Wijzigingsgeschiedenis

Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990

67 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24 y 7 más
2025-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2025-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2024-08-31
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2024-03-22
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2024-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2023-11-16
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2023-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24 y 7 más
2022-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2021-07-14
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2021-06-02
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2021-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2020-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
2020-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2019-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990

Wijzigingen op 2019-01-01

@@ -8,7 +8,7 @@
##### Artikel 1
1. Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen [7a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=18), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19), [22bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22bis), [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25), [25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a), [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26), [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=31), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=35), [42c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=42c), [44a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=44a), [44b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=44b), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=53), [70b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b), [70ba](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70ba), [70ca](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70ca) en [70cb van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70cb) alsmede aan [artikel 232e van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=232e), [artikel 255 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=255), [artikel 144 van de Waterschapswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005108&artikel=144), [artikel 8a.40 van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=8a.40) en [artikel 93a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&artikel=93a) in samenhang met [artikel 26 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26).
1. Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen [7a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=18), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19), [22bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22bis), [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25), [25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a), [25b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25b), [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26), [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=31), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=35), [42c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=42c), [44a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=44a), [44b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=44b), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=53), [70b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b), [70ba](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70ba), [70ca](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70ca) en [70cb van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70cb) alsmede aan [artikel 232e van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=232e), [artikel 255 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=255), [artikel 144 van de Waterschapswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005108&artikel=144), [artikel 8a.40 van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=8a.40) en [artikel 93a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&artikel=93a) in samenhang met [artikel 26 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26).
2. Deze regeling verstaat hierna onder wet: de [Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770).
@@ -20,9 +20,9 @@
1. Verzoeken tot uitstel van betaling, tot kwijtschelding of tot ontslag van betalingsverplichting ingevolge deze regeling worden afgewezen door de ontvanger indien de voor de beoordeling van het daartoe strekkende verzoek benodigde gegevens niet, onjuist of onvolledig dan wel niet op de door de ontvanger aangegeven wijze zijn verstrekt.
2. Een ingevolge de [hoofdstukken 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [1C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&z=2018-07-01&g=2018-07-01) en [1D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=ID&z=2018-07-01&g=2018-07-01) te nemen besluit tot afwijzing, verlening of herziening van uitstel van betaling of van kwijtschelding of een ingevolge die hoofdstukken of het derde lid te nemen besluit tot gehele of gedeeltelijke beëindiging van uitstel van betaling, geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. Indien bij vermindering van een belastingaanslag het bedrag waarvoor op de voet van het [eerste lid van de artikelen 1d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&afdeling=1&artikel=6b&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [1e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=2&artikel=1e&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=4&artikel=2&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=4&artikel=3&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=4&artikel=3a&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=5&artikel=4a&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=6&artikel=5&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=7&artikel=5a&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&afdeling=1&artikel=6a&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [6b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&afdeling=1&artikel=6b&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [6c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&afdeling=2&artikel=6c&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=ID&artikel=6d&z=2018-07-01&g=2018-07-01) en [40g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=V&artikel=40g&z=2018-07-01&g=2018-07-01) uitstel van betaling is verleend, wijziging ondergaat, beëindigt de ontvanger, met inachtneming van het bepaalde in de genoemde artikelen, het uitstel dienovereenkomstig.
2. Een ingevolge de [hoofdstukken 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [1C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [1D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=ID&z=2019-01-01&g=2019-01-01) te nemen besluit tot afwijzing, verlening of herziening van uitstel van betaling of van kwijtschelding of een ingevolge die hoofdstukken of het derde lid te nemen besluit tot gehele of gedeeltelijke beëindiging van uitstel van betaling, geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. Indien bij vermindering van een belastingaanslag het bedrag waarvoor op de voet van het [eerste lid van de artikelen 1d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&afdeling=1&artikel=6b&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [1e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=2&artikel=1e&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=4&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=4&artikel=3&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=4&artikel=3a&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=5&artikel=4a&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=6&artikel=5&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=7&artikel=5a&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&afdeling=1&artikel=6a&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [6b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&afdeling=1&artikel=6b&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [6c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&afdeling=2&artikel=6c&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=ID&artikel=6d&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [40g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=V&artikel=40g&z=2019-01-01&g=2019-01-01) uitstel van betaling is verleend, wijziging ondergaat, beëindigt de ontvanger, met inachtneming van het bepaalde in de genoemde artikelen, het uitstel dienovereenkomstig.
##### Artikel 1c
@@ -60,9 +60,9 @@
##### Artikel 1f
1. Indien de ontvanger het op de voet van [artikel 1e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=2&artikel=1e&z=2018-07-01&g=2018-07-01) verleende uitstel van betaling beëindigt omdat zich een in [artikel 26, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26) bedoelde omstandigheid voordoet, verleent hij op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting tot een omvang als in genoemd derde lid bedoeld.
2. In de gevallen waarin op de voet van [artikel 1e, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=2&artikel=1e&z=2018-07-01&g=2018-07-01), het uitstel van betaling is geëindigd, verleent de ontvanger de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek kwijtschelding van belasting tot een bedrag gelijk aan het dan nog openstaande bedrag.
1. Indien de ontvanger het op de voet van [artikel 1e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=2&artikel=1e&z=2019-01-01&g=2019-01-01) verleende uitstel van betaling beëindigt omdat zich een in [artikel 26, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26) bedoelde omstandigheid voordoet, verleent hij op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting tot een omvang als in genoemd derde lid bedoeld.
2. In de gevallen waarin op de voet van [artikel 1e, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=2&artikel=1e&z=2019-01-01&g=2019-01-01), het uitstel van betaling is geëindigd, verleent de ontvanger de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek kwijtschelding van belasting tot een bedrag gelijk aan het dan nog openstaande bedrag.
