Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 24 december 1992, tot vaststelling van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten
16 versions
· 2025-01-01
2025-01-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — art. 41
2024-01-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — arts. 41, 41
2023-02-13
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — arts. 41, 41
2016-05-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — art. 41
2016-01-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — art. 41
2015-01-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — arts. 5, 6, 2 y
Wijzigingen op 2015-01-01
@@ -12,23 +12,15 @@
##### Artikel 1
1. Krachtens deze wet worden de volgende belastingen geheven:
- a. een verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken;
- b. een verbruiksbelasting van pruimtabak en snuiftabak.
2. Onder de naam verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken wordt een belasting geheven ter zake van de uitslag en de invoer van alcoholvrije dranken.
3. Onder de naam verbruiksbelasting van pruimtabak en snuiftabak wordt een belasting geheven ter zake van de uitslag en de invoer van pruimtabak en van snuiftabak.
Krachtens deze wet wordt een verbruiksbelasting geheven ter zake van de uitslag en de invoer van alcoholvrije dranken.
##### Artikel 2
In deze wet en in de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder:
- a. vervaardigen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak: elk handelen waarbij of waardoor die goederen ontstaan of de voor de belastingheffing relevante samenstelling daarvan wordt gewijzigd;
- b. inrichting: iedere plaats waar op grond van de bepalingen van deze wet alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak onder schorsing van belasting mogen worden vervaardigd, mogen worden verwerkt, voorhanden mogen zijn, mogen worden ontvangen en mogen worden verzonden;
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. vervaardigen van alcoholvrije dranken: elk handelen waarbij of waardoor die goederen ontstaan of de voor de belastingheffing relevante samenstelling daarvan wordt gewijzigd;
- b. inrichting: iedere plaats waar op grond van de bepalingen van deze wet alcoholvrije dranken onder schorsing van belasting mogen worden vervaardigd, mogen worden verwerkt, voorhanden mogen zijn, mogen worden ontvangen en mogen worden verzonden;
- c. entrepot: zowel de douanebestemming vrij entrepot als de douaneregeling douane-entrepot als bedoeld in artikel 4, onderdelen 15 en 16, van het Communautair douanewetboek;
@@ -46,13 +38,13 @@
##### Artikel 3
1. In deze wet en in de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder uitslag het brengen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak buiten een plaats die voor dat soort goed als inrichting is aangewezen.
2. Indien [artikel 15a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=2&artikel=15a&z=2014-01-01&g=2014-01-01) van toepassing is, wordt als uitslag mede aangemerkt het vervaardigen van vruchten- of groentesap boven een hoeveelheid van 12.000 liter per kalenderjaar.
3. Als uitslag wordt mede aangemerkt het verbruik, anders dan als grondstof, van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak binnen een plaats die voor dat soort goed als inrichting is aangewezen.
4. Als uitslag wordt niet aangemerkt het, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, brengen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak vanuit een inrichting naar:
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder uitslag: het brengen van alcoholvrije dranken buiten een plaats die voor dat soort goederen als inrichting is aangewezen.
2. Indien [artikel 15a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=2&artikel=15a&z=2015-01-01&g=2015-01-01), van toepassing is, wordt als uitslag mede aangemerkt het vervaardigen van vruchten- of groentesap boven een hoeveelheid van 12.000 liter per kalenderjaar.
3. Als uitslag wordt mede aangemerkt het verbruik, anders dan als grondstof, van alcoholvrije dranken binnen een plaats die voor dat soort goed als inrichting is aangewezen.
4. Als uitslag wordt niet aangemerkt het, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, brengen van alcoholvrije dranken vanuit een inrichting naar:
- a. een andere inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;
@@ -66,7 +58,7 @@
##### Artikel 4
1. Als uitslag wordt mede aangemerkt het voorhanden hebben van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak waarvan de belasting niet is geheven, door:
1. Als uitslag wordt mede aangemerkt het voorhanden hebben van alcoholvrije dranken waarvan de belasting niet is geheven, door:
- a. een ondernemer in het kader van zijn onderneming, anders dan in een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;
@@ -74,7 +66,7 @@
- c. een natuurlijke persoon voor andere doeleinden dan voor persoonlijk verbruik.
