Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 28 april 1994, tot vaststelling van regels met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed (Wet verevening pensioenrechten bij scheiding) en daarmede verband houdende wijzigingen in andere wetten
12 versions
· 2021-07-10
2021-07-10
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2018-09-19
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2018-04-11
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2013-01-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2012-04-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2009-08-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2008-08-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2007-01-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2006-01-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
2005-01-01
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 4, 8, 12
Wijzigingen op 2005-01-01
@@ -26,9 +26,11 @@
- d. huwelijkse voorwaarden: voorwaarden van een geregistreerd partnerschap;
- e. huwelijkssluiting: registratie van een partnerschap;
- e. huwelijksvermogensregime: partnerschapsvermogensregime;
- f. hertrouwen: het aangaan van een huwelijk na een geregistreerd partnerschap, het aangaan van een geregistreerd partnerschap na een huwelijk dan wel het opnieuw aangaan van een geregistreerd partnerschap.
- f. huwelijkssluiting: registratie van een partnerschap;
- g. hertrouwen: het aangaan van een huwelijk na een geregistreerd partnerschap, het aangaan van een geregistreerd partnerschap na een huwelijk dan wel het opnieuw aangaan van een geregistreerd partnerschap.
3. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder pensioen niet verstaan een ingegaan tijdelijk pensioen of een aanspraak op tijdelijk pensioen op grond van regelingen ingevolge welke alleen een recht op uitkering van pensioen bestaat indien aan betrokkenen aansluitend aan hun dienstverband dat tijdelijk pensioen wordt dan wel zal worden uitgekeerd.
@@ -66,7 +68,7 @@
7. Het vierde, vijfde en zesde lid gelden ongeacht het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten.
8. Indien op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten Nederlands recht van toepassing is, is de wet voorts van toepassing op pensioenen ingevolge een buitenlandse pensioenregeling die niet is een pensioenregeling als bedoeld in het vierde, vijfde of zesde lid met dien verstande dat een recht op uitbetaling als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15) slechts bestaat jegens de andere echtgenoot.
8. Indien op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten Nederlands recht van toepassing is, is de wet voorts van toepassing op pensioenen ingevolge een buitenlandse pensioenregeling die niet is een pensioenregeling als bedoeld in het vierde, vijfde of zesde lid met dien verstande dat een recht op uitbetaling als bedoeld in artikel 2 slechts bestaat jegens de andere echtgenoot.
9. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen uitkeringen ingevolge enigerlei regeling worden aangemerkt als pensioen in de zin van deze wet.
@@ -86,7 +88,7 @@
##### Artikel 3
1. Het deel bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), bedraagt de helft van het pensioen dat zou moeten worden uitbetaald indien:
1. Het deel bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2005-01-01&g=2005-01-01), bedraagt de helft van het pensioen dat zou moeten worden uitbetaald indien:
- a. de tot verevening verplichte echtgenoot uitsluitend gedurende de deelnemingsjaren tussen de huwelijkssluiting en het tijdstip van scheiding zou hebben deelgenomen;
@@ -100,11 +102,11 @@
##### Artikel 4
1. Bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding kunnen de echtgenoten in afwijking van artikel 3, aanhef en onderdeel **a** van het eerste lid, overeenkomen het deel bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), te bepalen op een door hen te kiezen vast percentage dan wel de in [artikel 3, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=3&z=2002-02-15&g=2002-02-15), nader bepaalde periode te wijzigen. Het bij geschrift met het oog op de scheiding door de echtgenoten overeen te komen deel kan niet worden bepaald op een percentage dat op het tijdstip van scheiding resulteert in een pensioenaanspraak gelijk aan of lager dan het in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=3&z=2002-02-15&g=2002-02-15), bedoelde bedrag.
1. Bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding kunnen de echtgenoten in afwijking van artikel 3, aanhef en onderdeel **a** van het eerste lid, overeenkomen het deel bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2005-01-01&g=2005-01-01), te bepalen op een door hen te kiezen vast percentage dan wel de in [artikel 3, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=3&z=2005-01-01&g=2005-01-01), nader bepaalde periode te wijzigen. Het bij geschrift met het oog op de scheiding door de echtgenoten overeen te komen deel kan niet worden bepaald op een percentage dat op het tijdstip van scheiding resulteert in een pensioenaanspraak gelijk aan of lager dan het in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=3&z=2005-01-01&g=2005-01-01), bedoelde bedrag.
