Wijzigingsgeschiedenis
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
67 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24 y 7 más
2025-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2025-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2024-08-31
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2024-03-22
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2024-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2023-11-16
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2023-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24 y 7 más
2022-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2021-07-14
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2021-06-02
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2021-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2020-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
2020-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2019-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
2018-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2018-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2017-04-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 23, 24, 34
2017-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
2016-10-25
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2016-05-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2016-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2015-10-29
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2015-09-15
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2015-04-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2015-03-24
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2015-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 13 más
2014-10-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2014-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2014-05-23
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2014-02-13
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2014-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2013-12-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 13 más
2013-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2013-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 25 más
2012-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 12 más
2012-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 21 más
2011-11-29
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 1 y 11 más
2011-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2011-04-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2011-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 19 más
2010-10-14
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2010-08-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 22 y 9 más
2010-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 6, 22, 22 y 11 más
2009-12-22
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 5 más
2009-11-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 22, 22, 23 y 11 más
2009-10-09
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 22 y 7 más
2009-10-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 12 más
2009-07-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 12 más
2009-03-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 12 más
2009-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 17 más
2008-09-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 12 más
2008-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 22 y 7 más
2007-11-03
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 15 más
2007-09-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 15 más
2007-02-25
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 15 más
2007-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 21 más
2006-07-15
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 21 más
2006-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 27 más
2005-03-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 15 más
2005-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 21 más
2004-03-11
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 21 más
2004-01-31
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 15 más
2004-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 21 más
2003-09-04
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — arts. 7, 7, 7 y 25 más
2003-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 — art. 20
Wijzigingen op 2003-01-01
@@ -631,1189 +631,3 @@
2. Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
## Bijlage I
##### Artikel 40b
1. Ingeval een lijfrenteverplichting in een situatie als bedoeld in [artikel 3.133, tweede lid, onderdeel h, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.133) overgaat of, beoordeeld aan het einde van het kalenderjaar, is overgegaan op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent, kan de ontvanger onder door hem te stellen voorwaarden aan de verzekeraar die op grond van [artikel 44a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=44a) aansprakelijk is een schriftelijke verklaring doen toekomen inhoudende een onherroepelijke mededeling dat de aansprakelijkheid niet langer geldt voor de in dat artikel bedoelde inkomstenbelasting en revisierente.
2. De ontvanger geeft de in het eerste lid bedoelde verklaring af op schriftelijk verzoek van de verzekeraar die op grond van [artikel 44a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=44a) aansprakelijk is, mits het niet in Nederland gevestigde pensioenfonds of lichaam waarop de lijfrenteverplichting is overgegaan zich bij overeenkomst garant stelt voor de voldoening van de in [artikel 44a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=44a) bedoelde inkomstenbelasting en revisierente.
3. De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de verzekeringnemer of de gerechtigde voldoende zekerheid heeft gesteld.
##### Artikel 40c
1. Ingeval een verplichting ingevolge een pensioenregeling in een situatie als bedoeld in [artikel 19b, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=19b) overgaat op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent, kan de ontvanger onder door hem te stellen voorwaarden aan de verzekeraar die op grond van [artikel 44b, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=44b) aansprakelijk is een schriftelijke verklaring doen toekomen inhoudende een onherroepelijke mededeling dat de aansprakelijkheid niet langer geldt voor de in [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=44b) bedoelde loon- en inkomstenbelasting alsmede revisierente.
2. De ontvanger geeft de in het eerste lid bedoelde verklaring af op schriftelijk verzoek van de verzekeraar die op grond van [artikel 44b, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=44b) aansprakelijk is, mits het niet Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam waarop de pensioenverplichting is overgegaan zich bij overeenkomst garant stelt voor de voldoening van de in [artikel 44b, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=44b) bedoelde loon- en inkomstenbelasting alsmede revisierente.
3. De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de verzekeringnemer of de gerechtigde voldoende zekerheid heeft gesteld.
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage I
Vervallen
### Afdeling 8. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst behaald door overdracht onderneming aan een natuurlijke persoon die overdrachtsprijs schuldig is gebleven
##### Artikel 5b
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting in de gevallen bedoeld in [artikel 25, achttiende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25), mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden en een afschrift is overgelegd van de overeenkomst waarbij de onderneming of een gedeelte van de onderneming is overgedragen aan de natuurlijk persoon die de overdrachtsprijs geheel of gedeeltelijk schuldig is gebleven. Uit deze overeenkomst moet blijken welk deel van de overdrachtsprijs schuldig is gebleven, wat de duur van de overeengekomen aflossingsperiode is en in welke termijnen de overdrachtsprijs wordt voldaan.
2. Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 25, negentiende lid, tweede volzin, onderdelen a of b, of derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25) stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
3. Ingeval de overdrachtsprijs geheel of gedeeltelijk versneld wordt afgelost, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis alsmede van het nog niet ontvangen deel van de overdrachtsprijs.
### Hoofdstuk IB. Uitstel van betaling van het recht van successie of van schenking bij bedrijfsopvolging
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer
### Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer
### Afdeling 5. Beroep
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage I
Vervallen
##### Artikel 40d
[Artikel 14, eerste lid, aanhef en onderdeel c, onder 7°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=14&z=2009-01-01&g=2008-09-01), is van overeenkomstige toepassing op de kindertoeslag, bedoeld in [artikel 6a van de Wet op het kindgebonden budget](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022751&artikel=6a).
## Bijlage I
Vervallen
##### Artikel 1ca
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. **overheidsvordering:** vordering als bedoeld in [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19);
- b. **Onze Minister:** Onze Minister van Financiën;
- c. **bank:** bank als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- d. **betaalrekening:** rekening bestemd voor het betalingsverkeer en ten aanzien waarvan opdrachten tot automatische incasso kunnen worden gedaan;
- e. **deelvordering:** vordering als bedoeld in [artikel 1ce, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=3&artikel=1ce&z=2009-11-01&g=2009-11-01);
- f. **uitvoeringsdatum:** datum, waarop de overheidsvordering wordt uitgevoerd door de bank, waar de belastingschuldige een rekening houdt. Deze datum wordt bepaald door de ontvanger bij het doen van de overheidsvordering;
- g. **bestedingsruimte:** saldo op een rekening vermeerderd met het maximale debetsaldo op die rekening dat is toegestaan op grond van een overeenkomst inzake krediet die tussen de bank en de belastingschuldige is gesloten.
##### Artikel 1cb
Onze Minister sluit een overeenkomst inzake de overheidsvordering met de bank waar de rekening wordt gehouden waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt. De overeenkomst bevat in ieder geval de bepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
### Afdeling 3. Uitvoering
##### Artikel 1cc
De overheidsvordering wordt gedaan op een betaalrekening die op naam of mede op naam staat van de belastingschuldige, zijnde een natuurlijk persoon.
##### Artikel 1cd
De beschikking, bedoeld in [artikel 19, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19), wordt elektronisch bekend gemaakt aan de bank, waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt. De overheidsvordering wordt uitsluitend uitgevoerd volgens de Nederlandse systematiek van automatische incasso.
##### Artikel 1ce
1. De overheidsvordering bedraagt ten hoogste € 500 en wordt gedaan bij een belastingaanslag met een openstaand bedrag van ten hoogste € 1000, voor ten hoogste tweemaal in een kalendermaand per belastingaanslag.
2. De overheidsvordering wordt bij dezelfde belastingaanslag gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste drie kalendermaanden gedaan.
3. De overheidsvordering kan worden gesplitst in verschillende deelvorderingen. Deze deelvorderingen worden op hetzelfde tijdstip bekend gemaakt aan de bank, bedoeld in [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2009-11-01&g=2009-11-01).
4. De overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, de deelvordering wordt uitgevoerd indien de bestedingsruimte op de betaalrekening op de uitvoeringsdatum toereikend is.
##### Artikel 1cf
1. De bank, waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt, is bevoegd tot terugboeking van het bedrag van de overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, de deelvordering, indien blijkt dat de bestedingsruimte op de betaalrekening van de belastingschuldige op de uitvoeringsdatum ontoereikend is. Deze bevoegdheid vervalt na vijf werkdagen volgend op de uitvoeringsdatum.
2. Werkdagen, in de zin van het eerste lid, zijn alle kalenderdagen, met uitzondering van de zaterdag en zondag, de Nieuwjaarsdag, de Goede Vrijdag, de tweede Paasdag, 1 mei en de beide Kerstdagen.
### Afdeling 4. Informatievoorziening aan belastingschuldige
##### Artikel 1cg
De bank, waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt, vermeldt op het papieren of elektronische afschrift van de af- of terugboeking op de betaalrekening van de belastingschuldige, de door de ontvanger bij het doen van de overheidsvordering geleverde gegevens.
