Besluit van 25 juni 1993, houdende bepalingen betreffende de algemene rechtspositie van burgerlijke ambtenaren bij het Ministerie van Defensie
Hoofdstuk 7a. Integriteit
Hoofdstuk 9. Instelling en werkwijze van commissies waaraan de beslissing met uitsluiting van administratieve organen is opgedragen
Hoofdstuk 7b. Overige rechten en verplichtingen
Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
Hoofdstuk 10. Schorsing en ontslag
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 87a. Bijdrage in de kosten van kinderopvang
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder kinderopvang en gastouderopvang verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang.
Door het hoofd defensieonderdeel kan naar bij ministeriële regeling te stellen regels, financieel worden bijgedragen in de kosten van de ambtenaar voor kinderopvang of gastouderopvang van een of meerdere kinderen.
De bijdrage, als bedoeld in het tweede lid, eindigt met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag wordt verleend.
Wanneer sprake is van een ontslag op grond van artikel 116 van dit besluit, eindigt de bijdrage, als bedoeld in het tweede lid, in afwijking van het vierde lid, 6 maanden na de datum waarop dat ontslag is ingegaan of op het moment dat uit andere hoofde aanspraak bestaat op een bijdrage, als bedoeld in het tweede lid. Gedurende deze periode van 6 maanden blijft de situatie van voor het ontslag ongewijzigd gehandhaafd.
Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
Hoofdstuk 9. Instelling en werkwijze van commissies waaraan de beslissing met uitsluiting van administratieve organen is opgedragen
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 90a. Beoordeling
Vervallen
Hoofdstuk 12. Rechtspositie deelnemers aan initiële opleidingen en assistent- en basisberoepsopleidingen in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs
Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 123. Ontslag als ambtenaar wegens niet passende arbeid
Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd, dat hij recht heeft op wachtgeld, daaronder mede begrepen herplaatsingswachtgeld of een uitkering op grond van artikel 18, zesde lid van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie, een voor hem passend geachte betrekking is aangeboden en die betrekking binnen een periode van uiterlijk één jaar nadat hij haar is gaan vervullen, niet passend voor hem blijkt te zijn, kan hem binnen die periode op zijn aanvraag eervol ontslag uit die betrekking worden verleend, welk ontslag ten aanzien van zijn aanspraken op dat wachtgeld of die uitkering wordt aangemerkt als niet door eigen toedoen te zijn verleend.
Artikel 123a
Aan de ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, kan door de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 112, eerste of tweede lid, in afwijking van artikel 121, derde lid, onderdeel a, ontslag worden verleend, indien hij zonder deugdelijke grond weigert:
- a. gevolg te geven aan door Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften mee te werken aan door Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid als bedoeld in artikel 54a, onderdeel j, te verrichten,
- b. passende arbeid als bedoeld in artikel 54a, onderdeel j, te verrichten waartoe Onze Minister hem in de gelegenheid stelt, dan wel
- c. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, wint Onze Minister een hierop betrekking hebbend advies van de UWV, bedoeld in artikel 54a, onderdeel i, in en neemt dit mede in beschouwing.
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12. Rechtspositie deelnemers aan initiële opleidingen en assistent- en basisberoepsopleidingen in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs
Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 30dca
De bevoegdheid tot het toekennen van de aanvraag op grond van de artikelen 30da, 30db en 30dc aan ambtenaren bezoldigd volgens salarisschaal 14 en hoger berust bij de Secretaris-Generaal.
Paragraaf 2. Toepassingsbereik
Paragraaf 5. Aanvullende bepalingen bij nachtdienst
Paragraaf 4. Dagelijkse en wekelijkse rusttijd
Paragraaf 8. Werk- en rusttijden op bepaalde dagen
Paragraaf 8. Werk- en rusttijden op bepaalde dagen
Paragraaf 10. Bijzondere bepalingen voor continu- en ploegendienst
Paragraaf 8. Werk- en rusttijden op bepaalde dagen
Hoofdstuk 5. Vakantie en verlof
§ 1. Vakantie
§ 2. Verlof
Buitengewoon verlof van korte duur
Buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg
Buitengewoon verlof van korte duur
Hoofdstuk 6. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
§ 4
§ 4
§ 5. Bezoldiging of uitkering wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid na beëindiging van de dienstbetrekking
§ 7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 7a. Integriteit
Hoofdstuk 10. Schorsing en ontslag
Hoofdstuk 12. Rechtspositie deelnemers aan initiële opleidingen en assistent- en basisberoepsopleidingen in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs
Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 4
Artikel 70a. Eed of belofte
De ambtenaar voldoet aan hetgeen voor hem inzake het afleggen van een eed of een belofte is bepaald.
Artikel 70b. Nevenbetrekkingen en nevenwerkzaamheden
De ambtenaar meldt aan Onze Minister, op een door Onze Minister te bepalen wijze, de nevenwerkzaamheden die de ambtenaar verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken.
Onze Minister voert een registratie van de op grond van het eerste lid gedane meldingen.
De ambtenaar verricht geen nevenwerkzaamheden waardoor de goede vervulling van de functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voor zover dit in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de melding, bedoeld in het eerste lid, de registratie, bedoeld in het tweede lid, en het verbod, bedoeld in het derde lid.
Artikel 70c
Onze Minister wijst de ambtenaren aan die werkzaamheden verrichten waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is. De aangewezen ambtenaar meldt financiële belangen, alsmede het bezit van en transacties met effecten die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling kunnen raken, aan een daartoe aangewezen functionaris.
Onze Minister voert een registratie van de op grond van het eerste lid gedane meldingen.
De ambtenaar verstrekt nadere informatie of bescheiden met betrekking tot de financiële belangen of het bezit van of de transacties met effecten, indien daarvoor naar het oordeel van Onze Minister of de door Onze Minister aangewezen functionaris, bedoeld in het eerste lid, aanleiding bestaat op grond van de melding of na de melding gebleken feiten of omstandigheden.
Het is de ambtenaar verboden financiële belangen te hebben, effecten te bezitten of effectentransacties te verrichten waardoor de goede vervulling van de functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voorzover dit in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de melding, bedoeld in het eerste lid, de registratie, bedoeld in het tweede lid, en het verbod, bedoeld in het vierde lid.
Artikel 70d. Deelname aan aanneming en leveringen
De ambtenaar neemt geen deel, direct of indirect, aan aannemingen en leveringen ten behoeve van openbare diensten, tenzij daarvoor toestemming is verleend.