3. In afwijking van het eerste lid is voor kwijtschelding als bedoeld in [artikel 26, derde lid, eerste volzin, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26) geen schriftelijk verzoek nodig indien de belastingschuldige op het moment dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 25, vijfde lid, vierde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25), in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein woont.
@@ -206,7 +206,7 @@
##### Artikel 7
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek bij voor administratief beroep vatbare beschikking kwijtschelding van de door hem verschuldigde rijksbelastingen in andere gevallen dan die, bedoeld in de [hoofdstukken IB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&z=2018-07-01&g=2018-07-01) en [IC](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&z=2018-07-01&g=2018-07-01), op de voet van deze afdeling en de [afdelingen 2 tot en met 5 van dit hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&z=2018-07-01&g=2018-07-01).
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek bij voor administratief beroep vatbare beschikking kwijtschelding van de door hem verschuldigde rijksbelastingen in andere gevallen dan die, bedoeld in de [hoofdstukken IB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [IC](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IC&z=2019-01-01&g=2019-01-01), op de voet van deze afdeling en de [afdelingen 2 tot en met 5 van dit hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de belastingrente, de revisierente en de bestuurlijke boeten die de belastingschuldige heeft belopen in verband met de in dit hoofdstuk bedoelde belastingen, gelijkgesteld met de belastingen waarmee zij samenhangen.
@@ -222,7 +222,7 @@
- d. indien ten aanzien van de belastingschuldige de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, tenzij sprake is van een akkoord als bedoeld in [artikel 329 van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=329), dan wel van een belastingaanslag voor zover die materieel verschuldigd is geworden op een tijdstip of over een tijdvak dat is gelegen na de uitspraak waarbij de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard en niet kan worden aangemerkt als boedelschuld;
- e. indien de belastingschuldige een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent en ook na totstandkoming van een akkoord, bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=21&z=2018-07-01&g=2018-07-01), geen reële vooruitzichten zouden bestaan voor de voortzetting van het bedrijf of beroep;
- e. indien de belastingschuldige een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent en ook na totstandkoming van een akkoord, bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=21&z=2019-01-01&g=2019-01-01), geen reële vooruitzichten zouden bestaan voor de voortzetting van het bedrijf of beroep;
- f. voor een voorlopige aanslag die nog niet is gevolgd door de aanslag;
@@ -252,11 +252,11 @@
- 1°. het aanwezige vermogen is aangewend ter voldoening van de belastingaanslag;
- 2°. ten minste 80 percent van de betalingscapaciteit is aangewend; een en ander onverminderd het bepaalde in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=8&z=2018-07-01&g=2018-07-01) en [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=18&z=2018-07-01&g=2018-07-01).
- 2°. ten minste 80 percent van de betalingscapaciteit is aangewend; een en ander onverminderd het bepaalde in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=8&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=18&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
##### Artikel 12
1. Onder vermogen als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=11&z=2018-07-01&g=2018-07-01) wordt verstaan de waarde in het economische verkeer van de bezittingen van de belastingschuldige en van zijn echtgenoot, bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3), verminderd met de schulden van de belastingschuldige en deze persoon die hoger bevoorrecht zijn dan de rijksbelastingen.
1. Onder vermogen als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=11&z=2019-01-01&g=2019-01-01) wordt verstaan de waarde in het economische verkeer van de bezittingen van de belastingschuldige en van zijn echtgenoot, bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3), verminderd met de schulden van de belastingschuldige en deze persoon die hoger bevoorrecht zijn dan de rijksbelastingen.
2. Onder bezittingen wordt niet begrepen:
@@ -266,7 +266,7 @@
- c. een auto die op het moment van het verzoek een waarde heeft van € 2269 of minder; een auto met een waarde van meer dan € 2269 wordt niet als vermogen beschouwd indien jegens de ontvanger aannemelijk kan worden gemaakt dat die auto absoluut onmisbaar is voor de uitoefening van een beroep dan wel absoluut onmisbaar is in verband met invaliditeit;
- d. het totale bedrag aan financiële middelen, andere dan de onder f bedoelde, voor zover dat bedrag de ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=16&z=2018-07-01&g=2018-07-01) in aanmerking te nemen kosten van bestaan vermeerderd met een bedrag ter grootte van het per maand gemiddelde bedrag van de uitgaven bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onderdelen b, c en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=15&z=2018-07-01&g=2018-07-01), niet te boven gaat, met dien verstande dat geen rekening wordt gehouden met de in die onderdelen bedoelde vermindering met ontvangen huurtoeslag of woonkostentoeslag, zorgtoeslag, onderscheidenlijk kindgebonden budget;
- d. het totale bedrag aan financiële middelen, andere dan de onder f bedoelde, voor zover dat bedrag de ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=16&z=2019-01-01&g=2019-01-01) in aanmerking te nemen kosten van bestaan vermeerderd met een bedrag ter grootte van het per maand gemiddelde bedrag van de uitgaven bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onderdelen b, c en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), niet te boven gaat, met dien verstande dat geen rekening wordt gehouden met de in die onderdelen bedoelde vermindering met ontvangen huurtoeslag of woonkostentoeslag, zorgtoeslag, onderscheidenlijk kindgebonden budget;
- e. het bedrag op een bank- of girorekening dat in het kader van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) of de [Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438) is verkregen in de vorm van leningen;
@@ -276,17 +276,17 @@
3. Onder waarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt verstaan de prijs die de autohandel bereid is te betalen bij inkoop zonder gelijktijdige verkoop van een andere auto.
4. Indien de uitgaven, bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=15&z=2018-07-01&g=2018-07-01), verschuldigd zijn over een termijn van langer dan een maand wordt in plaats van het per maand gemiddelde bedrag in aanmerking genomen het deel van het termijnbedrag voor zover dat, gelet op de vervaldatum van de termijnbetaling, op het moment van het verzoek om kwijtschelding redelijkerwijs kan worden aangemerkt als reservering voor die termijnbetaling.