##### Artikel 1ch
De ontvanger informeert de belastingschuldige schriftelijk over de op zijn betaalrekening uitgevoerde overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, deelvordering binnen zeven dagen nadat de termijn, genoemd in [artikel 1cf, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=3&artikel=1cf&z=2009-11-01&g=2009-11-01), is verstreken.
### Hoofdstuk IB. Uitstel van betaling, gespreide betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting
### Afdeling 3. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake kapitaalverzekering eigen woning
### Afdeling 4. Uitstel van betaling, gespreide betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting inzake winst uit aanmerkelijk belang
### Afdeling 8. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst behaald door overdracht onderneming aan een natuurlijke persoon die overdrachtsprijs schuldig is gebleven
### Hoofdstuk IC. Uitstel van betaling van het recht van successie of van schenking bij bedrijfsopvolging
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer
### Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer
### Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening
### Afdeling 5. Beroep
### Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2009-11-01&g=2009-11-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 3a
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling van de door hem verschuldigde inkomstenbelasting in gevallen als bedoeld in [artikel 25, elfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25) en tot een omvang als bij dat artikel alsmede krachtens dat artikel in de navolgende leden is bepaald.
2. Het uitstel wordt verleend voor het bedrag aan inkomstenbelasting, bedoeld in [artikel 25, elfde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25), mits dat bedrag € 2269 te boven gaat.
3. Het uitstel houdt in dat de verschuldigde belasting kan worden voldaan in tien gelijke jaarlijkse termijnen waarvan de eerste termijn zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet vervalt en elk van de volgende termijnen telkens een jaar later.
4. De ontvanger vermindert het bedrag waarvoor uitstel van betaling is verleend:
- a. ingeval aandelen of winstbewijzen welke aan het uitstel ten grondslag liggen worden vervreemd in de zin van [artikel 25, tiende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25): voor zover het uitstel aan deze aandelen of winstbewijzen kan worden toegerekend;
- b. ingeval in een kalenderjaar uit de aandelen of winstbewijzen welke aan het uitstel ten grondslag liggen reguliere voordelen als bedoeld in de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) worden genoten welke uitgaan boven het dubbele van de belasting die in dat jaar op de voet van het derde lid moet worden voldaan: voor de helft van hetgeen er boven uitgaat.
5. Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het vierde lid stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
### Afdeling 5. Gespreide betaling van inkomstenbelasting wegens beëindiging van een terbeschikkingstelling van een zaak
### Afdeling 6. Gespreide betaling van inkomstenbelasting inzake staking en overbrenging van de ondernemingswoning naar het privé vermogen
### Afdeling 7. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst bij staking door overlijden
### Afdeling 8. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst behaald door overdracht onderneming aan een natuurlijke persoon die overdrachtsprijs schuldig is gebleven
### Hoofdstuk IC. Uitstel van betaling van het recht van successie of van schenking bij bedrijfsopvolging
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer
### Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer
### Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening
### Afdeling 5. Beroep
### Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2010-01-01&g=2010-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
### Afdeling 1. Uitstel van betaling van schenk- of erfbelasting bij bedrijfsopvolging
##### Artikel 6c
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de erfbelasting, bedoeld in [artikel 25, twintigste lid, eerste volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25), mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden.
2. Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 25, twintigste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25) stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer
### Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening
### Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2011-01-01&g=2011-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 6d
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige die een schriftelijk verzoek doet als bedoeld in [artikel 25a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a), uitstel van betaling voor belastingaanslagen voor zover daarin is begrepen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting als bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de wet. Het uitstel wordt verleend onder de voorwaarde dat bij het verzoek om uitstel van betaling aan de hand van schriftelijke bescheiden het bedrag aannemelijk wordt gemaakt van de voordelen, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de wet.
2. Gedurende de looptijd van het uitstel dient de belastingschuldige jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk te maken dat de voordelen, bedoeld in [artikel 25a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a), in dat jaar niet in aanmerking zouden zijn genomen indien hij belastingplichtig in Nederland zou zijn gebleven.
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien de belastingschuldige een verzoek doet als bedoeld in [artikel 25a, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a).
4. Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 25a, tweede lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25a), stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-07-01&g=2011-11-29)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 1cbis
Het bedrag, bedoeld in [artikel 18, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=18), wordt gesteld op € 1500.
### Hoofdstuk IA. Overheidsvordering
### Afdeling 3. Uitvoering
### Hoofdstuk IB. Uitstel van betaling, gespreide betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting
##### Artikel 1h
1. Indien de ontvanger het op de voet van [artikel 1g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IB&afdeling=3&artikel=1g&z=2012-01-01&g=2012-01-01) verleende uitstel van betaling beëindigt omdat zich een in [artikel 25, zesde lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25) bedoelde omstandigheid voordoet, verleent hij op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting tot een omvang als bedoeld in [artikel 26, zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26).