De ambtenaar gedraagt zich naar hetgeen voor de ambtenaar is bepaald ten aanzien van het deelnemen, direct of indirect, aan aannemingen en leveringen ten behoeve van anderen.
Artikel 70e. Deelnemingen aan vennootschappen, stichtingen of verenigingen
Aan de ambtenaren of aan bepaalde groepen van ambtenaren van een bepaalde dienst kan door onze Minister worden verboden commissaris, bestuurder of vennoot te zijn van alle of nader te omschrijven vennootschappen, stichtingen of verenigingen die geregeld in aanraking komen of krachtens haar opzet kunnen komen met de betrokken dienst.
Artikel 70f. Geen vergoedingen, beloningen, steekpenningen
Vergoedingen, beloningen, giften of beloften worden door de ambtenaar in zijn ambt niet van derden gevorderd of verzocht of, anders dan met goedvinden van Onze Minister, aangenomen.
De ambtenaar neemt geen steekpenningen aan.
§ 2. Melden van een misstand
Artikel 70g
Vervallen
Artikel 70h
Vervallen
Artikel 70i
Vervallen
Artikel 70j
Vervallen
Artikel 70k
Vervallen
Hoofdstuk 7b. Overige rechten en verplichtingen
Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
Hoofdstuk 9. Instelling en werkwijze van commissies waaraan de beslissing met uitsluiting van administratieve organen is opgedragen
Hoofdstuk 9. Instelling en werkwijze van commissies waaraan de beslissing met uitsluiting van administratieve organen is opgedragen
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
Hoofdstuk 9. Rechten en verplichtingen bij het vervallen van een functie
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 4
§ 6. Bijzondere voorzieningen
Hoofdstuk 7b. Overige rechten en verplichtingen
Hoofdstuk 7c. Het melden van een vermoeden van een misstand
Hoofdstuk 9. Instelling en werkwijze van commissies waaraan de beslissing met uitsluiting van administratieve organen is opgedragen
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 171a. Overgangsbepaling functioneel leeftijdsontslag
Voor de ambtenaar die op 1 januari 2006 was geplaatst op een functie als:
- a. verpleegkundige, in hoofdzaak werkzaam bij het ambulancevervoer van patiënten;
- b. ambtenaar van de brandweer belast met de actieve deelname aan de repressieve brandbestrijding;
- c. burgerverkeersleider bij de Koninklijke luchtmacht;
- d. bootsman, matroos of tweede machinist aan boord van een zeesleper of een haven- of kustsleper van de Rijks Havendienst, geldt een leeftijdsgrens indien hij de leeftijd van vijfenvijftig jaar bereikt:
- 1°. in het jaar 2010, van vijfenvijftig jaar en drie maanden;
- 2°. in het jaar 2011, van vijfenvijftig jaar en zes maanden;
- 3°. in het jaar 2012, van vijfenvijftig jaar en negen maanden;
- 4°. in het jaar 2013, van zesenvijftig jaar;
- 5°. in het jaar 2014, van zesenvijftig jaar en drie maanden;
- 6°. in het jaar 2015, van zesenvijftig jaar en zes maanden;
- 7°. in het jaar 2016, van zevenenvijftig jaar;
- 8°. in het jaar 2017, van zevenenvijftig jaar en zes maanden;
- 9°. in het jaar 2018, van achtenvijftig jaar;
- 10°. in het jaar 2019, van achtenvijftig jaar en zes maanden;
- 11°. in het jaar 2020, van negenenvijftig jaar;
- 12°. in het jaar 2021, van negenenvijftig jaar en zes maanden;
- 13°. in het jaar 2022 van zestig jaar.
Voor de ambtenaar die op 1 januari 2006 was geplaatst op een functie:
- a. die in hoofdzaak bestaat uit de daadwerkelijke verpleging van lichamelijk en geestelijk zieken. Hieronder worden medebegrepen de niet-gekwalificeerde functionarissen die in de daadwerkelijke verpleging werkzaam zijn;
- b. als directrice of adjunct-directrice van een inrichting voor verpleging van zieken;
- c. als commandant van de brandweer die op grond van de organisatie van deze dienst tijdens een brand door één of meerdere officieren wordt bijgestaan;
- d. bij het geüniformeerd burgerpersoneel van het Marine Bewakings Korps of als de bediende aan boord van een zeeloodsvaartuig;
- e. in nader door Onze Minister aan te wijzen functies in de operationele sector bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
- f. belast met de interceptie (verwerven en verwerken) van bijzonder verbindings- en berichtenverkeer ten behoeve van veiligheidsdoeleinden, dan wel (tevens) rechtstreeks met de leiding daarvan;
- g. als kapitein of eerste machinist aan boord van een zeesleper of een haven- of kustsleper van de Rijks Havendienst;
- h. aan boord van de tanker of de transportvaartuigen van de Rijks Havendienst;
- i. aan boord van een schip van de Hydrografische Dienst;
- j. bij het burgerbewakingspersoneel van het Joint Operations Centre;
- k. als bewaker-hondengeleider of bewaker-hondengeleider-portier bij het burgerbewakingspersoneel van de Koninklijke landmacht, voor zover belast met de continubewaking van afgelegen objecten onder verzwarende terreinomstandigheden, geldt een leeftijdsgrens indien hij de leeftijd van zestig jaar bereikt:
- 1°. in het jaar 2010, van zestig jaar en twee maanden;
- 2°. in het jaar 2011, van zestig jaar en vier maanden;
- 3°. in het jaar 2012, van zestig jaar en vijf maanden;
- 4°. in het jaar 2013, van zestig jaar en zeven maanden;
- 5°. in het jaar 2014, van zestig jaar en tien maanden;
- 6°. in het jaar 2015, van één en zestig jaar;
- 7°. in het jaar 2016, van één en zestig jaar en drie maanden;
- 8°. in het jaar 2017, van één en zestig jaar en vijf maanden;
- 9°. in het jaar 2018, van één en zestig jaar en negen maanden;
- 10°. in het jaar 2019, van één en zestig jaar en elf maanden;
- 11°. in het jaar 2020, 2021 of 2022, van tweeënzestig jaar.
Aan de ambtenaar bedoeld in het eerste of tweede lid kan op diens aanvraag eervol ontslag worden verleend met ingang van de eerste van de maand, volgende op die waarin de voor de ambtenaar geldende leeftijdsgrens wordt bereikt. Dit ontslag wordt aangemerkt als een ontslag als bedoeld in artikel 114, eerste lid, indien wordt voldaan aan de daar bedoelde voorwaarden.
De ambtenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, heeft het recht om na het bereiken van de in het eerste respectievelijk tweede lid genoemde leeftijdsgrens langer door te werken op zijn functie voor een periode van maximaal vier respectievelijk twee jaar. Na afloop van deze periode kan dit op aanvraag van de ambtenaar jaarlijks worden verlengd, indien dit door het bevoegde gezag in het belang van de dienst wordt geacht en de ambtenaar blijkens de uitslag van een onderzoek door de deskundige persoon of de arbodienst, bedoeld in artikel 54a, onderdeel b, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht diens functie te blijven uitoefenen. Indien tussentijds uit de uitslag van een bedrijfsgeneeskundig onderzoek blijkt dat de ambtenaar ongeschikt is geworden voor de verdere uitoefening van diens functie, zal alsnog ontslag worden verleend als bedoeld in het derde lid.
De ambtenaar bedoeld in het eerste of tweede lid voor wie tijdens de periode gelegen na het vijfenvijftigste levensjaar op basis van een individuele afweging het voortzetten van de uitoefening van zijn functie leidt tot een te grote fysieke belasting, wordt een passende functie opgedragen, bij voorkeur in of in de nabijheid van zijn standplaats, met behoud van het uitzicht op functioneel leeftijdsontslag als bedoeld in het derde lid.
De ambtenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, die de leeftijd van vijfenvijftig respectievelijk zestig jaar bereikt in het jaar 2023 of later, wordt vóór het bereiken van de leeftijd van zestig respectievelijk tweeënzestig jaar een passende functie opgedragen als bedoeld in artikel 105 niet zijnde een functie als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Indien het tijdig opdragen van een passende functie als bedoeld in het zesde lid niet mogelijk is, kan de ambtenaar:
- a. op aanvraag ontslag worden verleend als bedoeld in het derde lid dan wel
- b. op aanvraag ervoor kiezen om door te werken op diens functie tot het bereiken van de in het vierde lid genoemde momenten, waarna de ambtenaar een andere functie kan worden opgedragen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 30ba. Toepasselijkheid verlofbepaling
Indien de overschrijding van de arbeidsduur, bedoeld in artikel 30b, tweede lid, wordt vergoed in tijd, is op deze tijd artikel 33, zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 2. Toepassingsbereik
Paragraaf 3. Arbeidsduur en verlengde arbeidsduur
Paragraaf 3. Arbeidsduur en verlengde arbeidsduur
Paragraaf 4. Dagelijkse en wekelijkse rusttijd
Paragraaf 6. Afwijkende bepalingen inzake arbeidsduur en rusttijd
Paragraaf 6. Afwijkende bepalingen inzake arbeidsduur en rusttijd
Paragraaf 9. Consignatie en bijzondere vormen van consignatie
Paragraaf 7. Pauzeregeling
Paragraaf 11. Bijzondere bepalingen voor vrouwelijke ambtenaren
Hoofdstuk 5. Vakantie en verlof
§ 1. Vakantie
Buitengewoon verlof van korte duur
Buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg
Buitengewoon verlof van lange duur
Hoofdstuk 6. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte
§ 2. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding
§ 2. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding
§ 2. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding
§ 6. Bijzondere voorzieningen
Hoofdstuk 7a. Integriteit
§ 7. Overige bepalingen
§ 2. Melden van een misstand
Hoofdstuk 7a. Integriteit
Hoofdstuk 9. Rechten en verplichtingen bij het vervallen van een functie
Hoofdstuk 10. Schorsing en ontslag
Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
Hoofdstuk 8a. Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening defensieambtenaren
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 70l
Vervallen
Artikel 70m
Vervallen
Artikel 70n
Vervallen
Artikel 70o
Vervallen
Artikel 70p
Vervallen
Artikel 70q
Vervallen
Artikel 70r
Vervallen
Artikel 70s
Vervallen
Artikel 70t
Vervallen
Artikel 70u
Vervallen
Artikel 70v
Vervallen
Artikel 70w
Vervallen
Artikel 70x
Vervallen
Artikel 70y
Vervallen
Artikel 70z
Vervallen
Artikel 70aa
Vervallen
Artikel 70ab
Vervallen
Artikel 70ac
Vervallen
Hoofdstuk 7b. Overige rechten en verplichtingen
Hoofdstuk 9. Rechten en verplichtingen bij het vervallen van een functie
Hoofdstuk 9. Rechten en verplichtingen bij het vervallen van een functie
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 9. Rechten en verplichtingen bij het vervallen van een functie
Hoofdstuk 11
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 104. Begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- ambtenaar de ambtenaar, die:
-
- is aangesteld in vaste dienst;
-
- is aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder a;
-
- is aangesteld in tijdelijke dienst bedoeld in artikel 7, vijfde lid;
- boventalligheid de situatie dat een ambtenaar zijn functie verliest omdat binnen de te reorganiseren organisatie of een onderdeel daarvan, meerdere ambtenaren een vergelijkbare of uitwisselbare functie vervullen en het totale aantal van die functies zodanig wordt verminderd dat onvoldoende van die functies resteren.
Artikel 105. Passende functie
Een functie is in beginsel passend wanneer de daaraan verbonden werkzaamheden op de capaciteiten en ervaring van de ambtenaar zijn berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van de ambtenaar kan worden gevergd.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van het eerste lid.
Artikel 106. Aanwijzing als herplaatsingskandidaat
De ambtenaar van wie de functie wordt opgeheven of waarvoor boventalligheid is vastgesteld, wordt door het hoofd defensieonderdeel aangewezen als herplaatsingskandidaat en wordt hierover schriftelijk geïnformeerd.
In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister bij ministeriële regeling bepalen dat specifieke categorieën ambtenaren van wie de functie wordt opgeheven of waarvoor boventalligheid is vastgesteld niet worden aangewezen als herplaatsingskandidaat.
Artikel 107. Herplaatsingsonderzoek
Onze Minister onderzoekt gedurende drie maanden, te rekenen vanaf het moment dat de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat, of herplaatsing van de ambtenaar op een passende functie binnen het gezagsbereik van Onze Minister mogelijk is.
Indien het onderzoek bedoeld in het eerste lid niet heeft geleid tot herplaatsing, onderzoekt Onze Minister, aansluitend aan de periode bedoeld in het eerste lid, gedurende drie maanden of herplaatsing van de ambtenaar op een passende functie binnen of buiten het gezagsbereik van Onze Minister mogelijk is.