4. Indien de uitgaven, bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), verschuldigd zijn over een termijn van langer dan een maand wordt in plaats van het per maand gemiddelde bedrag in aanmerking genomen het deel van het termijnbedrag voor zover dat, gelet op de vervaldatum van de termijnbetaling, op het moment van het verzoek om kwijtschelding redelijkerwijs kan worden aangemerkt als reservering voor die termijnbetaling.
##### Artikel 13
1. Onder betalingscapaciteit, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=11&z=2018-07-01&g=2018-07-01), wordt verstaan het positieve verschil in de periode van 12 maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend van het gemiddeld per maand te verwachten netto-besteedbare inkomen van de belastingschuldige in die periode en de gemiddeld per maand te verwachten kosten van bestaan in die periode.
1. Onder betalingscapaciteit, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=11&z=2019-01-01&g=2019-01-01), wordt verstaan het positieve verschil in de periode van 12 maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend van het gemiddeld per maand te verwachten netto-besteedbare inkomen van de belastingschuldige in die periode en de gemiddeld per maand te verwachten kosten van bestaan in die periode.
2. Het netto-besteedbare inkomen van de belastingschuldige, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met het gemiddeld per maand te verwachten netto-besteedbare inkomen in de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend van zijn echtgenoot, bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3).
##### Artikel 14
1. Onder het netto-besteedbare inkomen, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=13&z=2018-07-01&g=2018-07-01), wordt verstaan het met de in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=15&z=2018-07-01&g=2018-07-01), vermelde uitgaven verminderde gezamenlijke bedrag van:
1. Onder het netto-besteedbare inkomen, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=13&z=2019-01-01&g=2019-01-01), wordt verstaan het met de in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), vermelde uitgaven verminderde gezamenlijke bedrag van:
- a. de aan inhouding van loonbelasting/premie voor de volksverzekeringen onderworpen inkomsten verminderd met de wettelijke inhoudingen, zonder rekening te houden met de daarbij eventueel in mindering gebrachte jonggehandicaptenkorting, bedoeld in [hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=8), en de ingehouden pensioenpremies, bijdragen ingevolge een levensloopregeling en premies ziektekostenverzekering;
@@ -318,9 +318,9 @@
##### Artikel 15
1. Als uitgaven als bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=14&z=2018-07-01&g=2018-07-01), worden in aanmerking genomen:
- a. betalingen op belastingschulden, met uitzondering van die genoemd in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=8&z=2018-07-01&g=2018-07-01), en betalingen op terugvorderingen van tegemoetkomingen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=2);
1. Als uitgaven als bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=14&z=2019-01-01&g=2019-01-01), worden in aanmerking genomen:
- a. betalingen op belastingschulden, met uitzondering van die genoemd in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=8&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en betalingen op terugvorderingen van tegemoetkomingen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=2);
- b. het bedrag van de voor rekening van de belastingschuldige komende nettowoonlasten tot maximaal het bedrag, genoemd in [artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008659&artikel=13), voorzover dit meer is dan het bedrag, genoemd in [artikel 17, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008659&artikel=17);
@@ -328,9 +328,9 @@
- d. betaalde uitkeringen voor levensonderhoud ingevolge de [artikelen 157](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=157), [158](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=158) of [404 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=404);
- e. aflossingen op leningen voor zover die zijn aangewend voor de betaling van belastingschulden, met uitzondering van die genoemd in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=8&z=2018-07-01&g=2018-07-01);
- f. de met het houden van kostgangers verbonden kosten tot een totaal van € 10,35 per dag, met dien verstande dat bij de bepaling van het aantal dagen een volle maand op 30 dagen wordt gesteld;
- e. aflossingen op leningen voor zover die zijn aangewend voor de betaling van belastingschulden, met uitzondering van die genoemd in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=8&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- f. de met het houden van kostgangers verbonden kosten tot een totaal van € 10,60 per dag, met dien verstande dat bij de bepaling van het aantal dagen een volle maand op 30 dagen wordt gesteld;
- g. uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen, vastgesteld op het verschil tussen het maximale bedrag waarop de belastingschuldige, zijn toetsingsinkomen buiten beschouwing latend, op grond van [artikel 2 van de Wet op het kindgebonden budget](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022751&artikel=2) aanspraak zou kunnen maken en het bedrag van de krachtens die [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022751) te ontvangen kindgebonden budget.
@@ -342,13 +342,13 @@
##### Artikel 16
1. De kosten van bestaan, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=13&z=2018-07-01&g=2018-07-01), bedragen voor een belastingschuldige die wordt aangemerkt als:
1. De kosten van bestaan, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=13&z=2019-01-01&g=2019-01-01), bedragen voor een belastingschuldige die wordt aangemerkt als:
- a. een echtgenoot als bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3): 90 percent van de bijstandsnorm, bedoeld in [artikel 21, onderdeel b, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=21);
- b. een alleenstaande of een alleenstaande ouder als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=4): 90 percent van de bijstandsnorm, bedoeld in [artikel 21, onderdeel a, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=21).
2. De kosten van bestaan, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=13&z=2018-07-01&g=2018-07-01), bedragen, in afwijking van het eerste lid, voor een belastingschuldige die wordt aangemerkt als:
2. De kosten van bestaan, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=13&z=2019-01-01&g=2019-01-01), bedragen, in afwijking van het eerste lid, voor een belastingschuldige die wordt aangemerkt als:
- a. een echtgenoot als bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3), die, afgezien van zijn echtgenoot, niet met een of meer andere personen op wie de kostendelersnorm, bedoeld in [artikel 22a van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=22a), van toepassing is, in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en:
@@ -362,13 +362,13 @@
- d. een alleenstaande of een alleenstaande ouder als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=4), die zijn woning deelt met een of meer personen op wie de norm, bedoeld in [artikel 22a van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=22a), van toepassing is: 90 percent van de norm, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, van die wet.