2. Het eerste lid is, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, niet van toepassing met betrekking tot alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die worden vervoerd naar:
2. Het eerste lid is, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, niet van toepassing met betrekking tot alcoholvrije dranken die worden vervoerd naar:
- a. een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;
@@ -86,7 +78,7 @@
- e. een derde land.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, worden bepaald dat het eerste lid geen toepassing vindt indien sprake is van het op incidentele basis aanwenden van beperkte hoeveelheden alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak voor eigen verbruik in het kader van de onderneming of het publiekrechtelijke lichaam.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, worden bepaald dat het eerste lid geen toepassing vindt indien sprake is van het op incidentele basis aanwenden van beperkte hoeveelheden alcoholvrije dranken voor eigen verbruik in het kader van de onderneming of het publiekrechtelijke lichaam.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden, ter verzekering van de heffing, regels gesteld met betrekking tot de verplichtingen waaraan de in het eerste lid bedoelde personen of lichamen moeten voldoen.
@@ -94,29 +86,29 @@
##### Artikel 5
1. In deze wet en in de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder invoer het vanuit een derde land brengen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak in Nederland.
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder invoer: het vanuit een derde land brengen van alcoholvrije dranken in Nederland.
2. Als invoer wordt mede aangemerkt:
- a. het in Nederland beëindigen van een EU-douaneregeling waaronder alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak zijn geplaatst, anders dan door plaatsing onder een andere EU-douaneregeling;
- b. het in Nederland onttrekken van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak aan een EU-douaneregeling;
- c. het eigen verbruik, anders dan als grondstof, in Nederland van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die onder een EU-douaneregeling zijn geplaatst of binnen een plaats voor tijdelijke opslag.
- a. het in Nederland beëindigen van een EU-douaneregeling waaronder alcoholvrije dranken zijn geplaatst, anders dan door plaatsing onder een andere EU-douaneregeling;
- b. het in Nederland onttrekken van alcoholvrije dranken aan een EU-douaneregeling;
- c. het eigen verbruik, anders dan als grondstof, in Nederland van alcoholvrije dranken die onder een EU-douaneregeling zijn geplaatst of binnen een plaats voor tijdelijke opslag.
3. Als invoer wordt niet aangemerkt het, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden:
- a. brengen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak vanuit een derde land naar een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen of naar een plaats voor tijdelijke opslag;
- b. in Nederland plaatsen onder een EU-douaneregeling van vanuit een derde land binnengebrachte alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak;
- c. brengen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die zijn geplaatst onder een EU-douaneregeling naar een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;
- d. brengen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak vanuit een plaats voor tijdelijke opslag naar een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;
- e. onder ambtelijk toezicht vernietigen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die onder een EU-douaneregeling zijn geplaatst.
4. De voorwaarden, bedoeld in het derde lid, hebben betrekking op formaliteiten waaraan bij de overbrenging van de goederen moet worden voldaan alsmede op de daarbij te stellen zekerheid.
- a. brengen van alcoholvrije dranken vanuit een derde land naar een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen of naar een plaats voor tijdelijke opslag;
- b. in Nederland plaatsen onder een EU-douaneregeling van vanuit een derde land binnengebrachte alcoholvrije dranken;
- c. brengen van alcoholvrije dranken die zijn geplaatst onder een EU-douaneregeling naar een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;
- d. brengen van alcoholvrije dranken vanuit een plaats voor tijdelijke opslag naar een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;
- e. onder ambtelijk toezicht vernietigen van alcoholvrije dranken die onder een EU-douaneregeling zijn geplaatst.
4. De voorwaarden, bedoeld in het derde lid, hebben betrekking op formaliteiten waaraan bij de overbrenging van de alcoholvrije dranken moet worden voldaan alsmede op de daarbij te stellen zekerheid.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
@@ -126,13 +118,13 @@
##### Artikel 6
Onder alcoholvrije dranken worden verstaan vruchte- en groentesap, mineraalwater en limonade, ook indien zij alcohol bevatten, voor zover zij niet worden aangemerkt als bier, wijn, tussenprodukten of overige alcoholhoudende produkten in de zin van de [Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251).
Onder alcoholvrije dranken worden verstaan vruchten- en groentesap, mineraalwater en limonade, ook indien zij alcohol bevatten, voor zover zij niet worden aangemerkt als bier, wijn, tussenproducten of overige alcoholhoudende producten in de zin van de [Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251).
##### Artikel 7
1. Onder vruchte- en groentesap wordt verstaan drank die bestaat uit sap van vruchten of groenten of een mengsel daarvan, mengsels van water en vruchtesap die tenminste een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage vruchtesap of vruchtemoes bevatten daaronder begrepen.
2. Als vruchte- en groentesap wordt mede aangemerkt de drank, bedoeld in het eerste lid, in vaste vorm of als concentraat in kleinhandelsverpakking of in een verpakking die is bestemd voor afnemers die voor gebruik gereed vruchte- en groentesap vervaardigen voor gebruik ter plaatse.
