Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne

Type Wet
Publication 2026-08-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-13
State In force
Source BWB
artikelen 1977
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Flora- en faunawet

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 4.4

Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 10.1a
1.

Dit hoofdstuk is, met uitzondering van de artikelen 10.1, 10.2 en 10.54 en titel 10.2, niet van toepassing op de volgende stoffen, preparaten en voorwerpen:

2.

Op de in het eerste lid bedoelde stoffen, preparaten en voorwerpen is, voor zover het afvalstoffen betreft, het bepaalde bij of krachtens de artikelen 15.33, 15.35 en 15.36, alsmede de artikelen 5.8 tot en met 5.16, 5.34, tweede lid, en 5.36, vierde lid, van de Omgevingswet, evenmin van toepassing.

Artikel 10.54a

Vervallen

Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan

Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan

§ 12.3.5. Slotbepalingen

Afdeling 13.1. Algemeen

Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten

Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten

Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen

Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen

Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade

Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten

§ 20.1. Algemeen

Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging

Afdeling 13.1. Algemeen

Hoofdstuk 14. Coördinatie

Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter

Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Artikel 9.6.1

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld om te verzekeren dat bij die maatregel genoemde aanbestedende diensten en aanbestedende instanties bij een aanbesteding waarbij in die maatregel genoemde wegvoertuigen zijn betrokken, rekening wordt gehouden met de minimumstreefcijfers voor schone wegvoertuigen, bedoeld in artikel 5, van richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone wegvoertuigen ter ondersteuning van emissiearme mobiliteit (PbEU 2009, L120).

Hoofdstuk 11. Andere handelingen

Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater

Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen

Hoofdstuk 14. Coördinatie

§ 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van artikel 11.45

Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten

Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten

Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen

Titel 15.9A. Rechten

Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen

Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade

Hoofdstuk 18. Handhaving

Artikel 18.6b

In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens 9.7.1.3, 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.2.6, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1, 9.7.6.2, 9.8.3.6 of 9.8.5.1, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.

Artikel 18.16s
1.

In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.7.1.3, 9.7.2.1, 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.2.6, 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1, 9.7.6.2, 9.8.5.1 kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.

2.

De op grond van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.

3.

Artikel 18.16e, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker drie of meer overtredingen van de artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1 en 9.7.6.2 heeft begaan, bepalen dat die inboeker gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare energie kan inboeken op grond van artikel 9.7.4.1.

5.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een raffinaderijhouder drie of meer overtredingen van de artikelen 9.8.3.1, 9.8.3.2 of 9.8.3.6 heeft begaan, bepalen dat die raffinaderijhouder gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen door hem in zijn raffinaderij gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong kan inboeken op grond van artikel 9.8.3.1.

Artikel 18.16t

Vervallen

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter

Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging

Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen

Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten

Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen

Hoofdstuk 14. Coördinatie

Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen

Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter

Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen

Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.

Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

§ 11. Richtwaarde voor nikkel

Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

§ 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen

§ 10. Richtwaarde voor cadmium

Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 15.51

Vervallen

Artikel 15.52

Vervallen

Artikel 15.53

Vervallen

Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen

Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol

Afdeling 11.3.6. Sanering

§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport

Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan

§ 12.3.1. Algemeen

§ 12.3.3. PRTR

Afdeling 16.2.1. Inrichtingen

Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen

Titel 15.1

Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging

Hoofdstuk 18. Handhaving

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter

Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Hoofdstuk 22. Slotbepalingen

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

§ 13. Gevallen als bedoeld in de artikelen 5.9, eerste lid, en 5.10, eerste lid, waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.

§ 11. Richtwaarde voor nikkel

De gevallen, bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, zijn:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 9.1.1

Dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op handelingen verricht binnen de exclusieve economische zone, voor zover dat bij algemene maatregel van bestuur is bepaald.

Artikel 9.5.1
1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren en gebruiken van bij de maatregel aangewezen producten.

2.

In afwijking van het eerste lid worden in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid geen regels gesteld met betrekking tot luchtvaartuigen.

3.

Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige producten een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:

4.

Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.

