Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne

Type Wet
Publication 2026-08-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-13
State In force
Source BWB
artikelen 1977
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Vervallen

Afdeling 16.3.2. Vergunning

Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.1. Algemeen

Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten

Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval

Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen

Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan

Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen

Artikel 18.2j

Vervallen

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie

§ 20.1. Algemeen

§ 20.1. Algemeen

Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie

Hoofdstuk 22. Slotbepalingen

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.2

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voorschrift 1.3

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.2

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voorschrift 1.3

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

Voorschrift 2.1

Voorschrift 2.1a

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 2.2

Voorschrift 2.3

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:

Voorschrift 2.4

Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden

Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.

Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.

§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)

§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)

Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 4.2

In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 4.3

Voorschrift 4.4

Voorschrift 4.4

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:

Voorschrift 4.5

Voorschrift 4.6

in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.

Voorschrift 4.6

Voorschrift 4.7

Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

§ 5. Grenswaarde voor lood

Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.

§ 6. Grenswaarde voor koolmonoxide

§ 6. Grenswaarde voor koolmonoxide

Voorschrift 6.1

§ 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen

Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voorschrift 7.1

Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voorschrift 7.2

§ 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon

Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.1

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

Voorschrift 1.2

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voorschrift 1.3

Voorschrift 2.1

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 16.2a
1.

Deze afdeling is, met uitzondering van paragraaf 16.2.1.3, mede van toepassing op het transport van CO2 (CCS).

2.

Voor de toepassing van deze afdeling op het transport van CO2 (CCS) wordt onder «de exploitant van de broeikasgasinstallatie» verstaan: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de transportactiviteit verricht of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van die activiteit is overgedragen.

Artikel 16.2b
1.

De artikelen 16.24 tot en met 16.30a zijn van overeenkomstige toepassing op broeikasgasinstallaties die op grond van artikel 27, eerste lid of artikel 27bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten zijn uitgesloten van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten.

2.

Het eerste lid geldt met ingang van 1 januari van het eerste kalenderjaar van de betrokken handelsperiode.

3.

Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid of artikel 27bis, tweede lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de door die broeikasgasinstallatie veroorzaakte emissies de in artikel 27, eerste lid, van die richtlijn opgenomen hoeveelheid overschrijden, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van artikel 16.37, op die broeikasgasinstallatie van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de broeikasgasinstallatie niet meer voldoet aan de voorwaarden voor uitsluiting. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de broeikasgasinstallatie niet meer aan bedoelde voorwaarden voldoet.

4.

Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de maatregelen die een gelijkwaardige bijdrage leveren tot emissiereductie, niet langer van toepassing zijn, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van artikel 16.37, op die broeikasgasinstallatie van toepassing met ingang van de dag volgend op de dag waarop bedoelde maatregelen zijn vervallen. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin bedoelde maatregelen zijn vervallen.

5.

Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten blijft de broeikasgasinstallatie in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten gedurende de rest van de in artikel 11, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde periode waarin ze werd ingevoerd.

Artikel 16.4a
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat alle besluiten en verslagen die verband houden met de hoeveelheid emissierechten en de toewijzing daarvan en met de bewaking, rapportage en verificatie van emissies onverwijld op passende wijze openbaar worden gemaakt.

Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning

§ 15.2.4. Teruggaafregeling

Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten

Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten

Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten

Artikel 16.35a

Vervallen

Artikel 16.35b

Vervallen

Artikel 16.35c
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, terugvorderen van de exploitant van de broeikasgasinstallatie. Indien de exploitant van de broeikasgasinstallatie, onvoldoende broeikasgasemissierechten bezit, kan een met de waarde van die rechten corresponderend bedrag worden teruggevorderd.

2.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan het terug te vorderen bedrag dat met de waarde van de onverschuldigd verleende broeikasgasemissierechten correspondeert, bij dwangbevel invorderen.

3.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, verrekenen met de hoeveelheid voor de exploitant van de broeikasgasinstallatie, te verlenen broeikasgasemissierechten voor de daarop volgende handelsperiode.

4.

Bij het bepalen van de waarde van een broeikasgasemissierecht, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, wordt uitgegaan van de gemiddelde marktprijs van een dergelijk recht op het moment van terugvordering. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gemiddelde marktprijs van een broeikasgasemissierecht wordt bepaald.

Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar

Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten

Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen

Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging

Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden

Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties

Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten

Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.1. Algemeen

Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten

Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten

Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten

Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval

Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen

Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving

Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen

Hoofdstuk 18. Handhaving

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming

§ 20.1. Algemeen

§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer

Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.2

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voorschrift 1.3

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voorschrift 2.3

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:

Voorschrift 2.4

Voorschrift 3.1

Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 4.1

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:

Voorschrift 4.7

Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.

