Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 19 december 1990, houdende een nieuwe regeling voor de schadeloosstelling en onkostenvergoedingen van leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

52 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2025-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2024-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2024-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2023-04-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2023-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2022-09-21
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2022-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19
2022-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2021-12-08
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2021-07-10
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19
2021-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer
2021-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19
2020-12-12
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19
2020-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19, 19
2020-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19
2019-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2
2019-04-10
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2
2019-02-15
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2, 2
2019-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2018-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2018-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2017-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer

Wijzigingen op 2017-07-01

@@ -12,9 +12,7 @@
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- -. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- -. schadeloosstelling: de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet;
- -. schadeloosstelling: de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-07-01&g=2017-07-01) van deze wet;
- -. kamerlid: lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;
@@ -22,13 +20,15 @@
- -. de eerste, tweede en overige ondervoorzitters: de eerste, tweede respectievelijk overige ondervoorzitters van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;
- -. fractievoorzitter: kamerlid waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dat lid voorzitter is van een fractie, dan wel enig lid is van een fractie.
- -. fractievoorzitter: kamerlid waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dat lid voorzitter is van een fractie, dan wel enig lid is van een fractie;
- -. griffier: de griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
2. Deze wet is niet van toepassing op kamerleden die het ambt van minister of staatssecretaris bekleden.
3. De [artikelen 2 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op het kamerlid aan wie ingevolge [artikel X 10 van de Kieswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004627&artikel=X_10) tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.
#### § 2:. Schadeloosstelling en tegemoetkoming in ziektekosten
3. De [artikelen 2 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-07-01&g=2017-07-01) van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op het kamerlid aan wie ingevolge [artikel X 10 van de Kieswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004627&artikel=X_10) tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.
#### § 2:. Schadeloosstelling
##### Artikel 2
@@ -40,11 +40,11 @@
1. Indien aan het burgerlijk rijkspersoneel een eenmalige uitkering wordt toegekend en wordt bepaald dat deze uitkering een algemeen karakter draagt, ontvangen de kamerleden een uitkering op gelijke voet.
2. Indien de hoogte van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, afhankelijk is van de hoogte van de schadeloosstelling, wordt bij de vaststelling hiervan rekening gehouden met een eventuele vermindering van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met een eventuele toelage als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=4&artikel=11&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede met een verhoging van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=4&artikel=12&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Indien de hoogte van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, afhankelijk is van de hoogte van de schadeloosstelling, wordt bij de vaststelling hiervan rekening gehouden met een eventuele vermindering van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=3&z=2017-07-01&g=2017-07-01), met een eventuele toelage als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=4&artikel=11&z=2017-07-01&g=2017-07-01), alsmede met een verhoging van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=4&artikel=12&z=2017-07-01&g=2017-07-01).
##### Artikel 2b
De kamerleden ontvangen een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor het burgerlijk rijkspersoneel zijn vastgesteld. Grondslag voor de eindejaarsuitkering is de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verminderd met het in dat artikel bedoelde percentage en rekening houdend met een eventuele vermindering van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede de toelagen, bedoeld in de[artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=4&artikel=11&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=4&artikel=12&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
De kamerleden ontvangen een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor het burgerlijk rijkspersoneel zijn vastgesteld. Grondslag voor de eindejaarsuitkering is de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-07-01&g=2017-07-01), verminderd met het in dat artikel bedoelde percentage en rekening houdend met een eventuele vermindering van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=3&z=2017-07-01&g=2017-07-01), alsmede de toelagen, bedoeld in de[artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=4&artikel=11&z=2017-07-01&g=2017-07-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=4&artikel=12&z=2017-07-01&g=2017-07-01).
##### Artikel 3
@@ -66,25 +66,29 @@
2. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van het kamerlid wordt aan de weduwe of weduwnaar, van wie het overleden kamerlid niet duurzaam gescheiden leefde, een bedrag uitgekeerd, gelijk aan driemaal het bedrag van de schadeloosstelling, dat over de laatste volle maand aan het kamerlid is uitgekeerd. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar als bedoeld in de vorige volzin, nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond, of minderjarige kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de schadeloosstelling van het kamerlid.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner en de nabestaande levenspartner met wie het overleden niet-gehuwde kamerlid samenwoonde en - met het oogmerk duurzaam samen te leven - een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. Onze Minister kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner en de nabestaande levenspartner met wie het overleden niet-gehuwde kamerlid samenwoonde en - met het oogmerk duurzaam samen te leven - een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. De griffier kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.
