Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 19 december 1990, houdende een nieuwe regeling voor de schadeloosstelling en onkostenvergoedingen van leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
52 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2025-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2024-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2024-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2023-04-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2023-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2022-09-21
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2022-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19
2022-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2021-12-08
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — art. 19
2021-07-10
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19
2021-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer
2021-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19
2020-12-12
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19
2020-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19, 19
2020-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 19, 19
Wijzigingen op 2020-01-01
@@ -12,7 +12,7 @@
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- -. schadeloosstelling: de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=2&z=2019-07-01&g=2019-07-01) van deze wet;
- -. schadeloosstelling: de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van deze wet;
- -. kamerlid: lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;
@@ -26,25 +26,25 @@
2. Deze wet is niet van toepassing op kamerleden die het ambt van minister of staatssecretaris bekleden.
3. De [artikelen 2 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=2&z=2019-07-01&g=2019-07-01) van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op het kamerlid aan wie ingevolge [artikel X 10 van de Kieswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004627&artikel=X_10) tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.
3. De [artikelen 2 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op het kamerlid aan wie ingevolge [artikel X 10 van de Kieswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004627&artikel=X_10) tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.
#### § 2:. Schadeloosstelling
##### Artikel 2
1. De kamerleden genieten een schadeloosstelling van € 8.208,48 per maand, vermeerderd met een percentage dat gelijk is aan het percentage van de vakantie-uitkering voor het burgerlijk rijkspersoneel.
2. Indien de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel wordt gewijzigd en wordt bepaald dat die wijziging een algemeen karakter draagt, wordt bij ministeriële regeling met ingang van de datum, waarop die wijziging ingaat, de schadeloosstelling van kamerleden dienovereenkomstig gewijzigd, onder nadere vaststelling, voor zoveel nodig, van het in het eerste lid genoemde bedrag.
1. De kamerleden genieten een schadeloosstelling van € 8.372,65 per maand, vermeerderd met een percentage dat gelijk is aan het percentage van de vakantie-uitkering dat in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. Indien voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen en daarbij is bepaald dat die wijziging een algemeen karakter draagt, wordt bij ministeriële regeling met ingang van de datum, waarop die wijziging ingaat, de schadeloosstelling van kamerleden dienovereenkomstig gewijzigd, onder nadere vaststelling, voor zoveel nodig, van het in het eerste lid genoemde bedrag.
##### Artikel 2a
1. Indien aan het burgerlijk rijkspersoneel een eenmalige uitkering wordt toegekend en wordt bepaald dat deze uitkering een algemeen karakter draagt, ontvangen de kamerleden een uitkering op gelijke voet.
2. Indien de hoogte van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, afhankelijk is van de hoogte van de schadeloosstelling, wordt bij de vaststelling hiervan rekening gehouden met een eventuele vermindering van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=3&z=2019-07-01&g=2019-07-01), met een eventuele toelage als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=4&artikel=11&z=2019-07-01&g=2019-07-01), alsmede met een verhoging van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=4&artikel=12&z=2019-07-01&g=2019-07-01).
1. Indien voor de ambtenaren, bedoeld in het tweede lid, in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen dat zij een eenmalige uitkering ontvangen en daarbij is bepaald dat dat deze uitkering een algemeen karakter draagt, ontvangen de kamerleden een uitkering op gelijke voet.
2. Indien de hoogte van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, afhankelijk is van de hoogte van de schadeloosstelling, wordt bij de vaststelling hiervan rekening gehouden met een eventuele vermindering van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=3&z=2020-01-01&g=2020-01-01), met een eventuele toelage als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=4&artikel=11&z=2020-01-01&g=2020-01-01), alsmede met een verhoging van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=4&artikel=12&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
##### Artikel 2b
De kamerleden ontvangen een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor het burgerlijk rijkspersoneel zijn vastgesteld. Grondslag voor de eindejaarsuitkering is de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=2&z=2019-07-01&g=2019-07-01), verminderd met het in dat artikel bedoelde percentage en rekening houdend met een eventuele vermindering van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=3&z=2019-07-01&g=2019-07-01), alsmede de toelagen, bedoeld in de[artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=4&artikel=11&z=2019-07-01&g=2019-07-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=4&artikel=12&z=2019-07-01&g=2019-07-01).