Voorschrift 5.1

Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 2.1

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 2.1a

Voorschrift 2.4

Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden

Voorschrift 2.3

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving

Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Hoofdstuk 18. Handhaving

Artikel 17.5e

Vervallen

Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan

Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen

Hoofdstuk 18. Handhaving

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming

§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer

Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie

Hoofdstuk 22. Slotbepalingen

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 2.2

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden

Voorschrift 4.2

In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 4.3

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:

Voorschrift 4.4

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:

Voorschrift 4.6

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.

Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.

§ 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen

Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voorschrift 7.2

Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

Voorschrift 2.1

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:

Voorschrift 2.2

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voorschrift 3.1

Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.23a

Vervallen

§ 2.3. De Commissie genetische modificatie

§ 2.4. De provinciale milieucommissie

Hoofdstuk 3. Internationale zaken

Hoofdstuk 4. Plannen

§ 4.1. Algemeen

§ 4.2. Het nationale milieubeleidsplan

§ 4.5. Het provinciale milieuprogramma

§ 4.5. Het provinciale milieuprogramma

§ 4.6. Het gemeentelijke milieubeleidsplan

§ 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan

Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen

Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen

Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen

§ 5.2.5. Beoordeling van de luchtkwaliteit

Hoofdstuk 6. Milieuzonering

Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage

§ 7.3. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan

§ 7.4. De voorbereiding van een milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan

§ 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit

§ 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit

§ 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit

§ 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen

§ 7.12. Evaluatie

Hoofdstuk 8. Inrichtingen

Paragraaf 8.2

Paragraaf 8.2

Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen

Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen

Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater

Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen

Hoofdstuk 10. Afvalstoffen

§ 11.3.3.1. Algemeen

§ 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds

Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen

§ 11.2.3. Actieplannen

Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen

Titel 12.1. Registers beschermde gebieden

§ 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van artikel 11.45

§ 11.3.3.1. Algemeen

§ 11.3.2.2. Het geluidregister

§ 11.3.3.3. De binnenwaarde

§ 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking

Titel 12.1. Registers beschermde gebieden

Titel 12.1. Registers beschermde gebieden

Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol

Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade

Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol

Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen

Titel 15.7. Keuringen

Titel 12.4. Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer

Titel 15.1

Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies

Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade

§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport

§ 15.2.1. Grondslag en maatstaf

Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten

Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten

Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten

Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten

Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen

Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden

Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties

Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten

Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.2. Vergunning

Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen

Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval

Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen

Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan

Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen

Hoofdstuk 18. Handhaving

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming

§ 20.1. Algemeen

§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer

Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.

25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.

Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.

Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.

Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

Voorschrift 2.4

Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 9.7.1. Algemeen

Artikel 9.7.1.1

In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 9.7.1.2
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën leveranciers tot eindverbruik worden aangewezen waarop de in deze titel opgenomen bepalingen met betrekking tot de leverancier tot eindverbruik niet van toepassing zijn.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de levering tot eindverbruik sector zeevaart en de leverancier met een levering tot eindverbruik sector zeevaart.

Artikel 9.7.1.3

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

Artikel 9.7.1.4

Onze minister, de rijksbelastingdienst en de distributiesysteembeheerder verstrekken op verzoek het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.

Artikel 9.7.2.1
1.

De leverancier tot eindverbruik is in enig kalenderjaar het aantal per soort emissiereductie-eenheden als bedoeld in artikel 9.7.3.2, tweede lid, verschuldigd, dat overeenkomt met het bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage CO2-equivalent-ketenemissiereductie van zijn levering tot eindverbruik sector land, zijn levering tot eindverbruik sector binnenvaart of zijn levering tot eindverbruik sector zeevaart in het direct aan dat kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur worden voor de toepassing van het eerste lid per sector eisen gesteld aan het aantal en soort emissiereductie-eenheden als bedoeld in artikel 9.7.3.2, tweede lid.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur worden voor het voldoen aan de jaarverplichting regels gesteld over het gebruik van emissiereductie-eenheden uit de verschillende sectoren, bedoeld in artikel 9.7.3.2, eerste lid, en het gebruik van raffinagereductie-eenheden, waaronder regels over het maximum gebruik per sector van deze emissiereductie-eenheden en raffinagereductie-eenheden.

4.

Ten behoeve van de uitvoering van het derde lid kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat voor het voldoen aan de jaarverplichting in een sector raffinagereductie-eenheden worden vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen factor kleiner dan één en geldt de vermenigvuldigingsfactor één tot in ieder geval 2030.

Artikel 9.7.2.2

De leverancier tot eindverbruik heeft een rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register.