Indien het onderzoek bedoeld in het tweede lid niet heeft geleid tot herplaatsing, onderzoekt Onze Minister, aansluitend aan de periode bedoeld in het tweede lid, gedurende zes maanden of herplaatsing van de ambtenaar op een passende functie buiten het gezagsbereik van Onze Minister mogelijk is.
De periode van zes maanden bedoeld in het derde lid, wordt voor elk volledig jaar dat de ambtenaar is aangesteld bij het Ministerie van Defensie, verlengd met een halve maand tot maximaal twaalf maanden.
Onze Minister kan op verzoek van de ambtenaar die is aangewezen als herplaatsingskandidaat de duur van de herplaatsingsperiode, zoals vastgesteld op grond van het eerste tot en met het vierde lid, verlengen indien de omstandigheden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van dit artikel.
Artikel 108. Verplichtingen van de herplaatsingskandidaat
De herplaatsingskandidaat is verplicht al het mogelijke te doen om een passende functie te vinden en mee te werken aan het herplaatsingsonderzoek bedoeld in artikel 107.
De herplaatsingskandidaat is verplicht een passende functie te aanvaarden tijdens het herplaatsingsonderzoek bedoeld in artikel 107, derde en vierde lid.
De herplaatsingskandidaat die zonder deugdelijke grond weigert of heeft geweigerd te voldoen aan een hem op grond van dit artikel opgelegde verplichting, kan in verband daarmee ontslag bedoeld in artikel 116, eerste lid worden verleend.
Artikel 108a. Voorzieningen in verband met dreigende overtolligheid en gedurende het herplaatsingsonderzoek
Onze Minister kan voorzieningen treffen:
- a. om dreigende overtolligheid te voorkomen door ontslag op aanvraag te stimuleren;
- b. ten behoeve van ambtenaren die zijn aangewezen als herplaatsingskandidaat bedoeld in artikel 106.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van het eerste lid.
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 65a. Volledige schadevergoeding
De ambtenaar of de gewezen ambtenaar die een beroepsincident als bedoeld in artikel 54a, onderdeel f, is overkomen, heeft recht op volledige vergoeding van de schade die hij ten gevolge van dat beroepsincident lijdt.
De nabestaanden van de ambtenaar die is overleden ten gevolge van een beroepsincident hebben aanspraak op een volledige vergoeding van de schade die zij tengevolge daarvan lijden.
De nabestaanden van de gewezen ambtenaar, die is overleden aan de gevolgen van een beroepsincident, hebben aanspraak op een volledige vergoeding van de schade die zij tengevolge daarvan lijden, voor zover er op grond van het eerste lid geen schadevergoeding aan de gewezen ambtenaar is toegekend.
Bij de vaststelling van de omvang van de in het vorige leden bedoelde schadevergoeding wordt rekening gehouden met de materiële aanspraken op grond van de rechtspositie en andere uitkeringen welke in verband staan met het beroepsincident.
Dit artikel is niet van toepassing op beroepsincidenten die zich hebben voorgedaan voor 1 juni 2012.
Onze Minister kan nadere voorschriften geven ten aanzien van de uitvoering van dit artikel.
§ 3. Maatregelen ingeval van ziekte tijdens de betrekking
Hoofdstuk 7a. Integriteit
§ 1. Goed ambtelijk handelen
§ 2. Melden van een misstand
Hoofdstuk 12. Rechtspositie deelnemers aan initiële opleidingen en entree- en basisberoepsopleidingen in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs
Hoofdstuk 10. Schorsing en ontslag
Hoofdstuk 11
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 70
De ambtenaar vervult de uit zijn functie voortvloeiende plichten nauwgezet en ijverig en gedraagt zich zoals een goed ambtenaar betaamt.
Artikel 70a. Eed of belofte
De ambtenaar voldoet aan hetgeen voor hem inzake het afleggen van een eed of een belofte is bepaald.
Artikel 70b. Nevenbetrekkingen en nevenwerkzaamheden
De ambtenaar meldt aan Onze Minister, op een door Onze Minister te bepalen wijze, de nevenwerkzaamheden die de ambtenaar verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken.
Onze Minister voert een registratie van de op grond van het eerste lid gedane meldingen.
De ambtenaar verricht geen nevenwerkzaamheden waardoor de goede vervulling van de functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voor zover dit in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de melding, bedoeld in het eerste lid, de registratie, bedoeld in het tweede lid, en het verbod, bedoeld in het derde lid.
Artikel 70c
Onze Minister wijst de ambtenaren aan die werkzaamheden verrichten waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is. De aangewezen ambtenaar meldt financiële belangen, alsmede het bezit van en transacties met effecten die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling kunnen raken, aan een daartoe aangewezen functionaris.
Onze Minister voert een registratie van de op grond van het eerste lid gedane meldingen.
De ambtenaar verstrekt nadere informatie of bescheiden met betrekking tot de financiële belangen of het bezit van of de transacties met effecten, indien daarvoor naar het oordeel van Onze Minister of de door Onze Minister aangewezen functionaris, bedoeld in het eerste lid, aanleiding bestaat op grond van de melding of na de melding gebleken feiten of omstandigheden.
Het is de ambtenaar verboden financiële belangen te hebben, effecten te bezitten of effectentransacties te verrichten waardoor de goede vervulling van de functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voorzover dit in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de melding, bedoeld in het eerste lid, de registratie, bedoeld in het tweede lid, en het verbod, bedoeld in het vierde lid.
Artikel 70d. Deelname aan aanneming en leveringen
De ambtenaar neemt geen deel, direct of indirect, aan aannemingen en leveringen ten behoeve van openbare diensten, tenzij daarvoor toestemming is verleend.
De ambtenaar gedraagt zich naar hetgeen voor de ambtenaar is bepaald ten aanzien van het deelnemen, direct of indirect, aan aannemingen en leveringen ten behoeve van anderen.
Artikel 70e. Deelnemingen aan vennootschappen, stichtingen of verenigingen
Aan de ambtenaren of aan bepaalde groepen van ambtenaren van een bepaalde dienst kan door onze Minister worden verboden commissaris, bestuurder of vennoot te zijn van alle of nader te omschrijven vennootschappen, stichtingen of verenigingen die geregeld in aanraking komen of krachtens haar opzet kunnen komen met de betrokken dienst.
Artikel 70f. Geen vergoedingen, beloningen, steekpenningen
Vergoedingen, beloningen, giften of beloften worden door de ambtenaar in zijn ambt niet van derden gevorderd of verzocht of, anders dan met goedvinden van Onze Minister, aangenomen.