1. Onder vruchten- en groentesap wordt verstaan drank die bestaat uit sap van vruchten of groenten of een mengsel daarvan, mengsels van water en vruchtensap die tenminste een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage vruchtensap of vruchtenmoes bevatten daaronder begrepen.
2. Als vruchten- en groentesap wordt mede aangemerkt de drank, bedoeld in het eerste lid, in vaste vorm of als concentraat in kleinhandelsverpakking of in een verpakking die is bestemd voor afnemers die voor gebruik gereed vruchten- en groentesap vervaardigen voor gebruik ter plaatse.
##### Artikel 8
@@ -150,45 +142,41 @@
##### Artikel 9
1. Onder limonade worden verstaan met water aangelengd vruchte- of groentesap alsmede gezoete en aromatische dranken en dranken waaraan geurstoffen of smaakstoffen zijn toegevoegd die kennelijk zijn bestemd om onverwarmd te worden gedronken.
1. Onder limonade worden verstaan met water aangelengd vruchten- of groentesap alsmede gezoete en aromatische dranken en dranken waaraan geurstoffen of smaakstoffen zijn toegevoegd die kennelijk zijn bestemd om onverwarmd te worden gedronken.
2. Als limonade wordt mede aangemerkt de drank, bedoeld in het eerste lid, in vaste vorm of als concentraat in kleinhandelsverpakking of in een verpakking die is bestemd voor afnemers die voor gebruik gerede limonade vervaardigen voor gebruik ter plaatse.
3. Als limonade wordt niet aangemerkt:
- a. de uit melk of melkprodukten bereide drank met een gehalte aan melkvetten van 0,02%mas of meer waarin zich melkeiwit en melksuiker bevinden, niet zijnde een uit wei of weiprodukten vervaardigde drank;
- a. de uit melk of melkproducten bereide drank met een gehalte aan melkvetten van 0,02%mas of meer waarin zich melkeiwit en melksuiker bevinden, niet zijnde een uit wei of weiproducten vervaardigde drank;
- b. de uit soja bereide drank met een vetgehalte en een eiwitgehalte die vergelijkbaar zijn met het vetgehalte en het eiwitgehalte van melk.
##### Artikel 10
1. De belasting bedraagt per hectoliter bij een temperatuur van 20°C voor:
- a. vruchtesap, groentesap en mineraalwater € 5,70;
1. De belasting bedraagt per hectoliter voor:
- a. vruchtensap, groentesap en mineraalwater € 5,70;
- b. limonade € 7,59.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, het volume van vruchte- en groentesap en limonade in vaste vorm of in geconcentreerde vorm herleid tot het volume van voor gebruik gereed vruchte- en groentesap of voor gebruik gerede limonade, met dien verstande dat voor limonade in vaste of geconcentreerde vorm voor huishoudelijk gebruik deze herleiding geschiedt op basis van de factor 3.
3. Bij ministeriële regeling kan met betrekking tot alcoholvrije dranken in kleinhandelsverpakking worden bepaald dat voor de berekening van de belasting het herleiden van het volume van die dranken tot het volume bij een temperatuur van 20°C achterwege kan blijven.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, het volume van vruchten- en groentesap en limonade in vaste vorm of in geconcentreerde vorm herleid tot het volume van voor gebruik gereed vruchten- en groentesap of voor gebruik gerede limonade, met dien verstande dat voor limonade in vaste of geconcentreerde vorm voor huishoudelijk gebruik deze herleiding geschiedt op basis van de factor 3.
3. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot alcoholvrije dranken in kleinhandelsverpakking nadere regels worden gesteld.
### Afdeling 2. Pruimtabak en snuiftabak
##### Artikel 11
1. Onder pruimtabak wordt verstaan voor pruimen bereide tabak.
2. Als pruimtabak worden mede aangemerkt produkten die gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan, doch overigens voldoen aan het bepaalde in het eerste lid.
Vervallen
##### Artikel 12
1. Onder snuiftabak wordt verstaan voor snuiven bereide tabak.
2. Als snuiftabak worden mede aangemerkt produkten die gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan, doch overigens voldoen aan het bepaalde in het eerste lid.
Vervallen
##### Artikel 13
De belasting bedraagt voor pruimtabak en snuiftabak € 24,04 per kilogram.
Vervallen
### Hoofdstuk III. Uitslag
@@ -216,11 +204,11 @@
- a. van de vergunninghouder van de inrichting; of
- b. van degene die ingevolge [artikel 15a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=2&artikel=15a&z=2014-01-01&g=2014-01-01) geen vergunning voor een inrichting heeft maar in een kalenderjaar meer dan 12.000 liter vruchten- of groentesap vervaardigt.