Artikel 9.7.2.3
1.

De leverancier tot eindverbruik voert voor 1 maart van enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik sector land, zijn levering tot eindverbruik sector binnenvaart of zijn levering tot eindverbruik sector zeevaart van het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register in.

2.

Wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening ingevoerde levering tot eindverbruik na de datum, bedoeld in het eerste lid, meldt de leverancier tot eindverbruik aan het bestuur van de emissieautoriteit.

3.

Bij ministeriële regeling worden de bij het invoeren op de rekening te vermelden gegevens bepaald.

4.

De gegevens, bedoeld in het derde lid, en de onderliggende stukken, worden door de leverancier tot eindverbruik bewaard tot ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.

Artikel 9.7.2.4
1.

Indien een leverancier tot eindverbruik in enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik sector land, zijn levering tot eindverbruik sector binnenvaart of zijn levering tot eindverbruik sector zeevaart niet voor 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar heeft ingevoerd op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit haar ambtshalve vaststellen.

2.

Indien een leverancier tot eindverbruik in enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik sector land, zijn levering tot eindverbruik sector binnenvaart of zijn levering tot eindverbruik sector zeevaart niet juist heeft ingevoerd op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit haar tot vijf jaar na dat kalenderjaar ambtshalve vaststellen.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.

Artikel 9.7.2.5
1.

Op 1 april van enig kalenderjaar:

dat overeenkomt met de voor die leverancier voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende jaarverplichting.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor de levering tot eindverbruik sector land, de levering tot eindverbruik sector binnenvaart of de levering tot eindverbruik sector zeevaart, regels gesteld over de afschrijving van het aantal per soort emissiereductie-eenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

3.

Indien toepassing van artikel 9.7.2.4, tweede lid, leidt tot een verhoging van de jaarverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit met inachtneming van het tweede lid het aantal emissiereductie-eenheden per soort en sector dat overeenkomt met die verhoging af van de rekening van de leverancier tot eindverbruik.

4.

Indien toepassing van artikel 9.7.2.4, tweede lid, leidt tot een verlaging van de jaarverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit, met inachtneming van het tweede lid, het aantal emissiereductie-eenheden per soort en sector dat overeenkomt met die verlaging bij op de rekening van de leverancier tot eindverbruik. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.7.5.6.

5.

Indien het aantal emissiereductie-eenheden per soort en sector op de rekening van de leverancier tot eindverbruik als gevolg van de toepassing van het eerste of derde lid leidt tot een negatief saldo aan emissiereductie-eenheden, vult hij het tekort binnen drie kalendermaanden aan.

Artikel 9.7.3.1
1.

Een emissiereductie-eenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de jaarverplichting van één kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie, berekend overeenkomstig een bij ministeriële regeling vast te stellen rekenregel.

2.

Een emissiereductie-eenheid wordt uitsluitend in het register gehouden.

Artikel 9.7.3.2
1.

Een emissiereductie-eenheid wordt onderscheiden naar gelang de hernieuwbare energie is geleverd aan de volgende sectoren:

2.

Een emissiereductie-eenheid wordt voorts onderscheiden in de volgende soorten:

Artikel 9.7.3.3

Een emissiereductie-eenheid is vatbaar voor overdracht indien de overdragende partij en de ontvangende partij ieder op hun naam een rekening hebben in het register.

Artikel 9.7.3.4
1.

Overdracht van een of meer emissiereductie-eenheden mag niet leiden tot een negatief saldo aan emissiereductie-eenheden per soort op de rekening.

2.

Overdracht van een of meer emissiereductie-eenheden is niet toegestaan bij een negatief saldo aan emissiereductie-eenheden per soort op de rekening.

Artikel 9.7.3.5
1.

De voor overdracht van een emissiereductie-eenheid vereiste levering geschiedt door:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.

3.

Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat de overgang in het register is geregistreerd.

Artikel 9.7.3.6
1.

Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht.

2.

Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de overdracht tot stand is gekomen.

Artikel 9.7.3.7
1.

In afwijking van artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek kan op een emissiereductie-eenheid geen recht van pand worden gevestigd.

2.

Op een emissiereductie-eenheid kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.

3.

Een emissiereductie-eenheid is niet vatbaar voor beslag.

§ 9.7.4. Inboeken hernieuwbare energie vervoer

Artikel 9.7.4.1
1.

Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar inboeken in het register de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar:

2.

Bij de inboeking, bedoeld in het eerste lid, wordt een onderscheid gemaakt naar gelang de hernieuwbare energie is geleverd aan de:

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

Artikel 9.7.4.2
1.

De in te boeken vloeibare biobrandstof:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)