De ambtenaar neemt geen steekpenningen aan.
Hoofdstuk 7c. Het melden van een misstand
Hoofdstuk 8a. Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening defensieambtenaren
Hoofdstuk 9. Rechten en verplichtingen bij het vervallen van een functie
Hoofdstuk 12. Rechtspositie deelnemers aan initiële opleidingen en entree- en basisberoepsopleidingen in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs
Hoofdstuk 11. Regeling vervroegd uittreden
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
Artikel 30bb. Compensatie voor overwerk salarisschaal 11 en 12
De commandant kent, in afwijking van artikel 30l, onder a, aan de ambtenaar met salarisschaal 11 of 12 een compensatie voor overwerk toe, indien de ambtenaar in opdracht van de commandant een of meerdere uren overwerk verricht.
De compensatie voor overwerk bestaat uit roostervrije uren, gelijk aan het aantal uren overschrijding van het per dag vastgestelde aantal arbeidsuren.
De commandant stelt de ambtenaar in de gelegenheid de compensatie op te nemen.
Paragraaf 2. Toepassingsbereik
Paragraaf 5. Aanvullende bepalingen bij nachtdienst
Paragraaf 8. Werk- en rusttijden op bepaalde dagen
Paragraaf 10. Bijzondere bepalingen voor continu- en ploegendienst
Paragraaf 11. Bijzondere bepalingen voor vrouwelijke ambtenaren
Hoofdstuk 5. Vakantie en verlof
§ 1. Vakantie
§ 2. Verlof
Buitengewoon verlof van korte duur
Buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg
Buitengewoon verlof van lange duur
Hoofdstuk 6. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte
§ 3. Maatregelen ingeval van ziekte tijdens de betrekking
§ 6. Bijzondere voorzieningen
§ 7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 7b. Overige rechten en verplichtingen
Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 98a
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- betrokken derde: betrokken derde als bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders;
- COID: Centrale Organisatie Integriteit Defensie;
- degene die een melder bijstaat: degene die een melder bijstaat als bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders;
- melder: melder als bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders;
- melding: melding als bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders;
- vermoeden van een misstand: vermoeden van een misstand als bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders.
Artikel 98b
Vervallen
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 98c
Het hoofd defensieonderdeel wijst een of meer vertrouwenspersonen integriteit aan bij zijn defensieonderdeel.
De vertrouwenspersoon integriteit heeft in elk geval tot taak een (potentiële) melder, degene die een (potentiële) melder bijstaat en een betrokken derde op diens verzoek te adviseren over het omgaan met een vermoeden van een misstand.
Artikel 98d
Een melder doet een melding bij zijn direct leidinggevende, bij een hogere leidinggevende of bij het Meldpunt Integriteit Defensie. De melder kan ook rechtstreeks een melding doen bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
Een melding over een andere organisatie dan het defensieonderdeel waar hij is tewerkgesteld, doet een melder bij een leidinggevende of bij een vertrouwenspersoon van die organisatie of rechtstreeks bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
Artikel 98e
Een (potentiële) melder, degene die een (potentiële) melder bijstaat en een betrokken derde kan een krachtens artikel 98c, eerste lid, aangewezen vertrouwenspersoon integriteit in vertrouwen raadplegen over een vermoeden van een misstand.
Artikel 98f
Vervallen
Artikel 98g
Degene bij wie een melding is gedaan, stelt de Secretaris-Generaal door tussenkomst van de COID onverwijld in kennis van de melding en de datum waarop deze is ontvangen.
Artikel 98h
Vervallen
Artikel 98i
De Secretaris-Generaal bevestigt de ontvangst van de melding binnen zeven dagen schriftelijk aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor een onderzoeksbelang of een belang van de melder onnodig of onevenredig kan worden geschaad. Een afschrift wordt gezonden aan de Secretaris-Generaal en de COID.
Artikel 98j
De Secretaris-Generaal stelt onverwijld een onderzoek in naar de melding, tenzij:
- a. de melding kennelijk ongegrond is;
- b. de melding kennelijk onredelijk laat is gedaan.
De Secretaris-Generaal stelt de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, doorlopend en in ieder geval binnen een termijn van ten hoogste drie maanden na verzending van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 98i, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van informatie over de verdere behandeling van de melding en, in voorkomend geval, de mededeling van het achterwege laten van een onderzoek dan wel de bevindingen van het onderzoek, het oordeel daarover en de eventuele consequenties die daaraan worden verbonden.
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad.
Bij de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoedelijke misstand of op onvoldoende afstand staat van de te onderzoeken kwestie of personen.
Artikel 98k
Vervallen
Artikel 98l
Indien de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders aan het bevoegd gezag in haar rapport een aanbeveling doet als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder c, van de Wet bescherming klokkenluiders, stelt de commandant de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, uiterlijk binnen twaalf weken na openbaarmaking van het rapport schriftelijk in kennis van zijn standpunt dienaangaande en de eventuele consequenties die het daaraan verbindt. Een afschrift wordt gezonden naar het hoofd defensieonderdeel, de Secretaris-Generaal en de COID.
Als het standpunt en de consequenties afwijken van de aanbeveling, vermeldt de Secretaris-Generaal de reden voor de afwijking.
Paragraaf 3. Financiële tegemoetkoming
Artikel 98m
De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit, die bezwaar maakt of een gerechtelijke procedure instelt, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van die procedure, op voorwaarde dat:
- a. de procedure is gericht tegen een melding en gestelde benadeling dan wel de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling van de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit als gevolg van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit;
- b. de benadeling, bedoeld in onderdeel a, heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van de bevindingen en het oordeel, bedoeld in artikel 98j, eerste lid, of binnen vijf jaar na openbaarmaking van een rapport als bedoeld in artikel 17 van de Wet bescherming klokkenluiders door de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, dan wel binnen vijf jaar nadat de melding anderszins is afgehandeld.
De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit die zijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen beslissing of handeling die naar zijn oordeel een benadeling inhoudt in verband met een melding of de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten, indien:
- a. het voornemen is kenbaar gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn, en
- b. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat de voorgenomen beslissing of handeling verband houdt met een melding of het gevolg is van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit.
De melder, de vertrouwenspersoon integriteit, of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit richt een verzoek om een tegemoetkoming aan de Secretaris-Generaal.