- b. van degene die ingevolge [artikel 15a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=2&artikel=15a&z=2015-01-01&g=2015-01-01) geen vergunning voor een inrichting heeft maar in een kalenderjaar meer dan 12.000 liter vruchten- of groentesap vervaardigt.
##### Artikel 17
In afwijking van [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=16&z=2014-01-01&g=2014-01-01) wordt de belasting bij toepassing van [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=I&artikel=4&z=2014-01-01&g=2014-01-01), geheven van degene die de alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak voorhanden heeft.
In afwijking van [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=16&z=2015-01-01&g=2015-01-01) wordt de belasting bij toepassing van [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=I&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), geheven van degene die de alcoholvrije dranken voorhanden heeft.
##### Artikel 18
@@ -228,7 +216,7 @@
##### Artikel 19
In afwijking van [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=18&z=2014-01-01&g=2014-01-01) wordt de belasting bij toepassing van [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=I&artikel=4&z=2014-01-01&g=2014-01-01), verschuldigd op het tijdstip van de aanvang van het voorhanden hebben van de alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak.
In afwijking van [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=18&z=2015-01-01&g=2015-01-01) wordt de belasting bij toepassing van [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=I&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), verschuldigd op het tijdstip van de aanvang van het voorhanden hebben van de alcoholvrije dranken.
##### Artikel 20
@@ -236,13 +224,13 @@
2. Aangifte dient te worden gedaan voor elke inrichting afzonderlijk.
3. In afwijking van het tweede lid kan bij ministeriële regeling, onder daarbij te stellen voorwaarden, worden toegestaan dat voor inrichtingen waarvan de vergunningen op naam zijn gesteld van dezelfde vergunninghouder één aangifte voor die inrichtingen te zamen wordt gedaan.
3. In afwijking van het tweede lid kan bij ministeriële regeling, onder daarbij te stellen voorwaarden, worden toegestaan dat voor inrichtingen waarvan de vergunningen op naam zijn gesteld van dezelfde vergunninghouder één aangifte voor die inrichtingen tezamen wordt gedaan.
##### Artikel 21
1. Bij toepassing van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2014-01-01&g=2014-01-01) dient in afwijking van [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=20), en van [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=10), en [artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=19) uiterlijk op de dag na het in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2014-01-01&g=2014-01-01) bedoelde tijdstip aangifte te worden gedaan en de belasting op aangifte te worden voldaan.
2. In afwijking van het eerste lid kan de inspecteur, bij toepassing van [artikel 4, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=I&artikel=4&z=2014-01-01&g=2014-01-01), op verzoek toestemming verlenen om de in een week op de voet van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2014-01-01&g=2014-01-01) verschuldigd geworden belasting uiterlijk op de vrijdag van de week daaropvolgend op aangifte te voldoen.
1. Bij toepassing van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2015-01-01&g=2015-01-01) dient in afwijking van [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=20), en van [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=10), en [artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=19) uiterlijk op de dag na het in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2015-01-01&g=2015-01-01) bedoelde tijdstip aangifte te worden gedaan en de belasting op aangifte te worden voldaan.
2. In afwijking van het eerste lid kan de inspecteur, bij toepassing van [artikel 4, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=I&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), op verzoek toestemming verlenen om de in een week op de voet van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2015-01-01&g=2015-01-01) verschuldigd geworden belasting uiterlijk op de vrijdag van de week daaropvolgend op aangifte te voldoen.
##### Artikel 22
@@ -256,274 +244,274 @@
2. De [artikelen 56, vijfde tot en met achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=56), en [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=57) tot en met [60 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=60) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 5. Voorrecht
##### Artikel 24
1. De vergunninghouder van een inrichting heeft voor de belasting die is begrepen in de verkoopprijs van de door hem geleverde alcoholvrije dranken, zolang hij ter zake geen betaling heeft ontvangen doch niet langer dan een half jaar nadat hij die belasting verschuldigd is geworden, voorrecht op alle goederen van de koper.
2. Het voorrecht, bedoeld in het eerste lid, heeft gelijke rangorde als het voorrecht dat ’s Rijks schatkist heeft op de voet van [artikel 21 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=21).
### Afdeling 6. Hoofdelijke aansprakelijkheid
##### Artikel 25
De vervoerder van alcoholvrije dranken is hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag aan belasting dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid van die goederen waarvan de belasting niet is geheven die door hem wordt vervoerd naar het buitenland, naar een inrichting of naar een persoon of lichaam als bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=I&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), indien tijdens dat vervoer door hem of door zijn toedoen een onregelmatigheid of een overtreding is begaan.
