Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne
Vervallen
Afdeling 16.3.2. Vergunning
Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.1. Algemeen
Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
Artikel 18.2j
Vervallen
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
§ 20.1. Algemeen
§ 20.1. Algemeen
Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voorschrift 2.1
Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 2.2
Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 4.3
Voorschrift 4.4
Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voorschrift 4.5
Voorschrift 4.6
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
Voorschrift 4.6
Voorschrift 4.7
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
§ 5. Grenswaarde voor lood
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
§ 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
§ 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voorschrift 6.1
§ 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voorschrift 7.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voorschrift 7.2
§ 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.1
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voorschrift 1.3
Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 16.2a
Deze afdeling is, met uitzondering van paragraaf 16.2.1.3, mede van toepassing op het transport van CO2 (CCS).
Voor de toepassing van deze afdeling op het transport van CO2 (CCS) wordt onder «de exploitant van de broeikasgasinstallatie» verstaan: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de transportactiviteit verricht of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van die activiteit is overgedragen.
Artikel 16.2b
De artikelen 16.24 tot en met 16.30a zijn van overeenkomstige toepassing op broeikasgasinstallaties die op grond van artikel 27, eerste lid of artikel 27bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten zijn uitgesloten van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten.
Het eerste lid geldt met ingang van 1 januari van het eerste kalenderjaar van de betrokken handelsperiode.
Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid of artikel 27bis, tweede lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de door die broeikasgasinstallatie veroorzaakte emissies de in artikel 27, eerste lid, van die richtlijn opgenomen hoeveelheid overschrijden, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van artikel 16.37, op die broeikasgasinstallatie van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de broeikasgasinstallatie niet meer voldoet aan de voorwaarden voor uitsluiting. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de broeikasgasinstallatie niet meer aan bedoelde voorwaarden voldoet.
Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de maatregelen die een gelijkwaardige bijdrage leveren tot emissiereductie, niet langer van toepassing zijn, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van artikel 16.37, op die broeikasgasinstallatie van toepassing met ingang van de dag volgend op de dag waarop bedoelde maatregelen zijn vervallen. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin bedoelde maatregelen zijn vervallen.
Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten blijft de broeikasgasinstallatie in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten gedurende de rest van de in artikel 11, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde periode waarin ze werd ingevoerd.
Artikel 16.4a
Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat alle besluiten en verslagen die verband houden met de hoeveelheid emissierechten en de toewijzing daarvan en met de bewaking, rapportage en verificatie van emissies onverwijld op passende wijze openbaar worden gemaakt.
Artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
§ 15.2.4. Teruggaafregeling
Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
Artikel 16.35a
Vervallen
Artikel 16.35b
Vervallen
Artikel 16.35c
Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, terugvorderen van de exploitant van de broeikasgasinstallatie. Indien de exploitant van de broeikasgasinstallatie, onvoldoende broeikasgasemissierechten bezit, kan een met de waarde van die rechten corresponderend bedrag worden teruggevorderd.
Het bestuur van de emissieautoriteit kan het terug te vorderen bedrag dat met de waarde van de onverschuldigd verleende broeikasgasemissierechten correspondeert, bij dwangbevel invorderen.
Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, verrekenen met de hoeveelheid voor de exploitant van de broeikasgasinstallatie, te verlenen broeikasgasemissierechten voor de daarop volgende handelsperiode.
Bij het bepalen van de waarde van een broeikasgasemissierecht, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, wordt uitgegaan van de gemiddelde marktprijs van een dergelijk recht op het moment van terugvordering. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gemiddelde marktprijs van een broeikasgasemissierecht wordt bepaald.
Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.1. Algemeen
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
Hoofdstuk 18. Handhaving
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
§ 20.1. Algemeen
§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voorschrift 1.3
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Voorschrift 2.4
Voorschrift 3.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voorschrift 4.7
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voorschrift 5.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 2.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 2.1a
Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Hoofdstuk 18. Handhaving
Artikel 17.5e
Vervallen
Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
Hoofdstuk 18. Handhaving
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
§ 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.23a
Vervallen
§ 2.3. De Commissie genetische modificatie
§ 2.4. De provinciale milieucommissie
Hoofdstuk 3. Internationale zaken
Hoofdstuk 4. Plannen
§ 4.1. Algemeen
§ 4.2. Het nationale milieubeleidsplan
§ 4.5. Het provinciale milieuprogramma
§ 4.5. Het provinciale milieuprogramma
§ 4.6. Het gemeentelijke milieubeleidsplan
§ 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
§ 5.2.5. Beoordeling van de luchtkwaliteit
Hoofdstuk 6. Milieuzonering
Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
§ 7.3. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
§ 7.4. De voorbereiding van een milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
§ 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
§ 7.12. Evaluatie
Hoofdstuk 8. Inrichtingen
Paragraaf 8.2
Paragraaf 8.2
Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
§ 11.3.3.1. Algemeen
§ 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
§ 11.2.3. Actieplannen
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
§ 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van artikel 11.45
§ 11.3.3.1. Algemeen
§ 11.3.2.2. Het geluidregister
§ 11.3.3.3. De binnenwaarde
§ 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
Titel 15.7. Keuringen
Titel 12.4. Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer
Titel 15.1
Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
§ 15.2.1. Grondslag en maatstaf
Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.2. Vergunning
Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
Hoofdstuk 18. Handhaving
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
§ 20.1. Algemeen
§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 9.7.1. Algemeen
Artikel 9.7.1.1
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- afboekrekening: rekening in het register, bedoeld om de naar die rekening overgeboekte emissiereductie-eenheden te onttrekken aan het aantal, voor het voldoen aan de jaarverplichting, beschikbare emissiereductie-eenheden;
- benzine: ongelode lichte olie als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Wet op de accijns en minerale oliën die op grond van artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet voor het tarief van ongelode lichte olie aan de accijns onderworpen zijn;
- bijproduct: product dat een hoofddoel vormt van het productieproces, niet zijnde een residu;
- binnenschip: binnenschip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet;
- biobrandstof: biogas als bedoeld in artikel 2, onderdeel 28, van de richtlijn hernieuwbare energie, vloeibare biomassa als bedoeld in artikel 2, onderdeel 32, van die richtlijn of biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, van die richtlijn;
- CO2-equivalent-ketenemissiereductie: de hoeveelheid verminderde broeikasgasuitstoot door de productie, het vervoer, de distributie en het gebruik van hernieuwbare energie, ten opzichte van de fossiele referentiebrandstof, bedoeld in bijlage V van de richtlijn hernieuwbare energie;
- diesel: gasolie als bedoeld in artikel 26, vierde lid, van de Wet op de accijns en minerale oliën die op grond van artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet voor het tarief van gasolie aan de accijns onderworpen zijn;
- distributiesysteembeheerder: distributiesysteembeheerder voor elektriciteit en de distributiebeheerder voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;
- duurzaamheidssysteem: door de Europese Commissie erkend vrijwillig systeem voor het certificeren dat een biobrandstof voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria als bedoeld in artikel 30, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- emissiereductie-eenheid: emissiereductie-eenheid als bedoeld in artikel 9.7.3.1;
- energie-inhoud: energie-inhoud als bedoeld in bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie of, indien niet opgenomen in die bijlage, berekend volgens bij ministeriële regeling te stellen regels;
- geaggregeerd inboeken: het verzameld inboeken door een inboekdienstverlener van meerdere hoeveelheden door ondernemingen geleverde of door natuurlijke personen op hun onroerende zaak geladen elektriciteit;
- hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong: vloeibare en gasvormige brandstoffen van niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 2, onderdeel 36, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- hernieuwbare energie: energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- importeur: onderneming die minerale oliën invoert in Nederland, maar geen houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns voor minerale oliën of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van die wet voor minerale oliën is;
- inboekdienstverlener: inboeker die in eigen naam hoeveelheden door een minimum aantal andere ondernemingen geleverde elektriciteit dan wel hoeveelheden door natuurlijke personen op hun onroerende zaak geladen elektriciteit inboekt;
- inboeker: onderneming die ingevolge bij of krachtens artikel 9.7.4.1 bevoegd is om een geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie in het register in te voeren;
- inboekfaciliteit: eigenschap van een rekening in het register die de inboeking van hernieuwbare energie overeenkomstig artikel 9.7.4.1 mogelijk maakt;