3. De kosten van bestaan, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=13&z=2018-07-01&g=2018-07-01), worden verhoogd:
- a. als de belastingschuldige en zijn echtgenoot, bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3), de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a), hebben bereikt: met € 20,14;
- b. als de belastingschuldige of zijn echtgenoot, bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3), de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a), heeft bereikt: met € 10,07.
4. De kosten van bestaan, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=13&z=2018-07-01&g=2018-07-01), bedragen, in afwijking van de vorige leden, voor de belastingschuldige die ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen: de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging, verhoogd met twee derden van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm, genoemd in [artikel 23 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=23).
3. De kosten van bestaan, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=13&z=2019-01-01&g=2019-01-01), worden verhoogd:
- a. als de belastingschuldige en zijn echtgenoot, bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3), de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a), hebben bereikt: met € 20,74;
- b. als de belastingschuldige of zijn echtgenoot, bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3), de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a), heeft bereikt: met € 10,37.
4. De kosten van bestaan, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=13&z=2019-01-01&g=2019-01-01), bedragen, in afwijking van de vorige leden, voor de belastingschuldige die ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen: de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging, verhoogd met twee derden van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm, genoemd in [artikel 23 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=23).
##### Artikel 17
@@ -382,7 +382,7 @@
- b. binnen een jaar na het verzoek een verbetering in de financiële omstandigheden is te verwachten; of
- c. binnen een jaar na het verzoek een belastingteruggaaf, anders dan de voorlopige teruggaaf, bedoeld in [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=14&z=2018-07-01&g=2018-07-01), kan worden verwacht.
- c. binnen een jaar na het verzoek een belastingteruggaaf, anders dan de voorlopige teruggaaf, bedoeld in [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=14&z=2019-01-01&g=2019-01-01), kan worden verwacht.
##### Artikel 19
@@ -390,7 +390,7 @@
##### Artikel 19a
1. Indien ten aanzien van de belastingschuldige de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard en deze overeenkomstig [artikel 329 van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=329) een akkoord aanbiedt, verleent de ontvanger, de [artikelen 8, eerste lid, onderdelen a, b, e, f en g, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=8&z=2018-07-01&g=2018-07-01), en [10 tot en met 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=10&z=2018-07-01&g=2018-07-01) buiten toepassing latend, zijn medewerking aan de totstandkoming van dat akkoord, mits:
1. Indien ten aanzien van de belastingschuldige de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard en deze overeenkomstig [artikel 329 van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=329) een akkoord aanbiedt, verleent de ontvanger, de [artikelen 8, eerste lid, onderdelen a, b, e, f en g, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=8&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en [10 tot en met 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=10&z=2019-01-01&g=2019-01-01) buiten toepassing latend, zijn medewerking aan de totstandkoming van dat akkoord, mits:
- 1°. het te ontvangen deel van de belastingschuld of belastingschulden ten minste het dubbele percentage bedraagt van hetgeen aan concurrente schuldeisers op hun vorderingen zal worden uitgekeerd en van ten minste dezelfde omvang is als kan worden verkregen indien de schuldsaneringsregeling zou worden voortgezet;
@@ -430,19 +430,19 @@
##### Artikel 22a
[Artikel 19a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=19a&z=2018-07-01&g=2018-07-01) is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in plaats van ,,de [artikelen 10 tot en met 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=10&z=2018-07-01&g=2018-07-01)” wordt gelezen: de [artikelen 20 tot en met 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=20&z=2018-07-01&g=2018-07-01).
[Artikel 19a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=19a&z=2019-01-01&g=2019-01-01) is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in plaats van ,,de [artikelen 10 tot en met 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=10&z=2019-01-01&g=2019-01-01)” wordt gelezen: de [artikelen 20 tot en met 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=20&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
### Afdeling 1. Algemeen
##### Artikel 23
Indien een natuurlijk persoon zijn bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening heeft gestaakt en aannemelijk is dat die belastingschuldige in de toekomst geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep meer zal uitoefenen, wordt kwijtschelding van de belastingen, bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=20&z=2018-07-01&g=2018-07-01), verleend overeenkomstig het bepaalde in afdeling 2.
Indien een natuurlijk persoon zijn bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening heeft gestaakt en aannemelijk is dat die belastingschuldige in de toekomst geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep meer zal uitoefenen, wordt kwijtschelding van de belastingen, bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=20&z=2019-01-01&g=2019-01-01), verleend overeenkomstig het bepaalde in afdeling 2.
### Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer
##### Artikel 24
Indien de belastingschuldige zich niet kan verenigen met de beschikking, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=7&z=2018-07-01&g=2018-07-01), kan hij binnen tien dagen na dagtekening van de kennisgeving waarmee de beschikking is bekendgemaakt, een beroepschrift richten tot de directeur onder vermelding van de gronden van het beroep. Het beroepschrift wordt ingediend bij de ontvanger.
Indien de belastingschuldige zich niet kan verenigen met de beschikking, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=7&z=2019-01-01&g=2019-01-01), kan hij binnen tien dagen na dagtekening van de kennisgeving waarmee de beschikking is bekendgemaakt, een beroepschrift richten tot de directeur onder vermelding van de gronden van het beroep. Het beroepschrift wordt ingediend bij de ontvanger.