2. In afwijking van het eerste lid is voor het verlenen van kwijtschelding geen schriftelijk verzoek nodig indien de belastingschuldige op het moment dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 25, zesde lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25), in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein woont.
### Afdeling 4. Uitstel van betaling, gespreide betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting inzake winst uit aanmerkelijk belang
### Afdeling 7. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst bij staking door overlijden
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2012-01-01&g=2012-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-07-01&g=2012-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 1ci
De mededeling, bedoeld in [artikel 22bis, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22bis), geschiedt door het invullen van het daartoe langs elektronische weg ter beschikking gestelde modelformulier en het per post aan de ontvanger toezenden van het ingevulde modelformulier.
##### Artikel 1cj
De drempel, bedoeld in [artikel 22bis, zeventiende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22bis), bedraagt € 10 000.
### Afdeling 6. Gespreide betaling van inkomstenbelasting inzake staking en overbrenging van de ondernemingswoning naar het privé vermogen
### Afdeling 7. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst bij staking door overlijden
### Hoofdstuk IC. Uitstel van betaling van schenk- of erfbelasting
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer
### Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening
### Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-01-01&g=2013-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2013-07-01&g=2013-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 40g
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting, bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, eerste volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b), mits voldoende zekerheid wordt gesteld en wordt ingestemd met de door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. Het schriftelijke verzoek en de zekerheidstelling blijven achterwege in geval van emigratie van de belastingschuldige naar een andere lidstaat van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein.
2. De ontvanger beëindigt het uitstel indien zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b).
3. Ingeval zich een omstandigheid als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b) voordoet, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
##### Artikel 40h
1. Indien de ontvanger het op de voet van [artikel 40g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=V&artikel=40g&z=2014-01-01&g=2013-01-01) verleende uitstel van betaling beëindigt omdat zich een omstandigheid als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b) bedoelde omstandigheid voordoet, verleent hij op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting tot een omvang als bedoeld in [artikel 70ba van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70ba).
2. In afwijking van het eerste lid is voor het verlenen van kwijtschelding geen schriftelijk verzoek nodig indien de belastingschuldige op het moment dat zich een omstandigheid als bedoeld in [artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70b) voordoet, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein woont.
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2014-01-01&g=2013-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 40ca
1. Als gevallen als bedoeld in [artikel 7a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a) worden aangewezen uitbetalingen van inkomstenbelasting en omzetbelasting door de ontvanger op een bankrekening:
- a. van een lid van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer;
- b. van een gemeente op grond van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet of overeenkomsten met dezelfde strekking;
- c. van een derde indien een belastingschuldige niet beschikt over een bankrekening die op zijn naam staat, deze naar het oordeel van de ontvanger niet in staat is een bankrekening op zijn naam te openen door zijn lichamelijke of geestelijke toestand, en deze om uitbetaling op een bankrekening van een derde verzoekt.
2. Bij gevallen als bedoeld in [artikel 25, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=25) is [artikel 7a, eerste lid, tweede volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a) niet van toepassing.
3. Indien op grond van [artikel 7a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a) de uitbetaling plaatsvindt op een andere bankrekening dan die van de belastingschuldige, vindt het gegevensverkeer met betrekking tot die uitbetaling tussen de Belastingdienst en die rekeninghouder plaats met gebruikmaking van het burgerservicenummer van de belastingschuldige.
4. Bij toepassing van het eerste lid, onderdelen a en b, wijst het aldaar bedoelde lid of de aldaar bedoelde gemeente aan op welke bankrekening wordt uitbetaald, ten behoeve van welke belastingschuldige en voor welke uitbetaling. Voorts wordt melding gemaakt van de beëindiging van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde overeenkomst.
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
##### Artikel 40e
Indien bij de Belastingdienst op 1 december 2013 geen bankrekening op naam van de belastingschuldige bekend is, wordt tot en met 30 juni 2014 als geval als bedoeld in [artikel 7a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a) aangewezen de uitbetaling van inkomstenbelasting en omzetbelasting door de ontvanger op de bankrekening die vóór 1 december 2013 door de ontvanger werd gebruikt voor de uitbetaling van inkomstenbelasting en omzetbelasting aan de belastingschuldige.
