Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 29 augustus 1991 tot herziening van de Woningwet

74 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Woningwet — arts. 152, 153
2025-02-12
Woningwet — arts. 152, 153
2025-01-01
Woningwet — arts. 152, 152, 153, 153
2024-12-11
Woningwet — arts. 152, 152, 153, 153
2023-04-02
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2023-03-01
Woningwet — arts. 65, 126, 129 y 3 más
2023-01-01
Woningwet — arts. 65, 126, 129 y 3 más
2022-05-01
Woningwet — arts. 65, 126, 129 y 3 más
2021-10-28
Woningwet — arts. 65, 126, 129 y 3 más
2021-07-01
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2021-04-01
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2021-01-21
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2020-10-01
Woningwet — arts. 65, 126, 129 y 3 más
2020-08-01
Woningwet — arts. 65, 126, 129 y 3 más
2020-03-14
Woningwet — arts. 65, 126, 129 y 3 más
2020-02-15
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2020-01-01
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2019-01-01
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2018-06-13
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2017-01-01
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2016-07-01
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2016-04-14
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2016-01-01
Woningwet — arts. 65, 65, 126 y 9 más
2014-11-29
Woningwet — arts. 65, 126, 129 y 3 más
2014-01-01
Woningwet — arts. 65, 126, 129 y 3 más
2013-07-01
Woningwet — arts. 65, 126, 129 y 3 más
2013-01-01
Woningwet — arts. 65, 83, 126 y 4 más
2012-10-01
Woningwet — arts. 65, 83, 126 y 4 más
2012-04-01
Woningwet — arts. 65, 83, 126 y 4 más

Wijzigingen op 2012-04-01

@@ -18,7 +18,7 @@
- c. gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
- d. omgevingsvergunning: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1);
- d. omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in [artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=1.1);
- e. bevoegd gezag: het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=1.1), dan wel, bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dat artikellid, burgemeester en wethouders;
@@ -34,39 +34,69 @@
- k. inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
- l. toegelaten instelling: instelling als bedoeld in [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70&z=2012-03-10&g=2012-03-10);
- m. fonds: Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, bedoeld in [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71&z=2012-03-10&g=2012-03-10);
- n. welstandscommissie: door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie die aan burgemeester en wethouders advies uitbrengt ten aanzien van de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand;
- o. stadsbouwmeester: door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke deskundige die aan burgemeester en wethouders advies uitbrengt ten aanzien van de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand;
- l. toegelaten instelling: instelling als bedoeld in [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70&z=2012-04-01&g=2012-04-01);
- m. fonds: Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, bedoeld in [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71&z=2012-04-01&g=2012-04-01);
- n. welstandscommissie: door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie die aan burgemeester en wethouders advies uitbrengt ten aanzien van de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van dat bouwwerk is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand;
- o. stadsbouwmeester: door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke deskundige die aan burgemeester en wethouders advies uitbrengt ten aanzien van de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van dat bouwwerk is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand;
- p. stedelijke vernieuwing: op stedelijk gebied gerichte inspanningen die strekken tot verbetering van de leefbaarheid en veiligheid, bevordering van een duurzame ontwikkeling en verbetering van de woon- en milieukwaliteit, versterking van het economisch draagvlak, versterking van culturele kwaliteiten, bevordering van de sociale samenhang, verbetering van de bereikbaarheid, verhoging van de kwaliteit van de openbare ruimte of anderszins tot structurele kwaliteitsverhoging van dat stedelijk gebied.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder woning mede verstaan een afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte tot bewoning is bestemd.
3. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder bouwwerk mede verstaan de daarvan deel uitmakende installaties.
### Hoofdstuk II. Voorschriften betreffende het bouwen, de staat van bestaande bouwwerken en standplaatsen, het gebruik, het slopen en de welstand
### Afdeling 1. Voorschriften betreffende het bouwen en de staat van bestaande bouwwerken en standplaatsen
##### Artikel 2
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu technische voorschriften gegeven omtrent het bouwen van woningen en andere gebouwen.
2. Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur worden voorts uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid voorschriften gegeven omtrent de staat van bestaande woningen en van bestaande andere gebouwen.
3. Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur worden voorts uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid en milieu technische voorschriften gegeven omtrent het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde.
4. Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur worden voorts uit het oogpunt van veiligheid en gezondheid technische voorschriften gegeven omtrent de staat van bestaande bouwwerken, geen gebouw zijnde.
5. Aan een voorschrift omtrent het bouwen van een bouwwerk kunnen voorschriften worden verbonden.
6. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden technische voorschriften gegeven omtrent:
- a. het bouwen van een bouwwerk;
- b. de staat van een bestaand bouwwerk;
- c. het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen technische voorschriften worden gegeven omtrent:
- a. de staat van een open erf of terrein;
- b. het in gebruik nemen of gebruiken van een open erf of terrein;
- c. het slopen;
- d. het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden omtrent de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en het tweede lid, onderdelen c en d, andere dan technische voorschriften gegeven.
Tot de voorschriften omtrent het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, behoren in ieder geval:
- a. voorschriften inhoudende een verbod tot ingebruikneming of gebruik zonder het doen van een gebruiksmelding aan het bevoegd gezag;
- b. voorschriften inhoudende de bevoegdheid om bij de bouwverordening, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-04-01&g=2012-04-01), af te wijken van het aantal personen vanaf waar bij het bieden van nachtverblijf aan die personen krachtens [artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) een vergunning voor het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk is vereist.
Tot de voorschriften omtrent de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, behoren in ieder geval:
- a. voorschriften inhoudende de verplichting om het voornemen te slopen aan het bevoegd gezag te melden;
- b. voorschriften inhoudende de verplichting te voldoen aan aanvullende voorschriften die door het bevoegd gezag bij beschikking kunnen worden gegeven met het oog op de lokale situatie.
Tot de voorschriften omtrent de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en het tweede lid, onderdeel d, kunnen behoren voorschriften omtrent de beschikbaarheid van gegevens en bescheiden. Tot de voorschriften omtrent het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, kunnen daarnaast behoren voorschriften inhoudende de verplichting om de feitelijke aanvang van het uitvoeren van bouwwerkzaamheden, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is verleend, of sloopwerkzaamheden aan het bevoegd gezag te melden.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, onderdelen a en b, andere dan technische voorschriften worden gegeven.
5. De voorschriften, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, kunnen uitsluitend worden gegeven vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid of milieu.
6. De voordracht voor een krachtens het eerste, tweede, derde of vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 3
Bij of krachtens de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10) bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden verwezen naar:
Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 2, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01), kan worden verwezen naar:
- a. normen of delen van normen en
@@ -74,19 +104,21 @@
##### Artikel 4
Indien een bouwwerk gedeeltelijk wordt vernieuwd, veranderd of vergroot, zijn de voorschriften, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10), voor zover zij betrekking hebben op dat bouwen, slechts van toepassing op die vernieuwing, verandering of vergroting.