- jaarverplichting: aantal per soort en sector emissiereductie-eenheden dat de leverancier tot eindverbruik voor zijn levering tot eindverbruik sector land, levering tot eindverbruik sector binnenvaart of zijn levering tot eindverbruik sector zeevaart is verschuldigd op grond van artikel 9.7.2.1, eerste lid;
- jaarverplichtingfaciliteit: eigenschap van een rekening in het register die een leverancier tot eindverbruik ingevolge artikel 9.7.2.2 heeft om aan zijn jaarverplichting te voldoen;
- leverancier tot eindverbruik: houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns voor minerale oliën, of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van die wet voor minerale oliën, of importeur, met een levering tot eindverbruik sector land of een levering tot eindverbruik sector binnenvaart of leverancier met een levering tot eindverbruik sector zeevaart;
- leveren aan de Nederlandse markt van vervoer:
- a. uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, dan wel leveren van minerale oliën door een houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van die wet aan een andere houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, beide voor zover de inboeker kan aantonen dat de hoeveelheid ingeboekte brandstof is uitgeslagen tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, geleverd aan de sector land of de sector binnenvaart;
- b. leveren van een hoeveelheid brandstof aan de sector zeevaart;
- levering tot eindverbruik sector binnenvaart: uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns van rode gasolie aan de sector binnenvaart;
- levering tot eindverbruik sector land: uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns van benzine, diesel en zware stookolie aan de sector land;
- levering tot eindverbruik sector zeevaart: levering van brandstoffen voor de aandrijving van schepen of scheepsbehoeften aan boord van schepen aan de sector zeevaart;
- massabalans van biobrandstoffen: een boekhouding die een getrouwe weergave geeft van de in- en uitgaande stromen en voorraad van duurzame grondstoffen voor biobrandstoffen en duurzame biobrandstoffen van een onderneming al dan niet op een opslaglocatie, gedurende een bepaalde periode, bedoeld in artikel 30 van de richtlijn hernieuwbare energie en uitgevoerd overeenkomstig artikel 19 van verordening (EU) 2022/996, als onderdeel van een door de inboeker gehanteerd duurzaamheidssysteem;
- massabalans van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong: een boekhouding die een getrouwe weergave geeft van de in- en uitgaande stromen en voorraad van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong van een onderneming al dan niet op een opslaglocatie gedurende een bepaalde periode, bedoeld in artikel 30 van de richtlijn hernieuwbare energie en uitgevoerd overeenkomstig artikel 19 van verordening (EU) 2022/996, als onderdeel van een door de inboeker gehanteerd vrijwillig systeem;
- minerale oliën: oliën als bedoeld in artikel 25 van de Wet op de accijns;
- mobiele machine: mobiele werktuigen, landbouwtrekkers, bosbouwmachines en pleziervaartuigen;
- onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, voor zover deze onderneming is ingeschreven in het handelsregister als bedoeld in die wet en rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- opslaglocatie: een opslagtank op land of op water met een vast adres, als onderdeel van een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns voor minerale oliën of belasting-entrepot voor minerale oliën;
- overboekfaciliteit: eigenschap van een rekening in het register die de overboeking van een emissiereductie-eenheid mogelijk maakt;
- raffinagereductie-eenheid: raffinagereductie-eenheid als bedoeld in artikel 9.8.2.1;
- register: register hernieuwbare energie als bedoeld in artikel 9.7.5.1, eerste lid;
- residu: een stof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 43, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);
- rode gasolie: diesel voorzien van herkenningsmiddelen, bedoeld in artikel 1a, derde lid, van de Wet op de accijns en minerale oliën die op grond van artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet voor het tarief van gasolie aan de accijns onderworpen zijn;
- sector binnenvaart: binnenschepen;
- sector land: wegvoertuigen, spoorvoertuigen, mobiele machines en vaste installaties;
- sector zeevaart: zeeschepen;
- Uniedatabank: databank als bedoeld in artikel 31 bis, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- verordening (EU) 2019/807: gedelegeerde verordening (EU) 2019/807 van de commissie van 13 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het bepalen van de grondstoffen met een hoog risico van indirecte veranderingen in landgebruik waarbij een belangrijke uitbreiding van het productiegebied naar land met grote koolstofvoorraden waar te nemen valt, en de certificering van biobrandstoffen, vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen met een laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik (PbEU 2019, L 133);
- verordening (EU) 2022/996: uitvoeringsverordening (EU) 2022/996 van de commissie van 14 juni 2022 betreffende de voorschriften om de duurzaamheids- en broeikasgasreductiecriteria alsmede de criteria inzake laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik te controleren;
- vervoer: wegvoertuigen, spoorvoertuigen, vaartuigen en mobiele machines;
- voedsel- en voedergewassen: voedsel- en voedergewassen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 40, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- vrijwillig systeem: door de Europese Commissie erkend vrijwillig systeem voor het certificeren dat een hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 30, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- zeeschip: zeeschip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet;
- zware stookolie: zware stookolie als bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de accijns en minerale oliën die op grond van artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet voor het tarief van zware stookolie aan de accijns onderworpen zijn.