##### Artikel 4
1. Telkenjare voor 1 april of binnen twee maanden na zijn beëdiging verstrekt het kamerlid aan de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Haaglanden een opgave van de neveninkomsten welke het kamerlid verwacht over het desbetreffende kalenderjaar of gedeelte daarvan te zullen genieten, dan wel een verklaring, dat hij verwacht niet meer dan 14% van de schadeloosstelling op jaarbasis aan neveninkomsten over dat jaar of een evenredig deel daarvan over het desbetreffende gedeelte van dat jaar te zullen genieten.
2. De voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Haaglanden deelt aan de griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal het bedrag van de voorlopige aftrek op de schadeloosstelling mede en verstrekt een afschrift daarvan aan het kamerlid.
3. Het kamerlid kan een verklaring inzenden dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. In dit geval, alsmede indien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn geen opgave of verklaring is ingezonden, bedraagt de schadeloosstelling 65% van de schadeloosstelling op jaarbasis per jaar.
4. Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, zendt het kamerlid of zenden zijn nabestaanden aan de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Haaglanden een opgave van de neveninkomsten welke over dat kalenderjaar zijn genoten, dan wel een verklaring dat over dat jaar niet meer dan 14% van de schadeloosstelling op jaarbasis of, indien het kamerlid een gedeelte van het kalenderjaar lid van de Kamer is geweest, een evenredig deel van dit bedrag, is genoten.
5. De voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Haaglanden deelt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in het vierde lid bedoelde opgave of verklaring aan de griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal het bedrag van de definitieve aftrek op de schadeloosstelling mede en verstrekt een afschrift daarvan aan het kamerlid.
6. Indien een opgave of verklaring als in het vierde lid bedoeld, niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar is ontvangen, geeft de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Haaglanden daarvan kennis aan de griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. In dit geval bedraagt de schadeloosstelling 65% van de schadeloosstelling op jaarbasis per jaar.
7. Het bedrag van de uitbetaalde schadeloosstelling kan, al dan niet op verzoek van het kamerlid, worden herzien, indien op grond van de onherroepelijk geworden aanslag in de inkomstenbelasting daartoe aanleiding blijkt te bestaan.
8. Bij de toepassing van het zevende lid vindt zo nodig terugbetaling of verrekening plaats.
1. Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, verstrekt het kamerlid aan de inspecteur van de Belastingdienst:
- a. een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel
- b. een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de schadeloosstelling op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij het kamerlidmaatschap vervulde gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, een evenredig deel daarvan, dan wel
- c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
2. In afwijking van het eerste lid vermindert de griffier op verzoek van het kamerlid diens schadeloosstelling reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee het kamerlid verwacht dat zijn schadeloosstelling zal worden verminderd vanwege zijn neveninkomsten.
3. De inspecteur van de Belastingdienst deelt de griffier het bedrag van de schadeloosstelling mede dat teruggevorderd dient te worden en verstrekt een afschrift daarvan aan het kamerlid.
4. Indien de inspecteur van de Belastingdienst constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, vordert de griffier het teveel aan ontvangen schadeloosstelling terug van het kamerlid.
5. Indien het kamerlid geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar onder opgaaf van redenen aan de inspecteur van de Belastingdienst. Het kamerlid meldt tevens een redelijke termijn waarbinnen hij deze informatie alsnog zal verstrekken.
6. In het geval genoemd in het eerste lid, onderdeel c, alsmede indien het kamerlid binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave of verklaring als bedoeld in het eerste lid heeft ingezonden of niet heeft voldaan aan het vijfde lid, stelt de griffier de schadeloosstelling over het afgelopen jaar vast op 65% van de schadeloosstelling op jaarbasis, tenzij hij uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend zou moeten worden.
7. Op verzoek van het kamerlid kan de griffier besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden.
##### Artikel 5
@@ -102,13 +106,21 @@
##### Artikel 7
1. De kamerleden ontvangen naar keuze een Openbaar Vervoer-jaarkaart, die mede geldig is voor treinreizen in de eerste klas en die aan hen ter beschikking wordt gesteld voor de duur van het kamerlidmaatschap, of een compensatie voor de reiskosten in het woon-werkverkeer overeenkomend met de tegemoetkoming voor het rijkspersoneel van kosten van woon-werkverkeer, niet zijnde kosten van openbaar vervoer.
1. De kamerleden ontvangen naar keuze een Openbaar Vervoer-jaarkaart, die mede geldig is voor treinreizen in de eerste klas en die aan hen ter beschikking wordt gesteld voor de duur van het kamerlidmaatschap, of een compensatie voor de reiskosten volgens de onderstaande tabel.
| Enkele reisafstand | | |
| --- | --- | --- |
| meer dan | maar niet meer dan | bedrag per maand |
| 0 km | 10 km | nihil |
| 10 km | 15 km | € 65 |
| 15 km | 20 km | € 91 |
| 20 km | – | € 130 |
2. Voorts ontvangen de kamerleden ter vergoeding van reiskosten buiten het woon-werkverkeer een bedrag van € 4900 per jaar.
3. Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt aangepast bij ministeriële regeling overeenkomstig de wijziging in de vergoeding die geldt voor het burgerlijk rijkspersoneel voor dienstreizen voor het gebruik van een eigen motorvoertuig indien openbaar vervoer niet mogelijk of niet doelmatig is.
4. De voorzitter draagt zorg voor verstrekking van een Openbaar Vervoer-jaarkaart aan de kamerleden die hun keuze op grond van het eerste lid daartoe aan hem kenbaar hebben gemaakt. De voorzitter deelt voorts aan Onze Minister mede welke kamerleden op grond van het eerste lid recht hebben op de in dat lid bedoelde compensatie voor de reiskosten.
4. De griffier stelt ten laste van de Tweede Kamer op aanvraag de noodzakelijke faciliteiten ten behoeve van vervoer en verblijf ter beschikking in verband met buitenlandse reizen die een kamerlid in het kader van de uitoefening van het kamerlidmaatschap maakt.
##### Artikel 8
@@ -138,13 +150,9 @@
##### Artikel 10
Ten aanzien van een kamerlid van wie de arbeidsverhouding ingevolge [artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=4) voor de toepassing van [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471) als dienstbetrekking wordt aangemerkt, worden als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in [artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31) aangewezen:
- a. het bedrag, bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=3&artikel=7&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. het bedrag, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=3&artikel=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- c. de vergoeding, bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=3&artikel=9&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. De griffier kent een kamerlid dat naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, ten laste van de Tweede Kamer op aanvraag een voorziening toe als bedoeld in [artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=35).
2. Het gestelde bij of krachtens [artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=35) is van overeenkomstige toepassing.
#### § 4:. Toelagen voorzitter, ondervoorzitters en fractievoorzitters
@@ -168,7 +176,7 @@
##### Artikel 12a
1. Ten behoeve van het woon-werkverkeer en dienstreizen van de voorzitter kan in plaats van de voorzieningen, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=3&artikel=7&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een dienstauto ter beschikking worden gesteld.
1. Ten behoeve van het woon-werkverkeer en dienstreizen van de voorzitter kan in plaats van de voorzieningen, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=3&artikel=7&z=2017-07-01&g=2017-07-01), een dienstauto ter beschikking worden gesteld.
2. De prijs per kilometer van de dienstauto, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 0,60 exclusief BTW, berekend op de grondslag van een gebruiksduur van twee jaar en 60 000 gereden kilometers per jaar.
@@ -226,74 +234,96 @@
##### Artikel 13
Ten aanzien van een kamerlid waarvan de arbeidsverhouding ingevolge [artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=4) voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, worden als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in [artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31) aangewezen:
- a. de bedragen, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=3&artikel=7&z=2017-07-01&g=2017-07-01), voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in [artikel 31a, tweede lid, onderdeel a, onder 2˚ en 3˚, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31a);
- b. de bedragen, bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=3&artikel=7&z=2017-07-01&g=2017-07-01);
- c. het bedrag, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=3&artikel=8&z=2017-07-01&g=2017-07-01);
- d. de vergoeding, bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=3&artikel=9&z=2017-07-01&g=2017-07-01);
- e. de verstrekkingen, bedoeld in [artikel 10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=3&artikel=10a&z=2017-07-01&g=2017-07-01).
##### Artikel 14
Vervallen
##### Artikel 14
##### Artikel 15
Vervallen
##### Artikel 15
#### § 6:. Leden Europees Parlement
##### Artikel 16
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
#### § 6:. Leden Europees Parlement
##### Artikel 17
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
#### § 7:. Wijziging [Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002691)
##### Artikel 18
1. De Wet van 30 oktober 1968, houdende regeling schadeloosstelling leden Tweede Kamer der Staten-Generaal (**Stb.** 1990, 477) wordt ingetrokken.
2. De algemene maatregel van bestuur van 21 september 1990 (**Stb.** 1990, 506) tot nadere vaststelling van de vergoeding voor de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de overige kosten, welke uit de vervulling van hun betrekking voortvloeien, blijft voor wat betreft de vergoeding voor de overige kosten, bedoeld in artikel 11 van de in het eerste lid bedoelde wet, voor de maanden november en december 1989 van kracht.