### Hoofdstuk IV. Invoer
##### Artikel 26
Ter zake van de belasting bij invoer zijn de wettelijke bepalingen, bedoeld in [artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023746&artikel=1:1), met uitzondering van artikel 868 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 27
1. Bij ministeriële regeling kunnen, onder daarbij te stellen voorwaarden, regels worden gesteld ingevolge welke de heffing van belasting van alcoholvrije dranken die in kleine zendingen dan wel door reizigers als bagage worden ingevoerd, geschiedt volgens daarbij vast te stellen forfaitaire tarieven.
2. De forfaitaire tarieven zijn niet van toepassing met betrekking tot handelsgoederen.
### Hoofdstuk V. Vrijstellingen en teruggaven
### Afdeling 1. Vrijstellingen
##### Artikel 28
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van belasting verleend ter zake van de uitslag en de invoer van vruchten- en groentesappen die uitsluitend zijn bestemd om te worden gebruikt als aanvulling op kindervoeding, voor medicinale doeleinden of anders dan om te worden gedronken.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de aard van en de aanduiding op de verpakking van de in het eerste lid bedoelde vruchten- en groentesappen; en
- b. de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 29
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van belasting verleend ter zake van de uitslag en de invoer van:
- a. vruchten- en groentesappen waarvan de in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=28&z=2015-01-01&g=2015-01-01) aangegeven bestemming niet of niet voldoende blijkt uit die dranken als zodanig, indien degene die die dranken betrekt deze gebruikt voor het vervaardigen van vruchten- of groentesappen als bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=28&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
- b. alcoholvrije dranken die door degene die die goederen betrekt, worden gebruikt als grondstof voor het vervaardigen van andere goederen dan alcoholvrije dranken.
2. Om de alcoholvrije dranken met vrijstelling te kunnen betrekken, dient degene die deze goederen betrekt in het bezit te zijn van een daartoe strekkende vergunning.
3. [Artikel 65, vierde tot en met zevende lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=65) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 30
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van belasting verleend ter zake van de uitslag en de invoer van alcoholvrije dranken die worden gebruikt:
- a. aan boord van schepen in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat, anders dan over de binnenwateren;
- b. aan boord van luchtvaartuigen in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 31
De [artikelen 68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=68) en [69 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=69) en de [artikelen 21a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=21a) en [21b van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=21b) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 2. Teruggaven
##### Artikel 32
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt op verzoek teruggaaf van belasting verleend voor alcoholvrije dranken waarvoor aanspraak op vrijstelling zou bestaan op de voet van:
- a. artikel 29; of
- b. artikel 30.
2. De in het eerste lid, onderdeel **a**, bedoelde teruggaaf wordt verleend aan degene die een vergunning heeft ingevolge [artikel 29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=29&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
3. De in het eerste lid, onderdeel **b**, bedoelde teruggaaf wordt verleend aan degene die de levering heeft verricht.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 33
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt op verzoek teruggaaf van belasting verleend voor alcoholvrije dranken die:
- a. zijn verloren gegaan;
- b. zijn vernietigd onder ambtelijk toezicht;
- c. zijn gebracht naar een derde land of zijn geplaatst onder een EU-douaneregeling met als bestemming een derde land;
- d. zijn gebracht binnen een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;
- e. door een ondernemer zijn overgebracht naar een ondernemer dan wel een publiekrechtelijk lichaam, anders dan als ondernemer, in een andere lidstaat.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 34
1. Teruggaaf van belasting wordt verleend tot ten hoogste het bedrag dat aan belasting is voldaan.
2. Op een verzoek om teruggaaf van belasting beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking.
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 1. Belastingzegels
##### Artikel 35
Vervallen
### Afdeling 2. Controlebepalingen
##### Artikel 36
De [artikelen 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=80), [83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=83) en [84 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=84) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 3. Overige bepalingen
##### Artikel 37
De [artikelen 2, vijfde, zesde, zevende en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), en [85 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=85) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 38
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter verzekering van een juiste toepassing van de wet nadere regels worden gesteld ter aanvulling van de in deze wet geregelde onderwerpen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur.
### Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
### Afdeling 1. Verbodsbepalingen
##### Artikel 39
1. Het is verboden:
- a. anders dan als particulier voor eigen verbruik, alcoholvrije dranken te vervaardigen buiten een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen, tenzij deze vervaardiging plaatsvindt overeenkomstig de ingevolge [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=29&z=2015-01-01&g=2015-01-01) bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden en beperkingen, dan wel alcoholvrije dranken worden vervaardigd uit andere alcoholvrije dranken en het bedrag van de belasting die eerstbedoelde alcoholvrije dranken vertegenwoordigen niet hoger is dan het bedrag van de belasting dat de alcoholvrije dranken vertegenwoordigen waaruit zij zijn vervaardigd;
- b. alcoholvrije dranken voorhanden te hebben die niet overeenkomstig de bepalingen van deze wet in de heffing zijn betrokken, met uitzondering van alcoholvrije dranken die door particulieren voor eigen verbruik zijn betrokken uit een andere lidstaat.
2. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing indien buiten een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen, vruchten- of groentesap wordt vervaardigd tot een hoeveelheid van 12.000 liter per kalenderjaar dan wel gedurende ten hoogste twee achtereenvolgende kalenderjaren een hoeveelheid van meer dan 12.000 liter per kalenderjaar.
##### Artikel 40
Vervallen
### Afdeling 2. Strafbepalingen
##### Artikel 41
Degene die opzettelijk een in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=VII&afdeling=1&artikel=39&z=2015-01-01&g=2015-01-01) opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.
##### Artikel 42
Degene die opzettelijk alcoholvrije dranken waarvoor vrijstelling of teruggaaf van belasting is verleend een bestemming geeft waarvoor geen vrijstelling of teruggaaf van belasting zou zijn verleend, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.
##### Artikel 43
Vervallen
### Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
##### Artikel 44
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1993.
##### Artikel 45
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 1a
Vervallen
### Hoofdstuk II. Definities van de goederen en tarieven
### Afdeling 1. Alcoholvrije dranken
### Afdeling 2. Pruimtabak en snuiftabak
### Hoofdstuk III. Uitslag
### Afdeling 2. Vergunning
### Afdeling 2. Vergunning
### Afdeling 3. Wijze van heffing en voldoening
### Afdeling 4. Zekerheid
##### Artikel 24
1. De vergunninghouder van een inrichting heeft voor de belasting die is begrepen in de verkoopprijs van de door hem geleverde alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak, zolang hij ter zake geen betaling heeft ontvangen doch niet langer dan een half jaar nadat hij die belasting verschuldigd is geworden, voorrecht op alle goederen van de koper.
2. Het voorrecht, bedoeld in het eerste lid, heeft gelijke rangorde als het voorrecht dat ’s Rijks schatkist heeft op de voet van [artikel 21 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=21).
### Afdeling 5. Voorrecht
##### Artikel 25
De vervoerder van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak is hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag aan belasting dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid van die goederen waarvan de belasting niet is geheven die door hem wordt vervoerd naar het buitenland, naar een inrichting of naar een persoon of lichaam als bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=I&artikel=4&z=2014-01-01&g=2014-01-01), indien tijdens dat vervoer door hem of door zijn toedoen een onregelmatigheid of een overtreding is begaan.
### Afdeling 6. Hoofdelijke aansprakelijkheid
### Hoofdstuk IV. Invoer
##### Artikel 26
Ter zake van de belasting bij invoer zijn de wettelijke bepalingen, bedoeld in [artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023746&artikel=1:1), met uitzondering van artikel 868 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 27
1. Bij ministeriële regeling kunnen, onder daarbij te stellen voorwaarden, regels worden gesteld ingevolge welke de heffing van belasting van alcoholvrije dranken, van pruimtabak of van snuiftabak die in kleine zendingen dan wel door reizigers als bagage worden ingevoerd, geschiedt volgens daarbij vast te stellen forfaitaire tarieven.
2. De forfaitaire tarieven zijn niet van toepassing met betrekking tot handelsgoederen.
### Hoofdstuk V. Vrijstellingen en teruggaven
### Afdeling 1. Vrijstellingen
##### Artikel 28
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van belasting verleend ter zake van de uitslag en de invoer van vruchte- en groentesappen die uitsluitend zijn bestemd om te worden gebruikt als aanvulling op kindervoeding, voor medicinale doeleinden of anders dan om te worden gedronken.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de aard van en de aanduiding op de verpakking van de in het eerste lid bedoelde vruchte- en groentesappen; en
- b. de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 29
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van belasting verleend ter zake van de uitslag en de invoer van:
- a. vruchte- en groentesappen waarvan de in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=28&z=2014-01-01&g=2014-01-01) aangegeven bestemming niet of niet voldoende blijkt uit die dranken als zodanig, indien degene die die dranken betrekt deze gebruikt voor het vervaardigen van vruchte- of groentesappen als bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=28&z=2014-01-01&g=2014-01-01);
- b. alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die door degene die die goederen betrekt, worden gebruikt als grondstof voor het vervaardigen van andere goederen dan alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak.
2. Om de alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak met vrijstelling te kunnen betrekken, dient degene die deze goederen betrekt in het bezit te zijn van een daartoe strekkende vergunning.