Artikel 9.7.1.2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën leveranciers tot eindverbruik worden aangewezen waarop de in deze titel opgenomen bepalingen met betrekking tot de leverancier tot eindverbruik niet van toepassing zijn.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de levering tot eindverbruik sector zeevaart en de leverancier met een levering tot eindverbruik sector zeevaart.
Artikel 9.7.1.3
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
- a. de invoer en het gebruik van gegevens door inboekers en andere marktdeelnemers in de Uniedatabank, bedoeld in artikel 31 bis, tweede lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- b. de controle op de ingevoerde gegevens in de Uniedatabank door het certificeringsorgaan van het duurzaamheidsysteem of het vrijwillige systeem, bedoeld in artikel 31 bis, vijfde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie, met inbegrip van de controle over de ingevoerde gegevens door luchtvaartbrandstofleveranciers als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) 2023/2405.
Artikel 9.7.1.4
Onze minister, de rijksbelastingdienst en de distributiesysteembeheerder verstrekken op verzoek het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.
Artikel 9.7.2.1
De leverancier tot eindverbruik is in enig kalenderjaar het aantal per soort emissiereductie-eenheden als bedoeld in artikel 9.7.3.2, tweede lid, verschuldigd, dat overeenkomt met het bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage CO2-equivalent-ketenemissiereductie van zijn levering tot eindverbruik sector land, zijn levering tot eindverbruik sector binnenvaart of zijn levering tot eindverbruik sector zeevaart in het direct aan dat kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar.
Bij algemene maatregel van bestuur worden voor de toepassing van het eerste lid per sector eisen gesteld aan het aantal en soort emissiereductie-eenheden als bedoeld in artikel 9.7.3.2, tweede lid.
Bij algemene maatregel van bestuur worden voor het voldoen aan de jaarverplichting regels gesteld over het gebruik van emissiereductie-eenheden uit de verschillende sectoren, bedoeld in artikel 9.7.3.2, eerste lid, en het gebruik van raffinagereductie-eenheden, waaronder regels over het maximum gebruik per sector van deze emissiereductie-eenheden en raffinagereductie-eenheden.
Ten behoeve van de uitvoering van het derde lid kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat voor het voldoen aan de jaarverplichting in een sector raffinagereductie-eenheden worden vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen factor kleiner dan één en geldt de vermenigvuldigingsfactor één tot in ieder geval 2030.
Artikel 9.7.2.2
De leverancier tot eindverbruik heeft een rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register.
Artikel 9.7.2.3
De leverancier tot eindverbruik voert voor 1 maart van enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik sector land, zijn levering tot eindverbruik sector binnenvaart of zijn levering tot eindverbruik sector zeevaart van het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register in.
Wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening ingevoerde levering tot eindverbruik na de datum, bedoeld in het eerste lid, meldt de leverancier tot eindverbruik aan het bestuur van de emissieautoriteit.
Bij ministeriële regeling worden de bij het invoeren op de rekening te vermelden gegevens bepaald.
De gegevens, bedoeld in het derde lid, en de onderliggende stukken, worden door de leverancier tot eindverbruik bewaard tot ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.
Artikel 9.7.2.4
Indien een leverancier tot eindverbruik in enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik sector land, zijn levering tot eindverbruik sector binnenvaart of zijn levering tot eindverbruik sector zeevaart niet voor 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar heeft ingevoerd op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit haar ambtshalve vaststellen.
Indien een leverancier tot eindverbruik in enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik sector land, zijn levering tot eindverbruik sector binnenvaart of zijn levering tot eindverbruik sector zeevaart niet juist heeft ingevoerd op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit haar tot vijf jaar na dat kalenderjaar ambtshalve vaststellen.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.
Artikel 9.7.2.5
Op 1 april van enig kalenderjaar:
- a. heeft de leverancier tot eindverbruik ten minste het aantal emissiereductie-eenheden per soort en sector op zijn rekening, en
- b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de leverancier tot eindverbruik het aantal emissiereductie-eenheden per soort en sector af,
dat overeenkomt met de voor die leverancier voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende jaarverplichting.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor de levering tot eindverbruik sector land, de levering tot eindverbruik sector binnenvaart of de levering tot eindverbruik sector zeevaart, regels gesteld over de afschrijving van het aantal per soort emissiereductie-eenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
Indien toepassing van artikel 9.7.2.4, tweede lid, leidt tot een verhoging van de jaarverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit met inachtneming van het tweede lid het aantal emissiereductie-eenheden per soort en sector dat overeenkomt met die verhoging af van de rekening van de leverancier tot eindverbruik.