##### Artikel 40f
Tot en met 31 december 2015 worden als gevallen als bedoeld in [artikel 7a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=7a) aangewezen uitbetalingen van omzetbelasting door de ontvanger op een bankrekening van een derde naar aanleiding van teruggaafverzoeken als bedoeld in [artikel 31, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=31) en [hoofdstuk VI, afdeling 2, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&afdeling=2) voor zover die verzoeken:
- a. zien op tijdvakken die zijn geëindigd vóór 1 januari 2015; en
- b. zijn ingediend vóór 30 september 2015.
## Bijlage. , behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2014-01-01&g=2013-12-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 34a
De [artikelen 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=III&artikel=30&z=2016-05-01&g=2016-05-01), [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=III&artikel=31&z=2016-05-01&g=2016-05-01) en [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=III&artikel=32&z=2016-05-01&g=2016-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de kredietrente en de vertragingsrente.
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2016-05-01&g=2016-05-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting, invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2017-01-01&g=2017-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 40i
De ontvanger kan een op grond van de [artikelen 70ca](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70ca) of [70cb van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=70cb) gegeven kwijtscheldingsbeschikking intrekken indien de gegevens die op grond van [artikel 12c van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002489&artikel=12c) aan de Belastingdienst zijn verstrekt, onjuist of onvolledig blijken te zijn.
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2017-04-01&g=2017-04-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 6da
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige die een schriftelijk verzoek doet als bedoeld in [artikel 25b, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25b) een gespreide betalingsregeling voor belastingaanslagen voor zover daarin is begrepen vennootschapsbelasting als bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de wet. De betalingsregeling wordt verleend onder de voorwaarde dat bij het verzoek om de betalingsregeling aan de hand van schriftelijke bescheiden het bedrag aannemelijk wordt gemaakt van de voordelen, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de wet.
2. Gedurende de looptijd van de betalingsregeling dient de belastingschuldige jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk te maken dat de voordelen, bedoeld in [artikel 25b, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25b), in dat jaar niet in aanmerking zouden zijn genomen indien hij belastingplichtig in Nederland zou zijn gebleven.
3. Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 25b, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25b), stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting, invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente
### Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2019-01-01&g=2019-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 1cbis.1
1. De betaaldienstverlener op wie de belastingschuldige een vordering heeft uit hoofde van een tegoed op een betaal- of spaarrekening is gehouden aan een met inachtneming van de [artikelen 1cbis.2 tot en met 1cbis.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=1a&artikel=1cbis.2&z=2020-07-01&g=2020-07-01) gedane betalingsvordering te voldoen door betaling van de belastingaanslagen uit dat tegoed, indien op het tijdstip van de bekendmaking van de beschikking, bedoeld in [artikel 1cbis.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=1a&artikel=1cbis.3&z=2020-07-01&g=2020-07-01):
- a. het tegoed direct opeisbaar is; of
- b. de ontvanger het tegoed door opzegging opeisbaar kan maken.
2. [Artikel 477, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=477) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 1cbis.2
1. Een betalingsvordering vanwege belastingaanslagen van een belastingschuldige, zijnde een natuurlijk persoon, strekt zich niet uit tot een bedrag van:
- a. € 1625 voor een alleenstaande als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=4);
- b. € 1741 voor een alleenstaande ouder als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=4);
- c. € 2149 voor een gehuwde als bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3) zonder kinderen als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=4);
- d. € 2265 voor een gehuwde als bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3) met een of meer kinderen als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=4).
2. Het eerste lid vindt geen toepassing ten aanzien van de belastingschuldige die op grond van de basisregistratie personen geen adres in Nederland heeft. Op verzoek van de belastingschuldige, bedoeld in de eerste zin, kan de ontvanger het eerste lid overeenkomstig toepassen op basis van de door de belastingschuldige bij het verzoek over zijn leefsituatie verstrekte gegevens.
##### Artikel 1cbis.3
1. De beschikking, bedoeld in [artikel 19, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19), vermeldt welke van de bedragen, genoemd in [artikel 1cbis.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=1a&artikel=1cbis.2&z=2020-07-01&g=2020-07-01), ten aanzien van de belastingschuldige van toepassing is en wordt verzonden aan de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige volgens de administratie van de Belastingdienst een betaal- of spaarrekening aanhoudt.