5.

Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de krachtens het eerste lid gestelde verboden en verplichtingen. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging dan wel van geluidhinder.

6.

Voor zover een maatregel als bedoeld in het eerste lid strekt tot nakoming van verplichtingen op grond van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, kunnen tot de regels, bedoeld in het eerste lid, tevens behoren regels die voorzien in:

7.

Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, onder e of f, wijst Onze Minister op grond van de bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid te stellen eisen de instanties aan die de in die onderdelen bedoelde keuringen verrichten. Bij of krachtens die maatregel wordt in dat geval tevens bepaald op grond waarvan Onze Minister de aanwijzing kan schorsen of intrekken en worden regels gesteld over de wijze waarop de keuringen plaatsvinden.

8.

Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.

Artikel 9.5.2
1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter stimulering van hergebruik, preventie, recycling en andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, in ontvangst nemen, innemen, nuttig toepassen en verwijderen van bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen. Met betrekking tot producten worden zodanige regels niet gesteld in het belang dat artikel 9.5.1 beoogt te beschermen.

2.

Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:

3.

Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting voor degene die bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten op de markt brengt:

4.

Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen verder behoren regels, inhoudende de verplichting:

5.

Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.

6.

Artikel 9.5.1, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de regels, bedoeld in dat lid, tevens kunnen worden gesteld ten aanzien van bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, aangewezen stoffen en mengsels of categorieën daarvan.

7.

Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.

Artikel 9.5.3

Bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 9.5.1, kan worden bepaald dat het gezag dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot bij de maatregel aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend, of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de maatregel of de krachtens artikel 9.5.1, zesde lid, gestelde regels met betrekking tot producten kan afwijken. In dat geval wordt bij de maatregel aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de maatregel kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.

Artikel 9.5.4

Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder, dan wel in het belang van de stimulering van hergebruik, preventie, recycling of andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 bedoelde strekking voor een termijn van ten hoogste twee jaar.

Artikel 9.5.5
1.

Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing worden verleend van het bepaalde krachtens artikel 9.5.1.

2.

Onze Minister kan voorts op aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde krachtens de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.

3.

Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 kan worden bepaald dat een bij de maatregel aangewezen ander bestuursorgaan in plaats van Onze Minister ontheffing kan verlenen van het bepaalde krachtens deze artikelen, indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.

4.

Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang dat de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 beogen te beschermen.

5.

De voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vierde lid, kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken in het belang dat de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 beogen te beschermen.

6.

Een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken in het belang dat de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 beogen te beschermen.

7.

Bij algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 9.5.2 kan worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om ontheffing te verlenen, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.

Artikel 9.5.6
1.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 9.5.1, zesde lid, onder a, of artikel 9.5.2, zesde lid, in samenhang met artikel 9.5.1, zesde lid, onder a, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om een vergunning.

2.

Een vergunning kan slechts worden geweigerd in het belang dat de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 beogen te beschermen.

3.

Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend.

4.

Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Hiertoe kan behoren het voorschrift, dat met betrekking tot in het voorschrift geregelde onderwerpen moet worden voldaan aan nadere eisen, die door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan worden gesteld.

5.

Bij de betrokken algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen waarin het eerste lid niet van toepassing is.

6.

Voor zover dat bij de betrokken maatregel is bepaald, kan de vergunning worden gewijzigd of ingetrokken. Op de voorbereiding van een zodanige wijziging of intrekking is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Hoofdstuk 10. Afvalstoffen

Artikel 10.16b

Vervallen

Hoofdstuk 11. Geluid

Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen

Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen

§ 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen

Titel 11.2. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen

§ 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie

Titel 16.1. Algemeen

Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten

Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten

§ 12.3.5. Slotbepalingen

Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade

Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen

Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval

Titel 15.9A. Rechten

Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter

Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar

Hoofdstuk 22. Slotbepalingen

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 10.1

Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

Voorschrift 11.1

Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

§ 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen

Voorschrift 12.1

Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

§ 13. Gevallen als bedoeld in de artikelen 5.9, eerste lid, en 5.10, eerste lid, waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.