Indien toepassing van artikel 9.7.2.4, tweede lid, leidt tot een verlaging van de jaarverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit, met inachtneming van het tweede lid, het aantal emissiereductie-eenheden per soort en sector dat overeenkomt met die verlaging bij op de rekening van de leverancier tot eindverbruik. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.7.5.6.
Indien het aantal emissiereductie-eenheden per soort en sector op de rekening van de leverancier tot eindverbruik als gevolg van de toepassing van het eerste of derde lid leidt tot een negatief saldo aan emissiereductie-eenheden, vult hij het tekort binnen drie kalendermaanden aan.
Artikel 9.7.3.1
Een emissiereductie-eenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de jaarverplichting van één kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie, berekend overeenkomstig een bij ministeriële regeling vast te stellen rekenregel.
Een emissiereductie-eenheid wordt uitsluitend in het register gehouden.
Artikel 9.7.3.2
Een emissiereductie-eenheid wordt onderscheiden naar gelang de hernieuwbare energie is geleverd aan de volgende sectoren:
- a. sector land;
- b. sector binnenvaart;
- c. sector zeevaart.
Een emissiereductie-eenheid wordt voorts onderscheiden in de volgende soorten:
- a. emissiereductie-eenheid conventioneel;
- b. emissiereductie-eenheid geavanceerd;
- c. emissiereductie-eenheid bijlage IX-B;
- d. emissiereductie-eenheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;
- e. emissiereductie-eenheid elektriciteit;
- f. emissiereductie-eenheid overig.
Artikel 9.7.3.3
Een emissiereductie-eenheid is vatbaar voor overdracht indien de overdragende partij en de ontvangende partij ieder op hun naam een rekening hebben in het register.
Artikel 9.7.3.4
Overdracht van een of meer emissiereductie-eenheden mag niet leiden tot een negatief saldo aan emissiereductie-eenheden per soort op de rekening.
Overdracht van een of meer emissiereductie-eenheden is niet toegestaan bij een negatief saldo aan emissiereductie-eenheden per soort op de rekening.
Artikel 9.7.3.5
De voor overdracht van een emissiereductie-eenheid vereiste levering geschiedt door:
- a. afschrijving van de emissiereductie-eenheid van de rekening die in het register op naam staat van de partij die de emissiereductie-eenheid overdraagt, en
- b. bijschrijving op de rekening die in het register op naam staat van de partij die de emissiereductie-eenheid verkrijgt.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.
Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat de overgang in het register is geregistreerd.
Artikel 9.7.3.6
Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht.
Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de overdracht tot stand is gekomen.
Artikel 9.7.3.7
In afwijking van artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek kan op een emissiereductie-eenheid geen recht van pand worden gevestigd.
Op een emissiereductie-eenheid kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.
Een emissiereductie-eenheid is niet vatbaar voor beslag.
§ 9.7.4. Inboeken hernieuwbare energie vervoer
Artikel 9.7.4.1
Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar inboeken in het register de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar:
- a. door hem aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare biobrandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.2;
- b. door hem aan vervoer in Nederland geleverde gasvormige biobrandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.3;
- c. door hem aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die voldoet aan artikel 9.7.4.4;
- d. door hem aan vervoer in Nederland geleverde gasvormige hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die voldoet aan artikel 9.7.4.4, of
- e. door hem of als inboekdienstverlener aan vervoer in Nederland geleverde elektriciteit, die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen, met uitzondering van elektriciteit geleverd aan bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bestemmingen of laadinfrastructuur.
Bij de inboeking, bedoeld in het eerste lid, wordt een onderscheid gemaakt naar gelang de hernieuwbare energie is geleverd aan de:
- a. sector land;
- b. sector binnenvaart;
- c. sector zeevaart.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
- a. de inboeker, bedoeld in het eerste lid;
- b. de inboekdienstverlener, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e;
- c. de minimale hoeveelheden in te boeken elektriciteit door een inboeker;
- d. het geaggregeerd inboeken van elektriciteit door de inboekdienstverlener.
Artikel 9.7.4.2
De in te boeken vloeibare biobrandstof:
- a. voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)