Aanspraak op een tegemoetkoming bestaat alleen voor zover in verband met de in het eerste en tweede lid bedoelde procedures daadwerkelijk kosten worden of zijn gemaakt met betrekking tot door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Artikel 98n
De tegemoetkoming voor iedere afzonderlijke procedure, bedoeld in artikel 98m, eerste en tweede lid, is gelijk aan tweemaal het bedrag, genoemd in onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 98o
De Secretaris-Generaal beslist binnen zes weken op het verzoek.
De Secretaris-Generaal kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
Artikel 98p
Degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling, indien hij de procedure waarop de tegemoetkoming betrekking heeft voortijdig staakt. Deze verplichting geldt niet, indien het staken van de procedure direct voortvloeit uit de intrekking door het bevoegd gezag van de beslissing of het herzien van de handeling, waartegen de procedure is gericht.
Artikel 98q
Als een beslissing of handeling of een voorgenomen beslissing of handeling waarvoor op grond van artikel 98m aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van de procedures, in de bezwaarprocedure of zienswijzeprocedure wordt herroepen wegens een aan het bevoegd gezag te wijten onrechtmatigheid of de bestreden beslissing of handeling als gevolg van een uitspraak van de rechter die onherroepelijk is geworden wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen niet in stand worden gelaten, vergoedt het hoofd defensieonderdeel voor iedere afzonderlijke procedure aan de melder, de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit alle daadwerkelijk en in redelijkheid door hem gemaakte kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, met dien verstande dat:
- a. de vergoeding wordt toegekend zonder toepassing van het tariefsysteem in voornoemd besluit;
- b. de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vergoed voor een bedrag van ten hoogste € 258,57 per uur tot een bedrag van ten hoogste € 6.205,71, beide bedragen exclusief BTW en kantoorkosten;
- c. aan de betrokkene toegekende bedragen waarop hij op grond van een ander wettelijk voorschrift of een uitspraak van een gerechtelijke instantie aanspraak heeft in verband met de vergoeding van kosten als bedoeld in dit artikel, in aftrek worden gebracht op de vergoeding.
De in het eerste lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande jaar.
Artikel 98r
Op meldingen van ambtenaren die zijn gedaan voor 17 december 2021 blijft hoofdstuk 7c van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 23 juni 2023, houdende wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement en het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) van toepassing.
Hoofdstuk 8a. Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening defensieambtenaren
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 103a
In de artikelen 103a tot en met 103i wordt verstaan onder:
- a. belanghebbende: degene op wie het in artikel 102 bedoelde voornemen betrekking heeft.
- b. commissie: de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening defensieambtenaren bedoeld in artikel 103b.
Artikel 103b
Er is een Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening defensieambtenaren.
De commissie heeft tot taak het bevoegd gezag van advies te dienen over het voornemen een disciplinaire straf op te leggen als bedoeld in artikel 102.
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 103c
De commissie bestaat uit vijf leden onder wie de voorzitter. Voorts kunnen een plaatsvervangend voorzitter en plaatsvervangende leden worden benoemd. De plaatsvervangend voorzitter wordt uit de leden benoemd.
De voorzitter en de andere leden, alsmede hun plaatsvervangers worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd en ontslagen. Onze Minister stelt de centrales van overheidspersoneel die deel uitmaken van de Sectorcommissie Defensie, bedoeld in artikel 4 van het Besluit georganiseerd overleg sector defensie, in de gelegenheid voorstellen te doen voor leden, alsmede hun plaatsvervangers.
De voorzitter en de andere leden, alsmede hun plaatsvervangers, worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan tweemaal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
Artikel 103d
De commissie wordt bijgestaan door een secretaris en een plaatsvervangend secretaris. Zij worden door Onze Minister aangewezen.
Paragraaf 2. Samenstelling van de commissie
Artikel 103e
Wanneer het advies van de commissie wordt gevraagd, worden daarbij afschriften van de ter zake dienende stukken overgelegd.
Wanneer uit een oogpunt van bronbescherming de inhoud van bepaalde stukken ter uitsluitende kennisneming van de commissie dient te blijven, wordt dat aan de commissie medegedeeld.
De commissie is bevoegd voorts alle inlichtingen in te winnen die zij voor de vorming van haar advies nodig acht.
Artikel 103f
Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de adviesaanvraag stelt de voorzitter de datum voor een vergadering vast, die – behoudens dringende redenen – niet later dan vier weken na de ontvangst mag plaatsvinden.
De secretaris geeft de belanghebbende alsmede het bevoegd gezag onverwijld na de vaststelling kennis van plaats en tijdstip der vergadering onder mededeling van het bepaalde in het derde lid, alsmede van het bepaalde in 103g, eerste lid, tweede volzin.
De belanghebbende en zijn raadsman worden voor deze vergadering in de gelegenheid gesteld kennis en afschrift te nemen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, voor zover niet artikel 103e, tweede lid, van toepassing is. In voorkomend geval wordt de belanghebbende daarvan mededeling gedaan.
Artikel 103g
De commissie hoort ter vergadering de belanghebbende, tenzij deze heeft verklaard daarop geen prijs te stellen of zonder gegronde reden aan een daartoe gedane oproeping geen gevolg heeft gegeven. De belanghebbende kan zich ter vergadering van de commissie laten bijstaan door een raadsman.
Het bevoegd gezag wordt in de gelegenheid gesteld zijn standpunt ter vergadering van de commissie nader te doen toelichten.
De commissie is bevoegd iedere ambtenaar ten aanzien waarvan zij het horen wenselijk acht te doen oproepen ter vergadering. De opgeroepen ambtenaar verstrekt desgevraagd alle inlichtingen. Indien dit uit een oogpunt van bronbescherming noodzakelijk is, verstrekt de ambtenaar de inlichtingen slechts in het bijzijn van de commissie.
De commissie kan al dan niet op verzoek van de belanghebbende andere personen horen.
Artikel 103h
De commissie vergadert niet indien niet tenminste de voorzitter en twee andere leden, dan wel hun plaatsvervangers aanwezig zijn.
De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.
Artikel 103i
De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. Noch de voorzitter, noch een der andere leden onthoudt zich van deelneming aan enige stemming. Indien de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
Het advies van de commissie wordt met redenen omkleed. Indien in de commissie een minderheidsstandpunt bestaat, wordt dit, alsmede de daaraan ten grondslag liggende argumenten, desverlangd in het advies opgenomen. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
Behoudens dringende redenen wordt het advies niet later dan vier weken na de in artikel 103f, eerste lid, bedoelde vergadering uitgebracht aan het in artikel 103b bedoelde adviesvragende gezag.
