel 16.30, eerste tot en met derde lid, is niet van toepassing. Artikel 16.30, vierde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16.33a
Indien de Europese Commissie op grond van artikel 24bis van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten uitvoeringsmaatregelen heeft vastgesteld, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot de kosteloze toewijzing en verlening van broeikasgasemissierechten voor projecten die de emissie van broeikasgassen verlagen maar waarop deze titel niet van toepassing is. Deze regels voldoen aan genoemde uitvoeringsmaatregelen.
Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
Artikel 16.34a
Indien de Europese Commissie op grond van artikel 10ter van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten de groep bedrijfstakken en deeltakken die geacht worden een koolstofweglekrisico te lopen, aanpast, en het bedrijfstakken of deeltakken betreft die in Nederland zijn gevestigd, wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen die de Europese Commissie op grond van artikel 10ter van die richtlijn heeft vastgesteld. De artikelen 16.24, tweede lid, en 16.25 tot en met 16.29 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16.34b
Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan overeenkomstig de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, eerste en eenentwintigste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld, worden gewijzigd of ingetrokken:
- a. indien de werking van een broeikasgasinstallatie wordt beëindigd, of
- b. indien het niveau van in bedrijf zijn van de broeikasgasinstallatie wordt verminderd of verhoogd in de zin van artikel 10bis, twintigste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
De artikelen 16.25 tot en met 16.29 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16.34c
Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan tevens worden gewijzigd of ingetrokken, indien:
- a. degene die de broeikasgasinstallatie exploiteert, onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid, of
- b. het besluit anderszins onjuist was en degene die de broeikasgasinstallatie exploiteert, dit wist of behoorde te weten.
De artikelen 16.25 tot en met 16.29 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16.34d
Bij intrekking of wijziging op grond van artikel 16.34b of artikel 16.34c kan worden bepaald dat de intrekking of wijziging terugwerkt tot en met een bij dat besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 16.34e
Op de voorbereiding van een krachtens artikel 16.34a, 16.34b of 16.34c genomen besluit, voor zover een dergelijk besluit strekt tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit, zijn artikel 16.30, vierde lid, van deze wet en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
Artikel 16.39sa
Het is vliegtuigexploitanten die over een door Nederland afgegeven bewijs luchtvaartexploitant beschikken of in Nederland geregistreerd zijn toegestaan om overeenkomstig artikel 11 bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten de door de ICAO-raad aanvaarde eenheden te annuleren met betrekking tot de door het bestuur van de emissieautoriteit overeenkomstig artikel 12, zesde lid, van de genoemde richtlijn vastgestelde compensatievereisten.
Vliegtuigexploitanten annuleren de in het eerste lid vermelde eenheden met betrekking tot de door het bestuur van de emissieautoriteit vastgestelde compensatievereisten:
- a. uiterlijk op 31 januari 2025 voor emissies in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023;
- b. uiterlijk op 31 januari 2028 voor emissies in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026.
Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.1. Algemeen
Artikel 16.47a
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)