Indien een bouwwerk gedeeltelijk wordt vernieuwd, veranderd of vergroot, zijn de voorschriften, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01), voor zover zij betrekking hebben op dat bouwen, slechts van toepassing op die vernieuwing, verandering of vergroting.
##### Artikel 5
Op de voordracht van Onze Minister wordt de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10) bedoelde algemene maatregel van bestuur in overeenstemming gebracht met technische voorschriften omtrent het bouwen, die zijn of worden gegeven bij of krachtens een andere algemene maatregel van bestuur.
Op de voordracht van Onze Minister wordt een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01), in overeenstemming gebracht met technische voorschriften omtrent het bouwen van een bouwwerk, die zijn of worden gegeven bij of krachtens een andere algemene maatregel van bestuur.
##### Artikel 6
Bij of krachtens de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10) bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat van een daarbij gegeven voorschrift bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken tot een bij dat voorschrift aangegeven niveau of, indien sprake is van het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk dat tevens kan worden aangemerkt als een activiteit met betrekking tot een monument als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1), dan wel [artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.2), in het belang van de monumentenzorg.
1. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01), kan worden bepaald dat van een daarbij gegeven voorschrift omtrent het bouwen van een bouwwerk bij een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk kan worden afgeweken tot een bij dat voorschrift aangegeven niveau of, indien sprake is van het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk dat tevens kan worden aangemerkt als een activiteit met betrekking tot een monument als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1), dan wel [artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.2), in het belang van de monumentenzorg.
2. Het bevoegd gezag kan van een bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 2, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01), gegeven voorschrift omtrent het slopen of het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden ontheffing verlenen, voor zover dat bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur is toegestaan.
##### Artikel 7
1. Onze Minister kan op verzoek van een aanvrager om een omgevingsvergunning in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de bij of krachtens de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10) bedoelde algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften, met dien verstande dat, indien het verzoek betrekking heeft op voorschriften als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=5&z=2012-03-10&g=2012-03-10), hij de ontheffing slechts kan verlenen in overeenstemming met het bij of krachtens de desbetreffende wet daartoe bevoegd verklaarde gezag.
1. Onze Minister kan op verzoek van een aanvrager om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01), gegeven voorschriften omtrent bouwen, met dien verstande dat, indien het verzoek betrekking heeft op voorschriften als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=5&z=2012-04-01&g=2012-04-01), hij de ontheffing slechts kan verlenen in overeenstemming met het bij of krachtens de desbetreffende wet daartoe bevoegd verklaarde gezag.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een verklaring van het bevoegd gezag, dat het de desbetreffende omgevingsvergunning zal verlenen indien ontheffing als bedoeld in dat lid, is verkregen.
@@ -104,7 +136,7 @@
##### Artikel 7a
1. Onze Minister kan met het oog op duurzaam bouwen in een bijzonder geval het bevoegd gezag toestaan door hem voorgestelde nadere voorschriften op te leggen ter voldoening aan de technische voorschriften, gegeven bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10). Dit toestaan kan ook betrekking hebben op door het bevoegd gezag voorgestelde, uit het oogpunt van milieu op te leggen technische voorschriften, waarin de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10), niet voorziet. Een verzoek van het bevoegd gezag geschiedt mede aan de hand van een door Onze Minister ter beschikking gesteld formulier. Het verzoek, alsmede de daarbij voorgestelde op te leggen voorschriften zijn gemotiveerd en van een toelichting voorzien.
1. Onze Minister kan met het oog op duurzaam bouwen in een bijzonder geval het bevoegd gezag toestaan door hem voorgestelde nadere voorschriften op te leggen ter voldoening aan de technische voorschriften omtrent bouwen, gegeven bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01). Dit toestaan kan ook betrekking hebben op door het bevoegd gezag voorgestelde, uit het oogpunt van milieu op te leggen technische voorschriften omtrent bouwen, waarin een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01), niet voorziet. Een verzoek van het bevoegd gezag geschiedt mede aan de hand van een door Onze Minister ter beschikking gesteld formulier. Het verzoek, alsmede de daarbij voorgestelde op te leggen voorschriften zijn gemotiveerd en van een toelichting voorzien.
2. Onze Minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een verzoek om toestemming. Hij kan die beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. Indien toestemming wordt verleend, geldt die toestemming alleen voor het geval waarop het verzoek betrekking heeft. Aan een toestemming kunnen voorschriften worden verbonden.
@@ -124,47 +156,13 @@
1. De gemeenteraad stelt een bouwverordening vast, die uitsluitend de voorschriften, bedoeld in het tweede tot en met zesde lid, bevat.
2. De bouwverordening bevat voorschriften omtrent:
- a. het gebruik van woningen, andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder in elk geval zijn begrepen voorschriften met betrekking tot:
- 1°. de beschikbaarheid van drinkwater en energie;
- 2°. de reinheid;
- 3°. het bestrijden van schadelijk of hinderlijk gedierte;
- 4°. de brandveiligheid en
- 5°. voor zover het woningen betreft, het aantal personen dat in een dergelijk gebouw mag wonen;
- b. het gebruik van open erven en terreinen en de staat, waarin deze zich moeten bevinden;
- c. het tegengaan van het bouwen van een bouwwerk op verontreinigde bodem;
- d. het slopen, waaronder begrepen voorschriften omtrent selectief slopen;
- e. het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden met betrekking tot een bouwwerk, waaronder in elk geval zijn begrepen voorschriften met betrekking tot:
- 1°. de veiligheid op de bouw- of sloopplaats;
- 2°. de tijdstippen waarop met het bouwen of het slopen mag worden en wordt begonnen;
- 3°. de tijdstippen waarop met het bouwen of het slopen moet zijn begonnen en het bouwen of het slopen moet zijn beëindigd, alsmede de wijze van gereedmelding van het bouwen of het slopen;
- 4°. de termijn gedurende welke het bouwen of het slopen ten hoogste mag stilliggen;
- 5°. bescheiden die op de bouw- of sloopplaats aanwezig moeten zijn;
- 6°. opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen, die met betrekking tot het bouwen of het slopen noodzakelijk zijn en
- 7°. het tijdstip en de wijze van overleggen van kwaliteitsverklaringen en van nadere gegevens met betrekking tot de installaties voor drinkwater en energie.
3. De voorschriften, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken:
2. De bouwverordening bevat voorschriften omtrent het tegengaan van het bouwen van een bouwwerk op verontreinigde bodem.
3. De voorschriften, bedoeld in het tweede lid, hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken:
- a. waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven,
- b. voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, met uitzondering van bouwwerken die naar aard en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk voor het bouwen waarvan op grond van [artikel 2.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) geen omgevingsvergunning is vereist, en
- b. voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, met uitzondering van bouwwerken die naar aard en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk waarvoor op grond van [artikel 2.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) een dergelijke vergunning niet is vereist, en
- c.
@@ -172,7 +170,7 @@
- 2°. ten aanzien waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd.