2. Mits de echtgenoten binnen twee jaar na het tijdstip van scheiding een gewaarmerkt afschrift of uittreksel van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst aan het uitvoeringsorgaan hebben overgelegd, is het uitvoeringsorgaan gebonden aan hetgeen door de echtgenoten is overeengekomen doch slechts voor wat betreft de periode gelegen na ontvangst van het afschrift of uittreksel van de overeenkomst. Indien de echtgenoten zulks nalaten kan deze overeenkomst niet aan het uitvoeringsorgaan worden tegengeworpen, zelfs indien de overeenkomst ingeschreven was in het openbaar huwelijksgoederenregister bedoeld in artikel 116, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Na ontvangst van het afschrift of uittreksel van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst verstrekt het uitvoeringsorgaan aan de tot verevening gerechtigde echtgenoot een bewijsstuk als bedoeld in het [vijfde lid van artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15). De andere echtgenoot ontvangt daarvan een afschrift.
3. Na ontvangst van het afschrift of uittreksel van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst verstrekt het uitvoeringsorgaan aan de tot verevening gerechtigde echtgenoot een bewijsstuk als bedoeld in het [vijfde lid van artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2005-01-01&g=2005-01-01). De andere echtgenoot ontvangt daarvan een afschrift.
##### Artikel 5
@@ -134,9 +136,9 @@
##### Artikel 8
1. Indien een pensioen wordt verlaagd of verhoogd, uitsluitend wegens ingang op een vroeger of later tijdstip dan het op grond van de desbetreffende regeling normale tijdstip, wordt het deel, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), op overeenkomstige wijze verlaagd of verhoogd.
1. Indien een pensioen wordt verlaagd of verhoogd, uitsluitend wegens ingang op een vroeger of later tijdstip dan het op grond van de desbetreffende regeling normale tijdstip, wordt het deel, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2005-01-01&g=2005-01-01), op overeenkomstige wijze verlaagd of verhoogd.
2. Indien een pensioen wordt verminderd wegens samenloop met één of meer andere te verevenen pensioenen wordt het deel, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), op overeenkomstige wijze verminderd.
2. Indien een pensioen wordt verminderd wegens samenloop met één of meer andere te verevenen pensioenen wordt het deel, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2005-01-01&g=2005-01-01), op overeenkomstige wijze verminderd.
##### Artikel 9
@@ -154,6 +156,6 @@
1. Deze wet is niet van toepassing op een scheiding die heeft plaatsgevonden voor de datum van inwerkingtreding van deze wet.
2. Niettemin is deze wet van overeenkomstige toepassing op een scheiding die heeft plaatsgevonden vóór 27 november 1981, mits het huwelijk ten minste 18 jaren heeft geduurd en er tijdens het huwelijk minderjarige kinderen waren van de echtgenoten te zamen of van één van hen, en met dien verstande dat het deel bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), slechts één vierde bedraagt van het pensioen dat ingevolge [artikel 3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=3&z=2002-02-15&g=2002-02-15), zou moeten worden uitbetaald, en dat er geen recht op pensioenverevening is voor zover reeds aantoonbaar rekening is gehouden met de omstandigheid dat de tot verevening gerechtigde echtgenoot geen of onvoldoende pensioen had opgebouwd. Ook in geval van een geschil hieromtrent tussen de echtgenoten is het uitvoeringsorgaan gehouden tot uitbetaling ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), zolang de rechter niet op verzoek van een der echtgenoten anders beslist.
2. Niettemin is deze wet van overeenkomstige toepassing op een scheiding die heeft plaatsgevonden vóór 27 november 1981, mits het huwelijk ten minste 18 jaren heeft geduurd en er tijdens het huwelijk minderjarige kinderen waren van de echtgenoten te zamen of van één van hen, en met dien verstande dat het deel bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2005-01-01&g=2005-01-01), slechts één vierde bedraagt van het pensioen dat ingevolge [artikel 3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=3&z=2005-01-01&g=2005-01-01), zou moeten worden uitbetaald, en dat er geen recht op pensioenverevening is voor zover reeds aantoonbaar rekening is gehouden met de omstandigheid dat de tot verevening gerechtigde echtgenoot geen of onvoldoende pensioen had opgebouwd. Ook in geval van een geschil hieromtrent tussen de echtgenoten is het uitvoeringsorgaan gehouden tot uitbetaling ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2005-01-01&g=2005-01-01), zolang de rechter niet op verzoek van een der echtgenoten anders beslist.
3. Een recht op verevening ingevolge het tweede lid ontstaat slechts indien de mededeling, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), plaatsvindt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet. [Artikel 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2002-02-15&g=2002-02-15), is niet van toepassing.
3. Een recht op verevening ingevolge het tweede lid ontstaat slechts indien de mededeling, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2005-01-01&g=2005-01-01), plaatsvindt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet. [Artikel 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006641&artikel=2&z=2005-01-01&g=2005-01-01), is niet van toepassing.
2002-02-15
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — arts. 6, 10
2002-02-15
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding
original version
Tekst op deze datum