De kamerleden ontvangen een eindejaarsuitkering op de voet van hetgeen daaromtrent voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen. Grondslag voor de eindejaarsuitkering is de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), verminderd met het in dat artikel bedoelde percentage en rekening houdend met een eventuele vermindering van de schadeloosstelling als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=3&z=2020-01-01&g=2020-01-01), alsmede de toelagen, bedoeld in de[artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=4&artikel=11&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=4&artikel=12&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
##### Artikel 3
@@ -118,7 +118,7 @@
2. Voorts ontvangen de kamerleden ter vergoeding van reiskosten buiten het woon-werkverkeer een bedrag van € 4900 per jaar.
3. Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt aangepast bij ministeriële regeling overeenkomstig de wijziging in de vergoeding die geldt voor het burgerlijk rijkspersoneel voor dienstreizen voor het gebruik van een eigen motorvoertuig indien openbaar vervoer niet mogelijk of niet doelmatig is.
3. Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt aangepast bij ministeriële regeling overeenkomstig de wijziging in de vergoeding die in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor dienstreizen voor het gebruik van een eigen motorvoertuig indien openbaar vervoer niet mogelijk of niet doelmatig is.
4. De griffier stelt ten laste van de Tweede Kamer op aanvraag de noodzakelijke faciliteiten ten behoeve van vervoer en verblijf ter beschikking in verband met buitenlandse reizen die een kamerlid in het kader van de uitoefening van het kamerlidmaatschap maakt.
@@ -136,13 +136,13 @@
- 150. km. en meer:140 * bedrag B
waarbij bedrag A gelijk is aan de som van de voor dienstreizen van het burgerlijk rijkspersoneel vastgestelde bedragen voor vergoeding wegens verblijfkosten van een lunch en een avondmaaltijd en voor kleine uitgaven overdag en ’s avonds en bedrag B gelijk is aan de som van de voor dienstreizen van het burgerlijk rijkspersoneel vastgestelde bedragen voor vergoeding wegens verblijfkosten van de maaltijden en het logies en voor kleine uitgaven overdag en ’s avonds. De vergoeding behorend bij afstanden, afgerond op hele kilometers, tussen de in bovenstaand schema genoemde afstanden, wordt berekend naar evenredigheid met het verschil tussen de in het schema aangegeven vergoedingen bij de naast hogere en naast lagere afstand. Het bedrag van de vergoeding wordt afgerond op hele euro's.
waarbij bedrag A gelijk is aan de som van de voor dienstreizen van ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst overeengekomen bedragen voor vergoeding wegens verblijfkosten van een lunch en een avondmaaltijd en voor kleine uitgaven overdag en ’s avonds en bedrag B gelijk is aan de som van de voor dienstreizen van ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst overeengekomen bedragen voor vergoeding wegens verblijfkosten van de maaltijden en het logies en voor kleine uitgaven overdag en ’s avonds. De vergoeding behorend bij afstanden, afgerond op hele kilometers, tussen de in bovenstaand schema genoemde afstanden, wordt berekend naar evenredigheid met het verschil tussen de in het schema aangegeven vergoedingen bij de naast hogere en naast lagere afstand. Het bedrag van de vergoeding wordt afgerond op hele euro's.
3. Het kamerlid aan wie ingevolge [artikel X 10 van de Kieswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004627&artikel=X_10) tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte heeft aanspraak op een vergoeding van € 500,– per maand indien de afstand van de woonplaats van het kamerlid of het door het kamerlid bewoonde deel van de woonplaats tot het gebouw van de Tweede Kamer der Staten-Generaal groter is dan 75 km en hij voor de uitoefening van het kamerlidmaatschap beschikt over huisvesting voor verblijf in of nabij ’s-Gravenhage.
##### Artikel 9
1. De kamerleden ontvangen een vergoeding voor aan de uitoefening van het kamerlidmaatschap verbonden kosten die € 2.762,40 per jaar bedraagt.
1. De kamerleden ontvangen een vergoeding voor aan de uitoefening van het kamerlidmaatschap verbonden kosten die € 2.834,22 per jaar bedraagt.
2. Het kamerlid aan wie ingevolge [artikel X 10 van de Kieswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004627&artikel=X_10) tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte ontvangt een onkostenvergoeding ter hoogte van de helft van het in het eerste lid genoemde bedrag.
@@ -176,9 +176,9 @@
##### Artikel 12a
1. Ten behoeve van het woon-werkverkeer en dienstreizen van de voorzitter kan in plaats van de voorzieningen, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=7&z=2019-07-01&g=2019-07-01), een dienstauto ter beschikking worden gesteld.