Hoofdstuk 10. Schorsing en ontslag
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12. Rechtspositie studenten aan initiële opleidingen en entree- en basisberoepsopleidingen in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs
Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 173a
Na inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren berust dit besluit op artikel 12o van de Wet ambtenaren defensie.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 1. Opleidingen
Artikel 19. Om- en bijscholingsopleidingen
De ambtenaar kan, al dan niet op eigen aanvraag, door het hoofd defensieonderdeel worden aangewezen voor het volgen van een om- of bijscholingsopleiding teneinde de benodigde kennis en vaardigheden te behouden voor het vervullen van de huidige functie, dan wel te verkrijgen voor de vervulling van toekomstige functies. De ambtenaar wordt tijdig in de gelegenheid gesteld tot het volgen van die opleiding.
Het hoofd defensieonderdeel kent de ambtenaar een vergoeding toe voor de aan een om- of bijscholingsopleiding verbonden noodzakelijk te zijnen laste komende kosten.
De ambtenaar die is aangewezen voor het volgen van een om- of bijscholingsopleiding, kan daarvan door het hoofd defensieonderdeel worden ontheven indien hij niet voldoet aan de bij de opleiding gestelde eisen of indien ontheffing in het belang van de dienst of van de ambtenaar om andere redenen noodzakelijk is.
Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 20. Individuele opleidingsaanspraak
De ambtenaar wordt op zijn aanvraag door Onze Minister aangewezen voor een opleiding indien de ambtenaar de beschikking heeft over een individuele opleidingsaanspraak. Over de periode van het volgen van de opleiding worden vooraf afspraken gemaakt tussen de ambtenaar, de commandant en de employabilitybegeleider.
De kosten verbonden aan de opleiding worden vergoed tot bij ministeriele regeling vast te stellen maximum bedragen. De kosten kunnen tot vijf jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd worden vergoed met inachtneming van de hiervoor bedoelde maximumbedragen.
Indien bij een andere te vervullen functie blijkt dat de gevolgde opleiding onderdeel uitmaakt van de functie-eisen, wordt het bedrag van de daarvoor vergoede opleidingskosten weer toegevoegd aan de bedragen, bedoeld in het tweede lid.
Wanneer de opleiding dan wel de noodzakelijke voorbereiding daarop plaatsvindt tijdens de werktijd van de ambtenaar, wordt hij door Onze Minister hiervoor vrijgesteld van arbeid. Indien zwaarwegende redenen van dienstbelang dit noodzakelijk maken, kan de vrijstelling van arbeid door Onze Minister tijdelijk worden opgeheven.
Indien de opleiding niet kan worden afgerond voordat ontslag plaats vindt op grond van artikel 113, vijfde lid, kan de opleiding na het ontslag worden afgerond met vergoeding van de daarmee samenhangende opleidingskosten met inachtneming van de in het tweede lid bedoelde maximum bedragen.
Bij ministeriele regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van dit artikel.
Artikel 21. Studiefaciliteiten
Aan de ambtenaar die dat wenst, kunnen naar bij ministeriële regeling te stellen regels bepaalde studiefaciliteiten worden verleend, indien de ambtenaar naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel een studie of opleiding voor eigen rekening volgt of heeft voltooid die mede in het belang van de dienst of in het belang van de bevordering van de externe werkzekerheid is.
Artikel 22. Terugbetaling opleidingskosten
De ambtenaar die wordt aangesteld om na afloop van een opleiding voor een functie daarin te worden tewerkgesteld, kan naar bij ministeriële regeling te stellen regels, bij die aanstelling worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke (terug)betaling van de kosten van de opleiding als bedoeld in de artikelen 19 en 21 ingeval hem overeenkomstig zijn aanvraag of anders dan eervol, ontslag wordt verleend in het opleidingstijdvak dan wel binnen een in even bedoelde regels aangegeven tijdvak na afloop van de opleiding. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de ambtenaar in tijdelijke dienst, wiens aanstelling voor een bepaalde tijd overeenkomstig zijn aanvraag niet wordt verlengd of overeenkomstig zijn aanvraag niet wordt gewijzigd in een aanstelling in vaste dienst.
§ 2. Loopbaanvorming
Artikel 23
Bij ministeriele regeling worden regels gesteld omtrent loopbaanvorming in het algemeen en omtrent daarmede verband houdende bijzondere regelingen ter bepaling van de voor de ambtenaar geldende salarisschaal.
Artikel 24. Duur functievervulling
De ambtenaar, die in vaste dienst is aangesteld en is tewerkgesteld in een functie waaraan schaal 9 of hoger van bijlage A van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie is verbonden, wordt voor een periode van ten hoogste vijf jaren in een functie tewerkgesteld. Deze tewerkstelling duurt voort, tenzij na afloop van die periode op basis van een met de betrokken ambtenaar gemaakte loopbaanafspraak een andere, passende functie wordt opgedragen. In beginsel dient met de ambtenaar overeenstemming te zijn bereikt over die andere functie.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels ter uitvoering van het eerste lid worden gesteld.
Artikel 25. Functioneringsgesprek
Aan de wijze van functievervulling van de ambtenaar en aan zijn gedrag in relatie tot zijn functie wordt ten minste een keer per jaar aandacht besteed door middel van het houden van een functioneringsgesprek.
Aan het functioneringsgesprek wordt deelgenomen door de ambtenaar en diens functionele chef.
Op verzoek van een van de deelnemers aan het functioneringsgesprek en met instemming van beide deelnemers kunnen een of meer andere personen aan het gesprek deelnemen.
Het functioneringsgesprek is ten minste gericht op de navolgende onderdelen:
- a. het functioneren van de ambtenaar in de omgeving waarin hij zijn functie vervult, alsmede de functionele relatie tussen de ambtenaar en de functionele chef met betrekking tot de functie-uitoefening van de ambtenaar over de achterliggende periode. Hierbij komen in elk geval de volgende aspecten aan de orde:
- 1°. de verhouding tussen de getoonde kennis en de vaardigheden en de gestelde functie-eisen;
- 2°. de vorderingen en de gedragingen;
- 3°. de toetsing of en in hoeverre is voldaan aan eerder gemaakte afspraken;
- 4°. integriteit.
- b. afspraken en aandachtspunten met betrekking tot de toekomstige functievervulling;
- c. de persoonlijke ontwikkeling in relatie tot de mogelijke loopbaanwensen van de ambtenaar en de algemene loopbaanpatronen;
- d. indien de ambtenaar de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt: de relatie tussen leeftijd en belastbaarheid en functievervulling.