2. Verzending van de beschikking geschiedt per post tenzij de betaaldienstverlener en de Belastingdienst zijn overeengekomen dat de beschikking uitsluitend elektronisch wordt verzonden. Bij elektronische verzending van de beschikking geldt het tijdstip van ontvangst van de gegevens die de betaaldienstverlener in staat stellen kennis te nemen van de inhoud van de beschikking als het tijdstip van bekendmaking van de beschikking. Bij verzending van de beschikking per post geldt het tijdstip van aanvang van de verwerking tot uitvoering van de beschikking door de betaaldienstverlener als het tijdstip van bekendmaking van de beschikking.
3. Binnen 8 dagen na de verzending van de beschikking aan de betaaldienstverlener informeert de ontvanger de belastingschuldige schriftelijk over het feit dat een betalingsvordering is gedaan en over het ten aanzien van hem van toepassing zijnde bedrag, bedoeld in [artikel 1cbis.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=1a&artikel=1cbis.2&z=2020-07-01&g=2020-07-01).
##### Artikel 1cbis.4
1. Zodra vier weken zijn verstreken na de bekendmaking van de beschikking, bedoeld in [artikel 1cbis.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=1a&artikel=1cbis.3&z=2020-07-01&g=2020-07-01), doet de betaaldienstverlener opgave aan de ontvanger door het afleggen van een verklaring in een door de ontvanger bij de beschikking verstrekt verklaringsformulier, dan wel in een formulier van gelijke strekking van de betaaldienstverlener. [Artikel 476a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=476a) is van overeenkomstige toepassing.
2. Binnen 14 dagen na ontvangst van het ingevulde verklaringsformulier, bedoeld in het eerste lid, zendt de ontvanger aan de betaaldienstverlener een bericht over de hoogte van het te betalen bedrag en de in verband daarmee te gebruiken betalingsgegevens, een bericht over het opeisbaar maken, bedoeld in [artikel 1cbis.1, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=1a&artikel=1cbis.1&z=2020-07-01&g=2020-07-01), of een bericht over het intrekken van de beschikking. Een betaling door de betaaldienstverlener geschiedt binnen 14 dagen na de dagtekening van het bericht over het te betalen bedrag of, ingeval dat bedrag nog door opzegging opeisbaar moet worden gemaakt, binnen 14 dagen nadat dat bedrag feitelijk beschikbaar is om door de betaaldienstverlener te worden betaald. De verzending van een bericht aan de betaaldienstverlener door de ontvanger blijft achterwege als uit het ingevulde verklaringsformulier, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de belastingschuldige geen vordering heeft op de betaaldienstverlener uit hoofde van een tegoed op een betaal- of spaarrekening of als het bedrag van die vordering niet meer beloopt dan het ten aanzien van de belastingschuldige van toepassing zijnde bedrag, bedoeld in [artikel 1cbis.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=1a&artikel=1cbis.2&z=2020-07-01&g=2020-07-01), tenzij de betaaldienstverlener of de ontvanger verzending van een bericht wenselijk acht.
3. De verzending van het verklaringsformulier en de verzending van de berichten die hiermee samenhangen geschieden op dezelfde wijze als de wijze waarop de beschikking, bedoeld in [artikel 1cbis.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=1a&artikel=1cbis.3&z=2020-07-01&g=2020-07-01), is verzonden.
4. De ontvanger informeert de belastingschuldige zo spoedig mogelijk schriftelijk over een wijziging van zijn belastingschuld als gevolg van een betaling door de betaaldienstverlener of over het intrekken van de beschikking.