4. De voorschriften, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, hebben in elk geval betrekking op:
4. De voorschriften, bedoeld in het tweede lid, hebben in elk geval betrekking op:
- a. het verrichten van onderzoek naar aard en mate van verontreiniging van de bodem;
@@ -188,13 +186,13 @@
- c. de plaatsing van bouwwerken ten opzichte van elkaar, mede uit het oogpunt van bereikbaarheid van die bouwwerken.
6. De bouwverordening bevat tevens voorschriften omtrent de samenstelling, inrichting en werkwijze van de welstandscommissie. Zij kan bepalen dat er in plaats van een welstandscommissie een stadsbouwmeester wordt aangesteld, in welk geval de bouwverordening voorschriften bevat over de rol en de functie van de stadsbouwmeester. Voorts kan de bouwverordening nadere voorschriften bevatten omtrent de verslagen, bedoeld in [artikel 12b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12b&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
6. De bouwverordening bevat tevens voorschriften omtrent de samenstelling, inrichting en werkwijze van de welstandscommissie. Zij kan bepalen dat er in plaats van een welstandscommissie een stadsbouwmeester wordt aangesteld, in welk geval de bouwverordening voorschriften bevat over de rol en de functie van de stadsbouwmeester. Voorts kan de bouwverordening nadere voorschriften bevatten omtrent de verslagen, bedoeld in [artikel 12b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12b&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
7. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in de bouwverordening voorschriften worden gegeven omtrent andere onderwerpen dan die, genoemd in het tweede, vijfde en zesde lid.
8. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter bevordering van eenheid in de bouwverordeningen regelen worden gegeven omtrent de inhoud van de voorschriften, bedoeld in het tweede tot en met vierde, zesde en zevende lid.
9. De gemeenteraad brengt binnen een jaar na het in werking treden van de krachtens het achtste lid en de krachtens [artikel 120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IX&artikel=120&z=2012-03-10&g=2012-03-10) gegeven voorschriften de bouwverordening met die voorschriften in overeenstemming. Zolang de bouwverordening niet met die voorschriften in overeenstemming is gebracht, gelden die voorschriften rechtstreeks.
9. De gemeenteraad brengt binnen een jaar na het in werking treden van de krachtens het achtste lid en de krachtens [artikel 120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IX&artikel=120&z=2012-04-01&g=2012-04-01) gegeven voorschriften de bouwverordening met die voorschriften in overeenstemming. Zolang de bouwverordening niet met die voorschriften in overeenstemming is gebracht, gelden die voorschriften rechtstreeks.
##### Artikel 9
@@ -210,7 +208,7 @@
1. Bij een in de bouwverordening gegeven voorschrift kan worden bepaald, dat daarvan kan worden afgeweken bij een vergunning voor een bouw- of sloopactiviteit als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1), respectievelijk [2.2, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.2).
2. Van een voorschrift dat overeenkomstig [artikel 8, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-03-10&g=2012-03-10), in de bouwverordening is opgenomen kan slechts worden afgeweken voor zover dat is toegestaan op grond van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8, achtste lid.
2. Van een voorschrift dat overeenkomstig [artikel 8, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-04-01&g=2012-04-01), in de bouwverordening is opgenomen kan slechts worden afgeweken voor zover dat is toegestaan op grond van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8, achtste lid.
### Afdeling 3. De welstand
@@ -218,15 +216,15 @@
1. Het uiterlijk van:
- a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een bouwwerk, niet zijnde een seizoensgebonden bouwwerk, waarvoor in de omgevingsvergunning is bepaald dat dit slechts voor een bepaalde periode in stand mag worden gehouden;
- a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een bouwwerk, niet zijnde een seizoensgebonden bouwwerk, waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen van dat bouwwerk is bepaald dat dit slechts voor een bepaalde periode in stand mag worden gehouden;
- b. een te bouwen bouwwerk voor het bouwen waarvan op grond van [artikel 2.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) geen omgevingsvergunning is vereist,
mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12a&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12a&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
2. De gemeenteraad kan besluiten dat, in afwijking van het eerste lid en [artikel 2.10, eerste lid, onder d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.10), voor een daarbij aan te wijzen gebied of voor een of meer daarbij aan te wijzen categorieën van bestaande en te bouwen bouwwerken geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.
3. Voor zover de toepassing van de criteria, bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12a&z=2012-03-10&g=2012-03-10), leidt tot strijd met het bestemmingsplan of met in de bouwverordening opgenomen voorschriften van stedenbouwkundige aard, blijven die criteria buiten toepassing.
3. Voor zover de toepassing van de criteria, bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12a&z=2012-04-01&g=2012-04-01), leidt tot strijd met het bestemmingsplan of met in de bouwverordening opgenomen voorschriften van stedenbouwkundige aard, blijven die criteria buiten toepassing.
4. De gemeenteraad betrekt de ingezetenen van de gemeente en belanghebbenden bij de voorbereiding van besluiten krachtens het tweede lid op de wijze voorzien in de krachtens [artikel 150 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=150) vastgestelde verordening.
@@ -236,9 +234,9 @@
##### Artikel 13
Het bevoegd gezag kan degene die als eigenaar van een gebouw of een bouwwerk, niet zijnde een gebouw, dan wel uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen, verplichten tot het binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn treffen van voorzieningen waardoor de staat van dat gebouw of dat bouwwerk komt te liggen op een niveau dat hoger is dan het niveau dat overeenkomt met de voorschriften, bedoeld in [artikel 1b, tweede lid, onderdeel a, respectievelijk b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=1b&z=2012-03-10&g=2012-03-10), zonder dat dit hoger komt te liggen dan het niveau dat overeenkomt met de voorschriften, bedoeld in artikel 1b, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk b, mits die voorzieningen:
- a. onderdeel zijn van een onderhoudsplan voor een gebouw als bedoeld in [artikel 12d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=12d&z=2012-03-10&g=2012-03-10), en niet binnen de daarvoor in het onderhoudsplan gestelde termijn zijn uitgevoerd, dan wel
Het bevoegd gezag kan degene die als eigenaar van een gebouw of een bouwwerk, niet zijnde een gebouw, dan wel uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen, verplichten tot het binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn treffen van voorzieningen waardoor de staat van dat gebouw of dat bouwwerk komt te liggen op een niveau dat hoger is dan het niveau dat overeenkomt met de voorschriften, bedoeld in [artikel 1b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=1b&z=2012-04-01&g=2012-04-01), zonder dat dit hoger komt te liggen dan het niveau dat overeenkomt met de voorschriften, bedoeld in artikel 1b, eerste lid, mits die voorzieningen:
- a. onderdeel zijn van een onderhoudsplan voor een gebouw als bedoeld in [artikel 12d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=12d&z=2012-04-01&g=2012-04-01), en niet binnen de daarvoor in het onderhoudsplan gestelde termijn zijn uitgevoerd, dan wel
- b. naar het oordeel van het bevoegd gezag anderszins noodzakelijk zijn.