##### Artikel 19
De Wet van 28 december 1989, houdende voorzieningen ten behoeve van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en belanghebbenden in de zin van de [Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002691) in verband met de voorstellen van de commissie tot vereenvoudiging van de loonbelasting en de inkomstenbelasting (**Stb.** 1989, 591) wordt ingetrokken.
##### Artikel 19a
Onder neveninkomsten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=3&z=2017-07-01&g=2017-07-01), wordt met betrekking tot aan het kalenderjaar 2001 voorafgaande kalenderjaren verstaan winst uit onderneming en zuivere inkomsten uit tegenwoordige arbeid. Met betrekking tot die jaren wordt in [artikel 3, derde lid, onder Wet inkomstenbelasting 2001](onbekend) verstaan Wet op de inkomstenbelasting 1964.
##### Artikel 20
Vervallen
##### Artikel 21
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1990.
##### Artikel 22
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 6a
1. Het kamerlid dat ingevolge [artikel X 12 van de Kieswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004627&artikel=X_12) is benoemd in de plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een bedrag van € 590 per maand waarmee voorzieningen kunnen worden getroffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
2. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijzigingen die de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-07-01&g=2017-07-01), ondergaat.
#### § 3. Onkostenvergoedingen
#### § 4:. Toelagen voorzitter, ondervoorzitters en fractievoorzitters
#### § 5:. Overhevelingstoeslag opslagpremies
#### § 6:. Leden Europees Parlement
##### Artikel 16
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
#### § 7:. Wijziging [Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002691)
##### Artikel 17
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
#### § 8:. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 18
1. De Wet van 30 oktober 1968, houdende regeling schadeloosstelling leden Tweede Kamer der Staten-Generaal (**Stb.** 1990, 477) wordt ingetrokken.
2. De algemene maatregel van bestuur van 21 september 1990 (**Stb.** 1990, 506) tot nadere vaststelling van de vergoeding voor de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de overige kosten, welke uit de vervulling van hun betrekking voortvloeien, blijft voor wat betreft de vergoeding voor de overige kosten, bedoeld in artikel 11 van de in het eerste lid bedoelde wet, voor de maanden november en december 1989 van kracht.
##### Artikel 19
De Wet van 28 december 1989, houdende voorzieningen ten behoeve van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en belanghebbenden in de zin van de [Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002691) in verband met de voorstellen van de commissie tot vereenvoudiging van de loonbelasting en de inkomstenbelasting (**Stb.** 1989, 591) wordt ingetrokken.
##### Artikel 19a
Onder neveninkomsten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt met betrekking tot aan het kalenderjaar 2001 voorafgaande kalenderjaren verstaan winst uit onderneming en zuivere inkomsten uit tegenwoordige arbeid. Met betrekking tot die jaren wordt in [artikel 3, derde lid, onder Wet inkomstenbelasting 2001](onbekend) verstaan Wet op de inkomstenbelasting 1964.
##### Artikel 20
Vervallen
##### Artikel 21
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1990.
##### Artikel 22
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 6a
1. Het kamerlid dat ingevolge [artikel X 12 van de Kieswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004627&artikel=X_12) is benoemd in de plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een bedrag van € 590 per maand waarmee voorzieningen kunnen worden getroffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
2. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijzigingen die de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), ondergaat.
#### § 3. Onkostenvergoedingen
##### Artikel 10a
De griffier stelt ten laste van de Tweede Kamer aan een kamerlid voor de duur van diens kamerlidmaatschap informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking, daarbij inbegrepen de abonnementen, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het kamerlidmaatschap.
#### § 4:. Toelagen voorzitter, ondervoorzitters en fractievoorzitters
#### § 5:. Overhevelingstoeslag opslagpremies
#### § 6:. Leden Europees Parlement
#### § 7:. Wijziging [Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002691)
#### § 8:. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2017-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 5 más
2016-01-28
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2016-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 5 más
2015-09-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 5 más
2015-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2014-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2, 2
2013-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2, 2
2012-11-14
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2012-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 20, 20, 20, 20
2011-11-19
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 20, 20, 20
2011-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 20, 20, 20, 20
2010-03-24
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 20, 20, 20
2010-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 5 más
2009-05-29
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 5 más
2009-04-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 7 más
2009-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 7 más
2008-04-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 5 más
2008-02-08
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 5 más
2008-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 7 más
2007-11-30
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 7 más
2007-04-27
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 9 más
2007-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 13 más
2006-10-11
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer
2006-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 10, 10, 10 y 9 más
2005-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 10, 14, 20, 21
2004-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 10, 14, 20, 21
2003-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 10, 14, 20, 21
2002-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 1, 3, 10 y 14 más
2002-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer
original version Tekst op deze datum