### Afdeling 4. Overheidsvordering en informatievoorziening aan belastingschuldige
### Hoofdstuk IB. Uitstel van betaling, gespreide betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting
### Afdeling 5. Gespreide betaling van inkomstenbelasting wegens beëindiging van een terbeschikkingstelling van een zaak
### Hoofdstuk IC. Uitstel van betaling van schenk- of erfbelasting
### Hoofdstuk ID. Uitstel van betaling van exitheffingen
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Hoofdstuk III. Betalingskorting, invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente
### Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2020-07-01&g=2020-07-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
### Afdeling 8. Kwijtschelding van rijksbelastingen voor gedupeerde ouders in de kinderopvangtoeslagaffaire
##### Artikel 28abis
1. De ontvanger verleent kwijtschelding van het nog op 31 december 2020 openstaand bedrag van een belastingaanslag van de belastingschuldige, indien die belastingschuldige in aanmerking is gekomen voor een tegemoetkoming dan wel compensatie als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49), [49b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49b), [49c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49c) of [49g, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49g) en naar aanleiding van die tegemoetkoming dan wel compensatie aan die belastingschuldige een forfaitair bedrag tot € 30.000 is uitbetaald, of hij hier recht op zou hebben indien:
- a. dit forfaitaire bedrag niet zou zijn verminderd tot nihil wegens een eerder uitbetaald bedrag aan die belastingschuldige op grond van een tegemoetkoming dan wel compensatie als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49), [49b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49b), [49c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49c) of [49g, tweede lid van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49g); of
- b. er geen forfaitair bedrag is toegekend omdat het forfaitaire bedrag al is toegekend aan een persoon die de partner, bedoeld in [artikel 3 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=3), was van belastingschuldige in een periode en beiden recht hebben op toepassing van een herstelregeling dan wel compensatie als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49), [49b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49b), [49c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49c) of [49g, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49g) over een deel van die periode.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op:
- a. belastingaanslagen die niet voor 1 januari 2021 bekend zijn gemaakt en betrekking hebben op een tijdvak dat is geëindigd, dan wel een tijdstip dat is gelegen, voor 1 januari 2021;
- b. nog openstaande bedragen, niet zijnde rijksbelastingen, die door de ontvanger worden ingevorderd met toepassing dan wel van overeenkomstige toepassing van de wet.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing:
- a. op degene die op de peildatum als de partner, bedoeld in [artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=3), van de belastingschuldige wordt aangemerkt. De peildatum is de datum waarop het forfaitaire bedrag is uitbetaald aan degene, bedoeld in het eerste lid. Indien dit forfaitaire bedrag is verminderd tot nihil, dan is de peildatum de datum waarop aan degene, bedoeld in het eerste lid, voor het eerst een bedrag is uitbetaald op grond van een tegemoetkoming dan wel compensatie als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49), [49b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49b), [49c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49c) of [49g, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49g). Indien aan degene, bedoeld in het eerste lid, geen forfaitair bedrag is uitgekeerd omdat het forfaitair bedrag is toegekend aan een persoon die de partner, bedoeld in [artikel 3 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=3), was van belastingschuldige in een periode en beide recht hebben op toepassing van een herstelregeling, dan is de peildatum de datum waarop het forfaitaire bedrag is uitbetaald aan de ander; en
- b. op degene die op 31 december 2020 de partner, bedoeld in [artikel 3 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=3), was van degene, bedoeld in het eerste lid, mits degene, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk op 1 juni 2021 heeft verzocht om toepassing van een tegemoetkoming dan wel compensatie als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49), [49b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49b), [49c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49c) of [49g, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=49g).
4. Indien een bedrag na 31 december 2020 geheel of gedeeltelijk is betaald of verrekend met een terug te geven bedrag maar op grond van dit artikel voor kwijtschelding in aanmerking zou komen, wordt het betaalde of verrekende bedrag terugbetaald.
5. De ontvanger verleent de belastingschuldige, bedoeld in het eerste lid, die aansprakelijk is gesteld op grond van artikel 49 van de wet voor rijksbelastingen of andere bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, ontslag van de verplichting tot betaling van die belastingen of bedragen. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de partner, bedoeld in het derde lid.
6. Geen kwijtschelding wordt verleend indien de ontvanger aannemelijk maakt dat het niet voldoen of ontstaan van de belastingaanslag of andere openstaande bedragen het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de belastingschuldige. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de partner, bedoeld in het derde lid.
7. In afwijking van het eerste en tweede lid verleent de ontvanger pas kwijtschelding van een voorlopige aanslag nadat de aanslag over hetzelfde tijdvak bekend is gemaakt.
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2021-07-14&g=2021-06-02)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 6g
1. De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de erfbelasting in gevallen als bedoeld in [artikel 25, eenentwintigste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25), mits voldoende zekerheid is gesteld en wordt ingestemd met de door de ontvanger nader te stellen voorwaarden.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij een schriftelijk verzoek van een erfgenaam ter zake van belastingaanslagen, anders dan de belastingaanslag, bedoeld in het eerste lid, die behoren tot de nalatenschap van een natuurlijk persoon.
3. De belastingschuldige of de erfgenaam verstrekt bij zijn verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk het tweede lid, de benodigde gegevens, waaruit blijkt dat sprake is van een situatie als bedoeld in [artikel 25, eenentwintigste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25). De ontvanger kan zo nodig om aanvullende gegevens vragen.
4. De ontvanger kan afzien van de in het eerste lid gestelde zekerheidseis als dit voor de belastingschuldige of de erfgenaam leidt tot onevenredige gevolgen die niet in verhouding staan tot het doel van het stellen van zekerheid.