@@ -246,7 +244,7 @@
##### Artikel 14
1. Indien een gebouw, een open erf of een terrein op grond van [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2012-03-10&g=2012-03-10), dan wel een gebouw op grond van [artikel 174a van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=174a), een verordening als bedoeld in [artikel 174 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=174) of [artikel 13b van de Opiumwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=13b) is gesloten, kan bij besluit van het bevoegd gezag degene die als eigenaar of uit anderen hoofde bevoegd is tot het in gebruik geven van dat gebouw, open erf of terrein, worden verplicht om naar keuze van het bevoegd gezag het gebouw, open erf of terrein binnen een daarbij te bepalen termijn:
1. Indien een gebouw, een open erf of een terrein op grond van [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2012-04-01&g=2012-04-01), dan wel een gebouw op grond van [artikel 174a van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=174a), een verordening als bedoeld in [artikel 174 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=174) of [artikel 13b van de Opiumwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=13b) is gesloten, kan bij besluit van het bevoegd gezag degene die als eigenaar of uit anderen hoofde bevoegd is tot het in gebruik geven van dat gebouw, open erf of terrein, worden verplicht om naar keuze van het bevoegd gezag het gebouw, open erf of terrein binnen een daarbij te bepalen termijn:
- a. in gebruik te geven aan een andere persoon dan degene die als gevolg van de sluiting het gebruik van het gebouw, open erf of terrein heeft moeten staken, of
@@ -268,9 +266,9 @@
##### Artikel 15
1. Het bevoegd gezag kan gelijktijdig met een besluit als bedoeld in [artikel 12d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=12d&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13a&z=2012-03-10&g=2012-03-10) of [14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2012-03-10&g=2012-03-10), besluiten tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom, gericht op naleving van het eerstgenoemde besluit. In dat geval worden beide besluiten gelijktijdig bekendgemaakt.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid maakt het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom, wat betreft de mogelijkheid van bezwaar en beroep, deel uit van het in [artikel 12d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=12d&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13a&z=2012-03-10&g=2012-03-10) of [14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2012-03-10&g=2012-03-10), bedoelde besluit.
1. Het bevoegd gezag kan gelijktijdig met een besluit als bedoeld in [artikel 12d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=12d&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13a&z=2012-04-01&g=2012-04-01) of [14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2012-04-01&g=2012-04-01), besluiten tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom, gericht op naleving van het eerstgenoemde besluit. In dat geval worden beide besluiten gelijktijdig bekendgemaakt.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid maakt het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom, wat betreft de mogelijkheid van bezwaar en beroep, deel uit van het in [artikel 12d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=12d&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13a&z=2012-04-01&g=2012-04-01) of [14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2012-04-01&g=2012-04-01), bedoelde besluit.
##### Artikel 15a
@@ -282,7 +280,7 @@
##### Artikel 17
1. Indien overtreding van de bij of krachtens [hoofdstuk I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=I&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&z=2012-03-10&g=2012-03-10), of [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&z=2012-03-10&g=2012-03-10) gegeven voorschriften met betrekking tot de staat of het gebruik van een gebouw, open erf of terrein gepaard gaat met een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid, en er een klaarblijkelijk gevaar is op herhaling van de overtreding, kan het bevoegd gezag besluiten dat gebouw, open erf of terrein te sluiten. De [artikelen 5:24, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:24), en [5:25 tot en met 5:28 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:25) zijn van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag kan van de overtreder de ingevolge [artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:25) verschuldigde kosten invorderen bij dwangbevel.
1. Indien overtreding van de bij of krachtens [hoofdstuk I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=I&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&z=2012-04-01&g=2012-04-01), of [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&z=2012-04-01&g=2012-04-01) gegeven voorschriften met betrekking tot de staat of het gebruik van een gebouw, open erf of terrein gepaard gaat met een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid, en er een klaarblijkelijk gevaar is op herhaling van de overtreding, kan het bevoegd gezag besluiten dat gebouw, open erf of terrein te sluiten. De [artikelen 5:24, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:24), en [5:25 tot en met 5:28 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:25) zijn van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag kan van de overtreder de ingevolge [artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:25) verschuldigde kosten invorderen bij dwangbevel.
2. Het bevoegd gezag bepaalt in het besluit, bedoeld in het eerste lid, de duur van de sluiting.
@@ -296,7 +294,7 @@
##### Artikel 18
Indien het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13a&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2012-03-10&g=2012-03-10), of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2012-03-10&g=2012-03-10) heeft genomen en, nadat dat besluit is genomen, een ander bestuursorgaan ten aanzien van het betrokken bouwwerk, open erf of terrein het bevoegd gezag wordt, is [artikel 5.2, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.2) op een zodanig besluit van overeenkomstige toepassing.
Indien het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13a&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2012-04-01&g=2012-04-01), of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2012-04-01&g=2012-04-01) heeft genomen en, nadat dat besluit is genomen, een ander bestuursorgaan ten aanzien van het betrokken bouwwerk, open erf of terrein het bevoegd gezag wordt, is [artikel 5.2, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.2) op een zodanig besluit van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 19
@@ -516,7 +514,7 @@
##### Artikel 65
1. Burgemeester en wethouders alsmede gedeputeerde staten verstrekken overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften informatie ten behoeve van de door Onze Minister ingevolge [artikel 64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=64&z=2012-03-10&g=2012-03-10) aan de Staten-Generaal te verstrekken gegevens.
1. Burgemeester en wethouders alsmede gedeputeerde staten verstrekken overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften informatie ten behoeve van de door Onze Minister ingevolge [artikel 64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=64&z=2012-04-01&g=2012-04-01) aan de Staten-Generaal te verstrekken gegevens.
2. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval voorschriften gegeven omtrent de aard en omvang van de te verstrekken informatie, de instanties die, alvorens de informatie wordt verstrekt, moeten worden gehoord, alsmede de wijze waarop, het tijdstip waarop en de instantie waaraan de informatie moet worden verstrekt.
@@ -534,7 +532,7 @@
##### Artikel 69
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=65&z=2012-03-10&g=2012-03-10), treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=65&z=2012-04-01&g=2012-04-01), treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
### Afdeling 3. Vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaarverklaarde woning of woonwagen
@@ -592,7 +590,7 @@
##### Artikel 70d
1. De toegelaten instellingen staan onder toezicht van Onze Minister, behoudens [artikel 71a, eerste lid, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71a&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
1. De toegelaten instellingen staan onder toezicht van Onze Minister, behoudens [artikel 71a, eerste lid, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71a&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden omtrent het toezicht nadere voorschriften gegeven. Daarbij kan worden bepaald dat in de bij die maatregel aangegeven gevallen:
@@ -648,11 +646,11 @@
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent de toelating, weigering en intrekking van de toelating, alsmede omtrent de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
3. De [artikelen 70, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [70a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70a&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [70b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70b&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [70d tot en met 70i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70d&z=2012-03-10&g=2012-03-10) en [105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=VIII&artikel=105&z=2012-03-10&g=2012-03-10) zijn voorzover mogelijk van toepassing.