3. [Artikel 65, vierde tot en met zevende lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=65) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 30
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van belasting verleend ter zake van de uitslag en de invoer van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die worden gebruikt:
- a. aan boord van schepen in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat, anders dan over de binnenwateren;
- b. aan boord van luchtvaartuigen in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 31
De [artikelen 68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=68) en [69 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=69) en de [artikelen 21a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=21a) en [21b van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=21b) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 2. Teruggaven
##### Artikel 32
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt op verzoek teruggaaf van belasting verleend voor alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak waarvoor aanspraak op vrijstelling zou bestaan op de voet van:
- a. artikel 29; of
- b. artikel 30.
2. De in het eerste lid, onderdeel **a**, bedoelde teruggaaf wordt verleend aan degene die een vergunning heeft ingevolge [artikel 29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=29&z=2014-01-01&g=2014-01-01).
3. De in het eerste lid, onderdeel **b**, bedoelde teruggaaf wordt verleend aan degene die de levering heeft verricht.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 33
1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt op verzoek teruggaaf van belasting verleend voor alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die:
- a. zijn verloren gegaan;
- b. zijn vernietigd onder ambtelijk toezicht;
- c. zijn gebracht naar een derde land of zijn geplaatst onder een EU-douaneregeling met als bestemming een derde land;
- d. zijn gebracht binnen een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen;
- e. door een ondernemer zijn overgebracht naar een ondernemer dan wel een publiekrechtelijk lichaam, anders dan als ondernemer, in een andere lidstaat.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 34
De inspecteur beslist op een verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking.
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 1. Belastingzegels
##### Artikel 35
1. Pruimtabak en snuiftabak moeten bij de uitslag en de invoer zijn voorzien van het voor het desbetreffende produkt voorgeschreven belastingzegel.
2. De [artikelen 73, tweede en derde lid, tot en met 76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=73), [77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=77), [78, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=78), en [79 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=79) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 1. Belastingzegels
##### Artikel 36
De [artikelen 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=80), [81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=81), [83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=83) en [84 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=84) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 2. Controlebepalingen
##### Artikel 37
De [artikelen 2, vijfde, zesde, zevende en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), en [85 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=85) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 38
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter verzekering van een juiste toepassing van de wet nadere regels worden gesteld ter aanvulling van de in deze wet geregelde onderwerpen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur.
### Afdeling 3. Overige bepalingen
### Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
### Afdeling 1. Verbodsbepalingen
##### Artikel 39
1. Het is verboden:
- a. anders dan als particulier voor eigen verbruik, alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak te vervaardigen buiten een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen, tenzij deze vervaardiging plaatsvindt overeenkomstig de ingevolge [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=29&z=2014-01-01&g=2014-01-01) bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden en beperkingen, dan wel alcoholvrije dranken worden vervaardigd uit andere alcoholvrije dranken en het bedrag van de belasting die eerstbedoelde alcoholvrije dranken vertegenwoordigen niet hoger is dan het bedrag van de belasting dat de alcoholvrije dranken vertegenwoordigen waaruit zij zijn vervaardigd;
- b. alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak voorhanden te hebben die niet overeenkomstig de bepalingen van deze wet in de heffing zijn betrokken, met uitzondering van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die door particulieren voor eigen verbruik zijn betrokken uit een andere lidstaat.
2. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing indien buiten een inrichting die voor dat soort goed als zodanig is aangewezen, vruchten- of groentesap wordt vervaardigd tot een hoeveelheid van 12.000 liter per kalenderjaar dan wel gedurende ten hoogste twee achtereenvolgende kalenderjaren een hoeveelheid van meer dan 12.000 liter per kalenderjaar.
##### Artikel 40
Met betrekking tot pruimtabak en snuiftabak zijn de [artikelen 93 tot en met 96 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=93) van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 2. Strafbepalingen
##### Artikel 41
Degene die opzettelijk een in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=VII&afdeling=1&artikel=39&z=2014-01-01&g=2014-01-01) opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.
##### Artikel 42
Degene die opzettelijk alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak waarvoor vrijstelling of teruggaaf van belasting is verleend een bestemming geeft waarvoor geen vrijstelling of teruggaaf van belasting zou zijn verleend, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.
##### Artikel 43
1. Met betrekking tot degene die een bij [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=VII&afdeling=1&artikel=40&z=2014-01-01&g=2014-01-01) van overeenkomstige toepassing verklaard verbod overtreedt, zijn de in [artikel 101 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=101) opgenomen strafbepalingen van overeenkomstige toepassing.