De functionele chef legt een samenvatting van de inhoud van het gesprek alsmede de gemaakte afspraken en besproken aandachtspunten in het functioneringsgesprekformulier vast. Het formulier wordt voor een correcte weergave daarvan door de functionele chef en de ambtenaar ondertekend. De functionele chef verstrekt de ambtenaar een afschrift van het functioneringsgesprekformulier. De afspraken en aandachtspunten worden opgelegd in het personeelsdossier van de betrokkene.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van het houden van functioneringsgesprekken en het functioneringsgesprekformulier, waarin ten minste de in het vierde lid genoemde onderdelen zijn opgenomen.
Artikel 26. Loopbaangesprek
Op verzoek van de ambtenaar voert de employabilitybegeleider een loopbaangesprek met de ambtenaar.
In het loopbaangesprek wordt ten minste aandacht besteed aan:
- a. de ontwikkelpunten inzake kennis, ervaring en competenties, gericht op het vervolg van de loopbaan binnen of buiten het ministerie van Defensie;
- b. de opleidingswensen van de ambtenaar;
- c. de kansen en mogelijkheden ten aanzien van het vervolg van de loopbaan binnen of buiten het ministerie van Defensie.
Afspraken die in het loopbaangesprek worden gemaakt, zijn bindend en worden vastgelegd in het bij ministeriële regeling vast te stellen persoonlijk ontwikkelplanformulier.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van het houden van loopbaangesprekken en het vaststellen van de afspraken in het persoonlijk ontwikkelplanformulier.
Artikel 27. Beoordeling
Indien de commandant of de ambtenaar dit wenselijk vindt, wordt een beoordeling opgemaakt. De ambtenaar dient daartoe een aanvraag in bij de commandant.
Onze Minister kan opdracht geven tot het opmaken van een beoordeling.
De ambtenaar wordt beoordeeld omtrent de wijze waarop hij zijn functie heeft vervuld en omtrent zijn gedrag in relatie tot die functie, gedurende het beoordelingstijdvak. De beoordeling is gebaseerd op concrete handelingen, resultaten en gedragingen van de te beoordelen ambtenaar.
Bij het opmaken van een beoordeling kan een toekomstverwachting worden opgemaakt.
Het beoordelingstijdvak omvat een periode van ten minste zes maanden en ten hoogste twee jaren. Per kalenderjaar kan maximaal één beoordeling worden opgemaakt.
De beoordeling wordt opgemaakt door een eerste en in beginsel een tweede beoordelaar. Als eerste beoordelaar treedt op de functionele chef van de ambtenaar. De tweede beoordelaar is de commandant dan wel een door de commandant aangewezen functionaris. In geval de commandant is opgetreden als eerste beoordelaar, treedt in beginsel als tweede beoordelaar op de functionele chef van de commandant.
Gelet op de vereiste deskundigheid kan bij het uitbrengen van een beoordeling een personeelsbeoordelingsadviseur aan de beoordelaar worden toegevoegd.
Na het opmaken van de beoordeling van de ambtenaar:
- a. wordt met de ambtenaar zijn beoordeling besproken;
- b. krijgt de ambtenaar een afschrift van zijn beoordeling uitgereikt;
- c. krijgt hij de gelegenheid zijn bedenkingen tegen de omtrent hem opgemaakte beoordeling binnen twee weken schriftelijk bij de tweede beoordelaar kenbaar te maken, tenzij er geen tweede beoordelaar is; indien er geen tweede beoordelaar is, worden de bedenkingen kenbaar gemaakt bij de eerste beoordelaar.
Nadat de beoordeling door de tweede beoordelaar is vastgesteld, wordt aan de ambtenaar een afschrift verstrekt. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing indien er sprake is van één beoordelaar.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van het opmaken en vaststellen van beoordelingen alsmede het beoordelingsformulier volgens welke de ambtenaar wordt beoordeeld.
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29. Bezoldiging bij dienst als noodwachter
Vervallen
Hoofdstuk 4. Werk- en rusttijden
Paragraaf 5. Aanvullende bepalingen bij nachtdienst
Paragraaf 6. Afwijkende bepalingen inzake arbeidsduur en rusttijd
Paragraaf 11. Bijzondere bepalingen voor vrouwelijke ambtenaren
Hoofdstuk 5. Vakantie en verlof
§ 1. Vakantie
Buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg
Buitengewoon verlof van lange duur
§ 5. Bezoldiging of uitkering wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid na beëindiging van de dienstbetrekking
§ 6. Bijzondere voorzieningen
§ 7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 7b. Overige rechten en verplichtingen
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2. Procedure voor het melden van een misstand
Paragraaf 3. Financiële tegemoetkoming
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2. Samenstelling van de commissie
Paragraaf 3. Werkwijze van de commissie
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen
Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 46f. Aanvullend geboorteverlof
Wanneer aan de ambtenaar door de commandant aanvullend geboorteverlof als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet arbeid en zorg wordt verleend, behoudt diegene over de periode van het aanvullend geboorteverlof dat ten hoogste vijf gehele weken bedraagt gebaseerd op de voor de ambtenaar geldende arbeidsduur per week, 100% van diens bezoldiging.
Buitengewoon verlof van lange duur
Hoofdstuk 6. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte
§ 5. Bezoldiging of uitkering wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid na beëindiging van de dienstbetrekking
§ 7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 7a. Integriteit
Hoofdstuk 7b. Overige rechten en verplichtingen
Hoofdstuk 7c. Het melden van een misstand
Paragraaf 3. Financiële tegemoetkoming
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2. Samenstelling van de commissie
Paragraaf 3. Werkwijze van de commissie
Hoofdstuk 9. Rechten en verplichtingen bij het vervallen van een functie
Hoofdstuk 10. Schorsing en ontslag
Hoofdstuk 12. Rechtspositie studenten aan initiële opleidingen en entree- en basisberoepsopleidingen in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs
Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 1. Opleidingen
§ 2. Loopbaanvorming
Hoofdstuk 4. Werk- en rusttijden
Paragraaf 1. Algemene bepalingen inzake werk- en rusttijden
Paragraaf 5. Aanvullende bepalingen bij nachtdienst
Paragraaf 10. Bijzondere bepalingen voor continu- en ploegendienst
Hoofdstuk 5. Vakantie en verlof
§ 1. Vakantie
§ 2. Verlof
Buitengewoon verlof van korte duur
Buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg
Buitengewoon verlof van lange duur
Hoofdstuk 6. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)