Voorschrift 13.1

De gevallen, bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, zijn:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Paragraaf 8.3

Artikel 11.4

Vervallen

Artikel 11.5

Vervallen

Artikel 11.6

Vervallen

Artikel 11.7

Vervallen

Artikel 11.8

Vervallen

Artikel 11.9

Vervallen

Artikel 11.10

Vervallen

Artikel 11.11

Vervallen

Artikel 11.12

Vervallen

Artikel 11.13

Vervallen

Artikel 11.14

Vervallen

Artikel 11.15

Vervallen

Artikel 11.16

Vervallen

Afdeling 11.3.1. Algemeen

Artikel 11.17

Vervallen

Artikel 11.18

Vervallen

Artikel 11.19

Vervallen

Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds

Artikel 11.20

Vervallen

Artikel 11.21

Vervallen

Artikel 11.22

Vervallen

Artikel 11.23

Vervallen

Artikel 11.24

Vervallen

Artikel 11.25

Vervallen

Artikel 11.26

Vervallen

Artikel 11.27

Vervallen

Artikel 11.28

Vervallen

Artikel 11.29

Vervallen

Artikel 11.30

Vervallen

Artikel 11.31

Vervallen

Artikel 11.32

Vervallen

Artikel 11.33

Vervallen

Artikel 11.34

Vervallen

Artikel 11.35

Vervallen

Artikel 11.36

Vervallen

Artikel 11.37

Vervallen

Artikel 11.38

Vervallen

Artikel 11.39

Vervallen

Artikel 11.40

Vervallen

Artikel 11.41

Vervallen

Artikel 11.42

Vervallen

Artikel 11.43

Vervallen

Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen

Artikel 11.44

Vervallen

Artikel 11.45

Vervallen

Artikel 11.46

Vervallen

Artikel 11.47

Vervallen

Artikel 11.48

Vervallen

Artikel 11.49

Vervallen

Artikel 11.50

Vervallen

Artikel 11.51

Vervallen

Artikel 11.52

Vervallen

Artikel 11.53

Vervallen

Artikel 11.54

Vervallen

Artikel 11.55

Vervallen

Artikel 11.56

Vervallen

Artikel 11.57

Vervallen

Artikel 11.58

Vervallen

Artikel 11.59

Vervallen

Artikel 11.60

Vervallen

Artikel 11.61

Vervallen

Artikel 11.62

Vervallen

Artikel 11.63

Vervallen

Artikel 11.64

Vervallen

Artikel 11.65

Vervallen

Artikel 11.66

Vervallen

Artikel 11a.1

Vervallen

Artikel 11a.2
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bevordering van de kwaliteit van bij of krachtens de maatregel aangewezen werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, en ter bevordering van de integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren, regels worden gesteld, die nodig zijn in verband met de bescherming van het milieu.

2.

Werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid zijn:

3.

Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen behoren regels, inhoudende een verbod een aangewezen werkzaamheid uit te voeren zonder dat voor die werkzaamheid wordt beschikt over:

4.

Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting:

5.

Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, aanhef en onderdeel a, worden bij de maatregel regels gesteld met betrekking tot:

6.

Indien op grond van het vijfde lid, onderdeel b, bij de maatregel is bepaald dat Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan weigeren dan wel intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, kan bij die maatregel worden bepaald dat voorafgaand aan de weigering of intrekking het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van die wet om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet kan worden gevraagd.

7.

Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, voor daarbij aangegeven categorieën van werkzaamheden of categorieën van natuurlijke personen, rechtspersonen of instellingen die werkzaamheden verrichten, vrijstelling verlenen van krachtens het derde tot en met vijfde lid gestelde regels, voor zover het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.

Artikel 11a.3

Voor zover uitvoering is gegeven aan artikel 11A.2, eerste en derde lid, kan bij de maatregel worden bepaald dat in bij de maatregel aangegeven gevallen:

Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen

Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen

§ 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds

§ 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen

§ 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds

Hoofdstuk 14. Coördinatie

Titel 12.1. Registers beschermde gebieden

§ 15.2.2. Belastingplichtigen

§ 15.2.5. Tarief

§ 15.2.6. Heffing en invordering

Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies

Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade

Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging

Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen

Titel 12.4. Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer

Titel 12.4. Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer

Titel 15.9A. Rechten

Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade

§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport

Artikel 16.11a

Vervallen

Artikel 16.13a
1.

Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van deze paragraaf regels gesteld met betrekking tot het melden aan het bestuur van de emissieautoriteit van:

2.

Bij ministeriële regeling kan ter uitvoering van deze paragraaf worden bepaald dat ook andere handelingen of omstandigheden aan het bestuur van de emissieautoriteit moeten worden gemeld.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot het goedkeuren van veranderingen van het monitoringsplan.

Artikel 16.20c
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan een vergunning intrekken, indien:

2.

Met betrekking tot de beslissing ter zake is artikel 16.20a, derde lid, van overeenkomstige toepassing.

Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten

Artikel 16.30a
1.

Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de beoordeling door de Europese Commissie overeenkomstig de artikelen 10bis, vijfde lid, 11, derde lid, 27, eerste en tweede lid, en 27 bis, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten niet behoeft te worden gewijzigd, wordt daarvan mededeling gedaan in de Staatscourant.

2.

Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde beoordeling, dan wel op basis van overige aanwijzingen of aanvullingen van de Europese Commissie, geheel of gedeeltelijk moet worden gewijzigd, stelt het bestuur van de emissieautoriteit het nationale toewijzingsbesluit opnieuw vast.

3.

Artikel 16.30, eerste tot en met derde lid, is niet van toepassing. Artikel 16.30, vierde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16.33a

Indien de Europese Commissie op grond van artikel 24bis van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten uitvoeringsmaatregelen heeft vastgesteld, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot de kosteloze toewijzing en verlening van broeikasgasemissierechten voor projecten die de emissie van broeikasgassen verlagen maar waarop deze titel niet van toepassing is. Deze regels voldoen aan genoemde uitvoeringsmaatregelen.

Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten

Artikel 16.34a

Indien de Europese Commissie op grond van artikel 10ter van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten de groep bedrijfstakken en deeltakken die geacht worden een koolstofweglekrisico te lopen, aanpast, en het bedrijfstakken of deeltakken betreft die in Nederland zijn gevestigd, wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen die de Europese Commissie op grond van artikel 10ter van die richtlijn heeft vastgesteld. De artikelen 16.24, tweede lid, en 16.25 tot en met 16.29 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16.34b
1.

Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan overeenkomstig de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, eerste en eenentwintigste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld, worden gewijzigd of ingetrokken:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.

3.

De artikelen 16.25 tot en met 16.29 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16.34c
1.

Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan tevens worden gewijzigd of ingetrokken, indien:

2.

De artikelen 16.25 tot en met 16.29 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16.34d

Bij intrekking of wijziging op grond van artikel 16.34b of artikel 16.34c kan worden bepaald dat de intrekking of wijziging terugwerkt tot en met een bij dat besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 16.34e

Op de voorbereiding van een krachtens artikel 16.34a, 16.34b of 16.34c genomen besluit, voor zover een dergelijk besluit strekt tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit, zijn artikel 16.30, vierde lid, van deze wet en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar

Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten

Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning

Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging

Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging

Artikel 16.39sa
1.

Het is vliegtuigexploitanten die over een door Nederland afgegeven bewijs luchtvaartexploitant beschikken of in Nederland geregistreerd zijn toegestaan om overeenkomstig artikel 11 bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten de door de ICAO-raad aanvaarde eenheden te annuleren met betrekking tot de door het bestuur van de emissieautoriteit overeenkomstig artikel 12, zesde lid, van de genoemde richtlijn vastgestelde compensatievereisten.

2.

Vliegtuigexploitanten annuleren de in het eerste lid vermelde eenheden met betrekking tot de door het bestuur van de emissieautoriteit vastgestelde compensatievereisten:

Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar

Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden

Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden

Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten

Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.1. Algemeen

Artikel 16.47a

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)