3. De [artikelen 70, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [70a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70a&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [70b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70b&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [70d tot en met 70i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70d&z=2012-04-01&g=2012-04-01) en [105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=VIII&artikel=105&z=2012-04-01&g=2012-04-01) zijn voorzover mogelijk van toepassing.
##### Artikel 70k
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [70c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70c&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [70d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70d&z=2012-03-10&g=2012-03-10) en [70j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70j&z=2012-03-10&g=2012-03-10) treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [70c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70c&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [70d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70d&z=2012-04-01&g=2012-04-01) en [70j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70j&z=2012-04-01&g=2012-04-01) treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
### Afdeling 3. Instellingen werkzaam in het belang van de volkshuisvesting
@@ -676,7 +674,7 @@
##### Artikel 71b
1. Het fonds stelt jaarlijks voor 1 december beleidsregels vast, waarin wordt bepaald op welke wijze het fonds uitvoering geeft aan [artikel 71a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71a&z=2012-03-10&g=2012-03-10) en de daarop berustende algemene maatregelen van bestuur. De beleidsregels zijn van toepassing op het eerstvolgende kalenderjaar. Het fonds doet een afschrift van de beleidsregels aan Onze Minister toekomen.
1. Het fonds stelt jaarlijks voor 1 december beleidsregels vast, waarin wordt bepaald op welke wijze het fonds uitvoering geeft aan [artikel 71a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71a&z=2012-04-01&g=2012-04-01) en de daarop berustende algemene maatregelen van bestuur. De beleidsregels zijn van toepassing op het eerstvolgende kalenderjaar. Het fonds doet een afschrift van de beleidsregels aan Onze Minister toekomen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inhoud en de bekendmaking van de in het eerste lid bedoelde beleidsregels.
@@ -712,7 +710,7 @@
2. Elke toegelaten instelling die op 1 januari van een kalenderjaar als zodanig bestaat, is over dat kalenderjaar een bijdrage aan het fonds verschuldigd. Het fonds bepaalt de hoogte van de bijdrage volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven voorschriften. Het besluit tot bepaling van de hoogte van de bijdrage behoeft de instemming van Onze Minister.
3. Onze Minister kan, indien hij van oordeel is dat het fonds op de in het tweede lid bedoelde datum over voldoende financiële middelen zal beschikken om zonder storting van een bijdrage als bedoeld in dat lid ten minste een jaar uitvoering te geven aan [artikel 71a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71a&z=2012-03-10&g=2012-03-10), voor die datum bepalen dat een zodanige bijdrage niet verschuldigd is over het jaar waarin die datum valt.
3. Onze Minister kan, indien hij van oordeel is dat het fonds op de in het tweede lid bedoelde datum over voldoende financiële middelen zal beschikken om zonder storting van een bijdrage als bedoeld in dat lid ten minste een jaar uitvoering te geven aan [artikel 71a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71a&z=2012-04-01&g=2012-04-01), voor die datum bepalen dat een zodanige bijdrage niet verschuldigd is over het jaar waarin die datum valt.
##### Artikel 71f
@@ -762,7 +760,7 @@
##### Artikel 73
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 71a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71a&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [71b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71b&z=2012-03-10&g=2012-03-10) en [71e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71e&z=2012-03-10&g=2012-03-10), treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 71a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71a&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [71b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71b&z=2012-04-01&g=2012-04-01) en [71e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3A&artikel=71e&z=2012-04-01&g=2012-04-01), treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
### Afdeling 4. Voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting vanwege de gemeente of de provincie
@@ -860,7 +858,7 @@
##### Artikel 83
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=81&z=2012-03-10&g=2012-03-10) en [82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=82&z=2012-03-10&g=2012-03-10), treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=81&z=2012-04-01&g=2012-04-01) en [82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=82&z=2012-04-01&g=2012-04-01), treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
##### Artikel 84
@@ -900,13 +898,13 @@
##### Artikel 92
1. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [hoofdstukken I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=I&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
2. Met betrekking tot de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [hoofdstukken I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=I&z=2012-03-10&g=2012-03-10) zijn de [artikelen 5.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.2), en [5.3 tot en met 5.25 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.10) van toepassing.
1. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [hoofdstukken I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=I&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
2. Met betrekking tot de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [hoofdstukken I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=I&z=2012-04-01&g=2012-04-01) zijn de [artikelen 5.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.2), en [5.3 tot en met 5.25 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.10) van toepassing.
##### Artikel 93
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de [hoofdstukken V tot en met IX](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&z=2012-03-10&g=2012-03-10) bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de [hoofdstukken V tot en met IX](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&z=2012-04-01&g=2012-04-01) bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
@@ -922,7 +920,7 @@
##### Artikel 96
In aanvulling op [artikel 5.11, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.11) zijn met het toezicht op de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de [hoofdstukken I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=I&z=2012-03-10&g=2012-03-10) tevens belast de bij besluit van de commissaris van de Koning aangewezen personen. Artikel 5.11, tweede lid, van die wet is van overeenkomstige toepassing.
In aanvulling op [artikel 5.11, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.11) zijn met het toezicht op de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de [hoofdstukken I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=I&z=2012-04-01&g=2012-04-01) tevens belast de bij besluit van de commissaris van de Koning aangewezen personen. Artikel 5.11, tweede lid, van die wet is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 97
@@ -970,7 +968,7 @@
##### Artikel 105
1. Onze Minister kan aan een toegelaten instelling die in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [70a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70a&z=2012-03-10&g=2012-03-10) of [70c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70c&z=2012-03-10&g=2012-03-10), of met een maatregel als bedoeld in [artikel 70d, tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70d&z=2012-03-10&g=2012-03-10), een last onder dwangsom opleggen.
1. Onze Minister kan aan een toegelaten instelling die in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [70a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70a&z=2012-04-01&g=2012-04-01) of [70c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70c&z=2012-04-01&g=2012-04-01), of met een maatregel als bedoeld in [artikel 70d, tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70d&z=2012-04-01&g=2012-04-01), een last onder dwangsom opleggen.
2. De verbeurde dwangsom komt toe aan het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting.
@@ -1040,7 +1038,7 @@
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven met het oog op de nakoming van voor Nederland verbindende internationale verplichtingen die betrekking hebben op of samenhangen met onderwerpen waarin bij of krachtens deze wet is voorzien.
2. Gedragingen in strijd met voorschriften als bedoeld in het eerste lid, niet zijnde voorschriften als bedoeld in [artikel 8, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-03-10&g=2012-03-10), zijn verboden.
2. Gedragingen in strijd met voorschriften als bedoeld in het eerste lid, niet zijnde voorschriften als bedoeld in [artikel 8, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-04-01&g=2012-04-01), zijn verboden.