##### Artikel 25
@@ -484,15 +484,15 @@
##### Artikel 28
1. Met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=7&artikel=27&z=2018-07-01&g=2018-07-01) genoemde belastingen en heffingen verschuldigd door:
- a. een natuurlijk persoon die geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep uitoefent, zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&z=2018-07-01&g=2018-07-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=5&z=2018-07-01&g=2018-07-01) van overeenkomstige toepassing;
- b. een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=3&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=4&z=2018-07-01&g=2018-07-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=5&z=2018-07-01&g=2018-07-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien door de provinciale staten, de gemeenteraad of het algemeen bestuur van het waterschap daartoe is besloten, met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de in [artikel 27, onderdeel a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=7&artikel=27&z=2018-07-01&g=2018-07-01), bedoelde belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van dat bedrijf of beroep, de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=1&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&z=2018-07-01&g=2018-07-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=5&z=2018-07-01&g=2018-07-01) van overeenkomstige toepassing zijn;
- c. een rechtspersoon zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=3&z=2018-07-01&g=2018-07-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=5&z=2018-07-01&g=2018-07-01) van overeenkomstige toepassing.
2. Waar in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=9&z=2018-07-01&g=2018-07-01), en in [afdeling 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=5&z=2018-07-01&g=2018-07-01) sprake is van directeur wordt voor:
1. Met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=7&artikel=27&z=2019-01-01&g=2019-01-01) genoemde belastingen en heffingen verschuldigd door:
- a. een natuurlijk persoon die geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep uitoefent, zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=5&z=2019-01-01&g=2019-01-01) van overeenkomstige toepassing;
- b. een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=3&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=4&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=5&z=2019-01-01&g=2019-01-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien door de provinciale staten, de gemeenteraad of het algemeen bestuur van het waterschap daartoe is besloten, met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de in [artikel 27, onderdeel a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=7&artikel=27&z=2019-01-01&g=2019-01-01), bedoelde belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van dat bedrijf of beroep, de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=1&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=5&z=2019-01-01&g=2019-01-01) van overeenkomstige toepassing zijn;
- c. een rechtspersoon zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=3&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=5&z=2019-01-01&g=2019-01-01) van overeenkomstige toepassing.
2. Waar in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=9&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en in [afdeling 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=5&z=2019-01-01&g=2019-01-01) sprake is van directeur wordt voor:
- a. provinciale belastingen gelezen: gedeputeerde staten;
@@ -502,13 +502,13 @@
- d. de geluidsheffing burgerluchtvaart gelezen: de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
- e. de heffing ingevolge [artikel 91a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&artikel=91a), alsmede bij algemene maatregel van bestuur ingevolge [artikel 91h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&artikel=91h) of [artikel 92 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&artikel=92) ingevoerde heffingen gelezen: de directeur Financieel Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.
3. Indien door de provinciale staten, de gemeenteraad of het algemeen bestuur van het waterschap daartoe is besloten, worden met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de in [artikel 27, onderdeel a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=7&artikel=27&z=2018-07-01&g=2018-07-01), bedoelde belastingen en heffingen in afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, als uitgaven als bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=15&z=2018-07-01&g=2018-07-01), mede in aanmerking genomen de overeenkomstig [artikel 1.7, eerste en tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.7) bepaalde kosten van kinderopvang verminderd met de kinderopvangtoeslag of met de tegemoetkoming van de gemeente of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de te betalen kosten van kinderopvang, bedoeld in [hoofdstuk 1, afdeling 2, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&afdeling=2).
- e. de heffing ingevolge [artikel 91a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&artikel=91a), alsmede bij algemene maatregel van bestuur ingevolge [artikel 91h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&artikel=91h) of [artikel 92 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&artikel=92) ingevoerde heffingen gelezen: de directeur Financieel Economische Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
3. Indien door de provinciale staten, de gemeenteraad of het algemeen bestuur van het waterschap daartoe is besloten, worden met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de in [artikel 27, onderdeel a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=7&artikel=27&z=2019-01-01&g=2019-01-01), bedoelde belastingen en heffingen in afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, als uitgaven als bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), mede in aanmerking genomen de overeenkomstig [artikel 1.7, eerste en tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.7) bepaalde kosten van kinderopvang verminderd met de kinderopvangtoeslag of met de tegemoetkoming van de gemeente of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de te betalen kosten van kinderopvang, bedoeld in [hoofdstuk 1, afdeling 2, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&afdeling=2).
##### Artikel 28a
Met betrekking tot een verzoek om ontslag van de verplichting tot betaling van de in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=7&artikel=27&z=2018-07-01&g=2018-07-01) genoemde belastingen en heffingen zijn afdeling 6 en artikel 28, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Met betrekking tot een verzoek om ontslag van de verplichting tot betaling van de in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=7&artikel=27&z=2019-01-01&g=2019-01-01) genoemde belastingen en heffingen zijn afdeling 6 en artikel 28, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
@@ -586,7 +586,7 @@
##### Artikel 34
Bij uitstel van betaling voor een periode van drie jaren of langer kan de ontvanger bedingen dat de in rekening te brengen invorderingsrente in afwijking van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=III&artikel=29&z=2018-07-01&g=2018-07-01) jaarlijks wordt betaald.
Bij uitstel van betaling voor een periode van drie jaren of langer kan de ontvanger bedingen dat de in rekening te brengen invorderingsrente in afwijking van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=III&artikel=29&z=2019-01-01&g=2019-01-01) jaarlijks wordt betaald.
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
@@ -712,7 +712,7 @@
- d. **betaalrekening:** rekening bestemd voor het betalingsverkeer en ten aanzien waarvan opdrachten tot automatische afschrijving kunnen worden gedaan;
- e. **deelvordering:** vordering als bedoeld in [artikel 1ce, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=3&artikel=1ce&z=2018-07-01&g=2018-07-01);
- e. **deelvordering:** vordering als bedoeld in [artikel 1ce, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=3&artikel=1ce&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- f. **uitvoeringsdatum:** datum, waarop de overheidsvordering wordt uitgevoerd door de betaaldienstverlener, waar de belastingschuldige een rekening houdt. Deze datum wordt bepaald door de ontvanger bij het doen van de overheidsvordering;
@@ -738,7 +738,7 @@
2. De overheidsvordering wordt bij dezelfde belastingaanslag gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste drie kalendermaanden gedaan.