2. Degene die pruimtabak of snuiftabak die in strijd met de wettelijke bepalingen niet is voorzien van de voorgeschreven belastingzegels uitslaat of invoert, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
3. Degene die het in het tweede lid bedoelde verbod opzettelijk overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
### Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
##### Artikel 44
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1993.
##### Artikel 45
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 1a
In afwijking van [artikel 1, eerste lid, onderdeel b, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01), zijn deze wet en de daarop berustende bepalingen met ingang van 1 januari 2013 uitsluitend van toepassing op alcoholvrije dranken.
### Hoofdstuk II. Definities van de goederen en tarieven
### Afdeling 1. Alcoholvrije dranken
### Afdeling 2. Pruimtabak en snuiftabak
##### Artikel 15a
1. Een vergunning als bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=14&z=2015-01-01&g=2015-01-01), is niet vereist indien:
- a. per kalenderjaar doorgaans niet meer dan 12.000 liter vruchten- of groentesap wordt vervaardigd; en
- b. uitsluitend vruchten- of groentesap wordt vervaardigd.
2. Indien in twee achtereenvolgende kalenderjaren meer dan 12.000 liter vruchten- of groentesap per kalenderjaar is vervaardigd, moet een vergunning als bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=14&z=2015-01-01&g=2015-01-01), worden aangevraagd.
3. De vergunning, bedoeld in het tweede lid, wordt verleend voor een periode van ten minste vijf jaar.
4. Binnen de periode van vijf jaar, bedoeld in het derde lid, kan de vergunninghouder geen verzoek indienen om intrekking van de vergunning, tenzij geen vruchten- of groentesap meer wordt vervaardigd.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
### Afdeling 3. Wijze van heffing en voldoening
### Afdeling 6. Hoofdelijke aansprakelijkheid
### Hoofdstuk IV. Invoer
### Hoofdstuk V. Vrijstellingen en teruggaven
### Afdeling 1. Vrijstellingen
### Afdeling 2. Teruggaven
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 3. Overige bepalingen
### Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
### Afdeling 1. Verbodsbepalingen
### Afdeling 2. Strafbepalingen
### Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Hoofdstuk III. Uitslag
### Afdeling 1. Inrichting
### Afdeling 2. Vergunning
### Afdeling 3. Wijze van heffing en voldoening
### Afdeling 4. Zekerheid
### Afdeling 5. Voorrecht
### Afdeling 6. Hoofdelijke aansprakelijkheid
### Hoofdstuk IV. Invoer
### Hoofdstuk V. Vrijstellingen en teruggaven
### Afdeling 1. Vrijstellingen
### Afdeling 2. Teruggaven
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 1. Belastingzegels
### Afdeling 2. Controlebepalingen
### Afdeling 3. Overige bepalingen
### Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
### Afdeling 1. Verbodsbepalingen
### Afdeling 2. Strafbepalingen
### Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15a
1. Een vergunning als bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=14&z=2014-01-01&g=2014-01-01), is niet vereist indien:
- a. per kalenderjaar doorgaans niet meer dan 12.000 liter vruchten- of groentesap wordt vervaardigd; en
- b. uitsluitend vruchten- of groentesap wordt vervaardigd.
2. Indien in twee achtereenvolgende kalenderjaren meer dan 12.000 liter vruchten- of groentesap per kalenderjaar is vervaardigd, moet een vergunning als bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=14&z=2014-01-01&g=2014-01-01), worden aangevraagd.
3. De vergunning, bedoeld in het tweede lid, wordt verleend voor een periode van ten minste vijf jaar.
4. Binnen de periode van vijf jaar, bedoeld in het derde lid, kan de vergunninghouder geen verzoek indienen om intrekking van de vergunning, tenzij geen vruchten- of groentesap meer wordt vervaardigd.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
### Afdeling 3. Wijze van heffing en voldoening
### Afdeling 6. Hoofdelijke aansprakelijkheid
### Hoofdstuk IV. Invoer
### Hoofdstuk V. Vrijstellingen en teruggaven
### Afdeling 1. Vrijstellingen
### Afdeling 2. Teruggaven
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 3. Overige bepalingen
### Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
### Afdeling 1. Verbodsbepalingen
### Afdeling 2. Strafbepalingen
### Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2014-01-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken
2013-01-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken
2012-06-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — arts. 17, 19, 2
2010-04-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — arts. 17, 19, 2
2008-12-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — arts. 17, 19, 2
2008-08-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — arts. 17, 19, 2
2008-07-11
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — arts. 17, 19, 2
2006-01-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — arts. 17, 17, 1
2002-04-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — arts. 1, 5, 1 y
2002-04-01
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken — versión orig
original version
Tekst op deze datum