2. De prijs per kilometer van de dienstauto, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 0,60 exclusief BTW, berekend op de grondslag van een gebruiksduur van twee jaar en 60 000 gereden kilometers per jaar.
1. Ten behoeve van het woon-werkverkeer en dienstreizen van de voorzitter kan in plaats van de voorzieningen, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-01-01), een dienstauto ter beschikking worden gesteld.
2. De prijs per kilometer van de dienstauto, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 0,62 exclusief BTW, berekend op de grondslag van een gebruiksduur van twee jaar en 60 000 gereden kilometers per jaar.
3. Het bedrag, genoemd in het tweede lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het prijsindexcijfer jaargemiddelde operationele autolease inclusief brandstof, zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerd, over het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemde datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer over het jaar daaraan voorafgaand.
@@ -236,15 +236,15 @@
Ten aanzien van een kamerlid waarvan de arbeidsverhouding ingevolge [artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=4) voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, worden als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in [artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31) aangewezen:
- a. de bedragen, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=7&z=2019-07-01&g=2019-07-01), voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in [artikel 31a, tweede lid, onderdeel a, onder 2˚ en 3˚, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31a);
- b. de bedragen, bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=7&z=2019-07-01&g=2019-07-01);
- c. het bedrag, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=8&z=2019-07-01&g=2019-07-01);
- d. de vergoeding, bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=9&z=2019-07-01&g=2019-07-01);
- e. de verstrekkingen, bedoeld in [artikel 10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=10a&z=2019-07-01&g=2019-07-01).
- a. de bedragen, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in [artikel 31a, tweede lid, onderdeel a, onder 2˚ en 3˚, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31a);
- b. de bedragen, bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- c. het bedrag, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- d. de vergoeding, bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- e. de verstrekkingen, bedoeld in [artikel 10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=3&artikel=10a&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
##### Artikel 14
@@ -280,7 +280,7 @@
##### Artikel 19a
Onder neveninkomsten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=3&z=2019-07-01&g=2019-07-01), wordt met betrekking tot aan het kalenderjaar 2001 voorafgaande kalenderjaren verstaan winst uit onderneming en zuivere inkomsten uit tegenwoordige arbeid. Met betrekking tot die jaren wordt in [artikel 3, derde lid, onder Wet inkomstenbelasting 2001](onbekend) verstaan Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Onder neveninkomsten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=3&z=2020-01-01&g=2020-01-01), wordt met betrekking tot aan het kalenderjaar 2001 voorafgaande kalenderjaren verstaan winst uit onderneming en zuivere inkomsten uit tegenwoordige arbeid. Met betrekking tot die jaren wordt in [artikel 3, derde lid, onder Wet inkomstenbelasting 2001](onbekend) verstaan Wet op de inkomstenbelasting 1964.
##### Artikel 20
@@ -298,9 +298,9 @@
##### Artikel 6a
1. Het kamerlid dat ingevolge artikel X 12 van de Kieswet is benoemd in de plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een bedrag van € 703,23 per maand waarmee voorzieningen kunnen worden getroffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
2. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijzigingen die de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=2&z=2019-07-01&g=2019-07-01), ondergaat.
1. Het kamerlid dat ingevolge artikel X 12 van de Kieswet is benoemd in de plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een bedrag van € 717,29 per maand waarmee voorzieningen kunnen worden getroffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
2. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijzigingen die de schadeloosstelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004939¶graaf=2&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), ondergaat.
#### § 3. Onkostenvergoedingen
2019-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2
2019-04-10
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2
2019-02-15
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2, 2
2019-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2018-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2018-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2017-07-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer
2017-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 5 más
2016-01-28
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2016-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 5 más
2015-09-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 5 más
2015-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2014-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2, 2
2013-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2, 2
2012-11-14
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2012-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 20, 20, 20, 20
2011-11-19
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 20, 20, 20
2011-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 20, 20, 20, 20
2010-03-24
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 20, 20, 20
2010-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 5 más
2009-05-29
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 5 más
2009-04-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 7 más
2009-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 7 más
2008-04-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 5 más
2008-02-08
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 5 más
2008-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 7 más
2007-11-30
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 7 más
2007-04-27
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 9 más
2007-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 14, 14, 14 y 13 más
2006-10-11
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer
2006-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 10, 10, 10 y 9 más
2005-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 10, 14, 20, 21
2004-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 10, 14, 20, 21
2003-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 10, 14, 20, 21
2002-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer — arts. 1, 3, 10 y 14 más
2002-01-01
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer
original version
Tekst op deze datum