3. De overheidsvordering kan worden gesplitst in verschillende deelvorderingen. Deze deelvorderingen worden op hetzelfde tijdstip bekend gemaakt aan de bank, bedoeld in [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2018-07-01&g=2018-07-01).
3. De overheidsvordering kan worden gesplitst in verschillende deelvorderingen. Deze deelvorderingen worden op hetzelfde tijdstip bekend gemaakt aan de bank, bedoeld in [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
4. De overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, de deelvordering wordt uitgevoerd indien de bestedingsruimte op de betaalrekening op de uitvoeringsdatum toereikend is.
@@ -756,7 +756,7 @@
##### Artikel 1ch
De ontvanger informeert de belastingschuldige schriftelijk over de op zijn betaalrekening uitgevoerde overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, deelvordering binnen zeven dagen nadat de termijn, genoemd in [artikel 1cf, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=3&artikel=1cf&z=2018-07-01&g=2018-07-01), is verstreken.
De ontvanger informeert de belastingschuldige schriftelijk over de op zijn betaalrekening uitgevoerde overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, deelvordering binnen zeven dagen nadat de termijn, genoemd in [artikel 1cf, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=3&artikel=1cf&z=2019-01-01&g=2019-01-01), is verstreken.
### Hoofdstuk IB. Uitstel van betaling, gespreide betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting
@@ -918,15 +918,179 @@
### Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer
### Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer
### Afdeling 5. Beroep
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2011-07-01&g=2011-11-29)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 6d
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige die een schriftelijk verzoek doet als bedoeld in [artikel 25a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a) uitstel van betaling voor belastingaanslagen voor zover daarin is begrepen inkomstenbelasting als bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de wet. Het uitstel wordt verleend onder de voorwaarde dat bij het verzoek om uitstel van betaling aan de hand van schriftelijke bescheiden het bedrag aannemelijk wordt gemaakt van de voordelen, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de wet.
2. Gedurende de looptijd van het uitstel dient de belastingschuldige jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk te maken dat de voordelen, bedoeld in [artikel 25a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a), in dat jaar niet in aanmerking zouden zijn genomen indien hij belastingplichtig in Nederland zou zijn gebleven.
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien de belastingschuldige een verzoek doet als bedoeld in [artikel 25a, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a).
4. Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 25a, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a), stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-07-01&g=2011-11-29)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 1cbis
Het bedrag, bedoeld in [artikel 18, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=18), wordt gesteld op € 1500.
### Hoofdstuk IA. Overheidsvordering
### Afdeling 3. Uitvoering
### Hoofdstuk IAa. Mededelingsplicht bodemzaken
##### Artikel 1h
Vervallen
### Afdeling 3. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake kapitaalverzekering eigen woning
### Afdeling 7. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst bij staking door overlijden
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 2. Uitstel van betaling van erfbelasting ter zake van de verkrijging van de blote eigendom van een woning, bedoeld in [artikel 35 g van de Succesiewet 1956](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=35g)
### Afdeling 5. Beroep
### Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2012-07-01&g=2012-07-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 5. Beroep
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2011-07-01&g=2011-11-29)
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-07-01&g=2012-07-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
@@ -960,25 +1124,79 @@
De bank,
##### Artikel 6d
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige die een schriftelijk verzoek doet als bedoeld in [artikel 25a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a), uitstel van betaling voor belastingaanslagen voor zover daarin is begrepen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting als bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de wet. Het uitstel wordt verleend onder de voorwaarde dat bij het verzoek om uitstel van betaling aan de hand van schriftelijke bescheiden het bedrag aannemelijk wordt gemaakt van de voordelen, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de wet.
2. Gedurende de looptijd van het uitstel dient de belastingschuldige jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk te maken dat de voordelen, bedoeld in [artikel 25a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a), in dat jaar niet in aanmerking zouden zijn genomen indien hij belastingplichtig in Nederland zou zijn gebleven.
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien de belastingschuldige een verzoek doet als bedoeld in [artikel 25a, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a).
4. Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 25a, tweede lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a), stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
##### Artikel 1ci
De mededeling, bedoeld in [artikel 22bis, tweede en derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22bis), geschiedt door het invullen van het daartoe langs elektronische weg ter beschikking gestelde modelformulier en het per post aan de ontvanger toezenden van het ingevulde modelformulier.
##### Artikel 1cj
De drempel, bedoeld in [artikel 22bis, negentiende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22bis), bedraagt € 10 000.
### Afdeling 6. Gespreide betaling van inkomstenbelasting inzake staking en overbrenging van de ondernemingswoning naar het privé vermogen
### Afdeling 7. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst bij staking door overlijden
### Hoofdstuk IC. Uitstel van betaling van schenk- of erfbelasting
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening
### Afdeling 5. Beroep
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-01-01&g=2013-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
### Hoofdstuk IE. Uitstel van betaling van rijksbelastingen en toeslagen in de privésfeer
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-07-01&g=2011-11-29)
### Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-07-01&g=2013-12-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
@@ -1012,45 +1230,273 @@
De bank,
##### Artikel 1cbis
Het bedrag, bedoeld in [artikel 18, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=18), wordt gesteld op € 1500.
### Hoofdstuk IA. Overheidsvordering
### Afdeling 3. Uitvoering
### Hoofdstuk IAa. Mededelingsplicht bodemzaken
##### Artikel 1h
##### Artikel 40g
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting, bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, eerste volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b), mits voldoende zekerheid wordt gesteld en wordt ingestemd met de door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. Het schriftelijke verzoek en de zekerheidstelling blijven achterwege in geval van emigratie van de belastingschuldige naar een andere lidstaat van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein.