##### Artikel 120a
@@ -1058,13 +1056,13 @@
De bevoegdheid, de gemeenteraad toekomende overeenkomstig [artikel 149 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=149), mag niet worden uitgeoefend ten aanzien van de onderwerpen waarin is voorzien bij of krachtens de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in:
- a. [artikel 12a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12a&z=2012-03-10&g=2012-03-10);
- b. [artikel 70c, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70c&z=2012-03-10&g=2012-03-10), voorzover die algemene maatregel van bestuur betrekking heeft op toegelaten instellingen.
- a. [artikel 12a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12a&z=2012-04-01&g=2012-04-01);
- b. [artikel 70c, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70c&z=2012-04-01&g=2012-04-01), voorzover die algemene maatregel van bestuur betrekking heeft op toegelaten instellingen.
##### Artikel 122
De gemeente kan geen rechtshandelingen naar burgerlijk recht verrichten ten aanzien van de onderwerpen waarin bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10), is voorzien of die met betrekking tot het bouwen bij of krachtens de [Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779) zijn geregeld.
De gemeente kan geen rechtshandelingen naar burgerlijk recht verrichten ten aanzien van de onderwerpen waarin bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01), is voorzien of die met betrekking tot het bouwen bij of krachtens de [Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779) zijn geregeld.
##### Artikel 123
@@ -1080,9 +1078,9 @@
##### Artikel 126
1. Gedurende ten hoogste een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van [hoofdstuk II, afdeling 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10), blijft de op grond van de [Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379) geldende gemeentelijke bouwverordening, voor zover deze niet in strijd is met de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, van kracht en geldt deze als de bouwverordening, genoemd in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
2. De bouwverordening, genoemd in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-03-10&g=2012-03-10), wordt vastgesteld binnen zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van [hoofdstuk II, afdeling 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
1. Gedurende ten hoogste een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van [hoofdstuk II, afdeling 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01), blijft de op grond van de [Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379) geldende gemeentelijke bouwverordening, voor zover deze niet in strijd is met de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, van kracht en geldt deze als de bouwverordening, genoemd in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
2. De bouwverordening, genoemd in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-04-01&g=2012-04-01), wordt vastgesteld binnen zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van [hoofdstuk II, afdeling 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
##### Artikel 127
@@ -1098,15 +1096,15 @@
##### Artikel 129
1. Verzoeken om toestemming als bedoeld in [artikel 46 van de Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379&artikel=46), alsmede enig beroep, ingesteld tegen een beslissing omtrent een dergelijk verzoek, worden afgedaan overeenkomstig genoemde wet. Verzoeken als bedoeld in dit lid, gelden als aanvragen om vergunning als bedoeld in [artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=61&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
2. Toestemmingen als bedoeld in [artikel 46 van de Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379&artikel=46), waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld, gelden als vergunningen als bedoeld in [artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=61&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
1. Verzoeken om toestemming als bedoeld in [artikel 46 van de Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379&artikel=46), alsmede enig beroep, ingesteld tegen een beslissing omtrent een dergelijk verzoek, worden afgedaan overeenkomstig genoemde wet. Verzoeken als bedoeld in dit lid, gelden als aanvragen om vergunning als bedoeld in [artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=61&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
2. Toestemmingen als bedoeld in [artikel 46 van de Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379&artikel=46), waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld, gelden als vergunningen als bedoeld in [artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=61&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
##### Artikel 130
1. Aanvragen om bouwvergunning als bedoeld in [artikel 47, eerste lid, van de Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379&artikel=47), alsmede enig beroep, ingesteld tegen een beslissing omtrent een dergelijke aanvraag, worden afgedaan overeenkomstig genoemde wet. Aanvragen als bedoeld in dit lid, gelden als aanvragen om bouwvergunning als bedoeld in [artikel 40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=40&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
2. Bouwvergunningen als bedoeld in [artikel 47, eerste lid, van de Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379&artikel=47), waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld, gelden als bouwvergunningen als bedoeld in [artikel 40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=40&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
1. Aanvragen om bouwvergunning als bedoeld in [artikel 47, eerste lid, van de Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379&artikel=47), alsmede enig beroep, ingesteld tegen een beslissing omtrent een dergelijke aanvraag, worden afgedaan overeenkomstig genoemde wet. Aanvragen als bedoeld in dit lid, gelden als aanvragen om bouwvergunning als bedoeld in [artikel 40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=40&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
2. Bouwvergunningen als bedoeld in [artikel 47, eerste lid, van de Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379&artikel=47), waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld, gelden als bouwvergunningen als bedoeld in [artikel 40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=40&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
##### Artikel 131
@@ -1194,13 +1192,13 @@
##### Artikel 152
Waar in voorschriften, gegeven bij of krachtens een andere wet dan de in de [artikelen 149 tot en met 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IX&artikel=149&z=2012-03-10&g=2012-03-10) genoemde, wordt verwezen naar een artikel in de [Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379), wordt deze verwijzing geacht te zijn geschied naar de overeenkomstige bepalingen in deze wet.
Waar in voorschriften, gegeven bij of krachtens een andere wet dan de in de [artikelen 149 tot en met 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IX&artikel=149&z=2012-04-01&g=2012-04-01) genoemde, wordt verwezen naar een artikel in de [Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379), wordt deze verwijzing geacht te zijn geschied naar de overeenkomstige bepalingen in deze wet.
##### Artikel 153
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.
2. Bij het in het eerste lid bedoelde besluit kan, voor zover dat besluit voorziet in gedeeltelijke inwerkingtreding van deze wet, in afwijking in zoverre van [artikel 124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IX&artikel=124&z=2012-03-10&g=2012-03-10) worden bepaald dat verschillende artikelen of onderdelen van artikelen van de [Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379) van kracht blijven.
2. Bij het in het eerste lid bedoelde besluit kan, voor zover dat besluit voorziet in gedeeltelijke inwerkingtreding van deze wet, in afwijking in zoverre van [artikel 124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IX&artikel=124&z=2012-04-01&g=2012-04-01) worden bepaald dat verschillende artikelen of onderdelen van artikelen van de [Woningwet van 12 juli 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002379) van kracht blijven.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste of tweede lid, kan in hetgeen met het oog op het in werking treden dan wel in stand blijven van de desbetreffende artikelen of onderdelen daarvan regeling behoeft, worden voorzien bij algemene maatregel van bestuur.
@@ -1250,11 +1248,11 @@
##### Artikel 105a
1. Overtreding van [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2012-03-10&g=2012-03-10), wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
1. Overtreding van [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2012-04-01&g=2012-04-01), wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
2. Het strafbare feit, bedoeld in het eerste lid, is een overtreding.
3. Met de opsporing van het bij het eerste lid strafbaar gestelde feit zijn, onverminderd [artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141), belast de ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de [hoofdstukken I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=I&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
3. Met de opsporing van het bij het eerste lid strafbaar gestelde feit zijn, onverminderd [artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141), belast de ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de [hoofdstukken I tot en met III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=I&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
4. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de [artikelen 179 tot en met 182](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=179) en [184 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=184), voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
@@ -1272,15 +1270,15 @@
1. De gemeenteraad stelt een welstandsnota vast, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die het bevoegd gezag toepast bij de beoordeling:
- a. of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft, zowel op zichzelf beschouwd, als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand;
- a. of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk betrekking heeft, zowel op zichzelf beschouwd, als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand;
- b. of het uiterlijk van een bestaand bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand.