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 5. Beroep
### Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen
### Afdeling 8. Kwijtschelding van rijksbelastingen voor gedupeerde ouders in de kinderopvangtoeslagaffaire
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2023-01-01&g=2023-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
##### Artikel 6e
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder belastingschuld verstaan het gezamenlijke bedrag van:
- a. belastingaanslagen inkomstenbelasting en motorrijtuigenbelasting verschuldigd door natuurlijke personen die geen bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen;
- b. terugvorderingen in de zin van de [Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472) verschuldigd door natuurlijke personen.
##### Artikel 6f
1. Op verzoek van de belastingschuldige stelt de ontvanger hem in de gelegenheid om zijn belastingschuld te betalen in maximaal 12 maandelijkse gelijke termijnen van minimaal € 50.
2. Indien de betalingscapaciteit van de belastingschuldige ontoereikend is om zijn belastingschuld binnen 12 maanden te voldoen, kan de ontvanger op verzoek van de belastingschuldige, in afwijking in zoverre van het eerste lid, een betalingsregeling toestaan van maximaal 24 maanden, gebaseerd op de betalingscapaciteit, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=13&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
3. De betalingsregeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verleend onder de voorwaarde dat de belastingschuldige de ontvanger, binnen een door de ontvanger te stellen termijn, machtigt tot automatische incasso van de maandelijkse termijnen en vangt aan op het moment waarop de machtiging tot automatische incasso is ontvangen.
4. Indien in de betalingsregeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, een motorrijtuigenbelastingschuld is begrepen, stelt de ontvanger tevens de voorwaarde dat de belastingschuldige een machtiging tot automatische incasso verleent voor toekomstige verplichtingen tot betaling van motorrijtuigenbelasting ter zake van alle kentekens die op zijn naam zijn gesteld ten tijde van het aangaan van de betalingsregeling.
5. Een betalingsregeling als bedoeld in het tweede lid wordt niet toegestaan indien de belastingschuldige of diens echtgenoot, bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet, over voldoende vermogen als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=12&z=2026-01-01&g=2026-01-01) beschikt voor de voldoening van de schuld, voor zover dit vermogen op eenvoudige wijze liquide is te maken.
6. De ontvanger kan een verzoek om een betalingsregeling als bedoeld in het tweede lid afwijzen of een op grond van het tweede lid verleend uitstel van betaling intrekken, indien het ontstaan van de schuld, of een deel daarvan, is te wijten aan opzet of grove schuld van de belastingschuldige.
7. De ontvanger kan een verzoek om een betalingsregeling als bedoeld in het eerste en tweede lid afwijzen of een op grond van het eerste of tweede lid verleend uitstel van betaling intrekken, indien:
- a. de belastingschuldige in staat van surseance van betaling verkeert;
- b. de belastingschuldige in staat van faillissement verkeert;
- c. ten aanzien van de belastingschuldige de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is;
- d. er ter zake van de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling wordt verzocht reeds een vordering als bedoeld in [artikel 19 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) is gedaan of beslag is gelegd.
8. Indien de belastingschuldige gedurende de looptijd van een betalingsregeling als bedoeld in het eerste en tweede lid om een betalingsregeling verzoekt voor een belastingschuld die niet reeds in de lopende betalingsregeling is opgenomen, verleent de ontvanger voor het saldo van de op dat moment openstaande belastingschulden een nieuwe betalingsregeling onder de voorwaarden, genoemd in de vorige leden.
9. De ontvanger beëindigt het uitstel van betaling indien een maandelijkse termijnbetaling niet tijdig of niet volledig wordt voldaan.
### Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting
### Afdeling 5. Beroep
### Afdeling 8. Kwijtschelding van rijksbelastingen voor gedupeerde ouders in de kinderopvangtoeslagaffaire
### Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
## Bijlage. behorend bij [artikel 1cb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&hoofdstuk=IA&afdeling=2&artikel=1cb&z=2026-01-01&g=2026-01-01)
Overeenkomst inzake de overheidsvordering
De ondergetekenden:
- –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
- –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).
Zijn overeengekomen als volgt:
- 1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van [artikel 19, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) worden overgemaakt.
- 2. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
- 3. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
- 4. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
- 5. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
- 6. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in [artikel 253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=253) en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Aldus overeengekomen en getekend,
te (plaats) op (datum)
Onze Minister,
voor deze:
De bank,
2003-01-01
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
original version
Tekst op deze datum