2. De ontvanger beëindigt het uitstel indien zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b).
3. Ingeval zich een omstandigheid als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b) voordoet, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
##### Artikel 40h
1. Indien de ontvanger het op de voet van [artikel 40g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=V&artikel=40g&z=2019-01-01&g=2019-01-01) verleende uitstel van betaling beëindigt omdat zich een omstandigheid als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b) bedoelde omstandigheid voordoet, verleent hij op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting tot een omvang als bedoeld in [artikel 70ba van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70ba).
2. In afwijking van het eerste lid is voor het verlenen van kwijtschelding geen schriftelijk verzoek nodig indien de belastingschuldige op het moment dat zich een omstandigheid als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b) voordoet, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein woont.
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2014-01-01&g=2013-07-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 40ca
1. Als gevallen als bedoeld in [artikel 7a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a) worden aangewezen uitbetalingen van inkomstenbelasting door de ontvanger op een bankrekening:
- a. van een lid van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldhulpverlening van die organisatie of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van die gedragscode;
- b. van een gemeente op grond van een schuldregelingsovereenkomst als bedoeld in onderdeel a, een overeenkomst tot budgetbeheer als bedoeld in onderdeel a of een overeenkomst met dezelfde strekking;
- c. van een derde die: voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst als bedoeld in onderdeel a, een overeenkomst tot budgetbeheer als bedoeld in onderdeel a of een overeenkomst met dezelfde strekking;
- 1°. een subsidiebeschikking heeft ontvangen van een gemeente dan wel een overeenkomst heeft met een Wlz-uitvoerder voor het leveren van zorg in natura ingevolge de [Wet langdurige zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917); en
- 2°. voldoet aan de norm NEN-ISO 9001;
- d. van een derde, die meerderjarig en handelingsbekwaam is, indien een belastingschuldige niet beschikt over een bankrekening die op zijn naam staat, deze naar het oordeel van de ontvanger niet in staat is een bankrekening op zijn naam te openen door zijn lichamelijke of geestelijke toestand, en deze om uitbetaling op een bankrekening van een derde verzoekt.
2. Bij gevallen als bedoeld in [artikel 25, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=25) is [artikel 7a, eerste lid, tweede volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a) niet van toepassing.
3. Indien op grond van [artikel 7a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a) de uitbetaling plaatsvindt op een andere bankrekening dan die van de belastingschuldige, vindt het gegevensverkeer met betrekking tot die uitbetaling tussen de Belastingdienst en die rekeninghouder plaats met gebruikmaking van het burgerservicenummer van de belastingschuldige.
4. Bij toepassing van het eerste lid, onderdelen a tot en met c, wijst het aldaar bedoelde lid, de aldaar bedoelde gemeente of de aldaar bedoelde derde aan op welke bankrekening wordt uitbetaald, ten behoeve van welke belastingschuldige en voor welke uitbetaling. Voorts wordt melding gemaakt van de beëindiging van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde overeenkomst.
### Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige
##### Artikel 40e
Vervallen
### Afdeling 3. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake kapitaalverzekering eigen woning
### Afdeling 7. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst bij staking door overlijden
##### Artikel 40f
Vervallen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2016-01-01&g=2016-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 34a
De [artikelen 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=III&artikel=30&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=III&artikel=31&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=III&artikel=32&z=2019-01-01&g=2019-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de kredietrente en de vertragingsrente.
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige
### Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2017-01-01&g=2016-10-25)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
### Hoofdstuk IE. Uitstel van betaling van rijksbelastingen en toeslagen in de privésfeer
### Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting, invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2017-01-01&g=2017-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 40i
De ontvanger kan een op grond van de [artikelen 70ca](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70ca) of [70cb van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70cb) gegeven kwijtscheldingsbeschikking intrekken indien de gegevens die op grond van [artikel 12c van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002489&artikel=12c) aan de Belastingdienst zijn verstrekt, onjuist of onvolledig blijken te zijn.
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2018-07-01&g=2018-07-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 6da
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige die een schriftelijk verzoek doet als bedoeld in [artikel 25b, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25b) een gespreide betalingsregeling voor belastingaanslagen voor zover daarin is begrepen vennootschapsbelasting als bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de wet. De betalingsregeling wordt verleend onder de voorwaarde dat bij het verzoek om de betalingsregeling aan de hand van schriftelijke bescheiden het bedrag aannemelijk wordt gemaakt van de voordelen, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de wet.
2. Gedurende de looptijd van de betalingsregeling dient de belastingschuldige jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk te maken dat de voordelen, bedoeld in [artikel 25b, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25b), in dat jaar niet in aanmerking zouden zijn genomen indien hij belastingplichtig in Nederland zou zijn gebleven.
3. Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 25b, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25b), stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 2. Uitstel van betaling van erfbelasting ter zake van de verkrijging van de blote eigendom van een woning, bedoeld in [artikel 35 g van de Succesiewet 1956](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=35g)
### Afdeling 5. Beroep
### Afdeling 5. Beroep
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting, invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2012-07-01&g=2012-07-01)
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2019-01-01&g=2019-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
@@ -1058,7 +1504,7 @@
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
@@ -1066,7 +1512,7 @@
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
@@ -1077,395 +1523,3 @@
voor deze:
De bank,
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-07-01&g=2012-07-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 1ci
De mededeling, bedoeld in [artikel 22bis, tweede en derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22bis), geschiedt door het invullen van het daartoe langs elektronische weg ter beschikking gestelde modelformulier en het per post aan de ontvanger toezenden van het ingevulde modelformulier.
##### Artikel 1cj
De drempel, bedoeld in [artikel 22bis, achttiende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22bis), bedraagt € 10 000.
