Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 28 april 1994, tot vaststelling van regels met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed (Wet verevening pensioenrechten bij scheiding) en daarmede verband houdende wijzigingen in andere wetten

12 versions · 2021-07-10
2021-07-10
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2018-09-19
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2018-04-11
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2013-01-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2012-04-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2009-08-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2008-08-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2007-01-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2006-01-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2005-01-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2002-02-15
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 6, 10

Wijzigingen op 2002-02-15

@@ -157,15 +157,3 @@
2. Niettemin is deze wet van overeenkomstige toepassing op een scheiding die heeft plaatsgevonden vóór 27 november 1981, mits het huwelijk ten minste 18 jaren heeft geduurd en er tijdens het huwelijk minderjarige kinderen waren van de echtgenoten te zamen of van één van hen, en met dien verstande dat het deel bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), slechts één vierde bedraagt van het pensioen dat ingevolge [artikel 3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=3&z=2002-02-15&g=2002-02-15), zou moeten worden uitbetaald, en dat er geen recht op pensioenverevening is voor zover reeds aantoonbaar rekening is gehouden met de omstandigheid dat de tot verevening gerechtigde echtgenoot geen of onvoldoende pensioen had opgebouwd. Ook in geval van een geschil hieromtrent tussen de echtgenoten is het uitvoeringsorgaan gehouden tot uitbetaling ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), zolang de rechter niet op verzoek van een der echtgenoten anders beslist.
3. Een recht op verevening ingevolge het tweede lid ontstaat slechts indien de mededeling, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), plaatsvindt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet. [Artikel 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), is niet van toepassing.
##### Artikel 3a
1. Indien het huwelijk of geregistreerd partnerschap van een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in [artikel 1 van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=1) eindigt door scheiding, verkrijgt zijn gewezen echtgenoot een aanspraak op partnerpensioen als de directeur-grootaandeelhouder ten behoeve van die gewezen echtgenoot zou hebben verkregen indien op het tijdstip van de scheiding de pensioenopbouw zou zijn beëindigd, anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
2. Indien het huwelijk of geregistreerd partnerschap van een gewezen directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in [artikel 1 van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=1) eindigt door scheiding, verkrijgt zijn gewezen echtgenoot een aanspraak op partnerpensioen als de directeur-grootaandeelhouder ten behoeve van die gewezen echtgenoot heeft verkregen bij beëindiging van de pensioenopbouw, anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
3. Het eerste en het tweede lid vinden geen toepassing, indien de directeur-grootaandeelhouder en zijn echtgenoot bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding anders overeenkomen.
4. Het uitvoeringsorgaan verstrekt aan de gewezen echtgenoot een bewijs van diens aanspraak.
5. De aanspraak op partnerpensioen ten behoeve van de echtgenoot van een directeur-grootaandeelhouder kan zonder toestemming van die echtgenoot niet bij overeenkomst tussen de directeur-grootaandeelhouder en het uitvoeringsorgaan of de werkgever worden verminderd.
2002-02-15
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding
original version Tekst op deze datum