2. [Artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12&z=2012-03-10&g=2012-03-10), is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling of wijziging van de welstandsnota.
2. [Artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12&z=2012-04-01&g=2012-04-01), is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling of wijziging van de welstandsnota.
3. De criteria, bedoeld in het eerste lid:
- a. hebben geen betrekking op bouwwerken, waarvoor in de omgevingsvergunning wordt bepaald dat deze slechts voor een bepaalde periode in stand mogen worden gehouden, met uitzondering van seizoensgebonden bouwwerken;
- a. hebben geen betrekking op bouwwerken, waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen van die bouwwerken wordt bepaald dat deze slechts voor een bepaalde periode in stand mogen worden gehouden, met uitzondering van seizoensgebonden bouwwerken;
- b. zijn zoveel mogelijk toegesneden op de onderscheiden categorieën bouwwerken;
@@ -1292,11 +1290,11 @@
##### Artikel 12b
1. De welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester baseert haar onderscheidenlijk zijn advies slechts op de criteria, bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12a&z=2012-03-10&g=2012-03-10), doch betrekt daarbij, indien van toepassing, het bepaalde in [artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12&z=2012-03-10&g=2012-03-10). De adviezen van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester zijn openbaar. Een advies van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester inhoudende dat een bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand, wordt schriftelijk uitgebracht en deugdelijk gemotiveerd.
1. De welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester baseert haar onderscheidenlijk zijn advies slechts op de criteria, bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12a&z=2012-04-01&g=2012-04-01), doch betrekt daarbij, indien van toepassing, het bepaalde in [artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12&z=2012-04-01&g=2012-04-01). De adviezen van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester zijn openbaar. Een advies van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester inhoudende dat een bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand, wordt schriftelijk uitgebracht en deugdelijk gemotiveerd.
2. De door de welstandscommissie of stadsbouwmeester gehouden vergaderingen zijn openbaar. Een vergadering of gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in [artikel 10, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) genoemde belangen.
3. De welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar onderscheidenlijk hem verrichte werkzaamheden. In het verslag wordt ten minste uiteengezet op welke wijze zij onderscheidenlijk hij toepassing heeft gegeven aan de criteria, bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12a&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
3. De welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar onderscheidenlijk hem verrichte werkzaamheden. In het verslag wordt ten minste uiteengezet op welke wijze zij onderscheidenlijk hij toepassing heeft gegeven aan de criteria, bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12a&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
4. Een voorzitter of ander lid van een welstandscommissie kan voor een termijn van ten hoogste drie jaar worden benoemd in een welstandscommissie die in de betreffende gemeente werkzaam is. Zij kunnen eenmaal voor een termijn van ten hoogste drie jaar worden herbenoemd in dezelfde commissie. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de stadsbouwmeester.
@@ -1306,7 +1304,7 @@
- a. op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester;
- b. in welke gevallen waarin niet is of wordt voldaan aan [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12&z=2012-03-10&g=2012-03-10), zij zijn overgegaan tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom.
- b. in welke gevallen waarin niet is of wordt voldaan aan [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12&z=2012-04-01&g=2012-04-01), zij zijn overgegaan tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom.
### Hoofdstuk III. Bijzondere maatregelen
@@ -1420,43 +1418,29 @@
##### Artikel 1b
1. Tenzij een omgevingsvergunning het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden:
- a. een gebouw te bouwen, voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10);
- b. een bouwwerk, niet zijnde een gebouw, te bouwen, voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
2. Het is verboden:
- a. een bestaand gebouw in een staat te brengen, te laten komen of te houden die niet voldoet aan de op de staat van dat gebouw van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10);
- b. een bestaand bouwwerk, niet zijnde een gebouw, in een staat te brengen, te laten komen of te houden die niet voldoet aan de op de staat van dat bouwwerk van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
3. Tenzij een omgevingsvergunning het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een gebouw, bouwwerk, niet zijnde een gebouw, dan wel deel daarvan, in stand te laten voor zover bij het bouwen daarvan niet is voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in het eerste lid.
1. Tenzij een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een bouwwerk te bouwen, voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, tweede lid, aanhef en onderdeel d, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
2. Het is verboden een bestaand bouwwerk, open erf of terrein in een staat te brengen, te laten komen of te houden die niet voldoet aan de op de staat van dat bouwwerk, open erf of terrein van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, tweede lid, aanhef en onderdeel a, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
3. Het is verboden een bouwwerk, open erf of terrein in gebruik te nemen, te gebruiken of te laten gebruiken, anders dan in overeenstemming met de op die ingebruikneming of dat gebruik van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, tweede lid, aanhef en onderdeel b, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
4. Tenzij een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een bouwwerk, dan wel deel daarvan, in stand te laten voor zover bij het bouwen daarvan niet is voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in het eerste lid.
5. Het is verboden te slopen voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat slopen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdelen c en d, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
### Afdeling 2. De bouwverordening
##### Artikel 7b
1. Tenzij een omgevingsvergunning het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een bouwwerk te bouwen, voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 8, tweede lid, onderdelen c en e, en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-03-10&g=2012-03-10), met dien verstande dat voorschriften van stedenbouwkundige aard als bedoeld in dat vijfde lid niet van toepassing zijn op het bouwen waarvoor op grond van [artikel 2.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) geen omgevingsvergunning is vereist.
2. Het is verboden:
- a. een bouwwerk te gebruiken of te laten gebruiken, anders dan in overeenstemming met de op dat gebruik van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 8, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-03-10&g=2012-03-10);
- b. een open erf of terrein te gebruiken of te laten gebruiken, anders dan in overeenstemming met de op dat gebruik van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 8, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-03-10&g=2012-03-10);
- c. een open erf of terrein in een staat te brengen, te laten komen of te houden die niet voldoet aan de op de staat van dat open erf of terrein van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b;
- d. te slopen, tenzij daarbij wordt voldaan aan de op dat slopen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 8, tweede lid, onderdeel d en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
3. Een verbod als bedoeld in het eerste of tweede lid heeft mede betrekking op het niet voldoen aan de voorschriften met betrekking tot het bouwen, het gebruik, de staat of het slopen van een bouwwerk, bedoeld in:
- a. [artikel 8, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-03-10&g=2012-03-10), voor zover deze voorschriften in de bouwverordening zijn opgenomen;
- b. [artikel 8, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-03-10&g=2012-03-10), indien en voor zover deze voorschriften op grond van het negende lid van dat artikel rechtstreeks gelden.