### Afdeling 6. Gespreide betaling van inkomstenbelasting inzake staking en overbrenging van de ondernemingswoning naar het privé vermogen
### Afdeling 7. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst bij staking door overlijden
### Hoofdstuk IC. Uitstel van betaling van schenk- of erfbelasting
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer
### Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening
### Afdeling 5. Beroep
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-01-01&g=2013-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
### Hoofdstuk IE. Uitstel van betaling van rijksbelastingen en toeslagen in de privésfeer
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-07-01&g=2013-12-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 40g
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting, bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, eerste volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b), mits voldoende zekerheid wordt gesteld en wordt ingestemd met de door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. Het schriftelijke verzoek en de zekerheidstelling blijven achterwege in geval van emigratie van de belastingschuldige naar een andere lidstaat van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein.
2. De ontvanger beëindigt het uitstel indien zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b).
3. Ingeval zich een omstandigheid als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b) voordoet, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
##### Artikel 40h
1. Indien de ontvanger het op de voet van [artikel 40g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=V&artikel=40g&z=2018-07-01&g=2018-07-01) verleende uitstel van betaling beëindigt omdat zich een omstandigheid als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b) bedoelde omstandigheid voordoet, verleent hij op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting tot een omvang als bedoeld in [artikel 70ba van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70ba).
2. In afwijking van het eerste lid is voor het verlenen van kwijtschelding geen schriftelijk verzoek nodig indien de belastingschuldige op het moment dat zich een omstandigheid als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b) voordoet, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein woont.
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2014-01-01&g=2013-07-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 40ca
1. Als gevallen als bedoeld in [artikel 7a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a) worden aangewezen uitbetalingen van inkomstenbelasting door de ontvanger op een bankrekening:
- a. van een lid van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldhulpverlening van die organisatie of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van die gedragscode;
- b. van een gemeente op grond van een schuldregelingsovereenkomst als bedoeld in onderdeel a, een overeenkomst tot budgetbeheer als bedoeld in onderdeel a of een overeenkomst met dezelfde strekking;
- c. van een derde die: voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst als bedoeld in onderdeel a, een overeenkomst tot budgetbeheer als bedoeld in onderdeel a of een overeenkomst met dezelfde strekking;
- 1°. een subsidiebeschikking heeft ontvangen van een gemeente dan wel een overeenkomst heeft met een Wlz-uitvoerder voor het leveren van zorg in natura ingevolge de [Wet langdurige zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917); en
- 2°. voldoet aan de norm NEN-ISO 9001;
- d. van een derde, die meerderjarig en handelingsbekwaam is, indien een belastingschuldige niet beschikt over een bankrekening die op zijn naam staat, deze naar het oordeel van de ontvanger niet in staat is een bankrekening op zijn naam te openen door zijn lichamelijke of geestelijke toestand, en deze om uitbetaling op een bankrekening van een derde verzoekt.
2. Bij gevallen als bedoeld in [artikel 25, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=25) is [artikel 7a, eerste lid, tweede volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a) niet van toepassing.
3. Indien op grond van [artikel 7a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a) de uitbetaling plaatsvindt op een andere bankrekening dan die van de belastingschuldige, vindt het gegevensverkeer met betrekking tot die uitbetaling tussen de Belastingdienst en die rekeninghouder plaats met gebruikmaking van het burgerservicenummer van de belastingschuldige.
4. Bij toepassing van het eerste lid, onderdelen a tot en met c, wijst het aldaar bedoelde lid, de aldaar bedoelde gemeente of de aldaar bedoelde derde aan op welke bankrekening wordt uitbetaald, ten behoeve van welke belastingschuldige en voor welke uitbetaling. Voorts wordt melding gemaakt van de beëindiging van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde overeenkomst.
### Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige
##### Artikel 40e
Vervallen
##### Artikel 40f
Vervallen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2016-01-01&g=2016-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 34a
De [artikelen 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=III&artikel=30&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=III&artikel=31&z=2018-07-01&g=2018-07-01) en [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=III&artikel=32&z=2018-07-01&g=2018-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de kredietrente en de vertragingsrente.
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2017-01-01&g=2016-10-25)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting, invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2017-01-01&g=2017-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 40i
De ontvanger kan een op grond van de [artikelen 70ca](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70ca) of [70cb van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70cb) gegeven kwijtscheldingsbeschikking intrekken indien de gegevens die op grond van [artikel 12c van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002489&artikel=12c) aan de Belastingdienst zijn verstrekt, onjuist of onvolledig blijken te zijn.
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2018-07-01&g=2018-07-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
2018-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2018-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2017-04-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2017-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
2016-10-25
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2016-05-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2016-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2015-10-29
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2015-09-15
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2015-04-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2015-03-24
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2015-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 13 más
2014-10-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2014-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2014-05-23
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2014-02-13
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2014-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2013-12-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 13 más
2013-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2013-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 25 más
2012-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 12 más
2012-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 21 más
2011-11-29
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 1 y 11 más
2011-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2011-04-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2011-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 19 más
2010-10-14
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2010-08-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2010-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 6, 22, 22 y 11 más
2009-12-22
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2009-11-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 11 más
2009-10-09
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 22 y 7 más
2009-10-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 12 más
2009-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 12 más
2009-03-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 12 más
2009-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 17 más
2008-09-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 12 más
2008-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 22 y 7 más
2007-11-03
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 15 más
2007-09-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 15 más
2007-02-25
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 15 más
2007-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 21 más
2006-07-15
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 21 más
2006-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 27 más
2005-03-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 15 más
2005-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 21 más
2004-03-11
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 21 más
2004-01-31
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 15 más
2004-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 21 más
2003-09-04
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 25 más
2003-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — art. 20
2003-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
original version Tekst op deze datum