4. Tenzij een omgevingsvergunning het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een bouwwerk dan wel deel daarvan in stand te laten voor zover bij het bouwen daarvan niet is voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in het eerste of derde lid.
1. Tenzij een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een bouwwerk te bouwen, voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in [artikel 8, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-04-01&g=2012-04-01), met dien verstande dat voorschriften van stedenbouwkundige aard als bedoeld in dat vijfde lid niet van toepassing zijn op het bouwen waarvoor op grond van [artikel 2.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) geen omgevingsvergunning is vereist.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, heeft mede betrekking op het niet voldoen aan de voorschriften met betrekking tot het bouwen, van een bouwwerk, bedoeld in:
- a. [artikel 8, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-04-01&g=2012-04-01), voor zover deze voorschriften in de bouwverordening zijn opgenomen;
- b. [artikel 8, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2012-04-01&g=2012-04-01), indien en voor zover deze voorschriften op grond van het negende lid van dat artikel rechtstreeks gelden.
3. Tenzij een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een bouwwerk dan wel deel daarvan in stand te laten voor zover bij het bouwen daarvan niet is voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in het eerste of tweede lid.
### Afdeling 3. De welstand
@@ -1500,7 +1484,7 @@
##### Artikel 120b
Onze Minister is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van het verbod, bedoeld in [artikel 120, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IX&artikel=120&z=2012-03-10&g=2012-03-10), en beschikt daartoe over de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang.
Onze Minister is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van het verbod, bedoeld in [artikel 120, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=IX&artikel=120&z=2012-04-01&g=2012-04-01), en beschikt daartoe over de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang.
##### Artikel 148
@@ -1516,7 +1500,7 @@
### Hoofdstuk II. Voorschriften betreffende het bouwen, de staat van bestaande bouwwerken, het gebruik, het slopen en de welstand
### Afdeling 1. Voorschriften betreffende het bouwen en de staat van bestaande bouwwerken
### Afdeling 1. Voorschriften betreffende het bouwen, de staat van bestaande bouwwerken, het gebruik en het slopen
### Afdeling 2. De bouwverordening
@@ -1524,11 +1508,11 @@
##### Artikel 13a
Indien niet wordt voldaan aan [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12&z=2012-03-10&g=2012-03-10), kan het bevoegd gezag, tenzij toepassing is gegeven aan het tweede lid van dat artikel, degene die als eigenaar van een bouwwerk dan wel uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen daaraan, verplichten tot het binnen een door hem te bepalen termijn treffen van zodanige door hem daarbij aan te geven voorzieningen, dat nadien wordt voldaan aan [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12&z=2012-03-10&g=2012-03-10).
Indien niet wordt voldaan aan [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12&z=2012-04-01&g=2012-04-01), kan het bevoegd gezag, tenzij toepassing is gegeven aan het tweede lid van dat artikel, degene die als eigenaar van een bouwwerk dan wel uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen daaraan, verplichten tot het binnen een door hem te bepalen termijn treffen van zodanige door hem daarbij aan te geven voorzieningen, dat nadien wordt voldaan aan [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=12&z=2012-04-01&g=2012-04-01).
##### Artikel 14a
Degene, tot wie een besluit als bedoeld in [artikel 12d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=12d&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2012-03-10&g=2012-03-10), [13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13a&z=2012-03-10&g=2012-03-10) of [14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2012-03-10&g=2012-03-10), is gericht, of zijn rechtsopvolger en iedere verdere rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Degene, tot wie een besluit als bedoeld in [artikel 12d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=12d&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2012-04-01&g=2012-04-01), [13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=13a&z=2012-04-01&g=2012-04-01) of [14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2012-04-01&g=2012-04-01), is gericht, of zijn rechtsopvolger en iedere verdere rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
##### Artikel 100a
@@ -1628,7 +1612,7 @@
##### Artikel 70l
1. Het is een toegelaten instelling als bedoeld in [artikel 70, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70&z=2012-03-10&g=2012-03-10), in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, verboden zonder vergunning van Onze Minister haar onroerende zaken te vervreemden aan of daarop een recht van erfpacht, van opstal of van vruchtgebruik te vestigen ten behoeve van een wederpartij die geen zodanige toegelaten instelling en geen huurder van een onroerende zaak van een zodanige toegelaten instelling is. Onze Minister stelt voor het aanvragen van een zodanige vergunning en het in verband daarmee door de betrokken toegelaten instelling verstrekken van gegevens een formulier vast.
1. Het is een toegelaten instelling als bedoeld in [artikel 70, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=70&z=2012-04-01&g=2012-04-01), in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, verboden zonder vergunning van Onze Minister haar onroerende zaken te vervreemden aan of daarop een recht van erfpacht, van opstal of van vruchtgebruik te vestigen ten behoeve van een wederpartij die geen zodanige toegelaten instelling en geen huurder van een onroerende zaak van een zodanige toegelaten instelling is. Onze Minister stelt voor het aanvragen van een zodanige vergunning en het in verband daarmee door de betrokken toegelaten instelling verstrekken van gegevens een formulier vast.
2. Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde vergunning weigeren, indien de toegelaten instelling bij een voorgenomen vervreemding aan of vestiging van een recht als bedoeld in dat lid naar zijn oordeel:
2012-03-10
Woningwet — arts. 5, 65, 83 y 5 más
2011-04-28
Woningwet — arts. 5, 65, 83 y 5 más
2010-10-01
Woningwet — arts. 5, 65, 83 y 8 más
2009-07-15
Woningwet — arts. 5, 65, 83 y 8 más
2009-07-01
Woningwet — arts. 5, 65, 83 y 8 más
2008-01-01
Woningwet — arts. 5, 65, 83 y 8 más
2007-09-01
Woningwet — arts. 5, 65, 83 y 8 más
2007-07-01
Woningwet — arts. 5, 65, 83 y 8 más
2006-05-25
Woningwet — arts. 5, 13, 14 y 19 más
2006-03-08
Woningwet — arts. 5, 13, 14 y 19 más
2006-01-01
Woningwet — arts. 5, 13, 14 y 19 más
2005-12-30
Woningwet — arts. 5, 13, 14 y 19 más
2005-12-28
Woningwet — arts. 5, 13, 14 y 19 más
2005-07-01
Woningwet — arts. 5, 13, 14 y 19 más
2005-02-25
Woningwet — arts. 5, 13, 14 y 19 más
2004-09-15
Woningwet — arts. 5, 13, 14 y 19 más
2003-08-01
Woningwet — arts. 5, 13, 14 y 19 más
2003-05-23
Woningwet — arts. 5, 13, 14 y 19 más
2002-09-01
Woningwet — arts. 5, 6, 11 y 24 más
2002-08-15
Woningwet — arts. 5, 6, 11 y 24 más
2002-01-01
Woningwet — arts. 4, 5, 6 y 66 más
2002-01-01
Woningwet
original version Tekst op deze datum